CConstaterende datHendrik-Ido-Ambacht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 7 bij nr. 4 bsr notitie 2126 quick scan Rijksstraatweg 52 HIA concept

raadsvergadering openbaar 6 december 2021, gemeente Hendrik-Ido-AmbachtBij agendapunt: Lijst van ingekomen stukken en eventuele mededelingen8.924 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Notitie Opdrachtgever:

Genie Consultancy

Auteurs:

S.D. Elzerman, MSc en C.F. Fokker, MSc (Fokker Ecologisch Advies)

Betreft:

Quick scan Rijkstraatweg 52 te Hendrik-Ido-Ambacht

Projectnummer: 2126 Datum:

13 september 2019

Status:

CONCEPT

bezoekadres: Natuurhistorisch Museum Rotterdam Westzeedijk 345 3015 AA Rotterdam telefoon: 010 266 04 70 e-mail: info@bureaustadsnatuur.nl www.bureaustadsnatuur.nl

Inleiding Voor het terrein aan de Rijkstraatweg 52 in de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht (Figuur 1), provincie ZuidHolland, zijn plannen voor een bestemmingsplanwijziging. Op de huidige locatie van het Rijsoordbos staat de ontwikkeling van Landgoed Sandelingen gepland. Dit houdt in dat naast de verandering van het huidige landschap, ook een horecavoorziening en twee dienstwoningen gebouwd gaan worden. De geplande werkzaamheden kunnen effect hebben op beschermde flora en fauna uit de Wet natuurbescherming. Het is van belang om het voorkomen van beschermde soorten vooraf inzichtelijk te maken. Dit kan op basis van een flora en fauna quick scan. Het doel van de quick scan is om te bepalen in hoeverre beschermde soorten aanwezig zijn of te verwachten zijn. Daarbij wordt gekeken wat de te verwachten effecten zijn op beschermde situaties. Daarnaast is een inschatting gemaakt van welke negatieve effecten op beschermde natuurgebieden en het NatuurNetwerk Nederland kunnen optreden. Ten derde, is getoetst of sprake is van verplichtingen ten aanzien van de bescherming van houtopstanden.

Figuur 1. De ligging van het plangebied aan de Rijksstraatweg is aangegeven met een rood kader (©OpenStreetMap-auteurs 2019).

bSR-notitie 2126

Quick scan Rijksstraatweg 52 Hendrik-Ido-Ambacht

1 / 20

Methodiek De flora en fauna quick scan richt zich op de drie hoofdstukken van de Wet natuurbescherming: soortenbescherming, gebiedsbescherming en bescherming houtopstanden. De quick scan richt zich op de strikt beschermde soorten van de Wet natuurbescherming. Dit zijn de soorten die beschermd worden op basis van de Europese Habitatrichtlijn, Vogelrichtlijn en vogels met jaarrond beschermde nest of vaste verblijfplaats (Ministerie van LNV 2009). Toetsing vond plaats op basis van de Verordening uitvoering Wet natuurbescherming Zuid-Holland (d.d. 9 november 2016). Er is een algemene vrijstelling van toepassing voor een aantal landelijk beschermde soorten (art. 3.10), bij bestendig beheer of onderhoud en de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. Derhalve komen in de volgende tekst de betreffende soorten (o.a. Bruine kikker Rana temporaria, Egel Erinaceus europeaus en Konijn Oryctolagus cuniculus) niet aan bod. Vanzelfsprekend geldt voor deze soorten wel de Zorgplicht. In het kader van de soortenbescherming is een veldinventarisatie in combinatie met een bureauonderzoek uitgevoerd. Het (potentiële) voorkomen van een beschermde plant- of diersoort is hierbij zoveel mogelijk in kaart gebracht. Middels een bureauonderzoek zijn actuele verspreidingsgegevens van beschermde soorten verzameld (o.a. RAVON 2019; FLORON 2019; Sovon Vogelonderzoek Nederland 2018).

Dit levert een lijst met beschermde soorten op die in de omgeving voorkomen. Dit is verfijnd met de gegevens van de Natuurwaardenkaart van de BAR-organisatie (Elzerman 2015 met aanvullingen 2016-2018). De Natuurwaardenkaart vormt een database waarin alle bekende locaties van beschermde soorten vermeld staan. De gemeenten zijn niet vlakdekkend geïnventariseerd, maar het geeft wel inzicht in de aandachtslocaties. Vervolgens is met een veldinventarisatie op 27 augustus 2019 het plangebied onderzocht, waarbij gekeken is naar de (mogelijk) aanwezige beschermde soorten en de functie die het gebied kan vervullen voor deze soorten. De weersomstandigheden waren voldoende gunstig om een gedegen beeld van de situatie te krijgen (Bewolkingsgraad 0/8, 30°C, 2Bft. ZO). In veel gevallen kan door een quick scan de aanwezigheid van een beschermde soort worden vastgesteld of uitgesloten. Het kan echter voorkomen dat vervolgonderzoek nodig is om het voorkomen van een beschermde plant of diersoort te kunnen bepalen. Een quick scan kan in principe op elk moment van het jaar worden uitgevoerd en is gericht op alle beschermde soortgroepen. Vervolgonderzoek moet worden afgestemd op de periode van het jaar dat de beschermde soort(groep) actief is. De trefkans op een bepaalde soort is dan het grootst, waardoor het onderzoek effectief kan worden uitgevoerd.

De juiste periode is afhankelijk van de te onderzoeken soort(groep)(en). In het kader van de gebiedsbescherming (Art. 2.1-2.11 uit Wnb) is een bureaustudie uitgevoerd. Hierbij wordt een analyse gemaakt van de te verwachten externe effecten die optreden als gevolg van de werkzaamheden, de nieuwe inrichting van het terrein en het toekomstige gebruik van het plangebied. De analyse richt zich op effecten op beschermde natuurgebieden van het Europese netwerk Natura 2000 en het NatuurNetwerk Nederland (voormalige Ecologische Hoofdstructuur). Wanneer wezenlijke effecten te verwachten zijn dan kan dit aanleiding vormen tot vervolgonderzoek, zoals het berekenen van de stikstofdepositie (in relatie tot de Programmatische Aanpak Stikstof). De bescherming van bossen, bomenlanen en monumentale bomen buiten de bebouwde kom is geregeld in Art. 4.1-4.7 uit de Wnb. Binnen de quick scan wordt getoetst of het kappen van bomen in het plangebied leidt tot een overtreding van deze regelgeving. Als dat het geval is dan moet een Omgevingsvergunning worden aangevraagd. Voor bomen binnen de bebouwde kom kan een gemeente zelf bepalen of hier voorwaarden aan het kappen verbonden zijn. Mogelijk is in sommige situaties een kapvergunning nodig.

bSR-notitie 2126

Quick scan Rijksstraatweg 52 Hendrik-Ido-Ambacht

2 / 20

Beschrijving plangebied De flora en fauna quick scan richtte zich op het hele terrein dat weergegeven is in Figuur 1. Het terrein is omgeven met sloten, welke de grens vormen tussen verschillende aangrenzende percelen. Aan de noordkant van het plangebied ligt een met struiken begroeid viaduct, terwijl aan de noordoostelijke kant een fietspad langs het terrein loopt. Naast het fietspad ligt snelweg A16 (Figuur 3). Ten oosten van het gebied is een klein bosje gesitueerd, die over een dam vanuit het plangebied te bereiken is; met ten zuiden daarvan een (geoogst) graanperceel. Aan de zuidkant ligt aan de overzijde van de sloot een klein weilandje dat begraasd wordt door enkele geiten. Ten westen van het terrein loopt de Rijkstraatweg met daarlangs Gewone essen Fraxinus excelsior. Het plangebied is een afwisselend recreatieterrein, dat momenteel in beheer bij Staatsbosbeheer is. In het noordelijk deel is een dierenpension aanwezig. De gebouwen zelf zijn niet onderzocht, omdat deze gebouwen niet veranderd worden. Rondom deze bebouwing is een open landschap aanwezig met enkele aangeplante bomen en struiken. Daaronder staat vegetatie die dit jaar éénmaal is gemaaid, maar waarschijnlijk niet is afgevoerd. Dit heeft geleid tot de aanwezigheid van zeer voedselrijke vegetatie. Door het gebied loopt een slingerpaadje, wat voorheen een puinpad was (Figuur 2).

