CConstaterende datHendrik-Ido-Ambacht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage bij nr. 7 Begrotingsrichtlijnen 2025 (003) in opmaak BESLUIT

raadsvergadering openbaar 15 januari 2024, gemeente Hendrik-Ido-AmbachtBij agendapunt: Lijst van ingekomen stukken en eventuele mededelingen9.612 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Vastgesteld door het algemeen bestuur op 30 november 2023 1.

Inleiding OZHZ faciliteert bij uw afwegingen in de fysieke leefomgeving Maatschappelijke en economische ontwikkelingen hebben een groot effect op de fysieke leefomgeving. Met expertise op het gebied van lucht, geluid, bodem, externe veiligheid en duurzaamheid is OZHZ de aangewezen partij om uw afwegingen te faciliteren. Actuele vraagstukken over woningbouw, klimaat, energie en veiligheid benadrukken het belang van een robuuste en bestuurlijk goed verankerde omgevingsdienst. Nieuwe rolverdeling tussen overheid, inwoners en ondernemers Nieuwe wet- en regelgeving leidt tot een andere rolverdeling tussen overheid, inwoners en ondernemers. Belangrijk voorbeeld is de Omgevingswet. OZHZ bereidt zich samen met zijn deelnemers voor op de inwerkingtreding per 2024. Tegelijkertijd verschuift het bevoegd gezag voor een groot deel van de bodemtaken van provincie naar gemeenten. Met de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) gaat de markt een deel van het bouwtoezicht uitvoeren en blijft de overheid verantwoordelijk voor het totale systeem van toezicht. Het toezicht op de energiebesparing kreeg een belangrijke impuls door een sterkere wettelijke verankering. Tot slot regelt de Wet open overheid, op termijn, het actief openbaar maken van onder meer vergunningen en handhavingsbeschikkingen.

Veilig, gezond en duurzaam wonen, werken en recreëren Onze inwoners willen veilig, gezond én duurzaam wonen, werken en recreëren. OZHZ voert, in opdracht, de VTH taken (vergunningverlening, toezicht en handhaving) uit voor uw bestuur. Ook ondersteunen wij uw bestuur met expertise op het gebied van ruimtelijke ordening en milieu. De begrotingsrichtlijnen bevatten de belangrijkste opgaven waar wij als omgevingsdienst, samen met u, voor staan. Soms is dit vanuit uw rol als eigenaar, dan weer vanuit uw rol als opdrachtgever of bevoegd gezag. Waar mogelijk maken wij een financiële vertaling. Wij gaan met u in gesprek over de specifieke invulling in aanloop naar uw begroting 2025.

2

Begrotingsrichtlijnen | 2025

Het gaat om de volgende onderwerpen: 1. Algemene financiële context 2. Kwaliteitsimpuls vergunningverlening, toezicht en handhaving 3. Inwerkingtreding van de Omgevingswet 4. Overdracht van bodemtaken 5. Zeer Zorgwekkende Stoffen 6. Stikstof en soortenbescherming 7. Energieagenda 8. De bouwopgave 9. Uitdagingen in de bedrijfsvoering Bijlage 1 bevat de financiële en beheersmatige kaders. Bijlage 2 bevat een samenvatting van de begrotingsrichtlijnen. Bijlage 3 bevat het tarievenblad. Bijlage 4 bevat de kritische prestatie-indicatoren voor de bedrijfsvoering.

3

Begrotingsrichtlijnen | 2025

Samenvatting De begrotingsrichtlijnen bevatten de belangrijkste opgaven waar wij als omgevingsdienst met u, als bevoegd gezag, voor staan. Waar mogelijk geven wij een financiële vertaling. Wij gaan met u in gesprek over de specifieke invulling hiervan in de aanloop naar uw begroting 2025. Hieronder vatten wij de belangrijkste opgaven samen.

1.

Algemene financiële context

•

Het onderhandelingsresultaat van de CAO 2024 en de verwachte inflatie 2024 overstijgen de ruimte in het tarief.

•

In 2023 dekte OZHZ het effect van de inflatie incidenteel uit de eigen begroting. Naar verwachting leidt dit tot een afname van het weerstandsvermogen.

•

Vanaf 2024 is er de noodzaak om de tarieven en de inwonerbijdrage te laten meebewegen met de loon- en prijsontwikkeling.

•

Vanaf 2026 dalen de inkomsten uit het Gemeentefonds (Ravijnjaar). Mogelijk volgt een financiële koerscorrectie van het nieuwe kabinet

•

De inflatie, toekomstige begrotingsruimte en krappe arbeidsmarkt leiden tot grote (financiële) onzekerheid bij gemeenten, provincie en OZHZ.

•

OZHZ stuurt strak op kostenefficiëntie en een adequaat financieel beheer.

•

Een verdere integrale en regionale taakuitvoering kan een bijdrage leveren aan de financiële opgave.

2.

Kwaliteitsimpuls vergunningverlening, toezicht en handhaving

•

OZHZ is nauw betrokken bij het Interbestuurlijk Programma Versterking VTH-stelsel (het IBP), een rijksbreed traject ter versterking van de VTH-taken van omgevingsdiensten.

•

OZHZ richt de versterking vooral op de informatiepositie, samenwerking in de keten en het opbouwen van expertise in relatie tot de krappe arbeidsmarkt.

•

Structurele uitwerking is verwoord in de Ontwikkelaanpak (€ 1,2 mln. per jaar). De incidentele subsidie van het Rijk eindigt op 31 december 2024.

•

De data-opgave vraagt om krachten te bundelen en de bestaande expertise te versterken. Daarom komt er een nieuwe unit Data en ICT. Dekking vindt voor een deel plaats door herschikking van middelen in de Ontwikkelaanpak. Circa 30% komt structureel ten goede aan de data-opgave.

•

OZHZ actualiseert het beleidskader en strategie voor de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) voor de gemeenten. Insteek is dat dit budgetneutraal verloopt. Voorbehoud zijn niet beïnvloedbare ontwikkelingen, zoals de omvang van het bedrijvenbestand.

•

In het kader van het IBP zijn robuustheidscriteria vastgesteld voor omgevingsdiensten. OZHZ voldoet aan de robuustheidscriteria. Aandachtspunten zijn de omvang van het opleidingsplan en de capaciteit voor informatiegestuurd werken.

4

Begrotingsrichtlijnen | 2025

•

In 2024 werkt OZHZ verder uit wat nodig is om te voldoen aan de robuustheidscriteria. Dit komt in de hernieuwde Nota bedrijfsvoering.

3.

Inwerkingtreding Omgevingswet

•

OZHZ heeft inhoudelijke en financiële basisafspraken gemaakt met gemeenten over de consequenties van de Omgevingswet.

•

2024 staat in het teken van het opdoen van eerste ervaringen en het maken van specifieke afspraken over een aantal taken (natuurwetgeving, lucht en geluid).

•

Uitgebreidere uitwerking vindt plaats in de individuele jaarprogramma's 2025.

•

Inbedding kan vragen om maatwerk per opdrachtgever.

•

Past het niet in de jaarprogramma’s? Dan maken we extra financiële afspraken met u als opdrachtgever.

4.

Overdracht bodemtaken

•

De overheid is verantwoordelijk voor de bescherming van de bodem.

•

Onder de Omgevingswet gaat het bevoegd gezag over de bodemtaken grotendeels over van de provincie naar de gemeenten.

•

Omvang van de rijksmiddelen blijft nog onzeker; er komen geen specifieke extra middelen in het gemeentefonds voor de apparaatskosten.

•

De regionale voorbeschermingsregels voor bodem zijn eind 2023 bij de gemeenten ter vaststelling voorgelegd. Compensatie vindt plaats via de algemene middelen voor de Omgevingswet.

•

Vanaf 2024 volgt uitwerking van het regionaal bodembeleid.

•

Het merendeel van de gemeenten voldoet niet aan de wettelijke verplichting om bodemdata onder te brengen in het BRO. OZHZ gaat in 2024 met u als opdrachtgevende gemeente in gesprek over wat nodig is om aan de wettelijke verplichting te voldoen én welke rol OZHZ hierin kan spelen.

•

Het Regionaal Uitvoeringsniveau (RUN) bodem biedt een basis voor de begroting van de VTHtaken voor bodem.

•

2024 is het eerste jaar waarin risicogericht bodemtoezicht plaatsvindt op basis van het RUNbodem.

•

Daarbij brengt OZHZ de financiële consequenties in kaart. Vervolgens gaan we met u in gesprek als opdrachtgever over de berekeningen in het jaarprogramma 2025.

