CConstaterende datHendrik-Ido-Ambacht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 bij raadsvoorstel 9.2 - Rijksstraatweg 42b e.o. - Toelichting

commissie RZ-de Volgerlanden openbaar 16 maart 2021, gemeente Hendrik-Ido-AmbachtBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Rijksstraatweg 42b e.o.13.772 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Hendrik‐Ido‐Ambacht Rijksstraatweg 42b e.o. bestemmingsplan

Rijksstraatweg 42b e.o.

Hendrik‐Ido‐Ambacht

bestemmingsplan

identificatie

planstatus

identificatiecode:

datum:

status:

NL.IMRO.0531.bp24RvRRijksstraat‐3001

20‐03‐2020 02‐06‐2020 24‐11‐2020 12‐04‐2021

concept voorontwerp ontwerp vastgesteld

projectnummer:

400193.20191527 opdrachtleider:

ir. L.C. Snel

Weena 505

aangesloten bij:

RBOI - Rotterdam postbusbv150 Delftseplein 27b 3000 AD Rotterdam Postbus 150 T: 010-201 85 55 3000 AD Rotterdam telefoon (010) E-mail: 201 85info@rho.nl 55 E-mail: info@rboi.nl

© Rho Adviseurs bv Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.

2

Inhoudsopgave

Toelichting Hoofdstuk 1

Inleiding

7

1.1

Aanleiding en doel

7

1.2

Ligging plangebied

7

1.3

Vigerend bestemmingsplan

8

1.4

Leeswijzer

10

Hoofdstuk 2

Ruimtelijk beleidskader

11

2.1

Inleiding

11

2.2

Rijksbeleid

11

2.3

Provinciaal beleid

12

2.4

Regionaal beleid en gemeentelijk beleid

15

2.5

Conclusie

21

Hoofdstuk 3

Planbeschrijving

23

Hoofdstuk 4

Sectorale aspecten

29

4.1

Inleiding

29

4.2

Milieueffectrapportage

29

4.3

Water

29

4.4

Ecologie

32

4.5

Geluid

34

4.6

Verkeer en parkeren

37

4.7

Luchtkwaliteit

38

4.8

Bedrijven en milieuhinder

39

4.9

Externe veiligheid

40

4.10

Kabels en leidingen

44

4.11

Bodem

44

4.12

Archeologie en cultuurhistorie

45

4.13

Eindconclusie

47

Hoofdstuk 5

Juridische planbeschrijving

49

5.1

Algemeen

49

5.2

Opbouw regels

49

5.3

De bestemmingen

49

Hoofdstuk 6

Uitvoerbaarheid

51

6.1

Economische uitvoerbaarheid

51

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

51

Rho adviseurs voor leefruimte

400193.20191527

Toelichting

7

Hoofdstuk 1

1.1

Inleiding

Aanleiding en doel

Aanleiding voor het opstellen van voorliggend bestemmingsplan is de wens om de bestaande agrarische bedrijfsbebouwing aan de Rijksstraatweg 42b in Hendrik‐Ido‐Ambacht te slopen en in ruil hiervoor 5 nieuwe burgerwoningen te realiseren. Daarnaast zullen 2 bestaande bedrijfswoningen worden bestemd als burgerwoning. Eén van de beschikbare instrumenten om de sanering daadwerkelijk uit te kunnen voeren is de inzet van de (voormalige) provinciale regeling 'ruimte voor ruimte'. Deze regeling biedt mogelijkheden om in ruil voor het slopen van kassen een beperkt aantal woningen terug te bouwen. Vanwege schaalvergroting in de glastuinbouw hebben én zullen veel kassen in het Deltapoortgebied hun functie verliezen. Daarnaast wordt met deze ontwikkeling de openheid van het landschap en daarmee de recreatieve waarde ervan vergroot. De gemeenten Barendrecht, Ridderkerk, Zwijndrecht en Hendrik‐Ido‐Ambacht hebben daarom, oorspronkelijk met ondersteuning vanuit de provincie, een gezamenlijk programma opgezet, waarbij met diverse ondernemers vergelijkbare afspraken zijn gemaakt over de transitie van glas naar wonen. In combinatie met de aanleg van het Waalbos wordt zo een aantrekkelijke nieuwe betekenis aan delen van het landelijk gebied tussen deze gemeenten gegeven. Deze ontwikkeling is niet mogelijk op basis van het geldende bestemmingsplan 'Landelijk gebied Sandelingen‐Ambacht'.

Om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken dient dan ook een nieuw bestemmingsplan te worden opgesteld. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet hierin en maakt de gewenste ontwikkeling juridisch‐planologisch mogelijk.

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied ligt aan de oostzijde van de Rijksstraatweg te Hendrik‐Ido‐Ambacht en bestaat in de huidige situatie hoofdzakelijk uit kassen voor sierteelt. In figuur 1.1 is de ligging van het plangebied weergegeven.

Rho adviseurs voor leefruimte

400193.20191527

8

Figuur 1.1 Ligging plangebied (plangebied rood omkaderd)

1.3

Vigerend bestemmingsplan

Ter plaatse van het plangebied vigeert momenteel het bestemmingsplan 'Landelijk gebied Sandelingen‐Ambacht' dat is vastgesteld op 10 september 2012. Dit bestemmingsplan voorziet in de bestemming 'Agrarisch' waarbij voor de agrarische bedrijfsbebouwing een bouwvlak is toegekend. De aanwezige kassen zijn voorzien van de functieaanduidingen 'sierteelt' en 'kas'. In figuur 1.2 is een uitsnede van het vigerende bestemmingsplan opgenomen.

Rho adviseurs voor leefruimte

400193.20191527

9

Het plangebied wordt doorsneden door een aardgastransportleiding. Hiervoor is de figuur 'hartlijn leiding ‐ gas' en de dubbelbestemming 'Leiding ‐ Gas' opgenomen ter bescherming van de aardgastransportleiding. De beschermingszone, aangeduid met de dubbelbestemming valt geheel binnen het plangebied. Aan weerszijden van de leiding ligt een veiligheidszone, die is aangeduid met de gebiedsaanduiding 'veiligheidszone ‐ leiding gas'. Binnen deze zone is het niet toegestaan om aanvullende voorzieningen, zoals (kleinschalige) voorzieningen voor sport‐, (natuur)educatie‐ en gezondheidscentrum ten behoeve van dagrecreatie te realiseren. Tenslotte valt het plangebied binnen de gebiedsaanduiding 'geluidzone‐industrie' als gevolg van het industrieterrein Kijfhoek ten zuiden van het plangebied. Deze geluidzone bepaalt dat er geen nieuwe geluidgevoelige objecten mogen worden gerealiseerd.

Figuur 1.2

Uitsnede geldend bestemmingsplan (plangebied rood omkaderd)

Rho adviseurs voor leefruimte

400193.20191527

10

Strijdigheid met het bestemmingsplan Het plan bestaat uit de omzetting van 2 bedrijfswoningen naar burgerwoningen en de bouw van 5 extra burgerwoningen op basis van de ruimte voor ruimteregeling. Dit is niet mogelijk op basis van de agrarische bestemming. Daarnaast voorzien de beschreven functieaanduidingen en veiligheidzones in de nodige beperkingen om woningen te realiseren. De beoogde ontwikkeling is daarmee in strijd met het geldende bestemmingsplan.

1.4

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 geeft een samenvatting van het actuele beleidskader dat relevant is voor het plangebied. Vervolgens komt in hoofdstuk 3 de ruimtelijke analyse van het gebied aan de orde. In hoofdstuk 4 worden de relevante milieuaspecten en de overige onderzoeken beschreven. In hoofdstuk 5 wordt een toelichting gegeven op de gekozen planvorm en de juridische regeling. Ten slotte gaat hoofdstuk 6 in op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.

