Bijlage 2 bij raadsvoorstel 7.3 - Memorie van toelichting GR def
Tekst van het document
24
Voorgaande periode is door gemeenten en de SDD veel inzet gepleegd op het aanpassen van de P&C cyclus van de SDD. Met name is de aandacht gericht op onderdelen als reëel ramen, het ontschoten en inzichtelijk maken van de kostenverdeling. Het doel hierbij is om meer inzicht te krijgen op de (meerjarige) baten en lasten, doelstellingen en de te leveren prestates. Met de vorming van de GR sociaal wordt de ingezete weg op de genoemde onderdelen onverminderd doorgezet.
Sturing aan de voorkant Door de gewijzigde structuur en de overgang naar een klassieke collegeregeling komt het primaat lokaal te liggen. Daarmee start de sturing nadrukkelijk aan de voorkant van het proces, bij de vaststelling en invulling van de beleidskaders in bijvoorbeeld beleidsplannen en verordeningen (zoals een verordening Wmo of beleidsplan schuldhulpverlening). Deze stukken worden in co-create opgesteld en, belangrijker nog, lokaal vastgesteld. Boven op die lokale kaderstelling via beleidsstukken wordt via de P&C-cyclus jaarlijks al bij de algemene beschouwingen input meegegeven (als voorbeeld, bij de algemene beschouwingen van de begrotng 2022-2025 kan input worden meegegeven voor de begrotng 2023-2026 van de GR). Uiteindelijk wordt de input vertaald in een uitgangspuntennotte. Daarin zijn dan landelijke en lokale ontwikkelingen, wensen en vraagstukken verwerkt. Het lokaal vastgestelde beleidskader, samen met de jaarlijkse uitgangspuntennotte vormt de basis voor de technische verwerking in de begrotng, het is de feitelijke vertaling naar de inanciën in de begrotng. Lokaal vastgestelde beleidskaders
Jaarlijkse uitgangspuntennotte
Vertaling naar conceptbegrotng GR
De begrotng wordt door het AB van de GR vastgesteld, maar niet voordat de ontwerpbegrotng voor zienswijze aangeboden is aan de gemeenteraden. Dit is zo geregeld in de Wgr. In de praktjk betekent dit dat het concept door het DB voor zienswijzen aan de gemeenteraden worden aangeboden en het DB de zienswijzen inclusief integrale reacte hierop aan het AB aanbiedt bij de behandeling van de stukken. In de integrale reacte wordt toegelicht welke zienswijzen zijn ontvangen, wat hiermee gedaan is en waarom (argumentate). Nadat het AB de begrotng heef vastgesteld zal deze standaard, met de integrale reacte, verzonden worden aan de colleges en raden van de deelnemende gemeenten. De zienswijzeprocedure is nadrukkelijk iets anders dan de lokale kaderstelling (beleidsplannen en verordeningen), die door de structuurwijzigingen teruggaat naar de
25
raden. De sturing aan de voorkant gebeurt juist straks via de lokale beleidskaderstelling en de jaarlijkse uitgangspuntennotte. Binnen de individuele gemeenten worden afspraken gemaakt met het afgevaardigde bestuurslid in het AB over tjdige informate/inlichtngen verstrekking op andere onderdelen (nog los van de inlichtngenplicht van de GR zelf). Verder is een gekwaliiceerde meerderheid afgesproken in het AB bij de behandeling van de begrotng en begrotngswijzigingen. 50% van de stemmen moet akkoord zijn én minimaal drie gemeenten. Financieel beleid GR De raadsbevoegdheden blijven lokaal. Dat betekent feitelijk dat de gemeenteraden over de kaderstelling gaan en daarmee beleidskaders vaststellen. Daarbij wordt opgemerkt dat de set aan taken die de Drechtraad nu heef, niet allemaal naar de lokale raad teruggaan. Een deel zal op grond van de Wgr ook overgaan naar het AB van de GR Sociaal (bijvoorbeeld vaststellen van de begrotng). Artikel 24 Algemeen Het spreekt vanzelf dat als enkele gemeenten een orgaan in het leven roepen dat gemeentelijke taken voor hen uitvoert, zij er als eigenaar ook zorg voor dragen dat dit orgaan aan zijn inanciële verplichtngen kan voldoen. Immers, er is sprake van verlengd lokaal bestuur hetgeen inhoudt dat de gemeenschappelijke regeling gemeentelijke taken uitvoert onder (gezamenlijke) verantwoordelijkheid van de eigenaren/deelnemers.
