Bijlage bij nr. 5 - Centrumgebied, Graaf Willemlaan ontwerp 1 - nw
Tekst van het document
1.32 voorgevel de gevel van het hoofdgebouw die door zijn aard, functie, constructie of uitstraling als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt.
Rho adviseurs voor leefruimte
20191034.001
64
1.33 voorgevellijn een lijn, welke zoveel mogelijk aansluit aan de ligging van de oorspronkelijke voorgevels van de hoofdgebouwen. 1.34 waterdak een dak met een waterbergende functie. 1.35 woning een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvestiging van een afzonderlijk huishouden.
Rho adviseurs voor leefruimte
20191034.001
65
Artikel 2
Wijze van meten
Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 afstand de afstand tussen bouwwerken onderling en de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstanden het kleinst zijn. 2.2 bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.3 breedte, lengte en diepte van een gebouw tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidingsmuren. 2.4 goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.5 inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.6 oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.7 vloeroppervlakte de gebruiksoppervlakte volgens NEN2580. 2.8 hoogte van de eerste bouwlaag wordt gemeten van 0,3 meter boven de vloer van de eerste verdieping boven het maaiveld van het (hoofd)gebouw.
Rho adviseurs voor leefruimte
20191034.001
66
Rho adviseurs voor leefruimte
20191034.001
67
Hoofdstuk 2
Artikel 3
Bestemmingsregels
Groen
3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groen, water, speelvoorzieningen, voet- en fietspaden, waterhuishoudkundige voorzieningen en vlonders; b. bij deze bestemming behorende nutsvoorzieningen. 3.2 Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 10 m.
Rho adviseurs voor leefruimte
20191034.001
68
Artikel 4
Verkeer
4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen met ten hoogste 2 x 1 doorgaande rijstrook, alsmede opstelstroken, busstroken, voet- en fietspaden; b. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals straatmeubilair, groen, parkeervoorzieningen, nutsvoorzieningen, reclame-uitingen en water. 4.2 Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan ten behoeve van de verkeersregeling, de wegaanduiding of de verlichting, bedraagt ten hoogste 10 m.
Rho adviseurs voor leefruimte
20191034.001
69
Artikel 5
Verkeer - Verblijfsgebied
5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. verblijfsgebied met een functie voor verblijf, verplaatsing en gebruik ten dienste van de aangrenzende bestemmingen; b. terrassen behorende bij de op aangrenzende gronden gelegen horecavoorzieningen; c. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen, straatmeubilair, parkeervoorzieningen, nutsvoorzieningen, reclame-uitingen, terrasschermen en water. 5.2 Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan ten behoeve van de verkeersregeling, de wegaanduiding of de verlichting, bedraagt ten hoogste 10 m.
Rho adviseurs voor leefruimte
20191034.001
70
Artikel 6
Woongebied
6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Woongebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woningen; b. tuinen en erven; c. wegen, straten, en paden, met hoofdzakelijk een verblijfsfunctie; wegen sluiten haaks op elkaar aan; d. voet- en rijwielpaden; e. parkeervoorzieningen; f. sport- en speelvoorzieningen; g. straatmeubilair, waaronder kunstwerken; h. groenvoorzieningen; i. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; j. nutsvoorzieningen; k. ter plaatse van de aanduiding 'gemengd': tevens voor dienstverlening en praktijkruimte op de begane grond met een maximum bruto vloeroppervlakte van 250 m2; l. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 1' is een kas toegestaan. 6.2 Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: 6.2.1 PM
Voorwaardelijke verplichting groenvoorzieningen
6.2.2 PM
Voorwaardelijke verplichting voorkomen wateroverlast
6.2.3 PM
Voorwaardelijke verplichting verharding
6.2.4 PM
Voorwaardelijke verplichting hittestress
6.2.5 Voorwaardelijke verplichting natuurvriendelijk bouwen Op de gronden met de bestemming 'Woongebied' is het bebouwen van de gronden slechts toegestaan indien per gebouw tenminste 1 hoogwaardige habitat voor gebouwbewonende soorten wordt gerealiseerd. 6.2.6 Woningen a. woningen worden binnen het bouwvlak gebouwd; b. de bouwhoogte van woningen bedraagt ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' aangegeven bouwhoogte; c. de bouwhoogte van woningen bedraagt ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' aangegeven bouwhoogte; d. parkeervoorzieningen zijn tevens (half-)verdiept toegestaan; e. de beganegrondvloer van een woning moet minimaal 30 cm hoger dan de hoogte van de weg. 6.2.7 Kas Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 1' is een kas toegstaan met een maximum bouwhoogte van 6 meter.
