CConstaterende datHendrik-Ido-Ambacht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage bij nr. 2 96771 Definitief Concept Regionaal Risicoprofiel 2025-2028 Veiligheidsregio ZHZ

raadsvergadering openbaar 7 oktober 2024, gemeente Hendrik-Ido-AmbachtBij agendapunt: Lijst van ingekomen stukken en eventuele mededelingen26.674 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Definitief concept 16-5-2024

66

Opgemerkt moet worden dat de voorspeltijd van een overstroming in het overgangsgebied van het rivierengebied naar het deltagebied sterk afhankelijk is van de mate waarin de waterstanden door zee of door de rivier worden bepaald. Zie ook “Overstromingsscenario’s in het Benedenrivierengebied” in het hoofdstuk 1, bijlage 1.

Incident In dit scenario is één dag voor een mogelijke overstroming duidelijk welke omvang de storm heeft en hoe deze samenvalt met de top van de hoogwatergolf op de Rijn. De locaties van de dijkdoorbraken blijven tot op het laatste moment onzeker. Deze zijn sterk afhankelijk van het lokale weerseffect en de actuele sterkte van de dijken. Pas als daadwerkelijk dijkdoorbraken optreden, wordt het mogelijk de omvang van de overstroming in te schatten. Bij nadere uitwerking van dit scenario voor het beleidsplan is daarom mogelijk een uitwerking van verschillende deelscenario’s nodig. Figuur 7: Kaart maximale waterdiepten bij zeer kleine kans

Gevolgen (impact) Impact Criterium

Beoordeling

1.1 Aantasting van de integriteit van het grondgebied

D

2.1 Doden

D-E

2.2 Ernstig gewonden en chronisch zieken

E

2.3 Lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften)

E

3.1 Kosten

D-E

4.1 Langdurige aantasting van milieu en natuur (flora en fauna)

D

5.1 Verstoring van het dagelijks leven

E

5.2 Aantasting van de positie van het lokale en regionale openbaar bestuur

B

5.3 Sociaal psychologische impact

D

6.1 Aantasting van cultureel erfgoed

C

Waarschijnlijkheid Omdat er nog dijkversterkingen moeten plaatsvinden om aan de normeringen te voldoen is het beheerdersoordeel over de kans op een overstroming van de Zwijndrechtse Waard (dijktraject 17-1) in dijkring 17 klasse B (onwaarschijnlijk).

Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Definitief concept 16-5-2024

67

1.3 Overstroming dijktrajecten 21-1 en 21-2 (Hoeksche Waard) Thema

Natuurlijke omgeving

Incidenttype

Overstroming

Scenario

Overstroming dijktrajecten 21-1 en 21-2 Dijkring 21 Hoeksche Waard

Aanduiding risicodiagram

Overstroming 21

Context Dijkring 21 Hoeksche Waard is verdeeld in twee dijktrajecten: • Dijktraject 21-1 ligt langs de noordrand • Dijktraject 21-2 ligt aan de zuidzijde Dijktrajecten 21-1 en 21-2 vormen samen dijkring 21 Hoeksche Waard en beschermen een gebied van circa 24.550 hectare met circa 89.760 inwoners in de gemeente Hoeksche Waard. De primaire waterkering rond de dijkring Hoeksche Waard is 69,4 km lang. De primaire waterkeringen liggen langs de rivieren het Spui (westzijde), de Oude Maas (noordzijde), Dordtsche Kil, (oostzijde), Hollands Diep en Haringvliet (zuidzijde). Er bevindt zich een uitgebreid stelsel regionale waterkeringen in het gebied, waaronder boezemkaden en compartimenteringskeringen. Figuur 8: dijktrajecten 21-1 en 21-2

Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Definitief concept 16-5-2024

68

Compartimenteringskeringen Specifiek voor de Hoeksche Waard is het stelsel van compartimenteringsdijken, die de dijkring in vele kleinere compartimenten verdeeld. De faalkans van deze compartimenteringsdijken is van belang voor de afleiding van de norm. Vanuit het landelijke traject is uitgegaan dat deze compartimenteringskeringen ‘standzeker’ zijn (faalkans = 0). In de landelijke Stuurgroep Deltaprogramma is aangegeven, dat deze aanname nog kritisch beschouwd zou moeten worden. De compartimenteringskeringen aan de zuidzijde liggen dicht achter de primaire waterkeringen en omsluiten de oude ‘opwassen’ (relatief hoge polders). Deze polders hebben vooral een agrarische functie. Achter de compartimenteringsdijken liggen oudere, diepere polders met de woonkernen en de lokale industriegebieden. Bij de berekeningen is aangenomen dat de compartimenteringskeringen ’standzeker’ zijn, d.w.z. ze blijven in stand, ook al staat het water tot de kruin. Dat betekent dat de polder zelf helemaal vol kan stromen, maar daarbuiten zou geen schade optreden of slachtoffers vallen. Vanuit het waterschap Hollandse Delta is voorgesteld om de signaleringswaarde voor dijktraject 21-2 te verhogen van 1:300 per jaar naar 1:1.000 per jaar vanwege de gevoeligheid van de aanname van standzekere compartimenteringskeringen.

Met dit voorstel is niet ingestemd bij de vaststelling van de huidige normering van dijktraject 21-2. De normeringen van de dijktrajecten zijn in de Tabel 1 ‘Omgevingswaarden en veiligheidsbeoordelingen per dijktraject’ opgenomen.

Scenario Als uitgangspunt voor dit scenario zijn de analyses van Veiligheid Nederland in Kaart 2 (VNK2) Overstromingsrisico Dijkring 21 Hoeksche Waard gebruikt (mei 2014). Dit scenario beperkt zich tot een overstroming van één dijkring. Het is echter zeer waarschijnlijk dat de dreiging van een overstroming gelijktijdig in meerdere dijktrajecten optreedt, met mogelijk een overstroming in meerdere dijktrajecten als gevolg.

Oorzaak Het benedenrivierenscenario (combiscenario) verloopt als volgt: Tien dagen voor het (dreigende) hoogwater trekken continu depressies over het Rijn- en Maasstroomgebied en volgen perioden van hevige neerslag elkaar op. Zeven dagen voordat de overstroming optreedt, stijgen de waterstanden in Rijn en Maas gestaag. De neerslagintensiteit blijft hoog en in Duitsland en België treden de rivieren buiten hun oevers. De trend in opeenvolgende hoogwaterverwachtingen duidt op extreem hoogwater op de rivieren. De weersverwachtingen van het KNMI geven indicaties voor storm langs de Nederlandse kust. In de dagen voor de overstroming geeft de weersverwachting een toenemende kans op storm langs de kust, waar en hoe zwaar de storm zal zijn, is dan nog niet duidelijk. De verwachting voor het moment dat de storm op zijn hevigst zal zijn, wordt steeds nauwkeuriger. De waterstanden op de grote rivieren zijn twee dagen voor de overstroming al extreem hoog en er wordt een verdere stijging verwacht. Opgemerkt moet worden dat de voorspeltijd van een overstroming in het overgangsgebied van het rivierengebied naar het deltagebied sterk afhankelijk is van de mate waarin de waterstanden door zee of door de rivier worden bepaald. Zie ook “Overstromingsscenario’s in het Benedenrivierengebied” in het hoofdstuk 1, bijlage 1.

Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Definitief concept 16-5-2024

69

Incident In dit scenario is één dag voor een mogelijke overstroming duidelijk welke omvang de storm heeft en hoe deze samenvalt met de top van de hoogwatergolf op de Rijn. De locaties van de dijkdoorbraken blijven tot op het laatste moment onzeker. Deze zijn sterk afhankelijk van het lokale weerseffect en de actuele sterkte van de dijken. Pas als daadwerkelijk dijkdoorbraken optreden, wordt het mogelijk de omvang van de overstroming in te schatten.

Gevolgen (impact) Impact Criterium

Beoordeling

1.1 Aantasting van de integriteit van het grondgebied

D

2.1 Doden

C

2.2 Ernstig gewonden en chronisch zieken

C hoog

2.3 Lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften)

E

3.1 Kosten

C

4.1 Langdurige aantasting van milieu en natuur (flora en fauna)

C

5.1 Verstoring van het dagelijks leven

E

5.2 Aantasting van de positie van het lokale en regionale openbaar bestuur

A

5.3 Sociaal psychologische impact

D

6.1 Aantasting van cultureel erfgoed

B

Waarschijnlijkheid Het beheerdersoordeel is dat de overstromingskans uitkomt in de klasse 1/100 – 1/1000 per jaar. Dit staat gelijk aan klasse C (mogelijk).

Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Definitief concept 16-5-2024

70

1.4 Overstroming dijktrajecten 22-1 en 22-2 (Eiland van Dordrecht) Thema

Natuurlijke omgeving

Incidenttype

Overstroming

Scenario

Overstroming normvakken 22-1 en 22-2 Dijkring 22 Eiland van Dordrecht

Aanduiding risicodiagram

Overstroming 22

Context Dijkring 22 Eiland van Dordrecht is verdeeld in twee dijktrajecten. Dijktraject 22-1 ligt langs de zuidzijde en wordt begrensd door de compartimenteringsdijk, de Wieldrechtse Zeedijk. Dijktraject 22-2 ligt aan de noordzijde. Dijktrajecten 22-1 en 22-2 vormen tezamen dijkring 22 Eiland van Dordrecht en beschermen een gebied van 4.910 hectare met circa 121.450 inwoners in de gemeente Dordrecht. Ca 13.780 inwoners zijn woonachtig zijn in buitendijks gebieden. De primaire waterkering rond de dijkring Eiland van Dordrecht is 37,1 km lang. De keringen liggen langs de rivieren de Dordtsche Kil (westzijde) Oude Maas (noordwest zijde), de Beneden Merwede en Wantij (noordzijde), de Nieuwe Merwede (oostzijde) en het Hollands Diep (zuidzijde). Dijkring 22 Eiland van Dordrecht is op grond van de Waterwet ontworpen op een gemiddelde overschrijdingskans van 1/2.000 per jaar. Er bevindt zich een stelsel regionale waterkeringen in het gebied, compartimenteringskeringen. Overstromingsberekening Voorstraat Voor dijktraject 22-2 bij de Voorstraat is een afwijkende overstromingsberekening doorgevoerd. De Voorstraat in Dordrecht is al eeuwen een primaire waterkering voor de binnenstad van Dordrecht. Ook in 1953 is deze dijk niet doorgebroken, maar is er wel water over de kruin gestroomd.

Daarom is in de overstromingsberekening niet uitgegaan van een ‘bres’ in de Voorstraat (zodat het water snel en diep de binnenstad kan instromen en veel schade en slachtoffers eist), maar is uitgegaan van een overstroming van de kruin van de dijk. Daardoor is de hoeveelheid water aanzienlijk kleiner en de schade en slachtoffers beperkt. Daarom is de overstromingsberekening voor deze locatie niet vergelijkbaar met elders in Nederland.

Scenario Als uitgangspunt voor dit scenario zijn de analyses van Veiligheid Nederland in Kaart 2 (VNK2) Overstromingsrisico Dijkring 22 Eiland van Dordrecht gebruikt (mei 2014). Dit scenario beperkt zich tot een overstroming van één dijkring. Het is echter zeer waarschijnlijk dat de dreiging van een overstroming gelijktijdig in meerdere dijkringen in het Benedenrivierengebied optreedt, met mogelijk overstromingen in meerdere dijkringen als gevolg.

Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Definitief concept 16-5-2024

71

Oorzaak Het benedenrivierenscenario (combiscenario) verloopt als volgt: Tien dagen voor het (dreigende) hoogwater trekken continu depressies over het Rijn- en Maasstroomgebied en volgen perioden van hevige neerslag elkaar op. Zeven dagen voordat de overstroming optreedt, stijgen de waterstanden in Rijn en Maas gestaag. De neerslagintensiteit blijft hoog en in Duitsland en België treden de rivieren buiten hun oevers. De trend in opeenvolgende hoogwaterverwachtingen duidt op extreem hoogwater op de rivieren. De weersverwachtingen van het KNMI geven indicaties voor storm langs de Nederlandse kust. In de dagen voor de overstroming geeft de weersverwachting een toenemende kans op storm langs de kust, waar en hoe zwaar de storm zal zijn, is dan nog niet duidelijk. De verwachting voor het moment dat de storm op zijn hevigst zal zijn, wordt steeds nauwkeuriger. De waterstanden op de grote rivieren zijn twee dagen voor de overstroming al extreem hoog en er wordt een verdere stijging verwacht. Opgemerkt moet worden dat de voorspeltijd van een overstroming in het overgangsgebied van het rivierengebied naar het deltagebied sterk afhankelijk is van de mate waarin de waterstanden door zee of door de rivier worden bepaald. Zie ook “Overstromingsscenario’s in het Benedenrivierengebied” in het hoofdstuk 1, bijlage 1.

Incident In dit scenario is één dag voor een mogelijke overstroming duidelijk welke omvang de storm heeft en hoe deze samenvalt met de top van de hoogwatergolf op de Rijn. De locaties van de dijkdoorbraken blijven tot op het laatste moment onzeker. Deze zijn sterk afhankelijk van het lokale weerseffect en de actuele sterkte van de dijken. Pas als daadwerkelijk dijkdoorbraken optreden, wordt het mogelijk de omvang van de overstroming in te schatten. Bij nadere uitwerking van dit scenario voor het regionaal beleidsplan is daarom mogelijk een uitwerking van verschillende deelscenario’s nodig.

Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Definitief concept 16-5-2024

72

Gevolgen (impact) De impact is afhankelijk van de plaats van de doorbraak, waarbij een doorbraak van dijktraject 22-2 in het stedelijke gebied een veel hogere impact zou hebben dan een dijkdoorbraak van dijktraject 22-1 in het landelijke gebied. Impact Criterium

Beoordeling

1.1 Aantasting van de integriteit van het grondgebied

D

2.1 Doden

C hoog-E

2.2 Ernstig gewonden en chronisch zieken

D hoog-E

2.3 Lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften)

E

3.1 Kosten

D-E

4.1 Langdurige aantasting van milieu en natuur (flora en fauna)

C

5.1 Verstoring van het dagelijks leven

E

5.2 Aantasting van de positie van het lokale en regionale openbaar bestuur

B

5.3 Sociaal psychologische impact

D

6.1 Aantasting van cultureel erfgoed

C

Waarschijnlijkheid Het beheerdersoordeel voor een overstroming van dijktraject 22-1 is klasse C (mogelijk).

Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Definitief concept 16-5-2024

73

1.5 Overstroming dijktrajecten 43-1 t/m 43-6 (grondgebied Zuid-Holland Zuid) Thema

Natuurlijke omgeving

Incidenttype

Overstroming

Scenario

Overstroming dijktrajecten 43-1 t/m 43-6 (gedeelte Gorinchem-Oost, Hoog Dalem)

Aanduiding risicodiagram

Overstroming 43

Context Een relatief klein gedeelte (ca. 6,5 km2) van het grondgebied van de VRZHZ is gelegen binnen Betuwe, Tieler- en Culemborgerwaarden. Het betreft een gedeelte van de gemeente Gorinchem (Linge, Wijdschild, Dalem, Laag Dalem, Laag Dalem Zuid en Hoog Dalem). In dit gebied wonen ca. 12.200 mensen. Het overstromingsscenario van normdijktraject 43-1 t/m 43-6 in zijn totaliteit, is uitgewerkt in het regionaal risicoprofiel van buurregio Veiligheidsregio Gelderland-Zuid. Het regionaal risicoprofiel Zuid-Holland Zuid behandelt “slechts” het gedeelte Gorinchem-Oost en Hoog Dalem. Dit heeft consequenties voor de impactscores in de risicoanalyse. Deze zullen lager uitvallen dan de scores van de overige overstromingsscenario’s binnen de regio aangezien de impact o.a. wordt getoetst aan criteria zoals oppervlakte van het gebied en het aantal getroffenen. Dit leidt tot een vertekend beeld van de crisis die zal ontstaan, aangezien die minimaal gelijk is aan de overstroming van de overige dijkringen. De dijken rond de Betuwe, Tieler- en Culemborgerwaarden beschermen een gebied van circa 66.000 hectare met circa 330.000 inwoners. Binnen het gebied liggen de gemeenten Arnhem (Zuid), Lingewaard, Over-Betuwe, Neder-Betuwe, Tiel, West-Betuwe (voor Neerijnen en Geldermalsen), Buren, Culemborg, Lingewaal en Gorinchem (Oost).

