Bijlage 2 Was-Wordt-tabel met toelichting
Tekst van het document
3. Het Dagelijks bestuur kan aan de Algemeen Manager mandaat verlenen voor de uitoefening van haar zorgplicht.
De nieuwe tekst is tot stand gekomen in overleg met archieffunctionarissen en de archiefinspecteur
4. De archiefbescheiden die voor permanente bewaring in aanmerking komen worden, conform de wettelijke termijn, overgebracht naar de archiefbewaarplaats.
4. De gemeentearchivaris van Hardinxveld-Giessendam oefent naar de voor hem gestelde regelingen inspectie uit op het beheer van de archiefbescheiden, als bedoeld in artikel 32 tweede lid van de Archiefwet.
5. De archiefbescheiden die voor vernietiging in aanmerking komen dienen jaarlijks te worden voorgedragen aan de archivaris welke voor de vernietiging een machtiging verleent 4. De gemeentearchivaris van Hardinxveld-Giessendam oefent naar de voor hem gestelde regelingen inspectie uit op het beheer van de archiefbescheiden, als bedoeld in de Archiefwet.
33.
34. 18
HOOFDSTUK 12 Toetreding, uittreding, wijziging, opheffing
30.
HOOFDSTUK 12 Toetreding, uittreding, wijziging, opheffing
Artikel 33
Artikel 30
1. Toetreding tot de regeling door een College van een niet aan de regeling deelnemende gemeente kan plaatsvinden door een daartoe strekkend verzoek van het college aan het Algemeen Bestuur.
1. Toetreding tot de regeling door een college van een niet aan de regeling deelnemende gemeente kan plaatsvinden door een daartoe strekkend verzoek van het college aan het Algemeen Bestuur.
2. Het Algemeen Bestuur doet de Colleges een voorstel voor de toetreding waarin zij aangeeft welke voorwaarden aan de toetreding zijn verbonden.
2. Het Algemeen Bestuur doet de Colleges een voorstel voor de toetreding waarin zij aangeeft welke voorwaarden aan de toetreding zijn verbonden.
3. Het Algemeen Bestuur stemt niet in met de toetreding dan na een daartoe strekkend besluit van tenminste tweederde van de Colleges.
3. Het Algemeen Bestuur stemt niet in met de toetreding dan na een daartoe strekkend besluit van tenminste tweederde van de Colleges.
4. Van elk bericht van toetreding door een College van een niet aan de regeling deelnemende gemeente, wordt kennis gegeven aan de Colleges en Gedeputeerde Staten.
4. Van elk bericht van toetreding door een college van een niet aan de regeling deelnemende gemeente, wordt kennis gegeven aan de Colleges en Gedeputeerde Staten.
Artikel 34
31.
Artikel 31
Tot 1 juli 2022 kon in de tekst van de GR worden volstaan met algemene
Artikel oud
Inhoud artikel oud
1. Elke gemeente kan bij besluit van het college de deelneming aan deze regeling opzeggen per de datum waarop het vierjaarlijkse (Europese) aanbestedingscontract inzake het onderhoud van de openbare verlichting eindigt, zulks met in achtneming van een voorafgaande opzegtermijn van dertien maanden. Bedoelde besluiten worden gemotiveerd en per aangetekend schrijven terstond ter kennis gebracht van het Algemeen Bestuur. 2. Het Algemeen Bestuur regelt de financiële verplichtingen alsmede de overige gevolgen van de uittreding en houdt daarbij rekening met de door het Algemeen Bestuur vastgelegde uitgangspunten en een berekeningswijze voor toetreding en uittreding en de frictiekosten van het Bureau Openbare Verlichting. 3. In afwachting van de in het tweede lid bedoelde regeling voor de uittredende gemeente zal de uittreding niet worden geëffectueerd. Gedurende de periode tussen opzegging en effectuering daarvan is de opzeggende gemeente gehouden al haar verplichtingen na te komen. 4. Onverminderd het bepaalde in het tweede en derde lid, kan indien het Algemeen Bestuur daartoe besluit, in afwijking van de in het eerste lid genoemde termijn een kortere termijn worden toegestaan.
