CConstaterende datHendrik-Ido-Ambacht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 bij Raadsvoorstel 8.1 Beleidsplan schuldhulpverlening

commissie WOS openbaar 19 mei 2025, gemeente Hendrik-Ido-AmbachtBij agendapunt: Beleidsplan Schuldhulpverlening14.890 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Wat gaan we daarvoor doen en hoe volgen we de resultaten? Voor schuldenrust zetten we de komende periode in op: Optimaliseren schuldhulpverleningsproces We werken verder aan het optimaliseren van het schuldhulpverleningsproces door meer snelheid te brengen in trajecten, de begeleiding van inwoners te intensiveren (meer gesprekken en meer maatwerk op wat nodig is, in plaats van één geldende afspraak voor alle inwoners) en te zorgen dat er één centraal contactpersoon komt voor de inwoner (dit is nu nog versnipperd over meerdere personen). Daarnaast werken we door aan de verdere implementatie van de landelijke afspraken basisdienstverlening, inclusief het verder implementeren van specifieke dienstverlening aan de in de basisdienstverlening genoemde doelgroepen. Beide activiteiten zijn al gestart in 2024, maar lopen door in deze planperiode. De verwachting voor de basisdienstverlening is dat hier de komende jaren (2025-2028) nog de nodige ontwikkelingen en landelijke aanscherpingen op komen. We gaan snellere trajecten realiseren door o.a. op kortere termijn een eerste gesprek te bieden, en door minder overdrachten in het proces zelf. Dit betekent voor inwoners sneller duidelijkheid en daarmee rust.

Door verder te gaan werken met meer begeleiding door één centraal contactpersoon zorgen we voor overzicht en opnieuw voor rust doordat inwoners nauwer contact hebben met dezelfde persoon.

12 SEO, ‘Bekostiging en beloning van beschermingsbewind bij schulden’, 2022.

25

Dit sluit ook aan op de landelijke ontwikkelingen rondom basisdienstverlening (maximale doorlooptijd fasen schuldhulpverlening) en op de voorstellen vanuit eerdergenoemde onderzoeken waarbij wordt ingezoomd op het belang van het hebben van grip en overzicht. Daarnaast is het cruciaal dat ook landelijk steeds gewerkt blijft worden aan het ontlasten van mensen door continu te kijken hoe ICT (systemen) hieraan optimaal gaan bijdragen.13 Proactieve dienstverlening heeft landelijk de aandacht door onder andere het wetsvoorstel Proactieve dienstverlening (dat in 2025 waarschijnlijk in werking zal treden). Waar het kan denken we proactief mee aan landelijke tafels en doen we mee aan landelijke pilots om zaken uit te proberen en te testen. Feitelijk is dit een voortzetting van de weg die we in de vorige planperiode al ingeslagen zijn. We verwachten echter ook hier in 2025-2028 nog de nodige ontwikkelingen. Achterstand betaling zorgverzekering meer dan 6 maanden Periodiek ontvangen we meldingen welke inwoners met een uitkering meer dan zes maanden achterstand op de betaling van de zorgverzekering hebben. Naar aanleiding van deze meldingen zoeken we actief contact en gaan we in gesprek.

Dit doen we vanuit het principe dat we weten dat de achterstand op de betaling van de zorgverzekering in bijna alle gevallen een indicatie is dat er problematische schulden zijn en curatieve schuldhulpverlening nodig is. Deze werkwijze zetten we ook in bij signalen van beslag op de uitkering. Brede inzet bestaanszekerheidsgesprek Zoals al onder vroegsignalering is vermeld zetten we het brede bestaanszekerheidsgesprek in en onderzoeken we hoe dit gesprek ook voor alle aanmeldingen Schuldhulpverlening verder vormgegeven kan worden. Het bestaanszekerheidsgesprek is een gesprek met inwoners met een uitkering waarin gekeken wordt hoe het met de inwoner gaat op allerlei leefgebieden (wonen, gezondheid, veiligheid, financiën etc.). Er wordt onder andere besproken of er sprake is van geldzorgen en/of schulden en of iemand wel alles ontvangt waar hij of zij voor in aanmerking komt. Daarbij wordt ook gekeken naar de achtergrond van de problemen. Er is bijvoorbeeld aandacht voor mentale problemen, het kunnen rondkomen met weinig middelen, eventuele verslavingsproblematiek etc. Vanuit de gezamenlijkheid verbinden we hierop met het wijkteam (welke ondersteuning kunnen zij bieden bij dit soort problemen) en met de Wmo voor bijvoorbeeld begeleiding. We besteden hier meer aandacht aan en wijzen actief door.

Samenwerking partners Niet alleen in het voortraject maar ook tijdens curatie is de samenwerking met vrijwilligersorganisaties en de keten (denk aan lokale informele partners, wijkteams, Schuldhulpmaatje, Humanitas etc.) van belang. Zij melden inwoners soms ook aan, maar staan de inwoner ook bij met hulp en ondersteuning tijdens deze fase. Deze samenwerking blijft daarom onverminderd van belang.

13 Denk aan ontsluiting van data, de ontwikkeling van een integraal schuldenoverzicht, een landelijke pauzeknop en de doorontwikkeling

van het schuldenknooppunt.

26

Indicatoren Met de volgende indicatoren volgen we de komende vier jaar de beoogde resultaten die we met de ingezette activiteiten willen bereiken: Streven Indicator 2025 (huidige 2029 (beoogd) realisatie en startpunt meting) Schuldenrust Tijd tussen de 95% binnen 10 Handhaven huidige aanmelding en het werkdagen* indicator (95% binnen 10 eerste gesprek werkdagen) Schuldenrust Proactieve (nulmeting begin 2025 80% van de doelgroep is dienstverlening voor te doen = nieuwe benaderd en krijgt een bijstandsgerechtigden activiteit) hulpaanbod met zorgverzekeringsschulden en beslagleggingen Schuldenrust Gemiddelde schuld** De gemiddelde schuld De gemiddelde schuld is bedraagt € 36.019 gedaald naar € 30.000 (2023) *de wettelijke termijn bedraagt 4 weken **de gemiddelde schuld heeft een link met vroegsignalering én curatie. Bij curatie zegt deze indicatie met name iets over de snelheid van het proces (schulden lopen daarmee niet onnodig nog langer op)

