CConstaterende datHendrik-Ido-Ambacht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 bij Raadsvoorstel 9.2 adviesrecht Omgevingswet gew exp

raadsvergadering openbaar 5 februari 2024, gemeente Hendrik-Ido-AmbachtBij agendapunt: Werkafspraken adviesrecht buitenplanse omgevingsactiviteiten (BOPA)2.527 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Werkafspraken college en raad bij advies met instemming Omgevingsvergunning voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten Inleiding Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Dit heeft onder ander gevolgen voor de wijze van vergunningverlening voor omgevingsplanactiviteiten. Omgevingsplanactiviteiten zijn in de Omgevingswet als volgt gedefinieerd: a. een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die niet in strijd is met het omgevingsplan, b. een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het omgevingsplan, of c. een andere activiteit die in strijd is met het omgevingsplan. In de Omgevingswet zijn de activiteiten onder b en c aangemerkt als buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Dit zijn activiteiten die niet passen in het Omgevingsplan. Aan buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (bopa's) kan op twee manieren medewerking worden verleend, namelijk: 1. een herziening van het omgevingsplan (bevoegdheid raad). De procedure van de herziening van een omgevingsplan is vergelijkbaar met de huidige bestemmingsplanprocedure. 2. het verlenen van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse afwijking van het omgevingsplan. Hiervoor is het college bevoegd.

De huidige 'verklaring van geen bedenkingen' van de raad komt te vervallen. De raad kan onder de Omgevingswet gevallen aanwijzen waarbij adviesrecht van de raad nodig is om af te wijken van het omgevingsplan. Op 17 januari 2022 heeft de raad de 'Regeling adviesrecht onder de Omgevingswet' vastgesteld. Daarmee zijn gevallen aangewezen waarbij een bindend advies van de gemeenteraad nodig is om af te wijken van het omgevingsplan. De lijst waarbij de raad adviesrecht heeft, is gebaseerd op de 'omgekeerde' lijst van gevallen waarvoor een verklaring van geen bedenkingen voorheen niet nodig was. Zo blijft in essentie de rolverdeling tussen de gemeenteraad en het college van B&W na de inwerkingtreding van de Omgevingswet gelijk aan de huidige situatie. Als de raad niet instemt met de gevraagde omgevingsvergunning, dan moet het college deze weigeren. In het verleden was in dit soort gevallen een 'verklaring van geen bedenkingen' van de raad noodzakelijk. Deze komt, zoals gesteld, te vervallen. De ervaring leert dat een 'verklaring van geen bedenkingen' ongeveer 2 tot 3 maal per jaar voor kwam. Dit is ook de inschatting wanneer het gaat om een bopa.

1

Nieuw proces Omgevingswet Proceduretijd gaat van 26 naar 8 weken Onder de Omgevingswet worden de proceduretijden voor bopa's verlaagd van 26 weken naar 8 weken. Er is een mogelijkheid de beslistermijn met 6 weken te verlengen naar 14 weken. Deze verlenging moet worden gemotiveerd. Het mag geen 'automatische' verlenging zijn omdat verlenen van de vergunning niet past binnen de reguliere beslistermijnen. Gezien de reguliere doorlooptijd van de besluitvorming is deze proceduretijd zeer kort en uitdagend. Het is heel moeilijk zo niet onmogelijk om de aanvraag binnen de gestelde termijn te verlenen. Vergunningen moeten daarnaast gedurende het gehele jaar worden verleend, dus ook tijdens het reces. Het volgen van de gebruikelijke aanleverprocedure betekent in de meeste gevallen dat niet binnen de gestelde termijn van maximaal 8 weken kan worden besloten op een aanvraag van een vergunning. Het college kan in gebreke worden gesteld Wanneer niet tijdig wordt besloten op de aanvraag, bestaat de mogelijkheid dat de aanvrager het college in gebreke stelt. Dit betekent dat het college vervolgens nog twee weken de tijd heeft om een besluit te nemen. Wanneer deze twee weken ook zijn verstreken, worden van rechtswege dwangsommen verbeurd. Er ontstaat geen vergunning van rechtswege meer na het verstrijken van de termijn.

