Bijlage 1 bij Raadsvoorstel 7.1 Toelichting GR VRZHZ
Tekst van het document
Toelichting bij het raadsvoorstel over de zienswijze GR VRZHZ Inleiding Een belangrijk sturingsinstrument voor de raad is de begroting van een verbonden partij. In onze Nota Verbonden Partijen is opgenomen dat het college de gemeenteraad in de gelegenheid stelt om zienswijzen op begrotingen in te dienen. In april heeft de gemeenschappelijke regeling VRZHZ hun ontwerpbegroting 2026 en jaarstukken 2024 aan ons toegestuurd. Via voorliggend raadsvoorstel leggen wij een concept zienswijze aan u voor. Via dit document geven wij u een nadere toelichting. Algemeen Risicoprofiel Er is veel variatie in fnanciële en bestuurlijke belangen bij de verbonden partijen. Daardoor kan de wijze en de mate van sturing per verbonden partij verschillen. In dat kader is in de Nota Verbonden Partijen gekozen voor een methodiek waarbij door een risicoanalyse per partij een risicoprofel wordt bepaald. Dit risicoprofel vormt de basis voor het sturingsarrangement dat we inzetten. Hoe groter het risico, des te hoger onze intensiteit van sturing. Hierop zijn wij nader ingegaan in de Nota Verbonden Partijen. Deze nota hebben wij in 2024 herzien en in oktober 2024 met de gemeenteraad besproken. Met deze herziening hebben wij ook de risicoprofelen van de verbonden partijen herzien. Voor de GR VRZHZ hebben wij een risicoprofel midden.
Begrotingen 2026 De ons toegezonden documenten van de GR VRZHZ geven aanleiding om een zienswijze kenbaar te maken. De efecten van de begrotingen worden in de gemeentelijke begroting 2026 verwerkt. Jaarstukken 2024 De jaarstukken kunnen een voorlopige status hebben, bijvoorbeeld in verband met afrekeningen of herverdelingsvraagstukken die nog spelen. Ook uit de accountantscontrole kunnen nog wijzigingen naar voren komen waardoor de jaarstukken moeten worden aangepast. De vaststelling van de jaarstukken is aan het algemeen bestuur van de GR. Bijzonderheden over de jaarstukken zijn als extra onderwerp verwerkt in de zienswijzebrief.
1
Toelichting per verbonden partij Toelichting GR VRZHZ (risicoprofel midden) Begroting 2026 De ontwerpbegroting 2026 gaat over het eerste jaar van de nieuwe beleidsplanperiode 2026-2029. Dit beleidsplan is in ontwikkeling. Voor de ontwerpbegroting 2026 is daarom uitgegaan van de 6 sporen uit het beleidsplan 2022-2025. Nieuwe ontwikkelingen zijn hierin betrokken. In een brief van het algemeen bestuur van 19 februari bent u geïnformeerd over de belangrijkste ontwikkelingen ten aanzien van de VRZHZ. In hoofdstuk 1 van de begroting zijn deze samengevat opgenomen. Samenhang met bestuursopdracht Eind 2023 heeft het algemeen bestuur de organisatie een bestuurlijke opdracht gegeven over de toekomstbestendigheid van de brandweerzorg. Aanleiding hiervoor was de vaststelling van het ontwerp dekkingsplan brandweer en de strategische huisvestingsvisie. Het aantal brandweerposten en de daaraan gerelateerde dekking heeft invloed op de onderhoudskosten en investeringskosten van de huisvesting. De bestuursopdracht is gezien de toen bekende ontwikkelingen gemeentefonds verbreed naar een verkenning van de fnanciële positie, in het licht van de huidige en de toekomstige opgaves voor de VRZHZ.
