CConstaterende datHendrik-Ido-Ambacht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage bij nr. 5 - Centrumgebied, Graaf Willemlaan ontwerp 1 - nw

raadsvergadering openbaar 8 november 2021, gemeente Hendrik-Ido-AmbachtBij agendapunt: Lijst van ingekomen stukken en eventuele mededelingen23.054 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

9 september 2021

1/2

Centrumgebied, Graaf Willemlaan Hendrik-Ido-Ambacht

bestemmingsplan

identificatie

planstatus

identificatiecode:

datum:

status:

NL.IMRO.0531.bp44GraafWillemln-2001

19-11-2020 19-05-2021 09-09-2021

concept voorontwerp ontwerp vastgesteld

projectnummer:

20191034.001 opdrachtleider:

drs. W. Kraaijeveld

Weena 505 Postbus 150 3000 AD Rotterdam T: 010-20 18 555 E-mail: info@rho.nl

© RHO ADVISEURS BV

Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.

3

Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk 1

Inleiding

9

1.1

Aanleiding

9

1.2

Ligging plangebied

9

1.3

Geldend bestemmingsplan

10

1.4

Leeswijzer

10

Hoofdstuk 2

Planbeschrijving

11

2.1

Huidige situatie

11

2.2

Beoogde ontwikkeling

12

Hoofdstuk 3

Ruimtelijk beleidskader

15

3.1

Inleiding

15

3.2

Rijksbeleid

15

3.3

Provinciaal beleid

18

3.4

Regionaal beleid

23

3.5

Gemeentelijk beleid

24

Hoofdstuk 4

Omgevingsaspecten

31

4.1

Inleiding

31

4.2

Milieueffectrapportage

31

4.3

Verkeer en parkeren

31

4.4

Wegverkeerslawaai

34

4.5

Water

36

4.6

Bodem

39

4.7

Archeologie en cultuurhistorie

42

4.8

Externe veiligheid

43

4.9

Bedrijven en milieuzonering

46

4.10

Ecologie

47

4.11

Luchtkwaliteit

49

4.12

Kabels en leidingen

51

Hoofdstuk 5

Juridische planbeschrijving

53

5.1

Algemeen

53

5.2

Inleidende regels

54

5.3

Bestemmingsregels

54

5.4

Algemene regels

55

5.5

Overgangs- en slotregels

55

Hoofdstuk 6

Uitvoerbaarheid

57

6.1

Economische uitvoerbaarheid

57

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

57

Rho adviseurs voor leefruimte

20191034.001

4

Regels Hoofdstuk 1

Inleidende regels

61

Artikel 1

Begrippen

61

Artikel 2

Wijze van meten

65

Hoofdstuk 2

Bestemmingsregels

67

Artikel 3

Groen

67

Artikel 4

Verkeer

68

Artikel 5

Verkeer - Verblijfsgebied

69

Artikel 6

Woongebied

70

Artikel 7

Waarde - Archeologie 4

72

Hoofdstuk 3

Algemene regels

75

Artikel 8

Anti-dubbeltelregel

75

Artikel 9

Algemene bouwregels

76

Artikel 10

Algemene gebruiksregels

77

Artikel 11

Algemene aanduidingsregels

79

Artikel 12

Algemene afwijkingsregels

80

Artikel 13

Overige regels

81

Hoofdstuk 4

Overgangs- en slotregels

83

Artikel 14

Overgangsrecht

83

Artikel 15

Slotregel

84

Verbeelding Bijlagen toelichting Bijlage 1

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling

Bijlage 2

Parkeerbalans

Bijlage 3

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

Bijlage 4

Verkennend bodemonderzoek

Bijlage 5

Verkennend bodemonderzoek voormalig bankkantoor

Bijlage 6

Aanvullend bodem- en verkennend onderzoek

Bijlage 7

Advies bodemonderzoeken Omgevingsdienst

Bijlage 8

Archeologisch onderzoek

Bijlage 9

Advies archeologie

Bijlage 10

Memo stikstofberekeningen

Bijlage 11

AERIUS-berekening aanlegfase

Rho adviseurs voor leefruimte

20191034.001

5

Bijlage 12

AERIUS-berekening gebruiksfase

Bijlage 13

Quickscan ecologie

Bijlage 14 Bijlage 15

Nader ecologisch onderzoek Nota inspraak en vooroverleg

Rho adviseurs voor leefruimte

20191034.001

6

Rho adviseurs voor leefruimte

20191034.001

TOELICHTING

8

Rho adviseurs voor leefruimte

20191034.001

9

Hoofdstuk 1

1.1

Inleiding

Aanleiding

In 2017 is het plan gepresenteerd om het winkelcentrum De Schoof aan de zuidwestzijde uit te breiden. Voor deze plannen was echter niet genoeg draagvlak. Als vervolg hierop is besloten een visie op te stellen voor het centrum van Hendrik-Ido-Ambacht. Deze visie is opgesteld met nauwe betrokkenheid van de Ambachters, waarbij in drie openbare gespreksrondes wensen zijn geïnventariseerd. Dit heeft geresulteerd in de in juli 2019 door de gemeenteraad vastgestelde Gebiedsvisie Centrum. De ambitie is om een gebouwd programma zonder detailhandel mogelijk te maken mits een ruim aandeel groen met verblijfskwaliteit wordt gerealiseerd. De ontwikkeling moet daarnaast een logische aanhechting zijn van het gebied op de omliggende buurten en functies. Om de ontwikkeling mogelijk te maken is een nieuw bestemmingsplan vereist. In het voorliggende bestemmingsplan zijn de uitgangspunten van de Gebiedsvisie Centrum planologisch vastgelegd.

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied betreft het gebied ten zuidwesten van winkelcentrum De Schoof ter hoogte van de Graaf Willemlaan. Aan de zuidoostzijde wordt het gebied begrensd door de Tesselschadestraat, waarbij het appartementengebouw aan de Tesselschadestraat geen onderdeel is van het plangebied. Aan de noordwestzijde wordt het plangebied begrensd door de Van Godewijckstraat. Tot slot behoort de groenstrook tussen vier bestaande appartementencomplexen tot het plangebied. Zie figuur 1.1 voor de ligging van het plangebied.

Figuur 1.1: Ligging plangebied (bron: Arcgis luchtfoto 2019)

Rho adviseurs voor leefruimte

20191034.001

10

1.3

Geldend bestemmingsplan

Het geldende bestemmingsplan ter plaatse is 'Centrum', vastgesteld op 11 juni 2012. Ook geldt het bestemmingsplan 'Parapluherziening parkeernormen Hendrik-Ido-Ambacht', vastgesteld op 8 juli 2019.

Figuur 1.2: Uitsnede bestemmingsplan 'Centrum' met het plangebied in rood omcirkeld (bron: ruimtelijkeplannen.nl / bewerking Rho)

1.4

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 komt de ruimtelijke analyse van het plangebied aan de orde en wordt het initiatief beschreven. Vervolgens wordt de ontwikkeling in hoofdstuk 3 aan het actuele beleidskader getoetst dat relevant is voor het plangebied. In hoofdstuk 4 worden de relevante omgevingsaspecten en de bijbehorende onderzoeken beschreven. Een toelichting op de juridische regeling van het plan is opgenomen in hoofdstuk 5. Ten slotte gaat hoofdstuk 6 in op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.

Rho adviseurs voor leefruimte

20191034.001

11

Hoofdstuk 2

2.1

Planbeschrijving

Huidige situatie

Het plangebied ligt centraal in Hendrik-Ido-Ambacht ten zuidwesten van het winkelcentrum De Schoof ter hoogte van de Graaf Willemlaan. Binnen het plangebied bevond zich een basisschool. In 2007 stond ter plaatse een huishoudschool op de kavel achter de basisschool en stond er tegenover het winkelcentrum een bankkantoor van ABNAmro. Van dit bankkantoor is de fundering nog aanwezig. Ook is een groot deel ingericht als parkeerterrein met in totaal 80 parkeerplaatsen voor bezoekers van winkelcentrum de Schoof en bewoners van nabijgelegen woningen. De basisschool is in januari 2021 verhuisd naar een nieuw onderkomen, waardoor ook dit gebouw leeg staat en er ruimte ontstaat voor een integrale ontwikkeling. Verder is in het plangebied een transformatorgebouw aanwezig. Figuur 2.1 geeft het plangebied met het braakliggende terrein van de voormalige huishoudschool weer. Rechts op deze foto staat de basisschool.

