CConstaterende datHendrik-Ido-Ambacht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Toelichting VNG Erfgoedverordening 2024

raadsvergadering openbaar 4 december 2023, gemeente Hendrik-Ido-AmbachtBij agendapunt: Erfgoedverordening Hendrik-Ido-Ambacht 2024 omgezet Omgevingswet3.818 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Artikelsgewijs Enkel die bepalingen die nadere toelichtng behoeven worden hieronder behandeld.

Artkel 1. kefnitee ke wettelijke defnitee uit artkel 1.1 van de Erfgoedwet gelden onverkort voor de begrippen die gebruikt worden in deee verordening, nu deee verordening beruet op artkel 3.16 van de Erfgoedwet en derhalve in eamenhang met de Erfgoedwet moet worden geleeen. Artkel 1 van deee verordening bevat daarom uiteluitend de begrippen ‘gemeentelijk beechermd cultuurgoed’, ‘gemeentelijk beechermd etade- of dorpegeeicht’, ‘gemeentelijk beechermde vereameling’, ‘gemeentelijk monument’, ‘minieter’ en ‘omgevingevergunning’ waarvan de defnite moet worden omechreven of die kortheidehalve eijn gegeven en die niet reede (in deee vorm) in artkel 1.1 van de Erfgoedwet eijn gegeven. ke voor deee verordening relevante begrippen uit de Erfgoedwet eijn voorte: - archeologiech monument: terrein dat deel uitmaakt van cultureel erfgoed vanwege de daar aanweeige overblijfeelen, voorwerpen of andere eporen van meneelijke aanweeigheid in het verleden, met inbegrip van die overblijfeelen, voorwerpen en eporen; - archeologieche vondet: overblijfeel, voorwerp of ander epoor van meneelijke aanweeigheid in het verleden afometg van een archeologiech monument; - beechermd cultuurgoed: cultuurgoed dat: a. ale eodanig ie aangeweeen op grond van artkel 3.7, eerete lid, van de Erfgoedwet; b. voorkomt in een opeomming ale bedoeld in artkel 3.7, derde lid, van de Erfgoedwet; of c.

in geval van de aanwijeing van een beechermde vereameling op grond van artkel 3.8, eerete lid, van de Erfgoedwet eolang nog geen opeomming voor die vereameling ie vaetgeeteld, redelijkerwije onder de algemene omechrijving van die beechermde vereameling valt; - beechermde vereameling: vereameling die ie aangeweeen op grond van artkel 3.7, tweede lid, van de Erfgoedwet; - cultureel erfgoed: uit het verleden geërfde materiële en immateriële bronnen, in de loop van de tjd tot etand gebracht door de mene of ontetaan uit de wieeelwerking tueeen mene en omgeving, die meneen, onafankelijk van het beeit ervan, identfceren ale een weerepiegeling en uitdrukking van eich voortdurend ontwikkelende waarden, overtuigingen, kennie en traditee, en die aan hen en toekometge generatee een referentekader bieden; - cultuurgoed: roerende eaak die deel uitmaakt van cultureel erfgoed; - kerkelijk monument: monument dat eigendom ie van een kerkgenootechap, een eelfetandig onderdeel daarvan, een lichaam waarin kerkgenootechappen eijn verenigd, of van een ander genootechap op geeetelijke grondelag en dat uiteluitend of voor een overwegend deel wordt gebruikt voor het geeamenlijk belijden van de godedienet of leveneovertuiging; - monument: onroerende eaak die deel uitmaakt van cultureel erfgoed; - normaal onderhoud: noodeakelijke reguliere werkeaamheden die gericht eijn op het behoud van monumentale

waarde; - rijkemonument: monument of archeologiech monument dat ie ingeechreven in het rijkemonumentenregieter; - rijkemonumentenregieter: regieter ale bedoeld in artkel 3.3, van de Erfgoedwet; - vereameling: cultuurgoederen die uit cultuurhietoriech of wetenechappelijk oogpunt bij elkaar horen.

Artkel 2. eemeentelijk erfgoedregieter 1

Het gemeentelijk erfgoedregieter heef betrekking op al het gemeentelijk (beechermd) aangeweeen cultureel erfgoed ale dat krachtene deee verordening ie gebeurd. Het gaat om door het gemeentebeetuur eelf aangeweeen monumenten, etade- of dorpegeeichten,cultuurgoederen of vereamelingen.

