CConstaterende datHendrik-Ido-Ambacht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 24 Toelichting per verbonden partij DEF 20260428

commissie RZ-de Volgerlanden openbaar 19 mei 2026, gemeente Hendrik-Ido-AmbachtBij agendapunt: Raadsvoorstel Zienswijze ontwerpbegroting 2027 en jaarrekening 2025: GR Bureau Openbare Verlichting4.480 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Toelichting bij het raadsvoorstel over de zienswijzen

Inleiding Een belangrijk sturingsinstrument voor de raad is de begroting van een verbonden partij. In onze Nota Verbonden Partijen is opgenomen dat het college de gemeenteraad in de gelegenheid stelt om zienswijzen op begrotingen in te dienen. In april hebben de gemeenschappelijke regelingen DG&J, OZHZ, NRIJ en BOVL hun conceptbegroting 2027 en concept jaarstukken 2025 aan ons toegestuurd. Via dit raadsvoorstel leggen wij deze stukken in één keer, met één raadsvoorstel aan u voor, voor zover van toepassing vergezeld van een concept zienswijze. Voor de gemeenschappelijke regeling Sociaal ligt een apart raadsvoorstel voor. Van hen ontvingen wij de stukken te laat om no mee te kunnen nemen in dit voorstel. Dit geldt ook voor de GR VRZHZ. Over de GR GEVUDO heeft reeds besluitvorming plaatsgevonden. Om het raadsvoorstel overzichtelijker te maken, hebben wij de algemene opmerkingen een toelichting per verbonden partij in deze bijlage opgenomen.

Algemeen Risicoprofiel Er is veel variatie in fnanciile en bestuurlijke belangen bij de verbonden partijen. Daardoor kan de wijze en de mate van sturing per verbonden partij verschillen. In dat kader is in de Nota Verbonden Partijen gekozen voor een methodiek waarbij door een risicoanalyse per partij een risicoprofel wordt bepaald. Dit risicoprofel vormt de basis voor het sturingsarrangement dat we inzetten. Hoe groter het risico, des te hoger onze intensiteit van sturing. Hierop zijn wij nader ingegaan in de Nota Verbonden Partijen. Deze nota hebben wij in 2024 herzien en is in de raadsvergadering van 7 oktober 2024 door de gemeenteraad vastgesteld. Met deze herziening hebben wij ook de risicoprofelen van de verbonden partijen herzien. Het risicoprofel van de GR DG&J is dit jaar verhoogd van midden naar hoog. Begrotingen 2027 De ons toegezonden documenten van de GR DG&J, de GR NRIJ, en de GR OZHZ geven aanleiding om een zienswijze kenbaar te maken. Dit is niet het geval bij de GR BOVL. De efecten van de begrotingen worden in onze begroting 2027 verwerkt. Het is mogelijk dat er specifek bij de raad wordt teruggekomen met nadere besluitvorming of informatie, zoals bij geactualiseerde begrotingen. Jaarstukken 2025 De jaarstukken kunnen een voorlopige status hebben, bijvoorbeeld in verband met afrekeningen of herverdelingsvraagstukken die nog spelen.

Ook uit de accountantscontrole kunnen nog wijzigingen naar voren komen waardoor de jaarstukken moeten worden aangepast. De vaststelling van de jaarstukken is aan het algemeen bestuur van de GR. Indien er bijzonderheden over de jaarstukken zijn, is dit als extra onderwerp verwerkt in de zienswijzebrief.

A. GR Dienst Gezondheid & Jeugd (risicoprofel hoog) Begroting 2027 DG&J Algemeen De conceptbegroting 2027 betreft de begrotingsprogramma's van de GR Dienst Gezondheid en Jeugd (DG&J). Daarnaast is er een meerjarenraming voor de periode 20282030 opgenomen in de stukken. De fnanciile basis voor deze begroting is de Kadernota 2027 die door het Algemeen Bestuur op 18 december 2025 is vastgesteld. Dit document heeft het college inclusief een begeleidende brief (maart 2026) ter informatie aan de gemeenteraad toegestuurd. Met de begroting 2027 doet de GR DG&J een aantal voorstellen zoals beschreven op pagina 6 en 7 van het betrefende document. Deze voorstellen zet de DG&J om in besluiten die voorgelegd worden in de AB-vergadering van 9 juli 2026. De voorstellen zien toe op het volgende: 1.

