Bijlage 3 bij Raadsvoorstel 8.1 Was wordt tabel ASV 2025
Tekst van het document
Was-wordt-tabel Wijziging Algemene Subsidieverordening Hendrik-Ido-Ambacht Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Artikel 1. Begripsomschrijvingen In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: - algemene groepsvrijstellingsverordening: verordening (EG) nr. 800/2008 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 6 augustus 2008 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag met de gemeenschappelijke markt verenigbaar worden verklaard („de algemene groepsvrijstellingsverordening”) (PbEU L 214/3) , dan wel later daarvoor in de plaats tredende Europese regelgeving; - de-minimisverordening: verordening (EG) nr. 1998/2006 van de Commissie van Europese Gemeenschappen van 15 december 2006 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 De-minimisverordening: van het Verdrag op de-minimissteun (PbEU L379/5), verordening (EG) nr.1535/2007 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 20 december 2007 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op de-minimissteun in de landbouwproductiesector (PbEU L 337/35) en verordening (EG) nr. 875/2007 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 24 juli 2007 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op de-minimissteun in de visserijsector en tot wijziging van Verordening(EG) nr. 1860/2004 (PbEU L 193/6) , dan wel
Nieuwe tekst Artikel 1. Defnities In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: Awb: de algemene wet bestuursrecht College: burgemeester en wethouders van gemeente Hendrik-Ido-Ambacht
[- De-minimissteun: steun die wordt verstrekt op basis van Verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag op de-minimissteun (PbEU L 352/1); Verordening (EU) nr. 2019/316 van de Commissie tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1408/2013 van de Commissie van 18 december 2013 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag op de-minimissteun in de landbouwproductiesector (PbEU L 51 I/1); Verordening (EU) nr. 717/2014 van de Commissie van 27 juni 2014 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag op de-minimissteun in de visserij- en aquacultuursector (PbEU L 190/45), of Verordening (EU) 2018/1923 van de Commissie van 7 december 2018 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op deminimissteun verleend aan diensten van algemeen economisch belang verrichtende ondernemingen (PbEU L 313/2);]
later daarvoor in de plaats tredende Europese regelgeving;
-
- Europees steunkader: een mededeling, richtsnoer, kaderregeling, besluit of vrijstellingsverordening op het gebied van staatssteun die de Europese Commissie of de Raad van de Europees steunkader: Europese Unie, gelet op de artikelen 106, derde lid , 107, 108 en 109 van het Verdrag heeft vastgesteld;
- Egalisatiereserve: egalisatiereserve als bedoeld in artikel 4:72, eerste lid, van de awb, die is ontstaan uit overschotten van door de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht verstrekte subsidies; - Europees steunkader: een mededeling, richtsnoer, kaderregeling, besluit of vrijstellingsverordening op het gebied van staatssteun die de Europese Commissie of de Raad van de Europese Unie, gelet op de artikelen 106, derde lid, 107, 108 of 109 van het Verdrag heeft vastgesteld, waaronder de Algemene groepsvrijstellingsverordening: Verordening (EU) nr. 2017/1084 van de Commissie tot wijziging van Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU L 156/1); de Landbouw vrijstellingsverordening: Verordening (EU) nr. 702/2014 van de Commissie van 25 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU L 193/1); en de Visserij vrijstellingsverordening: Verordening (EU) nr.
1388/2014 van de Commissie van 16 december 2014 waarbij bepaalde categorieën steun voor ondernemingen die actief zijn in de productie, de verwerking en de afzet van visserij- en aquacultuurproducten, op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU L 369/37); - onderneming: iedere eenheid, ongeacht haar rechtsvorm of wijze van fnanciering, die een economische activiteit uitoefent;
- onderneming: iedere eenheid, ongeacht haar rechtsvorm of wijze van fnanciering, die een economische activiteit uitoefent;
- Subsidie: de aanspraak op fnanciële middelen, door een bestuursorgaan verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten; - Jaarlijkse subsidie: subsidies die per kalenderjaar worden verstrekt; - Boekjaar subsidie: subsidies die per boekjaar worden verstrekt; - Subsidieplafond: het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor een bepaald met name genoemde organisatie en/of beleidsterrein; - Verdrag: Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (PbEU C 326/47);
-
Verdrag: Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.
Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2. Reikwijdte 1. Deze verordening is van toepassing op de verstrekking van subsidies door burgemeester en wethouders op beleidsterreinen genoemd in de door de raad vastgestelde begroting, met uitzondering van subsidies waarvoor bij afzonderlijke verordening een uitputtende regeling is getroffen en subsidies als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is). 2. Ten aanzien van subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is
Nieuwe tekst Artikel 2. Reikwijdte 1. Deze verordening is van toepassing op de verstrekking van subsidies door burgemeester en wethouders, met uitzondering van subsidies waarvoor bij afzonderlijke verordening een uitputtende regeling is getroffen en subsidies als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, van de awb. 2. Ten aanzien van subsidies als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, van de awb (subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is) kunnen burgemeester en wethouders bepalen dat deze verordening geheel of
kunnen burgemeester en wethouders bepalen dat deze verordening geheel of gedeeltelijk van toepassing is.
gedeeltelijk van toepassing is.
Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 3. Subsidieregelingen Burgemeester en wethouders stellen bij nadere regeling (hierna te noemen: subsidieregeling) vast welke activiteiten in aanmerking kunnen komen voor subsidie. Voor zover van toepassing, wordt hierin tevens bepaald welke doelgroepen voor subsidie in aanmerking komen, hoe de subsidie wordt berekend en hoe de subsidiebedragen worden uitbetaald.
Nieuwe tekst Artikel 3. Subsidieregelingen Burgemeester en wethouders kunnen bij nadere regeling (subsidieregeling) vaststellen welke activiteiten in aanmerking kunnen komen voor subsidie. Voor zover van toepassing, wordt hierin tevens bepaald welke doelgroepen voor subsidie in aanmerking komen, hoe de subsidie wordt berekend en hoe de subsidiebedragen worden uitbetaald.
Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Artikel 4. Europees steunkader 1. Voor zover dat ten behoeve van het voldoen aan een Europees steunkader noodzakelijk is, kunnen burgemeester en wethouders bij subsidieregeling afwijken van deze verordening en deze aanvullen. 2. Bij subsidieregelingen waarbij is bepaald dat toepassing kan worden gegeven aan een Europees steunkader, verwijst de subsidieregeling naar het desbetreffende steunkader. 3. Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, verwijst de verleningsbeschikking naar de toepasselijke bepalingen van het steunkader. 4. Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen alleen de activiteiten, doelstellingen, resultaten en kosten in aanmerking die voldoen aan de eisen van het toepasselijke steunkader. 5. Bij subsidies waarop de de-minimis-
verordening van toepassing is,
Nieuwe tekst Artikel 4. Staatssteunregels 1. Voor zover dat ten behoeve van het voldoen aan een Europees steunkader noodzakelijk is, kunnen burgemeester en wethouders bij subsidieregeling afwijken van deze verordening en deze aanvullen. 2. Bij subsidieregelingen waarbij is bepaald dat toepassing kan worden gegeven aan een Europees steunkader, verwijst de subsidieregeling naar het desbetreffende steunkader. 3. Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, verwijst de verleningsbeschikking naar de toepasselijke bepalingen van het steunkader. 4. Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen alleen de activiteiten, doelstellingen, resultaten en kosten voor vergoeding in aanmerking die voldoen aan de eisen van het desbetreffende steunkader. 5. Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen ondernemingen alleen in aanmerking voor zover de subsidieverstrekking
komen onderneming alleen in aanmerking voor subsidies die voldoen aan de voorwaarden van de de-minimisverordening.
voldoet aan de voorwaarden van het desbetreffende steunkader.
Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 5. Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud 1. De raad kan subsidieplafonds vaststelling, waarbij de wijze van verdeling van de betrokken subsidies wordt vastgelegd in een Uitvoeringsprogramma Subsidies Maatschappelijke ontwikkeling en ondersteuning; het beleidskader Maatschappelijke ontwikkeling en ondersteuning is hierbij het uitgangspunt. 2. De raad kan bij de defnitieve vaststelling van de subsidieplafonds van het onder 1 vastgestelde subsidieplafond als: a. In de Kadernota is besloten dat de subsidies worden geïndexeerd. b. Er minder budget beschikbaar wordt gesteld in de begroting voor subsidies in verband met bezuinigingen. 3. Bij de bekendmaking van een subsidieplafond wordt gewezen op de mogelijkheid van aanpassing naar boven of beneden, conform lid 2 van dit artikel. 4. Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld. Bij de verleningsbeschikking wordt daarop gewezen.
