CConstaterende datHendrik-Ido-Ambacht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 7 verslag bijeenkomst Adviesraden - Verordening Jeugdhulp

raadsvergadering openbaar 1 december 2025, gemeente Hendrik-Ido-AmbachtBij agendapunt: Verordening Jeugdhulp HIA 20264.765 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijeenkomst Adviesraden Raamwerk Jeugdverordening ZHZ Inhoud Opening .............................................................................................................. 2 Presentatie en toelichting .................................................................................... 3 Proces tot nu toe ............................................................................................... 3 Belangrijkste wijzigingen .................................................................................... 3 Toelichting en vervolgstappen ............................................................................ 5 Reacties Adviesraden gemeenten ........................................................................ 6 Hendrik Ido Ambacht ............................................................................................ 6 Zorgbelang inclusief .............................................................................................. 7 Zwijndrecht .......................................................................................................... 7 Ouderplatform ZHZ ............................................................................................... 8 Gorinchem .........................................................................................................

11 Molenlanden ...................................................................................................... 11 Papendrecht ....................................................................................................... 11 Hoeksche Waard ................................................................................................ 13 Zorgen over uitvoerbaarheid verordening in de praktijk ........................................... 14 Reacties vanuit de werkgroep ............................................................................ 14 Zorgcontinuïteit bij 18-/18.................................................................................... 14 Participatie van jongeren ..................................................................................... 15 Taalgebruik ......................................................................................................... 15 Kwaliteit en toezicht op aanbieders ...................................................................... 15 Draaglast en draagkracht ..................................................................................... 16 Vervolg proces en planning ................................................................................ 16

1

Opening Werkgroep Verordening De bijeenkomst werd geopend door de gemeente Dordrecht [Susan van Oostrom] namens de werkgroep Verordening. De werkgroep bestaat uit vertegenwoordigers van de gemeenten Hoeksche Waard (Vanessa van Zanten), Zwijndrecht (Caroline van Dijk) en de Serviceorganisatie Jeugd ZuidHolland Zuid (Annebet Twigt en Meltem Karabulut). Gezamenlijk vertegenwoordigen zij de overige gemeenten binnen de regio Zuid-Holland Zuid. Aanwezigheid adviesraden Vanuit de gemeenten zijn de adviesraden van Dordrecht, Hendrik-Ido-Ambacht, Molenlanden, Papendrecht, Sliedrecht, Gorinchem en Zwijndrecht aanwezig. Daarnaast zijn ook Zorgbelang Inclusief en het Ouderplatform ZHZ vertegenwoordigd. De adviesraden Alblasserdam, HardinxveldGiessendam en Sliedrecht hebben zich afgemeld. Om een terugkoppeling te maken van de ingebrachte punten naar de gemeenten is Nel Hofman, programmasecretaris jeugdregio ZHZ, aanwezig om de reacties en besproken punten te bundelen. Het doel van de bijeenkomst is het bespreken van het Concept Raamwerk Jeugdverordening die door de regio is opgesteld. Deze verordening is onderdeel van de wettelijke verplichting tot periodieke evaluatie. De verordening sluit ook aan bij het lopende verbeterprogramma Betaalbare en Beschikbare Jeugdhulp, evenals bij de voorbereidingen op nieuwe contracten met zorgaanbieders.

De werkgroep benadrukt het belang van input vanuit de adviesraden op de volgende punten: • Is de tekst van de verordening helder en logisch opgebouwd? • Sluit de inhoud aan bij de praktijk? • Worden er onderdelen gemist? • Zijn er zaken die vragen oproepen of waar bezwaar tegen bestaat? De bijeenkomst is gericht op een open en constructieve uitwisseling van inzichten en ervaringen.

2

Presentatie en toelichting Proces tot nu toe De werkgroep is in januari 2025 gestart. Zij hebben: • De huidige verordeningen van de 10 gemeenten vergeleken • De model verordening van de VNG als model gebruikt • Verordeningen van andere gemeenten bestudeerd • Juridisch advies ingewonnen (o.a. bij Tim Robbe Advocaten) • Een uitvoeringstoets gedaan met lokale teams