Het pad is vrijwel helemaal dichtgegroeid en sommige delen zijn bedekt met houtsnippers. De vegetatie langs het pad is divers, met op sommige locaties kruiden zoals Rolklaver Lotus spec.

Figuur 2. In de noordkant van het gebied is een open landschap aanwezig met enkele bomen en struiken. Links achter het hekje is het weiland, met een voedselrijke situatie aanwezig. Midden in beeld loopt het dichtgegroeide pad.

Figuur 3. In de noordkant van het gebied zijn enkele gebouwen aanwezig. Ten noordoosten loopt een fietspad en snelweg A16 langs het plangebied.

De oostelijke punt van het plangebied is een dicht aangeplant struweel. De vegetatie bereikt een hoogte van jn dichtgegroeid door met name Grote brandnetel Urtica dioica. Ten oosten van dit struweel, buiten het 15 meter hoogte (Figuur 4). Eerder dit jaar is daar onderhoud gepleegd, zodat ondergroei nauwelijks aanwezig is. Aan de westkant van het terrein is een grote weide aanwezig waar dit jaar geen begrazing op heeft plaatsgevonden. Wel is het weiland al één keer gemaaid, maar het maaisel is niet afgevoerd. De vegetatie is dan ook zeer voedselrijk. In het weiland zijn daarnaast drie delen afgezet waarin struiken en bomen zijn aangeplant (Figuur 5).

bSR-notitie 2126

Quick scan Rijksstraatweg 52 Hendrik-Ido-Ambacht

3 / 20

Figuur 4. In de oostpunt van het plangebied is dicht struweel aangeplant. Direct ten oosten van het plangebied is een bosje aanwezig met oudere bomen, te zien op de achtergrond.

Figuur 5. In het weiland in het plangebied zijn drie delen afgezet met daarin aangeplant struweel en jonge boompjes.

Ten zuiden en zuidwesten van het weiland bevinden zich drie voormalige poelen. De poelen staan niet in verbinding met omringende watergangen. Aan de rand van deze poelen staat opschot van Wilgen Salix spec. -15 jaar oud zijn. In de voormalige poelen, die nu uitgedroogd zijn, staat met name Riet Phragmites australis (Figuur 6). Eén van deze poelen, de meeste noordelijke, staat via een buis wel in verbinding met de sloot, maar door de lage waterstand is geen water in de poel aanwezig. Tussen de voormalige poelen is ook nog wat struweel aangeplant met dezelfde soorten als in de andere struwelen op het terrein. Wel staan hier nog enkele oudere Iepen Ulmus spec n 20-25 jaar. Het pad, dat door het hele terrein loopt, is in dit gedeelte nog wel meer open met daarbij dan ook wat meer kruidenrijke vegetatie (Figuur 7).

Figuur 6. In het zuidelijke deel van het plangebied zijn drie dicht gegroeide poelen aanwezig. In deze poelen is geen water meer aanwezig. De oevers zijn volledig begroeid met wilgen en in het lagere deel is veelal Riet aanwezig.

Figuur 7. Het pad dat door het plangebied loopt is in het zuiden meer open, met een meer kruidenrijke vegetatie. Het loopt langs het weiland (rechts) en de dichtgegroeide poelen met hoog opschot van wilgen (links) en aangeplant struweel (achtergrond).

Ten slotte lopen door en langs het gebied diverse watergangen, die met duikers aan elkaar verbonden zijn. De variatie tussen deze sloten is groot, zowel in breedte als in oever- en watervegetatie. De oevers van één sloot zijn zo compleet begroeit met Wilgen (Figuur 8), terwijl andere sloten een meer gevarieerde oevervegetatie hebben (Figuur 9). Ook de steilte van de oevers is verschillend.

bSR-notitie 2126

Quick scan Rijksstraatweg 52 Hendrik-Ido-Ambacht

4 / 20

Figuur 8. De oevers van de sloot die het plangebied begrensd in het zuiden en oosten zijn volledig begroeid met wilgen.

Figuur 9. De oevervegetatie van de sloten is divers. De sloot die in de noordkant het gebied begrensd heeft een afwisselende oevervegetatie met in de noordpunt bijvoorbeeld veel Riet (achtergrond).

Resultaten Soortenbescherming Vogels jaarrond beschermd Het veldwerk werd uitgevoerd na het broedseizoen en veel broedvogels zijn reeds op trek naar het zuiden. Desalniettemin zijn veel soorten nog in of nabij hun broedgebied aanwezig, wat ook geldt voor jaarrond beschermde soorten. In het plangebied zijn enkele jaarrond beschermde soorten te verwachten. De gebouwbroedende soorten Huismus Passer domesticus en Gierzwaluw Apus apus zijn niet in het gebied waargenomen tijdens het veldbezoek. Gierzwaluwen zijn al weggetrokken naar het zuiden, maar Huismussen zouden nog aanwezig kunnen zijn. Echter, deze vogels zijn te verwachten in de huidige bebouwing op het plangebied. Daar waren tijdens het veldbezoek geen Huismussen aanwezig en uit de Natuurwaardenkaart is ook geen broedgeval hier bekend (Elzerman 2015). Omdat daar geen wijzigingen worden aanbracht tijdens de werkzaamheden zijn effecten op de mogelijke aanwezigheid van deze soorten uitgesloten. Verder zijn Buizerd Buteo buteo, Sperwer Accipiter nisus, Havik Accipiter gentillis, Boomvalk Falco subbuteo, Kerkuil Tyto alba en Ransuil Asio otus soorten die redelijkerwijs in het gebied kunnen voorkomen. Tijdens het veldbezoek werd van deze lijst alleen een Buizerd waargenomen in het plangebied. Het exemplaar was aanwezig in het bosje ten oosten van het plangebied en vloog over het plangebied weg (Figuur 10).

In het bosje is al jaren een buizerdnest bekend (Elzerman 2015 met aanvullingen uit 2016-2018), en ook dit jaar is weer succesvol gebroed (pers. obs.). Tijdens het veldbezoek werd het nest echter niet meer in de boom aangetroffen, maar het bevond zich op de grond (Figuur 11). Door onduidelijke reden is het nest gevallen, maar desondanks is de Buizerd nog steeds op het terrein aanwezig. Tijdens de werkzaamheden dient rekening gehouden te worden met de aanwezigheid van deze jaarrond beschermde vogelsoort, ook al bevindt het nest zich net buiten het plangebied. De overige genoemde uilen en roofvogels kunnen het plangebied gebruiken om te jagen, maar als broedvogel worden ze niet verwacht. Sperwer, Havik en Boomvalk broeden doorgaans in oudere bomen en grotere bosopstanden (Sovon Vogelonderzoek Nederland 2018), die niet binnen het plangebied aanwezig zijn. Ook uit het verleden zijn geen waarnemingen bekend binnen het plangebied van broedverdachte exemplaren (Elzerman 2015 met aanvullingen uit 2016-2018). Kerkuil heeft een schuur of gebouw nodig om te broeden, maar een geschikt gebouw is niet in het plangebied aanwezig. Ransuilen zijn afhankelijk van nesten van kraaiachtigen, die niet veel te verwachten zijn in de nog jonge opstanden. Daarnaast is dit jaar

bSR-notitie 2126

Quick scan Rijksstraatweg 52 Hendrik-Ido-Ambacht

5 / 20

uitgebreid onderzoek gedaan door één van de auteurs naar het voorkomen van Ransuilen binnen de Zwijndrechtse Waard. In de omgeving van het plangebied zijn daarbij geen Ransuilen aangetroffen. Voor de overige jaarrond beschermde soorten is het plangebied ongeschikt.

Figuur 10. Ten oosten van het plangebied is een bosje aanwezig waar al enige jaren een bekend buizerdnest aanwezig is.

Figuur 11. Tijdens het veldbezoek werd het buizerdnest onder de nestboom aangetroffen. Door onduidelijke reden is het nest van deze jaarrond beschermde vogelsoort gevallen.

