CConstaterende datHendrik-Ido-Ambacht
Koppel je AI →
Document · PDF

Begroting 2026-2029 versie Raad

raadsvergadering openbaar 10 november 2025, gemeente Hendrik-Ido-AmbachtBij agendapunt: Raadsvoorstel begroting 2026-202927.076 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Voor de algemene en specifieke risico’s is een algemene reserve Grondbedrijf gevormd (en een 'voorziening' voor ons aandeel in het voorziene verlies De Volgerlanden). Grondexploitaties kennen algemene risico’s zoals rente- en prijsmutaties, tijdsplanningen en afzetrisico’s en specifieke projectrisico’s. Bovendien geldt dat de risico's in zo’n grex op basis van onderzoek zo goed mogelijk, maar enigszins voorzichtig worden geraamd. Hierdoor kunnen zowel voor- als nadelen optreden. Voor een uitgebreide toelichting op de Grex'en en risico’s verwijzen we naar de paragraaf Grondbeleid en de Grex'en zelf. Volgerlanden De Grex 2023 kent een maximale risicobuffer van 1,4 mln (met 90% zekerheid), en een negatief verwacht saldo op netto contante waarde van 6,1 miljoen. Ambachtsezoom De Grex 2023 fase 1 kent een maximale risicobuffer van 0,4 miljoen (met 90% zekerheid), en een verwacht positief saldo van 3,4 miljoen (waarvan reeds voor 2,3 mln winst is genomen). Genieterrein-Waterbusplein De Grex 2023 kent een maximale risicobuffer van 0,07 miljoen (met 90% zekerheid), en een verwacht negatief saldo van 4,5 miljoen op netto contante waarde, dat door een voorziening is afgedekt. Conclusie grondexploitaties Om het gecombineerde risico te bepalen, moet ook rekening worden gehouden met de verwachte positieve resultaten. Dat is ten dele in de boeken verwerkt.

Ons aandeel in het risico's Volgerlanden, Ambachtsezoom en Waterbusplein, minus het nog niet geboekte positieve resultaat Ambachtsezoom en Volgerlanden resulteert in een gecombineerd risico van 1,8 miljoen met een gemiddelde kans van optreden (50%). Risico Algemene uitkering/decentralisaties De effecten van rijksmaatregelen zijn voor de middellange termijn allerminst zeker. De macroeconomische ontwikkelingen zijn moeilijk te voorspellen, laat staan de bestuurlijke vertaling door het Rijk naar de uitkeringen voor gemeenten en/of verdeelmodellen. Dat geldt in het bijzonder voor het sociale domein. Voor de drie decentralisaties Jeugdhulp, WMO en Participatiewet met hun kortingen zijn de effecten zorgwekkend, zowel voor het totaal als voor een individuele gemeente (het verdeelmodel). Deze middelen zijn onderdeel geworden van de algemene uitkering.

34

Conclusie algemene uitkering en doeluitkeringen In onze P&C instrumenten anticiperen we zo goed mogelijk op plannen van het Rijk (taakstellingen). Dat geldt ook voor eventuele herverdelingseffecten. Voor deze risicoparagraaf houden we rekening met een nadelig restrisico ter grootte van 5% van ons taakveld Algemene Uitkering = € 3 miljoen. Incidentele, algemene risico’s Naast de specifieke risico's kennen we ook incidentele, algemene risico's, zoals een beroep op onze achtergestelde garantieverstrekkingen. Deze bedragen in totaal circa € 50 miljoen. Ook een hogere loonof prijsstijging dan geraamd valt hieronder: een omzet van circa € 115 miljoen, inclusief GREX’en en verbonden partijen. De kans bovenop de al eerder beschreven risico's wordt ingeschat op extreem laag, oftewel 1 procent. De gemeente is zelf verantwoordelijk voor de pensioenen van (oud-)wethouders, voor dit risico hebben we een voorziening gevormd. Recapitulatie Omdat de risico's van verbonden partijen en rijksuitkeringen semi-structureel zijn worden deze tweemaal meegeteld in de hierna opgenomen totaal telling. SAMENVATTING (x € 1.000)

BG 2025

BG 2026

6.900

7.100

1.050

900

middelen Algemene uitkering en overige

2.700

3.000

rijksbijdragen

1.310

1.310

Herijking

1.070

1.150

Totaal risico’s

13.030

13.460

Weerstandscapaciteit

34.491

31.910

2,6

2.4

Programma 1 - Sociaal, Welzijn en Educatie Verbonden partijen algemeen Programma 2 - Ruimtelijke Ordening, Economie en Wonen Grondexploitaties Programma 4. Veiligheid, dienstverlening, bestuur en

gemeentefonds Algemeen

Weerstandsratio

35

Paragraaf 2. Financiering Inleiding In deze paragraaf komen de onderwerpen aan de orde die behoren tot het geldstromenbeleid van de gemeente, zoals de stand van de leningenportefeuille, de renteontwikkeling, de kasgeldlimiet en de garantstellingen. Het kader voor het geldstromenbeleid is het op 8 december 2015 door de gemeenteraad vastgestelde Financieringsstatuut en de algemene wet financiering decentrale overheden (Wet fido). Het uitgangspunt bij het aantrekken van vermogen is dat dit zo goedkoop mogelijk gebeurt door de kasgeldlimiet optimaal te benutten en dat zoveel mogelijk (goedkoop) kort vermogen wordt aangetrokken. Bij het aantrekken van lang geld proberen we zoveel mogelijk te anticiperen op de meerjarige kapitaalbehoefte en het spreiden van renterisico's. Renteontwikkelingen De tarieven op de geldmarkt (kortlopende leningen) volgen het tarief dat de ECB hanteert met haar depositorente. Na enkele jaren van stijgingen is dit tarief in stappen van een kwart procentpunt (0,25%) verlaagd tot 2% op dit moment. De verwachting is dat er nog 0 tot 2 rentestappen van een kwart procentpunt zullen volgen dit jaar, waardoor het tarief per ultimo 2025 tussen de 1,50% en 2% zal uitkomen. Het rentetarief op langlopende gemeenteleningen is de laatste maanden gestegen.

De duurste leningen op dit moment zijn 30- tot 50-jarige aflossingsvrije leningen waarvan het tarief circa 3,65% is inclusief een liquiditeitsopslag van circa 90 basispunten. Kortere looptijden zoals 5 jaar met lineaire aflossing zijn een stuk goedkoper met een rentetarief van circa 2,45% inclusief een liquiditeitsopslag van circa 20 basispunten (0,2%). De liquiditeitsopslagen zijn historisch gezien erg hoog. Een mogelijke verklaring is de toenemende overheidsschuld wereldwijd waardoor er veel vraag is naar financiering. Daarnaast bouwt de ECB zijn portefeuille staatsobligaties af. Langlopende leningen Per eind 2026 is de verwachte portefeuille langlopende leningen 60,6 miljoen.

Verwachte leningenportefeuille

2026

2027

2028

2029

Stand 1-1

63.550

60.600

57.650

47.200

Aflossingen

2.950

2.950

10.450

2.950

-

-

-

-

€ 60.600

€ 57.650

€ 47.200

€ 44.250

Nieuwe leningen Totaal

Renterisico korte termijn: de kasgeldlimiet De externe financieringsbehoefte wordt ingevuld met kortlopende en langlopende leningen. Bij het aantrekken van kortlopende geldleningen met een looptijd tot 1 jaar, moeten we rekening houden met de kasgeldlimiet, gemaximeerd in de Wet fido. De kasgeldlimiet is gelijk aan 8,5% van het begrotingstotaal. De Wet fido bepaalt ook dat maximaal drie achtereenvolgende kwartaaloverschrijdingen zijn toegestaan. Oogmerk van het door de servicegemeente uit te voeren gemeentelijke saldobeheer is om de limietruimte optimaal te benutten.

36

Berekening kasgeldlimiet

Bedragen x € 1.000 1e kwartaal 2e kwartaal 3e kwartaal 4e kwartaal

Begrotingstotaal 2026

€ 119.000

Limiet 8,5% van Totaal begroting

€ 10.115

Gemiddeld. netto vlottende schuld (-) of

€ 10.115

€ 10.115

€ 10.115

€ 10.115

€ 13.500

€ 18.000

€ 6.000

€ 8.000

€ 3.385-

€ 7.885-

€ 4.115

€ 2.115

gemiddeld netto vlottend overschot (-) Ruimte (+) c.q. overschrijding (-)

Renterisico lange termijn: de renterisiconorm De Wet fido definieert vaste schuld als opgenomen geldleningen met een rentetypische looptijd groter of gelijk aan 1 jaar. Met de renterisiconorm biedt de Wet fido een richtsnoer om renteaanpassingen van financieringen en beleggingen goed in de tijd te spreiden. De norm heeft als doel om het toekomstig renterisico op de lange financiering te beperken door spreiding in de aflossingen en renteherzieningen af te dwingen. Deze norm bedraagt 20% van het begrotingstotaal. Uit deze tabel blijkt dat de gemeente in 2026 de renterisiconorm niet zal overschrijden.

