Bijlage 2 bij raadsvoorstel 9.2 - Rijksstraatweg 42b e.o. - Bijlagen toelichting
Tekst van het document
Hendrik‐Ido‐Ambacht Rijksstraatweg 42b e.o. bestemmingsplan
Rijksstraatweg 42b e.o.
Hendrik‐Ido‐Ambacht
bestemmingsplan
identificatie
planstatus
identificatiecode:
datum:
status:
NL.IMRO.0531.bp24RvRRijksstraat‐3001
20‐03‐2020 02‐06‐2020 24‐11‐2020 12‐04‐2021
concept voorontwerp ontwerp vastgesteld
projectnummer:
400193.20191527 opdrachtleider:
ir. L.C. Snel
Weena 505
aangesloten bij:
RBOI - Rotterdam postbusbv150 Delftseplein 27b 3000 AD Rotterdam Postbus 150 T: 010-201 85 55 3000 AD Rotterdam telefoon (010) E-mail: 201 85info@rho.nl 55 E-mail: info@rboi.nl
© Rho Adviseurs bv Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.
3
Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1
Kavelpaspoort
Bijlage 2
Stikstofonderzoek
Bijlage 3
Quickscan flora en fauna
Bijlage 4
Verkennend bodemonderzoek en indicatief asbestonderzoek bodem
Bijlage 5
Akoestisch onderzoek
Bijlage 6
QRA buisleiding
Bijlage 7
Nota van inspraak en vooroverleg
Bijlage 8
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.‐beoordeling
Rho adviseurs voor leefruimte
400193.20191527
bijlagen bij de Toelichting
Bijlage 1 Kavelpaspoort
Rho adviseurs voor leefruimte
400193.20191527
Kavelpaspoort Ruimte voor ruimte
eg
aatw
sstr
Rijk
Situatie
2
Woordenlijst
Het erf als geheel
Woningtypen
Erf Het geheel van bebouwing, buitenruimte en beplanting van een (of meer kavels) in het buitengebied
Polderwoning Het (enige) formele, representatieve hoofdgebouw van een erf, rijker gedetailleerd en gematerialiseerd dan de bijgebouwen op het erf (doorgaans uitgevoerd in metselwerk met een rieten kap of keramische pannen)
Representatief (hoofd)gebouw Het belangrijkste gebouw (woning/woongebouw) op het erf Bijgebouwen Het geheel van schuren en stallen op een erf Bouwvlak Een op de plankaart aangegeven vlak waarmee het gedeelte is aangeduid waarop bepaalde gebouwen zijn toegestaan
Schuurwoning Een woning met de eenvoudige uitstraling en architectuur van een bijgebouw (doorgaans) uitgevoerd in (combinatie met) houtendelen, en/of andere lichte materialen
De individuele kavel Kavel De grond waarop een individuele woning staat. Een kavel kan onderdeel zijn van een erf Hoofdgebouw De woning of het woongebouw op een individuele kavel Bijbehorende bouwwerken Al dan niet met het hoofdgebouw verbonden aanen uitbouwen, bijgebouwen en/of overkappingen Erfafscheiding De afbakening van een kavelrichting een naastgelegen kavel of openbare ruimte
3
651
Rijks st
raatw eg
417
Kavelpaspoort Van Vugt
2717
Het erf Rijk sstra atwe
g
contour erf (te beshouwen als samehangend geheel) Bebouwing
2481
bouwvlak, waarbinnen bebouwing is gesitueerd
2480
bouwvlak waarbinnen het hoofdgebouw is gesitueerd
21,
1
223 8
P
3,8
46 B
S
B
27,
42, 1
575
5
5
10
7
30
22, 5
25
46,
7
5b
577
576
hoofdgebouw in de vorm van een polderwoning
P
representatieve polderwoning op het erf
S
hoofdgebouw in de vorm van een schuurwoning maximaal oppervlakte bijgebouwen:75m2
5
3585
80 25
P
6
51,
Bestaande woning
Erfinrichting en -beplanting voorerf (voortuin)
40
achtererf (polderwoning)
P 2
12
achtererf (erf)
14,5
5
2279
3 3
tweg
Erftoegang
22,5
b
B 42
hoofdtoegang erf (inrit kavel voorerf)
2463 12
straa
2280
Overig
20
2,7
Rijks
nieuw te graven sloot
3
P
20
7
bestaande sloot
80
beschermingszone gasleiding b=10 (niet te bebouwen) voorgevel hoofdgebouw binnen 10m vanaf rooilijn
8
erfgrens
40 25
indicatief oppervlak kavel
10
maatvoering in meters
24
30
10
2,5
14
P
kavel m2
8
12
Rijk
sstra
atwe
g
3582 3582
2217
atwe
g
Rijks
straa
tweg
2462
Rijk
sstra
3583
2216
a 42
2180 42
3598
3539 3599
Toelichting
Het erf De bebouwing en beplanting ogen (van buitenaf) als een samenhangend geheel. De uitstraling van het gehele erf staat voorop, ongeacht het aantal kavels dat zich op het erf bevindt. De polderwoningen Zijn onderdeel van de bebouwing langs de Rijksstraatweg. Diversiteit en afwisseling passend binnen het poldergebied vraagt om een landelijke uitstraling. Bebouwing De bebouwing op een erf bestaat uit meerdere gebouwen. Het erf heeft (maximaal) één representatief ogend hoofgebouw (polderwoning of- boerderij). De overige bebouwing heeft de uitstraling van een bijgebouw (zoals schuurwoning, wagenschuur, kapschuur). De uitstraling en architectuur van de gebouwen is op elkaar afgestemd. Het representatieve gebouw onderscheid zich van de bijgebouwen door rijkere detaillering en materiaal gebruik. De bijgebouwen ogen eenvoudiger. Ook indien het erf uit meerdere individuele kavels bestaat geldt dat de bebouwing van iedere kavel uit één hoofdgebouw en één of meer bijbehorende bouwwerken kan bestaan. Hoofdgebouw (polderwoning & schuurwoning) • Footprint: maximaal 125 m2* • Inhoud: 650 m3* • Kapvorm: zadeldak • Verhouding goot-/nokhoogte: goothoogte = maximaal 0,45 x nokhoogte • Goothoogte: maximaal 3,5 m • Dakhelling: tussen 45°-55° • Nokhoogte: afhankelijk van dakhelling, goothoogte en woning-/gebouwbreedte • Kaprichting: evenwijdig aan de kavelrichting van de polder/haaks op de weg
Het is toegestaan om het bijbehorende bouwwerk te integreren in het hoofdgebouw. In dat geval geldt voor het gehele bouwvolume: • Footprint: maximaal 200 m2* • Inhoud: maximaal 875 m3* * Deze afmetingen gelden voor één ruimte voor ruimte-eenheid Wanneer de bestaande tuinderswoning wordt gesloopt en herbouwd, gelden de bebouwingsprincipes en woningtypen zoals die op de kaart zijn aangegeven. ������������� Het erf is omrand met een sloot en bestaat uit een representatief voorerf aan de weg en een meer functioneel ogend achtererf richting het landschap. De randen van het erf zijn (deels) beplant. De beplanting (soort en uitstraling) aan de voorzijde is meer gecultiveerd. Aan de zij- en achterkant bestaat de beplanting uit inheemse soorten met een landschappelijke uitstraling. (Gebruik geen conifeer.) Dit betekent voor de individuele kavels op het erf, dat er geen of een groene de erfafscheiding wordt toegepast wanneer deze grenst aan de openbare weg en/of het omliggend landschap. Erftoegang Er komen maximaal 4 toegangen langs de Rijksstraatweg. Het erf heeft een gedeelde formele hoofdtoegang met een representatieve uitstraling. De polderwoningen krijgen een individuele toegang. 1 woning zal de toegang moeten delen met de bestaande tuinderswoning.
