Bijlage 4 bij raadsvoorstel 8.1 foto preventie sociaal domein HIA (2019)
Tekst van het document
Ruimte voor meer primaire preventie en vernieuwing in het aanbod (in samenwerking)
Zoals blijkt uit de analyse van het huidige aanbod, richt veel inzet zich op secundaire en tertiaire preventie. Om tot echte vernieuwing en transformatie te komen is aandacht nodig voor de meest zuivere vorm van preventie: inwoners zo zelfredzaam mogelijk maken en eigen kracht en netwerk versterken. Deze vorm van preventie richt zich veel meer op het bereiken van de gewenste situatie dan op het voorkomen van problemen; dat is een ‘bijvangst’. Essentieel is daarbij aan te sluiten op de behoeften (zie volgende paragrafen) en organisaties te verbinden om vraagstukken mét elkaar op te pakken. Hierbij zien we een regisserende rol voor de gemeente weggelegd.
Rapportage – Inzicht in het (preventieve) aanbod en behoeften sociaal domein
Pagina 23 van 35
3
Vindbaarheid en gebruik huidig aanbod kan verhoogd worden
Het inzicht in het gebruik van algemene voorzieningen is op dit moment nog onvoldoende scherp om heel concreet iets te kunnen zeggen over de effectiviteit van het huidige aanbod. Aan de andere kant begint effectiviteit bij het bekend en vindbaar zijn van het aanbod. Dit vraagt om inzicht in het huidige aanbod (zoals dat nu is ontstaan), maar ook om bekendheid daarvan bij professionals en vrijwilligers in het voorliggend veld, binnen de gemeentelijke toegang en binnen het medisch domein. Uit het onderzoek blijkt dat zowel partners als inwoners de bestaande voorzieningen deels kennen en weten te vinden, maar ook met veel organisaties en voorzieningen niet bekend zijn. De roep om een centraal ‘kennispunt’ waar men dit overzicht heeft, komt meerdere keren terug. Investering hierop is daarmee een belangrijk punt voor effectiever gebruik. Een digitale sociale kaart zou hierbij als hulpmiddel kunnen worden ingezet om het totale aanbod van voorzieningen weer te geven. Overigens is ook aandacht voor adequate opvolging van (vroeg)signalering hierin een belangrijk aandachtspunt. 4
Regie op en samenhang in huidig aanbod is (nog) beperkt
Met de inventarisatie die is uitgevoerd bij dit onderzoek is voor het eerst in de breedte inzicht ontstaan in ‘de staat van preventie sociaal domein’ binnen de gemeente. Tegelijkertijd is in de foto aangegeven dat niet zeker is dat al het aanbod goed inzichtelijk is geworden; het gaat nu vooral om het beeld en de inzichten die dat oplevert. Meer verdieping op de inhoud, bekendheid, omvang en gebruik van het aanbod is nodig om het totaalaanbod beter te kunnen duiden. Ook de financiële kant van het preventief aanbod in relatie tot de subsidies behoeft verdieping en aandacht. Deze verdieping is ook nodig omdat blijkt dat de onderlinge samenhang (te) beperkt is. Er is een breed aanbod voor veel specifieke doelgroepen en specifieke vraagstukken. Waar bij het huidige aanbod de focus ligt en wat dit bekent voor voorzieningen en activiteiten, is evenmin helder. Het preventieplan kan hiervoor richting geven door het benoemen van thema’s en uitdagingen waarvoor de komende jaren aandacht nodig is. Hierbij is onderlinge afstemming tussen organisaties over het aanbod van belang. Hierbij kan de gemeente een coördinerende rol nemen.
5.3 Huidig gebruik Vanuit met name regionale organisaties en het lokale Jeugdteam en Sociale Wijkteam (SWT) vindt met een wisselende frequentie rapportage plaats aan de gemeente(n). Vanuit deze gegevens en open bronnen zoals CBS en database OCD zijn gegevens verzameld over het huidige gebruik van maatwerkvoorzieningen. In deze analyse is ingegaan op de ontwikkeling van het gebruik, de onderliggende oorzaken en de betekenis voor het preventieplan.
