Bijlage 1 bij raadsvoorstel 9.3 - Rapport vooronderzoek (def.)
Tekst van het document
Concept rapport
Advies volgende stap in grondstoffenbeleid stap A en B in opdracht van gemeente Hendrik-Ido-Ambacht
Dossiernummer: 21CC106 Tilburg, 17 juni 2021
5
Inhoudsopgave 1.
Inleiding .............................................................................................................. 3
1.1 Vraagstelling en resultaat ................................................................................ 3 1.2 Opzet onderzoek en traject ............................................................................. 3 1.3 Opzet voorliggend rapport ............................................................................... 4 2.
Huidige situatie ................................................................................................. 4
2.1 Service ................................................................................................................. 4 2.1.1 Inzamelsystematiek ...................................................................................... 5 2.1.2 Resultaten enquête ....................................................................................... 6 2.2 Milieurendement ............................................................................................... 9 2.2.1 Inzamelresultaat en hergebruik .................................................................. 9 2.2.2 Kwaliteit gescheiden ingezamelde afvalsoorten ................................... 10 2.2.3 Respons op gescheiden afvalinzameling................................................ 10 2.3 Kosten ............................................................................................................... 11 2.4 Conclusies ........................................................................................................ 11 3.
Strategieën afvalinzameling ......................................................................... 12
4.
Scenario’s toekomstige afvalinzameling ................................................... 14
4.1 Beschrijving scenario’s .................................................................................. 14 4.2 Service ............................................................................................................... 18 4.3 Milieurendement ............................................................................................. 19 4.4 Kosten ............................................................................................................... 23 5.
Advies voorkeurscenario ............................................................................... 26
Bijlage 1 Flankerend beleid ....................................................................................... 27
1. Contact ........................................................................................... 30 2
1. Inleiding In 2019 heeft de gemeenteraad van Hendrik-Ido-Ambacht het Grondstoffenbeleidsplan 2019-2023 vastgesteld. Inmiddels zijn (bijna) alle maatregelen uit het plan uitgevoerd. De maatregelen hebben beperkt effect gehad op het verlagen van de kosten en het verhogen van het milieurendement. Begin dit jaar is de raad geïnformeerd over de resultaten: In vergelijking met andere HVC-gemeenten zamelt Hendrik-Ido-Ambacht gemiddeld per inwoner veel restafval, weinig GFT-E en PBD en een gemiddelde hoeveelheid papier en karton in. In vergelijking met vergelijkbare gemeenten heeft Hendrik-Ido-Ambacht een positieve score op service (zeer grote dichtheid aan ondergrondse verzamelcontainers voor restafval en GFT-E), maar ook de hoogste afvalbeheerskosten.
Tijdens de thema-avond afval met de gemeenteraad op 21 april 2021 is aan aanwezigen hun mening gevraagd over het afval- en grondstoffenbeleid, een recycletarief en wat nu de ambitie moet zijn van Hendrik-IdoAmbacht. 77% is van mening dat de gemeente met zijn afval- en grondstoffenbeleid een wezenlijke bijdrage kan leveren aan de circulaire economie. 70% vindt dat een recycletarief een goede vervolgstap zou kunnen zijn in het afval- en grondstoffenbeleid. 44% vindt dat de gemeente moet gaan voor een doelstelling van maximaal 100 kilogram restafval per inwoner per jaar. Tellen we de groep mee die 150 kilogram als maximum ziet, dan hebben we het over 82% die gaat voor 150 kilogram of minder. Deze input nemen we mee in het op te stellen advies:
1.1 Vraagstelling en resultaat
1.2 Opzet onderzoek en traject
De vraag is welke volgende stap in het grondstoffenbeleid de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht kan zetten waarbij rekening wordt gehouden met de uitgangspunten van het coalitieakkoord:
Om te komen tot beantwoording van de vraagstelling zijn in het onderzoek in samenwerking en afstemming met vertegenwoordigers van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht de volgende stappen gezet:
optimalisatie van het huidige systeem; geen extra minicontainer; uitgaan van het principe dat de vervuiler betaalt en de niet-vervuiler wordt beloond (diftar/ recycletarief); de financiële kosten verminderen door de kosten omlaag te brengen.
A. In kaart brengen uitgangssituatie en verwachtingen en deze toetsen op de prestatiegebieden service, milieu en kosten.
Voorliggend rapport
B. Rekening houdend met de uitgangspunten uit het coalitieakkoord toetsen optionele scenario's op service, milieu en kosten en benoemen mogelijke belemmeringen en risico’s. Tevens selectie van een voorkeurscenario.
Voorliggend rapport
In het grondstoffenbeleidsplan is reeds voorgesorteerd op diftar/ recycletarief. Het resultaat is een weloverwogen en gedragen besluit door de raad in december 2021 op basis van een door De AfvalSpiegel op te stellen advies inclusief implementatievoorstel over de volgende stap in het grondstoffenbeleid.
C. Opstellen advies en implementatievoorstel.
3
In het proces om te komen tot een raadsbesluit in december 2021 zijn zowel inwoners, college en raad op verschillende momenten geraadpleegd over de inhoud en geïnformeerd over de voortgang. Enquête onder inwoners
t/m 16 mei 2021
Scenario’s en voorkeur in college
22 juni 2021
Opiniërende bespreking met raad
14 sept. 2021
Advies en implementatievoorstel in college
12 okt. 2021
Advies en implementatievoorstel in commissie
16 nov. 2021
Advies en implementatievoorstel in raad
6 dec. 2021
Alle tabellen en figuren in het rapport zijn afkomstig uit een database of Excel-bestand De cijfers zijn veelal weergegeven als getallen met 1 cijfer achter de komma. Hoewel niet alle cijfers achter de komma in het rapport zichtbaar zijn, wordt hier wel mee gerekend. Dit betekent dat bij een handmatige optelling van cijfers uit het rapport het totaal kan afwijken van het gepresenteerde getal.
1.3 Opzet voorliggend rapport In dit rapport bespreken we de huidige situatie in de gemeenten HendrikIdo-Ambacht voor de meest relevante soorten afval aan de hand van de scores op de prestatiegebieden service, milieu en kosten. Eerst beschrijven we de inzamelsystematiek voor de verschillende afvalsoorten zoals die nu is in Hendrik-Ido-Ambacht en toetsen deze aan wat gebruikelijk is in de meeste gemeenten in Nederland.
2. Huidige situatie In dit hoofdstuk bespreken we de huidige situatie in de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht wat betreft de prestatiegebieden service, milieurendement en kosten.
2.1 Service Het prestatiegebied service is gemeten op basis van een enquête onder een representatief deel van de bevolking. Gevraagd is naar ervaringen met de huidige manier van de belangrijkste afvalsoorten: PBD, GFT-E, papier en karton en restafval. Wat gaat goed en wat kan beter? Hoe moet de afvalinzameling eruit zien? Wat vinden inwoners van het scheiden van afval? Uit de gemeente Hendrik Ido Ambacht is aselect een steekproef getrokken van 1.300 adressen. Deze adressen zijn aangeschreven met het verzoek om de enquête in te vullen. Dit kon schriftelijk of digitaal. Een onderzoek gebaseerd op een steekproef (geselecteerde groep adressen) levert altijd gegevens op die een benadering zijn van de feitelijke situatie. Het is echter wel belangrijk om een beeld te kunnen vormen van de mate waarin de resultaten van het onderzoek de werkelijkheid weergeven (inschatting nauwkeurigheid). De mate waarin het ‘werkelijke getal’ kan afwijken van het in de uitkomsten gevonden getal is afhankelijk van het aantal respondenten in de steekproef ten opzichte van het totaal aantal adressen in de gemeente. Van de 1.300 verstuurde enquêtes zijn er 385 (30%) ingevuld retour ontvangen. Dit is een voldoende aantal om op basis van de resultaten binnen bepaalde marges uitspraken te kunnen doen over wat alle inwoners van Hendrik-Ido-Ambacht vinden.
Bij een betrouwbaarheidsniveau van 95% is de maximale afwijking van het werkelijke getal plus of min 4,92%.
4
De inzamelsystematiek in Hendrik-Ido-Ambacht is voor fijn restafval en GFT-E afwijkend van wat gebruikelijk is in Nederland.