5

Begrotingsrichtlijnen | 2025

5.

Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS)

•

Bedrijven moeten inventariseren welke (potentiële) ZZS zij gebruiken en uitstoot voorkomen.

•

OZHZ verbreedt de inzet de komende tijd door een programmatische aanpak van branches én het beter benutten van data.

•

We streven ernaar om deze inzet binnen de geraamde jaarprogramma's in te passen.

6.

Stikstof en soortenbescherming

•

De stikstofproblematiek en de uitspraak van de Raad van State leiden tot uitdagingen op het gebied van vergunningverlening en toezicht.

•

In de Wet stikstofreductie en natuurverbetering is opgenomen dat in 2035 tenminste 74 % van de ‘kritische depositiewaarden’ (KDW) niet meer wordt overschreden.

•

Het thema stikstof raakt de grotere opgaven van gemeenten, zoals woningbouw en economische ontwikkelingen.

•

OZHZ adviseert gemeenten door nieuwsberichten over de actualiteiten op het gebied van stikstof. Wij adviseren ook als er vragen zijn. Bijvoorbeeld door het opstellen van het beoordelingskader woningbouw, waarmee snel bepaald wordt of er voor een woningbouwproject een stikstofberekening nodig is.

•

Ook op het gebied van soortenbescherming was er een belangrijke uitspraak van de Raad van State (augustus 2023).

•

Bij isolatiewerkzaamheden moet de eigenaar voldoende rekening houden met de eventuele aanwezigheid van vleermuizen in spouwmuren.

•

De uitspraak is een extra stimulans voor gemeenten om soortenmanagementplannen (SMP's) op te stellen.

•

OZHZ denkt mee met de vergunningverlener (omgevingsdienst Haaglanden) over de voorschriften in de SMP's en controleert de naleving.

7.

Energie agenda

•

De gemeentelijke besparingsdoelen liggen vast in de Regionale Energiestrategieën.

•

OZHZ combineert toezichthoudende maatregelen met preventie en advies in de E-agenda.

•

Per 1 juli 2023 is toezicht en handhaving op de energiebesparings- en informatieplicht in het basistakenpakket van de omgevingsdiensten opgenomen. Sinds 1 januari 2023 voert OZHZ voor meerdere opdrachtgevers het toezicht en de handhaving op energielabel C voor kantoorgebouwen uit. Dit is een verplichting op grond van de bouwregelgeving.

•

In 2023 is de informatie- en energiebesparingsplicht uitgebreid met vergunningplichtige bedrijven. Ook de Erkende Maatregelen Lijst (EML) is vernieuwd: naast energiebesparing kan ook energieopwekking verplicht worden gesteld vanuit de EML.

•

6

Het toezicht op energiebesparing is daarmee een structurele wettelijke taak.

Begrotingsrichtlijnen | 2025

•

In totaal is een structureel bedrag van € 1,5 mln. nodig. OZHZ maakt hierover nadere afspraken in de jaarprogramma's 2024 en 2025.

•

Om de energiebesparingsdoelstelling kracht bij te zetten stelt het rijk extra middelen in een SPUKsubsidie beschikbaar voor additioneel toezicht op energiebesparing. Voor OZHZ gaat het om circa € 250.000 per jaar tot en met 2026.

8.

Bouwopgave

•

Met de woondeal Samenwerkende regio’s Zuidelijk Zuid-Holland is een opgave van ruim 20.000 woningen gemoeid.

•

OZHZ draagt op diverse terreinen bij aan de bouwopgave; door deelname aan Omgevingstafels, vergunningen, toezicht en handhaving, juridische bijstand, omgevingsscans voor geschikte locaties en advies bij omgevingsplannen.

•

Onderzoekers verwachten een dip in de woningbouwproductie de komende twee jaar. Verwachting is dat die dip meer dan gecompenseerd wordt in de jaren daarna.

•

De uitdaging is om de capaciteit bij gemeenten en OZHZ ondanks de verwachte tijdelijke dip zodanig beschikbaar te houden dat de noodzakelijke woningbouw gerealiseerd kan worden.

•

De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) heeft gevolgen voor alle gemeenten.

•

Per saldo leidt het nieuwe stelsel tot meerwerk voor OZHZ.

•

Daarnaast heeft de Wkb effect op de legesinkomsten van de gemeente.

•

Na de start van de Wkb is toezicht nodig op de lopende trajecten (oude regime), terwijl de leges al in het jaar/de jaren voorafgaand aan de Wkb ontvangen zijn.

•

OZHZ adviseert de gemeenten daarom een deel van de legesinkomsten hiervoor te reserveren

9.

Uitdagingen in de bedrijfsvoering

•

Economische, bestuurlijke en maatschappelijke ontwikkelingen hebben een grote impact op de bedrijfsvoering van OZHZ.

•

Het aantrekken, boeien en binden van goede medewerkers is essentieel, in de zeer krappe arbeidsmarkt.

•

OZHZ blijft de bedrijfsvoering verbeteren om effectief in te spelen op genoemde ontwikkelingen.

•

Vooruitlopend implementeert OZHZ een aantal wijzigingen in de financiering om de administratieve last te verminderen.

7

Begrotingsrichtlijnen | 2025

1. Algemene financiële context Loon- en prijsontwikkeling Op 10 november 2023 heeft FNV Overheid, samen met CNV Overheid en PDO, een onderhandelaarsresultaat gesloten met de VNG met een looptijd van 1 januari 2024 t/m 31 maart 2025. In de uitkomst van het voorliggende onderhandelingsresultaat is het volgende opgenomen met betrekking tot de loonontwikkeling: •

4,75% per 1 januari 2024.

•

1,25% per 1 oktober 2024 t/m 31 maart 2025.

OZHZ heeft in de tarieven van 2024 rekening gehouden met een fors lagere loonontwikkeling (3,9%) ten opzichte van de loonontwikkeling uit de Septembercirculaire 2023 (6,3%). Ook de inflatie voor de prijsontwikkeling blijft hoger dan gemiddeld. De verwachte inflatie voor de prijsontwikkeling 2024 bedraagt 3,5%, op basis van de Septembercirculaire 2023. In het tarief 2024 is nog uitgegaan van een inflatie van 2,4%. Voor 2025 gaat de Septembercirculaire 2023 uit van een loonontwikkeling van 5,4% en een prijsontwikkeling van 1,6%. Dit betekent een gewogen gemiddelde stijging van 4,3% voor 2025. De loon- en prijsontwikkeling in 2024 en 2025 leidt tot een verhoging van de tarieven van 2,0% in 2024 en 4,3% in 2025. Dit betekent een correctie op de eerdere verwachte prijsverhoging en het eerdere vastgestelde tarief 2024. Ook verhogen wij de inwonerbijdrage met de genoemde 2%. Algemene financiële ontwikkelingen Op dit moment maakt het Rijk veel incidenteel geld vrij voor onder meer de energietransitie en de woningbouwopgave. De koppeling van het gemeentefonds aan de rijksuitgaven maakt dat gemeenten nu relatief hoge inkomsten hebben. Vanaf het "Ravijnjaar 2026" vallen de rijksuitgaven fors lager uit. Dit werkt dus door in het Gemeentefonds. Ook vindt er een herverdeling plaats van het Gemeentefonds.

In aanloop naar de kabinetsformatie roept een ambtelijke adviesgroep (Studiegroep Begrotingsruimte) de politiek op tot het maken van scherpere keuzes. `Geld als middel voor het oplossen van grote maatschappelijke problemen heeft geleid tot onrealistische begrotingen`. De voorgestelde koerscorrectie betekent onder meer het in lijn brengen van de ambities met de uitvoeringscapaciteit. Dit geldt in het bijzonder voor plannen die beslag leggen op de krappe arbeidsmarkt. De studiegroep stelt dat toekomstige generaties de rekening betalen als structurele hervormingen uitblijven.

8

Begrotingsrichtlijnen | 2025

Wat zijn de financiële consequenties? De inflatie, toekomstige begrotingsruimte en krappe arbeidsmarkt leiden tot grote (financiële) onzekerheid bij gemeenten, provincie en OZHZ. Dit tegen de achtergrond van grote maatschappelijke opgaven op het gebied van wonen, leefomgeving, duurzaamheid. In 2023 dekte OZHZ het effect van de inflatie incidenteel uit de eigen begroting. Naar verwachting leidt dit tot een afname van het weerstandsvermogen. Vanaf 2024 is er de noodzaak om de tarieven en inwonerbijdrage verder te laten meebewegen met de loon- en prijsontwikkeling. Om deze reden stellen wij een extra stijging voor van 2%. Technische uitwerking vindt plaats in de begroting 2025 en eerste bestuursrapportage 2024, dan wel in de gewijzigde begroting 2024 indien het AB op 30 november 2023 besluit het wijzigingsvoorstel al snel voor zienswijze voor te leggen aan de raden en PS. Vanaf 2025 bevat het tarief de meest actuele loon- en prijsontwikkeling, op grond van de septembercirculaire 2023. In beginsel krijgen gemeenten en provincie compensatie via het Gemeente- en Provinciefonds. Wij brengen de ontwerpbegroting 2025 medio april 2024 in de zienswijzeprocedure.

