Bijlage 3 bij raadsvoorstel 9.4 - Was-wordt Apv
Tekst van het document
1. Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan te brengen in de toestand van openbare wateren, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zeten, duikers, pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen, bakens of sluizen die bij de gemeente in beheer zijn.
2. Het verbod is niet van toepassing op situates waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het Binnenvaartpolitereglement, de Waterwet of de provinciale vaarwegenverordening.
2. Het verbod is niet van toepassing op situates waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het Binnenvaartpolitereglement of de provinciale omgevingsverordening.
Bestaande tekst Artikel 5:i30 Voeslsgresd op ree waeer
Nieuwe tekst Artikel 5:i30 Voeslsgresd op ree waeer
Toevoeging
Toevoeging
1. Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan ondervinden.
1. Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan ondervinden.
2. Het verbod is niet van toepassing op situates waarin wordt voorzien door het Binnenvaartpolitereglement, de Waterwet of de provinciale vaarwegenverordening.
2. Het verbod is niet van toepassing op situates waarin wordt voorzien door het Binnenvaartpolitereglement, de provinciale omgevingsverordening of het bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet.
Bestaande tekst Artikel 5:i32 rrolleerres e
Nieuwe tekst Artikel 5:i32 rrolleerres e
1. Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig of een bromfiets te crossen buiten wedstrijdverband, een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben.
1. Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig of een bromfiets te crossen buiten wedstrijdverband, een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben.
2. Het verbod is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang van: a. het voorkomen of beperken van overlast; b. de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving en ter bescherming
2. Het verbod is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang van: a. het voorkomen of beperken van overlast; b. de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving en ter bescherming
Toevoeging
van andere milieuwaarden; c. de veiligheid van de deelnemers van de in het eerste lid bedoelde wedstrijden en riten of van het publiek.
van andere milieuwaarden; c. de veiligheid van de deelnemers van de in het eerste lid bedoelde wedstrijden en riten of van het publiek.
3. Het verbod is niet van toepassing op situates waarin wordt voorzien door de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, het Besluit omgevingsrecht, de Zondagswet of het Besluit geluidproducte sportmotoren.
3. Het verbod is niet van toepassing op situates waarin wordt voorzien door de Omgevingswet, afdeling 3.9 van het Besluit actviteiten leefomgeving, de Zondagswet of het Besluit geluidproducte sportmotoren.
Bestaande tekst Artikel 5:i33 Beeperks g verkeer s aeuurgebsede
Nieuwe tekst Artikel 5:i33 Beeperks g verkeer s aeuurgebsede
1. Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatef gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een motorvoertuig, een bromfiets, een fiets of een paard.
1. Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatef gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een motorvoertuig, een bromfiets, een fiets of een paard.
2. Het verbod is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang van: a. het voorkomen van overlast; b. de bescherming van natuurof milieuwaarden; c. de veiligheid van het publiek.
2. Het verbod is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang van: a. het voorkomen van overlast; b. de bescherming van natuurof milieuwaarden; c. de veiligheid van het publiek.
3. Het verbod is niet van toepassing op motorvoertuigen, bromfietsen,
3. Het verbod is niet van toepassing op motorvoertuigen, bromfietsen,
Toevoeging
fietsen en paarden: a. ten dienste van polite, brandweer en geneeskundige hulpverlening en van andere krachtens artkel 29, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de bevoegde minister aangewezen hulpverleningsdiensten; b. die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of exploitate van de terreinen als in het eerste lid bedoeld; c. die worden gebruikt in verband met werken die krachtens wetelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd; d. van de zakelijk gerechtgden, huurders en pachters van percelen die gelegen zijn binnen de terreinen als in het eerste lid bedoeld; e. voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van de onder d bedoelde personen.
fietsen en paarden: a. ten dienste van polite, brandweer en geneeskundige hulpverlening en van andere krachtens artkel 29, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de bevoegde minister aangewezen hulpverleningsdiensten; b. die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of exploitate van de terreinen als in het eerste lid bedoeld; c. die worden gebruikt in verband met werken die krachtens wetelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd; d. van de zakelijk gerechtgden, huurders en pachters van percelen die gelegen zijn binnen de terreinen als in het eerste lid bedoeld; e. voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van de onder d bedoelde personen.
4. Het verbod is voorts niet van toepassing: a. op wegen die gelegen zijn binnen de in het eerste lid bedoelde gebieden of terreinen; b. binnen de bij of krachtens de provinciale verordening stltegebieden aangewezen stltegebieden ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als toestel.
4. Het verbod is voorts niet van toepassing: a. op wegen die gelegen zijn binnen de in het eerste lid bedoelde gebieden of terreinen; b. binnen de bij of krachtens de provinciale omgevingsverordening aangewezen stltegebieden ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als toestel.
5. Het college kan onthefng verlenen van het verbod.
Bestaande tekst Artikel 5:i34 Voerbod
5. Het college kan onthefng verlenen van het verbod. Nieuwe tekst Artikel 5:i34 Voerbod
Toevoeging
afvalleoffe ee verbra de busee s rshrti ge of a derlzs l vuur ee leoke
afvalleoffe ee verbra de busee s rshrti ge of a derlzs l vuur ee leoke
1. Het is verboden in de openlucht afvalstofen te verbranden buiten inrichtngen in de zin van de Wet milieubeheer of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.
1. Het is verboden in de openlucht afvalstofen te verbranden buiten een inrichtng in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.
2. Mits geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op: a. verlichtng door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke; b. sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, voor zover geen afvalstofen worden verbrand; c. vuur voor koken, bakken en braden. 3. Het college kan onthefng verlenen van het verbod. 4. Onverminderd het bepaalde in artkel 1:8 kan de onthefng worden geweigerd ter bescherming van de fora en fauna. 5. Het verbod is niet van toepassing op situates waarin wordt voorzien door artkel 429, aanhef en onder 1˚ of 3˚, van het Wetboek van Strafrecht of de provinciale milieuverordening.
2. Mits geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op: a. verlichtng door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke; b. sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, voor zover geen afvalstofen worden verbrand; c. vuur voor koken, bakken en braden. 3. Het college kan onthefng verlenen van het verbod. 4. Onverminderd het bepaalde in artkel 1:8 kan de onthefng worden geweigerd ter bescherming van de fora en fauna. 5. Het verbod is niet van toepassing op situates waarin wordt voorzien door artkel 429, aanhef en onder 1˚ of 3˚, van het Wetboek van Strafrecht of de provinciale omgevingsverordening.