CConstaterende datHendrik-Ido-Ambacht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 bij raadsvorstel 9.4 NL.IMRO.0531.bp47WlgDeNoorden-3001 Toelichting

commissie RZ-de Volgerlanden openbaar 20 september 2022, gemeente Hendrik-Ido-AmbachtBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Waterlandgoed De Noorden17.201 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan Waterlandgoed De Noorden Herziening 2022 Gemeente Hendrik-Ido-Ambacht

NL.IMRO.0531.bp47WlgDeNoorden-3001 ONTWERP 14 juli 2022

Contactpersoon Chandra Sly Senior Projectleider T M E

Arcadis Nederland B.V.

bestemmingsplan Waterlandgoed De Noorden Herziening 2022 (ontwerp)

Inhoudsopgave

Toelichting Hoofdstuk 1

5 Inleiding

5

1.1

Aanleiding

5

1.2

Plangebied

5

1.3

Vigerend bestemmingsplannen

6

1.4

Leeswijzer

8

Hoofdstuk 2

Bestaande situatie en toekomstige ontwikkeling

9

2.1

Huidige situatie

9

2.2

Toekomstige situatie

10

Hoofdstuk 3

Relevante beleidskaders

12

3.1

Inleiding

12

3.2

Rijksbeleid

12

3.3

Provinciaal en regionaal beleid

13

3.4

Gemeentelijk beleid

17

3.5

Conclusie

20

Hoofdstuk 4 4.1

Inleiding

Ruimtelijke ordening en milieu-onderzoeken

21 21

3

bestemmingsplan Waterlandgoed De Noorden Herziening 2022 (ontwerp)

4.2

M.e.r.-beoordeling

21

4.3

Geluid

26

4.4

Water

28

4.5

Klimaat

31

4.6

Bodem

32

4.7

Archeologie

33

4.8

Ecologie

36

4.9

Verkeer en parkeren

40

4.10 Luchtkwaliteit

41

4.11 Geur

42

4.12 Externe veiligheid

44

4.13 Bedrijven en milieuhinder

46

4.14 Beeldkwaliteitsparagraaf

47

Hoofdstuk 5

Juridische planbeschrijving

48

5.1

Algemeen

48

5.2

Opbouw regels

48

5.3

De bestemmingen

48

Hoofdstuk 6

Uitvoerbaarheid

50

6.1

Economische uitvoerbaarheid

50

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

50

4

bestemmingsplan Waterlandgoed De Noorden Herziening 2022 (ontwerp)

Toelichting Hoofdstuk 1

1.1

Inleiding

Aanleiding

In Hendrik Ido Ambacht is "De Noorden" een prominente plek aan de Waal. Het gebied is gelegen aan het water en bestaat uit een combinatie van agrarische gronden en bebossing. De locatie zal worden ontwikkeld tot een gebied met landschappelijke waarden en bouwkavels van 1.140 tot 5.788 m2 voor maximaal tien vrijstaande woningen. Met deze ontwikkeling wordt ingespeeld op de toenemende vraag naar woningen terwijl het landschappelijke karakter behouden blijft. De ontwikkeling is echter niet inpasbaar in het huidige bestemmingsplan 'Waterlandgoed De Noorden', vastgesteld op 3 december 2018, (NL.IMRO.0531.bp08Waterlandgoed-3001). Ten behoeve van deze ontwikkeling wordt daarom het onderhavige bestemmingsplan 'Waterlandgoed De Noorden Herziening 2022' (NL.IMRO.0531.bp47WlgDeNoorden-) opgesteld om deze ontwikkeling juridisch mogelijk te maken. Dit bestemmingsplan vervangt het huidige bestemmingplan.

1.2

Plangebied

Het plangebied maakt deel uit van de Zwijndrechtse Waard, in de zuidoostelijke hoek van het eiland IJsselmonde ten noordwesten van Hendrik-Ido-Ambacht. Het plangebied wordt begrensd door de Waal aan de noordzijde en de Achterambachtseweg aan de zuidzijde. De lintbebouwing langs de Achterambachtseweg en de twee daarachterliggende monumentale boerderijen Palmhoeve en Vreedebest maken geen onderdeel uit van het plangebied. Aan de oost-, west- en zuidzijde bevinden zich verspreid woningen om het plangebied heen. Het betreft een gebied buiten de bebouwde kom; hierbij zijn woningen vrijstaand en is de ruimte daaromheen ruim opgezet met grote langgerekte tuinen en grasland. Aan de overzijde van de Waal is een gemengd gebied gelegen met agrarische gronden, kleine bedrijventerreinen en woningen. Boven dit gemengd gebied loopt de provinciale weg N915 en de snelweg A15.

5

bestemmingsplan Waterlandgoed De Noorden Herziening 2022 (ontwerp)

1.3

Vigerend bestemmingsplannen

Op 3 december 2018 is het bestemmingsplan 'Waterlandgoed De Noorden' vastgesteld. Binnen dit bestemmingsplan werd de ontwikkeling van woningen mogelijk gemaakt. In totaal ging het om zeven hoofdgebouwen met acht bouwvlakken. Hierbij was het plan om als één van de hoofdgebouwen een landhuis te ontwikkelingen, dit kon een grote woning zijn of meerdere appartementen. De gemeente had daarbij de wens om de oever van "Het Waaltje" toegankelijk te maken. De eigenaar, de familie Bol, wilde hier aan meewerken in het plan. Het plan van Waterlandgoed De Noorden bestaat uit de realisatie van een gebied met een omvang van ruim vijf hectare. Omdat het huidige bestemmingsplan een beperkt aantal bouwvlakken toestaat op de planlocatie was de ontwikkeling van maximaal 10 woningen niet inpasbaar binnen dit plan. Met dit nieuwe bestemmingsplan wordt de ontwikkeling juridisch mogelijk gemaakt. Voor het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Waterlandgoed De Noorden' en het parapluplan 'Parapluherziening parkeernormen Hendrik-Ido-Ambacht'.

1.3.1

Strijd met bestemming

Waterlandgoed De Noorden Het bestemmingsplan 'Waterlandgoed De Noorden'(vastgesteld op 3 december 2018) valt over het gehele gebied en geeft voor de planlocatie de bestemmingen "Groen - Landgoed" (artikel 3), "Natuur" (artikel 4), "Water" (artikel 5), "Wonen - Landgoed" (artikel 6), "Waarde - Archeologie" (artikel 7) en "Waterstaat" (artikel 8).

6

bestemmingsplan Waterlandgoed De Noorden Herziening 2022 (ontwerp)

Afbeelding: bestemmingen planlocatie bestemmingsplan Waterlandgoed De Noorden

Voor de bestemming "Groen-Landgoed" geldt dat de gronden gebruikt mogen worden voor: a. b. c. d.

behoud, herstel en ontwikkeling van natuur- en landschapswaarden; groen en water; paden, wegen en steigers; bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals parkeervoorzieningen, nutsvoorzieningen, voorzieningen ten behoeve van beheer en onderhoud van het landgoed, bruggen, steigers en onderhoud van het landgoed, bruggen, steigers en duikers.

De ontwikkeling omvat het gebruik van gronden met deze bestemming, voor wonen. De ontwikkeling is daarom niet inpasbaar in het bestemmingsplan. Parapluherziening parkeernormen Hendrik-Ido-Ambacht De belangrijkste verplichtingen uit dit bestemmingsplan zijn gegeven in de artikel 4 "Algemene gebruiksregels" hierin staat: 4.1 Strijdig gebruik Tot een strijdig gebruik met de in artikel 2.1 genoemde plannen gegeven bestemmingen wordt in ieder geval gerekend het gebruik van gronden of bouwwerken waarbij niet wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid volgens de normering zoals deze is opgenomen in de 'Parkeernota Nieuwe ontwikkelingen 2018' (vastgesteld d.d. 8 juli 2019) en diens rechtsopvolger(s). 4.2 Voorwaardelijke verplichting Een omgevingsvergunning voor het bouwen, het uitbreiden en het wijzigen van de functie van gebouwen en gronden van de in artikel 2.1 genoemde plannen wordt slechts verleend, indien bij de aanvraag wordt aangetoond dat wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid volgens de normering zoals deze is opgenomen in de 'Parkeernota Nieuwe ontwikkelingen 2018' (vastgesteld d.d. 8 juli 2019) en diens

7

bestemmingsplan Waterlandgoed De Noorden Herziening 2022 (ontwerp)

rechtsopvolger(s). Zolang er voldaan wordt aan de parkeernorm uit de parkeernota wordt voldaan aan dit artikel (zie ook paragraaf 4.9). De regeling uit de parapluherziening is overeenkomstig overgenomen in het onderhavige bestemmingsplan.