Papier/ karton In de laagbouw (inclusief buitengebied) minicontainer die elke maand wordt geleegd. Bij de hoogbouw en winkelcentra staan verzamelcontainers.
Restafval
PBD
Inzameling plastic verpakkingen, blik en drinkpakken met speciale zakken die om de twee weken worden ingezameld aangevuld met verzamelcontainers bij winkelcentra. Zakken zijn gratis verkrijgbaar via HVC of ophalen op het gemeentehuis en bij milieustraat Noordpolder.
Glas
Glasbollen en ondergrondse containers in de openbare ruimte.
Textiel
Textielcontainers in de openbare ruimte.
Grof afval
Op het afvalbrengstation Noordpolder kunnen inwoners gratis diverse grof afvalsoorten kwijt, maar ook KCA en elektrische apparaten. Ook kan men grof afval tegen betaling thuis laten ophalen. Inzameling van herbruikbare huisraad vindt op aanvraag plaats of via een speciale brengvoorziening op het afvalbrengstation dan wel Kringloopbedrijf.
2.1.1 Inzamelsystematiek
GFT-E
Elke inwoner kan zeer dicht bij huis (maximaal 90 tot 120 meter loopafstand) het fijn restafval kwijt in ondergrondse verzamelcontainers. In het buitengebied hebben inwoners een minicontainer die om de twee weken wordt geleegd. In de meeste gemeenten waar inwoners restafval kunnen aanbieden in verzamelcontainers in de buurt kan de loopafstand oplopen tot 300 meter. Bij de uitbreidingslocatie de Volgerlanden hanteert HendrikIdo-Ambacht sinds 2021 een maximale loopafstand van 125 meter. Voor GFT-E is de situatie in Hendrik-Ido-Ambacht met een systeem van ondergrondse verzamelcontainers in de buurt nog meer bijzonder. Overigens is bij een aantal hoogbouwlocaties nog geen voorziening voor GFT-E. Vrijwel alle gemeenten in Nederland zamelen in de laagbouw GFT-E met een minicontainer, meestal in een frequentie van elke twee weken. Inzameling met een ondergrondse verzamelcontainer wordt vrijwel nergens anders meer toegepast. Bij hoogbouw kiezen de meeste gemeenten tegenwoordig voor afsluitbare GFT-zuilen. Dit is een minicontainer geplaatst in een behuizing. In het buitengebied van Hendrik-Ido-Ambacht is de inzameling van GFT-E zoals ook in de meeste andere gemeenten, namelijk met een minicontainer die om de twee weken worden geleegd.
Beoordeling inzamelsystematiek De gemeente Hendrik-Ido-Ambacht doet mee aan de landelijke benchmark afval. De meest recente benchmark 2019 laat zien dat Hendrik-IdoAmbacht in vergelijking met andere vergelijkbare gemeenten positief scoort op het onderwerp dienstverlening/ service.
Voor de overige afvalsoorten is de systematiek in Hendrik-Ido-Ambacht vergelijkbaar met die in de meeste andere gemeenten. 5
2.1.2 Resultaten enquête De steekproef typeren we aan de hand van leeftijdsopbouw, huishoudgrootte en type woning (laagbouw-hoogbouw).
De verdeling tussen laagbouw en hoogbouw binnen de steekproef komt overeen met de verdeling op gemeentelijk niveau. 80%
77%
Leeftijdsopbouw Een groot deel van de groep jonger dan 25 jaar voert in de meeste gevallen geen zelfstandig huishouden en heeft daardoor geen enquête ontvangen. In de steekproef is de groep 25 tot 45 jaar ondervertegenwoordigd en de groep 65 jaar en ouder oververtegenwoordigd. Dit beeld zien we vaker bij enquêtes onder inwoners. 40%
37%
39%
38%
25%
21%
25 tot 45 jaar
45 tot 65 jaar Steekproef
65 jaar en ouder
Gemeente
Figuur 1 Leeftijdsopbouw
Huishoudgrootte De verdeling naar huishoudgrootte in de steekproef is gelijk aan de verdeling binnen de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht. 79%
21%
20%
laagbouw
hoogbouw Steekproef
Gemeente
Figuur 3 Laagbouw-hoogbouw
Algemene mening over afval Aan inwoners is gevraagd wat zij het belangrijkste aspect van de afvalinzameling vinden: hoge service, goed voor het milieu of lage kosten. 46% van de respondenten vindt ‘goed voor het milieu’ het belangrijkste aspect van de afvalinzameling, voor 29% is dit een hoge service en voor 24% lage losten. Ook is gevraagd in hoeverre men het eens of oneens is met de stelling dat inwoners die afval goed scheiden een lagere afvalstoffenheffing betalen dan inwoners die afval niet goed scheiden. 53% van de respondenten is het eens met deze stelling. In de klantenmonitor van HVC 2020 geeft 71% aan positief of neutraal te staan tegenover een dergelijk diftarsysteem (recycletarief). 53%
75%
25%
19%
eenpersoons
23%
17%
11%
meerpersoons Steekproef
Figuur 2 Huishoudgrootte
Gemeente
eens
niet eens/ niet oneens
oneens
weet niet/ geen mening
Figuur 4 Stelling: inwoners die afval goed scheiden betalen een lagere afvalstoffenheffing dan inwoners die hun afval niet goed scheiden
6
Plastic verpakkingen, blik en drinkpakken (PBD)
Groente-, fruit- en tuinafval en etensresten (GFT-E)
82% van de respondenten houdt PBD (meestal) gescheiden. Dit doet men vooral via de inzameling aan huis met de zak (77%). Een kleiner deel (23%) gebruikt meestal een van de verzamelcontainers als afvoerkanaal. In de hoogbouw maken meer mensen gebruik van de verzamelcontainer dan in de laagbouw.
28% van alle respondenten maakt nooit gebruik van de GFT-E-container in de buurt, niet voor groente- en fruitafval, niet voor etensresten en ook niet voor tuinafval. Van de 72% die wel gebruik maakt van deze verzamelcontainers komen de meesten een of meerdere keren per week.
30% van de respondenten die PBD gescheiden houden geeft aan problemen te ervaren met het in of aan huis bewaren van PBD. De problemen die het meeste worden genoemd zijn het gebrek aan ruimte en stank van het afval. Onder respondenten die PBD niet gescheiden houden ligt dit percentage met 70% beduidend hoger. Het is voor deze groep dan ook een reden om PBD niet te scheiden.
Verzamelen en wegbrengen groente- en fruitafval en etensresten 51% van alle respondenten geeft aan groente- en fruitafval en etensresten gescheiden te houden in huis en weg te brengen naar de verzamelcontainer in de buurt. Het bewaarmiddel in huis is voor de meeste mensen ook het transportmiddel naar de container. Een afvalbakje in de keuken is het meest gebruikte middel. 40%
Beoordeling inzameling Respondenten geven de inzameling van PBD gemiddeld het rapportcijfer 7,2. 18% geeft een onvoldoende. Gemiddeld
5 of lager
6 of 7
8 of hoger
7,2
18%
28%
54%
Scheidingsregels Van de respondenten die PBD scheiden is voor 51% altijd duidelijk wat er wel en niet bij hoort. Voor de 49% voor wie de scheidingsregels niet altijd even duidelijk zijn is voor bijna iedereen bij twijfel de keuze om het PBD bij het restafval te doen. Voorkeuren inzamelwijze In de enquête is ook gevraagd naar voorkeuren van inzameling van PBD. Van de respondenten die PBD (willen) scheiden heeft 58% een voorkeur voor de zak, 34% voor een verzamelcontainer, 6% wil een minicontainer aan huis en 2% verkiest een andere oplossing. In vergelijking tot het huidige gebruik kiezen dus meer mensen voor de verzamelcontainer.