Met name het oostelijk deel van het gebied is sterk verstedelijkt met plaatsen zoals Arnhem (Zuid), Elst, Huissen en Bemmel. Daarnaast liggen verspreid door het gebied nog enkele relatief grote plaatsen zoals Tiel, Geldermalsen, Culemborg en Gorinchem-Oost. Verder kenmerkt een groot deel van het gebied zich als grasland en akkerbouw, met veel fruitteelt en boomteelt op de oeverwallen en tuinbouw op de stroomruggen.

Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Definitief concept 16-5-2024

74

Figuur 9: Ligging (norm)dijktraject 43-1 t/m 43-6

De Betuwe, Tieler- en Culemborgerwaarden liggen in de provincie Gelderland en (voor een klein gedeelte) in de provincie Zuid-Holland. Aan de noordzijde wordt het gebied begrensd door de Nederrijn en de Lek, aan de oostzijde door het Pannerdensch kanaal, aan de zuidzijde door de Waal en de Boven-Merwede aan de westzijde door de Diefdijklinie (figuur 9). Het gebied wordt omsloten door de normdijktrajecten 43-1 t/m 43-6. De totale lengte van de waterkeringen die tot het nationale systeem horen is circa 170,8 km, waarvan 166,9 km in beheer bij Waterschap Rivierenland, 3,3 km in beheer bij Rijkswaterstaat (voorhavendijken Amsterdam-Rijnkanaal) en 0,6 km in beheer bij Defensie (Fort Everdingen). In de dijken van normvakken 43-1 t/m 43-6 ligt een aantal kunstwerken als onderdeel van de primaire waterkeringen van normdijktraject 43-1 t/m 43-6. Deze kunstwerken zijn eveneens in beheer bij Waterschap Rivierenland, met uitzondering van de sluizen in het AmsterdamRijnkanaal. In het gebied liggen diverse grote infrastructurele werken, zoals rijkswegen, spoorlijnen en kanalen. Zo wordt het gebied doorsneden door de rijkswegen A325, A50, A2 en A15. Ook de spoorlijnen Gorinchem-Elst, ArnhemNijmegen, Utrecht-Den Bosch en de Betuwelijn doorsnijden het gebied.

Het gebied wordt daarnaast doorsneden door twee voor het gebied van belang zijnde waterlichamen: het Amsterdam-Rijnkanaal en de rivier de Linge. Met 100 km van Doornenburg tot Boven-Hardinxveld, is de Linge de langste rivier die geheel in Nederland ligt. Het Amsterdam-Rijnkanaal verbindt het IJ in Amsterdam via Utrecht en Wijk bij Duurstede met de Waal bij Tiel. Het gebied loopt naar het westen af, inundatiewater loopt dan ook van Oost naar West. Naast de mogelijkheid om inundatiewater via de Linge af te voeren, kunnen ook de overlaten en de suatiesluis (afwateringsluis) bij Dalem worden ingezet om het inundatiewater af te laten naar de rivier. Het gebied Betuwe, Tieler- en Culemborgerwaarden is op grond van de Waterwet ontworpen op een gemiddelde overschrijdingskans van 1/1.250 per jaar.

Scenario Uitgangspunt voor dit scenario zijn de laatste overstromingsmodellen van Waterschap Rivierenland. De gekozen waterstanden passen bij de kans ‘mogelijk’ en komen statistisch eens in de 1.000 jaar voor. Er is een doorbraaklocatie gekozen direct bij Gorinchem om de effecten zoveel mogelijk binnen de regio Zuid-Holland Zuid te laten vallen. De gevolgen in slachtoffers, getroffen en inwoners zijn berekend met de Schade en slachtoffer module. Het aantal gewonden is ingeschat op viermaal het aantal dodelijke slachtoffers. Dit scenario beperkt zich tot een overstroming van één dijkring. Het is echter zeer waarschijnlijk dat de dreiging van een overstroming gelijktijdig in meerdere dijkringen plaats vindt.

Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Definitief concept 16-5-2024

75

Oorzaak Hoge waterstanden op de rivier, kunnen op tal van plaatsen leiden tot het falen van de waterkering. Wanneer een bres ontstaat of dreigt te ontstaan, heeft Gorinchem afhankelijk van de locatie vrijwel geen of voldoende tijd om te evacueren. Berekeningen van waterdiepte en het verloop van de overstroming in de tijd zijn gebaseerd op maatgevende hoogwaterstanden. In normdijktraject 43-1 t/m 43-6 krijgt Gorinchem vanwege haar relatief lage ligging in bijna alle gevallen te maken met overstroming.

Incident Een bres in de directe nabijheid van Gorinchem heeft tot gevolg dat Gorinchem-Oost binnen een uur al voor grote delen overstroomt. In dat geval is geen evacuatie (preventief, horizontaal) meer mogelijk. Een bres bij Tiel zal eveneens leiden tot overstroming, maar hierbij duurt het ruim een dag voordat het water Gorinchem heeft bereikt. Volgens de Schade Slachtoffer Moduele zijn er 32.090 getroffenen waarvan 263 dodelijke slachtoffers. De schade bedraagt 3.4 miljard euro.

Figuur 10: Maximale waterdiepte

Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Definitief concept 16-5-2024

76

Figuur 11: Tijd tot eerste inundatie (onderwaterzetting) in uren

Gevolgen (impact) Impact Criterium

Beoordeling

1.1 Aantasting van de integriteit van het grondgebied

D

2.1 Doden

D

2.2 Ernstig gewonden en chronisch zieken

C hoog

2.3 Lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften)

C

3.1 Kosten

D

4.1 Langdurige aantasting van milieu en natuur (flora en fauna)

A

5.1 Verstoring van het dagelijks leven

E

5.2 Aantasting van de positie van het lokale en regionale openbaar bestuur

A

5.3 Sociaal psychologische impact

D

6.1 Aantasting van cultureel erfgoed

C

Waarschijnlijkheid Voor dijkring 43 is het beheerdersoordeel dat de overstromingskans uitkomt in de klasse 1/100 – 1/1.000 per jaar. Dit staat gelijk aan klasse C (mogelijk).

Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Definitief concept 16-5-2024

77

1.6 Overstroming buitendijkse gebieden Thema

Natuurlijke omgeving

Incidenttype

Overstroming

Scenario

Overstroming buitendijkse gebieden

Aanduiding risicodiagram

Overstroming buitendijks

Context Land dat direct grenst aan de rivieren en niet wordt beschermd door een genormeerd stelsel van waterkeringen wordt in dit plan gedefinieerd als buitendijks gebied. Buitendijkse gebieden zullen bij een bepaalde rivierwaterstand overstromen, dit noemen we hoogwater. We spreken dan van ‘wateroverlast buitendijks’. Buitendijkse gebieden worden soms door een voorliggende waterkering beschermd. Deze keringen zijn over het algemeen lager dan de primaire kering die de dijkring beschermt. Voor de buitendijkse gebieden bestaat er een onderscheid in de volgende typen: • gebieden met bescherming tegen hoog water doordat ze geheel of gedeeltelijk zijn opgehoogd maar zonder waterkering (vooral haven- en industrieterreinen maar ook stedelijk gebied); • niet-beschermde gebieden (veelal landbouw- en natuurgebieden, maar in de veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid ook stedelijke gebieden); • gebieden met bescherming tegen hoog water door een regionale waterkering (zogenoemde voorlandkering die door de provincie is genormeerd in de Waterverordening) Figuur 12: Verdeling landelijk/stedelijk van buitendijks gebied

Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Definitief concept 16-5-2024

78

De beoordeling van de feitelijke veiligheidssituatie in buitendijkse gebieden is een taak van de regionale en lokale overheden. De rijksoverheid heeft een faciliterende rol op het gebied van informeren en waarschuwen. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in buitendijkse gebieden mogen de afvoercapaciteit en toekomstige peilopzet van de rivieren niet belemmeren. De provincie Zuid-Holland heeft in 2009 aan gemeenten een beoordelingskader voor het al dan niet toestaan van ruimtelijke ontwikkelingen in buitendijkse gebieden aangeboden. (“Risicomethode buitendijks: methodiek ter bepaling van risico’s als gevolg van hoogwater” vastgesteld door Gedeputeerde Staten van Zuid Holland 21 april 2009). Enkele gemeenten in de veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid, te weten Dordrecht, Hendrik-Ido-Ambacht en Zwijndrecht, hebben vastgestelde hoogwaterbestrijdingsplannen voor de in hun gemeente gelegen buitendijkse gebieden. Daarin staat aangegeven hoe de gemeente zich op een (dreigende) overstroming van deze buitendijkse gebieden heeft voorbereid, en welke maatregelen zij bij een (dreigende) overstroming neemt. Zo is voor burgers en bedrijven die in die buitendijkse gebieden verblijven of gevestigd zijn duidelijk wat zij bij een overstroming (dreiging) van de overheid kunnen verwachten en welke maatregelen zij zelf nog kunnen, dan wel moeten nemen.

