CConstaterende datHendrik-Ido-Ambacht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 bij nr. 35 RIB Raadsvoorstel concepttekst GR Sociaal Zwijndrecht

raadsvergadering openbaar 4 oktober 2021, gemeente Hendrik-Ido-AmbachtBij agendapunt: Lijst van ingekomen stukken en eventuele mededelingen29.535 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Raadsvoorstel en -besluit 2021-0068771

Concepttekst wijziging GR Drechtsteden naar GR Sociaal

Aan de leden van de raad, Het college van burgemeester en wethouders stelt u voor te besluiten: 1. kennis te nemen van het bijgevoegde wijzigingsbesluit gemeenschappelijke regeling Drechtsteden (15e wijziging) 2. a) in te stemmen met de conclusies van de toelichting in het raadsvoorstel 2021-0068771 b) deze conclusies te beschouwen als de wensen en bedenkingen ex artikel 169 lid 4 van de gemeentewet 3. voor de uitvoering van het primaat lokaal in te stemmen met het ter beschikking stellen van een budget van € 76.000 in 2021 en een structureel budget van € 304.000 voor 2022 en verder. 4. het budget voor 2021 te dekken uit de Algemene Reserve en het structurele budget 2022 e.v. op te nemen in de financiële ruimteberekening van kadernota en begroting 2022. 5. de begroting 2021 aldus aan te passen

De secretaris,

De burgemeester,

Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van

De griffier,

De voorzitter,

Concepttekst wijziging GR Drechtsteden naar GR Sociaal

Toelichting Inleiding Aanleiding Voor u ligt de concepttekst voor de wijziging van de GR Drechtsteden naar de GR sociaal. Het betreft de tweede mijlpaal van het transitiespoor “GR Sociaal”. Naast de lokale behandeling van de hoofdlijnennotitie in de zeven colleges en raden in de Drechtsteden is de afgelopen periode hard gewerkt aan alle bouwstenen voor de concepttekst GR Sociaal in samenwerking tussen de gemeenten en de Sociale Dienst Drechtsteden. De definitieve tekst voor de GR Sociaal wordt het uiteindelijke sluitstuk om te komen tot een nieuw sturingsmodel in de Drechtsteden. Voordat we zover zijn wordt aan de zeven gemeenteraden een inhoudelijke reactie gevraagd op de concepttekst GR. U wordt gevraagd aan te geven welke wensen, bedenkingen en eventuele (tekstuele) opmerkingen u wilt meegeven (ex. artikel 169 lid 4 gemeentewet) ten aanzien van de concepttekst en de begeleidende notitie waarin alle bouwstenen zijn uitgewerkt. Op basis hiervan gaat het college de gemeenschappelijke regeling Sociaal aan. Op basis van uw input en die van de andere gemeenteraden wordt in de zomermaanden de definitieve tekst opgesteld.

Waar staan we in het proces Om aan te geven waar we staan in het proces voor de totstandkoming van de GR Sociaal grijpen we kort terug op de stappen die tot nu toe zijn gezet:

 Met de vraag “Hoe kunnen we bouwen aan een flexibele en effectieve regionale samenwerking die past bij onze opgaven en deze tijdgeest” als uitgangspunt zijn in 2020 drie collegeconferenties gehouden.  Deze conferenties hebben geleid tot een principebesluit van alle 7 gemeenteraden eind 2020/ begin 2021 om toe te werken naar een klassieke GR met algemeen en dagelijks bestuur. Daarmee is de transitie van de GR Sociaal in gang gezet.  De transitie van de GR Sociaal bevat drie mijlpalen. De eerste mijlpaal betrof de hoofdlijnennotitie “De contouren van een vernieuwde samenwerking in de Drechtsteden” waarop het college in april 2021, gehoord hebbende uw raad, een bestuurlijke reflectie namens Zwijndrecht heeft gegeven op de hoofdlijnennotitie.  Ook de andere gemeenten hebben een bestuurlijke reflectie gegeven op de hoofdlijnennotitie en deze input is verwerkt in de tweede mijlpaal die bestaat uit “De concepttekst GR Sociaal” en de begeleidende notitie “De invulling van de Gemeenschappelijke Regeling Sociaal in de Drechtsteden”. De input komt deels terug in de concept GR Tekst en landt deels in beleid en werkwijzen. Niet alles is dus verwerkt in de concepttekst GR zelf.

 Op basis van de voorliggende concepttekst en de toelichting in de begeleidende notitie wordt de raad gevraagd toestemming te verlenen aan het College om de gemeenschappelijke regeling aan te gaan en zo nodig aan te geven welke wensen, bedenkingen en (tekstuele) opmerkingen er nog zijn. Op basis van deze input wordt tijdens de zomermaanden gewerkt aan mijlpaal 3: de definitieve tekst GR Sociaal waarover in kwartaal 4 besluitvorming plaatsvindt.

Concepttekst GR Sociaal en begeleidende notitie

Concepttekst wijziging GR Drechtsteden naar GR Sociaal De concepttekst voor de wijziging van de GR Drechtsteden naar de GR Sociaal bestaat uit soms een zeer korte (juridische) weergave van de keuzes en benodigde bouwstenen. Daarom is een begeleidende notitie opgesteld waarin een inhoudelijke toelichting wordt gegeven op alle benodigde bouwstenen voor de nieuwe gemeenschappelijke regeling:

 Onderdeel 1: Vertaling van de hoofdlijnennotitie  Onderdeel 2: Inrichting van het AB, DB en de stemverhoudingen  Onderdeel 3: spelregels flexibiliteit om maatwerk te kunnen bieden  Onderdeel 4: Spelregels toetreding, wijziging en (gedeeltelijke) uittreding  Onderdeel 5: Financiële kaderstelling en consequenties  Onderdeel 6: Instellen van (advies)commissies

Hierbij wordt steeds de volgende structuur aangehouden waardoor zichtbaar wordt wat er is gedaan met de input van de colleges en raden en waarin dat uiteindelijk resulteert:

 De contouren uit de hoofdlijnennotitie (wat was de richting)  De input van colleges en raden (wat heeft u meegegeven)  De nadere invulling van de gemeenschappelijke regeling (wat is er met de input gedaan)  De verwerking in de concepttekst GR Sociaal (in welke artikelen kunt u bovenstaande terugvinden.

Wat is de betekenis van de (concept) GR tekst en begeleidende notitie voor Zwijndrecht In de bestuurlijke reflectie vanuit Zwijndrecht is opgenomen dat de hoofdlijnennotitie op inhoud goed aansluit bij wat we in Zwijndrecht willen bereiken en hebben vastgelegd in het “Transformatieplan Sociaal Domein – We zijn ervan en doen het samen” en het “Deltaplan aanpak Armoede”. In de hoofdlijnennotitie (Mijlpaal 1) stond vooral het hoe en waarom centraal. Vanuit Zwijndrecht is aangegeven dat het om een gedegen besluit te kunnen nemen noodzakelijk is het totaalpakket van inhoud, financiën en governance te kunnen beoordelen. Met het transformatieplan als toetsingskader heeft u gekeken naar de inhoud van de hoofdlijnennotitie en op basis daarvan heeft u een reflectie gegeven op de onderstaande vier punten. Per punt wordt aangegeven hoe deze is verwerkt in de concepttekst GR, wordt verwerkt in beleid of wat de huidige stand van zaken is.

1. Inverdieneffect: als we lokaal aan de knoppen draaien moeten we daarvan de financiële effecten lokaal terugzien.

In de bestuurlijke reflectie op de hoofdlijnennotitie heeft u meegegeven dat duidelijk moet worden wat de inhoudelijke en financiële effecten zijn wanneer we lokaal aan de knoppen draaien en hoe we lokaal de financiële effecten zien van deze keuzes. De eerste uitwerking hiervan vindt u terug in onderdeel 5 van de begeleidende notitie bij de concepttekst van de GR Sociaal: Financiële kaderstelling en consequenties. Het inverdieneffect is mede afhankelijk van de definitieve afspraken die we regionaal maken over de verdeelsleutels. Hoewel er nog geen definitief voorstel ligt, doen de uitwerkingen recht aan de wens van uw raad om lokaal aan de knoppen te draaien en de effecten daarvan ook lokaal te zien.