Onderdeel van de zienswijze is de extra bijdrage 2024 ten gevolge van de extra tariefsverhoging 2024, tenzij het AB op 30 november 2023 besluit het voorstel tot wijziging van de begroting 2024 al eerder voor zienswijze voor te leggen aan de raden en PS. Uiteraard mag u van ons verwachten dat wij strak sturen op kostenefficiëntie en een adequaat financieel beheer. De kosten zijn en worden kritisch tegen het licht gehouden en geactualiseerd op basis van de ontwikkelingen zoals de prijsindexatie. Hierbij dient wel de kanttekening te worden geplaatst dat 70% tot 80% van de kosten bestaat uit vaste personeelskosten die niet tot nauwelijks beïnvloedbaar zijn. In het verlengde hiervan zijn de kosten voor de inhuur van personeel sterk gebonden aan de marktontwikkeling. Daarnaast dekt OZHZ de kosten van het opleidings- en begeleidingstraject voor nieuw geworven toezichthouders milieu vooralsnog uit de reguliere exploitatie en zullen daarvoor dus geen extra kosten via de jaarprogramma's in rekening worden gebracht. Een soortgelijke aanpak hanteerde OZHZ eerder ook bij het zelf opleiden en begeleiden van bouwtoezichthouders. Uiteraard blijft OZHZ ook op andere bedrijfsvoeringsvraagstukken strak aan de wind zeilen en wordt samen met het bestuur en de deelnemers gezocht naar verdere mogelijkheden om het werk nog effectiever en efficiënter uit te voeren.

Maar OZHZ kan ook een andere bijdrage leveren. Bijvoorbeeld door het regionaal uitvoeren van taken waar de capaciteit bij de opdrachtgevers schaars is, en de maatschappelijke opgave groot. Wij gaan hierover graag met u in gesprek.

9

Begrotingsrichtlijnen | 2025

2. Kwaliteitsimpuls vergunningverlening, toezicht en handhaving Kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving moet beter De kwaliteit van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) door omgevingsdiensten vraagt een extra impuls. Dit blijkt onder meer uit het onderzoek van de commissie Van Aartsen. In lijn met Van Aartsen benoemt de provincie Zuid-Holland de volgende ontwikkelthema's voor de ZuidHollandse omgevingsdiensten: •

Het (blijven) onderhouden van kennis en vaardigheden.

•

Het uitwisselen van informatie tussen omgevingsdiensten en samenwerkingspartners.

•

Een passende financiering bij het verder ontwikkelen van de omgevingsdiensten voor de toekomstbestendige uitvoering van de VTH-taken.

•

Nabijheid en transparantie.

•

Een sterke(re) bestuurlijke samenwerking over regio’s en organisatiegrenzen heen.

De omgevingsdiensten pakken deze thema's gezamenlijk op. OZHZ doet dit vanuit de Ontwikkelaanpak, een landelijke (SPUK) subsidie en reguliere middelen.

Ontwikkelaanpak 2022-2025 Met de Ontwikkelaanpak 2022 – 2025 speelt OZHZ in op de ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving en de benodigde kwaliteitsimpuls. De ontwikkelaanpak omvat de volgende programma's. Samen meer grip op milieuschade OZHZ versterkt de VTH-aanpak door samenwerking, data-analyse en het vergroten van kennis. OZHZ heeft met name de afvalbedrijven in de regio in beeld en werkt aan een verder inzicht in regio-overschrijdende ketens en netwerken. De aanpak richt zich op het versterken van de samenwerking, het uitwisselen van informatie met ketenpartners en het verder ontwikkelen van kennis en vaardigheden van medewerkers. Toekomstgerichte gebiedsontwikkeling OZHZ helpt bij klimaat-, energie- en circulaire vraagstukken. OZHZ ondersteunt gemeenten en provincie bij hun ambities en investeert in deskundigheid, netwerkrelaties en de datakwaliteit.

10

Begrotingsrichtlijnen | 2025

Het werken met de Omgevingswet OZHZ werkt onder de Omgevingswet, monitort en doet ervaring op. De wet gaat in per 1 januari. We bouwen het programma af en richten ons op het verder oefenen en ontwikkelen, het monitoren en nazorg.

Het beter benutten van data OZHZ verhoogt de kwaliteit van het dagelijkse werk. De aanpak richt zich op de datakwaliteit, de organisatie van de data, geo-informatie en de datavaardigheid van medewerkers. Met de vorming van een nieuwe unit Data & ICT legt OZHZ het fundament om aan de data-opgave te voldoen. Het budget voor de Ontwikkelaanpak bedraagt circa € 1,2 mln. per jaar (prijspeil 2024). Het AB stelt jaarlijks de verdeling vast van het budget voor de Ontwikkelaanpak over diverse projecten. Elke vier jaar wordt het gehele programma Ontwikkelaanpak herijkt en opnieuw vastgesteld door het AB. Data-opgave Ondanks een groot aantal goede initiatieven merken we dat we meer stappen kunnen en moeten zetten. We moeten werken aan: •

een heldere en stevige regie op data en ICT.

•

duidelijkheid waar data het verschil moet maken in de strategie van de organisatie.

•

meer inzicht en overzicht in data en ICT.

•

verbetering van de kwaliteit en actualiteit van de data.

Fundamentele keuzes zijn nodig om werkelijk het verschil te gaan maken binnen OZHZ. We moeten krachten bundelen en de bestaande expertise versterken. Daarom komt er een nieuwe unit: Data en ICT. Door de vorming van deze unit verankeren we de strategische en tactische sturing op de data-opgave. Ook versterken we de operationele uitvoeringskracht. Opgave is dat onze data meer waarde toevoegt aan de producten van OZHZ. Dit vraagt om een hogere structurele bijdrage vanuit de Ontwikkelaanpak voor de ontwikkeling van informatieproducten (zie paragraaf ontwikkelaanpak).

11

Begrotingsrichtlijnen | 2025

Versterking VTH-stelsel via Interbestuurlijk Programma (IBP) De commissie Van Aartsen concludeert dat het landelijke stelsel van omgevingsdiensten op onderdelen niet goed functioneert. Naast een meer onafhankelijke positionering en robuuste financiering is een kwaliteitsimpuls nodig. Het beeld in de regio Zuid-Holland Zuid is aanmerkelijk rooskleuriger. De positionering en financiering zijn in onze regio in basis op orde. Dat betekent niet dat er geen actie nodig is voor OZHZ. Het Rijk geeft invulling aan de kwaliteitsimpuls met het InterBestuurlijk programma (IBP) "Versterking VTH-stelsel":

"Om het VTH-stelsel te versterken, moet het fundament onder dit stelsel op orde zijn. Dit fundament wordt gevormd door robuuste, deskundige en vernieuwende omgevingsdiensten die de door de bevoegde gezagen aan hen opgedragen taken met gezag en professionaliteit kunnen uitvoeren waarbij de informatiehuishouding tussen alle partijen in de keten op orde is. Het is de ambitie van het Rijk, provincies en gemeenten dat de omgevingsdiensten klaar zijn om naast hun huidige taken hun essentiële rol te pakken in de grote transitieopgaven waar Nederland voor staat".

Het Impulsprogramma richt zich op de volgende thema's (pijlers): 1. Robuuste OD en financiering 2. Bestuursrechtelijk en strafrechtelijke handhaving 3. Informatie-uitwisseling en datakwaliteit 4. Kennisinfrastructuur 5. Onafhankelijk toezicht en handhaving 6. Monitoring kwaliteit milieutoezicht Het Rijk maakte in 2023 € 18 mln. vrij voor het IBP. Het aandeel van OZHZ bedroeg circa € 600.000. De uitvoering loopt door in 2024 en verloopt in nauwe samenhang met de al gestarte ontwikkelaanpak en het verbetertraject van de omgevingsdiensten in de provincie Zuid-Holland.

