CConstaterende datHendrik-Ido-Ambacht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 bij raadsvoorstel 8.1 oprichting Stichting Onderwijsgroep Zuid-Hollandse Waarden

commissie WOS openbaar 18 september 2023, gemeente Hendrik-Ido-AmbachtBij agendapunt: Statutenwijziging Onderwijsgroep Zuid-Hollandse Waarden PO/VO5.696 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Mr E.J. van Leusden notaris te Zwijndrecht

OPRICHTING/20140170.01/SB

C

O

N

C

E

P

T

28

-1

1-

20

14

Heden, achttien december tweeduizend veertien, verschenen voor mij, mr Eggo Johannes van Leusden, notaris te Zwijndrecht: 1. de heer Johan van Knijff, geboren te Den Helder op veertien juni negentienhonderdzestig, zich identificerende met zijn paspoort, met kenmerk NYF73C642, uitgegeven te Breda op zesentwintig februari tweeduizend dertien, wonende te 4854 LE Bavel, gemeente Breda, Mosdonk 3; te dezen handelend in zijn hoedanigheid van zelfstandig bevoegd bestuurder van en rechtsgeldig vertegenwoordigende de stichting Stichting openbaar basisonderwijs 3Primair, statutair gevestigd te Zwijndrecht, kantoorhoudende te 2992 ZB Barendrecht, Hakwei 2, ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder nummer 24405564; 2. de heer Louis Daniel de Haan, geboren te Rotterdam op negen april negentienhonderdvierenvijftig, zich identificerende met zijn paspoort, met kenmerk NWJ747DH6, uitgegeven te __________ op __________, wonende te 2912 CL Nieuwerkerk aan den IJssel, gemeente Zuidplas, Kerklaan 104; te dezen handelend in zijn hoedanigheid van zelfstandig bevoegd bestuurder van en rechtsgeldig vertegenwoordigende de stichting Stichting Onderwijsgroep ZuidHollandse Waarden, statutair gevestigd te Barendrecht, kantoorhoudende te 2992 ZB Barendrecht, Hakwei 2, ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder nummer 24417486; 3.

mevrouw mr Anna Wilhelmina Petronella Maria Blokland-Klapper, werkzaam op het kantooradres van de notaris, Burgemeester de Bruïnelaan 5, 3331 AB Zwijndrecht, geboren te Dordrecht op vijftien december negentienhonderddrieënzeventig; te dezen handelend als schriftelijk gevolmachtigde van: a. de publiekrechtelijke rechtspersoon Gemeente Barendrecht, gevestigd te Barendrecht, kantoorhoudende te 2991 AA Barendrecht, Binnenhof 1; b. de publiekrechtelijke rechtspersoon Gemeente Hendrik-Ido-Ambacht, gevestigd te Hendrik-Ido-Ambacht, kantoorhoudende te 3342 AE Hendrik-IdoAmbacht, Weteringsingel 1; c. de publiekrechtelijke rechtspersoon Gemeente Nederlek, gevestigd te Lekkerkerk, kantoorhoudende te 2941 ES Lekkerkerk, Burgemeester van der Willigenstraat 58; d. de publiekrechtelijke rechtspersoon de Gemeente Ridderkerk, gevestigd te Ridderkerk, kantoorhoudende aan het Koningsplein 1, 2981 EA Ridderkerk; e. de publiekrechtelijke rechtspersoon de Gemeente Zwijndrecht, gevestigd te Zwijndrecht, kantoorhoudende te 3331 BT Zwijndrecht, Raadhuisplein 3. Van het bestaan van voormelde volmachten blijkt uit een vijftal aan deze akte gehechte onderhandse stukken. De comparanten, handelend als gemeld, verklaarden bij deze een stichting in het leven te roepen en daarvoor de volgende statuten vast te stellen. STATUTEN Artikel 1 Naam

-1-

Mr E.J. van Leusden notaris te Zwijndrecht

C

O

N

C

E

P

T

28

-1

1-

20

14

De Stichting draagt de naam: Stichting Onderwijsgroep Zuid-Hollandse Waarden voor primair onderwijs en voortgezet onderwijs. Artikel 2 Begripsbepalingen In deze statuten wordt verstaan onder: a. gemeenten: de gemeenten Barendrecht, Hendrik-Ido-Ambacht, Nederlek, Ridderkerk en Zwijndrecht; b. gemeenteraden: de gemeenteraden van de gemeenten; c. GMR: de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad van de scholen voor primair onderwijs van de Stichting; d. MR: de medezeggenschapsraad van de school voor voortgezet onderwijs van de Stichting; e. scholen: de scholen voor openbaar primair en voortgezet onderwijs, die door de Stichting in stand worden gehouden; f. Stichting: de Stichting Onderwijsgroep Zuid-Hollandse Waarden voor primair onderwijs en voortgezet onderwijs; g. WPO: de Wet op het primair onderwijs; en h. WVO: de Wet op het voortgezet onderwijs. Artikel 3 Zetel en tijdsduur 1. De Stichting is gevestigd in de gemeente Barendrecht. 2. De Stichting is opgericht voor onbepaalde tijd. Artikel 4 Doel 1. Het doel van de Stichting is het in stand houden van: a. openbare scholen voor primair onderwijs in de gemeenten Barendrecht, Ridderkerk en Zwijndrecht zoals bedoeld in artikel 48 van de WPO; en b. een openbare school voor voortgezet onderwijs met vestigingen in de gemeenten Barendrecht, Nederlek, Ridderkerk en Zwijndrecht, zoals bedoeld in artikel 42b van de WVO.

