CConstaterende datHendrik-Ido-Ambacht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 bij Raadsvoorstel 7.1 Toelichting zienswijze per verbonden partij

raadsvergadering openbaar 3 juni 2024, gemeente Hendrik-Ido-AmbachtBij agendapunt: Zienswijzen jaarstukken 2023 en begroting 2025 van de GR Sociaal, GR Veiligheidsregio, Gr Bureau Openbare Verlichting, GR Natuur en Recreatieschap IJsselmonde, GR Omgevingsdienst OZHZ, GR Dienst Gezondheid en Jeugd DG&J en Gevudo6.682 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage bij het raadsvoorstel zienswijzen Inleiding Een belangrijk sturingsinstrument voor de raad is de begroting van een verbonden partij. In onze Nota Verbonden Partijen is opgenomen dat het college de gemeenteraad in de gelegenheid stelt om zienswijzen op begrotingen in te dienen. In april hebben de gemeenschappelijke regelingen hun concept begroting 2025 en concept jaarstukken 2023 aan ons toegestuurd. Via het bijbehorende raadsvoorstel worden deze stukken in één keer, met één raadsvoorstel aan u voorgelegd, voor zover van toepassing vergezeld van een concept zienswijze. Om het raadsvoorstel overzichtelijker te maken, hebben wij de algemene opmerkingen over de verbonden partijen en de toelichting per verbonden partij in deze bijlage opgenomen. Algemene opmerkingen Risicoprofiel Er is veel variatie in financiële en bestuurlijke belangen bij de verbonden partijen. Daardoor kan de wijze en de mate van sturing per verbonden partij verschillen. In dat kader is in de Nota Verbonden Partijen gekozen voor een methodiek waarbij door een risicoanalyse per partij een risicoprofiel wordt bepaald. Dit risicoprofiel vormt de basis voor het sturingsarrangement dat we inzetten. Hoe groter het risico, des te hoger onze intensiteit van sturing. Dit wordt zichtbaar gemaakt in de figuur hiernaast, die ontleend is aan de Nota Verbonden Partijen.

Deze nota herziet het college overigens op dit moment. Het college verwacht de geactualiseerde versie in het najaar van 2024 aan de gemeenteraad aan te bieden. Begrotingen 2025 De ons toegezonden begrotingen van de GR Sociaal, de GR DG&J, de GR OZHZ, GR VRZHZ, GR BOVL en de GR NRIJ geven aanleiding om een zienswijze kenbaar te maken. Dit is niet het geval bij de GR Gevudo. De effecten van de begrotingen worden in de gemeentelijke begroting 2025 verwerkt. Het is mogelijk dat er specifiek bij de raad wordt teruggekomen met nadere besluitvorming of informatie, zoals bij geactualiseerde begrotingen. Jaarstukken 2023 De jaarstukken kunnen een voorlopige status hebben, bijvoorbeeld in verband met afrekeningen of herverdelingsvraagstukken die nog spelen. Ook uit de accountantscontrole kunnen nog wijzigingen naar voren komen waardoor de jaarstukken moeten worden aangepast. De vaststelling van de jaarstukken is aan het algemeen bestuur van de GR. Indien er bijzonderheden over de jaarstukken zijn, is dit als extra onderwerp verwerkt in de zienswijzebrief.

1

Toelichting per verbonden partij A. GR Sociaal (risicoprofiel hoog) Begroting 2025 De voorliggende begroting is gebaseerd op een uitgangspuntennotitie die in co-creatie met de gemeenten is opgesteld. Deze Uitgangspuntennotitie 2025-2028 is vastgesteld door het Algemeen Bestuur en is in de voorliggende primaire begroting vertaald in een financiële begroting. De GR Sociaal heeft een meerjarenraming opgenomen voor de drie volgende jaren. Het uitgangspunt voor de primaire begroting 2025 is reëel te ramen en te rekening houden met onzekerheden. Net als in vorige begrotingen (conform besluit Algemeen Bestuur begin 2024) wordt in de primaire begroting 2025 voor de meerjarenraming een bandbreedte gehanteerd. Deze zal oplopen van +2/-2% voor 2026 tot +6/-6% voor 2028. De GR Sociaal neemt de onderkant van de bandbreedte op in de meerjarenraming hoofdzakelijk vanwege de onzekerheid over de financiering van het sociaal domein. Het jaar 2026 (‘ravijnjaar’) speelt een belangrijke rol in deze onzekerheid. Op landelijk niveau is er nog veel onduidelijkheid over de financiering van het sociaal domein. Gemeenten staan voor een grote opgave hoe hun begroting sluitend te krijgen.

De GR Sociaal onderzoekt daarom samen met de deelnemende gemeenten door middel van een Bestuurlijke Opdracht (‘Verkenning bijdrage van de GR Sociaal aan verminderen financiële problematiek gemeenten’) welke mogelijkheden er zijn om het sociaal domein toekomstbestendig te maken. Deze opdracht kijkt naar zowel beleidsmatige aspecten als de bedrijfsvoering van de GR Sociaal. In september 2024 moet dit leiden tot een rapportage met keuzemogelijkheden, die voorgelegd kan worden aan de raden, met daarin concrete uitwerkingen. Overigens had de GR Sociaal reeds maatregelen opgesteld in de Uitgangspuntennotitie 2025-2028 en heeft deze verwerkt in de concept begroting 2025. De begroting 2025 GR Sociaal leidt tot een wijziging (verhoging) van de bijdragen voor gemeenten van per saldo € 24.956.000 ten opzichte van de Primaire Begroting 2024 jaarschijf 2025. Het grootste deel van deze stijging heeft reeds plaatsgevonden in 2024 en werkt daarmee door in de conceptbegroting 2025. Voor onze gemeente betekent dit een verhoging van de bijdrage aan de GR Sociaal van structureel € 1.028.000. Hierbij valt in algemene zin op dat indexatie een grote rol speelt in deze kostenstijging, in combinatie met een geringe stijging van de klantaantallen met name in het geval van de Wmo. De indexatie wordt deels opgevangen door het Rijk bij de meicirculaire. Voorlopig houden wij rekening met circa 2%.