Vogels overige soorten Alle inheemse broedvogels van Nederland zijn tijdens het broedseizoen beschermd, naast de bovengenoemde jaarrond beschermde soorten. In het gebied broeden naar verwachting veel algemeen beschermde vogelsoorten. In de sloten werden enkele Waterhoentjes Gallinula chloropus en Meerkoeten Fulica atra met jongen waargenomen. In de struwelen en bosjes werden tijdens het veldbezoek Groene Specht Picus viridis, Tjiftjaf Phylloscopus collybita, Roodborst Erithacus rubecula, Zwartkop Sylvia atricapilla en Winterkoning Troglodytes troglodytes waargenomen. Naar verwachting zijn dit broedvogels die in de begroeiing op het plangebied broeden (Figuur 12 en Figuur 13). Ook broedvogels als Grasmus Sylvia communis, Kleine Karekiet Acrocephalus scirpaceus en Bosrietzanger Acrocephalus palustris zijn te verwachten op het terrein. Deze soorten hebben vaak in deze tijd van het jaar echter het broedgebied alweer verlaten en werden dan ook niet waargenomen tijdens het veldbezoek. Pimpelmees Cyanistes caeruleus en Groene specht, die wel werden waargenomen, zijn naar verwachting geen broedvogels omdat deze soorten holen nodig hebben om te broeden. Gezien de jonge leeftijd van de bomen worden deze nog niet verwacht aanwezig te zijn. Tijdens het veldbezoek werd tevens een familie Fazanten Phasianus colchicus waargenomen.

Omdat nesten van inheemse vogels beschermd zijn in het broedseizoen, kunnen geen werkzaamheden tijdens het broedseizoen worden uitgevoerd, dat globaal loopt van 15 maart tot en met 15 augustus.

bSR-notitie 2126

Quick scan Rijksstraatweg 52 Hendrik-Ido-Ambacht

6 / 20

Figuur 12. In het noordelijke deel van het plangebied is struweel aanwezig wat zeer geschikt is als broedgebied voor diverse algemeen beschermde vogelsoorten.

Figuur 13. Aan de zuidkant van het gebied is struweel aanwezig en vormen begroeide oevers een geschikte broedlocatie voor veel vogelsoorten. Tijdens het broedseizoen kunnen daarom geen werkzaamheden plaatsvinden.

Zoogdieren Tijdens het veldbezoek werd in één van de dichtgegroeide poelen een Konijn waargenomen. Op het weiland ten westen daarvan werden enkele hopen van een Mol Talpa europaea en ook muizenholletjes aangetroffen. Voor deze algemene zoogdieren geldt in Zuid-Holland echter een vrijstelling (Provinciale Staten van ZuidHolland 2016). Tijdens de ontwikkeling van een gebied zijn deze soorten niet ontheffingsplichtig. Wel geldt te allen tijde de Zorgplicht. Dit houdt in dat schadelijke effecten op deze soorten waar mogelijk voorkomen dienen te worden. Andere soorten of hun sporen werden tijdens het bezoek niet gezien, maar veel zoogdieren zijn nacht-actieve dieren. Het ontbreken van waarnemingen kan het voorkomen van andere zoogdieren dan ook niet op voorhand uitsluiten. Wel kunnen de meest strikt beschermde zoogdieren van de Europese Habitatrichtlijn worden uitgesloten, op basis van ongeschikt habitat. Met vleermuizen dient echter wel op voorhand rekening gehouden te worden, gezien hun algemeen voorkomen in het buitengebied (Broekhuizen et al. 2016). Soorten die op deze locatie te verwachten zijn, zijn Gewone dwergvleermuis Pipistrellus pipistrellus, Ruige dwergvleermuis Pipistrellus nathusii en Laatvlieger Eptesicus serotinus (Elzerman 2015).

Deze dieren hebben niet alleen zelf een beschermde status, maar dat geldt ook voor de gebiedsfuncties welke strikt beschermd zijn door de Wet natuurbescherming. Het gaat hierbij om verblijfplaatsen, vaste vliegroutes en essentiële foerageergebieden. De aanwezigheid van vaste verblijfplaatsen, zoals paar- of kraamverblijven (Limpens et al. 1997), zijn op voorhand binnen het plangebied uit te sluiten. Bomen en struiken die op het terrein aanwezig zijn, hebben geen geschikte openingen voor deze verblijftypes. Gezien de huidige inrichting van het plangebied, met meerdere sloten, struwelen en kleine bosschages, is het gebied zeer geschikt als foerageergebied voor de genoemde vleermuissoorten. De intensieve akkerbouwpercelen ten zuiden van het plangebied vormen onaantrekkelijk foerageergebied. De snelweg A16 ten noorden van het terrein kan een barrière vormen voor vleermuizen om het noordoostelijker gelegen recreatiegebied Sandelingen-Ambacht te bereiken. Ten westen en noordwesten is echter wel ruim voldoende foerageerhabitat aanwezig in het Waalbos en langs de Waal. Het is dan ook uitgesloten dat het foerageerhabitat in het plangebied essentieel is voor een lokale populatie. Ook gezien het kleine oppervlak van geschikt habitat, omdat het weiland, wat de grootste oppervlakte bestrijkt, geen geschikt foerageerhabitat is voor vleermuizen.

Overigens zal de toekomstige inrichting wel meer bebouwing kennen, maar blijft het nog grotendeels groen. Hiermee kan het ook in de toekomstige situatie nog aantrekkelijk foerageergebied vormen. De aanwezigheid van vliegroutes is met name aan de zuid- en oostrand van het plangebied te verwachten. Langs de sloten aan de zuid- en oostkant staat opschot van wilgen tot zeker zeven meter hoog, wat een

bSR-notitie 2126

Quick scan Rijksstraatweg 52 Hendrik-Ido-Ambacht

7 / 20

vliegroute van vleermuizen kan vormen naar onder andere het bosje ten oosten van het plangebied (Figuur 15). Vleermuizen maken namelijk gebruik van opgaande landschapelementen als vliegroute (Limpens et al. 1989). Om het bosje te bereiken is dit waarschijnlijk de enige manier voor vleermuizen gezien de aanwezigheid van de A16 en de open akkerpercelen ten noorden en oosten van de locatie (Figuur 14). Ook de boompjes in de noordkant van het plangebied kunnen onderdeel zijn van een vliegroute voor met name beide soorten dwergvleermuizen. Vervolgonderzoek moet meer inzicht geven in de functie van het opgaande groen als vliegroute voor vleermuizen in het plangebied.

Figuur 14. Via de zuid- en oostkant van het plangebied loopt mogelijk een vliegroute voor vleermuizen naar het bosje ten oosten van het plangebied. (©OpenStreetMap-auteurs 2019).

Figuur 15. Langs de wilgen in de zuid- en oostkant van het gebied loopt mogelijk een vliegroute van vleermuizen.

Vissen Onder de Wet natuurbescherming zijn slechts enkele zoetwatervissen beschermd in Nederland. De meeste daarvan komen voor in snelstromende wateren en zijn niet in het plangebied te verwachten. De enige soort die mogelijk binnen het plangebied kan voorkomen is de Grote modderkruiper Misgurnus fossilis. De sloot in het midden van het plangebied heeft meerdere kenmerken waardoor het een geschikt habitat voor Grote modderkruipers lijkt te zijn. Zo is de oevervegetatie rijk en zijn in het water veel waterplanten aanwezig (Figuur 16). Dit is belangrijk voor deze soort, omdat in deze vegetatie het voedsel voor Grote modderkruipers aanwezig is. Daarnaast vindt langs de kanten verlanding plaats in de dichte vegetatie van o.a. Rietgras Phalaris arundinacea en Grote egelskop Sparganium erectum (Figuur 17). Tijdens het veldbezoek was de staat van de bodem niet te beoordelen, wat relevant is voor Grote Modderkruipers. Deze zijn immers afhankelijk van een laag stevige modder op de bodem, maar door regelmatig schonen van de bodem kan deze laag verwijderd zijn. Gezien de verlanding van de oevervegetatie lijken baggerwerkzaamheden niet jaarlijks plaats te vinden en is het voorkomen van Grote modderkruiper binnen het plangebied mogelijk.

Mede vanwege het feit dat de sloot in verbinding staat met andere watergangen en de afgelopen jaren diverse exemplaren in Polder Nieuw-Reijerwaard zijn aangetroffen (Bouma 2014).

bSR-notitie 2126

Quick scan Rijksstraatweg 52 Hendrik-Ido-Ambacht

8 / 20

Figuur 16. De sloot in het centrum van het plangebied heeft geschikt habitat voor de Grote modderkruiper. In het water en langs de overs zijn vele plantensoorten aanwezig.