Maar ook de situatie van het verbeuren van dwangsommen is zeer onwenselijk. De nu voorliggende, nieuwe werkafspraken zijn bedoeld om te voorzien in een oplossing, zodanig dat de raad in positie wordt gebracht om een advies te geven. Hierbij gaan we uit van maatwerk: de te volgen procedure is afhankelijk van het moment van indienen van de aanvraag. Steeds zal naar bevind van zaken worden gehandeld. Om hier richting aan te geven, zijn onderstaande werkafspraken benoemd. De werkafspraken zijn in samenwerking tussen de ambtelijke organisatie en de griffie opgesteld. In de agendacommissie van 6 november is de basis van deze afspraken besproken. De agendacommissie was akkoord met verdere uitwerking.

Nieuwe werkafspraken De bopa-procedure kan worden opgesplitst in de informele en de formele procedure. De informele procedure omvat de stappen die een initiatiefnemer neemt voordat hij een formele aanvraag omgevingsvergunning indient. De formele procedure start op het moment dat de initiatiefnemer de aanvraag omgevingsvergunning daadwerkelijk indient. Informele procedure De initiatiefnemer bepaalt welke procedure hij wil volgen voor zijn initiatief. Voor de grotere afwijkingen vindt vooraf meestal eerst overleg plaats met de gemeente op basis van een conceptverzoek via de omgevingstafel (voorheen aangeduid als 'vooroverleg'). De gemeente adviseert en stimuleert de initiatiefnemer om dit overleg te voeren. De initiatiefnemer hoeft hier echter geen gebruik van te maken en kan ook direct een formele aanvraag indienen.

2

Conceptverzoek Wanneer inderdaad behandeling van een conceptverzoek plaatsvindt via de omgevingstafel, zullen alle vakdisciplines en zo nodig ketenpartners (zoals Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid, Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid) en andere overheden (zoals waterschap en provincie) het initiatief toetsen. Daarna krijgt de initiatiefnemer een schriftelijke reactie van het college van B&W op zijn voornemen. Het kan zijn dat het college geen medewerking wil verlenen. De initiatiefnemer krijgt dan te horen dat zijn vergunningaanvraag zeer waarschijnlijk zal leiden tot een weigering. Wanneer het college wel medewerking wil verlenen, worden vaak aandachtspunten meegegeven aan de initiatiefnemer. De aanvraag maakt dan meer kans op slagen. Betrokkenheid raad informele procedure Vanwege de korte doorlooptijd, is het wenselijk de raad in een vroeg stadium te betrekken bij het initiatief en het doorlopen van een (mogelijke) bopa-procedure. Dit vergemakkelijkt de besluitvorming op een later moment in de procedure. In dit stadium van het conceptverzoek kan nog geen formeel besluit worden genomen. Dat kan pas nadat de aanvraag formeel is ingediend. Het voorstel is daarom om de raad te betrekken tijdens de informele procedure.

Wanneer het college medewerking wil verlenen aan een initiatief waarvoor ook adviesrecht van de raad nodig is, wordt de raad per memo geïnformeerd over dit initiatief. Het college vraagt de raad daarbij aandachtspunten mee te geven. De raad(sfracties) kunnen vervolgens via de griffie reageren op het initiatief. De griffie houdt de reacties bij. De standpunten van de fracties worden gedeeld op het moment dat alle fracties hebben gereageerd (tenzij de fracties zelf kiezen om het standpunt te delen). Zo nodig en zo mogelijk kan dit worden besproken onder agendapunt 11 (Commissie agendapunten vanuit B&W) tijdens een reguliere commissievergadering. Werkafspraak 1 Als het college medewerking wil verlenen 1aan een buitenplanse omgevingsplanactiviteit waarvoor het adviesrecht van de raad geldt, zal het college de raad tijdens de informele procedure betrekken. - het college informeert de raad met een memo inclusief bijbehorende stukken; - de raad(sfracties) kunnen hun reactie kenbaar maken bij de griffier; - het initiatief en de reacties kunnen worden besproken tijdens een reguliere commissievergadering, afhankelijk van de datum van de commissie.

Op het moment dat de reactie van de raad op het initiatief positief is, wordt de procedure verder vervolgd. De aanvrager dient dan de formele aanvraag in. Op het moment dat de aanvraag niet verandert, of dat de aanpassingen ondergeschikt zijn, heeft het college het 1 Indien het college GEEN medewerking wil verlenen wordt de aanvraag naar de raad uiteraard ook conform

de werkafspraken adviesrecht buitenplanse omgevingsplanactiviteiten behandeld.