De DG&J zet in op een nullijn als kader voor de begroting 2027

Het AB heeft besloten de begroting 2026 plus indexatie, met uitzondering van het jeugdhulpbudget, als kader voor de begroting 2027 te gebruiken (nullijn). Onderdeel van de nullijn-begroting 2026 is een tweetal incidentele posten voor de formatie van OGGZ en Veilig Thuis. Bij de begroting 2027 worden deze posten nog éénmaal incidenteel opgenomen in de veronderstelling dat het aantal meldingen daalt. Als dat niet lukt, geeft DG&J aan dat het onvermijdelijk is om de incidentele fnanciering van formatie structureel op te nemen in de begroting 2028.

2.

Indexatie

De begroting 2027 is geïndexeerd volgens de kaders zoals deze in de kadernota 2027 zijn aangegeven. De lonen zijn met 5,7% geïndexeerd en de materiile budgetten met 2,2%. De totale omvang van de indexatie voor de onderdelen GGD, Veilig Thuis en LVS bedraagt € 2,4 miljoen. Hiervan is € 655.000 verlegd naar subsidies, ofertes en overige externe inkomsten. Het resterende deel, € 1,726 miljoen, leidt dit tot het verhogen van de gemeentelijke bijdrage. In de defnitieve begroting waar het Algemeen Bestuur op 9 juli 2026 over besluit, wordt de indexatie van de loonkosten van de DG&J (met uitzondering van het jeugdhulpbudget en het contract met Jong JGZ) gecorrigeerd van 5,7% naar 4,2%, conform het actuele CPB CEP indexatiecijfer.

3.

Basispakket OGGZ

Voortvloeiend uit de impactanalyse en de daaruit volgende taakanalyse zijn voor de OGGZ (openbare geestelijke gezondheidszorg) een basispakket en een pluspakket geformuleerd. De taken die onder het basispakket vallen, betrefen wettelijke taken met een structureel karakter. DG&J is voornemens om taken die onder het basispakket vallen te fnancieren vanuit de gemeentelijke bijdrage. Concreet betekent dit dat gemeenten hiervoor geen dienstverleningsovereenkomst (DVO) meer afsluiten met de DG&J. Hierbij gaat het om Procesregie en de Wet verplichte GGZ (WvGGZ). De DG&J stelt voor om voor deze twee deeltaken, vanwege het uitgangspunt ‘basispakket is gemeentelijke bijdrage’, de gemeentelijke bijdrage te verhogen met totaal € 1,4

miljoen (€ 882.964 voor procesregie, € 476.372 voor WvGGZ). Omdat deze kosten structureel in onze begroting zijn opgenomen ten behoeve van de lopende DVO heeft dit voor onze gemeente een kostenneutraal efect.

SOJ De hoogte van de gemeentelijke bijdrage stijgt De fnanciile raming van de jeugdhulpuitgaven 2027-2030 worden geïndexeerd naar het prijsniveau 2027. Vanuit het oogpunt van evenwichtig begrotingsbeleid, en conform eerdere jaren, kiest de GR DG&J ervoor om zowel geen groei als geen besparingen op te nemen ten opzichte van deze prognose. In de begroting zien we een stijging van onze gemeentelijke bijdrage van € 825.000 voor de SOJ in 2027 en afopend naar €700.000 vanaf 2029. Indexatie en het wettelijk verplichte kostprijsonderzoek spelen hierbij een rol. Als we kijken naar het aantal jeugdigen dat jeugdhulp ontvangt zien we een redelijk stabiele trend voor onze gemeente. Hoogte gemeentelijke bijdrage sterk beïnvloed door complexe casuïstiek Net als tijdens de aanbieding van de begroting 2026 van de GR DG&J aan uw raad heeft onze gemeente te maken met een aantal zeer intensieve jeugdzorgtrajecten met verblijf, die hoge kosten met zich meebrengen. We zien dat de totale kosten van de jeugdhulp voor onze gemeente hierdoor gedurende het jaar sterk kunnen fuctueren. Hierover hebben wij in onze zienswijze voor de begroting 2026 al eerder één en ander opgenomen. De onvoorspelbaarheid wanneer een complexe casus zich voordoet, brengt het risico van fuctuaties van de hoogte van de gemeentelijke bijdrage met zich mee.

