CConstaterende datHendrik-Ido-Ambacht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 bij raadsvoorstel 9.4 - Was-wordt Apv

commissie ABA-Financiën openbaar 15 december 2021, gemeente Hendrik-Ido-AmbachtBij agendapunt: Algemene Plaatselijke Verordening technisch omgezet - n.a.v. inwerkingtreding Omgevingswet10.999 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 1:1 Defiities

Artikel 1:1 Defiities

In deze verordening wordt verstaan onder:

In deze verordening wordt verstaan onder:

a.

bebouwde kom: de bebouwde kom of kommen weergegeven op de kaart in bijlage 1 bij deze verordening;

b.

bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

c.

d.

e.

f.

g.

h.

a.

bebouwde kom: de bebouwde kom of kommen weergegeven op de kaart in bijlage 1 bij deze verordening;

b.

beperkingengebiedactivitei t: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet;

c.

bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Omgevingswet.

d.

bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 1994;

Bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet;

e.

college: het college van burgemeester en wethouders;

bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 1994;

f.

college: het college van burgemeester en wethouders;

g.

gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving;

h.

handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen;

i.

motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;

bouwwerk: bouwwerk als bedoeld in artikel 1 van de vigerende Bouwverordening Hendrik-Ido-Ambacht;

gebouw: gebouw als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet; handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen; motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en

Toevoegingen

verkeerstekens 1990; i.

j.

k.

l.

openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; openbare plaats: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties; parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht;

m. voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens, zoals kruiwagens en kinderwagens, en rolstoelen; n.

j.

openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn;

k.

openbare plaats: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties;

l.

parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;

m. rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht; n.

voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens, zoals kruiwagens en kinderwagens, en rolstoelen;

o.

weg: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994.

weg: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994.

Bestaande tekst Artikel 1:i2 Beellsleerisn

Nieuwe tekst Artikel 1:i2 Beellsleerisn

1.Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of onthefng binnen acht

1. Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of onthefng binnen acht

Toevoeging

weken na de datum van ontvangst van de aanvraag.

weken na de datum van ontvangst van de aanvraag.

2.Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken verdagen.

2. Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken verdagen.

3.In afwijking van het eerste en tweede lid is artkel 3.9 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing als beslist wordt op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artkel 2.10, eerste lid of een vergunning als bedoeld in artkel 4:11.

3. Dit artkel is niet van toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning.

Bestaande tekst Artikel 1:i4 Vooorlhrrste e beperks ge

Nieuwe tekst Artikel 1:i4 Vooorlhrrste e beperks ge

1. Aan een vergunning of onthefng kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of onthefng is vereist.

1. Aan een vergunning of onthefng kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of onthefng is vereist.

2. Degene aan wie een vergunning of onthefng is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen.

2. Degene aan wie een vergunning of onthefng is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen.

Toevoeging

3. Dit artkel is niet van toepassing op een omgevingsvergunning. Bestaande tekst Artikel 1:i5 Peerloo lsnk karakeer va vergu s g of o ereffi g

Nieuwe tekst Artikel 1:i5 Peerloo lsnk karakeer va vergu s g of o ereffi g

De vergunning of onthefng is

1. De vergunning of onthefng

Toevoeging

persoonlijk, tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald of de aard van de vergunning zich daartegen verzet.

is persoonlijk, tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald of de aard van de vergunning zich daartegen verzet. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op een omgevingsvergunning.

Bestaande tekst Artikel 1:i6 In erekks g of wsnzsgs g va vergu s g of o ereffi g

Nieuwe tekst Artikel 1:i6 In erekks g of wsnzsgs g va vergu s g of o ereffi g

De vergunning of onthefng kan worden ingetrokken of gewijzigd als:

1. De vergunning of onthefng kan worden ingetrokken of gewijzigd als:

a. ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt;

a. ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt;

b. op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning of onthefng, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of onthefng is vereist;

b. op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning of onthefng, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of onthefng is vereist;

c. de aan de vergunning of onthefng verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;

c. de aan de vergunning of onthefng verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;

d. van de vergunning of onthefng geen gebruik wordt gemaakt binnen of gedurende een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn;

d. van de vergunning of onthefng geen gebruik wordt gemaakt binnen of gedurende een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn;

e. de houder dit verzoekt.

e. de houder dit verzoekt. 2. Hee eerlee lsd sl see va

Toevoeging

eoepalls g op ee oigevs glvergu Bestaande tekst Artikel 2:i10 Vooorwerpe op of aa de weg of ope bare plaael 1. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegde bestuursorgaan een openbare plaats anders te gebruiken dan overeenkomstg de publieke functe daarvan. 2. De vergunning wordt verleend als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag als het in het eerste lid bedoelde gebruik een actviteit betreft als bedoeld in artkel 2.2, eerste lid, onder j of k, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 3. Het verbod is niet van toepassing op: a. evenementen als bedoeld in artkel 2:24; b. standplaatsen als bedoeld in artkel 5:17; c. voorwerpen of stofen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard. d. objecten die geplaatst worden door de gemeente. 4. Het verbod is voorts niet van toepassing op de volgende voorwerpen mits wordt voldaan aan het bepaalde in het vierde lid en aan de nadere regels uit hoofde van het vijfde lid en er uiterlijk 10 werkdagen voorafgaand aan het anders gebruiken van de openbare plaats dan de publieke functe ervan schriftelijk of digitaal

s g.

Nieuwe tekst Artikel 2:i10 Vooorwerpe op of aa de weg of ope bare plaael 1. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegde bestuursorgaan een openbare plaats anders te gebruiken dan overeenkomstg de publieke functe daarvan. 2. De vergunning wordt verleend als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag als het in het eerste lid bedoelde gebruik een actviteit betreft als bedoeld in artkel 2.2, eerste lid, onder j of k, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 2. Het verbod is niet van toepassing op: a. evenementen als bedoeld in artkel 2:24; b. standplaatsen als bedoeld in artkel 5:17; c. voorwerpen of stofen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard. d. objecten die geplaatst worden door de gemeente. 3. Het verbod is voorts niet van toepassing op de volgende voorwerpen mits wordt voldaan aan de krachtens het vierde lid gestelde nadere regels: a. uitstallingen; b. bouwobjecten; c. plantenbakken en banken; d. spandoeken; e. reclameborden t.b.v. verkiezingen; f. springkussens; g. nader door het college aan te wijzen categorieën van voorwerpen.

