CConstaterende datHelmond
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag raadsvergadering 13 juli 2021

Gemeenteraad 13 juli 2021, gemeente Helmond29.006 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

De heer M.P.J. Rieter: Dat hij … De voorzitter: Mijnheer Klaus kennende … De heer M.P.J. Rieter: Ja. De voorzitter: Nou komt u … De heer M.P.J. Rieter: Nee, die heeft een kort maar krachtig, maar heel duidelijk … De voorzitter: Ja, maar nou komt ie ook wel naar voren. Dus dat … Nu wordt ie uitgedaagd. Ja. De heer Klaus. Helemaal afgedaald. Druk daar maar op. De heer Klaus: Dank je wel, voorzitter. Voorzitter, de SP was en is bezorgd over de leefbaarheid van de Leonardusbuurt. Deze buurt staat op allerlei punten op achterstand. Voorwaarde om dit te veranderen begint met verbetering van de fysieke werkelijkheid van de Leonardusbuurt en deze is niet rooskleurig, zoals ik al zei. De meeste stenen per vierkante meter en het minste groen. Het klimaatbestendig maken van deze wijk gaat hier dus waarschijnlijk meer problemen geven dan elders. Ja, er is in 2016 een wijkontwikkelingsplan geschreven en, ja, er is natuurlijk ook al wat gebeurd. Ja, de nieuwe directeur van de woningbouwvereniging gaat het allemaal anders doen, hebben we begrepen. Voorzitter, maar na vijf jaar zien wij op wat postzegelplannetjes na nog niet veel verbetering. Voorzitter, de SP zou graag willen dat de wijken over vijf jaar er fysiek anders uitziet, de schop dus snel in de grond moet. De mensen in deze wijk hebben net zo goed recht op een leefbare buurt als de mensen elders in de Helmondse wijken.

Tot slot, voorzitter, alhoewel het voorliggende voorstel ook weer gaat over een postzegelplannetje, zullen wij akkoord gaan met dit voorstel. Dank u. De voorzitter: Dank je wel. Dan de heer Rieter. De heer M.P.J. Rieter: Dank u wel, voorzitter. Wij hebben ook moeite met dit voorstel, omdat kortgezegd deze wijk vooral als versteende wijk wordt gekenmerkt. Het verdient juist veel meer lucht en ruimte, oases van rust en dat is juist met dit speelveld wat er nu is, een van die weinige plekken in deze. In die zin sluit ik me aan bij de heer Klaus, zoals hij het ook in de commissie heeft verwoord, en vond ik ook dat hij het eerste het woord mocht voeren en breng ik in tweede instantie wel wat onze stemming zal zijn. De voorzitter: Dank u wel. Wethouder Van den Waardenburg. Mevrouw Van den Waardenburg: Ja. Dank je wel, voorzitter. We hebben inderdaad hier ook over gesproken in de commissie. Voor de Leonardusbuurt geldt inderdaad een wijkontwikkelingsplan en dat maken we, zo’n BOB, maken we ook samen natuurlijk met de corporaties, in dit geval Volksbelang. Wij kunnen de openbare ruimte bijvoorbeeld pas echt aanpakken ook als er duidelijkheid is over de herstructurering, wat blijft. Het is zonde natuurlijk om de openbare ruimte heel flink aan te passen als gewoon nog niet Volksbelang zeg maar door die wijk heen is gegaan, dus daar wachten wij op.

In dit geval is het een plek die veel achterkantjes heeft van woningen, er zit ook een plaatje bij bij de bijlage. Over die schutting achter die schutting hebben wij in ieder geval gezien dat er weinig toezicht is en wij stellen daarom ook voor om hier veertien rijwoningen, seniorenwoningen, toe te voegen met een pleintje in het binnenterrein. GroenLinks vroeg nog: wat voor speelvoorziening komt daar dan terug? Dat hebben we ook aangegeven: dat zullen we met de wijk in overleg treden wat voor speelvoorziening daar dan het beste bij past. Natuurlijk, klimaatadaptatie is gewoon een van