Belangrijkste wijzigingen De onderstaande tekst is samengevat uit de toelichting die bij de presentatie is gegeven en de vragen die tijdens de presentatie zijn gesteld 1. Verslagtermijn verkort De termijn voor het opstellen van een verslag is aangepast van 30 dagen naar 10 werkdagen. Dit is gedaan op basis van signalen uit de praktijk: 30 dagen werd als te lang ervaren, terwijl 10 werkdagen in principe haalbaar moet zijn. 2. Toevoeging bijlage over normale uitdagingen In artikel 9 is een bijlage toegevoegd over normale opvoeduitdagingen. Denk aan driftbuien bij peuters – iets wat erbij hoort – tenzij het structureel en ontwrichtend wordt. Deze bijlage helpt professionals om hierover het gesprek aan te gaan met ouders, vanuit het principe van normaliseren. 3. Beoordeling draagkracht en draaglast (artikel 10) Dit artikel vraagt om politieke afweging. Het uitgangspunt is dat ouders, waar mogelijk, zelf bijdragen aan de zorg voor hun kind. Tegelijkertijd is er terechte zorg over de interpretatie van begrippen als draagkracht en draaglast. We erkennen dat dit mensenwerk is en dat er risico’s zijn op willekeur. Daarom wordt dit artikel ook expliciet besproken in de gemeenteraden.

3

Er is behoefte aan duidelijke criteria. In de huidige nadere regels zijn al handvatten opgenomen, en we werken aan verdere uitwerking in de toelichting. De verordening is juridisch getoetst aan de Jeugdwet, maar niet expliciet aan internationale verdragen zoals het VN-Kinderrechtenverdrag – een punt dat vaker terugkomt tijdens de middag. 4. Afbakening met andere wetgeving Artikelen over de afbakening met de Zvw, Wmo en WLZ zijn compacter in een apart hoofdstuk opgenomen en deels verplaatst naar beleidsregels, om de leesbaarheid te verbeteren en ruimte te geven voor lokale invulling. 5. Vervoer Er is verduidelijkt dat het gaat om vervoer naar jeugdhulpvoorzieningen, bijvoorbeeld via taxivervoer, wanneer ouders dat zelf niet kunnen organiseren. Er wordt ook gekeken naar kilometervergoeding, maar dat is nog onderwerp van beraad en zal op lokaal niveau verdere uitgewerkt worden. 6. Algemene vs. individuele voorzieningen Bijvoorbeeld ernstige dyslexie werd eerder als algemene voorziening benoemd. In de nieuwe verordening is dit gewijzigd naar een individuele voorziening (en wordt toegekend met een beschikking), omdat dit beter aansluit bij de huidige praktijk. 7.

Nieuwe artikelen Op basis van de VNG-modelverordening zijn artikelen toegevoegd over: • Vervoer • Dyslexie • Vaktherapie • Kinderopvang en buitenschoolse opvang • Niet-meewerken van ouders • PGB (Persoonsgebonden budget) 8. Terminologie: van melding naar aanvraag We spreken in de nieuwe verordening niet meer over een ‘melding’, maar over een aanvraag. Dit is aangepast op basis van jurisprudentie. Bij een melding begon de beslistermijn pas na een gesprek; bij een aanvraag start die direct. Dit voorkomt juridische onduidelijkheid en vertraging en doet recht aan de positie van inwoners.

4

Toelichting en vervolgstappen De werkgroep werkt aan een aanvullende toelichting per artikel. Daarnaast onderzoekt zij op welke wijze er een praktisch werkdocument kan worden opgesteld voor professionals in begrijpelijke taal. Dit kan samen met uitvoeringsorganisaties, lokale teams en gemeenten worden ontwikkeld. Alle input die de werkgroep vandaag ontvangt wordt verzameld. Waar mogelijk verwerken zij die in de definitieve versie. Als iets niet wordt overgenomen, lichten zij dat toe. De adviesraden ontvangen: • • •

De definitieve verordening De toelichting per artikel Een overzicht van wat wel en niet is verwerkt (N.B. is in dit verslag verwerkt)

Vanwege de zomervakantie verwacht de werkgroep dit pakket eind augustus te kunnen aanbieden. Zij kiezen ervoor om dan in één keer een compleet pakket te sturen, in plaats van gefragmenteerde updates. De werkgroep is nu vooral benieuwd naar de reacties van de adviesraden: • Zijn er grote bezwaren? • Missen er onderdelen? • Zijn er vragen of onduidelijkheden?

5

Reacties Adviesraden gemeenten Na de toelichting op de conceptverordening volgt een ronde langs de aanwezigen om reacties, vragen en suggesties op te halen. Deelnemers brengen verschillende inhoudelijke en procesmatige aandachtspunten in.