Voor perspectief zetten we de komende periode in op: Bereik en samenwerking Nog te veel mensen zoeken geen hulp bij het oplossen van hun schulden. De komende jaren is er dan ook wederom inzet op het vergroten van het bereik. We versterken de samenwerking met onze lokale partners door het werken op locatie uit te breiden en aanwezig te zijn op vindplaatsen zodat we gezamenlijk de situatie kunnen aanpakken. Dit is ook een speerpunt van het nieuwe kabinet op het gebied van armoede en schulden en geldt ook voor de samenwerking met de aanwezige partners op het SamenWerkplein. We breiden deze partners verder uit en maken concrete afspraken over hoe samen te werken bij individuele casussen. We ontlasten hierbij de inwoner door te zorgen voor warme overdrachten een verbinding. Deze lijn trekken we door naar de samenwerking met beschermingsbewindvoerders. We vergroten onze regierol op schulden door de samenwerking met beschermingsbewindvoerders te verstevigen (het periodieke overleg voort te zetten en afspraken te bestendigen in een convenant ) en zodoende de doorstroom van schuldenbewind naar schuldhulpverlening te verbeteren. Hiermee lopen we vooruit op dit onderdeel van basisdienstverlening. Ter ondersteuning aan bovenstaande wordt er een leerlijn schuldhulpverlening ontwikkeld om de kennis over schuldhulpverlening zowel intern als bij externe partners en instellingen te vergroten.

De resultaten monitoren we via de metingen van het aantal nieuw gestarte trajecten. Aanpassingen in de dienstverlening • We intensiveren de begeleiding van inwoners tijdens de schuldhulpverleningstrajecten en zetten extra budgetcoaching en begeleiding in om inwoners een stabiele basis te geven. Dit doen we door meer gesprekken dan voorheen te voeren (ook telefonisch). Wat nodig is

27

•

•

bepalen we per inwoner, in plaats van één geldende afspraak voor iedereen (maatwerk op de inwoner). We creëren hier ruimte voor door het proces aan te passen (zie ook onder schuldenrust). Zeker gezien de kortere aflosperiode is goede begeleiding essentieel om stabiliteit te bieden en terugval te voorkomen. Dit monitoren we zorgvuldig via het slagingspercentage van het stabilisatie- en het schuldregelingstraject. Naast het succesvol afsluiten van schuldregelingstrajecten binnen de curatie, gaan we deze planperiode ook nadrukkelijker inzetten op het succesvol doorlopen van de minnelijke trajecten en daarmee inzetten op het voorkomen van uitval gedurende trajecten. Zoals eerder aangegeven zet het kabinet in op het invoeren van de basisdienstverlening schuldhulpverlening. De elementen hiervan worden aan de hand van het landelijke actieplan geïmplementeerd. Elementen die reeds gerealiseerd zijn van de basisdienstverlening bestendigen we. Het gaat dan onder andere om het Convenant Lokale Overheid, laagdrempelige aanmelding, directe start begeleiding en het standaard aanbieden van een saneringskrediet.

Indicatoren Met de volgende indicatoren volgen we de komende vier jaar de beoogde resultaten die we met de ingezette activiteiten willen bereiken: Streven Indicator 2025 (huidige realisatie 2029 (beoogd) en startpunt meting) Perspectief Nieuw gestarte 10% meer inwoners met 20% meer inwoners met trajecten schulden hebben een schulden hebben een hulpaanbod ontvangen hulpaanbod ontvangen ten opzichte van 2023 ten opzichte van 2023 (1.459) (1.459) Perspectief Slagingspercentage In 75% van de gevallen In 90% van de gevallen stabilisatietraject wordt succesvol een wordt succesvol een stabilisatietraject* stabilisatie-traject* afgesloten afgesloten Perspectief Slagingspercentage In 85% van de gevallen In 90% van de gevallen schuldregelingstraject wordt succesvol een wordt succesvol een schuldregelings-traject schuld-regelingstraject afgesloten** afgesloten** Perspectief Succesvolle uitstroom nulmeting begin 2025 te 85% van de minnelijke na doorlopen doen, nog niet eerder trajecten wordt minnelijk traject gemeten succesvol afgerond * Stabilisatie: Onder een positieve afsluiting wordt verstaan: de schulden zijn afbetaald, er is een betalingsregeling getroffen, de schulden zijn geherfinancierd of overdracht naar schuldregeling.

** Succesvol schuldregelingstraject: Een schuldregeling is geslaagd als er een saneringskrediet wordt toegekend, een schuldbemiddeling wordt gestart of als een Wsnp-verklaring wordt afgegeven.

28

7. Nazorg Wat is nazorg? Na het succesvol afronden van een schuldregelingstraject wordt nazorg geboden. Nazorg is een essentieel onderdeel van de schuldhulpverlening met als doel de inwoner te ondersteunen bij de start van een schuldenvrij leven, ervoor te zorgen dat de inwoner duurzaam uit de schulden blijft én terugval te voorkomen. De memorie van toelichting van de Wgs plaatst nazorg in het kader van preventie: door goede nazorg te bieden kunnen nieuwe financiële problemen voorkomen worden. Nazorg is maatwerk en afhankelijk van de persoonlijke situatie en behoefte. Zo kan er gebruik gemaakt worden van hulpverlening van de keten of is in andere gevallen nog een tijd inkomensbeheer nodig. In weer andere gevallen volstaat het om vinger aan de pols te houden voor een korte periode. De eerste stappen voor nazorg worden nog tijdens het schuldhulpverleningstraject genomen in de vorm van de begeleiding en budgetcoaching om de financiële vaardigheden te verbeteren. Naarmate de aflossing vordert worden de eerste gesprekken gevoerd over de situatie na de schuldregeling. Wat hebben we bereikt (terugblik naar de afgelopen 4 jaar)? De afgelopen vier jaar is nazorg door de GR Sociaal vormgegeven. In 2023 zijn er drie en in 2024 vijf nazorgtrajecten voor onze gemeente uitgevoerd.