Bijbehorende bouwwerken • Footprint: maximaal 75 m2* • Kapvorm: zadeldak • Kaprichting: bij voorkeur evenwijdig aan de verkavelingsrichting van de polder, anders haaks daarop. • Goothoogte: maximaal 2,5 m • Dakhelling: gelijk aan het hoofdgebouw
5
Referentiebeelden
6
Meer informatie
Handreiking ruimte voor ruimtelijke kwaliteit De handreiking Ruimte voor ruimtelijke kwaliteit is een inspiratiekader voor de architectuur en de inrichting en beplanting van het erf (met name hoofdstuk 6.3 open polders). Dit document is te downloaden op http://www.mooiijsselmonde.nl/ meer-informatie. Bestemmingsplan Het (ontwerp) bestemmingsplan is (na vaststelling) van toepassing. Het volledige bestemmingsplan is te downloaden via internet http://www.ruimtelijkeplannen.nl Vergunningsvrijbouwen De voorwaarden voor vergunningvrijbouwen vindt u op https://www.rijksoverheid.nl/ onderwerpen/bouwregelgeving/inhoud/ checken-of-vergunningnodig-is-voor-ver-bouwen/ vergunningvrij-bouwenen-verbouwen. In de beschermingszone van de gasleidingstrook mag niet vergunningsvrij worden gebouwd.
7
Bijlage 2 Stikstofonderzoek
Rho adviseurs voor leefruimte
400193.20191527
MEMO Van
:
drs.ing. R. aan de Wiel
Plan/project
:
Rijksstraatweg 42b
Opdrachtgever :
HBC Planontwikkeling B.V.
Datum
:
10-11-2020
Betreft
:
Berekening stikstofdepositie
Inleiding Op de locatie aan de Rijksstraatweg 42b in Hendrik-Ido-Ambacht ligt het initiatief om de bestaande agrarische bedrijfsbebouwing te slopen en ter plaatse nieuwe burgerwoningen te realiseren. Het initiatief omvat de omzetting van de twee bestaande bedrijfswoningen naar twee burgerwoningen, de sloop van de bestaande kassen en het bijbehorende waterbassin en de realisatie van 5 nieuwe burgerwoningen. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ligt op circa 3,7 kilometer afstand en betreft het gebied de ‘Oude Maas’ (figuur 1). Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige habitat bevindt zich binnen het Natura 2000-gebied ‘Biesbosch’ en is gelegen op circa 10,3 kilometer afstand. Directe effecten zoals areaalverlies en versnippering kunnen hierdoor worden uitgesloten. Gezien de aard en omvang van de ontwikkeling en de afstand tot natuurgebieden kunnen ook verstoring en verandering van de waterhuishouding worden uitgesloten. Vermesting en verzuring als gevolg van stikstofdepositie zijn echter niet op voorhand uit te sluiten. In deze memo worden daarom de depositie-effecten als gevolg van de aanleg- en gebruiksfase op Natura 2000-gebied bepaald.
Figuur 1: Globale ligging plangebied (rode cirkel) t.o.v. Natura 2000-gebieden. (Bron: AERIUS Calculator)
1
Aanlegfase Voor de sloop van de kassen is uitgegaan van de inzet van een sloopkraan gedurende 2 weken met 8 draaiuren per werkdag. Uitgangspunt hierbij is een brandstofverbruik van 15 liter per uur en de stage klasse III 150-560 bouwjaar 2006/01. Dit betekent een totaal brandstofverbruik van 1.200 liter. Verder wordt voor de sloop uitgegaan van 2 zware verkeersbewegingen per dag. Dit betekent 20 verkeersbewegingen op jaarbasis. In de berekeningen is uitgegaan van rekenjaar 2021 (jaar van realisatie). De afzonderlijke emissiebronnen voor de bouw van de 5 nieuwe woningen zijn in tabel 1 en 2 uitgewerkt. De uitkomsten op jaarbasis (laatste kolom) zijn ingevoerd in AERIUS Calculator. De verkeersbewegingen zijn ingevoerd als lijnbron. De inzet van het overige materieel is ingevoerd als vlakbron aangezien dit materieel op het hele terrein werkzaam zal zijn. Het verkeer wikkelt zich in zuidelijke en westelijke richting af naar de Rijksweg A16. Op deze weg gaat het extra verkeer op in het heersende verkeersbeeld. Dit is het geval op het moment dat het aan- en afrijdende verkeer zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag nog niet, dan wel niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt.
Op grond van jurisprudentie worden de gevolgen voor het milieu van het af- en aanrijdend verkeer niet meer aan het in werking zijn van de inrichting toegerekend wanneer dit verkeer kan worden geacht te zijn opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Tabel 1: Materieelinzet aanlegfase.
Soort materieel
Stage klasse
Sloopkraan
Stage III B 130 -560 Kw 2006/01
Mobiele hijskraan
Stage III B 130 -560 Kw 2006/01 Stage III B 130 -560 Kw 2006/01 Stage III B 130 -560 Kw 2006/01
Shovel Hei-installaties
Brandstofverbruik (L/uur) 15
Draaiuren
Verbruikte brandstof (L)
80
1.200
14
52
728
7
52
364
14
16
224
Totaal
1.316
Tabel 2: Verkeersgeneratie aanlegfase.
Aanvoer materialen Heipalen Beton + pomp Prefab hsb elementen Prefab vloeren en daken Aanvullende materialen Totaal Woon-werkverkeer Totaal
Aantal voertuigen 4 vrachtwagens 5 vrachtwagens 5 vrachtwagens 5 vrachtwagens 8 vrachtwagens 960 busjes
Aantal verkeersbewegingen (mvt/jaar) 8 10 10 10 16 54 zwaar 1.920 1.920 licht
Gebruiksfase Voor de omzetting van de twee bestaande bedrijfswoningen naar twee burgerwoningen kan gesteld worden dat dit niet leidt tot extra stikstofdepositie, aangezien de emissie van deze woningen in de huidige situatie reeds aanwezig is. De 5 nieuwe woningen zullen gasloos zijn en kennen derhalve geen woningemissies. Echter, de bijbehorende verkeersbewegingen leiden wel tot extra stikstofemissie. Met betrekking tot de berekening van de verkeersgeneratie kan de locatie worden aangemerkt als ‘buitengebied’. De verkeersgeneratie als gevolg van de beoogde ontwikkeling is uitgewerkt in tabel 3. In totaal is er sprake van een verkeersgeneratie van 43 mvt/etmaal op een gemiddelde weekdag. Het verkeer wikkelt zich in zuidelijke en westelijke richting af naar de Rijksweg A16.
2
Op deze weg gaat het extra verkeer op in het heersende verkeersbeeld. In de berekeningen is uitgegaan van rekenjaar 2021 (jaar van realisatie). Tabel 3: Verkeersgeneratie gebruiksfase.
Functie
Soort woning
Wonen
Koop, huis, vrijstaand
Kencijfer (mvt/etmaal per woning) 8,6
Aantal woningen 5 Totaal
Verkeersgeneratie (mvt/etmaal) 43 43 licht
Resultaten en conclusie Uit de rekenresultaten voor zowel de aanleg- als de gebruiksfase blijkt dat er geen sprake is van stikstofdeposities hoger dan 0,00 mol/ha/jr. Derhalve is in het kader van de Wet natuurbescherming geen vergunning noodzakelijk. De stikstofdepositie vormt voor een omgevingsvergunning bouwen geen probleem. De AERIUS -berekeningen zijn als PDF bijlage toegevoegd aan deze memo. De uitkomsten van de AERIUS berekeningen dienen 5 jaar te worden bewaard, zodat bij controle kan worden aangetoond dat dit aspect is onderzocht.
3
Bijlagen
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RmRjBV6RFKFs (10 november 2020) pagina 1/5
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
-
-, - -
Omschrijving
AERIUS kenmerk
Aanlegfase Rijksstraatweg 42b, Hendrik-Ido-Ambacht
RmRjBV6RFKFs
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
10 november 2020, 11:24
2021
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Situatie 1
Resultaten
Resultaten
45,31 kg/j
NH3
< 1 kg/j
Natuurgebied
Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)
Toelichting
NOx
Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.