Nieuwe tekst Artikel 5. Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud 1. De raad stelt subsidieplafonds vast 2. In dat geval bepalen burgemeester en wethouders bij subsidieregeling de wijze van verdeling van de betrokken subsidie. 3. De raad kan een subsidieplafond verlagen als: a. het plafond wordt vastgesteld voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd; en b. de subsidieaanvragen waarop het subsidieplafond betrekking heeft, moeten worden ingediend voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd. 4. Bij de bekendmaking van een subsidieplafond dat kan worden verlaagd overeenkomstig het vorige lid, wordt gewezen op de mogelijkheid van verlaging en de gevolgen daarvan voor reeds ingediende aanvragen 5. Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld. Bij de verleningsbeschikking wordt daarop gewezen.
Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 6. Aanvraag 1. Een aanvraag om subsidie wordt digitaal dan wel schriftelijk ingediend bij burgemeester en wethouders met gebruikmaking van een aanvraagformulier. 2. Bij de aanvraag legt de aanvrager in ieder geval de volgende gegevens over: a. een beschrijving van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd; b. de doelen en resultaten welke met die activiteiten worden nagestreefd, en hoe de activiteiten daaraan bijdragen; c. een begroting van en een dekkingsplan voor de kosten van deze activiteiten. Het dekkingsplan bevat een opgave van bij anderen aangevraagde subsidies of vergoedingen ten behoeve van dezelfde activiteiten, onder vermelding van de stand van zaken daarvan; d. De relatie met het beleidskader Maatschappelijke ontwikkeling en ondersteuning; 3. Een rechtspersoon die voor de eerste maal subsidie aanvraagt, voegt een exemplaar van de oprichtingsakte-, de statuten, het jaarverslag, de jaarrekening en de balans van het voorgaande jaar toe aan de aanvraag. Bij subsidieregeling kan van de voorgaande leden worden afgeweken.
Artikel 6. Aanvraag 1. Een aanvraag om subsidie wordt schriftelijk (digitaal) ingediend bij burgemeester en wethouders. 2. Bij Bij de aanvraag legt de aanvrager in ieder geval de volgende gegevens over: a. een beschrijving van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd; b. de doelen en resultaten welke met die activiteiten worden nagestreefd, en hoe de activiteiten daaraan bijdragen; c. een begroting van en een dekkingsplan voor de kosten van deze activiteiten. Het dekkingsplan bevat een opgave van bij anderen aangevraagde subsidies of vergoedingen ten behoeve van dezelfde activiteiten, onder vermelding van de stand van zaken daarvan; d. als de aanvrager een onderneming is: i. een opgave van subsidies, vergoedingen of tegemoetkomingen in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd, die al zijn of zullen worden ontvangen voor de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd; ii. een verklaring als bedoeld in de verordening met betrekking tot de-minimissteun (deminimisverklaring); e. als het een subsidie betreft die per boekjaar aan een rechtspersoon wordt verstrekt, de stand van de egalisatiereserve op het moment van de aanvraag. 3. Een rechtspersoon die voor de eerste keer subsidie aanvraagt, legt tevens over: een exemplaar van de oprichtingsakte of de statuten, alsmede van het jaarverslag, de
jaarrekening of de balans van het voorgaande jaar. Bij subsidieregeling kan van de voorgaande leden worden afgeweken. Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 7. Aanvraagtermijn 1. Een aanvraag om een subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt, wordt ingediend uiterlijk 1 april voorafgaand aan het jaar of de jaren waarop de aanvraag betrekking heeft. 2. Andere aanvragen om subsidie worden ingediend uiterlijk acht weken, voordat de aanvrager voornemens is te beginnen met de activiteiten waarvoor de subsidie is aangevraagd. 3. Bij subsidieregeling kunnen ander termijnen worden gesteld.
Nieuwe tekst Artikel 7. Aanvraagtermijn 1. Een aanvraag om een subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt, wordt ingediend uiterlijk 1 juni voorafgaand aan het jaar of de jaren waarop de aanvraag betrekking heeft. 2. Een aanvraag om een subsidie die per boekjaar wordt verstrekt, wordt uiterlijk 8 weken voorafgaand aan dat boekjaar ingediend. 3. Andere aanvragen om subsidie worden ingediend uiterlijk 8 weken voordat de aanvrager voornemens is te beginnen met de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd. 4. Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden gesteld.
