Bijlage 4 bij raadsvoorstel 8.1 foto preventie sociaal domein HIA (2019)
Tekst van het document
FOTO PREVENTIE SOCIAAL DOMEIN Inzicht in huidige preventie en analyse van de behoeften
JULI 2019
Inhoudsopgave 1
Inleiding ........................................................................................................................ 3 1.1
2
3
4
5
6
Leeswijzer .................................................................................................................... 3
Managementsamenvatting ......................................................................................... 4 2.1
Inleiding ........................................................................................................................ 4
2.2
Analyse en conclusies ................................................................................................ 5
2.3
Aanbevelingen voor het preventieplan..................................................................... 8
Situatie ......................................................................................................................... 9 3.1
Achtergrond van de vraag .......................................................................................... 9
3.2
Context ......................................................................................................................... 9
Toelichting op het onderzoek ................................................................................... 10 4.1
Gevolgd proces .......................................................................................................... 10
4.2
Denkkader preventie en (vroeg)signalering .......................................................... 11
4.3
Toelichting foto huidige situatie ............................................................................. 12
Analyse ....................................................................................................................... 14 5.1
Ontwikkeling omgeving ............................................................................................ 14
5.2
Huidige preventie ...................................................................................................... 19
5.3
Huidig gebruik ........................................................................................................... 24
5.4
Behoeften m.b.t. preventie ...................................................................................... 29
Aanbevelingen voor het preventieplan .................................................................... 33
Rapportage – Inzicht in het (preventieve) aanbod en behoeften sociaal domein
Pagina 2 van 35
1 Inleiding Voorkomen is beter dan genezen; dat is een wijsheid die maar al te vaak wordt gebezigd. Het is beter om te voorkomen dat een probleem ontstaat, dan om een probleem te behandelen. Deze volkswijsheid geeft de essentie aan waarom de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht streeft naar een ‘ombuiging’ van de werk- en denkwijze in het sociaal domein. Sinds de toegenomen verantwoordelijkheden van gemeenten in het sociaal domein is steeds meer inzicht ontstaan. Hoewel veel data nog op een andere manier en ander niveau wordt verwerkt, blijkt door alles heen dat de zorgvraag en zorgzwaarte stijgen, en dat het gebruik van maatwerkvoorzieningen blijft toenemen. Natuurlijk wordt er door vele professionals en vrijwilligers hard gewerkt om problemen aan te pakken en cliënten te helpen naar een gezond(er) en vitaal leven. Kernvraag vanuit het coalitieakkoord van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht is echter of er ruimte is om meer te voorkómen. Want door te voorkomen, zorg je ervoor dat je minder hoeft te genezen. In 2019 is een projectgroep aan de slag gegaan met de opgave om tot een lokaal preventieplan te komen. Hierbij is gestart met het uitvoeren van het onderzoek naar de huidige situatie. Om tot het benodigde inzicht te komen is niet alleen gewerkt met beschikbare data, maar is ook overleg gevoerd met maatschappelijke organisaties, inwoners en de gemeenteraad.
We merken hierbij op dat we helaas nog geen gebruik konden maken van 'big data'. In de eerste helft van dit jaar was er nog onvoldoende mogelijkheid om de beschikbare informatie op een juiste en zorgvuldige manier toegankelijk te maken. Zeer recent is daar verandering in gekomen. Regionaal is een applicatie beschikbaar gekomen die het mogelijk maakt de informatie van SDD, SOJ en andere interne en externe bronnen te bundelen en te analyseren. Bij de implementatie en het monitoren van de maatregelen uit het preventieplan, gaan we deze 'tool' inzetten. De opgestelde ‘foto’ en de bijbehorende analyse en conclusies geven richting. Deze rapportage vormt daarmee de opmaat naar (de keuzes voor) het lokale preventieplan.
1.1 Leeswijzer Allereerst is in hoofdstuk 2 een managementsamenvatting opgenomen. In hoofdstuk 3 volgt een toelichting op de achtergrond van de vraag en de relevantie op dit moment. Vervolgens is in hoofdstuk 4 een toelichting opgenomen van de werkwijze bij het onderzoek. Hierin is omschreven welk proces is gevolgd en op welke wijze de verzamelde en ontvangen input is verwerkt in de ‘foto’; de volledige uitwerking van de foto is toegevoegd als bijlage. Op basis van de foto is in hoofdstuk 5 een analyse uitgevoerd, die leidt tot belangrijke inzichten en conclusies. Ten slotte is in hoofdstuk 6 vooruit gekeken naar de betekenis van deze uitkomsten voor het lokale preventieplan sociaal domein.
Rapportage – Inzicht in het (preventieve) aanbod en behoeften sociaal domein
Pagina 3 van 35
2 Managementsamenvatting 2.1 Inleiding Gemeente Hendrik-Ido-Ambacht wil dat inwoners zo min mogelijk afhankelijk zijn van zware zorg en ondersteuning. Zonder de juiste begeleiding, voorlichting of ondersteuning kunnen kleine problemen uitgroeien tot complexe, omvangrijke ondersteuningsvragen. Om te voorkomen dat inwoners blijvend zwaardere vorm van ondersteuning nodig hebben, moeten problemen eerder gesignaleerd worden. Deze zijn dan vaak nog te overzien en met eigen kracht of een relatief licht instrument op te lossen. Het college heeft in het Coalitieprogramma “Gewoon Ambacht 2018 – 2022” deze ontwikkelingen onderkend en het voornemen vastgelegd om te investeren in preventie. Met een sterk beleid op het gebied van preventie- en vroege signalering wil de gemeente inzetten op duurzame preventie. Dat moet op termijn leiden tot meer gezonde mensen en minder mensen met (risico’s op) problemen.
2.1.1 Proces Om tot een preventieplan te komen is eerst een onderzoek uitgevoerd, waarvan voorliggend document het resultaat is. Om tot een ‘foto’ van de huidige situatie te komen is het volgende gebeurd: 1. Verzamelen (ophalen informatie). Voor de vorming van het beeld zijn uit de afgelopen jaren meerdere onderzoeken, rapportages van maatschappelijke organisaties en eigen (raads)rapportages verzameld. 2. Verwerken (opstellen foto). Vervolgens is door de projectgroep een eerste slag geslagen in de verwerking van deze informatie naar de foto. Deze informatie is getoetst en aangevuld in overleg met partnerorganisaties en inwoners. 3. Duiden (analyseren foto). Vanuit een ‘preventiebril’ is de informatie beoordeeld en is hier duiding aan gegeven. Dit leidt tot inzichten en conclusies. 4. Vastleggen (opstellen rapportage). De vastlegging daarvan is opgenomen in deze rapportage. Aan de hand van deze rapportage wordt hierna een lokaal Preventieplan sociaal domein opgesteld.
2.1.2 Denkkader preventie en (vroeg)signalering Al vroeg in het proces is besloten om geen strakke, afgebakende definitie te hanteren van preventie. Wel zijn de volgende uitgangspunten benoemd: Uitgangspunten met betrekking tot (vroeg)signalering en preventie 1.
Preventie is een breed begrip en wordt daarom door de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht niet expliciet gedefinieerd.
2.
In zowel deze rapportage als het preventieplan geldt dat (vroeg)signalering en preventie met elkaar verbonden zijn en in samenhang benaderd moeten worden.
3.
Van belang is inzicht te hebben in de invloed die uitgeoefend kan worden op het bestaande ‘systeem’, waarmee vraagstukken c.q. problemen kunnen worden voorkomen, beperkt of uitgesteld.
Rapportage – Inzicht in het (preventieve) aanbod en behoeften sociaal domein
Pagina 4 van 35
2.1.3 Opbouw van de foto In de foto zijn vier puzzelstukjes benoemd. Met elkaar leveren deze puzzelstukjes een totaalbeeld op van de huidige situatie. In het onderdeel omgeving en ontwikke-
ling zijn de belangrijkste kenmerken van de gemeente opgenomen en is de (demografische) ontwikkeling uitgewerkt. Vervolgens is onder preventief aanbod een beschrijving opgenomen van de huidige preventieve voorzieningen en activiteiten binnen de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht en de hierbij betrokken organisaties. Binnen het onderdeel gebruik maatwerkvoorzieningen is informatie bij elkaar gebracht over het gebruik van maatwerkvoorzieningen van de Jeugdwet, Participatiewet en Wmo. Tot slot is er een onderdeel toegevoegd met reflectie partners en inwoners, waarin de resultaten zijn opgenomen uit de bijeenkomsten en ontmoetingen met maatschappelijke organisaties en inwoners.