Inzet en bereik GR Sociaal De GR Sociaal bereidt inwoners tijdens het traject al voor op een goede uitstroom en eventuele nazorg. Dit start een half jaar voordat ze klaar zijn met het aflossen van hun schulden via het schuldregelingstraject. Samen met de inwoner wordt er een plan opgesteld waar gekeken wordt naar de persoonlijke en financiële situatie en de behoefte/noodzaak voor ondersteuning na afronding van het traject. Indien uit dit plan blijkt dat er behoefte is aan ondersteuning vanuit de keten, wordt de keten betrokken. Op deze manier wordt gezorgd voor een warme overdracht via een driegesprek tussen de inwoner, (lokale) partner en schuldhulpverlener. In de periode die volgt wordt er samen opgetrokken door de (lokale) ketenpartner en de GR Sociaal om zorg te dragen voor een soepele en warme overdracht na afloop van het schuldregelingstraject. Afspraak is ook dat er altijd een waakvlam blijft. Indien er wederom hulp tijdens of na afloop van nazorg door de schuldenketen nodig is, is dit altijd beschikbaar. Regionaal is gemeten in hoeveel gevallen er terugval is en iemand binnen 5 jaar zich opnieuw meldde. In 2023 bedroeg dit 21%.

Er zijn, met uitzondering van cijfers uit een landelijk onderzoeksrapport uit 2015, geen betrouwbare cijfers beschikbaar over de mate van uitval van personen tijdens een schuldregeling of van terugval van personen tijdens en na afronding daarvan. De NVVK probeert wel jaarlijks bij haar leden vast te stellen hoe groot de uitval is, maar deze vraag wordt onvoldoende ingevuld om er analyses op uit te kunnen voeren. Eind 2015 heeft onderzoeksbureau SEO onder zestig gemeenten onderzoek gedaan naar de duurzaamheid van schuldentrajecten. Hieruit blijkt dat vier jaar na het geslaagd afronden van een schuldentraject, vier tot zeven procent opnieuw een

29

betalingsachterstand heeft op nieuw afgesloten krediet. Negen tot zestien procent heeft een betalingsachterstand bij een zorgverzekeraar. Uit dit onderzoek bleek eveneens dat negentien procent van de mensen die in de periode 2009-2013 een schone lei had na afronding van een Wsnp-traject, in 2014 opnieuw betalingsachterstanden had op rekeningen, op een lopende lening, een hypotheek of de huur. Wat willen we bereiken Nazorg is belangrijk zodat inwoners blijvend schuldenvrij blijven. Ten eerste willen mensen niet nogmaals in dezelfde zware situatie terechtkomen. Ten tweede, schulden belemmeren positieve ontwikkelingen op allerlei andere levensdomeinen, zoals mee kunnen doen aan de samenleving en in goede gezondheid blijven. Het kan zijn dat iemand wel wat hulp nodig heeft om financieel stabiel te blijven. De komende vier jaar heeft nazorg lokaal dan ook een plek in onze aanpak voor schulden en beogen we: Ondersteuning, begeleiding en zorg die zich richt op het bevorderen van herstel en het voorkomen van terugval van inwoners.

Wat gaan we daarvoor doen? De dienstverlening nazorg is binnen de dienstverlening van de GR Sociaal gewijzigd om te voldoen aan de landelijke basisdienstverlening. De begeleiding is intensiever geworden. Dit betekent dat de GR Sociaal klanten gedurende de 1,5 jaar dat zij een schuldhulpverleningstraject hebben, blijven begeleiden en zij de inwoner minstens ieder half jaar uitnodigen op gesprek. Als er gedurende een stabilisatietraject extra hulpverlening nodig is, wordt er al veel eerder hulp ingeschakeld. Hierdoor is de kans dat hulpverlening pas echt aan het einde bij nazorg wordt ingezet veel kleiner geworden. Gezien de ontwikkelingen binnen schuldhulpverlening is het goed om de nazorg gezamenlijk met de GR Sociaal te evalueren. Dit biedt de kans om te kijken of het huidige nazorgconcept nog aansluit bij de gewijzigde werkwijze en behoeften. Nazorg wordt in de toekomst vormgegeven als integrale maatwerkaanpak en wordt in samenwerking met de lokale keten in de gemeente de komende jaren ontwikkeld. Hiervoor wordt eerst nazorg gezamenlijk geëvalueerd en vervolgens samenwerkingsafspraken gemaakt in de lokale keten.

Wij gaan samen met de GR Sociaal en het Sophia Sociaal Team na evaluatie van de afgelopen periode kijken hoe we de nazorg lokaal als maatwerkproduct verder vorm kunnen geven.

We zetten ondertussen de ingezette werkwijze via de GR Sociaal voort.

30

Bij de evaluatie wordt meegenomen het nadrukkelijker aandacht besteden aan het succesvol afronden van de ingezette minnelijke trajecten14 met de volgende activiteiten: • Indien een traject tussentijds (voortijdig) beëindigd wordt, gaan we na wat de oorzaak of reden is van uitval, hoe dit voorkomen kan worden, waar meer aandacht voor moet zijn en welke hulp (extra) ingezet kan worden; • Met de uitkomst leren we wat anders kan en bepalen we gezamenlijk welke mogelijkheden er zijn om nazorg hier meer op in te richten en wat er lokaal gedaan kan worden met andere partners om meer grip te krijgen en uitval te voorkomen; Met de volgende indicator volgen we de komende vier jaar de beoogde resultaten die de GR Sociaal met de ingezette nazorg activiteiten wil bereiken. De indicator wordt door de GR Sociaal gemeten, vandaar dat deze in een blauw kader staat:

Streven

Indicator

Duurzaam

Herinstroom (recidive) schuldhulpverlening binnen 3 jaar

2025 (huidige realisatie en startpunt meting) (nieuwe nulmeting)*

2029 (beoogd) Maximaal 10% van de inwoners stromen opnieuw in.

*Het is een nieuwe nulmeting, omdat de meting tot nu toe altijd over binnen 5 jaar terugval ging. Doordat de curatie echter ingekort is naar 18 maanden kiezen we ervoor om ook de meting te verkorten naar 3 jaar, zodat dit beter aansluit en we sneller zicht hebben na uitstroom uit de kortere periode van schuldhulpverlening.

