Bijlage 4 bij nr. 19 Bijlage 4 Nota reactie op uitgebrachte zienswijzen dd. 20240708
Tekst van het document
32
6. Parallel aan de komende BURAP volgt ons voorstel ten aanzien van de indexering van de opdrachtsom van Jong JGZ voor 2024. Ons uitgangspunt hierbij is dat het basispakket JGZ basiszorg biedt waar ieder kind in Nederland recht op heeft. Eventuele lokale maatwerkafspraken vormen hierop een aanvulling en zouden niet ten koste mogen gaan van het basispakket JGZ. Wij verzoeken u daarom kritisch te kijken naar de verdeling van uw middelen over het regionale basispakket JGZ en de lokaal ingekochte maatwerkproducten JGZ. 7. Dank voor uw instemming. Wij zullen samen met u werken aan de doelstellingen van de Hervormingsagenda.
Wij verwijzen naar de toelichting op uw zienswijze bij de jaarrekening.
8. Zie onze reactie op uw punt 1 hierboven. Wij zijn bekend met de financiële situatie van de gemeenten in deze regio en de noodzaak tot bezuinigen bij verschillende van de 10 gemeenten. Op basis van de zienswijzen van de gemeenteraden op het Meerjarenbeleidsplan van de DG&J voor 2024-2028, hebben wij een extra leidend principe toegevoegd. Dit leidende principe houdt in dat de financiële positie van gemeenten vanaf 2026 bepalend is voor het tempo waarin en de intensiteit waarmee we toewerken naar de MJP-ambities.
9. Tot slot De door ons niet genoemde punten waar u een zienswijze over vraagt (MMK, TBC en overhead, rechtmatigheidsonderzoek) kunnen we mee instemmen. Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Graag ontvangen wij uw reactie op de door ons ingediende reactie en zienswijze. Papendrecht (definitief)
1. Dienst Gezondheid & Jeugd Als basis voor de begroting 2025 heeft u de begroting 2024 genomen. Met daarin reeds een aantal indexeringen, resulterend in een verhoging van de inwonerbijdrage van € 1,43 miljoen. Daarnaast vraagt u voor een aantal onderwerpen extra middelen, in totaal voor een bedrag van € 1,64 miljoen.
9. Dank voor uw instemming voor onze voorstellen met betrekking tot MMK, TBC, overhead en rechtmatigheidsonderzoek. Zoals gebruikelijk zal DG&J haar reactie op de door u ingebrachte punten middels een brief aan u kenbaar maken. 1. Bedankt voor uw instemming met de voorstellen rondom indexatie, pandemische paraatheid, LVS, TBC, GAGS en de financiële functie.
Met de meeste onderdelen kunnen wij instemmen met de extra kosten. Te weten: • bijstelling van de indexatie 2024 • pandemische paraatheid • Leerplicht & voortijdig schoolverlaten • bestrijding TBC • gezondheidskundig adviseur gevaarlijke stoffen • versterking financiële functie Ten aanzien van pandemische paraatheid/versterken vaccinatiegraad willen wij nogmaals benadrukken dat wij – zoals we bij onze zienswijze op het MJP hebben aangegeven - een expliciete ambitie om de vaccinatiegraad te verhogen van belang vinden. Over drie onderdelen hebben wij nog vragen: • Veilig Thuis • Meldpunt Zorg & Overlast • Leerplicht en Voortijdig schoolverlaten 2. Voor zowel Veilig Thuis als het Meldpunt Zorg & Overlast vraagt u een (vooralsnog) incidentele extra bijdrage voor 2025 in verband met de autonome groei van het aantal meldingen. We stellen vragen bij deze verhoging van de inwonerbijdrage. De extra formatie (3,67 FTE) die in 2022 is gerealiseerd ten behoeve van ondersteuning lokale teams bij ontwikkelen van het Toekomstscenario is in de praktijk lokaal niet gerealiseerd. Verder is groei van de formatie één op één koppelen aan het aantal meldingen een te eenvoudige voorstelling van zaken, zonder inzichtelijke data met betrekking tot aantal unieke gevallen en opvolging van meldingen is de goede afweging niet mogelijk.
Alvorens de gemeente akkoord kan gaan is een betere onderbouwing nodig voor de gewenste uitbreiding, zodat een goede afweging gemaakt kan worden. Zoals we in onze zienswijze op het MJP reeds hebben aangegeven, willen we graag met Veilig Thuis onze informatiepositie verdiepen over kindermishandeling en huiselijk geweld om gericht beleid te kunnen voeren.
33
2. Gezien de uitgebrachte zienswijzen heeft het Algemeen Bestuur het besluit aangepast tot een uitbreiding van de formatie met 4,5 fte incidenteel voor 2025 in plaats van de voorgestelde 7,25 fte. De 7,25 fte is becijferd op basis van de prognose van de instroom voor 2025 (4600 meldingen) en is noodzakelijk voor de uitvoering van de wettelijke taken (er is sprake van een landelijk homogeen product met een landelijk vastgesteld handelingsprotocol en doorlooptijden), de basisinzet voor VOiT/ toekomstscenario en het landelijk programma Veiligheid Voorop. Met dit besluit is sprake van een bezuiniging. Het Algemeen Bestuur heeft opdracht gegeven een impactanalyse op te leveren op basis van deze bezuiniging voor 2025, gericht op de
Verder schrijft u in uw aanbiedingsbrief van de begroting dat de incidentele regionale inzet Veilig Thuis van 3,67 fte die is ingezet in 2023 en 2024 voor het ondersteunen van lokale teams in het kader van het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming stopt in 2025. Dit kan en mag echter niet betekenen dat u daarmee geen bijdrage meer levert aan het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming/ Veilig opgroeien is Teamwerk. Een ontwikkeling die moet zorgen voor een kwaliteitsverbetering voor kinderen en gezinnen. Wij verwachten dat u binnen uw formatie daar actief een bijdrage aan blijft leveren. Wij vragen u om in samenwerking met het regionaal programmateam Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming en in afstemming met de lokale gemeenten en betrokken netwerkpartners in het vierde kwartaal van dit jaar te komen met een addendum. In dit addendum is opgenomen hoe en in welke vorm u per gemeente een bijdrage levert aan Veilig Opgroeien is Teamwerk. Daarnaast vragen we u om in een plan aan te geven hoe u zich als organisatie voorbereidt op de vormgeving van het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming. Welke mogelijkheden ziet u om uw organisatie anders vorm te geven in samenwerking en afstemming met uw netwerkpartners? Hoe kunt u meer gebiedsgericht gaan werken? Dit plan kan in het AB worden vastgesteld en mede als basis dienen voor uw begroting 2026.