Rho adviseurs voor leefruimte
20191034.001
71
6.2.8 Bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde a. de bouwhoogte van erfafscheidingen, voor zover gelegen vóór de voorgevelrooilijn of op een afstand van 1 m of minder van openbaar toegankelijk gebied, bedraagt ten hoogste 1 m; b. de bouwhoogte van erfafscheidingen elders bedraagt ten hoogste 3,2 m; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m. 6.3 Specifieke gebruiksregels 6.3.1 Aan-huis-gebonden beroep of bedrijf Binnen deze bestemming is de uitoefening van een aan-huis-gebonden beroep of bedrijf in maximaal milieucategorie 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten toegestaan als ondergeschikte activiteit bij de woonfunctie, waarbij de volgende regels van toepassing zijn: a. de omvang van de activiteit bedraagt ten hoogste 25% van de gezamenlijke vloeroppervlakte van de (woon)bebouwing tot een maximum van 40 m²; b. het gebruik geen nadelige invloed heeft op de normale afwikkeling van het verkeer en geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaakt; c. het gebruik geen onevenredige hinder voor het woonmilieu oplevert en geen afbreuk doet aan het woonkarakter van de omgeving; d. er geen bedrijfsmatige activiteiten plaatsvinden die betrekking hebben op het onderhouden en repareren van motorvoertuigen; e.
het gebruik niet gepaard gaat met horeca en detailhandel, uitgezonderd beperkte verkoop die ondergeschikt is aan het uitoefenen van het aan huisverbonden beroep; f. de woning er als woning uit blijft zien (reclame-uitingen aan o.a. gevel en dak(rand) zijn niet toegestaan); g. de activiteit wordt uitgeoefend door de bewoner. 6.3.2 Woningdifferentiatie Binnen deze bestemming dient ten minste 30% van het totaal aantal woningen gerealiseerd te worden in de categorie sociale huur- of koopwoningen. 6.3.3 Strijdig gebruik Tot een gebruik van gronden en bouwwerken strijdig met de bestemming wordt in ieder geval gerekend: a. het in gebruik hebben van een bouwwerk op een bouwperceel dat niet minimaal PM mm regenval water vasthoudt gedurende 24 uur. b. het in gebruik hebben van een woning dat minder dan 30 cm hoger ligt dan de hoogte van de weg.
Rho adviseurs voor leefruimte
20191034.001
72
Artikel 7
Waarde - Archeologie 4
7.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 4' aangewezen gronden zijn – behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) – mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden. 7.2 Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen ten behoeve van de in lid 7.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met een bouwhoogte van ten hoogste 3 m; b. ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag – met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels – uitsluitend worden gebouwd, indien: 1. de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het bouwen een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; 2. de betrokken archeologische waarden, gelet op dit rapport, door de bouwactiviteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voor het bouwen voorschriften en beperkingen te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische resten in de bodem, het doen van opgravingen dan wel het begeleiden van de bouwactiviteiten door een archeologische deskundige; c.
het bepaalde in dit lid onder b.1 en b.2 is niet van toepassing, indien het bouwplan betrekking heeft op één of meer van de volgende activiteiten of bouwwerken: 1. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; 2. een bouwwerk met een oppervlakte van ten hoogste 2.500 m²; 3. een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 50 cm en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst. 7.3 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van lid 7.2 onder b, ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) – met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels – , indien: a. de aanvrager van de omgevingsvergunning (voor het bouwen) een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld; b.
de betrokken archeologische waarden, gelet op dit rapport, door de bouwactiviteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning (voor het bouwen) regels te verbinden, gericht op het behoud van archeologische resten in de bodem, het doen van opgravingen dan wel het begeleiden van de bouwactiviteiten door een archeologisch deskundige; c. de bij de betrokken bestemming behorende bouwregels in acht worden genomen. 7.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.4.1 Verboden zonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Waarde - Archeologie 4 zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren:
Rho adviseurs voor leefruimte
20191034.001
73
a.
b. c. d. e.
het uitvoeren van grondbewerkingen op een grotere diepte of hoogte dan 50 cm, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op een of ander wijze indrijven van voorwerpen; het verlagen of verhogen van het waterpeil; het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.