Renterisiconorm Renterisico's

Bedragen x € 1.000 2026

2027

2028

2029

€-

€-

€-

€-

Aflossingen

€ 2.950

€ 2.950

€ 10.450

€ 2.950

Renterisico

€ 2.950

€ 2.950

€ 10.450

€ 2.950

€ 119.000

€ 102.000

€ 89.000

€ 90.000

20%

20%

20%

20%

Renterisiconorm

€ 23.800

€ 20.400

€ 17.800

€ 18.000

Toetsing aan norm:

€ 20.850-

€ 17.450-

€ 7.350-

€ 15.050-

Renteherzieningen

Berekening renterisiconorm Begrotingstotaal 2026-2029 Percentage regeling

Liquiditeitsrisico Liquiditeitsrisico is het risico dat de gemeente door een tekort aan geldmiddelen niet meer aan haar verplichtingen kan voldoen. Voor de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht is dit risico beperkt, onder meer door een kredietlimiet van € 8 miljoen met de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG).

37

Kredietrisico's De gemeente Hendrik-Ido-Ambacht loopt kredietrisico op verstrekte geldleningen en leningen waarop een borgstelling is afgegeven. Het totaalbedrag aan verstrekte geldleningen per eind 2026 is: • Leningen aan woningcorporatie Rhiant: € 33 duizend • Woningfinancieringen gemeentepersoneel: € 1,1 miljoen • Veiligheidsregio ZHZ (kazerne): € 1,2 miljoen • Startersleningen: € 0,4 miljoen • Duurzaamheidsleningen: € 0,2 miljoen • Lening VVOG: € 0,5 miljoen • Lening SOL: € 0,9 miljoen Totaal: € 4,3 miljoen Daarnaast staat de gemeente per 31 december 2026 voor € 89,6 miljoen garant: •

•

waarvan € 7,1 miljoen directe borgstellingen. Deze zijn verstrekt aan 2 organisaties: o HVC Alkmaar (getrapt via GR Gevudo): € 6 miljoen o Woningstichting Rhiant € 1,6 miljoen (1 lening) waarvan € 82,5 miljoen indirecte borgstelling en dat heeft betrekking op de achtervangpositie in het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW). Gezien de zekerheidsstructuur rond de WSW is aan deze garantstellingen een relatief laag risico verbonden. Voor de specificatie van onze gewaarborgde leningen verwijzen we naar de staat van gewaarborgde geldleningen.

Schatkistbankieren Bij het verplicht schatkistbankieren mogen we een bedrag van 2 procent van het begrotingstotaal buiten de Schatkist houden, het zogenoemde drempelbedrag. Het drempelbedrag mag als gemiddeld creditbedrag per kwartaal niet overschreden worden. Wanneer we het drempelbedrag overschrijden, moet het meerdere afgestort worden in de schatkist. Op het schatkistsaldo wordt de daggeldrente (EuroSTR) vergoed en bedraagt op het moment van schrijven circa 1,9%. Berekening drempel Begrotingstotaal

€ 119.000

Relevant percentage

2,00%

Drempelbedrag (afgerond)

€ 2.380.000

38

Rente toerekening Voor de interne doorberekening van de rentekosten naar de investeringen hanteren we in de begroting een omslagrente van 1,0 %.

a.

De externe rentelasten over de korte en lange financiering

b.

De externe rentebaten

€ 1.259.450,00 -/-

Totaal door te rekenen externe rente

€ 117.541,00 € 1.141.909,00

c1. De rente die aan de facilitaire grondexploitatie moet worden doorberekend

-/- € -

c2. De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend

-/- € -

c3. De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (=projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend

+€-/-

Saldo door te rekenen externe rente

€€ 1.141.909,00

d1. Rente over eigen vermogen

n.v.t.

d2. Rente over voorzieningen (gewaardeerd op contante waarde)

n.v.t.

d3

De aan taakvelden toe te rekenen rente

€ 1.141.909,00

e1

Activa incl. Grondexploitatie, excl. UG lening excl. gereed product Rente omslagpercentage d3/e1*100 Afgerond percentage omslagrente

€ 146.902.088,00 0,78% 1%

39

Paragraaf 3. Lokale heffingen Inleiding Lokale heffingen kunnen we onderverdelen in gebonden en ongebonden heffingen. Gebonden wil zeggen dat de besteding is gekoppeld aan een direct aanwijsbare tegenprestatie van de gemeente. Dit zijn retributies (bijvoorbeeld leges, marktgeld) of bestemmingsheffingen (bijvoorbeeld afvalstoffenheffing, rioolheffing). Deze heffingen worden verantwoord op de desbetreffende gemeentelijke programma’s en worden niet tot de algemene dekkingsmiddelen gerekend. Ongebonden lokale heffingen zijn zogenaamde zuivere belastingen. De opbrengsten hieruit kunnen door de gemeenteraad vrijelijk worden ingezet. Het gaat hierbij om de onroerendezaakbelastingen (OZB) en hondenbelasting. Deze heffingen behoren tot de algemene dekkingsmiddelen. Deze paragraaf bevat conform artikel 10 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV): a. b. c. d. e.

het beleid ten aanzien van de lokale heffingen; de geraamde inkomsten; een duiding van de lokale lastendruk en tarieven; een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen plus kostendekkendheid; een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid.

Ontwikkelingen en rijksbeleid Benchmark lokale lasten Tot en met 2019 gold de zogenoemde 'macronorm'. Dit was een afspraak tussen de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en de Rijksoverheid over de maximale stijging van de landelijke opbrengst onroerendezaakbelastingen (OZB). Deze macronorm bepaalde de maximale jaarlijkse stijging van de ozb-opbrengsten van alle gemeenten samen en stamde uit 2007. In 2014 is uit onderzoek gebleken dat de macronorm geen effectief instrument is, omdat de norm niet heeft bijgedragen aan de gematigde lastenontwikkeling, omdat de besluitvorming over tarieven in gemeenten in de eerste plaats geënt is op lokale afwegingen. Sinds die tijd is de vergelijking van de lokale lasten, OZB, afvalstoffen- en rioolheffing, tussen gemeenten volgens het Rijk beter mogelijk geworden. Onder meer door de jaarlijkse Atlas van de lokale lasten van het COELO en de wettelijke verplichting om in de gemeentebegroting de ontwikkelingen toe te lichten. Vanaf 2020 is de macronorm vervangen door de jaarlijkse benchmark, waarin naast de OZB ook de riool- en afvalstoffenheffing worden vergeleken. De benchmark beoogt door meer vergelijking, de informatievoorziening over de ontwikkeling van de lokale lasten te bevorderen. De benchmark vergelijkt voor alle gemeenten binnen een provincie de hoogte van de woonlasten voor meerpersoonshuishoudens met een koopwoning.

De woonlasten zijn de som van de gemiddeld betaalde OZB, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing minus een eventuele heffingskorting. In de benchmark voor 2025, opgenomen in de Coelo atlas 2025 vanaf pagina 184, wordt een vergelijking van de gemeentelijke woonlasten en de gemeentelijke tariefontwikkeling per provincie gegeven, net als de landelijke en provinciale gemiddelden. De (grafische) vergelijking voor ZuidHolland op pagina 193 maakt de onderlinge verschillen tussen gemeenten inzichtelijk. Het overzicht vergelijkt binnen de provincie het cumulatief bedrag van de drie heffingen per gemeente, minus de tegemoetkoming in de woonlasten (heffingskorting) voor 2025 en de mutatie van de woonlasten per gemeente ten opzichte van 2024.

40

Ondernemersfonds Onroerendezaakbelastingen (OZB) De OZB zijn na de uitkering uit het Gemeentefonds de belangrijkste inkomstenbron en bestaan uit een eigenarenbelasting voor zowel woningen als niet-woningen en een gebruikersbelasting voor de niet-woningen. De opbrengst vloeit naar de algemene middelen van de gemeente. Daarnaast is een gedeelte, namelijk € 313.476 in 2026, bestemd voor het Ondernemersfonds. Dit bedrag komt tot stand door een extra verhoging van de OZB-belasting op niet-woningen voor eigenaren en gebruikers. Dit betreft wel een voorlopige berekening, het definitieve bedrag wordt vastgesteld bij de vaststelling van de verordeningen in december. De gemeente keert de opbrengst als subsidie uit aan de Stichting Ondernemersfonds, die deze als 'trekkingsrecht' toewijst aan de gebieden of sectoren evenredig met wat deze opgebracht hebben. Overzicht belastingopbrengsten en belastingdruk Onderstaande tabel geeft een overzicht met de opbrengsten. De verschillen worden op de eerste plaats veroorzaakt door indexatie en groei van de gemeente. Bij de afvalstoffenheffing vindt een gedeeltelijke doorbelasting plaats van de (rijks)afvalstoffenbelasting. In het begrotingsjaar is circa 17% van de inkomsten van de gemeente afkomstig uit lokale heffingen. De lokale heffingen vormen daarom een belangrijke inkomstenbron voor de gemeente.