indicatoren in de begroting en voortzetting deelname aan de lopende programma's VOiT/ toekomstscenario en Veiligheid Voorop. Deze impactanalyse zal in het vierde kwartaal van 2024 worden aangeboden aan het Algemeen Bestuur. Wij hechten eraan ook hier te benadrukken dat wij ook in het komend jaar proactief bijdragen aan VOIT op regionaal en tactisch niveau en hierover ook bestuurlijk adviseren, zoals u van ons verwacht. Wel zal de mate waarin dit plaatsvindt, afhankelijk zijn van de keuzes die worden gemaakt op basis van de impactanalyse. Binnen het programma wordt door de relevante partners sturing gegeven aan het proces naar invoering van o.a. het Toekomstscenario, waarbij ook de rollen van de verschillende partners in het nieuwe model gezamenlijk vorm krijgt. Het is niet gewenst of haalbaar hierin 1 van de partners uit te lichten. Toegezegd aan het regionale programmateam VOIT is door VT dat beschikbare middelen voor de operationele inzet van VT regionaal en per lokaal team in programma VOIT worden aangeleverd door VT, in het door u gevraagde addendum, in Q4 2024. Gewenste aanvullende inzet in uitvoerende (regionale) pilots, projecten of programma's die operationele capaciteit vragen van Veilig Thuis, wordt overwogen op basis van een separate uitvoeringstoets en kostenraming (maatwerk).
U geeft in uw zienswijze aan dat u de informatiepositie met Veilig Thuis graag wilt verdiepen. Wij onderzoeken graag met u hoe onze informatie u kan helpen bij het bepalen van beleid.
3. Ook ten aanzien van de extra inzet voor het Meldpunt Zorg & Overlast zouden we graag meer duiding van de cijfers zien.
3. Dank voor uw reactie. Op basis van de ontvangen zienswijzen hebben we gezien dat er geen steun is voor de uitbreiding met 3 fte, maar voor 1 fte. Middels een impactanalyse wordt voor het Algemeen Bestuur inzichtelijk gemaakt wat de consequenties voor de uitvoering zijn als gevolg van deze bezuiniging voor de indicatoren en de wettelijke kaders. Er is in het Algemeen Bestuur gerapporteerd over de voortgang van activiteiten door team OGGZ om tot
34
afbouw van incidentele middelen te komen. Ter illustratie; de inzet van de wijk-GGD is in verschillende gemeenten succesvol en adviseren wij lokaal in te zetten. Ook is er middels landelijk beleid juist ingezet op het melden van meer casuïstiek bij het meldpunt zorg en overlast bij politiemeldingen. Per saldo wordt er over meer mensen gemeld. Deze meldingen moeten worden getriageerd en vervolgens op maat worden opgepakt. Dit is het gevolg van een groeiende kwetsbare doelgroep, maar ook als gevolg van preventieve maatregelen (zoals genoemd; het doen melding bij meldpunt zorg en overlast van E33politiemutaties), waardoor de doelgroep ook beter in zicht is. Er is nog geen indicatie dat er andere landelijke of regionale beleidsinitiatieven zijn die deze groei of de behoefte aan dit zicht doen afnemen. Andere activiteiten die het team OGGZ kan ondernemen binnen de uitvoeringsopdracht om dit te keren, binnen dit staande beleid, zijn beperkt. De eerste burap van 2024 laat de laatste ontwikkeling (stijging) in het aantal meldingen zien. 4. Voor de extra inzet op Leerplicht en Voortijdig Schoolverlaten vraagt u eveneens incidentele middelen aan (vanuit de te vormen bestemmingsreserve LVS). Wij zouden hierbij graag de samenhang zien met de uitwerking van de bestuursopdracht voor het Uitvoeringsscenario LVS 2024 en verder.
Daarom adviseren wij om in ieder geval de helft (€ 219.285) van het gevraagde bedrag toe te kennen. Zodat de inzet van LVSconsulenten, tot het einde van het schooljaar 2024/2025 is gegarandeerd. Vervolgens adviseren wij om lopende 2025, op basis van de uitkomsten van de bestuursopdracht, keuzes maken voor schooljaar 2025 / 2026 en verder.
4. Er is al enkele jaren extra middelen nodig om de basistaken LVS uit te voeren, als gevolg van stijging van het aantal meldingen. In het eerste half jaar van 2024 is opnieuw een forse stijging van verzuimmeldingen zichtbaar (1e burap). De bezetting van LVS is onder de formatienorm, ook zonder deze aan de orde zijnde groei. Op dit moment loopt de Bestuursopdracht LVS waarin door gemeenten een voorstel wordt uitgewerkt voor het gezamenlijk toewerken naar een passende basisformatie voor het uitvoeren van de LVS-taken in Zuid-Holland Zuid. Het verbeteren van de ketensamenwerking is een onderdeel van deze bestuursopdracht. Het toekennen van 50% van de begrote incidentele middelen heeft als consequentie dat vroeg in het jaar 2025 opnieuw een begrotingswijziging nodig is, wanneer de al in 2023 ingezette groei niet afneemt naar het oude niveau van aantallen cases, als de groei doorzet en/ of als uit de bestuursopdracht LVS blijkt dat extra middelen nodig zijn. De zienwijzen laten zien dat het frequent aanvragen van incidentele middelen bij gemeenten niet de voorkeur heeft. Mocht bijvoorbeeld uit de
35
bestuursopdracht blijken dat de extra inzet niet meer nodig is dan vallen de gereserveerde middelen terug in de bestemmingsreserve. 5. Serviceorganisatie Jeugd Conform de werkwijze bij de begroting 2024 stelt u ons bij het onderdeel van de SOJ in de gelegenheid aan te geven of wij de raming realistisch vinden en, waar gewenst, onderbouwd af te wijken. Wij kunnen op deze manier effecten van eventuele lokaal genomen maatregelen meenemen.
5. Wij zullen uw opgave verwerken in de begroting. U bent zelf verantwoordelijk voor de onderbouwing naar de provincie. Overigens is uit de maandrapportage tot en met april gebleken dat uw kosten weer stijgen.