1.4

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de bestaande situatie en wordt een toelichting gegeven op de geplande ontwikkeling. Hoofdstuk 3 bevat de beschrijving van de relevante beleidskaders. De diverse noodzakelijke onderzoeken ten aanzien van bijvoorbeeld milieuaspecten komen in hoofdstuk 4 aan bod. Hoofdstuk 5 gaat in op de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

8

bestemmingsplan Waterlandgoed De Noorden Herziening 2022 (ontwerp)

Hoofdstuk 2

2.1

Bestaande situatie en toekomstige ontwikkeling

Huidige situatie

Het plangebied gebied wordt in de bestaande situatie gekenmerkt door twee verschillende landschappelijke structuren. Het oostelijke deel van het plangebied is te herkennen aan zijn eilandenstructuur. Hierin zijn vijf grote rechthoekige eilanden te herkennen. De eilanden zijn verbonden middels een brug/oversteek aan de toegangsweg. Om de eilanden heen loopt een watergang. Deze structuur is aangebracht na het vaststellen van het vigerende bestemmingsplan. Voorheen bestond het gebied uit open grasland. Binnen het vigerende bestemmingsplan hebben vier eilanden een enkelbestemming "Groen – Landgoed" en "Wonen – Landgoed gekregen". Het eiland in het noorden (op de kop) heeft de enkelbestemming natuur gekregen. De gronden van de eilanden zijn met 50 cm opgehoogd en liggen nu voornamelijk braak. Op basis van het vigerende bestemmingsplan zijn er twee kavels binnen de eilandenstructuur verkocht. Ten zuiden van de eilandenstructuur ligt nog één kavel die ook bij het plangebied behoort, deze bestaat voornamelijk uit grasland. Op deze locatie stond een voormalige aardappelschuur, maar deze is in het verleden afgebrand. De ten zuiden van de aardappelschuur aangrenzende woning aan de Achterambachtseweg 47B is gesloopt ten behoeve van de realisatie van De Noorden.

Afbeelding: de huidige situatie van het oostelijke deel van het plangebied

De westzijde bestaat het plangebied uit een parkachtige omgeving, dit gebied is sinds vaststelling van het vigerende bestemmingsplan onveranderd gebleven. Dit gebied is gelegen achter de boerderij Palmhoeve (rijksmonument) en is aangelegd als een grote landschapstuin met waterpartijen, glooiingen en bomen, ontworpen in de Engelse Landschapsstijl. Het water staat op twee plaatsen in verbinding met de Waal.

9

bestemmingsplan Waterlandgoed De Noorden Herziening 2022 (ontwerp)

Afbeelding: de huidige situatie van het westelijke deel van het plangebied

2.2

Toekomstige situatie

Het stedenbouwkundige plan gaat uit van de ontwikkeling van tien woningen op ruim opgezette kavels. Hiervan worden er ten opzichte van het vorige plan (2018) drie nieuwe kavels toegevoegd. Ook worden de eerder opgenomen bouwvlakken en woonbestemmingen op een aantal plekken verschoven voor een optimale indeling. In het huidige bestemmingsplan zijn acht bouwvlakken opgenomen waarvan er zeven bebouwd mogen worden. Met de nieuwe ontwikkeling worden er drie nieuwe kavels toegevoegd en een kavel uit het bestaande plan zal komen te vervallen. Het nieuwe plan kent dan een totaal van tien verschillende uitgeefbare kavels. Het gebied wordt gekenmerkt door twee landschappelijk verschillende delen binnen het raamwerk. In het hele gebied is het water een belangrijk aanknopingspunt. Alle kavels zijn aan het water gelegen. De kop van het gebied, de noordzijde aan de Waal, blijft onbebouwd en groen. Dit gebied wordt opengesteld. Met de ontwikkeling wordt gestreefd naar het wonen aan het water binnen een groene omgeving. De twee deelgebieden worden met elkaar verbonden door meerdere bruggen. Als eerst wordt de zuidelijke brug aangelegd. Dit zal een verbinding worden voor voetgangers, fietsers en auto's. De middelste brug volgt later en is geschikt voor voetgangers, fietsers en bij calamiteiten door verkeer. In het oostelijk deel blijft het karakter van de eilanden behouden.

In de huidige situatie zijn de eilanden al aangebracht en is de grond met 50 cm opgehoogd. Om de lengterichting te benadrukken wordt de rechthoekige bebouwing hoofdzakelijk in de lengterichting op de kavels gepositioneerd. De kappen volgen ook de richting van het landschap. Aan de oostzijde is plek voor vijf kavels variërend van 1.490 m² tot 5.788 m². In het westelijke deel vormt de bestaande parkachtige situatie het uitgangspunt. Hiermee wordt niet langer meer uitgegaan van de monumentale structuur uit het vigerende bestemmingsplan. De bestaande kwaliteiten van de parkstructuur wordt intact gehouden. Op deze manier kan de bebouwing op een natuurlijke wijze een plek krijgen in het gebied. Door middel van de huidige landweg worden de woningen ontsloten. In het midden van het gebied blijft er ruimte voor groen. Door de volgroeide bestaande bomen te handhaven en de bouwvlakken hier omheen te situeren ontstaat het karakter van een park. Aan de westkant is plek voor vijf nieuwe kavels variërend van 1.140 m² tot 2.975 m².

10

bestemmingsplan Waterlandgoed De Noorden Herziening 2022 (ontwerp)

Afbeelding: het stedenbouwkundig ontwerp (26 november 2021) van voorgenomen ontwikkeling 'De Noorden'

11

bestemmingsplan Waterlandgoed De Noorden Herziening 2022 (ontwerp)

Hoofdstuk 3

3.1

Relevante beleidskaders

Inleiding

Voor het plangebied zijn diverse beleidstukken relevant. Het gaat hierbij om gemeentelijk, regionaal, provinciaal en nationaal beled. Dit hoofdstuk bespreekt de hoofdlijnen van de beleidskaders die specifiek gelden voor de ontwikkeling van het plangebied De Noorden. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Voor wonen geldt dat vanaf twaalf woningen er sprake is van een stedelijke ontwikkeling die ladderplichtig is. Het huidige bestemmingsplan 'Waterlandgoed De Noorden' bevat echter reeds acht bouwvlakken. Er worden drie nieuwe kavels toegevoegd en één kavel uit het bestaande bestemmingsplan komt te vervallen. Er is daarom geen ladderplicht aan de orde.

3.2

Rijksbeleid

Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) loopt vooruit op de inwerkingtreding van de Omgevingswet en vervangt op rijksniveau de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen in gebieden betere, meer geïntegreerde keuzes worden gemaakt. Voor de NOVI is omgevingskwaliteit het kernbegrip. Dit begrip omvat ruimtelijke kwaliteit en milieukwaliteit waarbij ook maatschappelijke waarden en inhoudelijke normen in acht worden genomen. In dat samenspel van normen, waarden en collectieve ambities, stuurt de NOVI op samenwerking tussen alle betrokken partijen. Met steeds een zorgvuldige afweging van belangen wordt in de NOVI gewerkt aan vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.

ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie, een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel, sterke en gezonde steden en regio's en een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen, en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen. Voor dit project relevante nationale belangen zijn: Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit. Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. Zorgdragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoefte. Met deze ontwikkeling wordt aangesloten op de bovenstaande nationale belangen. Er wordt bijgedragen aan de woningvoorraad doordat er meer woningen mogelijk worden gemaakt en er wordt een gezonde en veilige leefomgeving gecreëerd waardoor de leefomgevingskwaliteit wordt verbeterd. De ontwikkeling is daarom niet in strijd met het NOVI. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, 2020) Het Barro is op 30 november 2011 in werking getreden en op 1 december 2020 voor het laatst gewijzigd. Het Barro voorziet in de juridische borging van het nationaal ruimtelijk beleid. Voor wat betreft het voor nationale belangen noodzakelijk is, bevat het regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken.