Rho adviseurs voor leefruimte

400193.20191527

11

Hoofdstuk 2

2.1

Ruimtelijk beleidskader

Inleiding

Dit hoofdstuk geeft een overzicht van het voor het plangebied relevante ruimtelijke beleidskader. Het geldende bestemmingsplan houdt geen rekening met de voorgenomen ontwikkeling. De ontwikkeling dient in overeenstemming te zijn met het rijks‐, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid. In onderstaand hoofdstuk wordt het voornemen van de sanering van glastuinbouw en het realiseren van ruimte voor ruimtekavels voor burgerwoningen, getoetst aan het beleid van gemeente, regio en provincie en de gewenste kwaliteitsverbetering in het Deltapoortgebied.

2.2

Rijksbeleid

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) (2012) De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en het Barro doen geen uitspraken op lokaal niveau. De verantwoording voor deze opgaven is bij de provincie en gemeenten neergelegd. Wel kan worden gesteld dat de mogelijkheden die het project biedt passen binnen de beleidskeuzes en de leidende principes uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en het Barro. Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening) Een zorgvuldige benutting van de beschikbare ruimte voor verschillende functies vraagt om een goede onderbouwing van nut en noodzaak van een nieuwe stedelijke ruimtevraag en een zorgvuldige ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. Overheden die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk willen maken, moeten standaard een aantal stappen zetten die borgen dat tot een zorgvuldige ruimtelijke afweging en inpassing van die nieuwe ontwikkeling wordt gekomen. Ruimtelijke besluiten moeten aandacht besteden aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. Bij de ladder moet de regionale behoefte aangetoond worden, of deze behoefte in bestaand stedelijk gebied opgevangen kan worden, en of de locatie multimodaal is of kan worden ontsloten.

Toetsing Deze ontwikkeling maakt de realisatie van ruimte voor ruimtewoningen mogelijk in ruil voor de sloop van bebouwing/kassen. Gelet op de kleinschaligheid van de ontwikkeling is het plan niet aan te merken als een woningbouwlocatie als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef onder 1, van het Bro. De voorliggende ontwikkeling kan dan ook niet worden aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling, waardoor toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing is. Jurisprudentie heeft dit reeds bevestigd. Wel voldoet het plan aan de uitgangspunten van de duurzaamheidsladder. Het project geeft invulling aan de behoefte aan kwaliteitsverbetering in het Deltapoortgebied. Het toestaan van enkele ruimte voor ruimte woningen op de saneringslocatie maakt deze kwaliteitsverbetering financieel mogelijk. Ook is de locatie passend ontsloten.

Rho adviseurs voor leefruimte

400193.20191527

12

2.3

Provinciaal beleid

Omgevingsvisie Zuid‐Holland (geconsolideerde versie augustus 2020) Het Omgevingsbeleid van Zuid‐Holland omvat al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Het bestaat uit twee kaderstellende instrumenten: de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. De voor dit plan relevante beleidsuitgangspunten uit de visie worden hierna behandeld. Behoud en versterking ruimtelijke kwaliteit De provincie geeft richting en ruimte aan een optimale wisselwerking tussen ruimtelijke ontwikkelingen en gebiedskwaliteit. In de gehele provincie, zowel in het stedelijk gebied als in het landelijk gebied, beoogt het kwaliteitsbeleid een 'ja, mits‐beleid': ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit (waarborg ruimtelijke kwaliteit). Om de ruimtelijke impact van een ontwikkeling te bepalen, wordt gekeken naar de wisselwerking tussen gebiedskwaliteiten en de aard en omvang van de ontwikkeling. Er wordt onderscheid gemaakt tussen 3 soorten ontwikkelingen, namelijk inpassing, aanpassing en transformatie. Voor het bepalen van de ruimtelijke kwaliteit van een locatie wordt de kwaliteitskaart gebruikt. Laag van de ondergrond Het plangebied maakt deel uit van een rivierdeltacomplex en is opgebouwd uit rivierklei en veen.

Als richtpunt voor ontwikkelingen in dit gebied geldt dat het verschil tussen komgronden en oeverwallen herkenbaar moet blijven. Laag van de cultuur‐ en natuurlandschappen Het plangebied maakt eveneens onderdeel uit van een 'zeekleipolder'. Er is een grote mate van openheid met contrasten tussen buitendijkse natuur en strak verkavelde agrarische polders. De dorpen liggen als compacte kernen in het landschap, veelal op het kruispunt van een dijk en een kreek aan de rand van een polder. Overige bebouwing ligt langs de dijken en spaarzaam in de polders zelf. Ontwikkelingen in het gebied dienen bij te dragen aan het versterken van karakteristieke kenmerken, zoals het behouden van de dijk als herkenbare landschappelijke structuurdrager in contrast met de grootschalige, open polder. Bebouwing dient zich te concentreren in of bij compacte kernen, niet in het open middengebied van de polders. Bij ontwikkelingen dient de relatief onregelmatige verkaveling herkenbaar te blijven. Laag van de stedelijke occupatie Het plangebied bevindt zich binnen een zone van verspreid glas buiten glastuinbouwgebied. Zodra kassen in dit gebied hun tuinbouwfunctie verliezen, heeft sanering prioriteit vanwege de relatief grote invloed op de omgeving. Laag van de beleving De Rijksstraatweg bevindt zich buiten de bebouwde kom van Hendrik‐Ido‐Ambacht en is aangewezen als 'groene buffer'.

Deze buffer is een niet verstedelijkt landschap van relatief beperkte omvang tussen of grenzend aan de steden. Binnen deze zone mogen geen grootschalige nieuwe ontwikkelingen plaatsvinden. Daarnaast dienen ontwikkelingen bij te dragen aan de recreatieve gebruiks‐ en belevingswaarde en de contrastkwaliteit met het stedelijk gebied. Omgevingsverordening Zuid‐Holland (geconsolideerde versie augustus 2020) In de Omgevingsverordening heeft de provincie regels gesteld om de provinciale hoofdbelangen uit de Omgevingsvisie Zuid‐Holland 2040 juridisch te borgen. Gemeenten moeten bij het maken van ruimtelijke plannen deze regels in acht nemen. De Omgevingsverordening is daarmee een kaderstellend instrument van de provincie voor gemeenten.

Rho adviseurs voor leefruimte

400193.20191527

13

De verordening bevat regels ten aanzien van een aantal belangrijke ruimtelijke onderwerpen, zoals kantoren, bedrijventerreinen, glastuinbouw‐ en bollenteeltgebied, archeologie en provinciale vaarwegen. Voor de beoogde herontwikkeling zijn de volgende artikelen uit de Omgevingsverordening relevant. Artikel 6.9 Ruimtelijke kwaliteit 1. Een omgevingsvergunning met ruimtelijke onderbouwing kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen); b. als de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar wijziging op structuurniveau voorziet (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door:  zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en;  het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen als bedoeld in het derde lid; c.

als de ruimtelijke ontwikkeling niet past bij de bestaande gebiedsidentiteit (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door:  een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht is besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en  het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen zoals bedoeld in het derde lid. 2. Uitzonderingen vanwege beschermingscategorieën zijn: a. n.v.t. b. een bestemmingsplan voor een gebied met beschermingscategorie 2, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 14 in bijlage II, kan niet voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling als bedoeld in het eerste lid, onder c, tenzij het gaat om de ontwikkeling van bovenlokale infrastructuur of van natuur of om een in het Programma ruimte uitgezonderde ruimtelijke ontwikkeling of een zwaarwegend algemeen belang en voorts wordt voldaan aan de onder c gestelde voorwaarden. 3. Aanvullende ruimtelijke maatregelen zijn: a.

de aanvullende ruimtelijke maatregelen kunnen bestaan uit (een combinatie van):  duurzame sanering van leegstaande bebouwing, kassen en/of boom‐ en sierteelt;  wegnemen van verharding;  toevoegen of herstellen van kenmerkende landschapselementen;  andere maatregelen waardoor de ruimtelijke kwaliteit verbetert. b. de onder a genoemde maatregelen worden in beginsel getroffen binnen hetzelfde plangebied als de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling, tenzij kan worden gemotiveerd dat dat niet mogelijk is. In dat geval kunnen ook ruimtelijke maatregelen elders in de motivering inzake ruimtelijke kwaliteit worden betrokken; c. in afwijking van onder b kan het bevoegd gezag in plaats van het treffen van ruimtelijke maatregelen een (gedeeltelijke) financiële compensatie verlangen door middel van een storting in een kwaliteitsfonds, dat is ingesteld op basis van de door provinciale staten vastgestelde regeling voor kwaliteitsfondsen, mits de daadwerkelijke uitvoering van de compenserende ruimtelijke kwaliteitsmaatregelen afdoende is verzekerd.