Rapportage – Inzicht in het (preventieve) aanbod en behoeften sociaal domein
Pagina 24 van 35
5.3.1 Inhoudelijke analyse Toename van het gebruik van maatwerkvoorzieningen is de rode draad Of het nu gaat om stapeling van voorzieningen, de vervoersvoorzieningen Wmo, de GGZ-indicaties voor jongeren of de incidentele aanvragen bijzondere bijstand: er is sprake van een (soms forse) toename van het gebruik van maatwerkvoorzieningen. Wat hierbij ook een rol speelt is de groei van het aantal inwoners in de gemeente. De grootste absolute vraag ligt bij de Wmo, de laagste vraag bij de Participatiewet. Vanuit financiën bekeken ligt het zwaartepunt juist precies andersom, waarbij wel geldt dat de financiële dekking voor bijstandsuitkeringen via de Participatiewet wel beter is geregeld. Dat de kosten voor het sociaal domein stijgen, komt grotendeels door een toenemend gebruik van maatwerkvoorzieningen. De kosten voor deze stijging komen voornamelijk voort uit de voorzieningen van de jeugd, omdat dit relatief dure voorzieningen zijn. Deze stijging is voor Wmo het minst ‘steil’; hier is sprake van een beperkte groei van de vraag, vooral op vervoersvoorzieningen en individuele begeleiding. Binnen de Participatiewet geldt dat in de afgelopen 10 jaar op het gebied van bijstand en schuldhulpverlening vooral een stabiel stijgende lijn zichtbaar is. Bij Jeugd is sprake van de meest in het oog springende toename, met name het gebruik van Basis GGZ (bijna 150% tussen 2015 en 2018).
Stijging van de vraag deels het gevolg van breed-maatschappelijke ontwikkelingen Kijkend naar de maatschappelijke ontwikkelingen in relatie tot het preventief aanbod en het toenemende gebruik van maatwerkvoorzieningen zijn verschillende verbanden te leggen. Waar vanuit de gedachte van de participatiemaatschappij ingezet wordt op zoveel mogelijk zelfredzaamheid en eigen kracht, blijkt dat het preventief aanbod in lijn hiermee vooral op personen is gericht die beperkt zelfredzaam of eenzaam zijn. Het thema ‘meedoen’ komt hierin dan ook als belangrijkste thema naar voren. Andere maatschappelijke ontwikkelingen hebben meer raakvlakken met het gebruik van maatwerkvoorzieningen. Zo is het langer thuis wonen een leidend principe geworden. Eén van de gevolgen is echter dat zorg die voorheen in een verzorgingshuis werd geboden, nu georganiseerd moet worden rondom een inwoner die langer thuis woont. Met andere woorden: deze beweging zorgt voor een toename van de vraag. Dit komt het meest duidelijk naar voren in de stijgende vraag naar individuele begeleiding. Het woord ‘maatwerkvoorziening’ sluit goed aan bij de wens om voor iedere unieke inwoner een passend persoonlijk aanbod samen te stellen. Vraag is echter of er inmiddels niet te veel wordt ingezet op maatwerk, waar ook algemene voorzieningen mogelijk zouden zijn. Dit is niet uit de cijfers te achterhalen.
Uitgaande van de breed-maatschappelijke ontwikkelingen is het mogelijk om op een vernieuwende wijze te kijken naar de huidige en alternatieve oplossingsrichtingen. Kan individuele begeleiding
Rapportage – Inzicht in het (preventieve) aanbod en behoeften sociaal domein
Pagina 25 van 35
voor alleenstaande ouderen niet een algemene voorziening zijn, die deels door vrijwilligers wordt ingevuld? Is het mogelijk om maatwerk te bieden buiten maatwerkvoorzieningen om? Kan de gemeente samen met partners gericht investeren in oplossingen voor vragen die we kunnen zien aankomen? Eén van de voorbeelden in dit kader is het geheel aan hulp en ondersteuning die aan statushouders wordt aangeboden bij binnenkomst in de gemeente. Omdat zij een duidelijke risicogroep vormen voor verschillende vormen van problematiek, is er bij binnenkomst in de gemeente veel aandacht voor de voorzieningen die zij nodig hebben. Zo hebben zij redelijk snel toegang tot algemene voorzieningen die inspelen op de zaken waarin zij hulp kunnen gebruiken. Gebruik voorzieningen deels het gevolg van onderliggende oorzaken Wat niet blijkt uit de cijfers, maar wel uit gesprekken met partners en inwoners, is dat een deel van de vraagstukken verborgen is. Eerder in deze analyse is dit al kort toegelicht voor de problematiek rondom armoede, met alle gevolgen daarvan. Hetzelfde geldt voor life events die een forse impact hebben op meerdere leefgebieden. Denk aan begeleiding en ondersteuning rondom echtscheidingen, of aan ondersteuning van mantelzorgers die ook een eigen gezin hebben, of aan eenzaamheid ten gevolge van het overlijden van een naaste.