Bewoners, bedrijven en gebruikers zijn zelf verantwoordelijk voor het treffen van gevolgbeperkende maatregelen, na waarschuwing voor overstromingsdreiging van de buitendijkse gebieden. Alle gemeenten in Zuid-Holland Zuid hebben buitendijksgebied zonder waterkering. Polder Nieuwland (Alblasserdam en Papendrecht) is een buitendijkse polder met een genormeerde voorlandkering. De normering van de volgende buitendijkse polders zijn in onderzoek: • Nedstaal terrein (Alblasserdam) • Leenherenpolder (Hoeksche Waard) • Noord-Bovenpolder (Dordrecht)

Incident Omdat de buitendijkse gebieden in Zuid-Holland Zuid relatief hoog liggen is de kans op wateroverlast door hoog water relatief beperkt. De kaartjes hieronder geven een overzicht van de overstromingsdiepten met een overstromingskans van 1/10, 1/100 en 1/1.000 per jaar. De effecten van zeespiegelstijging zijn hierin nog niet meegenomen. Voor de buitendijkse polders mét een al dan niet genormeerde waterkering verloopt een overstroming vergelijkbaar met een doorbraak van de primaire kering. Als de kering doorbreekt stroomt de buitendijkse polder snel vol. Uit de analyse van verschillende hoogwaterscenario’s is het volgende af te leiden: • Lokaal treden er in het “worstcase” scenario op de huidige in gebruik zijnde terreinen vrijwel nergens waterdieptes op van meer dan 1 - 1,5 meter. Voor een aantal onbebouwde (natuur)gebieden kunnen wel grotere waterdiepten optreden. Bestaande woon- en werkgebieden blijven voor het grootste deel droog. • Het verloop van een overstroming in het buitendijkse gebied is beter in te schatten dan een binnendijkse overstroming door een dijkdoorbraak. Hoogwater is voorspelbaar en waterstanden zullen niet plotseling heel snel stijgen. Dit biedt in geval van hoog water meer tijd om een veilig heenkomen te zoeken.

• Er kunnen echter wel delen van het buitendijkse gebied onderlopen en hierdoor kan lokaal grote economische en milieuschade optreden evenals maatschappelijke ontwrichting door het uitvallen van nutsfuncties en infrastructuur.

Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Definitief concept 16-5-2024

79

Samenvattend kan worden gesteld dat overstromingen in buitendijkse gebieden anders verlopen dan in binnendijkse gebieden. De overstromingen zijn beter voorspelbaar en minder intens. Door de kans op falen (niet sluiten) van de Maeslantkering kan de situatie op het laatste moment intenser worden. Het onderlopen van gebieden blijft een reëel (en door klimaatverandering toenemend) risico. Bij buitendijkse gebieden mét voorlandkering verloopt de overstroming vergelijkbaar met een doorbraak van de primaire kering. De ernst van de overstroming is afhankelijk van de hoogteligging van de polder en de mate van bebouwing.

Gevolgen (impact) Impact Criterium

Beoordeling

1.1 Aantasting van de integriteit van het grondgebied

B

2.1 Doden

N.v.t.

2.2 Ernstig gewonden en chronisch zieken

A

2.3 Lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften)

B

3.1 Kosten

B

4.1 Langdurige aantasting van milieu en natuur (flora en fauna)

A

5.1 Verstoring van het dagelijks leven

B

5.2 Aantasting van de positie van het lokale en regionale openbaar bestuur

A

5.3 Sociaal psychologische impact

D

6.1 Aantasting van cultureel erfgoed

A

Waarschijnlijkheid De waarschijnlijkheid van dit type overstroming is, afhankelijk van de hoogteligging van de locatie aan de rivier, ‘mogelijk’ tot ‘waarschijnlijk’.

Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Definitief concept 16-5-2024

80

1.7 Doorbraak regionale keringen (boezemkades) Thema

Natuurlijke omgeving

Incidenttype

Overstroming

Scenario

Doorbraak boezemkade met inundatie (onderwaterzetting) tot gevolg

Aanduiding risicodiagram

Boezem

Context Alblasserwaard Binnen de primaire kering van (norm)dijktraject 16-1 t/m 16-5, wordt de waterstand van het boezemstelsel in de Alblasserwaard en de Vijfheerenlanden met peilbeheer gereguleerd. Het water uit de polder wordt door een groot aantal poldergemalen op de boezem gezet, wat vervolgens bij de gemalen bij Kinderdijk uitgeslagen wordt op de rivier. In geval van extreme neerslag, vooral in combinatie met wind uit het zuidwesten kunnen extreme waterstanden op de boezem optreden. Wanneer deze waterstanden de toets peilen (behorend bij de norm) overschrijden, of bij lagere waterstanden wanneer de keringen niet aan de norm voldoen, kan dit leiden tot een doorbraak van de boezemkade met een inundatie (onderwaterzetting) van een overstromingsgebied als gevolg. De Linge is een regionale rivier met een lengte van circa 100km die in het beheergebied van Waterschap Rivierenland stroomt. De Linge mondt onder normale omstandigheden bij Hardinxveld-Giessendam via het kanaal Van Steenenhoek uit in de Merwede. Indien hier niet meer kan worden gespuid treedt het Kolffgemaal in werking. Tijdens extremen, kan de afvoer van de Linge door de Gorinchemse Kanaalsluis worden beperkt. Hiermee wordt voorkomen dat de waterstanden op het Merwedekanaal hoger worden dan NAP +1,25m.

In het zuidoosten van het beheergebied van veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid (Leerdam tot Gorinchem) beschermen regionale keringen het achterland tegen een overstroming vanuit de Linge. IJsselmonde De Waal is de grootste boezem in de regio IJsselmonde. Het gebruik van De Waal komt niet overeen met de traditionele functie van een boezem. Op de Waal wordt tijdens wateroverlast geen water geloosd. Peilstijgingen op de Waal worden alleen veroorzaakt door directe neerslag en afvoer van boezemland. Echter, bij een peilstijging wordt water afgevoerd naar de omliggende polders. Hiervoor liggen overlaten langs de boezem. Het water loopt vanzelf in achterliggend gebied. Tijdens perioden van waterbehoefte voorziet de boezem de omliggende polders van zoetwater. De Waal heeft een vast peil van NAP -1,00 m.

Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Definitief concept 16-5-2024

81

Figuur 13: Boezemkades met klasse indeling IJsselmonde

Zuid-Holland Zuid wordt tegen overstroming vanuit de Waal beschermd door een genormeerde regionale waterkering IPO-klasse II. Ten westen van Zwijndrecht loopt nog een compartimenteringskering met een behoudsnorm. Voor de normering van de boezemkaden zijn overstroming scenario’s berekend met doorbraken op verschillende plaatsen langs de regionale waterkeringen. Het potentieel overstroombare gebied is weergegeven in onderstaande figuur 14. Het gaat daarbij vooral om een overstroming ten zuiden van de boezem. De maximale waterdiepte is op de meeste plaatsen minder dan 0,5 m. Bij open water kan dit enigszins afwijken.

Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Definitief concept 16-5-2024

82

Figuur 14: Potentieel overstroombaar gebied vanuit de Waal met indicatie van maximale waterdiepte.

Let op: bovenstaand beeld is een combinatie van de verschillende bresdoorbraken. Per incident zal er slechts een deel overstromen.

