Bijlage 2 bij Raadsvoorstel 9.2 Was-wordt tabel Huisvestingsverordening 2025
Tekst van het document
Was-wordt tabel Huisvestingsverordening gemeente Hendrik-Ido-Ambacht – Hoofdstuk 1 en 2 Huisvestingsverordening 2023
Huisvestingsverordening 2025
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1.1 Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder:
Artikel 1.1 Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder:
a. aanvrager voorrangsverklaring: de woningzoekende, die, mede namens eventuele andere personen van zijn huishouden, een aanvraag doet voor een voorrangsverklaring, of degene die op grond van artikel 2.1.11 een aanvraag doet namens de woningzoekende en eventuele andere personen van zijn huishouden. b. Basisregistratie Personen: de basisregistratie zoals bedoeld in artikel 1.2 van de Wet basisregistratie personen; c. calamiteit: een van binnen of van buiten komend onheil, dat onvoorzienbaar is en niet door verwijtbaar handelen van de bewoner(s) is veroorzaakt; d. DG&J: Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid; e. het college: het college van burgemeester en wethouders; f. huishouden: een alleenstaande, dan wel twee of meer personen die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren of willen gaan voeren; g. huishoudinkomen: huishoudinkomen zoals bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet; h. huisvestingsprofiel: de omschrijving van het type huisvesting waarvoor een woningzoekende met een voorrangsverklaring in aanmerking komt; i. ingezetene: degene die volgens de inschrijving in de Basis Registratie Personen woonachtig is in een gemeente in de regio en feitelijk diens hoofdverblijf heeft in een voor bewoning aangewezen woonruimte; j. inkomen: het rekeninkomen zoals bedoeld in artikel 1, onder i van de Wet op de huurtoeslag; k.
inkomensgrens: de maximale inkomensgrens bedoeld in artikel 48, eerste lid, van de Woningwet; l. lijst van opvang- en begeleidingsinstellingen: lijst van opvang- en begeleidingsinstellingen van door de gemeente gecontracteerde aanbieders die ondersteuning leveren met een verblijfscomponent; m. maatschappelijke binding: er is sprake van maatschappelijke binding als de aanvrager ten minste drie jaar onafgebroken ingezetene is dan wel gedurende de voorafgaande tien jaar ten minste zes jaar onafgebroken ingezetene is geweest binnen de regio; n. mantelzorg: zorg zoals omschreven in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;
a. aanvrager voorrangsverklaring: de woningzoekende, die, mede namens eventuele andere personen van zijn huishouden, een aanvraag doet voor een voorrangsverklaring, of degene die op grond van artikel 2.1.11 een aanvraag doet namens de woningzoekende en eventuele andere personen van zijn huishouden; b. Basisregistratie Personen: de basisregistratie zoals bedoeld in artikel 1.2 van de Wet basisregistratie personen; c. calamiteit: een van binnen of van buiten komend onheil, dat onvoorzienbaar is en niet door verwijtbaar handelen van de bewoner(s) is veroorzaakt; d. DG&J: Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid; e. het college: het college van burgemeester en wethouders; f. huishouden: een alleenstaande, dan wel twee of meer personen die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren of willen gaan voeren; g. huishoudinkomen: huishoudinkomen zoals bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet; h. huisvestingsprofiel: de omschrijving van het type huisvesting waarvoor een woningzoekende met een voorrangsverklaring in aanmerking komt; i. ingezetene: degene die volgens de inschrijving in de Basisregistratie Personen woonachtig is in een gemeente in de regio en feitelijk diens hoofdverblijf heeft in een voor bewoning aangewezen woonruimte; j. inkomen: het rekeninkomen zoals bedoeld in artikel 1, onder i van de Wet op de huurtoeslag; k.
inkomensgrens: de maximale inkomensgrens bedoeld in artikel 48, eerste lid, van de Woningwet; l. lijst van opvang- en begeleidingsinstellingen: lijst van opvang- en begeleidingsinstellingen van door de gemeente gecontracteerde aanbieders die ondersteuning leveren met een verblijfscomponent; l. maatschappelijke binding: er is sprake van maatschappelijke binding als de aanvrager ten minste drie jaar onafgebroken ingezetene is dan wel gedurende de voorafgaande tien jaar ten minste zes jaar onafgebroken ingezetene is geweest binnen de regio; Pagina 1 van 12
Toelichting
Tekstuele verandering
Verwijdert. Deze definitie wordt overbodig door veranderingen in artikel 2.1.11 van deze Huisvestingsverordening.
Huisvestingsverordening 2023 o. onzelfstandige woonruimte: woonruimte, niet zijnde woonruimte bestemd voor inwoning, die geen eigen toegang heeft en die niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte p. prestatieafspraken: afspraken als bedoeld in artikel 42 van de Woningwet over de wijze waarop in de gemeente werkzame woningcorporaties een bijdrage leveren aan de gemeentelijke woonvisie; q. PUV (Platform Uitvoering Voorrangsregeling): overlegorgaan voor toedeling van voorrangskandidaten aan woningcorporaties. In het PUV zijn vertegenwoordigd: de woningcorporaties, de ambtenaar die door het college gemandateerd kan worden te beslissen op aanvragen voor voorrang, de Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland zuid / Specialistisch Team Wonen (DG&J Specialistisch Team Wonen) en de Sociale Dienst Drechtsteden; r. regio: de Drechtsteden, het gebied bestaande uit het grondgebied van de gemeenten Alblasserdam, Dordrecht, Hendrik-Ido-Ambacht, Papendrecht, Sliedrecht en Zwijndrecht; s. register van woningzoekenden: gegevens van woningzoekenden zoals vastgelegd door de woningcorporaties in de Drechtsteden; t.
vergunninghouder: vreemdeling die in Nederland een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft aangevraagd en als gevolg daarvan een verblijfsvergunning heeft ontvangen als bedoeld in artikel 8, onderdeel a, b, c, of d, van de Vreemdelingenwet 2000; u. voorrangsverklaring: verklaring op grond waarvan een woningzoekende met een ernstig huisvestingsprobleem met voorrang in aanmerking kan komen voor de toewijzing van een woonruimte; v. woningcorporatie: een toegelaten instelling, als bedoeld in artikel 19 van de Woningwet, die sociale huurwoningen exploiteert en werkzaam is in één of meer gemeenten in de regio; w. woningzoekende: volwassene (18 jaar en ouder) in het bezit van de Nederlandse nationaliteit of een geldige verblijfstitel, die is ingeschreven in het register van woningzoekenden; x. woonruimte: het daaromtrent in artikel 1, lid 1, sub l van de Huisvestingswet 2014 bepaalde; y. zelfstandige woonruimte: woning zoals omschreven in artikel 234 van Burgerlijk Wetboek, Boek 7.