24%
afvalbakje
aanrechtbakje
20%
19%
20%
bio-zakje
plastic zak
anders
Omdat sommige respondenten meerdere soorten bewaar- en vervoermiddelen gebruiken is het totaal meer dan 100%. Figuur 5 Bewaar- en vervoermiddel groente- en fruitafval en etensresten
57% van alle respondenten ervaart geen problemen met het in of aan huis bewaren van groente- fruitafval en etensresten. Van de 43% die wel problemen ervaart gaat het er vooral over dat het afval vies is en/of stinkt en dat men geen aparte bak (wil) hebben om dit afval apart te houden. Opvallend is dat respondenten die gebruik maken van een afvalbakje vaker problemen hebben dan gebruikers van een aanrechtbakje, bio-zakje of plastic zak. Ook zij die hun groente- en fruitafval en etensresten niet scheiden geven meer dan gemiddeld aan problemen te ervaren. 7
Verzamelen en wegbrengen tuinafval De meeste respondenten (81%) geven aan het tuinafval naar de GFT-E container in de buurt te brengen. De meeste respondenten brengen het tuinafval weg in een emmer of bak die ze kunnen tillen. Onder een vervoermiddel (zie figuur 6) wordt verstaan een verrijdbare bak of kruiwagen. Overige afvoerkanalen zijn restafvalcontainer in de buurt, afvalbrengstation of een eigen composthoop (categorie ‘anders’).
Gemiddeld
5 of lager
6 of 7
8 of hoger
7,5
11%
31%
58%
Papier en karton
69%
Vrijwel iedereen (98%) houdt papier en karton gescheiden. In de laagbouw biedt 80% van de respondenten het papier en karton aan in een minicontainer. De overige 20% gebruikt de verzamelcontainer als afvoerkanaal.
27% 15%
2% in een emmer of bak die ik kan tillen
Beoordeling inzameling GFT-E Respondenten geven de inzameling van GFT-E gemiddeld het rapportcijfer 7,5. 11% geeft een onvoldoende.
in een vervoermiddel
in een zak
anders
Omdat sommige respondenten meerdere soorten vervoermiddelen gebruiken is het totaal meer dan 100%. Figuur 6 vervoermiddel tuinafval
88% van alle respondenten heeft geen problemen met het bewaren van tuinafval. 12% geeft aan wel problemen te ervaren. De meest genoemde problemen zijn het niet weten hoe het tuinafval te moeten bewaren en een te kleine opening van de GFT-E container. Voorkeuren inzamelwijze GFT-E Van de respondenten die GFT-E willen scheiden heeft 91% een voorkeur voor het bestaande systeem van wegbrengen naar een container in de buurt. 9% noemt een andere oplossing, met name een minicontainer aan huis.
Bijna niemand heeft problemen met het in of aan huis bewaren van papier en karton. 9% ervaart wel problemen die vooral gaan over het feit dat de container te groot is of het papier en karton er niet in past. Voorkeur inzamelwijze De meeste respondenten prefereren het inzamelmiddel dat zij thans in gebruik hebben. Beoordeling inzameling Respondenten geven de inzameling van oud papier en karton gemiddeld het rapportcijfer 8,3. 4% geeft een onvoldoende. Gemiddeld
5 of lager
6 of 7
8 of hoger
8,3
4%
16%
80%
8
Restafval 85% van de respondenten brengt een of meerdere keren per week restafval naar de verzamelcontainer. De overige 15% doet dit minder frequent. Voorkeur inzameling Vrijwel iedereen heeft een voorkeur voor de huidige wijze van inzameling met een verzamelcontainer in de buurt. Beoordeling inzameling Respondenten geven de inzameling van restafval gemiddeld het rapportcijfer 8,3. 3% geeft een onvoldoende. Gemiddeld
5 of lager
6 of 7
8 of hoger
8,3
3%
19%
78%
Ideeën ter verbetering Aan het slot van de enquête konden respondenten ideeën voor verbetering van de afvalinzameling achterlaten. 215 respondenten hebben in totaal 225 ideeën geventileerd. De genoemde antwoorden zijn te verdelen in een of meerdere van de onderstaande categorieën. Het inzamelsysteem (136) Het betreft vooral opmerkingen over het feit dat men PBD liever ingezameld ziet worden met ondergrondse verzamelcontainers. De meest genoemde reden hiervoor is het voorkomen dat PBD-zakken wegwaaien. Ook worden extra ondergrondse containers voor papier en glas genoemd.
containers, een betere controle op defecte containers en het snel oplossen van storingen. Respondenten geven aan dat veel buurtbewoners hun afval naast de container plaatsen als deze stuk is. Tevreden (26) Respondenten geven aan tevreden te zijn met het huidige systeem en hebben geen verbeteropties. Voorlichting en communicatie (19) Respondenten geven aan dat inwoners beter geïnformeerd of gestimuleerd kunnen worden door middel van voorlichting en communicatie.
2.2 Milieurendement Het milieurendement laten we zien aan de hand van ingezamelde hoeveelheden, de kwaliteit en de mate waarin verschillende herbruikbare afvalsoorten gescheiden worden ingezameld.
2.2.1 Inzamelresultaat en hergebruik We maken onderscheid tussen fijn huishoudelijke afvalsoorten (fijn restafval, GFT-E, papier, PBD, glas, textiel en KCA) en grof huishoudelijke afvalsoorten zoals inwoners die kunnen aanbieden op het afvalbrengstation of aan huis wordt opgehaald. In tabel 1 zijn de inzamelresultaten 2019 en 2020 met elkaar vergeleken. Tevens is vergeleken met het landelijke gemiddelde van vergelijkbare sterk stedelijke gemeenten. De hoeveelheden zijn uitgedrukt in kilogram per inwoner, zodat ook een vergelijking mogelijk is tussen jaren en met andere gemeenten.
Storingen en bijplaatsingen (44) Respondenten benoemen dat ondergrondse containers vaak vol zitten of defect zijn. Genoemde oplossingen gaan over het vaker legen van de 9
Vergelijking 2020 en 2019 Uit de inzamelresultaten blijkt dat in het coronajaar 2020 meer fijn restafval en GFT-E is ingezameld dan in 2019. Het aanbod grof huishoudelijk afval is in 2020 opvallend genoeg niet gestegen. Naar verwachting konden inwoners van Hendrik-Ido-Ambacht het meer aan afval dat men in 2020 had (meer thuis en meer klussen) gemakkelijk kwijt in de ondergrondse verzamelcontainers. In verband met corona werd steeds een beperkt aantal bezoekers toegelaten op het afvalbrengstation.
Vergelijking met vergelijkbare sterk stedelijke gemeenten In vergelijking met het landelijk gemiddelde voor vergelijkbare sterk stedelijke gemeenten (61% hergebruik en 191 kilogram restafval per inwoner) doet Hendrik-Ido-Ambacht het slecht (50% hergebruik en 277 kilogram restafval per inwoner. De landelijke doelstellingen van 100 kilogram restafval per inwoner in 2020 en 30 kilogram in 2025 zijn in Hendrik-Ido-Ambacht nog ver buiten bereik. 93% van alle sterk stedelijke gemeenten zamelt minder fijn restafval in dan Hendrik-Ido-Ambacht (cijfers 2019). Kijken we naar de afvalsoorten die gescheiden worden ingezameld, dan blijkt dat 97% van de sterk stedelijke gemeenten meer GFT-E inzamelt dan Hendrik-Ido-Ambacht, 66% meer papier en karton, 92% meer PBD en 100% meer glas. Voor textiel is de vergelijking niet te maken vanwege het ontbreken van alle cijfers. Het aanbod puin en hout op het afvalbrengstation is bovengemiddeld hoog.
Hoeveelheden in kg per inwoner fijn restafval GFT-E papier PBD glas textiel KCA overig gescheiden subtotaal fijn huishoudelijk afval grof restafval grof tuinafval puin hout overig gescheiden subtotaal grof huishoudelijk afval totaal restafval (fijn + grof restafval) totaal gescheiden totaal fijn en grof huishoudelijk afval Percentage hergebruik * Cijfers 2020 nog niet beschikbaar
Tabel 1
Hendrik-Ido- Hendrik-IdoAmbacht Ambacht 2020 2019 237 54 47 8 14 0,2 1,6 0,0 361 25 10 51 41 36 172 262 262 524 50%
249 61 49 9 14 3,0 1,8 0,0 387 28 8 52 46 38 172 277 282 559 50%
CBS sterk stedelijk 2019* 162 84 50 21 21 5,0 1,4 0,6 345 29 20 27 30 33 139 191 293 484 61%
Inzamelresultaat en hergebruik 2019 en 2020
2.2.2 Kwaliteit gescheiden ingezamelde afvalsoorten Vanuit HVC zijn geen signalen van afgekeurde vrachten van welke afvalsoort dan ook.