Concepttekst wijziging GR Drechtsteden naar GR Sociaal Voor bijna alle taken die we beleggen bij de GR Sociaal vindt bekostiging plaats op basis van nut, kortom we rekenen af op wat we afnemen (het gebruik). De verdeelsleutels worden ter vaststelling voorgelegd aan de Drechtraad en die zullen in ieder geval gelden voor de duur van 2 tot 3 jaar. Het is daarom van belang bij die besluitvorming heldere afspraken te maken over de verdeelsleutels en het rendement van beleidskeuzes. Hierbij is een goed samenspel tussen college en Drechtraadleden de komende weken van belang. Met ingang van 2022 ligt de verantwoordelijkheid voor het vaststellen van de verdeelsleutels bij het Algemeen Bestuur van de GR Sociaal.

Conclusie: De uitwerking van de verdeelsleutels die nu plaatsvindt doet recht aan de wens om lokaal aan de knoppen te draaien en daarvan de financiële effecten lokaal terug te zien. Bij de besluitvorming door de Drechtraad moeten heldere afspraken worden gemaakt over de verdeelsleutels en het rendement van beleidskeuzes. Hierbij is goed samenspel tussen college en Drechtraadleden de komende weken van belang.

2. Experimenteerruimte en financiering binnen het sociaal domein: We willen lokaal experimenteerruimte om lokale initiatieven en interventies in te kunnen zetten. De gemeenteraad beslist welk deel van het budget dat we krijgen van het Rijk voor de taken binnen het sociaal domein wordt ingezet voor de taken en verantwoordelijkheden die we beleggen bij de GR Sociaal en welk deel voor lokale initiatieven en interventies.

In de bestuurlijke reflectie op de hoofdlijnennotitie heeft u meegegeven dat we lokaal experimenteerruimte willen om lokale initiatieven en interventies zoals niet-geïndiceerde zorg te kunnen inzetten (bijvoorbeeld toeleiding, begeleiding of specifieke producten). De uitwerking hiervan vindt u terug in onderdeel 3 van de begeleidende notitie: Spelregels flexibiliteit om maatwerk te kunnen bieden. De wijze waarop maatwerk wordt vormgegeven biedt ons voldoende ruimte om lokaal te experimenteren en aanvullende of eigen afspraken te maken met de GR Sociaal. Bij extra wensen vanuit gemeenten komen de GR en de vragende gemeente met een gedetailleerde uitwerking van de vraag, de consequenties, inclusief kostenindicatie van de vraag. Maatwerk kan leiden tot zowel meer als minder kosten leiden, maar is vooral bedoeld om dichter bij de doelstellingen uit ons transformatieplan te komen. Onderdeel van deze uitwerking is onder andere personele- en organisatorische gevolgen, juridische consequenties, de eventuele meer of minderkosten daarvan en eventuele consequenties voor andere gemeenten.

Conclusie: De wijze waarop we in de nieuwe GR maatwerk vormgeven biedt de ruimte om lokaal te experimenteren en aanvullende of eigen afspraken te maken met de GR Sociaal die ons dichter bij de doelstellingen uit ons transformatieplan brengen.

3. Integrale aanpak moet vorm krijgen: De vernieuwde samenwerking in de Drechtsteden moet bijdragen aan ontschotting in aanpak en financiering binnen het sociaal domein.

In de bestuurlijke reflectie op de hoofdlijnennotitie heeft u meegegeven dat de vernieuwde samenwerking moet bijdragen aan de ontschotting in de aanpak en financiering binnen het sociaal domein. Vooruitlopend op de ontwikkeling van de nieuwe GR zijn we lokaal gestart met de proeftuin “Voorbij de scheiding van de domeinen” waarbinnen we met de samenwerkingspartners (VIVERA

Concepttekst wijziging GR Drechtsteden naar GR Sociaal Sociaal Wijkteam, SDD) afspraken hebben gemaakt zoals beschreven in ons transformatieplan. Met de inrichting van de nieuwe GR gaan de deuren (verder) open om de werkwijze die we gebruiken in de proeftuin gemeen goed te maken. Dat betekent een integrale aanpak waarin de specifieke situatie en vraag van een inwoner (en het huishouden waar hij of zij deel van uitmaakt) leidend zijn, het niet uit maakt waar de inwoner het eerst aan de bel trekt (1 overheid) en de inwoner maar 1x zijn verhaal hoeft te doen. Hierin staat het samen leren en doorontwikkelen centraal zoals we vanuit het transformatieplan ook willen bereiken.

Conclusie: De wijze waarop de nieuwe GR wordt ingericht draagt bij aan een integrale aanpak (zowel inhoudelijk als financieel) passend binnen de uitgangspunten van ons transformatieplan.

4. Daadwerkelijke invulling van de governance: Lokale keuzes ten aanzien van de delegatie of mandatering van taken maken we pas als er helderheid is over de taken en verantwoordelijkheden van het AB en DB en over de stemverhoudingen. Wij willen geen vetorecht voor afzonderlijke gemeenten in het Algemeen Bestuur.

In de bestuurlijke reflectie op de hoofdlijnennotitie heeft u meegegeven op basis van (een voorstel voor) de daadwerkelijke invulling van de governance een definitief besluit te nemen over de delegatie of mandatering van taken en geen vetorecht te willen voor afzonderlijke gemeenten in het Algemeen Bestuur. De uitwerking hiervan vindt u terug in de begeleidende notitie in onderdeel 2: Inrichting Algemeen Bestuur, Dagelijks Bestuur en Stemverhoudingen. Zoals u kunt lezen is de invulling van het Algemeen en Dagelijks Bestuur uitgewerkt inclusief de taken en verantwoordelijkheden. De discussie rondom de stemverhoudingen is echter nog niet beslecht. De bestuurlijke begeleidingscommissie heeft in meerdere sessies alle uitgewerkte modellen besproken en belangen en argumenten gedeeld maar is nog niet tot een definitief voorstel gekomen. Het model dat uiteindelijk gekozen wordt moet voldoen aan het principebesluit dat door de zeven raden is genomen: “Bij besluiten streven naar consensus, maar indien er toch wordt gestemd moet er rekening worden gehouden enerzijds met belangen langs de lijnen van inwonersaantal/ financiële bijdrage en anderzijds voorkomen dat er volledige overheersing is door “stedelijk gebied” of “poldergebied”. In de twee opties die nu zijn opgenomen in de begeleidende notitie is geen sprake van vetorecht voor 1 van de gemeenten.

In die zin zijn voor Zwijndrecht beide opties bespreekbaar. Waar het gaat om de invulling van het AB en DB is het voor Zwijndrecht essentieel dat we positie hebben in het Dagelijks Bestuur naast voorzitter Dordrecht. We achten dat noodzakelijk om de kunnen sturen op de transformatie van het sociaal domein en de doelstellingen uit ons transformatieplan te kunnen behalen.

Conclusie: De invulling van (de taken en verantwoordelijkheden van) het Algemeen en Dagelijks Bestuur is passend bij de uitgangspunten van het transformatieplan en het principebesluit dat is genomen door de gemeenteraden over de klassieke GR. Voorwaarde voor Zwijndrecht is wel dat wij positie hebben in het Dagelijks Bestuur. Waar het gaat om de stemverhoudingen is het vetorecht van gemeenten van tafel maar is voorwaardelijk dat het uiteindelijk model voldoet aan de uitgangspunten zoals geformuleerd in het principebesluit.

Aandachtspunten voor het vervolgproces en de borging in onze organisatie

Concepttekst wijziging GR Drechtsteden naar GR Sociaal De aandachtspunten voor het vervolgproces zijn tweeledig. Allereerst is het van belang dat we erop toezien dat de wensen, bedenkingen en aandachtspunten vanuit Zwijndrecht goed landen in de definitieve teksten voor de GR Sociaal. De definitieve wijziging van de GR wordt via de gebruikelijke route door de gemeente Dordrecht in procedure gebracht. Daarna kan het wijzigingsbesluit door alle bestuursorganen in de Drechtsteden worden vastgesteld. De kostenverdeelsystematiek is losgekoppeld van dit proces en wordt ter besluitvorming aangeboden aan de Drechtraad in de komende maanden. In het proces naar de besluitvorming moeten we als college, raad en ambtelijke organisatie toezien op goede verwerking en vastlegging van bijvoorbeeld de keuzes voor verdeelsleutels en stemverhoudingen in de processen en werkwijzen. Vervolgens moeten we er voor de langere termijn op toezien dat processen en werkwijzen goed worden vastgelegd. Ook is in dit proces de bestuurlijke positionering van Zwijndrecht in het AB/DB van groot belang.