2.2 Analyse en conclusies Bij analyse is de informatie in de foto vanuit de vier puzzelstukjes bij elkaar gebracht om tot duiding te komen van de situatie. Allereerst is aandacht voor de ontwikkeling van de omgeving, het huidige preventie aanbod en het huidig gebruik van maatwerkvoorzieningen. Op basis daarvan is beeld ontstaan bij de behoeften die centraal staan.
2.2.1 Ontwikkeling omgeving De ontwikkeling van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht is grotendeels hetzelfde als de landelijke ontwikkeling. Kenmerkend voor de gemeente is de gestage bevolkingsgroei van de afgelopen én komende jaren en dus veel nieuwe inwoners. Daarnaast blijft in aantal en verhoudingsgewijs het aantal eenpersoonshuishoudens (zowel onder jongeren als ouderen) en eenoudergezinnen toenemen. Dit komt doordat mensen langer thuis wonen, ouderparen steeds vaker uit elkaar gaan en meer mensen zelfstandig gaan wonen. Evenals dit landelijk zichtbaar is, zal ook in Hendrik-Ido-Ambacht vergrijzing toenemen. Het aandeel ouderen stijgt in 2030 naar 7.200 personen (22% van totaal aan inwoners). De huidige volwassenen zijn dan de senioren. Juist op deze volwassenen komt veel af: zij dragen verantwoordelijkheid voor het eigen gezin, voor de eigen carrière en voor de zorg in het netwerk. Daarnaast blijkt dat huishoudens in de gemeente financieel relatief gezond zijn. De gemeentelijke cijfers op werkloosheid, laag inkomen en bijstand zijn laag, de cijfers op hoog inkomen juist bovengemiddeld. Tegelijkertijd is het opgroeien en leven in armoede een niet te onderschatten thema. Armoede neemt toe, ook onder kinderen. Omdat armoede de ‘trigger’ kan zijn voor veel problemen, is het belangrijk hier oog voor te hebben.
Rapportage – Inzicht in het (preventieve) aanbod en behoeften sociaal domein
Pagina 5 van 35
CONCLUSIES BIJ ONTWIKKELING OMGEVING 1.
Aandacht nodig voor nieuwe instroom Enerzijds is inzicht gewenst in wie er nieuw huisvest binnen de gemeente. Anderzijds is investering in nieuwe inwoners van belang om hen onderdeel van de gemeente te laten worden en zo een netwerk op te bouwen en hen te helpen om ‘de weg te vinden’ bij behoefte aan hulp of ondersteuning
2.
Aandacht nodig voor specifieke groepen Binnen de totale bevolking van de gemeente blijkt aandacht nodig voor in ieder geval de volgende specifieke groepen: eenpersoonshuishoudens, eenoudergezinnen, statushouders, volwassenen en huishoudens met (dreigende) armoede.
2.2.2 Huidige preventie Uit inventarisatie van het huidig aanbod blijkt dat er al veel inzet is op preventie en (vroeg-)signalering vanuit partners. In totaal zijn bijna 140 activiteiten in beeld gebracht, waarvoor 50 partners de uitvoering verzorgen. Geconstateerd is wel dat er nog maar beperkt opvolging wordt gegeven aan met name (vroeg)signalering. Daarnaast blijkt uit het overzicht dat er nog maar weinig samenhang in en regie op het totale preventieve aanbod is. Er is behoefte aan een meerjarig kader om hierin lijn aan te brengen. Meerdere keren komt in het onderzoek de vraag terug of er niet een centraal overzicht of zelfs loket nodig is om goed zicht te hebben op het totale aanbod. Bij analyse van het aanbod blijkt dit zich vooral te richten op het helpen oplossen van risico’s en/of problemen en een klein deel op primaire preventie (voorkomen dat problemen optreden). De belangrijkste vraagstukken waarop wordt gericht zijn 1) beperkte zelfredzaamheid 2) Eenzaamheid en 3) beperkte fysieke mobiliteit. In de aard, omvang en het gebruik activiteiten is nog maar beperkt inzicht en is verdieping gewenst. Goed is om te zien dat de gemeente middels subsidieverstrekkingen van ongeveer € 2,2 miljoen per jaar een belangrijke bijdrage levert aan het in stand houden van de algemene, preventieve voorzieningen.
CONCLUSIES BIJ HUIDIGE PREVENTIE 1.
Preventie is niet geheel nieuw, er gebeurt al veel Bij de start van het preventieplan is het belangrijk om te constateren dat er al veel aanbod is. Er is vooral behoefte aan meer samenhang en een duidelijke richting in de ontwikkeling van wat er al is.
2.
Ruimte voor meer primaire preventie en vernieuwing in het aanbod (in samenwerking) Veel van het huidige aanbod is nog gericht op het oplossen van risico’s en problemen. Primaire preventie komt beperkt terug in het aanbod. Dit is wel de beweging die de gemeente in gang wil zetten. Essentieel daarbij is dat gemeente en partners goed samenwerken.
3.
Vindbaarheid en gebruik huidig aanbod kan verhoogd worden Zowel inwoners als professionals zijn beperkt op de hoogte van het aanbod. De bekendheid en vindbaarheid binnen de gemeentelijke en medische toegang is van wezenlijk belang voor de effectiviteit.
4.
Regie op en samenhang in huidig aanbod is (nog) beperkt Het huidige aanbod kent nog geen duidelijke focus of richting. Het preventieplan kan richting geven door het benoemen van thema’s en uitdagingen waar de gemeente mét partners aan wil werken.
Rapportage – Inzicht in het (preventieve) aanbod en behoeften sociaal domein
Pagina 6 van 35
2.2.3 Huidig gebruik Uit nagenoeg alle cijfers blijkt dat op het gebruik van nagenoeg alle maatwerkvoorzieningen sprake is van groei in de afgelopen jaren. Dat de zorgvraag en zorgzwaarte toenemen, blijkt ook uit de toenemende stapeling van voorzieningen (huishoudens met meerdere voorzieningen uit meerdere wetten). Ook financieel heeft dit consequenties: sinds 2015 zijn de kosten voor maatwerkvoorzieningen in Hendrik-Ido-Ambacht met bijna 20% toegenomen. De maatschappelijke ontwikkelingen dragen bij aan de toegenomen zorgvraag. Er wordt steeds meer van inwoners verwacht dat zij het ‘zelf oplossen’ dan wel het netwerk benutten. De stap naar werkelijke zorg komt vaak pas als een situatie echt zorgelijk is geworden en meteen zwaardere zorg nodig is. Individuele begeleiding vanuit de Wmo is hiervan een sprekend voorbeeld. Doordat mensen daarnaast langer thuis wonen, concentreert zorg zich om de inwoner in plaats van in bijvoorbeeld een verzorgingshuis. Verder blijkt uit het onderzoek dat ‘life events’ oorzaak kunnen zijn het gebruik van hulp en ondersteuning. Denk aan begeleiding en ondersteuning rondom echtscheidingen, of aan ondersteuning van mantelzorgers die ook een eigen gezin hebben, of aan eenzaamheid ten gevolge van het overlijden van een naaste. Niet op alle vlakken is er ruimte voor het beïnvloeden van het huidige gebruik.
Bij Wmo zorgen allerlei ontwikkelingen voor een logische toename van het gebruik en de kosten, bij Jeugd zitten de kosten vooral in de hoek van de geestelijke gezondheid waarvoor weinig alternatieven zijn en bij Participatie drukt vooral (bijzondere) bijstand een stempel. Het huidig gebruik kan nauwelijks worden teruggedrongen, maar er zijn mogelijk wel kansen voor het terugdringen van het toekomstig gebruik. Dit onderstreept het belang om problemen te voorkómen; pas dan is het mogelijk om voor de langere termijn een kanteling te krijgen. Ten slotte moet worden benoemd dat de rapportages en overvloed aan cijfers het gevoel geeft dat er veel bekend is, maar dat werkelijke stuurinformatie veelal ontbreekt. Het betreft vooral veel feitelijke data met een wat hoog-over karakter. De gemeente heeft behoefte aan meer verfijning van deze cijfers en zal hierover in gesprek moeten met partners.