Toevoeging

een melding is gedaan. a. uitstallingen; b. bouwobjecten; c. plantenbakken en banken; d. spandoeken; e. reclameborden t.b.v. verkiezingen; f. springkussens; g. nader door het college aan te wijzen categorieën van voorwerpen. 5. Het college stelt nadere regels voor de categorieën genoemd in het vierde lid. 6. Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Wegenverordening ZuidHolland of het wegenreglement van de provincie Zuid-Holland. 7. In dit artkel wordt onder bevoegd bestuursorgaan verstaan het college of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artkel 174 van de Gemeentewet, de burgemeester.

4. Het college stelt nadere regels voor de categorieën, bedoeld in het derde lid. 5. Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening. 6. In dit artkel wordt onder bevoegd bestuursorgaan verstaan het college of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artkel 174 van de Gemeentewet, de burgemeester. 7. Op de aanvraag om een, niet zijnde een omgevingsvergunningvergunning , is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positeve ficteve beschikking bij niet tjdig beslissen: van toepassing.

8. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positeve ficteve beschikking bij niet tjdig beslissen: van toepassing. Bestaande tekst Artikel 2:i11 (Oigevs gl)vergu s g voor ree aa legge , belhradsge e vera dere va ee weg

Nieuwe tekst Artikel 2:i11 (Oigevs gl)vergu s g voor ree aa legge , belhradsge e vera dere va ee weg

Toevoeging

1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegde bestuursorgaan een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spiten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg.

1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegde bestuursorgaan een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spiten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg.

2. De vergunning wordt verleend als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, als de actviteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan, beheersverordening, exploitateplan of voorbereidingsbesluit.

2. De vergunning wordt verleend als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, als de actviteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan, beheersverordening, exploitateplan of voorbereidingsbesluit.

3. Het verbod is niet van toepassing voor zover in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam werkzaamheden worden verricht.

2. Het verbod is niet van toepassing voor zover in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam werkzaamheden worden verricht.

4. Het verbod is voorts niet van toepassing op situates waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wegenwet, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de waterschapskeur, de Wegenverordening ZuidHolland, de Telecommunicatewet of de daarop gebaseerde Telecommunicateverordening gemeente Hendrik-IdoAmbacht.

3. Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening of op situates waarin wordt voorzien door artkel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, de Wegenwet, het Wetboek van Strafrecht of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatewet.

5. Op de aanvraag om een vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positeve ficteve beschikking bij niet

5. Op de aanvraag om een vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3

tjdig beslissen: van toepassing.

van de Algemene wet bestuursrecht (positeve ficteve beschikking bij niet tjdig beslissen: van toepassing.

Bestaande tekst Artikel 2:i12 aake of vera dere va ee useweg

Nieuwe tekst Artikel 2:i12 aake of vera dere va ee useweg

1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg.

1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg.

2. In afwijking van het bepaalde in artkel 1:8 wordt de vergunning slechts geweigerd: a. ter voorkoming van gevaar voor het verkeer op de weg; b. als de uitweg zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats; c. als door de uitweg het openbaar groen op onaanvaardbare wijze wordt aangetast; of d. als er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare parkeerplaats of het openbaar groen. 3. Het college kan nadere regels stellen voor hetgeen genoemd in het eerste lid. 4. Het verbod is niet van toepassing op situates waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de waterschapskeur, de wegenverordening Zuid-

2. In afwijking van het bepaalde in artkel 1:8 wordt de vergunning slechts geweigerd: a. ter voorkoming van gevaar voor het verkeer op de weg; b. als de uitweg zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats; c. als door de uitweg het openbaar groen op onaanvaardbare wijze wordt aangetast; of d. als er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare parkeerplaats of het openbaar groen. 3. Het college kan nadere regels stellen voor hetgeen genoemd in het eerste lid. 3. Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale

Toevoeging

Holland of het wegenreglement van de provincie Zuid-Holland.

omgevingsverordening of waterschapsverordening.

Bestaande tekst Artikel 2:i21 Vooorzse s ge voor verkeer e verlshrti g

Nieuwe tekst Artikel 2:i21 Vooorzse s ge voor verkeer e verlshrti g

1. De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten behoeve van het verkeer of de openbare verlichtng worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.

1. De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten behoeve van het verkeer of de openbare verlichtng worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.

2. Het eerste lid is niet van toepassing op situates waarin wordt voorzien door de Waterstaatswet 1900, de Onteigeningswet, of de belemmeringenwet Privaatrecht.

2. Het eerste lid is niet van toepassing op situates waarin wordt voorzien door hoofdstuk 10 van de Omgevingswet.

Bestaande tekst Artikel 2:i28b Wesgers glgro de

Nieuwe tekst Artikel 2:i28b Wesgers glgro de

1. De burgemeester weigert de vergunning indien: a. de vestging of exploitate van de inrichtng in strijd is met een geldend bestemmingsplan; b. niet voldaan is aan de ingevolge deze afdeling voor de exploitant en leidinggevenden geldende eisen.

1. De burgemeester weigert de vergunning indien: a. de vestging of exploitate van de inrichtng in strijd is met een geldend omgevingsplan; b. niet voldaan is aan de ingevolge deze afdeling voor de exploitant en leidinggevenden geldende eisen.

2. In afwijking van artkel 1:8 kan de burgemeester de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat: a. de woon- en leefsituate in de omgeving van de inrichtng

2. In afwijking van artkel 1:8 kan de burgemeester de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat: a. de woon- en leefsituate in de omgeving van de inrichtng

Toevoeging

Toevoeging

of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed; of b. de exploitant of de leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is.

of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed; of b. de exploitant of de leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is.