onze pijlers van ons beleid, dus daar gaan we ook op toetsen, dat nemen we mee. Hier is het nog echt een exploitatie die wij aan u voorleggen, dus eigenlijk het financiële begin van het begin. Hierna volgt het ruimtelijk aspect en daar zullen natuurlijk ook de verdere ruimtelijke invulling zal daaraan worden vormgegeven. Maar nogmaals, dit is echt de financiële invulling aan het begin van het geheel. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dank u wel. De heer Klaus. De heer Klaus: Ja, voorzitter, kort. Ik begrijp dat de gemeente met het probleem zit dat de woningbouwvereniging dan niet opschiet, maar de mensen in deze wijk blijven wel op die achterstand staan en raken steeds meer op achterstand op allerlei punten. Dus ik wil er toch eigenlijk op aandringen dat er hoe dan ook snel iets gaat gebeuren, omdat anders die mensen dus alleen maar verder in de problemen raken. De voorzitter: Oké. De heer Klaus: Ook op maatschappelijk gebied. De voorzitter: Ik kijk … Ja. Ja, is … Ja, tweede instantie, hoor. De heer Van der Burgt. De heer Van der Burgt: Ja, voorzitter, ik heb een vraag aan de heer Klaus eigenlijk. Het gaat hier om een exploitatie, gewoon de financiële afwikkeling van een mogelijk bouwplan en ik hoor de wethouder zeggen dat ze toch in gesprek gaat met de corporatie en de inwoners, dus in feite hoeft het niet zo moeilijk te zijn.

Dit is alleen maar een exploitatieplan … De heer Klaus: Nee, dat is mij duidelijk. De heer Van der Burgt: Als je … De heer Klaus: Maar ik … De heer Van der Burgt: Dat zou je eigenlijk nog niet eens aan de raad moeten voorleggen. De voorzitter: Via de voorzitter, de heer Klaus. De heer Van der Burgt: Dat zou je eigenlijk nog niet eens aan de raad hoeven voor te leggen, want dat zou je zomaar kunnen mandateren aan het college. De voorzitter: Alles. Nee, dat … Oké. Nou, we hebben bepaalde spelregels. De heer …: We kunnen alles naar het college … Kunnen we naar huis. De voorzitter: De heer Klaus. De heer Klaus: Ja, voorzitter, het ging mij erom, en ik neem aan dat de VVD ook snapt het gaat om het probleem an sich, dat daar dus mensen gewoon al jarenlang zitten in hun wijk en dat daar weinig verandert. Daar gaat het om. Daar wil ik dus eigenlijk bij het college op aandringen om daar iets aan gaan te doen. De voorzitter: Kort. De heer Van Lierop en dan de heer Van Aert en dan de heer Rieter. Van Lierop.

De heer Van Lierop: Ja, sorry. U zei eerst kort voor de heer Van Lierop. Pardon. Voorzitter. De voorzitter: Misschien is het dan toch nog wel bedoeld kort, hoor. De heer Van Lierop: Nee, maar ik denk misschien de heer Van der Burgt. Ik wil toch de heer Klaus even bijvallen. Ik begrijp ook de heer Van der Burgt dat hij terecht zegt: ja, daar praten we nu niet over, maar ik begrijp de terechte zorgen van de heer Klaus en ik vind dat we daar inderdaad maar eens een keer ook een keer goed moeten over spreken of wij toch niet een versnelling kunnen maken op een of andere manier om toch wat meer lucht te bieden in die wijk. De voorzitter: Oké. Dank je wel. De heer Van Aert. De heer Van Aert: Dank je wel, voorzitter. Ja, seniorenwoningen klinkt ons als muziek in de oren, dus wij als fractie PLUS stemmen dan ook van harte in. De voorzitter: Oké. De heer Rieter. De heer Van Aert: 50PLUS. De heer M.P.J. Rieter: Oh. De voorzitter: U, senior. De heer M.P.J. Rieter: Ja, u zei mijnheer … Ik kan niet zien of die andere ook … Voorzitter, ook dit wil ik zeker niet noemen een duivels dilemma, maar inderdaad ik sluit me zeer graag aan bij de woorden van de heer Klaus zoals ik ook al net zei vond ik dat hij daarom ook dat als eerste moest melden.