Hendrik Ido Ambacht 1. Aandacht voor de overgang van 18- naar 18+ • De overgang van jeugdhulp naar volwassenhulp rond het 18e levensjaar wordt als problematisch ervaren. Jongeren vallen op hun 18e verjaardag soms letterlijk in een gat, terwijl hun hulpvraag niet verdwijnt. • Er wordt gepleit voor meer aandacht voor deze transitie en het voorkomen van zorguitval. Reactie werkgroep: de overgang 18-/18+ staat genoemd in artikel 28. We hebben hier twee punten aan toegevoegd (leden 7 en 8) over het opstellen van een perspectiefplan. Zie ook pagina 14. 2. Waarschuwing tegen juridisering • Gemeenten zijn soms geneigd om problemen te juridiseren. De oproep is om de menselijke maat centraal te blijven stellen en niet te verzanden in juridische procedures en interpretaties. • Zorg, aandacht en emotie moeten leidend blijven in het beleid. 3. Positief over risicofactoren en beschermende factoren • Het is positief dat deze factoren in de verordening zijn opgenomen. Ze dragen bij aan een meer mensgerichte benadering van jeugdhulp. 4. Leesbaarheid van de verordening • De nieuwe verordening is iets beter leesbaar dan de vorige, maar blijft lastig te begrijpen. • Er wordt gepleit voor een publieksvriendelijke toelichting, zodat ook ouders en jongeren zonder juridische achtergrond begrijpen wat hun rechten en plichten zijn.

• Er wordt een voorbeeld genoemd waarbij een ouder de toelichting wél begreep, maar de professional niet. Dit onderstreept het belang van duidelijke taal, ook voor professionals. Reactie werkgroep: We hebben gekeken waar we het taalgebruik kunnen vereenvoudigen, zonder dat dit ten koste gaat van de juridische duidelijkheid en geldigheid van de verordening. Er volgt nog een toelichting bij de verordening die beter leesbaar is. 5. Inkomensafhankelijke toetsing • Er is begrip voor het idee om bij welvarende gezinnen eerst te kijken naar wat zij zelf kunnen bijdragen, bijvoorbeeld via aanvullende verzekeringen. Dit wordt als redelijk en passend ervaren. 6. Harmonisatie tussen de 10 gemeenten • Het is belangrijk om de harmonisatie tussen de gemeenten goed in het oog te houden en te sturen op zo min mogelijk verschillen. Inwoners moeten dezelfde rechten en plichten hebben, ook al wonen ze net aan de andere kant van de brug.

6

Reactie werkgroep: dit regionale raamwerk moet helpen om de 10 lokale verordeningen zoveel mogelijk gelijk te laten zijn. Uiteindelijk is het wel de bevoegdheid van elke individuele gemeenteraad om een verordening vast te stellen.

Zorgbelang inclusief 1. Artikel 31 – Betrekken van jeugd bij de verordening • Er wordt opgemerkt dat jongeren zelf niet expliciet worden betrokken bij het opstellen van de verordening. Dit wordt als een gemis ervaren, juist omdat het beleid direct invloed heeft op hun leven. • Er wordt gepleit voor structurele participatie van jongeren in het proces, naast de betrokkenheid van adviesraden. 2. Artikel 32 – Monitoring van kwaliteit van zorg • Er wordt gevraagd in hoeverre de kwaliteit van geleverde zorg daadwerkelijk wordt gemonitord en geëvalueerd. • De nadruk ligt op het belang van inhoudelijke kwaliteitsbewaking, niet alleen op het behalen van prestatie-indicatoren. • Er wordt gepleit voor een zorgvuldige en frequente evaluatie van de zorgaanbieders, waarbij de inhoudelijke kwaliteit centraal staat. Reactie werkgroep: aanbieders voeren zelf cliëntervaringsonderzoeken uit. Daarnaast hebben we als regio de afgelopen jaren zelf cliëntervaringsonderzoeken laten uitvoeren door een onafhankelijk onderzoeks- en adviesbureau. Dit heeft onze aandacht.

Zwijndrecht Zwijndrecht sluit zich aan bij de opmerkingen die Hendrik-Ido-Ambacht heeft gemaakt. De genoemde punten worden herkend en onderschreven

Aanvulling op deze punten door Adviesraad Dordrecht Brede betrokkenheid jongeren vanuit Dordrecht • De adviesraad sociaal domein Dordrecht is vertegenwoordigd, evenals leden van de werkgroep jeugd en het jongerennetwerk Dordrecht. Er wordt actief gewerkt aan het versterken van de stem van Dordtse jongeren. • Tijdens bijeenkomsten met jongeren komen regelmatig signalen naar voren over onregelmatigheden binnen organisaties waar jongeren mee te maken hebben. • De indruk bestaat dat deze problemen eerder toenemen dan afnemen. • Er wordt gepleit voor meer aandacht voor deze signalen en voor betere bescherming van jongeren binnen de jeugdhulp. Kwaliteitsbewaking en toezicht op aanbieders • Er wordt verwezen naar artikel 32 over de kwaliteit van gecontracteerde aanbieders.

7

•

De vraag wordt gesteld hoe vaak en op welke manier aanbieders daadwerkelijk worden gecontroleerd. Er is behoefte aan meer transparantie over de handhaving van kwaliteitsnormen en certificering.