Tweede lid, onder b Hier ie geregeld dat ook informate over rijkemonumenten die in de gemeente eijn gelegen in het gemeentelijk erfgoedregieter worden opgenomen. Op grond van de Erfgoedwet ontvangen burgemeeeter en wethoudere deee informate in afechrif van de minieter bij de inechrijving in het rijkemonumentenregieter. Het kan ook gaan om informate via inetructee ale bedoeld in artkel 2.34, vierde lid, van de Ow betrefende een locate met de functe-aanduiding rijkebeechermd etade- en dorpegeeicht.]

Tweede lid, onder c In onderdeel c van het tweede lid ie opgenomen dat door burgemeeeter en wethoudere van gedeputeerde etaten ontvangen inetructee ale bedoeld in artkel 2.33, eerete lid, van de Ow betrefende een locate met de functe-aanduiding provinciaal monument, provinciaal archeologiech monument of provinciaal beechermd etade- en dorpegeeicht in het gemeentelijke erfgoedregieter kunnen worden opgenomen.]

eelet op de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende eaken (hierna: Wkpb) dienen gemeenten uiterlijk op 1 januari 2021 hun publiekrechtelijke beperkingen op onroerende eaken geregietreerd te hebben in de Baeieregietrate kadaeter publiekrechtelijke beperkingen (hierna: BRK-PB). kit geldt ook voor gemeentelijke monumenten plue gemeentelijk beechermde etade- of dorpegeeichten. Beperkingen kunnen niet alleen meer op kadaetrale percelen worden geregietreerd, maar ook op baeie van Baeieregietrate Adreeeen en eebouwen (BAe)-objecten (bijvoorbeeld een woning of een bedrijfepand), Baeieregietrate erootechalige Topografe (BeT)-objecten (bijvoorbeeld een brug) en vrije contouren (bijvoorbeeld een verontreinigingecontour). Na de inwerkingtreding van de Ow ie het de bedoeling dat beetaande ruimtelijke beperkingen te eien eijn in het kigitaal Steleel Omgevingewet - Landelijke Vooreiening (kSO-LV), mogelijk per tranche. kit geldt ook voor nog aan te wijeen nieuwe beperkingenbeeluiten met name op baeie van het omgevingeplan. Levering aan de openbare regietere en bijhouding in de BRKPB komt voor deee beeluiten dan te vervallen. ke beperkingen die vóór de inwerkingtreding Ow in de BRK-PB eijn opgenomen, komen tot en met 2029 te vervallen wanneer ee worden vervangen door nieuwe beperkingenbeeluiten op baeie van de Ow.

Artkel 3. Aanwijeing ale gemeentelijk beechermd cultuurgoed of gemeentelijk beechermde vereameling kit artkel maakt het mogelijk dat topetukken van het gemeentelijk cultuurbeeit worden aangeweeen ale gemeentelijk beechermde cultuurgoederen of gemeentelijk beechermde vereamelingen, voor eover deee niet al voor het Nederlandee cultuurbeeit ale beechermde cultuurgoederen eijn aangeweeen door de minieter op grond van artkel 3.7 van de Erfgoedwet of door gedeputeerde etaten op grond van de provinciale erfgoedverordening krachtene artkel 3.17 van de Erfgoedwet. ke formele gevolgen van een aanwijeing van een cultuurgoed of vereameling ale gemeentelijk beechermd cultuurgoed of gemeentelijk beechermde vereameling eijn beperkt: ingevolge artkel 2 van deee verordening eullen ee ingeechreven dienen te worden in het gemeentelijk erfgoedregieter en er geldt op grond van het derde lid, in aanvulling op artkel 4.18 van de Erfgoedwet, een advieeverplichtng bij een eventuele vervreemding daarvan door de gemeente of wanneer de gemeente afetand wil doen van het eigendom of de eorg voor het cultuurgoed dat of de vereameling die aan haar wae toevertrouwd. ke aanwijeing heef daarnaaet vooral een eymbolieche betekenie en geef uitdrukking aan het belang dat de gemeente etelt in het betrefende cultuurgoed of de betrefende vereameling.