-
Situatie 1
RmRjBV6RFKFs (10 november 2020) pagina 2/5
Resultaten
Locatie Situatie 1
Emissie Situatie 1
Resultaten
Bron Sector
Situatie 1
Emissie NH3
Emissie NOx
Bron 1 Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie
< 1 kg/j
43,87 kg/j
Bron 2 Wegverkeer | Buitenwegen
< 1 kg/j
1,44 kg/j
RmRjBV6RFKFs (10 november 2020) pagina 3/5
Resultaten
Emissie (per bron)
Bron 1 100957, 428432 43,87 kg/j < 1 kg/j
Naam Locatie (X,Y)
Situatie 1
NOx NH3
Voertuig
Omschrijving
Brandstof verbruik (l/j)
Stationair bedrijf (uren/j)
Cilinder Stof inhoud (l)
Emissie
STAGE IIIa, 130 <= Sloopkraan kW < 300, bouwjaar 2006 (Diesel)
1.200
0
0,0 NOx NH3
20,92 kg/j < 1 kg/j
STAGE IIIa, 130 <= Mobiele kraan kW < 300, bouwjaar 2006 (Diesel)
728
0
0,0 NOx NH3
12,69 kg/j < 1 kg/j
STAGE IIIa, 130 <= Shovel kW < 300, bouwjaar 2006 (Diesel)
364
0
0,0 NOx NH3
6,35 kg/j < 1 kg/j
STAGE IIIa, 130 <= Hei-installaties kW < 300, bouwjaar 2006 (Diesel)
224
0
0,0 NOx NH3
3,91 kg/j < 1 kg/j
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
Soort
Voertuig
Standaard
Bron 2 101256, 427779 1,44 kg/j < 1 kg/j
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Zwaar vrachtverkeer
20,0 / jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Zwaar vrachtverkeer
54,0 / jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Licht verkeer
1.920,0 / jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Situatie 1
RmRjBV6RFKFs (10 november 2020) pagina 4/5
Resultaten
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20201103_bed432f8ee Database versie 2020_20201013_1649cba239 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020
Resultaten
Situatie 1
RmRjBV6RFKFs (10 november 2020) pagina 5/5
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. Rn8exT4pNVFG (10 november 2020) pagina 1/5
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
-
-, - -
Omschrijving
AERIUS kenmerk
Gebruiksfase Rijksstraatweg 42b, Rn8exT4pNVFG Hendrik-Ido-Ambacht
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
10 november 2020, 11:26
2021
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Situatie 1
Resultaten
Resultaten
7,74 kg/j
NH3
< 1 kg/j
Natuurgebied
Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)
Toelichting
NOx
Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.
-
Situatie 1
Rn8exT4pNVFG (10 november 2020) pagina 2/5
Resultaten
Locatie Situatie 1
Emissie Situatie 1
Bron Sector
Bron 1 Wegverkeer | Buitenwegen
Resultaten
Situatie 1
Emissie NH3
Emissie NOx
< 1 kg/j
7,74 kg/j
Rn8exT4pNVFG (10 november 2020) pagina 3/5
Resultaten
Emissie (per bron)
Naam Locatie (X,Y)
Situatie 1
NOx NH3
Resultaten
Bron 1 101241, 427787 7,74 kg/j < 1 kg/j
Soort
Voertuig
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Standaard
Licht verkeer
43,0 / etmaal NOx NH3
7,74 kg/j < 1 kg/j
Situatie 1
Rn8exT4pNVFG (10 november 2020) pagina 4/5
Resultaten
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20201103_bed432f8ee Database versie 2020_20201013_1649cba239 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020
Resultaten
Situatie 1
Rn8exT4pNVFG (10 november 2020) pagina 5/5
Bijlage 3 Quickscan flora en fauna
Rho adviseurs voor leefruimte
400193.20191527
QUICK SCAN BESCHERMDE PLANTEN- EN DIERSOORTEN RIJKSSTRAATWEG 42B TE HENDRIK-IDO-AMBACHT
Eindrapport
QUICK SCAN BESCHERMDE PLANTEN- EN DIERSOORTEN RIJKSSTRAATWEG 42B TE HENDRIK-IDO-AMBACHT
rapportnummer 2019.3512 december 2019 In opdracht van: Rho adviseurs voor leefruimte Postbus 150 3000 AD ROTTERDAM
Adviesbureau Mertens B.V. Bureau voor natuur, ruimtelijke ordening en natuurwetgeving Utrechtseweg 120, 6871 DV Renkum 06-29458456 info@adviesbureau-mertens.nl www.adviesbureau-mertens.nl
© Adviesbureau Mertens BV, Wageningen, 2019 Deze rapportage mag zonder schriftelijke toestemming vrij worden vermenigvuldigd. De verzamelde data zijn alleen te gebruiken voor het hier geschetste onderzoek en mogen niet voor andere doeleinden worden gebruikt.
Quick scan beschermde planten- en diersoorten Rijksstraatweg 42b te Hendrik-Ido-Ambacht. Concept rapport december 2019
INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING .......................................................................................................................................................... 2 1.1 INLEIDING ................................................................................................................................................. 2 1.2 HET PLANGEBIED EN DE PLANNEN .............................................................................................................. 2 1.3 DOELSTELLING VAN HET ONDERZOEK ........................................................................................................ 7 1.4 OPBOUW RAPPORT ................................................................................................................................... 7
2. BESCHERMDE PLANTEN- EN DIERSOORTEN ............................................................................................... 8 2.1 WET NATUURBESCHERMING ...................................................................................................................... 8 2.2 RODE LIJST............................................................................................................................................... 8
3. METHODE......................................................................................................................................................... 10
4. RESULTAAT INVENTARISATIE EN BEOORDELING .................................................................................... 11 4.1 FLORA .................................................................................................................................................... 11 4.2 VLEERMUIZEN ......................................................................................................................................... 11 4.3 OVERIGE ZOOGDIEREN............................................................................................................................ 11 4.4 BROEDVOGELS ....................................................................................................................................... 12 4.5 AMFIBIEËN .............................................................................................................................................. 12 4.6 VISSEN ................................................................................................................................................... 12 4.7 REPTIELEN ............................................................................................................................................. 12 4.8 OVERIGE ................................................................................................................................................ 13
5. SAMENVATTENDE CONCLUSIE .................................................................................................................... 14
GERAADPLEEGDE LITERATUUR ...................................................................................................................... 15
BIJLAGEN ............................................................................................................................................................ 16 1. PLANGEBIED ......................................................................................................................................... 17 2. BEGRIPPEN ........................................................................................................................................... 18
Adviesbureau Mertens
1
Wageningen
Quick scan beschermde planten- en diersoorten Rijksstraatweg 42b te Hendrik-Ido-Ambacht. Concept rapport december 2019
1. INLEIDING 1.1 Inleiding Er is het voornemen voor de sloop van kassen aan de Rijksstraatweg 42b te Hendrik-Ido-Ambacht om woningbouw te kunnen realiseren. De aanwezigheid van beschermde planten- en diersoorten vormt een te onderzoeken aspect omdat met de plannen effecten kunnen ontstaan op soorten die beschermd zijn via de Wet natuurbescherming. Op grond hiervan is aan Adviesbureau Mertens B.V. uit Wageningen gevraagd om een verkennend veldonderzoek uit te voeren naar de aanwezigheid van wettelijk beschermde soorten en indien aanwezig, aan te geven hoe hiermee dient te worden omgegaan. In dit rapport worden de resultaten van deze verkenning gepresenteerd.
N▲
Figuur 1. Globale ligging van het plangebied aan de Rijksstraatweg 42b te Hendrik-Ido-Ambacht. 1.2 Het plangebied en de plannen Aan de Rijksstraatweg 42b te Hendrik-Ido-Ambacht is een tuinbouwgebied met kassen met bijbehorende voorzieningen en woning gelegen. De kassen zijn tot vorig jaar in gebruik geweest en als dusdanig zijn de kassen en voorzieningen aanwezig en functioneel. Deze voorzieningen bestaan onder andere uit een opslagterrein, waterbassin en verwerkingsruimte. In het gebied is verder woonbebouwing met tuin gelegen. Het voornemen is de kassen te slopen en om vijf woningen met tuin te realiseren. Er komt tevens een extra sloot. Het resterend gebied krijgt een agrarische functie. De plannen voor de twee woongebouwen zijn conserveren; deze woonbebouwing met tuin blijft in de huidige staat behouden. Deze woonbebouwing met tuin worden derhalve niet beoordeeld in onderhavig onderzoek. In figuur 2 wordt een beeld gegeven van het plangebied op maandag 2 december 2019 en in figuur 3 wordt een impressie gegeven van de plannen. Adviesbureau Mertens
2
Wageningen
Quick scan beschermde planten- en diersoorten Rijksstraatweg 42b te Hendrik-Ido-Ambacht. Concept rapport december 2019
Vervolg figuur 2. Foto-impressie van het plangebied aan de Rijksstraatweg 42b te Hendrik-Ido-Ambacht.