Huisvestingsverordening 2025 m. mantelzorg: zorg zoals omschreven in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; n. onzelfstandige woonruimte: woonruimte, niet zijnde woonruimte bestemd voor inwoning, die geen eigen toegang heeft en die niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte; n. prestatieafspraken: afspraken als bedoeld in artikel 42 van de Woningwet over de wijze waarop in de gemeente werkzame woningcorporaties een bijdrage leveren aan de gemeentelijke woonvisie; o. PUV (Platform Uitvoering Voorrangsregeling): overlegorgaan voor toedeling van voorrangskandidaten aan woningcorporaties. In het PUV zijn vertegenwoordigd: de woningcorporaties, de ambtenaar die door het college gemandateerd is te beslissen op aanvragen voor voorrang en de Sociale Dienst Drechtsteden; p. regio: de Drechtsteden, het gebied bestaande uit het grondgebied van de gemeenten Alblasserdam, Dordrecht, Hendrik-Ido-Ambacht, Papendrecht, Sliedrecht en Zwijndrecht; q. register van woningzoekenden: gegevens van woningzoekenden zoals vastgelegd door de woningcorporaties in de Drechtsteden; r.
vergunninghouder: vreemdeling die in Nederland een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft aangevraagd en als gevolg daarvan een verblijfsvergunning heeft ontvangen als bedoeld in artikel 8, onderdeel a, b, c, of d, van de Vreemdelingenwet 2000; s. voorrangsverklaring: verklaring op grond waarvan een woningzoekende met een ernstig huisvestingsprobleem met voorrang in aanmerking kan komen voor de toewijzing van een woonruimte; t. woningcorporatie: een toegelaten instelling, als bedoeld in artikel 19 van de Woningwet, die sociale huurwoningen exploiteert en werkzaam is in één of meer gemeenten in de regio; u. woningzoekende: volwassene (18 jaar en ouder) in het bezit van de Nederlandse nationaliteit of een geldige verblijfstitel, die is ingeschreven in het register van woningzoekenden; v. woonruimte: besloten ruimte die, al dan niet tezamen met een of meer andere ruimten, bestemd of geschikt is voor bewoning door een huishouden; w. zelfstandige woonruimte: woning, zoals omschreven in artikel 7:234 van het Burgerlijk Wetboek. x. zorgregio: gebied bestaande uit het grondgebied van de gemeenten Alblasserdam, Dordrecht, Gorinchem, Hardinxveld-Giessendam, HendrikIdo-Ambacht, Molenlanden, Papendrecht, Sliedrecht en Zwijndrecht.
Pagina 2 van 12
Toelichting
Verwijdert. Begrip komt niet voor in deze Huisvestingsverordening.
De Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid/Specialistisch Team Wonen (DG&J Specialistisch Team Wonen) is geen lid meer van het PUV.
Definitie uitgeschreven in plaats van een verwijzing naar een wetsartikel.
Begrip toegevoegd ten behoeve van de voorrangsgrond 'verlaten instelling’.
Huisvestingsverordening 2023
Huisvestingsverordening 2025
HOOFDSTUK 2 Verdeling van woonruimte Paragraaf 2.1 Voorrangsregeling bij woningtoewijzing
HOOFDSTUK 2 Verdeling van woonruimte Paragraaf 2.1 Voorrangsregeling bij woningtoewijzing
Artikel 2.1.1 Voorrangsverklaring
Artikel 2.1.1 Voorrangsverklaring
1. Het college kan een voorrangsverklaring verstrekken op grond waarvan een woningzoekende met een ernstig huisvestingsprobleem met voorrang in aanmerking komt voor de toewijzing van een woonruimte.
1. Het college kan een voorrangsverklaring verstrekken op grond waarvan een woningzoekende met een ernstig huisvestingsprobleem met voorrang in aanmerking komt voor de toewijzing van een woonruimte.
2. Tot de in lid 1 genoemde categorieën woningzoekenden behoren: a. woningzoekenden met een medische indicatie; b. woningzoekenden die mantelzorg verlenen of ontvangen; c. woningzoekenden met een sociale indicatie; d. daklozen als gevolg van een calamiteit; e. personen die een opvang- of begeleidingsinstelling moeten verlaten; f. vergunninghouders die een verblijfsvergunning hebben ontvangen als bedoeld in artikel 8,onder a, b, c of d van de Vreemdelingenwet 2000; g. huishoudens die als gevolg van een sloop- of herstructureringsplan hun woning moeten verlaten; h. huishoudens die een zeer schaarse sociale huurwoning achterlaten.
2. Tot de in lid 1 genoemde categorieën woningzoekenden behoren: a. woningzoekenden met een medische indicatie; b. woningzoekenden die mantelzorg verlenen of ontvangen; c. woningzoekenden met een sociale indicatie; d. daklozen als gevolg van een calamiteit; e. personen die een opvang- of begeleidingsinstelling moeten verlaten; f. vergunninghouders die een verblijfsvergunning hebben ontvangen als bedoeld in artikel 8,onder a, b, c of d van de Vreemdelingenwet 2000; g. huishoudens die als gevolg van een sloop- of herstructureringsplan hun woning moeten verlaten; h. huishoudens die een zeer schaarse sociale huurwoning achterlaten.
