Bijlage 2 bij Raadsvoorstel 9.1 Was-wordt beheersverordening begraafplaatsen
Tekst van het document
Artikel 25 Voorziening Afkoopsommen voor onderhoud van graven worden opgenomen in een egalisatiereserve. Het afkopen van onderhoud van graven kan worden overgeheveld naar de voorziening voor de
Artikel 25 wordt verwijderd
Dit artikel hoort niet thuis in de beheersverordening van de begraafplaats. Om deze reden is het artikel verwijderd.
begraafplaatsen, waaraan jaarlijks een deel van de onderhoudskosten kunnen worden ontrokken. Artikel 26 Grafbeplanting 1. Op een graf kunnen potplanten en bloemen in vazen worden geplaatst. Het is toegestaan op een graf losse bloemen te leggen.
Artikel verplaatst naar artikel 28
2. Op een graf mogen eenjarige gewassen worden geplant. De winterharde gewassen die op de graven worden geplant mogen bij volle wasdom de voor het graf beschikbare oppervlakte niet overschrijden of moeten door snoeien binnen de oppervlakte kunnen worden gehouden. 3. Beplanting op een graf die in een verwaarloosde staat verkeert kan door de beheerder worden verwijderd zonder dat aanspraak kan worden gemaakt op schadevergoeding. Losse bloemen, planten, kransen en dergelijke kunnen, wanneer zij verwelkt zijn, door de beheerder worden verwijderd. Linten, siervazen en dergelijke voorwerpen worden gedurende vier weken ter beschikking gehouden van de rechthebbende of, wanneer het een algemeen graf betreft, van de belanghebbende indien deze daartoe tevoren een aanvraag heeft ingediend bij de beheerder. Artikel 32 Vervallen grafrechten 1.De grafrechten vervallen: a. door het verlopen van de termijn waarvoor het recht is verleend; b. indien de rechthebbende afstand doet van het recht; c. indien de begraafplaats wordt opgeheven; 2.Het college kan de grafrechten vervallen verklaren: a. indien de rechthebbende -ondanks een aanmaning- in verzuim blijft een op grond van deze verordening op hem rustende verplichting na te komen of daarmee in strijd handelt; b.
indien de rechthebbende van een particulier graf is overleden en het recht niet binnen de in artikel 30, tweede lid, genoemde termijn is overgeschreven.
Artikel 27 Verwijdering grafbedekking na verstrijken van de termijn 1. De grafbedekking kan na het verstrijken van de termijn van uitgifte van het graf door het college worden verwijderd. 2. Het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking maakt het college ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop de grafbedekking zal worden verwijderd per brief aan de rechthebbende of, wanneer het een algemeen graf betreft, aan de belanghebbende bekend. Wanneer het adres van de rechthebbende of belanghebbende niet bekend is, maakt het college het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking gedurende ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop de grafbedekking zal worden verwijderd door middel van een bij het graf te plaatsen bordje en bij de ingang van de begraafplaats bekend. 3. Indien de grafbedekking niet binnen dertien weken na de verwijdering is afgehaald, vervalt deze aan de gemeente, zonder dat de gemeente tot enige vergoeding verplicht is.
3. In de gevallen als bedoeld in het eerste lid van dit artikel, onderdelen b en c en als bedoeld in het tweede lid vindt geen terugbetaling plaats van (een deel van) de betaalde rechten. Artikel 33 Verwijdering grafbedekking na verstrijken termijn 1. Het eventueel op het graf aanwezige gedenkteken, de eventueel aanwezige beplanting en de eventueel op het particuliere graf geplaatste losse voorwerpen worden na het vervallen van het grafrecht namens het college verwijderd, zonder dat de gemeente tot enige vergoeding verplicht is. 2. Indien de rechthebbende over het eventueel aanwezige gedenkteken, de eventueel aanwezige beplanting en de eventueel geplaatste losse voorwerpen wenst te beschikken, dient hij deze vóór het verstrijken van de termijn te verwijderen. 3. De in het tweede lid bedoelde verwijdering vindt niet plaats dan op afspraak met de beheerder. 4. Het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking maakt het college ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop de grafbedekking zal worden verwijderd per brief aan de rechthebbende of, wanneer het een algemeen graf betreft, aan de gebruiker bekend.