Om haar doel te bereiken kan de Stichting -zonder daarbij het maken van winst te beogen- gebruik maken van alle wettelijk geoorloofde middelen die daaraan dienstbaar zijn. 2. De door de Stichting in stand gehouden scholen dragen bij aan de ontwikkeling van de leerlingen met aandacht voor de godsdienstige, levensbeschouwelijke en maatschappelijke waarden, zoals die leven in de Nederlandse samenleving en met onderkenning van de betekenis van de verscheidenheid van die waarden. Het openbaar onderwijs wordt gegeven met eerbiediging van ieders godsdienst of levensbeschouwing. 3. De scholen zijn toegankelijk voor alle kinderen zonder onderscheid van godsdienst of levensbeschouwing. Artikel 5 Vermogen Het tot verwezenlijking van het doel van de Stichting bestemde vermogen wordt gevormd door: a. rijksbekostiging;

-2-

Mr E.J. van Leusden notaris te Zwijndrecht

vergoedingen voor de door de Stichting verleende diensten; subsidies, giften en donaties; hetgeen verkregen wordt door erfstellingen of legaten, met dien verstande dat erfstellingen slechts kunnen worden aanvaard onder het voorrecht van boedelbeschrijving; e. hetgeen op andere wettelijk geoorloofde wijze verkregen wordt. Artikel 6 Organen 1. De Stichting kent de volgende organen: raad van toezicht; college van bestuur. 2. Zowel de raad van toezicht als het college van bestuur kunnen, al dan niet uit hun midden, commissies instellen, die onder verantwoordelijkheid van de raad van toezicht respectievelijk het college van bestuur belast kunnen worden met aangelegenheden die tot de bevoegdheid van het betreffende orgaan behoren. 3. Het instellende orgaan stelt nadere regels vast voor de werkwijze en samenstelling van de commissies. Artikel 7 College van bestuur; samenstelling, benoeming, schorsing en ontslag, belet en ontstentenis 1. De Stichting wordt bestuurd door een college van bestuur, bestaande uit ten minste één en ten hoogste drie natuurlijke personen. De raad van toezicht bepaalt het aantal leden dat deel uitmaakt van het college van bestuur. 2. Het college van bestuur wordt benoemd door de raad van toezicht, met inachtneming van de voordrachtsrechten als hierna bepaald.

De raad van toezicht benoemt een van de leden van het college van bestuur tot voorzitter van het college van bestuur. In het geval het college van bestuur uit één natuurlijke persoon bestaat, is dit lid tevens voorzitter van het college van bestuur. 3. Het competentieprofiel van de te benoemen leden van het college van bestuur wordt vastgesteld door de raad van toezicht. Bij de samenstelling van het college van bestuur houdt de raad van toezicht er rekening mee, dat het college van bestuur affiniteit heeft met zowel het primair als het voortgezet onderwijs. De raad van toezicht kan -indien overgegaan moet worden tot de vervulling van een vacature- besluiten tot een aanvulling dan wel een nadere detaillering van het competentieprofiel. 4. De raad van toezicht stelt een benoemingsadviescommissie in, die een voordracht opstelt voor de benoeming van de leden van het college van bestuur. In de benoemingsadviescommissie hebben in elk geval zitting twee leden van de raad van toezicht, een lid van de GMR en een lid van de MR. De samenstelling, taak en werkwijze van deze benoemingsadviescommissie wordt in een door de raad van toezicht vast te stellen reglement nader uitgewerkt. 5. De leden van het college van bestuur kunnen worden geschorst door de raad van toezicht.

De schorsing van een lid van het college van bestuur vervalt, indien de raad van toezicht niet binnen drie maanden na de datum van ingang van de schorsing besluit tot opheffing of verlenging van de schorsing. Een schorsing kan voor ten hoogste drie maanden worden verlengd, met ingang van de datum

C

O

N

C

E

P

T

28

-1

1-

20

14

b. c. d.

