CConstaterende datHendrik-Ido-Ambacht
Koppel je AI →
Document · PDF

Begroting 23-26 Raad na technische vragen

raadsvergadering openbaar 7 november 2022, gemeente Hendrik-Ido-AmbachtBij agendapunt: Programmabegroting 2023-202629.896 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Hendrik-Ido-Ambacht

Begroting 2023

30

Indicatoren begroting 2023

Hendrik-IdoAmbacht

Let op: alle getallen, bedragen en percentages zijn afgerond

2020

Hendrik-IdoAmbacht

Papendrecht

Sliedrecht

Zwijndrecht

Alblasserdam

Dordrecht

HardinxveldGiessendam

Bron

Toelichting

2021

Programma 4 Veiligheid, dienstverlening, bestuur en middelen Veiligheid

Diefstal/inbraak woningen (per 10.000 inwoners) 11 Vernielingen c.q. zaakbeschadigingen (per 10.000 inwoners) 37

7

5

5

10

8

7

4

Waarstaatjegemeente.nl

Aantal diefstallen en inbraak woningen

44

33

29

37

40

37

27

Waarstaatjegemeente.nl

Specifiek het aantal vernielingen c.q. zaakbeschadigingen

Middelen

Netto schuld (per inwoner)

€

3.079

€

2.807

€

1.430

NB

NB

€

1.667

€

1.391

€

995 Jaarstukken gemeenten

Vaste schulden met een looptijd >1 jaar minus uitstaande leningen, afgezet tegen het totaal aantal inwoners.

Reserves (per inwoner)

€

1.035

€

785

€

1.726

NB

NB

€

412

€

321

€

628 Jaarstukken gemeenten

Alleen algemene reserves (weerstandsvermogen)

Berekeningen netto schuld per inwoner

Hendrik-IdoAmbacht 2020

Hendrik-IdoAmbacht 2021 €

91.875.000

€

4.152.000

Netto schuld

€ € €

Aantal inwoners Schuld per inwoner

€

Berekeningen reserves per inwoner

Hendrik-IdoAmbacht 2020

Algemene reserves per 1-1-2021

€

Vaste schulden met looptijd > 1 jaar Uitstaande leningen

Aantal inwoners per 1-1-2021 Reserves per inwoner

€

101.750.000 5.678.000 96.072.000 31.205 3.079

€

Hendrik-Ido-Ambacht

Sliedrecht

Zwijndrecht

€ 64.084.000 € 18.087.000 87.723.000 € 45.997.000

€

31.255

€

2.807

Hendrik-IdoAmbacht 2021

32.307.000 € 31.205 1.035 €

Papendrecht

Alblasserdam

€ € €

32.170

€

Papendrecht

24.529.000 € 55.523.000 32.170 31.255 785 € 1.726

Dordrecht

36.079.000 € 194.555.000 € 2.515.000 € 28.820.000 € 33.564.000 € 165.735.000 € 20.135

1.430

€

Sliedrecht

Zwijndrecht

€

119.120

1.667 €

Alblasserdam

€

HardinxveldGiessendam

Begroting 2023

18.413

1.391 €

995

HardinxveldGiessendam

Dordrecht

8.286.000 € 20.135 412 €

18.360.000 37.000 18.323.000

38.247.000 € 119.120

321 €

11.557.000 18413 628

31

Wat mag het kosten ? Begroting Begroting Begroting Begroting 2023 2024 2025 2026

(bedragen x € 1.000)

PMA4 Veiligheid, dienstverlening, bestuur en middelen 2023 Taakveld Lasten per taakveld 0.1 Bestuur 2.324 0.10 Mutaties reserves 157 0.11 Resultaat van de rekening van baten en lasten 1.730 0.2 Burgerzaken 1.087 0.4 Overhead 7.098 0.5 Treasury 329 0.61 OZB woningen 65 0.62 OZB niet-woningen 236 0.64 Belastingen overig 15 0.7 Algemene uitkeringen en overige uitkeringen gemeentefonds 485 0.8 Overige baten en lasten 1.599 0.9 Vennootschapsbelasting (VpB) 0 1.1 Crisisbeheersing en brandweer 2.218 1.2 Openbare orde en veiligheid 462 Totaal lasten Veiligheid, dienstverlening, bestuur en middelen 17.805

2024

2025

2026

2.325 66 3.948 1.268 7.018 282 64 236 15 355 1.599 0 2.218 452 19.846

2.346 130 4.399 1.279 6.991 288 67 243 16 -190 1.599 0 2.301 452 19.921

2.352 212 811 1.325 7.138 261 67 243 16 -191 1.599 0 2.301 452 16.586

Taakveld Baten per taakveld 0.10 Mutaties reserves -669 0.2 Burgerzaken -304 0.4 Overhead -25 0.5 Treasury -162 0.61 OZB woningen -3.675 0.62 OZB niet-woningen -1.898 0.64 Belastingen overig -198 0.7 Algemene uitkeringen en overige uitkeringen gemeentefonds -49.538 0.8 Overige baten en lasten -50 1.2 Openbare orde en veiligheid -22 Totaal baten Veiligheid, dienstverlening, bestuur en middelen -56.541

-242 -581 -25 -161 -4.454 -1.961 -198 -50.491 -50 -22 -58.185

-135 -597 -25 -159 -4.454 -1.741 -198 -50.845 -50 -22 -58.226

-116 -691 -25 -157 -4.454 -1.741 -198 -47.601 -50 -22 -55.055

-38.339

-38.305

-38.469

Geraamd totaal saldo van baten en lasten Veiligheid, dienstverlening, bestuur en middelen

Hendrik-Ido-Ambacht

Begroting 2023

-38.736

32

Veiligheid, dienstverlening, bestuur en middelen (bedragen x € 1.000) Apparaatskosten 5.084 Begrotings- of exploitatie saldo 1.730 Materieel 3.146 Rente & Afschrijving 508 Reserve mutaties 157 Rijksbijdragen 112 Subsidies en overdrachten 1.532 Verbonden Partijen 5.454 Voorzieningen 82 Eindtotaal 17.804

Uitgaven 2023

82 0% 5.084 28%

5.454 31%

1.532 8%

112 1%

Apparaatskosten Begrotings- of exploitatie saldo Materieel

1.730 10%

3.146 18%

Rente & Afschrijving

508 3% 157 1%

Veiligheid, dienstverlening, bestuur en middelen (bedragen x € 1.000) Dividenden 92 Lokale heffingen 6.876 Overige inkomsten -754 Rente & Afschrijving 71 Reserve mutaties 669 Rijksbijdragen 49.538 Voorzieningen 50 Eindtotaal 56.541

Inkomsten 2023 50 0%

92 0% 6.876 12%

-754 -1%

71 0% 669 1%

Dividenden Lokale heffingen Overige inkomsten

49.538 86%

Rente & Afschrijving Reserve mutaties Rijksbijdragen Voorzieningen

Hendrik-Ido-Ambacht

Begroting 2023

33

Totaal Apparaatskosten Begrotings- of exploitatie saldo Materieel Mutaties onderhandenwerk Rente & Afschrijving Reserve mutaties Rijksbijdragen Subsidies en overdrachten Verbonden Partijen Voorzieningen Eindtotaal

Uitgaven 2023 (bedragen x € 1.000) 11.148 1.730 21.204 20.936 3.562 157 112 8.844 32.509 2.265 102.466

2.265 2% 32.509 32%

21.204 21%

8.844 9%

112 0%

1.730 2%

11.148 11%

20.936 20%

Hendrik-Ido-Ambacht

Begrotings- of exploitatie saldo Materieel Mutaties onderhandenwerk

157 3.562 0% 3%

Totaal Dividenden Lokale heffingen Materieel Mutaties onderhandenwerk Overige inkomsten Rente & Afschrijving Reserve mutaties Rijksbijdragen Subsidies en overdrachten Voorzieningen Eindtotaal

Apparaatskosten

Inkomsten 2023 (bedragen x € 1.000) 92 15.544 30 359 18.255 71 669 55.151 12.246 50 102.466

50 0%

92 0% 12.246 15.544 12% 15%

55.151 54%

Dividenden

30 359 0% 0%

Lokale heffingen Materieel

18.255 18%

Mutaties onderhandenwerk Overige inkomsten 71 669 0% 1%

Rente & Afschrijving Reserve mutaties Rijksbijdragen Subsidies en overdrachten

Begroting 2023

34

II - Paragrafen

Hendrik-Ido-Ambacht

Begroting 2023

35

Paragraaf 1. Weerstandsvermogen en risicoparagraaf Inleiding Om de financiële positie van de gemeente te kunnen beoordelen, moeten we ook de risico’s in kaart brengen. Deze paragraaf geeft inzicht in (mogelijke) risico’s voor de gemeente Hendrik-IdoAmbacht en de weerstandscapaciteit om die risico’s op te vangen. Het weerstandsvermogen is het vermogen om financiële risico’s op te kunnen vangen. De weerstandsratio is de weerstandscapaciteit gedeeld door de omvang van de risico’s. Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit algemene reserves en onbenutte belastingcapaciteit. Bestemmingsreserves en voorzieningen zijn in feite niet vrij beschikbaar en tellen niet mee voor de weerstandscapaciteit. In de Nota Reserves en Voorzieningen 2011 is het beleid voor het gewenste weerstandsvermogen vastgesteld. Onbenutte belastingcapaciteit De onbenutte belastingcapaciteit richt zich op de gemeentelijke heffingen: de OZB, de afvalstoffenheffing, het rioolrecht en de overige rechten. Er is sprake van onbenutte belastingcapaciteit wanneer het gemeentelijke OZB-tarief lager is dan het normtarief dat geldt voor artikel 12-gemeenten en/of wanneer de ander genoemde tarieven niet kostendekkend zijn. Voor een toelichting op de kostendekking verwijzen we naar de paragraaf Lokale Heffingen. Weerstandscapaciteit (x 1.000)

1-1-2022

1-1-2023

per inw.