Artikel 8 Beslistermijn Bestaande tekst Artikel 8 Beslistermijn 1. Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 7, eerste lid, uiterlijk op 31 december van het jaar waarin de aanvraag is ingediend. 2. Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 7, tweede lid, binnen dertien weken nadat de volledige aanvraag is ingediend, maar in ieder geval voordat de activiteiten plaatsvinden.
Nieuwe tekst Artikel 8. Beslistermijn 1. Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 7, eerste lid, uiterlijk op 31 december van het jaar waarin de aanvraag is ingediend. 2. Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 7, tweede en derde lid, binnen 8 weken nadat de volledige aanvraag is ingediend, maar in ieder geval voordat de activiteiten plaatsvinden.
Artikel 9 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 9. Weigerings-, intrekkings- en terugvorderingsgronden 1. Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht weigeren burgemeester en wethouders de subsidie in ieder geval: a. als de Europese Commissie overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie onverenigbaar is met de interne markt. b. als het betreft een aanvrager tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerdere beschikking van de Europese Commissie waarin de steun onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt is verklaard. 2. Onverminderd het vorige lid kunnen burgemeester en wethouders de subsidie verder in ieder geval weigeren: a. als de te subsidiëren activiteiten niet of niet in overwegende mate gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen of als ze onvoldoende ten goede komen aan de gemeente of haar ingezetenen; b. Als niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het verrichten van de activiteiten waarvoor deze wordt gevraagd; c. in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur; d. als de aanvraag niet voldoet aan regels die zijn gesteld om voor subsidie in aanmerking te komen; e. als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een wettelijk
Nieuwe tekst Artikel 9. Weigerings-, intrekkings- en terugvorderingsgronden 1. Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de awb weigeren burgemeester en wethouders de subsidie in ieder geval: a. als de Europese Commissie overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie onverenigbaar is met de interne markt, of a. als het betreft een aanvrager tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerdere beschikking van de Europese Commissie waarin de steun van Nederland onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt is verklaard. 2. Onverminderd het vorige lid weigeren burgemeester en wethouders de subsidie in ieder geval als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een Europees steunkader omdat: a. subsidie verstrekt zou worden aan een aanvrager die een onderneming drijft die in moeilijkheden verkeert als bedoeld in het desbetreffende steunkader, of b. de subsidie geen stimulerend effect heeft als bedoeld in het desbetreffende steunkader. 3. Onverminderd de vorige leden kunnen burgemeester en wethouders de subsidie verder in ieder geval weigeren: a. als de te subsidiëren activiteiten niet of niet in overwegende mate gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen of als ze onvoldoende ten goede komen aan de gemeente
voorschrift; f. als de subsidieverstrekking niet is toegestaan totdat de Europese Commissie met toepassing van artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie verenigbaar is met de interne markt; g. in de bij de betrokken subsidieregeling bepaalde gevallen. 3. Burgemeester en wethouders kunnen een subsidie in ieder geval intrekken in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. 4. Burgemeester en wethouders vorderen een subsidie met rente terug als dit nodig is ter uitvoering van een terugvorderingsbesluit van de Europese Commissie of een onherroepelijke rechterlijke uitspraak.
b.
c.
d.
e.
f.
of haar ingezetenen als niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het verrichten van de activiteiten waarvoor deze wordt gevraagd; als de aanvraag niet voldoet aan regels die zijn gesteld om voor subsidie in aanmerking te komen; als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een wettelijk voorschrift; als de subsidieverstrekking niet is toegestaan totdat de Europese Commissie met toepassing van artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie verenigbaar is met de interne markt; in de bij de betrokken subsidieregeling bepaalde gevallen.
Artikel 10 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 10. Verantwoording Voor zover dit niet is bepaald bij subsidieregeling, wordt bij de verleningsbeschikking vermeld op welke wijze de subsidie-ontvanger de besteding van de subsidie dient te verantwoorden.
Nieuwe tekst Artikel 10. Verantwoording 1. Voor zover dit niet is bepaald bij subsidieregeling, wordt bij de verleningsbeschikking vermeld op welke wijze de subsidieontvanger de besteding van de subsidie dient te verantwoorden. 2. Bij subsidie tot een bedrag van € 5.000 vindt de betaling in één keer plaats. 3. Indien een beschikking tot subsidieverlening voor een bedrag hoger dan € 5.000 wordt gegeven, wordt in het besluit tot subsidieverlening de hoogte en termijnen van de voorschotten bepaald.