De opdracht omvat organisatorische en fnanciële verkenningen, gericht op de vraag: “Wat voor veiligheidsregio willen we zijn?” Geconstateerd is dat de koers van een compacte en veerkrachtige regio die in 2019 is ingezet nog steeds actueel is. In het vervolg moet focus worden gelegd op toekomstbestendige brandweerzorg, interregionale samenwerking in crisisbeheersing en een sterkere focus op de risico’s in het risicoprofel van de VRZHZ. In dat verband zijn de onderstaande zaken relevant. Deze zaken spelen niet alleen voor de ontwerpbegroting 2026 maar breder in de komende periode. De inzet van de VRZHZ is er in lijn met de bestuursopdracht op gericht extra kosten voor gemeenten in de periode tot en met 2026 te voorkomen, maar tegelijk realistisch en transparant te zijn. Korting BDuR
2
Op grond van het Hoofdlijnenakkoord is de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR) vanaf 2026 met 10% gekort. De korting is vanaf 2026 verwerkt in de decemberbrief 2024 Rijksbijdrage BDuR en bedraagt in 2026 voor onze regio €569.855. Deze is vooralsnog als taakstelling opgenomen in de ontwerpbegroting. Een defnitief oordeel of deze korting gehandhaafd blijft, wordt in de Voorjaarsnota 2025 verwacht. Op het moment van het schrijven van deze toelichting is deze Voorjaarsnota net verschenen. Het is een nota op hoofdlijnen waarover het ministerie van JenV nog verdere keuzes moet maken. Hoe dat uitpakt voor de reparatie van de BDuR korting is nog niet duidelijk. Weerbaarheid Het kabinet heeft de aanpak om de weerbaarheid van de samenleving te verhogen gepresenteerd. Dit is noodzakelijk vanwege de verslechterde veiligheidssituatie door de Russische oorlog in Oekraïne en andere crises zoals grootschalige overstromingen en pandemieën. De regie voor versterking van onze nationale veiligheid ligt bij de overheid. Maar voor een veilige en weerbare maatschappij is de inzet van iedereen nodig: regionale en lokale overheden, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisatie en burgers. Het algemeen bestuur heeft 6 maart 2025 afgesproken te onderzoeken hoe de VRZHZ een coördinerende rol kan vervullen in de regio.
Tegelijk is er een vreemde spanning: Het Rijk vraagt om meer inzet maar voert wel een korting van 10% op de BDuR door zoals hierboven genoemd. Het Veiligheidsberaad heeft in een brief van februari 2025 het Ministerie van Justitie en Veiligheid nogmaals dringend verzocht om de voorziene bezuiniging op de BDuR te schrappen en om – in tegendeel - te investeren via de veiligheidsregio’s in veiligheid en weerbaarheid van ons land. In de net verschenen Voorjaarsnota 2025 is vanaf 2027 een budget van € 70 miljoen beschikbaar gesteld voor maatschappelijke weerbaarheid wat in 2028 oploopt naar € 100 miljoen structureel. De VRZHZ is inmiddels gestart met de verkenning rond het thema weerbaarheid wat moet leiden tot een plan voor de invulling van de coördinerende rol voor onze regio. Deze verkenning wordt gefnancierd uit de reserve crisisbeheersing en informatievoorziening, om ook hier te voorkomen dat extra middelen van gemeenten worden gevraagd.
3
Voor (structurele) maatregelen en acties die volgen uit het plan is binnen de VRZHZ geen fnanciering beschikbaar en op dit moment ook nog niet aan te geven of en hoe dit past binnen de structurele middelen die bij de Voorjaarsnota 2025 beschikbaar zijn gesteld. MJIP Het meerjarig investeringsplan (MJIP) is uitgebreid met de jaarschijf 2029. De jaarschijf 2026 is door het DB met de ontwerpbegroting vastgesteld. De jaarschijven 2027 en 2028 zijn conform de bijstellingen die bij Burap-II 2024 zijn gedaan. De jaarschijf 2029 is ter kennisname. Er spelen 2 ontwikkelingen die nog niet zijn opgenomen in het investeringsplan zoals nu opgenomen in de ontwerpbegroting 2026. De derde ontwikkeling C- 2000 is al wel verwerkt in het investeringsplan.
