CConstaterende datHendrik-Ido-Ambacht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 bij Raadsvoorstel 9.2 Motivering evenwichtige toedeling functies locatie

commissie RZ-de Volgerlanden openbaar 18 maart 2025, gemeente Hendrik-Ido-AmbachtBij agendapunt: Bindend advies bouw woning Achterambachtseweg 68.897 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Motivering ‘evenwichtige toedeling functies aan locatie’ - buitenplanse afwijking van het omgevingsplan (BOPA) Achterambachtseweg 6 Hendrik-Ido-Ambacht

Initiatiefnemer: Fam. Logmans Opsteller: Horizon Advies Datum: 6 december 2024

INHOUDSOPGAVE 1

2

3

4

INLEIDING

4

1.1 1.2 1.3 1.4

4 4 5 6

Aanleiding Projectgebied Het omgevingsplan Leeswijzer

HUIDIGE SITUATIE EN NIEUWE SITUATIE

7

2.1 2.2 2.3

7 8 10

Beschrijving huidige situatie Beschrijving gewenste situatie Beschrijving strijdigheid

TOETSING AAN BELEID

11

3.1

Rijksbeleid 3.1.1 Omgevingswet 3.1.2 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 3.1.3 Besluit Kwaliteit Leefomgeving

11 11 11 12

3.2

Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Zuid Holland 3.2.2 Zuid-Hollandse Omgevingsverordening

12 12 13

3.3

Gemeentelijk beleid 3.3.1 Omgevingsvisie Hendrik-Ido-Ambacht 3.3.2 Groeiagenda Drechtsteden

15 15 16

ASPECTEN FYSIEKE LEEFOMGEVING EN MILIEU

18

4.1

m.e.r. beoordeling 4.1.1 Wettelijk kader 4.1.2 Motivering 4.1.3 Conclusie

18 18 18 18

4.2

Ladder voor duurzame verstedelijking 4.2.1 Wettelijk kader 4.2.2 Motivering 4.2.3 Conclusie

19 19 19 19

4.3

Water 4.3.1 4.3.2 4.3.3

Wettelijk kader Motivering Conclusie

19 19 20 20

4.4

Verkeer en parkeren 4.4.1 Wettelijk kader 4.4.2 Motivering 4.4.3 Conclusie

20 20 21 21

4.5

Ecologie 4.5.1 Wettelijk kader 4.5.2 Motivering 4.5.3 Conclusie

21 21 22 24

Motivering BOPA Achterambachtseweg 6 Hendrik-Ido-Ambacht

2

4.6

Luchtkwaliteit 4.6.1 Wettelijk kader 4.6.2 Motivering 4.6.3 Conclusie

24 24 24 25

4.7

Geluid 4.7.1 4.7.2 4.7.3

Wettelijk kader Motivering Conclusie

25 25 25 25

Geur 4.8.1 4.8.2 4.8.3

Wettelijk kader Motivering Conclusie

26 26 26 26

4.8

4.9

Archeologie, Cultuurhistorie, Erfgoed 4.9.1 Wettelijk kader 4.9.2 Motivering 4.9.3 Conclusie

26 26 27 28

4.10 Bodem 4.10.1 Wettelijk kader 4.10.2 Motivering 4.10.3 Conclusie

28 28 29 29

4.11 Omgevingsveiligheid 4.11.1 Wettelijk kader 4.11.2 Motivering 4.11.3 Conclusie

29 29 29 30

5

PARTICIPATIE

31

6

FINANCIELE HAALBAARHEID

32

7

CONCLUSIE EVENWICHTIGE TOEDELING FUNCTIES

33

8

VOORSTEL VOOR HET OPNEMEN VAN HET INITIATIEF IN HET OMGEVINGSPLAN

34

9

BIJLAGEN

35

Bijlage 1 : Situatietekening Achterambachtseweg Bijlage 2 : QuickScan Flora en Fauna Bijlage 3 : Aerius – berekeningen Bijlage 4 : Akoestisch rapport Bijlage 5 : Archeologisch rapport Bijlage 6 : Bodemrapport Bijlage 7 : Externe veiligheid Bijlage 8 : Verslag omgevingsdialoog

35 35 35 35 35 35 35 35

Motivering BOPA Achterambachtseweg 6 Hendrik-Ido-Ambacht

3

1 INLEIDING 1.1 Aanleiding Het woningtekort in Nederland is erg groot, en elke dag proberen (lokale) overheden om woningbouwprojecten te realiseren om de woningtekorten kleiner te maken. Daarvoor wordt steeds meer gekeken naar het buitengebied waarbij het uiteraard van belang is om de omgevingskwaliteit niet of zo min mogelijk aan te tasten. Initiatiefnemers hebben op het erf ruimte voldoende om een nieuwe woning te realiseren zonder dat dit afbreuk doet aan de omgevingskwaliteit. Dit initiatief is kenbaar gemaakt bij de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht welke hier positief op gereageerd heeft. Gevraagd is om de ingediende aanvraag aan te vullen met een motivering waaruit een ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’ blijkt. Het perceel waar de woning beoogd is, is momenteel in gebruik voor de functies wonen en tuin. Het vigerende omgevingsplan laat de realisatie van een extra woning niet zondermeer toe, er is binnen het vigerende bouwvlak slechts één woning toegestaan. Om toch een woning te realiseren zal een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit verleend moeten worden. In deze motivering zijn de relevante aspecten ten aanzien van de woon- en leefomgeving en andere relevante aspecten beschreven en is gemotiveerd waarom medewerking verleend kan worden aan het initiatief en de omgevingsvergunning verleend kan worden.

1.2 Projectgebied Het projectgebied is gelegen aan de Achterambachtseweg 6 te 3342 LB Hendrik-Ido-Ambacht. Het perceel is kadastraal bekend als gemeente Hendrik-Ido-Ambacht (HDK03), sectie D, perceelnummer 3200 en heeft een oppervlakte van 4476 m2.

Figuur 1: Overzicht omgeving plangebied Achterambachtseweg 6 Hendrik-Ido-Ambacht Motivering BOPA Achterambachtseweg 6 Hendrik-Ido-Ambacht

4

De locatie ligt aan de westzijde van Hendrik-Ido-Ambacht in de hoek van de snelweg A16 en de Waal. De directe omgeving kenmerkt zich daarnaast door verspreid liggende (burger)woningen in een gebied met agrarische, recreatieve en bedrijfsmatige activiteiten. Er is sprake van een gebied met gemengde functies.

1.3 Het omgevingsplan De planlocatie is gelegen binnen het vigerende Omgevingsplan gemeente Hendrik-Ido-Ambacht, in werking getreden vanaf 9 september 2024. Het omgevingsplan bevat de regels van de gemeente over de fysieke leefomgeving. Tot uiterlijk 31 december 2031 maken de nog geldende bestemmingsplannen, inpassingsplannen, wijzigingsplannen, uitwerkingsplannen, beheersverordeningen, exploitatieplannen en voorbereidingsbesluiten deel uit van het omgevingsplan en moeten deze geraadpleegd worden als nieuwe functies op deze locaties van toepassing zijn. Het initiatief beoogt het toewijzen van een woonfunctie in de vorm van een extra woning binnen gedeeltelijk tot wonen en gedeeltelijk tot tuin bestemde gronden volgens het bestemmingsplan Landelijk gebied Sandelingen-Ambacht, vastgesteld per 10 september 2012.

Figuur 2: Uitsnede bestemmingsplan ‘Landelijk gebied Sandelingen-Ambacht’, vastgesteld 10 september 2012.

De gronden bestemd voor Wonen zijn bestemd voor woningen en bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals erven, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen, tuinen en water. De gronden bestemd voor Tuin zijn bestemd voor tuinen en bijbehorende voorzieningen zoals parkeervoorzieningen bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen. De gewenste activiteiten hebben betrekken op het realiseren van een woning met daarbij horende voorzieningen zoals passend binnen zowel de bestemming wonen als bestemming tuin zijnde parkeervoorzieningen. Het realiseren van een extra woning is niet zondermeer mogelijk, zie ook paragraaf 2.3 Beschrijving strijdigheid.