Aan de hand van de maandrapportages van de SOJ volgt de gemeente nauwlettend de ontwikkeling van onze lokale complexe casuïstiek. Waar dat mogelijk is, sturen wij beleidsmatig bij. Zo zetten wij bijvoorbeeld in op het voorkomen van verlengde jeugdwet en voeren we gesprekken met het Sophia Sociaal Team en de Gecertifceerde Instellingen. Wettelijk verplicht kostprijsonderzoek leidt tot stijging gemeentelijke bijdrage Per 1 juli 2024 is de ‘Algemene Maatregel van Bestuur Reile Prijzen Jeugdwet’ in werking getreden, waardoor gemeenten verplicht zijn om bij nieuwe en verlengde inkooptrajecten te toetsen of gehanteerde tarieven reiel zijn. Het doel van dit onderzoek is om de tarieven na reguliere indexatie te herijken op basis van actuele parameters en wettelijke uitgangspunten, conform de AMvB en VNG-richtlijnen. Tijdens de marktconsultatie is naar voren gekomen dat gehanteerde parameters voor productiviteit, functiemix en ziekteverzuim niet marktconform zijn en bijgesteld moeten worden om te voldoen aan de wettelijke eisen van de AMvB Reile Prijzen. De totale fnanciile impact van de tariefherijking komt uit op € 6,4 miljoen. Deze correctie is een verplichte aanpassing op basis van het wettelijke kader en geen beleidsmatige keuze. De kostenstijging bij de SOJ wordt daarmee voor een belangrijk deel veroorzaakt door het wettelijk verplichte kostprijsonderzoek.

Gemeenten mogen onderbouwd hun gemeentelijke bijdrage aan de DG&J aanpassen Net als voorgaande jaren stelt de GR DG&J gemeenten via hun zienswijze in de gelegenheid gesteld aan te geven of zij de opgenomen ramingen realistisch achten. Gemeenten hebben de mogelijkheid om hun gemeentelijke bijdrage naar boven of neerwaarts bij te stellen, mits voorzien van een onderbouwing. In onze zienswijze schetsen wij welke aanvullende maatregelen wij nemen om de stijging van de kosten te beheersen. Daarbij geven wordt namens de raad verzocht om het monitoren van de fnanciile efecten. Vanwege de hierboven geschetste onzekerheden hebben wij nu niet expliciet gevraagd om een neerwaartse bijstelling van de raming voor onze gemeente. Indien uit de monitoring blijkt dat hiertoe ruimte ontstaat, zullen wij de DG&J bij de eerstvolgende gelegenheid om een bijstelling verzoeken.

Zienswijze begroting 2027 Wij stellen voor een zienswijze kenbaar te maken met daarin met name de volgende elementen: 1. Uw raad stemt in met het voorstel om de taken 'Procesregie’ en ‘Wet verplichte GGZ’ onderdeel te maken van de DG&J en hiertoe niet langer te werken met een dienstverleningsovereenkomst 2. Uw raad erkent het efect van de uitkomsten van het kostprijsonderzoek op de begroting van DG&J en de gemeentelijke bijdrage 3. In uw zienswijze geeft u een toelichting op de aanvullende maatregelen die we als gemeente willen inzetten om de kosten van de jeugdhulp te verminderen en verzoekt u de DG&J onze gemeentelijke bijdrage hierop bij te stellen 4. U verzoekt de DG&J uw raad te betrekken bij de totstandkoming van de regiovisie Jeugdhulp die door de Wet verbetering beschikbaarheid Jeugdhulp verplicht wordt gesteld. Jaarstukken 2025 In de voorlopige jaarstukken 2025 zien we dat het onderdeel DG&J een voordelig resultaat van € 2,0 miljoen boekt. Voor het onderdeel van de SOJ geldt dat de realisatie over 2025 regionaal gezien € 3,1 miljoen lager is dan bij de tweede bestuursrapportage 2025 was aangegeven. Lokaal zien we hierdoor een voordeel op de raming voor de SOJ van € 555.000. In uw concept zienswijze geeft u aan zich te kunnen vinden in de voorstellen om dit resultaat te bestemmen.