Adviesbureau Mertens
3
Wageningen
Quick scan beschermde planten- en diersoorten Rijksstraatweg 42b te Hendrik-Ido-Ambacht. Concept rapport december 2019
Vervolg figuur 2. Foto-impressie van het plangebied aan de Rijksstraatweg 42b te Hendrik-Ido-Ambacht.
Adviesbureau Mertens
4
Wageningen
Quick scan beschermde planten- en diersoorten Rijksstraatweg 42b te Hendrik-Ido-Ambacht. Concept rapport december 2019
Vervolg figuur 2. Foto-impressie van het plangebied aan de Rijksstraatweg 42b te Hendrik-Ido-Ambacht.
Adviesbureau Mertens
5
Wageningen
Quick scan beschermde planten- en diersoorten Rijksstraatweg 42b te Hendrik-Ido-Ambacht. Concept rapport december 2019
Figuur 3. Impressie van de plannen aan de Rijksstraatweg 42b te Hendrik-Ido-Ambacht.
Adviesbureau Mertens
6
Wageningen
Quick scan beschermde planten- en diersoorten Rijksstraatweg 42b te Hendrik-Ido-Ambacht. Concept rapport december 2019
1.3 Doelstelling van het onderzoek De doelstelling van het onderzoek is tweeledig. Enerzijds wordt inzichtelijk gemaakt welke wettelijk beschermde natuurwaarden in het kader van de soortbescherming van planten- en diersoorten te verwachten zijn. Anderzijds worden de consequenties van deze aanwezigheid voor de planontwikkeling weergegeven. Gelet op de opdracht genoemd in de inleiding en de doelstelling, is het van belang dat de volgende vragen worden beantwoord: 1. Welke wettelijk beschermde planten- en diersoorten komen mogelijk voor ter plaatse van en in de directe omgeving van Rijksstraatweg 42b te Hendrik-Ido-Ambacht? 2. Welke verwachte wettelijk beschermde planten- en diersoorten ondervinden nadelen van de plansituatie? 1.4 Opbouw rapport Na een korte uitleg over de soortbescherming van de Wet natuurbescherming (hoofdstuk 2) komen achtereenvolgens aan de orde: - De onderzoeksmethode (hoofdstuk 3). - Een beschrijving van de aanwezigheid van beschermde soorten (hoofdstuk 4). - Een beoordeling van de effecten op beschermde soorten (hoofdstuk 5). In bijlage 2 wordt een overzicht gegeven van de gebruikte definities en afkortingen.
Adviesbureau Mertens
7
Wageningen
Quick scan beschermde planten- en diersoorten Rijksstraatweg 42b te Hendrik-Ido-Ambacht. Concept rapport december 2019
2. BESCHERMDE PLANTEN- EN DIERSOORTEN 2.1 Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht geworden. Deze wet implementeert de Vogelen Habitatrichtlijn en andere verdragen in het nationaal natuurbeschermingsrecht. Het bevoegd gezag is Gedeputeerde Staten van de Provincie(s) waar een project wordt gerealiseerd. Gedeputeerde Staten kunnen deze bevoegdheid ook overdragen conform lid 7 van deze wet. Doorgaans zijn dit Omgevingsdiensten. De soortbescherming richt zich dan ook primair op de bescherming van plant- en diersoorten die genoemd zijn in deze richtlijnen. Daarnaast is een deel van de soorten van de Rode Lijst (zie paragraaf 2.2) beschermd via de Wet natuurbescherming. Voor alle in Nederland in het wild voorkomende planten- en diersoorten is de algemene zorgplicht van toepassing; handelen of nalaten die gevolgen kunnen hebben dienen achterwege gelaten te worden of er dienen maatregelen getroffen te worden om effecten te voorkomen, of zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken. Indien een plan resulteert in negatieve beïnvloeding van een soort of soorten kan ontheffing worden verleend conform artikel 3.3 van de Wet natuurbescherming voor soorten van artikel 3.1 en 3.2 (Vogelrichtlijnsoorten). Ontheffing kan worden verleend conform artikel 3.8 van de Wet natuurbescherming voor soorten van artikel 3.4 en 3.6 (Habitatrichtlijnsoorten).
De criteria voor ontheffingsverlening voor deze soorten zijn identiek aan die Vogel- en Habitatrichtlijn omdat deze richtlijnen zijn geïmplementeerd in het nationaal recht. Het nationaal recht staat het niet toe om hiervan af te wijken. De criteria zijn: in het belang van de volksgezondheid en openbare veiligheid; in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer; ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij en wateren; ter bescherming van flora en fauna. Om in aanmerking te komen voor een ontheffing dienen mitigerende en eventueel compenserende maatregelen genomen te worden die tot gevolg hebben dat soorten niet nadelig worden beïnvloed in het voorkomen en gedurende de uitvoering van een project. Provincies kunnen voor de nationaal beschermde soorten een algemene vrijstelling verlenen. In de Provincie Zuid-Holland wordt voor een aantal soorten generieke vrijstelling verleend in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. Het betreft o.a. aardmuis, bastaardkikker, bosmuis, bruine kikker, dwergmuis, dwergspitsmuis, egel, gewone bosspitsmuis, gewone pad, haas, huisspitsmuis, kleine watersalamander, konijn, meerkikker, ree, rosse woelmuis, veldmuis, vos en woelrat. 2.2 Rode lijst De Rode lijst met bedreigde soorten is eind 2004 gepubliceerd in de Staatscourant en voor een deel in 2009 en 2017 herzien.
Aan de op deze lijst genoemde soorten komt bescherming toe voor zover zij vallen onder het beschermingsregime van de Wet natuurbescherming. Tussen de Wet natuurbescherming en de Rode lijsten bestaat geen formele relatie. Alleen op basis van “gunstige staat van instandhouding” kunnen bij beschermde Rode lijstsoorten "zwaardere" randvoorwaarden gelden ten aanzien van mitigerende en compenserende maatregelen dan voor algemene soorten. Zo zal het bij zeer algemeen voorkomende soorten die gering afnemen in aantal (Rode lijstsoort met het criterium gevoelig) relatief eenvoudig zijn om aan te tonen dat de "gunstige staat van instandhouding" niet in het geding komt. Voor soorten met een beperkt verspreidingsbeeld en die afnemen Adviesbureau Mertens
8
Wageningen
Quick scan beschermde planten- en diersoorten Rijksstraatweg 42b te Hendrik-Ido-Ambacht. Concept rapport december 2019 in aantal (soorten van de Rode lijst met het criterium bedreigd of ernstig bedreigd) is een uitgebreide effectenstudie wenselijk. Voor deze soorten geldt namelijk de zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor alle in het wild levende dieren, inclusief hun leefomgeving en voor alle planten en hun groeiplaats. Dit artikel is derhalve ook gericht op het voorkomen van doden en verwonden van algemene soorten. Op deze manier wordt nader invulling gegeven aan de bescherming van soorten die in aantal en/of verspreiding afnemen.