Figuur 17. Naast de rijke waterflora heeft de sloot een brede oevervegetatie, waar tussen het Rietgras en Grote egelskop verlanding optreedt. Een ideale omgeving voor Grote Modderkruipers.

Planten De vegetatie in het gebied bestaat over het algemeen uit soorten van zeer voedselrijke omstandigheden. In het gebied zijn dit jaar dan ook geen verschralende maatregelen getroffen, gezien de aanwezigheid van het maaisel op de grond van het weiland en in het noordelijke deel van het plangebied. De vegetatie die daar groeit bestaat uit soorten als Gewone berenklauw Heracleum sphondylium, Gewone smeerwortel Symphytum officinale, Grote brandnetel, Glanshaver Arrhenatherum elatius, Glad walstro Galium mollugo en Haagwinde Convolvulus sepium. Het puinpad in het plangebied was voorheen een bekende groeiplaats van Karthuizer anjer Dianthus carthusianorum. In 2017 werd deze nog door één van de auteurs aangetroffen binnen het plangebied. Deze beschermde soort onder de Wnb (art. 3.10) werd tijdens het veldbezoek echter niet meer aangetroffen, en ook in 2018 werd deze door één van de auteurs niet meer waargenomen. De groeiplaats van deze soort is door het storten van houtsnippers op het pad niet meer geschikt gebleken, met als gevolg dat de plant uit het plangebied verdwenen is. De kans dat de plant terugkomt is klein. Tijdens de inrichting van het Landgoed Sandelingen hoeft geen rekening meer gehouden te worden met deze beschermde plantensoort. Bij de inrichting van het plangebied als recreatieterrein zijn bomen en struiken aangeplant.

In het noordelijke om Meidoorn Crataegus spec., Okkernoot Juglans regia, Hazelaar Corylus avellana, Appel Malus domestica en Rode kornoelje Cornus sanguinea. De struwelen die op diverse plaatsen in het gebied zijn aangeplant bestaan uit soorten als Braam Rubus spec., Meidoorn, Zwarte els Alnus glutinosa, Gelderse roos Viburnum opulus en Rode kornoelje. Naast één groot afgezet vak binnen het weiland met bovengenoemde struweelvegetatie, zijn daar ook twee kleinere vakken met aanplant. Daarin staan Zomereik Quercus robur en Iep, met daaronder ruige vegetatie wat gedomineerd wordt door Harig wilgenroosje Epilobium hirsutum. Het oudere bosje wat net buiten het plangebied valt, aan de oostkant, bestaat met name uit Gewone es, Zwarte els en Wilg. De vegetatie langs de sloten is zeer divers. De sloot aan de noordkant van het gebied is met name begroeid met wilgen langs de oevers en op enkele plaatsen is Riet en Grote egelskop aanwezig. De sloten aan de zuiden oostkant van het gebied en rondom de huidige bebouwing zijn niet begroeid met bomen. Op een enkele locatie hangt een wilg over het water heen. De oevervegetatie bestaat met name uit Grote egelskop, Riet, Liesgras met hier en daar Grote waterweegbree Alisma plantago-aquatica. In de noordelijke sloot staan daarnaast ook nog enkele exemplaren van Hoge cyperzegge Carex pseudocyperus en Zwanenbloem Butomus umbellatus (Figuur 19).

Deze laatste soort heeft zijn beschermde status ten opzichte van de voormalige Floraen faunawet verloren, maar voor deze soort geldt nog steeds de Zorgplicht (Figuur 18). Dit betekent dat schadelijke effecten voor deze soort waar mogelijk voorkomen dienen te worden. In het water groeit veel Kroos Lemna spec., Smalle waterpest Elodea nuttallii en veel algen.

bSR-notitie 2126

Quick scan Rijksstraatweg 52 Hendrik-Ido-Ambacht

9 / 20

De sloot in het centrum van het plangebied is het meest soortenrijk. De oever heeft een brede oevervegetatie waarin ook verlanding optreedt. Daarin groeien soorten als Grote Egelskop, Liesgras, Grote Lisdodde Typha latifolia, Pijlkruid Sagittaria sgittifolia en ook Zwanenbloem. Het water is dicht begroeid met diverse soorten zoals Kikkerbeet Hydrocharis morsus-ranae, Loos Blaasjeskruid Utricularia australis, Grof Hoornblad Ceratophyllum demersum en Dwergkroos Lemna minuta. Langs de oever staat een enkele Wilg en Okkernoot, en boven het water werden veel Kleine Roodoogjuffers Erythromma viridulum aangetroffen. Tijdens het veldbezoek werden geen beschermde soorten aangetroffen, en gezien de voedselrijke situatie zijn deze ook niet te verwachten. De Zwanenbloem, welke niet meer beschermd is, werd wel op twee locaties aangetroffen. Voor deze soort dient de Zorgplicht gehandhaafd te worden tijdens de inrichting van het Landgoed Sandelingen.

Figuur 18. Met rode cirkels zijn de twee locaties aangegeven waar de Zwanenbloem werd aangetroffen tijdens het veldbezoek. Langs de sloot in de noordoostkant van het plangebied werd op diverse plekken de soort gezien (©OpenStreetMap-auteurs 2019).

Figuur 19. Op twee locaties in het plangebied werden Zwanenbloemen aangetroffen tijdens het veldbezoek. Voor deze soort geldt de Zorgplicht.

Overige soortgroepen Veel soorten insecten werden aangetroffen tijdens het veldbezoek, zoals de sprinkhaansoorten Kustsprinkhaan Chorthippus albomarginatus, Zuidelijk spitskopje Conocephalus fuscus en Krasser Chorthippus parallelus. Ook vlogen enkele dagvlinders en libellen rond, zoals Houtpantserjuffer Chalcolestes viridis, Distelvlinder Vanessa cardui en Icarusblauwtje Polyommatus icarus. Langs het pad, in het zuidelijke deel van het gebied, staat wat meer kruidenrijke vegetatie met Pastinaak Pastinaca sativa en Klein streepzaad Crepis capillaris. Deze werden bezocht door zeker vier Bruin blauwtjes Aricia agestis die elders in het terrein niet werden aangetroffen. Ook vlogen in deze hoek van het terrein veel Paardenbijters Aeshna mixta en enkele Bruine glazenmakers Aeshna grandis rond. Deze insectensoorten vallen echter niet onder strikte bescherming. Tijdens het veldbezoek werden geen reptielen of amfibieën waargenomen. Gezien de (drooggevallen) poelen en sloten in het gebied is het voorkomen van algemene soorten als Gewone pad Bufo bufo, Meerkikker Pelophylax ridibundus en Kleine watersalamander Lissotriton vulgaris niet uit te sluiten. Deze soorten vallen onder de lijst van nationaal beschermde soorten (art. 3.10), maar geldt binnen ZuidHolland een vrijstelling voor een ontheffing (Provinciale Staten van Zuid-Holland 2016).

Tijdens de inrichting van het Landgoed Sandelingen is voor deze soorten geen ontheffing nodig, maar dient wel zorgvuldig gehandeld te worden. De strikt beschermde Rugstreeppad komt niet voor op het eiland IJsselmonde (Creemers & van Delft 2009). De dichtstbijzijnde vindplaatsen bevinden zich in de Alblasserwaard. Op basis van de grote afstand tot het verspreidingsgebied en de tussengelegen obstakels, zoals snelwegen en rivieren, kan het verschijnen binnen het plangebied redelijkerwijs worden uitgesloten. Onder de strikt beschermde weekdieren valt onder andere Platte schijfhoren Anisus vorticulus. Voor de herinrichting van het Waalbos, dat ten westen van het plangebied ligt, is onderzoek uitgevoerd naar het voorkomen van deze beschermde soort. In 2010 is Platte schijfhoren ten zuiden van de Langeweg

bSR-notitie 2126

Quick scan Rijksstraatweg 52 Hendrik-Ido-Ambacht

10 / 20

aangetroffen (Veen 2009). In 2012 bleek de soort ook verspreid over een groot deel van het gebied ten noorden van de Langeweg voor te komen (Wisgerhof 2012). Uit dat ecologisch onderzoek werden alle watergangen verspreid over het gebied breder dan twee meter geschikt geacht. Het is niet uitgesloten dat de soort ook in de watergang langs de rand van het plangebied voorkomt. De watergang oogt geschikt op basis van de aanwezige waterplanten en het doorzicht. De waterkwaliteit is niet gemeten.