Figuur 2.1: Braakliggend terrein van de voormalige huishoudschool (foto 2-10-2018) De Graaf Willemlaan en de Van Godewijckstraat zijn belangrijke doorgaande straten in de wegenstructuur van Hendrik-Ido-Ambacht. De Tesselschadestraat is in die zin ondergeschikt, maar belangrijk voor langzaam verkeer door de fietsverbinding met de Hoge Kade. De woongebieden rond het plangebied hebben elk een eigen karakter maar zijn in eenzelfde tijdperk ontwikkeld en zijn voorbeelden van het zogenaamde Nieuwe Bouwen dat vanaf de jaren ’60 opkwam. Een belangrijk uitgangspunt destijds was het scheiden van functies. Het plangebied was een plek voor wijkvoorzieningen.

Rho adviseurs voor leefruimte

20191034.001

12

Aan de overzijde van de Van Godewijckstraat staan voornamelijk rijwoningen in duidelijke blokken. Wat opvalt is dat er slechts één blokje op de Van Godewijckstraat is gericht, de rest staat met de kopgevels naar deze straat. Het woongebied aan de overzijde van de Tesselschadestraat bestaat ook vooral uit rijwoningen maar direct naast het plangebied staat een mix van enkele korte blokjes met appartementen aan een parkachtige strook, enkele rijwoningen en het voormalige politiebureau. In het gebied tussen deze twee buurten staan vier hoge geknikte flats van zes woonlagen op een plint met bergingen. De tussengelegen ruimte maakt onderdeel uit van het zuidelijk deel van het plangebied. Deze ruimte is open en nagenoeg geheel groen ingericht met daartussen een lange watergang. Deze ruimte met een parkachtig karakter is echter nauwelijks toegankelijk (zie figuur 2.2).

Figuur 2.2: Waterloop gezien van het zuidwesten, richting De Schoof (foto 2-10-2018) Aan de andere zijde ligt De Schoof. Een compact winkelcentrum met daarop woningen van latere datum. Vooral de woontoren op de kop is door de hoogte markant en een herkenningspunt vanaf grotere afstand. De grote parkeervoorzieningen liggen aan de andere zijde van het winkelcentrum. Deze zijde van De Schoof kenmerkt zich door een kleiner parkeerveld naast de entree en detailhandel en vooral andere commerciële voorzieningen op de begane grond.

2.2

Beoogde ontwikkeling

Uitgangspunten Gebiedsvisie Centrum De gemeente Hendrik-Ido-Ambacht heeft de wens om het centrumgebied een impuls te geven en een samenhangende ruimte te creëren die het winkelcentrum verbindt met het bestuurlijk en cultureel centrum van de gemeente. Hierbij ligt de nadruk op de realisatie/herinrichting van de openbare ruimte en binnen het ontwikkelgebied op nieuw te ontwikkelen vastgoed. De uitgangspunten van de herontwikkeling van dit gebied zijn gevormd in het proces van de Gebiedsvisie Centrum Door middel van bijeenkomsten met ondernemers, bewoners en andere relevante stakeholders uit de omgeving is informatie opgehaald. Op deze manier is een gedragen visie opgesteld. De algemene uitgangspunten voor de gebiedsontwikkeling zijn:

Rho adviseurs voor leefruimte

20191034.001

13

    

Ruim aandeel groen dat ook echt gebruikt kan worden (verblijfskwaliteit, spel en beweging). Geen detailhandel. Toevoegen van maatschappelijk programma danwel voorzieningen voor de omliggende woonbuurten. Ontwikkeling voor een brede mix van doelgroepen zowel in gebouwd programma als de openbare ruimte. Een logische aanhechting van het gebied op de omliggende buurten en functies.

Figuur 2.3: Visiekaart Gebiedsvisie Centrum Bebouwing Het gebied moet qua intensiteit passen bij de ligging in het centrum van Hendrik-Ido-Ambacht, maar ook passen bij de directe omgeving van het plangebied. Binnen het plangebied mogen maximaal 81 woningen gerealiseerd worden. Van het totale woningaantal moet minimaal 30% bestaan uit sociale huur-, of koopwoningen. Binnen een gedeelte van het woongebied is de realisatie van niet-wonen functies toegestaan in de plint, zoals commerciële dienstverlening en maatschappelijke functies. Parkeren Het bewoners-, en bezoekersparkeren t.b.v. de toe te voegen woningen dient op eigen terrein te worden opgelost. Bovendien dienen de 80 bestaande parkeerplaatsen binnen het plangebied te worden teruggebracht t.b.v. het winkelcentrum. Daarnaast dienen minimaal 50 fietsparkeervoorzieningen teruggebracht te worden in de nieuwe situatie. Bij voorkeur worden deze fietsvoorzieningen gerealiseerd in de buurt van de Schoof. Openbare ruimte De nadruk van de totale ontwikkeling ligt op de inrichting van de hoogwaardige openbare ruimte. Voor het woongebied geldt dat minimaal 45% van de oppervlakte ingericht moet worden als groen of water. Herinrichting Graaf Willemlaan en plein

Rho adviseurs voor leefruimte

20191034.001

14

Het gedeelte van de Graaf Willemlaan krijgt een andere inrichting, zodat de barrièrewerking tussen het plangebied en het winkelcentrum De Schoof wordt gereduceerd. Het plein ten noorden van de Graaf Willemlaan krijgt eveneens een nieuwe inrichting die ook ruimte biedt aan terrassen voor aangrenzende horecagelegenheden buiten het plangebied. Uitwerking van het plan In 2020 is een concept ontwikkeld voor de invulling van het plangebied. Dit concept gaat uit van een "slinger van ontmoetingen". Het plan bestaat uit 45% groen en water met veel aandacht voor het ontwerp van de openbare ruimte. Daarnaast worden drie woongebouwen toegevoegd voor twee belangrijke doelgroepen: jongeren en ouderen. In totaal worden 81 woningen mogelijk gemaakt. Patiowoningen, een appartementengebouw voor de senioren (sociale koop en huur) en voor de starters een blok met betaalbare appartementen (sociale koop en huur). Net als het bestaande woongebouw zijn ze in basis donker van kleur met donker metselwerk. Behalve aan het park: daar hebben ze alle drie op een verschillende manier een comfortabele, ontspannen houten ‘leefwereld’ met balkons of patio’s. Deze natuurlijke houttinten sluiten mooi aan op het groene parklint. Alle daken worden voorzien van zonnepanelen.

Figuur 2.4: Impressie beoogde ontwikkeling (bron: Blauwhoed) De centrale ligging van het plangebied maakt het een aantrekkelijke woonplek voor jongeren en senioren. Voorzieningen zoals winkels, horeca, cultuur en zorg liggen direct om de hoek net als goede verbindingen met het openbaar vervoer. Voor beide groepen is gezocht naar een passend woonproduct gecombineerd met gemeenschappelijke voorzieningen zoals een collectief dakterras, huiskamer en kas. Daarnaast is er behoefte aan diverse functies in de plint. Gelet op de gewenste flexibiliteit en de grote woningbehoefte maakt het bestemmingsplan maximaal 81 woningen en maximaal 250 m2 dienstverlening en maatschappelijke voorzieningen mogelijk.

Rho adviseurs voor leefruimte

20191034.001

15

Hoofdstuk 3

3.1

Ruimtelijk beleidskader

Inleiding

Dit hoofdstuk geeft een overzicht van het voor het plangebied relevante ruimtelijke beleidskader. De ontwikkeling is in overeenstemming met het rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid.