Zouden de gemeenten deze taken zelf uitvoeren, dan zou de gemeente ook aan zijn inanciële verplichtngen moeten voldoen. Dat is bij een gemeenschappelijke taakuitvoering niet anders. De leden 2, 3 en 4 zijn als verplichtng van de BNG opgenomen. Artikel 25 oinanciële administratie De GR Sociaal heef de verplichtng om inancieel beleid op te stellen. Als in dit verband over inancieel beleid gesproken wordt, worden de formeel, bestuurlijk vastgestelde regels en afspraken over de begrotng, de P&C cyclus en de inanciële functe van de GR Sociaal bedoeld. Het inancieel beleid wordt vastgelegd in verordeningen en nota’s en is vergelijkbaar met dat van een gemeente, waarbij het bij een gemeente over het algemeen uitgebreider is. De inanciële beleidsstukken voor de GR worden vastgesteld door het AB. Uitzondering hierop is het mandaatbesluit, dat door het DB wordt vastgesteld. Dit is zo in de Wgr bepaald, maar tevens betrefen het beleidsregels voor de GR en is het AB het hoogste bevoegde orgaan voor de GR Sociaal. Ook al gaat het AB feitelijk over een groot deel van deze inanciële stukken, feit is dat de GR Sociaal geheel geinancierd wordt door en via de gemeenten. Gezien het grote inancieel belang dat daarmee is gemoeid, is het goed als gemeenten in posite worden gebracht vooraf kennis te nemen van het inancieel beleid van de GR Sociaal.
Om ervoor te zorgen dat alle onderdelen van het inancieel beleid aan gemeenten worden voorgelegd, is in de GR tekst (artkel 25 en 28) een procedureregeling (zienswijze) opgenomen waarmee geregeld wordt dat het bestuur van de GR Sociaal het inancieel beleid voorlegt aan de lokale raden voordat zij een besluit neemt. 26
De verplichtng om een zienswijze te vragen aan de raden gold tot nu toe alleen voor de begrotngsprocedure. Met de wijziging in artkel 25 en artkel 28 wordt ook geborgd dat het inancieel beleid én de bijdrageverordening ook via deze procedureregeling vooraf aan raden worden aangeboden, zodat zij hun zienswijze hierop kunnen meegeven. In de praktjk betekent dit dat het concept door het DB voor zienswijzen aan de gemeenteraden worden aangeboden en het DB de zienswijzen inclusief integrale reacte hierop aan het AB aanbiedt bij de behandeling van de stukken. In de integrale reacte wordt toegelicht welke zienswijzen zijn ontvangen, wat hiermee gedaan is en waarom (argumentate). Nadat het AB de stukken heef vastgesteld zullen deze standaard, met de integrale reacte, verzonden worden aan de colleges en raden van de deelnemende gemeenten. Ter verduidelijking: voor beleidskeuzes geldt de zienswijzeprocedure niet. Immers het kaderstellend beleid wordt in de GR Sociaal, altjd lokaal door de gemeenteraden vastgesteld. Zij stellen altjd de verordeningen en beleidsplannen vast, waardoor een zienswijzeprocedure niet nodig is bij deze stukken. Voor zover het maatwerk betref, verwijzen wij naar hoofdstuk 2 en bijlage 1 van deze memorie van toelichtng. Het proces van maatwerk en de rol van het bestuur is daar uitgebreid toegelicht.
Twee verordeningen die een GR moet hebben zijn wetelijk verplicht: de Financiële verordening en de Controleverordening. Deze verplichtng is opgenomen in de gemeentewet, artkel 212 en artkel 213. In de Wgr staat dat deze verplichtng ook voor GRen geldt (artkel 25). In de tabel hieronder zijn alle belangrijke inanciële stukken opgesomd met een korte toelichtng. De stukken worden vastgesteld door het AB van de GR Sociaal.
atuk oinanciële verordening
Controleverordening
oinancierings -statuut
aoelichting Uitgangspunten voor het inanciële beleid, alsmede voor het inanciële beheer en voor de inrichtng van de inanciële organisate vast. Deze verordening waarborgt dat aan de eisen van rechtmatgheid, verantwoording en controle wordt voldaan. De verordening bevat in ieder geval: 1. Regels voor waardering en afschrijving van actva; 2. Grondslagen voor de berekening van de door het gemeentebestuur in rekening te brengen prijzen en van tarieven voor rechten als bedoeld in artkel 229b, alsmede, voor zover deze wordt geheven, voor de hefng bedoeld in artkel 15.33 van de Wet milieubeheer; 3. Regels inzake de algemene doelstellingen en de te hanteren richtlijnen en limieten van de inancieringsfuncte. Deze gaat over de accountantscontrole en de rol van het dagelijks Bestuur en algemeen Bestuur. Deze moet in de toekomst worden uitgebreid met de rechtmatgheidsverklaring van het DB. Beschrijf hoe met de geldstromen wordt omgegaan, inclusief bevoegdheden en rolverdeling
Wettelijke basis Artkel 212 gemeentewet, artkel 35 Wgr
Artkel 213 gemeentewet, artkel 35 Wgr Artkel 212 gemeentewet, artkel 35 Wgr 27
rarantstellingen en leningen Activeren en afschrijven eisicomanagement en Weerstandsvermogen Verbonden partijen
oinanciële mandaten
De GRS heef geen garantstellingen, alleen leningen aan verbonden partjen (Stroomlijn en Baanbrekend Detacheren). De vaste actva van de GR SDD zijn erg beperkt (huisvestng, ICT). De nota die voor de GRD bestand kan inhoudelijk worden gehandhaafd, maar wordt aangepast aan nieuwe terminologie Deze notte beschrijf in algemene zin hoe met risico's wordt omgegaan. De notte bepaalt ook hoe de GR met weerstandsvermogen/ reserves omgaat.