Reactie werkgroep: zie pagina 15. Ter volledigheid is er een bijlage toegevoegd met de schriftelijke vragen vanuit de Adviesraad Dordrecht, incl. beantwoording door de werkgroep.

Ouderplatform ZHZ De reactie is gebaseerd op een uitgebreide toetsing van de conceptverordening aan internationale mensenrechtenverdragen, waaronder het VN-Verdrag Handicap en het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK). Algemene conclusie • De verordening is op veel punten zorgvuldig opgesteld en benadrukt eigen kracht. • Tegelijkertijd mist de verordening op onderdelen aansluiting bij de mensenrechten van kinderen en gezinnen met beperkingen of complexe participatievraagstukken. • Met de voorgestelde aanpassingen wordt de verordening beter in lijn gebracht met internationale verdragen. Zeven hoofdpunten uit de kanttekening vanuit Ouderplatform ZHZ 1. Gelijke toegang tot zorg voor kinderen met een beperking • De verordening legt veel verantwoordelijkheid bij ouders, ook bij kinderen met een beperking. • Dit leidt tot indirecte discriminatie: gezinnen krijgen pas hulp als ze overbelast zijn. • Tip: neem op dat kinderen met een beperking altijd recht hebben op passende ondersteuning, ongeacht de draagkracht van ouders. Reactie werkgroep: de verordening is gebaseerd op landelijke wetgeving en rechtspraak. De definities en artikelen over draagkracht en draaglast doen naar mening van de werkgroep voldoende recht aan de doelen van de jeugdwet en aan alle jeugdigen en ouders die jeugdhulp nodig hebben. 2.

Recht op participatie en kindperspectief • Artikel 5 noemt dat het kind minimaal één keer gezien moet worden, maar dit is onvoldoende. • Tip: zorg dat kinderen in begrijpelijke taal worden geïnformeerd en dat hun mening serieus wordt meegenomen in alle fasen van het proces. Reactie werkgroep: we wijzen graag op dat we met artikel 5 al meer doen dan het VNG-model aangeeft en wijzen op artikel 8 lid 2 waar expliciet staat dat het college ervoor zorgt dat zowel de

8

jeugdige als zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger(s) in begrijpelijke taal geïnformeerd worden over de uitkomsten van het onderzoek. Te allen tijde worden jeugdigen betrokken en serieus genomen in hun eigen hulpverleningsproces. 3. Onafhankelijke cliëntondersteuning • Cliëntondersteuning is optioneel, maar niet gegarandeerd of actief aangeboden. • Tip: maak onafhankelijke cliëntondersteuning een standaardonderdeel van het proces, zodat ook minder mondige ouders en jongeren toegang hebben tot hulp. Reactie werkgroep: we wijzen graag op artikel 5 lid 2 waar staat dat iedereen wordt gewezen op de mogelijkheid van onafhankelijke cliëntondersteuning. Het blijft te allen tijde een mogelijkheid en vrijwillige keuze (en dus geen verplichting) 4. Passende Hulp bij (onzichtbare) beperkingen • Artikel 9 lid 3 sluit hulp uit als iets binnen het normale opgroeien valt, met verwijzing naar het NJi-document. • Tip: bouw bij twijfel ruimte in om toch hulp te bieden, vooral bij complexe of nog niet gediagnosticeerde problematiek. Reactie werkgroep: we sluiten hierbij aan bij wat de Jeugdwet voorschrijft en onze visie op normaliseren, waarbij wij (en professionals in de uitvoering) oog blijven houden voor vroegsignalering. Het al dan niet toekennen van een individuele voorziening blijft altijd maatwerk. 5.

Toegankelijkheid van het PGB (artikel 17) • De eisen aan taalvaardigheid en administratie zijn hoog. • Tip: vergoed ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een PGB, zodat ouders met taal- of leerproblemen niet buiten de boot vallen. Reactie werkgroep: we brengen de tip via dit verslag over aan de gemeenten. We wijzen er op dat het beheren van een pgb een aantal vaardigheden vraagt, zoals vermeld in artikel 17 en dat alle inwoners op grond van de Wmo een beroep kunnen doen op cliëntondersteuning 6. Zorgcontinuïteit bij 18+ • Er ontbreekt een concreet transitieplan voor jongeren die 18 worden. • Tip: maak een transitieplan verplicht voor jeugdhulpaanbieders, conform artikel 28 lid 5 van het VN-Verdrag Handicap. Reactie werkgroep: de overgang 18-/18+ staat genoemd in artikel 28. We hebben hier twee punten aan toegevoegd (leden 7 en 8) over het opstellen van een perspectiefplan. Zie ook pagina 14. 7. Abstracte begrippen en risico op willekeur • Begrippen als eigen kracht, draagkracht en draaglast zijn moeilijk objectief toepasbaar voor professionals.