3.2

Rijksbeleid

3.2.1 Nationale omgevingsvisie (NOVI) en Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) De Nationale Omgevingsvisie, kortweg NOVI, loopt vooruit op de inwerkingtreding van de Omgevingswet en vervangt op rijksniveau de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen in gebieden betere, meer geïntegreerde keuzes worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie van het Rijk in beeld. In wat voor Nederland willen we graag leven in 2050 Als alle wensen naast elkaar worden gelegd, ontstaat het volgende beeld. Het kabinet wil een land:  dat gezond en klimaatbestendig is, met schone lucht, schoon water en een schone bodem en veel ruimte voor groen en water;  met een uitstekend functionerende economie, die duurzaam en circulair is. Nauw verbonden met onze buurlanden en de rest van de wereld, als onderdeel van de internationale gemeenschap;  waar het goed wonen en werken is.

Met aangename en vitale steden en dorpen, en een productief en aantrekkelijk platteland;  met uitstekende bereikbaarheid, waar iedereen snel en gemakkelijk van A naar B komt, met zo min mogelijk schadelijke uitstoot en overlast;  waar we voldoende ruimte hebben om te kunnen bewegen, ontspannen en tot onszelf te komen; zowel in de stad als daarbuiten.  dat veilig is en ons beschermt tegen overstromingen en andere gevaren;  waar een goede balans is tussen gebouwde omgeving en open landschap, tussen natuur en cultuur, tussen land en water;  dat openstaat voor verandering, en waar de kracht van zijn traditie, cultuur en identiteit wordt weerspiegeld in de inrichting van de leefomgeving. Nationale belangen Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht. Dit zijn de ‘nationale belangen’. Het Rijk heeft voor alle nationale belangen een zogenaamde systeem-verantwoordelijkheid. Voor een aantal belangen is het Rijk zelf eindverantwoordelijk. Maar voor een groot aantal nationale belangen zijn dat de medeoverheden. De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen, en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen.

Rho adviseurs voor leefruimte

20191034.001

16

Voor dit project relevante nationale belangen zijn:  Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving.  Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving.  Zorgdragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoefte. Keuzes De belangrijkste keuzes zijn:  Duurzame energie inpassen met oog voor omgevingskwaliteit  Ruimte voor overgang naar een circulaire economie  Woningbouw in een stedelijk netwerk van gezonde en groene steden  Landgebruik meer in balans met natuurlijke systemen Wonen is voor dit project het meest relevant. Tot 2030 moeten er ongeveer 1 miljoen woningen gebouwd worden. Dit zal grote impact hebben op de ruimtelijke ordening. Er wordt zoveel mogelijk gebouwd binnen bestaand stedelijk gebied, zodat open ruimtes en groen tussen steden behouden blijft. De nieuwe woningen moeten betaalbaar en goed bereikbaar zijn. Bewoners moeten tevens een prettige, gezonde en veilige leefomgeving ervaren. Dat vergt grote investeringen in openbaar vervoer, veilige fiets- en wandelpaden, meer groen, ontmoetingsruimte en wateropvang in de stad, en goede verbindingen met recreatiegebieden in de nabijheid van de stad. Met deze aanpak van verstedelijking wordt niet alleen het woningaanbod, maar ook de leefomgevingskwaliteit in de stad verbeterd.

Barro Voor de doorwerking van de rijksbelangen in plannen van andere overheden, is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) opgesteld. Het Barro is op 30 december 2011 in werking getreden en bevat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. In het gebied gelden geen rechtstreeks doorwerkende belangen. Toetsing Het mogelijk maken van de nieuwe woningen in het bestaand stedelijk gebied van Hendrik-Ido-Ambacht past binnen het rijksbeleid. 3.2.2 Ladder voor duurzame verstedelijking (Bro 2012, actualisering 2017) Zorgvuldig ruimtegebruik is het uitgangspunt van de (rijks)overheid. Om dit principe te borgen is de Ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6). Hieruit volgt dat alle ruimtelijke besluiten die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken, aandacht moeten besteden aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. Voor binnenstedelijke projecten moet de behoefte in de relevante regio worden beschreven. Voor stedelijke ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied moet ook worden gemotiveerd waarom deze niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving.

Uit de handreiking ladder voor duurzame verstedelijking (bron: Infomil) en jurisprudentie blijkt dat een ontwikkeling van minder dan 12 woningen niet wordt gezien als stedelijke ontwikkeling. Toetsing In dit geval is sprake van een stedelijke ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied. Het gaat om meer dan 11 woningen. Binnen het plangebied zijn nu geen woningen mogelijk. Het beoogde programma gaat uit van maximaal 81 woningen waarvan minimaal 30% sociale huur-, of koopwoningen. De intentie is om zoveel mogelijk betaalbare woningen te realiseren.

Rho adviseurs voor leefruimte

20191034.001

17

In de plint van 1 gebouw worden andere functies mogelijk gemaakt: maximaal 250 m2 dienstverlening en praktijkruimte (zorg). In een deel van het gebied geldt nu een brede maatschappelijke functie: bibliotheken, gezondheidszorg, jeugd- en kinderopvang, onderwijs, openbare dienstverlening en verenigingsleven, (bejaarden)verzorgingsflats en religieuze en levensbeschouwelijke activiteiten en bijeenkomsten. Commerciële dienstverlening is nu niet mogelijk. Deze functie kan bij een oppervlakte van meer dan 500m2 worden beschouwd als nieuwe stedelijke ontwikkeling. Beschrijving behoefte Woningbehoefte De behoefte blijkt uit de provinciale woningbehoefteraming (WBR). Bij de bepaling van de behoefte (gewenste woningvoorraadgroei) wordt gewerkt met twee demografisch gestuurde ramingen: 'binnenlands migratiesaldo nul' (WBR) en 'binnenlands migratiesaldo trendmatig' (TR). De provincie stelt eens in de drie jaren het hoogste aantal woningen per regio vast als standaard voor de onderbouwing van de woningbehoefte. De Woningbehoefteraming gaat voor de woonregio Drechtsteden uit van een woningbehoefte van 6.680 woningen in de periode 2020-2030. De woningbehoefte in Hendrik-Ido-Ambacht is berekend op 1.160 woningen.

Figuur 3.1 Gewenste woningvoorraadtoename Regio Drechtsteden obv woningbehoefteraming 2019 De regionale woonvisie Drechtsteden gaat op basis van onderzoek van Rigo uit van een verwachte huishoudensgroei van 1.660 huishoudens voor Hendrik-Ido-Ambacht in de periode 2016-2031.

Figuur 3.2 Huishoudensprognose obv Primos (bron: woningmarktonderzoek Drechtsteden, Rigo, april 2017) De gemeente houdt zelf een woningbouwplanning bij om zicht te houden op de verhouding tussen de plancapaciteit en de behoefte. De gemeentelijke planning blijft binnen de woningbehoefteraming zoals opgenomen in de WBR 2019, zodat overaanbod in de regio wordt voorkomen. De woningbouwplanning wordt regelmatig regionaal afgestemd.

Rho adviseurs voor leefruimte

20191034.001

18

Met dit project worden in totaal maximaal 81 woningen toegevoegd. Het project maakt onderdeel uit van de regionaal afgestemde planlijst. De kwalitatieve behoefte aan betaalbare starters- en seniorenwoningen blijkt uit de gemeentelijke woonvisie. Hierop is nader ingegaan in paragraaf 3.5.1. De woningen worden gerealiseerd binnen het bestaand stedelijk gebied. Daarnaast blijkt dat er nog een grote behoefte aan woningen is binnen de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht tot 2040. Hiermee voldoet de ontwikkeling aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Behoefte commerciële dienstverlening Het bestemmingsplan maakt maximaal 250 m2 commerciële dienstverlening mogelijk. Hierbij kan aan diverse wijkondersteunende functies worden gedacht.

Figuur 3.3 Te verwachten aanbod aan dienstverlening op basis van het Nederlands gemiddelde in kernen met een vergelijkbare omvang (bron: Locatus, 2020) Uit cijfers van Locatus (2020) blijkt dat de gemeente over een benedengemiddeld aanbod aan dienstverlening beschikt, zowel aan meters als aan vestigingen. Conclusie Er is behoefte aan het toevoegen van maximaal 81 (betaalbare) woningen en wijkondersteunende voorzieningen.