Rho adviseurs voor leefruimte

400193.20191527

14

4.

Een bestemmingsplan dat een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt als bedoeld in het eerste lid bevat een beeldkwaliteitsparagraaf, waarin het effect van deze ontwikkeling op de bestaande kenmerken en waarden wordt beschreven en waaruit blijkt dat de ruimtelijke kwaliteit ten minste gelijk blijft, voor zover het gaat om een ruimtelijke ontwikkeling: a. waarbij de richtpunten van de kwaliteitskaart in het geding zijn; of b. die is gelegen op gronden binnen een beschermingscategorie als bedoeld in het tweede lid, onder a en b.

Bij aanvullende ruimtelijke maatregelen gaat het onder andere om de maatregelen uit de regeling 'ruimte voor ruimte'. Op basis van deze voormalige regeling kon in ruil voor de sloop van 1.000 m² bebouwing of 5.000 m² kassen een woning buiten bestaand stedelijk gebied worden gebouwd. Bij de beoordeling van de aanvullende ruimtelijke (kwaliteits‐)maatregelen hanteert de provincie vooralsnog deze oppervlaktes als uitgangspunt. In de toelichting van de Omgevingsverordening zijn de beschermingscategorieën verder uitgewerkt. In het plangebied is beschermingscategorie 2 van toepassing. Onderstaande visie is daarop van toepassing. Gebieden met bijzondere kwaliteit (beschermingscategorie 2) De provincie wil een aantal specifieke waarden en gebieden in stand houden omdat ze landschappelijk, ecologisch of qua gebruikswaarde bijzonder en kwetsbaar zijn. In die hoedanigheid leveren ze een belangrijke en specifieke bijdrage aan de ruimtelijke kwaliteit van Zuid‐Holland. De instandhouding van deze waarden vraagt om hierop toegespitste vormen van bescherming en ontwikkeling, naast de generieke bijdrage aan de ruimtelijke kwaliteit. Ruimtelijke ontwikkelingen in deze gebieden zijn mogelijk, maar met inachtneming van het instandhouden van de specifieke waarden.

Het betreft gebieden met de volgende kwaliteiten:  Belangrijke weidevogelgebieden, gelegen buiten het NNN, vanwege de specifieke maatschappelijke verantwoordelijkheid voor deze karakteristieke en kwetsbare vogels, die mede de kwaliteit van het Zuid‐Hollandse (veen)weidelandschap bepalen.  Openbare recreatiegebieden, vanwege hun onmisbare bijdrage aan de leef‐ en vestigingskwaliteit in zowel het stedelijk als het landelijk gebied in de provincie.  Groene buffers. Als landschap zijn deze gebieden relatief klein, soms ruimtelijk versnipperd en altijd medebepaald door stadsranden. Behoud van deze ruimtes is van belang voor de identiteit en leefkwaliteit van het stedelijk gebied. De stedelijke druk is relatief groot, maar tegelijkertijd vormen ze op de schaal van de provincie een onmisbare 'tegenhanger' van de stedelijke dynamiek en verdichting. Ruimtelijke ontwikkelingen zijn hier mogelijk, maar extra bescherming tegen (grootschalige) stedelijke ontwikkeling is van belang om de schaal en het karakter van deze gebieden in stand te houden. Bij het toepassen van de ruimte voor ruimteregeling voor deze ontwikkeling worden bestaande kassen gesloopt en vervangen door nieuwe woningen. Door de sloop zal de openheid van het landschap toenemen waardoor het contrast met het stedelijke gebied wordt vergroot. Hierdoor neemt de recreatieve gebruiks‐ en belevingswaarde van het gebied toe.

Bij de herinrichting van het gebied dient tevens een bijdrage worden geleverd aan het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit van het gebied. Artikel 6.10 Stedelijke ontwikkelingen 1. Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende eisen: a. de toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening; b. indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads‐ en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare

Rho adviseurs voor leefruimte

400193.20191527

15

nodig is, wordt gebruik gemaakt van locaties die zijn opgenomen in het Programma ruimte. Toetsing omgevingsvisie en ‐verordening Met deze ontwikkeling is sprake van aanpassen. Als gevolg van deze ontwikkeling dient de ruimtelijke kwaliteit ten minste gelijk te blijven. Het plangebied valt in beschermingscategorie 2: 'gebieden met een specifieke kwaliteit'. Het gebied bevindt zich in een groene buffer. Ruimtelijke ontwikkelingen zijn hier mogelijk, maar dienen bij te dragen aan de ruimtelijke kwaliteit. In de groene ruimte rond het stedelijk gebied is behoud van aantrekkelijke landschappen en toegankelijke natuur nabij de stad een belangrijke opgave. Er is regionale behoefte aan kwaliteitsverbetering door sanering van glas in deze bufferzone. De bouw van ruimte voor ruimtewoningen maakt dit financieel mogelijk. De hoeveelheid bebouwing/glas neemt per saldo af. Ook voldoet de ontwikkeling aan de uitgangspunten van artikel 6.9. De sanering van glas en bebouwd oppervlak zorgt voor verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Door de beoogde ontwikkeling neemt de openheid toe. In dit geval is sprake van 'aanpassen' omdat enkele woningen worden gerealiseerd. Om te zorgen voor een goede inpassing van de woningen wordt de handreiking 'Ruimte voor ruimtelijke kwaliteit' gebruikt als inspiratiekader voor de architectuur en de inrichting en beplanting van het erf.

Door gebruik te maken van de karakteristieke kenmerken van polderwoningen wordt de ontwikkeling ingepast in het bestaande natuur‐ en cultuurlandschap. De vier nieuwe woningen die direct aan de Rijksstraatweg zijn beoogd, krijgen de uitstraling van een polderwoning. De woning die achter een polderwoning in het noorden van het plangebied is beoogd, krijgt de uitstraling van een schuurwoning. Voor het plan is een kavelpaspoort opgesteld waarin nader wordt ingegaan op beeldkwaliteit. Dit kavelpaspoort is opgenomen in bijlage 1.

2.4

Regionaal beleid en gemeentelijk beleid

Gebiedsprofiel IJsselmonde, Provincie Zuid Holland (2013) Het landschap van IJsselmonde bestaat in de basis uit open agrarische polders. De verstedelijking, de aanleg van (spoor)wegen en de realisatie van woningen en glastuinbouw hebben echter geleid tot een versnipperd landschap dat plaatselijk verrommeld is. De potentie voor IJsselmonde ligt in het verbinden van stad en land. Het plangebied ligt aan een karakteristiek polderlint waarvoor de kavelrichting, de variatie in bebouwing en de doorzichten naar de polder kenmerkend zijn. De polderwegen zijn onderdeel van het landschap door hun lange, rechte karakter met weinig beplanting waardoor de openheid van de polder beleefbaar is. Verder wordt het gebied momenteel gekenmerkt door verspreide glastuinbouw. De ambitie is om deze zo veel mogelijk te verplaatsen naar grootschalige glastuinbouwclusters met aandacht voor landschappelijke inpassing. De sanering van de glastuinbouw voor deze ontwikkeling draagt bij aan de openheid met doorzichten naar de polder. Gebiedsvisie Deltapoort 2025 (2012) De Gebiedsvisie Deltapoort 2025 is het ruimtelijk kader (op hoofdlijnen) waarbinnen verschillende ruimtelijke opgaven binnen Deltapoort, waaronder de sanering van (verspreid liggende) glastuinbouwbedrijven, worden uitgevoerd, met als doel het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit van het gebied.