CONCLUSIES BIJ HUIDIG GEBRUIK 1.
Toenemende zorgvraag versterkt behoefte aan transformatie Uit alles blijkt dat het gebruik van (zware) hulp en ondersteuning toeneemt als we de ingeslagen weg blijven volgen. Dit inzicht versterkt de behoefte om op een andere manier te gaan denken en werken, en zo met elkaar transformatie verder vorm te geven.
2.
Ruimte voor beïnvloeden van het gebruik van maatwerkvoorzieningen is beperkt Voor zowel Wmo, Jeugd als Participatie geldt dat het lastig is om het huidige gebruik terug te dringen, omdat de ruimte voor beïnvloeding zeer beperkt is.
3.
Behoefte aan stuurinformatie neemt toe Ten behoeve van de beleidsontwikkeling is het voor de gemeentelijke wenselijk om wensen en behoeften voor de informatievoorziening te delen met partners, zodat in de toekomst meer en dieper inzicht ontstaat vanuit rapportages.
Rapportage – Inzicht in het (preventieve) aanbod en behoeften sociaal domein
Pagina 7 van 35
2.2.4 Behoeften m.b.t. preventie De drie voorgaande onderdelen geven inzicht in de ontwikkeling van de gemeente, het huidig aanbod en het gebruik. Vanuit deze onderdelen en de reflectie van partners en inwoners komen behoeften naar voren. Belangrijk is allereerst aandacht voor nieuwe en specifieke groepen inwoners: eenpersoonshuishoudens, eenoudergezinnen, statushouders, volwassenen en huishoudens met (dreigende) armoede. Daarnaast zijn per leeftijdsgroep de belangrijkste vraagstukken in beeld gebracht, welke inventarisatie aansluit bij de beleving vanuit de praktijk. Tegenover de vraagstukken staan de ontwikkeldoelen als ‘gewenste situatie’.
Andere vraagstukken die zijn benoemd zijn: ▪
Begeleiden overgang jongeren van 18- naar 18+ (zelfstandigheid)
▪
Ontmoetingsplekken voor de jeugd en voor eenzame ouderen
▪
Centraal loket voor overzicht van voorzieningen en ondersteuning bij de aanvraag hiervan
▪
Passend woningaanbod, inclusief levensloopbestendige woningen volgens het VN-verdrag
Kansen Vanuit het onderzoek zijn enkele kansen gesignaleerd waarop de gemeente in het kader van het preventieplan kan inspelen. Dit betreft onder meer het ombuigen van de individuele begeleiding van maatwerkvoorziening naar algemene voorziening, het investeren in mentale gezondheid onder jongeren om GGZ-problematiek te voorkomen en het bijdragen aan gezonde gezinnen om problematiek zoveel als mogelijk te voorkomen.
2.3 Aanbevelingen voor het preventieplan De conclusies geven richting aan preventie binnen de gemeente. Vanuit het onderzoek volgen onderstaande aanbevelingen voor het vormgeven én uitvoeren van het preventieplan. 1. Stel een meerjarig kader op, met ruimte voor een jaarlijks diverse uitvoering 2. Werk in het preventieplan de vraagstukken, kansen en acties verder uit 3. Blijf in gesprek met partners om de gewenste beweging gezamenlijk te maken 4. Breng meetbaarheid aan in de te ondernemen acties rondom preventie 5. Benader transformatie in samenhang
Rapportage – Inzicht in het (preventieve) aanbod en behoeften sociaal domein
Pagina 8 van 35
3 Situatie 3.1 Achtergrond van de vraag Sinds de fors toegenomen verantwoordelijkheden van de gemeente in het sociaal domein door de drie decentralisatie heeft de focus vooral gelegen op het goed inrichten van de benodigde structuren en het borgen van de continuïteit van zorg. Feitelijk de activiteiten die samenhangen met de transitie. Door regionale samenwerking met andere gemeenten én lokale samenwerking met partners is de afgelopen jaren een stevig zorgnetwerk gebouwd. Gemeente Hendrik-Ido-Ambacht wil dat inwoners zo min mogelijk afhankelijk zijn van zware zorg en ondersteuning. Zonder de juiste begeleiding, voorlichting of ondersteuning kunnen kleine problemen uitgroeien tot complexe, omvangrijke ondersteuningsvragen. Om te voorkomen dat inwoners blijvend zwaardere vorm van ondersteuning nodig hebben, moeten problemen eerder gesignaleerd worden. Deze zijn dan vaak nog te overzien en met eigen kracht of een relatief licht instrument op te lossen. We zien dat de zorgvraag op elk van de drie decentralisaties toeneemt. Doordat het zorgnetwerk sterk leunt op de inzet van (dure) professionele voorzieningen, leidt de toenemende vraag tot steeds hogere kosten en daarmee tot druk op de gemeentelijke begroting. Willen we ons zorgnetwerk duurzaam financierbaar houden, dan moeten we dit op een andere manier vorm geven en is transformatie nodig.
Het college heeft in het Coalitieprogramma “Gewoon Ambacht 2018 – 2022” deze ontwikkelingen onderkend en het voornemen vastgelegd om te investeren in preventie. Met een sterk beleid op het gebied van preventie- en vroege signalering wil de gemeente inzetten op duurzame preventie. Dat moet op termijn leiden tot meer gezonde mensen en minder mensen met (risico’s op) problemen.
3.2 Context Gemeente Hendrik-Ido-Ambacht werkt op verschillende thema’s intensief samen met de andere gemeenten in de Drechtsteden: Alblasserdam, Dordrecht, Hardinxveld-Giessendam, Papendrecht, Sliedrecht en Zwijndrecht. Zeker binnen het sociaal domein is deze samenwerking van belang. Zo kennen deze gemeente één gedeelde sociale dienst, de Sociale Dienst Drechtsteden (SDD) en maken ze gezamenlijk gebruik van het Onderzoekscentrum Drechtsteden (OCD). Verder werkt de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht binnen het sociaal domein samen met een veelheid aan partners die op de schaal van Zuid-Holland-Zuid opereren, zoals de GGD, Serviceorganisatie Jeugd, Stichting Jeugdteams en welzijnsorganisaties. Door de aansluiting met de Drechtsteden vindt regelmatig in de foto en deze rapportage vergelijking plaats met de gemeenten in deze regio’s of met de landelijke cijfers.
Rapportage – Inzicht in het (preventieve) aanbod en behoeften sociaal domein
Pagina 9 van 35
4 Toelichting op het onderzoek Sinds 2015 is de gemeente volledig verantwoordelijk voor uitvoering van de Jeugdwet, Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de Participatiewet. Rondom deze zogeheten ‘drie decentralisaties’ is in de achterliggende jaren een veelheid aan gegevens en informatie opgeleverd, zowel kwalitatief als kwantitatief. Daarnaast zijn er landelijk allerlei onderzoeken en initiatieven ontstaan die mede richting kunnen geven aan de vormgeving van preventie. Uitdaging voor de projectgroep was om van al deze input bruikbare, vergelijkbare en presenteerbare informatie te maken. In dit hoofdstuk is de gevolgde werkwijze beschreven.
4.1 Gevolgd proces In hoofdlijnen zijn de onderstaande vier stappen gevolgd bij het onderzoek.
1. Verzamelen
2. Verwerken
3. Duiden
4. Vastleggen
1. Verzamelen (ophalen informatie) Allereerst is door het team Welzijn en Onderwijs en de bij de projectgroep betrokken medewerkers gestart met het zo breed mogelijk ophalen van de beschikbare informatie. Zo zijn uit de afgelopen jaren meerdere onderzoeken, rapportages van maatschappelijke organisaties en eigen (raads)rapportages verzameld. Tevens zijn landelijke rapporten en onderzoeksverslagen verzameld en voorbeelden van andere gemeenten rondom preventie in het sociaal domein.