41

Belastingopbrengsten (x € 1.000)

JR 2024 BG 2025 BG 2026

perc van totaal

Algemene dekkingsmiddelen (ongebonden heffingen) Onroerendezaakbelastingen Hondenbelasting

7.526 266

7.522 209

7.807 151

41% 1%

Subtotaal

7.792

7.731

7.958

42%

Gebonden heffingen Afvalstoffenheffing Rioolheffing Lijkbezorgingsrechten Bouwleges Burgerzaken + overige leges Marktgeld

4.893 2.860 462 2.086 810 47

5.290 2.927 580 1.096 736 46

5.368 3.038 602 1.138 875 47

28% 16% 3% 6% 5% 0%

Subtotaal

11.158

10.675

11.069

58%

TOTAAL

18.950

18.406

19.027

100%

Belastingdruk

2022

2023

2024

2025

Gemiddelde WOZ-waarde

336.000

397.000

409.000

425.000

OZB-eigenaar Afvalstoffenheffing (meerpers.)* Rioolheffing eigenaar Rioolheffing gebruiker (meerpers.) Bijdrage woonlasten

327,26 373,68 130,31 60,24

364,44 404,16 138,38 63,84 -63,00

382,00 436,44 149,45 68,88 -76,00

400,33 448,95 153,63 70,80 -32,00

891 3,2%

908 1,8%

961 5,8%

1.042 8,4%

Ontwikkeling lastendruk % stijging t.o.v. vorig jaar

* Tot 2024 gold in Hendrik-Ido-Ambacht een tarief voor één- en meerpersoonshuishoudens. Vanaf 2024 kent Hendrik-Ido-Ambacht het recycletarief (diftar).

Toelichting Tot de lokale woonlasten worden gerekend de OZB, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Deze heffingen bepalen het grootste deel van de gemeentelijke opbrengsten en bepalen daarmee ook grotendeels de lokale lastendruk. De tarieven zijn ten tijde van het opstellen van de begroting nog niet bekend. Deze worden bekend gemaakt in de raad van december en gepaard gaan met een begrotingswijziging om de inkomsten te verwerken. Onroerendezaakbelastingen (OZB) De onroerendezaakbelastingen (OZB) genereren veruit het grootste deel van de gemeentelijke belastingopbrengst. De OZB bestaat uit drie verschillende belastingen: een eigenarenbelasting voor woningen en niet-woningen en een gebruikersbelasting voor niet-woningen. De opbrengst vloeit naar de algemene middelen van de gemeente. De raad bepaalt met het vaststellen van de begroting de totale opbrengst van deze heffing. De WOZ-waardeontwikkeling is op dit moment nog niet bekend. De tarieven voor 2026 kunnen nog niet worden bepaald. Op het moment van bekend worden, worden voorstellen tot vaststelling van de tarieven gedaan.

42

Afvalstoffenheffing Afvalstoffenheffing wordt geheven om de kosten voor het inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval te dekken. Wettelijk uitgangspunt is dat de opbrengst niet hoger mag zijn dan de kosten voor inzameling en verwerking van het huishoudelijk afval. Sinds 2024 geldt het recycletarief. Nu wordt een vast bedrag betaald plus een variabel deel op basis van het aantal inworpen. Rioolheffing Met ingang van 2010 hebben gemeenten de mogelijkheid gekregen om de kosten voor het hemel- en grondwater en het afvalwater te verhalen via de rioolheffing. Welke kosten via de rioolheffing worden verhaald, wordt in het water- en rioleringsprogramma (WRP) vastgesteld. Hondenbelasting De Gemeentewet regelt dat gemeenten een belasting mogen heffen op het houden van honden. De hondenbelasting is een zuivere belasting die, net als de onroerendezaakbelasting, naar de algemene middelen van de gemeente vloeit. In onze gemeente is een relatie tussen de opbrengst en de voorzieningen die voor honden worden gerealiseerd. Vanaf 2023 is het tarief voor een tweede hond of meer gelijkgetrokken met het tarief voor de eerste hond. Hiervoor was het tarief van de tweede hond of meer hoger dan de eerste. In 2024 is het nieuwe hondenbeleid vastgesteld. We streven naar het in balans brengen van de inkomsten en de uitgaven en werken naar het zo doelmatig mogelijk in zetten van de hondenbelasting.

Dit betekent dat we de inkomsten zoveel mogelijk proberen overeen te laten komen met de uitgaven. Daarom verlagen we de hondenbelasting in 2 stappen vanaf 2025 en in 2026. Tarieven In het algemeen zullen de woonlasten voor 2026 met 3,8% geïndexeerd worden. Bij het vaststellen van het WRP is besloten dat naast de indexatie de tarieven met € 4 verhoogd zullen worden. De OZB-percentages voor 2026 kunnen pas definitief worden berekend wanneer de stijging of daling van de WOZ-waarden bekend zijn. Deze zijn op dit moment onvoldoende bekend. In de tabel is een voorlopig tarief opgenomen. De verwachte stijging van de waarde van de woningen, leidt tot aanpassing van het tarief. Hierdoor geeft een stijging van de waarde, geen stijging van de belastingen. Met de jaarlijkse voorstellen tot wijziging van de belastingverordeningen, worden de nieuwe tarieven voorgelegd. Op dat moment zijn de stijgingen van de WOZ-waarden bekend en kan het nieuwe tarief berekend worden.

43

OZB

2023

2024

2025

2026

Eigenaar woning

0,0918

0,0934

0,8830

n.n.b.

Eigenaar niet-woning

0,2819

0,2949

0,2911

n.n.b.

Gebruiker niet-woning

0,2229

0,2365

0,2297

n.n.b.

2023

2024

2025

2026

Meerpersoons

404,16

368,98

381,45

n.n.b.

Eenpersoons

288,96

254,58

263,18

n.n.b.

Stijging

8,5%

-10,0%

3,4%

n.n.b.

Afval

2023

2024

2025

2026

ontgrendeling 30 liter

n.v.t.

1,25

1,25

n.n.b.

ontgrendeling 60 liter

n.v.t.

2,5

2,5

n.n.b.

minicontainer 140 liter

n.v.t.

5,85

5,85

n.n.b.

minicontainer 240 liter

n.v.t.

10

10

n.n.b.

Stijging

n.v.t.

n.v.t.

0,0%

n.n.b.

Riool

2023

2024

2025

2026

Eigendom

138,38

149,45

153,63

n.n.b.

Gebruik meerpersoons

63,84

68,88

70,8

n.n.b.

Gebruik eenpersoons

31,92

34,44

35,4

n.n.b.

Stijging

6,1%

8,0%

2,8%

n.n.b.

Honden

2023

2024

2025

2026

Tarief 1ste hond

134,76

145,44

116,11

n.n.b.

Tarief 2e e.v. hond

134,76

145,44

116,11

n.n.b.

Tarief kennel

804,24

868,56

692,86

n.n.b.

-2%

8%

-20%

n.n.b.

Afval

Stijging

Vergelijking andere gemeenten Vergelijking van woonlasten kan worden gemaakt met de Drechtstedengemeenten. Deze is gebaseerd op de actuele gegevens van de Digitale Atlas van de lokale lasten 2025 op www.coelo.nl en geeft de woonlasten van een meerpersoonshuishouden voor zowel eigenaren-bewoners als huurders weer. Voor eigenaar-bewoners is de OZB berekend op basis van de gemiddelde WOZwaarde van een koopwoning. Huurders betalen geen OZB en rioolheffing eigenaar. De woonlasten in 2025 in Alblasserdam, Dordrecht, Hardinxveld-Giessendam, Hendrik Ido Ambacht, Papendrecht, Sliedrecht en Zwijndrecht laten zich samenvatten in onderstaande schema's (x € 1).

44

Gemeente

Rioolheffing Afval-

Rangnr.

eigenaar/

meerpersoons

Gemiddelde Tarief

OZB

WOZ

eigenaar gebruiker

OZB

stoffen- Tegemoetheffing koming

Totaal huishouden

Dordrecht

407.000 0,0905

344

238

364

946

73

Sliedrecht

407.000 0,0736

299

305

375

979

110

Hendrik-Ido-Ambacht

494.000 0,0883

436

224

414

-32 1.042

184

Alblasserdam

418.000 0,1032

431

185

497

-40 1.072

214

Papendrecht

425.000 0,1088

462

174

450

1.086

226

Hardinxveld-G'dam

425.000 0,1077

457

221

413

1.091

230

Zwijndrecht

415.000 0,0857

356

334

408

1.098

236

Landelijk gemiddelde

506.000 0,0924

453

235

364

1.052

De indicatie in de laatste kolom betekent hoe lager het rangnummer hoe lager de woonlasten.