Algemene reserves

21.941

25.304

789

Incidenteel beschikbaar

21.941

25.304

789

25

25

1

Afvalstoffenheffing

888

493

15

Riolering

-0

-0

-0

Opbrengst volgens art. 12 norm

8.059

7.874

246

Opbrengst volgens tarief HIA

5.786

6.352

198

Vrije ruimte

3.161

2.014

63

Marktgelden

31

62

2

Begraafplaatsen

-0

-0

-0

Wabo

804

985

31

Burgerzaken

755

824

26

overige leges

177

243

8

4.928

4.128

129

-

-

-

26.894

29.457

919

Beschikbaar voor "Onvoorzien" Onbenutte belastingcapaciteit

OZB

Totaal vrije ruimte belastingen Totaal weerstandsvermogen (Incidenteel + Structureel)

Hendrik-Ido-Ambacht

Begroting 2023

36

Risicobeleid De doelstellingen voor risicomanagement zijn:  tijdig inzicht krijgen in de risico’s en het beheersen van deze risico’s  het beperken van de gevolgen van risico’s;  het risicobewust maken, ter voorkoming van risico’s of het beperken van de gevolgschade;  de beoordeling van het weerstandsvermogen in het kader van de BBV. Definitie: In dit kader gaat het om financiële risico’s, dat wil zeggen: gebeurtenissen die onze vermogenspositie positief of negatief beïnvloeden. Het risico wordt daarbij nader geconcretiseerd met de formule “kans x impact”. Risico´s met een structureel karakter hebben structurele maatregelen nodig, zoals het afsluiten van verzekeringen, het treffen van voorzieningen, het bijsturen van de administratieve organisatie, het aanpassen van beleid en de begroting etc. Tegenvallers met een structureel karakter kunnen we incidenteel opvangen met het weerstandsvermogen, maar moeten vervolgens van structurele maatregelen worden voorzien. Exploitatierisico´s die samenhangen met een recessie worden daarom (incidenteel) gerekend tot de risico´s die relevant zijn voor het weerstandsvermogen: het risico op lagere rijksbijdragen, bijstandsverlening, bouwleges etc., maar moeten structureel worden aangepakt. Het bepalen van de risico’s is altijd een momentopname en moet daarom regelmatig worden herijkt (liefst binnen de P&C cyclus).

Bij de inventarisatie van de risico’s in deze paragraaf betreft het de actuele risico’s die relevant zijn voor het weerstandsvermogen. Dit zijn risico’s:  die niet op een andere manier zijn te ondervangen;  die een financieel nadelig gevolg kunnen hebben;  die relevant zijn (lees: risico van materieel belang);  die met redelijke zekerheid zich gaan voordoen en  niet direct beïnvloedbaar zijn. Voor de inventarisatie van de risico’s gelden de volgende criteria:  In het kader van het weerstandsvermogen zijn in principe alleen de financiële risico’s van toepassing waarvoor vooralsnog geen of onvoldoende beheersmaatregelen aanwezig zijn.  Voor invulling van het begrip ‘risico van materiële betekenis’ is gekozen voor een norm van 0,5% van de totale uitgaven van de gemeente, t.w. € 0,3 mln. Dus richten we ons op risico’s die een financiële impact kunnen hebben van € 0,3 miljoen of meer. Door clustering van een aantal kleinere risico’s binnen een programma, kan eventueel een al te strikt gebruik van deze minimum norm worden ondervangen.  Voor de beschouwing van de risico’s wordt een tijdshorizon gehanteerd van 4 jaar. De risicoberekening Per risico wordt op hoofdlijnen toegelicht wat het risico inhoudt. Vervolgens maken we op basis van de beschikbare informatie een inschatting over de omvang van het risico en de mate van zekerheid dat het risico zich voordoet.

De mate van zekerheid duiden we als volgt: zeer laag (10%), laag (30%), gemiddeld (50%) en hoog (80%). Daarnaast wordt bekeken of het risico structurele of incidentele gevolgen heeft.

Hendrik-Ido-Ambacht

Begroting 2023

37

Risico verbonden partijen Wij zijn eigenaar van een aantal verbonden partijen. Daardoor lopen wij ook indirecte risico's. Voor onze grote verbonden partijen maken we een inschatting welk risico wij als eigenaar in onze eigen risicoparagraaf moeten opnemen. Dit zijn:  De GR Sociaal: onze bijdrage is circa 14,9 miljoen (5,5%), waarvan 4,9 miljoen doeluitkering inkomensvoorziening (BUIG).  De bijdrage aan de gemeente Dordrecht voor het service onderdeel, de GBD, de OCD, Drechtsteden Dienstverlening, Boa's en de groei agenda is circa 5,4 miljoen  De OZHZ: onze bijdrage is circa 6 ton (2,2%).  De VRZHZ: onze bijdrage is circa 2,1 mln (5,4%).  De Dienst Gezondheid & Jeugd: onze bijdrage is zo’n 1,9 mln en SOJ 8,5 mln (6,5%).  Drechtwerk: onze (verlies) bijdrage is circa 2 ton (4% van de inwonerbijdragen).  Natuur- en recreatieschap IJsselmonde: circa 2 ton (16%). In de begrotingen van deze partijen zijn de risico's niet altijd in cijfers uitgedrukt en zeker niet opgeteld tot een gewogen gemiddelde. Inhoudelijk hebben veel risico’s een relatie met rijksmaatregelen en/of decentralisaties, m.n. op het gebied van sociale zekerheid. Extra aandacht gaat daarbij uit naar de (prognose van de) tekorten op de inkomensvoorziening bij de GRD/SDD en de verwachte tekorten bij de Serviceorganisatie van de DG&J. Ons risico schatten wij in als maximaal 10% van onze bijdragen.

Specifieke risico's We moeten extra rekening houden met de (grote) tekorten die verwacht worden bij de SDD en de Serviceorganisatie van de DG&J. Met beide organisaties is afgesproken dat ze moeten bijsturen om de groeiende kosten in de hand te houden. Het gaat daarbij om grote bedragen. Daarnaast is er zijn er weliswaar uiteindelijk méér middelen van het Rijk gekomen, maar wordt ook besproken over een gezamenlijke ombuigingsagenda. Voor dit onderdeel nemen we een extra risicopost van 10% op van de bijdragen SDD excl. BUIG en SOJ, bovenop de al eerder meegetelde 10 procent van onze totale bijdrage. Bij de verkoop van de aandelen in Eneco Groep N.V. (hierna Eneco) in 2020 is de koper gevrijwaard van de claim van de oud-aandeelhouders van REMU N.V. (hierna REMU). Samenvattend stelt REMU dat Eneco door het juridisch verzet tegen de Splitsingswet verhinderd heeft dat Eneco vóór 31 december 2010 geprivatiseerd is en dat REMU daardoor een contractueel afgesproken privatiseringsvergoeding niet ontvangen heeft. Eneco betoogt op hoofdlijnen dat Eneco, inclusief REMU, niet vóór 31 december 2010 verkocht is en dat de aandeelhouders daartoe ook geen plan hadden. De hoogte van claim bedraagt nominaal EUR 133 miljoen. De totale claim bedraagt het nominale bedrag vermeerderd met de wettelijke handelsrente vanaf 1 juli 2009.’ Ons aandeel in Eneco bedraagt slechts 0,45%.

De kans wordt als minimaal ingeschat. Conclusie verbonden partijen Alles tezamen resulteert een cumulatief bedrag van ongeveer € 2,9 miljoen algemeen en € 1,9 miljoen specifiek (i/s) met een hoge kans van optreden (80%) vanwege Corona. Beheersmaatregel: het actief bewaken in de ambtelijk en bestuurlijke overlegvormen. Risico Grondexploitaties Voor de grondbedrijf complexen geldt dat het niet alleen om negatieve, maar ook om positieve risico’s gaat. De begrote eindwaarde kan door marktrisico's immers zowel nadeliger als voordeliger uitvallen dan de prognose. Daarnaast zijn er verschillende mogelijkheden tot bijsturing, bijvoorbeeld in tempo, programmering etc. Ook eventuele subsidies kunnen een positief risico met zich meebrengen. Jaarlijks leggen we de risico’s van de lopende grondexploitaties ter kennisname

Hendrik-Ido-Ambacht

Begroting 2023

38

voor aan de raad in de geactualiseerde GREX’en. Als we een verlies voorzien, wordt een 'voorziening' gevormd. Voor de algemene en specifieke risico’s is een algemene reserve Grondbedrijf gevormd (en een 'voorziening' voor ons aandeel in het voorziene verlies De Volgerlanden). Grondexploitaties kennen algemene risico’s zoals rente- en prijsmutaties, tijdsplanningen en afzetrisico’s en specifieke projectrisico’s. Bovendien geldt dat de risico's in zo’n grex op basis van onderzoek zo goed mogelijk, maar enigszins voorzichtig worden geraamd. Hierdoor kunnen zowel voor- als nadelen optreden. Voor een uitgebreide toelichting op de Grex'en en risico’s verwijzen we naar de paragraaf Grondbeleid en de Grex'en zelf. Volgerlanden Deze concept Grex 2022 kent een klein positief verwacht saldo op netto contante waarde van 0,3 miljoen. Op basis van de laatste actualisatie en door de risicobeheersingsmethodiek die we hanteren, is voor de korte termijn (3 jaar) met 90% zekerheid een risicobuffer van 3,4 miljoen voldoende. Daarnaast is er per 1 jan. 2021 een nieuwe afspraak met de gemeente Zwijndrecht, zij delen niet meer in de risico's of eventueel verlies, maar wel in een eventuele winst.