3

mandaat van de raad om de aanvraag als zodanig af te handelen en de vergunning te verlenen. Dit hoeft dan niet verder te worden behandeld in de raad. Werkafspraak 2 Wanneer de aanvraag die gedurende het informele traject is ingediend niet wordt aangepast, of wanneer de aanpassingen ondergeschikt zijn, krijgt het college het mandaat om de aanvraag af te handelen en de vergunning te verlenen. Dit zal per geval door de raad worden bepaald.

Formele procedure De formele procedure volgt op de informele procedure. Het is echter, zoals eerder gesteld, ook mogelijk dat een initiatiefnemer direct een formele aanvraag indient en dat er geen sprake is van een informele procedure. Wij stimuleren zo veel als mogelijk dat er een informeel overleg over een conceptverzoek plaatsvindt. We communiceren hierover op onze website. In de praktijk verwachten wij dat het rechtstreeks indienen van een formele aanvraag niet veel voor zal komen. De stappen in de formele procedure zijn als volgt: a. ontvangen van de aanvraag; b. behandelen van de aanvraag; c. besluit college op de aanvraag; d. bezwaar, beroep en hoger beroep. a. Ontvangen van de aanvraag Op het moment dat een aanvraag formeel wordt ingediend, wordt deze eerst ambtelijk getoetst. Wanneer blijkt dat voor het verlenen van de vergunning adviesrecht van de raad nodig is, zal ambtelijk, namens het college, contact opgenomen worden met de griffie. De raad zal via een memo van het college worden geïnformeerd over het initiatief. Dit is vooralsnog alleen een mededeling zodat de raad kennis kan nemen van het initiatief. Er wordt nog geen reactie of advies van de raad gevraagd omdat eerst het college een standpunt in moet nemen over het initiatief. Wanneer het college besluit geen medewerking te verlenen, zal het college de raad adviseren negatief te reageren op het initiatief.

Werkafspraak 3 - Het college informeert de raad via een memo over een aanvraag voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit waarbij het adviesrecht van de raad geldt. - In een zo vroeg mogelijk stadium wordt contact opgenomen met de griffie over het te volgen proces en planning.

4

b. Behandeling van de aanvraag De aanvraag wordt getoetst door het college. Wanneer het college voornemens is de vergunning te verlenen, zal het voornemen aan de raad worden voorgelegd met het verzoek voor advies met instemming. Dit gebeurt op dezelfde wijze als bij de informele procedure: - het college informeert de raad met een memo inclusief bijbehorende stukken; - de raad(sfracties) kunnen hun reactie kenbaar maken bij de griffier. Vervolgens moet worden gezocht naar de best passende mogelijkheid om het stuk in de commissie te behandelen. Dit gebeurt in nauw overleg tussen griffie en college. Hier zijn meerdere opties denkbaar, afhankelijk van het moment van indienen van de aanvraag kan dit zijn tijdens: - een reguliere commissievergadering; - een ingelaste commissievergadering; - een ingelaste commissievergadering voorafgaand aan een raadsvergadering. In beginsel maakt de raad ruimte voor het behandelen van voorstellen met adviesrecht van de raad. De raad houdt hierbij rekening met de wettelijke termijnen. Dit kan betekenen dat de agenda voor een commissie wordt aangepast nadat deze al is gepubliceerd. Werkafspraak 4 In overleg tussen college en raad (via griffier en agendacommissie) wordt gezocht naar de best passende mogelijkheid de aanvraag te behandelen in de commissie. De raad maakt hier ruimte voor op de agenda.

Nadat het stuk behandeld is in de commissie, is tot slot nog een raadsbesluit nodig. Ook hierbij geldt dat, afhankelijk van het moment, gezocht wordt naar de best mogelijke optie. Dit kan via de reguliere procedure dan wel via onderstaande spoedprocedure: - behandeling van het voorstel in een raadscommissie. Vervolgens kan in een daaropvolgende avond, na de commissie ABA-Financiën, een formele raadsvergadering bijeen geroepen worden waarin besluitvorming plaatsvindt - tijdens een reguliere raadsvergadering een agendapunt inlassen, na consultatie van de raadscommissie daaraan voorafgaand. Gezien de doorlooptijden in de reguliere procedure, kan het zo zijn dat het voorstel van het college kort voorafgaand aan de commissievergadering wordt verzonden. De raad heeft echter wel al kennis kunnen nemen van het voorstel (zie hierboven onder a). Werkafspraak 5 In overleg tussen college en raad (via griffier en agendacommissie) wordt gezocht naar de best passende mogelijkheid de aanvraag te behandelen in de raad. De raad maakt hier ruimte voor op de agenda.