We zien dat de uitgaven aan de GR Sociaal verder uit de pas lopen met inkomsten die wij vanuit de Rijksoverheid ontvangen met name bij de Wmo. De primaire begroting 2025 moet zoveel mogelijk inhoudelijk compleet zijn en een zo integraal mogelijk beeld geven van de financiële consequenties. De primaire begroting 2025 kan daarom naast het bestaand beleid ook voorstellen bevatten voor nieuw en/of gewijzigd beleid. Overigens worden beleidsvoorstellen die op verzoek van het bestuur worden gemaakt, altijd eerst voor besluitvorming aan het Algemeen Bestuur voorgelegd alvorens ze worden verwerkt in de begroting. In het afgelopen jaar heeft de GR Sociaal het denken en werken met vernieuwde doelstellingen verder geconcretiseerd. In de aangescherpte doelen in deze begroting heeft de GR steeds per opgave beschreven wat de maatschappelijke opgave is, hoe de doelen bereikt moeten worden en welke acties de GR daarvoor onderneemt. De namen van de opgaven zijn als volgt: 1. Bestaanszekerheid versterken 2. Ontwikkelen naar werk 3. Zorgen voor ondersteuning 2

4. Bedrijfsvoering In de opgave Bestaanszekerheid versterken zien we dat de gemiddelde prijs voor een uitkering stijgt (deze is gekoppeld aan de verhoging van het minimumloon) en dat het aantal klanten naar verwachting stijgt. De GR Sociaal neemt hierop maatregelen in de opgave Ontwikkelen naar werk door in te zetten op het werk-fit maken van klanten die al langer dan 2 jaar in de bijstand zitten. Hiernaast zet de GR Sociaal in op beschut werk met behulp van een loonkostensubsidie. De GR Sociaal richt op een uitstroom van 15% naar gedetacheerd werk en reguliere werkgevers. Bij de opgave Zorgen voor ondersteuning is er net als vorig jaar sprake van een stijging van de tarieven van zorgaanbieders. De GR Sociaal heeft te maken met het openbreken van de CAO voor huishoudelijke hulpen die nog niet was vertaald in de begroting 2024 en de meerjarenbegroting. Op basis van de historische trend is samen met gemeenten een inschatting gemaakt van de verwachte klantenaantallen die naar verwachting zullen stijgen. De GR Sociaal richt er binnen deze opgave op om de stijgende kosten te verminderen door in 2024 te starten met de voorziening Herstelgerichte ondersteuning. Alvorens een beroep wordt gedaan op de maatwerkvoorziening Huishoudelijke ondersteuning wordt eerst onderzocht of het mogelijk is om een programma voor langer zelfstandig en actief deelnemen aan de maatschappij mogelijk is.

Daarnaast heeft de GR Sociaal de verwachte klantenaantallen naar beneden bijgesteld door de zogenaamde 'beweging Wmo naar de voorkant' waarbij lichtere vormen van begeleiding en dagbesteding lokaal worden opgepakt. Door de landelijke invoering van het abonnementstarief (2020) zijn de aantallen op Huishoudelijke ondersteuning de afgelopen jaren overigens hard gestegen. Met de invoering van een inkomensafhankelijke eigen bijdrage (2026) wil het Kabinet de aanzuigende werking van het ingevoerde abonnementstarief ongedaan maken. Zienswijze begroting 2025 U wordt voorgesteld een zienswijze in te dienen waarin specifiek aandacht wordt gevraagd voor: 1. De betaalbaarheid van het sociaal domein 2. Het nemen van maatregelen 3. Bedrijfsvoeringskosten van de GR Sociaal en sturingsinformatie Voorjaarsbrief 2024 De eerste bestuursrapportage is in 2023 vervangen door een Voorjaarsbrief. Deze biedt inzicht in de voortgang van het huidige begrotingsjaar. In de zienswijze van vorig jaar reageerden wij positief op de Voorjaarsbrief maar hebben wij tevens verzocht om in toekomstige Voorjaarsbrieven meer specifieke informatie per gemeente op te nemen. Wij constateren dat dat nog niet is gebeurd. Jaarstukken 2023 Ten opzichte van de 2e bestuursrapportage 2023 (Najaarsbrief GR Sociaal) bedraagt het jaarresultaat over 2023 voor onze gemeente in totaal € 57.000 negatief.

De GR Sociaal en de gemeenten verwerken dit in hun respectievelijke begrotingen. Dit deel maakt daarom geen onderdeel uit van het resultaat van de GR Sociaal waarover resultaatsbestemming plaatsvindt. Het andere deel van het resultaat dat wel ter bestemming wordt voorgelegd is € 200.000,- positief. Resultaatbestemming en zienswijze jaarrekening 2023 Voorgesteld wordt een bedrag van € 200.000,- toe te voegen aan de algemene reserve ter dekking van de kosten voor het project ICT Beweegt. In de basis zijn wij geen voorstander van de vorming van reserves. Dit hebben wij dan ook opgenomen in de concept zienswijze. Belangrijkste reden hiervoor is dat (grotere) reserves de sturingsmogelijkheden van gemeenten en hun raden beperkt. In de zienswijze wordt tevens aangegeven dat een bestemmingsreserve met een vooraf bekend en duidelijk afgebakend doel hierop een 3

uitzondering vormt. Het voorstel voor de reserve voor ICT Beweegt sluit hier gedeeltelijk op aan. Het is in het kader van continuïteit van belang om de werkzaamheden in 2024 voort te zetten maar dan moet dit wel via een bestemmingsreserve gebeuren. Daarom is in de zienswijze aangegeven dat de gemeente zich hierin kan vinden. B. GR Dienst Gezondheid & Jeugd (risicoprofiel hoog) Begroting 2025 DG&J De concept begroting 2025 betreft de begrotingsprogramma's van de Gemeenschappelijke regeling Dienst Gezondheid & Jeugd ZHZ. Daarnaast is een meerjarenraming voor de periode 2026-2028 opgenomen. De financiële basis voor deze begroting is de begroting 2024 en de uitgangspunten zoals in de kaderbrief 2025 van de GR DG&J zijn benoemd. Hiernaast zijn genomen besluiten die van invloed zijn op de inwonerbijdrage in de begroting 2025 verwerkt. Bij de gevraagde gemeentelijke bijdragen is er sprake van een extra bijdrage op een substantieel aantal onderdelen. Deze zijn terug te zien op pagina 9 en 10 van de begroting. De meest omvangrijke onderdelen hiervan zijn de volgende: 1. Leerplicht Voortijdig Schoolverlaten: € 438.517 incidenteel 2. Meldpunt Zorg & Overlast: € 429.000 incidenteel 3. Veilig Thuis: € 834.000 incidenteel Bij bovenstaande onderdelen merken wij op dat hiervoor op een later moment een beslissing genomen zal moeten worden ten aanzien van structurele financiering.