2. Verwerken (opstellen foto) Vervolgens is door de projectgroep een eerste slag geslagen in de verwerking van deze informatie naar de foto. Deze informatie is getoetst en aangevuld in overleg met lokale en regionale partnerorganisaties in speciale themabijeenkomsten. Daarnaast is een themabijeenkomst georganiseerd met de gemeenteraad, waarin eveneens toetsing en richting is opgehaald. Medio mei heeft een onderzoek plaatsgevonden onder inwoners om de bekendheid en het gebruik van preventieve voorzieningen en activiteiten in beeld te brengen en behoeften van inwoners op te halen. Al deze informatie is verwerkt in de foto.
3. Duiden (analyseren foto) Op alle informatie in de foto is door de projectgroep een analyse uitgevoerd. Hierbij is steeds gekeken door een ‘preventiebril’ naar de cijfers en informatie die ter beschikking staat. Vanuit de landelijke ontwikkelingen is de vertaling gemaakt naar de lokale situatie. Hierbij is het vergelijk met andere gemeenten binnen de Drechtsteden en Zuid-Holland-Zuid regelmatig gemaakt. Bij de analyse zijn de vier onderdelen van de foto in hun samenhang bezien om zo tot duiding van de bestaande situatie te komen.
Rapportage – Inzicht in het (preventieve) aanbod en behoeften sociaal domein
Pagina 10 van 35
4. Vastleggen (opstellen rapportage) Uitvoering van de voorgaande stappen heeft geleid tot inzichten, analyses en uiteindelijk tot conclusies. De vastlegging daarvan is opgenomen in deze rapportage. Aan de hand van deze rapportage wordt hierna een lokaal Preventieplan sociaal domein opgesteld.
4.2 Denkkader preventie en (vroeg)signalering Onmisbaar bij het samenstellen van de foto van de huidige situatie is het hebben van een gedeeld houvast om informatie en activiteiten te kunnen duiden. Preventie is een heel breed begrip en omvat ontzettend veel. Landelijk worden er bijvoorbeeld verschillende niveaus onderscheiden (primair, secundair en tertiair). Daarnaast kan sprake zijn van directe en indirecte preventie. Omdat sprake is van zo’n breed begrip is ervoor gekozen – in lijn met een essay over preventie van de VNG 1 - om geen afgebakende definitie te hanteren. Wel is het hiernaast afgebeelde ‘denkkader’ ontwikkeld als middel om met elkaar het gesprek te voeren over (duiding van) preventie. Dit kader is bedoeld om de complexe wereld eenvoudig in beeld te brengen en de relatie tussen belangrijke begrippen vast te leggen. Centraal in het denkkader staat het toewerken naar zelfredzaamheid. Het hogere doel binnen het sociaal domein is dat inwoners zelfredzaam zijn: zij kunnen zichzelf redden op alle levensterreinen. Dit houdt meer in dan dat ze voor zichzelf kunnen zorgen, het gaat feitelijk over het kunnen meedoen in de samenleving. Om dit te ondersteunen is er een heel systeem beschikbaar van eigen kracht, netwerk, allerlei sociale activiteiten, verenigingen etc. tot aan door de overheid (mede) gefaciliteerde algemene en maatwerk voorzieningen.
Deze basis is belangrijk om te kunnen voorzien in de verschillende behoeften die er zijn om te kunnen meedoen. Waar geen zorg nodig is, daar volstaan het gebruik van eigen kracht, netwerk, verenigingen, clubs etc. Waar wel hulp nodig is kan men gebruik maken van algemene voorzieningen of – indien het via beschikking verloopt – maatwerk voorzieningen. Door de transitie is de gemeente veel meer in de regierol gekomen op het in stand houden en verder optimaliseren van dit bestaande ‘systeem’. Tegelijkertijd dringt de noodzaak om te transformeren en ook krachten van buiten te laten inwerken op dit systeem. De uitdaging is niet om problemen nog beter aan te pakken en bijvoorbeeld meer voorzieningen in te richten, maar om problemen waar mogelijk te voorkomen, te beperken of uit te stellen.
1
In het essay ‘Tijdig en doordacht’ schetst de VNG enkele hoofdlijnen rondom de ontwikkeling naar meer preventie. Te-
vens is in dit essay aangegeven dat het begrip dusdanig breed is dat bewust geen sluitende definitie wordt gegeven.
Rapportage – Inzicht in het (preventieve) aanbod en behoeften sociaal domein
Pagina 11 van 35
Dit vraagt om een investering in (vroeg)signalering en preventie. Binnen het bestaande ‘systeem’ zijn er veel mogelijkheden om (het risico op) problemen te signaleren. Zowel bij het gebruik van voorzieningen als breed in de samenleving. Tijdige signalering biedt mogelijkheden om al vroeg te handelen wanneer zich risico’s of problemen aandienen. Tegelijkertijd is het van belang gericht actie te ondernemen om de bestaande problemen terug te dringen. Hieronder verstaan we het doelmatig vormgeven van preventieve activiteiten, voorzieningen, voorlichting en advies, gericht op bepaalde vraagstukken, problematieken of doelgroepen. Met behulp van deze twee instrumenten is het de wens om het bestaande systeem te beïnvloeden op zowel korte als lange termijn. Bij preventie worden onderstaande drie niveaus onderscheiden. Hoewel de scheidslijn soms dun is, helpt het denken in deze preventieniveaus wel om de mate van preventie (hoe ver zit je aan de voorkant) te bepalen. ▪
Primaire preventie: ervoor zorgen dat problematiek voorkomen wordt.
▪
Secundaire preventie: zo snel mogelijk problematiek opsporen om verergering te voorkomen van de toestand.
▪
Tertiaire preventie: proberen om het opnieuw optreden van problematiek te voorkomen.
Vanuit het denkkader komen we tot een aantal uitgangspunten met betrekking tot preventie. Uitgangspunten met betrekking tot (vroeg)signalering en preventie 1. Preventie is een breed begrip en wordt daarom door de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht niet expliciet gedefinieerd. 2. In zowel deze rapportage als het preventieplan geldt dat (vroeg)signalering en preventie met elkaar verbonden zijn en in samenhang benaderd moeten worden. 3. Van belang is inzicht te hebben in de invloed die uitgeoefend kan worden op het bestaande ‘systeem’, waarmee vraagstukken c.q. problemen kunnen worden voorkomen, beperkt of uitgesteld.
Bovenstaand denkkader en de daaruit voortgekomen uitgangspunten geven inhoud aan het begrip
preventie binnen de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht en bieden houvast voor de afwegingen en keuzes die nodig zijn voor het preventieplan.
4.3 Toelichting foto huidige situatie Bij het verzamelen en verwerken van de informatie (stap 1 en 2) is in eerste instantie gedivergeerd: alle relevante gegevens en informatie is verzameld en bij elkaar gebracht. Vervolgens is nagedacht over een structuur om de informatie overzichtelijk te presenteren, zodat de informatie ook relevant en bruikbaar wordt voor het preventieplan. Uit deze gedachtevorming zijn vier puzzelstukken voortgekomen, die met elkaar het benodigde plaatje vormen (zie afbeelding hiernaast), ofwel de ‘foto’. Een korte toelichting per puzzelstukje:
Rapportage – Inzicht in het (preventieve) aanbod en behoeften sociaal domein
Pagina 12 van 35
▪
Het onderdeel Omgeving en ontwikkeling beschrijft kort de achtergrond en belangrijkste kenmerken van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht. Vervolgens is ingezoomd op vooral de demografische ontwikkeling van de gemeente in de afgelopen jaren, en de prognoses voor de komende jaren. Deze informatie is nodig om de informatie uit de andere onderdelen in het juiste perspectief te zien én om het toekomstig beleid te kunnen richten.
▪
Onder Preventief aanbod is een beschrijving opgenomen van de huidige preventieve voorzieningen en activiteiten binnen de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht en de hierbij betrokken organisaties. Verder is onder meer opgenomen op welke doelgroepen en vraagstukken het aanbod op dit moment is gericht.