Hoeksche Waard Op de Binnenbedijkte Maas wordt een streefpeil nagestreefd van NAP –1,10 m. Automatische peilopnemers bij gemaal Sint Anthonypolder en bij de inlaat Munnikenland a/d Munnikenweg dienen als referentie. Bij extreme neerslag is het mogelijk dat de waterstand boven NAP 1,10 m stijgt. In die situaties worden dan noodpompen ingezet om lokaal de overlast te bestrijden. Bij een waterstand van NAP –0,95 m wordt een maalstop ingesteld, omdat bij een hoger peil sommige kadestrekkingen overlopen en negatieve riool overstorten plaatsvinden. Dat betekent dat de polderbemaling wordt stopgezet, totdat deze in evenwicht is met de boezembemaling. Een verdere peilstijging wordt dan zoveel mogelijk voorkomen. Op de boezem Binnenmaas lozen drie poldergemalen. Daarnaast loost er een noodgemaal op de boezem. Dit noodgemaal (Oostmolen) wordt gedurende grote peiloverschrijdingen ingezet, het betreft een permanent opgestelde pomp en werkt d.m.v. automatische aansturing. Bij het gemaal Sint Anthonypolder is er de mogelijkheid dat er extra capaciteit ingezet wordt om het water uit de polder weg te malen met het inzetten van de aanwezige watermolen (zie hierna). Er is bij gemaal Bonaventura, aan de Molendijk in Puttershoek, een zogenaamd compensatieschuif aangebracht.

Dit houdt in dat er bij een waterpeil van NAP –1,04 m een klep open gaat die dan overtollig water van de Boezem Binnenmaas loost in polder Bonaventura. Deze schuif is alleen in werking als de 2 pompen van gemaal Bonaventura draaien bij wateroverlast vanuit de polder. Met de Stichting tot behoud van molens in de gemeente Binnenmaas is overeengekomen dat zij ten tijde van wateroverlast twee watermolens inzetten. Het betreft de Polderse Molen, die maalt op de Sint Anthonypolder en uitslaat op de boezem van de Binnenmaas, en de Oostmolen die maalt op Polder Moerkerken en uitslaat op de boezem van de Binnenmaas. De betreffende molenaars hebben een meldingsplicht via het WSHD 0900telefoonnummer, indien zij de molens willen gaan inzetten.

Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Definitief concept 16-5-2024

83

Figuur 15a: Boezemkades met klasse indeling Hoeksche Waard

De Binnenmaas wordt omsloten door regionale waterkeringen met als norm IPO-klasse I en II. De waterkering langs de zuidelijke en westelijke zijde is naast boezemwaterkering ook in de waterverordening opgenomen als compartimenteringskering met een behoudsnorm. Voor de normering van de boezemkaden zijn overstromingsscenario’s berekend met doorbraken op verschillende plaatsen langs de regionale waterkeringen. Het potentieel overstroombare gebied is weergegeven in onderstaande figuur. Figuur 15b: Potentieel overstroombaar gebied vanuit de Binnenbedijkte Maas van maximale waterdiepte.

Let op: bovenstaand beeld is een combinatie van de verschillende bresdoorbraken. Per incident zal er slechts deel overstromen.

Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Definitief concept 16-5-2024

84

Incident (Alblasserwaard) Hoge waterstanden op de Linge worden bepaald door hevige neerslag in het gebied van de Linge en deelstroomgebieden die afwateren op de Linge. Naast neerslag is de duur en de vorm van afvoergolven op de Linge, afhankelijk van de (beperkte) capaciteit van de sifons onder het Amsterdam-Rijnkanaal en de werking van de Gorinchemse Kanaalsluis ter hoogte van het Merwedekanaal. De duur van hoge waterstanden op de Linge is daarom sterk afhankelijk van het wel of niet sluiten van de Kanaalsluis en het neerslag-afvoerproces. De specifiek gekozen bres bij het kanaal van Steenhoek heeft direct invloed op Gorinchem. Binnen enkele uren staat het grootste gedeelte van Gorinchem, ten noordwesten van het kanaal, onder water. Nabij de dijkdoorbraak komen waterstanden tot 3 meter voor. Volgens de Schade Slachtoffer Module zijn er 16.380 getroffenen waarvan 10 doden. De schade bedraagt 220 miljoen euro.

Figuur 16: Maximale waterdiepte in meters

Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Definitief concept 16-5-2024

85

Figuur 17: Tijd tot eerste inundatie (onderwaterzetting) in uren

Gevolgen (impact) Impact Criterium

Beoordeling

1.1 Aantasting van de integriteit van het grondgebied

C

2.1 Doden

C

2.2 Ernstig gewonden en chronisch zieken

C

2.3 Lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften)

D

3.1 Kosten

C

4.1 Langdurige aantasting van milieu en natuur (flora en fauna)

B

5.1 Verstoring van het dagelijks leven

D

5.2 Aantasting van de positie van het lokale en regionale openbaar bestuur

0

5.3 Sociaal psychologische impact

A

6.1 Aantasting van cultureel erfgoed

0

Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Definitief concept 16-5-2024

86

Waarschijnlijkheid Alblasserwaard Voor een doorbraak bij het kanaal van Steenhoek is het beheerdersoordeel dat de overstromingskans uitkomt in de klasse 1/100 – 1/1000 per jaar. Dit staat gelijk aan klasse C (mogelijk). IJsselmonde en Hoeksche Waard De norm die is uitgedrukt in een gemiddelde terugkeertijd betreft de waterstand, en is niet direct gelijk aan de overstromingskans. In de IPO-methodiek wordt verondersteld dat de getalsmatige overstromingskans een 0,2 maal het getal van de overschrijdingsfrequentie bedraagt. Bij een IPO-klasse II norm komt dat neer op 0,2x(1/30)= 1/150 per jaar. Dit valt in waarschijnlijkheidsklasse C (mogelijk). De waarschijnlijkheid op basis van de werkelijke sterkte is niet onderzocht.

Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Definitief concept 16-5-2024

87

1.8 Extreem veel neerslag Thema

Natuurlijke omgeving

Incidenttype

Extreem veel neerslag

Aanduiding risicodiagram

Extreme neerslag

Context Neerslag is het atmosferische verschijnsel van naar de aarde vallend water. De hoeveelheid regen wordt in millimeters (mm) uitgedrukt. Eén millimeter in millimeters (mm) uitgedrukt. Eén millimeter regen komt overeen met 1 liter op een horizontaal gelegen oppervlakte van 1 m². Door extreem veel regen kan er wateroverlast ontstaan. Er zijn drie typen wateroverlast: 1. Wateroverlast door kortdurende hevige neerslag (vaker in de zomer) 2. Wateroverlast door langdurige neerslag (meestal in de winter) 3. Grondwateroverlast De impact van de eerste twee typen neerslag verschilt en is afhankelijk van de plaats waar de neerslag valt: in landelijk gebied of in de stad.3 In veel steden en dorpen is de riolering (nog) niet berekend op extreem veel neerslag, waardoor water op straat kan blijven staan. Ook kan het oppervlaktewater (sloten, grachten, kanalen etc.) buiten haar oevers treden.4 Hoe dit doorwerkt in de kans op wateroverlast verschilt van gebied tot gebied, maar over het algemeen neemt de kans op wateroverlast toe. Een reguliere regenbui hoeft geen problemen te veroorzaken in de woon- werkgebieden binnen de regio. De riolering voert het regenwater af naar de rioolwaterzuivering (RWZI) of naar het oppervlaktewater. Daarnaast infiltreert het regenwater in groene gebieden, zoals tuinen en parkjes.

Wanneer een regenbui heviger wordt en er meer regen valt dan direct kan worden afgevoerd, kunnen er problemen ontstaan. De klimaatatlas Zuid-Holland biedt inzicht in de locaties in gemeenten waar wateroverlast optreedt na een extreme bui van 100 mm in 2 uur. Hieruit blijkt dat in alle gemeenten in Zuid-Holland Zuid op bepaalde plekken waterdiepten van 20 cm en meer ontstaan.

Oorzaak Dit scenario beperkt zich tot neerslag in de vorm van regen. Hevige regenbuien kunnen ineens voor een afvoerprobleem zorgen, waardoor er water op straat blijft staan.