3.3

Provinciaal beleid

3.3.1 Omgevingsvisie (geconsolideerd 2020) Met het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. De provincie heeft zes richtinggevende ambities geformuleerd in de fysieke leefomgeving. Door in te zetten op de zes ambities wordt bijgedragen aan het sterker maken van Zuid-Holland. Deze ambities zijn:  Naar een klimaatbestendige delta;  Naar een nieuwe economie: the next level;  Naar een levendige meerkernige metropool;  Energievernieuwing;  Best bereikbare provincie;  Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. Deze ambities zijn vertaald in beleidskeuzes voor de fysieke leefomgeving.

Rho adviseurs voor leefruimte

20191034.001

19

Voor de beoogde ontwikkeling is de opgave "Zorgen voor een zorgvuldig ruimtegebruik en een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied". Deze opgave betreft de zorg voor een goede ruimtelijke ontwikkeling, binnen en buiten bestaand stads- en dorpsgebied. Onderdeel van deze opgave is het bevorderen van een optimaal gebruik van de binnenstedelijke ruimte. De beleidskeuze hierbij is verstedelijking en wonen: De provincie voorziet op regionaal niveau, samen met gemeenten, marktpartijen en woningbouwcorporaties, in voldoende en passende woningen voor de verschillende doelgroepen, waaronder de doelgroepen van het huurbeleid. Hierbij gaat de voorkeur uit naar nieuwe woningbouw binnen bestaand stads- en dorpsgebied en georiënteerd op hoogwaardig openbaar vervoer. De provincie is terughoudend met het toevoegen van nieuwe woningbouwlocaties buiten bestaand stads- en dorpsgebied en vraagt om de bodemdalingsgevoeligheid van een gebied expliciet mee te wegen. De provincie heeft de ambitie om alle woningen in Zuid-Holland in 2035 CO²-neutraal en vóór 2050 klimaatrobuust ingericht en ingepast te laten zijn. Nieuwe woningen dragen bij aan een aantrekkelijke woon- en leefomgeving in Zuid-Holland.

Nieuwe woningen zijn bij voorkeur energieneutraal of leveren energie en zijn toegerust op de gevolgen van klimaatverandering (heftige regenbuien, perioden van droogte en hittestress) en bodemdaling. Gemeenten maken in samenspraak met de provincie regionale woonvisies en regionale woningbouwprogramma's waarin bovengenoemde doelstellingen zijn uitgewerkt. 3.3.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland (geconsolideerd 2020) De omgevingsvisie Zuid-Holland is vertaald in de Omgevingsverordening Zuid-Holland. Voor de beoogde ontwikkeling zijn artikel 6.9 Ruimtelijke kwaliteit en 6.10 Stedelijke ontwikkelingen relevant. Artikel 6.9 Ruimtelijke kwaliteit 1. Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen); b.

als de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar wijziging op structuurniveau voorziet (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door:  zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en  het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen als bedoeld in het derde lid; c. als de ruimtelijke ontwikkeling niet past bij de bestaande gebiedsidentiteit (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door:  een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht is besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en  het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen als bedoeld in het derde lid. Toetsing In dit geval is met hergebruik van een vrijgekomen binnenstedelijke locatie sprake van inpassen. De locatie is op de kwaliteitskaart aangemerkt als bestaand stads- en dorpsgebied. De relevante richtpunten zijn:  Ontwikkelingen dragen bij aan de karakteristieke kenmerken/identiteit van stad, kern of dorp.

Rho adviseurs voor leefruimte

20191034.001

20

 

    

Hoogteaccenten (waaronder hoogbouw) vallen zoveel mogelijk samen met centra (zwaartepunten) en interactiemilieus in de stedelijke structuur. Daar waar hoogbouw niet samenvalt met “zwaartepunten” in de stedelijke structuur geeft een beeldkwaliteitsparagraaf inzicht in de effecten, invloed en aanvaardbaarheid van hoogbouw op de (wijde) omgeving. Ontwikkelingen dragen bij aan versterking van de stedelijke groen- en waterstructuur. Een nieuwe uitbreidingswijk bouwt voort op het bestaande stads- en dorpsgebied en versterkt de overgangskwaliteit van de stadsrand (zie stads- en dorpsranden). Cultuurhistorisch waardevolle gebouwen en stedenbouwkundige patronen worden behouden door ze waar mogelijk een functie te geven die aansluit bij de behoeften van deze tijd. Het eigen karakter van het historisch centrum wordt versterkt. Historische centra en kernen blijven ervaarbaar vanuit het omringende gebied.

Figuur 3.4 Kwaliteitskaart, laag van de stedelijke occupatie Hendrik-Ido-Ambacht valt binnen het gebiedsprofiel van IJsselmonde.

Rho adviseurs voor leefruimte

20191034.001

21

Figuur 3.5 Uitsnede provinciale kwaliteitskaart 'Kwaliteit in Dorpsgebied' (bron: gebiedsprofielen.zuid-holland.nl) Het plangebied behoort tot de wijk Oostendam: Oostendam is ontstaan in 1332 toen Graaf Willem III het riviertje De Waal liet afdammen. De verbinding met de Noord werd hierdoor afgesneden. Oostendam was het hoogstgelegen punt in de Reijerwaard, op de oeverwal van het riviertje. Oostendam heeft in de ontstaansgeschiedenis grote overeenkomsten met Heerjansdam en Rijsoord, beide eveneens gelegen aan De Waal. Ambities:  Er wordt ingezet op het behoud en de versterking van de historische dijklinten. Er is hier beperkt ruimte voor nieuwe ontwikkelingen, vanwege de dichtheid van het dijklint. Bij de inpassing van (vervangende) nieuwbouw wordt rekening gehouden met de huidige korrel, de nokrichting, het profiel en variatie in bebouwing;  Daar waar dorpsgebied grenst aan De Waal wordt ingezet op openbaar toegankelijke oevers (zie ook Afgedamde rivierarm);  De dijklinten worden opgenomen in het recreatieve netwerk, waarbij het centrum fungeert als concentratiepunt voor routes en attracties;  (Nieuwe) ontwikkelingen worden zoveel mogelijk gerealiseerd binnen bestaand bebouwd gebied. Hierbij worden waardevolle patronen en elementen herkenbaar opgenomen in de structuur van de ontwikkeling.

Waar mogelijk wordt de relatie met het omliggende landschap opgezocht door nieuwe zichtrelaties en routes. De ontwikkeling wordt gerealiseerd binnen het bestaand bebouwd gebied. In paragraaf 2.2 is ingegaan op de inpassing van het plan binnen de bestaande structuren. Het plan voldoet aan de eisen voor ruimtelijke kwaliteit.

Rho adviseurs voor leefruimte

20191034.001

22

Artikel 6.10 Stedelijke ontwikkelingen 1. Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende eisen:  de toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening;  indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van locaties die zijn opgenomen in het Programma ruimte. 2. Gedeputeerde staten kunnen bij de aanvaarding van een regionale visie aangeven in hoeverre de ladder voor duurzame verstedelijking op regionaal niveau geheel of gedeeltelijk is doorlopen. In de toelichting van het bestemmingsplan kan in dat geval worden verwezen naar de regionale visie bij de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling, als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. 3. Gedeputeerde staten kunnen een regionale visie voor wonen of bedrijventerreinen vaststellen. Een bestemmingsplan bevat geen bestemmingen die in strijd zijn met de door gedeputeerde staten vastgestelde regionale visie. Toetsing De ontwikkeling is in paragraaf 3.2.2 getoetst aan de ladder voor duurzame verstedelijking.