Kwijtschelding Als een belastingplichtige door financiële omstandigheden niet in staat is een belastingaanslag geheel of gedeeltelijk te betalen, kan kwijtschelding worden verleend. De regels voor het toekennen worden bepaald door de rijksoverheid. Deze regels komen erop neer dat kwijtschelding mag worden verleend aan belastingplichtigen die een inkomen hebben dat niet hoger ligt dan 90% van de bijstandsnorm. Gemeenten mogen deze inkomensgrens verruimen naar 100% van de bijstandsnorm. Onze gemeente hanteert de zogeheten 100%-norm, wat betekent dat inwoners met een inkomen op bijstandsniveau in principe voor kwijtschelding in aanmerking komen. Er vindt ook een vermogenstoets plaats. Een groot deel van de kwijtscheldingen wordt geautomatiseerd getoetst om op deze manier de administratieve lasten voor de burger te verminderen en de afhandeltermijn te verkorten. Gemeenten mogen zelf bepalen voor welke belastingen kwijtschelding wordt verleend. Er is gekozen voor: • •

Afvalstoffenheffing (vaste bedrag volledig, variabele bedrag is gemaximeerd) Rioolheffing gebruik woningen

Naar verwachting wordt in 2026 voor de volgende bedragen kwijtschelding verleend:

(x € 1.000) Rioolheffing Afvalstoffenheffing Totaal

JR 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

22 120 142

30 193 223

30 170 200

45

Kostendekkendheid Riool

Afval Begraven

Markt Bouwleges Burgerzaken

Overig

Kosten taakveld incl. kwijtschelding 2.379.856 4.576.980 mutatie reserve 242.576 -268.000

966.538 113.163 - -8.673

1.257.056 -

1.504.563 293.709 -

Inkomsten excl. heffingen

-123.039 4.308.980

-190.296 104.490

1.257.056

1.504.563 293.709

Netto kosten taakveld

2.499.393

-

776.242

-

-

Overhead

277.779

172.597

290.660

15.739

994.983

btw

261.054

886.331

290.660

21.943

70.307

- 142.172

2.322.346

-

-

Overige toe te rekenen kosten:

Totale kosten (a)

3.038.226 5.367.908

Opbrengst heffingen (b)

3.038.226 5.367.908 1.066.902

Onbenut Dekking (b/a*100)

2.633

-

1.681.128 605.854

47.453

1.137.849

786.000

895.128 517.154

0

-

464.445

94.719

1.184.497

100%

100%

56%

33%

49%

46

173.932 312.145

47%

88.700 15%

Paragraaf 4. Onderhoud kapitaalgoederen Inleiding Wegen, riolering, water, openbaar groen, gebouwen en afvalinzamelvoorzieningen vormen niet alleen belangrijke schakels in de gemeentelijke infrastructuur, maar leveren ook een belangrijke bijdrage aan de leefbaarheid van de gemeente. Ze hebben daarmee waarde voor de bereikbaarheid, de economie, de omgevingskwaliteit en de veiligheid. Om die waarde duurzaam en efficiënt in stand te houden, is een systematisch en planmatig beheer noodzakelijk. Het beheer is dan ook gericht op het duurzaam in stand houden van de gemeentelijke voorzieningen. Dit houdt in dat we kapitaalgoederen op een zodanige manier onderhouden dat tegen zo beperkt mogelijke kosten de voorzieningen voortdurend goed functioneren en er geen kapitaalvernietiging plaatsvindt. Uitgangspunt voor het gewenste kwaliteitsniveau is dat de veiligheid en begaanbaarheid van de openbare ruimte op voldoende wijze gewaarborgd blijven en daar waar mogelijk een vorm van burgerparticipatie wordt ingebouwd. Volgens het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV), artikel 12, lid 2, moet in de begroting over het onderhoud van kapitaalgoederen worden aangegeven: 1. het actueel beleidskader (met betrekking tot beheerplannen: wanneer vastgesteld of geactualiseerd); 2. het van toepassing zijnde kwaliteitsniveau; 3.

de vertaling van de financiële consequenties van het vastgestelde kwaliteitsniveau in de begroting. Voor het beheer zijn beheersystemen beschikbaar om de beheertaak te ondersteunen en om goede financiële ramingen te maken. De beheersystemen hebben als doel het beheer binnen vastgestelde kwalitatieve normen zo effectief en efficiënt mogelijk in te richten. Dat betekent: op het aan te houden kwaliteitsniveau gerichte maatregelen op de juiste plaats en op de juiste momenten tegen de laagst mogelijke kosten. Bij het bepalen van prioriteiten worden risico's afgewogen. In de beleidsplannen maken we alle afwegingen en de consequenties daarvan inzichtelijk. Op deze manier komen wij tot effectief en efficiënt beheer. Leidend voor het daadwerkelijke onderhoudsprogramma zijn de resultaten van de jaarlijkse inspecties van kapitaalgoederen. Voor de financiële aspecten van het beheer verwijzen we naar de programma's (met name "3. Buitenruimte") en de staat 'reserves en voorzieningen' (reserve Wegen en voorziening Riolering).

47

Kapitaalgoederen Onderstaand overzicht geeft de actuele beleids- en beheerplannen weer. In de beleidsplannen zijn de kaders en ambities opgenomen. De beheerplannen geven aan hoe we het beheer en onderhoud uitvoeren.

Onderdeel

Beleids- en beheerplan

Vastgesteld

openbare ruimte 1. Wegen

Planning/ actualisering

Beleidsplan 2025-2034 Wegen, Civiele

3-2-2025

2034

10-5-2022

2026

Mobiliteitsplan 2021-2030

8-11-2021

2030

Beleidsplan openbare verlichting 2020-

7-10-2019

2026

Beheerplan openbare verlichting 2021-2025 10-5-2022

2026

2. Riolering

Water- en Rioleringsprogramma 2025-2029 2-12-2024

2029

3. Water

Baggerplan 2019

8-7-2019

2026

Beheer- en onderhoudsplan

5-3-2018

2026

Groenbeleidsplan 2024-2034

7-10-2024

2034

Beleidsplan bomen 2019-2033

3-12-2018

2033

Groenbeheerplan plus 2022-2026

15-3-2022

2026

Beleidsplan begraafplaatsen 2020-2030

2-3-2020

2030

Beheerplan begraafplaatsen 2022-2027

13-12-2022

2027

Speelruimteplan 2020-2030

15-6-2020

2030

Beheerplan speelvoorzieningen 2021-2026 8-3-2022

2026

Meerjarenonderhoudsplannen

24-5-2022

2026

7-2-2022

2027

2-7-2019

2026

kunstwerken, Verkeersvoorzieningen, Wegmeubilair Wegenbeheerplan (inclusief civiele kunstwerken, verkeersvoorzieningen en straatmeubilair) 2022 -2026

2024

oeverbeschermingen 2018-2026 4. Openbaar groen

5. Gebouwen

gemeentelijke gebouwen 2022-2026 6. Afvalinzameling

Grondstoffenbeleidsplan 2019-2023; uitwerking in Implementatieplan recycletarief 2024 Zwerfafval- uitvoeringsplan 2019-2023

48

Kerncijfers Onderwerp

Begroting 2025

Begroting 2026

Wegen

Totaal areaal: 1.505.568 m2

Totaal areaal: 1.610.782 m2

Asfalt: 397.360 m2

Asfalt: 394.910 m2

Elementen: 1.091.213 m2

Elementen: 1.189.877 m2

Half verharding (wandelpaden)

Half verharding (wandelpaden)

16.995 m2

25.995m2

Kunstwerken Bruggen: 101

Bruggen: 102

Viaducten: 2

Viaducten: 3

Tunnels: 2

Tunnels: 2

Overige kunstwerken: 175

Overige civiele kunstwerken: 177

Vrijverval riolering

Vrijverval riolering

gemengd riool: 63 km

gemengd riool: 63 km

vuilwaterriool: 46 km

vuilwaterriool: 46 km

regenwaterriool: 66 km

regenwaterriool: 66 km

drainage: 15 km

drainage: 15 km

totaal: 190 km

totaal: 190 km

Rioolgemalen

Rioolgemalen

rioolgemalen: 33

rioolgemalen: 33

in beheer van het waterschap: 2

in beheer van het waterschap: 2

Drukrioleringen

Drukrioleringen

pompunits: 145

pompunits: 145

drukriolering: 25 km

drukriolering: 25 km

Peilbuizen: 33

Peilbuizen: 33

Lengte watergangen:

Lengte watergangen:

33 km (in beheer bij gemeente)

33 km (in beheer bij gemeente)

Aantal bomen: 13.022

Aantal bomen: 13.079

Gras (gazon, grasveld, ruwgras)

Gras (gazon, grasveld, ruwgras)

766.116 m2

805.409

Plantsoen (beplanting +bosplantsoen)

Plantsoen (beplanting +bosplantsoen)