5

De planning wordt proactief besproken met de initiatiefnemer Initiatiefnemers kunnen gedurende het gehele jaar een aanvraag indienen, ook tijdens of vlak voor het reces. Wanneer tijdig een besluit genomen moet worden, moet de raad ook gedurende het reces beschikbaar zijn voor besluitvorming. Wanneer dit aan de orde is, zal het college bij het raadsvoorstel aangeven wat de consequenties zijn als de raad niet tijdig (tijdens het reces) besluit. Het college probeert, via de ambtelijke organisatie, zoveel als mogelijk te voorkomen dat spoedprocedures of behandeling tijdens het reces noodzakelijk zijn. Dat kan door samen met de initiatiefnemer te kijken naar de planning van de aanvraag. Ambtelijk kan de initiatiefnemer geadviseerd worden op welk moment hij het beste zijn aanvraag kan indienen. Dit kan niet meer dan een verzoek zijn. Het is immers aan de initiatiefnemer zelf om te bepalen wanneer hij zijn aanvraag indient. Werkafspraak 6 Het college zal proactief met de initiatiefnemer overleggen over de planning van zijn aanvraag. Het kan zijn dat er meer dan 8 weken nodig zijn voor het behandelen van de aanvraag. Het college zal dan, via de ambtelijke organisatie, in overleg treden met de aanvrager om te vragen of de beslistermijn verlengd kan worden. De aanvrager hoeft hier geen medewerking aan te verlenen.

Er zal meer begrip zijn voor uitstel op het moment dat daar ook een inhoudelijke reden voor is. Werkafspraak 7 Het college zal met de initiatiefnemer overleggen wanneer ingeschat wordt dat de termijn van 8 weken niet haalbaar zal zijn. c. Besluit college op de aanvraag Het college besluit nadat de raad instemming heeft verleend via het adviesrecht. Wanneer de raad geen instemming verleend, zal het college de aanvraag moeten weigeren. d. Bezwaar, beroep en hoger beroep Belanghebbenden kunnen bezwaar maken tegen het besluit van het college om de vergunning te verlenen dan wel te weigeren. Het college besluit op dit bezwaar na het inwinnen van advies bij de Commissie Bezwaarschriften. Tegen de beslissing op bezwaar kan men in beroep gaan bij de rechtbank. Tegen de uitspraak van de rechtbank staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Reces In het reglement van orde op de collegevergaderingen is dit voor het college geregeld: bij afwezigheid van quorum én bij spoed is een lid bevoegd in mandaat ter zake een besluit te nemen. Dit besluit is zoveel mogelijk passend in het bestaande beleid. Voor de raad is dit echter niet mogelijk. Voor de raad is het noodzakelijk dat het quorum (12 leden) aanwezig is

6

voor het nemen van een rechtsgeldig besluit. De raad wordt op basis van werkafspraak 1 tijdig geïnformeerd dat er een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) "aan zit te komen". Een aanvraag moet compleet zijn voordat de raad er een besluit over kan nemen. Door tijdig overleg met de griffier wordt al snel duidelijk wat de te doorlopen procedure en tijdlijn wordt. Mocht deze in een recesperiode vallen, dan zal de griffier de raadsleden benaderen met de vraag wanneer men beschikbaar is en dan op basis daarvan de agendacommissie adviseren een vergadering te plannen met een commissievergadering daaraan voorafgaand. De verwachting is dat dit niet snel zal optreden omdat een aanvraag eerst compleet en volledig dient te zijn voordat deze in behandeling wordt genomen en omdat de planning zoveel mogelijk pro-actief met de initiatiefnemer wordt besproken.

Tot slot Het werken met deze afspraken is nieuw voor raad, college en de ambtelijke organisatie. De afspraken worden daarom na 2 jaar geëvalueerd en waar nodig bijgesteld. Dit gebeurt aan de hand van de P&C cyclus. Bij de jaarrekening wordt jaarlijks aangegeven hoeveel bopa's worden behandeld. Op basis daarvan wordt bezien of de werkafspraken aanpassing behoeven.

7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13757198/1