Wanneer het adres van de rechthebbende of gebruiker niet bekend is, maakt het college het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking gedurende ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop de grafbedekking zal worden verwijderd door middel van een bij het graf te plaatsen bordje en bij de ingang van de begraafplaats bekend. 5. Indien het gedenkteken niet binnen dertien weken na de verwijdering is afgehaald, vervalt deze aan de gemeente, zonder dat de gemeente tot enige vergoeding verplicht is. 6. Bij grafbedekking die op verzoek van een rechthebbende
Hoofdstuk 6. Ruiming van graven, urnengraven en urnennissen Artikel 28 Ruiming, bezorging van overblijfselen en as 1. Het voornemen van het college om een graf te ruimen wordt ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop het graf geruimd zal worden per brief aan de rechthebbende of, wanneer het een algemeen graf betreft, aan de belanghebbende bekend gemaakt. Wanneer het adres van de rechthebbende of belanghebbende niet bekend is maakt het college het voornemen tot ruiming van het graf gedurende ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip van ruiming door middel van een bij het graf te plaatsen bordje en bij de ingang van de begraafplaats op het mededelingenbord bekend. 2. De beheerder draagt er zorg voor dat met de bij de ruiming van het graf nog aanwezige menselijke resten te allen tijde respectvol wordt omgegaan en dat bezoekers van de begraafplaats niet met menselijke resten worden geconfronteerd. 3. De bij de ruiming van het graf nog aanwezige menselijke resten worden begraven en de as wordt verstrooid op een van de daartoe bestemde gedeelten van de begraafplaats(en). 4. Nabestaanden van een overledene die begraven is in een algemeen graf kunnen gedurende de in het eerste lid bedoelde termijn bij de beheerder een aanvraag indienen om bij ruiming de menselijke resten, indien mogelijk, bijeen te doen brengen voor crematie of voor herbegraving elders.
verwijderd dient te worden, draagt de rechthebbende zelf zorg voor het verwijderen van de grafbedekking. De rechthebbende kan hiervoor zelf opdracht geven aan een steenhouwer of kan zelf zorgen voor de uitvoering van de werkzaamheden na overleg met de beheerder. Hoofdstuk 11. Ruiming van graven, urnengraven en urnennissen Artikel 34 Ruiming, bezorging van overblijfselen en as 1. Het voornemen van het college om een graf te ruimen wordt ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop het graf geruimd zal worden per brief aan de rechthebbende of, wanneer het een algemeen graf betreft, aan de gebruiker bekend gemaakt. Wanneer het adres van de rechthebbende of gebruiker niet bekend is maakt het college het voornemen tot ruiming van het graf gedurende ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip van ruiming door middel van een bij het graf te plaatsen bordje en bij de ingang van de begraafplaats op het mededelingenbord bekend. 2. De beheerder draagt er zorg voor dat met de bij de ruiming van het graf nog aanwezige menselijke resten te allen tijde respectvol wordt omgegaan en dat bezoekers van de begraafplaats niet met menselijke resten worden geconfronteerd. 3. De bij de ruiming van het graf nog aanwezige menselijke resten worden begraven en de as wordt verstrooid op een van de daartoe bestemde gedeelten van de begraafplaats(en). 4.
Nabestaanden van een overledene die begraven is in een algemeen graf kunnen gedurende de in het eerste lid bedoelde termijn bij de beheerder een aanvraag indienen om bij ruiming de menselijke resten, indien mogelijk, bijeen te doen brengen voor crematie of voor herbegraving elders. Nabestaanden van een overledene waarvan een asbus al of niet met een urn is bijgezet in een
Nabestaanden van een overledene waarvan een asbus al of niet met een urn is bijgezet in een algemeen graf kunnen bij de beheerder een aanvraag indienen om deze ter beschikking te houden voor herbegraving of verstrooiing elders.
Artikel 29 Lijst 1. Het college houdt een lijst bij van graven die van historische betekenis zijn of waarvan de grafbedekking een opvallende kwaliteit heeft.
algemeen graf kunnen bij de beheerder een aanvraag indienen om deze ter beschikking te houden voor herbegraving of verstrooiing elders. 5. De rechthebbende op een particulier graf kan bij de beheerder een aanvraag indienen om de menselijke resten te doen verzamelen om deze opnieuw in dezelfde grafruimte te doen plaatsen dan wel om deze te cremeren of elders opnieuw te doen begraven. De rechthebbende op een particulier urnengraf of particuliere urnennis kan bij de beheerder een aanvraag indienen de asbus ter beschikking te houden om elders bij te zetten of om de as te doen verstrooien. 6. Bij het opgraven van lijken en de ruiming van graven zijn geen andere personen aanwezig dan degenen die door de beheerder met deze werkzaamheden zijn belast. Artikel 35 Lijst 1. Het college houdt een lijst bij van graven die van historische betekenis zijn of waarvan de grafbedekking een opvallende kwaliteit heeft.