Daarnaast is het van belang bij de omvorming van de huidige GR (voor het onderdeel SDD) naar een klassieke GR goed te kijken naar de inzet en capaciteit die nodig is bij zowel gemeenten als de GR Sociaal zelf. Feit dat de kaderstelling weer bij gemeenten komt te liggen betekent dat wij er taken bij krijgen en dat wij moeten investeren in stevig opdrachtgeverschap. Voor zowel gemeenten als de SDD wordt het contact intensiever omdat co-creatie sleutelwoord is. Voor de uitvoering van het primaat lokaal is structureel extra strategische en financiële capaciteit nodig binnen de ambtelijke organisatie. Deze investering is nodig om aan de tekentafel te kunnen zitten, goede beleidsvoorstellen te kunnen maken die passen bij de lokale behoeften en in deze nieuwe samenwerking de Zwijndrechtse bestuurder(s) in het AB en DB, college en raad van gedegen inhoudelijk en financieel advies te kunnen voorzien. We beseffen ons dat we vragen om extra capaciteit in tijden van schaarste ingewikkeld is. Maar met de huidige capaciteit is het niet mogelijk onderstaande taken goed invulling te geven en regionaal hierin onze koplopersrol te blijven vervullen. Willen we volwaardig de lokale kaderstelling ter hand kunnen nemen dan is deze investering noodzakelijk.

Eerdere besluitvorming  Transformatieplan Sociaal Domein “We zijn ervan en doen het samen” in mei 2020  Principebesluit transitie GR Sociaal in de Drechtsteden in december 2020  Bestuurlijke reflectie namens Zwijndrecht op de hoofdlijnennotitie “De contouren van een vernieuwde samenwerking in het Sociaal Domein Drechtsteden” (2021-0044997)

Beoogd effect  Het aangaan van de GR Sociaal waarmee invulling kan worden gegeven aan een nieuwe vorm van samenwerken in de Drechtsteden en het nieuwe sturingsmodel invulling krijgt;  Het meegeven van wensen, bedenkingen en (tekstuele) opmerkingen op basis waarvan de definitieve tekst van de GR Sociaal wordt opgesteld.

Argumenten Argumentatie beslispunt 2: Onder de voorwaarde dat de volgende onderdelen in de derde mijlpaal (definitieve tekst GR Sociaal en bijlagen) helder zijn, bieden de voorliggende concepttekst GR Sociaal en de begeleidende notitie een goede basis om de gemeenschappelijke regeling aan te gaan:  Zwijndrecht heeft positie in het Dagelijks Bestuur van de GR Sociaal (dit is essentieel om te kunnen sturen op de transformatie en de doelstellingen uit het transformatieplan te behalen)  Een definitieve uitwerking van de verdeelsleutels  Een definitieve uitwerking van de stemverhoudingen in lijn met het principebesluit.

Concepttekst wijziging GR Drechtsteden naar GR Sociaal

Argumentatie beslispunt 3: Met de inrichting van de nieuwe GR Sociaal komt de inhoudelijke en financiële kaderstelling voor het Sociaal Domein weer bij de gemeenteraad te liggen. Waar voorheen gemiddeld 40 beleidsdocumenten regionaal werden opgesteld en ter besluitvorming aan het Drechtstedenbestuur en/of de Drechtraad werden aangeboden geldt dat daarvan dat met ingang van kwartaal 4 van 2021 de voorbereiding en besluitvorming voor zo’n 30 documenten lokaal komt te liggen. Hiervoor is ambtelijke capaciteit nodig. In het kader van het primaat lokaal komt tevens de lokale contractering van de Stichting Jeugdteams lokaal te liggen en is onderdeel van het transformatieplan om een eigenstandige relatie op te bouwen met zorgaanbieders die actief zijn in Zwijndrecht. Dit vraagt om een nieuwe en verstevigde vorm van accounthouderschap richting Stichting Jeugdteams, de GR Sociaal en de Dienst Gezondheid en Jeugd en het vraagt om meer en stevigere advisering van college en raad.

Met de verschuiving van het primaat op het sociaal domein naar lokaal is naast de inhoudelijke versterking ook financiële versterking van de organisatie nodig. Het toezicht houden op en de sturing en beheersing van de reguliere budgetten, planning & control cyclus én vaak complexe vraagstukken en omvangrijke geldstromen (voor de Sociale Dienst € 43 miljoen euro en de DG&J € 16 miljoen euro) vraagt fulltime aandacht en past niet binnen de huidige bezetting. Een investering in de afdeling staf is dan ook essentieel. Om deze redenen is uitbreiding van het ambtelijk apparaat in zijn geheel noodzakelijk en stellen we voor om structureel € 304.000 beschikbaar te stellen voor de organisatiekosten.

Kanttekeningen Hoewel we op basis van de concepttekst GR Sociaal en begeleidende notitie de nieuwe GR willen aangaan, blijven de onderstaande kanttekeningen vooralsnog staan en sturen we op de uitwerking ervan passend bij de bestuurlijke reflectie die we eerder hebben gegeven:

 Het is noodzakelijk dat Zwijndrecht positie heeft in het Dagelijks Bestuur van de GR Sociaal (dit is essentieel om te kunnen sturen op de transformatie en de doelstellingen uit het transformatieplan te behalen);  Er moeten heldere afspraken worden gemaakt over de verdeelsleutels en het rendement van lokale beleidskeuzes voor de definitieve tekst wordt vastgesteld;  Inzet van extra capaciteit is randvoorwaardelijk om invulling te kunnen geven aan het primaat lokaal en de doelstellingen uit het transformatieplan te behalen.

Extern draagvlak De concepttekst voor de wijziging van de GR Drechtsteden en de begeleidende notitie zijn tot stand gekomen op basis van een intensief en constructief regionaal proces onder andere door middel van ambtelijke en bestuurlijke dialoogsessies en werkgroepen. In de concepttekst en de begeleidende notitie is de bestuurlijke reactie van de verschillende gemeenten op de hoofdlijnennotitie verwerkt

Duurzaamheid niet van toepassing

Concepttekst wijziging GR Drechtsteden naar GR Sociaal

Aanpak/uitvoering/evaluatie  De wensen, bedenkingen en (tekstuele) aanvullingen van de gemeenteraad op de concepttekst worden in samenspraak tussen de griffie en de ambtelijke organisatie verzonden naar het ONS-D.  De input van de gemeenteraden in de Drechtsteden wordt gedurende de zomervakantie verwerkt in de definitieve tekst voor de wijziging van de GR Drechtsteden naar de GR Sociaal die in het laatste kwartaal van 2021 ter besluitvorming wordt aangeboden aan de gemeenteraad.

Communicatie/publicatie/participatie Zie de tekst onder de kopjes extern draagvlak en aanpak/uitvoering/evaluatie

Personeel/organisatie/SCD Eerder hebben we aangegeven welke investering noodzakelijk is om het primaat lokaal op een goede manier invulling te kunnen geven. Voor de uitvoering van het primaat lokaal is structureel 2 FTE strategisch adviseur sociaal domein en 1 FTE financieel adviseur nodig binnen de ambtelijke organisatie voor in ieder geval de uitvoering van de onderstaande taken. Zie ook de argumentatie bij beslispunt 3:

 Het voorbereiden van de besluitvorming van zo’n 30 extra documenten op jaarbasis;  Verstevigd accounthouderschap richting Stichting Jeugdteams inclusief de lokale contractering en inclusief advisering van de Zwijndrechtse bestuurder(s) in het AB en DB, college en raad;  Verstevigd accounthouderschap richting de GR Sociaal inclusief de aansluiting met het (lokale) VIVERA Sociaal Wijkteam en inclusief advisering van de Zwijndrechtse bestuurder(s) in het AB en DB, college en raad;  Verstevigd accounthouderschap richting de GR Dienst Gezondheid en Jeugd en de Serviceorganisatie inclusief advisering van de Zwijndrechtse bestuurder(s) in het AB en DB, college en raad;  Het opbouwen van een eigenstandige relatie met zorgaanbieders en de sturing op een overzichtelijk zorglandschap;  Datagestuurd en datagedreven werken (ontwikkeling en aanpassing van beleid op basis van wat we zien in kwalitatieve en kwantitatieve gegevens over buurten in Zwijndrecht);  Beheersing van en sturing op omvangrijke budgetten binnen het sociaal domein die inmiddels zo’n 60% van de Zwijndrechtse begroting beslaan.