12

bestemmingsplan Waterlandgoed De Noorden Herziening 2022 (ontwerp)

Voorbeelden van zaken die geregeld zijn in het Barro zijn rijksvaarwegen, hoofdwegen, het 380 kV-netwerk en buisleidingen van nationaal belang. De planlocatie ligt niet binnen zones waar op basis van het Barro beperkingen of voorwaarden van toepassing zijn. Het Barro staat daarom de uitvoering van het project niet in de weg. Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro, 2019) De Rarro bevat een uitwerking van het al eerder in het Barro gepubliceerde ruimtelijke regime rond radars voor militaire luchtvaart. Op het plangebied is alleen een radarverstoringsgebied van toepassing. Uit de kaarten uit bijlage 8 van het Rarro blijkt dat dit betekent dat voor windturbines een bepaalde hoogte aangehouden dient te worden; dit heeft echter geen gevolgen de ontwikkeling zoals nu gepland. Het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) Het Besluit m.e.r. is een algemene maatregel van bestuur welke wordt gebruikt om te bepalen of bij de voorbereiding van een plan of een besluit een m.e.r.-(beoordelings)procedure moet worden doorlopen. Het Besluit m.e.r. bestaat uit een hoofddeel en vier bijlagen. De vier bijlagen staan aangeduid als de onderdelen A, B, C en D: Onderdeel A bevat de omschrijving van diverse begrippen die in het Besluit m.e.r. genoemd worden. Onderdeel B is vervallen. Onderdeel C bevat activiteiten, plannen en besluiten waarvoor het doorlopen van een m.e.r.

verplicht is. Onderdeel D bevat activiteiten, plannen en besluiten waarvoor het maken van een m.e.r.-beoordeling verplicht is. De geplande ontwikkeling valt niet onder een van de activiteiten zoals genoemd in onderdeel C of D en is daarmee niet m.e.r. plichtig. Wel is ten behoeve van dit bestemmingsplan een vormvrije m.e.r. opgesteld zodat de gevolgen van de ontwikkeling op de omgeving duidelijk worden. Nationaal Waterplan 2016-2021 Het Nationaal Waterplan (NWP) bevat de hoofdlijnen van het nationaal waterbeleid en de daartoe behorende aspecten van het ruimtelijk beleid. Het NWP geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de planperiode 2016-2021, met een vooruitblik richting 2050. Het kabinet speelt proactief in op de verwachte klimaatveranderingen op lange termijn. Dit doet het kabinet om overstromingen te voorkomen. Gestart wordt met de uitvoering van realistische maatregelen die een antwoord bieden op de opgaven voor de korte termijn en voldoende mogelijkheden openlaten om op langere termijn verdere stappen te zetten. Het kabinet sluit daarmee aan bij de resultaten van het Deltaprogramma. Het kabinet streeft naar een integrale benadering, door natuur, scheepvaart, landbouw, energie, wonen, recreatie, cultureel erfgoed en economie (inclusief verdienvermogen) zo veel mogelijk in samenhang met de wateropgaven te ontwikkelen.

De geplande ontwikkelingen staan het nationale waterbeleid niet in de weg, het NWP belemmert daarom de ontwikkeling niet.

3.3

Provinciaal en regionaal beleid

Omgevingsverordening Zuid-Holland De omgevingsverordening Zuid-Holland is een juridische vertaling van het beleid op provinciaal niveau. In de verordening is een aantal regels opgenomen met betrekking tot belangrijke ruimtelijke elementen die een doorwerking hebben in het bestemmingsplan. In artikel 6.9, lid 1, sub b, van de verordening wordt aangegeven dat:

13

bestemmingsplan Waterlandgoed De Noorden Herziening 2022 (ontwerp)

Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: "als de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar wijziging op structuurniveau voorziet (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door: 1. zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en 2. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen als bedoeld in het derde lid;" In de omgevingsverordening is een aantal kaarten opgenomen met de bijbehorende zones. Het plangebied valt op kaart 14 in de beschermingscategorie 2.

In lid 2, onder b, van artikel 6.9 wordt vervolgens verwezen naar deze beschermcategorieën. Hierin wordt aangegeven: b.een bestemmingsplan voor een gebied met beschermingscategorie 2, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 14 in bijlage II, kan niet voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling als bedoeld in het eerste lid, onder c, tenzij het gaat om de ontwikkeling van bovenlokale infrastructuur of van natuur of om een in het Programma ruimte uitgezonderde ruimtelijke ontwikkeling of een zwaarwegend algemeen belang en voorts wordt voldaan aan de onder c gestelde voorwaarden. Nu de ontwikkeling valt onder het gestelde in lid 1 onder b en niet onder c, belemmert de beschermingscategorie de ontwikkeling niet. In lid 4 van artikel 6.9 van de verordening verder nog aangegeven dat: Een bestemmingsplan dat een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt als bedoeld in het eerste lid bevat een beeldkwaliteitsparagraaf, waarin het effect van deze ontwikkeling op de bestaande kenmerken en waarden wordt beschreven en waaruit blijkt dat de ruimtelijke kwaliteit ten minste gelijk

14

bestemmingsplan Waterlandgoed De Noorden Herziening 2022 (ontwerp)

blijft, voor zover het gaat om een ruimtelijke ontwikkeling: a. waarbij de richtpunten van de kwaliteitskaart in het geding zijn; of b. die is gelegen op gronden binnen een beschermingscategorie als bedoeld in het tweede lid, onder a en b. Uit de beeldkwaliteitsparagraaf 4.14 blijkt dat de geplande ontwikkeling voldoet aan de voorwaarden ten aanzien van de ruimtelijke kwaliteit zoals hierboven genoemd. Gezien het bovenstaande belemmert de verordening de uitvoering van het project niet. Wijziging Omgevingsverordening Zuid-Holland Naar aanleiding van een aantal beleidsaanpassingen zijn er aanpassingen gewenst op de Omgevingsverordening. Zo wordt een artikel toegevoegd over klimaatbestendig bouwen en het beschermen van vitale drinkwaterleidingen. Daarnaast zijn er een aantal kleinere aanpassingen aan kaarten en een aantal technische verbeteringen. Het nieuwe artikel 6.2.11 uit het ontwerp wijziging omgevingsverordening Zuid-Holland is voor de ontwikkeling relevant en geeft het volgende: In een bestemmingsplan wordt rekening gehouden met de gevolgen van de risico's van klimaatverandering tenminste voor zover het betreft de risico's ten aanzien van: a. wateroverlast door overvloedige neerslag; b. overstroming; c. hitte; d. droogte Als mede de effecten van de bovengenoemde risico's ten behoeve van het risico op bodemdaling.

Voor zover risico's zich voordoen, wordt rekening gehouden met het zo veel mogelijk voorkomen en beperken, via maatregelen of voorzieningen, dan wel het gericht aanvaarden van deze risico's. Omgevingsvisie Zuid-Holland ( 7 augustus 2021) De Omgevingsvisie van Zuid-Holland biedt een strategische blik op de lange(re) termijn voor de gehele fysieke leefomgeving en bevat de hoofdzaken van het te voeren integrale beleid van de provincie Zuid-Holland. Met het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. De provincie heeft in de omgevingsvisie zeven vernieuwingsambities geformuleerd: 1. Samen werken aan Zuid-Holland: inwoners, organisaties en bedrijven in een vroeg stadium betrekken bij besluiten. 2. Bereikbaar Zuid-Holland: efficiënt, veilig en duurzaam over weg, water en spoor. 3. Schone energie voor iedereen: op zoek naar schone energie, haalbaar en betaalbaar voor iedereen. 4. Een concurrerend Zuid-Holland: diversiteit, de economische kracht van Zuid-Holland. 5. Versterken natuur in Zuid-Holland: een aantrekkelijk landelijk gebied draagt bij aan de kwaliteit van de leefomgeving. 6. Sterke steden en dorpen in Zuid-Holland: versnellen van de woningbouw met behoud van ruimtelijke en sociale kwaliteit. 7.