Uitdaging in de transformatie is hierin anders te denken: niet het zichtbare probleem (is symptoom) oplossen, maar op zoek naar de oorzaak en daarop handelen. Rapportages geven beperkt inzicht in de werkelijke vraag Het laatste punt in deze analyse is feitelijk een kanttekening op de constateringen die in dit onderdeel verder zijn gedaan. Wie gedacht had dat het eenvoudig is om de gewenste data te verzamelen, komt bedrogen uit. Vrijwel alle rapportages geven slechts beelden op hoofdlijnen. Het gaat over het aantal jongeren met jeugdhulp, over totale ontwikkeling van kosten per wet, over meerjarige trends op bijvoorbeeld de stapeling van voorzieningen. Veel feitelijke data met een wat hoog-over karakter, waarop geen verdere verdiepingsslag mogelijk is. Dit is wel wenselijk, bijvoorbeeld op de grootste risico’s per leeftijdsgroep, op de verhouding tussen kosten en voorzieningen, op de top-10 meest ingezette producten jeugdhulp etc. In verband met het tijdsbestek van dit onderzoek is het niet mogelijk geweest om alle gewenste verdieping aan te brengen.
5.3.2 Financiële analyse Bij het analyseren van de totale kosten van de maatwerk voorzieningen is op te merken dat er bij alle wetten binnen het sociaal domein een toename van de kosten is te zien. Zo is er een toename van de kosten van Jeugd en Wmo, maar de sterkste toename is te zien op Participatie. Daarmee zijn de kosten van Participatie het hoogst en dit komt voornamelijk door de hoge terugkerende kosten van de bijstand. De kosten van de bijstand omvatten ongeveer 70% van de totale kosten van Participatie. De kosten van Wmo zijn het laagst en Jeugd zit wat betreft kosten tussen Participatie en
Rapportage – Inzicht in het (preventieve) aanbod en behoeften sociaal domein
Pagina 26 van 35
Wmo. Opmerkelijk is om te zien dat het gebruik in aantallen bij Participatie het laagst is. Bij Wmo is het gebruik in aantallen het hoogst. Het betreft hier vaak kleine voorzieningen, zoals rolstoelen en vervoer. Deze voorzieningen zijn relatief goedkoop, maar veel senioren maken er gebruik van. Stapeling van voorzieningen per huishouden neemt toe Er is sinds 2016 een toename te zien in het aantal huishoudens dat gebruik maakt van meerdere voorzieningen. Door deze stapeling van voorzieningen stijgen ook de kosten per huishouden. Hierdoor bouwt de financiële zwaarte op voor een kleinere groep huishoudens. Het is lastig om een concrete indicatie te geven van de kosten, aangezien de beschikbare gegevens beperkt zijn. Uitgaande van gemiddelden kan gesteld worden dat ongeveer 50% van de kosten wordt besteed aan 25% van de huishoudens die gebruik maken van 3 of meer voorzieningen, de andere 50% van de kosten op huishoudens met 1 of 2 voorzieningen. Het is daarom zeer aannemelijk dat de stapeling van voorzieningen leidt tot meer financiële druk. In de komende jaren lijkt dit toe te nemen. Verdere toename van Wmo kosten te voorzien Bij de voorzieningen van Wmo is er vooral een stijging waar te nemen in de kosten van individuele begeleiding. Er is hier sprake van een relatief goedkope voorziening, maar er wordt wel frequent en repetitief gebruik van gemaakt.
In de toekomst zal de vraag naar individuele begeleiding naar alle waarschijnlijkheid blijven toenemen ten gevolge van andere breed-maatschappelijke ontwikkelingen. Doordat de gemeente geen eigen bijdrage meer in rekening brengt, is de afgelopen jaren ook een stijging zichtbaar van het gebruik. Op grond van de (demografische) ontwikkelingen en de toename van – alleenstaande – ouderen is de kans groot dat stijging van het beroep op huishoudelijke ondersteuning en doelgroepenvervoer voortzet. Tot slot heeft de invoering van abonnementstarieven binnen de Wmo naar verwachting een stijging in het gebruik van Wmo voorzieningen tot gevolg. Kosten jeugdhulp beperkt beïnvloedbaar De hoge kosten bij Jeugd worden voornamelijk veroorzaakt door het gebruik van specialistische GGZ-behandelingen, jeugdbescherming en jeugdreclassering. Er is daarbij een toename van bijna 10% te zien in het gebruik van specialistische GGZ-behandelingen (van 424 jongeren in 2015 naar 461 jongeren in 2018). Deze vorm van jeugdhulp loopt qua kosten snel op; een traject kost al snel zo’n € 20.000. Door de ernst en de aard van de problematiek is deze toename echter slecht te beïnvloeden. Het gebruik van jeugdbescherming en jeugdreclassering is tamelijk laag, maar het betreft hier dure voorzieningen, waardoor deze voorzieningen wel zorgen voor hoge kosten.