Hiermee voldoet het bestemmingsplan aan de eisen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Artikel 6.2.11 risico's van klimaatverandering In een bestemmingsplan wordt rekening gehouden met de gevolgen van de risico's van klimaatverandering tenminste voor zover het betreft de risico's ten aanzien van: a. wateroverlast door overvloedige neerslag; b. overstroming; c. hitte; d. droogte. Als mede de effecten van de bovengenoemde risico's ten behoeve van het risico op bodemdaling. Voor zover risico's zich voordoen wordt rekening gehouden met het zo veel mogelijk voorkomen en beperken, via maatregelen of voorzieningen, dan wel het gericht aanvaarden van deze risico's. De provincie Zuid-Holland streeft naar een klimaatbestendig en waterrobuuste provincie in 2050. De provincie wil dan voorbereid zijn op de gevolgen van klimaatverandering in de vorm van wateroverlast door overvloedige neerslag, hittestress, verdroging en verzilting en het beperken van de gevolgen van overstromingen. Daarnaast voert de provincie actief beleid om de maatschappelijke kosten van bodemdaling zoveel mogelijk te beperken. Dit heeft direct gevolgen voor locatiekeuze, ontwerp en inrichting van openbare ruimte en gebouwde omgeving.

In de Omgevingsvisie is vastgelegd dat de provincie ernaar streeft om bij (nieuwe) ruimtelijke ontwikkelingen betrokken partijen de uitkomsten uit de klimaatstresstesten expliciet mee te laten wegen bij de locatiekeuze en inrichting van het gebied. Dit geldt voor alle risico's die gepaard gaan met klimaatverandering (in ieder geval wateroverlast door overvloedige neerslag, overstroming, hitte, en droogte). Toetsing In het Convenant Klimaatadaptief bouwen heeft de provincie een brede groep publieke en private partijen in Zuid-Holland sinds 4 oktober 2018 afgesproken dat de provincie zich committeert aan de ambitie dat klimaatadaptief bouwen in Zuid-Holland 'het nieuwe normaal' is; dat de doelen en de producten van het convenant worden gehanteerd als uitgangspunt in het handelen in nieuwe gebiedsontwikkelingen; dat ervoor wordt gezorgd dat klimaatadaptief wordt gebouwd waar nodig en

Rho adviseurs voor leefruimte

20191034.001

23

wanneer mogelijk als uitgangspunt wordt opgenomen in alle relevante onderdelen van het beleids- en handelingsinstrumentarium ten behoeve van gebiedsontwikkeling en bouwopgaven. In paragraaf 3.3.3 wordt ingegaan op het Convenant Klimaatbestendig bouwen. In het ontwerp wordt natuurinclusief en duurzaam gebouwd. Daarnaast wordt rekening gehouden met wateroverlast door overvloedige neerslag door de gebouwen op een bepaalde hoogte te plaatsen. In de planregels zijn voorwaardelijke verplichtingen opgenomen ten aanzien van klimaatbestendigheid. 3.3.3 Convenant Klimaatbestendig bouwen De provincie Zuid-Holland heeft een bouwopgave van 100.000 nieuwe woningen tot 2025. Deze grote bouwopgave biedt de kans om deze woningen klimaatbestendig te ontwikkelen en hiermee schade of duurdere herstelmaatregelen in de toekomst te voorkomen. De provincie heeft daarom in 2018 procesafspraken gemaakt met overheden, organisaties en marktpartijen in het Convenant Klimaatadaptief Bouwen. Het doel van het convenant is het verminderen van wateroverlast, hittestress, droogte en bodemdaling en het vergroten van de biodiversiteit. Eén van de convenantafspraken is het ontwikkelen van een instrumentarium om de klimaatbestendigheid van nieuwbouw te beoordelen en te bevorderen. Dit is verwerkt in een Programma van Eisen.

Het Programma van Eisen is een compact overzicht van eisen om klimaatbestendig te ontwikkelen en heeft betrekking op de onderwerpen: hevige neerslag, langdurige droogte, hittestress, bodemdaling, groenblauwe structuur en biodiversiteit en overstromingsgevaar. Toetsing De gemeente Hendrik-Ido-Ambacht is één van de gemeentes die het convenant hebben ondertekend. Het voorliggende bestemmingsplan krijgt regels ten aanzien van klimaatbestendig bouwen. Hierbij zijn de uitgangspunten uit het convenant waar mogelijk overgenomen in de planregels. Het plan is daarmee in overeenstemming met de eisen voor klimaatbestendig bouwen.

3.4

Regionaal beleid

3.4.1 Woonvisie 2017-2031 In juli 2017 heeft het Drechtstedenbestuur de Woonvisie vastgesteld. De Woonvisie wil een gezicht geven aan degenen die nu nog geen wooncarrière kan worden geboden. De regio wil zich positioneren als 'de Drechtsteden voor Rotterdam', en een kwalitatief hoog woningaanbod realiseren voor een doelgroep die in een duurder segment, goed bereikbaar, met meer ruimte en met moderne stedelijke voorzieningen in of direct bij Dordrecht, een traditioneel Hollandse stad, wil wonen. Deze ambitie is vertaald in 20 kernpunten. Zo wil de regio inzetten op groei in het duurdere segment om een meer evenwichtig samengestelde bevolking te realiseren. Prioriteiten zijn:  Nieuwbouw voor het hogere segment.  Ontwikkelen bijzondere woonlocaties.  Toekomstbestendige en energiezuinige woningvoorraad. Toetsing In paragraaf 3.2.2 is aangetoond dat de ontwikkeling in lijn is met de woonvisie. 3.4.2 Energieakkoord Drechtsteden energieneutraal 2050 We kennen inmiddels allemaal de afspraak uit het Klimaatakkoord 2015 van Parijs: de opwarming van de aarde in 2050 ten opzichte van 1990 terugdringen tot maximaal 2 graden Celsius, maar liever nog tot anderhalve graad te beperken. Voor Nederland betekent dit een beperking van de uitstoot van broeikasgassen met 80%-95% in 2050.

In de Drechtsteden willen we koploper zijn in de energietransitie, zodat we op voorsprong staan in deze ontwikkeling.

Rho adviseurs voor leefruimte

20191034.001

24

Aan dit energieakkoord doen partijen zoals zeven gemeentes, provincie Zuid-Holland, het Waterschap Hollandse Delta en diverse woningstichtingen. De ambities binnen dit Energieakkoord zijn als volgt:  Partijen richten zich op Drechtsteden Energieneutraal in 2050, voor de gebouwde omgeving in 2035;  Partijen geven invulling aan deze ambitie langs de vijf richtinggevende ontwikkellijnen: 1. gefaseerd los te gaan van aardgas; geen aardgas bij nieuwbouw en gasnetten niet vervangen; 2. af te gaan van benzine, diesel en andere fossiele energie, zodra dat redelijkerwijs kan; 3. sterk in te zetten op energiebesparing; 4. de resterende energievraag is afkomstig uit duurzame bronnen; 5. dit te realiseren met de hoogst mogelijke maatschappelijke opbrengst. Partijen passen deze ontwikkellijnen toe als referentie bij beleid, ontwikkelingen, investeringen en projecten;  Partijen willen dat doen op een manier die ten goede komt aan de mensen (een betaalbare energievoorziening en voorkomen van energiearmoede), de leefbaarheid en aantrekkelijkheid van de regio, innovatie, werkgelegenheid (ook voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt), circulaire economie en de economische kracht van de regio;  Partijen willen gezamenlijk optrekken om de ambitie te verwezenlijken en deze, waar relevant, gezamenlijk uit werken en communiceren.

Ze stellen daarvoor een Samenwerkingsagenda op, met gezamenlijke en individuele acties. De Samenwerkingsagenda is adaptief en wordt periodiek geactualiseerd. De Samenwerkingsagenda is bovenop de inzet van individuele Partijen die vanuit eigen verantwoordelijkheid en mogelijkheden meewerken aan de energietransitie. Toetsing De beoogde ontwikkeling wordt niet aangesloten op het aardgas. Daarnaast worden de daken van de gebouwen voorzien van zonnepanelen. Op deze manier wordt op een duurzame wijze energie ter plaatse opgewekt.