Adviesbureau Mertens
9
Wageningen
Quick scan beschermde planten- en diersoorten Rijksstraatweg 42b te Hendrik-Ido-Ambacht. Concept rapport december 2019
3. METHODE Op maandag 2 december 2019 is een bezoek gebracht aan het plangebied Rijksstraatweg 42b te HendrikIdo-Ambacht en de directe omgeving. Gedurende dit bezoek is dit gebied en de directe omgeving beoordeeld op het mogelijk voorkomen van beschermde planten- en diersoorten. Dit vond plaats aan de hand van aanwezige ecotopen en sporen. Er is beperkt gebruik gemaakt van bestaande verspreidingsgegevens om het (potentieel) voorkomen van beschermde soorten te bepalen omdat deze via o.a. Waarneming.nl worden beheerd voor een veel groter gebied. Overige waarnemingen worden tevens bewaard voor een groot gebied, namelijk op kilometerniveau zoals weergegeven op www.telmee.nl. en op een nog groter schaalniveau in verspreidingsatlassen.
Adviesbureau Mertens
10
Wageningen
Quick scan beschermde planten- en diersoorten Rijksstraatweg 42b te Hendrik-Ido-Ambacht. Concept rapport december 2019
4. RESULTAAT INVENTARISATIE EN BEOORDELING
4.1 Flora Het plangebied aan de Rijksstraatweg 42b te Hendrik-Ido-Ambacht en directe omgeving is volledig in cultuur gebracht. De aanwezigheid van beschermde planten wordt derhalve uitgesloten. Gedurende het verkennend veldonderzoek op maandag 2 december 2019 zijn geen beschermde plantensoorten of resten van beschermde plantensoorten vastgesteld. Op grond hiervan wordt de aanwezigheid van beschermde plantensoorten uitgesloten.
4.2 Vleermuizen Getoetst is op de verschillende functies die het plangebied kan hebben voor vleermuizen. Dit betreft plaatsen waar vleermuizen kunnen verblijven (verblijfplaatsen zoals kolonie-, paar- en winterverblijfplaatsen), vaste routen tussen verblijfplaatsen in de zomer en winter; respectievelijk vlieg- en migratierouten en plaatsen en gebieden waar vleermuizen foerageren. De aanwezigheid van verblijfplaatsen zoals kolonie-, paar- en overwinteringsplaatsen van vleermuizen kan worden uitgesloten. In de opstallen zijn geheel geen geschikte openingen aangetroffen waarin vleermuizen kunnen verblijven. Het ontbreekt aan geschikte daklijsten en geschikte beluchtingsgaten om achter of in te kruipen. Gedurende het verkennend veldonderzoek zijn ook geen sporen van vleermuizen vastgesteld zoals keutels en afgebeten vleugels van vlinders. Negatieve effecten op verblijfplaatsen van vleermuizen worden derhalve uitgesloten. In het gebied blijft bebouwing waardoor vleermuizen zich kunnen blijven oriënteren. In de omgeving zijn ook voldoende alternatieve oriëntatiemogelijkheden. Negatieve effecten op vliegroutes worden derhalve uitgesloten. De aanwezigheid van migratieroutes wordt uitgesloten omdat grootschalige landschapselementen zoals dijken en rivieren niet voorkomen in het plangebied of aansluiten op het plangebied. De sloot (wetering) blijft in de huidige vorm behouden.
Met de realisatie van de plannen zal het gebied niet wezenlijk van vorm veranderen, gelet op de foerageermogelijkheden van vleermuizen. Mogelijk foerageert er gewone dwergvleermuis als gevolg van de aanwezige ecotopen (pionierecotopen, verhardingen). Het plangebied is nu niet van waarde als essentieel foerageergebied en in de toekomst zal deze functie niet negatief verminderen doordat er geen essentiële zaken veranderen. Effecten op de foerageermogelijkheden van vleermuizen worden derhalve uitgesloten. 4.3 Overige zoogdieren Gelet op de aanwezige ecotopen in het plangebied en de geografische ligging (zie Broekhuizen e.a., 2016) wordt het de aanwezigheid van internationaal beschermde overige zoogdieren uitgesloten. Voor marters is het gebied te veel in cultuur gebracht en het ontbreekt aan geschikte schuilmogelijkheden. In het plangebied zijn ook gedurende het verkennend veldonderzoek op maandag 2 december 2019 geen aanwijzingen gevonden van het voorkomen van marters zoals de wezel, hermelijn of bunzing. Het plangebied is ook ongeschikt voor deze soorten door het ontbreken van een voldoende dekkende Adviesbureau Mertens
11
Wageningen
Quick scan beschermde planten- en diersoorten Rijksstraatweg 42b te Hendrik-Ido-Ambacht. Concept rapport december 2019 vegetatie en prooidieren in ruime mate. Molshopen, rattenholen, drainagepijpen, houtstapels, takkenhopen, opgestapeld puin, holle bomen, schuurtjes, stapels hooi- en strobalen en alle andere mogelijke schuilplaatsen voor kleine marters ontbreken in en direct rond het plangebied. Voor steenmarter is het plangebied geen leefgebied omdat er geen openingen in de opstallen aanwezig zijn waarin de steenmarter zich kan ophouden. De opstallen worden ook tot voor kort intensief gebruikt waardoor het voorkomen van de steenmarter kan worden uitgesloten. In het plangebied komen mogelijk bosmuis en huisspitsmuis voor. Voor deze algemeen voorkomende zoogdieren bestaat een algemene provinciale vrijstelling in de Zuid-Holland.
4.4 Broedvogels Gedurende het verkennend veldonderzoek op maandag 2 december 2019 zijn geen geschikte (potentiële) nestlocaties aangetroffen voor vogels met vaste rust- en verblijfplaatsen. De opstallen bezitten geen mogelijkheden voor vogels om in te verblijven. Voor gierzwaluw en huismus ontbreken geschikte openingen in de opstallen. Negatieve effecten op nesten en eieren van vogels met vaste rust- en verblijfplaatsen kunnen derhalve worden uitgesloten. In het plangebied kunnen algemene broedvogels broeden zoals merel, fitis, roodborst, winterkoning, waterhoen en meerkoet. Gedurende het veldonderzoek op maandag 2 december 2019 is merel en meerkoet vastgesteld. In verband met de aanwezigheid van deze algemene broedvogels is het noodzakelijk om werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren en/of op een manier te werken dat de vogels niet tot broeden komen (vogelverschrikkers gebruiken). 4.5 Amfibieën Gelet op de aanwezige ecotopen van het plangebied (zie Ravon.nl, Creemers & Delft, 2009) wordt de aanwezigheid van internationaal beschermde amfibieën uitgesloten (zie Ravon.nl, Creemers &Delft, 2009). In het gebied komen gewone pad en bruine kikker voor. Mogelijk ook middelste groene kikker en kleine watersalamander. Voor de algemene soorten amfibieën bestaat een algemene provinciale vrijstelling in de Provincie Zuid-Holland.
4.6 Vissen Grenzend aan het plangebied komt een watergang (wetering)voor. Met het van kracht worden van de Wet natuurbescherming zijn bijvoorbeeld kleine modderkruiper en bittervoorn niet meer beschermd. Voor de nog wel beschermde grote modderkruiper is de watergang geen leefgebied doordat geschikte ecotopen ontbreken (wateren met een goed ontwikkelde oever en watervegetatie). Met de plannen worden ook geen directe of indirecte effecten voorzien op de watergang omdat deze wordt behouden in de planontwikkeling. 4.7 Reptielen Gezien de huidige aanwezige ecotopen van de opstallen en directe omgeving ten opzichte van de verspreiding van reptielen (zie Ravon.nl, Creemers & Delft, 2009), kan de aanwezigheid van reptielen worden uitgesloten.
Adviesbureau Mertens
12
Wageningen
Quick scan beschermde planten- en diersoorten Rijksstraatweg 42b te Hendrik-Ido-Ambacht. Concept rapport december 2019
4.8 Overige Gezien de huidige aanwezige ecotopen kan de aanwezigheid van beschermde ongewervelden (o.a. diverse soorten dagvlinders en libellen) worden uitgesloten. Nationaal beschermde dagvlinders en libellen komen alleen voor in specifieke ecotopen.