7.4.2 Uitzonderingen op het verbod Het verbod van lid 7.4.1 is niet van toepassing, indien de werken en werkzaamheden: a. noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarbij lid 7.2 in acht is genomen; b. een oppervlakte beslaan van ten hoogste 2.500 m²; c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan; d. ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. 7.4.3 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning De werken en werkzaamheden, zoals in lid 7.4.1 bedoeld, zijn slechts toelaatbaar, indien de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden aan de hand van nader archeologisch onderzoek kan aantonen dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn. Voorts zijn de werken en werkzaamheden toelaatbaar, indien: a. de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; b.
de betrokken archeologische waarden, gelet op dit rapport, door de activiteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden voorschriften en beperkingen te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische resten in de bodem, het doen van opgravingen dan wel het begeleiden van de bouwactiviteiten door een archeologische deskundige.
Rho adviseurs voor leefruimte
20191034.001
74
Rho adviseurs voor leefruimte
20191034.001
75
Hoofdstuk 3
Artikel 8
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Rho adviseurs voor leefruimte
20191034.001
76
Artikel 9
Algemene bouwregels
9.1 Overschrijding bouwgrenzen De bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, mogen in afwijking van aanduidingen, aanduidingsgrenzen en regels worden overschreden door: a.
b.
tot gebouwen behorende stoepen, stoeptreden, trappen(huizen), galerijen, hellingbanen, balkons, entreeportalen, veranda's, afdaken, liften en installaties, mits de overschrijding ten hoogste 2,5 m bedraagt; andere ondergeschikte onderdelen van gebouwen, mits de overschrijding ten hoogste 1,5 m bedraagt.
Rho adviseurs voor leefruimte
20191034.001
77
Artikel 10
Algemene gebruiksregels
10.1 Gebruiksregels ten aanzien van onbebouwde gronden 10.1.1 Algemeen Het is verboden de in het plan begrepen gronden, voor zover zij onbebouwd blijven, anders te gebruiken, in gebruik te geven of te laten gebruiken anders dan ten dienste van de in deze regels aan de grond gegeven bestemming. 10.1.2 Bijzonder Onverminderd het bepaalde in lid 10.1.1 is het in ieder geval verboden onbebouwde gronden te gebruiken voor: a. het storten of het lozen van puin, vuil of andere vaste of vloeibare afvalstoffen; b. het opslaan van gerede of ongerede goederen, zoals vaten, kisten, bouwmaterialen, voer- en vaartuigen, werktuigen, machines of onderdelen hiervan; c. het plaatsen of geplaatst houden van onderkomens; d. ligplaats of aanlegplaats voor vaartuigen voor zover dit niet uitdrukkelijk bij de bestemmingen is bepaald. 10.1.3 Uitzonderingen Het bepaalde in lid 10.1.1 en lid 10.1.2 is niet van toepassing op: a. het (tijdelijk) gebruik ten behoeve van de realisering en/of handhaving van de bestemmingen of het normale onderhoud van de gronden; b. het opslaan of storten van afval- en meststoffen, voor zover noodzakelijk voor het normale onderhoud van de gronden en de watergangen; c. het opslaan of opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen voor zover dit noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond.