8. Financiering, monitoring en evaluatie

Regionaal Wat geven we financieel uit regionaal In bijlage 6 zijn de kosten verbonden aan schuldhulpverlening voor de uitvoering door de GR Sociaal weergegeven. Aangegeven wordt dat de uitvoering van de doelen van de GR Sociaal in dit plan budgettair neutraal zijn. Eventuele extra kosten die worden gemaakt verlopen via de reguliere P&C cyclus van de GR Sociaal. Monitoring, evaluatie en verantwoording regionaal Er zal regionaal een uitgebreide tussenevaluatie op de regionale doelen plaatsvinden halverwege de looptijd van het beleidsplan waarbij de raad geïnformeerd zal worden over de stand van zaken, de tot dan toe behaalde resultaten, klantervaringen en -tevredenheid en zullen de landelijke ontwikkelingen meegenomen worden. Het startpunt van de metingen genoemd in dit plan is 1 januari 2025 (tenzij expliciet anders vermeld). Voor het

14 Minnelijk traject = saneringskrediet of ingezette schuldregeling.

31

totaaloverzicht is als bijlage 4 bij dit plan nogmaals een compleet overzicht van alle benoemde indicatoren in hoofdstuk 4 tot en met 7 toegevoegd. Nieuw regionaal initiatief/activiteit In de komende planperiode onderzoeken we of we aanvullend onderzoek kunnen doen naar de achterliggende redenen dat inwoners in de schulden komen. Dit geeft informatie die we voor vervolgkeuzes kunnen benutten. De GR Sociaal rapporteert over de taken die zij uitvoert periodiek via de reguliere P&Ccyclus. Indien gemeenteraden meer informatie wensen is het uiteraard mogelijk dat de GR Sociaal op uitnodiging tijdens bijvoorbeeld een raadsavond meer informatie verstrekt en met de raadsleden inhoudelijk de diepte in gaat op de uitvoering van de taken, ontwikkelingen en trends. Klanttevredenheidsmetingen Naast reguliere monitoring en rapportages wordt doorlopend bij inwoners nagegaan hoe zij onze dienstverlening ervaren en of we het goed doen. De klanttevredenheidsmetingen worden momenteel doorontwikkeld tot een meting waarbij niet alleen wordt gemeten hoe de dienstverlening is ervaren, maar ook of we onze doelen bereiken en (publieke) waarde toevoegen. Hiervoor is een generieke set vragen ontwikkeld die zich richt op de vijf waarden die belangrijk zijn voor inwoners, te weten: mensgerichtheid, heldere dienstverlening, waarde toevoegen, betrokken medewerkers en toegankelijkheid.

Wanneer landelijke ontwikkelingen en wijziging van wet- en regelgeving het noodzakelijk maken om wijzigingen in het curatieve gedeelte door te voeren loopt dit de route via het bestuur van de GR Sociaal. Voor zover dit financiële consequenties kent, worden deze vroegtijdig gemeld en via een zienswijzeprocedure (gemeenteraden) voorgelegd (al dan niet via de reguliere P&C-cyclus). Gelet op de nieuwe (of gewijzigde) indicatoren in hoofdstuk 6 zal de GR Sociaal in 2025 ook het gemeentelijke dashboard actualiseren en aanpassen, zodat gemeenten makkelijk en snel bij de cijfers kunnen. Dat doen we in samenspraak met de gemeenten.

9. Lokale financiering en monitoring Vanuit het Rijk is meerjarig budget beschikbaar gesteld (opgenomen in meicirculaire 2024) voor dienstverlening armoede en schulden. Deze middelen worden ingezet ten behoeve van de lokale activiteiten in dit lokaal beleidsplan schuldhulpverlening. Verwachting is dat deze middelen jaarlijks toereikend zijn voor de activiteiten in het plan en eventuele aanvullende toekomstige tussentijdse wensen in het kader van armoedebestrijding/preventie en schulden.

32

2024

€ 40.000

2025 2026 en verder jaarlijks

€ 42.000 € 41.000

Bestemd en meegenomen naar 2025

Voor eventuele extra benodigde middelen worden gedurende de looptijd van het beleidsplan aparte voorstellen gemaakt. Bij de Kadernota 2026 is inmiddels een aanvullend voorstel voor communicatie hiervoor gedaan. Dit betreft een voorstel voor meer specifieke communicatie gericht op de benoemde doelgroepen in dit plan (€ 20.000,-). De bovengenoemde bedragen zijn exclusief het bij de Kadernota gedane voorstel. Hoe wij lokaal de doelen monitoren is opgenomen in bijlage 5. Monitoring vindt plaats op basis van het te bereiken effect en het benoemen van KPI's. Dit past bij de aanbeveling van de eindevaluatie van het Preventieplan. Er vindt tussentijdse monitoring plaats door onder meer de jaarverantwoording van het Sophia sociaal team, de cijfers uit het Vroeg erop af systeem en aparte cijfers vanuit Divosa, Geldfit en PowerBI (systeem waarin de GR Sociaal cijfers opneemt). Op basis van de uitkomst van de onderzoeken die opgenomen zijn in dit plan wordt een aparte monitoring opgenomen bij de betreffende activiteit.

33

Bijlage 1 Het wettelijk kader en stelsel van schuldhulpverlening bij de GR Sociaal Het stelsel rondom schulden kent een wettelijke kader van vier verschillende wetten, te weten: 1. de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs 2012); 2. de Wet schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp 1998); 3. Beschermingsbewind op grond van problematische schulden en/of verkwisting (Schuldenbewind 2014); en 4. het Adviesrecht gemeenten bij schuldenbewind (Ags 2021).