3) Klimaatadaptatie Deltaprogramma 4) https://ruimtelijkeadaptatie.nl/stresstest/handreiking/wateroverlast/

Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Definitief concept 16-5-2024

88

Incident Binnen een kort tijdsbestek valt een grote hoeveelheid regen. Het huidige rioleringsstelsel (veelal gebaseerd op de verwerking van maximaal 20 mm/uur) kan de hoeveelheid water niet verwerken. Dit leidt tot wateroverlast, en mogelijk een overstroming. De wateroverlast kan zich uiten op verschillende manieren: • Waterschade in gebouwen; • Hoge grondwaterstanden; • Overbelasting van het riool; • Overstroming vanuit regionaal oppervlaktewater; • Overstromen/bezwijken van regionale waterkering; • Overstromen/bezwijken van primaire waterkering; • Overstromen van buitendijks gebied. Concrete voorbeelden van wateroverlast bij extreme neerslag zijn ondergelopen straten, kelders, wegen, tunnels, weilanden, overlopende toiletten, afvalwater op straat en verloren oogsten in de land- en tuinbouwsector. Een incident met extreem veel neerslag kan worden onderverdeeld in drie categorieën: • Hinderlijk, waarbij een beperkte hoeveelheid water (van enkele centimeters) niet langer dan een half uur op straat staat. Hierbij kan gedacht worden aan plassen op straat die hinderlijk kunnen zijn voor het verkeer. • Ernstig hinderlijk, waarbij er grote hoeveelheden water (van enkele tientallen centimeters tot meters) op straat staan wat 30 tot 120 minuten kan duren. Hierbij moet gedacht worden aan ondergelopen tunnels of drijvende putdeksels.

• Overlast, waarbij er grote hoeveelheden water langdurig op straat staan en het water winkels en huizen inloopt, waardoor er materiele schade ontstaat en er mogelijk ook sprake is van een ernstige belemmering van het (economische) verkeer. Bij overlast zal er sprake zijn van een verhoogde hulpvraag aan de brandweer voor de inzet van pompcapaciteit.

Gevolgen (impact) Impact Criterium

Beoordeling

1.1 Aantasting van de integriteit van het grondgebied

A

2.1 Doden

A

2.2 Ernstig gewonden en chronisch zieken

A

2.3 Lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften)

B

3.1 Kosten

B

4.1 Langdurige aantasting van milieu en natuur (flora en fauna)

A

5.1 Verstoring van het dagelijks leven

B

5.2 Aantasting van de positie van het lokale en regionale openbaar bestuur

A

5.3 Sociaal psychologische impact

B

6.1 Aantasting van cultureel erfgoed

A

Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Definitief concept 16-5-2024

89

Waarschijnlijkheid Als het gaat om zware regenbuien met kortstondig veel neerslag die tot overlast leiden, beoordelen de experts de waarschijnlijkheid van het scenario als ‘waarschijnlijk’ (klasse D). Extreem veel neerslag zoals in het omschreven scenario komt in Nederland 1 tot 2 keer per jaar voor. Er is wel een toenemende trend. Volgens de KNMI’23 klimaatscenario’s worden de winter, lente en herfst natter en de zomers droger. In de toekomst neemt het aantal zware zomerse buien met veel neerslag toe. Ook vindt een verschuiving plaats van lichte naar zwaardere zomerse buien, waardoor er meer regen in een kortere periode valt.5

5) KNMI’23 klimaatscenario’s

Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Definitief concept 16-5-2024

90

1.9 Extreme hitteperiode Thema

Natuurlijke omgeving

Incidenttype

Hittegolf

Aanduiding risicodiagram

Extreme hitte

Context Hittegolf Er is sprake van een hittegolf als er in de Bilt op minimaal vijf aaneengesloten dagen een temperatuur van 25 °C of hoger wordt gemeten. Daarvan zijn minimaal drie dagen tropisch met een temperatuur van 30 °C of meer. Als de kans groot is op een periode van (meer dan) vier dagen met een maximumtemperatuur boven 27 °C, wordt het Nationale Hitteplan geactiveerd. Het Nationaal Hitteplan is een waarschuwingssysteem waarmee organisaties, (zorg)professionals en mantelzorgers over de verwachte hitte geïnformeerd worden en handelingsperspectieven gegeven worden. Het Nationaal Hitteplan wordt door het RIVM uitgegeven in overleg met het KNMI. Gezondheidsklachten Hittestress is de algemene term voor gezondheidsklachten die ontstaan als mensen door hoge temperaturenen luchtvochtigheid niet meer in staat zijn de lichaamstemperatuur goed te reguleren6. Negatieve gevolgen van hitte op de volksgezondheid variëren van je niet prettig voelen, huidaandoeningen, uitdroging, ademhalings- en circulatieproblemen tot zelfs een hitteberoerte. In ernstige gevallen kan dit leiden tot (vervroegd) overlijden. Aanhoudende hitte is vooral een gezondheidsrisico voor ouderen, chronisch zieken en kinderen.7 Risicogroepen Door de toename van de levensverwachting hoort een groeiend aantal mensen tot de risicogroep.

Op hogere leeftijd kan het menselijk lichaam zich minder goed aanpassen aan warmte. Ook is er een verhoogde kans op ziekte waardoor het lichaam extra gevoelig is voor hitte. Ook kinderen zijn kwetsbaar voor hitte omdat ze niet altijd zelf in staat zijn om maatregelen te nemen om oververhitting te voorkomen. Op kinderdagverblijven waar geen airco aanwezig is en er door vakantie mogelijk onvoldoende personeel beschikbaar is om zorg te besteden aan extra drinken, koeling van ruimtes e.d., zal hitte een groot risico zijn. Het risico hierbij wordt vooral bepaald door het gedrag van verzorgers. Inwoners van steden zijn kwetsbaarder voor hittestress, omdat het in de stad bijna altijd warmer is dan in het buitengebied. Dit wordt het ‘stedelijk hitte-eiland effect’ (Urban Heat Island) genoemd8. De aanwezigheid van veel verhard oppervlak verhoogt de gevoelstemperatuur en daarmee de hittestress. De aanwezigheid van schaduw en groen verlaagt de gevoelstemperatuur.9 ’s Nachts is dit hitte-eilandeffect het grootst. Het verschil tussen de stad en haar omgeving kan meer dan 5 °C zijn 10. Dat komt doordat donkere materialen meer zonlicht absorberen. En in steden waait het gemiddeld minder dan daarbuiten, waardoor de warmte langer blijft hangen.

6) GGD-richtlijn medische milieukunde: hitte en gezondheid | RIVM 7) RIVM Nationaal Hitteplan (2024) 8) KNMI’23 klimaatscenario’s 9) Klimaatatlas Zuid-Holland, hittestress 10) KNMI’23 klimaatscenario’s

Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Definitief concept 16-5-2024

91

Andere gevolgen van hitte Naast de impact op de gezondheid van mensen kan een aanhoudende hitteperiode ook leiden tot watertekort, dreigende stroomonderbreking, toenemend aantal (berm)brandjes en sociale onrust door overlast hiervan. Ook neemt irritatie van mensen die lang buiten zijn toe. Het verloop van evenementen kan hierdoor worden verstoord en in ernstige gevallen moeten mogelijk evenementen worden afgelast.

Oorzaak De volgende ontwikkelingen zorgen voor negatieve gezondheidseffecten tijdens een langdurige hitte-periode: de vergrijzing, het langer zelfstandig thuis wonen van ouderen en het ‘stedelijk hitte-eiland effect’.