Ik ken die wijk als geen ander, omdat ik heel mijn leven net aan de overkant, nog geen 100 meter vanaf, heb gewoond, dus al mijn leven erdoorheen ben gegaan. Dus ik ken die wijk ook redelijk goed. Maar de laatste paar jaar, al vijf jaar, heel veel woorden en terecht zegt de wethouder: het heeft tijd nodig, maar er moet inderdaad zoals ook de heer Klaus zegt daden worden gedaan. Dan kom ik weer terug op dezelfde afweging die ik heb gemaakt of die onze fractie heeft gemaakt bij De Braak: omdat het de enorme druk op de woningmarkt, de behoefte aan woningen in Helmond groot is zullen wij, en zeker niet met pistool op de kop, maar zeker ook kiezen voor huizen, maar pleiten er wel voor dat er wel heel snel iets moet gedaan worden en meer dan alleen de paar woningen die een hondenpoeppleintje hebben opgeleverd aan de Jan Stevensstraat, want het geeft al een heel klein beetje lucht, maar als er dadelijk meer woningen komen staan dat is iets anders, dat er toch wat meer luchtruimte enzovoorts komt, oftewel een goed plan van aanpak voor de verdere … De voorzitter: Oké. Dat is ook een stemverklaring, hè. De heer M.P.J. Rieter: Beleving. De voorzitter: De heer Smits. De heer Smits: Korte stemverklaring, voorzitter.

Inderdaad ook natuurlijk wij steunen dit voorstel en ook wat de heer Klaus allemaal naar voren toe brengt, heel goed, maar we moeten ons wel realiseren, voorzitter, het is geen excuus natuurlijk, dat we wel te maken hebben gehad met een corporatie uit Deurne die duidelijk een partij heeft gebracht in het Wob, Leonardusbuurt. Dus nogmaals, ik hoop wel dat de wethouder binnenkort

kan zetten dat wat er gaat gebeuren inderdaad nu bergopwaarts helemaal teruggetrokken is en Volksbelang helemaal alleen aan de slag gaat. De voorzitter: Oké. Wethouder, is er nog een toezegging? Mevrouw Van den Waardenburg: Ja, heel kort, voorzitter, want ik wil daar toch wel even op reageren. Ja, de heer Smits zegt het terecht. Ook wij zien ons geconfronteerd met natuurlijk Volksbelang die het al onder de streep lastig had financieel gezien, toch nog steeds onder toezicht staat landelijk gezien. Nou, een wisseling in de wacht. Inderdaad vanuit Deurne zou steun komen, uiteindelijk heeft die corporatie toch een andere afweging gemaakt. Nou, dat stelde Volksbelang weer voor nieuwe uitdagingen. Toen is uiteindelijk de keuze gemaakt om niet alles … Nog best wel veel sloopnieuwbouw zou er komen, nu hebben we de keuze gemaakt: nou, laten we toch heel veel gaan renoveren. Dat is hun goed recht, maar daar zien wij ons als gemeente wel mee geconfronteerd. Wij hebben goede gesprekken met Volksbelang. We hebben regulier overleg, daar zetten we ook op in. Daar heb ik ook constant aangegeven: er moet nu duidelijkheid komen voor de inwoners. Tot slot wilde ik nog zeggen, voorzitter, we hebben natuurlijk jaarlijks dat we hier het wijkontwikkelingsplan agenderen met u en lees het verslag na: het is niet zo dat er niets gebeurt in die wijk.

Wij zetten toch heel veel in als gemeente ook samen met de corporaties en samen met de LEF op heel veel andere dingen, toch ook wel de openbare ruimte, maar denk ook bijvoorbeeld, en mijn collega die fluistert het al in, vanuit de LEF de achter de voordeur gesprekken en ook heel veel speciale trajecten met kinderen, dus het is echt niet zo dat we niets doen in die wijk. Maar, nou in ieder geval uw signaal is helder en bedankt. In ieder geval de heer Smits verwoordde het goed en daar sloot ik bij aan. De voorzitter: Oké. Dank je wel. Dank je wel voor uw beantwoording. Ik kijk even naar de zijde van de gemeenteraad. Mag ik dit voorstel in stemming brengen? Mag dat met hand opsteken? ZO ja, wie is voor dit voorstel? Wie is tegen? Dan is het unaniem aangenomen. 17. Lijst Categorieën van gevallen waarin geen verklaring van geen bedenkingen is vereist (VVGB) voor projectafwijkingen. Raadsvoorstel 49 De voorzitter: Dan gaan wij met uw goedvinden naar agendapunt 17. Dat is de lijst Categorieën waarin geen verklaring van geen bedenkingen is vereist voor projectafwijkingen. Dat is raadsvoorstel 49. Er zijn een aantal fracties die daar het woord over willen voeren. Ik begin bij de heer Vervoort en dan werk ik het verder af. De heer Vervoort. Als het kort is, mag het ook van uw plaats. Dus we proberen zo min mogelijk … Maar u gaat er eens goed voor staat.