Artikel 11 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Artikel 11. Algemene
Nieuwe tekst Artikel 11. Algemene verplichtingen
verplichtingen van subsidieontvanger 1. Als aannemelijk is dat een of meer van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet of niet geheel zullen worden verricht of dat niet of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan, meldt de subsidie-ontvanger dat onverwijld aan burgemeester en wethouders.
van subsidieontvanger 1. Als aannemelijk is dat een of meer van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan, meldt de subsidieontvanger dat onverwijld schriftelijk aan burgemeester en wethouders.
Artikel 12 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 12 Aan een subsidie te verbinden bijzondere verplichtingen 1. Aan een beschikking tot subsidieverlening kunnen verplichtingen worden verbonden met betrekking tot het beheer en gebruik van hetgeen met de subsidie tot stand is gebracht. 2. Bij subsidies hoger dan € 100.000, verleend voor activiteiten die meer dan een jaar in beslag nemen, kan de verplichting worden opgelegd tot het tussentijds afeggen van rekening en verantwoording over de tot dan verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten. 3. Bij subsidies hoger dan €100.000 euro wordt de subsidiebeschikking afgegeven onder de voorwaarde dat er met de betreffende organisatie een prestatieovereenkomst wordt afgesloten over de te leveren producten, activiteiten en/of prestaties
Nieuwe tekst Artikel 12. Aan een subsidie te verbinden bijzondere verplichtingen 1. Bij subsidies hoger dan € 100.000, verleend voor activiteiten die meer dan een jaar in beslag nemen, kan de verplichting worden opgelegd tot het tussentijds afeggen van rekening en verantwoording over de tot dan verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten. 2. Bij subsidieregeling of verleningsbeschikking kunnen aan de subsidieontvanger ook andere verplichtingen dan genoemd in artikel 4:37, eerste lid, van de awb worden opgelegd, voor zover deze strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie. In de toelichting bij de subsidieregeling wordt uiteengezet waarom daartoe wordt overgegaan. 3. Bij subsidieregeling kunnen verplichtingen die niet strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie aan de subsidie worden verbonden, voor zover deze verplichtingen betrekking hebben op de wijze waarop of de middelen waarmee de gesubsidieerde activiteit wordt verricht. 4. Bij subsidieregeling of verleningsbeschikking kan worden
bepaald dat de subsidieontvanger, voor zover het verstrekken van de subsidie heeft geleid tot vermogensvorming, daarvoor aan burgemeester en wethouders een vergoeding verschuldigd is als zich een gebeurtenis voordoet als bedoeld in artikel 4:41, tweede lid, van de awb voordoet. Daarbij wordt tevens aangegeven hoe de hoogte van de vergoeding wordt bepaald.
Artikel 12a is toegevoegd: Bestaande tekst -
Nieuwe tekst Artikel 12a. Egalisatiereserve 1. Bij verleningsbeschikking kan worden bepaald dat de subsidieontvanger van een per kalender- of boekjaar verstrekte subsidie die meer dan € 100.000 bedraagt een egalisatiereserve als bedoeld in artikel 4:72, eerste lid, van de awb vormt. 2. De ontvanger van een andere subsidie dan bedoeld in het eerste lid kan burgemeester en wethouders verzoeken een egalisatiereserve te mogen vormen. In dat geval is artikel 4:72 van de awb van overeenkomstige toepassing.
Artikel 13 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 13. Wijze van verstrekking en eindverantwoording subsidies tot en met € 5.000 1. Subsidies tot en met € 5.000 worden door burgemeester en wethouders direct vastgesteld of verleend en – tenzij toepassing wordt gegeven aan het volgende lid – binnen 13 weken nadat de activiteiten uiterlijk moeten zijn verricht, ambtshalve vastgesteld. 2. Bij een ambtshalve vaststelling als bedoeld in het vorige lid kan de
Nieuwe tekst Artikel 13. Wijze van verstrekking en eindverantwoording subsidies tot en met € 5.000 1. Subsidies tot en met € 5.000 worden door burgemeester en wethouders direct vastgesteld of verleend en – tenzij toepassing wordt gegeven aan het volgende lid – binnen 13 weken nadat de activiteiten uiterlijk moeten zijn verricht, ambtshalve vastgesteld. 2. Als bij verleningsbeschikking de subsidieontvanger wordt verplicht om
aanvrager worden verplicht om op de daarbij aangegeven wijze aan te tonen dat de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen. In dat geval vindt de vaststelling plaats binnen 13 weken nadat de gevraagde inlichtingen zijn verstrekt. 3. In geval van verlening van een subsidie van ten hoogste € 5.000 wordt aanstonds een voorschot verstrekt ter hoogte van de verleende subsidie.