3.5

Gemeentelijk beleid

3.5.1 Woonvisie 2019-2025 De lokale woonvisie is de lokale uitwerking van de regionale woonvisie, op basis van de uitgangspunten van het coalitieprogramma. De kracht van Ambacht is groen, rust en ruimte, bereikbaarheid, veiligheid en leefbaarheid. Trends zijn een aanhoudende bevolkingsgroei, een vergrijzende samenleving en kleiner wordende huishoudens. Visie:  We hebben aandacht voor iedereen  Wij dragen goed bij aan de regionale en lokale (sociale) huisvestingsopgave  We bouwen waar behoefte aan is en niet volgens percentages; na de groei van de sociale huurvoorraad van de afgelopen 20 jaar zien wij nu de opgave met name in de ontwikkeling voor jongeren, senioren en bijzondere doelgroepen  We blijven bijdragen aan de bouw van sociale huurwoningen, maar doen dat op basis van duidelijke keuzes en een hoge kwaliteit van wonen voor al onze inwoners  Jongeren die in Ambacht willen wonen, moeten er kúnnen wonen  Omdat niet iedere senior kan of wil verhuizen naar een kleinere woning, moeten senioren ook in hun woning kunnen blijven  We blijven ons inzetten voor de huisvesting van bijzondere doelgroepen, maar kijken kritisch naar alle nieuwe of vrijkomende intramurale capaciteit

Rho adviseurs voor leefruimte

20191034.001

25

Voor wat betreft de woningbehoefte is er een grote vraag naar drie segmenten:  Koopwoningen boven de € 250.000.  Sociale huurwoningen tussen de € 410 en € 587.  Huurwoningen van € 711 tot € 900.

Figuur 3.6 Confrontatie vraag en aanbod (Bron: Eindrapport Woningmarktanalyse Drechtsteden 2020-2040, RIGO) Speerpunten zijn voldoende woningen voor de lagere inkomens en voldoende woonruimte voor jongeren. Het project Graaf Willemlaan is opgenomen in de visie om invulling te kunnen geven aan de specifieke woningbehoefte van starters en senioren. In Hendrik-Ido-Ambacht ziet de gemeente dat er groepen jongeren zijn die niet naar de stad willen trekken, maar hier willen blijven. De gemeente ziet daarbij twee belangrijke drempels in het vervullen van hun wens om zich hier te vestigen:  de sociale huurmarkt in Hendrik-Ido-Ambacht is relatief moeilijk toegankelijk voor jongeren vanwege hun lage leeftijd, waardoor ze niet genoeg punten voor een sociale huurwoning hebben.  de particuliere huurmarkt en koopmarkt is te duur. De woningmarkt is overspannen: prijzen rijzen de pan uit en het aanbod is schaars. De verwachting is dat dit de komende jaren doorzet, waarbij het prijsniveau (ver) boven het financiële bereik van jongeren zal (blijven) liggen. Ook de inzet van bijvoorbeeld een starterslening kan hier niet genoeg in bijdragen. De groep van starters bestaat uit 2 groepen:  de alleenstaande jongeren die vanuit het ouderlijk huis zelfstandig gaan wonen;  de startende gezinnen die op zoek zijn naar een geschikte woning om hun leven op te bouwen.

In het projectenprogramma zijn 81 woningen opgenomen voor de Graaf-Willemlaan. Doelgroepen zijn jongeren en senioren. De prijscategorie is goedkope huur en goedkope koop. De Gebiedsvisie is een vlekkenkaart met daarop een aantal verschillende velden voor nieuwe functies en inrichting. Per veld wordt een aantal uitgangspunten gegeven voor de uitwerking van plannen. Dit betekent dat niet alles vastligt, maar er nog voldoende flexibiliteit is voor de uitwerking.

Rho adviseurs voor leefruimte

20191034.001

26

Figuur 3.7 Uitvoeringsprogramma

3.5.2 Structuurvisie "Waar de Waal stroomt" (2009) In 2009 heeft de gemeenteraad van Hendrik-Ido-Ambacht de structuurvisie "Waar de Waal stroomt" vastgesteld. In deze visie staan de ruimtelijke ambities van de gemeente voor de komende tien tot vijftien jaar. Binnen de structuurvisie kaart valt het plangebied binnen de bebouwde kom. Het plangebied is aangemerkt als locatie voor een Brede school.

Rho adviseurs voor leefruimte

20191034.001

27

Figuur 3.8 Uitsnede structuurvisiekaart met in het rood de locatie van het plangebied Toetsing Het plangebied was een van de locaties waar mogelijk een brede school kon worden gerealiseerd. Inmiddels is voor een andere locatie gekozen. Ook is het gebied aangemerkt als voorzieningencentrum. In de structuurvisie is voor het plangebied de ambitie opgenomen om een verbinding van de Schoof naar Cascade en het gemeentehuis te leggen, zowel in inrichting als in functie. Zo zal in de toekomst een aantrekkelijke, met groen en water doorweefde voorzieningenstrip kunnen ontstaan die voorziet in de behoeften van de gemeente en waarbij de veelheid aan functies de aantrekkingskracht bepaalt. De beoogde ontwikkeling voorziet in de ambitie om deze verbinding te maken. Het uitbreiden van de Schoof is echter niet meer aan de orde.

3.5.3 Groenstructuurplan 2013 - 2023 Hendrik-Ido-Ambacht Het Groenstructuurplan geeft de beleidskaders aan voor de uitwerking van het Boombeleidsplan, Beeldkwaliteitplan Groen (februari 2006) en de noodzakelijke ombuigingen en omvormingen in het geactualiseerde Beeldkwaliteitplan groen. Het Groenstructuurplan geeft in samenhang met eerder vastgestelde beleidsplannen voor het groen weer wat er wordt verstaan onder een ‘groene gemeente’. Daarnaast biedt het een toetsingskader voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Aan de hand van de geformuleerde beleidskaders in dit Groenstructuurplan en vastgestelde beleidsplannen voor het openbaar groen en openbare ruimte kan op verantwoorde wijze de kwaliteit van het groenareaal worden uitgebreid en beheerd. Het gemeentelijk groenbeleid richt zich op de ontwikkeling van: 1. een samenhangende groenstructuur; 2. versterking van de ruimtelijke differentiatie d.m.v. groenkarakters; 3. versterking van natuuraspecten in de woonomgeving; 4. een duurzame balans tussen groenbeheer en woonkwaliteit met behulp van o.a benchmarking; 5. een afgewogen beheerbeleid; 6. balans tussen kwaliteit en financiële middelen.

Rho adviseurs voor leefruimte

20191034.001

28

Toetsing Voor het plangebied wordt aangegeven dat de huidige openbare ruimte zich karakteriseert door de klassieke stedenbouwkundige structuur waarbij structuurbepalende en aaneengesloten groenzones ontbreken. De singels vormen het belangrijkste geleidend element. Langs en in het water kan het strakke beeld door bloemrijke oever- en waterbegroeiing aantrekkelijker worden gemaakt. Het eigen karakter en de structurering van de buurten wordt bevorderd door de boomstructuur langs ontsluitingswegen te versterken en in beperkte mate bloemrijke oever- en watervegetatie langs de singels te realiseren. De beoogde ontwikkeling voorziet in een versterking van de groenstructuur, waarbij er tevens een hoogwaardige voetgangersverbinding wordt gemaakt tussen Cascade en de Schoof. De bomen langs de hoofdstructuur van de Graaf Willemlaan en Van Godewijckstraat blijven gehandhaafd. In het ontwikkelgebied wordt daarnaast nieuw groen aangelegd. Hiermee voldoet het plan aan de uitgangspunten uit het Groenstructuurplan. 3.5.4 Uitvoeringsprogramma Duurzaamheid In het Coalitieprogramma 2018-2022 ‘Gewoon Ambacht’ is duurzaamheid één van de hoofdonderwerpen. De energietransitie en de verdere scheiding van afval worden benoemd als uitdagingen voor de komende tijd. Duurzaamheid moet in alle beleidsterreinen verankerd worden.