In dit kader hebben de gemeenten Barendrecht, Ridderkerk, Hendrik‐Ido‐Ambacht en Zwijndrecht de ambitie geformuleerd om in vier jaar tijd 35 hectare verspreid liggend glas te saneren. In het Deltapoort‐gebied worden vijf themagebieden met een groene hoofdtint onderscheiden. Deze themagebieden vormen tezamen het landschappelijk raamwerk; door thematisering worden de landschappelijke kwaliteiten van het betreffende gebied (en dus het raamwerk) versterkt. Het plangebied is aangeduid als Tuin van de Deltapoort.

Rho adviseurs voor leefruimte

400193.20191527

16

Figuur 2.1

Uitsnede ruimtelijk streefbeeld (plangebied rood omcirkeld).

Handreiking Ruimte voor ruimtelijke kwaliteit (2014) In 2014 is door de gemeenteraad van Hendrik‐Ido‐Ambacht de Handreiking Ruimte voor ruimtelijke kwaliteit vastgesteld in samenwerking met de gemeenten Barendrecht en Zwijndrecht. Op basis van de eerder vastgestelde Gebiedsvisie Deltapoort wordt hiermee aangestuurd op een ruimtelijk kwalitatiever gebied. In het sterk verstedelijkte polderlandschap van dit deel van de zuidelijke Randstad zijn altijd nog gebieden te vinden met een landelijk en agrarisch karakter. Deze gebieden vormen het buitengebied van Oost‐IJsselmonde. De polders, die eeuwen geleden gewonnen zijn op het water, boden van oudsher ruimte aan de vruchtbare akkers, tuinen en boomgaarden die dit gebied van voedsel voorzagen en dat tot op de dag van vandaag ook nog altijd doen. Ontwikkelingen en innovaties in de glastuinbouw hebben echter geleid tot schaalvergroting, en een verdere 'verglazing' van het buitengebied – door grote kassencomplexen oogt het buitengebied voller en minder groen. Door de schaalvergroting is het buitengebied van Oost‐IJsselmonde te klein geworden voor toekomstbestendige glastuinbouw en zal op termijn het overgrote deel van de glastuinbouwbedrijven uit het gebied verdwijnen. Tegelijkertijd is door de enorme verstedelijking open ruimte schaars geworden.

Er is behoefte aan een kwalitatief hoogwaardig buitengebied, waar niet alleen ons voedsel wordt verbouwd, maar dat ook ruimte biedt aan ontspanning, recreatie en natuur. Het verdwijnen van de kassen biedt goede kansen om in het buitengebied meer open ruimte met belevings‐ en gebruikskwaliteit te realiseren. Eén van de beschikbare instrumenten om de sanering daadwerkelijk uit te kunnen voeren is de inzet van de (voormalige) provinciale regeling 'ruimte voor ruimte'. Deze regeling biedt mogelijkheden om in ruil voor het slopen van kassen een beperkt aantal woningen terug te bouwen. Het idee daarachter is dat de nieuw te bouwen woningen geld opleveren, waardoor het financieel haalbaar wordt de kassen te slopen en er ruimte voor terug te brengen. De inmiddels verbrede handreiking gaat verder dan alleen woningen.

Rho adviseurs voor leefruimte

400193.20191527

17

Inspiratie Het ruimte voor ruimte traject is in volle gang. Op steeds meer plekken in het Deltapoortgebied worden kassen gesloopt en woningen teruggebouwd. Dit levert niet automatisch een hogere ruimtelijke kwaliteit op. Hoewel een meer open landschap ontstaat, worden ook woningen teruggebouwd. In de Handreiking Ruimte voor ruimtelijke kwaliteit staat onder meer welk type huizen en soorten beplanting het beste bij het landschap passen. De handreiking bevat ook veel foto's en afbeeldingen van streekeigen beplanting en er staan voorbeelden in van woningen die goed in het landschap van Deltapoort passen. De gemeenten willen op deze wijze de nieuwe bewoners van het gebied inspireren om de ontwikkelingen mooi in het landschap van Deltapoort in te passen. Zie www.mooiijsselmonde.nl. Mogelijkheden voor en impact van de ruimte voor ruimte regeling Niet voor alle bedrijven biedt de ruimte voor ruimte regeling reële mogelijkheden om op de eigen locatie terug te bouwen. Op een aantal plekken zijn er vanuit milieu en externe veiligheid locaties aan te wijzen die op het eerste gezicht niet geschikt zijn voor de ontwikkeling van woningen. Voor deze locaties is in ieder geval eerst aanvullend onderzoek nodig.

Daarnaast zijn er gebieden aan te wijzen waar de ruimtelijke situatie zo kwetsbaar is dat het terugbouwen van woningen niet zonder meer leidt tot een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Om die reden is de inpassing van woningen hier alleen onder strenge voorwaarden mogelijk. Het betreft hier locaties in de open polder en langs de Waal, waar gestreefd wordt naar meer zicht en openheid en het publiek toegankelijk maken van het landschap. Daarnaast is de impact van de sanering van het glas op de ruimtelijke kwaliteit niet op iedere locatie even groot. Er zijn locaties waar de kassen de beleving van het landschap niet of nauwelijks in de weg staan, op andere plekken blokkeren ze het zicht en is het glas juist wel een doorn in het oog.

Rho adviseurs voor leefruimte

400193.20191527

18

Figuur 2.2

kaart mogelijkheden regeling Ruimte voor Ruimte

In het voorliggende plangebied is 'ruimte voor ruimte mogelijk onder strenge voorwaarden, vanwege kwetsbaarheid van het landschap'. Regeling In het kort komt de ruimte voor ruimte regeling op het volgende neer: In ruil voor de sloop van alle kassen en bijgebouwen krijgt een tuinder het bouwrecht voor een aantal woningen, onder de voorwaarde dat de ontwikkeling bijdraagt aan de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving. Het woningaantal is gerelateerd aan het oppervlak dat tuinders moeten slopen. Zowel voor elke 5.000 m2 kas als voor elke 1.000 m2 bijgebouw krijgt een tuinder het bouwrecht voor 1 woning. Deze 'ruimte voor ruimtewoning' moet voldoen aan een aantal kwantitatieve uitgangspunten (pagina 26 handreiking), waaronder de inhoud en oppervlakte van de bebouwing en de kavelmaat. Gebruiksaanwijzing 1. Bereken op basis van het aantal m2 glas en bijgebouwen het aantal in te passen woningen. 2. Bepaal aan de hand van de beschrijving van het deelgebied (hoofdstuk 8) het landschapstype waarin de locatie zich bevind. 3. Selecteer aan de hand van het landschapstype een of meer passende bebouwingsvormen en welke bouwstenen daarbij horen. 4. Selecteer de bouwstenen die het beste bij de locatie en bij de wensen en voorkeuren van de tuinder/nieuwe bewoners passen. 5.