Zij delen voor 50% in een winstsaldo na aftrek van de eventueel verschuldigde Vpb, de eerste 0,5 mln winst valt buiten de verdeling én bij de bepaling van het winstsaldo blijven 4 ton aan kosten warmtenet buiten beschouwing. Ambachtsezoom De Grex 2022 fase 1 kent een maximale risicobuffer van 1,5 miljoen (met 90% zekerheid), en een verwacht positief saldo van 2,9 miljoen (waarvan in 2021 voor 0,9 mln winst is genomen). Genieterrein-Waterbusplein De Grex 2022 kent een maximale risicobuffer van 0,1 miljoen (met 90% zekerheid), en een verwacht negatief saldo van 3,4 miljoen op netto contante waarde, dat door een voorziening is afgedekt. Conclusie grondexploitaties Om het gecombineerde risico te bepalen, moet ook rekening worden gehouden met de verwachte positieve resultaten. Dat is ten dele in de boeken verwerkt. Ons aandeel in het risico's Volgerlanden, Ambachtsezoom en Waterbusplein, minus het nog niet geboekte positieve resultaat Ambachtsezoom en Volgerlanden resulteert in een gecombineerd risico van 1,8 miljoen met een gemiddelde kans van optreden (50%). Risico Algemene uitkering / decentralisaties De effecten van rijksmaatregelen zijn voor de middellange termijn allerminst zeker. De macroeconomische ontwikkelingen zijn moeilijk te voorspellen, laat staan de bestuurlijke vertaling door het Rijk naar de uitkeringen voor gemeenten en/of verdeelmodellen.

Dat geldt in het bijzonder voor het sociale domein. Voor de drie decentralisaties Jeugdhulp, WMO en Participatiewet met hun kortingen zijn de effecten zorgwekkend, zowel voor het totaal als voor een individuele gemeente (het verdeelmodel). Deze middelen zijn onderdeel geworden van de algemene uitkering. De zogenaamde herijking van de algemene uitkering is nu ook verwerkt in deze meerjarenbegroting op basis van de meicirculaire 2022. Specifiek risico In de meicirculaire 2022 heeft het Rijk extra middelen voor Jeugdzorg ter beschikking gesteld tot het jaar 2023. De jaren erna zijn onzeker. Wij volgen hierbij de lijn van de provincie, t.w. - gemeenten mogen in de jaarschijven 2024 tot en met 2026 de middelen die op de aanvullende post zijn gereserveerd meenemen in hun meerjarenraming - daarnaast mogen gemeenten in hun begroting rekening houden met een besparing van €100 miljoen in 2024, €500 miljoen in 2025, € 500 miljoen in 2026 en vanaf 2027 € 511 miljoen structureel als gevolg van maatregelen die het Rijk zal uitwerken.

Hendrik-Ido-Ambacht

Begroting 2023

39

Conclusie algemene uitkering en doeluitkeringen In onze P&C instrumenten anticiperen we zo goed mogelijk op plannen van het Rijk (taakstellingen). Dat geldt ook voor eventuele herverdelingseffecten. Voor deze risicoparagraaf houden we rekening met een nadelig restrisico ter grootte van 5% van ons taakveld Algemene Uitkering = € 2,45 miljoen. Incidentele, algemene risico’s Naast de specifieke risico's kennen we ook incidentele, algemene risico's, zoals een beroep op onze achtergestelde garantieverstrekkingen. Deze bedragen in totaal circa € 54 miljoen. Ook een hogere loon- of prijsstijging dan geraamd valt hieronder: een omzet van circa € 100 miljoen, inclusief GREX’en en verbonden partijen. De kans bovenop de al eerder beschreven risico's wordt ingeschat op extreem laag, oftewel 1 procent. De gemeente is zelf verantwoordelijk voor de pensioenen van (oud-)wethouders, voor dit risico hebben we een voorziening gevormd. Recapitulatie Omdat de risico's van verbonden partijen en rijksuitkeringen semi-structureel zijn worden deze tweemaal meegeteld in de hierna opgenomen totaal telling. SAMENVATTING (x € 1.000)

BG 2022

BG 2023

Verbonden partijen algemeen

4.064

4.656

Verbonden partijen SDD en SOJ specifiek

2.816

2.973

1.075

900

Algemene uitkering en overige rijksbijdragen

2.200

2.450

Herijking gemeentefonds

1.600

0

Algemeen

1.460

1.540

Totaal risico's

13.215

12.519

Weerstandscapaciteit

26.894

29.457

2,0

2,4

Programma 1 - Sociaal, Welzijn en Educatie

Programma 2 - Ruimtelijke Ordening, Economie en Wonen Grondexploitaties Programma 4. Veiligheid, dienstverlening, bestuur en middelen

Weerstandsratio

Financiële kengetallen in relatie tot de financiële positie Hierna volgt een overzicht gegeven van de verplichte, financiële kengetallen afgezet tegen de normen van de VNG. Zoals bekend is onze schuldquote hoog door onze relatief grote grondexploitatie Volgerlanden. Tegelijkertijd zien we dat door ons voorzichtige, solide, financiële beleid de trend van alle financiële kengetallen positief is. Dat geldt ook voor onze weerstandsratio die we hiervoor berekend hebben. Wanneer we de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie bekijken, kunnen we concluderen dat de gemeente financieel gezond is. Recapitulatie

voldoende

onvoldoende

2023 2024 2025

2026

Netto schuldquote

<100%

>130%

101%

90%

77%

71%

Netto schuldquote gecorr. voor verstrekte leningen

<100%

>130%

98%

87%

74%

68%

Solvabiliteitsratio

>50%

<30%

27%

29%

32%

37%

Grondexploitatie

<50%

>100%

57%

38%

18%

-

Structurele exploitatieruimte

>0,6%

<0%

1,0% 3,7% 4,6%

1,5%

Hendrik-Ido-Ambacht

Begroting 2023

40

Belastingcapaciteit

<100%

>120%

118% 118% 118%

118%

Voor de gedetailleerde berekening van bovenstaande kengetallen wordt verwezen naar de bijlage. Beleidsindicatoren bedrijfsvoering

2023 2024 2025 2026

Formatie (fte per 1.000 inwoners)

2,9

2,9

2,8

2,7

Bezetting (fte per 1.000 inwoners)

2,7

2,6

2,6

2,5

Apparaatskosten per inwoner

385

380

376

364

Externe inhuur excl. VP (% totale loonkst + inhuur) 7,0% 6,4% 5,6% 5,0% Overhead (% van totale lasten excl. toev. reserves) 7,1% 7,2% 7,5% 9,1%

Hendrik-Ido-Ambacht

Begroting 2023

41

Paragraaf 2. Financiering Inleiding In deze paragraaf komen de onderwerpen aan de orde die behoren tot het geldstromenbeleid van de gemeente, zoals de stand van de leningen portefeuille, de rente ontwikkeling, de kasgeldlimiet en de garantstellingen. Het kader voor het geldstromenbeleid is het op 8 december 2015 door de gemeenteraad vastgestelde Financieringsstatuut en de algemene wet financiering decentrale overheden (Wet fido). Het uitgangspunt bij het aantrekken van vermogen is dat dit zo goedkoop mogelijk gebeurd door de kasgeldlimiet optimaal te benutten en zoveel mogelijk (goedkoop) kort vermogen wordt aangetrokken. Bij het aantrekken van lang geld proberen we zoveel mogelijk te anticiperen op de meerjarige kapitaalbehoefte en het spreiden van rente risico's. Rente ontwikkelingen De tarieven op de geldmarkt (kortlopende leningen) zijn in 2022 wat opgelopen. Dit komt doordat de ECB renteverhogingen heeft aangekondigd in juli en september. Daarmee zou de rente op kortlopende leningen positief worden. De kapitaalmarktrentes (looptijden langer dan een jaar) vertoonden in de eerste helft van 2022 een sterke opgaande ontwikkeling. Al deze ontwikkelingen worden veroorzaakt door de hoge inflatie en de verwachting dat de ECB de rente verder gaat verhogen. De rente voor 10-jarige staatsleningen is medio juli gestegen naar een niveau van 1,45%.