2. Alvorens tot ruiming van graven wordt overgegaan onderzoekt het college of er graven zijn die in aanmerking komen om op de lijst te worden bijgeschreven.
2. Alvorens tot ruiming van graven wordt overgegaan onderzoekt het college of er graven zijn die in aanmerking komen om op de lijst te worden bijgeschreven.
3. De gemeenteraad beslist over het ruimen van graven en het verwijderen van grafbedekkingen die op de in het eerste lid bedoelde lijst staan. Artikel 30 Voorschriften 1. Het college stelt voorschriften vast voor het register van de begraven lijken en de bezorgde as.
3. De gemeenteraad beslist over het ruimen van graven en het verwijderen van grafbedekkingen die op de in het eerste lid bedoelde lijst staan. Artikel 36 Voorschriften 1. Het college stelt voorschriften vast voor het register van de begraven lijken en de bezorgde as.
5. De rechthebbende op een particulier graf kan bij de beheerder een aanvraag indienen om de menselijke resten te doen verzamelen om deze opnieuw in dezelfde grafruimte te doen plaatsen dan wel om deze te cremeren of elders opnieuw te doen begraven. De rechthebbende op een particulier urnengraf of particuliere urnennis kan bij de beheerder een aanvraag indienen de asbus ter beschikking te houden om elders bij te zetten of om de as te doen verstrooien.
2. Het register wordt bijgehouden door de beheerder. Hoofdstuk 9. Klachten Artikel 31 Indiening Ingezetenen en in de gemeente een belanghebbende natuurlijke en rechtspersonen kunnen omtrent feitelijke handelingen betreffende
2. Het register wordt bijgehouden door de beheerder. Hoofdstuk 12. Klachten Artikel 37 Indiening Ingezetenen van de gemeente, rechthebbenden, gebruikers en andere natuurlijke en rechtspersonen kunnen omtrent
de begraafplaats bij het college een schriftelijke klacht indienen. Hoofdstuk 10. Slotbepalingen
feitelijke handelingen betreffende de begraafplaats bij het college een schriftelijke klacht indienen. Hoofdstuk 13. Slotbepalingen
Artikel 32 Bijzondere gevallen
Artikel 38 Bijzondere gevallen
In alle gevallen waarin deze verordening niet voorziet beslist het college terwijl in bijzondere gevallen door burgemeester en wethouders ontheffing kan worden verleend van het in deze verordening bepaalde. Artikel 33 Overgangsbepaling 1. Besluiten van het college die genomen zijn krachtens de beheersverordening begraafplaatsen 2011 gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.
In alle gevallen waarin deze verordening niet voorziet beslist het college terwijl in bijzondere gevallen door burgemeester en wethouders ontheffing kan worden verleend van het in deze verordening bepaalde. Artikel 39 Overgangsbepaling 1. Besluiten van het college die genomen zijn krachtens de beheersverordening begraafplaatsen 2015 gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.
2. Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om vergunning op grond van de beheersverordening begraafplaatsen 2011 is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening niet op de aanvraag is beslist, wordt daarop deze verordening toegepast. Artikel 34 Strafbepaling 1. Hij die handelt in strijd met artikel 4 wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie.
2. Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om vergunning op grond van de beheersverordening begraafplaatsen 2015 is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening niet op de aanvraag is beslist, wordt daarop deze verordening toegepast. Artikel 40 Strafbepaling 1. Degene die handelt in strijd met artikel 3, 5 of 6 wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie.
2. Overtreding van artikel 4 van de verordening kan worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak. Artikel 35 Inwerkingtreding
2. Overtreding van artikel 3, 5 of 6 van de verordening kan worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak. Artikel 41 Inwerkingtreding
1.Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015. Artikel 36 Citeertitel
1.Deze verordening treedt in werking 1 dag na bekendmaking Artikel 42 Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als: Beheersverordening begraafplaatsen Hendrik-IdoAmbacht 2015
Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening op het beheer van de begraafplaatsen Hendrik-Ido-Ambacht 2020
Aldus vastgesteld door de raad der gemeente Hendrik-IdoAmbacht in zijn openbare vergadering van 8 januari 2015.
De griffier, De voorzitter,