Maak een schetsontwerp: combineer de verschillende bouwstenen tot een totaalplan voor de verschijningsvorm van de bebouwing en de landschappelijke inpassing daarvan. 6. En illustreer dit met referentiebeelden van architectuur en beplanting. De ruimte voor ruimte regeling biedt vier manieren om bij te dragen aan het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit: 1. Iets weghalen 2. Iets toevoegen 3. Iets opknappen 4. De bijvangst

Rho adviseurs voor leefruimte

400193.20191527

19

Figuur 2.3

Uitsnede visiekaart met deelgebieden

Polder Sandelingen‐Ambacht Polder Sandelingen‐Ambacht ligt tussen twee polderwegen, de Rijksstraatweg en de Langeweg. Aan de noordoostzijde snijdt de snelweg de polder af. Door de sanering van de kassen zijn er kansen om dit landschap weer open en zichtbaar te maken, zowel vanaf de polderweg als vanaf de snelweg. Langs de polderwegen ligt een aantal compacte erven, ruim uit elkaar, in het open landschap. De erfbeplanting biedt beschutting tegen de impact van de snelweg. Tussen de erven is ruimte voor grasland met paarden of schapen, zodat er zicht blijft op de achtergelegen polder, die gebruikt wordt voor grondgebonden landbouw. Het gebied behoort tot de Tuin van Deltapoort, een gebied in het hart van Oost‐IJsselmonde, waar ruimte is voor een gemengd milieu waar wonen, werken, recreatie en verbrede landbouw en tuinbouw gecombineerd worden. Toetsing Uit het schetsontwerp blijkt dat invulling wordt gegeven aan de uitgangspunten van de handreiking (zie hoofdstuk 3 en bijlage 1). Er wordt voor in totaal 20.800 m² aan glasopstanden en 1.014 m² aan bijgebouwen gesaneerd. Voor 20.000 m² aan glasopstanden kunnen 4 woningen worden gerealiseerd. Voor de 1.000 m² aan bijgebouwen mag nog eens 1 woning worden gerealiseerd. Daarmee zijn er in totaal bouwrechten voor afgerond 5 woningen aanwezig. In onderhavig plan worden vijf woningen gerealiseerd met deze bouwrechten.

Er resteert dan nog 0,2 bouwrecht (voor de resterende 800 m² aan glasopstand en 14 m² aan bijgebouw). Door het saneren van de kassen neemt de openheid van het gebied toe, waardoor het contrast stad en landelijk gebied wordt verbeterd. De belevingswaarde van het landschap zal door de planontwikkeling toenemen. Het plan voorziet in de realisatie van 5 nieuwe woningen en behoud van 2 bestaande woningen, waarbij 2 clusters ontstaan van 3 woningen en daarnaast 1 losse woning. Deze clusters liggen op ruime afstand van elkaar, waardoor de openheid van het landschap wordt gewaarborgd. Er komen totaal 4 inritten aan het polderlint, namelijk 2 bestaande inritten en 2 nieuw te realiseren inritten. Deze worden in sommige gevallen gedeeld door 2 of 3 woningen. De clusters van woningen worden omrand met een watergang waarbij het erf aan de voorzijde een meer gecultiveerde uitstraling krijgt en aan de achterzijde een meer landschappelijke uitstraling. De erfinrichting en beplanting zorgt er samen voor dat

Rho adviseurs voor leefruimte

400193.20191527

20

het plan landschappelijk wordt ingepast en een positieve bijdrage zal leveren aan de Tuin van Deltapoort. Gemeentelijke structuurvisie 'Waar de Waal stroomt' Op 6 juli 2009 is de gemeentelijke structuurvisie 'Waar de Waal stroomt' vastgesteld. De structuurvisie gaat in op de gewenste ontwikkelingen op het gebied van wonen, zorg, welzijn, onderwijs, winkelvoorzieningen en beschrijft de ruimtelijke inpassing van al deze ambities. De structuurvisie gaat onder andere over het behoud van historische en karakteristiek waardevolle elementen en over de versterking van de waterstructuur en de rol van de Waal en de Noord daarin. De visie gaat in op de groenstructuur en het belang van het Baxpark, Sandelingen‐Ambacht en de Sophiapolder daarin.

Figuur 2.4

Uitsnede Structuurvisie kaart Hendrik‐Ido‐Ambacht

Rho adviseurs voor leefruimte

400193.20191527

21

Toetsing Het plangebied ligt in de zoekzone voor recreatie, natuurgebied en cultuurpark. Ook wordt hier voorzien in het realiseren of bijdragen aan een ecologische verbinding. Het voornemen wordt niet specifiek aangeduid als één van de voorziene ontwikkelingen. Wel draagt het voornemen bij aan de uitgangspunten van die visie. Door het saneren van de kassen, waardoor de openheid van het gebied toeneemt en een beter contrast ontstaat tussen stad en landschap, draagt de ontwikkeling bij aan het versterken van de landelijke en recreatieve belevingswaarde van het gebied en het in de toekomst realiseren van een ecologische verbindingszone.

2.5

Conclusie

Met de voorgenomen ontwikkeling wordt concreet invulling gegeven aan de kwaliteitsverbetering van het landschap en ambitie van zowel provincie, regio en gemeente, waarbij verspreid glas wordt opgeruimd door het mogelijk maken van ruimte voor ruimtewoningen.

Rho adviseurs voor leefruimte

400193.20191527

22

Rho adviseurs voor leefruimte

400193.20191527

23

Hoofdstuk 3

Planbeschrijving

Omgeving plangebied Het plangebied ligt aan de oostzijde van de Rijksstraatweg. De locatie bevindt zich in het buitengebied aan de westzijde van Hendrik‐Ido‐Ambacht. De Rijksstraatweg vormt de gemeentegrens tussen Ridderkerk en Hendrik‐Ido‐Ambacht. Deze weg kenmerkt zich als een rechte polderweg met voornamelijk agrarische (bedrijfs)functies, waaronder een aantal glastuinbouwbedrijven. Aan de voorzijde van de bedrijven langs de weg bevinden zich een aantal bedrijfswoningen in de vorm van vrijstaande, landelijke woningen. De locatie bevindt zich ongeveer 420 meter ten westen van de Rijksweg A16 en circa 850 meter ten noorden van het rangeerterrein Kijfhoek. Het plangebied Het plangebied bestaat in de huidige situatie uit twee bedrijfswoningen, kassen, bijgebouwen en een waterbassin. De twee bedrijfswoningen zullen worden bestemd tot burgerwoning. De aanwezige kassen (20.800 m2) en bedrijfsbebouwing (1.014 m²) zullen worden verwijderd waarna er ruimte ontstaat voor de realisatie van 5 extra burgerwoningen. In figuur 3.1 is een overzicht opgenomen van het perceel, waarbij is aangegeven welke bebouwing dient te worden gesloopt. Tevens zijn de twee te behouden bedrijfswoningen aangeduid.

Rho adviseurs voor leefruimte

400193.20191527

24

Figuur 3.1

Overzicht te slopen en te handhaven bebouwing

Toekomstige situatie Na de sloop van de kassen en bijgebouwen worden 5 nieuwe woningen gerealiseerd binnen het plangebied. De woningen worden samen met de bestaande bedrijfswoningen geclusterd in 2 clusters van 3 woningen en 1 losse woning. Met deze positionering worden 2 zichtlijnen richting het open landschap gecreëerd (figuur 3.2).

Rho adviseurs voor leefruimte

400193.20191527

25

Figuur 3.2 Ontwerp met positie van de woningen (de woning gelegen naast de kas schuift 10 meter van de kas af in afwijking tot wat hier verbeeld is ‐ de zichtlijnen blijven behouden) De bestaande 2 bedrijfswoningen worden omgezet naar reguliere burgerwoningen. Ter compensatie van de te slopen kassen en agrarische bedrijfsbebouwing mogen in totaal 5 nieuwe burgerwoningen worden gebouwd. Aan de bouw van deze woningen zijn, in het kader van de 'Handreiking ruimte voor ruimtelijke kwaliteit', voorwaarden verbonden. Deze voorwaarden zijn voor dit perceel uitgewerkt in een zogenoemd 'kavelpaspoort'. Het kavelpaspoort is opgenomen in Bijlage 1 van deze toelichting. Het kavelpaspoort geeft aan binnen welke kaders de woningen gerealiseerd mogen worden. Op het kavelpaspoort is aangegeven op welke locaties de 5 nieuwe woningen komen, namelijk 1 woning in het zuiden, 2 in het midden (naast de bestaande woning) en 2 in het noorden van het plangebied. Van de 2 woningen in het noorden ligt één woning verder naar achteren op het erf. Deze woning krijgt het uiterlijk van een schuurwoning met de eenvoudige uitstraling en architectuur van een bijgebouw. De overige 4 woningen worden gerealiseerd aan het lint van de Rijksstraatweg in de vorm van polderwoningen met een landelijke uitstraling.