Banken berekenen bij het verstrekken van langjarige financiering liquiditeitsopslagen bovenop de IRSniveaus. Voor bijvoorbeeld een 10-jaars lening bedraagt deze opslag medio juli 2022 circa 0,12% (12 basispunten). Het afgelopen jaar heeft de rente zicht als volgt ontwikkeld:

Hendrik-Ido-Ambacht

Begroting 2023

42

Langlopende leningen De totale gemeentelijke langlopende leningenportefeuille valt in twee delen uiteen, te weten een deel voor de Algemene Dienst en een deel voor De Volgerlanden. Mede op grond van de liquiditeitenplanning wordt voor 2023 het volgende verloop van de leningenportefeuilles voorzien: Voor 2023 verwachten we een langlopende lening aan te trekken van 10 miljoen euro voor de algemene dienst. Voor dit jaar verwachten we ook nog een lening van 10 miljoen euro aan te trekken. De aflossingen van de leningen voor De Volgerlanden kunnen volgens de meest recente grondexploitatie opgebracht worden door de grondverkopen in 2023. Conclusie: In verhouding tot de grootte van de gemeente kennen wij met het project De Volgerlanden een bijzonder grote grondexploitatie, waardoor onze gemeente een hoge schuldquote kent (zie voor de kengetallen in de paragraaf 1. Weerstandsvermogen). Nu dit project vergevorderd is, neemt onze schuldpositie en schuldquote flink af. Voor een gedetailleerd meerjarenoverzicht van al onze geldleningen wordt verwezen naar de bijlagen, daarin is te zien dat we eind 2026 circa 40 miljoen aan langlopende geldleningen verwachten. Verwachte leningenportefeuille

Stand per

Algemene Dienst

Nieuwe lening

Aflossingen

Stand per

1-1-2023

2023

2023

31-12-2023

€ 55.250

€ 10.000

€ 15.625

€ 49.625

De Volgerlanden

€ 29.667

€-

€ 2.333

€ 27.334

Totaal

€ 84.917

€ 10.000

€ 17.958

€ 76.958

Renterisico korte termijn: de kasgeldlimiet De externe financieringsbehoefte wordt ingevuld met kortlopende en langlopende leningen. Bij het aantrekken van kortlopende geldleningen met een looptijd tot 1 jaar, dient rekening gehouden te worden met de kasgeldlimiet, gemaximeerd in de Wet FIDO. De kasgeldlimiet is gelijk aan 8,5% van het begrotingstotaal. De Wet fido bepaalt ook dat maximaal drie achtereenvolgende kwartaaloverschrijdingen zijn toegestaan. Oogmerk van het door de servicegemeente uit te voeren gemeentelijke saldobeheer is om de limietruimte optimaal te benutten. Berekening kasgeldlimiet

Begrotingstotaal 2023 Limiet 8,5% van Totaal begroting

Bedragen x € 1.000 1e kwartaal

2e kwartaal

3e kwartaal

4e kwartaal

€ 102.000 € 8.670

€ 8.670

€ 8.670

€ 8.670

Gemiddeld. netto vlottende schuld (+) of gemiddeld netto vlottend overschot (-)

€ 8.670

€ 4.000

€ 6.000

€ 7.000

€ 6.000

Ruimte (+) c.q. overschrijding (-)

€ 4.670

€ 2.670

€ 1.670

€ 2.670

Renterisico lange termijn: de rente risico norm De Wet fido definieert vaste schuld als opgenomen geldleningen met een rentetypische looptijd groter of gelijk aan 1 jaar. Met de renterisiconorm biedt de Wet fido een richtsnoer om renteaanpassingen van financieringen en beleggingen goed in de tijd te spreiden. De norm heeft als doel om het toekomstig renterisico op de lange financiering te beperken door spreiding in de aflossingen en renteherzieningen af te dwingen. Deze norm bedraagt 20% van het begrotingstotaal. Uit deze tabel blijkt dat de gemeente in 2023 de renterisiconorm niet zal overschrijden.

Hendrik-Ido-Ambacht

Begroting 2023

43

Rente Risico Norm Renterisico's Renteherzieningen

Bedragen x € 1.000 2023

2024

2025

2026

€-

€-

€-

€-

Aflossingen

€ 16.958

€ 17.458

€ 15.458

€ 16.625

Renterisico

€ 16.958

€ 17.458

€ 15.458

€ 16.625

€ 102.000

€ 101.000

€ 97.000

€ 79.000

20%

20%

20%

20%

Renterisiconorm

€ 20.400

€ 20.200

€ 19.400

€ 15.800

Toetsing aan norm:

€ 3.442-

€ 2.742-

€ 3.942-

€ 825

Berekening renterisiconorm Begrotingstotaal 2023-2026 Percentage regeling

Liquiditeitsrisico Liquiditeitsrisico is het risico dat de gemeente vanwege een tekort aan geldmiddelen niet meer aan haar verplichtingen kan voldoen. Voor de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht is dit risico beperkt, onder meer vanwege een met de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) per 1 januari 2019 herziene kredietlimiet van € 8 miljoen. Kredietrisico's De gemeente Hendrik-Ido-Ambacht loopt kredietrisico op verstrekte geldleningen en leningen waarop een borgstelling is afgegeven. Het totaalbedrag aan verstrekte geldleningen per eind 2023 is: • Leningen aan woningcorporatie Rhiant: € 0,04 miljoen • Woningfinancieringen gemeentepersoneel: € 1,7 miljoen • Veiligheidsregio ZHZ (kazerne): € 1,2 miljoen • Startersleningen: € 0,1 miljoen • Lening VVOG: € 0,2 miljoen • Totaal: € 3,2 miljoen Daarnaast staat de gemeente per 31 december 2023 voor € 52,6 miljoen garant. • aan directe borgstellingen € 8,6 miljoen. Deze zijn verstrekt aan 2 organisaties: o HVC Alkmaar (1,14 procent-belang; "getrapt" via GR Gevudo): € 8,7 miljoen o Woningstichting Rhiant € 1,8 miljoen (1 lening) • aan indirecte borgstelling € 44,0 miljoen, dat heeft betrekking op de achtervangpositie in het Waarborgfonds Sociale Woningbouw. Gezien de zekerheidsstructuur rond de WSW is aan deze garantstellingen een relatief laag risico verbonden.

Voor de specificatie van de door de gemeente gewaarborgde leningen wordt verwezen naar de Staat van gewaarborgde geldleningen. Schatkistbankieren Bij het verplicht schatkistbankieren mag de gemeente een bedrag van 2,0 procent van het begrotingstotaal buiten de Schatkist houden, het zogenoemde drempelbedrag. Het drempelbedrag mag als gemiddeld creditbedrag per kwartaal niet overschreden worden. Wanneer

Hendrik-Ido-Ambacht

Begroting 2023

44

de gemeente het drempelbedrag overschrijdt dient het meerdere afgestort te worden in s Rijks Schatkist. Over dit saldo wordt op dit moment geen rente vergoed. Berekening drempel Begrotingstotaal

€ 102.000

Relevant percentage

2,00%

Drempelbedrag (afgerond)

€ 2.040.000

Rente toerekening Voor de interne doorberekening van de rentekosten naar de investeringen hanteren we in de begroting een omslagrente van 0,5 %. Berekening rente omslag percentage

1-1-2023

Boekwaarde investeringen per 1/1

155.585.082

-

- grex Volgerlanden en het voorzien verlies

-46.736.215

-

A. Totaal boekwaarde

108.848.867

-

AF: Boekwaarde investeringen niet in omslag betrekken

-14.283.643

-

B. Boekwaarde waarover rente wordt verdeeld

94.565.225

-

C. Totaal financiering

112.964.459

-

D. Financieringstekort + of overschot - (A-C)

-4.115.592

-

E. Totale rentelasten

-

854.854

AF: Rente niet in omslag te betrekken:

-

-70.503

F. Te verdelen rente

-

784.351

Werkelijk percentage omslagrente is F/ B *100

-

0,83%

Afgerond percentage omslagrente*

-

0,50%

rentetarief grex (VV/BT * gewogen %)

-

0,72%

Hendrik-Ido-Ambacht

Begroting 2023

45

Paragraaf 3. Lokale heffingen Inleiding Lokale heffingen kunnen we onderverdelen in gebonden en ongebonden heffingen. Gebonden wil zeggen dat de besteding is gekoppeld aan een direct aanwijsbare tegenprestatie van de gemeente. Dit zijn retributies (bijvoorbeeld leges, marktgeld) of bestemmingsheffingen (bijvoorbeeld afvalstoffenheffing, rioolheffing). Deze heffingen worden verantwoord op de desbetreffende gemeentelijke programma’s en worden niet tot de algemene dekkingsmiddelen gerekend. Ongebonden lokale heffingen zijn zogenaamde zuivere belastingen. De opbrengsten hieruit kunnen door de gemeenteraad vrijelijk worden ingezet. Het gaat hierbij om de onroerendezaakbelastingen (OZB) en hondenbelasting. Deze heffingen behoren tot de algemene dekkingsmiddelen. Deze paragraaf bevat conform artikel 10 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV): a. het beleid ten aanzien van de lokale heffingen; b. de geraamde inkomsten; c. een duiding van de lokale lastendruk en tarieven; d. een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen plus kostendekkendheid; e. een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid.