Artikel nieuw
Inhoud artikel nieuw
Toelichting
1. Elke gemeente kan bij besluit van het college de deelneming aan deze regeling opzeggen. De opzegging wordt, vergezeld van een inhoudelijke motivatie, per aangetekend schrijven ter kennis gebracht van het Algemeen Bestuur;
afspraken omtrent uittreden uit de regeling. Dat kan niet meer. Nu moeten expliciet in de regeling worden opgenomen de voorwaarden waaronder uitgetreden kan worden en de wijze waarop uittreedkosten worden berekend.
2. Beëindigen van de deelneming aan de regeling kan alleen op 1 januari. De opzegtermijn bedraagt 13 maanden. 3. De Algemeen Manager verstrekt de uittredende gemeente een bestand van haar lichtobjecten en de materialisatie daarvan. De daarmee gemoeide kosten zijn voor rekening van de uittreder; 4. De regeling wordt door uittreder gevrijwaard van aansprakelijkheid voor de eventuele onvolledigheid en/of onjuistheid van de inhoud van het overgedragen bestand als bedoeld in lid 3; 5. Uittreder is een vergoeding verschuldigd aan de regeling ter overbrugging van de tijd waarin de regeling zich kan aanpassen aan de ten gevolge van de uittreding gewijzigde omstandigheden; 6. De in lid 5 bedoelde vergoeding wordt berekend op basis van de vaste kosten van de regeling in het laatste kalenderjaar voorafgaande aan het jaar van uittreden; 7. Het uittredebedrag wordt als volgt bepaald; a. Het aandeel van uittreder per lichtobject is gelijk aan de in lid 6 bedoelde kosten gedeeld door het totaal aantal lichtobjecten in beheer bij de regeling per 31 december voorafgaande aan het jaar van uittreden; b. Vervolgens wordt het verschil bepaald tussen het in lid 7 onder a. bepaalde bedrag per lichtobject en de bijdrage per lichtobject voor het basispakket over het kalenderjaar voorafgaande aan het jaar van uittreden; c.
Daarna wordt het procentuele aandeel in de omzet plustaken bepaald over het kalenderjaar voorafgaande aan het jaar van uittreden van de niet uittredende deelnemers; d. Dit percentage wordt vermenigvuldigt met de uitkomst van de berekening in lid 7 onder b.; e. De uitkomst van lid 7 onder d. wordt afgetrokken van het bedrag per lichtobject zoals berekend in lid 7 onder a.; f. Het overblijvende bedrag wordt vermenigvuldigt met het aantal lichtobjecten van uittreder per 31 december voorafgaande aan het jaar van uittreden; g. Van het aldus bepaalde bedrag is uittreder over het jaar van uittreden (het jaar t) 100% verschuldigd. Over het jaar t+1 80%, over het jaar t+2 60%, over het jaar t+3 40% en over het jaar t+4 20%; 8. Het uittredebedrag zal ineens na datum van uittreden volledig in rekening worden gebracht; 9. De regeling zal het uittredebedrag toevoegen aan een te vormen voorziening ter dekking van de af te bouwen vaste kosten in de jaren zoals genoemd in lid 7 onder g.;
19
Bureau OVL kent een door het AB in 2023 vastgestelde uittreedregeling. De tekst daarvan is nu als artikel 31 opgenomen in de nieuwe tekst van de GR.
Artikel oud
Inhoud artikel oud
Artikel nieuw
Inhoud artikel nieuw
10. Uittreder heeft recht op haar aandeel in het vrije eigen vermogen (dus het eigen vermogen verminderd met de bestemmingsreserves) van de regeling per 31 december van het jaar voorafgaande aan het jaar van uittreden. Haar aandeel is gelijk aan bedoeld vermogen gedeeld door het totaal aantal lichtobjecten in beheer van de regeling en vermenigvuldigd met het aantal lichtobjecten daarin van de uittredende gemeente per genoemde datum; 11. Het in lid 10 bedoelde bedrag zal op de uittredefactuur worden vermeld; 12. Het Algemeen Bestuur zal in haar besluitvorming rekening houden met het effect dat het uittreden heeft op levensvatbaarheid van de achterblijvende organisatie. Indien naar het oordeel van het Algemeen Bestuur het uittreden leidt tot het ontbinden van de regeling kan de uittredende gemeente geen beroep doen op toepassing zondermeer van de onderhavige uittreedregeling. In dat geval zullen de liquidatiekosten worden bepaald alsmede de verdeling daarvan over de gemeenten, zie artikel 32, lid 4 van deze regeling; 5. Van elk besluit tot uittreding van een gemeente wordt terstond kennis gegeven aan de Colleges en Gedeputeerde Staten. 35.