3. Het college kan zijn bevoegdheid als bedoeld in lid 1 mandateren aan de voorzitter van het PUV.
3. Het college mandateert zijn bevoegdheid om te beslissen op aanvragen als bedoeld in lid 1 aan de voorzitter van het PUV, met uitzondering van aanvragen van woningzoekenden die behoren tot categorie e in lid 2 van dit artikel. 4. Het college mandateert zijn bevoegdheid om te beslissen op aanvragen van woningzoekenden die behoren tot categorie e in lid 2 van dit artikel aan de teamleider van het team Specials van de gemeente Dordrecht.
Artikel 2.1.2 Toegang tot de voorrangsregeling
Artikel 2.1.2 Toegang tot de voorrangsregeling
Het college kan een voorrangsverklaring verstrekken indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:
Het college kan een voorrangsverklaring verstrekken indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:
1. Voor voorrang komen in aanmerking de woningzoekenden die: a. een inkomen hebben onder de inkomensgrens met uitzondering van de categorie woningzoekenden zoals genoemd in artikel 2.1.1
1. Voor voorrang komen in aanmerking de woningzoekenden die: a. een inkomen hebben onder de inkomensgrens (met uitzondering van de categorie woningzoekenden zoals genoemd in artikel 2.1.1 Pagina 3 van 12
Toelichting
Aangepast, zodat de mandatering direct geregeld is en dit niet nog apart hoeft te worden besloten door het college.
Toegevoegd. Met de nieuwe regionale regeling uitstroom (opvang)instellingen wordt bij deze groep woningzoekenden niet meer door het PUV besloten op aanvragen, maar door team Specials van de gemeente Dordrecht.
Huisvestingsverordening 2023
b.
c.
lid 2 onder a indien sprake is van een Wmo indicatie op medische basis, f en g, en: maatschappelijke binding hebben, met uitzondering van de categorieën woningzoekenden zoals genoemd in artikel 2.1.1 lid 2 onder b, f en g, en: beschikken over zelfstandige woonruimte in de regio, met uitzondering van de categorieën woningzoekenden zoals genoemd in artikel 2.1.1 lid 2 onder b en f. Voor woningzoekenden zoals genoemd in artikel 2.1.1 lid 2 onder e geldt dat zij vóór hun opname in een instelling over zelfstandige woonruimte in de regio hebben beschikt met uitzondering van jongeren tot 27 jaar of indien terugkeer naar de plaats van herkomst aantoonbaar tot een (levens)bedreigende situatie leidt;
Huisvestingsverordening 2025 lid 2 onder a indien sprake is van een Wmo indicatie op medische basis, f en g) en: b. maatschappelijke binding hebben, met uitzondering van de categorieën woningzoekenden zoals genoemd in artikel 2.1.1 lid 2 onder b, e, f en g, en: c. beschikken over zelfstandige woonruimte in de regio, met uitzondering van de categorieën woningzoekenden zoals genoemd in artikel 2.1.1 lid 2 onder b, e en f. 2. Voor de categorieën woningzoekenden zoals genoemd in artikel 2.1.1 lid 2 onder a en c geldt dat de woningzoekende aantoonbaar zelf al het mogelijke heeft gedaan om een oplossing te vinden voor zijn huisvestingsprobleem.
Toelichting
De categorie personen die een opvang- of begeleidingsinstelling moeten verlaten is toegevoegd als uitzonderingscategorie bij 1.b en 1.c. Deze criteria sluiten niet aan bij de feitelijke situatie waarin veel personen, die een (opvang)instelling kunnen verlaten, zich bevinden. Hierdoor worden veel van deze voorrangsaanvragen afgewezen en wordt de uitstroom uit (opvang)instellingen belemmert. Door deze toevoeging is bij 1.c. de toelichting over categorie e overbodig en verwijderd.
2. Voor de categorieën woningzoekenden zoals genoemd in artikel 2.1.1 lid 2 onder a en c geldt dat de woningzoekende aantoonbaar zelf al het mogelijke heeft gedaan om een oplossing te vinden voor zijn huisvestingsprobleem. Artikel 2.1.3 Aanvragen van een voorrangsverklaring
Artikel 2.1.3 Aanvragen van een voorrangsverklaring
1. Een aanvraag voor een voorrangsverklaring wordt ingediend bij het college, via een daartoe door het college beschikbaar gesteld aanvraagformulier.
1. Een aanvraag voor een voorrangsverklaring wordt ingediend bij het college, via een daartoe door het college vastgesteld aanvraagformulier.
2. De woningzoekende die een voorrangsverklaring aanvraagt, is verplicht het door het college beschikbaar gestelde aanvraagformulier volledig in te vullen en alle daarin gevraagde bewijsstukken te overleggen.
2. De woningzoekende die een voorrangsverklaring aanvraagt, is verplicht het door het college vastgestelde aanvraagformulier volledig in te vullen en alle daarin gevraagde bewijsstukken te overleggen.
Artikel 2.1.4 Beoordeling van een aanvraag voorrangsverklaring
Artikel 2.1.4 Beoordeling van een aanvraag voorrangsverklaring
Bij de beoordeling van een aanvraag voor een voorrangsverklaring kan het college zich laten adviseren door een door het college aan te wijzen instantie.
Bij de beoordeling van een aanvraag voor een voorrangsverklaring kan het college zich laten adviseren door een door het college aan te wijzen instantie.