Ontwikkelingen en rijksbeleid Herziening gemeentelijk belastinggebied In het Coalitieakkoord 2021 – 2025 “Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst” is opgenomen dat partijen een nieuwe financieringssystematiek voor medeoverheden voor de periode na 2025 willen uitwerken. Een en ander om een stabielere financiering voor de medeoverheden te realiseren en hun autonomie te vergroten. Daarbij wordt ook de mogelijkheid voor een groter gemeentelijk belastinggebied betrokken, inclusief alternatieven voor OZB. Vervangen macronorm OZB door benchmark lokale lasten Vanaf 2020 is de macronorm OZB vervangen door de jaarlijkse benchmark, waarin naast de ozb ook de riool- en afvalstoffenheffing worden vergeleken. De benchmark beoogt door middel van meer vergelijking, de informatievoorziening over de ontwikkeling van de lokale lasten te bevorderen. De benchmark vergelijkt voor alle gemeenten binnen een provincie de hoogte van de woonlasten voor meerpersoonshuishoudens met een koopwoning. De woonlasten zijn de som van de gemiddeld betaalde ozb, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing minus een eventuele heffingskorting. Hierna is deze benchmark voor 2022 opgenomen uit de Coelo atlas 2022. De landelijke evaluatie van de benchmark staat gepland voor 2025. Ook zal gekeken worden naar de relatie tussen de afschaffing van de macronorm en de ontwikkeling van de lokale woonlasten.

Hendrik-Ido-Ambacht

Begroting 2023

46

Ondernemersfonds Onroerendezaakbelastingen (OZB) De OZB zijn na de uitkering uit het Gemeentefonds de belangrijkste inkomstenbron en bestaan uit een eigenarenbelasting voor zowel woningen als nietwoningen en een gebruikersbelasting voor de niet woningen. De opbrengst vloeit naar de algemene middelen van de gemeente. Daarnaast is een gedeelte, namelijk € 157.000 in 2023, bestemd voor het Ondernemersfonds. Dit bedrag komt tot stand door een extra verhoging van de OZB-belasting op niet-woningen voor eigenaren en gebruikers (sinds 2016). Dit betreft wel een voorlopige berekening, het definitieve bedrag wordt vastgesteld bij de vaststelling van de verordeningen in december. De gemeente keert de opbrengst als subsidie uit aan de Stichting Ondernemersfonds, die deze als 'trekkingsrecht' alloceert aan de gebieden of sectoren evenredig met wat deze opgebracht hebben. Overzicht belastingopbrengsten en belastingdruk Onderstaande tabel geeft een overzicht met de opbrengsten. De verschillen worden op de eerste plaats veroorzaakt door indexatie en groei van de gemeente. Bij de afvalstoffenheffing vindt een gedeeltelijke doorbelasting plaats van de (rijks)afvalstoffenbelasting. In het begrotingsjaar is circa 15% van de inkomsten van de gemeente afkomstig uit lokale heffingen. De lokale heffingen vormen daarom een belangrijke inkomstenbron voor de gemeente.

Hendrik-Ido-Ambacht

Begroting 2023

47

Belastingopbrengsten (x € 1.000)

JR 2021

BG 2022

BG 2023

perc van totaal

4.554

5.786

5.429

37%

Hondenbelasting

190

195

198

1%

Precariobelasting

539

0

0

0%

5.283

5.981

5.627

39%

Afvalstoffenheffing

3.954

4.245

4.669

32%

Rioolheffing

2.349

2.408

2.593

18%

Algemene dekkingsmiddelen (ongebonden heffingen) Onroerende-zaakbelastingen

Subtotaal Gebonden heffingen

Lijkbezorgingsrechten Bouwleges Burgerzaken + overige leges

562

491

523

4%

1.673

736

755

5%

456

394

383

3%

Marktgeld

36

47

50

0%

Subtotaal

9.030

8.321

8.973

61%

TOTAAL

14.313

14.302

14.600

100%

2019

2020

2021

2022

2023

Gemiddelde WOZ-waarde

255.000

281.000

309.000

337.000

392.000

OZB-eigenaar

306,51

311,34

325,37

328,23

348,58

Afvalstoffenheffing (meerpers.)

326,16

334,56

350,64

373,68

404,16

Rioolheffing eigenaar

122,64

125,76

128,52

130,31

138,38

Rioolheffing gebruiker (meerpers.)

56,88

58,32

59,52

60,24

63,96

Ontwikkeling lastendruk

812

Belastingdruk

% stijging tov vorig jaar

830

864

892

955

2,2%

4,1%

3,3%

7,0%

Toelichting Tot de lokale woonlasten worden gerekend de OZB, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Deze heffingen bepalen het grootste deel van de gemeentelijke opbrengsten en bepalen daarmee ook grotendeels de lokale lastendruk. De gemiddelde woonlast O.Z.B. is berekend door de gemiddelde WOZ-waarde (kolom 2023 is een voorlopige schatting) te vermenigvuldigen met het geldende tariefpercentage. Onroerendezaakbelastingen (OZB) De OZB is na de Algemene Uitkering uit het gemeentefonds de belangrijkste inkomstenbron voor de gemeente. De OZB bestaat uit een eigenarenbelasting voor zowel woningen als niet-woningen en een gebruikersbelasting voor niet-woningen (bedrijven, enz.). De gemeenteraad bepaalt de tarieven en daarmee de door belastingplichtigen te betalen belasting. De heffingsgrondslag is de waarde van de onroerende zaak. Deze wordt vastgesteld op basis van de Wet waardering onroerende zaken (WOZ). Voor 2023 gelden de WOZ-waarden met als waardepeildatum 1 januari 2022. De verschuldigde OZB is een percentage van de waarde van de onroerende zaak. Afvalstoffenheffing Afvalstoffenheffing wordt geheven om de kosten voor het inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval te dekken. Wettelijk uitgangspunt is dat de opbrengst niet hoger mag zijn dan de kosten voor inzameling en verwerking van het huishoudelijk afval.

Rioolheffing Met ingang van 2010 hebben gemeenten de mogelijkheid gekregen om de kosten voor het hemel- en

Hendrik-Ido-Ambacht

Begroting 2023

48

grondwater en het afvalwater te verhalen via de rioolheffing. Welke kosten via de rioolheffing worden verhaald wordt in het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) vastgesteld. Hondenbelasting De Gemeentewet regelt dat gemeenten een belasting mogen heffen op het houden van honden. De hondenbelasting is een zuivere belasting die, net als de onroerendezaakbelasting, naar de algemene middelen van de gemeente vloeit. In onze gemeente is een relatie tussen de opbrengst en de voorzieningen die voor honden worden gerealiseerd. Vanaf 2023 wordt het tarief voor een tweede hond of meer gelijkgetrokken met de eerste hond. Hiervoor was het tarief van de tweede hond of meer hoger dan de eerste. Precariobelasting Precariobelasting wordt geheven over de kabels, buizen en leidingen van nutsbedrijven die in gemeentegrond liggen. Op 1 juli 2017 is wetgeving in werking is getreden die bepaalt dat gemeenten geen precariobelasting meer kunnen heffen over netwerken van nutsbedrijven. Er is wel een overgangsregeling. Gemeenten die op 10 februari 2016 een tarief hadden voor nutsnetwerken kunnen tot 2022 precariobelasting blijven heffen. Hierbij geldt wel dat die gemeenten over de resterende jaren maximaal het tarief in rekening kunnen brengen dat gold op 10 februari 2016. Tarieven In het algemeen zijn de woonlasten voor 2023 zijn met 6,2% geïndexeerd.

Het tarief van de OZB daalt de laatste jaren om de stijging van de WOZ-waarde te compenseren. Het tarief van de afvalstoffenheffing is met ingang van 2021 iets extra verhoogd om de kosten van de rijks afvalstoffenbelasting in 3 jaar / in 3 stappen te compenseren. Voor de rioolheffing betalen eigenaren van panden een vast bedrag per jaar. Hierbij is de situatie van 1 januari bepalend. Daarnaast betalen ook gebruikers van panden rioolheffing. De OZB percentages voor 2023 kunnen pas definitief worden berekend wanneer de stijging of daling van de WOZ-waarden bekend zijn, deze zijn op dit moment onvoldoende bekend. In de tabel is een voorlopig tarief opgenomen. De verwachte stijging van de waarde van de woningen, leidt tot aanpassing van het tarief. Hierdoor geeft een stijging van de waarde, geen stijging van de belastingen. Met de jaarlijkse voorstellen tot wijziging van de belastingverordeningen, worden de nieuwe tarieven voorgelegd. Op dat moment zijn de stijgingen van de WOZ-waarden bekend en kan het nieuwe tarief berekend worden.

Hendrik-Ido-Ambacht

Begroting 2023

49

O.Z.B.

2020

2021

2022

2023

Eigenaar woning

0,1108

0,1088

0,0974

n.n.b.

Eigenaar niet-woning

0,2579

0,2593

0,2808

n.n.b.

Gebruiker niet-woning

0,2039

0,2093

0,2288

n.n.b.

Afval

2020

2021

2022

2023

Meerpersoons

334,56

350,64

373,68

404,16

Eenpersoons

235,44

246,72

265,20

288,96

2,6%

4,8%

7,0%

8,5%

Stijging

Riool

2020

2021

2022

2023

Eigendom

125,76

128,52

130,31

138,38

Gebruik meerpersoons

58,32

59,52

60,24

63,96

Gebruik eenpersoons

29,16

29,76

30,12

31,92

Stijging

2,5%

2,1%

1,3%

6,2%

Honden

2020

2021

2022

2023

Tarief 1ste hond

122,64

125,28

126,96

134,76

Tarief 2e e.v. hond

201,24

205,56

208,44

134,76

Tarief kennel

730,80

746,88

757,32

804,24

Vergelijking andere gemeenten Om inzicht te krijgen in het algemene verloop van de hoogte van de woonlasten (OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing) is het goed een vergelijking met andere gemeenten te maken. Ook het landelijk gemiddelde is hierin opgenomen. Deze gegevens zijn gebaseerd op de actuele gegevens van de Digitale Atlas van de lokale lasten 2022 van COELO op www.coelo.nl en geven de woonlasten voor een meerpersoonshuishouden weer op basis van de gemiddelde WOZ-waarde van een koopwoning.

