CConstaterende datHendrik-Ido-Ambacht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 bij Raadsvoorstel 7.1 Visie op regionale samenwerking en nota verbond partijen

raadsvergadering openbaar 7 oktober 2024, gemeente Hendrik-Ido-AmbachtBij agendapunt: Visie op regionale samenwerking en Nota Verbonden Partijen7.644 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Visie op regionale samenwerking en Nota Verbonden Partijen Gemeente Hendrik-Ido-Ambacht 25 juni 2024

Team Bedrijfsvoering

Visie regionale Samenwerking en Nota Verbonden partijen Inleiding Om onze ambities en beleidsdoelen te realiseren, werken we veel samen met andere gemeenten of organisaties. Verbonden partijen leveren een grote bijdrage aan het uitvoeren van de bestuurlijke ambities en wettelijke taken. Regionale samenwerking is erg belangrijk voor ons. Het levert ons aantoonbaar voordelen op. Samenwerking levert meerwaarde op in fnanciile, organisatorische en inhoudelijke zin. Zo heeft de regio Drechtsteden - Gorinchem zelfs tweemaal een Regio Deal toegekend gekregen, openen gezamenlijke lobby's deuren bij andere overheden en zien we in het sociaal domein kwaliteit in zorg en ondersteuning voor onze inwoners. Regionaal samen werken betekent ook dat we meer op afstand sturen. Daarom is het belangrijk dat we grip houden op verbonden partijen en het realiseren van onze doelen en ambities. Samenwerking vraagt om gerichte sturing én om een scherpe en kritische blik. Maar ook om loslaten en vertrouwen. Daarom is het belangrijk visie en kaders hierover vast te stellen. In 2014 heeft de gemeenteraad de Visie op regionale samenwerking vastgesteld en in 2015 is de Nota Verbonden Partijen vastgesteld. Inmiddels hebben zich verschillende ontwikkelingen voorgedaan: de samenwerking in de Drechtsteden is op een andere manier georganiseerd, maar blijft in ontwikkeling.

Daarnaast is een nieuwe Wet gemeenschappelijke regelingen in werking getreden. De beide nota's zijn inmiddels gedateerd en moeten worden geactualiseerd. Omdat beide onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, zijn ze bijeengebracht in één stuk. Dit nu voorliggende stuk vervangt de Visie op regionale samenwerking uit 2014 en de Nota verbonden partijen uit 2015. Leeswijzer Deze nota bestaat uit twee delen: - een visie op regionale samenwerking - een actualisatie van de Nota verbonden partijen. In het eerste deel beschrijven wij onze uitgangspunten voor regionale samenwerking. In het tweede deel gaan we in op het begrip verbonden partijen, het wettelijk kader dat hierbij geldt, het aangaan en beiindigen van deelname in een verbonden partij, sturing en toezicht op verbonden partijen en sturingsarrangementen en risicoprofelen. Ook besteden we aandacht aan de bijzondere samenwerking die we kennen in de Drechtsteden.

2

Visie op regionale samenwerking In 2014 is de visie op regionale samenwerking vastgesteld. De nu voorliggende visie borduurt hierop voort. In de afgelopen jaren is de omvang van de samenwerking tussen gemeenten toegenomen. Een steeds groter deel van de begroting wordt hieraan besteed. Daarnaast is er veel veranderd in de samenwerking met onze partners. Dat is met name te zien in de nieuwe manier van samenwerken in de Drechtsteden. We zien dat de wijze van samenwerken steeds aan verandering onderhevig is en inspeelt op landelijke en regionale ontwikkelingen en daarbij ook meegaat met de wensen en behoeften van de deelnemers van de samenwerkingsverbanden. Tegelijk zien we dat de basisgedachte en de argumenten om samen te werken gelijk zijn gebleven. In deze herijkte Visie op regionale samenwerking gaan we hierop in. We nemen de uitgangpunten van regionale samenwerking nog eens onder de loep en scherpen deze aan. Want samenwerking tussen gemeenten en met andere partijen vraagt om visie en kaders. De uitgangspunten voor de regionale samenwerking hangen zeer nauw samen met de kaders en uitgangspunten van de Nota Verbonden Partijen. Beide notities zijn daarom opgenomen in dit totaalstuk waarin we zowel de uitgangspunten voor regionale samenwerking als de sturing hierop beschrijven.

Kader voor de samenwerking Het gemeentelijk kader voor het opstellen van deze visie ligt in het Coalitieprogramma 'Samen voor Ambacht 2022-2026'. Uit de betrefende paragraaf zijn drie basisgedachten te onderscheiden: A. regionale samenwerking is belangrijk voor ons, wij hechten hier veel waarde aan; B. regionale samenwerking levert ons voordelen op; C. een sterke gemeente is essentieel om goed te kunnen participeren in de regionale samenwerking Deze drie basisgedachten geven input voor de nu voorliggende herijkte visie. We werken deze gedachten verder uit naar uitgangspunten voor de regionale samenwerking.

A. We hechten veel waarde aan regionale samenwerking We zijn al decennialang met andere gemeenten verbonden in verschillende maatschappelijke regelingen en andere vormen van samenwerking. Samenwerking is dus niet nieuw, maar is er eigenlijk altijd al geweest. Daarbij zijn er verplichte samenwerkingsvormen die van Rijkswege worden voorgeschreven, zoals de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid en de Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid. En er zijn samenwerkingsvormen die gemeenten in onderling overleg zijn aangegaan, zoals de Gemeenschappelijke Regeling Sociaal. In het tweede deel van deze notitie, de Nota

3

Verbonden Partijen, is dit inzichtelijk gemaakt en is een overzicht gegeven van de vormen van samenwerking waarin wij participeren. In de regio's Drechtsteden en Zuid-Holland Zuid werken we al jaren intensief met elkaar samen. We koesteren deze samenwerkingsverbanden en willen daarin blijven participeren, omdat we een duidelijke meerwaarde hiervan ervaren. We werken samen daar waar we elkaar nodig hebben. Wat we zelf kunnen en moeten doen, blijven we lokaal doen. Onze ervaring is dat samenwerking goede zaken tot stand kan brengen en inmiddels ook al heeft gebracht. We zien dat we niet meer zonder regionale samenwerking kunnen en dat we hierdoor juist foreren. Samen maken we onze regio én onze gemeente sterker.