12

Begrotingsrichtlijnen | 2025

Vanuit de subsidie participeert OZHZ in de zes bovengenoemde pijlers. Meest in het oog springende projecten zijn de actualisatie van de nota VTH (zie de volgende paragraaf) en de anonimisering van bodemrapporten. Nota VTH OZHZ actualiseert het beleidskader en de strategie voor de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) voor de gemeenten. Aanleiding zijn diverse ontwikkelingen in de wetgeving en maatschappelijke vraagstukken op het gebied van duurzaamheid. Zo leidt de Regionale Energiebesparing Strategie tot een verhoogde inspanning op toezicht. De Omgevingswet vraagt een meer integrale werkwijze en heeft de grootste gevolgen voor het vergunningsproces. Ook biedt de wet meer ruimte voor lokaal maatwerk in de normstellingen. De Wet kwaliteitsborging bouw (Wkb) raakt vooral de vergunningverlening en het toezicht op bouwactiviteiten. Ook de overdracht van het bevoegd gezag over de bodemsaneringstaken van provincie naar gemeenten heeft grote gevolgen, onder meer vanwege de grote financiële onzekerheid. Deze ontwikkelingen nemen we mee in de nieuwe Nota VTH voor de gemeentelijke taken. De Nota VTH omvat de volgende taakvelden: •

Milieu, inclusief bodem, asbest en omgevingsplanactiviteiten.

•

Natuurbescherming.

•

Bouwen, inclusief sloop, brandveilig gebruik en omgevingsplanactiviteiten.

•

De uitvoering van lokale regels, zoals de Algemene Plaatselijke Verordening (APV en de huisvestingsverordening.

In de nota VTH leggen we vast welke thema's, doelen en uitgangspunten we belangrijk vinden en welke keuzes we maken in het uitvoeren van onze taken. We zorgen daarmee voor een gelijk speelveld voor bedrijven, instellingen en burgers. Met de nota voldoen de gemeenten en OZHZ aan de wettelijke verplichting om een regionaal eenduidig uitvoeringsen handhavingsstrategie vast te stellen voor de VTH taken.

13

Begrotingsrichtlijnen | 2025

In het uitvoeringsbeleid maken we een duidelijk onderscheid in overheids- en omgevingsgestuurd werken. Overheidsgericht is programmatisch en valt grotendeels op voorhand te plannen. Denk aan het actief monitoren en controleren op naleving bij bedrijven met een hoog risico en het uitvoeren van themagericht toezicht voor bedrijven met een gemiddeld risico. Voor overheidsgericht handelen is de werkwijze risicogericht op de thema's veiligheid en gezondheid. Daarnaast ligt de focus ligt op beheersing van vergunde activiteiten en een adequaat toezicht op terugkerende wettelijke verplichtingen (waaronder gericht op energiebesparing). In de werkwijze verschuift het accent meer naar het gebruik van data, gedragsbeïnvloedingen en een ketenaanpak. Omgevingsgestuurd werken heeft een meer reactief karakter. Voorbeelden zijn de inzet op klachten, vergunningen en meldingen. De scope van het uitvoeringskader is sterk verbreed. Naast milieuvergunningen zijn nieuwe thema's onderdeel van de uitvoeringstrategie. Voorbeelden zijn bodem, natuurbescherming, bouwkundige sloop en asbest en het afhandelen van meldingen. De aangescherpte werkwijze gaat uit van een betere integratie tussen vergunningverlening en toezicht, een volledige inzet op meldingen (dus niet risicogericht) en een bewuste afweging in welke mate een juridische toets wordt uitgevoerd.

Het bijgestelde uitvoeringsbeleid VTH voor de gemeentelijke taken treedt in werking per 2025. In 2024 vindt een verdere financiële doorvertaling plaats, in afstemming met de regiogemeenten. We proberen het beleid zoveel mogelijk financieel te dekken vanuit de reguliere budgetten in de jaarprogramma's. Daarbij zijn er wel wat omstandigheden en risico's die invloed hebben op de benodigde middelen. Voorbeelden zijn de omvang van het bedrijvenbestand, het aantal klachten en meldingen, het continueren van de SPUK-gelden voor energie en de omvang van het budget voor de overdracht van bodemtaken van PZH naar gemeenten. Robuustheidscriteria In het kader van het IBP zijn robuustheidscriteria vastgesteld voor omgevingsdiensten. Conclusie van de onderstaande toetsing is dat OZHZ voldoet aan de robuustheidscriteria. Aandachtspunten zijn de omvang van het opleidingsplan en de capaciteit voor informatiegestuurd werken.

14

Begrotingsrichtlijnen | 2025

#

Normering

Toetsing OZHZ

1

Randvoorwaarden

OZHZ voldoet aan alle randvoorwaarden.

2

Innovatieagenda en -budget

Innovatie verloopt via de meerjarige programma’s van de Ontwikkelaanpak. Het budget is ± eur. 1 mln en voldoet daarmee aan de norm.

3/4

Opleidingsplan en -budget

Het opleidingsplan bevat alle verplichte elementen. Het opleidingsbudget voldoet met 1,55% niet aan de gestelde norm.

5/6

Informatiegestuurd werken en business intelligence

OZHZ werkt grotendeels al informatiegestuurd. Acties om dit verder te versterken en te structureren lopen al. Per 1 januari 2024 is een nieuwe unit Data en ICT operationeel.

7

VTH-kwaliteitseisen

OZHZ voldoet aan de VTH-kwaliteitseisen.

8

Congruentie en samenhang werkgebied

OZHZ is in staat bij te dragen aan de maatschappelijke opgaven in Zuid-Holland Zuid. Er is sprake van een sterke (bestuurlijke) congruentie in de regio.

9

Omvang werkprogramma

De omvang van het werkprogramma is circa € 20 mln. en voldoet daarmee aan de norm.

10

Eigen werknemers

OZHZ hanteert conform zijn Nota Bedrijfsvoering een flexibele schil van gemiddeld 10%, met onderscheid naar verschillende taakvelden. En voldoet daarmee aan de norm.

11

Mogelijkheden voor taakuitbreiding

Die mogelijkheden zijn er zeker. OZHZ voert echter geen actief acquisitiebeleid. Het is aan de opdrachtgevers om al dan niet extra taken bij OZHZ te beleggen. Daarover worden dan nadere afspraken gemaakt (businesscase).

12/13

Afspraken over taakvermindering

Afspraken over taak/budgetvermindering staan in de gemeenschappelijke regeling en in de bijdrageverordening. Er is vooralsnog geen directie relatie met de nieuwe normen voor robuustheid. Daarover kunnen nadere procesafspraken worden gemaakt.

14

Algemene reserve

Het weerstandsvermogen voldoet aan de norm.

15/16/17

Alsnog realiseren van robuustheid

Niet van toepassing.

Score

In 2024 werkt OZHZ verder uit wat nodig is om te voldoen aan de robuustheidscriteria. Dit krijgt een plaats in de hernieuwde Nota bedrijfsvoering (zie hoofdstuk 9),

15

Begrotingsrichtlijnen | 2025

3. Inwerkingtreding Omgevingswet De Omgevingswet treedt 1 januari 2024 in werking. Overheden vormen samen een keten om de taken voor de fysieke leefomgeving uit te voeren, in nauwe samenspraak met inwoners en ondernemers. De Omgevingswet vraagt om een integrale benadering, waarbij aspecten als geluid, lucht en natuur worden betrokken bij omgevingsplannen en vergunningen. OZHZ levert deze disciplines en voert de integrale advisering uit. Wij werken daarbij nauw samen met de Veiligheidsregio en DGJ. Voorbereiden, monitoren en nazorg Het programma Omgevingswet (zie hoofdstuk 3, Ontwikkelaanpak) richt zich op de implementatie van de wet. Het gaat om het aanpassen van systemen en processen, het maken van afspraken met opdrachtgevers, het ontwikkelen van verdiepende kennis en het opdoen van eerste ervaringen. Vanaf 2024 bouwen we het programma af. De focus ligt dan op het verder ontwikkelen van de werkwijze, het monitoren en de nazorg. Doorkijk naar 2025 2024 staat in het teken van het opdoen van eerste ervaringen met de Omgevingswet. Op grond van tussentijdse evaluaties vindt eventueel bijstelling plaats van de werkwijze en/of werkafspraken. In 2024 zal ook blijken of er voor 2025 nieuwe ontwikkelingen zijn door wetswijzigingen, taakoverdracht of jurisprudentie. In 2025 zijn de omgevingsvisies en plannen nog volop in ontwikkeling.