B. GR Natuur- en Recreatieschap IJsselmonde (Risicoprofel midden)

Context De gemeenteraad wordt gevraagd kennis te nemen van de concept-jaarstukken 2025 en een zienswijze te geven op de ontwerpbegroting 2027 van het Natuur- en Recreatieschap IJsselmonde (NRIJ). Op 16 april zijn daarbij tevens aanvullende stukken aangereikt door het NRIJ, met het verzoek deze te betrekken bij de zienswijze. De aanvullende stukken presenteren een bijgestelde begroting en bijgestelde deelnemerbijdrage. De documenten moeten worden bezien tegen de achtergrond van: - de structureel veranderde fnanciile positie van het schap; - het lopende programma Toekomstbestendig NRIJ; - de herziening van de samenwerkingsovereenkomst met Staatsbosbeheer per 1 juli 2026; - de aanhoudende druk op gemeentelijke begrotingen. Ontwerpbegroting 2027 De begroting is een tussenstap naar een stabieler schap De ontwerpbegroting 2027 is sluitend, heeft een consoliderend karakter en borgt de continuïteit van het beheer en onderhoud van de recreatiegebieden. Tegelijkertijd wordt de begroting nadrukkelijk gepresenteerd als een tussenstap in een overgangsfase. Het bestuur positioneert de voorliggende begroting niet als een eindbeeld, maar als een

tussenstap in de beweging naar een fnancieel stabieler, transparanter en bestuurbaar recreatieschap. Het Algemeen Bestuur heeft aangegeven dat fnanciile stabiliteit en terughoudendheid bij structurele verplichtingen leidend zijn. Het bestuur acht het van groot belang dat de begroting zodanig inzicht biedt dat zij haar kaderstellende en controlerende rol naar de deelnemende gemeenten goed kan invullen. Onzekerheden in de begroting De begroting is sluitend, maar kent belangrijke onzekerheden, onder andere het nog niet defnitief beschikken van de provinciale subsidie voor beheer van recreatiegebieden en de consequenties van de nieuwe samenwerking met Staatsbosbeheer, die vanaf 1 juli 2026 nadere duiding krijgt. Dit wordt betrokken bij de verdere besluitvorming rondom de defnitieve programmabegroting. Wanneer de provinciale subsidie (deels) niet wordt toegekend, heeft dit directe gevolgen voor de fnanciile dekking van het beheer en kan dit leiden tot aanvullende keuzes binnen de begroting. Dit heeft invloed op de uitvoerbaarheid van het beheer. In de zienswijze is hierover aangegeven dat de deelnemers tijdig moeten worden betrokken wanneer dit leidt tot het maken van substantiile keuzes in de dienstverlening van het schap.

Aanvullende stukken ontvangen op 16 april In de bestuurlijke samenvatting van de op 1 april aangeleverde ontwerpbegroting is aangegeven dat de raden aanvullende informatie ontvangen van Staatsbosbeheer (SBB) over de opbouw van de kosten voor overhead en opslag. Het schap heeft deze informatie van SBB ontvangen, maar heeft beoordeeld dat de aangeleverde informatie niet voldoende is. Het bestuur heeft daarop besloten om een stelpost van € 500.000 voor overhead en opslag op te nemen. Het gaat hierbij om een reservering, waarbij alleen kosten worden toegestaan als deze aantoonbaar en goed onderbouwd zijn. Wij vinden het van belang dat het bestuur grip houdt op de besteding van publieke middelen en goed kan beoordelen welke kosten specifek voor het schap worden gemaakt en dat deze proportioneel en stuurbaar zijn. Wij kunnen ons daarom vinden in het besluit van het schap een stelpost voor deze kosten op te nemen. Op deze manier blijft uitvoering van het beheer en onderhoud door SBB mogelijk en houdt het schap grip op besteding van middelen. Hiermee blijft de uitvoering van de taken van het schap mogelijk, maar houdt het bestuur grip op de besteding van middelen.