Daarbij blijven we wel steeds de afweging maken of de samenwerking daadwerkelijk meerwaarde heeft. Regionale samenwerking is geen doel op zich. We zijn en blijven scherp op wat we (fnancieel, organisatorisch en inhoudelijk) in de samenwerking investeren ten opzichte van wat het oplevert. Daarbij realiseren we ons dat samen werken ook een kwestie is van geven en nemen. Wanneer de samenwerking onvoldoende toegevoegde waarde oplevert, heroverwegen we de voorwaarden voor de samenwerking. We overwegen dan of de samenwerking op een andere manier kan worden voortgezet. Kaderstellende rol vanuit de inhoud In de gemeentewet staat dat de gemeente de publieke taken zelf uitvoert. Het is daarbij mogelijk te participeren in een verbonden partij voor de uitvoering van die taken. De gemeente blijft dan verantwoordelijk voor de uitvoering van de taken. Dit is van invloed op onze betrokkenheid bij deze verbonden partijen en de sturing die wij daaraan geven. Vanuit de kaderstellende rol die we als gemeente hebben, zullen wij hier sturing aan geven. Beleidsvorming bij de verbonden partij krijgt daarbij vorm in de samenwerking met de verbonden partij, vanuit onze politiek-beleidsmatige belangen. Dit doen we geredeneerd vanuit de inhoud; de inhoud van de samenwerking staat voor ons voorop. We willen investeren in gezamenlijke inhoudelijke resultaten, waarbij recht wordt gedaan aan ieders belangen.

Het is voor ons belangrijker wát we doen, dan hóe we het doen. Voor wat betreft de regio Drechtsteden (Smart Delta Drechtsteden) vinden we dat we ons moeten richten op die ambities en inhoudelijke dossiers die regionaal van strategisch belang zijn en realistisch en haalbaar zijn. Daar hebben we stappen in gezet met de Groeiagenda: we werken met elkaar aan brede welvaart voor onze inwoners en aan een regionaal-economische schaalsprong op het gebied van wonen, werken, mobiliteit en energie. Voor de Groeiagenda werken we meervoudig-lokaal samen: met elkaar bepalen we de regionale gezamenlijke ambities, die lokaal worden uitgevoerd. We staan nog steeds achter de keus van deze manier van samenwerken. We zien en ervaren echter ook dat dit spanningen kan opleveren. Het is van belang met elkaar te bepalen op welke opgaven we echt met elkaar willen en moeten samenwerken. Daarbij bekijken we vanuit Hendrik-Ido-Ambacht welke thema's voor ons echt relevant zijn om aan deel te nemen. Wij zien mogelijkheden om te diferentiiren naar vraagstukken en situaties. Hierdoor kunnen regionale gelegenheidscoalities ontstaan waar niet alle zeven gemeenten aan deel hoeven nemen. Wij werken al jarenlang samen in de Drechtsteden. Onze blik is echter niet alleen op deze zeven gemeenten gericht. Allerlei vraagstukken houden zich immers niet bezig met

4

gemeente- of regionale grenzen. We kijken dan ook naar kansen en mogelijkheden om samen te werken met andere omliggende gemeenten en organisaties. Scherp blijven op de fnanciile situatie van de samenwerkingsverbanden Samenwerking vraagt om gerichte sturing en om een scherpe en kritische blik. Het verplicht ons om steeds scherp te zijn en te blijven op de fnanciile situatie van de samenwerkingsverbanden waaraan we deelnemen. We sturen nadrukkelijk op de fnanciin van de gemeenschappelijke regelingen. We onderzoeken daarbij steeds waar ruimte is voor bezuinigingen of het gelijk houden van uitgaven. We vinden in de basis dat eventuele fnanciile tegenvallers van de regio binnen de bestaande regiomiddelen moeten worden op gevangen. In de Nota Verbonden Partijen, het tweede deel van deze notitie, hebben we de wijze van sturing (fnancieel en bestuurlijk) verder uitgediept.

Dit leidt tot de volgende uitgangspunten voor regionale samenwerking: -

-

de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht hecht groot belang aan regionale samenwerking; onze blik is niet alleen gericht op de samenwerking met de zeven gemeenten in de Drechtsteden; we geven vanuit onze kaderstellende rol sturing aan de verbonden partijen; we sturen actief op de fnanciile mogelijkheden binnen de kaders die we hebben; we blijven scherp op de fnanciile situatie van de samenwerkingsverbanden (uitgewerkt in de Nota Verbonden Partijen); wanneer de samenwerking onvoldoende toegevoegde waarde oplevert, heroverwegen we de voorwaarden voor samenwerking; voor de samenwerking in de Smart Delta Drechtsteden zijn we voorstander van het formeren van gelegenheidscoalities.

2. Samenwerking levert voordelen op Wij ervaren dat samenwerking voordelen oplevert. Wij zien voordelen van fnanciile, organisatorische en inhoudelijke aard. Het gezamenlijk uitvoeren van taken is efciinter en efectiever. Onze kwetsbaarheid is daardoor aanzienlijk minder. Daarbij zien we dat we gezamenlijk resultaten kunnen behalen die we als individuele gemeente niet voor elkaar krijgen. Dit is vooral zichtbaar bij het binnenhalen van subsidies of bij de lobbydossiers. (In)directe meerwaarde voor onze gemeente en onze inwoners Wij zijn kritisch op het aangaan of voortzetten van samenwerking en we doen dit alleen wanneer het direct of indirect meerwaarde oplevert voor onze gemeente en onze inwoners. Daarbij zijn wij van mening dat het voor onze inwoners niet zozeer van belang is hóe we dingen doen, maar vooral wát we doen.

5

Regionale samenwerking biedt een betere aanpak van (bovenregionale) knelpunten en opgaven. Zo werken we in gezamenlijkheid aan de Warmtetransitie, de Energiestrategie en de aanpak van de bereikbaarheidsproblemen in de Drechtsteden. Gezamenlijk zorgen we ook voor een beter onderwijsaanbod in de regio, een groei van de werkgelegenheid en een versnelling van de woningbouw. Ook zien we de voordelen van de gezamenlijke lobbykracht: de samenwerking tussen de gemeenten opent meer deuren dan wanneer we als Hendrik-Ido-Ambacht alleen onze problematiek aankaarten. Ook de toekenning van subsidies en bijdragen als de Regio Deal levert direct voordelen op voor onze gemeente, ondernemers en inwoners. Naast de opgaven in het ruimtelijk-economisch domein werken we in de Drechtsteden en op het niveau van de regio Zuid-Holland Zuid samen aan de wettelijke taken en opgaven in het sociaal domein. De Sociale Dienst Drechtsteden voert namens de GR Sociaal, waar onze gemeente deel van uitmaakt, taken uit op het vlak van de Participatiewet, de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de toeleiding van mensen met afstand tot arbeidsmarkt naar werk. Op het gebied van publieke gezondheid en jeugdhulp werken we samen in de GR DG&J. De regionale samenwerking biedt schaalvoordelen op het gebied van inkoop en de opbouw van kennis en expertise.

Dit draagt bij aan de dienstverlening voor de Ambachtse inwoners. Zo kunnen op regionaal niveau voorzieningen gerealiseerd worden waar we als gemeente alleen onvoldoende middelen en/of expertise voor hebben.