Adviesbureau Mertens
13
Wageningen
Quick scan beschermde planten- en diersoorten Rijksstraatweg 42b te Hendrik-Ido-Ambacht. Concept rapport december 2019
5. SAMENVATTENDE CONCLUSIE
Er is het voornemen voor de sloop van kassen aan de Rijksstraatweg 42b te Hendrik-Ido-Ambacht om woningbouw te kunnen realiseren. Deze activiteit zou kunnen samen gaan met effecten op beschermde planten- en diersoorten. Op grond hiervan is een verkennend veldonderzoek uitgevoerd naar het voorkomen van beschermde soorten. In verband met de aanwezigheid van deze algemene broedvogels is het noodzakelijk om werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren en/of op een manier te werken dat de vogels niet tot broeden komen (vogelverschrikkers gebruiken). Op deze manier kan worden voorkomen dat verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming worden overtreden. Het voorkomen van verblijfplaatsen van vleermuizen en broedvogels met vaste rust- en verblijfplaatsen wordt uitgesloten. Mogelijk vliegen en foerageren er vleermuizen. Gedurende en na realisatie van de plannen kunnen deze soorten er blijven vliegen en foerageren. Er zijn daarnaast mogelijk algemene nationaal beschermde zoogdieren en amfibieën aanwezig. Voor deze algemene soorten bestaat een algemene vrijstelling in Provincie Zuid-Holland. Het voorkomen van overige beschermde soorten wordt uitgesloten.
Op grond van bovenstaande analyse worden effecten op beschermde planten- en diersoorten uitgesloten; de plannen aan de Rijksstraatweg 42b te Hendrik-Ido-Ambacht zijn niet in strijd met het gestelde binnen de Wet natuurbescherming.
Adviesbureau Mertens
14
Wageningen
Quick scan beschermde planten- en diersoorten Rijksstraatweg 42b te Hendrik-Ido-Ambacht. Concept rapport december 2019
GERAADPLEEGDE LITERATUUR
Literatuur Broekhuizen, S., Spoelstra, K., Thissen, J.B.M., 2016. Atlas van de Nederlandse Zoogdieren. Nationaal Natuurhistorisch Museum Leiden, VZZ, Nijmegen, 1-348. Creemers, C.M., Delft, J., 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. Nijmegen, 1-476. EEG, 1979. Richtlijn 79/43/EEG inzake het behoud van de Vogelstand. Publicatieblad den Europese Gemeenschap, nummer L. 103. EEG, 1992. Richtlijn 92/43/EEG inzake de instandhouding van wilde flora en fauna. Publicatieblad van den van de Europese Gemeenschap, nummer L. 206/7. Gerstmeier, R., Romig, T., 1997. Zoetwatervissen van Europa, Tirion, Baarn, 1-368. Hustings, F., Vergeer, J.W., Eekelder, P., 2002. Atlas van de Nederlandse broedvogels 1998-2000. Nationaal Natuurhistorisch Museum Leiden, SOVON, Beek-Upbergen, 1-584. Limpens, H., Mostert, K., Bongers, W., 1997. Atlas van de Nederlandse vleermuizen. KNNV, Utrecht, 1260. Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, Dienst Regelingen, 2009a. Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten ontheffing Flora- en faunawet ruimtelijke ingreep. Ministerie van ELI (Dienst Regelingen), Den Haag. Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, Dienst Regelingen, 2009b. Uitleg aangepaste beoordeling ontheffing ruimtelijke ingrepen Flora- en faunawet. Ministerie van ELI (Dienst Regelingen), Den Haag.
Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, 2004. Rode lijsten diverse soortgroepen. Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, 2009. Rode lijsten diverse soortgroepen. Ministerie van Economische Zaken, 2016. Wet van 16 december 2015, houdende regels ter bescherming van de natuur (Wet natuurbescherming). Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden 34 (2016), 1-84. SOVON, 1987. Atlas van de Nederlandse broedvogels. Nie, H.W. de, 1996. Atlas van de Nederlandse Zoetwatervissen. Media Publishing, Doetinchem, 1-151. Spikmans, F, Jong, T. de, 2006. Het waarnemen van zoetwatervissen, Nijmegen, 1-55.
Website www.ravon.nl www.waarneming.nl www.sovon.nl www.telmee.nl www.zoogdiervereniging.nl www.netwerkecologischemonitoring.nl www.verspreidingsatlas.nl
Adviesbureau Mertens
15
Wageningen
BIJLAGEN
1. PLANGEBIED
2. BEGRIPPEN
Baltsplaats
Plaats waar een vleermuis al roepend rondvliegt in de herfst en die doorgaans wordt verdedigd tegen andere mannetjes.
Foerageergebied
Een gebied waar een vleermuis of een groep van vleermuizen foerageert. Dat gebied wordt regelmatig bezocht door vleermuizen om in te foerageren en dat doorgaans meerdere foerageerplaatsen kent die langere tijd worden gebruikt.
Foerageerplaats
Plek (jachtplek) waar wordt gejaagd door vleermuizen. De plek kan in de directe omgeving van de kolonieplaats liggen maar ook kilometers verderop.
Kolonie
Groep vleermuizen (kleine groep mannetjes of meestal grotere groep vrouwtjes, soms gemengd (soorten, geslacht)) die in het voorjaar tot de herfst bijeen blijven. De groep kan zich vestigen in gebouwen (in spouwmuren of onder daklijsten e.d.) of bomen (spechtengaten, scheuren). Een groep vrouwelijke vleermuizen wordt ook wel aangeduid als een kraamkolonie. In zo'n groep worden jongen geboren en grootgebracht. Een kolonie maakt vaak gebruik van meerdere verblijfplaatsen die soms gelijktijdig worden gebruikt.
Migratieroute
Een vaste route van zomerverblijfplaats naar winterverblijfplaats en visa versa (zie ook vliegroute) of een route in een andere tijd; bijvoorbeeld tussen foerageerplaatsen.
Paarplaats
Territorium van territoriale mannetjes. Voor de ruige dwergvleermuis en de rosse vleermuis is dit doorgaans te vinden in boomholten. Voor de laatvlieger en de dwergvleermuis is dit te vinden in gebouwen. Voor de watervleermuis is dit te vinden in bomen en later, tegen de winter, zijn ze te vinden in overwinteringverblijven. Het mannetje vormt een harem met meerdere vrouwtjes. De paartijd valt in de herfst (uitgezonderd de grootoorvleermuis waarbij het in april valt (vroege voorjaar). De hier geschetste situatie van de paring wordt in dit rapport omschreven als “herfst situatie”.
Verblijfplaats
Een object (huis, boom, bunker, grot, kast en dergelijke) waarin een of meerdere vleermuizen verblijven (overdag of ’s winters permanent).
Vliegroute
Route die door vleermuizen elke avond wordt gebruikt om van de kolonieplaats naar foerageergebied te vliegen en visa vers (zie ook migratieroute). Vrouwtjes met jongen keren soms midden in de nacht terug om de jongen te zogen en gebruiken dan de route. Vliegroutes liggen over het algemeen langs lijnvormige (landschaps)elementen als bomenlanen, huizenrijen e.d. De functies zijn beschutting bij winderig en koud weer, oriëntatie in verband met de echolokatie-geluiden en het vinden van voedsel.
Voorbijvliegend
Vleermuizen die voorbijvliegen, niet via een vaste route. Het betreft meestal zwervers of trekkers.
Zwermen
Direct na het uitvliegen, naar vooral voor het invliegen bij een kolonie zwermt een deel van de kolonie rond de kolonieplaats. Zwermgedrag is derhalve een indicatie voor een eventuele kolonieplaats.
Winterverblijfplaats Een verblijfplaats waar in de winter een of meerdere vleermuizen in winterslaap (hybernation) gaan. Deze ruimte is doorgaans donker, heeft een hoge luchtvochtigheid en
temperatuurwisselingen zijn nihil. Zomerverblijfplaats Een verblijfplaats die gebruikt wordt door vleermuizen die niet in winterslaap zijn waarvan niet aangetoond is dat het een kraamverblijfplaats dan wel een paarverblijfplaats is. In sommige gevallen vormen bijvoorbeeld mannetjes kleine groepjes.