-3-

Mr E.J. van Leusden notaris te Zwijndrecht

C

O

N

C

E

P

T

28

-1

1-

20

14

waarop het besluit tot verlenging van de schorsing werd genomen. Het betrokken lid wordt in de gelegenheid gesteld zich in een vergadering van de raad van toezicht waarin schorsing of verlenging daarvan aan de orde is te verantwoorden. Daarbij kan hij zich doen bijstaan door een raadsman. 6. De leden van het college van bestuur kunnen worden ontslagen door de raad van toezicht. Het betrokken lid wordt in de gelegenheid gesteld zich in een vergadering van de raad van toezicht waarin het ontslag aan de orde is te verantwoorden. Daarbij kan hij zich doen bijstaan door een raadsman. 7. De leden van het college van bestuur kunnen worden benoemd voor onbepaalde dan wel voor bepaalde tijd. 8. Het lidmaatschap van het college van bestuur eindigt door: a. overlijden; b. vrijwillig aftreden (bedanken); c. ontslag door de rechtbank; d. ontslag verleend door de raad van toezicht; e. onder curatelestelling; en f. het verstrijken van de duur van de benoeming. 9. In een vacature wordt zo spoedig mogelijk voorzien. In het geval om welke redenen dan ook een of meer bestuursleden ontbreken, vormen de overblijvende bestuursleden niettemin een wettig college van bestuur. Bij ontstentenis of belet van alle leden van het college van bestuur wordt het college van bestuur waargenomen door één persoon die daartoe door de raad van toezicht is of wordt aangewezen.

Gaat de raad van toezicht niet binnen twee weken tot een zodanige aanwijzing over dan wordt het college van bestuur waargenomen door de persoon die daartoe door de voorzieningenrechter van de rechtbank van het arrondissement waar de Stichting statutair is gevestigd, op verzoek van één of meer belanghebbende(n) is of wordt aangewezen. 10. De raad van toezicht is belast met het vaststellen van de arbeidsvoorwaarden, bezoldiging en onkostenvergoedingen van de leden van het college van bestuur. Artikel 8 College van bestuur; taak en bevoegdheden 1. Het college van bestuur is belast met het besturen van de Stichting. Bij de vervulling van zijn taak richt het college van bestuur zich naar het belang van de Stichting, het belang van de scholen die door de Stichting in stand worden gehouden en het belang van de samenleving. 2. Het college van bestuur heeft al die taken en bevoegdheden met betrekking tot het bestuur van de Stichting die niet bij of krachtens de wet en deze statuten aan anderen zijn toegekend. 3. Het college van bestuur stelt een strategisch beleidsplan voor de Stichting vast en formuleert op basis van dat beleidsplan concrete doelstellingen van de scholen die door de Stichting in stand worden gehouden, daarbij rekening houdend met de belangen van hen die bij die scholen zijn betrokken en rekening houdend met de eisen die de samenleving aan openbaar onderwijs stelt.

Het college van bestuur legt in het jaarverslag verantwoording af over de mate waarin de vastgestelde missie en doelstellingen worden gehaald. 4. Het college van bestuur is bevoegd tot het verrichten van alle rechtshandelingen.

-4-

Mr E.J. van Leusden notaris te Zwijndrecht

C

O

N

C

E

P

T

28

-1

1-

20

14

Hieronder zijn tevens begrepen besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen, en tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de Stichting zich als borg of hoofdelijk schuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt. De in de vorige volzin bedoelde besluiten zijn onderworpen aan de goedkeuring van de raad van toezicht. 5. Voorts heeft het college van bestuur voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht nodig voor het nemen van besluiten met betrekking tot: a. de vaststelling van de (meerjaren)begroting en het jaarverslag; b. de vaststelling van een strategisch meerjarenplan; c. het aangaan van financiële verplichtingen en samenwerkingsovereenkomsten welke niet binnen de begroting zijn opgenomen en waarvan het belang meer bedraagt dan een door de raad van toezicht vastgesteld bedrag; d. een aanvraag tot faillissement of van surséance van betaling; e. het doen van een voorstel aan de gemeenteraden tot opheffing, fusie of afsplitsing van (een deel van) de door de Stichting in stand gehouden school voor voortgezet onderwijs; f. het doen van een voorstel tot stichting van een school voor primair onderwijs aan de gemeenteraad van de gemeente, waar deze stichting beoogd is; g.