Efciencyvoordeel, vermindering van kwetsbaarheid, spreiding van risico en kennisvoordeel zijn daarnaast belangrijke voordelen van regionale samenwerking. Dit is verder uitgewerkt in het tweede deel van deze nota, de nota verbonden partijen. We blijven participeren en onze eigen bijdrage leveren aan de regionale samenwerking We maken samen de regionale samenwerking en samen zíjn we de regio. Dat betekent dat we ons samen met de andere gemeenten en met onze ketenpartners inzetten voor het behalen van onze regionale ambities. Dat betekent ook dat we actief een bijdrage leveren aan het behalen van deze ambities. Op ruimtelijk-economisch gebied werken we in de Drechtsteden al enkele jaren samen aan de Groeiagenda. De Groeiagenda wordt meervoudig lokaal uitgevoerd. Deze manier van werken aan gezamenlijke ambities vraagt van ons expliciet lokale inzet. Deze inzet bestaat uit het herkenbaar ambtelijk en bestuurlijk participeren in de samenwerking. Maar zeker ook uit het concreet bijdragen aan de realisatie van projecten in onze eigen gemeente. Wij doen dit met projecten als Ambachtsezoom, Waterbusplein, De Volgerlanden en Noordoevers. We zijn regionaal een betrouwbare partner en willen blijven investeren in de samenwerking.

We blijven zelfstandig en werken vanuit onze eigen kracht en identiteit Bij regionale samenwerking staat de zelfstandigheid en autonomie van Hendrik-IdoAmbacht voorop. Samenwerking zorgt er voor dat we zelfstandig kunnen blijven, onze eigen kracht en identiteit kunnen laten zien én onze eigen keuzes kunnen blijven maken. Door onze bijdrage te leveren aan deze samenwerking, kunnen we het netwerk van samenwerkingen waarin wij participeren verder brengen. Zo is het geheel meer dan de som der delen. We participeren in de samenwerking vanuit onze eigen, specifek Ambachtse identiteit. Wij zijn een gemeente die mooi, ruim en groen is van opzet. Een gemeente met een dorps karakter in een stedelijke omgeving. Dit zijn de kenmerken die onze inwoners

6

waarderen en die voor ons voorop staan in de keuzes die wij maken in de regionale samenwerking.

Dit leidt tot de volgende uitgangspunten voor regionale samenwerking: -

-

regionale samenwerking moet aantoonbare directe of indirecte meerwaarde hebben voor onze inwoners en onze gemeente; de belangen van onze inwoners en ondernemers staan voorop we blijven herkenbaar participeren en onze eigen bijdrage leveren aan de regionale samenwerking; we blijven zelfstandig en werken daarbij vanuit onze eigen kracht en identiteit.

3. Een sterke gemeente is essentieel Om de huidige en toekomstige taken, opgaven en ambities uit te kunnen voeren, is een sterke regio nodig, maar ook een sterke gemeente. De opgaven worden steeds complexer en omvangrijker. Wij moeten daarom beschikken over een krachtig lokaal bestuur. Voldoende bestuurskracht is nodig om goed en efectief regionaal samen te kunnen werken.

Het bestuur wordt daarin ondersteund en geadviseerd door een krachtige, zelfstandige en wendbare organisatie. Dit versterkt de lokale identiteit. Lokale inbreng, betrokkenheid en kennis zijn onontbeerlijk. Onze lokale organisatie is krachtig en in staat om op een efectieve wijze te kunnen sturen, participeren en faciliteren. De ambtelijke organisatie heeft daarbij het vermogen proactief te zijn en te anticiperen op ontwikkelingen. Dit maakt het voor ons mogelijk om ons te profleren in de regio Drechtsteden en in andere samenwerkingsverbanden. We willen ook iets kunnen brengen binnen de samenwerking. Wij zien het brengen van kennis en kunde als belangrijk onderdeel van onze verantwoordelijkheid in het regionaal samen werken. Onze organisatie moet op zowel bestuurlijk als ook ambtelijk niveau op een efectieve wijze bij kunnen dragen aan de resultaten in de samenwerking. Goede verstandhouding en respect voor elkaars belangen Samen werken gaat beter, efciinter en efectiever wanneer de onderlinge relatie goed is en wanneer we dezelfde taal spreken. Dat betekent dat de verstandhouding tussen de samenwerkende partners goed en gelijkwaardig moet zijn. Openheid en respect voor elkaars belangen staan daarbij voorop. De afspraken moeten duidelijk zijn. Als partners in het samenwerkingsverband moeten we elkaar kunnen vertrouwen en het vertrouwen moet zich verder kunnen ontwikkelen.

Dit leidt tot de volgende uitgangspunten voor regionale samenwerking: -

we hebben een krachtig lokaal bestuur;

7

-

we hebben een krachtige, zelfstandige ambtelijke organisatie; de ambtelijke organisatie werkt pro-actief en heeft een anticiperend vermogen; de onderlinge verstandhouding tussen regionale partners moet goed zijn, met respect voor elkaars belangen en wederzijds vertrouwen.

8

Nota verbonden partijen In dit deel van de nota geven we verder uitwerking aan de sturing op verbonden partijen. Het geeft een kader voor deelname aan, het oprichten van en het sturen op verbonden partijen. We beschrijven sturingsarrangementen en risicoprofelen die we gebruiken bij sturing en toezicht op verbonden partijen.

1. Wat zijn verbonden partijen? 1.1 Defnitie Voor de defnitie van het begrip verbonden partij, sluiten we aan bij het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV; artikel 1): ‘een verbonden partij is een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de provincie onderscheidenlijk de gemeente een bestuurlijk en een fnancieel belang heeft’. In deze defnitie zijn twee begrippen van belang: - fnancieel belang - bestuurlijk belang Financieel belang (BBV; artikel 1) Onder een fnancieel belang verstaan we: een aan de verbonden partij beschikbaar gesteld bedrag dat niet verhaalbaar is indien de verbonden partij failliet gaat, het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt (zekerheidsstelling). Bestuurlijk belang (BBV; artikel 1, lid 1) Onder bestuurlijk belang verstaan we: zeggenschap, via vertegenwoordiging in het bestuur of via stemrecht. Dit houdt concreet is dat er sprake is van een verbonden partij als een wethouder, een raadslid of een ambtenaar namens de gemeente in het bestuur van de partij plaatsneemt, of namens de gemeente stemt en daarmee dus zeggenschap heeft. Organisaties waarin alleen sprake is van een fnancieel belang worden formeel niet gezien als een verbonden partij. Er is géén sprake van een verbonden partij als er:  wel fnanciile betrokkenheid is, maar geen fnancieel belang (o.a.

subsidieverstrekking);  uitsluitend een fnancieel risico is (bijvoorbeeld bij een lening of garantstelling);  uitsluitend een bestuurlijk belang is (bijvoorbeeld een commissarispositie);  een fnancieel belang is en een bestuursfunctie op persoonlijke titel;  alleen sprake is van een benoemingsrecht of voordrachtsrecht. 1.2 Soorten verbonden partijen Er zijn verschillende soorten verbonden partijen. Ze kunnen worden onderverdeeld in publiekrechtelijke participaties (gemeenschappelijke regelingen), privaatrechtelijke participaties en publiek-private samenwerkingen. In sommige gevallen schrijft de wet een verbonden partij voor. Dit is op dit moment het geval bij de Omgevingsdienst ZuidHolland Zuid (OZHZ) en de Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid.