De raming jeugdhulpuitgaven 2025 is vanuit de Serviceorganisatie Jeugd opgesteld met als peilmaand december 2023. We zien vanuit de rapportages van de Serviceorganisatie Jeugd, dat de prognose van de kosten voor Papendrecht (gepeild eerste kwartaal 2024) met € 400.000 zijn afgenomen. Daarnaast investeren we vanaf 2024 via onze Routekaart Jeugd in belangrijke mate aan de voorkant van jeugdhulp. We verwachten dat dit een besparing van € 300.000 voor 2025 op de kosten van jeugdhulp zal opleveren. Vanwege deze beide ontwikkelingen willen we de voor Papendrecht geldende raming van € 11,0 miljoen met € 700.000 verlagen, en verzoeken we u onze bijdrage in de begroting 2025 bij te stellen.
Sliedrecht (definitief)
36
6. Arbeidsmarkt en uitvoeringskracht De huidige krapte op de arbeidsmarkt bemoeilijkt de realisatie van onze taken en ambities. Door decentralisaties en nieuwe wetgeving is de omvang van het gemeentelijk werkpakket de afgelopen jaren fors gegroeid. Daarnaast heeft gemeente Papendrecht zelf een aantal ambities maar zijn ook de financiële vooruitzichten onzeker. Gemeentelijk samenwerking en innovaties zijn daarom noodzakelijk om de realisatiekracht van gemeenten te op peil te houden. We willen daarbij voortbouwen op de kracht van onze gemeenschappelijke regelingen. Graag verkennen wij gezamenlijk met de GR'en de regiogemeenten de kansen om onze slagkracht te vergroten.
6. Wij onderschrijven uw punt en denken graag met u mee over de kansen om onze gezamenlijke slagkracht te vergroten. De ingezette bestuursopdrachten dragen hieraan bij.
1. In de stukken wordt gevraagd om kennis te nemen van de meerjarenraming 20262028, zoals deze is opgenomen in de begroting 2025. Het valt op dat deze niet is uitgesplitst op themaniveau, enkel op totaalbedrag. Dit maakt het voor de deelnemende gemeenten lastig om gemotiveerd af te wijken, mocht deze wens er zijn.
1. Bedankt voor uw reactie op de financiële begroting. DG&J zal in de volgende begrotingsronde het door u gewenste inzicht te verwerken in de begroting.
2. Het valt op dat de verhoging van lasten en dus de verhoging van de inwonerbijdrage vooral het gevolg is van gewenste formatie uitbreidingen. Wij kijken hier kritisch naar, aangezien het Meerjarenbeleidsplan DG&J 2024-2028 nog niet definitief is vastgesteld en, zoals hierboven al beschreven, wij ons als gemeente in een uitdagende financiële positie begeven.
2. Wij begrijpen uw kritische blik. De voorstellen voor formatie-uitbreidingen hebben we gedaan op basis van de aanname dat de stijging van het aantal meldingen bij LVS, Meldpunt Zorg & Overlast en Veilig Thuis in 2025 doorzet. De eerste bestuursrapportage 2024 bevestigt dit beeld. Het gaat hier grotendeels om wettelijke taken en landelijke protocollen/methodieken
die gevolgd moeten worden. Wanneer de formatie niet wordt uitgebreid, heeft dit als gevolg dat meldingen later worden opgepakt, wettelijke termijnen niet worden nageleefd, doorlooptijden oplopen en niet alle noodzakelijke werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd. Voor ontwikkeling in de keten of innovatie is dan geen ruimte. De voorstellen tot uitbreiding van formatie zijn gebaseerd op landelijke normen. We blijven met deze voorstellen substantieel onder deze normen, onder andere door werkprocessen efficiënt in te richten. Om onze basisdienstverlening op orde te kunnen houden, is het noodzakelijk dat wij onze personele capaciteit in overeenstemming brengen met het verwachte (stijgende) aantal meldingen. In de begroting stellen we incidentele formatie-uitbreidingen voor, zodat we kunnen meebewegen zodra de lopende bestuursopdrachten leiden tot daling, groei of stabilisatie van het aantal meldingen. 3. Veilig Thuis In 2025 wordt, net als in 2023 en 2024, een extra inwonerbijdrage gevraagd voor de uitvoering van de taken van Veilig Thuis. Net als voorgaande jaren blijven wij hier kritisch op.
Met het oog op het verleggen van taken naar het lokale veld en de consequenties van het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming, vinden wij het nog steeds logischer dat lokaal extra wordt geïnvesteerd op het thema veiligheid binnen de sociale teams van de gemeenten in plaats van extra te investeren in Veilig Thuis. Wij geloven er in, dat wanneer alle gemeenten binnen hun lokale teams goed op sterkte zijn met betrekking tot het thema veiligheid, er minder inzet vanuit Veilig Thuis nodig is, omdat er eerder afgeschaald kan worden en meer opgepakt kan worden door de sociale teams. Wij willen daarom nogmaals met nadruk meegeven dat wij graag zouden zien dat een afbouw van deze extra middelen wordt gerealiseerd. Verder wordt voorgesteld dat de incidentele inzet in het kader van het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming wordt stopgezet per 2025 en dat gemeenten individuele maatwerkafspraken kunnen maken, wanneer zij willen dat Veilig Thuis zich inzet voor het Toekomstscenario. Dit kan en mag echter niet betekenen dat u daarmee geen bijdrage meer levert aan het Toekomstscenario Kinden Gezinsbescherming/Veilig opgroeien is Teamwerk. Een ontwikkeling die moet zorgen voor een kwaliteitsverbetering voor kinderen en gezinnen. Wij verwachten dat u binnen uw formatie daar actief een bijdrage aan blijft leveren.
Wij vragen u om in samenwerking met het regionaal programmateam Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming en in afstemming met de lokale gemeenten en betrokken netwerkpartners in het vierde kwartaal van dit jaar te komen met een addendum. In dit addendum is opgenomen hoe en in welke vorm u per gemeente een bijdrage levert
37
3. Gezien de uitgebrachte zienswijzen heeft het Algemeen Bestuur het besluit aangepast tot een uitbreiding van de formatie met 4,5 fte incidenteel voor 2025 in plaats van de voorgestelde 7,25 fte. De 7,25 fte is becijferd op basis van de prognose van de instroom voor 2025 (4600 meldingen) en is noodzakelijk voor de uitvoering van de wettelijke taken (er is sprake van een landelijk homogeen product met een landelijk vastgesteld handelingsprotocol en doorlooptijden), de basisinzet voor VOiT/ toekomstscenario en het landelijk programma Veiligheid Voorop. Met dit besluit is sprake van een bezuiniging. Het Algemeen Bestuur heeft opdracht gegeven een impactanalyse op te leveren op basis van deze bezuiniging voor 2025, gericht op de indicatoren in de begroting en voortzetting deelname aan de lopende programma's VOiT/ toekomstscenario en Veiligheid Voorop. Deze impactanalyse zal in het vierde kwartaal van 2024 worden aangeboden aan het Algemeen Bestuur. Wij hechten eraan ook hier te benadrukken dat wij ook in het komend jaar proactief bijdragen aan VOIT op regionaal en tactisch niveau en hierover ook bestuurlijk adviseren, zoals u van ons verwacht. Wel zal de mate waarin dit plaatsvindt, afhankelijk zijn van
aan Veilig Opgroeien is Teamwerk. Daarnaast vragen we u om aan te geven hoe u zich als organisatie voorbereidt op de vormgeving van het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming. Welke mogelijkheden ziet u om uw organisatie anders vorm te geven in samenwerking en afstemming met uw netwerkpartners? Hoe kunt u meer gebiedsgericht gaan werken? Dit addendum kan in het AB worden vastgesteld en mede als basis dienen voor uw begroting 2026.