2.2.3 Respons op gescheiden afvalinzameling Op basis van de sorteeranalyses is bekend in welke mate de verschillende afvalsoorten nog voorkomen in het fijn restafval. De gescheiden ingezamelde hoeveelheid van een afvalsoort plus de hoeveelheid van die afvalsoort die nog voorkomt in het fijn restafval is de totaal vrijkomende hoeveelheid van die afvalsoort. Met deze informatie kunnen we bereke10
nen hoeveel procent van de betreffende afvalsoort gescheiden wordt ingezameld. Tevens is een waardering gegeven van de inzamelrespons op basis van een vergelijking met resultaten in vergelijkbare sterk stedelijke gemeenten. Als referentie is gebruik gemaakt van de database van De AfvalSpiegel. Een waardering met ‘laag’ betekent dat de meeste vergelijkbare gemeenten een hogere responsscore realiseren. Hoeveelheden in kg per inwoner cijfers 2020 GFT-E papier PBD glas textiel
A. B. C. D. gescheiden aanwezig totaal inzamelingezameld in fijn vrijkomen respons (A/C) restafval d 61 83 144 42% 49 9 14 3,0
25 28 10 10
74 37 24 13
66% 24% 59% 23%
waardering inzamelrespons
2.4 Conclusies 1.
Voor de meeste respondenten is het belangrijkste aspect van de afvalinzameling het feit dat het goed is voor het milieu. Een hoge service en lage kosten vindt een minderheid het meest belangrijk.
2.
De helft van alle respondenten is het eens met de stelling dat inwoners die afval goed scheiden een lagere afvalstoffenheffing betalen dan inwoners die hun afval niet goed scheiden.
3.
Inwoners zijn tevreden over de huidige wijze van inzameling van PBD, GFT-E, papier en karton en restafval. Vooral de inzameling van GFT-E en restafval scoren hoog met een gemiddeld cijfer van 8,3. De huidige inzamelmiddelen staan voor de meeste respondenten niet ter discussie, alhoewel een derde van de respondenten een voorkeur heeft voor inzameling van PBD met verzamelcontainers in plaats van met zakken.
4.
Een deel van de respondenten ervaart wel problemen met het in of aan huis bewaren van PBD en groente- en fruitafval en etensresten.
5.
Hendrik-Ido-Ambacht scoort over de gehele linie slecht op milieurendement. Het inzamelresultaat van alle gescheiden fijn huishoudelijke afvalsoorten blijft achter bij het gemiddelde van vergelijkbare sterk stedelijke gemeenten. De responscijfers zijn voor de belangrijkste afvalsoorten zijn ook laag. Vrijwel elke vergelijkbare sterk stedelijke gemeente scoort beter. Het aanbod puin en hout op het afvalbrengstation is bovengemiddeld hoog. De landelijke doelstellingen van 100 en 30 kilogram restafval in respectievelijk 2020 en 2025 zijn ver buiten bereik.
6.
In vergelijking met vergelijkbare gemeenten heeft Hendrik-Ido-Ambacht de hoogste afvalbeheerskosten.
laag laag laag laag laag
Tabel 2 Respons op de gescheiden inzameling
2.3 Kosten De meest recente landelijke benchmark afval (2019) laat zien dat Hendrik-Ido-Ambacht met € 324 per huishouden in vergelijking met vergelijkbare gemeenten de hoogste afvalbeheerskosten heeft (gemiddeld een tarief van € 194). De belangrijkste verklaring voor de hoge afvalbeheerskosten in Hendrik-Ido-Ambacht zijn de hoge kosten (kaptaallasten en onderhoud) voor de ondergrondse containers voor restafval en GFT-E. Deze kosten zijn op termijn niet te beïnvloeden. Daarnaast zijn er hoge verwerkingskosten als gevolg van de grote hoeveelheid restafval. In Hendrik-Ido-Ambacht wordt 75% van de totale afvalkosten gedekt uit de afvalstoffenheffing. In 2020 waren in Nederland 8 gemeenten waarvan het dekkingspercentage onder de 80% lag. Wat een individueel huishouden aan afvalstoffenheffing betaalt is in Hendrik-Ido-Ambacht afhankelijk van de huishoudgrootte. Een eenpersoonshuishouden betaalt een lagere afvalstoffenheffing dan een meerpersoonshuishouden. In 2021 is dit respectievelijk € 351 en € 247.
11
3. Strategieën afvalinzameling Het overgrote deel van de Nederlandse gemeenten maakt net zoals Hendrik-Ido-Ambacht gebruik van bronscheiding (thuis afval scheiden). Strategieën die in de gekozen scenario’s terugkomen en nu nog geen toepassing vinden in Hendrik-Ido-Ambacht zijn: 1. financiële prikkel; 2. serviceverlaging fijn restafval; 3. serviceverhoging te scheiden afvalsoorten; 4. nascheiding in plaats van bronscheiding als deelstrategie. In de strategieën ontbreekt communicatie. Communicatie als zelfstandige strategie is niet alleen in Hendrik-Ido-Ambacht niet effectief gebleken in de zin van een verbetering van het milieurendement. Ook andere gemeenten hebben deze ervaring. Communicatie is wel uitermate belangrijk als ondersteuning om de veranderingen in de afvalinzameling succesvol te laten zijn.
1. Financiële prikkel 48% van alle gemeenten brengt een afvalstoffenheffing in rekening die afhankelijk is van het aanbod restafval van een huishouden. Ervaringen in deze gemeenten laten zien dat introductie van een dergelijke financiële prikkel leidt tot beter scheidingsgedrag, minder restafval en lagere afvalbeheerskosten. Kiezen voor tariefdifferentiatie/ recycletarief (in welke vorm dan ook) betekent dat inwoners zelf een sturingsmechanisme in handen krijgen voor de hoogte van de afvalstoffenheffing. Het aanbieden van GFT-E meestal gratis, ook al zien we in sommige gemeenten een kentering hierin vanwege stijgende afvalkosten. Vastrecht plus betalen per inworp De meest gebruikte manier van tariefdifferentiatie (bewezen in 105 gemeenten) is een systeem waarbij huishoudens naast een vastrechtbedrag, dat voor iedereen hetzelfde is dan wel verschillend naar grootte van
het huishouden, betalen voor elke keer dat men de restafvalcontainer laat legen. Het tarief is gekoppeld aan een literprijs en dus verschillend per aangeboden volume. Deze vorm van tariefdifferentiatie is dus ook toepasbaar in een situatie waarbij inwoners restafval moeten wegbrengen naar een ondergrondse verzamelcontainer in de wijk. Men betaalt dan voor elke inworp van een zak een tarief afhankelijk van de grootte van de inwerpopening (30, 40, 60 of 80 liter). Dit systeem is gemakkelijk te introduceren en voor iedereen goed te begrijpen. Ook technisch is er geen probleem. Andere vormen financiële prikkel Andere vormen van een financiële prikkel, zoals op basis van volume restafvalcontainer (15 gemeenten), gewicht (3 gemeenten), combinatie van gewicht en aantal ledigingen (12 gemeenten) of een tariefzak (35 gemeenten), worden minder toegepast vanwege een beperkt effect op de reductie van fijn restafval (volume), de complexiteit in afrekening (gewicht) en arbeidsbelasting plus vervuiling van de openbare ruimte (tariefzak). Toepassing van wegen bij verzamelcontainers is gecompliceerd, technisch gezien nog onbetrouwbaar en kostbaar.