Bijlage 4 Verkennend bodemonderzoek en indicatief asbestonderzoek bodem
Rho adviseurs voor leefruimte
400193.20191527
VERKENNEND BODEMONDERZOEK EN INDICATIEF ASBESTONDERZOEK IN DE BODEM RIJKSSTRAATWEG 42B TE HENDRIK-IDO-AMBACHT
Opdrachtgever: HBC Planontwikkeling Lopikerplein 2a 2871 AN SCHOONHOVEN
Rapportnummer:
AT19232
Datum:
januari 2020
Opgesteld door: ing. N.D. van Wely
Protocollen 2001, 2002 en 2018
INHOUDSOPGAVE 0.
SAMENVATTING
1
1.
INLEIDING
4
1.1 1.2
Aanleiding van het onderzoek Doel van het onderzoek
4 4
2.
VOORONDERZOEK
5
2.1 2.2 2.3 2.4
Locatiegegevens Historische informatie Bodemopbouw en geohydrologie Hypothese
5 6 7 7
3.
ONDERZOEKSSTRATEGIE
9
3.1 3.2 3.3
Uitvoering bodemonderzoek Boorplan en analyses Kwaliteitsborging
9 11 11
4.
UITVOERING ONDERZOEK
13
4.1
Veldwerk 4.1.1 Resultaten visuele maaiveldinspectie Uitgevoerde werkzaamheden Veldwaarnemingen 4.3.1 Bodemopbouw 4.3.2 Zintuiglijke waarnemingen 4.3.3 Grondwater Afwijkingen Laboratoriumonderzoek 4.5.1 Uitgevoerde analyses Toetsingsnormen 4.6.1 Wet bodembescherming (Wbb) 4.6.2 Tijdelijk handelingskader voor PFAS (landelijk beleid) 4.6.3 Asbest Toetsing analyseresultaten 4.7.1 Grond getoetst aan Wet bodembescherming (Wbb) 4.7.2 Toetsing Analyseresultaten PFAS in grond aan lokaal en landelijk beleid 4.7.3 Grondwater getoetst aan Wet bodembescherming (Wbb) 4.7.4 Toetsing Analyseresultaten PFAS in grondwater aan lokaal beleid 4.7.5 Asbest
13 13 13 14 14 14 14 15 15 15 17 17 20 20 21 21 22 23 24 24
4.2 4.3
4.4 4.5 4.6
4.7
5.
INTERPRETATIE ONDERZOEKSRESULTATEN EN CONCLUSIE
26
5.1 5.2
Interpretatie onderzoeksresultaten Conclusie en advies
26 28
BIJLAGEN 1)
Regionale ligging van de locatie op de topografische overzichtskaart, anno 2018, • schaal 1 : 25.000 • schaal 1 : 10.000
2)
Situatietekening onderzoekslocatie met plaats van boringen, peilbuizen en inspectiegaten, schaal 1 : 1.000
3)
Boorprofielen
4)
Analyseresultaten en toegepaste analysemethoden
5)
Toetsingsnormen, • Achtergrond- en interventiewaarden voor grond en streef- en interventiewaarden voor grondwater • Toepassingswaarden uit het Tijdelijk handelingskader PFAS-houdende grond en baggerspecie
6)
Toetsing analyseresultaten, • Toetsing aan achtergrond- en interventiewaarden grond • Toetsing aan streef- en interventiewaarden grondwater
7)
Historische informatie • Regionale ligging van de locatie op de historische topografische kaarten • Omgevingsrapportage Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid
8)
Foto’s onderzoekslocatie
9)
Verklaring onafhankelijkheid veldwerk
0. SAMENVATTING Door HBC Planontwikkeling is opdracht gegeven aan AT MilieuAdvies B.V. voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek en indicatief asbestonderzoek in de bodem ter plaatse van Rijksstraatweg 42B te Hendrik-Ido-Ambacht. In tabel 1 is een samenvatting van het onderzoek opgenomen. Tabel 1.
Samenvatting onderzoek
Locatiegegevens
Aanleiding onderzoek
Doel onderzoek
Opzet onderzoek
De onderzoekslocatie is gelegen aan Rijksstraatweg 42B in het buitengebied van Hendrik-Ido-Ambacht. De te onderzoeken locatie, met een oppervlakte van 4.20.52 hectare (42.052 m2), is momenteel in gebruik als tuinbouwbedrijf met kassen, schuren, waterbassins en grasvelden. De woning met omliggende tuin aan Rijksstraatweg 42B valt buiten de locatiegrenzen en wordt derhalve niet onderzocht. De locatie ontsluit op de openbare weg via een geasfalteerd toegangspad met slakkenfundering. Op de locatie zijn 4 slootdempingen, een voormalige dam en een bestrijdingsmiddelenopslag aanwezig. Uit de asbestinventarisatie van Buro Springweg van december 2019 blijkt dat de pakkingen van een bovengrondse gasleiding van kas 1, de betonrand van kas 3 en daken ter plaatse van de 2 schuren van kas 2 asbesthoudend zijn. De aanleiding voor de uitvoering van het verkennend bodemonderzoek betreffen de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en herinrichting van de locatie (ten behoeve van woningbouw). De aanleiding voor de uitvoering van het indicatief asbestonderzoek in de bodem betreft de aanwezigheid van diverse asbesthoudende materialen en een slakkenfundering op de locatie. Het doel van het verkennend bodemonderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. De multifunctionaliteit van de bodem kan bij overschrijding van normen van verontreinigende stoffen worden aangetast.
Hierdoor kunnen beperkingen ten aanzien van het gebruik van de bodem worden gesteld. Het doel van het indicatief asbestonderzoek in de bodem is om met een relatief geringe onderzoeksinspanning na te gaan of de verdenking op bodemverontreiniging met asbest ter plaatse van de aanwezige asbesthoudende materialen en de slakkenfundering terecht is. Het verkennend bodemonderzoek is verricht volgens de richtlijn NEN 5740/A1:2016, conform de onderzoeksstrategie voor een “diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming” (VED-HE-NL). In aanvulling op de onderzoeksopzet zijn bovengrondanalyses op bestrijdingsmiddelen (OCB) uitgevoerd door de aanwezigheid van een glastuinbouwbedrijf met bestrijdingsmiddelenopslag op de locatie. Verder is extra aandacht uitgegaan naar de gedempte sloten, het toegangspad en de voormalige dam. Ten aanzien van bodemonderzoek naar PFAS is gebruik gemaakt van de onderzoeksopzet voor een “diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een homogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming” (VED-HO-NL), waarbij het voorgeschreven aantal boringen en peilbuizen in het reguliere bodemonderzoek maatgevend is. Het reguliere onderzoek en het bodemonderzoek naar PFAS zijn gecombineerd uitgevoerd. Voor het onderzoek naar PFAS zijn aparte monsterverpakkingen gebruikt.
Resultaten onderzoek
Het indicatief asbestonderzoek in de bodem is uitgevoerd ter plaatse van de aanwezige asbesthoudende materialen en de slakkenfundering. Verspreid over de locatie Ter plaatse van de centrale slootdemping tussen kas 1 en 2 bestaat de ondergrond van 0,6 m -mv tot circa 1,5 m -mv uit zand met daaronder veen. Dit dempingsmateriaal is apart onderzocht. Ter plaatse van de overige slootdempingen en de voormalige dam is zintuiglijk geen bodemvreemd materiaal of afwijkend dempingsmateriaal aangetroffen. Het bodemprofiel komt overeen met de bodemopbouw elders op de locatie. Waarschijnlijk zijn deze voormalige sloten gedempt met gebiedseigen grond. Hierdoor zijn de verkregen grondmonsters aldaar gebruikt ter bepaling van de algemene bodemkwaliteit. In de zintuiglijk schone kleiige bovengrondmengmonsters ter plaatse van de diverse grasvelden op de locatie zijn geen verhoogde gehalten aangetoond voor de onderzochte stoffen uit het standaard analysepakket (0,0-0,5 m -mv). Wel zijn hier gehalten aan PFOA en PFOS gemeten boven de detectiegrens, maar onder de lokale achtergrondbelasting (beleid Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid).
Verkennend bodemonderzoek en indicatief asbestonderzoek in de bodem, Rijksstraatweg 42B te Hendrik-Ido-Ambacht Rapportnr.: AT19232, januari 2020
1
Tabel 1.