Oh, u gaat een amendement indienen. Oké, prima. De heer Vervoort: Dank je wel, voorzitter. In de commissievergadering van 24 juni heeft er een debat plaatsgevonden over het onderwerp verklaring van geen bedenkingen. Het college heeft een raadsvoorstel gemaakt om toestemming te krijgen om bepaalde projecten een verklaring af te geven van geen bezwaar. Wij vinden de omschreven categorieën te ruim. Wij niet alleen, maar zo denken er meerdere fracties over. Het CDA heeft aangegeven in de commissievergadering van 24 juni met een amendement te komen. Draagvlak en participatie vinden wij heel belangrijk. Wat voor ons ook zeer belangrijk is dat we niks willen blokken of willen vertragen. Zodoende hebben wij dit amendement gemaakt en die willen we als CDA gezamenlijk indienen met de volgende partijen: plan!, 50PLUS, Lokaal sterk, de VVD, fractie Michael Rieter, Helder Helmond, Helmond Actief en Bach Plus. Tot zover. De voorzitter: Oké. Dank je wel. Mag ik even het amendement … Ja hoor, ik lees het dictum even voor. Is het … Ja, punt 3 en 4, maar dat is zo klein getypt. Dat kan ik niet meer zonder bril hoor, dus daar moet ik even mijn

brilletje bij aanzetten. Ja, ja. Oké. Er komt een amendement op dit voorstel van de Categorieën van de gevallen waar geen verklaring van geen bedenkingen is vereist. Dat wijzigt het raadsbesluit als volgt, want het is een amendement, dus het is echt een wijziging: punt 3: het college maandelijks een actuele lijst aan de raad doet toekomen waarin opgenomen de projectbesluiten. Het volgende punt is: er de mogelijkheid moet zijn om op verzoek van een vijfde van de gemeenteraad een project dat op de lijst onder 3 genoemd staat binnen vijf werkdagen te agenderen voor een commissievergadering. Gaat over tot de orde van de dag en is met heel veel partijen ondertekend en maakt dus onderdeel uit van de beraadslagingen. Oké. Dan ga ik even kijken. De heer Stevens. De heer Stevens: Ja, ik wil graag een vraag stellen aan de indiener. Ik begrijp het waar het vandaan komt. Aan de andere kant denk ik: volgens mij werken we al tien jaar op de manier zoals we het nu doen. Bent u nou in een keer dan wakker geworden? Zijn er ellendige dingen gebeurt of waarom dient u dat dan nu in als we het al tien jaar zo doen? De voorzitter: Bent u wakker geworden? De heer Vervoort: Mijn collega Peters heeft ook in de commissievergadering aangegeven dat wij dat gezien hebben dat het vorige besluit niet goed was. Zodoende hebben we ook de schuld erkent: shit, dat hebben we niet goed gedaan.

Dus met dit gebeuren proberen we het te herstellen. De voorzitter: Oké, dank je wel. Ik ga eens even kijken. de heer De Mare. Op dit punt of … De heer De Mare: Ja, dank u wel. De voorzitter: Ja? De heer De Mare: Ook echt op dit punt inderdaad. Ik heb even een vraag aan de heer Vervoort. U zegt in de overwegingen dat u zeker niet wil, we hebben er ook over gesproken, dat er vertragingen bij de projecten op gaan treden. Daar wil ik graag de mening van de wethouder over horen ten aanzien van dit amendement, maar ik realiseerde me later dat bij dezen twee beslispunten die u toevoegt dat daar niet feitelijk is opgenomen dat er een soort opschortende werking van de aanvulling van dit raadsvoorstel uitgaat. Bedoelt u dus feitelijk dat de verklaring van geen bezwaar gewoon staat en u het later wil bespreken? Dan is het heel veel moeite voor iets wat u altijd kunt vragen. Of bedoelt u dat die verklaring van geen bezwaar dan ook feitelijk wordt opgeschort tot na een raadsbesluit? Want dat is juridisch een heel andere zaak en dat staat er niet. De voorzitter: De heer Vervoort. De heer De Mare: Dank u wel. De voorzitter: De heer Vervoort.