20
Artikel 35
13. Van elk besluit tot uittreding van een gemeente wordt terstond kennis gegeven aan de Colleges en Gedeputeerde Staten. 32.
Artikel 32 Duur en Opheffing
1. De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.
1. De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.
2. Wijziging of opheffing van de regeling vindt plaats indien de Colleges van ten minste tweederde van de gemeenten daartoe besluiten. Een voorstel daartoe kan worden gedaan door het Algemeen Bestuur of door de Colleges van ten minste tweederde van de gemeenten.
2. Wijziging of opheffing van de regeling vindt plaats indien de Colleges van ten minste tweederde van de gemeenten daartoe besluiten. Een voorstel daartoe kan worden gedaan door het Algemeen Bestuur of door de Colleges van ten minste tweederde van de gemeenten.
3. Indien een voorstel als bedoeld in het voorgaande lid uitgaat van de Colleges van de betreffende gemeenten wordt het bij het Algemeen Bestuur ingediend. Het Algemeen Bestuur legt het voorstel ter beslissing voor aan de Colleges van de gemeenten.
3. Indien een voorstel als bedoeld in het voorgaande lid uitgaat van de Colleges van de betreffende gemeenten wordt het bij het Algemeen Bestuur ingediend. Het Algemeen Bestuur legt het voorstel ter beslissing voor aan de Colleges van de gemeenten.
4. In geval van opheffing van de regeling stelt het Algemeen Bestuur een regeling vast met betrekking tot de gevolgen van de opheffing, daarbij rekening houdend met de datum waarop het vierjaarlijkse (Europese) aanbestedingscontract inzake van het onderhoud van de openbare verlichting eindigt. Deze regeling voorziet in elk geval in de verplichting van de gemeenten om alle rechten en verplichtingen van het Bureau Openbare Verlichting over de deelnemers te verdelen op een in de regeling te bepalen wijze.
4. In geval van opheffing van de regeling stelt het Algemeen Bestuur een regeling vast met betrekking tot de gevolgen van de opheffing, daarbij rekening houdend met de datum waarop het aanbestedingscontract inzake van het onderhoud van de openbare verlichting eindigt. Deze regeling voorziet in elk geval in de verplichting van de gemeenten om alle rechten en verplichtingen van het Bureau Openbare Verlichting LekMerwede over de deelnemers te verdelen op een in de regeling te bepalen wijze.
5. Zo nodig blijven de bestuursorganen functioneren tot de liquidatie voltooid is.
5. Zo nodig blijven de bestuursorganen functioneren tot de liquidatie voltooid is.
Toelichting
Artikel oud
Inhoud artikel oud
Artikel nieuw
6. Van elk besluit tot opheffing of wijziging van de regeling wordt terstond bericht gezonden aan de Raden en Gedeputeerde Staten. 36.
37.
38.
HOOFDSTUK 13 Geschillen
Inhoud artikel nieuw
6. Van elk besluit tot opheffing of wijziging van de regeling wordt terstond bericht gezonden aan de Raden en Gedeputeerde Staten. 34.
Artikel 36
Artikel 34 Geschillen
1. Voordat over een geschil als bedoeld in artikel 28 van de Wet gemeenschappelijke regelingen de beslissing van Gedeputeerde Staten wordt ingeroepen, legt het Algemeen Bestuur het geschil voor aan een daartoe door partijen in te stellen geschillencommissie.