het besluit tot opheffing van een school voor primair onderwijs of een nevenvestiging van een school voor primair onderwijs; h. de beëindiging van de dienstbetrekking van een aanmerkelijk aantal werknemers tegelijkertijd of binnen een kort tijdbestek; i. ingrijpende wijziging van de arbeidsomstandigheden van een aanmerkelijk aantal werknemers in dienst van de Stichting; j. het besluit tot wijziging van de statuten van de Stichting; en k. het besluit tot ontbinding, fusie of splitsing van de Stichting. 6. Ieder lid van het college van bestuur heeft één stem. Alle besluiten van het college van bestuur worden genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen. 7. De vergaderingen van het college van bestuur zijn openbaar. Het college van bestuur kan besluiten (een deel van) de vergadering achter gesloten deuren te houden, indien naar het oordeel van het college van bestuur het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen het belang van de stichting of het belang van de bescherming van de privacy van personen. 8. De raad van toezicht stelt een reglement vast, waarbij in ieder geval een regeling wordt gegeven omtrent het intern toezicht op het college van bestuur. 9. Tegen de achtergrond van de benodigde deskundigheid dragen de leden van het college van bestuur zorg voor voortdurende persoonlijke ontwikkeling.

Het functioneren van de leden van het college van bestuur wordt jaarlijks door de raad van toezicht beoordeeld. Artikel 9 Vertegenwoordiging 1. Het college van bestuur alsmede ieder lid van het college van bestuur afzonderlijk vertegenwoordigt de Stichting, voor zover uit de WPO en WVO niet anders voortvloeit.

-5-

Mr E.J. van Leusden notaris te Zwijndrecht

Het college van bestuur kan besluiten tot de verlening van volmacht aan derden, om de Stichting binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen. 3. Wanneer het college van bestuur of een lid van het college van bestuur een tegenstrijdig belang heeft met de Stichting, wordt de Stichting vertegenwoordigd door de voorzitter van de raad van toezicht of een door de voorzitter van de raad van toezicht aan te wijzen persoon. Artikel 10 Toezicht op de Stichting door de gemeenteraden 1. De gemeenteraden oefenen toezicht uit op de Stichting in de zin van de WPO en de WVO door -wanneer zulks naar het oordeel van de gemeenteraden geboden is- de bevoegdheden te gebruiken die aan de gemeenteraden zijn toegekend bij deze statuten en de WPO en WVO. 2 De in het eerste lid van dit artikel bedoelde bevoegdheden omvatten: a. het besluit tot opheffing van (een deel van) de school voor voortgezet onderwijs: b. het goedkeuren van een besluit tot wijziging van de statuten van de Stichting; c. het goedkeuren van een besluit tot ontbinding, fusie of splitsing van de Stichting; en d. het voorzien in het bestuur in geval van ernstige taakverwaarlozing door het college van bestuur van de Stichting of functioneren in strijd met de wet. 3.

Het college van bestuur en de colleges van Burgemeester en Wethouders van de gemeenten stellen een convenant vast, waarin in ieder geval nadere afspraken worden gemaakt over: a. het verstrekken van informatie aan de gemeenten door de Stichting; b. het voeren van periodiek overleg tussen de gemeenten en de Stichting; c. de wijze waarop het overleg genoemd onder b plaatsvindt. Artikel 11 Toezicht op het bestuur door de raad van toezicht 1. Onverminderd het bepaalde in artikel 10 van deze statuten is het intern toezicht op het college van bestuur opgedragen aan de raad van toezicht. 2. De raad van toezicht staat het college van bestuur met raad ter zijde. 3. De raad van toezicht is belast met: a. het goedkeuren van de besluiten, zoals genoemd in artikel 8, vierde en vijfde lid van deze statuten; b. het aanwijzen van een accountant; c. het goedkeuren van een statutenwijziging, zoals genoemd in artikel 16, eerste lid van de statuten; d. het goedkeuren van het besluit tot ontbinding van de Stichting, zoals genoemd in artikel 17, eerste lid van de statuten; e. het goedkeuren van het besluit tot fusie of splitsing van de Stichting, zoals genoemd in artikel 18, eerste lid van de statuten; f. het toezien op de naleving door het college van bestuur van de code goed bestuur, zoals genoemd in de WPO en de WVO; g.

het toezien op de rechtmatige verwerving en de doelmatige en rechtmatige bestemming en aanwending van de middelen van de school verkregen op grond van de wet;

C

O

N

C

E

P

T

28

-1

1-

20

14

2.

-6-

Mr E.J. van Leusden notaris te Zwijndrecht

h. het toezien op de naleving door het bestuur van wettelijke verplichtingen. De raad van toezicht legt in het jaarverslag verantwoording af over de uitvoering van haar toezichthoudende taken en bevoegdheden. Artikel 12 Raad van toezicht; samenstelling, benoeming, schorsing en ontslag, belet en ontstentenis 1. De raad van toezicht bestaat uit ten minste vijf en ten hoogste zeven natuurlijke personen. De raad van toezicht bepaalt het aantal leden waaruit de raad van toezicht bestaat. De leden van de raad van toezicht worden benoemd door de gemeenteraden. 2. De gemeenteraden benoemen: a. een derde van het aantal leden van de raad van toezicht op bindende voordracht van de oudergeledingen van de GMR en de MR; b. een lid van de raad van toezicht op bindende voordracht van de GMR en de MR; c. de overige leden van de raad van toezicht op bindende voordracht van de raad van toezicht. De uitkomst van de breuk -genoemd onder a van dit lid- wordt naar boven afgerond. De benoeming geschiedt met inachtneming van een door de raad van toezicht opgestelde en openbaar gemaakt competentieprofiel waarin de noodzakelijke competenties van de raad van toezicht en de afzonderlijke leden van de raad van toezicht worden beschreven. De in dit lid genoemde voordrachten worden voorbereid door een benoemingsadviescommissie.

