Bijlage bij nr. 11 Uitgangspunten nieuwe wet Inburgering
Tekst van het document
Uitgangspunten nieuwe Wet inburgering Gemeente Dordrecht, gemeente Hendrik-Ido-Ambacht, gemeente Papendrecht, gemeente Zwijndrecht, gemeente Hendrik-Ido-Ambacht, Sociale Dienst Drechtsteden November 2020
Uitgangspunten van de samenwerking 1. De Sociale Dienst Drechtsteden voert de Wet inburgering uit voor de gemeenten Dordrecht, Hendrik-Ido-Ambacht, Papendrecht en Zwijndrecht. Om uitvoering te kunnen geven aan de taken in deze wet worden bevoegdheden aan de SDD gemandateerd. Hiermee blijven de gemeenten eindverantwoordelijk voor de uitvoering van de inburgering en hebben een kaderstellende rol richting de SDD. De uitvoerende bevoegdheden en de bevoegdheid om beleidsregels vast te stellen worden gemandateerd aan de SDD. Het beleid wordt voorbereid in samenwerking (co-creatie) tussen de SDD en de vier gemeenten. Deze gezamenlijke voorbereiding leidt tot een zo uniform mogelijk beleid. 2. Er is een bestuurlijk overleg Inburgering met de wethouders van de vier gemeenten Er wordt een wethoudersoverleg Inburgering ingesteld. In dit wethoudersoverleg vindt de bestuurlijke afstemming plaats tussen de vier gemeenten over de uitvoering en het beleid. Uit de samenwerkende regiogemeenten wordt vooralsnog geen regionaal portefeuillehouder inburgering aangewezen. Omdat niet elke Drechtsteden-gemeente de taken van de Wet inburgering overdraagt aan de SDD, heeft het PFO Sociaal geen adviserende rol over de uitvoering en het beleid van de Wet inburgering.
Inhoudelijke uitgangspunten 3. We zetten in op duurzame participatie naar vermogen Participatie moet passend zijn bij de talenten, kennis en interesses van de inburgeraar. Dit betekent maatwerk voor elke inburgeraar. We gaan niet altijd voor de snelste maar wel altijd voor de beste weg naar participatie. De inzet is primair gericht op economische participatie (betaalde arbeid/financieel onafhankelijk) en te allen tijde op maatschappelijke participatie (vrijwilligerswerk, werkervarings- en participatieplekken, lid van vereniging, deelname aan andere sociale netwerken). 4. We staan naast de inburgeraar
We ondersteunen inburgeraars in hun weg naar participatie in de samenleving en inburgering. We zien het als een gezamenlijke verantwoordelijkheid dat de inburgeraar hierin slaagt. We staan naast de inburgeraar. We ondersteunen, faciliteren, bieden maatwerk en nemen waar nodig tijdelijk over. De intensiteit hiervan is afhankelijk van de zelfredzaamheid van de inburgeraar. 5. We beschouwen inburgering als onderdeel van het sociaal domein Inburgering is meer dan het kennis opdoen van de Nederlandse taal en maatschappij. Inburgering is een middel, naast andere middelen, om mee te kunnen doen in de samenleving. In deze brede opvatting wordt inburgering tegelijk en afgestemd ingezet met andere onderdelen en middelen uit het sociale domein, zoals de Participatiewet, sport, zorg enzovoorts. Een brede opvatting van inburgering versterkt de snelheid en effectiviteit van duurzame participatie.
Implementatie uitgangspunten 6. Inburgering wordt nabij en lokaal ingebed Inburgering moet zowel mentaal als fysiek nabij de inburgeraar worden georganiseerd. Wat betreft het mentale betekent dit het opbouwen van vertrouwen en verbinding met de inburgeraar. Wat betreft het fysieke betekent dit dat de casusregisseur werkt in de lokale gemeente. Er moet tijdens het inburgeringsproces kennis zijn van en een goede samenwerking met lokale organisaties. 7. Inburgering wordt integraal georganiseerd Maatwerk leveren bij de inburgering van een statushouder vraagt om een samenhangende aanpak. Dat gaat over werk en inkomen, over zorg, sport, huisvesting, schuldenproblematiek enzovoorts. Deze domeinen bieden kansen of juist belemmeringen op het pad naar participatie. Een goede samenwerking intern binnen de SDD en afstemming met gemeentelijke afdelingen en de externe partners binnen die domeinen is daarbij onmisbaar. 8. De implementatie wordt gezamenlijk uitgevoerd De implementatie en invoering van de nieuwe Wet Inburgering is een nauwgezette co-creatie. De uitvoering wordt zoveel als mogelijk uniform ingericht, waarbij ruimte is voor lokaal maatwerk om aan te sluiten bij de lokale infrastructuur. In de toekomst (uitvoeringsfase) zal deze co-creatie voortgezet worden. Hierbij zoeken we in onze samenwerking naar effectiviteit en synergie. 9.
Bij de inzet van (ontschotte) middelen streven we naar maatschappelijke impact We onderzoeken hoe de inzet van middelen en budgetontschotting kan bijdragen aan de grootst mogelijke maatschappelijke impact. Dit doen we op onderdelen door het uitwerken van businesscases. Immers: hoe meer we, ook financieel, gunstige verbindingen kunnen leggen met andere beleidsterreinen, hoe meer we gestalte kunnen geven aan inburgering als onderdeel van het sociaal domein.