3. Bij de toepassing van de in het tweede lid genoemde weigeringsgrond houdt de burgemeester rekening met het karakter van de straat en de wijk waarin de inrichtng is gelegen of zal zijn gelegen; de aard van de inrichtng; de spanning waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitate en de wijze van bedrijfsvoering van de exploitant en/of leidinggevenden in deze of in andere inrichtngen, alsmede hun antecedenten.

3. Bij de toepassing van de in het tweede lid genoemde weigeringsgrond houdt de burgemeester rekening met het karakter van de straat en de wijk waarin de inrichtng is gelegen of zal zijn gelegen; de aard van de inrichtng; de spanning waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitate en de wijze van bedrijfsvoering van de exploitant en/of leidinggevenden in deze of in andere inrichtngen, alsmede hun antecedenten.

Bestaande tekst Artikel 2:i39 Speelgelege rede

Nieuwe tekst Artikel 2:i39 Speelgelege rede

1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren.

1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren.

2. Het verbod is niet van toepassing op situates waarin wordt voorzien door de Wet op de kansspelen.

2. Het verbod is niet van toepassing op situates waarin wordt voorzien door de Wet op de kansspelen

3. Onverminderd het bepaalde in artkel 1:8 weigert de burgemeester de vergunning als: a. naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituate in de omgeving van de speelgelegenheid of de openbare orde op

3. Onverminderd het bepaalde in artkel 1:8 weigert de burgemeester de vergunning als: a. naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituate in de omgeving van de speelgelegenheid of de openbare orde op

Toevoeging

ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitate van de speelgelegenheid; b. de exploitate van de speelgelegenheid in strijd is met een geldend bestemmingsplan. 4. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positeve beschikking bij niet tjdig beslissen: niet van toepassing.

ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitate van de speelgelegenheid; b. de exploitate van de speelgelegenheid in strijd is met het omgevingsplan 4. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positeve beschikking bij niet tjdig beslissen: niet van toepassing

Bestaande tekst Artikel 2:i60 Houde of voere va rs derlsnke of lhradelsnke dsere

Nieuwe tekst Artikel 2:i60 Houde of voere va rs derlsnke of lhradelsnke dsere

1. Het is verboden op door het college ter voorkoming of ophefng van overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichtng in de zin van de Wet milieubeheer, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren: a. aanwezig te hebben; b. aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het college in het aanwijzingsbesluit gestelde regels; c. aanwezig te hebben in een groter aantal dan in het aanwijzingsbesluit is aangegeven; of d. te voeren.

1. Het is verboden op door het college ter voorkoming of ophefng van overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichtng in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren: a. aanwezig te hebben; b. aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het college in het aanwijzingsbesluit gestelde regels; c. aanwezig te hebben in een groter aantal dan in het aanwijzingsbesluit is aangegeven; of d. te voeren.

2. Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen binnen een krachtens het eerste lid aangewezen plaats onthefng verlenen van een of meer verboden als bedoeld in het eerste lid.

2. Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen binnen een krachtens het eerste lid aangewezen plaats

Toevoeging

onthefng verlenen van een of meer verboden als bedoeld in het eerste lid. Bestaande tekst Artikel 2:i71 eei stie

Nieuwe tekst Artikel 2:i71 eei stie

In deze afdeling wordt onder consumentenvuurwerk verstaan hetgeen daaronder wordt verstaan in het Vuurwerkbesluit.

In deze afdeling wordt onder consumentenvuurwerk verstaan vuurwerk van categorie F1, F2 of F3 dat op grond van artkel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor partculier gebruik.

Bestaande tekst Artikel 3:i7 Wesgers glgro de

Nieuwe tekst Artikel 3:i7 Wesgers glgro de

1. Onverminderd het bepaalde in artkel 1:8 wordt een vergunning geweigerd als: a. de exploitant of de beheerder onder curatele staat; b. de exploitant of de beheerder onherroepelijk is veroordeeld voor een geweldsof zedendelict of voor mensenhandel, of in enig ander opzicht van slecht levensgedrag is; c. de exploitant of de beheerder de leeftijd van 21 jaar nog niet heeft bereikt; d. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn; e. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de aanvrager in strijd zal handelen met aan de vergunning verbonden beperkingen of voorschriften; f. er aanwijzingen zijn dat voor of bij het seksbedrijf personen tewerkgesteld zijn of zullen zijn

1. Onverminderd het bepaalde in artkel 1:8 wordt een vergunning geweigerd als: a. de exploitant of de beheerder onder curatele staat; b. de exploitant of de beheerder onherroepelijk is veroordeeld voor een geweldsof zedendelict of voor mensenhandel, of in enig ander opzicht van slecht levensgedrag is; c. de exploitant of de beheerder de leeftijd van 21 jaar nog niet heeft bereikt; d. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn; e. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de aanvrager in strijd zal handelen met aan de vergunning verbonden beperkingen of voorschriften; f. er aanwijzingen zijn dat voor of bij het seksbedrijf personen tewerkgesteld zijn of zullen zijn