ke aanwijeing van gemeentelijk beechermde cultuurgoederen en vereamelingen kan uiteluitend betrekking hebben op cultuurgoederen en vereamelingen die in eigendom eijn van de gemeenten of cultuurgoederen en vereamelingen waarvan de eorg aan de gemeente ie toevertrouwd. kat kan bijvoorbeeld het geval eijn bij cultuurgoederen die door de gemeente in bruikleen eijn verkregen uit collectee van derden. Voor aanwijeing van dergelijke cultuurgoederen ie overeenetemming met de 2

eigenaar een vereiete. Burgemeeeter en wethoudere moeten voorte in het geval van een echenking, erfetelling, legaat of aankoop eventuele beperkende of andere juridieche voorwaarden in acht nemen. Er kan op grond van deee verordening geen eprake eijn van de aanwijeing van cultuurgoederen van derden ale gemeentelijk beechermde cultuurgoederen of vereamelingen, eonder toeetemming van de eigenaar. Er beetaat onvoldoende wettelijke grondelag om bij verordening een juridiech beechermingeregime eeneijdig aan een andere eigenaar op te leggen, eoale dat geldt voor de op rijkeniveau beechermde cultuurgoederen (eie hoofdetuk 4 van de Erfgoedwet). Van een eventuele aanwijeing eou daardoor geen enkele beechermde werking uitgaan. kaarom ie ervan afgeeien een aanwijeingebevoegdheid voor burgemeeeter en wethoudere te creëren.

Artkel 4. Wijeiging, intrekking en vervallen van de aanwijeing ale gemeentelijk beechermd cultuurgoed of gemeentelijk beechermde vereameling kit artkel bepaalt o.a. dat bij wijeiging (van niet-ondergeechikte aard) van een aanwijeing en bij intrekking van de etatue ale gemeentelijk beechermd cultuurgoed of gemeentelijk beechermde vereameling deeelfde advieeprocedure geldt ale bij onder meer de aanwijeing daarvan; over het voornemen daartoe vragen burgemeeeter en wethoudere adviee aan een commieeie ale bedoeld in artkel 4.18 van de Erfgoedwet. Bij een wijeiging van ondergeechikte betekenie kan o.a. gedacht worden aan de plaateaanduiding i.v.m. verhuieing van een cultuurgoed naar een andere locate ter plekke of omdat het in tjdelijke bruikleen wordt gegeven aan een mueeum. Voorte ie hier bepaald dat een aanwijeing vervalt eodra het cultuurgoed of de vereameling waarop de aanwijeing betrekking door de minieter op een provincie wordt aangeweeen ale beechermd cultuurgoed of beechermde vereameling.]

Artkel 5. Aanwijeing ale gemeentelijk monument kit artkel regelt de toekenning van de etatue van gemeentelijk monument aan een monument of archeologiech monument (een tuin en een park vallen binnen het begrip ‘monument’, natuurlandechap niet). ke aanwijeing vergt een belangenafweging tueeen het met de aanwijeing te dienen belang en de overige bij de aanwijeing betrokken belangen, waaronder planologieche en/of economieche belangen of het gebruik van het monument of archeologiech monument. keee formulering ie ontleend aan artkelen 3.1, eerete lid, en 3.16, tweede lid, van de Erfgoedwet. Burgemeeeter en wethoudere hebben beleidevrijheid bij de aanwijeing van een monument of archeologiech monument ale gemeentelijk beechermd monument; er geldt bovendien niet eoiete ale de voorheen gehanteerde vijfigjarengrene voor monumenten. Bij de afweging van belangen die daarbij een rol epelen moeten ook de belangen van het gebruik ten opeichte van de te beechermen monumentale waarde uitdrukkelijk en gemotveerd naar voren komen. Bij de voorbereiding van een aanwijeing moeten deee belangen derhalve in concreto worden ondereocht. Artkel 2 van de verordening van vóór 2016 (vergelijkbaar met het oude artkel 2, eerete lid, van de Monumentenwet 1988) over het gebruik van het monument, keert echter niet terug in deee verordening.

Voor de aanwijeing ale gemeentelijk monument voegt de bepaling over het gebruik van het (archeologiech) monument geen belang toe dat niet al op grond van artkel 3:4, eerete lid, van de Algemene wet beetuurerecht (hierna: Awb) dient te worden meegewogen. Volgene vaete jurieprudente van de Afdeling beetuurerechtepraak van de Raad van State gaat het bij een beeluit over de aanwijeing ale beechermd monument om de afweging van het algemeen belang dat ie gemoeid met de beecherming van het cultureel erfgoed tegen de belangen die de eigenaar heef bij al dan niet aanwijeing. Het gebruik van het monument wordt beechouwd ale een aepect van de belangen van de eigenaar en behoef daarom niet afeonderlijk te worden benoemd.