op de daarbij aangegeven wijze aan te tonen dat de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen vindt de vaststelling plaats binnen 13 weken nadat de gevraagde inlichtingen zijn verstrekt.
Artikel 14 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 14. Eindverantwoording subsidies van meer dan tussen € 5.000 en ten hoogste € 25.000 1. Bij subsidies tussen 25.000 en 100.000 euro dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in: a. In geval van een subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt, uiterlijk op 1 april van het jaar dat volgt op het betrokken kalenderjaar; b. In andere gevallen uiterlijk acht weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht. 2. De aanvraag bevat een inhoudelijk verslag en een verklaring van de kascontrolecommissie, waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en de subsidie daarvoor is ingezet. 3. Bij subsidieregeling kan worden bepaald dat op een andere manier wordt aangetoond in hoeverre de activiteiten zijn verricht. 4. Indien wenselijk kan een uitgebreidere fnanciële controle worden verricht.
Nieuwe tekst Artikel 14. Eindverantwoording subsidies tussen € 5.000 en € 100.000 1. Bij subsidies van meer dan € 5.000 en minder dan €100.000 dient de subsidieontvanger uiterlijk op 1 juni van het jaar dat volgt op het betrokken kalenderjaar een aanvraag tot vaststelling in. 2. De aanvraag tot vaststelling bevat: a. een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de subsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan; b. een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven in inkomsten (fnancieel verslag of jaarrekening). 3. Bij subsidieregeling kan worden bepaald dat op een andere manier wordt aangetoond in hoeverre de activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan. 4. Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden vastgesteld of andere gegevens worden verlangd.
Artikel 16 wordt gewijzigd in artikel 15 en als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 16. Eindverantwoording subsidies tussen € 25.000 en €100.000 1. Bij subsidies van meer dan 25.000 en 100.000 dient de subsidie-ontvanger een aanvraag tot vaststelling in: a. in geval van een subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt, uiterlijk op 1 april van het jaar dat volgt op het betrokken kalenderjaar; b. in andere gevallen uiterlijk acht weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht. 2. De aanvraag bevat: a. een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht; b. een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (fnancieel verslag of jaarrekening); c. een verklaring van een kascontrolecommissie 3. Indien wenselijk kan een uitgebreidere fnanciele controle worden verricht. 4. Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden vastgesteld of andere gegevens worden verlangd. 5. Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden vastgesteld of andere gegevens worden verlangd.
Nieuwe tekst Artikel 15. Eindverantwoording subsidies van meer dan € 100.000 1. Bij subsidies van meer dan € 100.000 dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in: a. in geval van een subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt, uiterlijk op 1 juni van he jaar dat volgt op het betrokken kalenderjaar; b. in andere gevallen uiterlijk 13 weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan. 2. De aanvraag tot vaststelling bevat: a. een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (fnancieel verslag of jaarrekening); b. een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop; en c. een accountantsverklaring. De subsidieontvanger is verplicht een controleopdracht te verstrekken aan een accountant als bedoeld in artikel 2:393, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek, resulterend in een accountantsverklaring. 3. Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden vastgesteld of andere gegevens worden verlangd.
Artikel 16 (dubbeling in huidige ASV) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 16 Subsidievaststelling 1. Burgemeester en wethouders stellen de subsidie vast binnen 4 maanden na de ontvangst van een aanvraag tot subsidievaststelling, tenzij bij subsidieregeling anders is bepaald. 2. Deze termijn kan eenmaal voor ten hoogste zes weken worden verdaagd. 3. Bij subsidieregeling kunnen categorieën subsidie-ontvangers worden aangewezen waarvoor de subsidie direct wordt vastgesteld zonder dat een aanvraag tot subsidievaststelling hoeft te worden ingediend. 4. Als een aanvraag tot subsidievaststelling niet voor het tijdstip, bedoeld in de artikelen 14, eerste lid en 15, eerste lid, aanhef en onder a, b of c, is ingediend, kunnen burgemeester en wethouders de subsidie-ontvanger schriftelijk een nieuwe termijn stellen. Wordt de aanvraag niet binnen deze termijn ingediend dan kunnen zij overgaan tot ambtshalve vaststelling.