Hierdoor blijft de traditionele opzet van het hoofdgebouw langs de weg en bijgebouw aan de achterzijde behouden. De woningen worden ontsloten door middel van 4 inritten aan de Rijksstraatweg. Daarbij delen de noordelijke 3 woningen een brede inrit. Ook 2 van de woningen in het midden van het plangebied delen een brede inrit. De overige 2 inritten zijn enkele inritten. Verder staan in het kavelpaspoort de toegestane afmetingen voor de hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken vermeld. Deze zijn vertaald in de regels bij dit bestemmingsplan. Figuur 3.3 bevat een uitsnede van het kavelpaspoort.

Rho adviseurs voor leefruimte

400193.20191527

26

Figuur 3.3

Uitsnede kavelpaspoort

Aan de zuidrand van de noordelijke 3 woningen, van de middelste 3 woningen en tussen 2 van de middelste woningen worden sloten gegraven. Een impressie hiervan is weergegeven in figuur 3.4. Ook wordt de sloot rondom de kas in het zuiden van het plangebied een paar meter verlegd, zodat de eigenaar van de kas er met zijn tractor omheen kan rijden.

Rho adviseurs voor leefruimte

400193.20191527

27

Figuur 3.4

Impressie ontwerp

Rho adviseurs voor leefruimte

400193.20191527

28

Rho adviseurs voor leefruimte

400193.20191527

29

Hoofdstuk 4

4.1

Sectorale aspecten

Inleiding

Op grond van de Wet ruimtelijke ordening en op basis van jurisprudentie dient de uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan te worden aangetoond en moet worden onderbouwd dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk zijn de sectorale aspecten beschreven die voor dit bestemmingsplan relevant zijn. De resultaten en conclusies van de onderzoeken zijn per aspect opgenomen in de betreffende paragraaf.

4.2

Milieueffectrapportage

Toetsingskader In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van de omgevingsvergunning planmer‐plichtig, projectmer‐plichtig of mer‐beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Daarnaast dient het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, na te gaan of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG‐richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen:  de kenmerken van de projecten;  de plaats van de projecten;  de kenmerken van de potentiële effecten. Onderzoek en conclusies In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject mer‐beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer of een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat (Besluit milieueffectrapportage, Bijlage onderdeel D11.2). De beoogde ontwikkeling blijft ruim onder de drempelwaarde. Dit betekent dat een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.‐beoordeling' noodzakelijk is. Ten behoeve van de m.e.r.‐beordelingsbeslissing is een aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.‐beoordeling opgesteld.

Deze is opgenomen in Bijlage 8. Op basis van deze notitie heeft het bevoegd gezag besloten dat geen volledige m.e.r.‐procedure doorlopen hoeft te worden.

4.3

Water

Waterbeheer en watertoets

Rho adviseurs voor leefruimte

400193.20191527

30

De initiatiefnemer dient in een vroeg stadium overleg te voeren met de waterbeheerder over een ruimtelijk planvoornemen. Hiermee wordt voorkomen dat ruimtelijke ontwikkelingen in strijd zijn met duurzaam waterbeheer. Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van het waterschap Hollandse Delta, verantwoordelijk voor het waterkwantiteits‐ en waterkwaliteitsbeheer. Met behulp van de Digitale Watertoets is het Waterschap geïnformeerd over de ontwikkeling (07‐01‐2020). Naar aanleiding hiervan wordt overleg gevoerd met de waterbeheerder. De opmerkingen van de waterbeheerder worden vervolgens verwerkt in deze waterparagraaf. Beleid duurzaam stedelijk waterbeheer Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het plangebied relevante nota's, waarbij het beleid van het waterschap en de gemeente nader worden behandeld. Europa:  Kaderrichtlijn Water (KRW). Nationaal:  Nationaal Waterplan (NW);  Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW);  Waterwet. Provinciaal:  Provinciaal Waterplan;  Omgevingsvisie Zuid‐Holland  Omgevingsverordening Zuid‐Holland Waterschapsbeleid In het Waterbeheerplan 2016‐2020 staat hoe Hollandse Delta het waterbeheer in het werkgebied in de komende jaren wil uitvoeren.

Daarbij gaat het om betaalbaar waterbeheer met evenwichtige aandacht voor veiligheid, waterkwaliteit, waterkwantiteit, duurzaamheid en om het watersysteem als onderdeel van de ruimtelijke inrichting van ons land. Het Waterbeheerplan beschrijft de uitgangspunten voor het beheer, de ontwikkelingen die de komende jaren verwacht worden en de belangrijkste keuzen die het waterschap moet maken. Daarnaast geeft het Waterbeheerplan een overzicht van maatregelen en kosten. De maatregelen voor de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) zijn onderdeel van het plan. Uit het oogpunt van waterkwaliteit moet schoon hemelwater worden afgekoppeld en direct worden geloosd op oppervlaktewater. Dit vermindert de vuiluitworp uit het gemengde rioolstelsel en verlaagt de belasting van de afvalwaterzuivering. Bij een toename van aaneengesloten verhard oppervlak, binnen de bebouwde kom, van 500 m² of meer, moet voor de versnelde afstroom van hemelwater een vergunning worden aangevraagd in het kader van de Keur. Buiten de bebouwde kom is een vergunning noodzakelijk vanaf 1.500 m2. Voor een toename aan verhard oppervlak moet 10% van deze toename worden gecompenseerd in de vorm van open water binnen het peilgebied waarin de verharding toeneemt.

Gemeentelijk beleid Voor de gemeenten Hendrik‐Ido‐Ambacht en Zwijndrecht is gezamenlijk het 'Waterplan van H tot Z' opgesteld, omdat de stedelijke watersystemen van beide gemeenten een zodanige samenhang vertonen dat ze niet los van elkaar gezien kunnen worden. In het waterplan is aangegeven hoe de gemeenten in samenwerking met het waterschap en zuiveringsschap tot een goed en gezond watersysteem kunnen komen. Het waterplan beperkt zich tot het stedelijke watersysteem binnen de bebouwde kom van Hendrik‐Ido‐Ambacht en Zwijndrecht. Het plan bevat daarom geen uitgangspunten

Rho adviseurs voor leefruimte

400193.20191527

31

voor het buitengebied, waar deze ontwikkeling plaatsvindt. Huidige situatie Algemeen Het plangebied bestaat in de huidige situatie uit kassen voor sierteelt, twee bedrijfswoningen en een waterbassin. De bodem in het plangebied bestaat uit veen op ongerijpte klei. In het plangebied is sprake van grondwatertrap VI. Dat wil zeggen dat de gemiddelde hoogste grondwaterstand varieert tussen de 0,4 m tot 0,8 m beneden het maaiveld en de gemiddelde laagste grondwatertrap meer dan 1,2 m onder maaiveld ligt. Waterkwantiteit Aan de randen van het plangebied zijn diverse watergangen aanwezig. Dit betreffen zowel overige watergangen met een beschermingszone van 1 m als een hoofdwatergang aan de oostkant met een beschermingszone van 3,5 m. Binnen deze beschermingszone gelden beperkingen voor bouwen en aanleggen om onderhoud aan de watergang mogelijk te houden. Het plangebied valt binnen de beschermingszone van deze watergangen. Veiligheid en waterkeringen Het plangebied is niet gelegen binnen de kern‐ of beschermingszone van een waterkering. Afvalwaterketen en riolering In de huidige situatie is de locatie deels aangesloten op de gemeentelijke riolering. Toekomstige situatie Algemeen In de toekomstige situatie worden de aanwezige kassen verwijderd. Hierna ontstaat ruimte voor de realisatie van vijf extra woningen.