Artikel 2.1.5 Weigeringsgronden voorrangsverklaring
Artikel 2.1.5 Weigeringsgronden voorrangsverklaring
De voorrangsverklaring wordt in ieder geval geweigerd in de volgende gevallen:
De voorrangsverklaring wordt in ieder geval geweigerd in de volgende gevallen: a. de woningzoekende heeft op grond van artikel 2.1.2, van de verordening geen toegang tot de voorrangsregeling; a. de aanleiding om voorrang bij de woningtoewijzing te vragen, is door eigen handelen veroorzaakt en was voorzienbaar. Uitzonderingen
a.
de woningzoekende heeft op grond van artikel 2.1.2, van de verordening geen toegang tot de voorrangsregeling;
Pagina 4 van 12
Tekstuele verandering
Tekstuele verandering
Artikelen a, f en g zijn verwijderd. Artikel a is verwijderd omdat in artikel 2.1.2 al voorwaarden zijn opgenomen waaraan woningzoekenden moeten voldoen. Het is niet logisch dat het niet voldoen aan de voorwaarden als weigeringsgrond wordt opgenomen. Artikel f en g zijn overbodig, aangezien in artikel 2.1.2 de eis is opgenomen
Huisvestingsverordening 2023 b.
c. d. e. f.
g. h. i.
Huisvestingsverordening 2025
de aanleiding om voorrang bij de woningtoewijzing te vragen, is door eigen handelen veroorzaakt en was voorzienbaar. Uitzonderingen kunnen worden gemaakt in situaties waarin sprake is van een verstandelijke stoornis of beperking; de woningzoekende wordt in staat geacht het huisvestingsprobleem zelf op te lossen; de woningzoekende wordt in staat geacht om zonder voorrang en binnen een redelijke termijn aan een passende woning te komen; de woningzoekende heeft in de periode van 3 jaar voorafgaand aan de aanvraag, om dezelfde reden, al een aanvraag ingediend; de woningzoekende woont in een onderkomen dat formeel geen zelfstandige woonruimte is, tenzij de aanvraag wordt gedaan op grond van artikel 2.1.10 of artikel 2.1.14; de woningzoekende is inwonend; de woningzoekende heeft geen vaste woon- of verblijfplaats, tenzij de aanvraag wordt gedaan op grond van artikel 2.1.11; de woningzoekende heeft na het ontstaan van het huisvestingsprobleem dat de aanleiding vormt voor de aanvraag van een voorrangsverklaring een aanbod van een sociale huurwoning geweigerd.
Artikel 2.1.6 Eigen initiatieven 1. Een woningzoekende kan pas een beroep doen op de voorrangsregeling nadat hij, zodra het huisvestingsprobleem zich openbaarde, aantoonbaar zelf al het mogelijke heeft gedaan om daar een oplossing voor te vinden. De woningzoekende dient daarvoor: a. aan te tonen dat hij gedurende acht achtereenvolgende weken zonder resultaat meegedongen heeft naar iedere woning die via de woonruimteverdelingssystemen in de regio is aangeboden, voor zover die woning een bij zijn omstandigheden passende oplossing kon bieden of zou kunnen bieden voor zijn huisvestingsprobleem, of; b. aan te tonen dat gedurende acht achtereenvolgende weken geen bij zijn omstandigheden passend woningaanbod is geweest. 2. Afwijking van het bepaalde in het vorige lid is mogelijk, indien de woningzoekende aantoonbaar bij voorbaat geen kans heeft op de toewijzing van een woning binnen de aangegeven termijn.
b. c. d. f.
g. e. f.
kunnen worden gemaakt in situaties waarin sprake is van een verstandelijke stoornis of beperking; de de woningzoekende wordt in staat geacht het huisvestingsprobleem zelf op te lossen; de woningzoekende wordt in staat geacht om zonder voorrang en binnen een redelijke termijn aan een passende woning te komen; de woningzoekende heeft in de periode van 3 jaar voorafgaand aan de aanvraag, om dezelfde reden, al een aanvraag ingediend; de woningzoekende woont in een onderkomen dat formeel geen zelfstandige woonruimte is, tenzij de aanvraag wordt gedaan op grond van artikel 2.1.10 of artikel 2.1.14; de woningzoekende is inwonend; de woningzoekende heeft geen vaste woon- of verblijfplaats, tenzij de aanvraag wordt gedaan op grond van artikel 2.1.11; de woningzoekende heeft na het ontstaan van het huisvestingsprobleem dat de aanleiding vormt voor de aanvraag van een voorrangsverklaring een aanbod van een sociale huurwoning geweigerd.
Artikel 2.1.6 Eigen initiatieven 1. Een woningzoekende kan pas een beroep doen op de voorrangsregeling nadat hij, zodra het huisvestingsprobleem zich openbaarde, aantoonbaar zelf al het mogelijke heeft gedaan om daar een oplossing voor te vinden. De woningzoekende dient daarvoor aan te tonen dat hij gedurende acht achtereenvolgende weken zonder resultaat meegedongen heeft naar iedere woning die via de woonruimteverdelingssystemen in de regio is aangeboden, voor zover die woning een bij zijn omstandigheden passende oplossing kon bieden of zou kunnen bieden voor zijn huisvestingsprobleem. a. aan te tonen dat gedurende acht achtereenvolgende weken geen bij zijn omstandigheden passend woningaanbod is geweest. 2.
Afwijking van het bepaalde in het vorige lid is mogelijk, indien de woningzoekende aantoonbaar bij voorbaat geen kans heeft op de toewijzing van een woning binnen de aangegeven termijn.
Pagina 5 van 12
Toelichting dat woningzoekende moet hebben beschikt over zelfstandige woonruimte. Inwonend zijn en wonen in een onderkomen dat formeel geen zelfstandige woonruimte is vallen al in die categorie en zijn dus als weigeringsgrond overbodig.
Tekstuele verandering om te verduidelijken.
Huisvestingsverordening 2023
Huisvestingsverordening 2025
Artikel 2.1.7 Voorrangsgrond: medische indicatie
Artikel 2.1.7 Voorrangsgrond: medische indicatie
1. De woningzoekende, of een lid van zijn huishouden, komt op medische indicatie in aanmerking voor een voorrangsverklaring, indien hij een medisch probleem heeft waardoor de huidige zelfstandige woning niet langer geschikt is.
1. De woningzoekende, of een lid van zijn huishouden, komt op medische indicatie in aanmerking voor een voorrangsverklaring, indien hij een medisch probleem heeft waardoor de huidige zelfstandige woonruimte niet langer geschikt is.