Hendrik-Ido-Ambacht

Begroting 2023

50

Gemeente

Gemiddelde tarief WOZwaarde

OZB

OZB eigenaar

Rioolheffing Afvalstoffen Totaal eig/gebr

heffing

Rangnr. meerp.huish.

Dordrecht

308.000 0,0974

300

205

313

818

60

Sliedrecht

311.000 0,0751

234

277

316

827

69

Alblasserdam

326.000 0,1084

353

159

358

870

123

Hardinxveld-G'dam

332.000 0,1101

365

217

319

901

158

Hendrik-Ido-Ambacht

375.000 0,0974

365

191

374

930

200

Zwijndrecht

315.000 0,0957

301

306

373

980

256

Papendrecht

324.000 0,1257

407

161

420

988

264

Landelijk gemiddelde

409.000 0,0978

380

207

317

904

De indicatie in de laatste kolom betekent hoe lager het rangnummer hoe lager de woonlasten.

Kwijtschelding Als een belastingplichtige als door financiële omstandigheden niet in staat is een belastingaanslag geheel of gedeeltelijk te betalen, kan kwijtschelding worden verleend. De regels voor het toekennen worden bepaald door de rijksoverheid. Deze regels komen erop neer dat kwijtschelding mag worden verleend aan belastingplichtigen die een inkomen hebben dat niet hoger ligt dan 90% van de bijstandsnorm. Gemeenten mogen deze inkomensgrens verruimen naar 100% van de bijstandsnorm. Onze gemeente hanteert de zogeheten 100%-norm, wat betekent dat inwoners met een inkomen op bijstandsniveau in principe voor kwijtschelding in aanmerking komen. Er vindt ook een vermogenstoets plaats. Een groot deel van de kwijtscheldingen wordt geautomatiseerd getoetst om op deze manier de administratieve lasten voor de burger te verminderen en de afhandeltermijn te verkorten. Gemeenten mogen zelf bepalen voor welke belastingen kwijtschelding wordt verleend. De bedragen aan kwijtschelding zijn: (x € 1.000)

JR 2021

Begroting 2022

Begroting 2023

Rioolheffing

20

23

24

Afvalstoffenheffing

132

139

148

Totaal

152

162

172

Hendrik-Ido-Ambacht

Begroting 2023

51

Kostendekking kostendekkendheid Kosten taakveld incl kwijtschelding mutatie reserve

riool

afval

begraven

markt

bouwleges

burgerzk

overig

1.825.072

4.342.072

626.167

88.853

841.183

985.224

148.069

420.967

-

-158.025

-

-

-

-

Inkomsten excl. heffingen

-114.086

-191.399

-165.126

-6.811

-

-

-

Netto kosten taakveld

2.131.953

4.150.673

303.016

82.042

841.183

985.224

148.069

261.146

196.158

219.976

12.760

869.099

140.139

173.820

Overige toe te rekenen kosten: Overhead b.t.w.

199.900

814.966

-

17.229

29.462

2.920

-

Totale kosten (a)

2.593.000

5.161.797

522.992

112.030

1.739.744

1.128.283

321.889

Opbrengst heffingen (b)

2.593.000

4.669.000

522.992

50.435

754.904

303.943

78.606

-

492.797

-

61.595

984.840

824.340

243.283

100%

90%

100%

45%

43%

27%

24%

Onbenut Dekking (b/a*100)

Hendrik-Ido-Ambacht

Begroting 2023

52

Paragraaf 4. Onderhoud kapitaalgoederen Inleiding Wegen, riolering, water, openbaar groen, gebouwen en afvalinzamelvoorzieningen vormen niet alleen belangrijke schakels in de gemeentelijke infrastructuur, maar leveren ook een belangrijke bijdrage aan de leefbaarheid van de gemeente. Ze hebben daarmee waarde voor de bereikbaarheid, de economie, de omgevingskwaliteit en de veiligheid. Om die waarde duurzaam en efficiënt in stand te houden, is een systematisch en planmatig beheer noodzakelijk. Het beheer is dan ook gericht op het duurzaam in stand houden van de gemeentelijke voorzieningen. Dit houdt in dat we kapitaalgoederen op een zodanige manier onderhouden dat tegen zo beperkt mogelijke kosten de voorzieningen voortdurend goed functioneren en er geen kapitaalvernietiging plaatsvindt. Uitgangspunt voor het gewenste kwaliteitsniveau is dat de veiligheid en begaanbaarheid van de openbare ruimte op voldoende wijze gewaarborgd blijven en daar waar mogelijk een vorm van burgerparticipatie wordt ingebouwd. Volgens het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV), artikel 12, lid 2, moet in de begroting over het onderhoud van kapitaalgoederen worden aangegeven: 1. het actueel beleidskader (met betrekking tot beheerplannen: wanneer vastgesteld of geactualiseerd); 2. het van toepassing zijnde kwaliteitsniveau; 3.

de vertaling van de financiële consequenties van het vastgestelde kwaliteitsniveau in de begroting. Voor het beheer zijn beheersystemen beschikbaar om de beheertaak te ondersteunen en om goede financiële ramingen te maken. De beheersystemen hebben als doel het beheer binnen vastgestelde kwalitatieve normen zo effectief en efficiënt mogelijk in te richten. Dat betekent: op het aan te houden kwaliteitsniveau gerichte maatregelen op de juiste plaats en op de juiste momenten tegen de laagst mogelijke kosten. Bij het bepalen van prioriteiten worden risico's afgewogen. In de beleidsplannen worden alle afwegingen en de consequenties daarvan inzichtelijk gemaakt. Op deze wijze komen wij tot effectief en efficiënt beheer. Leidend voor het daadwerkelijke onderhoudsprogramma zijn de resultaten van de jaarlijkse inspecties van kapitaalgoederen. Voor de financiële aspecten van het beheer wordt verwezen naar de programma's (met name "3. Buitenruimte") en de staat 'reserves en voorzieningen' (reserve Wegen en voorziening Riolering). Kapitaalgoederen Onderstaand overzicht geeft de actuele beleid- en beheerplannen weer. In de beleidsplannen zijn de kaders en ambities opgenomen. De beheerplannen geven aan hoe het beheer en onderhoud wordt uitgevoerd.

Hendrik-Ido-Ambacht

Begroting 2023

53

Onderdeel openbare ruimte 1. Wegen

Beleid- en beheerplan

Vastgesteld

Planning/ actualisering

Beleidsplan wegenbeheer 2013-2023

13-5-2013

2023

Wegenbeheerplan (inclusief civiele kunstwerken, verkeersvoorzieningen en straatmeubilair) 2022 -2026

10-5-2022

2026

Mobiliteitsplan 2021-2030

8-11-2021

2030

Beleidsplan openbare verlichting 2020-2024

7-10-2019

2024

Beheerplan openbare verlichting 2021-2025

10-5-2022

2025

Beleidsplan infrastructurele kunstwerken 2015-2023

12-01-2017

2023

Beleidsplan verkeersvoorzieningen 2015-2023

25-08-2015

2023

Beleidsplan straatmeubilair 2015-2023

25-08-2015

2023

2. Riolering

Gemeentelijk rioleringsplan (GRP) 2019-2023

3-12-2018

2023

3. Water

Baggerplan 2019

8-7-2019

2024

Beheer- en onderhoudsplan oeverbeschermingen 2018-2026

5-3-2018

2026

Beeldkwaliteitsplan Groen 2015-2019

1-12-2016

2023

Beleidsplan bomen 2019-2033

3-12-2018

2033

Groenstructuurplan 2013- 2023

21-5-2013

2023

Groenbeheerplan plus 2022-2026

15-3-2022

2026

4. Openbaar groen

Beleidsplan begraafplaatsen 2020-2030

2-3-2020

2030

Beheerplan begraafplaatsen 2009-2014

17-3-2008

2022

Speelruimteplan 2020-2030

15-6-2020

2030

Beheerplan speelvoorzieningen 2021-2026

8-3-2022

2026

5. Gebouwen

Meerjaren onderhoudsplannen gemeentelijke gebouwen 2022-2026

24-5-2022

2026

6. Afvalinzameling

Grondstoffenbeleidsplan 2019-2023; uitwerking in Implentatieplan recycle-tarief 2024

7-2-2022

2025

Zwerfafval- uitvoeringsplan 2019-2023

2-7-2019

2023

Hendrik-Ido-Ambacht

Begroting 2023

54

Onderwerp

Kerncijfers

Wegen

Totaal areaal 1.508.000 m2 Asfalt 411.835 m2 Elementen 1.080.331 m2 Half verharding (wandelpaden) 16.356

Kunstwerken

Bruggen, duikers, viaducten en onderdoorgangen (tunnels) 89 Overige kunstwerken 86