OZHZ adviseert voor de milieuthema's lucht, geluid, externe veiligheid en geur. Op grond van de ervaringen met milieubelastende activiteiten en leges bezien we in 2025 of aanpassing van het beleid nodig is. Zo nodig gaan we in overleg over bijstelling van het budget in het jaarprogramma 2025. Een aantal inhoudelijke onderwerpen vraagt om nadere uitwerking. Het gaat om de rol van gemeenten in de natuurwetgeving, de verplichting om geluidbrondata aan te leveren, lichthinder en het monitoren van luchtkwaliteit in aandachtsgebieden. De financiële effecten zijn relatief gering. Inbedding vraagt om maatwerk per opdrachtgever. Uiteraard streven we ernaar om deze aandachtspunten en eventuele nieuwe inzichten op te vangen binnen de jaarprogramma's 2025. Mocht inpassing in de jaarprogramma's niet mogelijk zijn, dan maken we extra financiële afspraken met u als opdrachtgever.

16

Begrotingsrichtlijnen | 2025

4. Overdracht van bodemtaken Overheidsverantwoordelijkheid ten aanzien van de bodem De overheid draagt zorg voor het belang van de bescherming van de bodem. Deze overheidsverantwoordelijkheid is geregeld in het bodembeschermingsrecht. Dat recht richt zich primair op het voorkomen van bodemverontreiniging, zodat de bodem al haar functionele eigenschappen in voldoende mate kan vervullen. Secundair richt het recht zich op het beheren van verontreinigingen. De Omgevingswet zal dat niet veranderen. Verandering van bevoegd gezag met de Omgevingswet Wat wel verandert is dat onder de Omgevingswet het bevoegd gezag voor bodemsaneringstaken grotendeels overgaat van de provincie naar de gemeenten 1. De onder het oude recht lopende saneringen, nazorgtrajecten en het grondwater blijven onder het bevoegd gezag van de provincie vallen. Deze wijziging brengt geen verandering in de taken die OZHZ blijft uitvoeren op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving.

1

Uitzondering is de gemeente Dordrecht. De gemeente Dordrecht was al bevoegd gezag voor de bodemtaken onder

de Wet bodembescherming.

17

Begrotingsrichtlijnen | 2025

Bodembeleid onder de Omgevingswet Gemeenten krijgen onder de Omgevingswet enige beleidsruimte om een eigen afweging te maken en zo nodig maatwerkregels ten aanzien van het bodembeleid op te stellen. Die gemeentelijke (bodem)regels komen in het omgevingsplan. De huidige bodemkwaliteitskaart en het lokale bodembeleid (Bodembeheernota 2010) zijn meer dan tien jaar oud. De Omgevingswet, grenswaarden voor PFAS, de advieswaarden voor lood, de Wet Basis Registratie Ondergrond en het RUN-Bodem geven aanleiding om het lokale beleid te vernieuwen. In aanloop naar de Omgevingswet is al aan de gemeenten voorgesteld om regiobrede voorbeschermingsregels vast te stellen. De regels zijn in overleg met alle gemeenten opgesteld en in samenwerking tussen OZHZ en de gemeente Dordrecht uitgewerkt. Zodra de Omgevingswet van kracht is, vindt uitwerking plaats van aanvullend regionaal bodembeleid. Toekomst rijksfinanciering nog niet duidelijk Onder de Omgevingswet vindt de financiering van het gemeentelijke bodembeleid plaats via de algemene uitkering uit het Gemeentefonds. Onduidelijk blijft of gemeenten specifieke additionele middelen ontvangen. De gemeenten hebben in hun begroting 2024 budget begroot voor het uitvoeren van de gemeentelijke bodemtaken door OZHZ. Duidelijkheid over eventuele nadere structurele financiering geeft het Rijk nog niet.

Het overleg over de rijksfinanciering vindt plaats tussen het ministerie van I en W, de VNG, IPO en de Unie van Waterschappen. Basisregister Ondergrond (BRO) Gemeenten zijn wettelijk verplicht om bodemdata over specifieke objecten toe te voegen aan het Basisregister Ondergrond (BRO). Vervolgens hebben zij de wettelijke verplichting om het BRO te raadplegen bij het opstellen van omgevingsplannen. OZHZ voert het voeden van het BRO grotendeels uit voor de gemeenten. Daarbij zijn wij sterk afhankelijk van een juiste en volledige aanlevering van de data. Omdat het proces bij de meeste gemeenten niet op orde is, kan OZHZ niet garanderen dat de data in het BRO volledig is. Onzeker is of de regiogemeenten voldoen aan de wettelijke BRO-verplichting. Vanuit pragmatisch oogpunt past OZHZ in 2024 de werkwijze aan, in afstemming met de gemeenten. OZHZ handelt enkel de objecten af waarvan de data al bij OZHZ beschikbaar is. De gemeenten zijn verantwoordelijk voor het afhandelen van de overige objecten. Daarmee blijft het risico dat er geen borging is van de wettelijke verplichting voor gemeenten. OZHZ gaat in 2024 met u als opdrachtgevende gemeente in gesprek over wat nodig is om aan de wettelijke verplichting te voldoen en welke rol OZHZ hierin kan spelen. Het (financieel)

18

Begrotingsrichtlijnen | 2025

effect van de aangescherpte afspraken kan leiden tot aanpassing van de jaarprogramma's 2025. Regionaal Uitvoeringsniveau (RUN) Zoals afgesproken in het AB ontwikkelt OZHZ een 'regionaal uitvoeringsniveau bodem': het RUNbodem. Het uitvoeringsniveau borgt een eenduidige regionale werkwijze. Met het RUN-bodem is in de pré-Omgevingswet-jaren al geoefend en getest. Onder vigeur van de Omgevingswet past OZHZ dit in eerste aanleg toe als pilot, om uiteindelijk risicogericht toezicht uit te kunnen oefenen. Daarnaast brengt OZHZ de financiële consequenties in kaart. Op grond hiervan gaan we met u als opdrachtgever in gesprek over de ramingen in het jaarprogramma 2025.

19

Begrotingsrichtlijnen | 2025

5. Zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) zijn gevaarlijke stoffen voor mens en milieu. Negatieve effecten doen zich zowel op korte als op lange termijn voor. De actuele ontwikkelingen rondom de PFOA-emissies van Chemours krijgen inmiddels op regionaal, provinciaal en landelijk niveau veel bestuurlijke en maatschappelijke aandacht. Ook kunt u in dit verband denken aan de uitstoot van benzeen bij de asfaltcentrales of buiten ons beheersgebied - de (lucht)emissies van het bedrijf Tata Steel. We verwachten dat er een toename zal ontstaan van vragen over informatie en inzichten van de (ZZS-)emissies van andere bedrijven in ons werkgebied. Verplichte inventarisatie (potentiële) ZZS De vele soorten stoffen en verschillende bronnen maken ZZS tot een ingewikkeld vraagstuk. Dit neemt niet weg dat bedrijven moeten inventariseren welke ZZS zij (potentieel) gebruiken. Waar nodig wordt aan de hand van deze inventarisatie actie van het bedrijf gevraagd om de emissie naar het milieu te voorkomen. Inzet OZHZ OZHZ investeert op het thema ZZS. Zo zijn de (milieu)vergunningen van grotere afvalverwerkers aangepast. Bovendien beoordelen we de door deze bedrijven uitgevoerde inventarisaties en voorgestelde maatregelen. Ook hebben we software aangeschaft waarmee we efficiënt informatie over ZZS kunnen ontsluiten. Onze inzet breidt zich de komende tijd uit.

Inmiddels wordt in verschillende branches geïntervenieerd en hebben we een keuze gemaakt op welke branches we verder programmatisch - willen inzetten. We investeren in nieuwe kennis, werken samen in provinciaal verband en nemen deel aan de landelijke 'Try-out ZZS'. We streven ernaar om deze inzet binnen de geraamde jaarprogramma's in te passen. Het Bestuurlijk Omgevingsberaad geeft daarnaast de ZZS een prominente plek in het impulsprogramma Chemische stoffen.