4. Meldpunt Zorg & Overlast Waar in de begroting 2024 nog werd gesproken over een plan van aanpak om de incidentele extra middelen af te bouwen, wordt in de begroting 2025 gevraagd om deze middelen nogmaals incidenteel toe te kennen en uit te breiden met nog eens 2 FTE. In 2024 hebben wij al opgeroepen tot een concrete planning om tot afbouw van de incidentele middelen te komen. Ook nu zijn wij, in het licht van de financieel onzekere tijden, kritisch op het toekennen van extra middelen voor het Meldpunt Zorg
38
de keuzes die worden gemaakt op basis van de impactanalyse. Binnen het programma wordt door de relevante partners sturing gegeven aan het proces naar invoering van o.a. het Toekomstscenario, waarbij ook de rollen van de verschillende partners in het nieuwe model gezamenlijk vorm krijgt. Het is niet gewenst of haalbaar hierin 1 van de partners uit te lichten. Toegezegd aan het regionale programmateam VOIT is door VT dat beschikbare middelen voor de operationele inzet van VT regionaal en per lokaal team in programma VOIT worden aangeleverd door VT, in het door u gevraagde addendum, in Q4 2024. Gewenste aanvullende inzet in uitvoerende (regionale) pilots, projecten of programma's die operationele capaciteit vragen van Veilig Thuis, wordt overwogen op basis van een separate uitvoeringstoets en kostenraming (maatwerk). Wij onderschrijven dat niet iedere melding hetzelfde soort werkzaamheden vraagt. Hierop is het rekenmodel dat al meerdere jaren wordt benut voor Veilig Thuis gestoeld. Elke melding dient een proces van triage te doorlopen. Iedere melding 'kost' werk, niet iedere melding vraagt evenveel intensiteit. Op basis van de triage dient een variant; bijv. onderzoek, advies of overdracht, te worden gestart. De urenbesteding hiervan verschilt. Het rekenmodel is hierop gebouwd en gevalideerd aan de hand van trend en realisatie.
Veilig Thuis ZHZ hanteert in dit rekenmodel een fors lagere urennorm voor de afhandeling van de verschillende soorten meldingen dan het VNG model. Dit is mogelijk gemaakt door procesoptimalisatie en werkt tevens beperkend voor verdere negatieve bijstelling. In de aanname voor 2025 is uitgegaan van een hoger aantal overdrachten/ adviezen en minder onderzoek, anders dan de realisatie in 2023 en eerste helft 2024 laat zien. Hierbij is uitgegaan van het beleidseffect van verdere implementatie en bekendheid van de meldcode. 4. Dank voor uw reactie. Op basis van de ontvangen zienswijzen hebben we gezien dat er geen steun is voor de uitbreiding met 3 fte, maar voor 1 fte. Middels een impactanalyse wordt voor het Algemeen Bestuur inzichtelijk gemaakt wat de consequenties voor de
& Overlast en het toevoegen van incidentele extra formatie. Hierbij doen wij nogmaals het verzoek om te komen tot afbouw van deze middelen. Wij zien liever dat deze middelen lokaal ingezet kunnen worden ten behoeve van het versterken van de lokale zorg– en ondersteuningsstructuren.
uitvoering zijn als gevolg van deze bezuiniging voor de indicatoren en de wettelijke kaders.
5. LVS Op dit moment loopt een bestuursopdracht gericht op verbetering van de aanpak voor het voorkomen en oplossen van schoolverzuim en schooluitval, waarin gesignaleerde knelpunten in de keten worden opgelost. Wij zijn zeer benieuwd naar de uitkomsten van deze bestuursopdracht. Recent is aan u een separate zienswijze voorgelegd met betrekking tot LVS.
5. Op dit moment loopt inderdaad de Bestuursopdracht LVS waarin door gemeenten een voorstel wordt uitgewerkt voor het gezamenlijk toewerken naar een passende basisformatie en structurele financiering voor het uitvoeren van de LVStaken in Zuid-Holland Zuid. Het verbeteren van de ketensamenwerking is een onderdeel van deze bestuursopdracht. Wij zijn bekend met uw zienswijze op het Meerjarenplan DG&J.
6. Jeugdgezondheidszorg (JGZ) JongJGZ heeft aangegeven dat het niet binnen de gestelde indexatie voor het jaar 2024 en verder de uitvoering kan laten plaatsvinden. Er ligt een verzoek tot structurele bijstelling van de opdrachtsom bij de DG&J en u bent daarover in gesprek. Omdat deze gesprekken ertoe kunnen leiden dat er medio 2024 een bestuurlijk voorstel zal volgen met een verzoek tot aanvullende middelen en/of bijstelling van het takenpakket, pleiten wij ervoor dat hier zo snel mogelijk duidelijkheid over komt. Dit zodat wij hier tijdig rekening mee kunnen houden binnen onze eigen P&C cyclus.
39
Er is in het Algemeen Bestuur gerapporteerd over de voortgang van activiteiten door team OGGZ om tot afbouw van incidentele middelen te komen. Ter illustratie; de inzet van de wijk-GGD is in verschillende gemeenten succesvol en adviseren wij lokaal in te zetten. Ook is er middels landelijk beleid juist ingezet op het melden van meer casuïstiek bij het meldpunt zorg en overlast bij politiemeldingen. Per saldo wordt er over meer mensen gemeld. Deze meldingen moeten worden getriageerd en vervolgens op maat worden opgepakt. Dit is het gevolg van een groeiende kwetsbare doelgroep, maar ook als gevolg van preventieve maatregelen (zoals genoemd; het doen melding bij meldpunt zorg en overlast van E33politiemutaties), waardoor de doelgroep ook beter in zicht is. Er is nog geen indicatie dat er andere landelijke of regionale beleidsinitiatieven zijn die deze groei of de behoefte aan dit zicht doen afnemen. Andere activiteiten die het team OGGZ kan ondernemen binnen de uitvoeringsopdracht om dit te keren, binnen dit staande beleid, zijn beperkt. De eerste burap van 2024 laat de laatste ontwikkeling (stijging) in het aantal meldingen zien.