Vaak is er een stapeling van voorzieningen te zien bij de huishoudens die gebruik maken van jeugdbescherming en jeugdreclassering. Er is ook een stijging zichtbaar in het gebruik van jeugd- en opvoedhulp. Dit betreft maatwerkvoorzieningen en juist bij deze voorzieningen zou ruimte zijn voor preventie. Het vroegtijdig gebruik van algemene voorzieningen zou het gebruik van deze maatwerkvoorziening in later stadium kunnen voorkomen, waardoor de kosten van jeugd- en opvoedhulp ook zouden afnemen.
Rapportage – Inzicht in het (preventieve) aanbod en behoeften sociaal domein
Pagina 27 van 35
Bijstand zorgt voor hoge kosten bij Participatie Bij Participatie wordt het grootste deel van de kosten veroorzaakt door de kosten van bijstand. Het gebruik hiervan is betrekkelijk laag (ongeveer 300 personen), wel is dit aantal de afgelopen jaren toegenomen. De kosten zijn vooral hoog bedragen steeds terugkeren, waardoor de kosten op jaarbasis flink oplopen. Daarnaast is het gebruik van incidentele bijstand over de afgelopen toegenomen, zelfs tot een hoger aantal dan het aantal huishoudens met een bijstandsuitkering.
5.3.3 Conclusies Uit voorgaande analyse volgen enkele conclusies: 1
Toenemende zorgvraag versterkt behoefte aan transformatie
Uit voorgaande analyse blijkt dat de toename van de zorgvraag voor zowel Wmo, Jeugd als Participatie terugkomt in de cijfers. Deze stijging wordt veroorzaakt door allerlei factoren, waaronder de breed-maatschappelijke ontwikkelingen. Ongetwijfeld wordt veel zware zorg voorkomen door de inzet van huidige oplossingen en algemene voorzieningen. Er is echter meer nodig om een daadwerkelijke kanteling teweeg te brengen. Ruimte ligt in het concreter invulling geven aan transformatie. De gemeente kan een actieve rol vervullen om samen met partners tot echte transformatie van de zorg, hulp en ondersteuning te komen. 2
Ruimte voor beïnvloeden van het gebruik van maatwerkvoorzieningen is beperkt
Bij analyse van het gebruik van maatwerkvoorzieningen komt naar voren dat er veel vraag is waar de gemeente niet of nauwelijks invloed op heeft. Per wet zijn er wel een aantal ontwikkelingen te benoemen waar mogelijkheden voor zijn, maar de zwaarste kosten liggen eigenlijk grotendeels vast: de bijstandsuitkeringen van de Participatiewet; de specialistische GGZ, jeugdbescherming en jeugdreclassering van de Jeugdwet; en de ondersteuning met hulpmiddelen van de Wmo. In het kader van preventie is de uitdaging om te zoeken naar mogelijkheden om de problemen waarvoor nu maatwerkvoorzieningen worden gebruikt, zoveel mogelijk te voorkomen, beperken of uitstellen. 3
Behoefte aan stuurinformatie neemt toe
Om als gemeente sterk lokaal beleid te kunnen ontwikkelen, is de informatie uit de huidige rapportages in de meeste gevallen ontoereikend. De behoefte aan stuurinformatie binnen de gemeente neemt toe. Zoals in de analyse aangegeven, kan nog veel verdieping worden aangebracht op de vaak hoog-over cijfers die worden gerapporteerd. Daarnaast is het interessant om de verhouding tussen inhoud en kosten uit te drukken: wat kosten de maatwerkvoorzieningen, wat zijn de duurste voorzieningen en waar zit de mogelijkheid tot beïnvloeding? Het is belangrijk dat de gemeente de eigen wensen en behoeften deelt met partners, zodat in de toekomst meer en dieper inzicht ontstaat vanuit de periodieke rapportages. Voor de gemeente zijn deze cijfers en rapportage van essentieel belang, omdat daarmee een beeld ontstaat waarop sturing kan plaatsvinden.