De nieuwe GR Sociaal zal aandelen hebben in Stroomlijn en Baanbrekend Detacheren. In de aandeelhoudersvergaderingen wordt de GR vertegenwoordigd door een lid van het dagelijks Bestuur. Geadviseerd wordt begin 2022, als de nieuwe samenstelling van het DB bekend is, af te spreken wie die vertegenwoordiger is. Daarbij aandacht hebben voor de verschillende rollen van opdrachtgever en aandeelhouder. Er zal een nieuwe mandaatregeling moeten worden vastgesteld, toegespitst op de organisatorische inrichtng.
Artkel 212 gemeentewet, artkel 35 Wgr Nadere invulling inanciële verordening, artkel 212 gemeentewet
Wgr, GR tekst
Artikel 26 De rekenkamer(functie) Hierin is geregeld dat rapporten van een rekenkamer in het AB worden besproken en van commentaar voorzien.
Artikel 27 De begroting Het fnancieel kader Het inancieel kader is een set van uitgangspunten voor de inanciële sturing die van belang is bij het opstellen van de begrotng. De uitwerking van wat in dit kader is opgenomen vindt vervolgens plaats in diverse P&C stukken, waaronder de jaarlijkse uitgangspuntennotte die eerder al benoemd is. Op basis van de lokaal vastgestelde kaders en deze uitgangspunten wordt de conceptbegrotng voor de GR Sociaal opgesteld. Zoals gezegd is het inancieel kader een set van uitgangspunten voor de inanciële sturing die met name van belang is bij het opstellen van de begrotng. Dat kader kan niet zo “hard” zijn als in het verleden, omdat de uitkeringen uit het gemeentefonds steeds minder gealloceerd worden en omdat er bewust voor gekozen is om niet langer te begroten op basis van beschikbare middelen, maar op basis van reële kosten.
28
Om inanciële sturing op de GR Sociaal mogelijk te maken én invulling te geven aan de eisen en wensen die bij gemeenten leven, moet het inancieel kader daarom in samenhang worden bezien met twee andere instrumenten: de jaarlijkse uitgangspuntennotte en een inanciële monitor sociaal domein. Voor de inhoud van het kader wordt verwezen naar het aparte document dat hiervoor beschikbaar is. Artikel 28 Bijdrageverordening Een belangrijk document is de bijdrageverordening: hierin is vastgelegd volgens welke verdeelprincipes en sleutels de kosten van de GRD-dochters worden doorbelast aan de gemeenten. Over de kostenverdeelsystematek is in 2021 nog in de Drechtraad besloten. De transite GR Sociaal en het project kostenverdeelsystematek zijn bewust twee gescheiden sporen in 2021 geweest. Een wijziging van kostenverdeling staat namelijk volledig los van de te kiezen (of te behouden) rechtsvorm. De uitkomst van dit traject, dat start in november 2021, krijgt in elk geval zijn weerslag in de begrotngscyclus 2023 van de GR Sociaal. Formeel gaat het AB van de GR Sociaal er per 1 januari 2022 over. Om te voorkomen dat de systematek bij de start opnieuw op tafel komt zijn de colleges van de deelnemende gemeenten overeen gekomen dat de door de Drechtraad nieuw vastgestelde systematek 1 op 1 wordt overgenomen door het AB en deze in elk geval voor de komende vier jaar vaststaat.
Artikel 29 Weigering opname in de begroting De raden van de deelnemende gemeenten zijn wetelijk verplicht om de efecten van de begrotng van een gemeenschappelijke regeling voor hun gemeente op te nemen in de begrotng. Als een gemeenteraad weigert om dat te doen heef het AB de bevoegdheid om aan Gedeputeerde Staten van de provincie te vragen dat voor de raad te doen.