Daarnaast merken we op dat het hier gaat om regionale bedragen. SOJ De financiële raming van de jeugdhulpuitgaven 2025-2028 is gebaseerd op de prognose van de kosten per gemeente voor het jaar 2025. In de begroting 2025 zien we een stijging van de gemeentelijke bijdrage. Indexaties spelen bij deze stijging een belangrijke rol. Als we kijken naar het aantal jeugdigen dat jeugdhulp ontvangt zien wij een lichte stijging van de aantallen die onder andere te wijten is aan de bevolkingsgroei van de onze gemeente. Desondanks is er sprake van een afname van de jeugdhulpkosten (met uitzondering van het onderdeel 'Landelijke Transitie Arrangementen' (betreft de inzet van landelijk ingekochte jeugdhulp). Deze verwachte uitgaven worden geïndexeerd naar het prijsniveau 2025. Vanuit het oogpunt van evenwichtig begrotingsbeleid is ervoor gekozen zowel geen groei als geen besparingen op te nemen. Het is, net als vorig jaar, aan de deelnemende gemeenten zelf om via de zienswijzeprocedure aan te geven of zij de ramingen realistisch vinden. Op deze manier stelt de DG&J ons in de gelegenheid om de verwachte effecten van lokale maatregelen door te voeren. Wij kunnen er daarom voor kiezen om gemotiveerd af te wijken van de begroting zoals nu voorgesteld.

Vorig jaar hebben wij er al voor gekozen hier gebruik van te maken en realiseren een besparing van € 500.000 ten opzichte van de begroting 2024 jaarschijf 2025. Wij zien dat de inzet die wij lokaal op verschillende manieren plegen zijn vruchten afwerpt. Het gaat om de inzet op de Praktijkondersteuner Huisarts Geestelijke Gezondheidszorg (POH GGZ) en de aanpak van de afwijkingen van het normenkader voor de jeugdhulp. Hieronder een korte toelichting op beide interventies: 1. POH GGZ-Jeugd: Sinds 2022 zetten wij in op Praktijkondersteuners Huisarts (POH-er). Voor deze POH-ers geldt dat zij zelf hulpvragen oppakken met als doel (waar mogelijk) de inzet van specialistische jeugdhulp te verminderen. Uit een terugblik over de periode april t/m december 2022 blijkt dat de inzet van een POH-er ertoe leidt dat huisartsen minder snel rechtstreeks doorverwijzen. Door de komst van de 4

GGZ-medewerkers (lid 3) verwijzen POH-ers meer door naar het Sophia Sociaal Team in plaats van de regionale zorgmarkt. 2. Aanpak overschrijding normenkader: In mei 2023 is een regisseur normenkader gestart in het Sophia Sociaal Team. Deze regisseur monitort de overschrijdingen op het normenkader door de afwijkingen te beoordelen, na te gaan of er afschaling van zorg plaats kan vinden en het gesprek over doelmatigheid met aanbieders te voeren. Vanuit deze gesprekken is naar voren gekomen dat het regionale proces niet goed loopt, hierdoor is gemeentelijke sturing op het normenkader complex. Mede door de inzichten vanuit onze gemeente is inmiddels een regionaal proces ontwikkeld dat op korte termijn regionaal geïmplementeerd wordt. 3. GGZ-medewerkers in het Sophia Sociaal Team: De GGZ-medewerkers worden ingezet met als doel het verlagen van aantal doorverwijzingen naar basis GGZ en diagnostiek. Deze medewerkers kunnen screeningslijsten afnemen en hebben een systemische blik. De samenwerking tussen de POH Jeugd GGZ en de GGZ-medewerkers verloopt goed. De POH-ers verwijzen naar de GGZ-medewerkers, zij hebben meer tijd hebben om hulpvragen op te pakken en kunnen langer betrokken blijven. 4. Autipoli: Doordat de Autipoli een laagdrempelige vorm van ondersteuning biedt, wordt doorverwijzing naar de regionale zorgmarkt voorkomen.

De autipoli richt zich op gezinnen waarbij bij één of meerdere gezinsleden sprake is van een vermoeden van een Autisme Spectrum Stoornis. Deze gezinnen krijgen kortdurende systemische begeleiding aangeboden zodat zij zelfstandig verder kunnen. Wij hebben als gemeente vertrouwen in de inzet van ‘jeugdhulp naar voren’ en het effect hiervan op de uitgaven van geïndiceerde jeugdhulp. Tegelijkertijd houden we een slag om de arm om onvoorziene financiële tegenvallers op te vangen. Het is voor ons als gemeente moeilijk inschatten hoe bijvoorbeeld de toename binnen het Landelijk Transitiearrangement (LTA) zich de komende jaren zal ontwikkelen. Jaarstukken 2023 In de voorlopige jaarstukken 2023 zien we dat het onderdeel DG&J een voordelig resultaat van € 802.000 boekt. Het voorstel is om dit resultaat te bestemmen zoals aangegeven op pagina 2 van de aanbiedingsbrief voor de jaarstukken. In de concept zienswijze geven we aan dat we ons in dit voorstel kunnen vinden. Voor het onderdeel van de SOJ geldt dat de realisatie over 2023 € 1,8 miljoen lager is dan bij de tweede bestuursrapportage 2023 was aangegeven. Lokaal zien we dat wij bijna € 750.000 hebben bespaard op de kosten voor het onderdeel SOJ.