6. In de komende BURAP volgt ons voorstel ten aanzien van de indexering van de opdrachtsom van Jong JGZ voor 2024. Ons uitgangspunt hierbij is dat het basispakket JGZ basiszorg biedt waar ieder kind in Nederland recht op heeft. Eventuele lokale maatwerkafspraken vormen hierop een aanvulling en zouden niet ten koste mogen gaan van het
basispakket JGZ. Wij verzoeken u daarom kritisch te kijken naar de verdeling van uw middelen over het regionale basispakket JGZ en de lokaal ingekochte maatwerkproducten JGZ. 7. Serviceorganisatie Jeugd (SOJ) De groei van het jeugdhulpgebruik is de afgelopen jaren gestabiliseerd. In de begroting 2025 is er door u opnieuw voor gekozen, vanwege evenwichtig begrotingsbeleid, zowel geen besparingen als geen groei te verwerken. Als voorstander van realistisch begroten staan wij op dit moment achter deze keuze en achten wij de opgenomen raming realistisch. Wel willen wij nogmaals meegeven dat wij de komende jaren graag met elkaar toewerken naar de situatie geen groei - wel besparingen. Dit is noodzakelijk om de jeugdhulpuitgaven, als onderdeel van de totale uitgaven binnen het sociaal domein, beheersbaar te houden.
7. Dank voor uw instemming. Wij zullen samen met u werken aan de doelstellingen van de Hervormingsagenda.
Met ingang van 2026 nemen de rijksbijdragen voor jeugdhulp in het gemeentefonds sterk af. De verwachting van het Rijk is dat de maatregelen uit de Hervormingsagenda ervoor moeten zorgen dat deze afname van rijksbijdragen opgevangen kunnen worden. In 2025 zullen deze maatregelen grotendeels doorgevoerd moeten zijn. Een van de maatregelen die in deze begroting al uitgewerkt worden, het uitvoeren van rechtmatigheidscontroles door de SOJ, ondersteunen en waarderen wij zeer. De belangrijkste besparingen moeten komen uit de versterking van de lokale teams inclusief verbinding en versteviging aanpalende domeinen (lokale voorzieningen) en de reikwijdte jeugdhulp (toe te passen door lokale teams). Onze verwachting is dat de in de Hervormingsagenda opgenomen maatregelen en forse besparingen voor regionalisering en standaardisatie in het algemeen en in ZHZ zeer beperkt tot de noodzakelijke kostenreductie zullen leiden. Wij zien de uitdagingen die hieruit voortkomen als een gedeelde verantwoordelijkheid van de deelnemende gemeenten en de DG&J en wij vragen u om ook in dit proces pro actief uw rol te nemen. 8. Ravijnjaar 2026 Als gemeente zien wij ons geconfronteerd met grote financiële uitdagingen. Het ravijnjaar 2026 is ook voor Sliedrecht een jaar waarin wij, bij ongewijzigd beleid, structureel te maken zullen krijgen met grote tekorten in het meerjarenperspectief.
Dit maakt dat we genoodzaakt zijn om in de breedte van onze verantwoordelijkheden te kijken naar ombuigingen. Dit is noodzakelijk om onze inwoners van kwalitatieve dienstverlening te kunnen blijven voorzien. Hiervoor vragen wij ook van u om uw medewerking en bijdrage te leveren. De opbrengsten zullen worden betrokken bij de besluitvorming voor de kadernota 2026. De uitwerking van de bestuursopdracht sluit aan op deze uitdaging. Wij zien met vertrouwen de uitkomsten van dit traject tegemoet.
40
8. Het algemeen bestuur bespreekt op 11 juli 2024 de uitkomst van de bestuursopdracht “Verkenning bijdrage GR DG&J aan verminderen financiële problematiek gemeenten”. Op basis van de omvang van de bij de voorstellen betrokken taken, kan een inschatting worden gemaakt van de bandbreedtes van de financiële baten van de uit te werken voorstellen. Als we kijken naar de begroting van de DG&J dan maakt het budget waarmee jeugdhulp wordt ingekocht (circa € 140 miljoen), ruim 75% uit van de totale begroting (circa € 180 miljoen). We verwachten dat de baten van het beperken van de vraag naar en het aanbod aan jeugdhulp substantieel in omvang zijn. De overige ombuigingsvoorstellen voor de DG&J hebben betrekking op een fractie van het resterende deel van
de DG&J-begroting (die in totaal circa € 40 miljoen bedraagt voor GGD, LVS, Veilig Thuis, apparaatskosten SOJ en bedrijfsvoering). De lopende bestuursopdrachten hebben ook het doel om tot een structurele inzet voor DG&J te komen, in plaats van de gestapelde incidentele inzet
Zwijndrecht (concept)
9. Tot slot Wij verwachten dat u conform de Wet op de gemeenschappelijke regelingen een reactie uit zult brengen op de door ons ingebrachte punten en dat de door ons ingebrachte punten hun weg zullen vinden in de uitvoering. 1. In aanvulling op de concept begroting 2025 welke is gebaseerd op de vastgestelde kaderbrief legt u tien (beleids)voorstellen voor. Alle voorstellen hebben invloed op de hoogte van de inwonerbijdrage, zowel incidenteel voor 2025 als structureel. Wij uitten onze zorgen over de hoeveelheid middelen die worden gevraagd in tijden dat gemeenten voor financiële uitdagende vraagstukken staan. U heeft in uw meerjarenbeleidsplan een flexibele koers bepleit en we zijn nog in afwachting van de uitkomsten van de bestuursopdracht 'financiële verkenning bijdrage DGJ vermindering financiële problematiek van deelnemende gemeenten'. Wij verwachten zo spoedig mogelijk doch uiterlijk bij uw 2e bestuursrapportage 2024 voorstellen van u te ontvangen. We willen meer inzicht in de inhoud van uw taken, organisatie inrichting en omvang en kosten in relatie tot andere vergelijkbare organisaties, zoals andere GGD'en, Veilig Thuis-organisaties en Bureaus Leerplicht. We verzoeken u om meer toelichting en onderbouwing hiervan, bijvoorbeeld uit benchmarks.