Motivering BOPA Achterambachtseweg 6 Hendrik-Ido-Ambacht

5

1.4 Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk vormen de daaropvolgende hoofdstukken de verantwoording van de activiteit die deze motivering mogelijk maakt. Hoofdstuk 2 bevat een beschrijving en analyse van de huidige en nieuwe situatie. In hoofdstuk 3 getoetst aan het Rijks-, provinciaal-, regionaal- en gemeentelijk beleid. In hoofdstuk 4 wordt inzicht gegeven in diverse aspecten ten aanzien van de fysieke leefomgeving en milieu. In hoofdstuk 5 wordt de participatie met de omgeving nader toegelicht waarna in hoofdstuk 6 de financiële haalbaarheid wordt beschreven. In hoofdstuk 7 worden conclusies getrokken over een evenwichtige toedeling van functies, vertaald in een concreet voorstel voor het opnemen van het initiatief in het omgevingsplan (hoofdstuk 8). De bijlagen zijn in hoofdstuk 9 opgenomen.

Motivering BOPA Achterambachtseweg 6 Hendrik-Ido-Ambacht

6

2 HUIDIGE SITUATIE EN NIEUWE SITUATIE 2.1 Beschrijving huidige situatie Aan de Achterambachtseweg 6 te Hendrik-Ido-Ambacht is een monumentale boerderij gelegen. De boerderij is evenwijdig aan de weg gebouwd, onder een rieten wolfdak. In de voorgevel zijn vlechtingen, vensters met kruiskozijnen, luiken en jaartalankers aanwezig. Het gebouw dateert uit 1738.

Figuur 3: Voorgevel Achterambachtseweg 6 Hendrik-Ido-Ambacht (www.google.nl/maps)

Het naastgelegen perceel wordt momenteel gebruikt als tuin en is gedeeltelijk tot wonen en gedeeltelijk tot tuin bestemd.

Figuur 4: Entree perceel nieuwe woning ten westen van Achterambachtseweg 6 (www.google.nl/maps) Motivering BOPA Achterambachtseweg 6 Hendrik-Ido-Ambacht

7

De huidige indeling van het perceel met bestaande bebouwing is op onderstaande figuur weergegeven. Op het erf staan een aantal bijgebouwen binnen de woonbestemming. Het plangebied bestaat uit twee kadastrale percelen.

Figuur 5: Bestaande situatie Achterambachtseweg 6 (plattegrond)

2.2 Beschrijving gewenste situatie In de gewenste situatie zal ten westen van de woning aan de Achterambachtseweg 6 een nieuwe woning gebouwd worden. Het perceel zal ten behoeve van de gewenste ontwikkeling gesplitst worden. Op het zuidelijke (westelijke) deel wordt een tweede woning gerealiseerd, welke via de bestaande inrit toegankelijk zal worden gemaakt.

Motivering BOPA Achterambachtseweg 6 Hendrik-Ido-Ambacht

8

Figuur 6: Gewenste situatie Achterambachtseweg 6 (plattegrond)

De woning is op bovenstaande figuur ingetekend, centraal op het nieuwe (gesplitste) perceel. De woning heeft een bebouwde oppervlakte van circa 115 m2. De reeds bestaande gebouwen op het erf worden als bijgebouw betrokken bij de nieuwe woning. Ten behoeve van de nieuwe woning zal op het huidige gazon een semi-verharde parkeervoorziening gerealiseerd worden. De volledige gewenste situatie (situatietekening) is als bijlage 1 toegevoegd. Als gevolg van de ontwikkeling zal een perenboom verwijderd worden (zie ook paragraaf 4.5). Voor het overige worden bouwwerkzaamheden op niet beplante delen voorzien. Mocht het toch onvermijdelijk zijn een enkele struik te verplaatsen dan zal deze herplaatst worden ter hoogte van de bestaande houtwal aan de westelijke zijde van het plangebied. Onderstaande figuur geeft een weergave van de aanzichten weer van de nieuw te realiseren woning. Door de adviescommissie Omgevingskwaliteit is de woning onder voorwaarden akkoord bevonden. Deze voorwaarden hebben betrekken op herplant / terugplanten van bomen en struiken die verwijderd dienen te worden. Een reactie hierop is in de vorige alinea reeds opgenomen. Motivering BOPA Achterambachtseweg 6 Hendrik-Ido-Ambacht

9

Figuur 7: Impressie aanzichten nieuwe woning (Ingenieurshuis De Blaey)

2.3 Beschrijving strijdigheid Het initiatief bestaat uit het realiseren van een tweede woning aan de Achterambachtseweg 6 te Hendrik-Ido-Ambacht. Het realiseren van een tweede woning is strijdig met de bouwregels zoals opgenomen in het tijdelijk deel van het omgevingsplan, bestemmingsplan ‘Landelijk gebied Sandelingen-Ambacht’. De gronden zijn bestemd voor Wonen en Tuin. In de bouwregels is opgenomen dat per bouwvlak ten hoogste één vrijstaande woning gebouwd mag worden. Aanvullend wordt de woning deels gepositioneerd ter hoogte van tot Tuin bestemde gronden. Op deze gronden mogen geen woningen gebouwd worden. Het realiseren van een parkeergelegenheid bij de woning is binnen de bestemming Tuin mogelijk ten behoeve van op aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen (nieuwe woning). Voor genoemde strijdige activiteiten zijn geen afwijkings- en/of wijzigingsbevoegdheden opgenomen in de planregels van het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Met het verlenen van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit kan echter alsnog medewerking verleend worden aan de gewenste activiteiten. Uit deze motivering blijkt dat door het meewerken aan het initiatief geen onevenredige aantasting van bestaande waarden zal plaatsvinden en dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan de locatie.

Motivering BOPA Achterambachtseweg 6 Hendrik-Ido-Ambacht

10

3 TOETSING AAN BELEID 3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Omgevingswet

Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. De Omgevingswet is de wet die alles regelt voor de ruimte waarin we wonen en werken: de leefomgeving. Deze nieuwe wet bundelt en vereenvoudigt de regels voor alles wat u buiten ziet, hoort en ruikt. De wet geldt voor alle Nederlandse inwoners, organisaties en bedrijven. Om ervoor te zorgen dat onze leefomgeving een gezonde, veilige en prettig leefbare plek is, hebben we in Nederland veel regels gemaakt. Zowel voor inwoners als bedrijven. Die regels gaan onder andere over hoe we omgaan met natuur, milieu, bouwen en wonen. De Omgevingswet bundelt deze regels. De beoordelingsregels voor vergunningverlening staan in het Besluit kwaliteit leefomgeving. 3.1.2 Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De NOVI bevat de hoofdzaken van het beleid voor de fysieke leefomgeving. Uit de Omgevingswet volgt dat al het strategische beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, én het nieuwe strategische beleid op het beleidsterrein van de fysieke leefomgeving worden opgenomen in de NOVI. Het gaat om het strategisch beleid, omdat de NOVI een visie is en de hoofdzaken bevat van het beleid voor de fysieke leefomgeving (artikel 3.2 Omgevingswet). De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee wordt ingespeeld op de grote uitdagingen die voor liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en een gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven.