▪
Bij het onderdeel Gebruik maatwerkvoorzieningen is informatie bij elkaar gebracht over het gebruik van voorzieningen met een beschikking. Deze informatie betreft uitvoering van de Jeugdwet, Participatiewet en Wmo.
▪
Tot slot is er een onderdeel toegevoegd met Reflectie partners en inwoners, waarin de resultaten zijn opgenomen uit de bijeenkomsten en ontmoetingen met organisaties en inwoners die werkzaam of woonachtig zijn binnen de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht. Naast reactie op de gepresenteerde informatie is hierin ook ingegaan op de huidige en toekomstige behoeften. Ook is een rangschikking opgenomen van vraagstukken waarvoor aandacht nodig zou zijn.
Voor dit onderzoek is gebruik gemaakt van veel verschillende bronnen. De belangrijkste statistische bronnen zijn de databank van het CBS en de databank van het Onderzoekscentrum Drechtsteden (OCD). Opvallend genoeg blijken de cijfers in deze databases niet altijd overeen te komen. Om verschillen te vermijden is voor gemeente-specifieke informatie de voorkeur gegeven aan cijfers van het OCD. Verder is gebruik gemaakt van een keur aan rapportages van verschillende betrokken maatschappelijke organisaties. Ook deze cijfers zijn niet altijd goed te vergelijken met cijfers uit de landelijke of regionale databases. Om die reden én ten behoeve van de leesbaarheid is ervoor gekozen om geen bronvermelding per grafiek op te nemen, maar alle geraadpleegde bronnen in de bijlage op te sommen. Op verzoek kunnen we informatie verstrekken over de bronnen die per grafiek zijn geraadpleegd. Uiteindelijk bevat de foto zeer veel informatie in de vorm van teksten, grafieken en tabellen. Omdat deze foto vooral geldt als ‘onderlegger’ voor de analyse en conclusies, is besloten de gehele foto als bijlage toe te voegen aan deze rapportage. Hiervan kan indien gewenst kennis worden genomen, maar de belangrijkste hoofdlijnen inclusief betekenisgeving zijn in hoofdstuk 5 terug te vinden.
Rapportage – Inzicht in het (preventieve) aanbod en behoeften sociaal domein
Pagina 13 van 35
5 Analyse Om tot een goede richting voor preventief beleid te komen is met de totstandkoming van de foto concreet kwantitatief en kwalitatief inzicht verworven in de huidige situatie. In de hierna volgende paragrafen zijn de verschillende onderwerpen uitgewerkt en voorzien van conclusies.
5.1 Ontwikkeling omgeving Allereerst is van belang om te bezien welke ontwikkelingen gaande zijn en wat daarvan de betekenis is of kan zijn van preventie in het sociaal domein. Onder dit thema wordt achtereenvolgens stilgestaan bij de landelijke en lokale ontwikkelingen.
5.1.1 Landelijke ontwikkelingen Van belang is allereerst stil te staan bij de maatschappelijke trends en ontwikkelingen. Om hier zicht op te krijgen is gebruik gemaakt van twee publicaties: 1. VNG – Trends en ontwikkelingen voor de gemeenten van de toekomst; een outside-in analyse van de belangrijkste bewegingen in het sociaal domein (2014) 2. VNG - De Staat van de Gemeenten 2017 Onderstaand overzicht geeft vanuit de eerste bron een beeld bij de belangrijkste trends en ontwikkelingen die van invloed zijn op het sociaal domein. De keuze is gemaakt om enkele punten die niet of nauwelijks relevant zijn voor het preventieplan niet op te nemen. Demografie
Sociaal-maatschappelijk
▪ Groen & grijs: toename ouderen, afname jongeren
▪ Extramuralisering: leveren van zorg buiten een in-
▪ Cultureel divers: diversiteit van de allochtone bevolking neemt verder toe ▪ Kleinere huishoudens: meer alleenstaanden en nieuwe woonvormen ▪ Tweedeling leefstijlen: toename verschil in leefstijl en gezondheid, vooral tussen ‘rijk’ en ‘arm’ ▪ Regionalisering: groei en krimp in stad en land Economie ▪ Veranderende arbeidsmarkt: meer flexibel werken en minder vacatures ▪ Globalisering: meer invloed van buitenaf
stelling ▪ Langer thuis: zorg dichtbij en integraal ▪ Voorkomen: preventie in plaats van zware zorg ▪ Op maat: ieder mens is uniek en krijgt een oplossing op maat ▪ Connectiviteit: meer verbondenheid, meer transparantie en meer complexiteit ▪ Toegankelijkheid: zowel van voorzieningen als van informatie (VN-verdrag toegankelijkheid) ▪ VN-verdrag inclusie: recht op gelijke behandeling, ook voor mensen met beperkingen
Politiek
Technologie
▪ Doe het zelf: minder overheid, meer burger
▪ Smart living: toename van technologie in huis
▪ Regionale netwerken: samenwerken in de regio’s
▪ Digitale burger: meer persoonlijk dataverkeer, di-
▪ Politieke verschuivingen: meer taken van Rijk naar
gitalisering van de dienstverlening
gemeente
In de tabel zijn de landelijke ontwikkelingen geschetst die van invloed zijn op het sociaal domein. Bij de toename van connectiviteit valt op te merken dat er enerzijds meer verbondenheid ontstaat Rapportage – Inzicht in het (preventieve) aanbod en behoeften sociaal domein
Pagina 14 van 35
door de technologische ontwikkelingen. Anderzijds ontstaat er ook een toename van complexiteit. Er is een klein gedeelte van de bevolking dat niet mee kan komen met deze technologische ontwikkelingen. Hierbij vormt vooral de oudere generatie een risicogroep, vooral wat betreft de vindbaarheid van voorzieningen. Naast de in de tabel benoemde ontwikkelingen zijn er twee grote verschuivingen te benoemen die van significante invloed zijn op (preventie in) het sociaal domein. Deze zijn hieronder kort toegelicht. Van klassieke verzorgingsstaat naar participatiesamenleving In de Troonrede van 2013 sprak koning Willem-Alexander de inmiddels historische woorden uit over de groei naar een participatiesamenleving. Inmiddels is het begrip leidend geworden voor het denken en handelen in de politiek en binnen maatschappelijke organisaties. Het idee: iedereen draagt bij en niemand zit eenzaam achter de geraniums. De participatiesamenleving moet leiden tot actieve burgers die vanzelfsprekend en naar vermogen bijdragen aan de samenleving, zodat er steeds minder plaats is voor vereenzaming of affectieve verwaarlozing. Deze manier van denken en organiseren brengt ook uitdagingen met zich mee. Zo kunnen burgers niet op tien plaatsen tegelijk zijn en moeten zij dus prioriteiten stellen.
Verder is het juist voor de meer kwetsbare inwoners moeilijk om te participeren, zeker omdat zij minder makkelijk (of niet) hun weg te vinden naar de juiste vorm van hulp. Onder de doelgroepen laagopgeleiden, lage-inkomensgroepen en inwoners zonder betaald werk stijgt de eenzaamheid. Zij horen tot de klasse die het niet voor zichzelf kan organiseren. Het is aan gemeenten en maatschappelijke organisaties om deze uitdagingen te (h)erkennen en hierop gericht beleid te voeren. Anders denken: op weg naar positieve gezondheid Sinds 1948 is de definitie van gezondheid van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) niet meer aangepast. Deze luidt als volgt: “Gezondheid is een toestand van volledig fysiek, geestelijk en sociaal welbevinden en niet van louter het ontbreken van ziekte.” Zowel internationaal als landelijk wordt over definitie flink gediscussieerd. Eén van de initiatieven is die van positieve gezondheid. De omschrijving daarvan: “Gezondheid is het vermogen zich aan te passen en een eigen regie te voeren, in het licht van de fysieke, emotionele en sociale uitdagingen van het leven”. Kenmerkend aan deze manier van denken is dat niet wordt gekeken naar iemand níet kan, maar wat iemand juist wél kan. Dit wordt in beeld gebracht langs de lijn van 6 pijlers: lichaamsfuncties, mentaal welbevinden, zingeving, kwaliteit van leven, meedoen en dagelijks leven.