245.456 m2

245.456 m2

Aantal speelplekken: 140

Aantal speelplekken: 140

Gebouwen

Aantal gebouwen in onderhoud: 14

Aantal gebouwen in onderhoud: 14

Afval

Aantal ondergrondse afval

Aantal ondergrondse afval

inzamelsysteem

inzamelsysteem

617

628

Aantal afvalbakken: 581

Aantal afvalbakken: 581

Aantal lichtpunten: 7.740

Aantal lichtpunten: 7.786

Riolering

Groen

Verlichting

49

Toelichting 1. Wegen 1.A Wegenbeheer Wat gaan we in 2026 doen? Volgend jaar willen we het integraal project "Kruiswiel fase 6" uitvoeren, groot onderhoud uitvoeren ter plaatse van de Lekstraat (minder verharding en meer groen en spelen), Amandel- en Bramengaarde (n.a.v. zettingen), Sandelingenstraat, Dorpsstraat en de Agnes Bartoutlaan ( oneffenheden en afwatering). Beleidskader De algemene doelstelling voor het wegbeheer is het voeren van een duurzaam wegbeheer waarbij we de veiligheid voor de verkeersdeelnemers in stand houden. Comfort en aanzien van de weg spelen hierbij een beperkte rol. In 2025 is het Beheerplan Wegen 2025-2034 vastgesteld. 1.B Verkeer en vervoer Wat gaan we in 2026 doen? In 2021 hebben we het Mobiliteitsplan 2021-2030 vastgesteld. Bij het Mobiliteitsplan is ook een uitvoeringsplan vastgesteld. Hierin zijn de onderzoeken en maatregelen opgenomen die we willen uitvoeren. Met de extra middelen vanaf 2026 gaan we verder met de uitvoering. Zoals de opvolging van de onderzoeken naar de parkeerdruk, de fiets- en voetgangersoversteken en de fietsroutes. Beleidskader De raad heeft in december 2021 het Mobiliteitsplan 2021-2030 vastgesteld. Hierin zijn de kaders opgenomen voor het beleid voor de komende jaren. 1.

C Openbare verlichting Wat gaan we in 2026 doen? In 2019 is het beleidsplan vastgesteld met daarbij een budget per jaar voor het vervangen en het verduurzamen van ons areaal. Door de hoge energiekosten en de groei van nieuwe technieken op het gebied van smart lighting vervangen we het conventionele verlichtingsareaal voor duurzame Led armaturen met een goed dimprofiel. Dit bespaart op jaarbasis ongeveer 554 MWh. Beleidskader In 2019 is het Beleidsplan Openbare Verlichting 2020-2024 door de raad vastgesteld. 1.D Infrastructurele kunstwerken Wat gaan we in 2025 doen? In 2026 onderzoeken we de oude damwand aan de Havenkade, en de bruggen aan de Hoge Kade. Beleidskader Binnen de openbare ruimte bevinden zich infrastructurele kunstwerken, die de kruising van (water)wegen of andere natuurlijke barrières mogelijk maken. Dit zijn onder andere bruggen, keermuren, trappen, tunnels en viaducten. Het huidige beleid is erop gericht de kunstwerken op het kwaliteitsniveau "basis" te onderhouden. Uitgangspunt is een zodanig kwaliteitsniveau dat de kunstwerken en bruggen naar behoren functioneren en er dus geen sprake is van achterstallig onderhoud of gevaarlijke situaties. Bij het beheer heeft het voorkomen van gevaarlijke situaties eerste prioriteit.

Tweede prioriteit is zorg dragen voor het goed functioneren van de voorzieningen, gevolgd door het wegwerken van eventueel achterstallig onderhoud. In 2025 is het Uitvoeringsplan Civiele Kunstwerken, als onderdeel van het Beheerplan Wegen 2025-2034, vastgesteld. 1.E Verkeersvoorzieningen Wat gaan we in 2026 doen? De buitendienst voert het dagelijks onderhoud uit inclusief eventuele vervangingen met uitzondering van (integrale) projecten waarin het onderhoud gelijk wordt meegenomen. 50

Beleidskader Verkeersvoorzieningen zijn verkeersborden, straatnaamborden, ANWB-bebording, schrikhekken en verkeerspalen. Vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid, bruikbaarheid en aanzien worden deze onderdelen beheerd en onderhouden volgens het uitvoeringsplan. We onderhouden de verkeersvoorzieningen op het basisniveau, waarbij we niet meer uitgaan van een kwaliteitsdifferentiatie per gebied. Reden hiervoor is dat verkeersvoorzieningen qua plaatsing, beheer en onderhoud moeten voldoen aan wettelijke bepalingen en landelijke richtlijnen. In het uitvoeringsplan zijn uitgangspunten voor de verkeersvoorzieningen geformuleerd. In 2025 is hetUitvoeringsplan Verkeersvoorzieningen, als onderdeel van het Beheerplan Wegen 2025-2034, vastgesteld. 1.F Straatmeubilair Wat gaan we in 2026 doen? De buitendienst voert het dagelijks onderhoud uit, inclusief eventuele vervangingen met uitzondering van (integrale) projecten waarin het onderhoud gelijk wordt meegenomen. Beleidskader Straatmeubilair, zoals banken, afvalbakken, fietsenstallingen en abri's, is een wezenlijk onderdeel van de openbare ruimte. We onderhouden en beheren deze onderdelen vanuit het oogpunt van veiligheid en bruikbaarheid. Essentieel hierbij is het te hanteren kwaliteitsniveau voor het onderhoud.

Op basis van de landelijke wetgeving en richtlijnen onderhouden we de betreffende voorzieningen in de openbare ruimte op het kwaliteitsniveau "basis". In 2025 is het Uitvoeringsplan Straatmeubilair, als onderdeel van het Beheerplan Wegen 2025-2034", vastgesteld. 2. Riolering Wat gaan we in 2026 doen? Naast het reguliere onderhoud aan riolering gaan we verder in buurt Kruiswiel met onze rioolvervangingsopgave. Beleidskader Met het Water- en rioleringsprogramma (Wrp) geven wij vorm aan de gemeentelijke zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater. Door middel van het Wrp is klimaatadaptatie structureel verankerd in onze rioleringsprojecten van Team Buitenruimte. Gezien de aard van de rioolheffing gaat het dan voornamelijk over het tegengaan van wateroverlast, al kunnen deze maatregelen ook positieve effecten hebben op bijvoorbeeld de thema's droogte en hittestress. Bewoners stimuleren wij door een subsidie om maatregelen te nemen op eigen terrein. Te denken valt aan regentonnen, vergroening en afkoppelen. Ontwikkelingen Duidelijk is dat het klimaat verandert. De zomers worden heter en de kans op extreme neerslag wordt steeds groter. Daarom gaan wij de aanpak van klimaatadaptatie steeds verder verankeren in ons beleid. Klimaatadaptatie is een van de thema's binnen het Programma duurzaamheid.

Bij ruimtelijke ontwikkelingen en herstructurering van bestaande gebieden nemen wij klimaatadaptatie zoveel mogelijk mee. Verder blijven wij betrokken bij de lopende regionale samenwerking Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) met de provincie, waterschap, Dordrecht, Zwijndrecht en Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid. Voorziening riolering De voorziening riolering heeft als doel het gelijkmatig verdelen van kosten in de tijd om tariefschommelingen te voorkomen. De voorziening wordt gevoed met het verschil tussen de jaarlijkse exploitatiekosten van de riolering en de inkomsten uit rioolheffing. De verwachte omvang van de voorziening per 31 december 2026 is circa € 8,7 miljoen.

51

3. Water Wat gaan we in 2026 doen? Conform het Beheer- en onderhoudsplan oeverbeschermingen voeren wij onderhoud uit aan de oeverbescherming op diverse locaties in onze gemeente. Verder maken wij watergangen vrij van los vuil en verwijderen wij waterplanten. Voor dit jaar staat geen baggeropgave gepland. Beleidskader Op het gebied van waterbeheer hebben wij diverse plannen. Dit zijn het Baggerplan en het Beheeren onderhoudsplan oeverbeschermingen. In 2026 werken wij aan de actualisatie van deze plannen. In het nieuwe Water -en rioleringsprogramma (Wrp), de opvolger van het Gemeentelijk rioleringsplan (GRP), is de koppeling met waterbeheer opgenomen. 33 procent van de baggeropgave bekostigen wij vanuit de rioolheffing. Het baggerwerk en het verwijderen van planten voeren wij samen met waterschap Hollandse Delta uit, afhankelijk van de onderhoudsverplichting van de watergangen. 4. Groen 4.A Groenbeleidsplan Wat gaan we in 2026 doen? In 2024 is het Groenbeleid herijkt en is het integraal groenbestek opnieuw Europees aanbesteed. In 2025 zijn we gestart met de uitvoering van het Groenbeleidsplan. Zo gaan we in de integrale projecten van Buitenruimte werken aan het verwijderen van functieloze verharding door te vergroenen. Daarnaast gaan we aan de slag met het uitvoeren van renovaties van MJOP-vakken.