20

Begrotingsrichtlijnen | 2025

6. Stikstof en soortenbescherming Stikstofproblematiek is uitdaging voor vergunningverlening en toezicht Te veel uitstoot van stikstofverbindingen, zoals ammoniak, is negatief voor ecosystemen, biodiversiteit en luchtkwaliteit. Het is vooral van invloed op de biodiversiteit in Natura 2000gebieden. De stikstofproblematiek en de uitspraak van de Raad van State leiden tot uitdagingen op het gebied van vergunningverlening en toezicht. Dit geldt met name bij landbouw, industrie en bouw. Verdeling bevoegd gezag gemeenten en provincie Veel activiteiten die stikstofuitstoot veroorzaken vereisen een vergunning voor een Natura 2000-activiteit. De provincie Zuid-Holland behandelt enkelvoudige aanvragen. De gemeente is bevoegd gezag voor gecombineerde vergunningaanvraag milieu en/of bouw, met een Natura 2000-activiteit. De provincie dient dan wel voor het onderdeel Natura 2000activiteit in te stemmen via een advies met instemming. Complexiteit toezicht Om vergunningen te verkrijgen zijn bepaalde mitigatiemaatregelen vaak verplicht voor bedrijven en projectontwikkelaars. Dit kunnen bijvoorbeeld maatregelen zijn om de uitstoot te verminderen, zoals het gebruik van schonere technologieën. Dit zorgt ervoor dat het toezicht op deze afgegeven vergunningen complex is en vergt samenwerking tussen verschillende taakvelden binnen OZHZ maar ook met ketenpartners.

Verlaging uitstoot stikstof In Nederland komt teveel stikstof in het water en de bodem terecht. Dit is schadelijk voor de natuur, water- en bodemkwaliteit en gezondheid van de mens. Daarom moet de stikstofuitstoot omlaag. De overheid neemt hiervoor maatregelen in de landbouw, industrie, bouw, verkeer en vervoer, en investeert in natuurherstel. In de Wet stikstofreductie en natuurverbetering is opgenomen dat in 2035 tenminste 74% van de ‘kritische depositiewaarden’ (KDW) niet meer wordt overschreden. Boven deze grens is er namelijk een risico voor de kwaliteit van leefgebieden van dieren en planten. Met als gevolg dat er dier- en plantensoorten verdwijnen en ecosystemen ontregeld raken. Daarnaast werken het Rijk, de provincies en andere betrokkenen samen aan een gebiedsgerichte aanpak om de natuur te herstellen.

21

Begrotingsrichtlijnen | 2025

Gevolgen werkzaamheden OZHZ Sinds het vervallen van het Programma Aanpak Stikstof (PAS) richt een werkgroep zich op de gevolgen van de stikstofuitspraken en -beleidsontwikkelingen voor de werkzaamheden van OZHZ. Dat betreft dan vooral vergunningverlening en juridisch advies in het kader van de Wabo. Voor de groene handhaving zijn er andere procedures en overleggen en werkt OZHZ nauw samen met de Omgevingsdienst Haaglanden vanwege de vergunningverlenende taak van deze dienst, in het kader van de Wet natuurbescherming. Het thema stikstof raakt de grotere opgaven van gemeenten, zoals woningbouw en economische ontwikkelingen. OZHZ adviseert de gemeenten door middel van nieuwsberichten over de actualiteiten op het gebied van stikstof en bij vragen. Bijvoorbeeld door het opstellen van het beoordelingskader woningbouw, waarmee men snel kan bepalen of er voor een woningbouwproject een stikstofberekening nodig is.

Soortenbescherming Ook op het gebied van soortenbescherming was er een belangrijke uitspraak van de Raad van State (augustus 2023). Bij isolatiewerkzaamheden moet de eigenaar voldoende rekening

22

Begrotingsrichtlijnen | 2025

houden met de eventuele aanwezigheid van vleermuizen in spouwmuren. Wettelijk kader is de zorgplicht in de Wet natuurbescherming. Dit kan zorgen voor spanning met de doelstelling om woningen en andere gebouwen snel te verduurzamen. De uitspraak van de Raad van State is een extra stimulans voor gemeenten om soortenmanagementplannen (SMP's) op te stellen. Particulieren kunnen hier dan gebruik van maken. Ook de landelijke politiek stuurt aan op het maken van SMP's. Het verkrijgen van een gebiedsgerichte ontheffing van een SMP is een traject van circa anderhalf tot drie jaar. In de tussenliggende periode kan een pre-SMP uitkomst bieden. Er vindt dan isolatie plaats op een vleermuisvriendelijke manier. OZHZ denkt mee met de vergunningverlener (omgevingsdienst Haaglanden) over de voorschriften in de SMP's. De groene inspecteurs van OZHZ controleren op de toepassing van de (pre-)SMP's. De aandacht gaat met name uit naar isolatiebedrijven die hun werk op oude voet voortzetten en dus geen rekening houden met de potentiële aanwezigheid van vleermuizen.

23

Begrotingsrichtlijnen | 2025

7. Energieagenda Aanpak in de Energie-agenda De energiebesparingsplicht stelt dat bedrijven en instellingen alle energiebesparende maatregelen moeten uitvoeren, met een terugverdientijd van vijf jaar of minder. Via de informatieplicht rapporteren zij over de genomen energiebesparende maatregelen. De gemeentelijke besparingsdoelen liggen vast in de Regionale Energiestrategieën (RES'en). Het bevoegd gezag berust bij de gemeenten en provincies. De gemeenten en provincies zijn daarmee ook belast met het toezicht op en de handhaving van deze verplichtingen. Sinds 2021 voert OZHZ deze taken uit voor alle opdrachtgevers in een collectieve aanpak; de Eagenda. De E-agenda bestaat uit toezicht op de verplichting voor bedrijven tot energiebesparing én het stimuleren van bedrijven tot actie in de energietransitie. De aanpak is een slimme combinatie van én toezicht én stimuleren om zo efficiënt mogelijk naar de energiedoelen toe te werken. Per 1 juli 2023 is toezicht en handhaving op de energiebesparings- en informatieplicht onderdeel van het basistakenpakket van omgevingsdiensten. Het toezicht op energiebesparing is daarmee een structurele taak. Financiering op incidentele basis maakt ons afhankelijk van externe inhuurkrachten. Dit maakt de inzet kwetsbaar en kostbaarder. OZHZ vraagt daarom om de financiering van deze taak structureel te maken.

Sinds januari 2023 is daar voor meerdere opdrachtgevers ook de uitvoering van het toezicht en handhaving op energielabel C voor kantoorgebouwen bijgekomen, een verplichting op grond van de bouwregelgeving. Financiering E-agenda Om de mix van toezicht en stimulans optimaal te maken is in totaal circa € 1,5 mln. nodig. Dat is inclusief het toezicht op label-C voor kantoren. De opdrachtgevers hebben nog niet het gehele benodigde bedrag structureel beschikbaar gesteld. Nadere invulling van het programma en de benodigde middelen krijgt gestalte bij het opstellen van jaarprogramma's 2024. Extra Rijksmiddelen Om de energiebesparingsdoelstelling kracht bij te zetten stelt het rijk € 56 mln. beschikbaar in een SPUK-subsidie, voor additioneel toezicht op energiebesparing. De subsidie is niet voor huidige werkzaamheden en mag geen huidige budgetten vervangen. Voor OZHZ gaat het om € 270.000 per jaar in 2024, en € 210.000 per jaar in 2025 en 2026.

24

Begrotingsrichtlijnen | 2025

Voor OZHZ betekent dit het herijken en uitbreiden van de huidige E-agenda, omdat de energiebesparingsplicht per 1 januari 2023 is uitgebreid en aangescherpt en er meer bedrijven onder vallen. De subsidie is daarom vooral bestemd om controles op deze extra bedrijven te financieren. Doorkijk E-agenda naar 2025 Op dit moment krijgen we de regionale doelstellingen (van bijvoorbeeld 2030) nog niet gerealiseerd. Een verdere intensivering is noodzakelijk. We blijven het instrumentarium van de E-agenda verder ontwikkelen om nog een betere aansluiting te hebben bij de behoeften van gemeenten en bedrijven. In samenspraak met de gemeenten bezien we of we de E-agenda flexibeler in kunnen zetten met meer maatwerk.

25

Begrotingsrichtlijnen | 2025

8. Bouwopgave Bouwopgave Het woningtekort stijgt in 2023 van 3,9% naar 4,8%. Dit blijkt uit de Primos-prognose 2023 van ABF Research. Daarmee wordt de woningbouwopgave nog hoger dan al gedacht. Deze stijging komt voor meer dan de helft door extra bevolkingsgroei door migratie. Daarnaast speelt de zogenoemde huishoudverdunning en ouderen die langer thuis wonen een rol. De prognose is dat tot en met 2030 in totaal 981.000 woningen nodig zijn. Daarom is het volgens de minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening nodig om met meer tempo en meer regie, meer betaalbare huizen te bouwen. Dat is niet eenvoudig omdat woningbouwlocaties door ruimtelijke uitdagingen niet voor het oprapen liggen. Denk daarbij ook aan de Wet natuurbescherming op het gebied van soortenbescherming, stikstof en de beleidslijn water- en bodem sturend. Verder zijn materialen schaars en duur, is er krapte op de arbeidsmarkt en is de rente fors gestegen. Ook zijn er uitdagingen op het gebied van energie, circulariteit en klimaatadaptatie. Regionale Woondeals De woningbouwopgave is per regio opgedeeld in regionale Woondeals. Met de woondeal Samenwerkende regio’s Zuidelijk Zuid-Holland is een opgave van ruim 20.000 woningen gemoeid. In de Drechtsteden is de ambitie hoger om zo ook een Sociaal-Economische Schaalsprong te realiseren.