Artikel 30 De jaarrekening In dit artkel is geregeld dat het DB elk jaar inanciële verantwoording afegt aan het AB. In de Wgr is geregeld dat het DB de ontwerp-rekening vóór een bepaalde datum toezendt aan de raden van de deelnemers. Uit praktsch oogpunt wordt voor die datum aangesloten bij de in de wet genoemde datum. Artikel 31 Onderzoek en Vaststelling De Wgr verplicht het bestuur van een GR om de jaarrekening met bijbehorende stukken aan Gedeputeerde Staten van de provincie te sturen in het kader van het toezicht op gemeenschappelijke regelingen door het provinciebestuur. Als het AB de jaarrekening heef vastgesteld leidt dat tot décharge van de leden van het DB. Artikel 32 Bijdrage per gemeente
29
De GR wordt geinancierd op basis van voorschoten. Het verschil tussen de betaalde voorschoten en de werkelijke kosten wordt in kaart gebracht in de jaarrekening en op basis daarvan verrekend. Artikel 33 Weigering verrekening De verrekening op basis van de jaarrekening kan tot gevolg hebben dat een gemeente moet bijbetalen. Als een gemeente dat weigert kan het AB aan Gedeputeerde Staten vragen om de bevoegde gemeenteambtenaar de betaling op te dragen ten laste van de gemeente van hetgeen als verplichte uitgaaf op de begrotng is gebracht. Dat is een directe opdracht aan een ambtenaar en dus niet aan het bestuur.
Hoofdstuk 10 Toetreding, uittreding, wijziging en ophefng (artikelen 34-42) Gekeken is welke regelingen er al bestaan in het land, welke afspraken de huidige regeling al kent en welke jurisprudente er is over met name uitreding. Op basis hiervan zijn de artkelen in de tekst GR Sociaal geactualiseerd naar een nieuwe systematek, die zoveel als mogelijk aan de voorkant duidelijk maakt hoe het proces van uitreden eruit ziet en hoe de gevolgen duidelijk worden voor alle betrokkenen. In het licht van de vernieuwde regels is goed om nogmaals te vermelden dat de GR Sociaal niet een GR is die vanaf nul wordt opgebouwd. De bestaande Gemeenschappelijke Regeling Drechtsteden wordt omgebouwd. Dat betekent ook dat elke wijziging in taken en bevoegdheden afspraken met zich meebrengen over mogelijke meer- of minderkosten. Dit is een gegeven vanwege het feit dat het bestaande aangepast wordt en er ook nu al afspraken zijn in taak- en bevoegdheidsverdeling. Die verdeling maakt dat taken op een bepaalde manier binnen de GR Sociaal zijn ingericht (organisate, overhead e.d.). Maatwerk, maar ook het zelf gaan uitvoeren van taken, die nu nog regionaal belegd zijn, horen ook bij die keuzes. En met die keuzes komen mogelijk ook meer- of minderkosten naar boven.
Daarbij zij opgemerkt dat elke wijziging of uitreding maatwerk is en feitelijk al start bij de keuzes in beleid en de jaarlijkse uitgangspuntennotte. Via die route worden keuzes gemaakt, zaken voorbereid en kunnen ook afspraken worden gemaakt over de voorbereiding hierop binnen de GR Sociaal zelf. Bovendien kan de vraag dan gezamenlijk worden aangescherpt. Daarmee kan het zo zijn dat een uiteindelijke wijziging of uitreding, geen kosten meer met zich meebrengt, omdat hier al tjdig naartoe gewerkt kan worden. In de tekst is een bewuste splitsing gemaakt tussen uitreden en een beperking in de afname van een deel van de diensten, taken en bevoegdheden c.q. bepaalde diensten, taken of bevoegdheden niet langer te delegeren of mandateren aan de gemeenschappelijke regeling. Beiden hebben gevolgen, maar de gevolgen zijn verschillend, ook in impact en consequentes.
Artikel 34 aoetreding Dit artkel maakt het mogelijk dat en regelt het proces hoe andere gemeenten kunnen toetreden tot deze regeling. Een toetreding leidt automatsch tot een wijziging van de regeling. Voor een wijziging van een regeling hebben de colleges toestemming nodig van hun raad. Betrokkenheid van de raden bij een dergelijk besluit is dus al langs die weg verzekerd. 30
Artikel 35 iittreding Artkel 35 heef betrekking op de situate dat een gemeente zich volledig als deelnemer uit de GR wil terugtrekken. Tussen het moment waarop het AB het besluit tot uitreding van een gemeente ontvangt tot de daadwerkelijke datum van uitreden, zit een periode van 2 kalenderjaren. Dus als het AB op 30 december van 2022 een opzeggingsbesluit ontvangt kan de betrefende gemeente op zijn vroegst per 1 januari 2025 uitreden. Voor die periode is gekozen omdat er een redelijke periode nodig is om met elkaar de gevolgen van die uitreding te bespreken, bijvoorbeeld op het gebied van personeel, inrichtng processen, inanciën. Ook is er een periode van 9 maanden tot een jaar nodig voor het opstellen van stukken en het laten vaststellen daarvan, zoals de tekst van de GR Sociaal maar mogelijk ook van regelingen en contracten. Artikel 36 iiet langer afnemen van een deel van de diensten, taken en bevoegdheden Artkel 36 heef betrekking op de situate dat een of meerdere gemeenten een deel van de taken weghaalt bij de GR Sociaal, bijvoorbeeld om die taken weer zelf te gaan uitvoeren of onder te brengen bij een andere organisate. Artkel 36, lid 2 regelt dat ook voor deze gevallen een plan en deskundige nodig is, maar geef wel meer ruimte om daarin af te wijken ten opzichte van een volledige uitreding.