Zienswijze Wij stellen voor een zienswijze kenbaar te maken met daarin de volgende elementen: - De positieve trendbreuk op het gebied van jeugdhulp zet door - Steun voor het voorstel rondom de incidentele financiering van LVS, Meldpunt Zorg & Overlast en Veilig Thuis - Het stellen van een aantal specifieke vragen ten aanzien van Veilig Thuis C. Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid (risicoprofiel gemiddeld/hoog) Begroting 2025 Toelichting Voor u ligt de ontwerpbegroting 2025 welke op 28 maart 2024 door het Dagelijks Bestuur is vastgesteld. Het Algemeen Bestuur heeft op 18 april kennisgenomen van voorliggende Ontwerpbegroting. Het Algemeen Bestuur zal de definitieve begroting na het ophalen van de 5

zienswijzen op 27 juni 2024 vaststellen. Hiervoor dienen we voor 12 juni aanstaande onze zienswijze aan te leveren. Voorstellen met wijzigingen tot de begroting van 2024 worden normaal gesproken met de 1 e BURAP gedaan welke in juni in het Algemeen Bestuur worden behandeld, maar omdat een aantal onderwerpen direct een relatie hebben met de begroting 2025 zijn deze voorstellen gelijk meegenomen. Dit geeft de mogelijkheid de onderwerpen integraal kunnen worden bekeken en voorkomt dat er in juni opnieuw een zienswijze procedure moet worden doorlopen. Versterking BDuR gelden In 2022 zijn er bestuurlijke afspraken gemaakt naar aanleiding van de vluchtelingencrisis. Eén van deze afspraken in het structureel verhogen van de BDUR gelden. Gefaseerd lopen deze tot 2026 op. Echter deze gelden zijn gelabeld voor de versterking van de toekomstige crisisbeheersing en informatie gestuurd werken. Deze gelden hebben niet tot doel de gemeentelijke bijdragen te verlagen. Ontwikkelingen Voor deze begroting gelden een aantal opvallende zaken en ontwikkelingen. De verwachting is dat een deel daarvan ook en doorwerking zullen hebben naar de begroting. Kort samengevat gaat het over de volgende zaken: Toekomstbestendige brandweerzorg In het AB van oktober 2024 is opdracht gegeven om een beeld te gaan schetsen over hoe de toekomstbestendige brandweerzorg er in ZHZ uit moet gaan zien.

Hierover wordt in oktober 2024 met het AB gesproken. Van MIC naar VIK Het project loopt volgens de 5-jaren planning. Eind 2023 is besloten om de landelijke ontwikkelingen in dit domein te verwerken in een actualisatie van het projectplan. Het MIC gaat voortaan door als Veiligheids- Informatie Knooppunt (VIK) van de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond en Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid. BDUR Vanaf 2025 is er een efficiencytaakstelling opgelegd. Risk Factory Er is een voorgenomen besluit over het realiseren van een Risk Factory in ZHZ. Nieuwbouw kazerne Sliedrecht Er ligt inmiddels een besluit tot het bouwen van een nieuwe kazerne in Sliedrecht. Dit besluit viel na het opstellen van deze Ontwerp begroting. De effecten hiervan moeten nog worden verwerkt. Structurele nadelen in relatie tot jaarrekening 2023 Bij de aanbieding van deze Ontwerp-begroting wordt in de oplegbrief gesproken over de structurele gevolgen voor 2024 en 2025 die voortvloeien uit de jaarrekening 2023. Hierin worden ook besluiten betrokken die in 2023 zijn genomen maar nog niet voor zienswijze aan de gemeenten zijn voorgelegd. Het gaat om de bijdrage omzetting afschrijving, bijdrage MJOP huisvesting, energie en vakbekwaamheid. Die zijn nu nog niet in de voorliggende begroting verwerkt maar worden na zienswijze behandeld in het algemeen bestuur van juni 2024 en na besluitvorming verwerkt in de begroting.

6

Meerjareninvesteringsplan In paragraaf 4.6 staat het geactualiseerde meerjaren investeringsplan. De grootste verandering is de verschuiving van het krediet huisvesting van circa 10 miljoen van de jaarschijf 2024 naar 2026. De jaarschijf 2025 is iets hoger geworden door prijsstijgingen en verduurzaming die de normale indexatie te boven gaan, zoals ook toegelicht en besproken in Burap-II van 2023. Dekking van de bijbehorende kapitaallasten vindt plaats via de reserve egalisatie kapitaallasten die we in 2023 met €333.000 hebben aangevuld. Beroepsziekten Begin 2024 is de noodzaak voor aandacht voor posttraumatische stressstoornis (PTSS) bij brandweerpersoneel nadrukkelijk naar voren gekomen. Een onderwerp dat we niet op zichzelf zien, want ook de vraagstukken rond bijvoorbeeld PFAS geven vraagstukken over de gevolgen voor betrokken medewerkers. De Veiligheidsregio’s werken landelijk samen op het gebied van deze vraagstukken. Jaarstukken 2023 Financieel resultaat Het saldo van het te bestemmen jaarresultaat 2023 van de Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid (VRZHZ) komt uit op een saldo van € 2.395.000. Over de bestemming is gesproken in het dagelijks bestuur van 28 maart 2024 en het algemeen bestuur van 18 april 2024. Tussentijds is een bijeenkomst met de wethouders financiën geweest op 4 april.

De reflecties van de wethouders zijn betrokken bij de besluitvorming in het AB van 18 april. Er is grote onzekerheid over de financiële situatie van gemeenten in de komende jaren. Er is daarom kritisch gekeken naar de gewenste bestemmingsreserves voor de VRZHZ. Dit heeft geresulteerd in de volgende bestemmingsreserves: • Reserve duurzaamheid € 400.000; • Reserve transitie organisatie € 220.000; • Reserve aanbestedingstrajecten € 200.000; Ophogen algemeen weerstandsvermogen In samenhang met de wens tot minder bestemmingsreserves is in het algemeen bestuur gesproken over de hoogte van het weerstandsvermogen. Deze hoogte is bepaald in 2016 en sinds die tijd niet meer geïndexeerd. In dit gesprek is een risico-analyse betrokken. De voorkeur gaat uit naar een hogere algemene reserve in plaats van verschillende potten als het gaat om afdekken van risico’s. Dit geeft enerzijds de VRZHZ ruimte om risico’s te beheersen en voorkomt anderzijds dat voor iedere onverwachte ontwikkeling de VRZHZ bij de gemeenten aan moet kloppen. Daarom heeft het algemeen bestuur ingestemd het weerstandsvermogen te verhogen van € 510.000 naar € 1.100.000. Deze verhoging is gekoppeld aan de opdracht om in het financieel onderzoek (zie hieronder) de risico-analyse verder aan te scherpen als basis voor de bepaling van het gewenste weerstandsvermogen.