Gebiedsbescherming Naast individuele soorten zijn ook waardevolle natuurgebieden (Natura 2000) en het NatuurNetwerk Nederland (voormalige Ecologische Hoofdstructuur) beschermd door de Wet natuurbescherming. Het plangebied ligt op grote afstand van Natura 2000-gebieden. De dichtstbijzijnde gebieden zijn de Boezems van Kinderdijk ten noorden van het plangebied en rivier de Oude Maas ten zuiden ervan; elk op circa 4 kilometer afstand (Figuur 20). De ruimtelijke ontwikkeling is kleinschalig en het toekomstig gebruik van het plangebied blijft vergelijkbaar met het huidige gebruik. Gezien de grote afstand tot de Natura 2000gebieden, de kleinschalige ontwikkeling in het plangebied en het gebruik kunnen negatieve effecten op instandhoudingsdoelstellingen van de beschermde natuurgebieden redelijkerwijs uitgesloten worden. De herinrichting van het terrein heeft geen direct effect op het NatuurNetwerk Nederland (NNN). Het ontneemt geen terrein aan het natuurnetwerk. De kortste afstand van het plangebied tot een onderdeel van het NNN zijn de Devel op circa 1,7 kilometer ten zuiden, de Crezéepolder op circa 2,8 kilometer ten noordoosten en Natuureiland Sophiapolder ca. 3,9 kilometer ten oosten van het plangebied (Figuur 20).

Voor deze onderdelen van het NNN geldt dezelfde redenatie als voor de te verwachten effecten op Natura 2000gebied; een wezenlijk negatief effect op het NNN kan worden uitgesloten.

Figuur 20. Ligging van het plangebied (rode kader) ten opzichte van Natura 2000-gebieden (groen gestreept) Natuurnetwerk Nederland (groene en paarse vlakken).

Beschermde houtopstanden De enkele bomen binnen het plangebied vallen niet binnen de definitie van beschermde houtopstand zoals deze in de Wet natuurbescherming wordt benoemd. Het plangebied ligt buiten de bebouwde kom en de oppervlakte met bomen valt onder de 10 are. Ongeacht het feit of de bomen gekapt worden zijn ten aanzien van de beschermde houtopstanden geen aandachtspunten. De gemeente Hendrik-Ido-Ambacht heeft geen bomen binnen het plangebied aangewezen als waardevolle boom.

bSR-notitie 2126

Quick scan Rijksstraatweg 52 Hendrik-Ido-Ambacht

11 / 20

Conclusies Voor een plangebied aan de Rijksstraatweg 52 in de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht (Figuur 1), provincie Zuid-Holland, zijn plannen om het bestaande dierenpension uit te breiden, een horecavoorziening te bouwen en de inrichting van het terrein aan te passen. Het geheel moet Landgoed Sandelingen gaan vormen. Momenteel vormt het plangebied een natuurlpad, waterpoelen, bosschages, bomen en een weiland. In het noordelijke deel is het dierenpension gevestigd. De herinrichting en nieuwe gebouwen kunnen negatieve effecten hebben op nestgelegenheid en verblijfplaatsen van beschermde soorten op basis van de Wet natuurbescherming. Daarvoor is een flora en fauna quick scan uitgevoerd. Dit verkennende onderzoek maakt vooraf aan de werkzaamheden inzichtelijk welke beschermde soorten in het plangebied voorkomen. Daarnaast is geanalyseerd of de ruimtelijke ontwikkeling negatieve effecten heeft op beschermde natuurgebieden en beschermde houtopstanden. De quick scan is uitgevoerd op basis van een veldbezoek, gecombineerd met een literatuurstudie. Hieronder worden de resultaten voor de soortenbescherming, gebiedsbescherming en beschermde houtopstanden beschreven met advies voor de vervolgstappen.

Soortenbescherming Vogels Het plangebied is niet geschikt als nestlocatie voor jaarrond beschermde soorten, maar direct ten oosten van het plangebied is een nest van een Buizerd bekend (Figuur 10). Tijdens het veldbezoek bleek dit nest niet meer aanwezig (uit de boom gevallen), maar een Buizerd werd nog wel waargenomen (Figuur 11). Eerder dit voorjaar was het nest wel succesvol gebruikt. Tijdens de werkzaamheden moet rekening gehouden worden met de aanwezigheid van mogelijk een nieuw buizerdnest. Een ontheffing voor de werkzaamheden is echter niet nodig, omdat het nest buiten het plangebied valt. Wel dient tijdens de werkzaamheden rekening gehouden te worden met het broedseizoen om verstoring te voorkomen. Het broedseizoen van de Buizerd strekt zich uit van circa 1 februari tot en met half juli (Sovon Vogelonderzoek Nederland 2019). De aanwezige struwelen en bosschages maken het plangebied zeer geschikt voor algemene broedvogels. De nesten en broedende vogels van alle inheemse soorten in Nederland zijn beschermd gedurende de broedtijd (art. 3.1). Ze mogen niet opzettelijk worden verstoord, aangetast of verwijderd worden. Het snoeien of verwijderen van bomen en struiken moet dan ook buiten het broedseizoen uitgevoerd worden. Het broedseizoen is geen wettelijk omkaderde periode, maar hangt af van de werkelijke broedactiviteit.

Zoogdieren Tijdens het veldbezoek werden enkele algemene zoogdieren waargenomen, zoals Konijn, waarvoor in ZuidHolland alleen de Zorgplicht van kracht is (Provinciale Staten van Zuid-Holland 2016). Vleermuizen werden niet waargenomen, maar het voorkomen daarvan is niet uitgesloten. Verblijfplaatsen van vleermuizen in het plangebied zijn niet te verwachten, vanwege de jonge leeftijd van de beplanting. Boomholtes en spleten in boomstammen zijn daarom nog niet aanwezig. Wel is het plangebied een geschikt foerageergebied voor vleermuizen, gezien de opgaande vegetatie en de aanwezigheid van open water. In de omgeving zijn alternatieve foerageergebieden van vergelijkbare kwaliteit aanwezig, zoals ten (noord)westen van de locatie, in het Waalbos en langs de Waal. Daarom is geen sprake van een essentieel foerageergebied voor vleermuizen. Bovendien blijft een groot deel van het plangebied ook in de nieuwe inrichting geschikt als foerageergebied. Vervolgonderzoek is daarvoor niet noodzakelijk. De opgaande structuren van wilgen, met name in de zuidelijke helft van het plangebied, kunnen een vaste vliegroute vormen voor vleermuizen richting het bosje ten oosten van het plangebied (Figuur 14). Wanneer de wilgen tijdens de werkzaamheden worden verwijderd, is vervolgonderzoek noodzakelijk om de aanwezigheid van deze vliegroute vast te stellen.

bSR-notitie 2126

Quick scan Rijksstraatweg 52 Hendrik-Ido-Ambacht

12 / 20

Vaatplanten Het plangebied is zeer voedselrijk, waardoor de aanwezige vegetatie bestaat uit met name algemene soorten. De Karthuizer anjer, die in het verleden bekend was op het terrein, werd niet meer aangetroffen tijdens het veldbezoek. Daarnaast is het terrein voor deze soort ongeschikt gemaakt door het aanbrengen van houtsnippers op de groeiplaats. Voor deze beschermde soort (art. 3.10 uit Wnb) hoeven geen maatregelen genomen te worden tijdens de inrichting van Landgoed Sandelingen. Ook andere strikt beschermde soorten werden tijdens het veldbezoek niet aangetroffen. Wel werden op twee locaties Zwanenbloemen langs de watergangen waargenomen (Figuur 18). Deze soort was beschermd onder de voormalige Flora- en faunawet, maar is dat niet meer onder de Wnb. De Zorgplicht dient wel gehandhaafd te worden voor deze soort. Vissen Het habitat van de sloot in het centrum van het gebied is geschikt voor de beschermde Grote modderkruiper (Figuur 16). Wanneer tijdens de inrichting van het gebied wijzigingen aan deze sloot worden aangebracht, is vervolgonderzoek noodzakelijk om het voorkomen van de Grote modderkruiper vast te stellen. Overige beschermde vissoorten worden niet in het plangebied verwacht. Weekdieren De watergangen in het plangebied zijn geschikt voor de beschermde Platte schijfhoren.