Riolering

Vrijverval riolering gemengd riool: 57 km vuilwaterriool: 51 km regenwaterriool: 66 km drainage: 13 km totaal: 188 km Rioolgemalen

rioolgemalen: 27 in beheer van het waterschap: 2 Drukrioleringen pompunits: 123 drukriolering: 26 km Peilbuizen 33 Lengte watergangen 31 km Groen

Aantal bomen 13.065 Gras (gazon, grasveld, ruwgras) 851.864 Plantsoen (beplanting) 150.530 Bosplantsoen 98.831 m2 Aantal speelplekken 145

Gebouwen

Aantal gebouwen in onderhoud (incl. zwembad) 14

Afval

Aantal molsystemen (ondergrondse afval inzamelsysteem) 671 Aantal afvalbakken 485

Verlichting

Aantal lichtpunten 7561

Hendrik-Ido-Ambacht

Begroting 2023

55

Toelichting 1. Wegen 1.A Wegenbeheer Wat gaan we in 2023 doen? Volgend jaar willen we het onderhoud aan de verhardingen van Kruiswiel fase 5 (gelijktijdig met de rioolwerkzaamheden) uitvoeren en de Amandelgaarde en de Bramengaarde onderhouden. Daarnaast zullen nog (integrale) onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd worden naar aanleiding van de inspectieresultaten van de laatste weginspectie maar hier is op dit moment nog geen zicht op. Beleidskader De algemene doelstelling voor het wegbeheer is het voeren van een duurzaam wegbeheer waarbij de veiligheid voor de verkeersdeelnemers in stand wordt gehouden. Comfort en aanzien van de weg spelen hierbij een beperkte rol. Uitgangspunt van het wegbeheer is het in 2022 vastgestelde Beheerplan Wegen 2022 t/m 2026. 1.B Verkeer en vervoer Wat gaan we in 2023 doen? In 2021 hebben we het Mobiliteitsplan 2021-2030 opgesteld. In het Mobiliteitsplan staat hoe wij in Hendrik-Ido-Ambacht in de periode 2021-2030 om willen gaan met autoverkeer, langzaam verkeer (o.a. voetgangers en fietsen), openbaar vervoer, parkeren, verkeersveiligheid en duurzaamheid (o.a. elektrische auto en fiets). Bij het Mobiliteitsplan is een uitvoeringsplan opgesteld waarin de onderzoeken en maatregelen zijn opgenomen die we de komende jaren gaan uitvoeren. Beleidskader De raad heeft in december 2021 het Mobiliteitsplan 2021-2030 vastgesteld.

Hierin zijn de kaders opgenomen voor het beleid voor de komende jaren. Naast het mobiliteitsplan zijn er ook andere beleidsplannen voor het verkeer in Hendrik-Ido-Ambacht. Hierbij valt te denken aan het "actieplan geluid" en de "beleidsregels oplaad infrastructuur elektrische voertuigen gemeente Hendrik-IdoAmbacht". 1. C Openbare verlichting Wat gaan we in 2023 doen? In 2019 is het nieuwe beleidsplan vastgesteld met daarbij een budget per jaar voor het vervangen en het verduurzamen van ons areaal. In 2023 gaan we verder met het vervangen van de armaturen en masten zoals vastgesteld in het beleidsplan. Beleidskader In 2019 is het Openbare Verlichting 2020-2024 door de raad vastgesteld. 1.D Infrastructurele kunstwerken Wat gaan we in 2023 doen? In 2023 vervangen we de brug tussen de Groenewaal en het Jaagpad en de damwand langs De Hil (ter hoogte van de Ring). Ook de damwand langs Burgemeester Hofplein is aan vervanging toe, op deze locatie onderzoeken we de mogelijkheid om natuurvriendelijke oevers toe te passen in 2023. Beleidskader Binnen de openbare ruimte bevinden zich infrastructurele kunstwerken die de kruising van (water)wegen of andere natuurlijke barrières mogelijk maken. Dit zijn onder andere bruggen, duikers, keermuren, trappen, tunnels en viaducten. Het huidige beleid is erop gericht de kunstwerken op het kwaliteitsniveau "basis" te onderhouden.

Uitgangspunt is een zodanig kwaliteitsniveau dat de kunstwerken en bruggen naar behoren functioneren en er dus geen sprake is van achterstallig onderhoud of gevaarlijke situaties. Bij het beheer heeft het voorkomen van

Hendrik-Ido-Ambacht

Begroting 2023

56

gevaarlijke situaties eerste prioriteit. Tweede prioriteit is zorg dragen voor het goed functioneren van de voorzieningen, gevolgd door het wegwerken van eventueel achterstallig onderhoud. 1.E Verkeersvoorzieningen Wat gaan we in 2023 doen? De verkeersvoorzieningen zijn in 2021 geïnspecteerd en de gegevens hiervan zijn verwerkt in een uitvoeringsplan voor 2022 t/m 2026. Hierbij wordt zoveel mogelijk aangesloten op integrale projecten. Daarnaast voeren we het reguliere onderhoud uit. Beleidskader In 2022 is het Beheerplan Wegen 2022 t/m 2026 vastgesteld. Het uitvoeringsplan Verkeersvoorzieningen is hiervan een onderdeel. Verkeersvoorzieningen zoals verkeersborden, straatnaamborden, ANWB-bebording, schrikhekken en verkeerspalen zijn onderdeel van de openbare ruimte. Vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid, bruikbaarheid en aanzien worden deze onderdelen beheerd en onderhouden volgens het beheerplan. De verkeersvoorzieningen worden op het basisniveau onderhouden, waarbij niet meer wordt uitgegaan van een kwaliteitsdifferentiatie per gebied. Reden hiervoor is dat verkeersvoorzieningen qua plaatsing, beheer en onderhoud moeten voldoen aan wettelijke bepalingen en landelijke richtlijnen. In het beheerplan zijn uitgangspunten voor de verkeersvoorzieningen geformuleerd.

1.F Straatmeubilair Wat gaan we in 2023 doen? Het straatmeubilair is in 2021 geïnspecteerd en de gegevens hiervan zijn verwerkt in een uitvoeringsplan voor 2022 t/m 2026. Hierbij wordt zoveel mogelijk aangesloten op integrale projecten. Daarnaast voeren we het reguliere onderhoud uit. Beleidskader In 2022 is het Beheerplan Wegen 2022 t/m 2026 vastgesteld. Het uitvoeringsplan Straatmeubilair is hiervan een onderdeel. Straatmeubilair zoals banken, afvalbakken, fietsenstallingen en abri's is een wezenlijk onderdeel van de openbare ruimte. Vanuit het oogpunt van veiligheid, bruikbaarheid en aanzien worden deze onderdelen beheerd en onderhouden. Periodiek worden de beleids- en beheerplannen "straatmeubilair" geactualiseerd. In de plannen zijn nieuwe beleidsuitgangspunten vertaald naar een geactualiseerd plan van aanpak voor het onderhoud aan de verschillende items en zijn de verschillende consequenties nader aangegeven. Essentieel bij het beheer/onderhoud is het te hanteren kwaliteitsniveau voor het onderhoud. Op basis van de landelijke wetgeving en richtlijnen worden de betreffende voorzieningen in de openbare ruimte onderhouden op het kwaliteitsniveau "basis". 2. Riolering Wat gaan we in 2023 doen? Naast het reguliere onderhoud aan riolering conform het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) gaan we in 2023 in wijk Kruiswiel verder met onze rioolvervangingsopgave.

In de Amandelgaarde en de Bramengaarde wordt de riolering gedeeltelijk vervangen gelijktijdig met de wegen in verband met de verzakkingen. Beleidskader Met het Gemeentelijk Rioleringsplan 2019-2023 (GRP) geven wij vorm aan de gemeentelijke zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater. In 2023 actualiseren wij het GRP. Ontwikkelingen Duidelijk is dat het klimaat verandert. De zomers worden heter en de kans op extreme neerslag wordt steeds groter. Daarom geven wij de aanpak van klimaatadaptatie verder vorm in 2023. Om de kansen te benutten willen we klimaatadaptatie verder gaan uitwerken bij stedelijke ontwikkeling, herstructurering van bestaande gebieden en het slim koppelen van beheerplannen. Het gaat daarbij om 6 thema's: droogte, hittestress, wateroverlast, waterveiligheid, biodiversiteit en bodemdaling. Wij gaan het gesprek aan met belanghebbenden zoals het waterschap en woningbouwcorporaties. Hendrik-Ido-Ambacht

Begroting 2023

57

Bij dit alles wordt bekeken in hoeverre wij onderwerpen in Drechtstedenverband oppakken. Klimaatadaptatie stemmen wij af met het Actieplan Duurzaamheid. Voorziening riolering De voorziening riolering heeft als doel het gelijkmatig verdelen van kosten in de tijd om tariefschommelingen te voorkomen. De voorziening wordt gevoed met het verschil tussen de jaarlijkse exploitatiekosten van de riolering en de inkomsten uit rioolheffing. De omvang van de voorziening per 31 december 2021 is circa € 6,3 miljoen. Bestemmingsreserve riolering In deze bestemmingsreserve zijn de precariogelden van 2018, 2019 , 2020 en 2021 gestort van in totaal €1,0 miljoen. 3. Water Wat gaan wij in 2023 doen? Vanwege de wetgeving van het waterschap moeten watergangen periodiek uitgebaggerd worden om ze op de juiste breedte en diepte te houden. Voor de periode 2022 die doorloopt in 2023 hebben wij een grote baggeropgave. Daarnaast bestaat de verplichting om deze wateren vrij te maken van los vuil en waterplanten. Dit doen wij in de wateren die wij als gemeente in onderhoud hebben twee keer per jaar. Conform het Beheer- en onderhoudsplan oeverbeschermingen voeren wij onderhoud uit aan de oeverbescherming op diverse locaties in onze gemeente. Beleidskader Op het gebied van waterbeheer hebben wij diverse plannen.