Aan de 35 woondeals zit de verplichting verbonden dat regionale versnellingstafels worden gevormd. In de Drechtseden wordt hier invulling aan gegeven door het oprichten van een regionale bouwtafel, waar de versnellingstafel onderdeel van uitmaakt. In deze 'Bouwtafel Smart Delta Drechtsteden' werken marktpartijen, onderwijs en overheid samen aan de bouwopgave in de Drechtsteden. OZHZ is aangesloten bij deze bouwtafel.

26

Begrotingsrichtlijnen | 2025

Bijdrage OZHZ OZHZ draagt bij aan de bouwopgave door deelname aan Omgevingstafels, het verlenen van vergunningen, het houden van toezicht, handhaven waar nodig en het vertegenwoordigen van het college bij bezwaar en beroep. Ook adviseert OZHZ aan de voorkant bijvoorbeeld door het uitvoeren van omgevingsscans voor potentiële woningbouwlocaties en het uitbrengen van advies voor omgevingsplannen. ABF Research verwacht een dip in de woningbouwproductie de komende twee jaar. Maar verwacht dat die dip meer dan gecompenseerd wordt in de jaren daarna. De uitdaging is om de capaciteit bij gemeenten en OZHZ ondanks de verwachte dip zodanig beschikbaar te houden dat de noodzakelijke woningbouw gerealiseerd kan worden. Voor OZHZ geldt dat we de beschikbare capaciteit goed in kunnen zetten voor het meerwerk dat voortvloeit uit de stelselwijziging Omgevingswet en Wkb. We zien in het lopende jaar (2023) al een toename van klachten, meldingen en handhavingsverzoeken ten opzichte van de prognose. Onder de Wkb verwachten we dat dit verder toeneemt. Daarnaast wordt het afhandelen van de melding bedrijfsmatige asbestsloop een wettelijke basistaak. Dit betekent dat OZHZ vanaf 2024 alle meldingen hiervoor in Zuid-Holland Zuid behandelt. Tot slot zien we door krapte op de arbeidsmarkt dat gemeenten voor de uitvoering van diverse (kleine) taken steeds vaker OZHZ benadert.

Denk bijvoorbeeld aan de opkoopbescherming vanuit de huisvestingverordening. Wkb Gelijktijdig met de Omgevingswet treedt in 2024 de Wkb in werking. Door de Wkb verandert de rol van gemeenten tijdens het bouwproces. Er komt meer nadruk te liggen op toezicht en minder op het toetsen van aanvragen. Het bevoegd gezag verleent nog vergunning voor de ruimtelijke aspecten. Voor de bouwtechnische aspecten ontvangt het bevoegd gezag een melding van de initiatiefnemer.

27

Begrotingsrichtlijnen | 2025

Financieel effect De Wkb treedt op 1 januari 2024 voor nieuwbouw gevolgklasse 1 in werking. Per 1 juli 2024 komt daar ook verbouw in gevolgklasse 1 bij. De verwachte financiële effecten van de Wkb zijn: •

Meer inzet vanuit toezicht omdat het bevoegd gezag taken krijgt voor bouwactiviteiten waarop dit moment volgens VTH-beleid geen geprogrammeerd toezicht wordt gehouden. Denk aan het behandelen van de bouwmelding, het acteren op signalen van de kwaliteitsborger en/of derden en het behandelen van de gereedmelding.

•

Lagere legesinkomsten voor de gemeente.

•

Na de start van de Wkb is toezicht nodig op de lopende trajecten (oude regime), terwijl de leges al in het jaar/de jaren voorafgaand aan de Wkb geïnd zijn.

De Wkb zal in eerste instantie leiden tot meer benodigde capaciteit bij OZHZ. In een later stadium, als gevolgklasse 2 en 3 onder de wet gaan vallen, neemt de benodigde capaciteit bij OZHZ naar verwachting af. OZHZ adviseert gemeenten om een deel van de legesinkomsten te reserveren voor het houden van toezicht op lopende trajecten (oude regime). De verwachte financiële effecten van de Wkb monitoren wij samen met de gemeenten in 2024. Voor 2025 kan dan een goede inschatting worden gemaakt van de benodigde capaciteit. De komende jaren blijft er sprake van voortschrijdend inzicht; met name op het moment dat de gevolgklassen 2 en 3 onder de wet gaan vallen.

28

Begrotingsrichtlijnen | 2025

9. Uitdagingen in de bedrijfsvoering Veranderende omgeving leidt tot groei en meer complexiteit in een krappe arbeidsmarkt De bestuurlijke en maatschappelijke ontwikkelingen vragen verandering van taakinvulling, rol, cultuur en processen. De Omgevingswet gaat bijvoorbeeld uit van een meer integrale benadering van vraagstukken en van meer maatwerkoplossingen. De energiebesparingsplicht vraagt om een goed evenwicht tussen het adviseren en het uitoefenen van toezicht. Ook bij de woonopgave in de regio komen vergunningverlening, ruimtelijke ordening, natuurwetgeving en stikstof steeds nadrukkelijker samen. Het rijksbrede traject ter verbetering van het VTH-stelsel vraagt om een intensivering op het gebied van expertiseopbouw en informatiehuishouding. Door de toenemende complexiteit van het werk, nieuwe wettelijke taken en specifieke opgaven van deelnemers groeit de organisatie. Op dit moment bedraagt de formatie circa 275 FTE. Dit is een stijging van 20 FTE ten opzichte van 2022. De taakuitbreiding heeft voornamelijk betrekking op de integrale advisering, energiebesparing, vergunningverlening bouw en het groene toezicht. De flexibele formatie zorgt ervoor dat inkrimping bij eventuele bezuinigingen (zie hoofdstuk 1) relatief eenvoudig te realiseren is. De huidige bezetting bedraagt overigens circa 240 FTE.

De maatschappelijke opgaven gaan gepaard met een grote krapte op de arbeidsmarkt. We zien landelijk een tekort aan ervaren personeel. Dit speelt inmiddels op alle fronten; van bouwkundig personeel (vergunningverleners, constructeurs, toezichthouders), milieuspecialisten (bijvoorbeeld voor externe veiligheid, lucht en geluid) tot ICT adviseurs. Marktpartijen en andere overheden benaderen onze medewerkers en bieden zeer hoge salarissen. De CAO SGO gaat vertraagd in werking ten opzichte van andere overheden. De huidige arbeidsmarkt leidt direct tot krapte op de inhuurmarkt en hoge tarieven. De normale inhuurbuffer bij vacatures komt daarbij onder druk te staan. Werving en boeien en binden van medewerkers OZHZ is zeer actief in het werven van nieuwe medewerkers. Waar mogelijk werken we samen met andere omgevingsdiensten, zoals bij de gezamenlijke werving van trainees en het programma dat zij doorlopen. In 2023 zijn circa 34 medewerkers ingestroomd. Daar staat een uitstroom tegenover van circa 40 FTE. Met genoemde wervings- en opleidingsinspanning doen we er alles aan om al het werk op het afgesproken kwaliteitsniveau uit te voeren, binnen de wettelijke termijnen. Ondanks dat zijn sommige functies kwetsbaar bij uitval of vertrek van medewerkers of bij pieken in het werkaanbod.

29

Begrotingsrichtlijnen | 2025

Meer fundamentele oplossingen zijn nodig om medewerkers verder te boeien en binden aan de organisatie; bijvoorbeeld verruiming van de mogelijkheden tot ontplooiing en groei. Digitoegankelijkheid en beter benutten van data Maatschappelijke ontwikkelingen en wettelijke regelingen zoals de Wet open overheid vragen om steeds meer publieke informatie en inzicht in de besluitvorming van de overheid. Ook de Omgevingswet vereist dat applicaties, processen en documenten duurzaam toegankelijk zijn. OZHZ schoont momenteel de archieven op. In het verlengde werken we uit hoe we willen omgaan met de informatie uit de archieven (geheel of gedeeltelijk digitaliseren), maar ook hoe we de data in de toekomst het beste kunnen gaan opslaan. Belangrijk is dat we de data-toegankelijkheid en de kwaliteit van de data optimaliseren. Door de vorming van de unit Data & ICT (hoofdstuk 3) verankeren we de strategische en tactische sturing op, en operationele uitvoeringskracht van, data en ICT. En gaat data concreet waarde toevoegen aan de producten van OZHZ. Zie ook de nieuwe nota VTH (hoofdstuk 3). Uitgangspunten van de werkwijze zijn: risicogericht, datagestuurd en een ketenaanpak. Ook bij de Omgevingswet en de wettelijke energiebesparingsplicht neemt het belang van data toe.