Tussen het moment waarop het AB een dergelijke aankondiging ontvangt en de datum waarop dat voornemen daadwerkelijk kan worden geëfectueerd, zit een periode van ten minste een kalenderjaar. Dat volgt uit lid 4. Er is wel ruimte om hier van af te wijken in het AB. Als alle deelnemende gemeenten hetzelfde deel van de taken weghalen bij de GR Sociaal regelt lid 6 dat in dat geval een gezamenlijk plan wordt opgesteld om alle gevolgen voor de GR van dat besluit te regelen. Artikel 37 iittredingsplan In artkel 37 wordt een risico-opslag benoemd. De ene uitreding is de andere niet, per geval kan het anders zijn en er is een verantwoordelijkheid als eigenaar (ook al treedt men 'deels' uit). Door deze verscheidenheid is geen eenduidig percentage genoemd, maar is besloten het berekenen van het percentage juist te beleggen bij de eeterne deskundige die in artkel 38 is genoemd. Met andere woorden, de eetern deskundige beoordeelt welke opslag gerechtvaardigd is en laat het daarmee onderdeel zijn van het uitredingsplan. Dan krijgen gemeenten op dit punt dus per geval maatwerk op het percentage aan risico-opslag, die door een eetern deskundige wordt onderbouwd. Artikel 38 Externe deskundige Als de situate zich voordoet dat een gemeente wil uitreden moeten de gevolgen daarvan worden geregeld.
Door een periode van 2 kalenderjaren in te bouwen tussen het moment waarop de uitreding wordt aangekondigd en het daadwerkelijke moment van uitreden, is tjd ingebouwd om in te spelen op die uitreding. Daarbij kan worden gedacht aan het aanpassen van processen, het omzeten van contracten, het organiseren van de personele 31
gevolgen. Dat vergroot de kans dat er zo min mogelijk frictekosten en desintegratekosten ontstaan. Dit alles moet worden vastgelegd in een uitredingsplan. Vanwege de compleeiteit van het vraagstuk en de onbekendheid daarmee binnen het eigen ambtelijk apparaat en ook om discussie over belangenverstrengelingen te voorkomen is in artkel 38 bepaald dat voor het opstellen van het uitredingsplan een eeterne deskundige wordt ingeschakeld. In het geval het gaat om het niet langer afnemen van een deel van de diensten, taken en bevoegdheden regelt artkel 36, dat het AB kan bepalen of de deskundige in artkel 37 daadwerkelijk een eeterne is. Artikel 39 iittreedsom Ondanks de overbruggingsperiode is het niet ondenkbaar dat er kosten ontstaan of achterblijven bij de GR Sociaal als gevolg van dat uitreden. De uitredende gemeente zal die kosten moeten compenseren. Het AB stelt het Uitredingsplan en de uitreedsom vast. De uitreedsom kan, op verzoek van de uitredende gemeente, eventueel in termijnen worden voldaan. In het geval het gaat om het niet langer afnemen van een deel van de diensten, taken en bevoegdheden regelt artkel 36, dat het AB de termijnen in artkel 39, lid 1 en nader kan bepalen. Hiermee ontstaat er meer feeibiliteit. Zoals gezegd zal per situate immers de impact verschillen. Op deze manier kan daar rekening mee worden gehouden.
Artikel 40 Verplichtingen uittreder Op grond van dit artkel is de uitredende gemeente verplicht zich in elk geval in te spannen om personeel dat boventallig wordt als gevolg van het uitreden, zelf in dienst te nemen of anderszins voor een oplossing te zorgen. Dezelfde verplichtng geldt voor andere aspecten van het uitreden. Artikel 41 Wijziging Voor wijzigen, toetreden en uitreden uit een regeling geldt dat de colleges dit niet kunnen doen voordat er toestemming is van de gemeenteraden. Dit volgt uit artkel 1, lid 2 en 3 van de Wgr, waarin het volgende is opgenomen: De colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters gaan niet over tot het trefen van een regeling dan na verkregen toestemming van de gemeenteraden. De toestemming kan slechts worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang. Onder het trefen van een regeling wordt in dit artkel mede verstaan het wijzigen van, het toetreden tot en het uitreden uit een regeling. Om verwarring te voorkomen is in de GR tekst waar het gaat over wijzigen, toetreden of uitreden een verwijzing naar het bepaalde hierover in de Wet Gemeenschappelijke regelingen opgenomen. In het tweede lid is bepaald dat voorstellen tot wijziging van de regeling in principe via het college van Dordrecht aan de andere deelnemers worden voorgelegd. De reden daarvoor is van praktsche aard.