10.2 Gebruiksregels ten aanzien van bouwwerken 10.2.1 Algemeen Het is verboden de in het plan gelegen bouwwerken te gebruiken, in gebruik te geven of te laten gebruiken op een wijze anders dan ten dienste van de in deze regels aan de bijbehorende grond gegeven bestemming. 10.2.2 Bijzonder Onverminderd het bepaalde in lid 10.2.1 is het in ieder geval verboden de bouwwerken te gebruiken voor/ als: a. detailhandelsdoeleinden of seksinrichting; b. bedrijfsmatige werk- of opslagruimte; c. de bouwwerken welke zijn opgericht na een door burgemeester en wethouders te verlenen omgevingsvergunning te gebruiken voor andere doeleinden dan waarvoor de omgevingsvergunning is verleend. d. opslag van gevaarlijke stoffen/materialen als bedoeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (BEVI), waaronder begrepen consumentenvuurwerk. 10.3 Gebruiksregels ten aanzien van parkeren 10.3.1 Strijdig gebruik Tot een strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend het gebruik van gronden of bouwwerken waarbij niet wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid volgens de normering zoals deze is opgenomen in de 'Parkeernota Nieuwe ontwikkelingen 2018' en diens rechtsopvolger(s).
Rho adviseurs voor leefruimte
20191034.001
78
10.3.2 Voorwaardelijke verplichting Een omgevingsvergunning voor het bouwen, het uitbreiden en het wijzigen van de functie van gebouwen en gronden wordt slechts verleend, indien bij de aanvraag wordt aangetoond dat wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid volgens de normering zoals deze is opgenomen in de 'Parkeernota Nieuwe ontwikkelingen 2018' en diens rechtsopvolger(s). 10.3.3 Afwijken Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 10.3.1 en 10.3.2 en toestaan dat: a. parkeergelegenheid niet op eigen terrein bij de ontwikkeling wordt gerealiseerd, mits voldaan wordt aan de in de 'Parkeernota Nieuwe ontwikkelingen 2018' en de in diens rechtsopvolger(s) gestelde voorwaarden; b. wordt afgeweken van de toe te passen parkeernorm, mits voldaan wordt aan de in de 'Parkeernota Nieuwe ontwikkelingen 2018' en de in diens rechtsopvolger(s) gestelde voorwaarden.
Rho adviseurs voor leefruimte
20191034.001
79
Artikel 11
Algemene aanduidingsregels
De realisering van geluidgevoelige objecten ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - industrie' is uitsluitend toegestaan indien voldaan wordt aan de in of krachtens de Wet geluidhinder geldende normen.
Rho adviseurs voor leefruimte
20191034.001
80
Artikel 12
Algemene afwijkingsregels
Burgemeester en wethouders kunnen - tenzij op grond van de bestemmingsregels reeds een omgevingsvergunning voor afwijken kan worden verleend - bij een omgevingsvergunning afwijken van de regels voor: a. b.
afwijkingen van maten en aantallen (waaronder percentages) met ten hoogste 10%; overschrijding van bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein; de overschrijdingen mogen echter ten hoogste 3 m bedragen en het bouwvlak mag met ten hoogste 10% worden vergroot.
Een omgevingsvergunning voor afwijken wordt niet verleend, indien daardoor onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken. c.
de bouw ten dienste van (openbare) nutsvoorzieningen van: 1. niet voor bewoning bestemde gebouwen ten dienste van het openbaar nut, waarbij de inhoud ten hoogste 25 m³ en de bouwhoogte ten hoogste 4 m mag bedragen, gasdrukregel- en gasdrukmeetstations uitgezonderd; 2. andere bouwwerken, zoals standbeelden, uitingen van kunst en dergelijke tot een maximale hoogte van 15 m.
Bij de beoordeling van de toelaatbaarheid van de omgevingsvergunning voor afwijken dient in de belangenafweging eveneens te worden gelet op de effecten met betrekking tot de verkeersveiligheid (zichtlijnen en voldoende ruimte voor voetgangers en/of bedienend verkeer).
Rho adviseurs voor leefruimte
20191034.001
81
Artikel 13
Overige regels
13.1 Werking wettelijke regelingen De wettelijke regelingen waarnaar in de regels wordt verwezen, gelden zoals deze luiden op het moment van vaststelling van het plan.