1. Voordat over een geschil als bedoeld in artikel 28 van de Wet gemeenschappelijke regelingen de beslissing van Gedeputeerde Staten wordt ingeroepen, legt het Algemeen Bestuur het geschil voor aan een daartoe door partijen in te stellen geschillencommissie.
2. De geschillencommissie bestaat uit vertegenwoordigers, één aangewezen door elk der bij het geschil betrokken partijen, alsmede een door deze vertegenwoordigers aangewezen onafhankelijke voorzitter.
2. De geschillencommissie bestaat uit vertegenwoordigers, één aangewezen door elk der bij het geschil betrokken partijen, alsmede een door deze vertegenwoordigers aangewezen onafhankelijke voorzitter.
3. De geschillencommissie hoort de bij het geschil betrokken besturen.
3. De geschillencommissie hoort de bij het geschil betrokken besturen.
4. De geschillencommissie brengt aan het Algemeen Bestuur advies uit over de mogelijkheden partijen tot overeenstemming te brengen.
4. De geschillencommissie brengt aan het Algemeen Bestuur advies uit over de mogelijkheden partijen tot overeenstemming te brengen.
HOOFDSTUK 14 Inwerkingtreding
37.
HOOFDSTUK 15 Slotbepalingen
Artikel 37
Artikel 37 Inwerkingtreding
Deze Gemeenschappelijke Regeling treedt in werking op 1 januari 2016.
1. Deze Gemeenschappelijke Regeling treedt in werking op 1 juli 2024.
Gekozen is voor de uiterste datum waarop de regeling aangepast moet zijn op de gewijzigde Wgr.
2. De regeling wordt aangehaald onder de titel 'Gemeenschappelijke Regeling Bureau Openbare Verlichting Lek-Merwede’.
Deze bepaling is in de oude regeling als lid 1 van artikel 38 opgenomen. Het is logischer deze hier op te nemen.
HOOFDSTUK 15 Slotbepaling Artikel 38
38. Artikel 38 Toezending en bekendmaking
1. De regeling wordt aangehaald onder de titel 'Gemeenschappelijke Regeling Bureau Openbare Verlichting’. 2. De gemeenten dragen zorg voor de bekendmaking van de regeling op een in de desbetreffende gemeente gebruikelijke wijze.
21
Toelichting
Artikel 38, lid 1 (oud) is nu opgenomen als artikel 37, lid 2 1. De gemeenten dragen zorg voor de bekendmaking van de regeling op een in de desbetreffende gemeente gebruikelijke wijze.
Artikel oud
Inhoud artikel oud
Artikel nieuw
Inhoud artikel nieuw
3. Het gemeentebestuur van de gemeente HardinxveldGiessendam is aangewezen als het gemeentebestuur bedoeld in artikel 26 van de Wet gemeenschappelijke regelingen.
2. Het gemeentebestuur van de gemeente HardinxveldGiessendam is aangewezen als het gemeentebestuur bedoeld in artikel 26 van de Wet gemeenschappelijke regelingen.
4. In alle gevallen waarin de regeling niet voorziet wordt door de Colleges een voorziening getroffen.
3. In alle gevallen waarin de regeling niet voorziet wordt door de Colleges een voorziening getroffen. 35.
36.
Artikel 35 Evaluatie
Toelichting
Er vindt geen evaluatie plaats van deze regeling
Een bepaling over evaluatie is nieuw in de Wgr. Omdat de regeling reeds 10 jaar bestaat en haar nut heeft bewezen wordt een evaluatie overbodig geacht.
Artikel 36 Participatie
Ook deze bepaling is nieuw in de Wgr.
Er is geen mogelijkheid tot participatie inzake de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid op grond van deze regeling.
De belangrijkste kaders voor het beleid op het gebied van openbare verlichting worden in de raden van de deelnemende gemeenten vastgesteld in wat meestal het “beleidsplan openbare verlichting” wordt genoemd. De gemeente is dé plaats om daarbij burgerparticipatie toe te passen. Beleid wat in de GR op grond van deze regeling tot stand komt is beperkt en rechtvaardigt geen participatietraject.
22