In de benoemingsadviescommissie hebben in elk geval twee leden van de raad van toezicht, een lid van de GMR en een lid van de MR zitting. De werkwijze van deze benoemingsadviescommissie wordt in een door de raad van toezicht vast te stellen reglement nader uitgewerkt. 3. De leden van de raad van toezicht worden benoemd voor een periode van vier jaar. Aftreden geschiedt volgens een door de raad van toezicht op te stellen rooster van aftreden. Een volgens rooster aftredend lid van de raad van toezicht is onmiddellijk herbenoembaar. Herbenoeming is slechts eenmaal mogelijk. Het lid dat in een tussentijdse vacature wordt benoemd, neemt op het rooster de plaats in van degene in wiens vacature hij werd benoemd. 4. Leden van de raad van toezicht kunnen niet zijn personen die: a. in dienst zijn van de Stichting alsmede hun partner en bloed- en aanverwanten tot de tweede graad; b. lid zijn of gedurende de afgelopen twee jaren lid zijn geweest van het college van bestuur; c. lid zijn van het college van Burgemeester en Wethouders of de gemeenteraad van een van de gemeenten; d. lid zijn van de MR of de GMR; e. als advocaat, procureur, gemachtigde of adviseur in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van Stichting dan wel ten behoeve van de wederpartij van de Stichting; f. als gemachtigde of als adviseur werkzaam zijn ten behoeve van derden tot

C

O

N

C

E

P

T

28

-1

1-

20

14

4.

-7-

Mr E.J. van Leusden notaris te Zwijndrecht

het aangaan van collectieve arbeidsovereenkomsten met de Stichting; rechtstreeks betrokken zijn bij het leveren van goederen of diensten aan de Stichting die direct verband houden met de doelstelling van de Stichting. 5. De raad van toezicht wijst uit zijn midden een voorzitter aan. 6. De gemeenteraden zijn -na overleg met de raad van toezicht- bevoegd een lid van de raad van toezicht te ontslaan. Het betrokken lid van de raad van toezicht wordt in de gelegenheid gesteld zich ten overstaan van de gemeenteraden en de raad van toezicht te verantwoorden. Daarbij kan hij zich doen bijstaan door een raadsman. 7. De raad van toezicht kan een lid van de raad van toezicht schorsen. De schorsing van het lid van de raad van toezicht vervalt, indien de raad van toezicht niet binnen drie maanden na de datum van ingang van de schorsing besluit tot opheffing of verlenging van de schorsing. Een schorsing kan voor ten hoogste drie maanden worden verlengd, ingaande op de datum waarop het besluit tot verlenging van de schorsing werd genomen. Het lid van de raad van toezicht wordt in de gelegenheid gesteld zich in een vergadering van de raad van toezicht waarin schorsing of verlenging daarvan aan de orde is te verantwoorden. Daarbij kan hij zich doen bijstaan door een raadsman. 8.

Eventuele toekenning van vacatiegelden aan leden van de raad van toezicht en onkostenvergoedingen aan leden van het bestuur en de raad van toezicht geschiedt op basis van een door de raad van toezicht vastgesteld -en op hoofdlijnen in het jaarverslag openbaar gemaakt- reglement. Jaarlijks wordt door het bestuur uitdrukkelijk in de jaarrekening verantwoord welke bedragen op grond van deze regeling aan het bestuur en de raad van toezicht zijn uitgegeven. 9. Het college van bestuur verschaft de raad van toezicht tijdig de voor de uitoefening van diens taken en bevoegdheden noodzakelijke gegevens en voorts aan ieder lid van de raad alle inlichtingen betreffende de aangelegenheden van de Stichting die deze mocht verlangen. De raad van toezicht is bevoegd -met inachtneming van de geldende wet- en regelgeving op het terrein van de bescherming van persoonsgegevens- inzage te nemen en te doen nemen van alle boeken, bescheiden, overige gegevensdragers en correspondentie van de Stichting. 10. De raad van toezicht kan zich voor rekening van de Stichting in de uitoefening van zijn taak doen bijstaan door één of meer deskundigen. 11. Het lidmaatschap van de raad van toezicht eindigt: a. door overlijden; b. door vrijwillig aftreden (bedanken); c. door het verstrijken van de termijn vermeld in het rooster van aftreden; d. door onder curatelestelling; e.