Rho adviseurs voor leefruimte
20191034.001
82
Rho adviseurs voor leefruimte
20191034.001
83
Hoofdstuk 4
Artikel 14
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
14.1 Overgangsrecht bouwwerken Voor bouwwerken luidt het overgangsrecht als volgt: a. een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is tenietgegaan; b. het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van dit lid onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in dit lid onder a met maximaal 10%; c. dit lid onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 14.2 Overgangsrecht gebruik Voor gebruik luidt het overgangsrecht als volgt: a. het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; b.
het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in dit lid onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; c. indien het gebruik, bedoeld in dit lid onder a, na het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten; d. dit lid onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Rho adviseurs voor leefruimte
20191034.001
84
Artikel 15
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: 'Regels van het bestemmingsplan Centrumgebied, Graaf Willemlaan'.
Rho adviseurs voor leefruimte
20191034.001
VERBEELDING
19
5
45
6 2
10 228
9
t
27
10
17 19
13
7
12
6
rg
16
11 15
21 23
14
5
18
4 3
11
76
12
er
od
of
13
15
at st its
bouwvlak
(p)
Bouwaanduidingen
39 41
[sba-1]
[sba-1]
60 61 55
63
2-24
Maatvoeringen
49
13,5
81
specifieke bouwaanduiding - 1
1G
WG
V
62
51 53
54
30
Bouwvlakken
37
59
29
parkeerterrein
35 12
f
56
(p)
33
10 ho
58
28
ur Ma
125 123
de
27
gemengd
127
8
ro
26
(gd) 129
6
4A
de
25
Functieaanduidingen
n
4
-6
57
ml aa
131
Br e
24
Wi
15,5
2
64 23
Waarde - Archeologie 4
Gebiedsaanduidingen
20
67-67A
22
1T
ks wi jc 26
66-66A 65-65A
81
maximum aantal wooneenheden
18,5
maximum bouwhoogte (m)
55 53
31
Br
ed
32
er
43
33
52
od
eh of
44
30-52
51 50
de
ho
f
45
Gr a
af
aa t
WR-A-4
48
42
9-155
49
Wi lle
ml aa
n
Te ss
41
es tr
Br e
47
ha d
de
ro
46
els c
53 39-55 37 36 35 33
de
T
68
16
Woongebied
WR-A-4
lle
(gd)
24
71
69-70
17
f
va
22 18
WG
geluidzone - industrie
Gr aa
18,5
n
19 71
WR-A-4
V
Go
20
14
51
35
18
74
13
Br
eh
33 t
16
62
64
75
20
ed
31
tr aa
eh od Br ed
er
10
Hu yg en ss tr aa
77
t
78
of
1
Verkeer
Dubbelbestemmingen
58 60
29
V
ra
79
9
21
V-VB
27
2
8
Groen
Verkeer - Verblijfsgebied
54 52
25
G
V-VB 26 27
8
Dil len
9
6
Enkelbestemmingen
124
de
7
Wa e
ln e
Wi lle m
n sla a
14
5
4
16
Zw
3 2
14
lce n
ijg e
rs
1
Plangrens
bu
4
an
25
Plangebied
Wi
12 sla
tr aa
Wa e
13 414 2
23
nk e
11 lne
17 -7 tr 1 um 32 De -2 40 Sc ho o
f
21 7
40
54-76
G
39 38
1
V
st ra
36
Br e
jck
de
78-100
wi
ro
de
1A
n
1B
va
3
5
26-162
8 10 12
7
3A 5 14
16
11
17
ra
15 17
lst r
ch
34
ss els
54
aa
ad
t
es t
32
Te
Vo n
de
36
19 21
70 f
72 74
8 5
g
40
11 11
42 13
25 2
99
36 38
48 19
27
97 46
17
30 32 34
44 15
21
1T
28
95
ulu sw e
10 9
91 93
76
9 7
bestemmingsplan
89
68
7 3
87
66
Pa
el
g sin
6 1
4
64
40 101
50 103
7 42
PROJECT
20191034.001
FORMAAT
A2
SCHAAL
1:1000
Vastgesteld
KAART
1/1
Ontwerp
09-09-2021
GETEKEND
f.t.