Die komen samen in vier prioriteiten: • Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; • Duurzaam economisch groeipotentieel; • Sterke en gezonde steden en regio’s; • Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruik de NOVI drie afwegingsprincipes:

Motivering BOPA Achterambachtseweg 6 Hendrik-Ido-Ambacht

11

1. Combinaties van functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Onderhavig initiatief ziet toe op het toevoegen van een extra woning op deels tot wonen bestemde gronden. Door deze ontwikkeling wordt ruimte benut zonder dat de kenmerken en identiteit van het gebied aangetast worden. Deze ontwikkeling past op basis van zorgvuldig ruimtegebruik, positieve bijdrage aan de leefbaarheid en duurzaamheidsaspecten binnen de gestelde afwegingsprincipes van de NOVI. 3.1.3 Besluit Kwaliteit Leefomgeving

De Omgevingswet benoemt niet alleen de Nationale Omgevingsvisie. Ook instructieregels zijn een instrument voor de uitwerking van het rijksbeleid. Deze worden gebruikt om de doorwerking van het rijksbeleid waar nodig juridisch te waarborgen. De instructieregels van het Rijk zijn opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). In het Bkl zijn de omgevingswaarden van het Rijk beschreven en zijn instructieregels opgenomen ten aanzien van omgevingswaarden die als toetsingskader dienen voor de Rijksoverheid. Het Bkl omvat alle ruimtelijke Rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van omgevingsplannen en omgevingsverordeningen. Het gaat om kaders voor onder meer waterkwaliteit, luchtkwaliteit, geluid, natuurbescherming. Wat het bevoegd gezag regelt in een omgevingsvergunning is afhankelijk van de inhoud van de aanvraag. De beoordelingsregels hiervoor staan in het beschreven Bkl. Onderhavig initiatief ziet toe op het realiseren van een nieuwe woning. Uit onderhavig document blijkt dat er geen sprake is van een aantasting van de omgevingswaarden zoals beschreven in het Bkl.

3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Zuid Holland

Per 1 mei 2024 is de Omgevingsvisie Zuid Holland in werking getreden. In de omgevingsvisie zijn ambities en doelen voor de provincie Zuid Holland opgenomen. Onderhavig initiatief ziet toe op de realisatie van een woning aan de Achterambachtseweg te Hendrik-Ido-Ambacht. Ten aanzien van wonen is beleidsdoel 6.1 uit de Omgevingsvisie relevant. Beleidsdoel 6.1: Voldoende juiste woningen op de juiste plek In Zuid-Holland moet het komende decennium 200.000 woningen worden gebouwd. Een toevoeging van ruim 10% op de bestaande woningvoorraad. Op dit moment wordt er al volop gebouwd in Zuid-Holland. Zo’n 17.000 woningen per jaar, maar er is meer nodig. Vanuit provinciaal omgevingsbeleid wordt gestuurd op kwantitatieve en kwalitatieve behoefte en Motivering BOPA Achterambachtseweg 6 Hendrik-Ido-Ambacht

12

voldoende plancapaciteit per woonregio waarbij overprogrammering mogelijk gemaakt wordt zodat er voldoende harde plancapaciteit is. RO-instrumentarium wordt waar nodig ingezet. Het voorzien in voldoende passende en betaalbare woningen op de juiste plekken voor de verschillende doelgroepen in Zuid-Holland is van provinciaal belang. Omdat het aanbod van woningen onvoldoende aansluit op de vraag en de ontwikkelingen op de woningmarkt zich niet beperken tot gemeente- en/of regiogrenzen is een samenhangende aanpak op bovenlokale en bovenregionale schaal noodzakelijk. Ook hebben de woonopgaven nauwe samenhang met andere (ruimtelijke) opgaven op het vlak van bijvoorbeeld regionale economie, groen en recreatie en infrastructuur. De provincie hecht waarde aan de vestigingswens van haar (toekomstige) inwoners en hanteert het uitgangspunt dat woningen daar worden gebouwd, waar de behoefte zich manifesteert: de juiste woningen op de juiste plekken en op het juiste moment.

De provincie stuurt daarbij op de volgende doelstellingen: • minimaal 2/3 betaalbare woningbouw (huur en koop) vanaf 2025 in het regionale woningbouwprogramma (nieuwbouw); • waarvan de helft in portefeuille van woningcorporaties (sociale huur en middenhuur), dus minimaal 1/3 in portefeuille van woningcorporaties vanaf 2025 in het regionale woningbouwprogramma (nieuwbouw); • streven naar minimaal 30% sociale huur in de totale woningvoorraad per gemeente. Toets Onderhavig initiatief draagt in grote mate bij aan de ambities en beleidsdoelen zoals omschreven in de Omgevingsvisie. Ten aanzien van het type woning kan gesteld worden dat niet gebouwd wordt voor minimaal 2/3 betaalbare woningbouw. Het initiatief richt zich meer op het resterende 1/3 deel woningbouw. Echter, dit hoeft geen belemmering te zijn ook redenerend vanuit de wens om overprogrammering te realiseren. Conclusie Het initiatief past binnen de ambities en doelstellingen zoals opgenomen in de Omgevingsvisie Zuid Holland. 3.2.2 Zuid-Hollandse Omgevingsverordening

In de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening (ZHOV) zijn de regels over de fysieke leefomgeving van de provincie opgenomen. Per 24 juli 2024 is de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening TAMIMRO geconsolideerd in werking getreden. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen en is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de Provincie Zuid-Holland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. De regels in deze omgevingsverordening sluiten aan op de werkwijze van de Omgevingsvisie en de Omgevingswet. De Omgevingswet vraagt dat provincies afwegen of het vanuit subsidiariteit nodig is om op provinciaal niveau rechtstreeks werkende (algemene) regels te stellen. Motivering BOPA Achterambachtseweg 6 Hendrik-Ido-Ambacht

13

Bij het opnemen van instructieregels aan gemeente geldt dat deze nodig zijn vanuit de opgaven en ambities uit de omgevingsvisie, bijvoorbeeld omdat waarden of een onderwerp gemeentegrens overstijgend zijn of om een uniform beleid binnen de provincie te realiseren. Bij het vormgeven van de instructieregels geldt dat waar mogelijk is gewerkt met kaders die ruimte bieden voor eigen beleidsmatige invullingen. Toets Voor onderhavige locatie geldt dat deze ten aanzien van ‘Ruimtelijke Kwaliteit’ een aantal aandachtspunten kent vanwege de ligging in een gebied met beschermingscategorie 2 en 3.

Figuur 8: Uitsnede Zuid-Hollandse Omgevingsverordening TAM-IMRO (24 juli 2024)

Voor ruimtelijke ontwikkeling: 1. geldt hier dat in het buitengebied de openheid en het groene karakter van het landschap niet onevenredig mag worden aangetast (art 7.43h); 2. geldt dat in recreatiegebied zo nodig aanvullende maatregelen worden getroffen ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit (art 7.43i); 3. geldt dat binnen groene buffers ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk zijn voor zover dit geen grootschalige ontwikkelingen behelzen en de bufferfunctie niet onevenredig wordt aangetast. Ad 1 openheid en groen karakter Als gevolg van de ontwikkeling wordt een woning op een bestaand erf gerealiseerd welke volledig landschappelijk is ingepast. Als gevolg van de ontwikkeling wordt de openheid en het groene karakter van het landschap niet aangetast. Ad 2 ruimtelijke kwaliteit Als gevolg van de ontwikkeling worden recreatieve waarden en/of voorzieningen niet aangetast. Een compensatie daarvan of aanvullende maatregelen ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit zijn, mede door de reeds aanwezige landschappelijke inpassing, niet aan de orde. Ad 3 groene buffers Er is geen sprake van een grootschalige ontwikkeling. Enkel van een locatie die binnen de landschappelijke inpassing wordt voorzien van een aanvullende woning. Dit heeft geen effect op het aanzicht of werking van de groene buffers. Motivering BOPA Achterambachtseweg 6 Hendrik-Ido-Ambacht

14

Figuur 9: locatie woning, temidden van groene singels, volledig landschappelijk ingepast

Conclusie: Het voorgenomen bouwplan past binnen de uitgangspunten van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening.

3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1 Omgevingsvisie Hendrik-Ido-Ambacht

Op 3 juli 2023 is de omgevingsvisie vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente HendrikIdo-Ambacht. In de omgevingsvisie laat de gemeente zien waar ze voor staat en waar ze naar toe wil in de toekomst. De combinatie van thema’s, waarden en ambities bepalen de mogelijkheden voor nieuwe initiatieven in de verschillende gebieden van de gemeente.