door ontslag verleend door de rechtbank; of f. door ontslag verleend door de gemeenteraden. 12 . In vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien. Een niet voltallige raad van toezicht behoudt zijn bevoegdheden. Bij ontstentenis of belet van alle leden van de raad van toezicht of van het enige (overgebleven) lid worden de taken en bevoegdheden van de raad van toezicht waargenomen door de perso(o)n(en) die daartoe door de gemeenteraden is of wordt aangewezen. Gaan de

C

O

N

C

E

P

T

28

-1

1-

20

14

g.

-8-

Mr E.J. van Leusden notaris te Zwijndrecht

C

O

N

C

E

P

T

28

-1

1-

20

14

gemeenteraden niet binnen twee weken nadat zij op de hoogte zijn gesteld van de ontstentenis of belet van alle leden van de raden van toezicht niet over tot een aanwijzing van een of meer waarnemers dan wordt de raad van toezicht waargenomen door de persoon die daartoe door de voorzieningenrechter van de rechtbank van het arrondissement waar de Stichting statutair is gevestigd, op verzoek van één of meer belanghebbende(n) is of wordt/en aangewezen. 13. Bij de vervulling van zijn taak richt de raad van toezicht zich naar het belang van de Stichting, het belang van de scholen die door de Stichting in stand worden gehouden en het belang van de samenleving. Artikel 13 Raad van toezicht; werkwijze 1. In de vergaderingen van de raad van toezicht heeft ieder lid één stem. Alle besluiten worden genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen. 2. De raad van toezicht kan ook op andere wijze dan in een vergadering besluiten nemen, mits alle leden in de gelegenheid worden gesteld hun stem uit te brengen en geen van hen zich tegen deze wijze van besluitvorming verzet. Een besluit is alsdan genomen, indien de volstrekte meerderheid van het aantal leden zich vóór het voorstel heeft verklaard. Van elk buiten vergadering genomen besluit wordt mededeling gedaan in de eerstvolgende vergadering, welke mededeling in de notulen van die vergadering wordt vermeld. 3.

Een lid van de raad van toezicht kan zich door een ander lid van de raad van toezicht ter vergadering schriftelijk doen vertegenwoordigen. Eén lid van de raad van toezicht kan slechts één medelid ter vergadering vertegenwoordigen. 4. Zo nodig stelt de raad van toezicht nadere regels omtrent zijn werkwijze vast in het reglement, zoals bedoeld in artikel 8, achtste lid van deze statuten. Artikel 14 Boekjaar, jaarstukken 1. Het boekjaar van de Stichting is het kalenderjaar. 2. Jaarlijks stelt het college van bestuur vóór de aanvang van het boekjaar een begroting en meerjarenbegroting vast. De begroting en meerjarenbegroting behoeven de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht. Het college van bestuur zendt de begroting en meerjarenbegroting binnen twee weken na vaststelling aan de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten. 3. Jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar van de Stichting stelt het college van bestuur een jaarverslag vast over dat boekjaar. Het jaarverslag behoeft de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht. Het college van bestuur zendt het jaarverslag binnen twee weken na vaststelling aan de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten. 4. Het jaarverslag wordt ondertekend door het college van bestuur en de voorzitter van de raad van toezicht. 5.

De raad van toezicht draagt het bestuur op het jaarverslag te doen onderzoeken door een door de raad van toezicht aangewezen accountant. Artikel 15 Vrijwaring en vrijtekening 1. De Stichting stelt iedere persoon die, vanwege het feit dat hij lid van het College

-9-

Mr E.J. van Leusden notaris te Zwijndrecht

C

O

N

C

E

P

T

28

-1

1-

20

14

van bestuur of lid van de raad van toezicht van de Stichting is of was, als partij betrokken was of is of als een op diens betrokkenheid als partij uitlopende ontwikkeling aannemelijk is bij een op handen zijnde, aanhangige of beëindigde actie of procedure van welke aard dan ook, door of namens de Stichting dan wel door derden ingesteld, schadeloos voor alle nadelige financiële gevolgen, daaronder begrepen kosten en boetes, die hij in werkelijkheid en redelijkerwijze heeft moeten dragen in verband met een dergelijke actie of procedure, mits hij heeft gehandeld op een wijze die hij redelijkerwijze kon beschouwen in het belang van of niet tegen de belangen van de Stichting te zijn, en tenzij (en voor zover) het doen van een beroep op deze regeling in strijd zou zijn met de goede trouw. 2. Een schadeloosstelling door de Stichting bedoeld in het vorige lid geschiedt na een vaststelling dat een lid van het college van bestuur of het lid van de raad van toezicht voldaan heeft aan de van toepassing zijnde gedragsnorm genoemd in het vorige lid. Artikel 16 Statutenwijziging 1. Het college van bestuur is bevoegd de statuten te wijzigen. Het besluit tot statutenwijziging is onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht. Het besluit tot statutenwijziging is voorts onderworpen aan de instemming van de gemeenteraden. 2.