9

• •

Er bestaat een risico dat aanvragen onterecht worden afgewezen op basis van interpretatieverschillen. Tip: houd in de formulering expliciet rekening met gezinnen met extra uitdagingen. Niet alle situaties zijn vergelijkbaar en verdienen maatwerk.

Reactie werkgroep: De begrippen draaglast en draagkracht worden verder uitgewerkt in de beleidsregels. Tot slot stelt Ouderplatform ZHZ nog een vraag over kinderen met ouders zonder verblijfsstatus Er wordt een vraag gesteld over de toegang tot jeugdhulp voor kinderen met (één of twee) ouders zonder verblijfsstatus. Er is geen duidelijk antwoord gevonden in de verordening; dit wordt als aandachtspunt meegegeven. Reactie werkgroep: dank voor uw aandachtspunt, we brengen dit via dit verslag ook over aan de gemeenten. Bij de verordening volgen we de lijn van de jeugdwet die geen onderscheid op basis van nationaliteit of verblijfsstatus van het kind of de ouders maakt en zich richt op de behoefte van de jeugdige. Ter volledigheid is er een bijlage toegevoegd waarin de vragen van het Ouderplatform schriftelijk zijn gesteld.

Dordrecht 1. Nieuwe materie en voorbereiding • •

De adviesraad in Dordrecht is relatief nieuw met deze materie. Er is vooraf gezamenlijk voorbereid, maar veel inhoud is nog onbekend terrein.

2. Artikel 10 – draagkracht en draaglast • Artikel 10 wordt als belangrijk ervaren. Er is behoefte aan meer duidelijkheid over hoe draaglast en draagkracht worden beoordeeld en toegepast. Reactie werkgroep: De begrippen draaglast en draagkracht worden verder uitgewerkt in de beleidsregels. 3. Inconsistent taalgebruik • In de verordening wordt op verschillende plekken verwezen naar “ouders”, “verzorgers” en “personen”. Dit gebeurt niet consequent, wat verwarring oproept. • Er wordt geadviseerd om het taalgebruik te uniformeren. Reactie werkgroep: we hebben dit door een juridisch adviseur laten controleren en aangepast indien noodzakelijk. 4. Kwaliteitsbewaking en toezicht op aanbieders (artikel 32) • Er wordt verwezen naar artikel 32 over de kwaliteit van gecontracteerde aanbieders. • De vraag wordt gesteld hoe vaak en op welke manier aanbieders daadwerkelijk worden gecontroleerd. Er is behoefte aan meer transparantie over de handhaving van

10

kwaliteitsnormen en certificering. De verordening biedt kaders, maar de uitvoering in de praktijk is minstens zo belangrijk. Reactie werkgroep: zie pagina 15. 5. Aansluiting bij eerdere opmerkingen • De adviesraad sluit zich aan bij de algemene opmerkingen die eerder in de bijeenkomst zijn gemaakt.

Gorinchem 1. Belang van praktijkervaring • Benadrukt dat het belangrijk is om signalen en ervaringen vanuit het veld serieus te nemen. • Praktijkkennis en ervaringen van professionals vormen een waardevolle aanvulling op het beleidsmatige en juridische kader van de verordening. 2. Aansluiting bij eerdere opmerkingen • De gemeente sluit zich aan bij de eerdere opmerkingen die tijdens de bijeenkomst zijn gemaakt.

Molenlanden 1. Geen inhoudelijke opmerkingen op de verordening o De gemeente geeft aan geen specifieke aanmerkingen te hebben. o De eigen verordening is op dit moment niet beschikbaar, waardoor inhoudelijke vergelijking lastig is. 2. Waarde van samenwerking o Er wordt positief gereageerd op de samenwerking binnen de regio. o De gemeente herkent zich in de gezamenlijke aanpak en vindt het belangrijk dat deze wordt voortgezet. 3. Zorg over juridisering o Er wordt zorg uitgesproken over het risico dat de menselijke maat verloren gaat door juridisering. o De oproep is om te blijven focussen op de persoon om wie het gaat, en niet te verzanden in procedures en interpretaties. 4. Belang van risicofactoren en beschermende factoren o De gemeente vindt het belangrijk dat deze factoren goed in beeld worden gebracht. Dit helpt om de context van de hulpvraag beter te begrijpen en recht te doen aan de situatie van het kind en gezin. o De gemeente spreekt waardering uit voor het feit dat deze elementen (zoals risicofactoren) al zijn opgenomen in de verordening.