Wat bedoelt u … De heer Vervoort: Uiteraard als de meerderheid of in ieder geval een vijfde van de raad wil dat dit besproken zal worden, is het gebruikelijk in ieder geval dat het college op dat moment nog geen verklaring van geen bezwaar afgeeft, dus hij wordt op dat moment gewoon aangehouden. De voorzitter: Oké. De heer De Mare.

De heer De Mare: Dat betekent dus dat alle verklaringen van geen bezwaar gedurende de tijd dat het college nodig heeft om een lijst op te stellen en daarna gedurende de tijd dat de raad het recht heeft om zo’n behandeling aan te vragen dat alle verklaringen van geen bezwaar dus on hold staan gedurende de periode, want je weet het gewoon nog niet. Alles is dus onder voorbehoud. De voorzitter: De heer Vervoort. De heer De Mare: En heeft dus vertraging. De heer Vervoort: Nee, dat is niet de bedoeling in ieder geval. De wethouder heeft vorige keer in de commissievergadering ook aangegeven dat we spreken over ongeveer 34 verklaringen op jaarbasis. De wethouder kan zelf ook sturen: wanneer willen we de verklaringen afgeven? Op welk moment? Als de lijst komt geef de raad dan vijf dagen de tijd om te zeggen: dit onderwerp willen we alleen bespreken en de rest kan allemaal gewoon doorgaan, dus wij gaan er ook vanuit van de 34 projecten op jaarbasis dat misschien hooguit één, hooguit twee worden besproken, want het is in onze doelstelling hier: probeer zo snel mogelijk alle vergunningen af te geven, want we hebben er niks aan als er een hele hoop of hier een hele hoop over wordt gesproken, maar als wij reuring horen bij onze bewoners: dit is niet goed, dat wij als raad hier een rol hebben en dat die mensen niet zelf naar de rechtbank moeten, want dat vinden we echt een stap te ver.

Dus zodoende willen we graag hier iets van vinden. Dan heeft ook het college in ieder geval hier het mandaat vanuit de raad. De voorzitter: Oké. Volgens mij is het wel duidelijk. Dat is de derde keer nu, hè. Ja. Mevrouw Maráczi. Mevrouw Maráczi: Ja, ik heb ook heel veel vragen bij het amendement, want ik vraag me ook af: wat gaan we dan bespreken, mijnheer Vervoort? Ligt dan het mandaat bij ons of hoe moet ik dat zien? De voorzitter: De heer Vervoort. Mevrouw Maráczi: U zegt net … Trouwens, dat moet ik effen goed zeggen. U zegt net precies waar het volgens mij u om gaan: als er reuring is. Dan denk ik: wat gaan wij dan met die reuring doen? Gaan wij dan het plan stopzetten of wat is dan de bedoeling van die bespreking? De voorzitter: De heer Vervoort. De heer Vervoort: Nogmaals, wij willen eigenlijk niks blokkeren, maar op het moment als de stad in rep en roer is en vervolgens zijn er onderwerpen die onze burgers aangaan, vervolgens het college zou in principe voorstander zijn van de verklaring af te geven van geen bedenkingen, dan staat de bewoners niks anders te doen, als er de verklaring is, naar de rechtbank te gaan. Dat vinden wij een stap te ver. Zodoende hebben wij gezegd: op het moment dat een vijfde van de raadsleden dit graag wil bespreken, gaan we dit hier bespreken. Vervolgens volgt er een meerderheid of een minderheid richting het college richting advies.

Ik neem aan op het moment als er geen draagvlak is binnen de raad dat het college hier rekening mee gaat houden en hier geen verklaring voor afgeeft. Op moment als er een meerderheid is die zegt: wij vinden het een goed plan, dan zal het college hier een handtekening onder zetten en dan staat het de bewoners nog altijd vrij om naar de rechter te stappen om het project tegen te houden, maar wij willen graag die tussenstap zijn in geval van nood. De voorzitter: Mevrouw Maráczi nog.