Financieel onderzoek Binnen de VRZHZ loopt een bestuurlijke opdracht voor het onderzoeken van toekomstgerichte brandweerzorg in samenhang met de betekenis voor de (kosten van) huisvesting. Over dit onderzoek spreekt het algemeen bestuur in oktober 2024. In het algemeen bestuursvergadering van 18 april is de opdracht gegeven een bredere verkenning te doen van de financiële positie van de VRZHZ, overeenkomstig de opdrachten voor de overige gemeenschappelijke regelingen. Over de voortgang en uitkomsten van deze opdracht wordt gerapporteerd in de bestuursrapportages.

7

Resultaatsbestemming samengevat In onderstaande tabel is uitkomst van het algemeen bestuur samengevat:

Het netto resultaat vloeit terug naar de gemeenten. De gemeente Hendrik-Ido-Ambacht ontvangt € 53.185 retour over het resultaat 2023. Advies gemeenteraad De volgende zienswijze wordt voorgesteld: De gemeenteraad heeft kennis genomen van de ontwerp-begroting 2025 en de jaarstukken 2023. De voorliggende begroting is overzichtelijk en ook risico's zijn duidelijk en gedetailleerd in beeld gebracht. Waarvoor dank. Een punt van zorg zijn de kostenontwikkelingen voor gemeenten in de komende jaren waarbij zorgvuldig gekeken moet worden naar de uitgaven. Wij begrijpen dat dit voor de Veiligheidsregio een ingewikkeld vraagstuk is in relatie tot de taakstelling en bijbehorende opgaven, maar vragen nadrukkelijk te bezien hoe kosten gereduceerd kunnen worden. Wij verwachten dan ook bij de bestuurlijke opdracht tot uitwerking van toekomstebestendige brandweerzorg, een uitwerking in financiele scenario's, zodat, voor zover mogelijk, er ook afgewogen keuzes kunnen worden gemaakt. Vanwege de kostenontwikkelingen en de mogelijkheid om als gemeenteraad sturing te kunnen geven, zijn wij in beginsel dan ook tegen het verhogen van de reserves binnen GR-en, een discussie welke met regelmaat terugkomt. Toch adviseert hier het Algemeen Bestuur anders. De achterliggende redenering begrijpen we en voorkomt op korte termijn een procedure tot de vraag voor opnieuw financiele middelen.

Daarnaast kijken we met belangstelling uit naar de resultaten van de bestuurlijke opdracht. Dit alles vraagt om een strakke sturing vanuit het management van de Veiligheidsregio. We begrijpen dat dit geen eenvoudige opgave is, maar desondanks gaan wij er van uit dat het management zich maximaal in blijft zetten om de kostenstijging zoveel mogelijk te beperken en blijvend te onderzoeken op welke wijze kostenreductie kan plaatsvinden zonder in te boeten op het middels het meerjarig beleidsplan vastgestelde kwaliteitsniveau en de uitvoering van bij wet opgelegde taken. Wij wensen het management van de Veiligheidsregio veel succes bij deze uitdagingen. Wij verzoeken u om bij gewijzigde inzichten ons hiervan zo spoedig mogelijk in kennis te stellen.

8

D. GR Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid (OZHZ) (risicoprofiel gemiddeld/hoog) Ontwerpbegroting 2025 De ontwerpbegroting 2025 is meerjarig in evenwicht. Evenals voorgaand jaar, zijn en blijven er ontwikkelingen die de aandacht zullen vragen. Een aantal hiervan wordt hieronder toegelicht. Voor 2025 blijft de algemene financiële context onzeker, met inflatie, begrotingsbeperkingen en een krappe arbeidsmarkt die tariefsverhogingen en bezuinigingen vereisen om stabiliteit te behouden. De inflatie heeft de kosten voor gemeenten verhoogd, wat de begrotingsdruk vergroot heeft. OZHZ heeft belangrijke kansen en uitdagingen geïdentificeerd in de maatschappelijke opgaven van de gemeenten en provincie voor de komende periode. Om hierop in te spelen, is gekozen voor een programmatische, doelgerichte aanpak voor de periode 2022-2025, bekend als de 'innovatieagenda' van OZHZ. Deze aanpak omvat vier programma's: -

werken met de Omgevingswet; toekomstgerichte gebiedsontwikkeling; samen meer grip op milieuschade, en beter benutten van data.

De OZHZ heeft een cruciale bestuursopdracht geïnitieerd. Deze opdracht is gericht op het anticiperen op de toekomstige financiële uitdagingen waarmee gemeenten en provincies zullen worden geconfronteerd. Het initiatief van de OZHZ getuigt van een proactieve benadering en een sterke betrokkenheid bij de regionale problematiek. De voorgestelde opdracht is om bezuinigingsmogelijkheden en inhoudelijke keuzes te onderzoeken die zullen bijdragen aan het beheersbaar houden van de financiële positie van alle betrokken partijen. Dit voorstel is goed ontvangen en zal bijdragen aan de financiële stabiliteit van Hendrik-IdoAmbacht en omliggende gemeenschappen. De verdere procedure omvat bestuurlijke agendering van de resultaten tijdens de Begrotingsrichtlijnen 2026 in het Algemeen Bestuur op 28 november 2024. Vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) Daarnaast wordt voortdurende aandacht besteed aan de verbetering van vergunningverlening, toezicht en handhavingstaken, waarbij samenwerking en financiering cruciaal zijn. Dit vereist niet alleen investeringen in systemen en processen, maar ook in training en ontwikkeling van personeel, wat financiële middelen vergt.