9

Publiekrechtelijk verbonden partijen Bij publiekrechtelijke participaties gaat het om de deelname van de gemeente in onder meer bestuurlijke overeenkomsten (convenanten), een lichte gemeenschappelijke regeling (hierbij wordt geen openbaar lichaam opgericht en is alleen sprake van een gemeenschappelijk dagelijks bestuur), een centrumgemeente-constructie (hierbij wordt één gemeente aangewezen die namens de deelnemers de bevoegdheden uitvoert, bijvoorbeeld de Servicegemeente Dordrecht), een bedrijfsvoeringsorganisatie (de samenwerking is beperkt tot uitvoering en bedrijfsvoering, bijvoorbeeld Drechtsteden Dienstverlening) en een openbaar lichaam/gemeenschappelijke regeling. Deelname vindt plaats binnen de kaders van de Wet gemeenschappelijke regelingen. In een openbaar lichaam als verbonden partij is er een algemeen bestuur en een dagelijks bestuur. In een dagelijks bestuur is sprake van een grote en directe invloed. In een algemeen bestuur is de invloed meer indirect in de vorm van kaderstelling en controle. Vertegenwoordigers in een algemeen bestuur worden door de gemeenteraad aangewezen. De Veiligheidsregio vormt hierop een uitzondering. Hierbij is wettelijk bepaald dat de burgemeester zitting heeft in het bestuur. Privaatrechtelijke verbonden partijen Bij privaatrechtelijke participaties gaat het om de deelname van de gemeente in private rechtspersonen.

Privaatrechtelijke rechtspersonen zijn stichtingen, verenigingen, coöperaties, onderlinge waarborgmaatschappijen, naamloze vennootschappen (NV’s) en besloten vennootschappen (BV’s). Gemeentelijke vertegenwoordigers kunnen binnen deze rechtspersonen bestuurlijke of andere bevoegdheden uitoefenen, bijvoorbeeld als bestuurder of commissaris. Bij privaatrechtelijke samenwerking moet sprake zijn van een publiek belang. De afbakening van dat belang is aan de gemeente zelf. Het spreekt niet voor zich dat een gemeente deelneemt aan privaatrectelijke organisaties. Het uitgangspunt van de Gemeentewet is dat de overheid in eerste instantie zelf taken uitvoert. Het college van burgemeester en wethouders mag pas besluiten tot deelname aan een samenwerkingsverband wanneer daar bijzondere redenen voor zijn. Soms is deelname historisch gegroeid, zoals bijvoorbeeld het bezit van aandelen in nutsbedrijven. Publiek-private samenwerking (PPS) Een PPS is een samenwerkingsverband waarbij overheid en bedrijfsleven, met behoud van eigen identiteit en verantwoordelijkheid, gezamenlijk een project realiseren. Dit gebeurt op grond van een heldere taak- en risicoverdeling en vanuit een publiek belang. Het resultaat van de samenwerking is meerwaarde, een kwalitatief beter eindproduct voor hetzelfde geld, of dezelfde kwaliteit voor minder geld. Er ontstaat voordeel voor beide partijen.

Andere partijen met een maatschappelijk of algemeen belang De gemeente Hendrik-Ido-Ambacht heeft relaties met partijen, die niet onder het begrip “verbonden partij” vallen en die om die reden formeel niet in de paragraaf verbonden partijen horen. Het gaat dan om relaties waarbij alleen sprake is van of een fnancieel of een bestuurlijk belang. De samenwerking in Smart Delta Drechtsteden is hiervan een voorbeeld. In hoofdstuk 5 wordt hier nader op ingegaan.

10

2. Wettelijk kader verbonden partijen In de Gemeentewet, de Wet Gemeenschappelijke Regelingen en het Besluit Begroting en Verantwoording staan de wettelijke bepalingen over verbonden partijen.

De Gemeentewet De gemeentewet geeft aan dat de gemeente de publieke taken zelf uitvoert. Participatie in een verbonden partij is mogelijk ter behartiging van een publiek belang. De relatie tussen gemeenteraad en een verbonden partij is gelijk aan de relatie tussen gemeenteraad en college: de raad heeft de kaderstellende en controlerende rol naar de verbonden partij. Het college is verantwoordelijk voor de uitvoering van de taken van de verbonden partij en kan daar door de raad op worden aangesproken. Wet gemeenschappelijke regelingen De Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) is in essentie het wettelijk kader voor de (vrijwillige) samenwerking tussen gemeenten voor de uitvoering van lokale taken. Het gaat vaak om primaire gemeentelijke taken met een uitvoerend karakter. Intergemeentelijke samenwerking op basis van de Wgr is een vorm van verlengd lokaal bestuur. De samenwerking is op vrijwillige basis. Op 1 juli 2022 is de Wet gemeenschappelijke regelingen gewijzigd. Deze wijziging heeft als doel de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen en de kaderstellende en controlerende rol van de gemeenteraden en Provinciale Staten in relatie tot hun gemeenschappelijke regelingen te versterken.

Een aantal van deze wijzigingen is op 1 juli 2022 direct in werking getreden, maar een ander deel zal binnen twee jaar na inwerkingtreding verwerkt moeten worden in alle gemeenschappelijke regelingen. Deze wijzigingen zijn nagenoeg afgerond. Daar waar aan de orde, zijn de wijzigingen ook in deze Nota Verbonden Partijen opgenomen. Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) In dit besluit is opgenomen dat de begroting van de gemeente een afzonderlijke paragraaf verbonden partijen moet bevatten. Ook is beschreven uit welke onderdelen deze paragraaf verbonden partijen moet bestaan.

3. Aangaan en beiindigen van deelname in een verbonden partij 3.1 Aangaan van samenwerking met een verbonden partij Deelname aan een verbonden partij is een manier om een gemeentelijk doel efectiever te bereiken. In het algemeen geldt dat we een relatie met een verbonden partij aangaan omdat wij hier voordelen (zoals hierboven benoemd) bij verwachten. Bij het aangaan van samenwerking met een verbonden partij kiezen we er tegelijkertijd voor om zelf invloed te houden omdat de activiteiten te kwetsbaar zijn om volledig uit te besteden. Het gaat dus om het maken van een afweging van belangen en het afwegen van voor- en nadelen. In beginsel kunnen gemeenten op drie manieren hun taken (laten) uitvoeren, namelijk: - door het zelf te doen - door deel te nemen aan een verbonden partij

11

-

door uit te besteden aan een organisatie die verder geheel los staat van de gemeente (bijv. vergunningverlening, op basis van een inkoopcontract of door subsidie te geven.