Artkel 6. Voornemen tot aanwijeing Eerste lid Ieder monument ie gegeven de begripebepaling van artkel 1.1 van de Erfgoedwet per defnite een onroerende eaak (een bouwwerk of (groen)aanleg). Ieder archeologiech monument omvat ten minete één onroerende eaak (het terrein, dat vanwege en eamen met de daar aanweeige overblijfeelen, voorwerpen of andere eporen van meneelijke aanweeigheid in het verleden, met inbegrip van die overblijfeelen, voorwerpen en eporen, gegeven de begripebepaling van artkel 1.1 van de Erfgoedwet wordt 3

aangemerkt ale archeologiech monument). Voor alle eakelijke gerechtgden op de betrefende onroerende eaken ie ontvanget van het voornemen van een aanwijeing door burgemeeeter en wethoudere van belang, niet alleen voor de eigenaar. Zie ook artkel 1, onder a, onderdeel 1, jo. artkel 1, onder b, onderdeel 5, van de Wkpb. Onder eakelijk gerechtgden vallen ook hypothecaire echuldeieere ten aaneien van de onroerende eaak.

Tweede lid ke aanwijeing van kerkelijke monumenten vereiet voorafgaand overleg met de eigenaar. Het gaat dan per defnite om een monument dat eigendom ie van een kerkgenootechap, een eelfetandig onderdeel daarvan, een lichaam waarin kerkgenootechappen eijn verenigd, of van een ander genootechap op geeetelijke grondelag en dat uiteluitend of voor een overwegend deel wordt gebruikt voor het geeamenlijk belijden van de godedienet of leveneovertuiging (artkel 1.1 van de Erfgoedwet). kit lid etemt overeen met de vergelijkbare eie in artkel 3.1 van de Erfgoedwet en artkel 16.58 van de Ow en doet recht aan de bijeondere poeite van het kerkelijk monument ale plaate voor het geeamenlijk belijden van godedienet of leveneovertuiging. kit geldt naaet de algemene regel van artkel 4:8 van de Awb op grond waarvan belanghebbenden eoale eigenaren moeten worden gehoord.

Artkel 7. Voorbeecherming Het ie weneelijk ook ten aaneien van gemeentelijk monumenten in voorbeecherming te vooreien. kat gebeurt met dit artkel. ke voorbeecherming etart eodra burgemeeeter en wethoudere het voornemen tot aanwijeing hebben bekendgemaakt aan de eakelijk gerechtgden. ke voorbeecherming voor gemeentelijk monumenten ie gebaeeerd op artkel 1 van de Wkpb en vergelijkbaar met de voorbeecherming voor rijkemonumenten die voortvloeideuit artkel 5 van de Monumentenwet 1988 (dat, eoale dat luidde voor inwerkingtreding van Erfgoedwet, tot inwerkingtreding van de Ow blijf gelden voor rijkemonumenten). ke voorbeecherming van rijkemonumenten loopt onder de Ow via de defnitee ‘voorbeechermd rijkemonument’ en ‘rijkemonumentenactviteit’ en de vergunningplicht in artkel 5.1, eerete lid, onder b, van de Ow. Een rijkemonumentenactviteit ie vergunningplichtg en betref gelet op de defnite ook voorbeechermde rijkemonumenten. In de defnite van ‘voorbeechermd rijkemonument’ etaat wat er onder wordt veretaan (heteelfde ale tot 1 juli 2022).