Bij alle werkzaamheden kijken we waar we biodiverse planten of bomen kunnen toepassen en waar we klimaatadaptieve maatregelen kunnen nemen, zoals natuurvriendelijke oevers. In 2026 zijn de 250 extra bomen aangeplant, zoals afgesproken in het collegewerkprogramma. De locaties van deze bomen baseren we op de uitkomsten van de Digital Twin. Beleidskader In oktober 2024 behandelde de gemeenteraad het nieuwe Groenbeleidsplan. Dit beleidsplan is een integraal beleid waarbij het Bomenbeleid, Groenstructuurplan en Groenbeleid samengevoegd worden. Het Groenbeleidsplan borduurt verder op het Groenbeheerplan+ waarbij we de doelstellingen van het Programma Duurzaamheid vertalen in beleid. Zo zetten we in op het verwijderen van functieloze verharding, het aanplanten van extra bomen, versterken van de biodiversiteit en het renoveren van groenvakken. Bomenbestand We hebben ongeveer 12.100 bomen in beheer, hier komen nog extra bomen bij. In het coalitieakkoord staat dat we extra bomen gaan planten. Hierbij is de inzet om de impact van deze bomen op de openbare ruimte te maximaliseren door de ecosysteemdiensten van de bomen optimaal te benutten. In 2025 planten we in twee plantseizoenen een groot gedeelte van deze bomen, het resterende deel wordt in 2026 geplant.

Ontwikkelingen Bij de aanplant van nieuwe bomen, maar ook bij vervanging, kijken we steeds meer naar de toekomstwaarde van de locatie en de boomsoort (de juiste boom op de juiste plek). Ook houden we rekening met de bijdrage aan biodiversiteit en ecosysteemdiensten. Thema's die steeds belangrijker worden bij het inrichten en beheren van de openbare ruimte. 4.B Begraafplaatsen Wat gaan we in 2026 doen? We hebben in 2020 het begraafplaatsenbeleidsplan vastgesteld. Op basis van dit beleidsplan exploiteren we de begraafplaatsen en het uitvaartcentrum de komende jaren. Specifieke aandacht gaat hierbij uit naar het verhogen van het gebruik van de faciliteiten van de begraafplaats. 52

Beleidskader Het begraafplaatsenbeleidsplan 2020-2030. 4.C Speelvoorzieningen Wat gaan we in 2026 doen? In 2025 is een begin gemaakt met het herijken van het Speelruimteplan. In 2026 wordt dit voorgelegd aan de gemeenteraad en het vastgestelde beleid uitgevoerd. Bij renovaties kijken we naar een goede mix aan speel- of sportvoorzieningen, het stimuleren van ontmoeten en bewegen. Beleidskader Het Speelruimteplan wordt in 2026 herijkt. Het beleid wordt opnieuw ingestoken om meer te focussen op spelen, sporten & ontmoeten zodat het meer aansluit op de actuele behoefte van het gebruik van speel & sportplekken in de buitenruimte. Het beleidsplan zet ook in om beter aan te sluiten op de wensen van partners zoals jongerenwerk, straatcoaches en Stichting Hi5Ambacht. De beleidsdoelstellingen op het gebied van gezondheid en weerbaarheid van onze inwoners nemen we hierin mee, we willen buitenspelen, bewegen, gezond gedrag en ontmoeten stimuleren. 5. Gebouwenbeheer Gebouwenbeheer Wat gaan we in 2026 doen? In 2025 zijn de meerjaren-onderhoudsplannen van de gemeentelijke gebouwen geactualiseerd. In 2026 wordt het onderhoud op basis van deze plannen uitgevoerd. Voor de enkele gebouwen die worden afgestoten of gesloopt, voeren we alleen het onderhoud uit dat noodzakelijk is om het gebouw in stand te houden.

Beleidskaders In het Meerjarig Onderhoudsplan (MJOP) 2025-2034 wordt voor de middellange termijn richting gegeven aan een effectief en efficiënt beheer en onderhoud van de gemeentelijke gebouwen. In dit meerjarige plan is aangegeven welke onderhoudswerkzaamheden noodzakelijk zijn in de komende periode. Voor de uitvoering van meerjarig onderhoud is een voorziening aangelegd. Ontwikkelingen De plannen om Cultureel Centrum Cascade een facelift te geven (project "Revitalisatie") zijn momenteel vol in uitvoering. De planning is om begin 2026 het vernieuwde Cultureel Centrum in gebruik te nemen. De voormalige gymzaal aan de Weteringsingel was in gebruik voor vluchtelingen met een niet-Oekraïense achtergrond. Op termijn slopen we de gymzaal samen met de Meander aan de Witte de Withstraat om zo plaats te maken voor een nieuwe energie-neutrale school. Voor alle schoolgebouwen is een Integraal Huisvestingsplan vastgesteld. De school aan de P.C. Hooftsingel 7 gebruiken we voor tijdelijke huisvesting van Cascade en scholen. Daarna wordt dit een ontwikkellocatie binnen de in 2025 opgestelde gebiedsvisie omgeving gemeentehuis. In deze gebiedsvisie wordt ook gekeken naar nieuwbouw/renovatie van het gemeentehuis. Duurzaamheid Bij aanpassingen van gebouwen maken we zoveel mogelijk gebruik van circulaire en herbruikbare materialen.

Daarnaast kopen we stroom voor openbare verlichting en voor onze gebouwen 100% groen in via DVEP. Bij het actualiseren van de meerjaren-onderhoudsplannen nemen we duurzaamheidsmaatregelen mee. Bij scholen en de gebouwen in beheer van stichting Cascade hebben we een stimulerende rol voor wat betreft duurzaamheid. Zodra het HVC-warmtenet in de praktijk wordt uitgerold, wordt zoveel mogelijk gemeentelijk vastgoed op dit net aangesloten.

53

6. Afval 6.A Afvalinzameling Wat gaan we in 2026 doen? Op 1 januari 2024 hebben we het recycletarief ingevoerd. Het recycletarief gaat uit van het principe 'de vervuiler betaalt'. Daarnaast zetten we in op controle van het onjuist aanbieden van afval en handhaving om de kwaliteit van de aangeboden grondstoffen en van de leefomgeving te borgen. In het coalitieprogramma 2022-2026 Samen voor Ambacht is opgenomen dat zoveel mogelijk bovengrondse inzamelpunten voor afval ondergronds worden gemaakt. Op dit moment hebben wij nog een aantal (55) bovengrondse containers voor oud papier en karton en glas. Deze maken we ondergronds. Beleidskader In 2019 is het grondstoffenbeleidsplan vastgesteld. Door het raadsbesluit om het recycletarief per 1 januari 2024 in te voeren zijn de kaders verder concreet gemaakt. 6.B Zwerfafval Beleidskader In 2024 hebben we het zwerfafvalplan herijkt. Hierin hebben we duidelijke uitgangspunten voor het toepassen van afvalbakken en acties om zwerfafval tegen te gaan, opgenomen. Verder blijven we aandacht vragen voor zwerfafval via de Nationale Opschoondag en het afvalprikker uitgiftepunt. Daarnaast focussen we ons op zwerfafval rondom inzamelplaatsen voor afval/grondstoffen.

54

Paragraaf 5. Grondbeleid Algemeen De gemeente heeft een Omgevingsvisie vastgesteld waarin onder andere aangegeven staat hoe zij het gebruik van de fysieke leefomgeving nu en in de toekomst ziet. Daarin zijn ambities opgenomen voor de realisatie van bijvoorbeeld woningen of bedrijfslocaties. Het grondbeleid helpt de gemeente om deze ambities te kunnen waarmaken en is vastgelegd in de 'Nota Grondbeleid 2023'. Deze nota is vastgesteld op 4 december 2023 en stelt de kaders waarbinnen het grondbeleid gevoerd wordt. Uitvoering grondbeleid In de nota is opgenomen dat er situationeel grondbeleid gevoerd wordt. Per situatie wordt bepaald of de gemeente actief gronden gaat verwerven om een plan te kunnen realiseren (actief grondbeleid) of een initiatiefnemer van een plan hierin enkel ondersteunt (faciliterend grondbeleid). Als voor actief grondbeleid gekozen wordt, stelt de gemeenteraad een grondexploitatie vast waarmee de (financiële) kaders van het betreffende plan worden vastgelegd. De vastgestelde grondexploitatie wordt vervolgens jaarlijks herzien. Wanneer het nodig is om gronden te verwerven, is het uitgangspunt om zo lang mogelijk te proberen met de grondeigenaar tot overeenstemming te komen (minnelijke verwerving). Enkel in het uiterste geval worden de benodigde gronden onteigend.

Bij faciliterend grondbeleid worden de kosten die de gemeente maakt op de initiatiefnemers of grondeigenaren verhaald (kostenverhaal). Bij voorkeur wordt dit geregeld door het sluiten van een (anterieure) overeenkomst. Om het kostenverhaal in De Volgerlanden-Oost te regelen is in het verleden een exploitatieplan vastgesteld, wat nu onderdeel uitmaakt van het omgevingsplan. Bij de meest recente herziening (voor de jaarrekening 2024) waren er 3 actieve grondexploitaties; De Volgerlanden, Bedrijvenpark Ambachtsezoom Fase 1 en GenieterreinWaterbusplein. De verwachting is dat de laatstgenoemde grondexploitatie in 2025 afgesloten wordt. Daarnaast zijn of worden er voor verschillende locaties kostenverhaalovereenkomsten gesloten, zoals voor de HAP Foods-locatie en Noordoevers fase 1a en fase 2.