Alleen door integraal te denken en te doen kunnen we onze duurzaamheidsambities realiseren. Met het nieuwe Actieplan Duurzaamheid wordt invulling gegeven aan de opgave uit het coalitieprogramma. Ook wordt de link gelegd met ander beleid(-in-voorbereiding) zoals lopende acties van het Energieloket, het Actieplan Lokale Economie, het Grondstoffenbeleidsplan, de Woonvisie en het Beleidsplan openbare verlichting. In Drechtsteden verband is recent het Energieakkoord opgesteld door overheden, nutsbedrijven, het bedrijfsleven en het onderwijs. Hierin is uitgegaan van de ambitie om in 2050 energieneutraal te zijn en voor woningen in 2035. Er is in het voorliggende actieplan een vertaalslag gemaakt van een regionale gezamenlijke ambitie (Energiestrategie Drechtsteden) naar ‘Wat kan Hendrik-Ido-Ambacht hier concreet voor doen’. De ambities van de gemeente zijn als volgt:  Samen met de regio werken we naar een energieneutrale gebouwde omgeving in 2035 en een energieneutraal Drechtsteden in 2050. 1. Energieneutraal en aardgasvrij in 2050. 2. Energiebesparing waar mogelijk, eerst in de gebouwde omgeving. 3. Duurzame energie opwekking waar mogelijk. 4. Een warmtenet is een serieus alternatief.  We benutten kansen en zetten realiseerbare en goed zichtbare stappen waarmee we als samenleving in Hendrik-Ido-Ambacht steeds klimaatbestendiger worden. 1.

In 2020 zijn de klimaatopgaven en -maatregelen bekend en handelen we daarnaar. 2. In 2050 is Hendrik-Ido-Ambacht klimaatbestendig en waterrobuust ingericht. 3. We richten ons openbaar gebied duurzaam in en versterken de biodiversiteit. 

We spannen ons samen met de regio in voor een schone lucht, die minimaal voldoet aan de wettelijke normen en waar mogelijk aan de gezondheidsnormen (WHO-normen). 1. Verbeteren van de luchtkwaliteit. 2. Verbeteren van het binnenklimaat in scholen, publieke gebouwen en bij bedrijven

We zorgen ervoor dat meer afval opnieuw gebruikt kan worden als grondstof en werken toe naar circulair inkopen. 1. Verminderen restafval bij inwoners en bedrijven. 2. Verbeteren afvalscheiding bij inwoners en bedrijven. 3. Zwerfafval tegengaan en bestrijden.

Rho adviseurs voor leefruimte

20191034.001

29

4.

In beeld brengen wat we verstaan onder circulair inkopen en hoe we dit gaan realiseren (in samenwerking met regionale inkooppartners).

We maken Hendrik-Ido-Ambacht duurzamer, samen met inwoners, bedrijven en (maatschappelijke) organisaties. We moedigen anderen aan om stappen te zetten, we ondersteunen goede voorbeelden en kansen vanuit de samenleving en we geven als gemeente zelf het goede voorbeeld 1. We geven het goede voorbeeld. 2. We worden een Fairtrade gemeente. 3. We bouwen een duurzaam netwerk op.

Toetsing De gemeente heeft in 2019 een basisinventarisatie klimaatkwetsbaarheden (voorheen 'stresstest-light') laten uitvoeren. Hiermee heeft de gemeente een eerste beeld van de kwetsbaarheid voor alle klimaataspecten. Het plangebied is geen aandachtsgebied voor klimaatkwetsbaarheden. Wel is onder andere gebleken dat voor grote delen van de bebouwde kom van Hendrik-Ido-Ambacht er tot 2050 een aanmerkelijke kans is op een toename van grondwateroverlast. Ook neemt de hittestress door warme nachten toe van enkele dagen per jaar naar enkele weken per jaar in 2050. De gemeente heeft vervolgens in 2019 het Convenant Klimaatadaptief Bouwen ondertekend. Hiermee zorgt de gemeente ervoor dat de eisen uit het Plan van Eisen en de Leidraad klimaatadaptief bouwen waar nodig en mogelijk als uitgangspunt wordt opgenomen in alle relevante onderdelen in gebiedsontwikkelingen en bouwopgaven. Deze eisen worden ook in de beoogde ontwikkeling toegepast. Door in de regels van dit bestemmingsplan voorwaardelijke verplichtingen op te nemen ten aanzien van klimaatadaptie, wordt een actieve bijdrage geleverd aan het klimaatbestendiger maken van de gemeente.

3.5.5 Verordening doelgroep sociale koopwoningen gemeente Hendrik-Ido-Ambacht 2021 De Wet ruimtelijke ordening (Wro) biedt gemeenten de mogelijkheid om per deelgebied in bestemmingsplannen te eisen dat een bepaald percentage van categorieën woningen wordt gerealiseerd in nieuwbouwplannen. Dit kan voor de categorieën sociale huur, middeldure huur, sociale koop en particulier opdrachtgeverschap. De Doelgroepenverordening vormt daarmee de wettelijke basis voor het doorvoeren van gemeentelijke woonbeleid in bestemmingsplannen. De Doelgroepenverordening heeft alleen betrekking op nieuwbouw. In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) heeft de rijksoverheid gedefinieerd wat wordt begrepen onder een sociale koopwoning. De definiëring van de doelgroep voor deze woningen wordt in het Bro echter bij de gemeente gelegd. Dit betekent dat de gemeente een Doelgroepenverordening moet hebben om kwalitatieve eisen te kunnen stellen in nieuwe bestemmingsplannen en exploitatieplannen. In de betreffende verordening definieert de gemeente de doelgroep voor sociale koopwoningen. Daarnaast moet in deze verordening de instandhoudingstermijn voor deze woningen worden bepaald, binnen de in het Bro gestelde grenzen. Om de Doelgroepenverordening toe te passen moet dit in het betreffende bestemmingsplan en/of het bijbehorende exploitatieplan vastgelegd worden.

Alleen dan kan de Doelgroepenverordening worden toegepast. Het toepassen van de verordening is een keuze die afhankelijk van de afwegingen in elk bestemmingsplan moet worden gemaakt. De doelgroepenverordening geeft aan voor welke doelgroep de te bouwen sociale koopwoningen bedoeld zijn. De doelgroep worden bepaald aan de hand van inkomensgrenzen. Ook regelt de verordening dat de sociale koopwoning gedurende een bepaalde periode beschikbaar moet blijven voor de daarvoor aangewezen doelgroep. Dit zijn de instandhoudingstermijnen.

Rho adviseurs voor leefruimte

20191034.001

30

De aanleiding voor deze uitgangspunten en keuzes in de doelgroepenverordening worden gevormd door de Woonvisie 'De blik vooruit 2019 – 2025'. Het bevorderen van starterswoningen op de woningmarkt is een belangrijke doelgroep van het beleid. Het realiseren van betaalbare koopwoningen voor starters is een van de actiepunten uit de woonvisie. Toetsing In de regels van het bestemmingsplan is opgenomen dat ten minste 30% van het totaal aantal woningen gerealiseerd te worden in de categorie sociale huur- of koopwoningen. Hiermee wordt invulling gegeven aan de doelgroepenverordening.

Rho adviseurs voor leefruimte

20191034.001

31

Hoofdstuk 4

4.1

Omgevingsaspecten

Inleiding

In dit hoofdstuk worden de sectorale aspecten beschreven die voor dit bestemmingsplan relevant zijn. De resultaten en conclusies van de onderzoeken zijn per aspect opgenomen in de betreffende paragraaf.

4.2

Milieueffectrapportage

Toetsingskader In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het omgevingsvergunning planmer-plichtig, projectmer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Daarnaast dient het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, na te gaan of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen:  de kenmerken van de projecten;  de plaats van de projecten;  de kenmerken van de potentiële effecten. Onderzoek In het Besluit milieueffectrapportage is in onderdeel D 11.2 van de bijlage opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. De beoogde ontwikkeling betreft de een oppervlakte van circa 1,5 hectare en maximaal 81 woningen. De beoogde ontwikkeling blijft daarmee (ruim) onder de drempelwaarde.