Voorontwerp
19-05-2021
IDN
NL.IMRO.0531.bp44GraafWillemln-2001
Concept
19-11-2020
of
t oof 166-284
29
85
27
Vo nd elh o
5
Centrumgebied, Graaf Willemlaan
83
62
31
4
GEMEENTE HENDRIK-IDO-AM ACHT
81
he rh
.H
P.C
29
3
G
79
56
60
25 2
23
58
23
1
2-30
52
ss c
at
13
28 30
38
19
9 11
26
15
21
7
Vo n
24
13 157-275
18
de
9
at
6
ra
2
lst
4 3
Vi
f
Go
ho
er
de
Ro em
7
at
37
RHO ADVISE RS
info@rho.nl www.rho.nl
N
BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING
86
Rho adviseurs voor leefruimte
20191034.001
87
Bijlage 1 Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling
Rho adviseurs voor leefruimte
20191034.001
88
Rho adviseurs voor leefruimte
20191034.001
BESTEMMINGSPLAN AMBACHTS LINT HENDRIK-IDO-AMBACHT Vormvrije m.e.r.-beoordeling 19 mei 2021
1/13
2/13
DATUM KENMERK
19 mei 2021 20191034.001
PROJECT PROJECTLEIDER
BP Ambachts Lint drs. W. Kraaijeveld
OPDRACHTGEVER
Gemeente Hendrik-Ido-Ambacht
AUTEUR STATUS
ing. P. Springvloed Concept
INHOUD 1.
2.
3.
4.
3/13
Inleiding
4
1.1 1.2 1.3
4 4 4
Aanleiding Wat houdt een m.e.r.-beoordeling in? Leeswijzer
Plaats en kenmerken van het project
5
2.1 2.2 2.3
Plaats van het project Kenmerken van het project Cumulatie met andere projecten
5 7 7
Kenmerken van de milieueffecten
8
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9 3.10 3.11
8 8 8 9 10 10 11 11 11 12 12
Verkeer en parkeren Geluid Luchtkwaliteit Externe veiligheid Bodem en water Water Ecologie Cultuurhistorie en archeologie Gezondheid Sloop- en aanlegwerkzaamheden Mitigerende maatregelen
Conclusies
13
1. INLEIDING 1.1
Aanleiding
De gemeente Hendrik-Ido-Ambacht heeft het voornemen om het centrumgebied te gaan ontwikkelen. Hiervoor heeft de gemeenteraad in juli 2019 de Gebiedsvisie Centrum vastgesteld. In 2020 is een concept ontwikkeld voor de concrete invulling van het gebied. Het plan bestaat uit drie woonblokken voor maximaal 81 woningen en de benodigde parkeervoorzieningen. Daarnaast is er in het plan veel aandacht en ruimte voor groen, water en (herinrichting van) de openbare ruimte. De ontwikkeling past niet binnen het vigerende bestemmingsplan ‘Centrum’. Om de ontwikkeling mogelijk te maken wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Het planvoornemen behoort tot de activiteit ‘stedelijke ontwikkelingsproject’ zoals bedoeld in onderdeel D11.2 van het Besluit milieueffectrapportage. Voor deze activiteit geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2. een aaneengesloten gebied en 2.000 woningen of meer, of 3. een bedrijfsvloeroppervlak van 200.000 m2 of meer. De beoogde ontwikkeling betreft maximaal 81 woningen in een gebied van circa 1,5 hectare. Er wordt geen drempelwaarde overschreden daarom kan worden volstaan met een zogenaamde ‘vormvrije’ m.e.r.-beoordeling. Dit document bevat die beoordeling.
1.2
Wat houdt een m.e.r.-beoordeling in?
In een m.e.r.- beoordeling wordt getoetst of een m.e.r. procedure doorlopen moet worden. De wettelijke regeling voor de m.e.r.-beoordeling gaat uit van het principe 'nee, tenzij'. Dat wil zeggen, een volwaardige m.e.r.-procedure is alleen noodzakelijk als sprake is van 'belangrijke nadelige gevolgen' die het betreffende project voor het milieu kan hebben. Daarbij moet het bevoegd gezag rekening houden met de omstandigheden zoals aangegeven in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling, te weten: ● de plaats van het project; ● de omvang van het project; ● de kenmerken van de potentiële milieueffecten (in samenhang met de eerste twee criteria). Het bevoegd gezag dient een m.e.r-beoordelingsbeslissing te nemen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de omvang van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. Deze beslissing wordt als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen.