Gezond en veilig Zuid-Holland: beschermen en bevorderen van een gezonde, veilige leefomgeving. Voor de ontwikkeling op het landgoed De Noorden is met name ambitie zes van belang, maar sluit ook aan op ambitie zeven. Voor ambitie zes is essentieel dat er voldoende woningen van de juiste kwaliteit op de juiste locatie zijn. De provincie wil de bouw van passende en betaalbare woningen versnellen, met waarborg voor ruimtelijke en sociale kwaliteit en passende mobiliteitsvoorzieningen. Wel worden er nieuwe eisen gesteld aan woningbouw. Nieuwbouw wordt energieneutraal gebouwd, zolang het de hoeveelheid en het tempo van woningbouw niet belemmert en het bebouwd gebied wordt klimaatadaptief ingericht. Daarbij

15

bestemmingsplan Waterlandgoed De Noorden Herziening 2022 (ontwerp)

wordt primair gekozen voor bouwen in bestaand bebouwd gebied en nabij knooppunten van hoogwaardig openbaar vervoer. De ontwikkeling op De Noorden voldoet aan deze voorwaarden. Er wordt energieneutraal gebouwd en het gebied wordt klimaatadaptief ingericht. Daarnaast wordt gebouwd in een ruimer bestaand bebouwd gebied en wordt in het gebied een kwalitatieve invulling gegeven aan mobiliteit. Om te kunnen bepalen of een ruimtelijke ontwikkeling passend is, acht de provincie vooral de ruimtelijke impact van belang. De provincie hanteert daarbij de volgende uitgangspunten: De aard en schaal van een gebied bepalen of een ontwikkeling in meer of mindere mate passend is. Een ontwikkeling die past bij de schaal en aard van een gebied heeft in beginsel weinig ruimtelijke impact op gebiedskwaliteiten en vraagt daarom weinig tot geen provinciale betrokkenheid. Hoe meer een ontwikkeling afwijkt van de aard en schaal van een gebied, des te groter is in beginsel de ruimtelijke impact van nieuwe ontwikkelingen en des te eerder raken ze provinciale doelen of belangen. Dit geldt eveneens naarmate de kwaliteit van een gebied bijzonderder of kwetsbaarder is. In de gehele provincie beoogt het kwaliteitsbeleid een 'ja, mits-beleid': ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit welke samenkomt in de kwaliteitskaart.

Daarnaast bieden de gebiedsprofielen ruimtelijke kwaliteit handvatten om te bepalen hoe groot de ruimtelijke impact in specifieke gevallen is. De provincie maakt hierbij onderscheid in drie soorten ontwikkeling: inpassing, aanpassing en transformatie. Voor de ontwikkeling op het landgoed De Noorden geldt dat er sprake is van een aanpassing. Dit betreft een ontwikkeling die aansluit bij de huidige identiteit van een gebied, maar op structuurniveau wijzigingen of aanvullingen voorziet, zoals een beperkt aantal nieuwe woningen in het buitengebied of een nieuw landgoed. Tenslotte wordt voldaan aan de vereisten uit de kwaliteitskaart (zie paragraaf 4.14). Vanuit ambitie zeven streeft de provincie naar behoud en versterking van de sportieve en recreatieve belevingswaarde van landschap, water en erfgoed. Ook hier sluit de ontwikkeling op De Noorden op aan door de recreatieve ontwikkeling nog meer te versterken. De ontwikkeling op De Noorden sluit aan bij de ambities zoals verwoord in de omgevingsvisie, dit beleidsdocument staat dan ook het project niet in de weg. Omgevingsprogramma Zuid-Holland In het Omgevingsprogramma wordt verder ingegaan op de ambities 2 tot en met 7 uit de Ontwerp Omgevingsvisie. De beleidsdoelen die uit de ambities volgen worden verder uitgewerkt in maatregelen.

Omdat de ambities zes en zeven aansluiten op de ontwikkeling op De Noorden wordt hier nader op ingegaan op de bijbehorende maatregelen hiervoor in het omgevingsprogramma. Voor ambitie zes zijn de maatregelen als volgt weergegeven:

16

bestemmingsplan Waterlandgoed De Noorden Herziening 2022 (ontwerp)

Geen van deze maatregelen of de uitwerking ervan ziet op de ontwikkeling op De Noorden of beïnvloedt deze. Verder is voor de ontwikkeling op De Noorden beleidsdoel 7.2 "Gezonde en bewegingsvriendelijke leefomgeving" van belang. De maatregelen worden in de onderstaande tabel weergegeven:

Met de ontwikkeling op het landgoed De Noorden wordt recreatief gebruik van de leefomgeving bevordert en gestimuleerd. Het slaat daarbij aan op dit beleidsdoel en de bijbehorende maatregelen. De ontwikkeling op De Noorden is in lijn met de maatregelen zoals genoemd in het Omgevingsprogramma, het programma staat daarom het project niet in de weg.

3.4

Gemeentelijk beleid

Structuurvisie (2009) Het recreatiegebied Sandelingen-Ambacht heeft in de structuurvisie het accent 'recreatiegebied' gekregen. De gemeente kiest niet voor verdere verstening in het gebied.

17

bestemmingsplan Waterlandgoed De Noorden Herziening 2022 (ontwerp)

De planlocatie ligt op de grens van het recreatiegebied en het stedelijk gebied. De bebouwing in het gebied neemt als gevolg van de ontwikkeling beperkt toe. Het landgoed krijgt zowel een recreatieve als een bijzondere woonfunctie en sluit hierdoor goed aan op de ambities voor het recreatiegebied Sandelingen-Ambacht en het stedelijk gebied. De Blik Vooruit (Woonvisie H.I. Ambacht 2019-2025) De lokale woonvisie ('De Blik Vooruit', hierna woonvisie) van H.I. Ambacht is de lokale uitwerking van de regionale woonvisie, op basis van de uitgangspunten van het coalitieprogramma. De essentiële verhouding tussen wonen en leven staat hierin centraal. In de woonvisie wordt gestreefd naar een balans tussen groen en wonen en een evenwichtige woningvoorraad. In de woonvisie worden verschillende standpunten aangehaald. Voor de ontwikkeling op het landgoed De Noorden geldt dat deze standpunten samenvallen met de ontwikkeling. Zo wordt aangesloten bij het standpunt dat de revitaliseringsopgave met name in het oudste deel van Ambacht, in het noorden, moet plaatsvinden. Er worden koopwoningen gebouwd boven de 250.000. Groen en wonen moeten in balans zijn. Er moet weloverwogen gebouwd worden; groen en water zijn daar het uitgangspunt. Voor de ontwikkeling op De Noorden zijn wonen, groen en water in balans en vullen ze elkaar aan tot een hoogwaardig kwalitatief gebied.

In de woonvisie wordt aangegeven dat er gestreefd wordt om 2268 nieuwbouwwoningen in de periode 2015 tot en met 2027 te realiseren, met de ontwikkeling op De Noorden wordt hieraan bijgedragen. De woonvisie staat daarom de ontwikkeling op De Noorden niet in de weg. Gebiedsvisie Waalzone De Gebiedsvisie Waalzone (gebiedsvisie) heeft als doel het verbeelden van het gewenste toekomstbeeld van de Waal binnen de gemeente H.I. Ambacht. Zo wordt getracht de mogelijkheden van de Waal en het omliggend gebied beter te benutten en een sterkere relatie tussen de Waal en het dorp te laten ontstaan. De gebiedsvisie geeft ook inzicht in ingrepen in het gebied die zouden bijdragen aan het

18

bestemmingsplan Waterlandgoed De Noorden Herziening 2022 (ontwerp)

ontstaan van het toekomstbeeld. De gebiedsvisie geeft per deelgebied de doelstellingen weer. Achterambachtseweg en omgeving De Achterambachseweg kenmerkt zich als een ontsluitingsweg met een bijzonder groen karakter. Op verschillende wijzen zijn door de omgeving verbeterpunten aangedragen, waaronder: meer wandelmogelijkheden (o.a. routes); meer fietsmogelijkheden (o.a. routes, mogelijk middels een wandel-/fietsbrug); meer recreatiemogelijkheden; bereikbaar maken van het water; het uitbreiden van de natuurlijke uitstraling en groenvoorzieningen; Alle verbeterpunten zijn verwerkt in een streefbeeld. Het streefbeeld en de verbeterpunten zijn vervolgens verwerkt in een visiekaart voor dit deelgebied. Op de visiekaart is tevens aandacht voor het toevoegen van een voetgangers- en fietsbrug of pontje over de Waal wat de mogelijkheden voor de recreatieve routes verruimd en regionaal zorgt voor een continuering van de langzaamverkeer routes. De visie voor dit gebied richt zicht met name op het leggen van verbindingen en het behouden van het karakter, waarbij de recreatieve mogelijkheden beter worden benut en aangevuld.