2. Een aanvraag om voorrang bij woningtoewijzing van medische aard kan voor gemotiveerd advies worden voorgelegd aan het PUV.
2. Een aanvraag om voorrang bij woningtoewijzing op grond van medische indicatie kan voor gemotiveerd advies worden voorgelegd aan het PUV.
Tekstuele verandering
3. Het college kan zich op medisch terrein laten adviseren door een medisch adviesbureau of door de DG&J.
3. Het college kan zich op medisch terrein laten adviseren door een medisch adviesbureau. of door de DG&J.
De DG&J is niet meer betrokken bij de voorrangsgronden medische indicatie en mantelzorg.
4. De woningzoekende komt niet in aanmerking voor voorrang op grond van medische indicatie, indien hij op het moment van het betrekken van de huidige woning al een medisch probleem had als genoemd in lid 1.
4. De woningzoekende komt niet in aanmerking voor voorrang op grond van medische indicatie, indien hij op het moment van het betrekken van de huidige woning al een medisch probleem had als genoemd in lid 1.
Artikel 2.1.8 Voorrangsgrond: mantelzorg
Artikel 2.1.8 Voorrangsgrond: mantelzorg
-
1. De woningzoekende, of een lid van zijn huishouden, komt op grond van mantelzorg in aanmerking voor een voorrangsverklaring, indien: a. hij aantoont dat hij in Hendrik-Ido-Ambacht zorg verleent of ontvangt van een naaste gedurende meer dan 8 uur per week, en b. de reistijd in verband met de te verlenen of te ontvangen mantelzorg meer dan 2 uur per dag is.
-
-
De woningzoekende, of een lid van zijn huishouden, komt op grond van mantelzorg in aanmerking voor een voorrangsverklaring, indien: a. hij aantoont dat hij in Hendrik-Ido-Ambacht zorg gaat verlenen aan of ontvangen van een naaste gedurende meer dan 8 uur per week, en; b. de reistijd in verband met de te verlenen of te ontvangen mantelzorg meer dan 2 uur per dag is. Een aanvraag om voorrang in verband met het verlenen of ontvangen van mantelzorg kan voor een gemotiveerd advies worden voorgelegd aan het PUV. Het college kan zich op medisch terrein laten adviseren door een aangewezen medisch adviesbureau of door de DG&J.
2.
Een aanvraag om voorrang in verband met het verlenen of ontvangen van mantelzorg kan voor een gemotiveerd advies worden voorgelegd aan het PUV.
3.
Het college kan zich op medisch terrein laten adviseren door een aangewezen medisch adviesbureau. of door de DG&J.
Artikel 2.1.9 Voorrangsgrond: sociale indicatie
Artikel 2.1.9 Voorrangsgrond: sociale indicatie
1. De woningzoekende, of een lid van zijn huishouden, komt op sociale indicatie in aanmerking voor een voorrangsverklaring, indien hij een probleem heeft van sociale en/of maatschappelijke aard dat past binnen de criteria genoemd in lid 5 onder a, b of c van dit artikel en waardoor de huidige zelfstandige woning niet langer geschikt is.
1. De woningzoekende, of een lid van zijn huishouden, komt op sociale indicatie in aanmerking voor een voorrangsverklaring, indien hij een probleem heeft van sociale en/of maatschappelijke aard dat past binnen de criteria genoemd in lid 5 onder a, b of c van dit artikel en waardoor de huidige zelfstandige woonruimte niet langer geschikt is.
Pagina 6 van 12
Toelichting
Sluit aan bij de definitie uit artikel 1.1 (definitie w).
Uniforme opmaak van opsommingen
Tekstuele verandering
De DG&J is niet meer betrokken bij de voorrangsgronden medische indicatie en mantelzorg.
Sluit aan bij de definitie uit artikel 1 (definitie w).
Huisvestingsverordening 2023
Huisvestingsverordening 2025
2. Een aanvraag om voorrang bij de woningtoewijzing van sociale en/of maatschappelijke aard kan voor een gemotiveerd advies worden voorgelegd aan het PUV.
2. Een aanvraag om voorrang bij de woningtoewijzing van sociale en/of maatschappelijke aard kan voor een gemotiveerd advies worden voorgelegd aan het PUV.
3. Het college kan zich laten adviseren door de DG&J.
3. Het college kan zich laten adviseren door de DG&J.
4. De woningzoekende komt niet in aanmerking voor een voorrangsverklaring op sociale indicatie, indien hij op het moment van het betrekken van de huidige woning al een sociaal en/of maatschappelijk probleem had als genoemd in lid 1 van dit artikel.
4. De woningzoekende komt niet in aanmerking voor een voorrangsverklaring op sociale indicatie, indien hij op het moment van het betrekken van de huidige woning al een sociaal en/of maatschappelijk probleem had als genoemd in lid 1 van dit artikel.
5. Voorrangscriteria sociale indicatie:
5. Voorrangscriteria sociale indicatie:
Voorrangscriterium a. leefbaarheid:
Voorrangscriterium
Omschrijving
a. leefbaarheid:
woningzoekende ondervindt ernstige, structurele problemen van sociale/maatschappelijke aard die een directe relatie hebben met de woonsituatie en woningzoekende en/of gezinsleden zijn geen medeveroorzaker. door een onvoorziene en financiële problemen die aantoonbaar niet aan de woningzoekende te wijten zijn kan de woningzoekende zijn woonlasten (huur, energiekosten) niet langer opbrengen waardoor sprake is van acute dreiging van dakloosheid. er is sprake van acute dreiging van dakloosheid van (een) minderjarig(e) kind(eren), waarbij de woningzoekende aantoonbaar de volledige zorg draagt en aantoonbaar gedwongen is de woning te verlaten. Zodra één van de ouders van het kind/de kinderen in woonruimte kan voorzien komt woningzoekende niet in aanmerking voor voorrang.
b. financiële nood:
c. dreigende dakloosheid van (een) minderjarig(e) kind(eren):
Omschrijving woningzoekende ondervindt ernstige, structurele problemen van sociale/maatschappelijke aard in de directe woonomgeving en is geen medeveroorzaker. door een onvoorziene, niet verwijtbare daling van het huishoudinkomen dreigt woningzoekende dakloos te worden. er is sprake van acute dreiging van dakloosheid van (een) minderjarig(e) kind(eren), waarbij de woningzoekende aantoonbaar de volledige zorg draagt en aantoonbaar gedwongen is de woning te verlaten. Zodra één van de ouders van het kind/de kinderen in woonruimte kan voorzien komt woningzoekende niet in aanmerking voor voorrang.