Herziening bedrijfsvoering Samenvattend hebben de economische, bestuurlijke en maatschappelijke ontwikkelingen een grote impact op de bedrijfsvoering van OZHZ. De organisatie bereidt zich voor op nieuwe taken, het werk wordt complexer en er vindt een verdere digitalisering plaats van processen. Het aantrekken, boeien en binden van goede medewerkers is essentieel, in een zeer krappe arbeidsmarkt. Dit vereist een veel grotere inzet van menskracht en middelen dan voorheen. OZHZ blijft de bedrijfsvoering herzien om effectief in te spelen op genoemde ontwikkelingen. Eerste stap is de vorming van een unit Data & ICT. Maar we moeten ook kritisch kijken naar de mogelijkheden in ons financieringsmodel om de noodzakelijke opbouw van expertise (zie hoofdstuk 2 robuustheid), het inwerken van nieuwe medewerkers en het inregelen van nieuwe taken te faciliteren. Ook het verminderen van de administratieve lastendruk heeft hoge prioriteit. Dit heeft effect op de indicatoren van de nota bedrijfsvoering. Voorbeelden zijn de productiviteit, overhead, flexibele capaciteit en de tariefstructuur.

30

Begrotingsrichtlijnen | 2025

Vanuit de landelijke robuustheidscriteria voor omgevingsdiensten kan worden gedacht aan de kpi's over innovatie, opleidingen en business intelligence. OZHZ legt in de loop van 2024 voorstellen tot bijstelling voor aan het bestuur. Een verdere reductie van de administratieve lasten is zo urgent dat OZHZ onderstaande acties al doorvoert bij de offertetaken en jaarprogramma's 2024 van de gemeenten. Naast de financiële afhandeling vereenvoudigt dit vooral het tijdschrijven van een grote groep medewerkers (circa 200). •

De inzet voor bodemtoetsen bouw voegen we toe aan het jaarprogramma. De vaste stuksprijs en aparte facturatie per aanvraag komt te vervallen. Dit scheelt de administratieve afhandeling van circa 1.000 individuele zaken.

•

Er komen geen jaaroffertes meer voor reguliere VTH-werkzaamheden die óók een plek hebben in het jaarprogramma's: alle uren die OZHZ maakt voor reguliere producten in de jaarprogramma's, komen ook ten laste van de jaarprogramma's.

•

Ad hoc-vragen en advies-vragen die niet direct worden doorbelast (bijvoorbeeld bij grondexploitaties), komen voortaan ten laste van het jaarprogramma en dus niet meer via een offerte. Alleen als een ad hoc-vraag dusdanig complex is dat deze naar verwachting meer dan 30 uur inzet zal vergen, wordt een apart project (offerte) aangemaakt en wordt er apart op verantwoord, als de opdrachtgever dit wenst.

•

Advies-uren voor specifieke projecten waarop opdrachtgevers doorbelasten, worden afzonderlijk verantwoord en gefactureerd; mits het meer dan 10 uur betreft.

Randvoorwaarde is dat er geen hogere administratieve lastendruk ontstaat bij de gemeenten. Bij de bespreking van de jaarprogramma's 2024 vullen we de genoemde verbeteringen op maat in bij de gemeenten.

31

Begrotingsrichtlijnen | 2025

32

Begrotingsrichtlijnen | 2025

Bijlage 1: Financiële en beheersmatige kaders 1. Indexering De bijdrageverordening van OZHZ stelt dat de door de opdrachtgevers beschikbare budgetten jaarlijks worden gecorrigeerd voor loon- en prijsontwikkelingen. In regionaal verband is besloten om hiervoor de loon- en prijsindex voor de overheidsconsumptie te hanteren, zoals kenbaar wordt gemaakt in de septembercirculaire (t-2) van het Gemeentefonds. Daarbij wordt uitgegaan van een looncomponent van 70% en een materiële component van 30%. Gezien de bijzondere situatie waar we ons nu in bevinden, met aanzienlijke loon- en prijsontwikkelingen, die de gehanteerde indexen te boven gaan, en de noodzakelijke onttrekking aan het weerstandsvermogen is er voor gekozen om eveneens het jaar 2024 te herzien. OZHZ heeft in de tarieven 2024 rekening gehouden met een fors lagere loonontwikkeling (3,9%) ten opzichte van de loonontwikkeling uit de Septembercirculaire 2023 (6,3%). Ook de inflatie voor de prijsontwikkeling blijft hoger dan gemiddeld. De verwachte inflatie voor de prijsontwikkeling 2024 bedraagt 3,5%, op basis van de Septembercirculaire 2023. In het tarief 2024 is nog uitgegaan van een inflatie van 2,4%. Voor 2025 gaat de Septembercirculaire 2023 uit van een loonontwikkeling van 5,4% en een prijsontwikkeling van 1,6%. Dit betekent een gewogen gemiddelde stijging van 4,3% voor 2025.

De loon- en prijsontwikkeling in 2024 en 2025 leidt tot een verhoging van de tarieven van 2,0% in 2024 en 4,3% in 2025. Dit betekent een correctie op het eerdere vastgestelde tarief 2024. OZHZ merkt op dat, gezien de enorme onstabiele en grillige situatie waar we mee te maken hebben, de loon- en prijsontwikkelingen de komende periode aan verandering onderhevig zullen blijven. Hierdoor kunnen mogelijke aanpassingen niet worden uitgesloten. Het voorstel is als volgt: a. Het uurtarief 2024 aanvullend te indexeren met 2%. Het uurtarief 2024 komt daarmee uit op € 107,87. b. De budgetten wettelijke taken (jaarprogramma’s) en inwonerbijdrage 2024 aanvullend te indexeren met 2,0%. c. De budgetten wettelijke taken (jaarprogramma’s), inwonerbijdrage én tarieven 2025 te indexeren met 4,3%. d. Het uurtarief 2025 vast te stellen op € 112,46. e. Indien opdrachtgevers hun jaarprogramma niet of met een lager percentage indexeren, dit te beschouwen als een volumetaakstelling waarop de frictiebepaling van de bijdrageverordening OZHZ van toepassing is.

33

Begrotingsrichtlijnen | 2025

2. Inwonerbijdrage De inwonerbijdrage is een lumpsumbudget en kan worden beschouwd als een algemeen dekkingsmiddel. Vanuit de inwonerbijdrage wordt een deel van de overhead gedekt en algemene activiteiten van inspecteurs, vergunningverleners en adviseurs die ten goede komen aan alle deelnemers. Voorbeelden zijn het relatiebeheer, kwaliteitszorg, de voortgangsrapportages en de organisatie van de wachtdienst. De verdeling van de inwonerbijdrage over de gemeenten gebeurt op grond van het aantal inwoners en wordt jaarlijks geïndexeerd. Het voorstel is de inwonerbijdrage 2024 aanvullend te indexeren met 2%. De inwonerbijdrage 2024 komt daarmee uit op € 2.508.555 in plaats van de oorspronkelijke € 2.462.593. Na de indexering 2025 (4,3%) komt de inwonerbijdrage 2025 uit op € 2.615.419. Het voorstel is om de inwonerbijdrage voor 2025 per opdrachtgever vast te stellen conform onderstaande verdeling. Gemeente

Inwoners

%

2024*

2024**

2025

Alblasserdam

20.165

4%

77.307

78.750

82.105

Dordrecht

119.284

26%

457.064

465.595

485.429

Gorinchem

37.022

8%

141.301

143.938

150.070

Hardinxveld-Giessendam

18.295

4%

69.534

70.832

73.849

Hendrik Ido Ambacht

31.202

7%

119.283

121.510

126.686

Hoeksche Waard

87.401

19%

333.805

340.035

354.521

Molenlanden

43.909

10%

168.944

172.097

179.428

Papendrecht

32.136

7%

124.384

126.705

132.103

Sliedrecht

25.220

5%

96.401

98.201

102.384

Zwijndrecht

44.737

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13625069/1