Artkel 8. Adviee gemeentelijke advieecommieeie Artkel 15 van de Monumentenwet 1988 blijf van kracht tot de invoering van de Ow. Op grond van dat artkel dient ten minete in de onderhavige verordening te eijn geregeld de inechakeling van “een commieeie op het gebied van de monumenteneorg die in elk geval tot taak heef te advieeren over aanvragen om een omgevingevergunning voor een actviteit ale bedoeld in artkel 2.1, eerete lid, onder f, van de Wet algemene bepalingen omgevingerecht.” Binnen de commieeie eijn enkele leden deekundig op het gebied van de monumenteneorg. Hiertoe behoort ook de archeologieche monumenteneorg. ke Monumentenwet 1988 laat de ruimte om voor de advieetaak voor monumenten de inechakeling te regelen van een commieeie waaraan in de praktjk meer taken in de fyeieke leefomgeving eijn toegedicht. In de praktjk wordt de monumentencommieeie bijvoorbeeld wel gecombineerd met een commieeie voor ruimtelijke kwaliteit. Artkel 8 maakt daarvan gebruik om mogelijk te maken dat vooruitlopend op de Ow gewerkt kan worden met een bredere gemeentelijke advieecommieeie omgevingekwaliteit. Nu een voorwaarde van de Ow eal eijn dat geen leden van het gemeentebeetuur deel uitmaken van deee commieeie (onder de Monumentenwet 1988 geldt dat voor leden van burgemeeeter en wethoudere), ie deee voorwaarde daartoe overgenomen in deee verordening.

Onder de Ow eal op baeie van artkel 17.9 een gemeentelijke advieecommieeie ingeeteld moeten worden die tot taak heef te advieeren over de aanvragen om een omgevingevergunning voor een rijkemonumentenactviteit, voor eover het andere dan archeologieche monumenten betref. Ook daarbinnen dienen enkele leden deekundig te eijn op het gebied van de monumenteneorg. Het gaat (onder de Ow) om een advieecommieeie met een bredere taak voor de omgevingekwaliteit, waarin de erkenning ligt van het belang van aepecten ale cultureel erfgoed, architectonieche kwaliteit van bouwwerken, etedenbouwkundige kwaliteit en kwaliteit van natuur en landechap. Het gaat daarbij (onder de Ow) eowel om de meneelijke beleving van de fyeieke leefomgeving ale om de intrineieke waarden die de maatechappij toekent aan de identteit van gebieden

4

en aan dier- en planteneoorten. ke Ow maakt uitdrukkelijk een bredere taaketelling van deee advieecommieeie mogelijk. ke gemeentelijke advieecommieeie ie geregeld in de [citeerttel Verordeeeieg op dee gemeeetelijike adeviescommissie].

Artkel 9. Beelietermijn en inhoud aanwijeingebeeluit Nadere toelichting bij te maken keuze eerste lid Gemeenten kunnen afankelijk an de gekozen beslistermijn er zelf oor kiezen of het artikel nog nadere toelichting behoeft Als oor de termijn an 26 weken gekozen wordt kan bij oorbeeld het olgende opgenomen worden: “Wat betref de termijn is aangesloten bij de termijn die gehanteerd wordt in de Erfgoedwet (artikel 3t2, derde lid)t”

Artkel 10. Bekendmaking aanwijeingebeeluit aan rechthebbenden en inechrijving Eerste lid kit artkel geldt naaet de algemene verplichtng tot bekendmaking van beeluiten op baeie van de Awb. Ontvanget van de aanwijeing door burgemeeeter en wethoudere ie voor alle eakelijk gerechtgden van belang, niet alleen voor de eigenaar. Zie ook artkel 1, onder a, onderdeel 1, jo. artkel 1, onder b, onderdeel 5, van de Wkpb. Op een aanwijeingebeeluit ie deee wet ook van toepaeeing. Onder eakelijk gerechtgden vallen ook hypothecaire echuldeieere.

Tweede lid ke regietrate van de aanwijeing in het gemeentelijk erfgoedregieter ie een louter adminietrateve verrichtng en niet een beeluit. Overigene eal van de aanwijeing ook inechrijving in het gemeentelijke beperkingenregieter en in het kadaeter plaatevinden op grond van artkel 1, onder c en e, van de Wkpb.

Artkel 11. Aanwijeing ale voorlopig gemeentelijk monument kit artkel biedt burgemeeeter en wethoudere de mogelijkheid om in epoedeieende gevallen een monument of archeologiech monument ale gemeentelijk monument aan te wijeen. In dat geval wordt de advieecommieeie eoale bedoeld in artkel 8 pae ingeechakeld na de voorlopige aanwijeing. ke beecherming van paragraaf 4 geldt echter vanaf het moment dat belanghebbenden echrifelijk in kennie eijn geeteld van de voorlopige aanwijeing. Een beewaarechrif heef due geen opechortende werking en daarmee kan de voorlopige aanwijeing due niet eenvoudig omeeild worden. Ale de aanwijeing defnitef wordt door de opname in het erfgoedregieter loopt deee beecherming door. Ale er uiteindelijk geen opname in het erfgoedregieter plaatevindt vervalt de beecherming.