2. Serviceverlaging fijn restafval Serviceverlaging voor fijn restafval is nog niet gerealiseerd in HendrikIdo-Ambacht. Het fijn restafval kunnen inwoners 24 uur per dag dichtbij huis kwijt. Een steeds groter aantal gemeenten kiest voor een serviceverlaging. Gemeenten die fijn restafval inzamelen met een minicontainer aan huis kiezen steeds vaker voor een inzamelfrequentie van om de drie of vier weken, al dan niet in combinatie met betalen per lediging en/ of gewicht. Er zijn zelfs gemeenten die de inzamelfrequentie inmiddels verder hebben verlaagd naar een keer per acht weken. In al deze gemeenten hebben huishoudens veelal de keuze uit een 140 of 240 liter maat restafvalcontainer. In een beperkt aantal gemeenten heeft men de keuze uit meerdere volumematen (40, 60, 80, 140, 240 liter). 12
Andere vormen van serviceverlaging zijn een kleinere maat container voor restafval, bijvoorbeeld standaard voor iedereen een 140 liter maat. Verkleinen van de maat restafvalcontainer botst voor veel huishoudens mogelijk met een inzamelfrequentie van om de drie of vier weken. De ervaringen met een container van maximaal 140 liter voor restafval die om de drie of vier weken wordt geleegd zijn beperkt. Aangezien de introductie van een extra minicontainer aan huis naast de bestaande minicontainer voor papier niet strookt met de uitgangspunten van het coalitieakkoord, is deze strategie van serviceverlaging voor fijn restafval geen optie voor Hendrik-Ido-Ambacht. Toepassing van de strategie serviceverlaging voor het aanbieden van fijn restafval kan in Hendrik-Ido-Ambacht alleen door het aantal ondergrondse verzamelcontainers in de buurt te verminderen waarbij het kan zijn dat inwoners 200 tot 300 meter moeten lopen naar de dichtstbijzijnde container. In combinatie met betalen voor elke inworp wordt het aanbieden van fijn restafval bemoeilijkt.
3. Serviceverhoging te scheiden afvalsoorten Het verlagen van de service voor het aanbieden van fijn restafval is alleen zinvol als inwoners ook voldoende mogelijkheden hebben om GFT-E, papier en karton, PBD, glas, textiel, KCA en de verschillende grof afvalsoorten gescheiden te houden. Dit kan zijn door bewaar- en of inzamelmiddelen ter beschikking te stellen, inzamelfrequenties te verhogen, uitbreiding van het aantal containers in de openbare ruimte of openingstijden van een afvalbrengstation te verruimen.
4. Nascheiding Bij nascheiding van het fijn restafval gaat het in alle gevallen om droge en gemechaniseerde technieken waarmee met name kunststoffen, blik en drankkartons uit het restafval worden gehaald voordat het naar de verbrandingsinstallatie gaat. Zowel bronscheiding als nascheiding leiden
voor deze deelstromen tot terugwinning van het oorspronkelijke functionele materiaal (kunststof, metaal, karton). Bronscheiding van GFT-E is een randvoorwaarde. In de meeste installaties voor nascheiding worden ook deels andere herbruikbare deelstromen teruggewonnen uit het fijn restafval. Doordat deze deelstromen in contact zijn geweest met ander afval zijn de mogelijkheden om te recyclen tot nu toe beperkt en worden de teruggewonnen materialen veelal gebruikt als brandstof voor energieopwekking. Dit noemen we nuttige toepassing. Voor glas, GFT-E, textiel en papier en karton is nascheiding op dit moment geen optie, zo wordt ook vermeld in LAP3 en bevestigd door ervaringen in de markt. Nascheiding is toepasbaar bij alle typen bebouwingen; hoogbouw, laagbouw, binnenstad en buitengebied. Als vuistregel wordt gebruikt dat nascheiding zich het beste leent voor stedelijk gebied waar burgers thuis geen plaats hebben om al hun gescheiden afval op te slaan. De overige gebieden lenen zich beter voor aan de bron gescheiden afvalinzameling. Grote steden investeren daarom in nascheidingsinstallaties. In het Besluit gescheiden inzameling huishoudelijke afvalstoffen van 18 juni 2020 is opgenomen dat kan worden gekozen voor een andere vorm van inzamelen, zoals nascheiding, wanneer deze methode niet van invloed is op, bijvoorbeeld, het hergebruik- of recyclingpotentieel.
Voor metaal, kunststof en glas kan bijvoorbeeld van de verplichting worden afgeweken als een andere manier van inzamelen het potentieel voor hergebruik of recycling niet beïnvloedt. Nascheiden van kunststof en metalen uit restafval blijft daarom mogelijk.
Effect strategieën 1.
Systemen met een of andere vorm van tariefdifferentiatie/ recycletarief realiseren de beste scores (meeste afvalscheiding en minste hoeveelheid restafval). Hoe sterker de financiële prikkel hoe beter de score. In deze diftargemeenten zijn huishoudens gemiddeld ook goedkoper uit dan in gemeenten zonder tariefdifferentiatie. Er zijn 13
geen aanwijzingen dat de kostenprikkel leidt tot meer vervuiling van herbruikbare afvalsoorten die gescheiden worden ingezameld. Voor de Hendrik-Ido-Ambacht is betalen voor elke inworp aanvullend op een vastrecht bedrag de meest geschikte toekomstige vorm van tariefdifferentiatie/ recycletarief. 2.
Een extra effect blijkt als tariefdifferentiatie wordt gecombineerd met een serviceverlagende maatregel voor fijn restafval. Voor Hendrik-Ido-Ambacht komt dit neer op een vermindering van het aantal ondergrondse verzamelcontainers waardoor voor de meeste inwoners de loopafstand naar de container wordt vergroot.
3.
Bij het verlagen van het serviceniveau voor restafval staat de kwaliteit van afvalsoorten die gescheiden worden ingezameld wel onder druk. Het verhogen van de service voor herbruikbare afvalsoorten (bijvoorbeeld een wekelijkse inzameling van PBD) neemt deze druk weg en levert een (weliswaar beperkt) milieueffect op, overigens wel tegen hoge(re) kosten. Bij toepassing van een ander serviceverhogend instrument, zoals het beschikbaar stellen van een container voor PBD in plaats van zakken, komt de kwaliteit juist verder onder druk te staan.
4.
Nascheiding via droge en gemechaniseerde technieken is op dit moment vooral een optie om kunststof verpakkingen, metalen en drankkartons uit het fijn restafval te halen. Voor glas, GFT-E, textiel en papier en karton is nascheiding op dit moment geen optie. Een milieuen/of kostenvoordeel van nascheiding ten opzichte van bronscheiding is niet aantoonbaar.
4. Scenario’s toekomstige afvalinzameling Aan de hand van de huidige situatie in Hendrik-Ido-Ambacht, de uitgangspunten in het coalitieakkoord, de beschikbare strategieën en bewezen ervaringen elders, bezien we de mogelijkheden om met verschillende scenario’s te komen tot meer afvalscheiding en minder restafval. De effecten van de verschillende scenario’s toetsen we op de prestatiegebieden service, milieu en kosten. We richten ons op de vier belangrijkste afvalsoorten, te weten restafval, GFT-E, PBD en papier. De inzamelwijze voor glas, textiel, KCA en grof afvalsoorten wijzigt niet. Voor de hoogbouw waar inwoners klein behuisd zijn zal in sommige gevallen maatwerk nodig zijn. Bij alle scenario’s met een financiële prikkel gaan we uit van een vastrechtbedrag met aanvullend een bedrag per inworp restafval in een ondergrondse container en voor het buitengebied aanvullend een bedrag per lediging van de minicontainer voor restafval. Het aanbieden van GFT-E blijft gratis. Voor alle scenario’s is flankerend beleid noodzakelijk. Dit beschrijven we in bijlage 1.
4.1 Beschrijving scenario’s We onderscheiden de volgende vijf scenario’s: Scenario 1 Bestaande voorzieningen + recycletarief Scenario 2 Bestaande voorzieningen + PBD wekelijks + recycletarief Scenario 3 Minder restcontainers + PBD via containers + recycletarief Scenario 4 Minder restcontainers + PBD wekelijks + recycletarief Scenario 5 Minder restcontainers + GF-E 2 x week + PBD wekelijks + recycletarief Scenario 6 Nascheiding restafval op PBD Bij alle scenario’s is de mogelijkheid om de voorzieningen voor papier en karton, glas en textiel in de openbare ruimte en/ of bij hoogbouw uit te breiden. Bij de scenario’s 1, 2 en 4 geldt dit ook voor PBD. Ook kan bij alle scenario’s er voor worden gekozen om de minicontainer voor papier in de laagbouw verplicht te stellen.