Figuur 10: Deelgebieden omgevingsvisie Hendrik-Ido-Ambacht Motivering BOPA Achterambachtseweg 6 Hendrik-Ido-Ambacht

15

Het plangebied ligt in deelgebied ‘Polder Sandelingen Ambacht’, een polder aan de westzijde van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht. De polder bevat een combinatie van recreatie (boven of oosten van de A16) en agrarische bedrijven (onder of westen van de A16). Dit groene gebied is van groot belang voor de woonkwaliteit van onze gemeente. Inwoners geven aan dat het een zeer gewaardeerde, groene aanvulling van het dorp is. Het een uniek natuurgebied dat voor iedereen iets te bieden heeft In de toekomst wordt ingezet op het behoud van groen tussen Hendrik-Ido-Ambacht en Ridderkerk. Dit gebeurd door het verbeteren van de kwaliteit en vergroten van de biodiversiteit in het gebied. Er wordt gezorgd dat natuur, uitlaatroutes en recreatie duidelijk gescheiden blijven. Wonen is een belangrijk onderwerp voor de gemeente. De dorpse omgeving, met goede voorzieningen en een sterk verenigingsleven nabij, maakt dat inwoners het prettig vinden om te wonen. Op regionaal niveau is de Groeiagenda Drechtsteden 2030 vastgesteld, die uitgaat van een groei van 25.000 nieuwe woningen in de regio. Onze gemeente heeft goed bijgedragen aan de huisvestingsopgave en heeft na 2027 geen grootschalige woningbouw meer op het oog. Ten aanzien van woningbouw in het buitengebied is weinig opgenomen in de omgevingsvisie. Wel is verdichting een belangrijk onderwerp.

Er is slechts beperkt ruimte, door verdichting kan sprake zijn van meervoudig ruimtegebruik. Toets Onderhavige ontwikkeling betreft de realisatie van één woning op een bestaand erf aan de Achterambachtseweg te Hendrik-Ido-Ambacht. Deze ontwikkeling kent geen ruimtelijke belemmeringen ten aanzien van de omgevingsvisie. Er is sprake van verdichting waarbij op een bestaand perceel wat in gebruik is voor wonen en tuin een tweede woning gerealiseerd wordt. Doordat de locatie volledig landschappelijk is ingepast is er geen sprake van aantasting omgevingskwaliteit. Conclusie Het initiatief voldoet aan de thema’s, waarden en ambities zoals opgenomen in de Omgevingsvisie. 3.3.2 Groeiagenda Drechtsteden

De groeiagenda Drechtsteden betreft de strategische visie voor de ruimtelijke-economische ontwikkeling van de Drechtsteden. In de groeiagenda is een stevige passage opgenomen over het regionale woonprogramma. Inzet hierbij is dat gewerkt wordt aan een passende woningvoorraad voor de toekomstige (beroeps)bevolking in de regio. Het woningbouwprogramma zal hierin faciliteren. Het woningaanbod zal huidige bewoners uitnodigen om te blijven en binnen de Drechtsteden te verhuizen. Er wordt een aantrekkelijk woon-, leef- en werkklimaat voor de inwoners gerealiseerd met een kwaliteitssprong in het woningaanbod, duurzamer en gevarieerder. Toets: Met onderhavig initiatief wordt één nieuwe woning gerealiseerd. Deze woning zal gasloos opgeleverd worden en voorzien worden van een warmtepomp en zonnepanelen. Daarmee wordt Motivering BOPA Achterambachtseweg 6 Hendrik-Ido-Ambacht

16

invulling gegeven aan enerzijds de vulling van het woonprogramma en anderzijds ook aan een duurzamer en gevarieerd aanbod. Conclusie Het initiatief voldoet aan de uitgangspunten uit de Groeiagenda Drechtsteden.

Motivering BOPA Achterambachtseweg 6 Hendrik-Ido-Ambacht

17

4 ASPECTEN FYSIEKE LEEFOMGEVING EN MILIEU 4.1 m.e.r. beoordeling 4.1.1 Wettelijk kader

De wetgeving rond de milieueffectrapportage (mer, ook wel m.e.r.) is opgenomen in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit. 4.1.2 Motivering

In bijlage V bij het Omgevingsbesluit zijn projecten en daarvoor benodigde besluiten opgenomen waarvoor een mer-(beoordelings)plicht geldt. Onderhavige ontwikkeling betreft een activiteit bouwen en functiewijziging waarbij een nieuwe woning word gerealiseerd. Voor een dergelijk kleinschalig initiatief is geen project opgenomen in Bijlage V bij het Omgevingsbesluit en kan volstaan worden met een vormvrije toetsing. Voor de vormvrije toetsing wordt aangesloten bij de beoordelingscriteria van bijlage III bij de Europese richtlijn. Hierbij zijn een drietal elementen opgenomen: 1. Kenmerken van de projecten 2. Plaats van de projecten 3. Kenmerken van het potentiële effect Ad 1 Het project heeft betrekking op de realisatie van één woning op gronden die nu in gebruik zijn als tuin. Hierbij zijn geen milieubedreigende activiteiten voorzien waarbij verontreiniging, uitstoot en/of afvalstoffen aan de orde zijn. Tevens zijn geen risico’s voor menselijke gezondheid aan de orde. Ad 2 Het initiatief vindt plaats aan de Achterambachtseweg 6 te Hendrik-Ido-Ambacht. De aard van de activiteiten, wonen, zijn niet bijzonder te noemen waarbij het toekomstig gebruik milieutechnisch geen risico’s oplevert. In de directe omgeving van de locatie zijn geen natuurwaarden of beschermde natuurgebieden (N2000, HR-gebieden) aanwezig.

Ad 3 De potentiële effecten op de omgeving zijn in onderhavige ruimtelijke onderbouwing uitvoerig gemotiveerd. Geconcludeerd kan worden dat er geen sprake is van nadelige significante effecten voor het milieu en/of natuurgebieden. 4.1.3 Conclusie

Gezien voorgaande kan geconcludeerd worden dat er geen verdere stappen nodig zijn ten aanzien van het besluit milieueffectenrapportage en onderhavige vormvrije m.e.r.-beoordeling volstaat voor de beoordeling ervan. Het aspect vormt derhalve geen belemmering voor onderhavig initiatief.

Motivering BOPA Achterambachtseweg 6 Hendrik-Ido-Ambacht

18

4.2 Ladder voor duurzame verstedelijking 4.2.1 Wettelijk kader

Artikel 5.129g van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) heeft betrekking op de Ladder voor duurzame verstedelijking. Dit artikel is van toepassing op een stedelijke ontwikkeling die bestaat uit de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandel voorziening of een andere stedelijke voorziening die voldoende substantieel is. Getoetst moet worden of voldoende rekening gehouden wordt met het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand. Het gaat hierbij om stedelijke ontwikkelingen die voldoende substantieel zijn, een harde ondergrens wordt hierbij niet genoemd, al ligt die in beginsel bij een plan met meer dan 11 woningen. 4.2.2 Motivering

Omdat voor wonen de lijn is dat er vanaf 12 woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling, bij onderhavig initiatief sprake is van 1 woning, kan gesteld worden dat nadere toetsing aan de Ladder niet aan de orde is. Desondanks zal sprake moeten zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan onderhavige locatie waarvoor onderhavige motivering is opgesteld. 4.2.3 Conclusie

De Ladder voor duurzame verstedelijking is niet van toepassing op onderhavig initiatief.

4.3 Water 4.3.1 Wettelijk kader

De Omgevingswet regelt onder meer de vergunningverlening, het toezicht en de handhaving voor activiteiten die invloed hebben op de waterkwaliteit, de waterkwantiteit, de waterveiligheid en de waterfuncties. Denk bijvoorbeeld aan het lozen van afvalwater, het onttrekken of infiltreren van grondwater, het aanleggen of wijzigen van waterstaatswerken of het organiseren van evenementen op of langs het water. De Omgevingswet vervangt onder andere de Waterwet. De Waterwet en de onderliggende regelgeving bevatten veel normen die rechtstreeks voortvloeien uit Europese richtlijnen, zoals de Kaderrichtlijn Water, de Grondwaterrichtlijn en Drinkwaterrichtlijn. De bepalingen ter implementatie van deze richtlijnen blijven grotendeels ongewijzigd in de Omgevingswet, omdat Nederland zich moet houden aan de Europese verplichtingen. Ook de hoofdlijnen van het waterbeheer onder het oude recht, zoals bijvoorbeeld de bevoegde autoriteiten en het vergunningenstelsel blijven in stand in de Omgevingswet. In artikel 2.2 Omgevingsbesluit zijn regels opgenomen welke juist wel of juist niet in waterschap verordeningen moeten worden overgenomen. In ieder geval moeten regels opgenomen worden over activiteiten die onderdelen van de fysieke leefomgeving wijzigen als bedoeld in artikel 1.2 van de Omgevingswet.