Vanuit het Interbestuurlijk Programma voor de versterking van het VTH-stelsel wordt sinds 2024 gerapporteerd over een tweetal aanvullende prestatie-indicatoren: - De landelijke robuustheidscriteria, waartoe onder andere ook behoren de VTHkwaliteitseisen waarover OZHZ al enkele jaren rapporteert. - De uitvoering van het plan van aanpak vanwege de externe visitatie. Omgevingswet OZHZ heeft voor de implementatie van de Omgevingswet in 2024 inhoudelijke en financiële basisafspraken gemaakt met gemeenten, die per 1 januari 2024 van kracht zijn. Er wordt benadrukt dat het essentieel is om uniforme definities op te nemen in omgevingsplannen, aangezien het ontbreken hiervan de uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid kan belemmeren en kostenverhogend kan werken. Het jaar 2024 staat in het teken van het opdoen van ervaringen en het maken van aanvullende specifieke afspraken over taken zoals bodemsanering, natuurwetgeving, lucht en geluid. Deze afspraken worden uitgebreider uitgewerkt in de individuele jaarprogramma's voor 2025. Indien nodig zal maatwerk per opdrachtgever, gemeente, worden toegepast en

9

worden er extra financiële afspraken gemaakt als deze niet passen binnen de jaarprogramma's. Overgang bodemtaken van provincie naar gemeenten Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is het bevoegd gezag over de bodemtaken grotendeels overgegaan van de provincie naar de gemeenten. Echter, de omvang van de rijksmiddelen blijft nog steeds onzeker, en er zijn geen specifieke extra middelen toegevoegd aan het gemeentefonds voor deze kosten. Het nieuwe Regionaal Uitvoeringsniveau (RUN) bodem vormt de basis voor de begroting van de Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH)-taken voor bodem. In 2024 wordt voor het eerst risicogericht bodemtoezicht uitgevoerd op basis van het RUN-bodem. OZHZ brengt daarbij de financiële consequenties in kaart voor de jaarprogrammering van 2025. In de voorjaarsbrief adviseerde OZHZ de gemeenten om, naast het structurele budget, ook het incidentele budget opnieuw te reserveren. Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) ZZS, ofwel Zeer Zorgwekkende Stoffen, vormen een gevaar voor mens en milieu, waarbij negatieve effecten zowel op korte als lange termijn kunnen optreden. De recente ontwikkelingen rondom de PFOA-emissies van Chemours hebben op regionaal, provinciaal en landelijk niveau veel bestuurlijke en maatschappelijke aandacht gekregen.

Vanuit het budget voor 2025 voor de Ontwikkelaanpak (innovatieagenda) wordt verder onderzoek gedaan naar de organisatie van taken met betrekking tot ZZS. Het blijft een gebied waar veel gepionierd wordt, onderzocht wordt en vervolgens georganiseerd moet worden. Voortdurende aandacht voor dit thema blijft cruciaal, met name voor het ontwikkelen van een data- en risicogerichte aanpak voor (nieuwe) ZZS en het ontwikkelen van Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH)-werkwijzen voor meldingsplichtige Milieu Belastende Activiteiten (MBA's) onder de Omgevingswet. Uitdagingen in de bedrijfsvoering OZHZ past zijn werkwijze aan om de uitdagingen van de Omgevingswet en andere maatschappelijke ontwikkelingen aan te gaan. Er is aandacht voor een meer integrale aanpak en maatwerkoplossingen. De krapte op de arbeidsmarkt dwingt OZHZ tot actieve werving en samenwerking met andere omgevingsdiensten. In maart 2024 is een landelijke campagne gestart om personeel aan te trekken en de organisatie werkt aan het vergroten van groeimogelijkheden voor medewerkers. Tegelijkertijd richt OZHZ zich op het optimaliseren van data- en informatiebeheer, onder meer door archiefopruiming en de vorming van een unit Data en ICT. Dit draagt bij aan een datagestuurde en efficiënte aanpak, cruciaal voor de uitvoering van taken onder de Omgevingswet en andere wetgeving.

Concept jaarstukken 2023 programmarekening 2023 sluit met een negatief saldo van € 629.000. Ten opzichte van de tweede bestuursrapportage (€536.000) is er sprake van een nadeel van €92.000. Dit nadelige saldo is een gevolg van de hoge inflatie. Dit tekort was al voorzien bij het opstellen van de begroting. Het tekort wordt gedekt uit het weerstandsvermogen, zoals besloten in2023. De structurele doorwerking van de loon- en prijsontwikkeling naar 2025 berekend OZHZ door in het uurtarief, wat voor 2025 wordt vastgesteld op €112,46. Zienswijze U wordt voorgesteld een zienswijze in te dienen waarbij: 1. U uw waardering uitspreekt voor de inspanningen van de Omgevingsdienst ZuidHolland Zuid om de regio duurzaam, veilig en gezond te houden in 2023, ondanks een nadelig saldo als gevolg van hoge inflatie. 2. U verzoekt om voortzetting van heldere communicatie over tekorten voor helderheid en inzicht. 10

3. U benadrukt om scherp te blijven in gesprekken met het Rijk en IPO over hun bijdrage aan bodemtaken. E. GR NRIJ (risicoprofiel laag/gemiddeld) Het Natuur- en Recreatieschap IJsselmonde (NRIJ) is een gemeenschappelijke regeling waarin de gemeenten Barendrecht, Albrandswaard, Ridderkerk, Zwijndrecht en Hendrik-Ido-Ambacht deelnemen. Het NRIJ heeft tot doel de natuur- en recreatiegebieden in deze efficiënt en effectief te beheren. Enkele jaren geleden besloten de gemeente Rotterdam en de Provincie Zuid-Holland uit het schap te treden. Met hen is er nu een langjarige subsidieregeling tot 2025. Financiële situatie NRIJ is verslechterd Inmiddels is bekend dat de gemeente Rotterdam een bijdrage zal blijven leveren aan het schap, maar deze wordt fors verlaagd. Vanaf 2026 wordt gerekend met een bijdrage van € 550.000. Dit is € 305.000 lager dan waar in 2025 mee werd gerekend. De Provincie heeft in 2022 een nieuwe beheersubsidie vastgesteld voor natuur- en recreatiegebieden, waarop NRIJ na 2025 een beroep kan doen. De voorwaarden hierin zijn echter minder gunstig, waardoor ook deze bijdrage lager uit zal vallen. Optimalisatierichtingen Sinds 2021 zijn eerste verkenningen uitgevoerd naar optimalisatierichtingen die kunnen bijdragen aan het opvangen van een daling van de subsidiebijdragen. De eerste serie van optimaliseringsvoorstellen is uitgewerkt en wordt doorgevoerd.