Papendrecht 1. Signalen met emotionele lading

11

o

Papendrecht constateert dat tijdens de bijeenkomst ook signalen worden gedeeld die voortkomen uit persoonlijke ervaringen of emoties. o Suggestie: noteer deze signalen expliciet en neem ze – waar passend – mee als signaal in het aanbiedingsdocument. Dit geeft deelnemers het gevoel dat hun inbreng serieus genomen wordt, ook als het niet direct leidt tot aanpassing van de verordening. 2. Evaluatiebepaling in de verordening o In de huidige tekst ontbreekt een concrete termijn voor evaluatie. o Advies: neem een vaste evaluatietermijn op, bijvoorbeeld eens per twee jaar. Dit draagt bij aan duidelijkheid richting adviesraden en inwoners. Reactie werkgroep: de termijn is open gelaten zodat elke individuele gemeente hierin een keuze kan maken die aansluit bij de lokale situatie en afspraken. We zullen een termijn van twee jaar adviseren aan collega’s in de regio. Het is uiteindelijk aan de lokale gemeenteraden zelf welke termijn zij vaststellen in de verordening. 3. Zorgplicht van het college o Op de laatste pagina van de verordening (woordenlijst) wordt vermeld dat de term “zorgplicht van het college” niet wordt overgenomen. o Vraag: waarom wordt dit niet expliciet benoemd, terwijl het wel een belangrijk principe is? Reactie werkgroep: de zorgplicht is al vastgelegd in de Jeugdwet en komt elders in de verordening impliciet terug.

Herhaling wordt als overbodig beschouwd, maar het punt wordt meegenomen in de verdere afweging. 4. Artikel 10 – draagkracht en draaglast o De formulering over het “redelijkerwijs verwachten van aanpassing van maatschappelijke activiteiten of arbeid” kan als kwetsend of onrealistisch worden ervaren. Niet alle ouders hebben de mogelijkheid om minder te werken of hun leven aan te passen. Reactie werkgroep: het gaat hierbij om maatwerk. Het woord “redelijkerwijs” laat ruimte voor afweging per situatie. De begrippen draaglast en draagkracht worden verder uitgewerkt in de beleidsregels. 5. Aanvullende zorgverzekering o Vraag: wat wordt bedoeld met het aanspreken van aanvullende zorgverzekeringen, aangezien kinderen onder de basisverzekering vallen? Reactie werkgroep: op het moment dat ouders een aanvullende verzekering hebben afgesloten op basis waarvan zij (al dan niet gedeeltelijk) recht hebben op hulp (gefinancierd) vanuit de verzekeraar, dan moeten zij daar eerst gebruik van maken. Het artikel verplicht ouders niet om een aanvullende verzekering af te sluiten. Het gaat om situaties waarin bijvoorbeeld vaktherapie (deels) wordt vergoed vanuit een aanvullende verzekering. In dat geval wordt eerst gekeken of

12

die vergoeding benut kan worden, voordat een beroep op jeugdhulp wordt gedaan. Respijtzorg is een ander voorbeeld waarbij dit speelt.

Hoeksche Waard 1. Artikel 10 – draagkracht en draaglast • Er wordt vraagtekens geplaatst bij de duidelijkheid van artikel 10. De begrippen “draagkracht” en “draaglast” worden als vaag ervaren en zijn moeilijk terug te vinden of te duiden. • Geadviseerd wordt om deze begrippen duidelijker te definiëren, zeker omdat ze bepalend zijn voor besluitvorming. Reactie werkgroep: de begrippen draaglast en draagkracht worden verder uitgewerkt in de beleidsregels. 2. Politiek karakter van het artikel 10 • Artikel 10 wordt gezien als politiek gevoelig. De toepassing ervan vraagt om zorgvuldige afwegingen en kan per gemeente verschillend worden geïnterpreteerd. 3. Vervoer en aansluiting op andere regelingen • Er wordt gewezen op mogelijke knelpunten in de afstemming tussen jeugdhulpvervoer en andere regelingen, zoals leerlingenvervoer en inclusief onderwijs. • De vraag wordt gesteld hoe dit in de praktijk gaat matchen, vooral bij jongeren die gebruikmaken van meerdere regelingen. Reactie werkgroep: het afstemmen van soorten vervoer voor een jeugdige is een herkenbaar aandachtspunt. Bij het toekennen van jeugdhulpvervoer is het de bedoeling dat de professionals het gebruik van andere voorzieningen zoals leerlingenvervoer, OV-begeleiding of zorgvervoer in een ander kader, in hun afwegingen meenemen. 4.