Afwegingskader Per situatie maken we een afweging welke manier het meest geschikt is voor de uitvoering van een gemeentelijke taak. We maken een afweging of er meerwaarde is bij het aangaan van de samenwerking. De onderstaande uitgangspunten worden betrokken bij het maken van deze afweging. Het is geen vereiste om aan alle voorwaarden te voldoen. 1. efciencyvoordeel: dit is één van de meest voorkomende overwegingen voor samenwerking met een verbonden partij. Een voorbeeld is samen met andere gemeenten de kosten van het ambtelijk apparaat delen. 2. spreiding van risico: het delen van (fnanciile) risico's met andere partijen. 3. vermindering van kwetsbaarheid: door samen te werken (als gevolg van bijvoorbeeld schaalgrootte) kan de gemeente kwetsbaarheid verminderen. 4. krachtenbundeling: meer bestuurlijke kracht en efectiviteit, bijvoorbeeld als een sterkere actor richting landelijke politiek. 5. kennisvoordeel: gebruik maken van (specialistische) kennis en expertise 6. katalysatorfunctie: de gemeente brengt activiteiten op gang die zonder de initiirende rol van de gemeente niet of moeilijker van de grond zouden komen. 7. behoud van invloed: de activiteiten worden niet volledig uitbesteed. 8. marktfalen: wanneer de markt faalt en er sprake is van een publiek belang. Daarnaast zijn er ook nadelen en risico's bij het samenwerken met een verbonden partij.

De volgende kunnen worden benoemd: 1. bestuurlijke risico’s: de gemeente blijft verantwoordelijk voor het realiseren van de doelen, maar heeft minder invloed op de wijze waarop de activiteit wordt uitgevoerd. De beïnvloedingsmogelijkheden zijn minder vanzelfsprekend bij gedeeld eigenaarschap en opdrachtgeverschap. De individuele gemeente heeft geen beslissende stem in de besluitvorming bij de verbonden partij. De besluitvorming vindt plaats met alle deelnemende partijen. De beïnvloedingsmogelijkheden zijn minder direct vanwege de afstand. Dat is anders dan in de formele verhouding tussen raad en college. 2. de informatievoorziening kan soms minder op maat zijn door het gedeeld eigenaarschap en opdrachtgeverschap. Het is van belang dat hierover afspraken worden gemaakt bij het aangaan van een gemeenschappelijke regeling. 3. fnanciile risico’s: de deelnemende gemeenten zijn aansprakelijk voor de tekorten van de gemeenschappelijke regeling. Tekorten komen ten laste van de eigenaar en daarmee bij de deelnemende partijen. Bij faillissement van en vennootschap verliest de gemeente kapitaal in aandelen. 4. professionele risico’s: de door de verbonden partij te leveren prestatie moet kunnen worden beoordeeld en de gemeente moet gesprekspartner kunnen zijn richting de verbonden partij. Hiervoor moeten voldoende kennis en vaardigheden in huis blijven. 5.

Er is sprake van een dubbele rol: de gemeente als eigenaar/bestuurder heeft soms andere belangen dan de gemeente als opdrachtgever/klant. Tegenstrijdige belangen kunnen ontstaan wanneer belangen van een verbonden partij conficteren met het gemeentebelang. Deze dubbelrollen kunnen aanleiding geven tot discussie.

12

Bovenstaande uitgangspunten en risico's tezamen vormen het afwegingskader op basis waarvan we besluiten een nieuwe samenwerking aan te gaan. Dit kader is een handreiking en geen blauwdruk. Daar waar nodig en gewenst, kan en zal maatwerk worden toegepast.

3.2 Beiindigen van samenwerking met een verbonden partij Verbonden partijen zijn opgericht om een bepaald doel te realiseren. Belangen kunnen veranderen en uiteen gaan lopen. Het kan voorkomen dat deelname aan een verbonden partij moet worden heroverwogen. Ons uitgangspunt is dat de participatie van ons als gemeente in de verbonden partij nog steeds van toegevoegde waarde voor de gemeente moet zijn. Wanneer dit niet (meer) het geval is, moet worden overwogen de samenwerking op een andere manier voort te zetten of mogelijk zelfs te stoppen. Net zoals bij het aangaan van een verbonden partij, informeren wij de raad ook tijdig bij beiindiging en stellen wij de raad in staat zijn wensen en bedenkingen ter kennis aan het college te brengen. In de tekst van de nieuwe Wgr staat dat in de teksten van de gemeenschappelijke regelingen een artikel moet worden opgenomen over tussentijdse evaluatie en hoe een ontbinding of uittreding wordt geifectueerd. Dit kan politieke discussie achteraf voorkomen. De uitwerking hiervan verschilt per verbonden partij. 3.3 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Het is van belang dat we de middelen van onze gemeente zo efciint mogelijk inzetten. Bij het aangaan van samenwerking met een verbonden partij hanteren wij een aantal uitgangspunten: 1. Wij verwachten van de verbonden partij dat deze adequaat zijn risicobeheersing vorm geeft.

Daarbij is het van belang dat een verbonden partij een passend en gering weerstandsvermogen vormt, zodat het risico deels zelfstandig door de verbonden partij kan worden aangegaan. De omvang van het weerstandvermogen bij een verbonden partij moet daarbij dus beperkt zijn. Primair zijn wij als gemeente aan zet en moeten wij steeds rekening houden met mogelijke risico's bij een verbonden partij. Daarbij vinden wij het van belang dat we met de verbonden partij in gesprek zijn en blijven over de hoogte van het weerstandsvermogen. We dragen in gezamenlijkheid zorg voor een solide weerstandspositie. 2. Financiile tegenvallers bij de verbonden partij moeten zoveel als mogelijk binnen de eigen fnanciile middelen worden opgevangen. 3. De vorming van algemene vrij besteedbare reserves bij een verbonden partij moet minimaal zijn. De vorming van een bestemmingsreserve behoort wel tot de mogelijkheden, mits dit goed is onderbouwd met een bestedingsplan. 4. Wanneer een verbonden partij een positief resultaat bereikt, vloeit dat in beginsel terug naar onze gemeente. Wij vragen aan de verbonden partij om tijdig inzicht te geven in het resultaat (negatief of positief) en aan te geven hoe de verbonden partij om denkt te gaan met dit resultaat. Indien nodig kan de verbonden partij een positief resultaat inzetten ter versterking van het eigen vermogen.

Dit moet expliciet aan ons worden voorgelegd. 5. Wij verwachten dat de verbonden partij bij begrotingen en de tussentijdse rapportage een fnancieel meerjarenperspectief (over een periode van vier jaar) in relatie tot de te verwachten ontwikkelingen aanreikt. Zo is het voor ons mogelijk

13

om toekomstige (negatieve) ontwikkelingen tijdig te signaleren en te prognosticeren.

4. Sturing en toezicht op een verbonden partij 4.1 Rollen van raad, college en ambtelijke organisatie In de kern is en blijft het zo dat wij als gemeente willen bereiken dat de verbonden partij de taken uitvoert binnen de inhoudelijke en fnanciile kaders. De rolverdeling tussen raad en college blijft in de basis gelijk, ongeacht of ervoor wordt gekozen om taken binnen de ambtelijke organisatie te beleggen of bij een verbonden partij: de gemeentelijke beleidsdoelstellingen moeten met minimale risico's zo efciint en efectief mogelijk worden uitgevoerd. De verbonden partij is een (gezamenlijk) middel om de bestuurlijke ambities te realiseren. De raad, het college en de ambtelijke organisatie hebben elk hun eigen rol in relatie tot de verbonden partijen. Deze zijn hieronder beschreven.