Daarnaast zijn in het Bkl (Besluit kwaliteit leefomgeving) instructieregels opgenomen voor het opnemen van regels aangaande lozingen, beoordelingsregels en aanwijzing van bodembeheergebieden. Motivering BOPA Achterambachtseweg 6 Hendrik-Ido-Ambacht

19

Voor onderhavige ontwikkelingen geldt dat de waterhuishouding als gevolg van het initiatief niet/nauwelijks wijzigt. Het verhard oppervlak neemt beperkt toe als gevolg van de realisatie van een nieuwe woning, het plangebied is echter dusdanig groot dat eventuele gevolgen voor de waterhuishouding op eigen terrein opgelost worden. 4.3.2 Motivering

Bij de weging van het waterbelang bij ruimtelijke ontwikkelingen wordt een zogenaamd wateradvies uitgewerkt. Via de website https://hetwateradvies.nl is een digitale toets uit te voeren. Op basis van deze toets blijkt dat het initiatief de waterschapsbelangen ‘raakt’. In de waterparagraaf moet beschreven worden hoe rekening gehouden wordt met de belangen van het waterschap (Hollandse Delta). Toetsingscriteria Waterschap Hollandse Delta In geval van ruimtelijke ontwikkelingen waarbij een toename aan verhard oppervlak aan de orde is van meer dan 500 m2 is watercompensatie nodig. Bij een kleiner oppervlak is de kans op het ontstaan van wateroverlast of overstroming klein en daarom is het dan niet verplicht om compenserende maatregelen te nemen. In onderhavige situatie wordt geen verharding van meer dan 500 m2 aangebracht, enkel voor de woning worden verhardingen gerealiseerd. Het hemelwater kan op eigen gronden infiltreren, hier is meer dan voldoende ruimte voor aanwezig. Het aanbrengen van verharding op waterkeringen is op grond van de omgevingswet vergunningplichtig, in onderhavig plan is geen sprake van het aanbrengen van dergelijke verhardingen. Bij de realisatie van de nieuwe woning wordt (vuil) afvalwater en (schoon) hemelwater gescheiden behandeld. Het schone water zal infiltreren in de bodem, het vuile water zal worden afgevoerd via de riolering.

Bij de bouwwerkzaamheden worden zo min mogelijk vervuilende stoffen aan het bodem- en oppervlaktewatersysteem toegevoegd. Derhalve zal bij het materiaalgebruik rekening gehouden worden met het vermijden van uitloogbare of uitspoelbare bouwmaterialen zodat voorgaande voorkomen wordt. 4.3.3 Conclusie

Het aspect water vormt gezien voorgaande motivering geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling.

4.4 Verkeer en parkeren 4.4.1 Wettelijk kader

Bij het toelaten van een nieuwe functie in het omgevingsplan moet aangetoond worden wat het effect is op de bereikbaarheid en verkeersafwikkeling. Ook wordt in beeld gebracht of er sprake is van een (extra) parkeerbehoefte voor auto's, fietsen (en scooters). Er mag geen onaanvaardbaar effect zijn. Dit geldt ook bij buitenplanse omgevingsvergunningen. Met het oog op duurzame mobiliteit is het wenselijk dat nieuwe ontwikkelingen multimodaal ontsloten zijn. Dus met fiets, openbaar vervoer, auto en deelmobiliteit (deelauto's, -fietsen of -scooters). Bij kleinere ontwikkelingen kan vaak kwalitatief aangetoond worden dat er geen probleem ontstaat met de verkeersafwikkeling. Omdat de capaciteit van de weg ruim voldoende is om het Motivering BOPA Achterambachtseweg 6 Hendrik-Ido-Ambacht

20

extra autoverkeer te verwerken. Bij grote ingrepen wordt dit met een verkeersmodel in beeld gebracht. Het gaat dan onder andere om de verkeersafwikkeling op de kruispunten, de capaciteit van de wegen en de doorstroming. Op basis van de kencijfers van kennisplatform CROW kan berekend worden hoeveel parkeerplaatsen er nodig zijn. Vervolgens moet aangetoond worden dat er voldoende parkeergelegenheid aanwezig is of gerealiseerd kan worden. De kencijfers van het CROW zijn algemeen erkend. Het zijn geen normen, maar kentallen. Hiervan kan afgeweken worden. Behalve de parkeerbehoefte vormt ook de bereikbaarheid een belangrijk aspect. Ook hierop zal getoetst worden ten aanzien van het aspect verkeer. 4.4.2 Motivering

Parkeren In onderhavige situatie wordt een nieuwe woningen gerealiseerd op een bestaand erf gelegen in het landelijk gebied van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht. Op basis van de CROW-publicatie 744 ‘Parkeerkencijfers, basis voor parkeernormering’ zou per koophuis, vrijstaand, gelegen in landelijk gebied minimaal 1,7 en maximaal 2,5 parkeerplaatsen aanwezig moeten zijn. In onderhavige situatie dus minimaal 2 en maximaal 3 parkeerplaatsen. Uit de situatieschets zoals weergegeven blijkt dat op de aanwezige locatie, aan de noordzijde van de te realiseren bebouwing ruimte is ingetekend voor 3 parkerende auto’s. Daarmee is de parkeervoorziening passend. Bereikbaarheid De bereikbaarheid van de locatie is zeer goed te noemen, vanuit westelijke, noordelijke en oostelijke kant via de A15 en A16 en vanuit de zuidelijke kant via de A16 kan de locatie prima bereikt worden via de Langeweg en de Rijksstraatweg die aansluit op de Achterambachtseweg. Op eigen terrein wordt een parkeergelegenheid per woning gerealiseerd. Tevens zal aan de noordzijde van het plangebied gebruik gemaakt worden van de drie bestaande parkeerplaatsen. De locatie van deze parkeerplaatsen wijzigt niet ten opzichte van de huidige situatie waarbij sprake was van één woning met opslaggelegenheden. Er is sprake van een veilige en overzichtelijke situatie ter plekke. 4.4.3 Conclusie

Uit voorgaande blijkt dat ruimschoots wordt voldaan aan de parkeernorm, en de parkeerplaatsen op eigen terrein zijn gesitueerd waarbij de veiligheid als gevolg van parkeren en manoeuvreren niet in het geding is. Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor onderhavig initiatief.

4.5 Ecologie 4.5.1 Wettelijk kader

In de Omgevingswet is de bescherming van dier- en plantensoorten en van habitattypen in Nederland geregeld. Hierbij moet een splitsing gemaakt worden tussen flora en fauna – activiteiten (soortenbescherming) en Natura 2000 – activiteiten (gebiedsbescherming). Motivering BOPA Achterambachtseweg 6 Hendrik-Ido-Ambacht

21

De Omgevingswet verbiedt het om activiteiten te verrichten of na te laten als daarmee ‘aanzienlijke’ nadelige gevolgen voor de fysieke leefomgeving (dreigen te) ontstaan. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan een milieuverontreinigende activiteit die aanzienlijke schade toebrengt aan de kwaliteit van de natuur. Ook het algemene verbod geldt als een vangnet voor het geval er geen specifieke lokale of nationale regels zijn gesteld. Indien er wel specifieke regels zijn vastgesteld, dan vervalt het algemeen verbod. 4.5.2 Motivering

Soortenbescherming Een quickscan natuurwaarden (bijlage 2) is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen sloopen nieuwbouwwerkzaamheden en heeft tot doel om in te schatten of er op de onderzoekslocatie planten- en diersoorten, gebieden of houtopstanden aanwezig zijn die volgens de natuurbescherming onder de Omgevingswet een beschermde status hebben en die mogelijk negatieve gevolgen kunnen ondervinden door de voorgenomen ingreep. De initiatiefnemer is voornemens om een nieuwbouwwoning te realiseren op de onderzoekslocatie. Eén enkele perenboom ter hoogte van de nieuwe woning zal verwijderd moeten worden, overig groen blijft behouden. De aanwezigheid van geschikt habitat op de onderzoekslocatie voor de verschillende soorten en soortgroepen is weergegeven in tabel 8.1. In de tabel is samengevat of de voorgenomen ingreep mogelijk verstorend kan werken en wat de consequenties zijn voor eventuele vervolgstappen, zoals soortgericht nader onderzoek of vergunningstrajecten. In de tabel is weergegeven of maatregelen noodzakelijk zijn om overtreding van de Omgevingswet voor bepaalde soortgroepen te voorkomen.