Financiën Het gevraagde budget bedraag € 76.000 in 2021 en € 304.000 vanaf 2022. Deze is opgebouwd uit 2 FTE strategisch adviseur inhoudelijk en 1 FTE adviseur financiën. De inzet wordt dit jaar al nodig, waardoor er voor 2021 voor 1 kwartaal ook budget wordt gevraagd. De organisatie-uitbreiding is hiermee vanaf 1 oktober 2021 financieel besloten.

Concepttekst wijziging GR Drechtsteden naar GR Sociaal We verwachten dat het primaat lokaal zowel kwalitatief als financieel tot verbetering leidt binnen het sociaal domein. Hierbij doet zich het dilemma voor dat we niet weten wat de kostenontwikkeling zou zijn als we deze stappen niet hadden gezet. We verwachten dat de kostenontwikkeling Sociaal Domein minder sterk zal oplopen als we lokaal sturen en aan de knoppen draaien, maar dat niet op voorhand worden ingeboekt in de begroting. De kosten gaan hierbij voor de baten uit maar uiteindelijk moet onze lokale inzet leiden tot een lagere bijdrage aan de GR Sociaal (Sociale Dienst Drechtsteden).

Daarnaast weten we nu nog niet aan welke knoppen u als raad wilt draaien en op welke wijze. Wat we willen afspreken is dat we deze organisatieclaim die in dit raadsbesluit voorligt bij besluitvorming die leidt tot een lager of minder hard stijgend kostenniveau tegen het licht zullen houden. Concreet betekent dit dat de claim nu ten laste van de Algemene Reserve (2021) en respectievelijk het geraamd resultaat in de begroting (2022 en verder) zal worden gebracht. De effecten van de besluitvorming als gevolg van het primaat lokaal komen ten gunste van datzelfde geraamde resultaat. We zullen alsdan zichtbaar maken wat de uitvoering van het transformatieplan inclusief het primaat lokaal voor financieel effect (opbrengst) heeft.

Concepttekst wijziging GR Drechtsteden naar GR Sociaal

Gemeenschappelijke Regeling Sociaal

Versie 18-05-2021

Concepttekst wijziging GR Drechtsteden naar GR Sociaal

De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten       

Alblasserdam Dordrecht Hardinxveld-Giessendam Hendrik-Ido-Ambacht Papendrecht Sliedrecht Zwijndrecht

Overwegende,    

 

    

Dat de gemeenten in het Drechtsteden gebied een lange historie van diverse (geformaliseerde) samenwerkingen kennen en sinds 8 maart 2006 het samenwerkingsverband GR Drechtsteden GRD) hebben opgericht voor de behartiging van belangen op (boven)regionale dossiers; Dat vanaf 2006 diverse uitvoerings- en beleidstaken zijn gemandateerd en gedelegeerd aan de GRD; Dat de GRD daarnaast diensten op het gebied van de bedrijfsvoering levert aan andere GR-en; Dat uit diverse onderzoeken en rapporten, zoals Zichtbaar Samen Maritiem (G. J. Jansen, december 2015) en Verstandig Versterken (Berenschot, 2018), blijkt dat het noodzakelijk is voor de toekomstbestendigheid van de samenwerking om het huidige bestuurlijke model en de uitvoeringstaken ervan te blijven herijken; Dat in 2019 de zeven gemeentelijke eigenaren van de GRD hebben besloten de uitvoering van de taken op het ruimtelijk-economische domein c.q.

de Groeiagenda (meervoudig) lokaal te beleggen bij de zeven deelnemende gemeenten; Dat in 2020 aansluitend door de colleges van de deelnemende gemeenten het principebesluit is genomen dat de bedrijfsvoeringstaken van de GRD bij Dordrecht als servicegemeente worden belegd en dat in de GRD alleen de taken van de Sociale Dienst Drechtsteden (en eventueel bijbehorende taken) overblijven; Dat dit principebesluit vervolgens door de raden van de deelnemende gemeenten is bekrachtigd; Dat als gevolg daarvan de tekst van de GRD moet worden aangepast; Dat daarbij de naam zal worden gewijzigd in GR Sociaal (GRS); Dat de oorspronkelijke GRD is aangegaan door alle raden, burgemeesters en colleges van de Drechtstedengemeenten; Dat alleen de colleges van burgemeester en wethouders van de Drechtstedengemeenten deelnemen aan de GR Sociaal;

Gelet op de Wet gemeenschappelijke regelingen, de Gemeentewet, de Kieswet en de Algemene wet bestuursrecht; B E S L U I T E N; 1.

2.

3.

De Burgemeesters en de raden van Alblasserdam, Dordrecht, Hardinxveld-Giessendam, HendrikIdo-Ambacht, Papendrecht, Sliedrecht en Zwijndrecht voor te stellen uit te treden uit de gemeenschappelijke regeling Drechtsteden, inwerking getreden op 8 maart 2006, laatstelijk gewijzigd bij het Wijzigingsbesluit gemeenschappelijke regeling Drechtsteden, (veertiende wijziging); De raden van Alblasserdam, Dordrecht, Hardinxveld-Giessendam, Hendrik-Ido-Ambacht, Papendrecht, Sliedrecht en Zwijndrecht voor te stellen aan de colleges toestemming te geven als bedoeld in artikel 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen om de GRD te wijzigen conform dit besluit; Onder de opschortende voorwaarde dat alle raden toestemming verlenen als bedoeld in artikel 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, de gemeenschappelijke regeling Drechtsteden, zoals inwerking getreden op 8 maart 2006, laatstelijk gewijzigd bij het Wijzigingsbesluit gemeenschappelijke regeling Drechtsteden, (veertiende wijziging), te wijzigen en de volgende integrale tekst (versie 16.0) vast te stellen;

Versie 18-05-2021

Concepttekst wijziging GR Drechtsteden naar GR Sociaal

“Gemeenschappelijke Regeling Sociaal”. de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten       

Alblasserdam Dordrecht Hardinxveld-Giessendam Hendrik-Ido-Ambacht Papendrecht Sliedrecht Zwijndrecht

Overwegende,  Dat de colleges wensen samen te werken op het gebied van het sociaal domein en aanverwante regelgeving;  Dat daartoe de in deze regeling omschreven taken en bevoegdheden aan het bestuur van de regeling worden opgedragen respectievelijk overgedragen;  Dat het sociaal domein voortdurend in beweging is;  Dat dit vraagt om een flexibele manier van samenwerken waarin maatwerk in de dienstverlening aan de deelnemers mogelijk is;  Dat tegelijkertijd een robuust fundament noodzakelijk is om in deze regeling constructief en efficiënt te kunnen samenwerken; Gelet op artikel 1 Wet gemeenschappelijke regelingen; Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen Begripsbepalingen Artikel 1 1. in deze regeling wordt verstaan onder: a. Wgr: de Wet gemeenschappelijke regelingen; b. Regeling: deze gemeenschappelijke regeling; c. Gemeente(n): een/de aan de regeling deelnemende gemeente(n); d. GRS: het openbaar lichaam Sociaal ; e. Het bestuur van de GRS: ieder bevoegd orgaan van de GRS; f. Gedeputeerde Staten: het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland; g. Regionaal portefeuillehouder: een lid van het Dagelijks Bestuur dat een bepaald te behartigen onderwerp, project of programma in zijn portefeuille heeft; h. Wsw: de Wet sociale werkvoorziening; i. Wsw-werknemer: degene die ingevolge de Wsw een arbeidsovereenkomst heeft met de GRS; j.

Werkvoorziening: voorziening in aangepaste werkgelegenheid als bedoeld in de Wsw; k. Wmo 2015: de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; l. Werknemer: degene die in een dienstbetrekking tot de GRS staat; hiertoe wordt tevens gerekend een arbeidscontractant naar burgerlijk recht; m. Bezwaarschriftencommissie: adviescommissie als bedoeld in artikel 7:13, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht. 2. Waar in de regeling artikelen van de Gemeentewet, de Algemene wet bestuursrecht of enige andere wet of wettelijke regeling van (overeenkomstige) toepassing worden verklaard, worden in die artikelen in de plaats van de gemeente, de raad, het college, de burgemeester en de secretaris, onderscheidenlijk gelezen de regeling, het Algemeen Bestuur, het Dagelijks Bestuur, de voorzitter en de secretaris van de regeling. Openbaar Lichaam Artikel 2 1. Er is een openbaar lichaam, genaamd: “ Sociaal”; 2. Het openbaar lichaam is rechtspersoon en is gevestigd in Dordrecht.