Gezien het feit dat deze beschermde zoetwaterslak voorkomt in het naastgelegen Waalbos, waarmee de watergang langs de zuidrand van het terrein in verbinding staat, is het voorkomen niet uitgesloten. Indien werkzaamheden de watergangen treffen dan wordt aanbevolen om eerst soortgericht vervolgonderzoek te doen. Overige soorten Voor de strikt beschermde soorten van andere soortgroepen wordt het plangebied op basis van het veldbezoek en de literatuurgegevens niet geschikt geacht.

Gebiedsbescherming Het plangebied maakt geen deel uit van een Natura 2000-gebied of het NatuurNetwerk Nederland. De afstand tot de dichtstbijzijnde beschermde Natura 2000-gebieden ligt rond de vier kilometer (Figuur 20). Ook de afstand tot onderdelen van het natuurnetwerk is groot. Op basis van de afstand en kleinschaligheid van de ruimtelijke ontwikkeling kunnen negatieve effecten op de doelstellingen van de beschermde natuurgebieden redelijkerwijs worden uitgesloten.

Beschermde houtopstanden Het plangebied ligt buiten de door de gemeenteraad van Hendrik-Ido-Ambacht vastgestelde bebouwde kom. Bovendien omvat de oppervlakte met bomen minder dan 10 are. De bomen vallen daarmee niet onder de definitie als beschermde houtsopstand van de Wet natuurbescherming. De gemeente Hendrik-IdoAmbacht heeft geen bomen binnen het plangebied aangewezen als waardevolle boom.

bSR-notitie 2126

Quick scan Rijksstraatweg 52 Hendrik-Ido-Ambacht

13 / 20

Aanbevelingen Op basis van de bevindingen uit de quick scan worden de volgende vervolgstappen aanbevolen: Werkzaamheden aan de poelen en watergangen Indien werkzaamheden aan de watergangen en poelen plaatsvinden, zoals het aanpassen van oevers, uitdiepen of dempen van (deel van) water, dan is vervolgonderzoek naar de volgende soorten nodig: o Aanwezigheid van een vaste vliegroute van vleermuizen is nodig indien aan de watergang langs de zuid- en oostrand van het plangebied werkzaamheden plaatsvinden. Dit onderzoek moet plaatsvinden volgens het Vleermuisprotocol, wat ten minste twee bezoeken met een tussenliggende periode van acht weken aan het plangebied inhoudt (NGB, VZZ & GaN 2017). o Vervolgonderzoek naar Grote modderkruiper dient uitgevoerd te worden volgens de richtlijnen uit het Kennisdocument (BIJ12 2017) of de Soortinventarisatieprotocollen van het Netwerk Groene Bureaus (NGB 2017). Tussen maart en oktober dienen de watergangen tenminste eenmaal bemonsterd te worden. o Vervolgonderzoek naar Platte schijfhoren dient bij voorkeur uitgevoerd te worden in de zomermaanden (juni t/m augustus). Buiten deze periode is onderzoek ook mogelijk (m.u.v. vorstperiodes), maar kan de trefkans lager zijn door een grote dichtheid aan onderwatervegetatie (in het voorjaar) of baggerwerkzaamheden (in het najaar).

Het water moet op meerdere plekken door een deskundig ecoloog bemonsterd worden met een fijnmazig schepnet (Boesveld, Gmelig Meyling & de Bruyne 2009). Algemeen o Indien bosschages of bomen verwijderd worden dan gebeurt dit bij voorkeur buiten het broedseizoen. Het broedseizoen strekt zich globaal uit van half maart tot half juli, maar is geen wettelijk vastgestelde periode. Het nestgebruik is bepalend voor de bescherming. Buizerds kunnen bijvoorbeeld al vanaf begin februari starten met nestbouw. Aangeraden wordt om voorafgaand aan het verwijderen van beplanting altijd te controleren op nesten en broedende vogels. o De Zorgplicht is van toepassing op alle werkzaamheden in het plangebied. Bij het verwijderen van beplanting in het plangebied moet rekening gehouden worden met de aanwezigheid van kleine zoogdieren en amfibieën. Mogelijke maatregelen daarvoor zijn het werken in één richting, zodat dieren vluchtmogelijkheden hebben, en het verplaatsen naar veilige locaties buiten het werkgebied indien zij aangetroffen worden tijdens de werkzaamheden. o Voorkom nachtelijke verlichting tijdens de werkzaamheden. Beperk de verlichting tot de bouwplaats en minimaliseer de uitstraling naar de omgeving. Vleermuizen hebben over het algemeen een afkeur voor sterk verlichte plekken.

Tot slot kan de waarde van het plangebied voor beschermde flora en fauna nog worden versterkt door het concept van natuurinclusief bouwen toe te passen (Vink, Vollaard & de Zwarte 2017). Dit houdt in dat vanaf de ontwerpfase gekeken wordt naar mogelijkheden voor flora en fauna, zoals nestvoorzieningen voor vogels, bloemrijk grasland voor insecten of verblijfplaatsen van vleermuizen. Dit vormt geen wettelijke verplichting, maar geeft wel een ecologische meerwaarde aan het landgoed.

bSR-notitie 2126

Quick scan Rijksstraatweg 52 Hendrik-Ido-Ambacht

14 / 20

Literatuur BIJ12. 2017. Kennisdocument Grote modderkruiper Misgurnus fossilis. Versie 1.0. BIJ12, Utrecht. Boesveld, A., A.W. Gemlig Meyling & R.H. de Bruyne. 2009. Slakken van de Habitatrichtlijn waarnemen (Inventarisatiehandleiding). Stichting ANEMOON, Bennebroek. Bouma, M. 2014. Briefnotitie Inventarisatie en ecologische begeleiding grote modderkruiper. Kenmerk BAEC1301.b (10-02-2014). E.C.O. Logisch, Nieuwerkerk aan den IJssel. Broekhuizen, S., Spoelstra, K., Thissen, J.B.M., Canters, K.J. & J.C. Buijs (red). 2016. Atlas van de Nederlandse zoogdieren Nederland 12. Naturalis Biodiversity Center & EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden, Leiden. Creemers, R.C.M. & J.J.C.W. van Delft (red). 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland Natuurhistorisch Museum Naturalis, European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.

Natuur van

Nederlandse Fauna 9. Nationaal

Elzerman, S.D. 2015. Natuurwaardenkaart Albrandswaard en Barendrecht. Rapportnr. 2015-01. Elzerman Ecologisch Advies, Maasdam. FLORON. 2019. Verspreidingsatlas planten. Verkregen via http://www.verspreidingsatlas.nl/planten, geraadpleegd op 27 augustus 2019. Nationale Databank Flora en Fauna, Nijmegen. Limpens, H., Helmer, W. van Winden, A. & K. Mostert. 1989. Vleermuizen (Chiroptera) en Lintvormige Landschapselementen. Lutra. 32(1): pp. 1-17. Limpens, H., Mostert, K. & W. Bongers (red). 1997. Atlas van de Nederlandse vleermuizen. KNNV Uitgeverij, Zeist. Ministerie van Landbouw, Natuurbehoud en Visserij. 2009. Wijziging beoordeling ontheffing Flora- en faunawet bij ruimtelijke ingrepen. 26 augustus 2009. Brief Dienst Regelingen, Den Haag. NGB, VZZ & GaN. 2017. Vleermuisprotocol 2017, versie 13 maart 2017. Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging & Gegevensautoriteit Natuur. Provinciale Staten van Zuid-Holland. 2016. Besluit van Provinciale Staten van Zuid-Holland van 9 November 2016, tot vaststelling van de Verordening uitvoering Wet natuurbescherming Zuid-Holland, met nummer 6949. Provinciaal Blad Nr. 6788, 20 december 2016. Provincie Zuid-Holland, Den Haag. RAVON. 2019. NDFF Verspreidingsatlas vissen. Verkregen via https://www.verspreidingsatlas.nl/vissen, geraadpleegd op 27 augustus 2019. Nationale Databank Flora en Fauna, Nijmegen.

Sovon Vogelonderzoek Nederland. 2018. Vogelatlas van Nederland. Broedvogels; wintervogels en 40 jaar verandering. Kosmos Uitgevers, Utrecht/Antwerpen. Sovon Vogelonderzoek Nederland. 2019. Vogelinfo Buizerd. Verkregen via https://www.sovon.nl/nl/soort/2870, geraadpleegd op 13 september 2019. Sovon Vogelonderzoek Nederland, Nijmegen. Veen, L. 2009. Waalbos fase 1 en de Donckse Velden fase 2b en de Flora- en faunawet. Natuur-Wetenschappelijk Centrum, Dordrecht. Vink, J., Vollaard, J. & N. de Zwarte. 2017. Stadsnatuur maken/Making Urban Nature. Nai010 uitgevers, Rotterdam. Wisgerhof, V.J. 2012. Nader onderzoek Platte schijfhoren Waalbos fase 2. Tauw B.V., Capelle aan den IJssel.