14
Scenario 1: Bestaande voorzieningen + recycletarief In blauw wijziging ten opzichte van huidige situatie.
Scenario 2: Bestaande voorzieningen + PBD wekelijks + recycletarief In blauw wijziging ten opzichte van scenario 1.
Zowel de huidige locaties als het aantal ondergrondse containers voor restafval wijzigt niet. De containers worden voorzien van toegangscontrole. Inwoners krijgen twee containers toegewezen die ze met een pas kunnen openen.
Zowel de huidige locaties als het aantal ondergrondse containers voor restafval wijzigt niet. De containers worden voorzien van toegangscontrole. Inwoners krijgen twee containers toegewezen die ze met een pas kunnen openen.
In het buitengebied behouden huishoudens de minicontainer. De inzamelfrequentie wordt verlaagd van om de twee naar om de vier weken.
In het buitengebied behouden huishoudens de minicontainer. De inzamelfrequentie wordt verlaagd van om de twee naar om de vier weken.
Elk huishouden betaalt naast een vastrechtbedrag een tarief per inworp (geldt voor de ondergrondse container) of per lediging (geldt voor minicontainer). Het tarief per inworp of lediging is gekoppeld aan een tarief per liter.
Elk huishouden betaalt naast een vastrechtbedrag een tarief per inworp (geldt voor de ondergrondse container) of per lediging (geldt voor minicontainer). Het tarief per inworp of lediging is gekoppeld aan een tarief per liter.
Zowel de huidige locaties als het aantal ondergrondse containers voor GFT-E wijzigt niet. De containers worden voorzien van toegangscontrole. Inwoners krijgen twee containers toegewezen die ze met een pas kunnen openen.
Zowel de huidige locaties als het aantal ondergrondse containers voor GFT-E wijzigt niet. De containers worden voorzien van toegangscontrole. Inwoners krijgen twee containers toegewezen die ze met een pas kunnen openen.
De inzameling van GFT-E in het buitengebied met een minicontainer die om de twee weken wordt geleegd wijzigt niet.
De inzameling van GFT-E in het buitengebied met een minicontainer die om de twee weken wordt geleegd wijzigt niet.
De inzameling van PBD met een zak om de twee weken wijzigt niet.
De frequentie van inzameling van PBD met een zak wordt verhoogd van om de twee weken naar wekelijks.
De aanvullende voorziening in de vorm van verzamelcontainers (huidige aantal) bij winkelcentra wijzigt niet.
De aanvullende voorziening in de vorm van verzamelcontainers (huidige aantal) bij winkelcentra wijzigt niet.
De inzameling van papier en karton met een minicontainer in de laagbouw (bebouwde kom en buitengebied) elke maand wijzigt niet.
De inzameling van papier en karton met een minicontainer in de laagbouw (bebouwde kom en buitengebied) elke maand wijzigt niet.
Zowel de huidige locaties als het aantal verzamelcontainers voor papier en karton bij hoogbouw en winkelcentra wijzigt niet.
Zowel de huidige locaties als het aantal verzamelcontainers voor papier en karton bij hoogbouw en winkelcentra wijzigt niet. 15
Scenario 3: Minder restcontainers + PBD via containers + recycletarief In blauw wijziging ten opzichte van scenario 1.
Scenario 4: Minder restcontainers + PBD wekelijks + recycletarief In blauw wijziging ten opzichte van scenario 1.
Vermindering van het aantal ondergrondse containers voor restafval met 200 stuks. De containers worden voorzien van toegangscontrole. Inwoners krijgen twee containers toegewezen die ze met een pas kunnen openen.
Vermindering van het aantal ondergrondse containers voor restafval met 200 stuks. De containers worden voorzien van toegangscontrole. Inwoners krijgen twee containers toegewezen die ze met een pas kunnen openen.
In het buitengebied behouden huishoudens de minicontainer. De inzamelfrequentie wordt verlaagd van om de twee naar om de vier weken.
In het buitengebied behouden huishoudens de minicontainer. De inzamelfrequentie wordt verlaagd van om de twee naar om de vier weken.
Elk huishouden betaalt naast een vastrechtbedrag een tarief per inworp (geldt voor de ondergrondse container) of per lediging (geldt voor minicontainer). Het tarief per inworp of lediging is gekoppeld aan een tarief per liter.
Elk huishouden betaalt naast een vastrechtbedrag een tarief per inworp (geldt voor de ondergrondse container) of per lediging (geldt voor minicontainer). Het tarief per inworp of lediging is gekoppeld aan een tarief per liter.
Zowel de huidige locaties als het aantal ondergrondse containers voor GFT-E wijzigt niet. De containers worden voorzien van toegangscontrole. Inwoners krijgen twee containers toegewezen die ze met een pas kunnen openen.
Zowel de huidige locaties als het aantal ondergrondse containers voor GFT-E wijzigt niet. De containers worden voorzien van toegangscontrole. Inwoners krijgen twee containers toegewezen die ze met een pas kunnen openen.
De inzameling van GFT-E in het buitengebied met een minicontainer die om de twee weken wordt geleegd wijzigt niet.
De inzameling van GFT-E in het buitengebied met een minicontainer die om de twee weken wordt geleegd wijzigt niet.
Inzameling van PBD via vrijkomende ondergrondse restafvalcontainers.
De frequentie van inzameling van PBD met een zak wordt verhoogd van om de twee weken naar wekelijks.
De aanvullende voorziening in de vorm van verzamelcontainers (huidige aantal) bij winkelcentra wijzigt niet.
De aanvullende voorziening in de vorm van verzamelcontainers (huidige aantal) bij winkelcentra wijzigt niet.
De inzameling van papier en karton met een minicontainer in de laagbouw (bebouwde kom en buitengebied) elke maand wijzigt niet.
De inzameling van papier en karton met een minicontainer in de laagbouw (bebouwde kom en buitengebied) elke maand wijzigt niet.
Zowel de huidige locaties als het aantal verzamelcontainers voor papier en karton bij hoogbouw en winkelcentra wijzigt niet.
Zowel de huidige locaties als het aantal verzamelcontainers voor papier en karton bij hoogbouw en winkelcentra wijzigt niet. 16
Scenario 5: Minder restcontainers + GF-E 2 x week + PBD wekelijks + recycletarief In blauw wijziging ten opzichte van scenario 1.
Scenario 6: Nascheiding restafval op PBD In blauw wijziging ten opzichte van huidige situatie
Vermindering van het aantal ondergrondse containers voor restafval met 200 stuks. De containers worden voorzien van toegangscontrole. Inwoners krijgen twee containers toegewezen die ze met een pas kunnen openen.
Zowel de huidige locaties als het aantal ondergrondse containers voor restafval wijzigt niet.
In het buitengebied behouden huishoudens de minicontainer. De inzamelfrequentie om de twee weken wijzigt niet.
In het buitengebied behouden huishoudens de minicontainer. De inzamelfrequentie wordt verlaagd van om de twee naar om de vier weken.
Elk huishouden betaalt een vast bedrag aan afvalstoffenheffing waarbij onderscheid tussen een- en meerpersoons huishoudens.
Elk huishouden betaalt naast een vastrechtbedrag een tarief per inworp (geldt voor de ondergrondse container) of per lediging (geldt voor minicontainer). Het tarief per inworp of lediging is gekoppeld aan een tarief per liter.
Zowel de huidige locaties als het aantal ondergrondse containers wijzigt niet en is bestemd voor tuinafval. De containers worden voorzien van toegangscontrole. Inwoners krijgen twee containers toegewezen die ze met een pas kunnen openen.
Zowel de huidige locaties als het aantal ondergrondse containers voor GFT-E wijzigt niet.
De inzameling van GFT-E in het buitengebied met een minicontainer die om de twee weken wordt geleegd wijzigt niet.
De gescheiden inzameling van PBD via de zak en via verzamelcontainers komt te vervallen.
Aparte wekelijkse inzameling van GF-E met emmer.
De inzameling van GFT-E in het buitengebied met een minicontainer die om de twee weken wordt geleegd wijzigt niet.