Verder vinden wij dat eerst uitkomsten van bestuurlijke verkenningen nodig zijn voordat gekozen kan worden waar middelen aan besteed worden. Wij denken hierbij aan de invulling van de functie van leerplicht en voortijdig schoolverlaten en de financiële kolom, de bijdrage van de GR DGJ aan het verminderen van financiële problematiek van gemeenten, maar ook het uitvoeringsplan voor het MJP 2024-2028. Nu worden middelen al bestemd nog voordat inhoudelijke keuzes zijn gemaakt. Deze werkwijze keuren we af en we stellen voor eerst de inhoudelijke keuzes te maken en deze pas daarna in de begroting te verwerken.
41
9. Zoals gebruikelijk zal DG&J haar reactie op de door u ingebrachte punten middels een brief aan u kenbaar maken. 1. Wij zijn bekend met de financiële situatie van de gemeenten in deze regio en de noodzaak tot bezuinigen bij verschillende van de 10 gemeenten. Wij voeren op dit moment de bestuursopdracht “Verkenning bijdrage GR DG&J aan verminderen financiële problematiek gemeenten” uit. Daarnaast loopt er een aantal andere bestuursopdrachten en trajecten, waaronder de evaluatie van de inkoop jeugdhulp (die gaat over ruim drie kwart van onze begroting). Deze bestuursopdrachten en trajecten leiden tot keuzes over de inzet van middelen. Ook bij het opstellen van het MJP-uitvoeringsprogramma kijken we scherp naar wat er nodig is om onze basisdienstverlening op orde te houden en hoe we de noodzakelijke bewegingen kunnen maken als gevolg van landelijke en regionale ontwikkelingen. Uitstellen van besluitvorming over de begrotingsvoorstellen totdat alle inhoudelijke keuzes gemaakt zijn, heeft als consequentie dat wij op een aantal onderdelen (onder andere LVS, Meldpunt Zorg & Overlast en Veilig Thuis) onze basisdienstverlening niet op orde kunnen houden. Het algemeen bestuur bespreekt op 11 juli 2024 de uitkomst van de bestuursopdracht “Verkenning bijdrage GR DG&J aan verminderen financiële problematiek gemeenten”.
Op basis van de omvang van de in de voorstellen betrokken taken, kan een inschatting worden gemaakt van de bandbreedtes van de financiële baten van de uit te werken voorstellen. Als we kijken naar de begroting van de DG&J dan maakt het budget waarmee jeugdhulp wordt ingekocht (circa € 140 miljoen), ruim 75% uit van de totale begroting (circa € 180 miljoen). We verwachten dat de baten van het
beperken van de vraag naar en het aanbod aan jeugdhulp substantieel in omvang zijn. De overige ombuigingsvoorstellen voor de DG&J hebben betrekking op een fractie van het resterende deel van de DG&J-begroting (die in totaal circa € 40 miljoen bedraagt voor GGD, LVS, Veilig Thuis, apparaatskosten SOJ en bedrijfsvoering). De lopende bestuursopdrachten hebben ook het doel om tot een structurele inzet voor DG&J te komen, in plaats van de gestapelde incidentele inzet. 2. Veilig Thuis Voor 2025 wordt, net als in 2023 en 2024, een extra inwonerbijdrage gevraagd voor de uitvoering van de taken van Veilig Thuis. Uitgaande van een vaste formatie van 58,9 fte stelt u een (tijdelijke) uitbreiding met 7,25 fte voor tot 66,15 fte. U geeft aan dat u hiermee naast het primaire proces invulling kan geven aan 'Veilig opgroeien is Teamwork' en 'Veiligheid Voorop'. Net als voorgaande jaren blijven wij hier kritisch op. Met het oog op het verleggen van taken naar het lokale veld en de consequenties van het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming, vinden wij het nog steeds logischer dat lokaal extra wordt geïnvesteerd op het thema veiligheid binnen de sociale teams van de gemeenten in plaats van extra te investeren in Veilig Thuis. Dit is passend bij onze gezamenlijke visie op investeren in preventie.
Wij geloven er in, dat wanneer alle gemeenten binnen hun lokale teams goed op sterkte zijn met betrekking tot het thema veiligheid, er minder inzet vanuit Veilig Thuis nodig is, omdat er eerder afgeschaald kan worden en meer opgepakt kan worden door de sociale teams. Zoals voorgaande jaren ook aangeven wordt het lokale veld in Zwijndrecht in staat geacht om casuïstiek vanuit Veilig Thuis ZHZ over te nemen en zelfstandig op te kunnen pakken. Voor die gemeenten waarin een regionale inzet nodig is vanuit Veilig Thuis omdat op- en afschalen nog onvoldoende tot uitvoering komt, moet u met een maatwerkoplossing komen. Hierdoor dragen betreffende gemeenten waar de formatie wel nodig is gericht bij in de kosten. Dit draagt ook bij in het evalueren van inzet versus opbrengst. Verder wordt voorgesteld dat de incidentele inzet in het kader van het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming wordt stopgezet per 2025 en dat gemeenten individuele maatwerkafspraken kunnen maken, wanneer zij willen dat Veilig Thuis zich inzet voor het Toekomstscenario. Dit kan en mag echter niet betekenen dat u daarmee geen bijdrage meer levert aan het Toekomstscenario Kind en Gezinsbescherming/ Veilig opgroeien is Teamwerk. Een ontwikkeling die moet zorgen voor een kwaliteitsverbetering voor kinderen en gezinnen. Wij verwachten dat u binnen uw formatie daar actief een bijdrage aan blijft leveren.