Het besluit van het college van bestuur tot statutenwijziging wordt genomen in een voltallige vergadering van het college van bestuur. Is de vergadering van het college van bestuur waarin een besluit tot statutenwijziging aan de orde is niet voltallig, dan zal een nieuwe vergadering worden bijeengeroepen, te houden niet eerder dan twee en niet later dan vier weken na de bedoelde vergadering, waarin het besluit kan worden genomen, ongeacht het aantal aanwezigen. 3. Bij de oproeping tot de vergadering, waarin een voorstel tot statutenwijziging zal worden gedaan, dient zulks steeds te worden vermeld. Tevens dient een afschrift van het voorstel, bevattende de woordelijke tekst van de voorgestelde wijziging, bij de oproeping te worden gevoegd. De termijn van oproeping bedraagt in dit geval ten minste twee weken. 4. Een statutenwijziging treedt eerst in werking nadat daarvan een notariële akte is opgemaakt. 5. Het college van bestuur is verplicht een authentiek afschrift van de wijziging en een volledige doorlopende tekst van de gewijzigde statuten neer te leggen op het kantoor van het door de Kamer van Koophandel gehouden handelsregister. Artikel 17 Ontbinding en vereffening 1. Het college van bestuur is bevoegd de Stichting te ontbinden. Het besluit tot ontbinding is onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht.

Het besluit tot ontbinding is voorts onderworpen aan de goedkeuring van de gemeenteraden. Het bepaalde in artikel 16 lid 2 is van overeenkomstige toepassing op een besluit van het college van bestuur tot ontbinding van de stichting. 2. Voorts zijn de gemeenteraden, in geval van ernstige taakverwaarlozing door het college van bestuur of functioneren in strijd met de wet als bedoeld in de WPO en

- 10 -

Mr E.J. van Leusden notaris te Zwijndrecht

de WVO, bevoegd zo nodig de Stichting te ontbinden. Tenzij de raad van toezicht anders besluit, is het college van bestuur met de vereffening belast. 4. De vereffenaars dragen er zorg voor, dat van de ontbinding inschrijving geschiedt in het op het kantoor van het door de Kamer van Koophandel gehouden handelsregister. 5. De raad van toezicht stelt de bestemming van het batig liquidatiesaldo vast. 6. Na de ontbinding blijft de Stichting voortbestaan voor zover dit tot de vereffening van haar vermogen nodig is. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van deze statuten zoveel mogelijk van kracht. In stukken en aankondigingen die van haar uitgaan, moeten aan de naam van de Stichting worden toegevoegd de woorden "in liquidatie". 7. Na afloop van de vereffening blijven de boeken, bescheiden en overige gegevensdragers van de ontbonden stichting gedurende de door de wet bepaalde termijn onder berusting van de door de vereffenaars aangewezen persoon. Deze persoon is gehouden zijn aanwijzing ter inschrijving op te geven in het in lid 3 van het voorgaande artikel vermelde register. Artikel 18 Juridische fusie en juridische splitsing 1. Het college van bestuur is bevoegd te besluiten tot een juridische fusie en een juridische splitsing van de Stichting. Dit besluit is onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht.

Het besluit tot juridische fusie en juridische splitsing van de Stichting is voorts onderworpen aan de goedkeuring van de gemeenteraden. 2. Het bepaalde in artikel 16 lid 2 is van overeenkomstige toepassing op een besluit van het college van bestuur tot fusie en splitsing. Artikel 19 Overgangs- en slotbepalingen 1. In afwijking van het bepaalde in artikel 7, tweede lid benoemen de raden van toezicht van de Stichting openbaar basisonderwijs 3Primair en de Stichting Onderwijsgroep Zuid-Hollandse Waarden gezamenlijk de leden van het eerste college van bestuur. 2. In afwijking van het bepaalde in artikel 12, eerste en tweede lid vormen de leden van de raden van toezicht van de Stichting openbaar basisonderwijs 3Primair en de Stichting Onderwijsgroep Zuid-Hollandse Waarden, die op één januari tweeduizend vijftien deel uitmaken van een van deze twee raden van toezicht, vanaf één januari tweeduizend vijftien de eerste raad van toezicht van de Stichting. 3. In afwijking van het bepaalde in artikel 12, derde lid eindigt de zittingstermijn van de leden van de eerste raad van toezicht uiterlijk op eenendertig december tweeduizend vijftien. 4.