Incident In de zomer treedt een periode op van aanhoudende hitte gedurende ten minste vijf aaneengesloten dagen een temperatuur 25 °C of hoger wordt gemeten, waarvan minimaal drie tropische dagen met een temperatuur van 30 °C of meer. Het Nationaal Hitteplan is een waarschuwingssysteem. Het Nationaal Hitteplan wordt door het RIVM uitgegeven in overleg met het KNMI. Het RIVM informeert organisaties en (zorg)professionals en mantelzorgers over de verwachte hitte. Het Nationaal Hitteplan wordt actief als er een periode van aanhoudende hitte of extreem hoge temperaturen wordt verwacht. Niet alleen de temperatuur overdag speelt een rol bij deze beslissing. Ook de nachttemperatuur, gevoelstemperatuur en luchtvochtigheid spelen een belangrijke rol.11

Gevolgen (impact) Impact Criterium

Beoordeling

1.1 Aantasting van de integriteit van het grondgebied

A

2.1 Doden

C hoog

2.2 Ernstig gewonden en chronisch zieken

C hoog

2.3 Lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften)

B

3.1 Kosten

B

4.1 Langdurige aantasting van milieu en natuur (flora en fauna)

A

5.1 Verstoring van het dagelijks leven

C

5.2 Aantasting van de positie van het lokale en regionale openbaar bestuur

A

5.3 Sociaal psychologische impact

B

6.1 Aantasting van cultureel erfgoed

0

11) RIVM Nationaal Hitteplan (2024)

Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Definitief concept 16-5-2024

92

Waarschijnlijkheid De waarschijnlijkheid van het scenario extreme hitte wordt door de experts ingeschat op ‘waarschijnlijk’ (klasse D). Hittegolven komen nu al veel vaker voor dan vroeger en er wordt vanuit gegaan dat deze trend naar een warmer klimaat doorzet.12

12) KNMI’23 klimaatscenario’s

Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Definitief concept 16-5-2024

93

1.10 Extreme droogte Thema

Natuurlijke omgeving

Incidenttype

(dreigend) watertekort

Aanduiding risicodiagram

Extreme droogte

Context Wanneer er meer water verdampt dan dat er bijkomt, ontstaat droogte. De droogte wordt berekend op basis van de hoeveelheid regen die valt en de omvang van de rivierafvoeren, verminderd met de verdamping. Bijna iedere zomer is er sprake van droogte, gedurende kortere of langere tijd en met wisselende intensiteit. De zon schijnt langer en er kan dus meer vocht verdampen. De regen die tijdens een Nederlandse zomer valt kan dit niet helemaal aanvullen.13 De droogteperiodes worden geduid aan de hand van de volgende niveaus: • Niveau 0: normaal beheer • Niveau 1: dreigend watertekort • Niveau 2: feitelijke watertekorten • Niveau 3: (dreigend) crisis watertekort14 Droogteperiodes kunnen ook voorkomen in het voor- of najaar. Er kunnen geen garanties worden gegeven dat er overal en altijd voldoende zoet water beschikbaar is. Bij ernstige watertekorten hanteren waterbeheerders “de verdringingsreeks” voor de verdeling van het beschikbare zoetwater. De verdringingsreeks geeft de rangorde van maatschappelijke behoeften aan, die bij de verdeling van het beschikbare water wordt gebruikt. Figuur 16: Verdringingsreeks

Categorie 1

Categorie 2

Categorie 3

Categorie 4

Veiligheid en voorkomen van onomkeerbare schade

Nutsvoorzieningen

Kleinschalig hoogwaardig gebruik

Overige belangen (economische afweging, ook voor natuur

1. Stabiliteit van waterkeringen

1. Drinkwater voorziening

•

Tijdelijke beregening kapitaalintensieve gewassen

• • •

2. Klink en zetting (veen en hoogveen)

2. Energie voorziening •

Proceswater • • •

3. Natuur (gebonden aan bodemgesteldheid)

gaat voor

gaat voor

Scheepvaart Landbouw Natuur (zolang geen onomkeerbare schade optreedt) Industrie Waterrecreatie Binnenvisserij

gaat voor

13) https://www.knmi.nl/kennis-en-datacentrum/uitleg/droogte 14) Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Landelijk draaiboek waterverdeling en droogte.

Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Definitief concept 16-5-2024

94

Oorzaak Bijna elk jaar treedt in Nederland in de zomer een periode van droogte op. Er verdampt meer water dan er neerslag valt en de aanvoer van water door Rijn en Maas neemt af. Een neerslagtekort leidt tot een lager waterpeil in rivieren en sloten. Maar ook tot vermindering van de beschikbare hoeveelheid grondwater. Dit heeft gevolgen voor waterafhankelijke sectoren als landbouw, scheepvaart, natuur en industrie. Denk hierbij aan: te lage grondwaterstanden, droogval van beken, verslechterde waterkwaliteit, hinder voor de scheepvaart of schade aan gewassen binnen de landbouwsector.

Incident In dit scenario gaan we uit van een extreme droogteperiode met een dreigend watertekort (niveau 3). De mogelijke gevolgen zijn aanzienlijk. Onomkeerbare schade aan natuur, zoals verdwijning van veen, uitsterving van een diersoort of de verdwijning van een natuurdoeltype kunnen gevolgen zijn van een extreme droogteperiode. De ernst is afhankelijk van de duur van de droogte. Lage waterstanden in het westen van Nederland worden aangevuld vanuit de zee. Dat kan leiden tot verzilting.15 Zilt water heeft een enorm negatief effect op het drinkwater, de landbouw en de natuur. Daarnaast kan de scheepvaart door de lage waterstanden niet alle grondstoffen meer op de juiste plek krijgen. Bedrijven lopen vertragingen op of stil komen te liggen. Hierbij ontstaan er al snel keteneffecten. Watertekort kan ook leiden tot bodemdaling, zoals het oxideren van veen waardoor CO2 vrijkomt, schade aan funderingen, wegen en waterkeringen en verzakkingen van gebouwen.

Gevolgen (impact) Impact Criterium

Beoordeling

1.1 Aantasting van de integriteit van het grondgebied

C

2.1 Doden

0

2.2 Ernstig gewonden en chronisch zieken

0

2.3 Lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften)

0

3.1 Kosten

D

4.1 Langdurige aantasting van milieu en natuur (flora en fauna)

C

5.1 Verstoring van het dagelijks leven

A

5.2 Aantasting van de positie van het lokale en regionale openbaar bestuur

0

5.3 Sociaal psychologische impact

A

6.1 Aantasting van cultureel erfgoed

A

15) https://www.helpdeskwater.nl/onderwerpen/water-ruimte/waterkwantiteit/verzilting/

Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Definitief concept 16-5-2024

95

Waarschijnlijkheid De waarschijnlijkheid van het scenario extreme droogte uitgaande van niveau 3, wordt op basis van de meningen van de experts ingeschat op ‘mogelijk’ (klasse C). Volgens de KNMI’23 klimaatscenario’s neemt de kans op droogte in de toekomst toe: Nederland ligt in het gebied met steeds minder zomerneerslag, terwijl hogere temperaturen voor meer verdamping zorgen.

Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Definitief concept 16-5-2024

96

1.11 Extreme sneeuwval en ijzel Thema

Natuurlijke omgeving

Incidenttype

Extreme sneeuwval of ijzel in Zuid-Holland Zuid

Aanduiding risicodiagram

Sneeuw/ijzel

Context Sneeuwval Sneeuwjacht is sneeuw die door de wind wordt voortgejaagd. Het is veel hinderlijker dan sneeuw die rustig dwarrelt. In een sneeuwjacht is het zeer onaangenaam, zeker bij temperaturen ver onder nul. Bovendien vermindert het zicht, afhankelijk van de intensiteit van de sneeuw. In zware sneeuw kan het zicht teruglopen tot minder dan vijfhonderd meter en soms zelfs minder dan vijftig meter. Dit is vergelijkbaar met zeer dichte mist. Sneeuw kan door de wind ook op drift raken. Het hoeft dan niet te sneeuwen. Driftsneeuw, zoals dat wordt genoemd, is sneeuw die van de grond opwaait. Weerkundigen maken onderscheid tussen hoge en lage driftsneeuw. Van lage driftsneeuw is sprake als de sneeuw door de wind vlak boven grond wordt opgewerveld. Het zicht op ooghoogte (1,8 meter) vermindert dan niet merkbaar. Bij hoge driftsneeuw wordt de sneeuw door de wind zo hoog opgewerveld dat het zicht ook op ooghoogte slechter wordt. Sneeuwval of driftsneeuw bij windkracht 8 of meer wordt een sneeuwstorm genoemd. Door de harde wind komt er veel sneeuw in beweging. De sneeuw stuift dan op tot hoge duinen, dringt gebouwen binnen door kieren en gaten en kan het zicht aanzienlijk beperken. Een sneeuwstorm kan de samenleving ontwrichten en soms hele dorpen isoleren. Het verkeer kan niet verder geblokkeerd raken door sneeuwduinen.