Tabel 5.1 Projectoverzicht (peildatum 1-1-2025) Bedragen x €1.000.000,De Volgerlanden Verwachte afronding project Totale plangebied (ha) Areaal nog aan te kopen grond Areaal uitgeefbaar Areaal nog te verkopen grond

2028 210 ha

7,7 ha

Gerealiseerde kosten Gerealiseerde baten Boekwaarde Nog te realiseren baten -/- kosten Resultaat op eindwaarde Resultaat op netto contante waarde Gerealiseerde winstneming Risico's

€ 348,28 € 311,24 € 37,04 € 31,41 € -5,63 € -5,20 € 1,40

55

Ambachtsezoom Fase 1

2027 23,1 ha

GenieterreinWaterbusplein

2025 1,8 ha

15,3 ha 2,0 ha

1,1 ha 0,2 ha

€ 34,87 € 25,82 € 9,05 € 12,69 € 3,64 € 3,43 € 2,30 € 0,40

€ 10,03 € 4,89 € 5,14 € 0,39 € -4,75 € -4,68 € 0,03

Prognose verwachte resultaten grondexploitaties In tabel 5.1 zijn de grondexploitaties per 1 januari 2025 samengevat. Hierin is per project, naast wat algemene informatie, het verwachte financiële resultaat opgenomen. Om de grondexploitaties te kunnen vergelijken zijn de resultaten contant gemaakt naar 1 januari 2025. De eventueel genomen winsten zijn niet verwerkt in het resultaat maar zijn apart weergegeven. Ook de gewogen risicobedragen zijn opgenomen in de tabel. Voor de risicoanalyse wordt jaarlijks ingeschat welke risico's van toepassing zijn, wat de bijbehorende risicobedragen zijn en wat de kans is dat de risico's zich voordoen. Vervolgens wordt een gewogen risicobedrag berekend met een zekerheidspercentage van 90%. Dit houdt in dat het voor 90% zeker is dat het genoemde bedrag voldoende is om de risico's af te dekken. In het weerstandsvermogen van de gemeente wordt met dit risicobedrag rekening gehouden. Per grondexploitatie wordt kort het toegepaste grondbeleid beschreven, net als een toelichting op het verwachte financiële resultaat. De Volgerlanden Beleidskader De gemeente heeft sinds het begin van het project actief grondbeleid gevoerd in het realiseren van woningbouwlocatie De Volgerlanden. De gemeente wilde alle gronden in eigendom verkrijgen om de regie te houden.

Met verschillende projectontwikkelaars die gronden in eigendom hadden, zijn bouwclaimovereenkomsten gesloten. Alle verwervingen in De Volgerlanden zijn afgerond. Financieel kader De grondexploitatie vormt het financieel kader van het project en wordt jaarlijks geactualiseerd en opnieuw vastgesteld. De geactualiseerde grondexploitatie De Volgerlanden is op 7 juli 2025 door de gemeenteraad vastgesteld. Bedrijvenpark Ambachtsezoom Beleidskader Bij bedrijvenpark Ambachtsezoom passen we actief grondbeleid toe. Sinds 1 januari 2013 richt de planvorming van Ambachtsezoom zich alleen op het westelijke gedeelte van het bedrijvenpark (Fase 1). Alle gronden in het gebied zijn in eigendom van de gemeente. Financieel kader De geactualiseerde grondexploitatie Ambachtsezoom Fase 1, het financiële kader van de betreffende fase van het project, is vastgesteld in de raadsvergadering van 2 juni 2025. Genieterrein-Waterbusplein Beleidskader Bij dit project passen we actief grondbeleid toe. Alle nog uit te geven gronden zijn in eigendom van de gemeente. Financieel kader De geactualiseerde grondexploitatie Genieterrein-Waterbusplein, die het financiële kader van de betreffende fase van het project vormt, is vastgesteld in de raadsvergadering van 2 juni 2025.

56

Tussentijdse winstneming Tussentijdse winstneming geldt vooral bij projecten die meerdere jaren duren. Hieronder zijn regels opgenomen over hoe we omgaan met (tussentijdse) winstneming: 1. Tussentijdse winstneming kan alleen plaatsvinden indien: a. voldoende zekerheid bestaat over het (verwachte) resultaat van de grondexploitatie, ofwel het resultaat op de grondexploitatie betrouwbaar kan worden ingeschat; én b. De grond (of het deelperceel) is verkocht; én c. De kosten zijn gerealiseerd. 2. Wanneer wordt voldaan aan de voorwaarden voor tussentijdse winstneming, wordt de zogenaamde percentagemethode (POC) toegepast. 3. Bij de bepaling van de tussentijdse winst brengen we de risico's die specifiek samenhangen met de nog te realiseren kosten en opbrengsten van de grondexploitatie in mindering. Eventuele algemene risico's laten we voor de winstneming buiten beschouwing. Bij winstneming gelden in algemene zin de volgende uitgangspunten: de winst wordt naar rato van gerealiseerde kosten en opbrengsten (tot en met het lopende jaar) genomen. Dus indien 50% van de kosten is gerealiseerd en 50% van de grond is verkocht (over de gehele looptijd), dan is de winstrealisatie 50% x 50% = 25%. Zowel de realisatie van de kosten als de realisatie van de opbrengsten zijn bepalend voor de omvang van de winstrealisatie.

Grondexploitatie Bedrijvenpark Ambachtsezoom heeft een verwacht positief resultaat en een POC van ca. 63%. Per 31 december 2024 is er € 2,30 miljoen aan winst genomen. De Volgerlanden en Genieterrein-Waterbusplein sluiten naar verwachting met een tekort waardoor winstneming niet aan de orde is. Reserve en Risico's De aard van de activiteiten binnen het totaal van de exploitaties maakt het noodzakelijk ter afdekking van de algemene risico's een algemene reserve grondbedrijf aan te houden. Deze reserve wordt opgebouwd uit de eindresultaten van alle afgesloten grondexploitaties plus alle tussentijdse winst- en verliesnemingen. Het nemen van winst gebeurt volgens de hiervoor beschreven methodiek van (tussentijdse) winstneming. Als bij het opstellen dan wel het actualiseren van een kostprijscalculatie blijkt dat er een verlies op een complex ontstaat, treffen we hiervoor een voorziening ten laste van de Algemene reserve grondbedrijf. De Algemene reserve grondbedrijf moet op voldoende niveau zijn om de benoemde risico's te kunnen opvangen en moet een minimum niveau hebben afhankelijk van het risicoprofiel. Zodra het saldo van de reserve zich onder het minimum niveau bevindt, moet dit worden aangevuld vanuit de Algemene (concern)reserve. De Algemene reserve grondbedrijf kent geen maximum niveau.

Na de resultaatbestemming behorende bij jaarrekening 2024 bedraagt de Algemene reserve grondbedrijf € 5,01 miljoen. In de meerjarenbegroting 2024-2027 is opgenomen dat er in 2025 nog een bedrag van € 1,50 miljoen in de reserve wordt gestort. Daarnaast wordt er in de komende jaren nog ca. € 1,13 miljoen (netto contante waarde) aan winstneming verwacht. De Algemene reserve grondbedrijf is daarmee van voldoende niveau om de in de verschillende grexen benoemde risico's van in totaal € 1,83 miljoen te kunnen opvangen.

57

Paragraaf 6. Verbonden partijen Inleiding Verbonden partijen zijn organisaties waarmee we als gemeente een bestuurlijke relatie hebben én waarin we een financieel belang hebben. Deze organisaties leveren een bijdrage aan de realisatie van de doelen die we als gemeente hebben gesteld. Verbonden partijen die een significant (financieel) risico met zich meebrengen, verwerken we ook in de paragraaf ‘Weerstandsvermogen’. BBV In de BBV is opgenomen dat er een onderverdeling wordt gemaakt naar: • gemeenschappelijke regelingen; • vennootschappen en coöperaties; • stichtingen en verenigingen en; • overige verbonden partijen. In dit hoofdstuk gaan we in op de doelstellingen, taken en financiële aspecten van de gemeenschappelijke regelingen waarin de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht participeert. Bij een vennootschap en coöperatie participeert de gemeente in het risicodragend vermogen van een privaatrechtelijke rechtspersoon als aandeelhouder van de betreffende NV of BV. Hieronder geven wij een opsomming van onze samenwerkingsverbanden. Gemeenschappelijke regelingen • • • • • • •

Vennootschappen en coöperaties

GR Sociaal GR Dienst Gezondheid & Jeugd GR Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid GR Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid GR Natuur en recreatieschap IJsselmonde GR Bureau Openbare Verlichting GR GEVUDO

• • • •

ROM-D Oasen (NV) Stedin Holding (NV) BNG Bank (NV)

Stichtingen en verenigingen kenmerken wij niet als verbonden partij.