Dit zijn het Baggerplan voor de periode 2019 tot en met 2024 en het Beheer- en onderhoudsplan oeverbeschermingen 2018-2026. In het Gemeentelijk Rioleringsplan 2019-2023 (GRP) is de koppeling met waterbeheer opgenomen. 33 procent van de baggeropgave bekostigen wij vanuit de rioolheffing. Het baggeren en het daaraan ten grondslag liggende baggerplan is een belangrijke schakel in de gemeentelijke waterketen. Het baggerplan geeft inzicht in de beheeractiviteiten op het gebied van baggeren die benodigd zijn om de watergangen op diepte te houden. Het feitelijke baggerwerk wordt zowel door onze gemeente als door het waterschap Hollandse Delta uitgevoerd, afhankelijk van de onderhoudsverplichting van de watergangen. 4. Groen 4.A Groenstructuurplan Wat gaan we in 2023 doen? In 2021 zijn we gestart met het onderhouden van de groenarealen volgens het nieuwe integrale groenbestek, wat in december 2020 is aanbesteed. Het onderhoud van bomen en de renovaties van groenvakken die niet voldoen aan de gestelde kwaliteitseisen zijn onderdeel van de overeenkomst. Er zijn meerdere bloemenlinten gerealiseerd en op een aantal locaties wordt er anders gemaaid om meer biodiversiteit te verkrijgen. Daarnaast gaan we bestaande oevers omvormen naar natuurvriendelijke oevers.

Beleidskader In 2022 is het groenbeheerplan plus 2022-2026 vastgesteld hierin zijn de kaders voor het beheer en onderhoud vastgelegd. Voor 2022 en 2023 houden we vast aan de het beeldkwaliteitsniveau zoals vastgesteld in het Beeldkwaliteitsplan Groen 2015-2019 en het Groenstructuurplan 2013-2023. Het Groenstructuurplan vormt het beleidsmatige kader om te komen tot een gestructureerd groenbeleid. De visie op de gewenste visuele kwaliteit van de groenvoorzieningen in de openbare

Hendrik-Ido-Ambacht

Begroting 2023

58

ruimte is vastgesteld in het Beeldkwaliteitsplan Groen. Het Beeldkwaliteitsplan geeft weer wat het onderhoudsniveau is van het groen; met andere woorden welke kwaliteit er wordt nagestreefd. Het Groenbeheerplan plus geeft inzicht in de ambities op het gebied van biodiversiteit en klimaatadaptatie en wat de financiële consequenties hiervan zijn (eenmalig en structureel). Ook geeft het inzicht waar versterking dan wel groenstructuren ontwikkeld moeten worden. Bomenbestand In de periode 2018-2022 hebben we 500 extra bomen geplant. In de periode 2022-2026 zullen we ook 500 extra bomen planten. De plannen hiervoor zullen we in 2023 uitwerken. In 2019 zijn we gestart met het plantmatig onderhoud van bomen waarbij de jaarlijkse boomveiligheidsinspectie leidend is. Hiermee geven we invulling aan onze zorgplicht en maken we kosten inzichtelijk en beter beheersbaar. Ontwikkelingen Thema's als klimaatadaptatie, duurzaamheid en biodiversiteit krijgen steeds meer aandacht. Dit vraagt om flexibiliteit, waardering en verankering van groenwaarden bij ruimtelijke ontwikkelingen om invulling te kunnen geven aan een groene en leefbare gemeente. In het coalitieprogramma 2022-2026 Samen voor Ambacht is opgenomen dat we de bestaande groenstructuren behouden en versterken waar dat kan. Ook gaan we in deze collegeperiode opnieuw 500 extra bomen planten.

In 2022 is het Groenbeheerplan plus 2022-2026 vastgesteld en zijn de financiële middelen beschikbaar gesteld voor 2022 en 2023 om het openbaar groen te onderhouden op het in het Beeldkwaliteitsplan 2015-2019 vastgestelde beeldkwaliteit te onderhouden. In het groenbeheerplan plus 2022-2026 zijn een aantal scenario's uitgewerkt met de bijbehorende financiële consequenties. In 2022 en 2023 gaan we in gesprek met de raad om de ambities van de raad met betrekking tot de kwaliteit van het onderhoud, duurzaamheid, biodiversiteit vast te stellen vanaf 2023. 4.B Begraafplaatsen Wat gaan we in 2023 doen? We hebben in 2020 het begraafplaatsenbeleid geactualiseerd en vastgesteld. Op basis van dit beleidsplan zullen we de begraafplaatsen en het uitvaartcentrum de komende jaren exploiteren. Specifieke aandacht gaat hierbij naar het in stand houden van het dienstverleningsniveau en het toewerken naar een toekomstbestendig uitvaartcentrum. Beleidskader Het Begraafplaatsenbeleidsplan 2020-2030 heeft als doelstelling het realiseren van een toekomstbestendige begraafplaats. Het uitgangspunt is dat we begraven toegankelijk en betaalbaar houden. Omdat de keuze tussen begraven en cremeren niet financieel gedreven moet zijn gaan we terughoudend om met het verhogen van de tarieven.

Om een toekomstbestendige begraafplaats te realiseren zorgen we voor: - voldoende grafcapaciteit voor de komende jaren; - duidelijke kaders over hoe wij omgaan met trends en ontwikkelingen in de lijkbezorging; - een meer kostendekkende begraafplaats. 4.C Speelvoorzieningen Wat gaan we in 2023 doen? In 2022 hebben we de eerste 14 speelplekken gerenoveerd. In 2023 gaan wij door om conform beleid 7 speelplekken te renoveren. Beleidskader Het Speelruimteplan 2020-2030 heeft als doelstelling om jaarlijks 7 speelplekken te renoveren. We zetten in op een breder en diverser speelaanbod. Inwoners van alle leeftijden moeten kunnen

Hendrik-Ido-Ambacht

Begroting 2023

59

sporten en spelen op onze speelplekken. Hierbij hebben we extra aandacht voor oudere kinderen (10+) op grotere speelplekken en sportvoorzieningen. Daarbij zetten we in op meer groen, natuurlijk spelen en inclusieve speelruimtes waar iedereen mee kan doen. 5. Gebouwenbeheer Wat gaan we in 2023 doen? In 2022 hebben we alle onderhoudsplannen van de gemeentelijke gebouwen geactualiseerd. Ook hebben we een quickscan uit laten voeren waarbij de duurzaamheidsmaatregelen in beeld zijn gebracht die nodig zijn om de gebouwen in de periode van 2030-2050 energieneutraal te maken. We voeren het planmatig onderhoud uit op basis van deze plannen. Voor de gebouwen die binnen 10 jaar worden afgestoten of gesloopt, voeren we alleen het onderhoud uit dat noodzakelijk is om het gebouw in stand te houden. Beleidskaders In het Meerjarig Onderhoudsplan (MOP) 2022-2026 wordt richting gegeven aan een effectief en efficiënt beheer en onderhoud van de 14 gemeentelijke gebouwen. In dit meerjarige plan is aangegeven welke onderhoudswerkzaamheden noodzakelijk zijn in de komende periode. Het MOP is in 2022 geactualiseerd en vastgesteld. Met het instellen van een voorziening voor beheer en onderhoud van gemeentelijke gebouwen zijn middelen beschikbaar voor beheer en onderhoud van de gebouwen.

Ontwikkelingen De raad heeft in 2022 ingestemd met de visie om Cultureel Centrum Cascade te revitaliseren, inclusief verduurzamingsmaatregelen, zodat zij onze inwoners (nog) beter kunnen bedienen. Deze visie wordt uitgewerkt tot een voorlopig ontwerp en vervolgens ter besluitvorming voorgelegd aan de raad. Na een positief besluit van de raad over het voorlopig ontwerp zullen we de plannen verder uitwerken en overgaan tot realisatie. De voormalige gymzaal aan de Weteringsingel en de Meander aan de Witte de Withstraat worden gesloopt om plaats te maken voor een nieuwe energie neutrale school. Voor alle schoolgebouwen is een Integraal Huisvestingsplan vastgesteld. Hieruit volgt dat de komende acht jaar er veel oude schoolgebouwen worden vervangen door nieuwe toekomstgerichte onderwijsgebouwen/kindcentra, inclusief verduurzamingsmaatregelen. De school aan de P.C. Hooftsingel 7 gebruiken we voor tijdelijke huisvesting van scholen, op termijn ontwikkelen we hiervoor een gebiedsvisie. Duurzaamheid Bij het vervangen van gasgestookte verwarmingsinstallaties en boilers onderzoeken we of het mogelijk is om over te gaan op elektrisch aangedreven warmtepompen. Bij aanpassingen van gebouwen maken we zoveel mogelijk gebruik van circulaire en herbruikbare materialen. Daarnaast kopen we al onze stroom, o.a. voor openbare verlichting en voor onze gebouwen, 100% duurzaam in via DVEP.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11931784/1