Het streven is hiermee de taken en ambities van het NRIJ beter, goedkoper en efficiënter uit te voeren. Om deze lagere beheerlast te kunnen realiseren, zijn en worden investeringen gedaan. Dit heeft echter nog niet tot het gewenste effect geleid: er is nog maar een zeer klein deel van de besparingen geëffectueerd. NRIJ onderkent dat er een versnelling op het besparingenprogramma noodzakelijk is. Met daarbij de lagere bijdragen van Rotterdam en de Provincie in het vooruitzicht, heeft het bestuur van het NRIJ de handschoen opgepakt en opdracht gegeven om tot een verdieping van het besparingenprogramma te komen, met als doel tot een (financieel) toekomstbestendig NRIJ te komen. Voor het jaar 2023 is er nog een positief resultaat bereikt op de jaarrekening, vanwege incidentele meevallers. Zoals NRIJ zelf al aangeeft, zal een structurele oplossing moeten worden gevonden. Voor 2025 ligt er een sluitende begroting; in dit jaar is de bijdrage van Rotterdam nog niet verlaagd. Voor de jaren erna is gerekend met optimalisaties. Vooralsnog wordt geen rekening gehouden met een extra bijdrage vanuit de deelnemers, maar wordt uitgegaan van het oplossen van deze financiële problematiek binnen de eigen begroting. Uiteraard zal dit effect hebben op de taken die het NRIJ uitvoert.

In de concept-zienswijze geven we daar over aan dat de deelnemers en raden moeten worden betrokken bij de voorgestelde maatregelen en het uitvoeren daarvan. Samenwerking met Staatsbosbeheer Staatsbosbeheer (SBB) verzorgt de uitvoering van de werkzaamheden van het schap. Dit gebeurt op basis van een samenwerkingsovereenkomst tussen SBB en het schap. De samenwerkingsovereenkomst loopt tot en met 2024. Voorgesteld wordt om deze overeenkomst met één jaar te verlengen. 11

Deelnemersbijdrage Voor de prijsstijging op de ramingen voor 2024 is een indexatie van 6,8% toegepast. De deelnemersbijdrage is ook met 6,8% geïndexeerd. De deelnemersbijdrage van Hendrik-IdoAmbacht stijgt hiermee van € 264.186 in 2024 naar € 284.420 in 2025. Concept jaarstukken 2023 De jaarrekening 2023 sluit met een positief resultaat van € 241.867. Dit is met name ontstaan door incidentele meevallers. Het AB wordt voorgesteld dit bedrag toe te voegen aan de algemene reserve. Wij kunnen ons vinden in dit voorstel gezien de financiële opgave waar het NRIJ voor staat. Zienswijze In de zienswijze wordt met klem aandacht gevraagd voor de volgende onderdelen: -

het blijvend inzetten voor het belang van groen en natuur in de directe nabijheid van onze stedelijke omgeving; de uiterste inspanningen te leveren om de reeds ingezette besparingsopgaven uit 2021 te versnellen en daadwerkelijk te behalen; de opdracht die is uitgezet voor een verdieping op deze besparingen met voorrang en voortvarendheid uit te voeren; meerjarig tot een financiële optimalisatie te komen ten behoeve van een (financieel) toekomstbestendig schap; ons te betrekken bij deze opdracht en de te nemen maatregelen voor de bezuinigingen; ons te informeren over het verloop van de realisatie van de besparingsopgave; in te blijven zetten op een goede samenwerking met de Provincie Zuid-Holland en de gemeente Rotterdam en daarbij te wijzen op hun belang van de NRIJ-gebieden, waaraan een financiële bijdrage gekoppeld moet zijn en blijven.

F. GR BOVL (risicoprofiel laag) De Gemeenschappelijke Regeling Bureau OVL Lek-Merwede is een samenwerkingsverband met als taak het beheer en onderhoud van de openbare verlichting voor haar deelnemende gemeenten uit te voeren. Bureau OVL fungeert ook als kenniscentrum voor de deelnemers en voert projecten uit in opdracht van de gemeenten. Jaarverslag 2023 Nieuwe projectaannemer CityTec In 2023 heeft CityTec naast het onderhoudscontract ook de aanbesteding voor de raamovereenkomst voor de uitvoering van projecten gewonnen. Deze op EMVI-criteria gegunde overeenkomst heeft een looptijd van twee jaar met de mogelijkheid tot verlenging van twee keer één jaar. Herziene Gemeenschappelijke Regeling Na afronding en vaststelling van alle statutaire, financiële en beleidsmatige stukken is de Gemeenschappelijke Regeling conform de nieuwe Wet gemeenschappelijke regelingen herschreven en ter beoordeling aangeboden aan de gemeenten. De nieuwe Gemeenschappelijke Regeling moet ingaan op 1 juli 2024. De documenten zijn inhoudelijk niet gewijzigd, maar zijn aangepast en/of verscherpt om te voldoen aan de huidige wet- en regelgeving. De documenten zijn tot stand gekomen in samenwerking met beheerders,

12

financiële deskundigen en de accountant, en juridisch getoetst door juristen uit Molenlanden en Drechtsteden. CROW 400 In 2023 zijn er veel gesprekken geweest met ODRU, OZHZ, Milieudiensten van gemeenten en veiligheidsadviseurs. Er is nadrukkelijk gekeken naar alternatieve, effectievere manieren om de hoge kosten van milieukundig bodemonderzoek aan te pakken, waarbij de kosten ook sterk worden gereduceerd. Er is contact gezocht met de Stedin Bodemdesk om te onderzoeken of aansluiting mogelijk is op hun systeem. Verwacht wordt dat er in Q1-2024 een definitieve werkwijze wordt bepaald en vastgesteld, wat aanzienlijke kostenvermindering met zich mee zal brengen. Beheergegevens In 2023 had onze gemeente 7681 lichtobjecten. Hiervan was 37,99% LED en 62,01% conventioneel. In 2023 hadden wij in totaal 829 storingen, waarvan 130 netwerkstoringen (Stedin) en 699 reguliere storingen. In 2022 had onze gemeente met 7577 lichtobjecten 679 reguliere storingen. Ten opzichte van 2022 hadden we in 2023 0,14% meer reguliere storingen. Dit komt door de conventionele verlichting die ouder wordt. Door de vervanging in 2024 verwachten we minder storingen. Financieel Het resultaat van Bureau OVL voor 2022 staat nu geprognosticeerd op € 53.796. Het voorstel aan het Algemeen Bestuur is om het gerealiseerde resultaat toe te voegen aan de bestemmingsreserve bedrijfsvoering en de algemene reserve.

