Vragen en opmerkingen rondom 3e wijziging APV 29082023
Tekst van het document
OPMERKINGEN, VRAGEN EN ANTWOORDEN M.B.T. VOORSTEL DERDE WIJZIGING APV HELMOND Hieronder de (technische) vragen en opmerkingen die via de schriftelijk voorronde zijn ingekomen en de vragen die zijn gesteld tijdens het inloopspreekuur op dinsdag 29 augustus 2023. Na iedere vraag of opmerking volgt een antwoord respectievelijk een reactie.
Opmerking 1 (fractie FVD) In het raadsvoorstel (RV074), staat op bladzijde 5/7 in de bovenste alinea, de één na laatste zin het woord ‘die’. Moet zijn: ‘dat’ (= het lid). Reactie: De constatering is juist. De tekst wordt taalkundig gecorrigeerd. Vraag 1 (fractie FVD) Op blz. 5/7 van het RV074, eerste bullit, i.r.t. artikel 5.1.9 van de APV staat dat dit artikel in strijd is met artikel 10 van het RVV 1990. - Hoeveel boetes zijn er in de achterliggende periode (vanaf het moment dat dit artikel in werking trad) opgelegd? - Ook het ministerie van I&W heeft zich op het standpunt gesteld dat het artikel in strijd is met artikel 10 van het RVV en dus niet gebaseerd is op een rechtsgrond: Gaat u met terugwerkende kracht, diegenen die beboet zijn het boetebedrag terugbetalen? Antwoorden: Er zijn in de achterliggende periode nooit boetes opgelegd. Dat heeft te maken met het gegeven dat artikel 5.1.9 APV pas werking krijgt als het college gebruik maakt van de aanwijzingsbevoegdheid. Het college heeft - zoals ook verwoord staat in het raadsvoorstel - tot op heden geen gebruik gemaakt van de aanwijzingsbevoegdheid. Nu er geen boetes zijn opgelegd - afgezien van de ontbrekende feitcode die nodig is om strafrechtelijk te kunnen optreden - valt er ook niets terug te betalen.
Vraag 2 (fractie Helder Helmond) Artikel 2.2.2.7 (Orde in verband met voetbalwedstrijden) spreekt in lid 1 enkel van “openbare plaatsen”. Aangezien zich in de omgeving van het stadion ook horeca bevindt, is het dan niet logisch en gewenst om de reikwijdte uit te breiden met de zinsnede “voor het publiek toegankelijke plaatsen”. Antwoord: Het begrip openbare plaatsen volstaat. Op het moment dat men zich met de in het lid 1 genoemde voorwerpen in het stadionomgevingsgebied begeeft, betreedt men de openbare ruimte (plaats) en handelt men in strijd met de verbodsbepaling en kan daartegen door de politie worden opgetreden. Anders gesteld: om een horeca-inrichting te bereiken moet men eerst over straat. Bovendien lijkt het niet realistisch dat overtreders van het verbod de genoemde voorwerpen meenemen naar binnen (de kroeg of supportershome).
1
Vraag 3 (fractie van FVD) De vraag sluit aan op vraag 2. Artikel 2.2.2.7 (Orde in verband met voetbalwedstrijden) bevat nu een specifieke opsomming en is niet limitatief. Verdient een meer algemene formulering niet de voorkeur in de trant van “alle voorwerpen waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat deze bedoeld zijn om de openbare orde te verstoren”? Kortom: Is het niet beter om de huidige tekst te blijven gebruiken. Antwoord: Er is gekozen om de voorwerpen meer specifiek te formuleren om zo de burgers meer duidelijkheid te bieden van wat wel en niet is toegestaan. Ook de politie biedt het meer houvast met het oog op handhaving. Te vage normen en interpretatieruimte dient zoveel mogelijk te worden voorkomen omdat die de naleefbaarheid en handhaafbaarheid bemoeilijken. Met de nieuwe terminologie wordt aangesloten bij de tekst van onze model noodverordening risicowedstrijden betaald voetbal die overigens ingezet zal worden in het geval de voetbalbepalingen in de APV onvoldoende zijn om verstoringen van de openbare orde af te wenden. Vraag 4 (fractie Lokaal sterk) Artikel 4.4.2 (Handelsreclamegebied) verwijst naar bijlagen (meervoud). Achterin de APV bevindt zich slechts 1 kaartje en dat betreft De Veste te Brandevoort.