Motivering BOPA Achterambachtseweg 6 Hendrik-Ido-Ambacht

22

Voor de algemene broedvogelsoorten die in de omgeving van de onderzoekslocatie zijn te verwachten geldt dat, indien de werkzaamheden buiten het broedseizoen worden uitgevoerd, er geen overtredingen plaats zullen vinden met betrekking tot deze soorten. Globaal kan voor het broedseizoen de periode maart tot september worden aangehouden. Indien tijdens het broedseizoen gewerkt wordt, dient vooraf een broedvogelinspectie uitgevoerd te worden. Snoeiafval dient buiten het broedseizoen afgevoerd te worden om broedgevallen te voorkomen. Voor de soortgroepen huismus en vleermuis wordt in deze rapportage uitgegaan van het behouden van de bosschages, struiken, geschikte nestlocaties, schuren, opstallen en geschikte verblijflocaties. Mochten er veranderingen optreden in de voorgenomen ingreep, dan dient de noodzaak voor een nader onderzoek herzien te worden. Motivering BOPA Achterambachtseweg 6 Hendrik-Ido-Ambacht

23

Voor in de omgeving verblijvende vleermuizen en foerageergebieden wordt geadviseerd om vleermuisvriendelijke verlichting te gebruiken tijdens de werkzaamheden en in de nieuwe situatie tussen zonsondergang en zonsopkomst, in het actieve seizoen van vleermuizen (april t/m oktober). Voor de steenmarter en kleine marterachtigen geldt dat er geen nader onderzoek benodigd is wanneer de caravan en de omliggende groen elementen behouden blijven. Bij veranderingen in de voorgenomen ingreep dient de noodzaak voor een nader onderzoek herzien te worden. Met betrekking tot algemene grondgebonden zoogdieren en amfibieën dient rekening te worden gehouden met de algemene zorgplicht waarbij al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het beschadigen van individuen te voorkomen. Daarnaast dienen de aanwezige materialen op een rustig tempo in één richting te worden verwijderd. Gebiedsbescherming Om de invloed van het project op gevoelige habitattypen of leefgebieden in N2000-gebieden in beeld te brengen is een stikstofdepositie berekening gemaakt met het rekenprogramma Aerius ten behoeve van de aanleg- en gebruiksfase (zie bijlage 3). Uit de bijgevoegde berekening blijkt dat er geen sprake is van negatieve effecten door stikstofdepositie als gevolg van het project, er is geen meetbare depositie te verwachten. 4.5.3 Conclusie

Het aspect ecologie vormt geen belemmering voor het verlenen van onderhavige omgevingsvergunning.

4.6 Luchtkwaliteit 4.6.1 Wettelijk kader

Voor vergunningplichtige milieubelastende activiteiten heeft het Rijk beoordelingsregels over emissies naar de lucht en de beoordeling van de luchtkwaliteit opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). In afdeling 8.5 Omgevingsvergunning milieubelastende activiteit van het Bkl staan beoordelingsregels die het bevoegd gezag gebruikt bij het beoordelen van een vergunningsaanvraag. Ten aanzien van lucht zijn de specifieke beoordelingsregels opgenomen in artikel 8.17, 8.21 en 8.24. Deze gaan over: - Beoordeling luchtkwaliteit en toetsing aan de rijksomgevingswaarden - Ammoniakemissie van veehouderijen - Geologische opslag van CO2 Voor onderhavig initiatief is alleen de beoordeling luchtkwaliteit van toepassing. 4.6.2 Motivering

Bij het beoordelen van de luchtkwaliteit wordt getoetst aan de omgevingswaarden tenzij de activiteit niet in betekende mate (NIBM) bijdraagt aan de stikstofdioxide- (NO2) of fijnstof(PM10) concentratie (artikel 8.17). Er is sprake van het gedeeltelijk wijzigen naar woonfunctie ten behoeve van 1 nieuwe woning. Motivering BOPA Achterambachtseweg 6 Hendrik-Ido-Ambacht

24

In onderhavige situatie wordt betoogd dat sprake is van een project wat binnen NIBM-grens valt. Dit kan gemotiveerd worden op basis van getalsmatige grenzen van aangewezen categorieën. Voor woonwijken geldt dat de ze NIBM zijn als het gaat om maximaal 1.500 woningen bij 1 ontsluitingsweg of 3.000 woningen bij 2 of meer ontsluitingswegen (artikel 5.54 Bkl). In onderhavige situatie is sprake van 1 nieuwe woning. Daarmee voldoet het project aan de NIBMgrens en is een nadere toetsing niet aan de orde. 4.6.3 Conclusie

Het aspect luchtkwaliteit omgevingsvergunning.

vormt

geen

belemmering

voor

het

verlenen

van

de

4.7 Geluid 4.7.1 Wettelijk kader

In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) staan instructieregels waaraan de direct werkende regels in het omgevingsplan moeten voldoen. Deze regels zijn nodig voor het bereiken van de gewenste geluidkwaliteit. De direct werkende regels gelden voor degene die een activiteit verricht. De meeste direct werkende regels over geluid staan in het omgevingsplan. Het Rijk stelt voor een aantal gebouwen specifieke regels. Deze instructieregels van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) voor geluid zijn gericht op aangewezen geluidgevoelige gebouwen en stiltegebieden. In de aanwijzing van geluidgevoelige gebouwen is de functie (zoals wonen, onderwijs of zorg) bepalend. Voor andere gebouwen of locaties bepaalt de gemeente zelf de mate van bescherming tegen geluid. Dat doet de gemeente vanuit haar taak 'evenwichtige toedeling van functies aan locaties'. 4.7.2 Motivering

Voor het plan is een akoestisch onderzoek verkeerslawaai uitgevoerd vanwege de ligging nabij een gemeenteweg en de rijksweg. Het rapport is als bijlage 4 toegevoegd. Het geluid als gevolg van gemeentewegen is ten hoogste 50 L den en voldoet aan de standaardwaarde. Het geluid vanwege de rijksweg is 59 Lden en overschrijdt daarmee de standaardwaarde. Het treffen van bron- en overdrachtsmaatregelen is niet doelmatig. Voor de woning dient het akoestisch klimaat in de woning (het zogenaamde binnenniveau) te worden gegarandeerd. Hier zal bij de bouw rekening gehouden dienen te worden in het kader van geluidwering van de gevels. Bij de bouw van de woning wordt optimale gevelisolatie (biologisch dynamisch) toegepast. Tevens wordt HR++ Triple glas gebruikt voor de ramen waardoor ook deze optimaal geluidwerend zijn. 4.7.3 Conclusie

Op basis van voorgaande en uitgaande van een gedegen geluidwering van de gevels, kan gesteld worden dat het aspect geluid geen belemmering vormt voor het verlenen van de omgevingsvergunning. Motivering BOPA Achterambachtseweg 6 Hendrik-Ido-Ambacht

25

4.8 Geur 4.8.1 Wettelijk kader

In de Omgevingswet staat dat de overheid bij een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in ieder geval rekening moet houden met het belang van het beschermen van de gezondheid (artikel 2.1 lid 4 Omgevingswet). Hierbij moet de gemeente rekening houden met de lokale specifieke omstandigheden en de gevolgen van de activiteiten voor de gezondheid van haar burgers (artikel 2.1 en 2.4 Omgevingswet), zoals ook cumulatie van geur van bedrijven. Rekening houden met geur werkt 2 kanten op basis van het Besluit kwaliteit leefomgeving (artikel 5.92): • bij het mogelijk maken van het verrichten van activiteiten in de buurt van gevoelige gebouwen • bij het toelaten van geurgevoelige gebouwen in de buurt van bestaande geurveroorzakende bedrijven 4.8.2 Motivering

In onderhavige situatie worden beide kanten van de geurbenadering hieronder beschreven. - Er is geen sprake van het mogelijk maken van geurveroorzakende activiteiten in de buurt van gevoelige gebouwen; - Er worden geen geurgevoelige gebouwen opgericht in de buurt van bestaande geurveroorzakende bedrijven. Er zijn geen geurveroorzakende bedrijven in de directe omgeving aanwezig (>1 km). 4.8.3 Conclusie

Vanwege het ontbreken van geurveroorzakende bedrijven en/of activiteiten vormt het aspect geur geen belemmering voor het verlenen van de omgevingsvergunning.