Dit betekent dat kan worden volstaan met een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.-beoordeling'. Op 18 mei 2021 is door het college besloten dat geen MER nodig is. In bijlage 1 is de aanmeldingsnotitie voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling opgenomen. Daaruit blijkt dat, gelet op de kenmerken van het project (zoals het kleinschalige karakter in vergelijking met de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r.), de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten, geen belangrijke negatieve milieugevolgen optreden.

4.3

Verkeer en parkeren

Toetsingskader De parkeernormen in de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht zijn opgenomen in de Parkeernota Nieuwe ontwikkelingen 2018. Volgens deze nota ligt het plangebied in het centrumgebied van Hendrik-Ido-Ambacht. De parkeernota maakt gebruik van CROW publicatie 317 "Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie" uit 2012. Voor het berekenen van de verkeersgeneratie wordt dan ook gebruik gemaakt van de gemiddelde kencijfers van diezelfde CROW-publicatie.

Rho adviseurs voor leefruimte

20191034.001

32

Verkeersstructuur Gemotoriseerd verkeer Het plangebied ligt aan de Graaf Willemlaan, een gebiedsontsluitingsweg met een maximum toegestane snelheid van 50 km/h. Ontsluiting vindt plaats via de Tesselschadestraat en de Van Godewijckstraat. De Van Godewijckstraat is een gebiedsontsluitingsweg (50 km/uur), de Tesselschadestraat een erftoegangsweg (30 km/uur). In zuidwestelijk richting wordt via de Tesselschadestraat en de Antoniuslaan richting de A16 ontsloten. In noordelijke richting wordt via de Van Godewijckstraat, Graaf Willemstraat en de Kerkstraat richting de N915 en de A15 ontsloten. De Graaf Willemlaan en de Van Godewijckstraat zijn belangrijke doorgaande straten in de wegenstructuur van Hendrik-Ido-Ambacht. Openbaar vervoer Het plangebied is eveneens te bereiken met het openbaar vervoer. De dichtstbijzijnde bushalte is gelegen aan de Graaf Willemlaan, direct naast het plangebied. Aan de halte H.I. Ambacht, De Schoof halteren meerdere bussen van en naar Rotterdam Zuidplein, Dordrecht en Zwijndrecht. Langzaam verkeer De wegen nabij het plangebied zijn ingericht als erftoegangswegen en hebben een maximum toegestane snelheid van 30 km/u. Op de omliggende erftoegangswegen rond het plangebied deelt het fietsverkeer de rijbaan met het gemotoriseerd verkeer. De omliggende wegen van het plangebied zijn daarnaast voorzien van trottoirs voor voetgangers.

De Tesselschadestraat is belangrijk voor langzaam verkeer door de fietsverbinding met de Hoge Kade. Parkeren Binnen het plangebied worden 81 woningen gerealiseerd. In het seniorenblok zijn 12 sociale huurwoningen voorzien en 37 vrije sector woningen, in het jongerenblok worden 25 startersappartementen (sociale koop) gerealiseerd en tot slot zijn 7 patiobungalows opgenomen. Voor deze woningen geldt een norm wisselend tussen 1,2 en 1,4. De parkeerbehoefte van de woningen komt uit op 102,5. De parkeerbehoefte van de commerciële ruimtes komt uit op 2,4 parkeerplaatsen. In de huidige situatie zijn 80 parkeerplaatsen aanwezig voor bezoekers van de Schoof om omliggende woningen. Figuur 4.1 geeft de ligging van deze parkeerplaatsen weer. Deze 80 parkeerplaatsen moeten in het plangebied bovenop de eigen parkeerbehoefte terugkomen. In totaal is de parkeerbehoefte 185 parkeerplaatsen. Op basis van dubbelgebruik komt de parkeerbehoefte uit op 162 parkeerplaatsen. De parkeerbalans is opgenomen in bijlage 2.

Rho adviseurs voor leefruimte

20191034.001

33

Figuur 4.1: Locatie bestaande parkeerplaatsen Tevens dienen er minimaal 50 fietsparkeervoorzieningen te worden teruggebracht in het plangebied. Ook zullen de woningen moeten voorzien in fietsparkeren op eigen terrein in de vorm van individuele bergingen of gezamenlijke stallingsruimte. Verkeersgeneratie en –afwikkeling Verkeersgeneratie De ontwikkeling zal zorgen voor een toename van het aantal verkeersbewegingen van en naar het plangebied (de verkeersgeneratie). Voor het bepalen van de verkeersgeneratie zijn de maximum kengetallen van het CROW (Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie, publicatie 381) gegeven, hierbij worden de kenmerken 'sterk stedelijk' en 'schil centrum' gehanteerd. Tabel 4.1 geeft de verkeersgeneratie per woningtype weer. Type

Aantal

Verkeersgeneratie per woning (mvt/etmaal)

sociaal appartementen Koop, appartement, duur Koop, huis, tussen/hoek

37 37 7

3,6 7,2 7,2

Totale verkeersgeneratie (mvt/etmaal) 134 267 51 452

De totale verkeerstoename ten behoeve van de woningen komt daarmee neer op maximaal 452 mvt/etmaal op een gemiddelde weekdag. Het aantal verkeersbewegingen op een gemiddelde werkdag is bij het toetsen van de verkeersafwikkeling doorgaans maatgevend. Deze kan worden berekend met de standaardfactor 1,11 voor woonfuncties (CROW 381). Op een gemiddelde werkdag zorgt de ontwikkeling daarmee voor een verkeerstoename van 502 mvt/etmaal. Binnen een gedeelte van het woongebied is de realisatie van niet-wonen functies toegestaan in de plint, zoals commerciële dienstverlening en maatschappelijke functies. De omvang en invulling van deze

Rho adviseurs voor leefruimte

20191034.001

34

ruimtes is nog onbekend. Naar verwachting zal het voornamelijk gaan om functies die ondergeschikt zijn aan het woonprogramma en op zichzelf weinig tot geen verkeersaantrekkende werking hebben. Ook zijn de parkeerplaatsen ten behoeve van het winkelcentrum reeds aanwezig binnen het plangebied, deze zorgen dus ook niet voor een verkeerstoename. Binnen het plangebied bevond zich in de huidige situatie een basisschool. De verkeersgeneratie van deze school komt met de beoogde ontwikkeling te vervallen. De daadwerkelijke verkeerstoename zal daarmee lager zijn dan hierboven is berekend. Uitgaande van het CROW parkeerkencijfer voor basisscholen (0,75 per leslokaal), de aanwezigheid van 8 lokalen en een factor van 4 verkeersbewegingen per parkeerplaatsen (2 keer per dag halen en brengen), komt deze neer op zo'n 20 á 30 verkeersbewegingen per etmaal (werkdag). Voor een worst-case benadering wordt deze huidige verkeersgeneratie niet in mindering gebracht. Verkeersafwikkeling De worst-case verkeerstoename van 502 mvt/etmaal (werkdaggemiddeld) wordt afgewikkeld over de twee ontsluitingswegen van het plangebied. Met kencijfers uit tabel 7 van CROW-publicatie 256 kan globaal worden gerekend op dagdeelniveau. In het drukste uur (ochtend- en avondspits) wordt van en naar woningen doorgaans niet meer dan 10% van de etmaalwaarde afgewikkeld.

Dat betekent dat de ontwikkeling leidt tot een toename van circa 51 verkeersbewegingen in het drukste uur van een werkdag. Dit is gemiddeld ongeveer 1 voertuigbewegingen per minuut. Deze toename is relatief beperkt en zal op de ontsluitende wegen naar verwachting niet zorgen voor een verslechtering van de verkeersafwikkeling. De toename ten behoeve van de woningbouw zal dan ook opgaan in het heersende verkeerbeeld van de Tesselschadestraat en de Van Godewijckstraat. Conclusie Het plangebied is goed bereikbaar voor zowel gemotoriseerd verkeer, fietsverkeer en per openbaar vervoer. De parkeerbehoefte wordt voorzien binnen het plangebied. De verkeerstoename zal worden verdeeld over de ontsluitingswegen en naar verwachting niet tot knelpunten leiden in de verkeersafwikkeling. De aspecten verkeer en parkeren staan de ontwikkelingen dan ook niet in de weg

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10603816/2