Gemeenteraad Bij de uitvoering van taken door een verbonden partij blijven wij als gemeente de uiteindelijke verantwoordelijkheid houden voor het realiseren van de beoogde doelstellingen van de programma's uit de begroting. In relatie tot de verbonden partijen heeft de gemeenteraad een kaderstellende en controlerende rol. De raad stelt de kaders vast via de gemeentelijke begroting. De begroting en de jaarrekening van de gemeente zijn de basis voor de controlerende taak van de raad. Kernvragen voor de raad zijn dan bijvoorbeeld of de doelstellingen van de verbonden partijen nog steeds corresponderen met die van de gemeente en of de doelstellingen van de gemeente via de verbonden partijen gerealiseerd zijn. De controlerende rol van de raad komt daarnaast tot uiting in de sturing op de kosten en fnanciile risico’s met betrekking tot een verbonden partij. De raad controleert ook of het college goed bewaakt of de doelen van de verbonden partij binnen de kaders worden uitgevoerd. De raad beziet ook of het college zich voldoende inspant om bij te sturen waar dat nodig is. Daarnaast is een belangrijke rol van de raad uiteraard dat zij betrokken wordt bij het aangaan en beiindigen van een relatie met een (nieuwe) verbonden partij. Op basis van de Wgr kunnen raadsleden zitting hebben in het Algemeen of Dagelijks bestuur van een gemeenschappelijke regeling.

Dit is nu alleen het geval bij de GR Natuur- en Recreatieschap IJsselmonde. College Het college is verantwoordelijk voor uitvoering van gemeentelijk beleid binnen bestuurlijke kaders, zoals vastgelegd in de begroting. De taak van het college is om als opdrachtgever aan de verbonden partij zicht te houden op de uitvoering, de prestaties, kosten en risico’s van de verbonden partij. Als eigenaar heeft het college de taak om de continuïteit en de risico’s van de verbonden partij te bewaken, te beheersen en waar nodig bij te sturen binnen de mogelijkheden die de samenwerking met de verbonden partij biedt.

14

Het behoort tot de taak van het college om de raad goed en tijdig te informeren over de stand van zaken en actualiteiten bij de verbonden partijen. Het college informeert de raad bij fnanciile stukken op de wettelijk verplichte wijze en, bovendien wanneer zich majeure ontwikkelingen voordoen. Het college is zich bewust van de actieve informatieplicht en zal alert zijn om informatie over de verbonden partijen naar de raad te sturen. Uiteraard zal het college altijd ingaan op verzoeken van de raad om informatie over een verbonden partij. Aandachtspunt is dat het college meer op afstand staat bij de uitvoering dan wanneer taken door de eigen ambtelijke organisatie worden uitgevoerd. Er is minder directe invloed. De rol van het college is groter wanneer een collegelid zitting heeft in een DB/AB van een verbonden partij. Het college informeert de raad in ieder geval door middel van de volgende documenten: - De gemeentelijke P&C cyclus - Raadsinformatiebrieven - De P&C documenten van de verbonden partij (begroting en jaarrekening) Ambtelijke organisatie De ambtelijke organisatie stelt het bestuur in staat om optimaal te sturen op de verbonden partijen. De ambtelijke organisatie verstrekt informatie aan het college en geeft adviezen. Ook op ambtelijk niveau vindt afstemming plaats met de verbonden partij, waarbij het gaat over producten en diensten.

Medewerkers van de ambtelijke organisatie zijn accounthouders en maken zo op ambtelijk niveau afspraken met de verbonden partij. De ambtelijke organisatie werkt daarbij samen met andere betrokken deelnemers in de verbonden partij. Voor een adequate sturing is voldoende ambtelijke expertise noodzakelijk. Het is daarom van belang dat binnen de ambtelijke organisatie voldoende kennis en expertise aanwezig zijn. Om enerzijds te kunnen opereren vanuit de zelfstandigheid van onze gemeente en anderzijds goed te kunnen participeren in samenwerkingsverbanden, is een organisatie nodig die dit rechtvaardigt en faciliteert. We borgen daarom een lokale organisatie met voldoende kwaliteit en omvang om krachtig te participeren in samenwerkingsverbanden.

5. Samenwerking in de Drechtsteden In de afgelopen jaren heeft zich in de Drechtsteden een nieuwe vorm van samenwerking uitgekristalliseerd. Vóór 1 januari 2022 bestond er een Gemeenschappelijke Regeling Drechtsteden. Onder deze gemeenschappelijke regeling vielen de onderdelen bedrijfsvoering (Servicecentrum Drechtsteden, Ingenieursbureau Drechtsteden, Gemeentebelastingen Drechtsteden en Onderzoekcentrum Drechtsteden) en het sociaal domein (Sociale Dienst Drechtsteden). In 2021 hebben alle deelnemers van de GR Drechtsteden besloten: - om de GR Drechtsteden om te vormen naar een klassieke GR voor de sociale dienst. Dit heeft geleid tot de start van de GR Sociaal per 1 januari 2022. GRS is formeel gezien dus een verbonden partij. - om voor de bedrijfsvoeringsonderdelen te kiezen voor een construct waarbij de gemeente Dordrecht optreedt als servicegemeente met zakelijke dienstverleningsovereenkomsten. Dit heeft per 1 januari 2022 geleid tot de

15

Servicegemeente Dordrecht. SGD is formeel gezien geen verbonden partij; we werken met hen samen op basis van overeenkomsten. Gemeenschappelijke Regeling Sociaal De GRS is op 1 januari 2022 van start gegaan. Alle – voorheen regionale – verordeningen en beleidsregels zijn 'as -is' vastgesteld door de betrefende organen. De sturing op dit domein vindt daarmee nu lokaal plaats. Daarna is een proces van herijking gestart waarin voor de drie opgaven (bestaanszekerheid, ontwikkelen naar werk en zorgen voor ondersteuning) wordt onderzocht op welke onderdelen maatwerk gewenst is. We zien dat door bezuinigingen in dit domein maatwerk onder druk komt te staan. Servicegemeente Dordrecht In de Servicegemeente Dordrecht (SGD) zijn de taken van voorheen de volgende onderdelen van de GRD samen gevoegd: gemeentebelastingen en basisinformatie Drechtsteden, Onderzoekscentrum Drechtsteden, Ingenieursbureau Drechtsteden en het servicecentrum Drechtsteden (bedrijfsvoering). De relatie tussen opdrachtgever en opdrachtnemers is vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst voor een periode van vier jaar. Ook voor dit domein geldt dat de transformatie 'as-is' heeft plaatsgevonden. De organisatie van de SGD is in transitie. In 2024 wordt de samenwerking geivalueerd.