De eerste raad van toezicht, zoals genoemd in het tweede lid van dit artikel, draagt er zorg voor dat overeenkomstig de bepalingen van deze statuten een voordracht voor de benoeming van de leden van de leden van de raad van toezicht aan de gemeenteraden wordt toegezonden. De eerste raad van toezicht zendt de voordracht, zoals genoemd in de eerste volzin van dit lid, op een zodanig

C

O

N

C

E

P

T

28

-1

1-

20

14

3.

- 11 -

Mr E.J. van Leusden notaris te Zwijndrecht

C

O

N

C

E

P

T

28

-1

1-

20

14

tijdstip aan de gemeenteraden dat de zittingstermijn van de te benoemen leden van de raad van toezicht zo spoedig mogelijk in de loop van tweeduizend vijftien doch uiterlijk met ingang van één januari tweeduizend zestien een aanvang kan nemen. 5. In alle gevallen waarin de bepalingen van deze statuten in strijd blijken te zijn met de WPO en WVO, prevaleren de WPO en WVO. 6. In alle gevallen de Stichting betreffende waarin deze statuten niet voorzien, beslist de raad van toezicht. Slotverklaring De comparanten, handelend als gemeld, verklaarden tenslotte: De raden van toezicht van de Stichting openbaar basisonderwijs 3Primair en de Stichting Onderwijsgroep Zuid-Hollandse Waarden hebben op @ en @, blijkens de aan deze akte gehechte kopieen van de betreffende besluiten benoemd tot leden in het eerste college van bestuur van de Stichting, de heer Johan van Knijff, de comparant sub 1. en de heer Louis Daniel de Haan, de comparant sub 2, met respectievelijk de titel @ en @. De eerste raad van toezicht van de Stichting wordt gevormd door de leden van de raden van toezicht van de Stichting openbaar basisonderwijs 3Primair en de Stichting Onderwijsgroep Zuid-Hollandse Waarden die op één januari tweeduizend vijftien deel zullen uitmaken van een ven deze twee raden van toezicht, voor zover thans bekend zijnde: a.

de heer Johannes Theodorus Gerardus Pieter Franx, geboren te Rotterdam op vijftien mei negentienhonderdvierenveertig, wonende te 2992 NB Barendrecht, Cellolaan 3; b. mevrouw Miranda van der Nat, geboren te Schiedam op achtentwintig maart negentienhonderdnegenenzestig, wonende te 2991 WB Barendrecht, Molenleede 96; c. de heer Daniël Willem Otto Alexander Schut, geboren te Amsterdam op een oktober negentienhonderdzesenveertig, wonende te 2988 AT Ridderkerk, Waaldijk 5 A; d. de heer Derk Jan Koerselman, geboren te Rotterdam op zesentwintig mei negentienhonderdtweeënzestig, wonende te 2991 JK Barendrecht, Schoener 109; e. de heer Kenneth Casparus van Leeuwen, geboren te Nieuwerkerk aan den IJssel op elf september negentienhonderdzeventig, wonende te 2994 EG Barendrecht, Leeuwenburg 15; f. mevrouw Adriana Wilhelmina van Dongen, geboren te Heerjansdam op zes november negentienhonderdeenenzeventig, ongehuwd en niet als partner geregistreerd, wonende te 2988 XJ Ridderkerk, J.C. de Backstraat 60; g mevrouw Mari Joséfie Konijnenberg, geboren te Amstelveen op negentien juli negentienhonderdvierenzestig, wonende te 2901 KA Capelle aan den IJssel, Bellinistraat 70; h de heer Rudolf Joachim Maria van den Broek, geboren te Horst op zestien augustus negentienhonderdtweeënvijftig, wonende te 4871 HG Etten-Leur, Piersonhorst 4; i. de heer A……...

van 't Laar, geboren te __________ op __________, wonende te 4661 PB Halsteren, Tholenseweg 12;

- 12 -

Mr E.J. van Leusden notaris te Zwijndrecht

j.

de heer Inge Nuis, geboren te Ridderkerk op eenendertig juli negentienhonderdzevenenvijftig, wonende te 2984 ED Ridderkerk, Kamerlingh Onnesstraat 66.

C

O

N

C

E

P

T

28

-1

1-

20

14

Slot De verschenen personen zijn mij, notaris, bekend. Waarvan akte is verleden te Zwijndrecht op de datum in het hoofd van deze akte vermeld. Na zakelijke opgave van de inhoud van deze akte en het geven van een toelichting daarop aan de verschenen personen hebben zij verklaard van de inhoud te hebben kennis genomen en op volledige voorlezing daarvan geen prijs te stellen. Vervolgens is deze akte na beperkte voorlezing ondertekend door de verschenen personen en tenslotte door mij, notaris.

- 13 -

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13102881/3