Voor het plangebied geeft het visiebeeld dat de wens is om meer wandelroutes te hebben. Met de ontwikkeling op De Noorden wordt deze wens verwezenlijkt. In de Waalvisie is ook een trekpont in dit gebied voorzien. Deze ontwikkeling en het voorliggend bestemmingsplan staan de komst van een trekpont niet in de weg. De gebiedsvisie is daarom in lijn met de ontwikkeling. Gebiedsvisie Waalzone Uitvoeringsprogramma De bovenstaande gebiedsvisie is aan het uitvoeringsprogramma gekoppeld, waarin een aanzet is gegeven van mogelijkheden die bij kunnen dragen om tot het toekomstbeeld te komen. In het uitvoeringprogramma is gekozen voor een themabenadering en is opgesplitst in vier programma-onderdelen: wandelen en fietsen waterrecreatie nieuwe ontwikkelingen

19

bestemmingsplan Waterlandgoed De Noorden Herziening 2022 (ontwerp)

kwaliteitsimpuls Per programma is een aantal actiepunten benoemd. Een grootdeel van deze programma-onderdelen worden benadrukt en verbeterd met de ontwikkeling op het landgoed De Noorden. Het uitvoeringsprogramma staat daarom het project niet in de weg.

3.5

Conclusie

De gewenste ontwikkeling op het plangebied is niet in strijd met de relevante beleidskaders. Dat betekent dat het vigerende beleid en de geldende wetgeving op nationaal, provinciaal en gemeentelijk niveau realisatie het onderhavige plan niet in de weg staat.

20

bestemmingsplan Waterlandgoed De Noorden Herziening 2022 (ontwerp)

Hoofdstuk 4

4.1

Ruimtelijke ordening en milieu-onderzoeken

Inleiding

Ingevolge artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening wordt in dit hoofdstuk een beschrijving opgenomen van de feiten en belangenafweging inzake de relevante milieuhygiënische aspecten (artikel 3.2. Algemene wet bestuursrecht). Om tot een gedegen planontwikkeling te komen zijn diverse onderzoeken uitgevoerd, die inzicht geven in de ontwikkelingsmogelijkheden van het gebied. Alle onderzoeken zijn gedaan voorafgaand aan de realisatie van De Noorden. Dit hoofdstuk geeft een samenvatting van de verschillende onderzoeken die zijn uitgevoerd. Voor uitgebreidere informatie wordt verwezen naar de feitelijke onderzoeken in de bijlagen.

4.2

M.e.r.-beoordeling

Aanleiding Deze voorgenomen ontwikkeling van tien kavels past niet binnen het vigerende bestemmingsplan. Om de ontwikkeling van het waterlandgoed De Noorden planologisch mogelijk te maken, wordt voorliggend bestemmingsplan opgesteld. Op grond van hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer moet bij initiatieven voor (de aanleg of het wijzigen van) bepaalde activiteiten worden beoordeeld of er sprake is van milieueffecten. In gevallen dat een besluit of plan betrekking heeft op activiteiten die voorkomen in de bijlage onderdeel C of D van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) moet bepaald worden welke procedure doorlopen moet worden om mogelijke milieueffecten te beoordelen, de m.e.r -procedure of (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsprocedure. De voorgenomen ontwikkeling van Waterlandgoed De Noorden valt onder categorie D11.2 van onderdeel D van de bijlage in het Besluit m.e.r.: De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen. In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op […] een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat. In het geval van De Noorden worden er maximaal tien woningen gebouwd. Het bestemmingsplan geldt als besluit als bedoeld in kolom 4 van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage.

Omdat het aantal van maximaal tien woningen de drempelwaarde van 2000 woningen niet overschrijdt, is er sprake van een zogenaamde vergewisplicht. Dat betekent dat het bevoegd gezag, de gemeente Hendrik Ido Ambacht, zich er van moet vergewissen dat er als gevolg van deze voorgenomen herontwikkeling geen sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Hiertoe moet gekoppeld aan het bestemmingsplan een vormvrije m.e.r.-beoordelingsprocedure worden doorlopen. In het kader van de vormvrije m.e.r.-beoordelingsprocedure is voorliggende aanmeldingsnotitie opgesteld. Inhoudelijk geeft de (vormvrije) m.e.r.- beoordeling (zie Bijlage 1) informatie op basis waarvan het bevoegd gezag kan bepalen of er al dan niet sprake kan zijn van 'belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu' als gevolg van de voorgenomen activiteit. Deze belangrijke nadelige gevolgen worden beoordeeld aan de hand van de selectiecriteria opgesomd in Bijlage III van de Europese Richtlijn m.e.r. voor projecten (2011/92/EU, in 2015 gewijzigd: 2014/52/EU). Deze criteria zijn: De kenmerken van de projecten; Locatie van de projecten (ligging en samenhang met andere activiteiten (cumulatie)); Soort en kenmerken van het potentiële effect. Er kunnen twee uitkomsten van de m.e.r.-beoordeling zijn: Indien belangrijke nadelige milieugevolgen niet kunnen worden uitgesloten, moet een m.e.r.-procedure doorlopen worden.

Indien belangrijke nadelige milieugevolgen niet optreden, wordt gemotiveerd aangegeven dat geen

21

bestemmingsplan Waterlandgoed De Noorden Herziening 2022 (ontwerp)

m.e.r.-procedure wordt doorlopen. Bij het oordeel of er aanleiding is om de m.e.r.-procedure te doorlopen, kan mede worden betrokken in welke mate er maatregelen kunnen worden getroffen om waarschijnlijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te vermijden of te voorkomen (mitigatie; 7.17 lid 4 Wet milieubeheer). Het college van Burgemeester en Wethouders (B&W) van de gemeente Hendrik Ido Ambacht is het bevoegd gezag voor het m.e.r.-beoordelingsbesluit. Resultaat In onderstaande tabel zijn de effecten van de aanleg en het gebruik van de voorgenomen ontwikkeling van De Noorden samengevat.

22

bestemmingsplan Waterlandgoed De Noorden Herziening 2022 (ontwerp)

23

bestemmingsplan Waterlandgoed De Noorden Herziening 2022 (ontwerp)

24

bestemmingsplan Waterlandgoed De Noorden Herziening 2022 (ontwerp)

Conclusie Op basis van de effectbeoordeling zoals beschreven in deze aanmeldingsnotitie en samengevat in bovenstaande tabel treden er geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu op mits de beschreven compenserende en mitigerende maatregelen worden getroffen voor: Om negatieve effecten te voorkomen op algemene vleermuizen en steenuil (binnen de 6, 7, 8, 9 en 10) dienen mitigerende maatregelen getroffen te worden in zowel de realisatie als gebruiksfase, namelijk: a. Realisatiefase: Voorkom het gebruik van kunstlicht tussen een half uur voor zonsondergang en een half uur na zonsopkomst. b. Gebruiksfase: Voorkom binnen de kavels en de omgeving uitstraling van kunstlicht richting de boomkronen en de waterpartijen. Daarnaast dienen de tuinen in het landschap te passen door aanplant van groenelementen. Voorkomen dient te worden dat de tuinen betegeld worden. Dit dient privaatrechtelijk te worden vastgelegd. Om negatieve effecten op de rugstreeppad te voorkomen dient de vestiging van de rugstreeppad te worden voorkomen door plasvorming gedurende de voortplantingsperiode (april t/m juli) tijdens de realisatiefase tegen te gaan. Om negatieve effecten te voorkomen op broedvogels (met niet jaarrond beschermde nestlocaties) dienen mitigerende maatregelen getroffen te worden. Dit is van toepassing op kavel 6, 7, 8, 9 en 10.