Samenwerking in het ruimtelijk-economisch domein Met de Groeiagenda Drechtsteden werd in 2017 het ruimtelijk-economisch domein al uit de GR Drechtsteden gehaald. Uitgangspunt daarbij was (en is nog steeds) de lokale uitvoering en aansturing van lokale projecten die bijdragen aan de ambities van de Groeiagenda. De uitvoering van de Groeiagenda wordt meervoudig-lokaal opgepakt. De regio richt zich op de algemene coördinatie, de regio-overstijgende opgaven en faciliterende en ondersteunende taken met lobby bij hogere overheden en het bijeen brengen van middelen. In 2023 is de Groeiagenda herijkt. Hierbij is voor Hendrik-IdoAmbacht een lokale uitvoeringsparagraaf opgesteld. Onder de naam 'Smart Delta Drechtsteden' wordt ambtelijk en bestuurlijk samen gewerkt op basis van regionale opgaven in een netwerk van ondernemers, onderwijsinstellingen en maatschappelijke partners. In formele zin is de samenwerking op het gebied van de Groeiagenda geen samenwerking met een verbonden partij. Het gaat hier echter wel om een partij die door de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht structureel wordt bekostigd. In het geval van de Groeiagenda is er sprake van een strategisch belangrijke samenwerking in het ruimtelijkeconomisch domein. Dit gebeurt op basis van een samenwerkingsovereenkomst.

6. Sturingsarrangementen en risicoprofelen 6.1 stappenschema risicoprofelen Er is een grote mate aan variatie te zien in fnanciile en bestuurlijke belangen en risico’s bij de aan onze gemeente verbonden partijen. Wij zijn daardoor van mening dat ook de mate en wijze van sturing per verbonden partij kan verschillen. Dit leidt tot de gedachte om verschillende sturingsarrangementen in te zetten op verbonden partijen. Voor elke verbonden partij maken we (in de begroting) een risicoanalyse waaraan we een risicoprofel verbinden. Het risicoprofel van een verbonden partij kan wijzigen op basis van actualiteiten en ontwikkelingen. Daarom zullen we het risicoprofel minimaal één maal in een bestuurlijke periode opnieuw bepalen. Wanneer hier tussentijds aanleiding

16

voor is, zal ook een aanpassing volgen. Het risicoprofel vormt de basis voor het sturingsarrangement dat we gebruiken bij de betrefende verbonden partij. Het voordeel van het gebruiken van sturingsarrangementen en het toekennen daarvan aan een verbonden partij, is dat het voor eenieder (raad, college en ambtelijke organisatie) altijd helder is welk soort sturing wordt gegeven op een verbonden partij of welk soort informatie wordt verschaft. Bovendien wordt zo eenzelfde risico inschatting gedeeld. We voorkomen hiermee situaties dat niet duidelijk is hoe met informatie van een verbonden partij moet worden omgegaan of dat op ad hoc basis wordt besloten welke actie moet worden ondernomen. Hoe de sturingsarrangementen eruit zien, komt in de volgende paragraaf aan bod. In deze paragraaf beschrijven we de methodiek die wordt gebruikt om te bepalen welk sturingsarrangement van toepassing is op welke verbonden partij. Om te komen tot een passend sturingsarrangement, doorlopen we de volgende stappen. STAP 1 Per verbonden partij worden een fnanciile en een bestuurlijke analyse uitgevoerd. Dit gebeurt op basis van de volgende vragenlijsten: Financiile analyse verbonden partijen risico 1. omvang jaarlijkse financiële bijdrage

laag Lage bijdrage door Hendrik-Ido-Ambacht

gemiddeld Gemiddelde bijdrage door Hendrik-IdoAmbacht Gemiddelde stabiliteit

hoog Hoge bijdrage door Hendrik-Ido-Ambacht

2. wat is de financiële stabiliteit van de verbonden partij? Gerelateerd aan de begroting en de jaarrekening? 3. in hoeverre is de gemeente financieel aansprakelijk? 5. wat is het aandeel van Hendrik-IdoAmbacht in de totale begroting? 6. is de bedrijfsvoering van de organisatie op orde?

Hoge stabiliteit

Niet aansprakelijk

Gedeeltelijk aansprakelijk

Volledig aansprakelijk

Laag aandeel

Gemiddeld aandeel

Hoog aandeel

Ja

Gedeeltelijk

Nee

Lage stabiliteit

Bestuurlijke (inhoudelijke) analyse verbonden partijen risico 1. is H-I-Ambacht vertegenwoordigd in het bestuur? 2. zijn er duidelijke afspraken over doelen en te leveren prestaties en worden deze

laag Vertegenwoordigd in het Dagelijks Bestuur én het Algemeen Bestuur Ja

gemiddeld Vertegenwoordigd in het Dagelijks Bestuur of het Algemeen Bestuur

hoog Niet vertegenwoordigd in het bestuur

Gedeeltelijk

Nee

17

afspraken nagekomen? 3. wat is het aandeel van de verbonden partij in het bereiken van de doelstellingen uit het coalitieprogramma? 4. in welke mate is sprake van stabiliteit in het bestuur of de directie? 5. wat is het bestuurlijk afbreukrisico? 6. wat is het beleidsmatig gehalte van de begroting?

Laag aandeel

Gemiddeld aandeel

Hoog aandeel

Hoge stabiliteit

Gedeeltelijke stabiliteit

Lage stabiliteit

Laag afbreukrisico

Gemiddeld afbreukrisico

Hoog afbreukrisico

Laag beleidsmatig

Gemiddeld beleidsmatig

Hoog beleidsmatig

Op basis van deze vragenlijsten wordt een score gegeven aan de verbonden partij. Wanneer overwegend ‘laag’ is gescoord, krijgt de verbonden partij ook de score ‘laag’ etc. STAP 2 Op basis van de scores uit de beide analyses wordt een eindscore gegeven aan de verbonden partij. We onderscheiden daarbij drie risicoprofelen:

1. laag 2. gemiddeld 3. hoog

STAP 3 Als laatste stap wordt aan de verbonden partij een sturingsarrangement gekoppeld. Verbonden partijen die laag scoren, worden verbonden aan sturingsarrangement 1, verbonden partijen die gemiddeld scoren, krijgen een sturingsarrangement 2 en verbonden partijen met een hoge score krijgen sturingsarrangement 3. STAP 4 Aan het einde van deze exercitie is dan een overzicht beschikbaar van risicoprofelen van de verbonden partijen. In de bijlagen (A1 – B11) zijn de fnancieel-bestuurlijke analyses per verbonden opgenomen, evenals een totaaloverzicht (bijlage B) van de indeling in risicoprofelen. Dit betreft de stand van zaken in juni 2024.

6.2 Sturingsarrangementen Aan de drie onderscheiden risicoprofelen koppelen we drie sturingsarrangementen, oplopend in intensiviteit van sturing, waarbij de bestuurlijke en fnanciile impact bepalend zijn voor de categorisering. Op deze manier ontstaat, op basis van de gemaakte analyse, het sturingsarrangement voor een verbonden partij.