De Wgs en de Wsnp betreffen de twee hoofdwetten en vormen het minnelijk (gemeentelijk) traject (Msnp) en het wettelijk traject (Wsnp). Zie ook figuur 1. De verantwoordelijkheid, toezicht op en uitvoering van deze wetten ligt versnipperd. Zo zijn er twee ministeries betrokken (Sociale Zaken & Werkgelegenheid en Justitie & Veiligheid), gemeenten, de Rechtspraak en externe marktpartijen (bewindvoerders Wsnp en beschermingsbewindvoerders). De verschillende wetten staan met elkaar in verbinding maar deze verbinding is niet optimaal en behoeft verbetering. Zo is in principe de Wgs voorliggend aan de Wsnp maar zijn er uitzonderingen en is schuldenbewind bedoeld als flankerende dienstverlening met ondersteuning en doorstroom naar de minnelijke (gemeentelijke) of de wettelijke schuldsanering. Andere aanverwante wetgeving die van toepassing is, zijn o.a. de Wet op het consumentenkrediet (Wck), de Wet op het financieel toezicht (Wft), de Faillissementswet (Fw) en de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet (Wvbvv). Naast bovengenoemd minnelijk en wettelijk traject heeft ook een aantal stelselpartijen een rol in het schuldhulpverleningssysteem. Naast de gemeente gaat het om schuldeisers, schuldenaren en rechters en bijvoorbeeld beschermingsbewindvoerders, Wsnpbewindvoerders, vrijwilligers en uiteraard de sociaal wijkteams en overige samenwerkingspartners.

34

Figuur 1: Regionale Routekaart schuldhulpverleningsstelsel

*Bron: Rijksoverheid IBO problematische schulden 2024

De Wet gemeentelijke schuldhulpverlening De wettelijke bepalingen omtrent de gemeentelijke (minnelijke) schuldhulpverlening zijn terug te vinden in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs). De Wgs is sinds 1 juli 2012 van kracht en verplicht gemeenten regie te voeren en te zorgen voor integrale schuldhulpverlening waaronder nazorg. Dit houdt in dat er niet alleen aandacht moet zijn voor het oplossen of beheersbaar maken van de financiële problemen maar ook van de omstandigheden die hiermee verband houden. In 2021 is de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening uitgebreid met taken op het gebied van vroegsignalering. Het vroegtijdig signaleren en bereiken van inwoners met betalingsachterstanden dan wel (problematische) schulden is hiermee een wettelijke taak geworden voor gemeenten én vaste lastenpartners.15 Dit wordt nader toegelicht in hoofdstuk 4 Preventie en hoofdstuk 5 Vroegsignalering. De Wgs is een kaderwet. Gemeenten moeten in een beleidsplan vastleggen hoe zij binnen die kaders schuldhulpverlening bieden. In dit beleidsplan, met een duur van ten hoogste vier jaar, moet worden aangegeven: • • •

Welke resultaten beoogd worden; Welke maatregelen genomen worden om de kwaliteit te borgen van de wijze waarop de integrale schuldhulpverlening wordt uitgevoerd; Het maximaal aantal weken dat de gemeente nastreeft met betrekking tot de wachttijd voor het eerste gesprek waarin de hulpvraag wordt vastgesteld;

15 De vaste lastenpartners zijn energiemaatschappijen, drinkwaterleveranciers, zorgverzekeraars en verhuurders.

35

• •

Hoe de samenwerking met schuldeisers, waaronder verhuurders, zorgverzekeraars, water- en energiebedrijven wordt vormgegeven; Hoe schuldhulp in te richten voor gezinnen met inwonende kinderen.

Kaders curatieve schuldhulpverlening Curatieve schuldhulpverlening wordt uitgevoerd aan de hand van de gestelde wettelijke kaders van de Wgs en de landelijke richtlijnen van de NVVK. Dit zijn landelijke regels en uitvoeringskaders op basis waarvan de gemeenten in Nederland de curatieve schuldhulpverleningstrajecten zoals de schuldregeling, betalingsregelingen, budgetbeheer, stabilisatie of de doorgeleiding richting het wettelijke traject (Wsnp) uitvoeren. Voor de trajecten geldt dat deze specifiek zijn vormgegeven aan de hand van termijnen, afspraken met schuldeisers, convenanten, verbinding met andere wetgeving etc. Hieronder valt bijvoorbeeld de aflosperiode van 18 maanden in een schuldregeling, de inzet van dwangmiddelen in een schuldregeling uit de Faillissementswet en de berekening van de afloscapaciteit conform de Vrij te laten bedrag (VTLB) berekening van de Recofa (het landelijk overlegorgaan van rechter-commissarissen). Bovendien betekent het lidmaatschap van de NVVK een kwaliteitskeurmerk door de uitgebreide audits die worden uitgevoerd, zie ook bijlage 3 Kwaliteitseisen.

36

Bijlage 2 Fasen van schuldhulpverlening

Preventie en vroegsignalering Preventie Voorkomen is beter dan genezen. Met preventie wordt bedoeld het voorkomen van financiële problemen door van tevoren in actie te komen. Preventie kan ook worden ingezet om grotere financiële problemen of herhaling te voorkomen. Schuldpreventie is een mix van maatregelen, activiteiten en voorzieningen die er op gericht zijn dat mensen financieel vaardig worden en hun financiën op orde kunnen houden. Dit doen we door te proactief te handelen en aandacht te hebben voor de achterliggende oorzaken van financiële problemen en schulden. Vroegsignalering Vroegsignalering is het vroegtijdig signaleren van financiële problemen en hulp hiervoor aanbieden. vroegsignalering is dé manier om te voorkomen dat betalingsachterstanden verder oplopen en zich ontwikkelen tot (problematische) schulden. Per 1 januari 2021 is de Wgs gewijzigd en door deze wetswijziging is vroegsignalering een wettelijke taak voor gemeenten geworden. Op basis van signalen van zorgverzekeraars, energiebedrijven, verhuurders en drinkwaterbedrijven moet de gemeente inwoners met betalingsachterstanden benaderen en hulp aanbieden. De genoemde vaste lastenpartners zijn ook wettelijk verplicht om signalen van beginnende schulden te delen met gemeenten. Ook dienen deze partijen voorafgaand aan het delen van signalen actie te hebben

37

ondernomen om in contact te komen en te kijken naar een passende oplossing met de inwoner.

Curatie Curatieve schuldhulpverlening is gericht op het stabiliseren en oplossen van schuldenproblematiek met als doel inwoners met (problematische) schulden te helpen aan een schuldenvrije én blijvende toekomst. Met problematische schulden wordt bedoeld, de situatie waarin te voorzien is dat iemand schulden niet zal kunnen blijven afbetalen of is gestopt met afbetalen.16 In ieder geval de situatie waarin niet binnen 36 maanden alle openstaande vorderingen betaald kunnen worden (met een betalingsregeling).