De frequentie van inzameling van PBD met een zak wordt verhoogd van om de twee weken naar wekelijks.
De aanvullende voorziening in de vorm van verzamelcontainers (huidige aantal) bij winkelcentra wijzigt niet.
De inzameling van papier en karton met een minicontainer in de laagbouw (bebouwde kom en buitengebied) elke maand wijzigt niet.
De inzameling van papier en karton met een minicontainer in de laagbouw (bebouwde kom en buitengebied) elke maand wijzigt niet.
Zowel de huidige locaties als het aantal verzamelcontainers voor papier en karton bij hoogbouw en winkelcentra wijzigt niet.
Zowel de huidige locaties als het aantal verzamelcontainers voor papier en karton bij hoogbouw en winkelcentra wijzigt niet. 17
De scenario’s zijn getoetst op de prestatiegebieden service, milieurendement en kosten.
4.2 Service Het serviceniveau is vooral afhankelijk van het inzamelmiddel, de loopafstand en de inzamelfrequentie voor de verschillende afvalsoorten, dan wel bij nascheiding het niet meer aan huis hoeven scheiden van PBD.
Restafval In scenario 1 en 2 wijzigen de locaties en het aantal ondergrondse containers niet ten opzichte van de bestaande situatie. Wat wel verandert is dat de containers op slot gaan. Ze worden voorzien van een toegangscontrole die inwoners kunnen openen met een toegangspas. Naast een vastrechtbedrag dat voor elk huishouden hetzelfde is betalen inwoners voor elke inworp. Op basis van ervaringen in andere gemeenten met een recycletarief voor restafval weten we dat een gemiddeld huishouden bij een voldoende financiële prikkel een keer per maand een zak restafval aanbiedt. Hoe hoger het tarief per inworp hoe minder restafval huishoudens aanbieden. Het is echter geen lineair verband. Om het aanbod van restafval zoveel als mogelijk te spreiden over de verschillende containers krijgt elk adres twee containers toegewezen die ze kunnen gebruiken. De eerste container zal in de praktijk de container zijn die ze nu ook al gebruiken, namelijk de dichtstbijzijnde locatie. Wat betreft loopafstand blijft de service voor het kunnen aanbieden van restafval onverminderd hoog. Het hebben van minder keuze uit meerdere containers en vooral het moeten betalen voor elke inworp kan worden gezien als een vermindering van de service. In scenario 3, 4 en 5 verminderen we het aantal locaties en het aantal ondergrondse restafvalcontainers met 200 stuks.
Daar waar nu gemiddeld 30 huishoudens gebruik maken van een container, wordt dat in deze scenario’s gemiddeld 70. In globale zin vergroten we hiermee de loopafstand naar een container van nu maximaal 90 tot 120 meter naar zo’n
250 tot 300 meter. Dit is een afstand die de meeste gemeenten met (ondergrondse) verzamelcontainers in de buurt hanteren. Uit evaluaties in deze gemeenten (met en zonder recycletarief) blijkt dat driekwart van de mensen geen problemen heeft met deze loopafstand. Punt is wel dat dit gemeenten zijn waar voorheen restafval aan huis werd opgehaald en deze situatie van wegbrengen van restafval nieuw voor hen was. In Hendrik-Ido-Ambacht zal beperking van het aantal locaties worden ervaren als een vermindering van de service en daarmee als problematisch.
GFT-E In alle scenario’s wijzigen de locaties en het aantal ondergrondse containers niet ten opzichte van de huidige situatie. De service voor inwoners blijft derhalve gelijk. De containers worden voorzien van toegangscontrole. Elk adres krijgt twee containers toegewezen die ze met een toegangspas kunnen openen. De eerste container zal in de praktijk de container zijn die ze nu ook al gebruiken, namelijk de dichtstbijzijnde locatie. Uit de enquête komt naar voren dat inwoners de ondergrondse GFT-E containers vooral gebruiken voor het aanbieden van tuinafval. De helft van de respondenten geeft aan groente- en fruitafval en etensresten gescheiden te houden in huis en weg te brengen naar de verzamelcontainer in de buurt. Het bewaarmiddel in huis is voor de meeste mensen ook het transportmiddel naar de container. Een afvalbakje in de keuken is het meest gebruikte middel. De gemeente kan er voor kiezen om aan inwoners die dat wensen gratis een bewaarmiddel voor GF-E ter beschikking te stellen (zie ook flankerende maatregelen). In scenario 4 bieden inwoners de GF-E fractie aan in 10 of 25 liter emmers die twee keer per week worden geleegd. De ondergrondse containers in de buurt zijn dan bestemd voor tuinafval. Mogelijk kan deze afvalsoort op termijn voor een lager tarief worden verwerkt (geen vergisting en/ of gesloten compostering meer nodig).
18
PBD In scenario 1 gaan we er vanuit dat de huidige inzamelwijze voor PBD hetzelfde blijft, namelijk inzameling aan huis om de twee weken met speciale zakken. In de scenario’s 2, 4 en 5 maken we de keuze om PBD aangeboden in zakken gemeentebreed wekelijks in te zamelen. De vraag is of deze extra service noodzakelijk is en altijd zo wordt ervaren. Op basis van ervaringen in andere gemeenten is een wekelijkse inzameling van PBD-zakken in de laagbouw niet noodzakelijk. De meeste bewoners van de laagbouw hebben voldoende ruimte in of aan huis om twee tot drie zakken, en bij grote huishoudens vier zakken, gedurende een periode van twee weken te bewaren.
zijn door bewoners van de hoogbouw. In Hendrik-Ido-Ambacht zouden een aantal van de huidige verzamelcontainers voor PBD verplaatst kunnen worden naar buurten waar geconcentreerde hoogbouw is. Dit zal waarschijnlijk beperkt nodig zijn, omdat deze containers veelal staan bij winkelcentra waar ook de hoogbouw is geconcentreerd. Verplaatsen van de containers naar buurten met hoogbouw zal een aanzuigende werking hebben op afval van bewoners uit de laagbouw. Omdat de containers alleen toegankelijk zijn voor bewoners van de hoogbouw, zullen de bewoners uit de laagbouw het afval ernaast zetten. Deze keuze leidt naar verwachting tot meer bijplaatsingen. Indien de containers vrij en open toegankelijk zijn voor iedereen blijft de huidige situatie bestaan.
Een gemiddeld huishouden heeft in of aan huis een plek nodig voor twee tot drie zakken PBD. Huishoudens waar een meer dan gemiddelde hoeveelheid PBD vrijkomt hebben mogelijk opslagproblemen, zelfs bij een inzameling om de twee weken. In de enquête geeft 30% van de respondenten die PBD gescheiden houden aan problemen te ervaren met het in of aan huis bewaren van PBD. De problemen die het meeste worden genoemd zijn het gebrek aan ruimte (voornamelijk in de hoogbouw) en stank van het afval. Huishoudens met een eigen of algemene bergruimte hebben een plek om de zakken te bewaren. Voor huishoudens zonder een dergelijke plek is het lastig en vervelend om de zakken tijdelijk in huis of eventueel op een balkon te bewaren. Ook hebben veel verenigingen van eigenaren statutair geregeld dat huishoudelijk afval niet op balkons of in algemene ruimten van het complex mag worden opgeslagen.
In scenario 3 kunnen alle inwoners (laagbouw en hoogbouw) hun PBD 24 uur per dag kwijt in een ondergrondse verzamelcontainer op loopafstand. De inwoners moeten zelf zorgen voor een bewaarmiddel in of aan huis en een middel om het PBD te transporteren en aan te bieden, voor zover dit niet het zelfde middel is als het bewaarmiddel.