Toevoeging

Toevoeging

die, als het prosttuees betreft, nog niet de leeftijd van 21 jaar hebben bereikt, als het overige personen betreft, nog niet de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt, slachtofer zijn van mensenhandel of verblijven of werken in strijd met het bepaalde bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000; g. de exploitant of de beheerder minder dan vijf jaar voorafgaand aan de dag dat de vergunning wordt aangevraagd, wegens een misdrijf onherroepelijk is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van meer dan 6 maanden; h. de exploitant of de beheerder minder dan 5 jaar voorafgaand aan de dag dat de vergunning wordt aangevraagd, bij meer dan 1 rechterlijke uitspraak of strafbeschikking onherroepelijk veroordeeld is tot een onvoorwaardelijke geldboete van € 500 of meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artkel 9, eerste lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van: 1°. bepalingen, gesteld bij of krachtens de Alcoholwet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet 2000, de Wet arbeid vreemdelingen en hoofdstuk 3 van deze verordening; 2°. de artkelen 137c tot en met 137g, 140, 416, 417, 417bis, 420bis tot en met 420quinquies, 426 en 429quater van het Wetboek van Strafrecht; 3°. artkel 69 van de Algemene wet inzake rijksbelastngen;

die, als het prosttuees betreft, nog niet de leeftijd van 21 jaar hebben bereikt, als het overige personen betreft, nog niet de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt, slachtofer zijn van mensenhandel of verblijven of werken in strijd met het bepaalde bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000; g. de exploitant of de beheerder minder dan vijf jaar voorafgaand aan de dag dat de vergunning wordt aangevraagd, wegens een misdrijf onherroepelijk is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van meer dan 6 maanden; h. de exploitant of de beheerder minder dan 5 jaar voorafgaand aan de dag dat de vergunning wordt aangevraagd, bij meer dan 1 rechterlijke uitspraak of strafbeschikking onherroepelijk veroordeeld is tot een onvoorwaardelijke geldboete van € 500 of meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artkel 9, eerste lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van: 1°. bepalingen, gesteld bij of krachtens de Alcoholwet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet 2000, de Wet arbeid vreemdelingen en hoofdstuk 3 van deze verordening; 2°. de artkelen 137c tot en met 137g, 140, 416, 417, 417bis, 420bis tot en met 420quinquies, 426 en 429quater van het Wetboek van Strafrecht; 3°. artkel 69 van de Algemene wet inzake rijksbelastngen;

4°. de artkelen 8 en 162, derde lid, alsmede de artkelen 6 juncto 8 en 163 van de Wegenverkeerswet 1994; 5°. de artkelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen; of 6°. de artkelen 54 en 55 van de Wet wapens en munite. i. een maximum als bedoeld in artkel 3:5 is vastgesteld en dit maximum al is bereikt of een maximum als bedoeld in artkel 3:5 al is bereikt; j. de voorgenomen uitoefening van het seksbedrijf strijd zal opleveren met een geldend bestemmingsplan, een bestemmingsplan in ontwerp dat ter inzage is gelegd, een beheersverordening of een aanwijzing als bedoeld in artkel 3:4. 2. Met een veroordeling als bedoeld in het eerste lid, onder g, wordt gelijkgesteld: a. een bevel tot tenuitvoerlegging van een zodanige voorwaardelijke straf; b. vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in artkel 74, tweede lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht of artkel 76, derde lid, onder a, van de Algemene wet inzake rijksbelastngen, tenzij de geldsom minder dan € 375 bedraagt. 3. De periode van vijf jaar, bedoeld in het eerste lid, onder g en h, wordt bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf de datum van de intrekking van deze vergunning. 4. Voor de berekening van de periode van vijf jaar, bedoeld in het eerste lid, onder g en h,

4°. de artkelen 8 en 162, derde lid, alsmede de artkelen 6 juncto 8 en 163 van de Wegenverkeerswet 1994; 5°. de artkelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen; of 6°. de artkelen 54 en 55 van de Wet wapens en munite. i. een maximum als bedoeld in artkel 3:5 is vastgesteld en dit maximum al is bereikt of een maximum als bedoeld in artkel 3:5 al is bereikt; j. de voorgenomen uitoefening van het seksbedrijf strijd zal opleveren met het omgevingsplan of een bekendgemaakte ontwerpwijziging daarvan of een aanwijzing als bedoeld in artkel 3:4. 2. Met een veroordeling als bedoeld in het eerste lid, onder g, wordt gelijkgesteld: a. een bevel tot tenuitvoerlegging van een zodanige voorwaardelijke straf; b. vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in artkel 74, tweede lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht of artkel 76, derde lid, onder a, van de Algemene wet inzake rijksbelastngen, tenzij de geldsom minder dan € 375 bedraagt. 3. De periode van vijf jaar, bedoeld in het eerste lid, onder g en h, wordt bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf de datum van de intrekking van deze vergunning. 4. Voor de berekening van de periode van vijf jaar, bedoeld in het eerste lid, onder g en h, telt de periode waarin een

telt de periode waarin een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf is ondergaan, niet mee. 5. Een vergunning kan in ieder geval worden geweigerd: a. voor een seksbedrijf waarvoor de vergunning op grond van artkel 3:9, eerste lid, aanhef en onder a tot en met f, of tweede lid, aanhef onder a tot en met g, of in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artkel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur is ingetrokken, gedurende een periode van vijf jaar na de intrekking; b. als niet is voldaan aan een bij of krachtens artkel 3:6 gestelde eis met betrekking tot de aanvraag, mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad de aanvraag binnen een door het bevoegde bestuursorgaan gestelde termijn aan te vullen; c. als de vergunning geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op het uitoefenen van een prosttutebedrijf in een seksinrichtng waarvoor eerder een vergunning is ingetrokken, of in die seksinrichtng eerder zonder vergunning een prosttutebedrijf is uitgeoefend; d. als de openbare orde, de woon- en leefomgeving of de veiligheid en de gezondheid van prosttuees of klanten nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van de seksinrichtng waarvoor de vergunning is aangevraagd; e. als het bedrijfsplan niet voldoet aan artkel 3:15, eerste

onvoorwaardelijke vrijheidsstraf is ondergaan, niet mee. 5. Een vergunning kan in ieder geval worden geweigerd: a. voor een seksbedrijf waarvoor de vergunning op grond van artkel 3:9, eerste lid, aanhef en onder a tot en met f, of tweede lid, aanhef onder a tot en met [e OF f OF g], of in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artkel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur is ingetrokken, gedurende een periode van vijf jaar na de intrekking; b. als niet is voldaan aan een bij of krachtens artkel 3:6 gestelde eis met betrekking tot de aanvraag, mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad de aanvraag binnen een door het bevoegde bestuursorgaan gestelde termijn aan te vullen; c. als de vergunning geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op het uitoefenen van een prosttutebedrijf in een seksinrichtng waarvoor eerder een vergunning is ingetrokken, of in die seksinrichtng eerder zonder vergunning een prosttutebedrijf is uitgeoefend; d. als de openbare orde, de woon- en leefomgeving of de veiligheid en de gezondheid van prosttuees of klanten nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van de seksinrichtng waarvoor de vergunning is aangevraagd; e. als het bedrijfsplan niet voldoet aan artkel 3:15, eerste en tweede lid;

en tweede lid; f. als onvoldoende aannemelijk is dat de exploitant de bij artkel 3:17 gestelde verplichtngen zal naleven; g. als het escortbedrijf wordt gevestgd in een woonruimte waarvoor geen vergunning als bedoeld in artkel 21, aanhef en onder a, van de Huisvestngswet 2014 is verleend.