18

Hieronder geven we aan welk soort sturing bij elk van deze arrangementen past. Wij streven daarbij een dusdanige situatie na dat de verbonden partij jaarlijks, geruime tijd voorafgaand aan het opstellen van de kadernota, in een uitgangspuntennotitie de kaders en bijzondere afwegingen voor de komende begroting vaststelt. Op deze wijze kunnen wij daadwerkelijk in de positie komen om integrale afwegingen te maken bij onze begrotingsbehandeling. In het algemeen geldt dat het college de plicht heeft om de raad goed te informeren over verbonden partijen. Dat geeft de raad de mogelijkheid haar kaderstellende en controlerende rol goed in te vullen. We hanteren het basisuitgangspunt dat de raad via de normale P&C cyclus wordt geïnformeerd over verbonden partijen. Tussentijds gebeurt dat daar waar nodig, via een raadsinformatiebrief of mondeling via de daartoe afgesproken momenten in de commissies. Er wordt vaker en uitgebreider gerapporteerd bij verbonden partijen met een hoog risicoprofel. Arrangement 1 Dit pakket wordt gebruikt voor verbonden partijen die in het risicoprofel 1 (laag) valt.

Dit arrangement betreft de meest standaard wijze van sturen en informeren en heeft de volgende uitgangspunten: - de begroting, de jaarrekening en de jaarrekening van de verbonden partij worden met ambtelijk advies besproken in het college - de begroting en eventueel de jaarrekening van de verbonden partij worden ter zienswijze voorgelegd aan de raad. Het college draagt daarbij zorg voor een conceptzienswijze voorzien van wensen en bedenkingen die efectief zijn en daadwerkelijk verschil kunnen uitmaken voor de verbonden partij - in onze eigen begroting wordt minimaal één maal per bestuursperiode een risicoanalyse van de verbonden partij gemaakt die gebaseerd is op actuele gegevens en wordt het soort sturingsarrangement en daarmee dus de mate van sturing opnieuw vastgesteld; - in de paragraaf verbonden partijen van onze begroting en jaarrekening worden overzichten gegeven van de stand van zaken/belangrijkste ontwikkelingen bij een verbonden partij; - wanneer er belangrijke tussentijdse ontwikkelingen zijn, informeren wij de raad via een raadsinformatiebrief of mondeling in de commissie; - indien daartoe formeel de mogelijkheid bestaat, is de raad in de gelegenheid om een zienswijze in te dienen. De sturing in arrangement 1 is van toepassing op alle verbonden partijen.

Arrangement 2 Dit arrangement gebruiken we als sturingsarrangement voor verbonden partijen met een gemiddeld risicoprofel. Dit arrangement bestaat uit de voorgaande arrangementen, aangevuld met de volgende punten: - alle P&C documenten van de verbonden partij worden, voorzien van ambtelijk advies, besproken in het college. In dit arrangement is de sturing op de verbonden partij intensiever. Zowel het ambtelijk als het bestuurlijk contact zal intensiever zijn. Hierdoor is het college in staat om de gemeenteraad actief te informeren. Arrangement 3

19

Het intensief pakket gebruiken we als sturingsarrangement voor verbonden partijen met het risicoprofel 3 (hoog). Aanvullend op het pakket van arrangement twee wordt de bestuurlijke en ambtelijke overleg frequentie met deze verbonden partijen verder opgevoerd. In dit arrangement is de sturing het meest intensief. Het ambtelijk en het bestuurlijk contact is nog diepgaander. De uitvoering van de taken door de verbonden partij en de eventuele risico's worden nauwlettend in de gaten gehouden. De raad wordt zo snel mogelijk geïnformeerd als zich tussentijdse belangrijke ontwikkelingen voordoen. Dat kan gebeuren door middel van raadsinformatiebrieven en/of door gebruik te maken van het informatiemoment van het college tijdens de commissievergaderingen. Er is een rechtstreekse dialoog tussen de raad en de verbonden partij, door bijvoorbeeld de directie uit te nodigen in de raad. Grip op verbonden partijen en doorwerking In 2016 hebben bijeenkomsten van de denktank 'grip op verbonden partijen' plaatsgevonden. In deze denktank hadden raadsleden en grifers uit Zuid-Holland Zuid zitting. In 2017 is het eindrapport van de denktank opgeleverd. Hierin waren aanbevelingen en adviezen geformuleerd met als doel de positie van gemeenteraden ten opzichte van verbonden partijen te verbeteren.

In de raadsvergadering van 10 september 2018 heeft de raad van Hendrik-Ido-Ambacht deze adviezen doorgesproken. Het raadsvoorstel is bijgevoegd in bijlage C. Het college werd verzocht de Nota Verbonden Partijen hierop aan te passen. Inmiddels is een deel van de adviezen opgevolgd vanwege de nieuwe Wgr. Een ander deel van de aanbevelingen is verwerkt in de nu voorliggende nota of inmiddels al verwerkt in de interne werkprocessen van de verbonden partijen zelf. In bijlage D is aangegeven op welke wijze de aanbevelingen zijn verwerkt.

7. Verbonden partijen in de P&C cyclus van de gemeente HendrikIdo-Ambacht Het format van verbonden partijen waar we al langer mee werken, blijft gehandhaafd. Dit format krijgt inhoud in de begroting en de jaarrekening van de gemeente, en indien nodig ook in de overige P&C documenten. toelichting Naam verbonden partij/vestigingspl aats

naam en vestigingsplaats

Rechtsvorm

GR/NV/BV/Stichting/anders

Doel

Omschrijf voor welk doel(en) in tot het oprichten

20

(openbaar belang)

van of deelnemen in een verbonden partij wordt voorgesteld

Eigen vermogen

Vermeld eigen vermogen van de rechtsvorm

Solvabiliteit

Vermeld de solvabiliteit

(verhouding eigen vermogen – vreemd vermogen) Financieel resultaat

Vermeld het fnanciile resultaat

Financieel belang van de gemeente

Financiile bijdrage gemeente

Eventuele Vermeld eventuele risico’s, (fnanciile) risicoss zoals leningen, garantstellingen, aansprakelijkheid voor liquidatietekort Zeggenschap gemeente

Wijze van vertegenwoordiging van de gemeente

Toetsingscriteria voor bereiken doelstelling

Geef de toetsingscriteria aan

Ontwikkelingen

Geef eventuele ontwikkelingen aan

Sturingsarrangeme nt, gekoppeld aan risicoprofel

21

Het spreekt voor zich dat het mogelijk is dat zich bij de verbonden partijen dusdanige ontwikkelingen voordoen, dat deze van invloed zijn op de scores voor het risicoprofel. Daarnaast is het invullen van de bestuurlijke en fnanciile vragenlijst niet op alle vlakken te kwantifceren en kan dit daardoor aan discussie onderhevig zijn. Daarom zullen we voor elke verbonden partij de analyses minimaal éénmaal per bestuursperiode actualiseren. Wanneer zich tussentijds ontwikkelingen voordoen die van invloed zijn op het risicoprofel, zullen we daar als vanzelfsprekend naar handelen. De gehanteerde methodiek is met name die een werkwijze die houvast en kaders biedt.

22

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14502854/1