4.9 Archeologie, Cultuurhistorie, Erfgoed 4.9.1 Wettelijk kader

De reikwijdte van de Omgevingswet wordt bepaald door het begrip fysieke leefomgeving. Cultureel erfgoed is op grond van artikel 1.2 Omgevingswet onderdeel van de fysieke leefomgeving. De instrumenten van de Omgevingswet hebben dus ook betrekking op het behoud van het cultureel erfgoed. De instructieregels van het Rijk ten aanzien van cultureel erfgoed en werelderfgoed staan in artikel 5.130 en 5.131 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). In artikel 5.130 wordt bepaald dat in een omgevingsplan rekening moet worden gehouden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed, met inbegrip van bekende of aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten. Met het oog hierop worden er in ieder geval regels gesteld ter bescherming van daarvoor in aanmerking komend cultureel erfgoed, waarbij rekening wordt gehouden met de volgende beginselen:

Motivering BOPA Achterambachtseweg 6 Hendrik-Ido-Ambacht

26

a. het voorkomen van ontsiering, beschadiging of sloop van op grond van het omgevingsplan beschermde monumenten en archeologische monumenten; b. het voorkomen van verplaatsing van op grond van het omgevingsplan beschermde monumenten of een deel daarvan, tenzij dit dringend is vereist voor het behoud van die monumenten; c. het bevorderen van het gebruik van monumenten, zo nodig door wijziging van die monumenten, rekening houdend met de monumentale waarden; d. het voorkomen van aantasting van: 1. de omgeving van rijksmonumenten, voor beschermde rijksmonumenten en monumenten die op grond van het omgevingsplan zijn beschermd, voor zover die monumenten door die aantasting worden ontsierd of beschadigd; en 2. het karakter van in het omgevingsplan beschermde stads- of dorpsgezichten of beschermde cultuurlandschappen door de sloop van bestaande gebouwen, de bouw van nieuwe gebouwen of andere belangrijke veranderingen; en e. het conserveren en in stand houden van archeologische monumenten, bij voorkeur in situ. In het bestemmingsplan is een waarde Archeologie opgenomen op basis waarvan, gezien de aard en omvang van de ontwikkeling archeologisch onderzoek uitgevoerd dient te worden. 4.9.2 Motivering

Archeologie Door Econsultancy is een archeologisch bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek (IVO, verkennende fase) door middel van boringen uitgevoerd op de planlocatie. Met de resultaten van het archeologisch onderzoek kan worden vastgesteld of binnen het plangebied archeologische waarden aanwezig (kunnen) zijn en of vervolgonderzoek dan wel planaanpassing noodzakelijk is. De conclusies zijn hieronder weergegeven. Het volledige rapport is als bijlage 5 toegevoegd. Conclusies en advies Uit het vooronderzoek kan worden geconcludeerd dat de archeologische verwachting voor de top van de oeverwal, komklei en overstromingsafzettingen naar laag kan worden bijgesteld voor de periode Midden-IJzertijd – Nieuwe tijd. In de top van de overstromingsafzettingen, komklei en oeverafzettingen zijn geen tekenen van bodemvorming aangetroffen en de top van het veen is onveraard. Econsultancy adviseert om het plangebied vrij te geven voor de geplande en toekomstige werkzaamheden. Bovenstaand advies is van Econsultancy. Er is, op grond van de gebruikte onderzoeksmethode, geprobeerd een zo gefundeerd mogelijk advies te geven. Over de aan- of afwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig uitsluitsel worden gegeven. Aan dit advies kunnen geen rechten worden ontleend.

De resultaten van dit onderzoek zullen eerst moeten worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Hendrik-Ido-Ambacht), die vervolgens het advies over neemt of niet. Als het plangebied nu of in de toekomst door de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht wordt vrijgegeven voor bodemroerende werkzaamheden, dan blijft er, volgens artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016, een meldingsplicht bestaan. Eventuele archeologische resten die bij werkzaamheden worden aangetroffen moeten worden gemeld bij het Ministerie van Onderwijs, Motivering BOPA Achterambachtseweg 6 Hendrik-Ido-Ambacht

27

Cultuur en Wetenschap, c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Het is verder raadzaam om ook de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht op de hoogte te stellen. Cultuurhistorie en erfgoed Op de cultuurhistorisch atlas is zichtbaar dat in de directe omgeving van het plangebied een Rijksmonument is gelegen, aan de Achterambachtseweg 6 te Hendrik-Ido-Ambacht.

Figuur 11: Uit cultuurhistorische Atlas, Provincie Zuid Holland - Cultuurhistorische atlas

De boerderij gelegen aan de Achterambachtseweg 6 te Hendrik-Ido-Ambacht wordt omschreven als een “boerderij, evenwijdig aan de weg gebouwd, onder rieten wolfdak. In de voorgevel vlechtingen, vensters met kruiskozijnen en luiken en jaartalankers: 1738”. Als gevolg van de gewenste ontwikkeling wordt de monumentale en cultuurhistorische waarde niet aangetast. Het aangezicht vanaf de weg wijzigt niet en het initiatief heeft geen negatieve invloed op de instandhouding van het rijksmonument. 4.9.3 Conclusie

Op basis van voorgaande vormt het aspect archeologie, cultuurhistorie en erfgoed geen belemmering voor het verlenen van onderhavige omgevingsvergunning.

4.10 Bodem 4.10.1 Wettelijk kader

Het Rijk stelt instructieregels aan gemeenten voor het toelaten van een bouwactiviteit op een bodemgevoelige locatie. De gemeenten moeten: 1. de waarde vaststellen waarboven maatregelen nodig zijn bij de realisatie van gebouwen op bodemgevoelige locaties (artikel 5.89i en artikel 5.89j van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl)) Motivering BOPA Achterambachtseweg 6 Hendrik-Ido-Ambacht

28

2. aangeven welke sanerende of andere beschermende maatregelen nodig zijn bij overschrijding van die waarde (artikel 5.89k Bkl) 3. een meldingsplicht instellen voor locaties die op grond van het omgevingsplan niet vergunningsplichtig zijn (artikel 5.89l Bkl) 4. een bepaling opnemen over de ingebruikname (artikel 5.89m Bkl) De instructieregels staan in paragraaf 5.1.4.5.1 van het Bkl. 4.10.2 Motivering

Bijlage 6 4.10.3 Conclusie

Het aspect bodem vormt geen belemmering voor het verlenen van de omgevingsvergunning.