De twee bestaande bedrijfswoningen blijven gehandhaafd en worden omgezet naar burgerwoningen. Omdat de aanwezige kassen worden gesloopt is sprake van een afname in verharding. Daarnaast worden enkele nieuwe watergangen gegraven. Watercompenserende maatregelen zijn dan ook niet aan de orde. Afvalwaterketen en riolering Conform de Leidraad Riolering, vigerend waterschapsbeleid en het Gemeentelijke Rioleringsplan 2014‐2018 is het voor nieuwbouw gewenst een gescheiden rioleringsstelsel aan te leggen zodat schoon hemelwater niet bij een rioolzuiveringsinstallatie terecht komt. Afvalwater wordt aangesloten op de bestaande gemeentelijke riolering. Voor hemelwater wordt de volgende voorkeursvolgorde aangehouden:  hemelwater vasthouden voor benutting;  (in)filtratie van afstromend hemelwater;  afstromend hemelwater afvoeren naar oppervlaktewater;  afstromend hemelwater afvoeren naar RWZI. Watersysteemkwaliteit en ecologie Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van water en bodem is het van belang om duurzame, niet‐uitloogbare materialen te gebruiken, zowel gedurende de bouw‐ als de gebruiksfase. Veiligheid en waterkeringen De beoogde ontwikkeling heeft geen negatieve invloed op de waterveiligheid in de omgeving. Waterbeheer Voor aanpassingen aan het bestaande watersysteem dient bij het waterschap vergunning te worden aangevraagd op grond van de 'Keur'.

Dit geldt dus bijvoorbeeld voor het graven van nieuwe

Rho adviseurs voor leefruimte

400193.20191527

32

watergangen, het aanbrengen van een stuw of het afvoeren van hemelwater naar het oppervlaktewater. In de Keur is ook geregeld dat een beschermingszone voor watergangen en waterkeringen in acht dient te worden genomen. Dit betekent dat binnen de beschermingszone niet zonder ontheffing van het waterschap gebouwd, geplant of opgeslagen mag worden. De genoemde bepaling beoogt te voorkomen dat de stabiliteit, het profiel en/of de veiligheid wordt aangetast, de aan‐ of afvoer en/of berging van water wordt gehinderd dan wel het onderhoud wordt gehinderd. Voor dit plan is dan ook een ontheffing noodzakelijk. Ook voor het onderhoud gelden bepalingen uit de 'Keur'. Het onderhoud en de toestand van de (hoofd)watergangen worden tijdens de jaarlijkse schouw gecontroleerd en gehandhaafd. Conclusie De ontwikkeling heeft een positieve invloed op het waterhuishoudkundige systeem ter plaatse door de sloop van de bestaande kassen en het graven van nieuwe watergangen. Voor de te graven watergangen dient een vergunning aangevraagd te worden.

4.4

Ecologie

Toetsingskader Bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan dient onderzocht te worden of de Wet natuurbescherming (Wnb) en het beleid van de provincie ten aanzien van het Natuurnetwerk Zuid‐Holland de uitvoering van het plan niet in de weg staan. Wet natuurbescherming Met de Wnb zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier‐ en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. Gebiedsbescherming De Wnb kent diverse soorten natuurgebieden, te weten:  Natura‐2000 gebieden;  Natuurnetwerk Nederland (NNN). De Minister van Economische Zaken (EZ) wijst gebieden aan die deel uitmaken van het Europese netwerk van natuurgebieden: Natura 2000. Een dergelijk besluit bevat de instandhoudingsdoelstellingen voor de leefgebieden van vogelsoorten (Vogelrichtlijn) en de instandhoudingsdoelstellingen voor de natuurlijke habitats en habitats van soorten (Habitatrichtlijn). Gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) worden aangewezen in de provinciale verordening. Voor dit soort gebieden geldt het 'nee, tenzij' principe, wat inhoudt dat binnen deze gebieden in beginsel geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogen plaatsvinden.

Soortenbescherming In de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen:  soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn;  soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn;  overige soorten. Uitwerking Verordening uitvoering Wet natuurbescherming Zuid‐Holland In de provincie Zuid‐Holland wordt vrijstelling verleend voor het weiden van vee en voor het op of in de bodem brengen van meststoffen. In het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied, bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw, bestendig beheer of onderhoud aan

Rho adviseurs voor leefruimte

400193.20191527

33

vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of natuurbeheer, of bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied worden vrijstellingen verleend ten aanzien van de soorten genoemd in bijlage 6 bij deze verordening. Het betreft aardmuis, bastaardkikker, bosmuis, bruine kikker, bunzing, dwergmuis, dwergspitsmuis, egel, gewone bosspitsmuis, gewone pad, haas, hermelijn, huisspitsmuis, kleine watersalamander, konijn, meerkikker, ree, rosse woelmuis, veldmuis, vos, wezel en woelrat. Onderzoek Gebiedsbescherming Het plangebied vormt geen onderdeel van een natuur‐ of groengebied met een beschermde status, zoals Natura 2000. Het plangebied maakt ook geen deel uit van het NatuurNetwerk Nederland (NNN). Het dichtstbijzijnde Natura 2000‐gebied Oude Maas ligt ruim 3,7 km ten zuidwesten van het plangebied. De afstand tot het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura‐2000 gebied Biesbosch bedraagt circa 10,3 km (ten zuidoosten van het plangebied). Directe effecten zoals areaalverlies en versnippering kunnen hierdoor worden uitgesloten. Gezien de aard en omvang van de ontwikkeling en de afstand tot natuurgebieden kunnen ook verstoring en verandering van de waterhuishouding worden uitgesloten.

Figuur 4.1

Ligging plangebied (rode cirkel) t.o.v. Natura 2000‐gebieden (bron:AERIUS calculator)

Stikstofdepositie Omdat vermesting en verzuring als gevolg van stikstofdepositie niet op voorhand uit te sluiten zijn, is een Aerius berekening uitgevoerd waarin de depositie‐effecten als gevolg van de aanleg‐ en gebruiksfase op Natura 2000‐gebied zijn berekend. Dit onderzoek is bijgevoegd in bijlage 2. Uit de resultaten blijkt dat er voor zowel de aanleg‐ als de gebruiksfase geen sprake is van stikstofdeposities hoger dan 0,00 mol/ha/jr. De stikstofdepositie van deze ontwikkeling vormt in het kader van de Wet Natuurbescherming geen belemmering. Soortenbescherming Op 2 december 2019 is door adviesbureau Mertens een bezoek gebracht aan het plangebied en de directe omgeving. De rapportage van deze quickscan is opgenomen in bijlage 3. Uit het veldonderzoek

Rho adviseurs voor leefruimte

400193.20191527

34

blijkt dat het voorkomen van en negatieve effecten op verblijfplaatsen van vleermuizen en broedvogels met vaste rust‐ en verblijfplaatsen kan worden uitgesloten. In verband met de aanwezigheid van algemene broedvogels is het noodzakelijk om werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren en/of op een manier te werken dat de vogels niet tot broeden komen (vogelverschrikkers gebruiken). Op deze manier kan worden voorkomen dat verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming worden overtreden. Het voorkomen van verblijfplaatsen van vleermuizen en broedvogels met vaste rust‐ en verblijfplaatsen wordt uitgesloten. Mogelijk vliegen en foerageren er vleermuizen. Gedurende en na realisatie van de plannen kunnen deze soorten er blijven vliegen en foerageren. Er zijn daarnaast mogelijk algemene nationaal beschermde zoogdieren en amfibieën aanwezig. Voor deze algemene soorten bestaat een algemene vrijstelling in Provincie Zuid‐Holland. Het voorkomen van overige beschermde soorten wordt uitgesloten. Op grond van bovenstaande analyse worden effecten op beschermde planten‐ en diersoorten uitgesloten. De plannen aan Rijksstraatweg 42b te Hendrik‐Ido‐Ambacht zijn niet in strijd met het gestelde binnen de Wet natuurbescherming. In het kader van duurzaam bouwen worden ook de mogelijkheden voor natuurinclusief bouwen bekeken.