Rapportage – Inzicht in het (preventieve) aanbod en behoeften sociaal domein
Pagina 28 van 35
5.4 Behoeften m.b.t. preventie Het preventieplan wil gericht inzetten op het voorkomen, beperken of uitstellen van de vragen van morgen. Daarom is in het onderzoek nadrukkelijk gezocht naar de behoeften die er leven. Vanuit de voorgaande analyse en conclusies kunnen de verschillende elementen bij elkaar worden gebracht om het totaalbeeld weer te geven.
5.4.1 Behoeften op basis van ontwikkelingen Vanuit de eerdergenoemde landelijke en lokale ontwikkelingen komen een aantal aspecten naar voren. Deze zijn in de analyse hierboven al uitgebreid beschreven en worden daarom slechts kort benoemd: ▪
Voor een groeigemeente als Hendrik-Ido-Ambacht is het belangrijk zicht te hebben op ‘wat er binnen komt’. Nieuwe inwoners moeten snel de weg leren te vinden, ook als het gaat om hulp en ondersteuning in het sociaal domein. Zij brengen mogelijk ook hun eigen uitdagingen met zich mee. Hoe eerder hier zicht op is, hoe adequater kan worden gehandeld. Inzicht in de bestaande voorzieningen is voor de binnenkomers noodzakelijk.
▪
Er zijn specifieke groepen te benoemen waarvoor op kortere of langere termijn risico’s dan wel problemen te voorzien zijn. In de analyse zijn als voorlopige risicogroepen genoemd: eenpersoonshuishoudens, eenoudergezinnen, statushouders, jeugd, volwassenen en huishoudens met (dreigende) armoede. Preventie kan zich voor deze groepen richten op de gewenste situatie en het benutten van mogelijkheden tot (vroeg)signalering van problemen.
5.4.2 Behoeften vanuit partners Lokale en regionale partners én inwoners hebben de vraag beantwoord welke vraagstukken en ontwikkeldoelen binnen de gemeente aandacht behoeven. Uit de bijeenkomsten met partners is onderstaand overzicht ontstaan. Voor de verschillende leeftijdsgroepen zijn allereerst specifieke vraagstukken benoemd, die maatschappelijke partners als urgent beschouwen. Daarnaast zijn ontwikkeldoelen opgenomen, waarbij wordt geredeneerd vanuit de gewenste situatie: welke gewenste situaties zijn belangrijk? Dit is meteen de behoefte om op te ontwikkelen 5. Vergelijking tussen de behoeften en het huidige aanbod van preventieve activiteiten en voorzieningen levert onderstaand beeld op. Daaruit wordt in één oogopslag duidelijk dat het aanbod en de behoeften nog niet voldoende op elkaar aansluiten. Investering op de hierin benoemde vraagstukken is een belangrijke lijn voor het preventieplan.
5
De ontwikkelingen m.b.t. het langer zelfstandig thuis wonen in combinatie met de zorgbehoefte van ouderen leidt tot een andere vraag
richting de woonvoorzieningen. Huisvesting voor ouderen is daarom een belangrijk aandachtspunt dat door partners is benoemd, dat echter buiten de scope van deze rapportage en het preventieplan valt.
Rapportage – Inzicht in het (preventieve) aanbod en behoeften sociaal domein
Pagina 29 van 35
Opmerking. Het is helder dat er al veel aanbod beschikbaar is dat indirect op de genoemde vraagstukken inspeelt. Ter illustratie: activiteiten die jongeren bij elkaar brengen dragen wel degelijk bij aan het verminderen van eenzaamheid onder jongeren. Het voorkomen van eenzaamheid is hierbij echter geen primair doel. Bij het bekijken van onderstaande grafieken is het van belang deze nuance in acht te nemen.
Naast bovengenoemde top-5 per leeftijdsgroep is bij jongeren aandacht gevraagd voor de overgang van 18- naar 18+, met alle veranderingen die hierin plaatsvinden. De gemeente kan jongeren hierin goed informeren en waar nodig begeleiden om alles op orde te krijgen wanneer jongeren zelf verantwoordelijk worden. Bij volwassenen is aandacht nodig voor de druk vanuit mantelzorg.