Mevrouw Maráczi: Ja, ik vraag me echt af, ja ik hoor dadelijk graag de reactie van de wethouder, of dit zo is. Want volgens mij hebben we hier alleen over de ruimtelijke inpassing, dus ik snap niet waar we daar al met een rechter en weet ik veel wat allemaal te maken hebben, maar dit lijkt mij ook een heel gevaarlijk iets als we dat wel gaan doen, want dan denk ik dat we in Helmond kunnen stoppen met bouwen. Ben ik bang. De voorzitter: Oké. Maar we gaan eens even naar de wethouder luisteren. Zullen we dat doen? Ja? Nee, maar zijn er nog andere bijdrages op dit punt? Dus laten we dit even eerst maar eens even een reactie van de wethouder op het amendement. Zijn er nog andere bijdragen in de eerste termijn. Ja, de heer Van der Burgt. Ja, tuurlijk. De heer Van der Burgt: Dank je wel, voorzitter. Ja, geen gemakkelijk onderwerp en eigenlijk het onderwerp, dus daarom ga ik er maar bij staan, het onderwerp is eigenlijk aan het licht gekomen op 20 mei toen ik eigenlijk in een behoorlijke felle discussie, te fel let wel hoor, met u raakte. Daarvoor nog mijn excuses, maar ik vond toch dat ik iets bloot moest leggen, met name die verklaring van geen bedenkingen. Juristen schreven bij de Waaierweg schreven ze daar duidelijk over.

Toen zag ik ook bij de raadsvergadering van 25 mei, de raadsvergadering hiervoor, zag ik ook een brief van een advocaat over een ander bouwplan, Gerwenseweg 52 als ik het goed heb, en daar zie ik hetzelfde probleem voor. Wat was het probleem? Het probleem was gewoon heel eenvoudig. Het mandaat van 2011 was gewoon door jurisprudentie achterhaald. Op dat moment heb ik ook in die raadsvergadering, waarin na die commissievergadering, heb ik ook, je kan het nakijken, duidelijk gezegd … Mijn vraag is dan ook: hoe lossen we het op? Wie raakt dat nog meer? Wat zijn de gevolgen? Dat waren mijn vragen. Ik heb ook gevraagd: kunnen we hier een overzicht van krijgen van: hoe raakt het ons? Dus het mandaat van 2011 was door jurisprudentie van de kaart geveegd. Dat werd duidelijk door die advocaten die dat in die procedure, dus we moesten iets. Daar heeft de wethouder op geacteerd en die heeft ons een lijst van categorieën voorgelegd. Laat ik voorop stellen, de bijdrage zoals die ons toegezonden is die schetst het heel duidelijk. Wie wil er nu een project voor achttien mensen met een verstandelijke beperking in de raad dat al zes, zeven, acht jaar loopt dat al eigenlijk in mijn ogen al lang gerealiseerd had moeten worden. Wie wil dat in de raad hebben? Dat vind ik zoiets dat moet aan het college gemandateerd worden.

Daar moet je duidelijk ook zijn, maar er zijn echt enkele gevallen, en als in de Tweede Kamer er reuring ontstaan, dan roepen ze de Tweede Kamer dan zetten ze het ook op de agenda en dan moet het mogelijk zijn, en daarom heb ik ook meegewerkt aan het amendement, dan moet het mogelijk zijn om het college met de wethouders in overleg te gaan en te kijken: hey, waar liggen de knelpunten en hoe lossen we dat op? Dan kan je een boodschap meegeven los van het feit dat je het mandaat bij het college laat. Dat is de insteek. De heer Stevens: Ter interruptie, voorzitter. De heer Van der Burgt: Ik denk dat ik het zo goed verwoord. De voorzitter: Dank je wel. Een interruptie van de heer Stef Stevens. Ik vervang zoals u ziet de burgemeester. De heer Stevens: Oh. De voorzitter: De heer Stevens. De heer Stevens: Dan ben ik even van mijn a propos. De voorzitter: Hoe kan dat nou, de heer Stevens, dat ik dat voor elkaar krijg?