De meeste gemeenten (ook met een recycletarief) met een zakkeninzameling hebben een inzamelfrequentie van een keer per twee weken, ook in de hoogbouw. Er zijn echter ook steeds meer gemeenten die bij hoogbouw, meer specifiek bij complexen waar bewoners krap behuisd zijn en geen bergruimte hebben kiezen voor alternatieve inzamelmethoden, bijvoorbeeld in de vorm van een wekelijkse inzameling van zakken of ondergrondse verzamelcontainers nabij het complex met toegangscontrole. Deze containers zouden alleen via de afvalpas te openen moeten
4.3 Milieurendement
In scenario 6 hoeven inwoners het PBD niet meer gescheiden te houden. Dit kan worden beschouwd als een verhoging van de service. Nascheiding staat op gespannen voet met het recycletarief. Bij nascheiding hebben inwoners niet langer de gelegenheid om zo weinig mogelijk restafval aan te bieden (Het PBD zit er per definitie in) en daarmee zo goedkoop mogelijk uit te zijn. De sturingsmogelijkheid van een financiële prikkel wordt verstoord.
Het milieurendement toetsen we aan de hand van: 1. het effect op de hoeveelheid restafval en het scheidingsrendement; 2. afname totale afvalproductie in relatie tot afvaldumpingen; 3. het effect op de kwaliteit van GFT-E, PBD en papier; 4. effect statiegeld op kleine PET-flessen en blikjes.
19
Milieurendement nascheiding Het milieurendement van nascheiding (scenario 6) is niet eenduidig De prognoses voor de te verwachten productie van huishoudelijk afval, meer of minder dan van bronscheiding. De provincie Zeeland is een maximale hoeveelheid restafval en scheidingspercentage zijn gebaseerd mooie casus om resultaten van nascheiding en bronscheiding met elop ervaringen in andere gemeenten. Wij zijn uitgegaan van realistische kaar te vergelijken. In 2020 hebben een aantal gemeenten hun restafval prognoses die naar verwachting ook in Hendrik-Ido-Ambacht kunnen laten nascheiden. Zij realiseerden gemiddeld per inwoner een score van worden gehaald. Hoe de introductie van een bepaald scenario specifiek 16 kilogram PBD. 90% hiervan wordt aangeboden voor recycling. De uitpakt wordt sterk bepaald door de wijze waarop de gemeente de omZeeuwse gemeenten die PBD aan de bron scheiden zaten in 2020 geschakeling realiseert en hoe inwoners hierbij worden betrokken en over middeld op 21 kilogram per inwoner (er heeft geen afkeur plaatsgevongeïnformeerd. Er zijn gemeenten met eenzelfde manier van inzameling den). In het sorteerproces wordt gemiddeld zo’n 25 tot 30% van het aandie tot minder restafval komen dan de realistische verwachting waar wij geboden PBD als niet recyclebaar eruit gehaald en als restafval afgevoor de Hendrik-Ido-Ambacht van uitgaan, maar er zijn ook gemeenten voerd.
Het resultaat van het brongescheiden is daarmee vergelijkbaar waar meer restafval vrijkomt. met het resultaat van PBD verkregen via Scenario 3 Scenario 5 nascheiding (15 tot 16 kilogram per inScenario 2 Minder restcont. Scenario 4 Minder restcont. Hendrik-Ido- Scenario 1 Bestaand + PBD + PBD via Minder restcont. + GF-E 2x week + Scenario 6 woner). Ambacht
1. Hoeveelheid restafval en scheidingsrendement
Hoeveelheden in kg per inwoner
2020
fijn restafval GFT-E papier PBD glas textiel KCA overig gescheiden subtotaal fijn huishoudelijk afval grof restafval grof tuinafval puin hout overig gescheiden subtotaal grof huishoudelijk afval totaal restafval (fijn + grof restafval) totaal gescheiden totaal fijn en grof huishoudelijk afval Percentage hergebruik Vermindering totaal
249 61 49 9 14 3,0 1,8 0,0 387 28 8 52 46 38 172 277 282 559 50%
Bestaand + recycletarief
149 83 58 18 17 3,6 1,8 0,0 331 29 8 63 55 45 201 179 353 531 66% -28
wekelijks + recycletarief
137 92 58 27 17 3,6 1,8 0,0 336 31 8 63 55 45 202 168 371 538 69% -21
containers +recycletarief
112 98 61 30 17 3,7 1,8 0,0 324 33 8 65 57 49 214 145 392 537 73% -22
+ PBD wekelijks +recycletarief
112 98 61 30 17 3,7 1,8 0,0 324 33 8 65 57 49 214 145 392 537 73% -22
PBD wekelijks + recycletarief
Nascheiding restafval op PBD
100 110 61 30 17 3,7 1,8 0,0 323 33 8 65 57 49 214 133 404 537 75% -22
240 61 49 18 14 3,0 1,8 0,0 387 28 8 52 46 38 172 268 291 559 52% 0
Opmerking bij scenario 3: In dit scenario verwachten we dat 40% van het ingezamelde PBD wordt afgekeurd (zie punt 3 effect op kwaliteit PBD op pagina 21 en 22). Indien we de ingezamelde hoeveelheid van 30 kilogram per inwoner hiervoor corrigeren komen we uit op een inzamelresultaat voor PBD van 18 kilogram per inwoner. De totale hoeveelheid restafval bedraagt dan 157 kilogram per inwoner (staat nu op 145 kilogram) en het percentage hergebruik daalt van 73% naar 71%.
Tabel 3 Effecten scenario’s op inzamelresultaat en hergebruik
20
Bij bronscheiding is de meest bepalende factor de mate waarin er goed gescheiden wordt in een gemeente. Hoe minder vervuiling hoe minder residu in het sorteerproces. Bij nascheiding is de effectiviteit van de nascheidingsinstallatie de bepalende factor. De effectiviteit van nascheidingsinstallaties zal op termijn verbeteren waardoor er meer en recyclebaar PBD uit het restafval gehaald kan worden. Het is niet de verwachting dat deze verbeterslag op korte termijn (komende vijf jaar) wordt gerealiseerd.
2. Afname totale afvalproductie en relatie tot afvaldump De afname van de totale afvalproductie ten opzichte van het resultaat met het huidige inzamelsysteem bij de scenario’s 1 tot en met 5 is niet zozeer het gevolg van preventie, maar betekent dat een deel van het nu nog aangeboden afval uit het zicht van de gemeente verdwijnt, zoals ook blijkt uit recent onderzoek van Rijkswaterstaat. Het kan zijn doordat bedrijven (vooral in het buitengebied) die nu hun afval aanbieden via de route van huishoudelijk afval dit bij de invoering van een recycletarief niet meer zullen doen. Ook zal er een groep inwoners zijn die hun afval meenemen naar het werk of naar familie of kennissen in een andere gemeente zonder recycletarief. Belangrijk is dus ook dat de buurgemeente Zwijndrecht heeft besloten de invoering van een recycletarief verder uit te werken. Indien Hendrik-Ido-Ambacht niet kiest voor een recycletarief zal zij het afvoerputje worden voor afval uit Zwijndrecht. Afval dat uit het zicht van de gemeente raakt blijkt in ieder geval niet gedumpt te worden. Er is, behoudens in de beginperiode, geen toename van afvaldumpingen in het buitengebied en/of groenstroken (wel toename van hoeveelheid per melding, maar minder meldingen), zo blijkt uit ervaringen in andere gemeenten waar burgers betalen per lediging van de restafvalcontainer.
Ook voor zwerfafval is in andere gemeenten geen toename vastgesteld, althans voor zover dat mogelijk is (meestal slechte registratie van hoeveelheden). Ten opzichte van de hoeveelheid huishoudelijk afval die vrijkomt is de hoeveelheid afvaldumpingen en zwerfafval overigens zeer beperkt (minder dan 1 %). Wisselend is de mate waarbij
in diftargemeenten huishoudelijk afval meer dan voorheen wordt aangeboden in openbare afvalbakken. Wel moet als gevolg van de invoering van een recycletarief op restafval rekening worden gehouden met een toename van bijplaatsingen bij de ondergrondse containers. Het gaat hier naar verwachting om een klein percentage. Op de meeste plekken zal het goed gaan en verwachten we geen bijplaatsingen. Individuele huishoudens laten nu al zien dat het mogelijk is om bijna geen restafval meer te hebben. Echter, nog lang niet iedereen scheidt het huishoudelijk afval volledig. Uit de sorteeranalyses blijkt dat nog veel herbruikbare afvalsoorten die in Hendrik-Ido-Ambacht gescheiden kunnen worden aangeboden, voor een groot deel in de ondergrondse restafvalcontainer terechtkomen.