Deze manier van denken sluit goed aan bij de intentie van de participatiesamenleving en helpt dit concreet en meetbaar te maken.
Rapportage – Inzicht in het (preventieve) aanbod en behoeften sociaal domein
Pagina 15 van 35
5.1.2 Lokale ontwikkelingen Hendrik-Ido-Ambacht is een groeigemeente Eén ding is meteen helder bij een blik op de cijfers: gemeente Hendrik-Ido-Ambacht is een groeigemeente. Onder meer door aanleg van wijk De Volgerlanden is het aantal inwoners de laatste 15 jaar fors gestegen. Sinds 2009 is er sprake van een groei van ruim 5.000 personen (20%), terwijl prognoses laten zien dat het aantal inwoners ook de komende 10 jaar nog blijft stijgen, zij het in een minder hoog tempo. Ook in het aantal personen met een migratieachtergrond is deze ontwikkeling terug te zien: hun aantal is met bijna 50% toegenomen tussen 2009 en 2019 door onder meer instroom van statushouders. Daarmee vormen inwoners met migratieachtergrond inmiddels 14,4% van het inwonersbestand (2009: 11,6%). Deze cijfers zijn goed vergelijkbaar met de gemeenten Alblasserdam en Sliedrecht. In andere Drechtsteden liggen deze percentages flink hoger. Door de instroom van inwoners ontstaat er een tweeledig inwonerbestand. Een deel van de inwoners is opgegroeid in het dorp, woont er al jaren, kent de sociale infrastructuur en weet de wegen te vinden naar verenigingen en clubs, hulp en ondersteuning. Deze mensen hebben meestal door de jaren heen een lokaal netwerk opgebouwd, waarin zij steun kunnen krijgen.
Nieuwe inwoners van de gemeente moeten de gemeente nog leren kennen en tijd en ruimte krijgen om de wegen te leren kennen en een lokaal netwerk op te bouwen. Voor veel nieuwe instroom mag dit langer duren, omdat zij geen problemen hebben of gebruik maken van zorg. Andere instromers brengen mogelijk wel zorgen, risico’s of problemen mee. Een aanname die vanuit de groei van de gemeente kan worden gedaan is dat het absolute aantal huishoudens met problemen binnen het sociaal domein navenant toeneemt. Bij het binnenkomen in de gemeente zou een beeld gevormd kunnen worden van de nieuwe huishoudens, om zo inzicht te krijgen in wat zij nodig hebben en van welke voorzieningen zij eventueel gebruik zouden willen maken. Ook zou vanuit de gemeente aangegeven kunnen worden welke voorzieningen er beschikbaar zijn en inwoners daarheen te leiden. Verandering type huishoudens Redenerend vanuit risico’s en aandachtsvelden is het voor preventie in het sociaal domein van belang om de ontwikkeling van huishoudens te volgen. Prognoses van demografen geven aan dat het aantal eenpersoonshuishoudens en eenoudergezinnen in aandeel zullen toenemen, binnen de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht met zo’n 20%, ongeveer 900 huishoudens tot 2030.
Deze toename kan niet los worden gezien van de maatschappelijke beweging om langer thuis te wonen (dit leidt tot een toename van senioren die alleen wonen), de stijging van het aantal verbroken relaties (dit
Rapportage – Inzicht in het (preventieve) aanbod en behoeften sociaal domein
Pagina 16 van 35
leidt tot een groter aandeel van eenoudergezinnen én eenpersoonshuishoudens) en toename van het aantal jongeren dat enkele jaren op zichzelf woont (dit leidt tot meer eenpersoonshuishoudens). Beide type huishoudens zijn in het algemeen minder zichtbaar; zeker bij eenpersoonshuishoudens weet de gemeente er maar weinig vanaf. Tegelijkertijd hebben deze huishoudens wel hun eigen uitdagingen en problemen, waarvoor aandacht nodig is. Het risico op eenzaamheid en beperktere zelfredzaamheid is bijvoorbeeld groter, zeker wanneer het ouderen betreft. En juist de groep alleenstaande ouderen lijkt de komende jaren fors te groeien, aldus prognoses van het CBS en het PBL 2. Toename ouderen, maar ook toenemende druk op volwassenen In lijn met landelijke prognoses is ook de verwachting voor Hendrik-Ido-Ambacht dat het aantal ouderen gaat toenemen. Mensen worden in het algemeen ouder en tegelijkertijd neemt de gemiddelde grootte van gezinnen af. Voor de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht is de prognose dat er in 2030 in totaal 7.200 senioren (65+) woonachtig zijn in de gemeente. Deze groep vormt daarmee bijna 22% van het totale inwonerbestand, waar het aandeel in 2018 lag op 16%. Een deel van de inwoners die op dit moment vallen in de leeftijdsgroep 45-64 jaar vormen in de toekomst de senioren van de gemeente.
Zij zijn de inwoners op wie – onder meer door de vormgeving van de participatiemaatschappij – zorg voor de kwetsbare groepen voor een deel neerkomt. Er wordt van hen gevraagd om aan de ene kant oog te hebben voor het laten opgroeien van jongeren in een steeds complexere wereld, en om aan de andere kant (mantel)zorg te verlenen in het eigen netwerk als laagdrempelige hulp of ondersteuning nodig is. De druk op volwassenen is daarmee toegenomen. Uit het onderzoek blijkt dat het aanbod van preventieve voorzieningen en activiteiten maar in beperkte mate op volwassenen is gericht. Zie ook de volgende paragrafen. Huishoudens in Hendrik-Ido-Ambacht zijn financieel relatief gezond Uit de cijfers blijkt dat de gemeente op financieel vlak behoorlijk goed scoort ten opzichte van andere gemeenten in de Drechtsteden en landelijk. Dit blijkt onder meer uit lagere scores op het aantal werklozen, het percentage huishoudens met een laag inkomen en het percentage huishoudens met een bijstandsuitkering.
2
2018 © CBS
HIA
Drechtsteden
Nederland
Percentage werkloosheid
3,1%
3,8%
3,9%
Percentage huishoudens laag inkomen
4,4%
8,3%
10,0%
Percentage huishoudens hoog inkomen
13,3%
9,2%
10,0%
Percentage huishoudens met bijstand
2,7%
5,5%
5,4%
PBL - Infographic ‘Eenpersoonshuishoudens’ d.d. 12-09-2016
Rapportage – Inzicht in het (preventieve) aanbod en behoeften sociaal domein
Pagina 17 van 35
Deze cijfers geven een impressie van de financiële situatie van de huishoudens binnen de gemeente. Daarmee kan Hendrik-Ido-Ambacht worden getypeerd als een gemeente met redelijk welvarende inwoners met een beperkte groep waar sprake is van laag inkomen en armoede. Er is een tweedeling te zien in de gemeente wat betreft de financiële gezondheid van huishoudens. Enerzijds is het percentage huishoudens met een hoog inkomen ruim 3% boven het landelijke gemiddelde. Anderzijds is er in de afgelopen 10 jaar wel degelijk een groei in het aantal bijstandsuitkeringen te bemerken. Er kan echter niet gesteld worden dat de groep met het hoge inkomen geen risico’s heeft. Deze groep is kwetsbaar voor het verlies van een baan of een andere gebeurtenis waardoor er een armoedeval ontstaat. Opgroeien en leven in armoede3 is een thema Tegelijkertijd blijkt dat het aantal huishoudens met een bijstandsuitkering in de afgelopen tien jaar is toegenomen van 100 tot 320, respectievelijk 1,0% en 2,6% van het totale inwoneraantal dat jaar. Dit wordt deels veroorzaakt door de vestiging van statushouders met bijstandsuitkering. Verder zijn de eisen voor een Wajong-uitkering verscherpt, waardoor meer jongeren in de bijstand komen of blijven. Door het verhogen van de AOW gerechtigde leeftijd stromen ten slotte 65-plussers minder snel uit naar de AOW.