Begroting BOVL 2025 Basispakket Het basispakket is het standaard DVO tussen de gemeenten en Bureau OVL. In deze DVO staan de werkzaamheden die Bureau OVL dagelijks uitvoert voor het bedrag dat wij per lichtpunt betalen aan Bureau OVL. Hieronder vallen onder andere het aansturen en controleren van de onderhoudsaannemer, het beheren van alle lichtobjecten en het afhandelen van meldingen en storingen. Pluspakket Bureau OVL voert volgens het Pluspakket werkzaamheden uit namens de gemeenten op projectbasis. Dit betreft grootschalige vervangingen, het maken van lichtberekeningen en het adviseren over beleids- en beheerplannen. Financieel Naar aanleiding van de overeenkomst tussen werkgevers VNG en WSGO en de bonden is voor 2024 een aanzienlijke looncompensatie afgesproken. Dit betekent een loonsomstijging van 4,75% vanaf 1 januari en nogmaals een stijging van 1,25% vanaf 1 oktober voor Bureau OVL. De CAO-afspraak loopt tot 1 juni 2025. Daarnaast is er extra ruimte gecreëerd voor een toezichthouder projecten. Op de indirecte kosten is ook een indexatie toegepast, conform de financiële verordening. Het gemeentelijke voorschot per lichtpunt blijft in 2025 gelijk. Het bedraagt € 12,10 in 2025. In 2024 hebben wij 7.697 lichtpunten waarvoor we het voorschot betalen; dit zal toenemen tot 7.835 in 2025.

Hierdoor groeit onze bijdrage aan Bureau OVL van € 93.133,70 in 2024 naar € 94.803,50 in 2025, een toename van € 1.669,80. Bureau OVL verwacht een totaalresultaat van € 2.600,- op de begroting van 2025.

13

Advies We zijn positief over Bureau OVL. Ze functioneert goed, is stabiel en betrekt de deelnemende gemeenten goed. De aandacht voor haar eigen organisatie en de ontwikkeling daarvan hebben geholpen. Wat ons zorgen baart is dat het bijdrage per lichtpunt in 2025 gelijk blijft. Het kan zomaar zijn dat door de CAO onderhandelingen in 2025 de personeelskosten stijgen wat kan betekenen dat Bureau OVL een wijziging van de begroting moet indienen, ook zal door de inflatie de andere kosten stijgen. 2025 en 2026 zijn doorgaans zware financiële jaren. We willen daarom meegeven dat over dit risico goed nagedacht wordt en een verzoek om aanvullende middelen voorkomen moet worden. G. GR Gevudo (risicoprofiel laag) In voorgaande jaren stuurde de GR Gevudo de ontwerpbegrotingen en jaarrekeningen een aantal weken eerder toe dan de andere GR-en waaraan onze gemeente deelneemt. Vorig jaar is hier verandering in gekomen. Ook dit jaar vond besluitvorming over de P&C-documenten iets later plaats waardoor de GR Gevudo meegenomen kan worden in het gebruikelijke parapluvoorstel voor alle andere GR-en. Ontwerpbegroting 2025 De ontwerpbegroting 2025 van de Gemeenschappelijke Regeling 'Gemeenschappelijke Vuilverwerking Dordrecht en Omstreken' (Gevudo) presenteert voor 2025 een sluitende exploitatie.

Deze sluitende exploitatie is gebaseerd op de geijkte systematiek waarbij de begrote eigen kosten van de GR verrekend worden met de garantstellingsprovisie vanuit HVC die de GR Gevudo weer doorstort naar haar deelnemers. Zoals inmiddels een geruime tijd bekend is, voert de GR Gevudo geen operationele taken op het gebied van afval meer uit en heeft daarmee het karakter gekregen van een 'houdstermaatschappij'. De GR bezit 529 aandelen in HVC N.V. en kan onder meer in de Algemene Vergadering van Aandeelhouders invloed uitoefenen wanneer over zaken wordt beslist die maatschappelijke en financiële belangen van de deelnemers in de GR raken. De GR Gevudo behoort nog steeds tot de grootste aandeelhouders. Echter, door toetreding van nieuwe aandeelhouders zoals Haarlem en Zandvoort in 2023 en Maassluis (nog te verwerken in 2024) is het belang gedaald naar ongeveer 14,5% van de 'aandelen A'. Er is hiermee geen sprake van een doorslaggevende stempositie. Overigens blijft toetreding van nieuwe aandeelhouders tot HVC mogelijk. Het is van belang met andere aandeelhouders het gezamenlijke draagvlak en de invulling van het partnerschap met HVC te blijven bepalen. Los van financiële afwegingen spelen er in toenemende mate ook inhoudelijke afwegingen.

De GR zoekt naar goede balans tussen het beheersen van de financiële risico's en het realiseren van maatschappelijke doelstellingen op het gebied van duurzaamheid zoals de warmtetransitie en circulariteit door hergebruik en terugwinning van grondstoffen door HVC. De deelnemende gemeenten ontvangen nog steeds jaarlijks garantstellingsprovisie vanuit de GR Gevudo, die deze op haar beurt van HVC ontvangt. In 2025 zien we een stabilisatie van de dalende trend van de inkomsten uit deze provisie omdat er (nog) geen nieuwe grote aandeelhouders toetreden tot HVC. De GR Gevudo begroot over 2025 indicatief € 810.000 uit te keren aan haar deelnemers. Voor 2024 was dit bedrag ook geraamd op € 810.000. Jaarrekening 2023 Het financiële resultaat van de jaarrekening 2023 is nihil. Daarnaast gaat de GR Gevudo beknopt in op de governance van de GR en een aantal aandeelhouderszaken. De jaarrekening 2023 ligt ter informatie voor, niet voor de zienswijze.

14

Zienswijze Op basis van de voorliggende ontwerpbegroting 2025 zien wij geen aanleiding voor te stellen een zienswijze kenbaar te maken. De stabilisatie van de garantstellingsprovisie is verklaarbaar en de GR Gevudo stelt zich voldoende actief op in het behartigen van de aandeelhoudersbelangen. Hierbij weegt zij zakelijke belangen zorgvuldig af tegen de inhoudelijke klantrelatie met HVC en de bredere maatschappelijke doelstellingen op het gebied van de warmtetransitie en circulariteit. Wij zien zelfs een verbetering van de balans tussen deze perspectieven. Er is geen sprake van ingrijpende (financiële) veranderingen ten opzichte van het vorige of huidige jaar. Wij stellen daarom voor geen zienswijze kenbaar te maken op de ontwerpbegroting 2025 van de GR Gevudo.

15

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14126061/1