Programma toekomstbestendig NRIJ: daadwerkelijke realisatie blijft belangrijk aandachtspunt In onze zienswijze op de ontwerpbegroting 2026 hebben wij onze waardering geuit voor het aantrekken van een programmamanager toekomstbestendig NRIJ en de inzet van de bestuurssecretaris. Inmiddels zijn stappen gezet in de uitvoering van het programma. Het programma toekomstbestendig NRIJ vormt het leidende kader voor de begroting 2027 en is gericht op het realiseren van structurele besparingen en het versterken van het opdrachtgeverschap. Het programma is opgezet om te komen tot maatregelen vanwege de afname van inkomsten en de opgave om te komen tot een fnancieel duurzaam en toekomstbestendig schap. Het gaat daarbij niet alleen om maatregelen in het terreinbeheer, maar ook om herijking van de bedrijfsvoering en de organisatie en

levering van diensten. Tot op heden is € 96.574 van de totale taakstelling (€454.288) gerealiseerd. De resterende taakstelling bedraagt nu € 357.714. De verwachting is dat in 2027 dit resultaat wel is gehaald, omdat in 2026 nog maatregelen worden opgepakt en uitgevoerd om het resultaat van het programma te realiseren. Het programma wordt actief gemonitord waarbij minimaal elk kwartaal een bijsturingsmoment plaatsvindt. Dit wordt gemonitord door het bestuur. De daadwerkelijke realisatie van de taakstelling is en blijft een belangrijk aandachtspunt. Deelnemerbijdrage niet hoger dan aangegeven in de aangeleverde stukken In de op 1 april aangeleverde stukken is voor onze gemeente een deelnemersbijdrage van € 279.864 vermeld. De aanpassing van de begroting, zoals gepresenteerd in de aanvullende stukken van 16 april, laat een daling van de deelnemerbijdrage zien. Voor onze gemeente betekent dit een bijgestelde deelnemerbijdrage naar een bedrag van € 242.098. In onze zienswijze roepen we het bestuur op dat de defnitieve deelnemerbijdrage niet hoger mag zijn dan de genoemde € 242.098.

Concept jaarstukken 2025 De raad wordt gevraagd kennis te nemen van de concept jaarrekening 2025. De jaarrekening 2025 sluit met een positief resultaat van € 73.949, dat wordt toegevoegd aan de Algemene Reserve. De jaarstukken maken tevens duidelijk dat de koppeling tussen doelen, prestaties en kosten nog onvoldoende is uitgewerkt en dat het inzicht in overhead en dienstverlening, met name die van Staatsbosbeheer, verdere verbetering behoeft. Zienswijze We zien dat het schap in het afgelopen jaar duidelijke stappen heeft gezet op weg naar fnanciile stabiliteit. In onze vorige zienswijze hebben we onze nadrukkelijke zorgen hierover kenbaar gemaakt. We zien nu dat het schap, met het programma toekomstbestendig NRIJ en de al genomen en nog te zetten stappen in de samenwerking met Staatsbosbeheer, duidelijk de weg heeft ingeslagen naar een toekomstbestendig NRIJ. Zoals het bestuur zelf constateert, is deze begroting een tussenstap naar een fnancieel stabieler en transparanter schap. In de zienswijze geven wij onze waardering hierover aan en vragen we de ingezette koers te bestendigen. Tegelijkertijd zien we dat het schap nog nader stappen moet zetten naar een fnancieel stabieler en toekomstbestendig schap.

Samenvattend roept de zienswijze op om:  de ingezette lijn richting versterkt opdrachtgeverschap en fnanciile grip consequent voort te zetten;  bij de herziening van de samenwerkingsovereenkomst met Staatsbosbeheer expliciete, toetsbare en afdwingbare afspraken vast te leggen;  publieke middelen uitsluitend in te zetten op basis van aantoonbare en herleidbare kosten;  zich blijvend in te zetten voor het instandhouden en zo mogelijk verbeteren van de groen- en recreatiegebieden binnen het schap;  de deelnemers tijdig te betrekken bij belangrijke keuzes rondom fnanciin en de kwaliteit van de gebieden.

