CConstaterende datHendrik-Ido-Ambacht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 6 bij raadsvoorstel 8.5 Beantwoording vragen herijking minimabeleid n.a.v. commisie WOS 19-9

raadsvergadering openbaar 3 oktober 2022, gemeente Hendrik-Ido-AmbachtBij agendapunt: Vervolgnotitie herijking minimabeleid521 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beantwoording openstaande vragen herijking minimabeleid Naar aanleiding van de commissievergadering van 19 september over de herijking van het minimabeleid, stond er nog een aantal technische vragen open. De Sociale Dienst Drechtsteden heeft deze vragen beantwoord en op 3 oktober aan de gemeente toegestuurd. Hierbij ontvangt u de beantwoording op de eerder gestelde vragen: 1. Bij het plusscenario gaan de apparaatskosten sterk omhoog (zie de tabel op p. 3 van het raadsvoorstel). Hoe is het verschil in apparaatskosten tussen het advies- en plusscenario te verklaren? Kan er aan knoppen gedraaid worden om de stijging van de apparaatskosten beperkt te houden? Antwoord: In de Vervolgnotitie Herijking Minimabeleid is naast de programmakosten ook een eerste berekening van de uitvoeringskosten opgenomen. Hierbij is uitgegaan van het vastgestelde uitgangspunt dat de omvang van het apparaat (medewerkers en materiële lasten) van de Sociale Dienst evenredig stijgt met de stijging van de omvang van de taak. Omdat in het plusscenario de programmakosten van het PMB stijgen door verruiming van de inkomensgrens en de uitkering van € 100,- netto voor huishoudens met kinderen, is ook een evenredige stijging doorberekend op de uitvoeringskosten. Deze uitvoeringskosten zijn een eerste inschatting en in de praktijk kunnen de daadwerkelijke kosten hiervan afwijken.

De daadwerkelijk gemaakte kosten zullen via de reguliere P&C cyclus door de SDD worden verantwoord. Uiteraard wordt bij de implementatie en de uitvoering van de gewenste wijzigingen gekeken hoe dit op een zo'n efficiënt mogelijke manier kan. 2. Ouders met kinderen krijgen 100 euro extra per jaar. Het lijkt erop dat gezinnen met twee oudere kinderen nog steeds niet rond kunnen komen. Klopt dat? Antwoord: Uitgaande van de koopkrachtplaatjes die het Nibud heeft opgenomen in de Minima-effectrapportage 2022 blijft er een tekort ontstaan op de maandelijkse begrotingen van huishoudens met oudere kinderen ondanks dat het PMB wordt verruimd conform het plusscenario. Dit tekort doet zich alleen voor wanneer na het basispakket ook uitgaven worden gedaan voor sociale participatie zoals bijvoorbeeld contributie en het ontvangen van bezoek. Het verruimen van het PMB conform het plusscenario zal een dempend effect hebben op deze tekorten, maar komt deze inderdaad niet volledig tegemoet. Op het basispakket is de begroting voor deze huishoudens sluitend. 3. Als de inkomensgrens bij het PMB verhoogd wordt van 110% Wsm naar 120%, wat betekent dit dan voor de groep van 130% Wsm? Antwoord: Op dit moment is de inkomensgrens voor het PMB 110% van het wettelijk sociaal minimum (WSM). Hierdoor is er sprake van een doorstroomval voor de huishuishoudens op 120% WSM.

Zij houden netto minder per maand over dan de groep op 110% WSM. Dit komt doordat zij geen PMB ontvangen, maar ook de afbouw van de inkomensafhankelijke toeslagen, zoals de huur- en de zorgtoeslag, speelt hierbij een grote rol. Als de inkomensgrens van het PMB van 110% naar 120% WSM wordt verhoogd, verplaatst deze doorstroomval zich niet naar de huishoudens op 130% WSM. Dit komt omdat de afbouw van de inkomensafhankelijke toeslagen dan een minder grote rol speelt en het verschil tussen het saldo van huishoudens op 120% en 130% WSM zodanig is dat het wel of niet ontvangen van het PMB geen doorstroomval meer veroorzaakt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11902560/1