De opsteller van de wijzigingsvoorstellen is in dienst van de gemeente Dordrecht en kan daarom deze voorstellen het snelst en meest efciënt langs deze weg in 32
procedure brengen. Dat is al vaste praktjk sinds de oprichtng van de GR Drechtsteden in 2006 en daarvan is, wederom om praktsche redenen slechts één keer afgeweken. In dat ene geval is het voorstel via het college van Zwijndrecht aan de andere gemeenten voorgelegd. Artikel 42 Ophefng De regeling kan slechts worden opgeheven als alle deelnemers dat met elkaar besluiten. In dat geval wordt voor de ophefng een liquidateplan opgesteld.
Hoofdstuk 11 Slotbepalingen (artikelen 43-49) Artikel 43 reschillen In de laatste artkelen van de tekst GR Sociaal komt o.a. aan bod hoe omgegaan wordt met geschillen. Dit is nadrukkelijk een ander onderwerp dan het kunnen instellen van een arbitragecommissie bij discussie over maatwerk. Artkel 43 gaat altjd uit van het bereiken van consensus in het bestuur en het goede gesprek met het bestuur en (een afvaardiging van) het college waarop het geschil betrekking heef. Als dit niet tot een oplossing leidt, wordt een deskundigenadvies aangevraagd. Elke deelnemer kan een geschil voorleggen aan Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, als het deskundigenadvies voor een deelnemer tot een onwenselijke uitkomst leidt. Artikel 44 Het archief Deze bepaling is ongewijzigd ten opzichte van de huidige situate. Artikel 45 Beheerder Deze bepaling is ongewijzigd ten opzichte van de huidige situate. Artikel 46 Evaluatie In artkel 46 worden afspraken gemaakt over de evaluate van de regeling en dat dit in elk geval gebeurt 3 jaar na de invoering van een wezenlijke wijziging. Hiervoor is gekozen zodat er voldoende tjd is om de wijzigingen te bestendigen in de dagelijkse praktjk. Artikel 47 reldigheidsduur De regeling geldt totdat de deelnemers besluiten dat hij wordt opgeheven overeenkomstg artkel 42. Artikel 48 Inwerkingtreding In artkel 48 wordt de inwerkingtreding geregeld.
Dat is 1 januari 2022, met uitzondering van het kopje "sociale werkvoorziening (wsw). Deze treedt in werking met terugwerkende kracht tot 1 april 2021. In de GR D tekst die gold tot 1-1-2022 stonden de volgende 2 taken uitgewerkt: c. het bieden van begeleiding aan werkgevers en werknemers, waarbij de werknemers op 1 januari 2015 een sw-indicate begeleid werken hebben en in dienst zijn van de werkgever;
33
d.
het uitvoeren van de verordening persoonsgebonden budget begeleid werken Wsw voor zover het gaat om mensen die op 1 januari 2015 een sw-indicate begeleid werken hebben; Deze 2 onderdelen zijn per 1 april 2021 komen te vervallen, de taken zijn teruggegaan naar de gemeenschappelijke regeling Drechtwerk. Met een juiste inwerkingtreding van dit onderdeel, is dit ook rechtmatg afgehandeld. Artikel 49 Citeertitel Bepaalt de formele naam van de regeling
34
Bijlage 1 Spelregels maatwerk en feeibiliteit Maatwerk is mogelijk op verschillende manieren. Hieronder tref u een aantal uitgewerkte voorbeelden aan. Dit is niet limitatef. In voorkomende situates vindt altjd overleg plaats:
Elke route kent eigen kenmerken, die op de volgende bladzijden nader worden toegelicht. In het gemeenschappelijke takenpakket kan er een maatwerkwens per gemeente zijn > de paarse route Maatwerk in het gemeenschappelijke takenpakket Zoals gezegd kan er in de regionale afspraken maatwerk worden toegepast. Met name de paarse route is nieuw. Immers, in de huidige GRD worden alle kaders eenduidig voor alle gemeenten door de Drechtraad vastgesteld, dit gebeurt straks door de lokale raden. Zoals al aangegeven blijf (enige) harmonisate voor de robuustheid en efciënte van de GR Sociaal daarin van belang. Het maatwerk komt bij voorkeur vroegtjdig naar boven tjdens het interacteve beleidsproces tussen gemeenten en GR Sociaal, waarin in co-create gewerkt wordt aan de kaderstellende beleidsstukken, de nadere regels en beleidsregels. GR Sociaal is conform het principebesluit penvoerder (beleid wordt in de GR Sociaal opgesteld en uitgevoerd). Informate wordt gedeeld, kennis wordt uitgewisseld en in samenwerking wordt tot één of meer voorstellen gekomen. Tijdens het proces wordt duidelijk waar maatwerk gewenst is. De GR Sociaal maakt daarbij inzichtelijk wat wel en niet kan vanuit wet- en regelgeving en geef aan of en zo ja welke consequentes er zijn voor de bedrijfsvoering, uitvoering en inwoners. In dit proces wordt geduid met elkaar waar de echte verschillen ziten.