C. GR Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid (risicoprofel midden) Begroting 2027 De ontwerpbegroting 2027 van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid (OZHZ) laat zien dat de dienst de ingezette professionaliseringsslag voortzet en per april 2026 voldoet aan de landelijke robuustheidscriteria voor omgevingsdiensten. De begroting is gebaseerd op de door het Algemeen Bestuur vastgestelde begrotingsrichtlijnen en sluit meerjarig in evenwicht. Voor 2027 ligt de nadruk op de verdere implementatie van de Omgevingswet, de doorontwikkeling van de bodemtaken en de inzet op circulaire economie en energiebesparing. Deze thema’s sluiten aan bij de regionale opgaven en de taken die gemeenten de komende jaren moeten uitvoeren. OZHZ investeert daarnaast in kennisontwikkeling, data-gedreven werken en samenwerking binnen de Zuid-Hollandse omgevingsdiensten, waarmee de uitvoeringskracht wordt versterkt. Tegelijkertijd blijft de fnanciile context voor gemeenten uitdagend. OZHZ heeft een bestuursopgave van 5% opgelegd gekregen, waarvan 4% inmiddels is ingevuld door kostenreducties. De resterende 1% hangt samen met procesoptimalisatie en keuzes van de deelnemers, waaronder mogelijke taakverbreding. In de conceptbegroting wordt uitgegaan van een indexering van 4,15%. Dit bestaat uit een loonindexatie van 5,7%, 2,2% materieelindexatie en een korting van 0,5%.

In de begroting wordt daarnaast gewezen op een belangrijk fnancieel risico: de wijziging van de fnancieringssystematiek bij Bedrijfsvoering Drechtsteden. De mogelijke gevolgen hiervan voor de kostenstructuur van OZHZ en de doorwerking naar de deelnemers zijn nog niet volledig inzichtelijk. Het is van belang dat OZHZ deze ontwikkeling nauwgezet blijft volgen en de fnanciile impact tijdig met de deelnemers deelt. Jaarstukken 2025 De jaarstukken 2025 geven een transparant en volledig beeld van de resultaten van OZHZ. Het jaar 2025 stond in het teken van koersbepaling, verdere professionalisering en samenwerking. De vernieuwde missie, visie en strategie zijn vastgesteld en worden zichtbaar door vertaald in de uitvoering. Daarnaast zijn belangrijke stappen gezet op thema’s als Omgevingswet, circulaire economie, energie en zeer zorgwekkende stofen (ZZS). OZHZ sluit 2025 af met een positief fnancieel resultaat van €1.756.190. Het Dagelijks Bestuur stelt voor om: 

€600.000 te bestemmen voor archiefbewerking; o Dit is onderbouwd met concrete gegevens over de omvang van het te bewerken archief (715 strekkende meter) en signalen van de gemeentearchivaris. Deze kosten kunnen niet binnen de reguliere begroting worden opgevangen.

€1.156.190 terug te betalen aan de deelnemers; o Voor Hendrik-Ido-Ambacht komt dit neer op €28.687.

Zienswijze Op basis van de voorgelegde conceptbegroting 2027 en de jaarstukken 2025 geven wij de volgende punten mee: 

Resultaatbestemming 2025 Het positieve resultaat over 2025 en het voornemen om hiervan €600.000 te reserveren voor archiefbewerking en het resterende deel terug te betalen aan de deelnemende gemeenten, achten wij een logische en passende keuze.

Terugbetaling restantbedrag Het resterende bedrag van €1.156.190 wordt conform afspraak terugbetaald aan de deelnemende gemeenten.

Indexering In de conceptbegroting wordt uitgegaan van een loonindexatie van 5,7%. Het actuele CPB CEP-cijfer voor de loonontwikkeling bedraagt 4,2%. Wij verzoeken OZHZ om dit actuele percentage te hanteren bij het opstellen van de defnitieve begroting 2027.