Artikel 2.1.10 Voorrangsgrond: dakloos buiten schuld door calamiteiten 1. Indien een woning als gevolg van een calamiteit onbewoonbaar is geworden en niet hersteld kan worden, ontstaat er een directe noodzaak tot herhuisvesting van de dakloos geworden bewoner(s). Het college stelt vast of en in hoeverre de woning nog bewoonbaar is. Indien de woning niet meer te bewonen is, wordt/worden de dakloos
b. financiële nood:
c. dreigende dakloosheid van (een) minderjarig(e) kind(eren):
Toelichting
Artikel 2.1.10 Voorrangsgrond: dakloos buiten schuld als gevolg van een calamiteit 1. Indien een woning als gevolg van een calamiteit onbewoonbaar is geworden en niet hersteld kan worden, ontstaat er een directe noodzaak tot herhuisvesting van de dakloos geworden bewoner(s). Het college stelt vast of en in hoeverre de woning nog bewoonbaar is. Indien de woning
Pagina 7 van 12
Verduidelijkt en een consistenter gebruik van ‘woningzoekende’
Tekstuele verandering
Huisvestingsverordening 2023 geworden bewoner(s) geherhuisvest indien niet via een verzekering huisvesting elders kan worden verkregen. 2. Het criterium "dakloos buiten schuld" is alleen van toepassing op dakloosheid van materiële aard. Dakloosheid vanwege persoonlijke redenen valt hier niet onder. Dakloosheid als gevolg van een vrijwillig zwervend bestaan is geen reden voor het verstrekken van een voorrangsverklaring. Artikel 2.1.11 Voorrangsgrond: verlaten instelling 1. De woningzoekende komt in aanmerking voor een voorrangsverklaring op basis van het verlaten van een opvang- en begeleidingsinstelling indien aan de volgende voorwaarden is voldaan: a. de woningzoekende is opgenomen geweest in een opvang- en begeleidingsinstelling, die vermeld is op de lijst van opvang- en begeleidingsinstellingen en; b. de woningzoekende is minimaal 6 maanden aaneengesloten opgenomen geweest, tenzij sprake is van opname in een instelling gericht op begeleiding van slachtoffers van huiselijk geweld en; c. de woningzoekende beschikte vόόr zijn opname aantoonbaar over zelfstandige huisvesting in de regio, met uitzondering van jongeren tot 27 jaar en; d. de aanvraag voor een voorrangsverklaring wordt gedaan door de opvang- of begeleidingsinstelling en; e.
de opvang- of begeleidingsinstelling overlegt bij de aanvraag een verklaring dat de woningzoekende, al dan niet onder begeleiding, in staat is zelfstandig een huishouding te voeren.
Huisvestingsverordening 2025
Toelichting
niet meer te bewonen is, wordt/worden de dakloos geworden bewoner(s) geherhuisvest indien niet via een verzekering huisvesting elders kan worden verkregen. 2. Het criterium "dakloos buiten schuld" is niet van toepassing als woningzoekende uit eigen keuze een woning achterlaat.
Verduidelijking
Artikel 2.1.11 Voorrangsgrond: verlaten instelling
Dit artikel wordt als onderdeel van de nieuwe regionale regeling uitstroom (opvang)instellingen opgenomen in de huisvestingsverordening om deze regeling uit te voeren.
1.
2.
Dit artikel is van toepassing op personen die een maatschappelijke opvang- of vrouwenopvanginstelling of een Beschermd Wonen instelling of een penitentiaire inrichting verlaten en na verblijf in een opvangsituatie behoefte hebben aan huisvesting in de zorgregio met bijbehorende ondersteuning. Het college legt in beleidsregels vast welke uitgangspunten en criteria worden gehanteerd bij het verstrekken van een voorrangsverklaring op basis van de voorrangsgrond 'verlaten instelling'.
2. De voorwaarde van maatschappelijke binding aan de geldt niet indien terugkeer naar de plaats van herkomst aantoonbaar tot een (levens)bedreigende situatie zou leiden of kunnen leiden, of indien terugkeer aantoonbaar niet haalbaar is; 3. De woningzoekende komt in aanmerking voor een voorrangsverklaring op basis van het verlaten van een penitentiaire inrichting, onder de volgende voorwaarden: a. de woningzoekende heeft wegens terugkeer uit detentie zelfstandige woonruimte nodig, en b. de woningzoekende beschikte vóór zijn detentie aantoonbaar over zelfstandige woonruimte in de regio, en
Pagina 8 van 12
Dit artikel verwijst naar beleidsregels, waarin uitgangspunten en criteria voor het verstrekken van voorrang zijn opgenomen. Deze beleidsregels worden vastgesteld door het college.
Huisvestingsverordening 2023
Huisvestingsverordening 2025
c.
de aanvraag voor een voorrangsverklaring wordt gedaan door het 'Platform nazorg ex-gedetineerden'. 4. Een aanvraag om voorrang bij de woningtoewijzing in verband met het verlaten van een penitentiaire inrichting kan voor een gemotiveerd advies worden voorgelegd aan het PUV. 5. Het college kan zich laten adviseren door de DG&J. Artikel 2.1.12 Voorrangsgrond: herstructurering
Artikel 2.1.12 Voorrangsgrond: herstructurering
Bewoners die gedwongen zijn hun huurwoning voorgoed te verlaten in verband met een concreet herstructureringsplan of een plan om verstrekkende maatregelen te treffen, dat is opgenomen in de prestatieafspraken voor een bepaald jaar, komen in aanmerking voor voorrang op basis van herstructurering bij de toewijzing van een woning
Bewoners die gedwongen zijn hun huurwoning voorgoed te verlaten in verband met een concreet herstructureringsplan of een plan om verstrekkende maatregelen te treffen, dat is opgenomen in de prestatieafspraken voor een bepaald jaar, komen in aanmerking voor voorrang op basis van herstructurering bij de toewijzing van een woning.