Reguliere aanvraag en crisis De schuldhulpverlening start vervolgens binnen 10 werkdagen voor een reguliere aanvraag en binnen 3 werkdagen in het geval van een crisissituatie. Bij gezinnen met kinderen waarbij sprake is van een dreigende huisuitzetting wordt altijd direct actie ondernomen onverlet de omstandigheden. Voor wat betreft crisisinterventie zijn er naast de afspraken over vroegsignalering in de Drechtsteden tussen gemeenten, woningcorporaties, de Dienst Gezondheid & Jeugd en de GR Sociaal specifieke afspraken gemaakt voor dreigende huisuitzettingen. Voor afsluiting van gas, water en elektriciteit geldt landelijke wetgeving die verwerkt is in landelijke convenanten van de NVVK. Naast deze werkwijze kan er tevens door schuldhulpverlening een moratorium worden aangevraagd bij de rechtbank. Dit geeft de schuldhulpverlening de tijd om de hulpverlening en regeling op te zetten, waarbij er maximaal 6 maanden geen huisuitzetting of afsluiting mag plaatsvinden.

Intake en oriëntatiefase De start is het intakegesprek waarin de hulpvraag, (schulden)situatie, motivatie en vaardigheden wordt vastgesteld. Het intakegesprek is de start van de oriëntatiefase. Deze is bedoeld om inzicht te krijgen in de financiële en persoonlijke situatie van de inwoner. Ook wordt onderzocht of er sprake is van andere bredere problematiek en of andere flankerende hulpverlening of ondersteuning nodig is. Dit alles wordt vastgelegd in een plan van aanpak waarin helder wordt aangegeven welk traject er ingezet wordt, wat er nog nodig is of moet gebeuren en het tijdspad. Na de oriëntatiefase zijn er vier mogelijke vervolgopties: - Informatie en advies: Voor de inwoner die de situatie zelf kan oplossen of wanneer er geen specifiek aanbod kan worden gedaan. - Duurzame financiële dienstverlening: Voor het beheersbaar maken van de situatie en het voorkomen van escalatie wanneer een stabilisatietraject of schuldregeling (nog) niet mogelijk is. Dit biedt ook ondersteuning in situaties met weinig of geen perspectief op een schuldenvrije toekomst (bijvoorbeeld door fraudeproblematiek).

16 Definitie ‘problematische schuld’ van de NVVK.

38

-

-

Budgetbeheer: Budgetbeheer is het (tijdelijk) beheren van de financiën van de inwoner, waardoor de betaling van de vaste lasten zeker gesteld worden. Voortraject voor schuldregeling (stabilisatietraject): Het stabilisatietraject dient als voorbereiding op een schuldregeling. Bij problematische schulden zonder verdere persoonlijke en/of financiële belemmeringen kan een schuldregeling worden ingezet. 100% regeling: Een betalingsregeling waarbij de schulden volledig afbetaald kunnen worden.

Schuldregeling en aflossing: saneringskrediet of schuldbemiddeling De daadwerkelijke minnelijke schuldregeling volgt op het stabilisatietraject. Tijdens de schuldregeling wordt onderhandeld en geprobeerd overeenstemming te bereiken met de schuldeisers. Als alle schuldeisers akkoord gaan met het aanbod, is de schuldregeling geslaagd en gaat de inwoner gedurende 18 maanden lang aflossen. Er zijn twee vormen van schuldregeling: (1) schuldbemiddeling en (2) saneringskrediet. Beide vormen zijn in de regel op basis van finale kwijting. Dat wil zeggen alleen het deel dat de inwoner kan aflossen wordt terugbetaald en de rest wordt kwijtgescholden. De voorkeur gaat uit naar saneringskrediet vanwege: minder administratieve lasten, snellere afhandeling en meer duidelijkheid en voordelen voor de inwoner en schuldeiser. De schuldeiser kan de boeken sluiten en de inwoner kan zich bijvoorbeeld weer direct aanvullend verzekeren bij de zorgverzekeraar. In 2024 is de verhouding in de Drechtsteden ongeveer 80% saneringskrediet en 20% schuldbemiddeling. Een saneringskrediet en schuldbemiddeling kennen beide een aflostermijn van 18 maanden en op beide varianten wordt het afkoopbedrag afgelost in deze periode. Bij beide trajecten is er begeleiding gedurende de aflosperiode in de vorm van periodieke gesprekken.

Het verschil is dat bij een schuldbemiddeling door de GR Sociaal gespaard wordt gedurende de 18 maanden aflossing en periodiek na hercontroles wordt uitbetaald aan schuldeisers. Bij een saneringskrediet wordt het overeengekomen afkoopbedrag direct uitbetaald aan de schuldeisers via het krediet. De inwoner lost vervolgens gedurende 18 maanden het saneringskrediet af. Dwangakkoord en Wsnp Als een minnelijke schuldregeling mislukt, bijvoorbeeld door gebrek aan medewerking van de schuldeisers, wordt allereerst gevraagd aan schuldeisers om hun weigering te heroverwegen. Indien dit niet gebeurt kunnen er of dwangmiddelen vanuit de Faillissementswet ingezet worden als het dwangakkoord. In dat geval kan de rechter besluiten om de schuldeisers alsnog te dwingen mee te werken met de minnelijke schuldregeling. De laatste mogelijkheid is het indienen van het verzoek bij de Rechtbank om toegelaten te worden tot de Wsnp. Bij dit verzoek moet ook een ‘Wsnp- verklaring’ van de GR Sociaal worden ingediend. Daarmee wordt aangegeven dat een minnelijke schuldregeling niet mogelijk is.

39

Om dreigende situaties als een huisuitzetting tijdens de periode van het verzoek tot toelating tot het wettelijk Wsnp-traject te voorkomen, kan bij de rechtbank een voorlopige voorziening worden aangevraagd. Tot het moment van de uitspraak mogen schuldeisers hun rechten niet uitoefenen. Gedurende dit hele proces kan budgetbeheer worden geboden: het (tijdelijk) beheren van de financiën van de klant, waardoor de betaling van de vaste lasten zeker gesteld worden.