Versie 18-05-2021

Concepttekst wijziging GR Drechtsteden naar GR Sociaal

Doel en belangen Artikel 3 1. De GRS heeft tot doel, binnen de kaders als genoemd in en voortvloeiend uit deze regeling, bij te dragen aan de beleidsontwikkeling van de gemeenten op de gebieden van het sociaal domein en sociale werkvoorziening en uitvoering te geven aan het op deze gebieden vastgestelde beleid. 2. Ter verwezenlijking van de in het eerste lid genoemde doelstelling behartigt de GRS de gemeenschappelijke regionale belangen op de terreinen van sociaaleconomische versterking, sociaal domein en sociale werkvoorziening. Algemene bepalingen Artikel 4 1. GRS vervult ten behoeve van de in artikel 3 genoemde doelstelling de taken: a. die bij deze regeling aan de GRS zijn gedelegeerd; b. die bij deze regeling aan de GRS zijn gemandateerd dan wel waarvoor volmacht of machtiging is verleend. c. die worden uitgevoerd in opdracht van één of enkele gemeenten. 2. De in het eerste lid onder c bedoelde taken worden niet uitgevoerd dan nadat de betreffende taken zijn vastgelegd in een tussen het Dagelijks Bestuur en het college van de betreffende gemeente(n) af te sluiten dienstverleningsovereenkomst en bij afzonderlijk besluit van het college of de colleges van de betreffende gemeente(n) de voor de uitvoering van die taken vereiste bevoegdheden zijn gedelegeerd of gemandateerd dan wel dan wanneer daarvoor volmacht of machtiging is verleend. 3.

Naast de in het eerste lid bedoelde taken kan de GRS ook de uitvoering van taken ten behoeve van andere dan de in de aanhef genoemde gemeenten of het rijk, de provincie en andere publiekrechtelijke lichamen op zich nemen. 4. De uitvoering van de in het derde lid bedoelde taken kan plaatsvinden door middel van een daartoe tussen het betreffende overheids-/publiekrechtelijke lichaam en de GRS te sluiten overeenkomst en door middel van deelname door het betreffende overheids-/publiekrechtelijke lichaam aan de regeling voor die ta(a)k(en), onder door het Algemeen Bestuur te stellen voorwaarden. Taken Artikel 5 1. Aan het bestuur van de GRS worden de volgende taken gedelegeerd en gemandateerd als bedoeld in artikel 4, eerste lid onder a en b:

Onderwerp Voorstel

Bevoegdheden

Participatiewet

a.

Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW)

Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ)

Versie 18-05-2021

Het vaststellen van nadere regels wordt gedelegeerd aan het Algemeen Bestuur, met uitzondering van de nadere regels voor aanvullende inkomensondersteuning (paragraaf 4.1. van de Participatiewet). b. Alle uitvoerende taken en bevoegdheden, die bij of krachtens de wet, alsmede de daarop gebaseerde algemene maatregelen van bestuur en uitvoeringsregelingen, aan de colleges zijn toegekend, worden gedelegeerd aan het Dagelijks Bestuur. ; a. Het vaststellen van nadere regels wordt gedelegeerd aan het Algemeen Bestuur; b. Alle uitvoerende taken en bevoegdheden, die bij of krachtens de wet, alsmede de daarop gebaseerde algemene maatregelen van bestuur en uitvoeringsregelingen, aan de colleges zijn toegekend, worden gedelegeerd aan het Dagelijks Bestuur. a. Het vaststellen van nadere regels wordt gedelegeerd aan het Algemeen Bestuur; b. Alle uitvoerende taken en bevoegdheden, die bij of krachtens de wet, alsmede de daarop

Concepttekst wijziging GR Drechtsteden naar GR Sociaal

De Wmo 2015, voor zover dit de maatwerkvoorzieningen betreft, zoals nader aangeduid in de desbetreffende begripsbepaling van artikel 1.1.1 van de Wmo 2015, met inbegrip van de bevoegdheden genoemd in artikel 6.1 Wmo 2015 en met uitzondering van beschermd wonen en opvang. Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen

a.

Wet kinderopvang, voor zover betrekking hebbend op de tegemoetkoming van de gemeente in de kosten van kinderopvang (hoofdstuk 1).

a.

Wet gemeentelijke schuldhulpverlening

Wet Sociale Werkvoorziening, voor zover betrekking hebbend op de in het vijfde lid genoemde taken:

Algemene wet bestuursrecht

Versie 18-05-2021

gebaseerde algemene maatregelen van bestuur en uitvoeringsregelingen, aan de colleges zijn toegekend, worden gedelegeerd aan het Dagelijks Bestuur. Alle uitvoerende taken en bevoegdheden, die bij of krachtens de in de eerste kolom genoemde artikelen, alsmede de daarop gebaseerde algemene maatregelen van bestuur en uitvoeringsregelingen, aan de colleges zijn toegekend, worden gedelegeerd aan het Dagelijks Bestuur;

a. Het vaststellen van nadere regels wordt gedelegeerd aan het Algemeen Bestuur; b. Alle uitvoerende taken en bevoegdheden, die bij of krachtens de wet, alsmede de daarop gebaseerde algemene maatregelen van bestuur en uitvoeringsregelingen, aan de colleges zijn toegekend, worden gedelegeerd aan het Dagelijks Bestuur. Het vaststellen van nadere regels wordt gedelegeerd aan het Algemeen Bestuur; b. Alle uitvoerende taken en bevoegdheden, die bij of krachtens het in de eerste kolom genoemde hoofdstuk, alsmede de daarop gebaseerde algemene maatregelen van bestuur en uitvoeringsregelingen, aan de colleges zijn toegekend, worden gedelegeerd aan het Dagelijks Bestuur. a. Alle uitvoerende taken en bevoegdheden, die bij of krachtens de wet, alsmede de daarop gebaseerde algemene maatregelen van bestuur en uitvoeringsregelingen, aan de colleges zijn toegekend, worden gedelegeerd aan het Dagelijks Bestuur met uitzondering van de uitvoering van preventie, nazorg en vroegsignalering. b. Alle uitvoerende taken en bevoegdheden op het gebied van de taken preventie, nazorg en vroegsignalering, die bij of krachtens de wet, alsmede de daarop gebaseerde algemene maatregelen van bestuur en uitvoeringsregelingen, aan de colleges zijn toegekend, worden gemandateerd aan het Dagelijks Bestuur. a. Het vaststellen van nadere regels wordt gedelegeerd aan het Algemeen Bestuur; b.

Alle uitvoerende taken en bevoegdheden, die bij of krachtens de in de eerste kolom genoemde taken, alsmede de daarop gebaseerde algemene maatregelen van bestuur en uitvoeringsregelingen, aan de colleges zijn toegekend, worden gedelegeerd aan het Dagelijks Bestuur. a. Het vaststellen van nadere regels wordt gedelegeerd aan het Algemeen Bestuur; b. De uitvoering van titel 4.2 Awb wordt gedelegeerd aan het Dagelijks Bestuur

Concepttekst wijziging GR Drechtsteden naar GR Sociaal

Beschermd wonen en opvang Wet op de lijkbezorging

Burgerlijk Wetboek

De uitvoeringstaken waartoe door de gemeente Dordrecht specifiek opdracht is gegeven worden gemandateerd aan het Dagelijks Bestuur. De uitvoering van de artikelen 21 en 22 en het verlenen van toestemming voor het verrichten van sectie op het lichaam van een overledene op grond van artikel 72, tweede lid van de Wet op de lijkbezorging worden gemandateerd aan het Dagelijks Bestuur. De bevoegdheid tot het indienen van een verzoek tot instelling van een bewind wegens verkwisting of het hebben van problematische schulden op grond van artikel 1:432 BW respectievelijk tot het verlengen of opheffen van een ingesteld bewind op grond van artikel 1:449 BW wordt gemandateerd aan het Dagelijks Bestuur.

2.