58

Verbonden partijen (x € 1.000)

Relatief Bijdrage aandeel

HIA

GR Sociaal Bestaanszekerheid versterken Ontwikkelen naar werk Zorgen voor ondersteuning Bedrijfsvoering Totaal GR Sociaal

Bijdrage

HIA 2025 HIA 2026 (primitief (primitief begroot) begroot)

Eigen Vreemd vermogen vermogen

Vreemd vermogen

1-1-2024 31-12-2024 1-1-2024

31-12-2024

250

5,70%

GR Dienst Gezondheid & Jeugd (zonder RAV) GGD Veilig Thuis Leerplicht & Voortijdig Schoolverlaten Serviceorganisatie Jeugd

6.984 1.719 6.557 3.617

7.659 1.319 7.149 4.248

18.877

20.375

2.253

8.946 6,30%

11.199

12.831

GR Veiligheidsregio (incl. boxen) GR Omgevingsdienst (incl. jaarprogramma) GR Natuur en recreatieschap IJsselmonde GR Openbare Verlichting GR Gevudo (aandeel garantierisico ca. € 5,5 mln) Servicegemeente Dordrecht Dienstverlening Drechtsteden Groeiagenda

6,00% 2,20% 16% 15,30% 7,40% 6,78%

2.438 635 284 94

2.995 807 288 94

3.774 1.158 535

3.986 1.153 475

2,40%

10.356 655 4.705 210 30

4.746 21.212 67 6 14.257 1.638 128.149 3.221.000 4.412.000

1,50% 2,81% 0,40% 0,04%

59

700

2.676 1.880 384 230 10.338

Totaal GR DG&J

Vennootschappen ROM-D Holding NV ROM-D Capital BV ROM-D Beheer NV ROM-D Capital beheer BV ROM-D KILL III CV ROM-D Projecten CV Oasen (NV) Stedin Holding (NV) BNG (NV)

Eigen vermogen

56.639

62.725

30.454

9.673 988 4.701 374 30

86.755 7.896 3211 373 414

91.468 13.240 3.434 221 401

NNB 2.201 NNB NNB 435 NNB 64 202 346 NNB 57 NNB NNB 37 NNB NNB 13.088 NNB 136.041 244.640 263.335 3.370.000 5.063.000 5.704.000 4.468.000 111.128.00 123.164.000 0

A. Gemeenschappelijke regelingen

Een groot deel van de gemeentelijke middelen wordt via verbonden partijen ingezet voor realisatie van doelen, uitvoering van processen en ondersteuning van de bedrijfsvoering. Vanwege de vaak aanmerkelijke bestuurlijke, beleidsmatige en financiële belangen is inzicht in en effectieve sturing op deze verbonden partijen noodzakelijk. GR Sociaal Vanaf 1 januari 2022 is de Gemeenschappelijke Regeling Sociaal van start gegaan, een klassieke collegeregeling waar de Sociale Dienst Drechtsteden onderdeel van is. Vanaf 1 januari 2023 maakt Drechtwerk onderdeel uit van de GR Sociaal. Naam verbonden partij

GR Sociaal

Vestigingsplaats

Dordrecht

Rechtsvorm

Gemeenschappelijke regeling

Het waar nodig bieden van ondersteuning om een zelfstandig en volwaardig bestaan voor alle inwoners te realiseren zodat alle Doel (openbaar belang dat inwoners van de Drechtsteden zelfstandig en volwaardig kunnen wordt behartigd) leven, werken, wonen en meedoen. Voor het aantal bijstandsgerechtigden heeft de GR Sociaal de afgelopen jaren een doelstelling gehanteerd, waarbij de GR Sociaal 2.5% beter scoort dan de landelijke CPB-prognose. Die doelstelling is in de afgelopen jaren niet gehaald. Daarover is elk jaar gerapporteerd bij de jaarrekening. De GR Sociaal vindt het van belang om een ambitieuze, maar realistische doelstelling op te nemen voor 2026 en verder. Daarom heeft zij goed gekeken wat zij haalbaar vindt. De consequentie van het aanpassen van de doelstelling is daarom als risico opgenomen in de risicoparagraaf ad. circa € 1,7 miljoen. •

Risico’s

• Op het gebied van inkoop en aanbesteding zien we twee

noemenswaardige risico’s bij de GR Sociaal. In de eerste plaats wordt er medio 2026 een nieuw aanbestedingstraject opgestart voor Begeleiding. Daarnaast gaat Stroomlijn per 1 augustus 2025 een nieuw contract aan met de vervoerders voor collectief vervoer. Bij beide risico’s kan de GR Sociaal de precieze financiële effecten nog niet benoemen.

60

De GR Sociaal huurt het pand 'De Hellingen' tot eind 2026. Investeringen zijn nodig om de functionaliteit van de pand op orde te houden, maar worden beperkt tot het strikt noodzakelijke. Ook de jaarlijkse onderhoudskosten kunnen oplopen, door de ouderdom van het pand. Er wordt steeds kritisch gekeken naar de noodzaak van investeringen en onderhoudsverplichtingen. Risico is dat de extra kosten niet binnen de bestaande budgetten kunnen worden opgevangen. De verwachting is overigens dat in 2026 geen grote investeringen of extra onderhoudskosten meer voor het pand aan de Hellingen worden gedaan. Toch is er een risico van € 75.000 opgenomen. •

In 2026 zal de GR Sociaal haar organisatie verhuizen naar diverse locaties in Dordrecht. Het gaat om locaties aan het Achterom, de Snelliusstraat en in het Dordthuis. Het AB heeft voorbereidend krediet hiervoor beschikbaar gesteld in haar vergadering van maart. Het is op dit moment echter nog niet duidelijk wat alle precieze financiële consequenties hiervan zullen zijn. Hiervoor zullen voorstellen aangeboden worden aan het AB. •

Het kabinet heeft besloten om voor alle Wmo-voorzieningen waar nu het abonnementstarief voor geldt, een inkomensafhankelijke eigen bijdrage in te voeren. Het kabinet gaat ervan uit dat de gemeenten hierdoor per saldo minder zullen uitgeven voor de Wmo-voorzieningen. Vooruitlopend op de wetgeving die hierbij nodig is heeft het kabinet al wel de algemene uitkering uit het gemeentefonds neerwaarts bijgesteld. Voor de Drechtstedengemeenten betekent dit een lagere uitkering uit het Gemeentefonds van circa € 3 miljoen. Het risico geldt vanaf 2027. •

De GR Sociaal werkt naar aanleiding van een AB-besluit in juli 2025 aan de verbetering van haar ICT-landschap. De precieze financiële consequenties van het bij bijbehorende programmaplan zijn nog niet duidelijk. •

Bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente

De zeggenschap van de gemeente wordt vormgegeven door deelname aan het AB (collegelid).

61

•

De financiële positie van gemeenten staat onder druk. Naast bezuinigingen nemen de uitgaven van gemeenten, o.a. door de stijgende zorgkosten, de komende jaren alleen maar toe en is er voorlopig geen zicht op een passende financiële compensatie vanuit de Rijksoverheid. Er is daarom besloten om aan de hand van de bestuurlijke opdracht 'Toekomstbestendig Sociaal Domein' te onderzoeken welke mogelijkheden (knoppen) er binnen de verantwoordelijkheden van de GR-Sociaal zijn om bij te dragen aan het beheersbaar houden van de kosten in het Sociaal Domein. Vooruitlopend hierop had de GR-Sociaal in haar begroting 2025 al maatregelen doorgevoerd die de voorziene stijging van de lasten temperen en lopen de komende jaren door. Ook in de begroting 2026 - 2029 is hier aandacht aan besteed.

•

De GR Sociaal zet samen met haar partners en de inwoner in op ontwikkelen, ondersteunen en versterken van inwoners op het gebied van werk, zorg en bestaanszekerheid. Centrale thema's hierbij zijn het terugbrengen van de menselijke maat in wet- en regelgeving en dienstverlening, minder complexiteit door vereenvoudiging en uitgaan van vertrouwen. Het ontwikkelen naar werk gaat hand in hand met het versterken van bestaanszekerheid en het zorgen voor ondersteuning. Hierbij staan drie grote ontwikkelingen centraal. Deze zijn het verder ontwikkelen van passend reintegratie- en participatiebeleid, de transitie van Drechtwerk naar ontwikkelbedrijf en het Werkcentrum Drechtsteden. Daarbij spelen de landelijke wijzigingen van de Participatiewet ook een grote rol. Hetzelfde geldt voor bestaanszekerheid, ook hier zijn de wijzigingen van invloed op de bestaanszekerheid van inwoners. Centraal staat het zorgdragen voor een zeker bestaan door inzet op het bieden van een voorspelbaar inkomen, duidelijkheid en eenvoud maar ook op het voorkomen, vroegtijdig signaleren & oplossen van schulden. Het bieden van meer ruimte voor zorgtaken als mantelzorg heeft wellicht in de toekomst ook effect op de vraag naar en de behoefte aan zorg. De vergrijzing, de toename van chronische aandoeningen en demografische en maatschappelijke veranderingen zorgen ervoor dat de zorgbehoefte toeneemt en verandert.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16021085/1