Nazorg Na het succesvol afronden van een schuldregelingstraject wordt nazorg geboden. Nazorg is een essentieel onderdeel van de schuldhulpverlening met als doel de inwoner te ondersteunen bij de start van een schuldenvrij leven, ervoor te zorgen dat de inwoner duurzaam uit de schulden blijft én terugval waar mogelijk te voorkomen. De memorie van toelichting van de Wgs plaatst nazorg in het kader van preventie, want door goede nazorg te bieden kunnen nieuwe financiële problemen voorkomen worden. Proces nazorg Zes maanden voorafgaand aan het einde van het schuldregelingstraject wordt reeds gestart met het gesprek over nazorg door hier aandacht voor te hebben tijdens het begeleidingstraject. De schuldhulpverlener stelt samen met de inwoner een plan van aanpak op waarbij gekeken wordt naar de persoonlijke en financiële situatie en de behoefte/noodzaak voor ondersteuning na afronding van het traject. Vervolgens betrekt de schuldhulpverlener, afhankelijk van de uitkomsten van het gesprek en de behoefte van de inwoner, de schuldenketen om te zorgen voor een warme overdracht. De eerste stap voor deze overdracht gebeurt via een driegesprek tussen schuldhulpverlener, schuldenketenpartner en inwoner. Schulden houden immers vaak verband met andersoortige problematiek, waardoor samenwerking en het inzetten van elkaars expertise essentieel is in de ondersteuning van kwetsbare inwoners.

In de periode die volgt zal er samen worden opgetrokken door de ketenpartner en de GR Sociaal om zorg te dragen voor een soepele en warme overdracht na afloop van het schuldregelingstraject. Afspraak is ook dat er altijd een waakvlam blijft. Indien hulp van de GR Sociaal tijdens of na afloop van de nazorg door de schuldenketen nodig is, is dit te allen tijde beschikbaar.

40

Bijlage 3 Kwaliteitseisen, juridische aspecten en wachttijden (curatie) Kwaliteitseisen De branchevereniging voor schuldhulpverlening en sociaal bankieren (NVVK) heeft kwaliteitsnormen ontwikkeld in de vorm van de gedragscodes schuldregelen, budgetbeheer en sociale kredietverlening. De GR Sociaal is lid van de NVVK en werkt conform diens gedragscodes. De GR Sociaal is sinds 2014 in het bezit van het NVVK-certificaat. De NVVK toetst eens per drie jaar met onafhankelijke auditoren de kwaliteit van dienstverlening van haar leden. Door de audit wordt zichtbaar gemaakt dat de leden aan alle uniforme en controleerbare kwaliteitseisen voldoen en dus kwalitatief goede schuldhulpverlening bieden. Bovendien betekent het lidmaatschap van de NVVK een kwaliteitskeurmerk door de uitgebreide audits die worden uitgevoerd. Juridische aspecten en wachttijden Sinds de invoering van de Wgs is de schuldhulpverlening een publieke taak en heeft deze een bestuursrechtelijk kader. Een besluit tot het doen van een aanbod of het afwijzen van een verzoek tot toelating tot schuldhulpverlening en de (tussentijdse) beëindiging van een schuldhulpverleningstraject vallen onder de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en worden kenbaar gemaakt met een beschikking. Op grond van de Awb kunnen de ontvangers van het besluit bezwaar (en beroep) aantekenen. De termijnen van de Awb gelden dus ook voor de schuldhulpverlening.

De inhoud van de dienstverlening (trajecten) is privaatrechtelijk geregeld. De afspraken met de inwoner worden contractueel in een overeenkomst vastgelegd. Er zijn allerlei landelijke regels en uitvoeringskaders op basis waarvan de gemeenten in Nederland de curatieve schuldhulpverleningstrajecten zoals de schuldregeling, budgetbeheer, stabilisatie of de doorgeleiding richting het wettelijke traject (Wsnp) uitvoeren. Voor de trajecten geldt dat deze specifiek zijn vormgegeven aan de hand van termijnen, afspraken met schuldeisers, convenanten, verbinding met andere wetgeving etc. Hieronder valt bijvoorbeeld de aflosperiode van 18 maanden in een schuldregeling, de inzet van dwangmiddelen in een schuldregeling uit de Faillissementswet en de berekening van de afloscapaciteit conform de Vrij te laten bedrag (VTLB) berekening van de Recofa (het landelijk overlegorgaan van rechter-commissarissen). De Wet gemeentelijke schuldhulpverlening stelt eisen aan de wacht- en doorlooptijden. Voor het reguliere aanbod geldt een maximale wachttijd van 4 weken voor de periode tussen de melding en het moment dat de hulpvraag wordt vastgesteld via het eerste gesprek. De doelstelling die de GR Sociaal hiervoor hanteert is veel korter, namelijk een termijn van 10 werkdagen. voor wat betreft een crisissituatie mag er maximaal 3 werkdagen zitten tussen het moment van melding en het crisisgesprek.

In het geval van vroegsignalering gelden andere wachttijden. In de aangepaste Wgs is bepaald dat er maximaal 4 weken mag zitten tussen het moment waarop een inwoner aangeeft met de gemeente in gesprek te willen en het daadwerkelijke gesprek.

41

Bijlage 4 Totaaloverzicht van alle regionale indicatoren van de uitvoering van de activiteiten door de GR Sociaal

Indicatoren GR Sociaal: Streven Indicator

2025 (begin)

2029 (beoogd)

Schuldenrust

Tijd tussen de aanmelding en het eerste gesprek

95% binnen 10 werkdagen*

Handhaven huidige indicator (95% binnen 10 werkdagen)

Schuldenrust

Proactieve dienstverlening voor bijstandsgerechtigd en met zorgverzekeringsschulden en beslagleggingen

(nulmeting nieuwe activiteit)

80% van de doelgroep is benaderd en krijgt een hulpaanbod

Schuldenrust

Gemiddelde schuld**

De gemiddelde schuld bedraagt € 36.019 (2023)

De gemiddelde schuld is gedaald naar € 30.000

Perspectief

Nieuw gestarte trajecten

10% meer inwoners met schulden hebben een hulpaanbod ontvangen ten opzichte van 2023 (1.459)

20% meer inwoners met schulden hebben een hulpaanbod ontvangen ten opzichte van 2023 (1.459)

Perspectief

Slagingspercentage stabilisatietraject

In 75% van de gevallen wordt succesvol een stabilisatietraject afgesloten***

In 90% van de gevallen wordt succesvol een stabilisatietraject afgesloten***

Perspectief

Slagingspercentage schuldregelingstraje ct

In 85% van de gevallen wordt succesvol een schuldregelingstraject afgesloten****

In 90% van de gevallen wordt succesvol een schuldregelingstrajec tafgesloten****

Perspectief

Succesvolle uitstroom na doorlopen minnelijk traject

Nulmeting, nog niet eerder gemeten

85% van de minnelijke trajecten wordt succesvol afgerond

42

Duurzaam

Herinstroom (recidive) schuldhulpverlening binnen 3 jaar

(nieuwe nulmeting)*****

Maximaal 10% van de inwoners stromen opnieuw in.