f. als onvoldoende aannemelijk is dat de exploitant de bij artkel 3:17 gestelde verplichtngen zal naleven; g. als het escortbedrijf wordt gevestgd in een woonruimte waarvoor geen vergunning als bedoeld in artkel 21, aanhef en onder a, van de Huisvestngswet 2014 is verleend.

Bestaande tekst Artikel 3:i9 In erekks glgro de

Nieuwe tekst Artikel 3:i9 In erekks glgro de

1. De vergunning wordt ingetrokken als: a. de verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken te zijn dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling daarvan de juiste gegevens bekend waren geweest; b. de vergunning in strijd met een wetelijk voorschrift is gegeven; c. is gehandeld in strijd met de artkelen 3:10, 3:13, aanhef en onder a, 3:14[, eerste OF tweede lid], 3:15 en 3:17, eerste lid, en tweede lid, aanhef en onderdeel b, aanhef en onder 1°; d. zich binnen het seksbedrijf feiten hebben voorgedaan die de vrees wetgen, dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar oplevert voor de openbare orde of veiligheid; e. zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in artkel 3:7, eerste lid, onder a tot en met h; f. de vergunninghouder dat verzoekt; g. de uitoefening van het seksbedrijf strijd oplevert met

1. De vergunning wordt ingetrokken als: a. de verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken te zijn dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling daarvan de juiste gegevens bekend waren geweest; b. de vergunning in strijd met een wetelijk voorschrift is gegeven; c. is gehandeld in strijd met de artkelen 3:10, 3:13, aanhef en onder a, 3:14[, eerste OF tweede lid], 3:15 en 3:17, eerste lid, en tweede lid, aanhef en onderdeel b, aanhef en onder 1°; d. zich binnen het seksbedrijf feiten hebben voorgedaan die de vrees wetgen, dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar oplevert voor de openbare orde of veiligheid; e. zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in artkel 3:7, eerste lid, onder a tot en met h; f. de vergunninghouder dat verzoekt; g. de uitoefening van het seksbedrijf strijd oplevert met

Toevoeging

een geldend bestemmingsplan, een beheersverordening of een aanwijzing als bedoeld in artkel 3:4.

2. De vergunning kan worden geschorst of ingetrokken als: a. is gehandeld in strijd met aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen; b. in verband met gewijzigde wetelijke voorschriften, gewijzigde omstandigheden of gewijzigde inzichten de bescherming van de belangen met het oog waarop het vergunningsvereiste is gesteld, zwaarder wegen dan het belang van de vergunninghouder bij behoud van de vergunning; c. een niet in de vergunning vermelde persoon exploitant of beheerder is geworden; d. is gehandeld in strijd met een of meer van de bij of krachtens dit hoofdstuk gestelde bepalingen, onverminderd het eerste lid, aanhef en onder c; e. is gehandeld in strijd met de in het bedrijfsplan beschreven maatregelen; f. zich binnen het seksbedrijf feiten hebben voorgedaan die de vrees wetgen dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar oplevert voor de woon- en leefomgeving of de gezondheid van prosttuees of klanten; g. de exploitant of de beheerder het toezicht op de naleving van het in dit hoofdstuk bepaalde belemmert of bemoeilijkt; h. er bij het seksbedrijf personen tewerkgesteld zijn die onherroepelijk zijn

het omgevingsplan of een aanwijzing als bedoeld in artkel 3:4.

2. De vergunning kan worden geschorst of ingetrokken als: a. is gehandeld in strijd met aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen; b. in verband met gewijzigde wetelijke voorschriften, gewijzigde omstandigheden of gewijzigde inzichten de bescherming van de belangen met het oog waarop het vergunningsvereiste is gesteld, zwaarder wegen dan het belang van de vergunninghouder bij behoud van de vergunning; c. een niet in de vergunning vermelde persoon exploitant of beheerder is geworden; d. is gehandeld in strijd met een of meer van de bij of krachtens dit hoofdstuk gestelde bepalingen, onverminderd het eerste lid, aanhef en onder c; e. is gehandeld in strijd met de in het bedrijfsplan beschreven maatregelen; f. zich binnen het seksbedrijf feiten hebben voorgedaan die de vrees wetgen dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar oplevert voor de woon- en leefomgeving of de gezondheid van prosttuees of klanten; g. de exploitant of de beheerder het toezicht op de naleving van het in dit hoofdstuk bepaalde belemmert of bemoeilijkt; h. er bij het seksbedrijf personen tewerkgesteld zijn die onherroepelijk zijn veroordeeld voor een gewelds-

veroordeeld voor een geweldsof zedendelict of voor mensenhandel; i. gedurende ten minste zes maanden geen gebruik is gemaakt van de vergunning.

of zedendelict of voor mensenhandel; i. gedurende ten minste zes maanden geen gebruik is gemaakt van de vergunning.