Samenvatting onderzoek Het bovengrondmengmonster ter plaatse van kas 1, bestaande uit zintuiglijk schone klei, bevat licht verhoogde gehalten voor kwik, lood, molybdeen en zink (0,0-0,2 m -mv). Verder zijn in dit bovengrondmengmonster verhoogde gehalten voor drins (OCB) aangetoond. In het zintuiglijk schone kleiige ondergrondmengmonster (0,45-1,0 m -mv) ter plaatse van kas 1 en kas 3 zijn licht verhoogde gehalten voor kobalt en zink aangetoond. Van de stoffen PFOA en PFOS zijn gehalten vastgesteld boven de detectiegrens, maar onder de lokale achtergrondbelasting. De zintuiglijk schone kleiige bovengrond ter plaatse van het noordelijk deel van kas 2 bevat geen verhoogde gehalten voor de stoffen uit het standaard analysepakket en OCB (0,0-0,5 m -mv). Wel zijn hier gehalten aan PFOA en PFOS gemeten boven de detectiegrens, maar onder de lokale achtergrondbelasting. Het zintuiglijk schone kleiige bovengrondmengmonster (0,0-0,5 m -mv) ter plaatse van het centrale en zuidelijke deel van kas 2 bevat alleen een licht verhoogd gehalte aan kwik. In dit bovengrondmengmonster zijn geen verhoogde gehalten voor OCB aangetoond. In het bovengrondmengmonster ter plaatse van kas 3, bestaande uit zintuiglijk schone klei, zijn licht verhoogde waarden voor cadmium, lood, nikkel, zink en drins gemeten (0,0-0,5 m -mv).
Het zintuiglijk schone kleiige ondergrondmengmonster onder de klinkerverharding met repacfundering op het centrale deel van de locatie bevat licht verhoogde gehalten aan enkele zware metalen en PCB (0,3-0,7 m -mv). In de zintuiglijk schone kleiige ondergrond onder de slakkenfundering van het geasfalteerde toegangspad is alleen een licht verhoogd gehalte voor nikkel aangetoond (0,6-1,25 m -mv). Het kleiige grondmengmonster met sporen puin en kolen, onder de betonnen vloer van de schuur van kas 3, bevat licht verhoogde gehalten aan zware metalen, PAK en minerale olie (0,16-0,5 m -mv). In het zintuiglijk schone zandige ondergrondmengmonster (0,6-1,1 m -mv), ter plaatse de centrale slootdemping tussen kas 1 en kas 2, is alleen een licht verhoogd gehalte aan cadmium gemeten. De zintuiglijk schone kleilaag onder de tegels ter plaatse van de bestrijdingsmiddelenopslag bevat licht verhoogde gehalten aan cadmium, kwik en drins (0,15-0,5 m -mv). In het grondwater ter plaatse van kas 1 is een sterk verhoogd gehalte voor nikkel gemeten en zijn licht verhoogde gehalten aan barium en kobalt aangetoond. In het grondwater zijn hier geen verhoogde gehalten aan PFAS aangetoond. In het grondwater ter plaatse van kas 2 is een sterk verhoogd gehalte voor nikkel en een matig verhoogd gehalte voor barium gemeten. Van de stof PFBA (een PFAS-verbinding) is een gehalte gemeten boven de detectiegrens.
Het grondwater ter plaatse van kas 3, bevat alleen licht verhoogde gehalten aan barium en nikkel. Het grondwater ter plaatse van de klinkerverharding met repacfundering op het centrale deel van de locatie bevat alleen een licht verhoogd gehalte aan barium. In het grondwater ter plaatse van de noordelijke slootdemping is een licht verhoogd gehalte voor barium gemeten. Van de stoffen PFOS en PFBA zijn gehalten waargenomen boven de detectiegrens. Voor PFOA is een gehalte waargenomen boven de detectiegrens, maar onder de lokale achtergrondbelasting. Voor de overige onderzochte stoffen zijn in het grondwater geen verhoogde gehalten aangetoond. De licht tot sterk verhoogde gehalten aan nikkel in het grondwater ter plaatse van de kassen kunnen worden toegeschreven aan het jarenlange gebruik van de locatie (glastuinbouw). In glastuinbouwgebieden komen vaker sterk verhoogde (achtergrond)gehalten aan nikkel in grondwater voor, terwijl de nikkelgehalten in de grond de achtergrondwaarde over het algemeen niet overschrijden. De oorzaak van de licht tot matig verhoogde gehalten voor barium in het grondwater is onduidelijk; (punt)bronnen zijn niet aanwijsbaar. Waarschijnlijk kunnen de licht tot matig verhoogde gehalten voor barium in het grondwater worden aangemerkt als verhoogde achtergrondwaarden.
Indicatief asbestonderzoek in de bodem Bij de visuele maaiveldinspectie zijn op de locatie geen stukjes asbestverdacht materiaal gevonden. In de grove bodemfractie (>20 mm) van alle uitgevoerde inspectiegaten ter plaatse van de aanwezige asbesthoudende materialen en boringen ter plaatse van de slakkenfundering zijn ook geen stukjes asbestverdacht materiaal aangetroffen. Uit de analyseresultaten blijkt dat in geen van de onderzochte grond- en puinmengmonsters (fractie <20 mm) asbest is aangetoond.
Verkennend bodemonderzoek en indicatief asbestonderzoek in de bodem, Rijksstraatweg 42B te Hendrik-Ido-Ambacht Rapportnr.: AT19232, januari 2020
2
Tabel 1.
Samenvatting onderzoek
Conclusie onderzoek Op basis van de onderzoeksresultaten bestaat er conform de Wet bodembescherming (Wbb) geen en advies aanleiding voor de uitvoering van nader onderzoek of het nemen van saneringsmaatregelen. De aangetoonde licht verhoogde gehalten in grond en grondwater geven geen beperkingen ten aanzien van het huidige gebruik en de voorgenomen herinrichting van de locatie ten behoeve van woningbouw. De aangetoonde sterk verhoogde gehalten aan nikkel in het grondwater ter plaatse van de kassen betreffen naar alle waarschijnlijkheid verhoogde achtergrondwaarden. Dit komt vaker voor in glastuinbouwgebieden. Het bevoegd gezag dient hierover uitsluitstel te geven. Bij het indicatief asbestonderzoek is op en in de bodem visueel en analytisch geen asbest aangetroffen. Door het aantreffen van een bijmenging aan puin in de bodem onder de betonnen vloer van de schuur van kas 3 dient formeel te worden geadviseerd hier asbestonderzoek in grond uit te voeren middels het graven van inspectiegaten en het verrichten van asbestanalyses. Een bijmenging aan puin kan mogelijk duiden op de aanwezigheid van asbest in de bodem. Echter doordat het sporen puin betreft en deze slechts plaatselijk (boring 48) zijn aangetroffen in een grondlaag met beperkte laagdikte, wordt verondersteld dat een dergelijk asbestonderzoek niet noodzakelijk is. Ook hier dient het bevoegd gezag uitsluitsel over te geven.
Verkennend bodemonderzoek en indicatief asbestonderzoek in de bodem, Rijksstraatweg 42B te Hendrik-Ido-Ambacht Rapportnr.: AT19232, januari 2020
3
1. INLEIDING Door HBC Planontwikkeling te Schoonhoven is op 25 november 2019 opdracht gegeven aan AT MilieuAdvies B.V. te Schoonhoven voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek en indicatief asbestonderzoek in de bodem aan Rijksstraatweg 42B te Hendrik-Ido-Ambacht (conform offerte AT19/542). In het voorliggende rapport komt eerst het vooronderzoek aan de orde (hoofdstuk 2), waarbij de historische informatie is verzameld conform de richtlijn NEN 5725. Vervolgens worden in hoofdstukken 3 en 4 de opzet, uitvoering en de resultaten van het veld- en laboratoriumonderzoek beschreven. Tenslotte komt, na de interpretatie van de resultaten in hoofdstuk 5, de conclusie van het onderzoek aan bod en het eventueel daaruit voortvloeiend advies. 1.1