D. GR Bureau Openbare Verlichting (Risicoprofel midden) Algemeen De Gemeenschappelijke Regeling Bureau OVL Lek-Merwede is een samenwerkingsverband met als taak het beheer en onderhoud van de openbare verlichting voor haar deelnemende gemeenten uit te voeren. Bureau OVL fungeert ook als kenniscentrum voor de deelnemers en voert projecten uit in opdracht van de gemeenten. Jaarverslag 2025 Raamovereenkomst opnieuw aanbesteed In 2023 heeft CityTec naast het onderhoudscontract ook de aanbesteding voor de raamovereenkomst voor de uitvoering van projecten gewonnen. Dankzij deze aanbesteding konden gemeenten onder de paraplu van de raamovereenkomst projecten en materialen inkopen, zonder deze afzonderlijk te hoeven aanbesteden. Hiervan is dankbaar gebruikgemaakt. Deze op EMVI-criteria gegunde overeenkomst had een looptijd van twee jaar, met de mogelijkheid tot verlenging van twee keer één jaar. Vanwege het vele gebruik is het gebudgetteerde bedrag voor de raamovereenkomst in 2025 bereikt. In 2024 is daarom een nieuwe aanbesteding voorbereid, die succesvol is aanbesteed in maart 2025 en gegund is in juli 2025. Bij dit contract is het leveren van masten en armaturen separaat aanbesteed. Beheergegevens In 2025 hadden wij 7.740 lichtobjecten met daarop 7.976 lichtbronnen (lampen of spots). Van deze lichtbronnen zijn er 7.699 LED en 277 conventioneel.

Dit betekent dat ons areaal voor 97% bestaat uit LED-lampen, het hoogste percentage binnen de deelnemende gemeenten van Bureau OVL. In 2024 verbruikte onze openbare verlichting nog 949.429 kWh. Dit is in 2025, door de vervanging door LED-lampen, gedaald naar 580.490 kWh en zal in 2026 dalen naar

569.296 kWh. Dit is nog zonder het dimprofel dat op de verlichting komt. Dit wordt nog vormgegeven en zal een verdere reductie in het verbruik opleveren. In 2024 zagen we een daling in het aantal meldingen en storingen. In totaal hadden we in 2024 666 storingen. In 2025 waren dit, inclusief netwerkstoringen (kabelstoringen van Stedin), 479 storingen aan de openbare verlichting. Dat is een signifcante reductie in het aantal storingen. Het aantal schades door aanrijdingen blijft relatief hoog; in 2025 hebben we € 74.149,44 verhaald aan schade door aanrijdingen via het NODR. Rechtmatigheid Het algemeen bestuur van Bureau OVL heeft vastgesteld dat Bureau OVL een grensbedrag hanteert van 2% van de totale lasten, exclusief toevoegingen aan de reserves. Dit is € 25.590,-. In 2025 is bevonden dat Bureau OVL een onrechtmatigheid in de verantwoorde baten en lasten en ook de balansmutaties heeft van € 488.697,-. Dit is hoger dan de gestelde grens van € 25.590,-. Het dagelijks bestuur stelt vast dat de niet rechtmatig tot stand gekomen verantwoorde baten en lasten en ook balansmutaties, ter hoogte van € 488.697,-, acceptabel zijn. De overschrijding op de lasten betreft in het bijzonder de ‘lasten dienstverleningsovereenkomst en projecten’ uit 2025.

De reden hiervan is dat het totaalbedrag van het projectenbestek, dat gesloten was tussen gemeenten en de aannemer, was besteed vóór het einde van de looptijd van het bestek. Daarom zijn er door gemeenten opdrachten aan OVL verstrekt die gewoonlijk via het projectenbestek liepen. Het gevolg is dat ook de ‘baten dienstverleningsovereenkomst en projecten’ fors hoger zijn dan begroot. Via de tussentijdse rapportages is het bestuur gedurende het verslagjaar geïnformeerd over het verloop van omzet, kosten en resultaat in relatie tot de begroting. Financieel Bureau OVL heeft een resultaat van € 62.875,-. Met dit resultaat wil Bureau OVL € 17.189,- gebruiken om het weerstandsvermogen op peil te brengen; dit is iets waar Hendrik-Ido-Ambacht vaak om heeft gevraagd. Daarnaast wil Bureau OVL € 45.686,gebruiken om een nulmeting van de lichtobjecten in het areaal uit te voeren. Begroting BOVL 2027 Beleid Op 1 november 2025 is een raamovereenkomst afgesloten met CityTec voor het beheer en onderhoud van het areaal en het uitvoeren van projecten. Los van deze aanbesteding zijn de leveringen van lichtmasten en armaturen aanbesteed bij leveranciers. Hiermee is tegemoetgekomen aan de wens van het bestuur om binnen de aangesloten gemeenten een uniform straatbeeld te realiseren. Door deze aanbesteding zijn bovendien aanzienlijke prijsvoordelen bereikt, doordat op grote schaal kan worden ingekocht.