Artikel 14 – buitenschoolse opvang • In artikel 14 wordt geconcludeerd dat buitenschoolse opvang geen vorm van jeugdhulp is. • Er wordt opgemerkt dat 80–87% van de kinderen in Nederland gebruik maakt van kinderopvang. Kinderopvang wordt gezien als een belangrijke plek waar problematiek zichtbaar wordt en waar vroegtijdige signalering mogelijk is. • De suggestie is om dit artikel te heroverwegen en niet te stellig te stellen dat buitenschoolse opvang geen jeugdhulp is, om ruimte te houden voor maatwerk en samenwerking. Reactie werkgroep: in deze bepaling wordt geëxpliciteerd dat reguliere kinderopvang en buitenschoolse opvang geen jeugdhulp is in de zin van de jeugdwet, waarvoor het college verantwoordelijk is. Met dit artikel wordt bedoeld om een onderscheid te maken tussen de verschillende regelingen. Het artikel is niet bedoeld om het belang van kinderopvang en de signalerende rol van de professionals te verkleinen, want dat belang is evident.

13

Zorgen over uitvoerbaarheid verordening in de praktijk Tot slot uiten de aanwezigen zorgen over de uitvoering van de verordening in de praktijk, met name over: 1. De rol van sociaal wijkteams – Er is waardering voor hun inzet, maar ook kritiek op het feit dat het systeem soms leidend lijkt te zijn in plaats van de menselijke maat. 2. Het ontbreken van discretionaire ruimte – Er is frustratie dat er weinig ruimte is voor maatwerk bij specifieke zorgvragen. 3. Het systeem als mensenwerk – De opmerking dat "het systeem geen entiteit op zich is, maar gevormd wordt door mensen" wijst op de wens om meer menselijkheid en flexibiliteit in te bouwen. 4. Kennis en opleiding van professionals – Er wordt gesignaleerd dat er soms kennis ontbreekt bij sociaal werkers om goed met complexe situaties om te gaan.

Reacties vanuit de werkgroep Na het ophalen van de input reageert de werkgroep op de volgende punten: - Zorgcontinuïteit 18-/18+ - Participatie jongeren - Taalgebruik - Kwaliteit en toezicht aanbieders - Draaglast en draagkracht

Zorgcontinuïteit bij 18-/18+ De werkgroep onderstreept het belang van zorgcontinuïteit bij de overgang van jeugd naar volwassenheid. Hoewel de huidige verordening aandacht besteedt aan deze overgang, is er behoefte aan verdere concretisering, met name in de afbakening en juridische verankering. Belangrijke punten uit de bespreking: • Werkgroep actief: Er is een werkgroep actief die zich specifiek buigt over de overgang 18/18+, in samenwerking met o.a. Wmo-collega’s en de Sociale Dienst Drechtsteden. • Perspectiefplan: Het perspectiefplan is bedoeld om al vanaf 16 jaar vooruit te kijken naar de periode na het 18e levensjaar. Dit vraagt om tijdige afstemming en duidelijke afspraken. • Verordening en juridische borging: De wens is uitgesproken om zorgcontinuïteit steviger te borgen in de lokale verordening. Hoewel dit deels al in contractvoorwaarden is opgenomen, biedt de verordening als lokaal recht extra juridische kracht. • Mismatch met landelijke wetgeving: Er is frustratie over de landelijke knip bij 18 jaar, die niet aansluit bij de ontwikkeling van jongeren. De hersenontwikkeling loopt immers vaak door tot 23-24 jaar, zeker bij jongeren met trauma of complexe problematiek.

14

Participatie van jongeren De werkgroep erkent dat jongeren een belangrijke stem hebben in hun eigen zorgproces. Er is brede steun voor het idee dat jongeren vanaf het begin betrokken moeten worden, niet pas achteraf. Jongeren sluiten zich steeds vaker aan bij netwerken en maken hun stem hoorbaar. Hun perspectief moet nadrukkelijker worden meegenomen in beleid en uitvoering. •

•

•

•

Huidige uitdaging: Het onderwerp van vandaag is sterk juridisch van aard, wat het lastig maakt om jongeren direct te betrekken bij het opstellen van de verordening. Er is twijfel of dit praktisch haalbaar is binnen de huidige kaders en tijdslijnen. Tegengeluid: Er wordt stevig benadrukt dat jongeren wél recht hebben op inspraak, zoals vastgelegd in VN-verdragen. Het gebrek aan invloed van jongeren op hun eigen jeugdhulp wordt als ernstig probleem gezien. Voorstel tot verbetering: o Jongeren kunnen betrokken worden bij de verdere uitwerking van het beleid en de beleidsregels, ook al is dat niet direct in de verordening. o Suggestie om in de verordening op z’n minst te benoemen dat jongeren minimaal één keer worden gezien en in begrijpelijke taal worden geïnformeerd. o Er wordt gepleit voor structurele en wettelijke verankering van jongerenparticipatie in lokale regelgeving. Concrete actiepunten: o De werkgroep staat open voor een gesprek over hoe jongeren praktisch betrokken kunnen worden. o Er wordt voorgesteld om jongeren input te laten leveren bij de verdere beleidsontwikkeling, ook al is dat niet direct juridisch bindend.