Mitigerende maatregelen die opgevolgd moeten worden zijn: - Voer werkzaamheden bij voorkeur buiten het broedseizoen uit of begin de meest verstorende werkzaamheden in ieder geval voorafgaand aan het broedseizoen zodat vogels kunnen uitwijken. Het broedseizoen loopt ongeveer van 15 maart tot 15 augustus, maar kan afhankelijk van het weer en andere factoren verschuiven. - Het is mogelijk om in binnen de broedperiode te werken indien potentiële nestplaatsen voor het broedseizoen ongeschikt gemaakt worden en gedurende de werkzaamheden ongeschikt blijven. Een andere optie is dat een deskundig ecoloog voorafgaand, en binnen de broedperiode,

25

bestemmingsplan Waterlandgoed De Noorden Herziening 2022 (ontwerp)

onderzoekt of broedgevallen aanwezig zijn. Indien aanwezig dient door de deskundig ecoloog een passende maatregel bedacht te worden. Voor het borgen van de archeologische waarden dient volgens het archeologische bureauonderzoek binnen bepaalde gebieden een archeologisch vervolgonderzoek plaats te vinden in de vorm van karterend booronderzoek (binnen de kavels 5, 6, 7, 8, 9 en 10) of proefsleuvenonderzoek (kavel 4), wanneer hier grondroerende werkzaamheden gaan plaatsvinden dieper dan 35 cm. Waar de grond is opgehoogd geldt bij het vergraven tot 85 cm – Mv dat er geen archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk is. Deze onderzoeken dienen te worden uitgevoerd voor de realisatiefase, maar doordat de ontwerpen van de woningen nog niet zijn uitgewerkt, worden de onderzoeken in een later stadium uitgevoerd.

4.3

Geluid

Aanleiding In opdracht van Bolflex Beheer B.V. heeft ARCADIS een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd (zie Bijlage 2). Aanleiding hiervoor is de voorgenomen realisatie van nieuwe woningen op het waterlandgoed ‘De Noorden’ in de Hendrik-Ido-Ambacht. De nieuwe woningen zijn volgens de Wet geluidhinder aan te merken als geluidgevoelig en zijn geprojecteerd binnen de wettelijke geluidszone van de rijkswegen A15/A16/N915, de Pruimendijk en de Achterambachtseweg/Dorpsstraat/ Sandelingenstraat. Om de realisatie van deze woningen mogelijk te maken dient er conform de bepalingen uit de Wet geluidhinder een akoestisch onderzoek verricht te worden. Uitgangspunten De nieuwe geluidgevoelige bestemmingen zijn geprojecteerd in de wettelijke geluidszone van de volgende wegen: De rijkswegen A15/A16/N915 zoals opgenomen in het geluidregister. De wegen die zijn opgenomen in het geluidregister worden beschouwd als één wegbron. Daarom is de geluidsbelasting van deze wegen gezamenlijk getoetst aan de normen van de Wet geluidhinder; Pruimendijk; Achterambachtseweg/Dorpsstraat/Sandelingenstraat. Deze wegen zijn getoetst als één doorgaande weg. In het plangebied zijn 10 bouwvlakken opgenomen. Per bouwvlak mag 1 woning gerealiseerd worden van maximaal 3 bouwlagen hoog. De exacte invulling van het gebied is nog niet bekend.

Voor de berekening van de geluidsbelasting is uitgegaan van een stedenbouwkundig plan van 26 november 2021. In dit plan zijn 10 woningen opgenomen. De ligging van de woningen zoals opgenomen in het stedenbouwkundig plan is weergegeven in figuur 3. De woningen zijn ingevoerd met een hoogte van 8 meter. In het plangebied is rekening gehouden met een absorptiefactor van 0,7 wat overeenkomt met 70 % absorberend bodemgebied. Resultaten De voorkeursgrenswaarde bedraagt 48 dB en de maximaal toegestane waarde bedraagt 53 dB (na aftrek conform artikel 110g Wgh). Uit de rekenresultaten zoals opgenomen in Bijlage 2 blijkt dat de geluidsbelasting afkomstig van de A15/A16/N915 de voorkeursgrenswaarde overschrijdt ter plaatse van alle woningen. De maximaal toegestane waarde van 53 dB wordt overschreden bij 8 van de 10 woningen. Bij de overige 2 woningen bedraagt de geluidsbelasting maximaal 53 dB. Maatregelen Omdat de geluidsbelasting afkomstig van de A15/A16/N915 de voorkeursgrenswaarde en de maximaal toegestane waarde overschrijdt, dienen geluidmaatregelen te worden beschouwd.

26

bestemmingsplan Waterlandgoed De Noorden Herziening 2022 (ontwerp)

Bij het treffen van maatregelen gaat de voorkeur uit naar bronmaatregelen. In het geluidregister is enkellaags ZOAB opgenomen voor de hoofdrijbanen van de rijkswegen. Dit zou vervangen kunnen worden door het stille wegdektype tweelaags ZOAB fijn. Dit stille wegdektype geeft een reductie van circa 5 dB ten opzichte van enkellaags ZOAB. Na toepassing van dit wegdektype kan de geluidsbelasting worden gereduceerd naar maximaal 53 dB. Als bronmaatregelen niet wenselijk of mogelijk zijn kunnen geluidschermen langs de rijkswegen overwogen worden. Om de zichthoek van de woningen voldoende af te schermen zal een scherm circa 2 kilometer lang moet zijn. Dit gaat gepaard met aanzienlijke kosten. Als bron- en overdrachtsmaatregelen niet mogelijk of gewenst zijn, is de realisatie van nieuwe woningen alleen mogelijk indien de gevels met een overschrijding van de maximaal toegestane waarde van 53 dB doof worden uitgevoerd. Een dove gevel is: een bouwkundige constructie waarin geen te openen delen zijn; een bouwkundige constructie waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits de delen niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte. Voor de overige gevels kan dan een hogere waarde worden vastgesteld van maximaal 53 dB. Bij de bouwaanvraag moet worden aangetoond dat de waarden voor het binnenniveau niet worden overschreden.

In onderstaande tabel wordt aangegeven voor welke woningen en bouwlagen een dove gevel gerealiseerd moeten worden.

Gemeentelijk beleid In het gemeentelijk geluidbeleid zijn regels opgenomen voor het vaststellen van hogere waarden. Bij de nieuwbouw van 10 woningen of meer wordt beoordeeld of afdoende onderzoek naar bron- en overdrachtsmaatregelen heeft plaatsgevonden. Daarnaast dient elke woning te beschikken over een geluidluwe gevel. Dit betekent dat de gecumuleerde geluidsbelasting lager of gelijk moet zijn van 50 dB (zonder aftrek) op tenminste één gevel. Uit de gecumuleerde waarden uit het onderzoek blijkt dat hier niet aan wordt voldaan. Bij geen van de 10 woningen is de gecumuleerde waarde op alle bouwlagen van één gevel maximaal 50 dB. Wel wordt bij alle woningen op de begane grond voldaan de eis van maximaal 50 dB op tenminste één gevel. Het geluidbeleid van de gemeente stelt dat er voldoende gemotiveerd moet worden indien niet aan de eis van een geluidluwe gevel kan worden voldaan. Voor deze specifieke locatie kan op de begane grond worden voldaan aan de eis van een geluidluwe gevel, waardoor ook een geluidluwe buitenruimte (tuin) aan de geluidluwe gevel gerealiseerd kan worden. Deze locatie bestaat uit ruime percelen met

27

bestemmingsplan Waterlandgoed De Noorden Herziening 2022 (ontwerp)

vrijstaande woningen waarvan de invulling (deels) nog niet vaststaat. De gemeente heeft aangegeven dat de eis van tenminste één geluidgevel voor deze locatie alleen van toepassing is op de begane grond. Conclusie Uit de rekenresultaten blijkt dat de geluidsbelasting afkomstig van de A15/A16/N915 de voorkeurgrenswaarde overschrijdt ter plaatse van alle woningen. De maximaal toegestane waarde van 53 dB wordt overschreden ter plaatse van 8 van de 10 woningen. Bij 2 woningen wordt de maximaal toegestane waarde van 53 dB niet overschreden. Er dienen daarom maatregelen genomen te worden. Doordat bron- en overdrachtsmaatregeen niet mogelijk of gewenst zijn, dienen bij de realistatie van de nieuwe woningen de gevels met een overschrijding van de maximaal toegestane waarde van 53 dB doof te worden uitgevoerd. Dit betekent dat deze gevels geen te openen delen mogen hebben. In bovenstaande tabel is per bouwlaag aangegeven welke gevel doof uitgevoerd moet worden. Het realiseren van geluidsdove gevels aan bepaalde zijden van de bebouwing (of het toepassen van andere maatregelen) wordt geborgd in artikel 6.2.5 van voorliggend bestemmingsplan. Voor de overige gevels kan een hogere waarde worden vastgesteld van maximaal 53 dB. Bij de bouwaanvraag moet worden aangetoond dat de waarden voor het binnenniveau niet worden overschreden.