Rapportage – Inzicht in het (preventieve) aanbod en behoeften sociaal domein
Pagina 30 van 35
5.4.3 Behoeften vanuit inwoners Onderdeel van het onderzoek (de foto) is het betrekken van inwoners bij de vraagstellingen voor het preventieplan. Voor dit onderdeel heeft het OCD een digitale vragenlijst uitgezet onder het burgerpanel van de gemeente. Dezelfde vragenlijst is opengesteld voor alle inwoners. Gevraagd is naar de bekendheid van organisaties en voorzieningen, het gebruik daarvan en de behoeften. Uiteindelijk hebben 383 inwoners de vragenlijst ingevuld. De resultaten zijn verwerkt in de foto. Vanuit dit inwonersonderzoek is een belangrijke constatering dat inwoners het aanbod aan voorzieningen in het algemeen als toereikend ervaren. Tegelijkertijd kent men veel voorzieningen niet, dus is de vraag hoe veelzeggend deze conclusie is. Er zijn in het kader van behoeften enkele suggesties gedaan, die meegenomen kunnen worden in het preventieplan: ▪
Ontmoetingsplekken voor de jeugd en voor eenzame ouderen
▪
Centraal loket waar mensen terecht kunnen voor een overzicht van de aanwezige voorzieningen en waar ondersteuning zou kunnen worden gegeven bij de aanvraag hiervan
▪
Levensloopbestendige woningen volgens het VN-verdrag
5.4.4 Kansen met betrekking Het is niet eenvoudig om op basis van het huidige gebruik van maatwerkvoorzieningen aan te geven waar exact de behoefte in de samenleving ligt. Dit omdat de in het onderzoek gehanteerde vraagstukken niet één op één gekoppeld kunnen worden aan het beroep op maatwerkvoorzieningen. Vanuit de ontwikkeling van het gebruik van maatwerkvoorzieningen kunnen wel enkele kansen worden benoemd in het kader van (vroeg)signalering, preventie en algemene voorzieningen. 1. Bij individuele begeleiding van volwassenen en gezinnen zien we in de afgelopen twee jaar een stijging van het gebruik vanaf het moment dat besloten is geen eigen bijdrage meer in rekening te brengen. Deze stijging zal verder doorzetten wanneer de komende jaren de instroom naar intramurale zorgvoorzieningen beperkt wordt en de huidige populatie intramurale cliënten met zorg uitstromen naar zelfstandig wonen met begeleiding en ondersteuning. 2. Met name bij senioren zien we een stijging van het beroep op huishoudelijke ondersteuning en doelgroepenvervoer. De kans is groot dat deze stijging verder voortzet als gevolg van demografische en maatschappelijke ontwikkelingen. Het kan goed zijn voor de gemeente om te onderzoeken in hoeverre andere oplossingen dan maatwerkvoorzieningen de onderliggende vraag kunnen invullen.
Rapportage – Inzicht in het (preventieve) aanbod en behoeften sociaal domein
Pagina 31 van 35
3. De sterke toename van het gebruik van basis GGZ onder jeugd en jongeren is opvallend en zeker van belang in het kader van preventie. Het is de wens hier grip op te krijgen, te achterhalen hoe deze stijging ontstaat én parallel te investeren in gezonde jongeren – in de breedste zin van het woord. In lijn met voorgaande paragraaf zijn risico’s voor jongeren dat zij eenzaam zijn, opgroeien met belemmeringen, verslavende middelen gebruiken en te maken hebben met echtscheidingen en/of huiselijk geweld. Dergelijke grondoorzaken kunnen leiden tot allerlei problemen op het gebied van geestelijke gezondheid. 4. Maatwerkvoorzieningen op het gebied van Jeugd en Opvoedhulp worden steeds vaker gebruikt. In essentie betreft het hier het werken aan een ‘gezond gezin’. Wens in het kader van het preventieplan is om waar mogelijk te investeren in de gewenste situatie. Kansen liggen in gerichte investering in ‘gezonde gezinnen’ middels algemene voorzieningen en vroegsignalering van problemen, onder meer via gerichtere inzet van het Jeugdteam. 5. Ten slotte blijkt dat de huishoudens met een bijstandsuitkering regelmatig gebruik (moeten) maken van bijzondere bijstand. Deze incidentele extra’s kunnen worden aangevraagd voor bijvoorbeeld het vervangen van dure huishoudelijke apparatuur, waarbij het niet mogelijk is dit te financieren vanuit het eigen (bijstand)inkomen.
Van belang is te onderzoeken of er mogelijkheden zijn om dergelijke vragen op een andere wijze op te lossen. Eén van de kansen die vanuit het project naar voren komt is de inzet van kringloopwinkels om het beroep op bijzondere bijstand terug te dringen.