In het kader van de energietransitie hebben de deelnemende gemeenten geld vrijgemaakt voor het vervangen van conventionele verlichting door LED-verlichting. Dit leidt tot lagere energiekosten en minder storingen. Daarom wordt binnen de gemeenten hard gewerkt aan de volledige ombouw van het areaal. Bureau OVL houdt in haar rapportages bij wat het verbruik in kWh is voor de openbare verlichting en ziet dat dit door de verduurzaming daalt. Overeenkomsten met netbeheerder en brancheorganisaties De openbare verlichting is van de gemeente, maar de ondergrondse infrastructuur, zoals de elektriciteitskabel en de aansluiting van de verlichting hierop, is van Stedin. Bureau OVL neemt deel aan het BuRoDas-overleg. Dit is een overleg op managementniveau met Stedin, tezamen met Bureau OVL, de Drechtsteden, Rotterdam en Amersfoort. Hier worden uitdagingen, problemen en actualiteiten besproken tussen de gemeenten en Stedin. Daarnaast is Bureau OVL namens de gemeenten aangesloten bij het IGOV van de

stichting Openbare Verlichting Nederland (OVLNL). De algemeen manager van Bureau OVL is ook bestuurslid van het bestuur van OVLNL. Basispakket Het basispakket is de standaard DVO tussen de gemeenten en Bureau OVL. In deze DVO staan de werkzaamheden die Bureau OVL dagelijks uitvoert voor het bedrag dat wij per lichtpunt betalen aan Bureau OVL. Hieronder vallen onder andere het aansturen en controleren van de onderhoudsaannemer, het beheren van alle lichtobjecten en het afhandelen van meldingen en storingen. Pluspakket Bureau OVL voert volgens het Pluspakket werkzaamheden uit namens de gemeenten op projectbasis. Dit betreft grootschalige vervangingen, het maken van lichtberekeningen en het adviseren over beleids- en beheerplannen. Financieel Bureau OVL heeft de afgelopen jaren hard gewerkt aan haar dienstverlening en organisatie. Hierbij heeft Bureau OVL vooral ingezet op procesoptimalisatie. Dankzij deze optimalisaties, het werken aan een betere dienstverlening en de aandacht voor de organisatie en de medewerkers, is de bijdrage sinds 2023 gelijk gebleven op € 12,10 per lichtpunt. Ondanks deze optimalisaties is, door de looncompensaties volgens de CAOSGO, een prijscompensatie noodzakelijk. Daarom wordt het tarief per lichtobject in 2027 met 4,1% verhoogd naar € 12,60 per lichtpunt. In 2026 hebben wij 7.737 lichtpunten waarvoor wij per lichtpunt € 12,10 betalen.

Dit komt uit op een bijdrage voor onze gemeente aan Bureau OVL van € 93.617,70. In 2027 hebben wij, door realisatie en overdracht van nieuwe verlichting in de Volgerlanden, een areaal van 7.903 lichtpunten waarover wij € 12,60 betalen aan Bureau OVL. Dit resulteert in een bijdrage van € 99.577,80. De bijdrage in 2027 is daarmee € 5.960,10 hoger dan in 2026, door de groei in areaal en de kleine verhoging in de bijdrage per lichtpunt. Advies We zijn positief over Bureau OVL. Zij functioneert goed, is stabiel en betrekt de deelnemende gemeenten goed. De aandacht die Bureau OVL steekt in contacten met brancheorganisaties en de netbeheerder is positief. Goed contact met Stedin is belangrijk, zeker in een tijd van groeiende netcongestie. Bureau OVL snapt goed dat de deelnemende gemeenten voor uitdagende fnanciile tijden staan en probeert op haar manier constructief mee te denken. Daarom verhoogt Bureau OVL pas in 2027 de gemeentelijke bijdrage met € 0,50. Hoewel de onrechtmatigheid die gerapporteerd wordt fink is, heeft deze een directe relatie met het goede werk van Bureau OVL in het ondersteunen van de grootschalige vervangingen die gemeenten doen en is daarmee logisch te verklaren en acceptabel. Geadviseerd wordt geen zienswijze in te dienen en Bureau OVL te bedanken voor hun inzet van het afgelopen jaar.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16911736/2