Aanbesteding duurzame dienstvoertuigen: De landelijke aanbestedingen dienstvoertuigen is eind 2024 geëindigd. Na overleg met het NIPV en andere veiligheidsregio's is besloten om de inkoop van dienstvoertuigen voor de VRZHZ zelfstandig aan te besteden. In totaliteit gaat het over circa 98 voertuigen verspreid over een periode van 8 jaar. Vanuit de overheid wordt sterk gestuurd op verduurzaming en organisaties worden verplicht te verduurzamen. Voor de veiligheidsregio geldt momenteel dat 38,5% van de nieuw aan te schafen lichte voertuigen schoon aangedreven moet zijn. Vanaf 31-12- 2025 wordt deze norm aangescherpt naar emissievrij. De voertuigen worden gefaseerd aangeschaft waardoor de kapitaallasten stapsgewijs toenemen en naar verwachting de komende jaren binnen de egalisatiereserve worden opgevangen. Vanuit de huidige prognose ligt de piek van ca € 400.000 stijging kapitaallasten vanaf 2032. Bij Burap-II van 2025 maken we op basis van de aanbesteding een verdere prognose. De slag naar duurzame voertuigen kost geld, daarnaast is de werkelijke prijsontwikkeling hoger dan de indexering binnen het MJIP.
Vervanging ademluchtapparatuur: In 2026 moet de ademluchtapparatuur worden vervangen. Uit een verkenning blijkt dat daarvoor een investering nodig is van € 4.677.785 terwijl in 2026 € 1.617.324 beschikbaar is binnen het MJIP. Hier liggen diverse redenen aan ten grondslag. Zo zijn investeringen voor 2021 niet geïndexeerd en zijn indexeringen vanaf 2021 niet marktconform. Een andere reden is dat in het verleden een 4
deel van de apparatuur is gekocht vanuit exploitatiegelden of reserves maar niet is geactiveerd. Het niet vervangen zorgt voor een direct operationeel probleem, maar daarbinnen hebben we kritisch gekeken welke keuzes mogelijk zijn zoals het niet vervangen van de ademluchtcontainer en levensduur verlengend onderhoud. Door de investering te doen in 2026 volgen de eerste kosten pas in 2027. Het gaat om structurele meerkosten van de kapitaallasten van € 285.000 per jaar. Daarnaast moet rekening worden gehouden met een maximaal incidenteel boekwaarde verlies van € 400.000, afhankelijk van de mogelijkheden tot verkoop van de oude apparatuur.
Communicatiesysteem C-2000. Wij bevinden ons in een uitdagende situatie waarin we te maken hebben gehad met onacceptabele uitval van meldkamersystemen. Er is behoefte aan concrete maatregelen en de bevestiging dat alles in het werk wordt gesteld om verdere uitval te voorkomen. Het huidige communicatiesysteem en de daarbij behorende bedieningstechniek zijn systemen die operationeel moeten blijven, totdat het vervangend systeem operationeel is. Dit vergt een structurele bereidheid te blijven investeren in C-2000. We trekken hier samen in op met de Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond. Bij Burap-II van 2024 heeft voor C-2000 een bijstelling van het investeringsplan plaatsgevonden. We verwachten hiermee voldoende middelen om op dit onderwerp gesteld te staan.
Jaarstukken 2024 Het jaarresultaat 2024 van de GR VRZHZ bedraagt € 2.229 k. De oorzaak hiervan veelal incidenteel, bijvoorbeeld door het te laat leveren van investeringen. Resultaatbestemming en zienswijze jaarrekening 2024 De GR VRZHZ stelt voor vanuit de jaarrekening € 990 k te bestemmen in de vorming van een bestemmingsreserve groot onderhoud tgv de actualisatie van het MJOP voor de jaren om de meerkosten in 2025 en 2026 te dekken. Hiermee wordt voorkomen dat er dit jaar of in het ravijnjaar om extra fnanciële middelen moet worden gevraagd. En daarnaast wil de GR VRZHZ € 220 k bestemmen voor ophoging reserve crisisbeheersing en informatievoorziening. Dit bedrag is nog beschikbaar uit een ophoging van de BDUR uitkering ten behoeve de 5
bestuurlijke afspraken doorstroom migratie. Dit bedrag is gelabeld voor dit doel en kan niet voor andere doeleinden vrijvallen. Alhoewel in de basis de bedoeling is dat fnanciële middelen teruggeven worden aan de gemeenten, heeft het AB op 24 april ingestemd met de voorstellen. Dit betekent dat € 1.019 k resulteert in een teruggave aan de gemeenten, voor onze gemeente betekent dit een bedrag van € 61.010,00.
6