De heer Stevens: Ja, dat gebeurt toch niet vaak, hoor. Op moment dat er iets speelt, dan kunnen we toch nu al het aan de orde brengen in de raad? Of als er reuring is of dat mensen er tegen zijn of wat dan ook, dat kunnen we nu toch al? Dus wat u nou aan het optuigen bent, is dat dan niet een beetje overbodig? Ik zou ook wel eens willen weten: waar is het nou de afgelopen tien jaar dan echt fout gegaan dat je zegt: nou, daar hadden we nou deze regeling voor gehad, want dan was het anders gelopen? De voorzitter: De heer Van der Burgt. De heer …: Daar gaat het voor mij wel om. De voorzitter: Via de voorzitter en uw microfoon aan. Gaat uw gang. De heer Van der Burgt: Voorzitter, daar gaat het niet om, de heer Stevens. We moeten gewoon iets repareren. Mij gaat het erom dat wij het mandaat bij het college neerleggen en dat wij de mogelijkheid hebben om met het college in overleg te gaan en daar met het college de ruimte verkennen waar de knelpunten liggen. Daar gaat het om. Niet meer en niet minder. De voorzitter: Dank je wel. Ik zie interrupties van de heer De Mare en mevrouw Maráczi. In die volgorde. De heer De Mare.

De heer De Mare: Dank u wel, voorzitter? Dan toch even de vraag aan de heer Van der Burgt: ik was eerlijk gezegd in de veronderstelling of ben eerlijk gezegd in de veronderstelling dat het raadsvoorstel een reparatie van het juridisch probleem inhoudt en dat u dat raadsvoorstel wil aanpassen, maar u moet niet zeggen dat u een amendement indient om een juridisch probleem op te lossen, want dat is gewoon het raadsvoorstel. Tenminste, zo heb ik het begrepen. Dat hoor ik dan graag van de wethouder. De heer Van der Burgt: Dat … De voorzitter: De heer Van der Burgt. De heer Van der Burgt: Dat klopt. Dat klopt ook inderdaad, de heer De Mare. Dat is ook de juiste uitleg. Ik heb ook niet voor niks 25 mei die uitleg gegeven. De voorzitter: Dank je wel. Mevrouw Maráczi. Mevrouw Maráczi: Ja, ik wil me effen aansluiten bij mijnheer Stevens, want ik zie ook de overbodigheid wel in, want we kunnen altijd raadsvragen indienen, we kunnen vragenhalfuurtje doen. Dus ik zie totaal geen toevoeging, alleen maar het gevaar dat we dadelijk allerlei dingen gaan bespreken dat we weer het proces en al onze rollen door elkaar gaan halen, zoals al vaker is gebeurd. Dus ja, ik zie hier echt … Ja, ik zie het sowieso als een lege huls, volgens mij voegt het niet toe, alleen maar denk ik heel veel onduidelijkheid en nog meer ruis en van alles wat er bij komt.

De voorzitter: De heer Martijn Rieter, wil u meteen daarop aansluiten? De heer M. Rieter: Ja, ik hoor overbodig en het voegt niks toe, maar volgens mij wel als we het op de agenda brengen hebben dus inwoners dus ook als er reuring is kunnen ze inspreken en dat is in ieder geval al meer dan alleen bij raadsvr… Nee, maar je noemt net de raadsvragen en je noemt het vragenuurtje, maar dat staat natuurlijk niet in verhouding tot het echt op de agenda brengen en het procedureel afhandelen.

De voorzitter: Akkoord? Voldoende voor dit moment? De heer …: Voorzitter, mag ik even aanvullen? De voorzitter: Ja, gaat uw gang. De heer …: Want ik hoor hier: het kan al, maar het is dan wel zo dan is het ook voor een besluitvorming van een geamendeerd stuk van het college, dus dan is het wel kijk dan kunnen we het in de raad brengen, maar dan is het nog, terwijl het dus aan het college die het besluit gaat nemen en dan kunnen we dat in de raad brengen. Dus tot zover. De voorzitter: Ja. Mevrouw Maráczi, een reactie? Mevrouw Maráczi: Ik stel effen dat we hier gewoon denk ik wel heel duidelijk in moeten zijn en ook wat we voor verwachtingen scheppen aan onze inwoners, want het is natuurlijk niet zo als een paar inwoners in een wijk ergens tegen een project zijn dat we ze in de veronderstelling moeten laten dat als wij het dus in de commissie gaan bespreken dat het gewoon van tafel geveegd kan worden. Ik denk dat we daar heel duidelijk in moeten zijn en dat we daar ook heel … Ja, ik zeg het al, net als bij de zonnevelden, ik noem het maar even als voorbeeld, dat we heel duidelijk schetsen wat het proces is en wanneer iedereen zijn rol is en wanneer iemand aan de beurt is. Dit voorzie ik dus met dit amendement, ja, voorzie ik daar heel veel problemen die gaan komen. De voorzitter: Ja. De heer Vervoort en dan gaan we naar het antwoord van de heer Van der Burgt. De heer Vervoort.