*de wettelijke termijn bedraagt 4 weken **de gemiddelde schuld heeft een link met vroegsignalering én curatie. Bij curatie zegt deze indicatie met name iets over de snelheid van het proces (schulden lopen daarmee niet onnodig nog langer op) ***Stabilisatie: Onder een positieve afsluiting wordt verstaan: de schulden zijn afbetaald, er is een betalingsregeling getroffen, de schulden zijn geherfinancierd of overdracht naar schuldregeling. ****Succesvol schuldregelingstraject: Een schuldregeling is geslaagd als er een saneringskrediet wordt toegekend, een schuldbemiddeling wordt gestart of als een Wsnp verklaring wordt afgegeven. *****Het is een nieuwe nulmeting, omdat de meting tot nu toe altijd over binnen 5 jaar terugval ging. Doordat de curatie echter ingekort is naar 18 maanden kiezen we ervoor om ook de meting te verkorten naar 3 jaar, zodat dit beter aansluit en we sneller zicht hebben na uitstroom uit de kortere periode van schuldhulpverlening.

43

Bijlage 5 Totaaloverzicht van alle lokale indicatoren

44

Bijlage 6 Totaaloverzicht uitgaven Sociale Dienst Drechtsteden schuldhulpverlening

Programmakosten schuldhulpverlening GR Sociaal De programmakosten bedragen in totaal € 120.000 (begroting 2025). Hiervan worden gefinancierd: certificering, budgettraining Da Vinci, saneringskredieten, BKR, schulphulproute en schuldenknooppunt. De programmakosten worden verdeeld op basis van het aantal lopende trajecten. In de jaarrekening worden deze kosten over de gemeenten verdeeld, naar verhouding van het aantal lopende trajecten in dat specifieke jaar. Zie onderstaand de kostenverdeling. Programmakosten Schuldhulpverlening per gemeente Alblasserdam Dordrecht Hendrik-Ido-Ambacht Papendrecht Sliedrecht Zwijndrecht Hardinxveld-Giessendam Totaal

€ € € € € € € €

begroting 2025 4.128 71.052 5.784 8.472 10.224 16.728 3.612 120.000

3,44% 59,21% 4,82% 7,06% 8,52% 13,94% 3,01% 100,00%

Kosten uitvoering Schuldhulpverlening GR Sociaal Voor de uitvoering die bij de GR Sociaal belegd zijn de kosten in totaal begroot op € 8.388.698. Het gaat dan om het uitvoeren van de gehele curatieve taak voor schuldhulpverlening en alle taken op preventie en nazorg. Zie daarvoor ook het beleidsplan met alle details. Voor preventief budgetbeheer is specifiek een bedrag van € 508.405 begroot. Deze splitsing is gemaakt omdat dit ook in de liquiditeit per gemeente wordt vermeld. De kosten worden verdeeld over de gemeenten op basis van het aantal lopende trajecten. In de jaarrekening worden deze kosten over de gemeenten verdeeld, naar verhouding van het aantal lopende trajecten in dat specifieke jaar. Zie onderstaande twee overzichten voor de kostenverdeling.17 Toerek. App.kosten Budgetadvies en Schuldbemid. Liquiditeit Alblasserdam Liquiditeit Dordrecht Liquiditeit HI Ambacht Liquiditeit Papendrecht Liquiditeit Sliedrecht Liquiditeit Zwijndrecht Liquiditeit Hardinxveld-Giessendam Totaal

€ € € € € € € €

Begroting 2025 288.572 4.966.949 404.335 592.241 714.716 1.169.384 252.501 8.388.698

3,44% 59,21% 4,82% 7,06% 8,52% 13,94% 3,01% 100%

Aandachtspunt: Door de invoering van de nieuwe BBV-regelgeving zal de kostenverdeling vanaf 2025 worden herzien. Dit leidt tot een aanpassing van de begrote apparaatskosten per product en per gemeente. De eerdere kostenverdeling was verouderd, wat resulteerde in een onjuiste toewijzing. Daarnaast is de definitie van overhead gewijzigd, waardoor kosten voortaan vaker aan producten worden toegerekend in plaats van aan overhead. BBV staat voor Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. 17

45

Toerek. App.kosten Prev. Budgetbeh. Liquiditeit Alblasserdam Liquiditeit Dordrecht Liquiditeit HI Ambacht Liquiditeit Papendrecht Liquiditeit Sliedrecht Liquiditeit Zwijndrecht Liquiditeit Hardinxveld-Giessendam Totaal

€ € € € € € € €

begroting 2025 17.488 301.028 24.505 35.893 43.315 70.872 15.304 508.405

3,44% 59,21% 4,82% 7,06% 8,52% 13,94% 3,01% 100%

Rijk: extra middelen specifiek bedoeld voor schuldhulpverlening (2020-2026) Het is op gemeenteniveau niet inzichtelijk welk bedrag in het gemeentefonds is opgenomen voor schuldhulpverlening. Deze middelen zijn namelijk verwerkt in de totale uitkering van het gemeentefonds. In onderstaande tabel staan de extra middelen die het Rijk beschikbaar heeft gesteld aan gemeenten, specifiek voor de aanpak van schulden (soms gecombineerd met andere onderwerpen, zoals armoede of bijzondere bijstand). Deze middelen zijn aan het Gemeentefonds toegevoegd. De bedragen zijn de landelijke bedragen in miljoenen euro's. In de laatste kolom staat de betreffende circulaire.

46

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15508022/1