© Bureau Stadsnatuur | Westzeedijk 345 | 3015 AA Rotterdam Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteursrechthebbende. bSR kan door opdrachtgever niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die voortvloeit uit gebruik van data of gegevens of door toepassing van aanbevelingen en conclusies, die zijn opgenomen in deze rapportage.

bSR-notitie 2126

Quick scan Rijksstraatweg 52 Hendrik-Ido-Ambacht

15 / 20

Bijlage

Wettelijk kader

1. Inleiding De Wet Natuurbescherming is per 1 januari 2017 van kracht en vervangt de Flora- en faunawet, de Boswet en de Natuurbeschermingswet 1998. De informatie hieronder vat de belangrijkste feiten samen met betrekking tot de bescherming van soorten via de Wet natuurbescherming, en is gericht op personen en instanties die te maken krijgen met de wet in het kader van ruimtelijke ontwikkeling, beheer en onderhoud. Uitvoering van de wet valt onder de verantwoordelijkheid van de provincies, met uitzondering van grote infrastructurele projecten aan onder meer waterwegen; daarbij blijft de Rijksoverheid het bevoegd gezag. De inhoud van deze samenvatting betreft in eerste instantie de algemeen geldende verbodsbepalingen in de Wet natuurbescherming en in tweede instantie de Zuid-Hollandse context waarin deze verbodsbepalingen moeten worden toegepast. De aanvullende regelgeving rond bescherming van soorten in Natura 2000gebieden wordt hier slechts kort besproken. 2. Doel van de Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming beschermt de van nature in Nederland in het wild voorkomende planten en dieren en natuurgebieden. 3. Beschermingsregimes soorten In de Wet natuurbescherming zijn drie categorieën soorten onderscheiden met een eigen beschermingsregime en daaraan gekoppelde verbodsbepalingen: vogels, habitatrichtlijnsoorten en overige soorten.

Een soort kan niet onder meer dan één van deze regimes vallen. Vogels vallen per definitie onder het regime van de Vogelrichtlijn. De Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn betreffen Europese beschermingsregimes waar met de verbodsbepalingen artikel 3.1 en 3.5 in de Wet natuurbescherming in trekking op soorten die alleen vallen onder een nationaal beschermingsregime; deze soorten zijn niet vermeld in de Europese richtlijnen. De drie beschermingsregimes met hun verbodsbepalingen zijn hieronder weergegeven. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn Artikel 3.1 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. 2. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. 3. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. 4. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. 5. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn Artikel 3.5 1.

Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. 2. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. 3. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. 4. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. 5. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel B, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

bSR-notitie 2126

Quick scan Rijksstraatweg 52 Hendrik-Ido-Ambacht

16 / 20

Beschermingsregime andere soorten Artikel 3.10 1. Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. 2.

Artikel 3.8 (bepalingen dat ontheffing of vrijstelling kan worden verleend, hier niet uitgebreid besproken), met uitzondering van het derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing op de verboden, bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat, in aanvulling op de redenen, genoemd in het vijfde lid, onderdeel B, de noodzaak voor de ontheffing of vrijstelling ook verband kan houden met handelingen: a. in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; b. ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen; c. ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden; d. ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren; e. in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; f. in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; g.

in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied, of h. in het algemeen belang.

3.

De verboden, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, en b, zijn niet van toepassing op de Bosmuis, de Huisspitsmuis en de Veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden.

4. Verordening uitvoering Wet natuurbescherming Zuid-Holland De provinciale verordening bevat onder andere regels voor faunabeheereenheden en diverse vrijstellingen voor het bestrijden van schade en het uitvoeren van werkzaamheden. Ook is in de verordening opgenomen voor welke soorten een vrijstelling geldt van de verbodsbepalingen in artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming (zie de soortenlijst v Beschermde andere soorten in Zuid-Holland (artikel ). Voor de verordening, zie: http://bit.ly/2n5cKWP 5. Beleidsregel uitvoering Wet natuurbescherming Zuid-Holland In de provinciale beleidsregel staan onderwerpen als het verlenen van tegemoetkomingen in de faunaschade en de vergunningverlening voor Natura 2000-gebieden in het kader van de Programmatische Aanpak Stikstof. Voor de beleidsregel, zie: http://bit.ly/2ml3pMk 6. Vogelsoorten met een (potentieel) ongunstige staat van instandhouding in Zuid-Holland (artikel 3.1) Naar aanleiding van artikel 3.1 lid 5 heeft Bureau Stadsnatuur een lijst opgesteld van vogelsoorten waarbij

bSR-notitie 2126

Quick scan Rijksstraatweg 52 Hendrik-Ido-Ambacht

17 / 20

verstoring van wezenlijke invloed kan zijn op de staat van instandhouding in Zuid-Holland. Het betreft soorten die als broedvogel in de provincie voorkomen en waarvoor onder de Flora- en faunawet reeds een jaarronde bescherming van nestlocaties en vaste rustplaatsen gold (de onder de Flora- en faunawet als

soorten met een negatieve populatietrend en/of een kleine, kwetsbare populatie) en waarvoor derhalve gemitigeerd of gecompenseerd zou moeten worden in geval van conflicterende ruimtelijke ontwikkeling en beheer. Deze lijst is niet uitputtend en kan naar aanleiding van ontwikkelingen in de toekomst worden gewijzigd op basis van ecologisch zwaarwegende omstandigheden, zoals veranderingen in populatie-omvang of areaal van een soort. Het effect van de ingreep op de instandhouding van de soort is uiteindelijk leidend in de afweging of sprake is van een beschermde (en daarmee ontheffingsplichtige) situatie. Het gaat om de volgende 85 soorten: Appelvink

Groene specht

Krooneend

Roerdomp

Tureluur

Baardmannetje

Grote gele kwikstaart

Kwak

Roek

Veldleeuwerik

Blauwe reiger

Grote karekiet

Kwartelkoning

Scholekster

Velduil

Boerenzwaluw

Grote mantelmeeuw

Kleine zilverreiger

Slechtvalk

Visdief

Bontbekplevier

Grutto

Lepelaar

Slobeend

Waterral

Boomvalk

Havik

Matkop

Snor

Watersnip

Bosuil

Huismus

Middelste zaagbek

Sperwer

Wielewaal

Bruine kiekendief

Huiszwaluw

Noordse stern

Spotvogel

Wilde eend

Buizerd

Grote zilverreiger

Nachtegaal

Spreeuw

Wintertaling

Dwergstern

IJsvogel

Oeverzwaluw

Sprinkhaanzanger

Woudaap

Eider

Kerkuil

Ooievaar

Steenuil

Wulp

Gele Kwikstaart

Kievit

Patrijs

Steltkluut

Zomertaling

Gierzwaluw

Kleine bonte specht

Porseleinhoen

Stormmeeuw

Zomertortel

Goudvink

Kleine plevier

Purperreiger

Strandplevier

Zilvermeeuw

Graspieper

Kluut

Raaf

Tafeleend

Zwarte roodstaart

Grauwe Klauwier

Kneu

Ransuil

Tapuit

Zwarte stern

Grauwe vliegenvanger

Koekoek

Ringmus

Torenvalk

Zwartkopmeeuw

7. Beschermde habitatrichtlijnsoorten in Zuid-Holland (artikel 3.5) Soorten uitsluitend vermeld in Bijlage II Beschermingsregime artikel 3.5 alleen van toepassing in Natura 2000-gebieden. De volgende 2 soorten zijn sinds 1990 vastgesteld in de provincie Zuid-Holland en vallen uitsluitend in voor deze soorten aangewezen Natura 2000-gebieden onder het beschermingsregime artikel 3.5: Nauwe korfslak

Zeggekorfslak

Soorten vermeld in Bijlage IV Beschermingsregime artikel 3.5 van toepassing. De volgende 39 soorten zijn sinds 1990 vastgesteld in de provincie Zuid-Holland en vallen onder het beschermingsregime artikel 3.5: Groenknolorchis