Wij vragen u om in samenwerking met het regionaal programmateam Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming en in afstemming met de lokale gemeenten en betrokken netwerkpartners in het vierde kwartaal van dit jaar te komen met een addendum. In
42
2. Gezien de uitgebrachte zienswijzen heeft het Algemeen Bestuur het besluit aangepast tot een uitbreiding van de formatie met 4,5 fte incidenteel voor 2025 in plaats van de voorgestelde 7,25 fte. De 7,25 fte is becijferd op basis van de prognose van de instroom voor 2025 (4600 meldingen) en is noodzakelijk voor de uitvoering van de wettelijke taken (er is sprake van een landelijk homogeen product met een landelijk vastgesteld handelingsprotocol en doorlooptijden), de basisinzet voor VOiT/ toekomstscenario en het landelijk programma Veiligheid Voorop. Met dit besluit is sprake van een bezuiniging. Het Algemeen Bestuur heeft opdracht gegeven een impactanalyse op te leveren op basis van deze bezuiniging voor 2025, gericht op de indicatoren in de begroting en voortzetting deelname aan de lopende programma's VOiT/ toekomstscenario en Veiligheid Voorop. Deze impactanalyse zal in het vierde kwartaal van 2024 worden aangeboden aan het Algemeen Bestuur. Wij hechten eraan ook hier te benadrukken dat wij ook in het komend jaar proactief bijdragen aan VOIT op regionaal en tactisch niveau en hierover ook bestuurlijk adviseren, zoals u van ons verwacht. Wel zal de mate waarin dit plaatsvindt, afhankelijk zijn van de keuzes die worden gemaakt op basis van de impactanalyse. Binnen het programma wordt door de relevante partners sturing gegeven aan het proces naar invoering van o.a.
het Toekomstscenario, waarbij ook de rollen van de verschillende partners in het nieuwe model gezamenlijk vorm krijgt. Het is niet gewenst of haalbaar hierin 1 van de partners uit te lichten. Toegezegd aan het regionale programmateam VOIT is door VT dat beschikbare middelen voor de
dit addendum is opgenomen hoe en in welke vorm u per gemeente een bijdrage levert aan Veilig Opgroeien is Teamwerk. Daarnaast vragen we u om aan te geven hoe u zich als organisatie voorbereidt op de vormgeving van het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming. Welke mogelijkheden ziet u om uw organisatie anders vorm te geven in samenwerking en afstemming met uw netwerkpartners? Hoe kunt u meer gebiedsgericht gaan werken? Dit addendum kan in het AB worden vastgesteld en mede als basis dienen voor uw begroting 2026.
3. Meldpunt Zorg en Overlast Waar in de begroting 2024 nog werd gesproken over een plan van aanpak om de incidentele extra middelen af te bouwen, wordt in de begroting 2025 gevraagd om deze middelen nogmaals incidenteel toe te kennen en uit te breiden met nog eens 2 FTE. In onze zienswijze bij de concept begroting 2024 hebben wij al opgeroepen tot een concrete planning om tot afbouw van de incidentele middelen te komen. Ook nu zijn wij, in het licht van de financieel onzekere tijden, tegen het toekennen van extra middelen voor het Meldpunt Zorg & Overlast en het toevoegen van incidentele extra formatie. We nemen minimaal diensten af van dit meldpunt en hebben zelf een lokaal zorgnetwerk ingericht. We missen nog steeds een plan van aanpak over een andere werkwijze van dit meldpunt. In uw jaarrekening lezen wij dat u voor andere gemeenten uit onze regio aanvullende taken verricht, zoals de operationele inzet van wijk GGD-ers en projectcoördinatie. Wij vertrouwen erop dat u met de betrokken gemeenten maatwerkafspraken heeft gemaakt over de financiering van deze activiteiten. Ter bevestiging willen wij inzage in de taken die het meldpunt uitvoert voor de bijdrage die Zwijndrecht betaald.
43
operationele inzet van VT regionaal en per lokaal team in programma VOIT worden aangeleverd door VT, in het door u gevraagde addendum, in Q4 2024. Gewenste aanvullende inzet in uitvoerende (regionale) pilots, projecten of programma's die operationele capaciteit vragen van Veilig Thuis, wordt overwogen op basis van een separate uitvoeringstoets en kostenraming (maatwerk). Wij onderschrijven dat niet iedere melding hetzelfde soort werkzaamheden vraagt. Hierop is het rekenmodel dat al meerdere jaren wordt benut voor Veilig Thuis gestoeld. Elke melding dient een proces van triage te doorlopen. Iedere melding 'kost' werk, niet iedere melding vraagt evenveel intensiteit. Op basis van de triage dient een variant; bijv. onderzoek, advies of overdracht, te worden gestart. De urenbesteding hiervan verschilt. Het rekenmodel is hierop gebouwd en gevalideerd aan de hand van trend en realisatie. Veilig Thuis ZHZ hanteert in dit rekenmodel een fors lagere urennorm voor de afhandeling van de verschillende soorten meldingen dan het VNG model. Dit is mogelijk gemaakt door procesoptimalisatie en werkt tevens beperkend voor verdere negatieve bijstelling. In de aanname voor 2025 is uitgegaan van een hoger aantal overdrachten/ adviezen en minder onderzoek, anders dan de realisatie in 2023 en eerste helft 2024 laat zien.
Hierbij is uitgegaan van het beleidseffect van verdere implementatie en bekendheid van de meldcode. 3. Dank voor uw reactie. Op basis van de ontvangen zienswijzen hebben we gezien dat er geen steun is voor de uitbreiding met 3 fte, maar voor 1 fte. Middels een impactanalyse wordt voor het Algemeen Bestuur inzichtelijk gemaakt wat de consequenties voor de uitvoering zijn als gevolg van deze bezuiniging voor de indicatoren en de wettelijke kaders. Er is in het Algemeen Bestuur gerapporteerd over de voortgang van activiteiten door team OGGZ om tot afbouw van incidentele middelen te komen. Ter illustratie; de inzet van de wijk-GGD is in verschillende gemeenten succesvol en adviseren wij lokaal in te zetten. Ook is er middels landelijk beleid juist ingezet op het melden van meer casuïstiek bij het meldpunt
zorg en overlast bij politiemeldingen. Per saldo wordt er over meer mensen gemeld. Deze meldingen moeten worden getriageerd en vervolgens op maat worden opgepakt. Dit is het gevolg van een groeiende kwetsbare doelgroep, maar ook als gevolg van preventieve maatregelen (zoals genoemd; het doen melding bij meldpunt zorg en overlast van E33politiemutaties), waardoor de doelgroep ook beter in zicht is. Er is nog geen indicatie dat er andere landelijke of regionale beleidsinitiatieven zijn die deze groei of de behoefte aan dit zicht doen afnemen. Andere activiteiten die het team OGGZ kan ondernemen binnen de uitvoeringsopdracht om dit te keren, binnen dit staande beleid, zijn beperkt. De eerste burap van 2024 laat de laatste ontwikkeling (stijging) in het aantal meldingen zien. 4. Leerplicht en Vroegtijdig Schoolverlaten (LVS) Op dit moment loopt een bestuursopdracht gericht op verbetering van de aanpak voor het voorkomen en oplossen van schoolverzuim en schooluitval, waarin gesignaleerde knelpunten in de keten worden opgelost. Helder moet hieruit ook worden wie welke verantwoordelijkheid in de keten heeft en wat dit betekent voor bezetting en financiering van LVS. De uitkomsten van dit onderzoek zijn nog niet bekend.