Rapportage – Inzicht in het (preventieve) aanbod en behoeften sociaal domein
Pagina 32 van 35
6 Aanbevelingen voor het preventieplan Het voorgaande hoofdstuk beschrijft uitgebreid de analyse van de foto over ‘de staat van preventie sociaal domein’ in de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht. De hieruit volgende conclusies geven richting aan preventie binnen de gemeente. Vanuit het onderzoek volgen onderstaande aanbevelingen. 1
Stel een meerjarig kader op, met ruimte voor een jaarlijks diverse uitvoering
Als vervolg op deze rapportage kan het daadwerkelijke preventieplan worden opgesteld, waarbij de resultaten, analyses en conclusies uit het onderzoek vertaald kunnen worden naar een meerjarig kader voor preventie in het sociaal domein. Helder is dat er in het kader van preventie binnen het sociaal domein behoefte is aan een richting en focus voor de komende jaren. In het preventieplan kan dit worden ingevuld. Binnen dit kader dient ruimte te zijn voor jaarlijks diverse uitvoering, afhankelijk van wat de behoeften zijn. Zo is er een actueel plan beschikbaar waarbij wordt ingespeeld op de thema’s en vraagstukken die op dat moment relevant zijn. Tijdens de looptijd van het eerste preventieplan kan tevens ervaring worden opgedaan met verschillende activiteiten en interventies. 2
Werk in het preventieplan de vraagstukken, kansen en acties verder uit
In de analyse is een beeld gevormd van de landelijke en lokale ontwikkelingen, het huidige aanbod en het huidige gebruik. Van hieruit is een beeld gevormd van de behoeften binnen de gemeente en het huidige aanbod. Door de behoeften en het aanbod naast elkaar te houden, is duidelijk geworden dat er een ‘gap’ bestaat tussen wat beschikbaar is en wat nodig is. Niet alleen in voorzieningen, maar ook in de toegang en in het gedrag. In het preventieplan dienen de naar voren gekomen vraagstukken verder uitgewerkt te worden. Daarbij is belangrijk de aard, omvang, complexiteit, betrokken partners, aanbod vs. vraag en gewenste richting in beeld te brengen. 3
Blijf in gesprek met partners om de gewenste beweging gezamenlijk te maken
Uit de analyse blijkt dat de samenwerking met partners cruciaal is bij het tot stand komen en het uitvoeren van het preventieplan. Bij de totstandkoming én uitvoering van het preventieplan is een blijvende dialoog tussen gemeente en partners essentieel. Een manier om dit te doen is door op regelmatige basis bijeenkomsten te organiseren rondom een thema, waarbij met de betrokken partners gesproken kan worden. Op deze manier kan het gesprek met partners gaande blijven. Enerzijds om steeds ‘voeling’ te houden met de praktijk van elke dag en de behoeften van partners en inwoners. Anderzijds om met partners tot initiatieven te komen om het (preventieve) aanbod te blijven innoveren. 4
Breng meetbaarheid aan in de te ondernemen acties rondom preventie
Uit het overzicht dat is opgesteld van het huidige aanbod aan preventieve voorzieningen blijkt dat er al veel preventieve activiteiten en voorzieningen bestaan. Tegelijkertijd is de meting van het effect op dit moment minimaal. Vanuit het onderzoek is de behoefte ontstaan om preventie waar
Rapportage – Inzicht in het (preventieve) aanbod en behoeften sociaal domein
Pagina 33 van 35
mogelijk meetbaar te maken. Het is van belang om aan preventieve activiteiten niet alleen een heldere doelstelling te koppelen, maar ook prestatie indicatoren om het effect (outcome) en resultaat (output) te meten dan wel in beeld te brengen. Hoewel bekend is dat deze exercitie lastig is bij preventie, zal in het preventieplan hier wel een werkbare vorm voor gevonden moeten worden. 5
Benader transformatie in samenhang
Ten slotte blijkt uit de analyse en daarbij behorende conclusies dat transformatie per definitie in samenhang moet worden gezien. Vernieuwing van het aanbod aan voorzieningen en activiteiten is slechts één onderdeel van een groter geheel. Daarnaast is actie nodig voor de optimalisatie van de toegang en het veranderen van het denken en werken van professionals en vrijwilligers. Kort gezegd komt het neer op transformatie in de sociale voorzieningen, de toegang en de mensen.