Artikel 2.1.13 Voorrangsgrond: sloop
Artikel 2.1.13 Voorrangsgrond: sloop
De bewoner van een huurwoning die gesloopt wordt komt in aanmerking voor voorrang bij de toewijzing van een huurwoning die in het bezit is van de woningcorporatie van wie hij de te slopen woning huurt op het moment dat een vergunning voor sloop is verstrekt.
De bewoner van een huurwoning die gesloopt wordt komt in aanmerking voor voorrang bij de toewijzing van een huurwoning die in het bezit is van de woningcorporatie van wie hij de te slopen woning huurt op het moment dat een vergunning voor sloop is verstrekt.
Artikel 2.1.14 Voorrangsgrond: vergunninghouders
Artikel 2.1.14 Voorrangsgrond: vergunninghouders
Een vergunninghouder komt in aanmerking voor een voorrangsverklaring indien de aanvraag voortvloeit uit de taakstelling die de gemeente is opgelegd op grond van de artikelen 28, 29 en 30 van de Huisvestingswet 2014.
Een vergunninghouder komt in aanmerking voor een voorrangsverklaring indien de aanvraag voortvloeit uit de taakstelling die de gemeente is opgelegd op grond van de artikelen 28, 29 en 30 van de Huisvestingswet 2014.
Artikel 2.1.15 Voorrangsgrond: beschikbaar krijgen zeer schaarse woningen
Artikel 2.1.15 Voorrangsgrond: beschikbaar krijgen zeer schaarse woningen
Een woningzoekende die bij verhuizing een sociale huurwoning achterlaat, die vanwege de omvang en/of uitrusting zeer schaars is en tegelijk gewenst is voor de huisvesting van urgent woningzoekenden, kan voorrang worden toegekend om de betreffende woningen voor verhuur beschikbaar te krijgen.
Een woningzoekende die bij verhuizing een sociale huurwoning achterlaat, die vanwege de omvang en/of uitrusting zeer schaars is en tegelijk gewenst is voor de huisvesting van urgent woningzoekenden, kan voorrang worden toegekend om de betreffende woningen voor verhuur beschikbaar te krijgen.
Artikel 2.1.16 Inhoud van de voorrangsverklaring
Artikel 2.1.16 Inhoud van de voorrangsverklaring
Het college vermeldt in een voorrangsverklaring de volgende zaken:
Het college vermeldt in een voorrangsverklaring de volgende zaken:
a. de naam en de contactgegevens van de woningzoekende; b. de datum van de aanvraag zoals bedoeld in artikel 2.1.3;
a. b.
de naam en de contactgegevens van de woningzoekende; de datum van de aanvraag zoals bedoeld in artikel 2.1.3;
Pagina 9 van 12
Toelichting
Huisvestingsverordening 2023
Huisvestingsverordening 2025
c. het huisvestingsprofiel dat voor de desbetreffende woningzoekende van toepassing is, onder de mededeling dat de voorrang beperkt is tot woonruimte die past binnen het huisvestingsprofiel; d. de termijn waarbinnen gebruik kan worden gemaakt van de voorrangsverklaring; e. voor welke gemeenten de voorrangsverklaring geldt.
c.
Artikel 2.1.17 Bemiddeling
Artikel 2.1.17 Bemiddeling
1.
Het college bemiddelt bij eigenaren van woonruimte om te bewerkstelligen dat woningzoekenden met een voorrangsverklaring een woonruimte verkrijgen overeenkomstig het bepaalde in artikel 2.1.16, onder c, d, en e. Het college kan deze bemiddeling nader vorm geven in overeenkomsten.
1. Het college bemiddelt bij eigenaren van woonruimte om te bewerkstelligen dat woningzoekenden met een voorrangsverklaring een woonruimte verkrijgen overeenkomstig het bepaalde in artikel 2.1.16, onder c, d, en e. 2. Het college kan deze bemiddeling nader vormgeven in overeenkomsten.
Artikel 2.1.18 Wijziging, intrekking, verlenging, vervallen voorrangsverklaring
Artikel 2.1.18 Wijziging, intrekking, verlenging, vervallen voorrangsverklaring
1.
1. Bij gewijzigde omstandigheden kan het college, al dan niet op verzoek van de woningzoekende, besluiten de inhoud van een voorrangsverklaring te wijzigen. De woningzoekende ontvangt in dat geval een nieuwe voorrangsverklaring onder intrekking van de eerder afgegeven verklaring.
2.
Bij gewijzigde omstandigheden kan het college, al dan niet op verzoek van de woningzoekende, besluiten de inhoud van een voorrangsverklaring te wijzigen. De woningzoekende ontvangt in dat geval een nieuwe voorrangsverklaring onder intrekking van de eerder afgegeven verklaring.
2.
Het college kan een voorrangsverklaring intrekken, indien: a. aan de vereisten voor het verkrijgen van een voorrangsverklaring niet meer wordt voldaan; b. de voorrangsverklaring is afgegeven op grond van gegevens waarvan de woningzoekende wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren; c. de woningzoekende niet in staat blijkt om in zijn bestaan of in de kosten van bewoning van zelfstandige woonruimte te voorzien; d. een hem aangeboden woning die past binnen het in artikel 2.1.16, onder c genoemde huisvestingsprofiel heeft geweigerd.
3.
De voorrangsverklaring vervalt van rechtswege wanneer de woningzoekende, indien hij zelf mag reageren op de aangeboden woningvoorraad, niet binnen een termijn van 3 maanden heeft gereageerd op een woning die past binnen het huisvestingsprofiel dat aan zijn voorrangsverklaring is gekoppeld.
d. e.