Bestaande tekst Artikel 4:i1 eei stie

Nieuwe tekst Artikel 4:i1 eei stie

In deze afdeling wordt verstaan onder:

In deze afdeling wordt verstaan onder: - Actviteitenbesluit milieubeheer: Actviteitenbesluit milieubeheer, zoals dat besluit luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet;

a. collecteve festviteit: festviteit die niet specifiek aan één of een klein aantal inrichtngen is verbonden; b. gevoelige gebouwen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artkel 1.1. van het Actviteitenbesluit milieubeheer; c. gevoelige terreinen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artkel 1.1. van het Actviteitenbesluit milieubeheer; d. houder van een inrichtng: degene die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichtng drijft; e. incidentele festviteit: festviteit of actviteit die gebonden is aan één of een klein aantal inrichtngen; f. inrichtng: hetgeen daaronder wordt verstaan in artkel 1.1 van de Wet milieubeheer, met dien verstande dat de artkelen 4:2 tot en met 4:5 uitsluitend van toepassing zijn op inrichtngen type A of type B als bedoeld in het Actviteitenbesluit milieubeheer; g. onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is versterkt.

a. collecteve festviteit: festviteit die niet specifiek aan één of een klein aantal inrichtngen is verbonden; b. gevoelige gebouwen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artkel 1.1. van het Actviteitenbesluit milieubeheer; c. gevoelige terreinen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artkel 1.1. van het Actviteitenbesluit milieubeheer; d. houder van een inrichtng: degene die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichtng drijft; e. incidentele festviteit: festviteit of actviteit die gebonden is aan één of een klein aantal inrichtngen; f. inrichtng: hetgeen daaronder wordt verstaan in artkel 1.1 van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, met dien verstande dat de artkelen 4:2 tot en met 4:5 uitsluitend van

Toevoeging

toepassing zijn op inrichtngen type A of type B als bedoeld in het Actviteitenbesluit milieubeheer; g. onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is versterkt. Bestaande tekst Artikel 4:i5 O verleerkee iuzsek

Nieuwe tekst Artikel 4:i5 O verleerkee iuzsek

1. Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek als bedoeld in artkel 2.18, eerste lid, onder f, en vijfde lid, van het Actviteitenbesluit milieubeheer binnen inrichtngen is de in het tweede lid opgenomen tabel van toepassing, met dien verstande dat: a. de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of aanpandige gevoelige gebouwen niet gelden als de gebruiker van deze gevoelige gebouwen geen toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van geluidsmetngen; b. de in de tabel aangegeven waarden op de gevel ook gelden bij gevoelige terreinen op de grens van het terrein; c. de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen, voor zover het woningen betreft, gelden in geluidsgevoelige ruimten als bedoeld in artkel 1 van de Wet geluidhinder en verblijfsruimten als bedoeld in artkel 1.1, onder d, van het Besluit geluidhinder; d. bij het bepalen van de geluidsniveaus als vermeld in de tabel geen bedrijfsduurcorrecte wordt toegepast.

1. Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek als bedoeld in artkel 2.18, eerste lid, onder f, en vijfde lid, van het Actviteitenbesluit milieubeheer binnen inrichtngen is de in het tweede lid opgenomen tabel van toepassing, met dien verstande dat: a. de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of aanpandige gevoelige gebouwen niet gelden als de gebruiker van deze gevoelige gebouwen geen toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van geluidsmetngen; b. de in de tabel aangegeven waarden op de gevel ook gelden bij gevoelige terreinen op de grens van het terrein; c. de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen, voor zover het woningen betreft, gelden in geluidsgevoelige ruimten als bedoeld in artkel 1 van de Wet geluidhinder en verblijfsruimten als bedoeld in artkel 1.1, onder d, van het Besluit geluidhinder, zoals die wet en dat besluit luidden direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet d. bij het bepalen van de

Toevoeging

2. Tabel 3. Voor de duur van vier uur in de week is onversterkte muziek, vanwege het oefenen door muziekgezelschappen zoals orkesten, harmonie- en fanfaregezelschappen, in een inrichtng gedurende de dag- en avondperiode uitgezonderd van de genoemde geluidsniveaus in het eerste lid. 4. Als versterkte elementen worden gecombineerd met onversterkte elementen, wordt het hele samenspel beschouwd als versterkte muziek en is het Actviteitenbesluit milieubeheer van toepassing. 5. Het eerste lid is niet van toepassing op collecteve en incidentele festviteiten als bedoeld in de artkelen 4:2 en 4:3.

geluidsniveaus als vermeld in de tabel geen bedrijfsduurcorrecte wordt toegepast.

07.00- 19.00- 23.0019.00 23.00 07.00 uur uur uur

LAr.LT op de gevel 50 45 40 van dB(A) dB(A) dB(A) gevoelige 07.00- 19.00- 23.003. Voor de duur van vier uur 19.00 23.00 07.00 gebouwen in de week is onversterkte uur uur uur in muziek, vanwege het oefenen LAr.LT LAr.LT 45 40 in- en op 50 door muziekgezelschappen 35 30 25 de gevel dB(A) dB(A) dB(A) aanpandige dB(A) dB(A) dB(A) zoals orkesten, harmonie- en van gevoelige fanfaregezelschappen, in een gevoelige gebouwen inrichtng gedurende de dag- gebouwen LAmax op LAr.LT in 35 30 25 en avondperiode de gevel 70 65 60 inen dB(A) dB(A) dB(A) van uitgezonderd van de dB(A) dB(A) dB(A) aanpandige gevoelige genoemde geluidsniveaus in gevoelige gebouwen het eerste lid. gebouwen LAmax in LAmax 65 60 in- en op 70 55 50 45 4. Als versterkte elementen de gevel dB(A) dB(A) dB(A) aanpandige dB(A) dB(A) dB(A) van worden gecombineerd met gevoelige gevoelige gebouwen onversterkte elementen, gebouwen wordt het hele samenspel LAmax in beschouwd als versterkte in- en 55 50 45 muziek en is dit artkel niet aanpandige dB(A) dB(A) dB(A) van toepassing. gevoelige gebouwen

2. Tabel

5. Het eerste lid is niet van toepassing op collecteve en incidentele festviteiten als bedoeld in de artkelen 4:2 en 4:3. Bestaande tekst Artikel 4:i6 Oversge gelusdrs der

Nieuwe tekst Artikel 4:i6 Oversge gelusdrs der

1. Het is verboden buiten een inrichtng op een zodanige wijze toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt.

1. Het is verboden buiten een inrichtng op een zodanige wijze toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt.

2. Het college kan onthefng verlenen van het verbod.

2. Het college kan onthefng verlenen van het verbod.

3. Het verbod is niet van

3. Het verbod is niet van

Toevoeging

toepassing op situates waarin wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet openbare manifestates, het Vuurwerkbesluit, het Actviteitenbesluit milieubeheer, het Bouwbesluit 2012 of de Provinciale Milieuverordening.

toepassing op situates waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet, de Zondagswet, de Wet openbare manifestates, het Vuurwerkbesluit of de Provinciale Milieuverordening.