Artkel 12. Wijeiging gemeentelijk erfgoedregieter, vervallen aanwijeing monument kit artkel bepaalt dat op het echrappen uit het regieter van een aanwijeing ale gemeentelijk monument deeelfde procedure geldt ale bij de aanwijeing daarvan. Voorte ie hierin bepaald dat de aanwijeing ale gemeentelijk monument vervalt eodra een monument ie opgenomen in het rijkemonumentenregieter, in een provinciaal erfgoedregieter of een provinciale omgevingeverordening.

Artkel 13. Inetandhoudingeplicht gemeentelijk monument

5

kit artkel ie voor gemeentelijke monumenten naar analogie met artkel 11, eerete lid, van de Monumentenwet 1988 geechreven, eoale dat ie gewijeigd door artkel 10.18 van de Erfgoedwet, met inbegrip van de inetandhoudingeplicht die daarbij ie geïntroduceerd. Het verbod op beechadigen en vernielen van rijkemonumenten en voorbeechermde rijkemonumenten wordt onder de Ow geregeld in artkel 13.12 van het Beeluit actviteiten leefomgeving (hierna: Bal).

Artkel 14. Omgevingevergunning gemeentelijk monument kit artkel ie oorepronkelijk gebaeeerd op artkel 2.2 van de Wabo en vanwege het overgangerecht tot en met 2029 inhoudelijk eoveel mogelijk gelijk gebleven. Wel ie een bepaling conform artkel 3.11 van het Bal onder andere handelend over rijkemonumentenactviteiten bij begraafplaateen en grafmonumenten toegevoegd.

Artkel 15. Weigeringegronden In het eerete lid ligt op grond van de belangenafweging die moet worden gemaakt tevene beeloten dat rekening wordt gehouden met het gebruik van het monument. In het tweede lid ie voor wat betref de vereiete overeenetemming met de eigenaar van een kerkelijk monument aangeeloten bij artkel 3.2a van de Wabo. kit geldt ook deele voor artkel 16.58 van de Ow, maar er ie geen gebruik gemaakt van het eerete lid van dit artkel waarin wordt geeproken over “overleg” en niet over “overeenetemming” omdat dit de kerkelijke eigenaar minder rechten geef.

Artkel 16. Aanwijeing ale gemeentelijk beechermd etade- en dorpegeeicht kit artkel geef de mogelijkheid aan de gemeenteraad om gemeentelijke etade- en dorpegeeichten aan te wijeen[, die er olgens krachtens het omge ingsplan moeten worden beschermdt Het is mogelijk dat het tijdelijke omge ingsplan, onderdelen an het bestemmingsplan of de beheers erordening, als beschermend worden aangemerkttDit is ergelijkbaar met de tot inwerkingtreding an de Ow nog geldende artikelen 35 en 36 an de Monumentenwet 1988 oor rijksbeschermde stadsen dorpsgezichtent. Daarna is het aanwijzen gemeentelijke an stads- of dorpsgezichten mogelijk ia deze erordening (tot het eind an de o ergangsfase) of het omge ingsplant Voor de bescherming an rijksmonumenten binnen het gemeentelijke stadsof dorpsgezicht geldt dan de artikelen 5t1 en 5t22 an de Ow en an gemeentelijke monumenten artikel 13t Ook het Rijk zal de bescherming an nieuwe stads- en dorpsgezichten an landelijke betekenis dan op basis an de Ow regelen ia een instructie aan de gemeenten, die zij moeten o ernemen in hun omge ingsplant Voor bestaande rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten geldt artikel 4t35 an de nn oeringswet Omge ingswett]

Ze ende lid ke voorgaande leden eijn niet van toepaeeing op een etade- of dorpegeeicht dat via inetructee de functe-aanduiding rijkebeechermd heef op grond van artkel 2.34, vierde lid, van de Ow, of provinciaal beechermd heef op grond van artkel 2.33, eerete lid, van de Ow.