In het geluidbeleid van de gemeente is opgenomen dan bij het vaststellen van een hogere waarde sprake moet zijn van een geluidluwe gevel. Dit betekent voor wegen met een maximumsnelheid van 70 km/h of meer dat de gecumuleerde geluidsbelasting ter plaatse van de geluidgevel maximaal 50 dB (exclusief aftrek artikel 110g Wgh) mag zijn. De gemeente hanteert de eis van een geluidluwe gevel voor deze locatie alleen voor de begane grond. Uit de rekenresultaten blijkt dat alle woningen tenminste één geluidluwe gevel hebben op de begane grond. De geluidluwe buitenruimte kan aan deze gevel gerealiseerd worden. Bij de bouwaanvraag voor de woningen, wanneer het ontwerp voor de zelf te ontwerpen en te ontwikkelen woningen is bepaald, dient er een aanvullend onderzoek/motivatie plaats te vinden om aan te tonen dat erbij de woning sprake zal zijn van een geluidluwe buitenruimte, dit is gebord in artikel 6.2.6 van voorliggend bestemmingsplan. Op deze manier wordt voldaan aan de voorwaarden die de gemeente stelt voor de geluidluwe buitenruimte. De berekende geluidsbelasting afkomstig van de Pruimendijk overschrijdt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB niet ter plaatse van de bouwvlakken. Dit betekent dat de geluidsbelasting van deze weg geen belemmering vormt voor het bouwplan.

De berekende geluidsbelasting afkomstig van de Achterambachtseweg/Dorpsstraat/Sandelingenstraat overschrijdt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB niet ter plaatse van de bouwvlakken. Dit betekent dat de geluidsbelasting van deze weg geen belemmering vormt voor het bouwplan.

4.4

Water

Aanleiding In het kader van voorliggend bestemmingsplan, dat de ontwikkeling van tien woningen op een waterlandgoed (De Noorden) planologisch mogelijk maakt, is door Arcadis een waterparagraaf opgesteld (zie Bijlage 3). Het doel van de Watertoets is om in een vroeg stadium waterhuishoudkundige doelstellingen zichtbaar te maken en evenwichtig mee te nemen bij ruimtelijke plannen. Er wordt met name ingegaan op de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding en beschreven wordt welke maatregelen er worden getroffen. Beleid Europese Kaderrichtlijn Water De Kaderrichtlijn Water (KRW) heeft tot doel om de kwaliteit van de Europese wateren in een goede toestand te brengen en te houden. Waterbeheer op het niveau van stroomgebieden is daarbij het uitgangspunt, waarbij het stroomgebiedbeheerplan een belangrijk instrument is. In 2015 heeft Nederland de tweede generatie stroomgebiedbeheerplannen naar de Europese Commissie gestuurd: voor de Rijn, de Schelde, de Maas en het Eems-Dollardestuarium. Het plangebied valt binnen het beheersgebied van

28

bestemmingsplan Waterlandgoed De Noorden Herziening 2022 (ontwerp)

het Waterschap Hollandse Delta, dat onderdeel uitmaakt van het stroomgebied van de Waal. Van belang is dat bij initiatieven tenminste voldaan wordt aan het stand-still principe. Dit houdt in dat een ingreep (uitvoering van het ruimtelijk plan) de toestand van het watersysteem niet mag verslechteren, tenzij beargumenteerd kan worden dat dit wegens 'een hoger doel' niet anders kan (notitie Gevolgen van de KRW voor fysieke projecten in en om het water, ministerie van Verkeer en Waterstaat, maart 2006). Nationaal Bestuursakkoord Water Op basis van het rapport van de Commissie Waterbeheer 21e eeuw en het kabinetsstandpunt 'Anders omgaan met water' hebben het Rijk, de provincies, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de Unie van Waterschappen het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) ondertekent. Het NBW is doorgevoerd in de provinciale en regionale beleidsplannen. Relevante aspecten uit het NBW zijn: Toepassen van de watertoets als procesinstrument op alle waterhuishoudkundig relevante ruimtelijke plannen en besluiten. Het doel van de watertoets is waarborgen dat waterhuishoudkundige doelen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen.

Toepassen van de trits schoonhouden - zuiveren - schoonmaken, met als eerste insteek het voorkomen van vermenging van schoon hemelwater van dakvlakken en afvalwater en het gebruik van bijvoorbeeld een bodempassage voor hemelwater van druk bereden straatvlakken. Wateropgave (de benodigde bergingscapaciteit voor het opvangen van pieken in neerslag) bepalen aan de hand van de NBW normen regionale wateroverlast. Voor stedelijk gebied geldt een norm van T=100 (neerslaggebeurtenis die statistisch berekend eens in de 100 jaar voorkomt). Waterwet Op 22 december 2009 is de Waterwet in werking getreden. Acht bestaande wetten voor het waterbeheer in Nederland zijn vervangen door deze Waterwet en de zes verschillende vergunningen zijn opgenomen in één vergunning. De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Een belangrijk doel is het klimaat adaptief en klimaatbestendig maken en wateroverlast zoveel mogelijk te beperken. Een belangrijke verandering na het in werking treden van de Waterwet is de onderverdeling in het bevoegde gezag met betrekking tot directe en indirecte lozingen. Alle indirecte lozingen vallen onder het bevoegde gezag voor de Wet Milieubeheer (gemeente en provincie).

Alle directe lozingen vallen onder het gezag van de Waterwet (waterschappen voor de regionale wateren en Rijkswaterstaat voor de rijkswateren). Een Watervergunning is nodig voor: Werken in, aan en in de nabijheid van oppervlaktewater (bv. leggen van kabels, verlagen maaiveld). Het onttrekken/(weer) lozen van grondwater tijdens bouwwerkzaamheden. Het lozen van regenwater van verhard dak- en terreinoppervlak direct of via een retentie of infiltratievoorziening in oppervlaktewater. Werkzaamheden in of nabij waterkeringen. Waterbeheerprogramma 2016-2021 Waterschap Hollandse Delta beschermt de Zuid-Hollandse Eilanden tegen wateroverlast, beheert het oppervlaktewater, zuivert het afvalwater, beheert de (vaar)wegen en levert een actieve bijdrage aan de ruimtelijke invulling van zijn gebied. Het richt zich daarbij, samen met anderen op veilig en duurzaam wonen, werken en recreëren voor burgers, bedrijven en andere gebruikers. Het beleid en de daarmee samenhangende doelen van het waterschap zijn opgenomen in het waterbeheerprogramma 2016-2021. Binnen het waterbeheerprogramma worden de volgende aandachtspunten aangegeven bij een nieuwe ontwikkeling: Bij de beoordeling van initiatieven van derden hanteert WSHD het volgende uitgangspunt: lozingen vormen geen knelpunt gelet op de risico's voor volks- en diergezondheid en lozingen leiden niet tot vissterfte.