Bestaande tekst Artikel 4:i13 Opllag voereusge , vaareusge , iele, afvalleoffe e dergelsnke

Nieuwe tekst Artikel 4:i13 Opllag voereusge , vaareusge , iele, afvalleoffe e dergelsnke

1. Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of ophefng van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichtng in de zin van de Wet milieubeheer, in de openlucht of buiten de weg de volgende voorwerpen of stofen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben: a. onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming ontrokken voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan; b. bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan; c. kampeermiddelen als bedoeld in artkel 4:17 of onderdelen daarvan, voor zover het plaatsen of aanwezig hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een commercieel doel; of d. mestopslag, gierkelders of andere verzamelplaatsen van vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude

1. Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of ophefng van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichtng in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, in de openlucht of buiten de weg de volgende voorwerpen of stofen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben: a. onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming ontrokken voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan; b. bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan; c. kampeermiddelen als bedoeld in artkel 4:17 of onderdelen daarvan, voor zover het plaatsen of aanwezig hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een commercieel doel; of d. mestopslag, gierkelders of andere verzamelplaatsen van vuil, een verzameling ingekuild

Toevoeging

metalen. 2. Het college kan bij de aanwijzing nadere regels stellen. 3. Dit artkel is niet van toepassing op situates waarin wordt voorzien door of krachtens de Wet ruimtelijke ordening of de Provinciale Verordening Zuid-Holland.

gras, loof of pulp of ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen. 2. Het college kan bij de aanwijzing nadere regels stellen. 3. Dit artkel is niet van toepassing op situates waarin wordt voorzien bij of krachtens Omgevingswet of de Provinciale Verordening ZuidHolland.

Bestaande tekst Artikel 4:i15 Voerbod rs derlsnke of gevaarlsnke rehlaie

Nieuwe tekst Artikel 4:i15 Voerbod rs derlsnke of gevaarlsnke rehlaie

1. Het is verboden op of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren door middel van een opschrift, aankondiging of afbeelding waardoor het verkeer in gevaar wordt gebracht of ernstge hinder ontstaat voor de omgeving.

1. Het is verboden op of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren door middel van een opschrift, aankondiging of afbeelding waardoor het verkeer in gevaar wordt gebracht of ernstge hinder ontstaat voor de omgeving.

2. Het verbod is niet van toepassing op situates waarin wordt voorzien door het Actviteitenbesluit milieubeheer.

2. Het verbod is niet van toepassing in gevallen waarin een omgevingsvergunning is verleend en het gevaar en de hinder zijn betrokken bij de afweging.

Bestaande tekst Artikel 4:i17 eei stie

Nieuwe tekst Artikel 4:i17 eei stie

In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan een onderkomen of voertuig waarvoor geen omgevingsvergunning voor het bouwen in de zin van artkel

In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan een niet-grondgebonden onderkomen of voertuig, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan

Toevoeging

Toevoeging

2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatef nachtverblijf. 4. Onverminderd het bepaalde in artkel 1:8 kan de onthefng worden geweigerd in het belang van de bescherming van: a. natuur en landschap; of b. een stadsgezicht.

worden gebruikt voor recreatef nachtverblijf.

belang van de bescherming van: a. natuur en landschap; of b. een stadsgezicht.

Bestaande tekst Artikel 5:i5 Vooereusgwrakke

Nieuwe tekst Artikel 5:i5 Vooereusgwrakke

1. Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende staat van

1. Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende staat van

Toevoeging

onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert op de weg te parkeren.

onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert op de weg te parkeren.

2. Het verbod is niet van toepassing op situates waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer.

2. Het verbod is niet van toepassing op situates waarin wordt voorzien bij of krachtens de Wet milieubeheer of het Besluit actviteiten leefomgeving

Bestaande tekst Artikel 5:i6 Kaaipeerisddele e a dere voereusge

Nieuwe tekst Artikel 5:i6 Kaaipeerisddele e a dere voereusge

1. Het is verboden een voertuig dat voor recreate of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt: a. langer dan gedurende 3 achtereenvolgende dagen binnen de bebouwde kom op de weg te plaatsen of te hebben; b. op een door het college aangewezen plaats te parkeren, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.

1. Het is verboden een voertuig dat voor recreate of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt: a. langer dan gedurende 3 achtereenvolgende dagen binnen de bebouwde kom op de weg te plaatsen of te hebben; b. op een door het college aangewezen plaats te parkeren, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.

2. Het college kan onthefng verlenen van het verbod, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod.

2. Het college kan onthefng verlenen van het verbod, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod.

3. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Provinciaal wegenreglement of de Provinciale landschapsverordening.

3. Het eerste lid is niet van toepassing op beperkingengebiedactviteiten met betrekking tot een weg waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de provinciale omgevingsverordening.

4. Op de aanvraag om een onthefng is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet

4. Op de aanvraag om een onthefng is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positeve

Toevoeging

bestuursrecht (positeve beschikking bij niet tjdig beslissen: van toepassing.

beschikking bij niet tjdig beslissen: van toepassing.

Bestaande tekst Artikel 5:i18 Sea dplaaelvergu s g e wesgers glgro de

Nieuwe tekst Artikel 5:i18 Sea dplaaelvergu s g e wesgers glgro de

1. Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te hebben.

1. Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te hebben.

2. Het college kan de vergunning weigeren wegens strijd met een geldend bestemmingsplan. 3. Onverminderd het bepaalde in artkel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd als: a. de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; of b. een kwanttateve of territoriale beperking als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente noodzakelijk is in verband met een dwingende reden van algemeen belang.

2. Het college kan de vergunning weigeren wegens strijd met het omgevingsplan

4. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positeve ficteve beschikking bij niet tjdig beslissen: niet van toepassing.

4. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positeve ficteve beschikking bij niet tjdig beslissen: niet van toepassing.

Bestaande tekst Artikel 5:i20 Afbake s glbepals ge

Nieuwe tekst Artikel 5:i20 Afbake s glbepals ge

1. Artkel 5:18, eerste lid, is niet van toepassing op

1. Artkel 5:18, eerste lid, is niet van toepassing op

Toevoeging

3. Onverminderd het bepaalde in artkel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd als: a. de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; of b. een kwanttateve of territoriale beperking als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente noodzakelijk is in verband met een dwingende reden van algemeen belang.

Toevoeging

situates waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het provinciaal wegenreglement. 2. De weigeringsgrond van artkel 5:18, derde lid, onder a, is niet van toepassing op bouwwerken.

beperkingengebiedactviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet of de provinciale omgevingsverordening. 2. De weigeringsgrond van artkel 5:18, derde lid, onder a, is niet van toepassing op bouwwerken.

Bestaande tekst Artikel 5:i23 Orga slere va ee l uffeliarke

Nieuwe tekst Artikel 5:i23 Orga slere va ee l uffeliarke

1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een snufelmarkt te organiseren.

1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een snufelmarkt te organiseren.

2. Het verbod is niet van toepassing op ruimten die uitsluitend dan wel nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de zin van de Winkeltjdenwet.

2. Het verbod is niet van toepassing op ruimten die uitsluitend dan wel nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de zin van de Winkeltjdenwet.

3. De burgemeester weigert de vergunning wegens strijd met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitateplan of voorbereidingsbesluit.

3. De burgemeester weigert de vergunning wegens strijd met het omgevingsplan.

Bestaande tekst Artikel 5:i24 Vooorwerpe op, s of bove ope baar waeer

Nieuwe tekst Artikel 5:i24 Vooorwerpe op, s of bove ope baar waeer

1. Het is verboden een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven openbaar water te plaatsen,

1. Het is verboden een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven openbaar water te plaatsen,

Toevoeging

Toevoeging

aan te brengen of te hebben, als dit door zijn omvang of vormgeving, constructe of plaats van bevestging gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het doelmatg en veilig gebruik daarvan dan wel een belemmering vormt voor het doelmatg beheer en onderhoud van het openbaar water.

aan te brengen of te hebben, als dit door zijn omvang of vormgeving, constructe of plaats van bevestging gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het doelmatg en veilig gebruik daarvan dan wel een belemmering vormt voor het doelmatg beheer en onderhoud van het openbaar water.

2. Degene die voornemens is een steiger, een meerpaal of een ander voorwerp met een permanent karakter op, in of boven openbaar water te plaatsen, doet daarvan uiterlijk 2 weken tevoren een melding aan het college.

2. Degene die voornemens is een steiger, een meerpaal of een ander voorwerp met een permanent karakter op, in of boven openbaar water te plaatsen, doet daarvan uiterlijk 2 weken tevoren een melding aan het college.

3. De melding bevat in ieder geval naam, adres en contactgegevens van de melder, en een beschrijving van de aard en omvang van het voorwerp.

3. De melding bevat in ieder geval naam, adres en contactgegevens van de melder, en een beschrijving van de aard en omvang van het voorwerp.

4. Van de melding wordt kennis gegeven op de in de gemeente gebruikelijke wijze van bekendmaking.

4. Van de melding wordt kennis gegeven op de in de gemeente gebruikelijke wijze van bekendmaking.

5. Het verbod is niet van toepassing op situates waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Waterwet, de provinciale vaarwegenverordening of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatewet

5. Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactviteiten met betrekking tot een waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situates waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de

Waterwet, de provinciale vaarwegenverordening of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatewet Bestaande tekst Artikel 5:i25 ksgplaael vaareusge

Nieuwe tekst Artikel 5:i25 ksgplaael vaareusge

1. Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te stellen op door het college aangewezen gedeelten van openbaar water.

1. Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te stellen op door het college aangewezen gedeelten van openbaar water.

2. Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op niet krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten van openbaar water: a. nadere regels stellen in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het uiterlijk aanzien van de gemeente; b. beperkingen stellen naar soort en aantal vaartuigen.

2. Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op niet krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten van openbaar water: a. nadere regels stellen in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het uiterlijk aanzien van de gemeente; b. beperkingen stellen naar soort en aantal vaartuigen.

3. Het verbod is niet van toepassing op situates waarin wordt voorzien door de Woningwet, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de Wet milieubeheer, het Binnenvaartpolitereglement, de Waterwet, de provinciale vaarwegenverordening of de provinciale landschapsverordening.

3. Het verbod is niet van toepassing toepassing op beperkingengebiedactviteiten met betrekking tot een waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situates waarin wordt voorzien door het Besluit bouwwerken leefomgeving of het overige bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet, de Wet milieubeheer of het Binnenvaartpolitereglement.

4. Het college kan aan de rechthebbende op een vaartuig aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of

Toevoeging

gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het uiterlijk aanzien van de gemeente. 5. De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te volgen.

4. Het college kan aan de rechthebbende op een vaartuig aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het uiterlijk aanzien van de gemeente. 5. De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te volgen.

Bestaande tekst Artikel 5:i28 Beelhradsge va waeerleaaelwerke

Nieuwe tekst Artikel 5:i28 Beelhradsge va waeerleaaelwerke

1. Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan te brengen in de toestand van openbare wateren, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zeten, duikers, pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen, bakens of sluizen die bij de gemeente in beheer zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10869746/1