1.3
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 worden de plaats en omvang van het project beschreven. In hoofdstuk 3 worden de verwachte milieueffecten voor de verschillende omgevingsaspecten beschreven. Hoofdstuk 4 bevat de conclusie van de m.e.r.-beoordeling.
4/13
2. PLAATS EN KENMERKEN VAN HET PROJECT 2.1
Plaats van het project
Het plangebied ligt ten zuidwesten van winkelcentrum De Schoof ter hoogte van de Graaf Willemlaan. Aan de zuidoostzijde wordt het gebied begrensd door de Tesselschadestraat, waarbij het appartementengebouw aan de Tesselschadestraat geen onderdeel is van het plangebied. Aan de noordwestzijde wordt het plangebied begrensd door de Van Godewijckstraat. Tot slot behoort de groenstrook tussen vier bestaande appartementencomplexen tot het plangebied. Zie figuur 2.1 voor de ligging en begrenzing van het plangebied.
Figuur 2.1: Ligging en begrenzing plangebied (bron: Arcgis luchtfoto 2019)
Ligging plangebied ten opzichte van beschermde/bijzondere gebieden Archeologie Op de gemeentelijke archeologische beleidsadvieskaart ligt het plangebied in een zone met te verwachten archeologische waarden categorie 4 (VAW4). Voor deze waarde geldt dat bodemverstoringen met een oppervlak van 2.500 m2 of meer en dieper dan 50 cm-Mv verboden zijn zonder archeologisch onderzoek. Natuur Het projectgebied is niet gelegen binnen het Natuurnetwerk Nederland of Natura 2000-gebied (figuur 2.2). Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is gelegen op circa 2,8 kilometer en betreft het gebied ‘Boezems Kinderdijk’. Het projectgebied ligt niet in een waterwin-, grondwaterbeschermings- en/of milieubeschermingsgebieden (figuur 2.3).
5/13
Figuur 2.2: Ligging projectgebied t.o.v. Natuur Netwerk Nederland
Figuur 2.3: Ligging projectgebied t.o.v. waterwin- en grondwaterbeschermingsgebieden (bron: Atlas Leefomgeving)
6/13
2.2
Kenmerken van het project
De beoogde ontwikkeling betreft sloop van de bestaande bebouwing, nieuwbouw van drie woongebouwen ten behoeve van 81 woningen en de herinrichting van de openbare ruimte. Ook wordt maximaal 250 m2 dienstverlening en maatschappelijke voorzieningen mogelijk gemaakt. Zie figuur 2.2 voor een ontwerptekening van de toekomstige situatie.
Figuur 2.2: Impressie beoogde ontwikkeling (bron: Blauwhoed)
ONTSLUITING De ontsluiting van het plangebied vindt plaats via de Graaf Willemlaan, Tesselschadestraat en Van Godewijckstraat. De Graaf Willemlaan is een gebiedsontsluitingsweg met een maximum toegestane snelheid van 50 km/h. De Tesselschadestraat en de Van Godewijckstraat zijn erftoegangswegen met een maximum toegestane snelheid van 30 km/h. In zuidwestelijk richting wordt via de Tesselschadestraat en de Antoniuslaan richting de A16 ontsloten. In noordelijke richting wordt via de Van Godewijcklaan, Graaf Willemstraat en de Kerkstraat richting de N915 en de A15 ontsloten. De Graaf Willemlaan en de Van Godewijckstraat zijn belangrijke doorgaande straten in de wegenstructuur van Hendrik-Ido-Ambacht.
VERKEER EN PARKEREN Aan de hand van kencijfers van het CROW is voor het plangebied de verkeersgeneratie berekend. Daarbij is uitgegaan van de maximale planmogelijkheid van 81 woningen. Er is geen rekening gehouden met het verdwijnen van het bestaande schoolgebouw. Uit de berekening blijkt dat de verkeersgeneratie maximaal 502 mvt/etmaal (motorbewegingen en per etmaal) bedraagt.