Nieuwe tekst Artikel 17. Subsidievaststelling van meer dan € 5.000 1. Burgemeester en wethouders stellen een subsidie van meer dan € 5.000 vast binnen 16 weken na de ontvangst van een aanvraag tot subsidievaststelling, tenzij bij subsidieregeling anders is bepaald. 2. Deze termijn kan eenmaal voor ten hoogste 6 weken worden verdaagd. 3. Bij subsidieregeling kunnen categorieën subsidieontvangers worden aangewezen waarvoor de subsidie direct wordt vastgesteld zonder dat een aanvraag tot subsidievaststelling hoeft te worden ingediend. 4. Als een aanvraag tot subsidievaststelling niet voor het tijdstip, bedoeld in de artikelen 14, eerste lid en 15, eerste lid, aanhef en onder a tot en met c, is ingediend, kunnen burgemeester en wethouders de subsidieontvanger schriftelijk een nieuwe termijn stellen. Als de aanvraag niet binnen deze termijn wordt ingediend kunnen zij overgaan tot ambtshalve vaststelling.
Artikel 17 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 17. Hardheidsclausule 1. Burgemeester en wethouders kunnen deze verordening, met uitzondering van de artikelen 2, 3 en 4, in individuele gevallenbuiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover de toepassing van die bepalingen voor de
Nieuwe tekst Artikel 17. Berekening van uurtarieven, uniforme kostenbegrippen 1. Als bij de bepaling van de subsidiabele kosten gebruik wordt gemaakt van uurtarieven, worden deze door de subsidieaanvrager berekend met gebruikmaking van een bij
subsidieaanvrager of -ontvanger gevolgen zou hebben die onevenredig zijn in verhouding tot de met de betrokken bepalingen te dienen doelen. 2. Toepassing van het vorige lid wordt gemotiveerd in het besluit en hiervan wordt periodiek verslag gedaan aan de raad.
subsidieregeling voorgeschreven berekeningswijze. 2. Bij het hanteren van kostenbegrippen bij de berekening van uurtarieven wordt uitgegaan van de bij subsidieregeling voorgeschreven defnities. 3. Bij subsidie waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen alleen die tarieven en kostenbegrippen in aanmerking die voldoen aan de eisen van het toepasselijke steunkader.
Artikel 18 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 18. Slotbepalingen 1. De Algemene subsidieverordening Hendrik-Ido-Ambacht van 9 mei 2005 wordt ingetrokken. 2. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2016. 3. Op aanvragen om subsidie die zijn ingediend voor deze datum zijn de bepalingen van de Algemene subsidieverordening Hendrik-IdoAmbacht van 9 mei 2005 van toepassing. 4. Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene subsidieverordening Hendrik-Ido-Ambacht 2016
Artikel 19 wordt toegevoegd: Bestaande tekst
nieuwe tekst Artikel 18. Hardheidsclausule 1. Als een bij of krachtens deze verordening gestelde termijn voor een subsidieaanvrager of -ontvanger gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zouden zijn tot de daarmee te dienen belangen, kunnen burgemeester en wethouders een andere termijn vaststellen. 2. In een subsidieregeling kan worden bepaald dat door burgemeester en wethouders van een of meer bepaalde artikelen of artikelleden van die regeling kan worden afgeweken als daaraan vasthouden voor een subsidieaanvrager of -ontvanger gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zouden zijn tot de daarmee te dienen belangen. 3. Toepassing van de vorige leden wordt gemotiveerd in het besluit en hiervan wordt periodiek verslag gedaan aan de raad.
nieuwe tekst 1. Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking,
onder intrekking van de Algemene subsidieverordening Hendrik-IdoAmbacht 2016. 2. Op aanvragen om subsidie die zijn ingediend voor deze datum zijn de bepalingen van de Algemene subsidieverordening Hendrik-IdoAmbacht 2025 van toepassing. 3. Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene subsidieverordening Hendrik-Ido-Ambacht 2025 Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van