In een langdurige sneeuwstorm kan de sneeuw bij aanhoudende vorst tot meters hoge duinen opstuiven en kunnen gestrande auto’s insneeuwen. Lage temperaturen, harde wind en stuivende sneeuw maken het verblijf buiten de deur onaangenaam en bij matige tot strenge vorst gevaarlijk. In 2021 was de laatste sneeuwstorm genaamd Darcy, in ons land. De meest ontwrichtende sneeuwstorm was in 1979, waarbij delen van het land boven de lijn Harderwijk – Amsterdam van de buitenwereld werd afgesneden. IJzel IJzel is regen die bevriest zodra deze de grond bereikt. IJzel kan op twee manieren ontstaan. Het meest voorkomend is dat relatief warme regendruppels op een bevroren oppervlak vallen. De regen bevriest dan vrijwel direct waardoor een laagje ijs ontstaat. Regen kan ook in de lucht al een temperatuur onder nul bereiken terwijl het nog vloeibaar blijft (onderkoelde regen). De regen vormt ijs zodra het een oppervlakte raakt en hecht zich daar direct aan. Gladheid door ijzel levert elk jaar in het winterseizoen veel ongelukken en schade op. IJzel, overgaand in ijsregen, bedekt alles onder een dikke ijslaag. Wegen en spoor worden onbegaanbaar, boomkruinen buigen onder de last van het ijs en knappen af, hoogspanningsmasten en –draden worden ingekapseld door het ijs en kunnen breken. Bij langdurige gladheid/winterweer kan er een tekort aan strooizout in Nederland ontstaan.

Niet alleen gemeenten, maar ook Rijkswaterstaat, het landelijk coördinatiepunt van de distributie van gladheidsbestrijdingsmiddelen, kan door haar landelijke (beperkte) voorraad heen raken.

Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Definitief concept 16-5-2024

97

Oorzaak Een sneeuwstorm en ijzel zijn gekoppeld aan een weerfront (overgang van warme en koude lucht). Dit kan een aantal dagen voor overlast zorgen. Het heeft vooral gevolgen voor het dagelijks leven, zoals het stilvallen van verkeer en logistiek en het verstoren van elektriciteitsvoorziening en telecommunicatie.

Incident Door hevige sneeuwval en ijzel kunnen delen van de regio meerdere dagen overlast ervaren. Het aantal slachtoffers en gewonden als direct gevolg van de sneeuwstorm of ijzel is beperkt, maar er vallen ook slachtoffers als gevolg van de kou. De ontwrichting van het getroffen gebied is groot, wanneer dit enkele dagen duurt komt het openbare leven daar stil te liggen en leidt dat tot enorme verstoringen van het dagelijks leven. IJzel kan tot meer schade leiden dan een sneeuwstorm doordat masten en kabels voor elektriciteit en telecommunicatie onder het gewicht van de ijzel kunnen bezwijken. De bevoorrading van winkels, ziekenhuizen en zorginstellingen kan enkele dagen stil komen te liggen en zal daarna moeizaam op gang komen. Na enkele dagen kunnen de eerste mensen zonder voedsel komen te zitten. Bedrijven leiden schade doordat de bevoorrading stil komt te liggen. Hulpverleners kunnen mogelijk hulpbehoevenden of kritische locaties niet tijdig bereiken of mensen niet tijdig in veiligheid of bij medische zorg brengen. De bewegingsvrijheid tijdens een zware sneeuwstorm of ijzel is dermate beperkt dat mensen niet of nauwelijks misbruik kunnen maken van de situatie; niet alleen hulpverleners maar ook potentiële criminelen worden ernstig in hun handelen beperkt. Voornamelijk bij ijzel zullen veel mensen gebruik willen maken van het openbaar vervoer.

Het openbaar vervoer zal echter beperkt functioneren: de stroomvoorziening voor de treinen kan langdurig onderbroken zijn en voor bussen en taxi’s zijn de wegen mogelijk te glad.

Gevolgen (impact) Impact Criterium

Beoordeling

1.1 Aantasting van de integriteit van het grondgebied

B

2.1 Doden

B

2.2 Ernstig gewonden en chronisch zieken

C

2.3 Lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften)

B

3.1 Kosten

C

4.1 Langdurige aantasting van milieu en natuur (flora en fauna)

0

5.1 Verstoring van het dagelijks leven

C

5.2 Aantasting van de positie van het lokale en regionale openbaar bestuur

0

5.3 Sociaal psychologische impact

0

6.1 Aantasting van cultureel erfgoed

0

Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Definitief concept 16-5-2024

98

Waarschijnlijkheid De waarschijnlijkheid van dit scenario wordt door de experts ingeschat als ‘mogelijk’ (klasse C). Eens in de zoveel tijd komen er wel winterse sneeuw- en ijzelsituaties voor waarbij er voor korte tijd overlast is (enkele uren of een dagdeel). Met het steeds warmere klimaat worden dergelijke situaties steeds zeldzamer.

Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Definitief concept 16-5-2024

99

1.12 Storm en windhozen Thema

Natuurlijke omgeving

Incidenttype

Zeer zware storm

Aanduiding risicodiagram

Storm

Context Zware storm Er is sprake van storm (9 Beaufort) als de windsnelheid gemiddeld over een uur 75-88 km/uur (21m/s) bedraagt. Over het algemeen levert een storm pas hinder, schade of zelfs slachtoffers op als een storm zwaar (10 Beaufort: 89-102 km/uur), zeer zwaar (11 Beaufort: 103-117 km/uur) of zelfs orkaan (12 beaufort:>117 km/uur) is. Bij zware storm geeft het KNMI waarschuwingen uit. Sinds 1910 kreeg Nederland 68 keer een storm van windkracht 10 of zwaarder te verwerken. Zware stormen komen in Nederland geregeld voor. De laatste keer dat Noordwest Europa door een orkaan werd getroffen was op 26 en 28 december 1999 toen twee stormen kort na elkaar over Frankrijk en centraal Europa raasden. Deze orkaan was een tweelingstorm: twee opeenvolgende stormen op 26 en 28 december. Zeer zware stormen komen vaker in clusters voor. De atmosferische condities die aanleiding geven tot storm blijven vaak een aantal dagen in takt waardoor kort na elkaar zware stormen kunnen voorkomen. Voor de impact van een storm maakt het veel uit op welk moment van de dag en in welk seizoen de storm optreedt. Doordat het hoogtepunt van een storm over het algemeen niet langer dan een dagdeel aanhoudt, levert een storm ’s nachts minder problemen op dan overdag. Stormen in het zomerhalfjaar kunnen vooral veel schade aan bossen aanrichten omdat de bomen dan vol in het blad zitten.

De kans op stormen van 10 Beaufort of zwaarder is het grootst in het winterhalfjaar. In het zomerhalfjaar kunnen echter wel zware tot zeer zware windstoten voorkomen, met name tijdens onweersbuien. Voorafgaand aan een zeer zware storm kan het KNMI een weeralarm (code rood) afgeven. Dit is afhankelijk van de verwachte impact, het kan ook bij een code oranje blijven tijdens een storm in het weekend i.p.v. een doordeweekse dag tijdens de spits. Tijdens de storm is vooral het weg- en railverkeer kwetsbaar: tijdens het hoogtepunt van de storm komt het transport stil te liggen. Na de storm kan het enige tijd duren voordat de wegen en spoorwegen weer vrij zijn van omgewaaide bomen en storingen aan de elektriciteitsvoorziening zijn hersteld. De ervaring met zeer zware stormen in Nederland laat zien dat dit eerder een kwestie is van uren dan van dagen. In het Nederlandse klimaat gaat een zeer zware storm over het algemeen gepaard met westenwinden, die meestal geen langdurige winterse kou meevoeren. Windhoos Naast zware stormen, die meestal enkele uren duren, kan de regio ook te maken krijgen met windhozen. Windhozen moeten niet verward worden met zware windstoten bij (onweers)buien, alhoewel deze laatste wel lokaal veel schade kunnen aanrichten. Windhozen zijn (mini)tornado’s, oftewel een trechtervormige snel ronddraaiende slurf onder een buienwolk.

Kleinere windhozen worden elk jaar wel ergens in Nederland gemeld met daarbij soms ook lokale schade. Maar zwaardere windhozen (zoals op 25 juni 1967) zijn zeldzaam in Nederland en bovendien zeer lokaal. In Nederland blijft het vaak bij een windhoos in wording waarbij het slurfje als een uitstulping onder de wolk zichtbaar is en de schade beperkt blijft. De schade bij een hoos is groot. Een spoor van vernieling verraadt waar de slurf van de windhoos het aardoppervlak raakte. Bij een windhoos wordt materiaal opgezogen dat vele tientallen kilometers verder terecht komt.

Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Definitief concept 16-5-2024

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14373837/1