Zijn er nog meer handelsreclamegebieden, en zo ja welke zijn dat? Zo nee, is het dan niet beter om te verwijzen naar bijlage 3? Antwoord: Op dit moment is De Veste in Brandevoort nog het enige aangewezen handelsreclamegebied binnen Helmond. De suggestie om bij een enkele aanwijzing te verwijzen naar bijlage 3 is een betere optie. De suggestie wordt overgenomen en verwerkt in de tekst. Vraag 5 (fractie Lokaal sterk) Artikel 2.3.5.2 (schenktijden paracommerciële rechtspersonen) regelt in lid 2 de schenktijden. Lid 2 is helder en lijkt op zichzelf voldoende. Wat is de betekenis en meerwaarde van lid 3? Antwoord: Vooropgesteld, dit artikel wijzigt inhoudelijk niet. Lid 2 onder a geldt voor alle paracommerciële rechtspersonen. Lid 3 bepaalt dat specifiek voor sportverenigingen de eindtijd met een extra uur wordt verlengd wanneer er een competitiewedstrijd of toernooi plaatsvindt op maandag, dinsdag, woensdag of donderdag. Zo’n wedstrijd of toernooi moet dan wel worden georganiseerd onder de vlag van een landelijke sportbond, zoals de competitiewedstrijden van de KNLTB. Dit artikel is op verzoek van de sportverenigingen toegevoegd en wel bij het opnemen van de artikelen rondom paracommercie in de APV. Vraag 6 (fractie VVD) De APV bevat een aantal bepalingen over honden, waaronder twee bepalingen die gaan over hinderlijke en gevaarlijke honden.
In de Helmondse APV wordt - in vergelijking tot andere gemeenten - een bepaling gemist die voorziet in de mogelijkheid tot inbeslagname van (bijtende) honden. Is het college voornemens om de inbeslagname op te nemen in de APV?
2
Antwoord: De inbeslagname als maatregel maakt geen onderdeel uit van de twee modelbepalingen van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) die betrekking hebben op hinderlijke en gevaarlijke (bijtende) honden. Tegen de eigenaar of houder van een bijtende hond wordt - afhankelijk van de ernst van het bijtincident en de omstandigheden passend - opgetreden door of namens de burgemeester. Bij zeer ernstige bijtincidenten kan strafrechtelijke inbeslagname volgen. Bij lichte en ernstige bijtincidenten ligt de bestuursrechtelijk route voor de hand, waarbij zo nodig spoedeisende bestuursdwang kan worden toegepast. Inbeslagname (het meevoeren van de hond en het tijdelijk onttrekken van de hond aan het verkeer) maakt daarvan onderdeel uit (zie artikel 5:29 van de Algemene wet bestuursrecht). Een andere optie om tot inbeslagname over te gaan is de lichte bevelsbevoegdheid van de burgemeester op basis van artikel 172, lid 3, Gemeentewet. Omdat de inbeslagname al wettelijk is geregeld en verband houdt met de (strafrechtelijke) sanctie- of (bestuursrechtelijke) herstelmaatregel, is het onwenselijk om dat aspect ook te regelen in de APV. Vanwege de complexiteit van de materie en om duidelijkheid richting onze inwoners te verschaffen, wordt een beleidsregel bijtincidenten overwogen.
Vraag 7 (fractie VVD) Achter de Helmondse APV-bepalingen wordt veelal verwezen naar de modelbepalingen van de VNG. - Betekent dat die bepalingen exact overeenkomen met die van de VNG? - En hoe kunnen commissie- en raadsleden kennisnemen van de model-APV? Antwoorden: In Helmond volgen we zoveel mogelijk de modelbepalingen van de VNG. Als daar goede redenen voor zijn wordt daarvan afgeweken. De VNG-nummering achter onze bepalingen betekent niet altijd dat het artikel exact overeenkomt met de overeenkomstige bepaling van de VNG. De geldende model-APV van de VNG is geplaatst in de databank KDER (Kennisbank decentrale regelgeving). KDER is niet voor eenieder toegankelijk. Hiervoor dient men over inloggegevens te beschikken. De model-APV zal nog worden toegevoegd aan de bijlagen behorende bij het raadsvoorstel. -------------------------
3