Conform artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht kunnen zowel het Algemeen Bestuur als het Dagelijks Bestuur van de regeling beleidsregels vaststellen met betrekking tot de aan hen gedelegeerde en gemandateerde bevoegdheden. 3. De Gemeenten kunnen in de door hen vast te stellen verordeningen en andere algemeen verbindende voorschriften beleidsinhoudelijke verschillen opnemen die aansluiten op de lokale wensen en behoeften. De eventuele meer- of minderkosten in de uitvoering worden via een uitvoeringstoets door de GRS in beeld gebracht en verrekend met de betreffende gemeente(n). 4. De Gemeenten kunnen aan het Algemeen Bestuur en aan het Dagelijks Bestuur opdragen om in de op grond van het eerste lid vast te stellen nadere regels en beleidsregels beleidsinhoudelijke verschillen op te nemen die aansluiten op de lokale wensen en behoeften. De eventuele meer- of minderkosten in de uitvoering worden via een uitvoeringstoets door de GRS in beeld gebracht en verrekend met de betreffende gemeente(n). 5. Naast de in lid 1 en 2 genoemde gedelegeerde en gemandateerde taken heeft het bestuur van de GRS de volgende taken: Sociaal a. Het, in co-creatie met de gemeenten, voorbereiden van een door de lokale raden vast te stellen regionale visie sociaal beleid; b.

Het, in co creatie met de gemeenten, voorbereiden van door de lokale raden vast te stellen verordeningen en beleidsplannen; c. Het, in co creatie met de gemeenten, voorbereiden van door de colleges vast te stellen nadere regels, voor zover deze betrekking hebben op de in het eerste lid genoemde taken. Sociale werkvoorziening (Wsw) Het in samenhang met de Participatiewet (doen) uitvoeren van de Wsw, aangepaste arbeid en daarmee verband houdende vraagstukken (artikel 1, tweede lid Wsw) op de volgende terreinen: a. Het met de gemeenschappelijke regeling sociale werkvoorziening Drechtwerk ontwikkelen van beleid en het stellen van kaders op het gebied van het (doen) verschaffen van arbeid onder aangepaste omstandigheden aan mensen die op 1 januari 2015 een sw-indicatie en een dienstbetrekking bij de GR Drechtwerk hadden; b. Het in relatie tot het gestelde onder a overdragen van de daartoe verkregen Rijksmiddelen Wsw aan de gemeenschappelijke regeling sociale werkvoorziening Drechtwerk; c. Het organiseren van cliëntenparticipatie sociale werkvoorziening; d. Het uitvoeren van al die werkzaamheden en activiteiten die dienstbaar zijn aan en voortvloeien uit de onder a tot en met c genoemde taken. 6. De gemeente Hardinxveld-Giessendam wordt tot en met 31 december 2024 vrijstelling verleend van de in het vijfde lid, onder het kopje "Sociale werkvoorziening (Wsw)" genoemde taken.

Aan de deelname kunnen door het Algemeen Bestuur voorwaarden worden verbonden.

Versie 18-05-2021

Concepttekst wijziging GR Drechtsteden naar GR Sociaal

Hoofdstuk 3: Algemeen Bestuur Samenstelling van het Algemeen Bestuur Artikel 6 1. Het Algemeen Bestuur bestaat uit 8 leden, met inbegrip van de voorzitter. De leden worden door 2. de colleges van de gemeenten uit hun midden aangewezen, waarbij elk college 1 lid aanwijst, met dien verstande dat het college van Dordrecht 2 leden aanwijst. 3. De colleges kunnen een plaatsvervangend lid aanwijzen. Het plaatsvervangend lid neemt de plaats in van een lid bij diens incidentele afwezigheid en bij afwezigheid voor langere tijd, in het Algemeen Bestuur. 4. De zittingsperiode van de leden van het Algemeen Bestuur is gelijk aan die van de collegeleden van de gemeenten. 5. De leden van het Algemeen Bestuur en hun plaatsvervangers ontvangen geen vergoeding en/of tegemoetkoming in de kosten voor hun werkzaamheden. Aanwijzing van collegeleden voor het Algemeen Bestuur Artikel 7 1. De leden van het Algemeen Bestuur worden door hun college aangewezen in de eerste collegevergadering na de verkiezingen. 2. Indien tussentijds een vacature ontstaat onder de leden van het Algemeen Bestuur, wordt diens plaats waargenomen door het plaatsvervangend lid en draagt het betreffende college zo snel mogelijk zorg voor de benoeming van een nieuw lid.

Bevoegdheden van het Algemeen Bestuur van de GRS Artikel 8 Het Algemeen Bestuur van de GRS geeft invulling en uitvoering aan de in artikel 5 aan hem toegekende taken en maakt daartoe, naast de in de Wgr toegekende bevoegdheden, gebruik van de volgende bevoegdheden: a. Het nemen van besluiten op grond van de gedelegeerde en gemandateerde taken; b. Het vaststellen van nadere regels en beleidsregels, voor zover het de in artikel 5 aan het Algemeen Bestuur gedelegeerde en gemandateerde bevoegdheden betreft; c. Het participeren in organisaties, allianties, regionale -, bovenregionale -, landelijke – en Europese netwerken; d. Het maken van afspraken met het Rijk, Provincies, andere overheidsorganen en ketenpartners; e. Het verlenen van een uitsluitend recht in de zin van artikel 2.24 van de Aanbestedingswet 2012; f. Het reageren op rijks- en provinciale nota’s en plannen die betrekking hebben op de belangen die de GRS behartigt en die voor de regio Drechtsteden van belang zijn; g. Het oprichten van en deelnemen in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, indien dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang.

een en ander voor zover de toepassing van deze bevoegdheden bijdraagt aan het behartigen van de belangen als genoemd in artikel 3, tweede lid en past binnen de aan het bestuur van de GRS gedelegeerde en gemandateerde taken als genoemd in artikel 5. Reglement van orde Artikel 9 Het Algemeen Bestuur stelt voor zijn vergaderingen een reglement van orde vast. Beraadslaging en stemming Artikel 10 PM, zie begeleidende notitie.

Versie 18-05-2021

Concepttekst wijziging GR Drechtsteden naar GR Sociaal

Hoofdstuk 4: Het Dagelijks Bestuur Samenstelling Artikel 11 1. Het Dagelijks Bestuur bestaat uit drie leden, de voorzitter inbegrepen, die door het Algemeen Bestuur uit hun midden worden aangewezen. Per gemeente kan slechts één lid van het Algemeen Bestuur worden benoemd als lid van het Dagelijks Bestuur. 2. Met betrekking tot de leden van het Dagelijks Bestuur zijn de artikelen 40, 41, 46 en 47 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing. 3. De leden van het Dagelijks Bestuur treden als lid van het bestuur af in de eerste vergadering van het Algemeen Bestuur waarin de leden van het Dagelijks Bestuur worden aangewezen. Zij zijn direct weer herkiesbaar. 4. De portefeuille van aftredende leden van het Dagelijks Bestuur wordt overgenomen door hun plaatsvervanger of, bij gebreke aan een plaatsvervanger, verdeeld onder de overige leden van het Dagelijks Bestuur tot aan het moment dat hun opvolger is aangewezen. 5. Degene die tussentijds ophoudt lid van het Algemeen Bestuur te zijn, houdt tevens op lid van het Dagelijks Bestuur te zijn. 6. Indien tussentijds een plaats in het Dagelijks Bestuur beschikbaar komt, wijst het Algemeen Bestuur zo spoedig mogelijk een nieuw lid aan. 7. Een lid van het Dagelijks Bestuur wordt, in geval van langdurige afwezigheid, vervangen door zijn plaatsvervanger in het Algemeen Bestuur.

Deze tijdelijke vervanging kan ook plaats hebben indien een lid van het Dagelijks Bestuur het voorzitterschap waarneemt. Werkwijze Artikel 12 1. Het Dagelijks Bestuur vergadert zo dikwijls als de voorzitter of een van de andere leden dit nodig oordeelt. 2. De artikelen 57 tot en met 59 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing. 3. Elk lid van het Dagelijks Bestuur heeft in de vergadering één stem. Het Dagelijks Bestuur beslist bij meerderheid van stemmen. In afwijking van het gestelde in artikel 56 Gemeentewet worden besluiten waarover stemming moet plaatsvinden of waarvoor stemming wordt gevraagd, alleen genomen in vergaderingen waarin alle leden aanwezig of vertegenwoordigd zijn. 4. Het Dagelijks Bestuur verdeelt de portefeuilles binnen zijn bestuur. Bevoegdheden van het Dagelijks Bestuur Artikel 13 1. Onverminderd het gestelde in artikel 5 is het Dagelijks Bestuur bevoegd: a. Het dagelijks bestuur van de regeling te voeren, voor zover niet bij of krachtens de wet of de Gemeentewet het Algemeen Bestuur of de voorzitter hiermee is belast; b. Beslissingen van het Algemeen Bestuur voor te bereiden en uit te voeren; 2. Het Dagelijks Bestuur is voor alle aan de GRS gedelegeerde, gemandateerde en opgedragen taken bevoegd tot: a.