De stijging is ook zichtbaar bij andere gemeenten, terwijl de percentages binnen de Drechtsteden veel hoger liggen (5,5% in 2018 t.o.v. 2,7% in Hendrik-Ido-Ambacht). Ook rondom het gebruik van bijzondere bijstand en minimabudget zijn stijgingen waar te nemen (zie ook de volgende paragrafen). Maatschappelijke partners, vooral die met een lokale gebondenheid, signaleren het opgroeien en leven in armoede als een sluimerend onderliggend vraagstuk in de gemeente. Een groot deel van deze problematiek is verborgen en komt pas laat openbaar. Het is bekend dat schaamte hierbij een grote rol speelt, juist omdat er een sterk dorpsgevoel heerst. Het vroeg signaleren en kunnen adresseren van signalen is van belang om tijdig te kunnen handelen en de problemen zo klein mogelijk te houden. In een verdiepend gesprek over armoede en schulden in de gemeente is door partners aangegeven dat echtscheidingen, plotselinge werkloosheid en het overgaan naar AOW kunnen zorgen voor een plotselinge ‘armoedeval’. Veel zaken worden nu zo goed als mogelijk in het eigen netwerk opgelost; op verenigingen, in kerken etc. Verwachting is echter dat hier vooral sprake is van symptoombestrijding.
3
Onder armoede verstaan we in deze rapportage: het moeten rondkomen met een dermate laag inkomen, dat meedoen in
de samenleving zonder ondersteuning niet mogelijk is; waardoor risico’s als sociale uitsluiting kunnen optreden.
Rapportage – Inzicht in het (preventieve) aanbod en behoeften sociaal domein
Pagina 18 van 35
Rondom dit thema is aandacht voor kinderen essentieel. Uit onderzoek van de SER 4 blijkt dat armoede voor kinderen of korte, middellange en lange termijn negatieve effecten heeft. Te denken valt aan sociale uitsluiting, minder welbevinden, lagere zelfredzaamheid, probleemgedrag en vervolgens ook weer een grotere kans op armoede als volwassene. Dit vraagstuk is ook erkend in het coalitieakkoord 2018-2022, waarin staat: “Als mensen niet (meer) kunnen werken staan wij voor
een ruimhartig minimabeleid, waarbij we met name willen voorkomen dat kinderen in armoede moeten opgroeien.”
5.1.3 Conclusies Uit voorgaande analyse volgen enkele conclusies: 1
Aandacht nodig voor nieuwe instroom
Groei van de gemeente is een belangrijke factor in het beleid voor de toekomst. Zo ook voor het preventieplan. Van belang is dat de gemeente zicht heeft op de instroom: wat voor inwoners komen er binnen, wat kenmerkt deze nieuwe inwoners? Door op een slimme manier als gemeente kennis te maken met deze nieuwe inwoners is het mogelijk om vroegtijdig te signaleren. Daarnaast helpt dit, samen met een adequate informatievoorziening, om een netwerk op te kunnen bouwen en de sociale structuur van de gemeente te leren kennen. Dit sluit aan op de ambitie in het coalitieakkoord dat het zorgaanbod zichtbaar en vindbaar moet zijn. 2
Aandacht nodig voor specifieke groepen
Op basis van bovenstaande ontwikkelingen kunnen er voorlopig enkele specifieke groepen benoemd worden waarvoor preventiemogelijkheden liggen. Het betreft hier met name de volgende groepen: de eenpersoonshuishoudens, eenoudergezinnen, statushouders, volwassenen en huishoudens met (dreigende) armoede. Voor deze verschillende groepen zijn er mogelijkheden om risico’s en problemen te voorkomen en/of deze zo klein mogelijk te krijgen en te houden. Hierbij is samenwerking met betrouwbare partners belangrijk, juist omdat een deel van de vraagstukken van deze groepen verborgen is en pas achter de voordeur zichtbaar kan worden. Daarom is aandacht ook zeker nodig voor die groepen die op het eerste gezicht geen problemen hebben. Er is immers veel verborgen problematiek.
5.2 Huidige preventie Binnen het project is onderzoek gedaan naar het huidige aanbod aan preventieve voorzieningen en activiteiten binnen het sociaal domein. Hoewel het niet mogelijk blijkt om tot een limitatieve opsomming te komen, brengt het overzicht naar schatting zo’n 95% van het werkelijke aanbod in beeld.
4
SER - Advies Opgroeien zonder armoede (2014)
Rapportage – Inzicht in het (preventieve) aanbod en behoeften sociaal domein
Pagina 19 van 35
In de foto zijn al enkele doorsneden gemaakt op deze activiteiten. Binnen deze analyse vindt een verdere verdieping en duiding daarop plaats.
5.2.1 Inhoudelijke analyse Al veel inzet op preventie en (vroeg-)signalering vanuit regionale en lokale partners Bij het doornemen van de inventarisatie valt meteen op dat er al een forse lijst van voorzieningen en activiteiten is die met preventie in het sociaal domein samenhangen. Er zijn 50 organisaties betrokken die met elkaar bijna 140 activiteiten vormgeven. Al deze activiteiten zijn direct of indirect gericht op preventie: het voorkomen, beperken of uitstellen van (zware) zorg en het zo vroeg mogelijk signaleren van problemen. Zowel regionale als lokale maatschappelijke partners leveren hierin een bijdrage. Verder is zichtbaar dat enkele partijen in gezamenlijkheid vormgeven aan preventie. Een mooi voorbeeld is de samenwerking tussen De Blije Borgh (voor ouderenzorg) en Hi5 (voor jongeren), om doelgroepen met elkaar te verbinden en zo eenzaamheid te voorkomen en gezondheid te bevorderen. Het zijn met name dergelijke lokale, deels vrijwillige organisaties die op deze wijze vernieuwend bezig zijn met het aanbod. Door de voorzieningen die er al zijn is er veel mogelijkheid voor vroegsignalering. De partners nemen hierin een vertrouwensrol aan en kunnen eerder een blik werpen achter de voordeur. Daarom is juist de inzet van deze partners van cruciaal belang.
Op dit moment is er ook al wel sprake van signalering, maar bij het doorgeven van het signaal mist nog te vaak een vervolg. Daarom is het voor partners van belang dat het voor hen duidelijk is waar zij naartoe kunnen gaan met een signaal dat is op gevangen. Deze vroegsignalering is van essentieel belang in de preventie, omdat problematiek op deze manier eenvoudiger klein gehouden kan worden. Inwoners zijn deels bekend met het aanbod Vanuit het inwonersonderzoek is naar voren gekomen dat inwoners veel organisaties kennen die betrokken zijn bij preventieve activiteiten en voorzieningen. Meest bekend zijn de voorzieningen waar mensen zonder hulp- of ondersteuningsvraag gebruik van maken, zoals de kringloopwinkels, kerken en bibliotheek. Hoe specifieker een organisatie – bijvoorbeeld als deze gericht is op specifieke vraagstukken – hoe minder bekend deze is. Opvallend is dat de bekendheid van het gemeentelijke jeugdteam en sociale wijkteam beperkt zijn, terwijl deze teams in veel gevallen de toegang vormen naar maatwerkvoorzieningen én verwijzend kunnen zijn naar de algemene voorzieningen. Behoefte om meer samenhang aan te brengen in het aanbod Bij nadere analyse van het totale bestand aan activiteiten en voorzieningen is ook iets anders zichtbaar. Meerdere organisaties voeren, los van elkaar, dezelfde soort activiteiten uit voor dezelfde
Rapportage – Inzicht in het (preventieve) aanbod en behoeften sociaal domein
Pagina 20 van 35
doelgroep. Hierbij kan gedacht worden aan de verschillende organisaties die zich inzetten omtrent de praktische hulp en ondersteuning aan kwetsbare inwoners. Een ander voorbeeld is de begeleiding die door meerdere organisaties geboden wordt aan de mensen met financiële problemen. Deze voorbeelden geven weer dat er op dit moment weinig samenhang en regie is op het totale aanbod. Voorzieningen en activiteiten zijn de afgelopen jaren waarschijnlijk ontstaan vanuit een concrete vraag of behoefte, maar er is geen duidelijke ‘drijver’ of kapstok waar het aanbod aan gerelateerd kan worden. Qua vraagstukken richt het aanbod zich feitelijk op veel verschillende problemen, maar hierin is geen heldere lijn te ontdekken. Dit onderstreept de behoefte aan een meerjarig kader, zoals het preventieplan, dat richting geeft om tot keuzes te komen. Huidig aanbod vooral gericht op risico’s en problemen Preventie in de meest zuivere vorm richt zich op het voorkomen van problemen, nog voordat deze zich voordoen of het risico hierop zichtbaar wordt. Bij analyse van het huidige aanbod blijkt dat ongeveer 25% van het huidige aanbod zover aan de voorkant zit.