Gemeenten en GR Sociaal beogen met elkaar waar dat kan harmonisate in de beleidskaders te behouden zodat het uitvoerbaar en efciënt kan blijven, maar geven de ruimte om lokale wensen te bespreken en een goede plek te geven. Als er consequentes zijn maakt de GR Sociaal een uitvoeringtoets: een gedetailleerde uitwerking van de consequentes, inclusief reële kostenindicate van de vraag. Onderdeel van deze uitwerking is o.a. personele- en, organisatorische gevolgen, juridische consequentes, de eventuele meer of minderkosten daarvan en eventuele consequentes 35
voor de andere gemeenten. Ook wordt een dekkingsvoorstel uitgewerkt. Daarbij wordt opgemerkt dat kosten kunnen fuctueren al naar gelang er één of meer gemeenten dezelfde maatwerkvraag hebben. Mogelijke (fricte)kosten zijn voor de vragende organisate. Bij een akkoord op het maatwerk zal dit in de verschillende (beleids)stukken verwerkt worden.
Het AB van de GR Sociaal wordt vroegtjdig betrokken in de volgende gevallen: Het maatwerk raakt de kosten en resultaatafspraken van de andere deelnemende gemeenten De GR Sociaal loopt met het maatwerk een risico op het gebied van rechtmatgheid of voor de bedrijfsvoering De dekking van het maatwerk moet deels komen uit de begrotng van de GR Sociaal Het AB leidt alle beleidsvoorstellen door naar lokale gremia voor vaststelling en is daarmee ook vroegtjdig betrokken en krijgt scherp waar eventuele verschillen zijn. Zij stelt binnen deze kaders en gegeven de gedelegeerde of gemandateerde bevoegdheden ook zelf stukken vast. Voorbeeld 1: Gemeente X wil graag voor het persoonlijk minimabudget 300 euro verstrekken, gemeente Y 200 euro. Dit is kostenneutraal uitvoerbaar voor een GR Sociaal, zolang voorwaarden en eisen hetzelfde blijven. Voorbeeld 2: Gemeente Y wil de tegenprestate (partcipatewet) invoeren. De tegenprestate zou een wijziging van de kaderstelling binnen de verordening Werk & Inkomen inhouden. Idealiter overigens wordt deze wens vroegtjdig kenbaar gemaakt in het interacteve beleidsproces (en niet bij de uiteindelijke behandeling in de lokale raden). Het invoeren van een tegenprestate heef een forse impact op de bedrijfsvoering en mogelijk ook maatschappelijke gevolgen.
Met een uitvoeringstoets zal de GR Sociaal de gevolgen voor de bedrijfsvoering, uitvoering én inwoners in beeld brengen als ook de inanciële consequentes voor de betrefende gemeente Y.
Er kunnen ook, al dan niet tjdelijk in de vorm van bijvoorbeeld projecten, eetra taken worden afgesproken, boven op het gemeenschappelijke takenpakket ten gunste van deze taak > de groene route. (aijdelijke) projecten of afspraken boven op het gemeenschappelijke takenpakket ten gunste van deze taak als extra “plus”. Op zich is dit ook nu al geen onbekend gegeven, aangezien er nu ook al maatwerk in deze vorm bestaat. Het is goed om vooraf heldere afspraken te maken over het proces in de nieuwe GR. Het gaat om aanvullende actviteiten naast het gemeenschappelijke aanbod die ten gunste komen van de gemeenschappelijke taak waar gemeenten in de GR Sociaal aan samenwerken. Er komt een regulier ambtelijk overleg tussen de zeven gemeenten en de GR Sociaal. Daar worden maatwerkvragen gemeld en besproken. Zo is er overzicht over de vragen én kunnen andere gemeenten tegelijkertjd aanhaken op de vraag als hen dat interessant lijkt. Door het aanhaken van andere gemeente op de vraag mag de oorspronkelijke vrager geen onnodige vertraging oplopen. Zodra duidelijk is dat er een wens is vinden er één of meer vraagverhelderingsgesprekken plaats tussen de vrager en GR en informate en kennis wordt gedeeld. De GR Sociaal en de vragende 36
gemeente komen met een gedetailleerde uitwerking van de vraag, de consequentes, inclusief reële kostenindicate van de vraag. Onderdeel van deze uitwerking is o.a. personele- en, organisatorische gevolgen, juridische consequentes, de eventuele meer of minderkosten daarvan en eventuele consequentes voor de andere gemeenten. Ook wordt een dekkingsvoorstel uitgewerkt. Daarbij wordt opgemerkt dat kosten kunnen fuctueren al naar gelang er 1 of meer gemeenten dezelfde maatwerkvraag hebben. Mogelijke (fricte)kosten zijn voor de vragende organisate. Na akkoord zal de ambtelijke organisate van de GR Sociaal met de gemeente(n) het initatef nemen om de afspraak vast te leggen in de juiste documenten (bv een beleidsnotte of P&C documenten). (Tijdelijke) projecten of afspraken boven op het gemeenschappelijke takenpakket ten gunste van deze taak als eetra “plus”.