Transformatie in de voorzieningen Vanuit de ontwikkelingen, het huidige aanbod, het gebruik van maatwerkvoorzieningen en de behoeften is het mogelijk om vraag en aanbod meer bij elkaar te brengen. Daarnaast biedt dit ruimte om het zorgaanbod te innoveren. Belangrijk is dat partijen worden geprikkeld om meer aan de voorkant te komen: hoe kunnen vraagstukken worden aangepakt zónder maatwerk voorziening? Het is goed om daarbij consequent op zoek te gaan naar oplossingen die passen bij de gedachte van positieve gezondheid: wat kunnen mensen wel, hoe kunnen we hen helpen om wel zoveel als mogelijk mee te doen? Naast het met partners samen innoveren van het zorgaanbod is het ook van belang om het aanbod met elkaar te verbinden. In gesprek met partijen om hen bij elkaar te brengen en zo meer gezamenlijkheid, samenhang en regie aanbrengen in het totale aanbod. Deze lijnen komen terug in de hierboven geschetste aanbevelingen.
Transformatie in de toegang Meerdere keren is benoemd dat de toegang tot hulp en ondersteuning een cruciale rol speelt in de vindbaarheid en het gebruik van het preventieve aanbod. Hierbij onderscheiden we twee elementen: •
Preventie: iedere professional – en bij voorkeur ook iedere vrijwilliger – die actief is binnen het sociaal domein zou kennis moeten hebben van het totale aanbod aan (preventieve / algemene) voorzieningen en activiteiten, of daar tenminste de weg naartoe moeten weten. Dit vraagt onder meer om een goed verbonden wijkteam, waar men alle lokale voorzieningen
Rapportage – Inzicht in het (preventieve) aanbod en behoeften sociaal domein
Pagina 34 van 35
kent. Daarnaast zien we een kans in het goed informeren en begeleiden van professionals in het medisch domein om zoveel mogelijk de kracht van lokaal te benutten en minder snel een verwijzing naar maatwerkvoorzieningen te doen. •
(Vroeg)signalering: bij preventie is het vroeg signaleren van problemen een belangrijk middel om snel tot actie over te gaan en zo de omvang en impact van problemen zo klein mogelijk te houden. Daarvoor is wel helderheid nodig over de personen die zouden moeten signaleren (professionals en vrijwilligers) en het ‘adres’ waar zij met signalen terecht kunnen. Zij moeten er vanuit kunnen gaan dat signalen ook daadwerkelijk een passend vervolg krijgen en leiden tot een adequate aanpak van de situatie. Verbinding met JGZ, kinderopvang, scholen, kerken en verenigingen is hierin van groot belang.
Verder is van belang dat het integraal inzicht over hulp en ondersteuning rondom cliënten toeneemt bij betrokken hulpverleners toeneemt, zeker waar het meervoudig complexe problematiek betreft en combinaties van algemene voorzieningen en maatwerkvoorzieningen nodig zijn. Want de beweging is niet alleen meer naar de voorkant, maar ook minder aan de achterkant. Meervoudig complexe problematiek vraagt om een heldere toegang aan de voorkant, duidelijke processen, de juiste informatievoorziening en mandaat om knopen door te hakken over combinatiepakketten van algemene en maatwerkvoorzieningen. Bij andere gemeenten in het land zijn voorbeelden van functionarissen die het geheel overzien en in staat zijn vanuit de integrale benadering de juiste partijen om één cliënt of systeem te verbinden.
Transformatie in gedrag Tot slot betekent vernieuwing van de zorg ook iets voor het gedrag (menselijk aspect). Er is een gedrags- en cultuurverandering nodig bij burgers, gemeenten en maatschappelijke organisaties. Het werken vanuit de transformatie gedachte vraagt om alertheid om vroeg te signaleren en vanuit de cliënt te denken in het aanpakken van een probleem. Dit is feitelijk een cultuurverandering naar ‘nieuw denken’, die alle betrokkenen met elkaar moeten doormaken. Het kost tijd en vraagt allereerst om bewustwording. Het preventieplan kan als middel dienen om deze beweging op gang te helpen en een continue dialoog tot stand te brengen tussen gemeenten, gemeenteraden, inwoners en maatschappelijke partners. Met ruimte voor het stimuleren van particuliere initiatieven en het zoeken naar nieuwe en vernieuwende partners om deze beweging door te maken.
Rapportage – Inzicht in het (preventieve) aanbod en behoeften sociaal domein
Pagina 35 van 35