Zo wordt er bekeken of de nieuwe watergangen natuurinclusief gemaakt kunnen worden, bijvoorbeeld door de aanleg van natuurvriendelijke oevers en inheemse planten te gebruiken in de oeverbegroeiing. Ook wordt geadviseerd om de nieuwe woningen natuurinclusief te bouwen, bijvoorbeeld door het ophangen van nestkasten voor mussen. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot negatieve effecten op beschermde natuurgebieden of beschermde soorten. Er is geen sprake van stikstofdeposities hoger dan 0,00 mol/ha/jr. De Wet natuurbescherming staat de ontwikkeling niet in de weg. Wel is het noodzakelijk om de werkzaamheden buiten het broedseizoen van algemene broedvogels uit te voeren of op een manier te werken dat de vogels niet tot broeden komen.

4.5

Geluid

Beoogde ontwikkeling Binnen het plangebied worden 5 nieuwe burgerwoningen mogelijk gemaakt. Tevens worden 2 bestaande bedrijfswoningen bestemd als burgerwoningen. De nieuwe woningen zijn volgens de Wet geluidhinder (Wgh) geluidsgevoelige functies waarvoor akoestisch onderzoek uitgevoerd dient te worden. Ook dienen volgens de Wet geluidhinder alle industrie‐ en bedrijventerreinen, waarop inrichtingen zijn of kunnen worden gevestigd die in belangrijke mate geluidshinder kunnen veroorzaken, gezoneerd te zijn. Het plangebied ligt binnen de geluidszone (50 dB(A)) van het rangeerterrein Kijfhoek, zie figuur 4.2. De vijf woningen die door middel van dit bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt zijn geluidsgevoelige objecten. Hierdoor is het uitvoeren van akoestisch onderzoek noodzakelijk om aan te tonen dat er wordt voldaan aan de grenswaarde.

Rho adviseurs voor leefruimte

400193.20191527

35

Figuur 4.2

Ligging plangebied binnen geluidzone Kijfhoek (bron: geoloket Zuid‐Holland)

Toetsingskader Wegverkeerslawaai Langs alle wegen ‐ met uitzondering van 30 km/h‐wegen en woonerven ‐ bevinden zich op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) geluidszones waarbinnen de geluidshinder vanwege de weg moet worden getoetst. De breedte van de geluidszone is afhankelijk van het aantal rijstroken en van binnen‐ of buitenstedelijke ligging. Op basis van jurisprudentie dient in het kader van een goede ruimtelijke ordening ook bij 30 km/h‐wegen de aanvaardbaarheid van de geluidsbelasting te worden onderbouwd. De geluidshinder wordt berekend aan de hand van de Europese dosismaat Lden (L day‐evening‐night). Deze dosismaat wordt weergegeven in dB. Deze waarde vertegenwoordigt het gemiddelde geluidsniveau over een etmaal. Voor de geluidsbelasting aan de buitengevels van woningen binnen de wettelijke geluidszone van een weg geldt een voorkeursgrenswaarde van 48 dB. In bepaalde gevallen is vaststelling van een hogere waarde mogelijk. Hogere grenswaarden kunnen alleen worden verleend nadat is onderbouwd dat maatregelen om de geluidsbelasting aan de gevel van geluidsgevoelige bestemmingen terug te dringen onvoldoende doeltreffend zijn, dan wel overwegende bezwaren ontmoeten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Deze hogere grenswaarde mag de uiterste grenswaarde niet te boven gaan.

Aangezien voor auto(snel)wegen een buitenstedelijke ligging geldt bedraagt de uiterste grenswaarde voor de A16 53 dB. De geluidswaarde binnen de geluidsgevoelige bestemming (binnenwaarde) dient in alle gevallen te voldoen aan de in het Bouwbesluit neergelegde norm van 33 dB. Krachtens artikel 110g van de Wet geluidhinder mag het berekende geluidsniveau van het wegverkeer worden gecorrigeerd in verband met de verwachting dat motorvoertuigen in de toekomst stiller zullen worden. Van de aftrek conform artikel 3.6 uit het Reken‐ en Meetvoorschrift 2006 is gebruik gemaakt.

Rho adviseurs voor leefruimte

400193.20191527

36

Industrielawaai Volgens de Wet geluidhinder dienen alle industrie‐ en bedrijventerreinen, waarop inrichtingen zijn of kunnen worden gevestigd die in belangrijke mate geluidshinder kunnen veroorzaken, gezoneerd te zijn. Bedoelde inrichtingen – vroeger ook wel 'A‐inrichtingen' genoemd – worden nader genoemd in het Besluit omgevingsrecht. Rondom deze industrieterreinen dient een geluidszone te worden vastgesteld en vastgelegd in bestemmingsplannen. Buiten deze zone mag de geluidsbelasting als gevolg van het industrieterrein niet meer dan 50 dB(A) bedragen. Bij het mogelijk maken van nieuwe geluidsgevoelige functies dient rekening te worden gehouden met de zonering van industrielawaai. Nieuwe geluidsgevoelige functies (zoals woningen) binnen de zonegrens zijn niet zonder meer toegestaan. Indien er binnen de 50 dB(A)‐contour, de zonegrens van het industrieterrein, geluidsgevoelige functies (bijvoorbeeld woningen) mogelijk worden gemaakt, geldt een onderzoeksplicht. Wanneer er voor een locatie binnen de zone industrielawaai wordt aangetoond dat de geluidsbelasting onder de 50 dB(A) ligt, is de bouw van geluidsgevoelige functies op die locatie toegestaan. Bij een geluidsbelasting van meer dan 50 dB(A) kan door burgemeester en wethouders een hogere grenswaarde worden vastgesteld tot maximaal 55 dB(A).

Onderzoek en conclusie Door Rho Adviseurs is akoestisch onderzoek uitgevoerd naar wegverkeerslawaai en industrielawaai. Dit onderzoek is opgenomen in Bijlage 5. Naar aanleiding van reacties uit het vooroverleg zijn er nog aanpassingen doorgevoerd aan de positionering van het bouwvlak van woning A (figuur 4.3). Deze woning is naar aanleiding van een vooroverlegreactie 10 meter noordelijker gepositioneerd. Doordat dit geen wijziging oplevert ten aanzien van de geluidbelasting van relevante wegen en andere bronnen is het akoestisch onderzoek in bijlage 5 niet aangepast en is figuur 4.3 daarmee ongewijzigd gebleven. Ten opzichte van het industrieterrein Kijfhoek wordt aan de wettelijke voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) voldaan. De maximale berekende geluidbelasting bedraagt 49 dB(A). Als gevolg van de A16 en de Rijksstraatweg wordt de wettelijke voorkeursgrenswaarde overschreden op de gevels van de woningen voor wegverkeerslawaai. Dit is berekend inclusief aftrek van 5 dB aftrek artikel 110g Wgh voor de Rijksstraatweg en 3 dB aftrek artikel 110g Wgh voor de A16. Bezien is of met maatregelen de geluidbelasting doelmatig kan worden teruggedrongen. Uit het onderzoek blijkt dat bronmaatregelen om de geluidbelasting te reduceren niet doeltreffend zijn of redelijkerwijs niet mogelijk zijn vanwege overwegende bezwaren verkeerskundige, vervoerskundige, financiële of praktische aard.

Voor de 5 woningen dienen daarom hogere grenswaarden vastgesteld te worden conform tabel 4.1. Hiervoor dient bij het vaststellen van het bouwplan, rekening gehouden te worden met de binnenwaarde van 33 dB uit het Bouwbesluit. Tabel 4.1 ‐ hogere grenswaarden woningen Woning Ontheffingswaarde Woning A 53 dB/52 dB Woning B 53 dB/53 dB Woning C 53 dB/53 dB Woning D 53 dB/53 dB Woning E 53 dB

Rho adviseurs voor leefruimte

Bron Rijksstraatweg/A16 Rijksstraatweg/A16 Rijksstraatweg/A16 Rijksstraatweg/A16 A16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9850286/1