Zolang er onvoldoende zicht is op de taakstelling, rol en inzet van LVS in de zorgketen, kan van ophoging van de gevraagde middelen wat ons betreft geen sprake zijn, ook niet vanuit het jaarresultaat 2023. Door de rol van LVS meer te centreren rondom handhaving kan gekeken worden naar andere verdeling en inzet van de huidige middelen om de toenemende vraag toch op te kunnen vangen. In de uitwerking van de bestuursopdracht moet, bij de uitwerking van de scenario’s, rekening gehouden te worden met de bezuinigingsopgave voor het ravijnjaar 2026 waarmee alle gemeenten kampen.
44
4. Er is al enkele jaren extra middelen nodig om de basistaken LVS uit te voeren, als gevolg van stijging van het aantal meldingen. In het eerste half jaar van 2024 is opnieuw een forse stijging van verzuimmeldingen zichtbaar (1e burap). De bezetting van LVS is onder de formatienorm, ook zonder deze aan de orde zijnde groei. Op dit moment loopt de Bestuursopdracht LVS waarin door gemeenten een voorstel wordt uitgewerkt voor het gezamenlijk toewerken naar een passende basisformatie voor het uitvoeren van de LVS-taken in Zuid-Holland Zuid. Het verbeteren van de ketensamenwerking is een onderdeel van deze bestuursopdracht. Het niet toekennen van de begrote incidentele middelen heeft als consequentie dat vroeg in het jaar 2025 opnieuw een begrotingswijziging nodig is, wanneer de al in 2023 ingezette groei niet afneemt naar het oude niveau van aantallen cases, als de groei doorzet en/ of als uit de bestuursopdracht LVS blijkt dat extra middelen nodig zijn. Zonder middelen kunnen de basistaken van LVS niet langer op hetzelfde niveau worden uitgevoerd. De zienwijzen laten zien dat het frequent aanvragen van incidentele middelen bij gemeenten niet de voorkeur heeft. Mocht bijvoorbeeld uit de bestuursopdracht blijken dat de extra inzet niet meer nodig is dan vallen de gereserveerde middelen terug in de bestemmingsreserve.
5. Jeugdgezondheidszorg (JGZ) JongJGZ heeft aangegeven dat het niet binnen de gestelde indexatie voor het jaar 2024 en verder de uitvoering kan laten plaatsvinden. Er ligt een verzoek tot structurele bijstelling van de opdrachtsom bij de DGJ en u bent daarover in gesprek. Deze gesprekken kunnen ertoe leiden dat medio 2024 een bestuurlijk voorstel volgt met een verzoek tot aanvullende middelen en/of bijstelling van het takenpakket, pleiten wij ervoor dat hier zo snel mogelijk duidelijkheid over komt. Dit zodat wij hier tijdig rekening mee kunnen houden binnen onze eigen P&C cyclus. Ook hierbij gaan we uit van uw inzet om aanvulling van de middelen tot een minimum te beperken en ook mogelijkheden tot afname van het takenpakket te komen.
5. Bij de eerste BURAP volgt ons voorstel ten aanzien van de indexering van de opdrachtsom van Jong JGZ voor 2024. Ons uitgangspunt hierbij is dat het basispakket JGZ basiszorg biedt waar ieder kind in Nederland recht op heeft. Eventuele lokale maatwerkafspraken vormen hierop een aanvulling en zouden niet ten koste mogen gaan van het basispakket JGZ. Wij verzoeken u daarom kritisch te kijken naar de verdeling van uw middelen over het regionale basispakket JGZ en de lokaal ingekochte maatwerkproducten JGZ.
6. Serviceorganisatie Jeugd (SOJ) De groei van het jeugdhulpgebruik is de afgelopen jaren gestabiliseerd. In de begroting 2025 is er door u opnieuw voor gekozen, vanwege evenwichtig begrotingsbeleid, zowel geen besparingen als geen groei te verwerken. Als voorstander van realistisch begroten staan wij op dit moment achter deze keuze en achten wij de opgenomen raming realistisch. Wel willen wij nogmaals meegeven dat wij de komende jaren graag met elkaar toewerken naar de situatie geen groei - wel besparingen. Dit is noodzakelijk om de jeugdhulpuitgaven, als onderdeel van de totale uitgaven binnen het sociaal domein, beheersbaar te houden.
6. Dank voor uw instemming. Wij zullen samen met u werken aan de opgave om de jeugdhulpuitgaven beheersbaar te houden.
Bij de concept begroting 2023 en 2024 hebben wij gebruik gemaakt van de mogelijkheid om de raming aan te passen naar onze inzichten. Er is een taakstelling opgenomen van 50% van de kosten van de Top 10 duurste cliënten voor een bedrag van € 1,35 mln. (prijspeil 2023). Deze hebben we voor een deel ingevuld, waardoor voor 2024 nog een taakstelling van € 700.000 resteert. Ondanks onze maatregelen om de top 10 cliënten om kosten te laten dalen, worden we helaas nog wel geconfronteerd met de groei van jeugdigen met een complexe zorgvraag. Omdat u in uw concept begroting geen rekening houdt met groei, kiezen we er voor dit jaar voor de raming niet aan te passen. Met ingang van 2026 nemen de rijksbijdragen voor jeugdhulp in het gemeentefonds sterk af. De verwachting van het Rijk is dat de maatregelen uit de Hervormingsagenda ervoor moeten zorgen dat deze afname van rijksbijdragen opgevangen kunnen worden. In 2025 moeten deze maatregelen grotendeels doorgevoerd zijn. De belangrijkste besparingen moeten komen uit de versterking van de lokale teams inclusief verbinding en versteviging aanpalende domeinen (lokale voorzieningen) en de reikwijdte jeugdhulp (toe te passen door lokale teams).
Onze verwachting is dat de in de Hervormingsagenda opgenomen maatregelen en forse besparingen voor regionalisering en standaardisatie in het algemeen en in Zuid-Holland zuid zeer beperkt tot de noodzakelijke kostenreductie zullen leiden. We concluderen dat de verwachting van het Rijk ten aanzien van de maatregelen uit de Hervormingsagenda niet realistisch is. Wij zien de uitdagingen die hieruit voortkomen als een gedeelde verantwoordelijkheid van de deelnemende gemeenten en de DGJ en wij verwachten
45
dat u ook in dit proces pro actief uw rol inneemt, zoals een gerichte lobby richting het Rijk over de Hervormingsagenda.
46