4.11 Omgevingsveiligheid 4.11.1 Wettelijk kader

Omgevingsveiligheid beschrijft de risico’s die ontstaan als gevolg van opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen en windturbines. Voor omgevingsveiligheid zijn regels opgenomen in paragraaf 5.1.2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). De paragrafen 5.1.2.2 tot en met 5.1.2.6 van het Bkl gaan over het toelaten van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties in verband met het externe veiligheidsrisico van een activiteit die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Plaatsgebonden risico: Grenswaarden en standaardwaarden voor het Plaatsgebonden Risico (PR) ten aanzien van (zeer) (beperkt) kwetsbare gebouwen en (beperkt) kwetsbare locaties zijn opgenomen in artikel 5.6 tot en met artikel 5.11a van het Bkl. Voor het plaatsgebonden risico gelden, afhankelijk van de activiteit, vastgestelde afstanden of te berekenen afstanden (bijlage VII Bkl). Groepsrisico Bij groepsrisico is sprake van ‘aandachtsgebieden’. Risicovolle activiteiten hebben van rechtswege aandachtsgebieden (art. 5.12 Bkl). Aandachtsgebieden zijn er voor brand, explosie en gifwolk.

Afhankelijk van het type activiteit met gevaarlijke stoffen, zijn er voor het aandachtsgebied in de regelgeving vaste afstanden vastgesteld of zijn deze afstanden rekenkundig te bepalen (bijlage VII Bkl). Aandachtsgebieden worden zichtbaar gemaakt in het Register externe veiligheidsrisico’s (REV). 4.11.2 Motivering

Bij onderhavig initiatief is sprake van het realiseren van een woning bij een bestaand woonerf. Dit betreft een kwetsbaar gebouw en/of kwetsbare functie. In de directe omgeving zijn een aantal activiteiten of inrichtingen gelegen die een gevaar vormen voor de functie wonen of anderszins. Motivering BOPA Achterambachtseweg 6 Hendrik-Ido-Ambacht

29

Om de effecten ten aanzien van omgevingsveiligheid te motiveren is een onderzoek uitgevoerd naar externe veiligheid. Dit onderzoek is bijgevoegd als bijlage 7. De samenvatting en conclusies zijn hieronder weergegeven. Samenvatting en conclusies De initiatiefnemer is voornemens één nieuwbouwwoning te realiseren aan de Achterambachtseweg 6 te Hendrik-Ido-Ambacht. Binnen het plangebied worden geen risicobronnen mogelijk gemaakt. In onderhavig onderzoek zijn de risico’s rondom het plangebied beschouwd en zijn de mogelijke scenario’s inzichtelijk gemaakt. De relevante risicobronnen en bijbehorende scenario’s zijn in tabel 5.1 opgenomen.

Afhankelijk van de plaats van de calamiteit ter hoogte van de rijksweg A16 kan het handelingsperspectief verschillen. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan uit schuilen binnen de woning of vluchten in de oostelijke richting via de Achterambachtseweg in verband met secundaire branden. Voor de woning is het advies om geen brandbare daken en/of brandbare isolatiematerialen toe te passen, zoals een rieten kap. Bij een calamiteit met giftige gassen is het handelingsperspectief binnen blijven en schuilen. Ramen en deuren moeten worden gesloten en aanwezigen moeten inpandig schuilen tot het gevaar is geweken. Giftige gassen kunnen het binnenmilieu van een woning bedreigen. Een mechanische ventilatievoorziening moet daarom handmatig worden uitgeschakeld. Dit is een verplichting volgens artikel 4.124 lid 4 van het Bbl. De Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid dient in de gelegenheid gesteld te worden om in verband met de realisatie van een kwetsbaar gebouw binnen aandachtsgebieden advies uit te brengen over de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp of zwaar ongeval en over de zelfredzaamheid van personen in het aandachtsgebied. Dit advies geeft tezamen met de voorliggende rapportage de input voor het bevoegd gezag om invulling te geven aan de groepsrisicoverantwoordingsplicht. 4.11.3 Conclusie

De Veiligheidsregio Zuid-Holland wordt geïnformeerd over onderhavig initiatief en zal gevraagd worden om advies. Tezamen met de rapportage in bijlage 7 zal er, uitgaande van een positief advies, geen belemmering zijn voor het verlenen van onderhavige omgevingsvergunning.

Motivering BOPA Achterambachtseweg 6 Hendrik-Ido-Ambacht

30

5 PARTICIPATIE In artikel 7.4 van de Omgevingsregeling staat een plicht voor de aanvrager van een omgevingsvergunning om bij de aanvraag aan te geven: • of de aanvrager aan participatie heeft gedaan • zo ja: hoe de aanvrager aan participatie heeft gedaan en wat de resultaten zijn Dit aanvraagvereiste omvat geen verplichting voor de aanvrager om aan participatie te doen. Participatie door de initiatiefnemer bij de voorbereiding van een omgevingsvergunning is vrijwillig. Het bevoegd gezag mag niet weigeren om een aanvraag in behandeling te nemen (buiten behandeling laten) of weigeren de vergunning te verlenen, omdat er geen participatie is geweest. De bedoeling van artikel 7.4 is namelijk alleen om de initiatiefnemer te stimuleren om na te denken over participatie. Als participatie heeft plaatsgevonden, moet het bevoegd gezag weten wat de resultaten zijn. Initiatiefnemer heeft gebruik gemaakt van de mogelijkheid om de omgeving te informeren over de plannen. Op XX november zijn omwonenden geïnformeerd en hebben deze kennis kunnen nemen van de plannen. Het verslag van deze omgevingsdialoog is als bijlage 8 toegevoegd.

Motivering BOPA Achterambachtseweg 6 Hendrik-Ido-Ambacht

31

6 FINANCIELE HAALBAARHEID Kostenverhaal en nadeelcompensatie De Omgevingswet verplicht tot kostenverhaal bij aangewezen bouwplannen en aangewezen gebruiksactiviteiten voor een nieuw toegedeelde functie (artikel 13.11 Ow). In het Omgevingsbesluit is deze aanwijzing uitgewerkt (artikel 8.13 Ob) door het duiden van kostenverhaal plichtige activiteiten. Onderhavige activiteiten zijn bouwactiviteiten op basis waarvan het kostenverhaal via de Omgevingswet geregeld dient te worden, aangezien sprake is van een verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen met andere gebruiksfuncties dan een woonfunctie tot gebouwen met een woonfunctie met ten minste tien woonfuncties. Een overeenkomst met gemeente Hendrik-Ido-Ambacht met tevens bepalingen over de plankosten en eventuele kosten als gevolg van nadeelcompensatie worden in een separate overeenkomst met gemeente Hendrik-Ido-Ambacht afgesloten. Gezien voorgaande is het kostenverhaal voldoende gewaarborgd.

Motivering BOPA Achterambachtseweg 6 Hendrik-Ido-Ambacht

32

7 CONCLUSIE EVENWICHTIGE TOEDELING FUNCTIES Een aanvraag voor een omgevingsvergunning die betrekking heeft op een buitenplanse omgevingsplanactiviteit kan enkel worden verleend indien sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locatie (etfal), artikel 8.0a, lid 2 Besluit kwaliteit leefomgeving. Om een aanvraag voor een dergelijke omgevingsvergunning te verlenen is het nodig alle relevante voor de fysieke leefomgeving relevante aspecten zorgvuldig te beoordelen en te concluderen dat met het toestaan van de activiteiten nog steeds sprake is van een evenwichtige toedeling. Gelet op de conclusies uit de voorgaande hoofdstukken met betrekking tot relevante beleidskaders, effecten op de fysieke leefomgeving en milieu en de belangen van betrokkenen wordt geconcludeerd dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en kan de omgevingsvergunning verleend worden.

Motivering BOPA Achterambachtseweg 6 Hendrik-Ido-Ambacht

33

8 VOORSTEL VOOR HET OPNEMEN VAN HET INITIATIEF IN HET OMGEVINGSPLAN Artikel 4.17 van de Omgevingswet bepaalt dat gemeenten een voortdurende omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (bopa) binnen vijf jaar na het onherroepelijk worden van deze bopa verwerkt in het omgevingsplan. Echter, deze verplichting geldt pas vanaf 1 januari 2032. Initiatiefnemer verzoekt gemeente om de omgevingsvergunning vóór 1 januari 2032 te verwerken in het omgevingsplan of eerder indien mogelijk.

Motivering BOPA Achterambachtseweg 6 Hendrik-Ido-Ambacht

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15221704/1