Taalgebruik De werkgroep begrijpt de opmerking over het complexe taalgebruik in de verordening. Het klopt dat juridische teksten vaak termen bevatten die voor niet-juristen lastig te begrijpen zijn. Tegelijkertijd zijn sommige van deze termen noodzakelijk om aan de wettelijke eisen en juridische precisie te voldoen. De werkgroep zal echter onderzoeken in hoeverre het mogelijk is om het taalgebruik te vereenvoudigen, zonder dat dit ten koste gaat van de juridische duidelijkheid en geldigheid van de verordening. Er wordt sowieso nog een toelichting per artikel geschreven die bedoeld is ter verduidelijking en waar mogelijk in meer eenvoudige taal.

Kwaliteit en toezicht op aanbieders •

Toezichtstructuur: o Alle jeugdhulpaanbieders hebben een contract met de Serviceorganisatie Jeugd ZHZ. o Contractmanagers voeren minimaal twee keer per jaar gesprekken met aanbieders. o Er wordt gecontroleerd op declaraties, normenkaders, diploma’s en registraties (zoals SKJ). o Er wordt ook gekeken naar een proces omtrent diploma's momenteel wordt dit met name bij contractverlenging uitgevoerd.

15

•

•

•

•

Incidenten en toezicht: o Bij signalen van incidenten (bijv. via ouders of jeugdprofessionals) wordt direct actie ondernomen. o De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd bepaalt uiteindelijk of verscherpt toezicht nodig is. Cliëntervaringen: o Er wordt gewerkt met cliënttevredenheidsonderzoeken, vaak uitgevoerd door externe bureaus. Jongerenparticipatie bij aanbieders: o Er is aandacht voor het opnemen van jongerenraden of jongerenparticipatie in de inkoopvoorwaarden. o Dit wordt nog niet overal structureel toegepast, vooral bij grotere aanbieders ontbreekt dit vaak. Kwaliteitsborging via beroepsgroepen: o Er is discussie over de verantwoordelijkheid voor kwaliteitsbewaking: sommige aanwezigen pleiten voor meer vertrouwen in beroepsverenigingen (zoals bij artsen en advocaten), in plaats van gemeentelijke controle. o Tegelijkertijd blijft de gemeente verantwoordelijk voor betaalbaarheid en beschikbaarheid van zorg.

Draaglast en draagkracht De werkgroep erkent het belang van het thema: • De uitwerking van dit principe zal vooral plaatsvinden in de nadere regels en beleidsregels, waarin meer ruimte is voor praktische en inhoudelijke specificatie. De nieuwe nadere regels en beleidsregels worden dit najaar opgesteld en zullen ook per 1 januari in werking treden. • Doel is om willekeur in beoordeling te voorkomen en zoveel mogelijk duidelijkheid te bieden aan professionals en inwoners. • De toelichting bij de verordening wordt nog geschreven, waarin extra uitleg komt over o.a. draaglast en draagkracht.

Vervolg proces en planning • • • •

Alle input uit eerdere sessies, waaronder die van collega-gemeenten, wordt meegenomen in de definitieve versie van het raamwerk. 19 juli wordt het raamwerk voor de verordening opgeleverd aan de 10 gemeenten. Elke gemeente doorloopt daarna haar eigen lokale besluitvormingsproces richting de gemeenteraad. De beleidsregels en nadere regels worden na de zomer verder uitgewerkt. Deze worden uiteindelijk door de lokale colleges vastgesteld

Inbreng en participatie • Input van adviesraden en betrokkenen is welkom tot uiterlijk dinsdag 8 juli, zodat deze nog verwerkt kan worden in het regionale raamwerk.

16

• •

Lokale adviesraden kunnen ook na 19 juli nog advies uitbrengen, zowel gevraagd als ongevraagd. Er wordt gestreefd naar een praktisch toepasbaar geheel, met duidelijke uitleg en vertaling naar de praktijk.

Implementatie in de praktijk • De invoering per 1 januari a.s. betekent niet dat alles direct verandert; er volgt een geleidelijke implementatie met ondersteuning voor professionals en aanbieders. • Er wordt gewerkt aan harmonisatie tussen gemeenten, maar uiteindelijk beslist elke gemeenteraad afzonderlijk over haar eigen lokale verordening jeugdhulp.

17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16177366/1