Artkel 17. Wijeiging, intrekking en vervallen van de aanwijeing ale gemeentelijk beechermd etade- of dorpegeeicht kit artkel bepaalt o.a. dat bij wijeiging (van niet-ondergeechikte aard) van een aanwijeing en bij intrekking van de etatue ale gemeentelijk beechermd etade- of dorpegeeicht deeelfde procedure geldt ale bij de aanwijeing daarvan. Voorte ie hier bepaald dat een aanwijeing vervalt eodra het etade- of dorpegeeicht waarop de aanwijeing betrekking door de minieter of een provincie wordt aangeweeen ale beechermd etade- en dorpegeeicht. Bij een wijeiging van ondergeechikte betekenie kan o.a. gedacht worden aan wijeigingen i.v.m. de verandering van bijvoorbeeld etraatnamen of huienummere.

6

Artkel 18. Verbodebepaling en aanvraag omgevingevergunning Artkel 2.2, eerete lid, aanhef en onder c, van de Wabo gaf de gemeente de mogelijkheid om op baeie van hun verordening het elopen in een gemeentelijk beechermd etade- of dorpegeeicht aan een omgevingevergunningplicht te onderwerpen. kaaraan ie hier uitvoering gegeven. Artkel 5.1, aanhef en onder a, van de Ow geef de gemeenten de mogelijkheid een dergelijke verplichtng op te nemen ale een omgevingeplanactviteit in het omgevingeplan. Totdat het omgevingeplan ie aangepaet, kan het verbod in de Erfgoedverordening blijven etaan, in aanvulling op het overgangerecht ten aaneien van de 2.2 van de Wabo actviteiten. ke Ow regelt in de artkelen 22.2, 22.8 en 2.1a van het Omgevingebeeluit het overgangerecht.

Artkel 19. Strabepaling

ke etrabaaretelling geldt in aanvulling op de Ow en de Wet economieche delicten (hierna: Wed). Het handelen eonder vergunning eoale vereiet op grond van de artkelen 14 en 20, eerete lid, ie etrabaar geeteld in de Wed (artkel 1a, onderdeel 2, na inwerkingtreding Ow). Voor inwerkingtreding van de Ow wae dit ook etrabaar op grond van de Wed, onder verwijeing naar artkel 2.2 van de Wabo.

Art 154, tweede lid, van de eemeentewet bepaalt dat de maximale boete die de gemeenteraad op overtreding van verordeningen kan etellen een geldboete van de tweede categorie ie.

Artkel 20 verwijet naar de artkelen 13 en 14, derde lid. Artkel 13 bevat de inetandhoudingeverplichtng van een gemeentelijk monument, eolang deee regel of verplichtng nog niet in het omgevingeplan ie opgenomen. Ale wordt gehandeld in etrijd met de inetandhoudingeverplichtng, geldt deee etrabaaretelling en kan een boete worden opgelegd. Artkel 14, derde lid, geef burgemeeeter en wethoudere de mogelijkheid om nadere regele te etellen in het belang van de monumenteneorg met betrekking tot de uitvoering van werkeaamheden aan een gemeentelijk monument. Ale die nadere regele worden overtreden, geldt deee etrabaaretelling en kan een boete worden opgelegd.

Artkel 20. Toeeichthoudere Toeeichthoudere eijn pereonen die bij of krachtene wettelijk voorechrif belaet eijn met het houden van toeeicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtene enig wettelijk voorechrif (artkel 5:11 Awb). Toeeichthoudere kunnen eowel individueel ale categoraal worden aangeweeen. In de artkelen 5:15 tot en met 5:19 Awb worden bevoegdheden aan toeeichthoudere toegekend. Op baeie van artkel 5:15 Awb ie een toeeichthouder bevoegd elke plaate te betreden met uiteondering van woningen eonder toeetemming van de bewoner. 'Plaateen' ie daarbij een ruim begrip en omvat niet alleen erven en andere terreinen, maar ook gebouwen (niet-woningen). Uit artkel 5.13 van de Wabo volgt dat de ambtenaren die op grond van artkel 22, eerete lid, belaet eijn met het toeeicht op de naleving ter eake van het bepaalde bij of krachtene de Wabo, voor eover het betref actviteiten ale bedoeld in artkel 2.2, daarnaaet ook bevoegd eijn, met medeneming van de benodigde apparatuur, een woning te betreden eonder toeetemming van de bewoner. kit laatete wordt in artkel 18.7 van de Ow geregeld.

7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13459489/1