Het vaststellen van uitvoeringsregels, voor zover het de in artikel 5 aan het Dagelijks Bestuur gedelegeerde en gemandateerde bevoegdheden betreft; b. Het nemen van besluiten als bedoeld in de Algemene wet bestuursrecht; c. Het aangaan van overeenkomsten en convenanten; d. het verlenen en vaststellen van subsidies; e. Het in behandeling nemen en afdoen van Wob-verzoeken; f. Het in behandeling nemen en afdoen van klachten als bedoeld in hoofdstuk 9 Algemene wet bestuursrecht; g. Het in behandeling nemen en afdoen van verzoeken van betrokkenen als bedoeld in Hoofdstuk III van de Algemene verordening gegevensbescherming; h. Het vertegenwoordigen van de regio Drechtsteden in overlegsituaties; i. Het organiseren van overleg en het uitbrengen van advies. j. Het procederen in kort geding en tot voeging in strafzaken als bedoeld in artikel 51a van het Wetboek van Strafvordering, tenzij het Algemeen Bestuur daaromtrent in voorkomende gevallen een beslissing heeft genomen; k. Indien ingevolge wettelijk voorschrift aan de GRS of aan het bestuur van de GRS hetzij een recht van beroep hetzij een recht bezwaar te maken toekomt, om spoedshalve beroep in te

Versie 18-05-2021

Concepttekst wijziging GR Drechtsteden naar GR Sociaal

3.

stellen of bezwaar te maken alsmede, voor zover de voorschriften dat toelaten, om schorsing van het aangevochten besluit of om voorlopige voorziening ter zake te verzoeken. Het Dagelijks Bestuur is bevoegd tot het doen van aangifte van alle strafbare feiten waarvan het kennis heeft genomen.

Reglement van orde Artikel 14 Het Dagelijks Bestuur stelt voor zijn vergadering een reglement van orde vast. Het reglement van orde wordt ter kennis van het Algemeen Bestuur gebracht. Hoofdstuk 5: De voorzitter Benoeming en positie Artikel 15 1. De voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter worden door het Algemeen Bestuur uit zijn midden en uit een van beide leden die door het college van Dordrecht zijn benoemd, aangewezen. 2. De voorzitter van het Algemeen Bestuur is tevens voorzitter van het Dagelijks Bestuur. 3 Bij verhindering of ontstentenis van de voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter worden zij vervangen door een lid, door en uit het Algemeen Bestuur respectievelijk het Dagelijks Bestuur aan te wijzen. Hoofdstuk 6: Betrekken van raden, ingezetenen en belanghebbenden Gemeenschappelijke raadscommissie Artikel 16 1. Het Algemeen Bestuur stelt op voorstel van de raden van de Gemeenten een commissie in als bedoeld in artikel 24a van de Wgr. 2. De commissie stelt voor haar vergaderingen een reglement van orde vast. Participatie Artikel 17 1. Het Algemeen Bestuur stelt regels over de wijze waarop de ingezetenen van de gemeenten en de belanghebbenden bij de voorbereiding van beleid en bij de evaluatie daarvan worden betrokken. 2.

Het Dagelijks Bestuur betrekt, ter voorbereiding van de besluitvorming in het Algemeen Bestuur, ingezetenen van de gemeenten en belanghebbenden bij de voorbereiding van beleid op de wijze zoals voorgeschreven in de door de regeling uit voeren wetten als bedoeld in artikel 5 en overeenkomstig de door het Algemeen Bestuur op grond van het eerste lid gestelde regels. 3. Het Dagelijks Bestuur betrekt, ter voorbereiding van de besluitvorming door het Algemeen Bestuur, ingezetenen van de gemeenten en belanghebbenden bij de evaluatie van de uitvoering van de in het tweede lid bedoelde onderwerpen overeenkomstig de door het Algemeen Bestuur op grond van het eerste lid gestelde regels. Hoofdstuk 7: Verantwoording Verantwoording Dagelijks Bestuur Artikel 18 1. Het Dagelijks Bestuur geeft, samen dan wel ieder lid afzonderlijk, gevraagd en ongevraagd aan het Algemeen Bestuur alle inlichtingen die voor een juiste beoordeling van het door het Dagelijks Bestuur te voeren en gevoerde bestuur nodig zijn. 2. Het Dagelijks Bestuur is, samen en ieder lid afzonderlijk, aan het Algemeen Bestuur verantwoording verschuldigd voor het door hen gevoerde bestuur. 3. Een lid van het Dagelijks Bestuur kan door het Algemeen Bestuur worden ontslagen, indien dit lid het vertrouwen van het Algemeen Bestuur niet meer bezit.

In dit geval zijn de artikelen 49 en 50 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing. 4. Het bepaalde in het eerste tot en met het derde lid is van overeenkomstige toepassing op de voorzitter voor het door hem gevoerde bestuur.

Versie 18-05-2021

Concepttekst wijziging GR Drechtsteden naar GR Sociaal

Verantwoording Algemeen Bestuur Artikel 19 1. Het Algemeen Bestuur geeft aan de raden van de deelnemende gemeenten gevraagd dan wel ongevraagd alle inlichtingen die voor een juiste beoordeling van het door het Algemeen Bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig zijn. 2. Het Algemeen Bestuur stelt regels over de wijze waarop de in het eerste lid bedoelde inlichtingen worden verstrekt. 3. Een lid van het Algemeen Bestuur geeft aan het college die hem heeft aangewezen alle inlichtingen die door het college, of één of meer leden daarvan, worden gevraagd,. 4. Een lid van het Algemeen Bestuur is aan het college dat hem heeft aangewezen, verantwoording verschuldigd voor het door hem in het Algemeen Bestuur gevoerde beleid. 5. De benoeming van een lid van het Algemeen Bestuur kan door het college dat hem heeft benoemd worden ingetrokken, indien dit lid het vertrouwen van dat college niet meer bezit. Gemeenschappelijke auditcommissie Artikel 20 1. Het Algemeen Bestuur kan een Auditcommissie instellen als bedoeld in artikel 84 Gemeentewet. 2. De commissie stelt voor haar vergaderingen een reglement van orde vast. Hoofdstuk 8: Secretaris en organisatie De taken van de secretaris/algemeen directeur Artikel 21 1. De secretaris/algemeen directeur wordt benoemd door het Dagelijks Bestuur. 2.

De secretaris/algemeen directeur staat het Algemeen Bestuur, het Dagelijks Bestuur, de voorzitter en de door het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur ingestelde commissies bij de uitoefening van hun taak terzijde. 3. De stukken die van het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur uitgaan, worden door de secretaris/algemeen directeur meeondertekend. 4. De secretaris/algemeen directeur is verantwoordelijk voor de voorbereiding en uitvoering van de bestuurlijke besluitvorming van het Dagelijks Bestuur en het Algemeen Bestuur voor zover het zijn taken betreft. 5. De secretaris/algemeen directeur geeft leiding aan de organisatie en is eindverantwoordelijk voor de organisatieontwikkeling, innovatie en de bedrijfsvoering van de regeling. 6. De secretaris/algemeen directeur is de bestuurder als bedoeld in de Wet op de ondernemingsraden. Formatie, organisatie en rechtspositie Artikel 22 1. De omvang van de organisatie van de GRS wordt vastgesteld door het Dagelijks Bestuur, binnen de door het Algemeen Bestuur goedgekeurde begroting. 2. De rechtspositie en bezoldiging van de secretaris/algemeen directeur en de werknemers worden door of namens de Algemeen Bestuur vastgesteld. Hoofdstuk 9: Financiën Algemeen Artikel 23 1. De gemeenten dragen er zorg voor dat GRS te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al zijn verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen. 2.