Het betreft dan onder meer de organisatie van reisjes en activiteiten voor kinderen, jongeren of senioren; of het aanbieden van trainingen voor geïnteresseerden over onderwerpen die het sociaal domein raken; of het periodiek bezoeken van (alleenstaande) senioren om na te gaan hoe het met hen gaat. Overigens richt géén van deze activiteiten zich op volwassenen; al deze activiteiten zijn gericht op jeugd & jongeren en senioren. De rest van het aanbod moet vooral gezien worden als het bieden van een oplossing voor een probleem. Soms zijn dit heel concrete problemen voor een heel specifieke doelgroep, soms zijn de problemen minder specifiek. Onderstaande tabel geeft in een top-5 de verhouding weer tussen de vraagstukken en het niveau van preventie. Tussen haakjes is steeds het aantal voorzieningen of activiteiten weergegeven. Terugkerende thema’s in het gehele aanbod zijn beperkte zelfredzaamheid, beperkte fysieke mobiliteit en eenzaamheid. Verder is zichtbaar dat de vraagstukken waarop primair wordt ingezet deels anders zijn. Rondom leven / opgroeien in armoede blijkt beperkt aan de voorkant te worden ingezet, evenals voor overbelaste mantelzorger. Vraagstukken primair (40)
Vraagstukken secundair en tertiair (97)
Eenzaamheid (9)
Beperkte zelfredzaamheid (41)
Opgroeien met belemmeringen (8)
Eenzaamheid (13)
Beperkte zelfredzaamheid (7)
Leven / opgroeien in armoede (12)
Beperkte fysieke mobiliteit (4)
Beperkte fysieke mobiliteit (8)
Tekortschietend opvoedklimaat (3)
Overbelaste mantelzorger (6)
Rapportage – Inzicht in het (preventieve) aanbod en behoeften sociaal domein
Pagina 21 van 35
Inzicht in aard, omvang en gebruik activiteiten kan verder verdiept worden De in het kader van dit onderzoek uitgevoerde inventarisatie geeft voor het eerst inzicht in wat er allemaal gebeurt op het gebied van preventie. Het betreft daarmee ook een eerste beeld, waar nog voldoende vragen bij overblijven die niet in het tijdsbestek van dit onderzoek opgepakt kunnen worden. Zo is niet helder welk bereik en volume de verschillende activiteiten hebben. Mogelijk zijn er heel veel voorzieningen voor heel weinig inwoners of juist een handjevol voorzieningen waar veel inwoners gebruik van maken. Verdieping op het gebruik is dan ook gewenst tijdens de looptijd van het eerste preventieplan. Het is verder de wens voor de toekomst dat de gemeente meer een regisserende, verbindende rol neemt ten aanzien van het aanbod, en partijen bij elkaar brengt rondom vraagstukken.
5.2.2 Financiële analyse De gemeente subsidieert jaarlijks een veelheid aan organisaties. Een deel van dit subsidiegeld is bedoeld voor preventieve voorzieningen en activiteiten. Ten behoeve van dit onderzoek zijn enerzijds de subsidiebeschikkingen voor 2019 geïnventariseerd, anderzijds zijn voorzieningen en activiteiten in het preventief aanbod waar mogelijk voorzien van een subsidiebedrag dat is benoemd in de subsidiebeschikking. Relevante bijdrage gemeente aan algemene voorzieningen sociaal domein De bijdrage van de gemeente gericht op maatschappelijke ondersteuning is ruim € 2,2 miljoen. Deze subsidies gaan naar organisaties en activiteiten die activiteiten organiseren met een preventief karakter. De gemeente draagt dus een aanzienlijk steentje bij in het inrichten en onderhouden van algemene voorzieningen binnen het sociaal domein. De organisaties waaraan het meest wordt bijgedragen zijn MEE Drechtsteden, Vivenz en De Blije Borgh. Aandacht voor preventie binnen algemene voorzieningen Vanuit het opgestelde aanbod is waar mogelijk een koppeling gelegd met de subsidiebeschikking van de gemeente. Hieruit blijkt dat er voornamelijk subsidie wordt gegeven aan activiteiten op inwoners zonder problemen (25%) en met risico’s (62%). De gemeente kiest hiermee (deels onbewust) voor een investering in preventie.
De overige 13% van de subsidiebijdragen is gericht op inwoners met problemen. De leeftijdsgroepen senioren en jeugd en jongeren zijn het meest in beeld bij de gemeentelijke subsidieverstrekkingen. Dit blijkt uit de verdeling van de bijdragen over deze doelgroepen, respectievelijk 42% en 35%. Bij senioren wordt vooral ingezet op de thema’s meedoen en gezondheid, bij jeugd en jongeren zijn de subsidiebijdragen vooral gericht op het thema meedoen. Voor de leeftijdsgroep volwassenen wordt door gemeente minder geïnvesteerd in algemene voorzieningen, namelijk minder dan € 100.000. Ten slotte is er een gedeelte van de subsidies (19%, ongeveer € 370.000) dat niet is gericht op een bepaalde leeftijdsgroep, maar op voorzieningen en activiteiten voor alle inwoners of meerdere leeftijdsgroepen.
Rapportage – Inzicht in het (preventieve) aanbod en behoeften sociaal domein
Pagina 22 van 35
Investering in vraagstukken verschilt per leeftijdsgroep Uit de cijfers blijkt dat de vraagstukken waarop per leeftijdsgroep wordt geïnvesteerd verschillend zijn. Het belangrijkste vraagstuk waar de gemeente in het kader van algemene voorzieningen aan bijdraagt is de beperkte zelfredzaamheid (27%, ongeveer € 530.000). Verder is het zwaartepunt per leeftijdsgroep verschillend. Bij jeugd en jongeren ligt dit op het vraagstuk weerbaarheid (ongeveer € 200.000), bij volwassenen en senioren op het vraagstuk beperkte zelfredzaamheid (ongeveer € 80.000 en € 350.000). Interessant is daarnaast het gegeven dat voor het vraagstuk van de overbelaste mantelzorger ook stevige subsidiëring plaatsvindt van ongeveer € 110.000. Cijfers subsidies lastig in lijn te brengen met preventief aanbod Omdat er sprake is van heel verschillende niveaus (organisaties vs. activiteiten) én de gemeente in de subsidiebeschikking niet altijd even expliciet de activiteiten heeft benoemd, is een vergelijking lastig te maken. Daarom is in deze rapportage de keuze gemaakt om eerst een overzicht van preventief aanbod vast te leggen en daarna te kijken welke subsidies daaraan verstrekt worden. Verder blijkt dat het verschil in cijfers tussen verschillende bronnen aanzienlijk is. Dit geeft aan dat een groot deel van de subsidieverstrekkingen niet concreet op preventieve activiteiten is gericht.
Bij analyse van de teksten van de subsidieverstrekkingen blijkt dit ook: slechts in een enkel geval is het woord preventie, zelfredzaamheid of eigen kracht benoemd. Concrete prestatieafspraken in de subsidies over preventie zijn slechts beperkt gemaakt. Ten slotte is het goed om te zien dat er veel activiteiten zijn met een preventief karakter die plaatsvinden zonder dat hier een subsidie van de gemeente tegenover staat.
5.2.3 Conclusies Uit voorgaande analyse volgen enkele conclusies: 1
Preventie is niet geheel nieuw, er gebeurt al veel
De eerste conclusie is dat er op het gebied van preventie al veel gebeurt. Het geïnventariseerde aanbod laat dit helder zien: maar liefst 140 activiteiten binnen de gemeente zijn gericht op signalering en preventie. Een deel daarvan vloeit voort uit de ontwikkeling van diensten door organisaties en wordt door henzelf gefinancierd, een deel wordt geheel of gedeeltelijk gefinancierd vanuit de gemeente door middel van subsidieverstrekking. 2