2.3
Cumulatie met andere projecten
Voor zover bekend zijn er in de omgeving van het plangebied geen andere plannen en projecten in voorbereiding. Er worden dan ook geen cumulatie effecten verwacht.
7/13
3. KENMERKEN VAN DE MILIEUEFFECTEN In dit hoofdstuk worden de belangrijkste milieueffecten van de beoogde ontwikkeling beschreven. Het is gebruikelijk de milieueffecten van de beoogde situatie te vergelijken met de referentiesituatie. De referentiesituatie bestaat uit de huidige situatie inclusief autonome ontwikkelingen.
3.1
Verkeer en parkeren
De verkeersgeneratie bedraagt maximaal 502 mvt/etmaal. Het verkeer zal zich verdelen over de verschillende ontsluitingswegen langs het plangebied. De bestaande infrastructuur heeft voldoende capaciteit om het extra verkeer te kunnen afwikkelen. Negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling kunnen zodoende worden uitgesloten. In het plan zijn 35 koopappartementen, 25 startersappartementen (sociale koop), 12 sociale huurwoningen en 7 patiobungalows opgenomen. Voor deze woningen geldt een norm wisselend tussen 1,2 en 1,4. De parkeerbehoefte van de woning komt uit op 100,1. De parkeerbehoefte van de commerciële ruimtes komt uit op 2,4 parkeerplaatsen. In de huidige situatie zijn 80 parkeerplaatsen aanwezig voor bezoekers van de Schoof om omliggende woningen. Deze 80 parkeerplaatsen moeten in het plangebied bovenop de eigen parkeerbehoefte terugkomen. In totaal is de parkeerbehoefte 183 parkeerplaatsen. Op basis van dubbelgebruik komt de parkeerbehoefte uit op 160 parkeerplaatsen. Negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling kunnen zodoende worden uitgesloten.
3.2
Geluid
Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling is akoestisch onderzoek uitgevoerd met als doel na te gaan of kan worden voldaan aan een (blijvend) goed woon- en leefklimaat ter plaatse van de nieuwe woningen. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat ten gevolge van het verkeer op de 30 km/uur wegen Mauritsstraat, Willem de Zwijgerlaan, Tesselschadestraat en de Graaf Willemlaan de richtwaarden niet worden overschreden. Ten gevolge van verkeer op de Van Godewijckstraat wordt de wettelijke voorkeursgrenswaarde van 48 dB wel overschreden. De maximale berekende geluidbelasting bedraagt 53 dB. Aangezien de maximale ontheffingswaarde van 63 dB niet wordt overschreden, is het mogelijk hogere grenswaarden te laten vaststellen voor de appartementen die grenzen aan de Van Godewijckstraat. Negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling kunnen zodoende worden uitgesloten.
3.3
Luchtkwaliteit
De beoogde ontwikkeling voorziet in de realisatie van maximaal 81 woningen. Dit aantal valt ruim onder de drempelwaarde van 1.500 woningen die is vrijgesteld van toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. Het plan draagt dan ook 'niet in betekenende mate' bij aan de concentraties stikstofdioxide en fijn stof in de lucht. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het projectgebied gegeven. Dit is gedaan aan de hand van de NSL-monitoringstool 2018 die bij het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit hoort. De dichtstbijzijnde maatgevende weg betreft de Antoniuslaan ten oosten van het plangebied. Uit de NSLmonitoringstool blijkt dat in 2018 de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijn stof langs deze weg ruimschoots onder de grenswaarden lagen. De concentraties luchtverontreinigende stoffen voor deze weg bedroegen in 2018; 25.3 µg/m3 voor NO2, 19.4 µg/m3 voor PM10 en 11.9 µg/m3 voor PM2,5. Het aantal overschrijdingsdagen van de 24-uur gemiddelde concentratie PM10 bedroeg 7.1 dagen. Aangezien direct langs deze weg ruimschoots aan de grenswaarden wordt voldaan, zal dit ook ter plaatse van het projectgebied het geval zijn. Concentraties luchtverontreinigende stoffen nemen immers af naarmate een locatie verder van de maatgevende weg ligt.
Negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling kunnen zodoende worden uitgesloten.
8/13