Onverminderd het gestelde in het eerste lid garanderen de gemeenten jegens iedere geldgever de nakoming van de huidige en toekomstige verplichtingen die de publieke rechtspersoon te eniger tijd jegens die geldgever heeft. 3. Indien een der gemeenten op grond van een in het eerste of tweede lid bedoelde borgstelling en/of garantie wordt aangesproken door een geldgever zijn de gemeenten jegens elkaar verplicht bij te dragen in de schuld waarvoor de eerstbedoelde gemeente wordt aangesproken. 4. De interne verhaals-afspraken hierop betrekking hebbend, regarderen de geldgever niet.

Versie 18-05-2021

Concepttekst wijziging GR Drechtsteden naar GR Sociaal

Financiële administratie Artikel 24 1. Het Algemeen Bestuur stelt bij verordening regels vast over de uitgangspunten voor het financiële beleid. 2. Op de in het eerste lid bedoelde verordening is artikel 212 van de Gemeentewet van toepassing. 3. Het Algemeen Bestuur stelt bij verordening regels vast voor de controle op het financiële beheer en op de inrichting van de financiële organisatie. 4. Het Dagelijks Bestuur zendt de concepttekst van de verordeningen als bedoeld in dit artikel door tussenkomst van de colleges aan de raden van de gemeenten met het verzoek om binnen een periode van 3 maanden na de toezending het gevoelen van de gemeente ten aanzien van de concepttekst ter kennis van het Dagelijks Bestuur te brengen. Het Dagelijks Bestuur voegt de reacties van de gemeenten bij het voorstel aan het Algemeen Bestuur tot vaststelling van de regeling, vergezeld van een inhoudelijke reactie op de reacties van de gemeenten. De rekenkamer(functie) Artikel 25 Het Algemeen Bestuur beraadslaagt en spreekt zich uit over onderzoeken die door de rekenkamers of rekenkamercommissies van de deelnemende gemeenten over de doelmatigheid, de doeltreffendheid en de rechtmatigheid van facetten van het door hem en door het Dagelijks Bestuur in het kader van de samenwerking gevoerde bestuur, individueel en/of gezamenlijk, zijn verricht. De begroting Artikel 26 1.

Het Dagelijks Bestuur zendt de ontwerpbegroting uiterlijk acht weken voor de voorgenomen datum van toezending aan het Algemeen Bestuur toe aan de raden van de deelnemende gemeenten. De ontwerpbegroting wordt gelijktijdig toegezonden aan de leden van het Algemeen Bestuur. 2. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen het Dagelijks Bestuur van hun gevoelen omtrent de ontwerpbegroting doen blijken. Het Dagelijks Bestuur voegt de ontvangen commentaren, waarin dit gevoelen is vervat, voorzover deze ten minste een week voor de voorgenomen datum van toezending aan het Algemeen Bestuur zijn ontvangen, bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het Algemeen Bestuur wordt aangeboden. 3. De vastgestelde begroting wordt vóór de in de Wgr genoemde datum met alle bijbehorende bescheiden aan Gedeputeerde Staten toegezonden. Van de vaststelling doet het Dagelijks Bestuur mededeling aan de raden van de deelnemende gemeenten. Bijdrageverordening Artikel 27 1. In de begroting wordt aangegeven welke bijdrage iedere deelnemer verschuldigd is voor de uitvoering van de taken van het openbaar lichaam.

2.

De kosten die het openbaar lichaam aan de deelnemers toerekent zijn gebaseerd op een financieel verdeelprincipe en een verdeelsleutel. Bij het opstellen van het verdeelprincipe en de verdeelsleutel geldt als uitgangspunt dat de financiële gevolgen uitsluitend worden gedragen door de gemeenten die de betreffende taken hebben overgedragen.

3.

De financiële verdeelprincipes- en sleutels als bedoeld in het tweede lid worden op voorstel van het Dagelijks Bestuur vastgesteld door het Algemeen Bestuur. Alvorens het Algemeen Bestuur overgaat tot het vaststellen van de principes, zendt het Dagelijks Bestuur, drie maanden voordat het ontwerp van de principes aan het Algemeen Bestuur ter vaststelling wordt aangeboden, het ontwerp toe aan de raden van de Gemeenten. De raden van de Gemeenten kunnen gedurende genoemde drie maanden hun zienswijze over het ontwerp van de financiële verdeelprincipes bij het Dagelijks Bestuur naar voren brengen. Het Dagelijks Bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijzen zijn vervat bij het ontwerp van het financiële verdeelprincipes en sleutels, zoals deze aan het Algemeen Bestuur wordt aangeboden.

4.

De uitkomst van de financiële verdeelprincipes- en sleutels als bedoeld in het tweede lid worden op voorstel van het Dagelijks Bestuur vastgesteld door het Algemeen Bestuur, jaarlijks in de begroting.

Versie 18-05-2021

Concepttekst wijziging GR Drechtsteden naar GR Sociaal

5.

De Gemeenten betalen de in het eerste lid bedoelde totale bijdrage bij wijze van voorschot. Het Dagelijks Bestuur stelt de frequentie van betaling vast, waarbij geldt dat de totale bijdrage in ten minste 2 halfjaarlijkse termijnen wordt betaald.

6.

Na vaststelling van de begroting zendt het Dagelijks Bestuur de begroting aan de raden van de Gemeenten, die ervoor zorgen dat het in deze begroting voor de betreffende gemeente als bijdrage in de kosten van de GRS geraamde bedrag, in de gemeentebegroting wordt opgenomen.

7.

De relevante bepalingen uit dit hoofdstuk zijn zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing op wijzigingen van de begroting.

Weigering opname in begroting Artikel 28 Wanneer aan het Algemeen Bestuur blijkt, dat de raad van een gemeente niet voldoet of zal voldoen aan het gestelde in artikel 27, zesde lid van deze regeling, verzoekt het Algemeen Bestuur aan Gedeputeerde Staten om over te gaan tot toepassing van artikel 194 van de Gemeentewet. De jaarrekening Artikel 29 1. Van de inkomsten en uitgaven van de GRS over het afgelopen jaar wordt door het Dagelijks Bestuur verantwoording afgelegd aan het Algemeen Bestuur onder overlegging van de jaarrekening met de daarbij behorende bescheiden. 2. Het Dagelijks Bestuur biedt de in het eerste lid bedoelde jaarrekening, met toevoeging van een jaarverslag als bedoeld in artikel 213, tweede lid van de Gemeentewet alsmede met toevoeging van hetgeen het Dagelijks Bestuur voor zijn verantwoording dienstig acht, ter vaststelling aan het Algemeen Bestuur aan. 3. Het Dagelijks Bestuur zendt de ontwerp-jaarrekening uiterlijk op de in de Wgr genoemde datum toe aan de raden van de deelnemende gemeenten. Onderzoek en vaststelling Artikel 30 1. De jaarrekening wordt vóór de in de Wgr genoemde datum met alle bijbehorende bescheiden aan Gedeputeerde Staten toegezonden. Van de vaststelling doet het Dagelijks Bestuur mededeling aan de raden van de deelnemende gemeenten. 2.

De vaststelling van de jaarrekening strekt het Dagelijks Bestuur tot décharge, behoudens later in rechte gebleken onregelmatigheden, ten aanzien van het daarin verwoorde financieel beheer. Bijdrage per gemeente Artikel 31 1. In de jaarrekening worden de door elk van de deelnemende gemeenten over het betreffende kalenderjaar werkelijk verschuldigde bedragen opgenomen. 2. Verrekening van het verschil tussen het op grond van artikel 27, vijfde lid betaalde voorschot en de werkelijk verschuldigde bedragen vindt plaats onmiddellijk na kennisgeving aan de deelnemende gemeenten van de vaststelling van de jaarrekening. Weigering verrekening Artikel 32 Wanneer aan het Algemeen Bestuur blijkt, dat een gemeenteraad van een gemeente niet voldoet of zal voldoen aan het gestelde in artikel 31, tweede lid, van deze regeling, verzoekt het Algemeen Bestuur aan Gedeputeerde Staten om over te gaan tot toepassing van artikel 195 van de Gemeentewet. Hoofdstuk 10: Toetreding, uittreding, wijziging en opheffing Toetreding Artikel 33 1. Ten behoeve van de uitvoering van specifiek opgedragen taken als bedoeld in artikel 5, kunnen ook andere dan de in de aanhef genoemde gemeenten alsmede andere publiekrechtelijke lichamen toetreden tot deze regeling.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10486531/1