Toelichting
het huisvestingsprofiel dat voor de desbetreffende woningzoekende van toepassing is, onder de mededeling dat de voorrang beperkt is tot woonruimte die past binnen het huisvestingsprofiel; de termijn waarbinnen gebruik kan worden gemaakt van de voorrangsverklaring; voor welke gemeenten de voorrangsverklaring geldt.
2. Het college kan een voorrangsverklaring intrekken, indien: a. aan de voorwaarden voor het verkrijgen van een voorrangsverklaring niet meer wordt voldaan; b. de voorrangsverklaring is afgegeven op grond van gegevens waarvan de woningzoekende wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren; c. de woningzoekende niet in staat blijkt om in zijn bestaan of in de kosten van bewoning van zelfstandige woonruimte te voorzien; d. een hem aangeboden woning die past binnen het in artikel 2.1.16, onder c genoemde huisvestingsprofiel heeft geweigerd. 3. De voorrangsverklaring vervalt van rechtswege wanneer de woningzoekende, indien hij zelf mag reageren op de aangeboden woningvoorraad, niet binnen een termijn van 3 maanden heeft gereageerd op een woning die past binnen het huisvestingsprofiel dat aan zijn voorrangsverklaring is gekoppeld.
Pagina 10 van 12
Tekstuele verandering
Huisvestingsverordening 2023
Huisvestingsverordening 2025
4.
Het college kan besluiten tot verlenging van de in artikel 2.1.16, onder d genoemde termijn, indien daar naar zijn oordeel gegronde redenen voor zijn.
4. Het college kan besluiten tot verlenging van de in artikel 2.1.16, onder d genoemde termijn, indien daar naar zijn oordeel gegronde redenen voor zijn.
5.
Het college kan zijn bevoegdheid als bedoeld in de leden 1, 2 en 4 mandateren aan de voorzitter van het PUV.
5. Het college mandateert zijn bevoegdheid als bedoeld in de leden 1, 2 en 3 mandateren aan de voorzitter van het PUV.
Toelichting
Aangepast, zodat de mandatering direct geregeld is en dit niet nog apart hoeft te worden besloten door het college. En er wordt nu naar het correcte lid verwezen.
Dit artikel vervalt per datum vaststelling nieuwe huisvestingsverordening.
De contingentafspraken vervallen per de ingangsdatum van de nieuwe regeling uitstroom (opvang)instelling. De contingentwoningen worden per die datum onderdeel van de nieuwe afspraken in de zorgregio (regionale regeling uitstroom (opvang)instellingen.
Artikel 2.1.20 Behoud inschrijfduur
Artikel 2.1.19 Behoud inschrijfduur
Gewijzigd artikelnummer
1.
Woningcorporaties dragen in het kader van deze verordening zorg voor het aanleggen en bijhouden van een uniform registratiesysteem van woningzoekenden.
1.
Woningcorporaties dragen in het kader van deze verordening zorg voor het aanleggen en bijhouden van een uniform registratiesysteem van woningzoekenden.
2.
Indien een jongere als bedoeld in artikel 7:274c, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek een huurovereenkomst op grond van dat artikel is aangegaan, behoudt de jongere diens inschrijfduur en vervalt de inschrijving om in aanmerking te komen voor een woonruimte niet.
2.
Indien een jongere als bedoeld in artikel 7:274c, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek een huurovereenkomst op grond van dat artikel is aangegaan, behoudt de jongere diens inschrijfduur en vervalt de inschrijving om in aanmerking te komen voor een woonruimte niet.
3.
Indien een huurder een huurovereenkomst voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 7:271, eerste lid, tweede volzin, van het Burgerlijk Wetboek is aangegaan, behoudt de huurder diens inschrijfduur en
3.
Indien een huurder een huurovereenkomst voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 7:271, eerste lid, tweede volzin, van het Burgerlijk Wetboek is aangegaan, behoudt de huurder diens inschrijfduur en
Artikel 2.1.19 Huisvesten zorg-doelgroepen middels contingent-afspraken 1.
Het college maakt periodiek contingentafspraken, met onder andere de woningcorporaties, over de hoeveelheid van de voor verhuur vrijkomende woonruimte, die in het kader van de uitstroom uit instellingen voor maatschappelijke opvang, residentiële instellingen voor verslavingszorg, geestelijke gezondheidszorg, jeugdzorg (met verblijf) en de huisvesting van ex-gedetineerden en van zorgdoelgroepen die geen aanspraak kunnen maken op de voorrangsregeling, gericht wordt toegewezen.
2.
Woningcorporaties verantwoorden jaarlijks aan het college over de wijze waarop het eerste lid wordt ingevuld. Deze verantwoordingsrapportage wordt binnen 3 maanden na afsluiting van het jaar aan het college aangeboden.
3.
Borging van de afspraken als bedoeld in de leden 1 en 2 vindt plaats in de lokale prestatieafspraken.
Pagina 11 van 12
Huisvestingsverordening 2023 vervalt de inschrijving om in aanmerking te komen voor een woonruimte niet. Lijst van zorginstellingen – urgentie
Huisvestingsverordening 2025
Toelichting
vervalt de inschrijving om in aanmerking te komen voor een woonruimte niet. Vervalt.
De lijst met instellingen wordt toegevoegd aan een convenant/samenwerkingovereenkomst tussen gemeenten, woningcorporaties en gecontracteerde zorgaanbieders in de regio en benoemd in de beleidsregels. Op deze manier kan de lijst tussentijds makkelijker worden aangepast.
Organisatie ASVZ Babyhuis Eddee Eleos Enver Hoop, de Humanitas Jados (IVA) Leger des Heils W&G Rijnmond Zuidwest Miro Thuis Nitzana Vrouwenopvang Parnassia Groep / Antes zorg Philadelphia Wijnkoperstraat Gorinchem s Heeren Loo Zorggroep (Auriga) Safegroup Vrouwenopvang Siriz (Timohuis) Syndion Timon Yulius
Pagina 12 van 12