Boomkikker

Otter

Meervleermuis

Platte schijfhoren

Heikikker

Bosvleermuis

Rosse vleermuis

Dwergvinvis Gewone dolfijn

Bataafse stroommossel

Kamsalamander

Franjestaart

Ruige dwergvleermuis

Gewone vinvis

Gevlekte witsnuitlibel

Poelkikker

Gewone baardvleermuis

Tweekleurige vleermuis

Griend

Groene glazenmaker

Rugstreeppad

Gewone dwergvleermuis

Vale vleermuis

Potvis

Rivierrombout

Zandhagedis

Gewone grootoorvleermuis

Watervleermuis

Tuimelaar

Houting

Bever

Kleine dwergvleermuis

Bruinvis

Witsnuitdolfijn

Steur

Noordse woelmuis

Laatvlieger

Bultrug

8. Beschermde andere soorten in Zuid-Holland (artikel 3.10) De volgende 35 soorten zijn sinds 1990 vastgesteld in de provincie Zuid-Holland en vallen onder het

bSR-notitie 2126

Quick scan Rijksstraatweg 52 Hendrik-Ido-Ambacht

18 / 20

verspreidingsatlas.nl): Blaasvaren

Grote leeuwenklauw

Stofzaad

Grote modderkruiper

Grijze zeehond

Bokkenorchis

Karthuizer anjer

Schubvaren

Kwabaal

Steenmarter

Brave hendrik

Kleine wolfsmelk

Smalle raai

Ringslang

Waterspitsmuis

Brede wolfsmelk

Knolspirea

Stijve wolfsmelk

Boommarter

Bruinrode wespenorchis

Moerasgamander

Tengere veldmuur

Damhert

Dreps

Naakte lathyrus

Wolfskers

Das

Echte gamander

Rozenkransje

Aardbeivlinder

Eekhoorn

Glad biggenkruid

Ruw parelzaad

Grote vos

Gewone zeehond

Soorten waarvoor in Zuid-Holland een vrijstelling geldt van beschermingsregime artikel 3.10 In Zuid-Holland is een vrijstelling van de verbodsbepalingen artikel 3.10 van toepassing op de volgende 22 soorten: Bastaardkikker

Aardmuis

Egel

Konijn

Wezel

Bruine kikker

Bosmuis

Gewone bosspitsmuis

Ree

Woelrat

Gewone pad

Bunzing

Haas

Rosse woelmuis

Kleine watersalamander

Dwergmuis

Hermelijn

Veldmuis

Meerkikker

Dwergspitsmuis

Huisspitsmuis

Vos

9. Geïntroduceerde soorten in Zuid-Holland Soorten die zich door menselijk toedoen buiten hun natuurlijke areaal hebben gevestigd (geïntroduceerde soorten) vallen in Zuid-Holland niet onder de beschermingsregimes van artikel 3.1, 3.5 of 3.10, tenzij sprake is van een populatie die langer dan 50 jaren achtereen heeft standgehouden in de provincie (mond med. PZH, maart 2017). Voorbeelden in een Zuid-Hollandse context zijn beschermde plantensoorten uitgezaaid vanuit tuinen en Vroedmeesterpad, al dan niet moedwillig geïntroduceerd door terrariumhouders. zijn beschouwd in Zuid-Holland, zijn onder meer: Bruinrode wespenorchis

Knolspirea

Knollathyrus

Echte gamander

Bergnachtorchis

Wilde Weit

-Holland, zijn onder meer: Boomkikker

Muurhagedis

Vroedmeesterpad

Quaggamossel

Aziatische modderkruiper

Blauwband

De beschermde status van soorten als Muskusrat (sinds 1975 gedocumenteerd voor de provincie) en Nijlgans (eerste geval in 1967) kan op grond van het bovengeschetste 50 jaar-criterium ter discussie worden gesteld. 10. Zorgplicht In de Wet natuurbescherming is een zorgbeginsel (artikel 1.10 en 1.11) opgenomen: de intrinsieke waarde van soorten is vastgesteld in een doelbepaling en geldt voor alle soorten, los van een beschermingsregime. Het is een algemeen geldende fatsoenseis die erop neerkomt dat redelijkerwijs vermijdbare schade aan en verstoring van planten en dieren moet worden voorkomen. 11. Wanneer ontheffing aanvragen? Wanneer redelijkerwijs kan worden vermoed dat verbodsbepalingen ten gevolge van een voorgenomen activiteit worden overtreden, moet eerst worden bepaald of mitigerende (verzachtende) maatregelen de schade kunnen beperken of tenietdoen zodat het overtreden van het verbod kan worden voorkomen. Wanneer het overtreden van een verbod onvermijdelijk is en er moet worden gecompenseerd voor veroorzaakte schade, dan dient men een ontheffing aan te vragen. Het aanvragen van een ontheffing heeft alleen zin als de functionaliteit van een plangebied voor een beschermde soort voldoende nauwkeurig in beeld is gebracht. Meestal is hier een uitgebreid onderzoek voor nodig waarin rekening wordt gehouden met de seizoensactiviteit van een soort.

Dergelijk onderzoek dient aan bepaalde richtlijnen te voldoen op basis waarvan de kwaliteit en volledigheid ervan worden gecontroleerd door de Omgevingsdienst (zie onder). Een randvoorwaarde is daarnaast dat een aanvraag vergezeld dient te gaan van een zogenaamd activiteitenplan.

bSR-notitie 2126

Quick scan Rijksstraatweg 52 Hendrik-Ido-Ambacht

19 / 20

Hierin moet een initiatiefnemer van een potentieel schadelijke handeling het belang van de voorgenomen activiteit onderbouwen en aangeven welke mitigerende en/of compenserende maatregelen ten gunste van de soort(en) in kwestie worden getroffen. 12. Omgevingsvergunning via gemeente Wanneer er sprake is van een omgevingsvergunning mogen ontheffingen voor beschermde soorten aanhaken. Bij aanhaken moet de gemeente een volledigheidstoets uitvoeren en verzorgt de gemeente de toetsing door de Omgevingsdienst Haaglanden (ODH). Ten behoeve van een aanvraag zijn een onderzoeksrapport met inventarisatiegegevens en een activiteitenplan noodzakelijk. Met de aanvraag van een omgevingsvergunning is een wettelijke beslistermijn gemoeid van maximaal 26 weken. De gehele aanvraag verloopt via de gemeente. Voor meer informatie, zie: https://www.omgevingsloket.nl 13. Losse ontheffing via provincie Wanneer een ontheffing aangevraagd moet worden waarbij geen omgevingsvergunning nodig is, is de beslistermijn 13 weken met maximaal 7 weken verlenging. De gehele aanvraag verloopt via Omgevingsdienst Haaglanden. De leges bedragen EUR 1800,-. Ten behoeve van een aanvraag zijn een onderzoeksrapport met inventarisatiegegevens en een activiteitenplan noodzakelijk. Voor meer informatie en aanvraagformulieren, zie: https://omgevingsdiensthaaglanden.nl/categorie/product/7-ontheffingverlening-soorten.html 14.

Gedragscodes Gedragscodes in het kader van de Wet natuurbescherming worden alleen gemeentelijk of branchebreed opgesteld en dienen te worden goedgekeurd door het Ministerie van Economische Zaken. Bestaande gedragscodes die zijn goedgekeurd onder de Flora- en faunawet zijn, indien nog niet verlopen, nog altijd geldig voor de soorten die onder de Wet natuurbescherming onder één van de drie beschermingsregimes vallen. Voor nieuwe beschermde soorten waarvoor geen mitigerende maatregelen zijn vermeld in gedragscodes zal mogelijk een ontheffing noodzakelijk zijn. Voor soorten die niet (meer) onder een strikt beschermingsregime vallen hoeft niet per se te worden gewerkt volgens een goedgekeurde gedragscode. Er moet desalniettemin altijd rekening worden gehouden met de wettelijke zorgplicht. 15. Handhaving Bij een vermoede overtreding van een verbodsbepaling in de Wet natuurbescherming kan handhaving worden ingeschakeld. In Zuid-Holland is de Omgevingsdienst Zuid-Holland-Zuid (OZHZ) hiervoor verantwoordelijk. Voor meer informatie, zie: https://www.ozhz.nl/vergunningen-en-meldingen/groene-handhaving

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10752637/1