Hollandse Delta hanteert de volgende voorkeursvolgorde voor het omgaan met hemelwater, zowel bij bestaande situaties als bij nieuwbouw: 1. in principe treft de perceelseigenaar zelf maatregelen om overtollig hemelwater te infiltreren in de bodem of af te voeren naar het oppervlaktewater;

29

bestemmingsplan Waterlandgoed De Noorden Herziening 2022 (ontwerp)

2. als dit niet mogelijk is zorgt de gemeente voor inzameling, verwerking en nuttig hergebruik van het overtollige hemelwater; 3. als hergebruik niet mogelijk is zorgt de gemeente voor verantwoord transport van het overtollige hemelwater naar bodem of oppervlaktewater; 4. als dit niet (geheel) mogelijk is wordt (een deel van) het overtollige hemelwater afgevoerd naar een rioolwaterzuiveringsinrichting. Bij de beoordeling van initiatieven van derden hanteert WSHD het volgende uitgangspunt: lozingen uit de riolering leiden niet tot een kwantitatief knelpunt in het watersysteem. Bij gebieden waar nieuwe verharding wordt aangebracht, wordt een watertoets uitgevoerd. Om er voor te zorgen dat zuiveringstechnische werken doelmatig worden gebouwd, hanteert Hollandse Delta de volgende uitgangspunten: 1. bij herstructurering of aanleg van nieuw woongebied bij voorkeur gescheiden rioleren. 2. lozingen uit bronneringen op de riolering mogen het functioneren van de afvalwaterketen niet negatief beïnvloeden. 3. minimale waking bij overstortdrempels van 25 centimeter (verschil tussen streefpeil oppervlaktewater en drempelhoogte).

Gemeentelijk Riolerings Plan (GRP) Hendrik-Ido-Ambacht 2019 - 2023 Het Gemeentelijk Riolerings Plan (GRP) Hendrik-Ido-Ambacht 2019 - 2023 is een strategisch beheerplan waarin beschreven staat wat de zorgplichten zijn van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht op het gebied van afval-, hemel- en grondwater. Afvalwater: Bij grootschalige nieuwbouw wordt zowel een vuilwater als een schoonwater stelsel aangelegd. Hierna wordt dit als gescheiden riolering aangegeven. Als dit in een bestaand bebouwd gebied gebeurt, dan heet dit afkoppelen. Bij kleinschalige inbreidingen wordt gekeken of voorbereidingen kunnen worden getroffen op de aanleg van een gescheiden stelsel. Hemelwater: Beoordeeld moet worden of redelijkerwijs van de perceelseigenaar gevraagd kan worden het afvloeiend hemelwater zelf in de bodem of het oppervlaktewater te brengen. Vanwege de bodemopbouw van de gemeente (klei en veen) is infiltratie van hemelwater in de bodem overigens niet of beperkt mogelijk, geeft de gemeente aan in haar beleid. In deze gevallen wordt hemelwater via gescheiden riolering afgevoerd naar het oppervlaktewater of via gemengde riolering (deels) naar de zuivering. De gemeente wil terughoudend zijn om perceeleigenaren te verplichten hemelwater op eigen terrein te verwerken.

Wel willen wij inzetten op actieve communicatie en hen stimuleren om duurzaam aan de slag te gaan met bijvoorbeeld hun tuin in het kader van het Actieplan duurzaamheid. Analyse In het hele gebied speelt water een hoofdrol. Alle kavels zijn aan het water gelegen. Waterberging Het oppervlak van het totale plangebied bedraagt ruim 50.000 m2, waarvan ruim 22.000 m2 uitgeefbaar is. Momenteel is er geen verharding op het terrein aanwezig. De toename in verharding bedraagt daarmee zowel de nieuw te bouwen woningen en de weg. Voor wat betreft woningen telt de toename in verharding 2.820 m2, voor de weg is dit 5.445 m2. In totaal komt dit neer op een toename in verharding van 8.265 m2. Uit bodemonderzoek is gebleken dat de ondiepe ondergrond van de projectlocatie mogelijk slecht doorlatend is. De gemeente geeft in haar beleid aan dat infiltreren in veel gevallen niet mogelijk is, hiervoor wordt geadviseerd om het afvloeiende hemelwater direct af te voeren op het oppervlaktewater. Voor de ontwikkeling van De Noorden zijn verschillende watergangen aangelegd rondom de percelen in het oostelijke deel. Hierdoor is het aantal vierkantemeter bergend oppervlaktewater in het gebied toegenomen. De te ontwikkelen woningen zullen het hemelwater ook afvoeren op het oppervlaktewater. Daarom is er geen bergingsopgave meer van toepassing.

Wel wordt binnen het plangebied 4.900 m2 nieuw wateroppervlak gerealiseerd. Het waterschap hanteert een maximale peilstijging van +/- 10 cm

30

bestemmingsplan Waterlandgoed De Noorden Herziening 2022 (ontwerp)

om piekbuien op te vangen. Daarmee is 490 m3 extra ruimte beschikbaar voor deze piekbuien (schatting o.b.v. GIS-analyse). Waterkwaliteit Binnen de voorgenomen ontwikkeling De Noorden wordt het schone hemelwater afgevoerd naar oppervlaktewater. Het afstromende hemelwater kan per kavel afzonderlijk op aanliggend oppervlaktewater worden geloosd. Op deze wijze treedt er geen wateroverlast op bij woningen. Deze manier van afwateren zal met het Waterschap besproken worden om te bepalen of de Waal de versnelde afstroming van hemelwater door de toename in verharding aan kan. Het aanbod van vuilwater neemt door de voorgenomen ontwikkeling toe. Hiervoor wordt een (pers)riolering aangelegd die wordt aangesloten op de gemeentelijke riolering in de Achterambachtseweg, ter hoogte van de toegangsweg. Op iedere kavel wordt een pompput aangelegd, aangesloten op het persriool en de vuilwaterafvoer van de woning. De verwachting is dat de toename van vuilwater vanuit het plangebied niet zal leiden tot overbelasting van het omliggende stelsel waarop zal worden aangetakt. Er worden geen materialen gebruikt die een verontreiniging van het oppervlaktewater of grondwater met zich meebrengen. Metalen, zoals lood, koper of zink mogen worden niet gebruikt. Conclusie Voor de ontwikkeling van De Noorden is voldoende waterberging gerealiseerd in de vorm van oppervlakte water rondom de eilanden.

Het hemelwater wordt afgekoppeld en hierop geloosd. Doordat de grond slecht waterdoorlatend is, kan het water niet geïnfiltreerd worden in de grond. Voor vuilwater wordt een (pers)riolering aangelegd die wordt aangesloten op het bestaande stelsel. De verwachting is dat de toename van vuilwater vanuit het plangebied niet zal leiden tot overbelasting van het omliggende stelsel. De ontwikkeling heeft geen negatieve gevolgen voor het waterhuishoudkundige systeem ter plaatse.

4.5

Klimaat

De provincie Zuid-Holland streeft naar een klimaatbestendig en waterrobuuste provincie in 2050. De provincie wil dan voorbereid zijn op de gevolgen van klimaatverandering in de vorm van wateroverlast door overvloedige neerslag, hittestress, verdroging en verzilting en het beperken van de gevolgen van overstromingen. Daarnaast voert de provincie actief beleid om de maatschappelijke kosten van bodemdaling zoveel mogelijk te beperken. Dit heeft direct gevolgen voor locatiekeuze, ontwerp en inrichting van openbare ruimte en gebouwde omgeving. Risico op wateroverlast door overvloedige neerslag In het plan voor De Noorden is de kans op wateroverlast door overvloedige neerslag klein. De kavels in het plandeel 'De Eilanden' zijn opgehoogd en rondom omsloten door (deels nieuw gerealiseerd) oppervlaktewater. De kavels in De Parken zijn in het verleden al opgehoogd (met grond uit de vijverpartijen), hebben daardoor ook voldoende drooglegging en liggen eveneens nabij oppervlaktewater waar overtollige neerslag heen kan stromen. In het plangebied wordt geen schade verwacht aan bebouwing en voorzieningen bij extreem hevige neerslag (1/250 jaar, 90 mm/u). De verhouding verhard/onverhard is relatief gunstig door de grote kavels en de ruime opzet. Bovendien ligt een deel van de B en C watergangen op eigen terrein.

Hier vindt waterberging plaats (maximaal +10 cm afwijking van het peil op piekmomenten). Risico op overstromingen De Noorden ligt in peilgebied 39-2 van de Zwijndrechtse Waard. Het belangrijkste water in dit peilgebied is 't Waaltje met aan haar oevers tuinbouw, glastuinbouw, particuliere tuinen en bebouwing. Vanuit 't Waaltje wordt water ingelaten naar de omliggende polders. Het vigerende peil is NAP –1,00 m met een beheersmarge van +/- 10 cm. Omdat het maaiveld op NAP-hoogte ligt of zelfs iets hoger, is het risico

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11806186/1