Het AB van de GR Sociaal wordt vroegtjdig betrokken in de volgende gevallen: • Het project raakt de kosten en resultaatafspraken van de andere deelnemende gemeenten • De GR Sociaal loopt met het project/afspraak een risico op het gebied van rechtmatgheid of voor de bedrijfsvoering • De dekking moet deels komen uit de begrotng van de GR Sociaal
Voorbeeld 1: Gemeente X wil graag een eetra tjdelijk project voor de re-integrate van jongeren uitvoeren, naast de bestaande afspraken voor re-integrate
Voorbeeld 2: Gemeente X wil graag een project opzeten voor alleenstaande moeders met mult-problematek om hun leven daarmee sneller op de rit te krijgen zodat zij met ontwikkelen naar werk aan de slag
Ook op uitvoeringsniveau, het hoe, is maatwerk mogelijk > de blauwe route. Maatwerk op uitvoeringsniveau (het HOE) Dit gaat over het concrete dagelijks werk en hoe je dit met elkaar doet en afspreekt. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de gemeenschappelijke toegang en triage en over het overleg op uitvoeringsniveau over inwoners om tot de beste oplossing voor een inwoner te komen. Dit krijgt vorm door samen op locate of in teams te werken. En zo tjdig contact met elkaar op uitvoeringsniveau te hebben en daar af te stemmen. Elkaar leren kennen, verdiepen in elkaars werkwijze en manier van handelen is daarbij belangrijk, zodat er makkelijker en sneller contact mogelijk is en organisates met elkaar werken aan de oplossing die het beste past bij de situate op inwonerniveau. Aangezien de wethouder die lid is van het AB verantwoording afegt aan raad, is het van belang dat hij of zij regelmatg geunformeerd wordt door de GR Sociaal over de uitvoering in zijn/haar gemeente en eventuele bijzonderheden. Door deze rechtstreekse contacten kunnen ook signalen snel worden opgepakt en uitgezocht.
Gemeenten en andere organisates kunnen tot slot aparte afspraken maken in de vorm van een DVO. Een DVO kan worden afgesloten met 1 of meer gemeenten (maar niet alle 7, want
37
dan hoort het in het gemeenschappelijke takenpakket), maar ook met andere organisates. Dit is de oranje route. Buiten het gemeenschappelijke takenpakket: afspraken over andere taken met 1 of meer gemeenten of andere organisaties Deze afspraken kunnen zich voordoen bij bijvoorbeeld nieuwe wetgeving. In het regulier ambtelijk overleg tussen de zeven gemeenten en de GR Sociaal worden ook de landelijke beleidsontwikkelingen gevolgd en besproken. Bij nieuwe wetgeving in het sociaal domein zullen de gemeenten met elkaar in gesprek gaan over het organiseren en uitvoeren van deze wet. Ook kan het gaan om nieuwe wensen of behoefen. Op het moment dat met elkaar vastgesteld wordt dat de zeven gemeenten de taak graag regulier in de GR Sociaal met elkaar willen afspreken, kan dit verder uitgewerkt worden en zal dit uiteindelijk met een wijziging van de GR tekst juridisch ook geregeld worden. Tijdens de gesprekken kan ook blijken dat één of meer gemeenten dit lokaal willen organiseren en één of meer gemeenten dit regionaal gezamenlijk willen regelen met de GR Sociaal. Het zal dan zo zijn dat de gemeenten die hier afspraken over willen maken met de uitvoeringsorganisate van de GR Sociaal, hier verder over in gesprek gaan om te komen tot een dienstverleningsovereenkomst (DVO).
Er kunnen DVO’s worden gesloten met niet alleen de zeven Drechtstedengemeenten, maar ook met andere organisates of partjen. De DVO’s kunnen in principe door de directeur van de ambtelijke organisate van de GR worden afgesloten. In de GR tekst ligt de opdracht bij het dagelijks bestuur. Zij kunnen op hun beurt in mandaatbesluiten tussen het bestuur van de GR Sociaal en de directeur van de ambtelijke organisate een en ander verder regelen. Het AB van de GR Sociaal wordt betrokken bij de totstandkoming van de DVO’s in de volgende gevallen: • Het project raakt de kosten en resultaatafspraken van de andere deelnemende gemeenten • De GR Sociaal loopt met deelname aan het project een risico op het gebied van rechtmatgheid of voor de bedrijfsvoering • De dekking van het project moet deels komen uit de begrotng van de GR Sociaal
38