De heer Vervoort: Op mevrouw Maráczi: uiteraard elke bewoner kan hier niet aangeven er is, want er moet namelijk een vijfde van de raadsleden moet dit willen agenderen. Dus het is niet zo dat elke bewoner van Helmond even bij ons zegt: hier dit gaan we bespreken. Het is in die gevallen zo op het moment als wij denken vanuit hier: dit moet echt besproken worden, dan komt het voorstel elke maand naar het college dit zijn de onderwerpen die geen verklaring willen afgeven, dan zijn er een acht raadsleden die zeggen vanuit hier: op dit onderwerp hebben wij aanvullende vragen. Als raadslid word ik daar op bevraagd. Wij kunnen dat met z’n achten kunnen we zeggen: dat gaan we bespreken met het college. Dan kunnen wij er samen een oordeel over vellen, want wij zijn nog steeds als raad wij geven hiervoor het college een mandaat. Wij zijn sturend en niet andersom. Het college is uitvoerend. De voorzitter: Dank u wel. De heer Tuerlings, een reactie? De heer Tuerlings: Ja, ook indirect een vraag naar de wethouder. De heer Vervoort geeft aan dat het dan geen vertraging op zou lopen, maar stel nou dat wij vandaag die lijst krijgen en morgen komt er een voorstel op de agenda, dan moet dat of op de lijst voor de volgende keer, dan duurt het dertig dagen voordat die lijst aan ons verstrekt wordt. Dan duurt het nog eens vijf dagen voordat wij daar uitsluitsel over hebben.

Stel nou dat er urgentie bij is, dat het college graag binnen twee weken zo’n verklaring wil geven, dan zou dat voorstel zou 35 tot 40 dagen moeten wachten of eventueel zelfs nog langer als het verzoek van de raad om het te agenderen op een opiniecommissie als die opiniecommissie ongelukkig valt is dat nog een maand. Dan zou het tot 65 dagen daarna kunnen doen voordat wij hier in de raad gesproken hebben over dat voorstel en dan zou het dus ruim twee maanden vertraging op kunnen lopen.

De voorzitter: Dank je wel. De heer Vervoort, reactie. De heer Vervoort: Voorzitter, als een project in Nederland en ook in Helmond op de agenda gaat komen, dan zijn we helaas geen 65 dagen kwijt, geen 650 dagen kwijt, maar meestal jaren en dan praat ik niet over één jaar, niet over vijf jaar, maar misschien wel tien jaar gemiddeld. Die situatie doet zich voor. Dat is geen goede zaak. Dan gaat het niet over vijf dagen meer of vijf dagen minder, dan heb ik veel liever dat onze bewoners zeggen: zie je, we hebben de mogelijkheden als er iets zit via de raad te kunnen bespreken en dan hebben wij graag die aantal dagen erover. Het is aan het college om de juiste momenten te kiezen: wanneer kan ik zoiets gaan behandelen? Op het moment als het college weet: we lopen richting vakantie, deze en deze projecten moeten afgehandeld worden, dan kan er ook een versnelling worden gezet om het tijdig in ieder geval te doen. Het zal niet aan die paar dagen liggen, want we willen, nogmaals, niks vertragen. We willen het zelfs bespoedigen, want als de bewoners naar de raad gaan, naar de rechtbank gaan, duurt het nog en nog veel langer voordat het verder kan gaan. De heer Stevens: Ter interruptie, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Ja, ik zag de heer Van Aert als eerste.

Die wou ik de gelegenheid geven en dan gaan we over … De heer Stevens: Ja, maar ik wou graag … De voorzitter: De heer Stevens. De heer Van Aert: Ik wil nog even een reactie geven, voorzitter, op de heer Tuerlings, want die zegt: ja, er moet een verklaring van geen bedenkingen afgegeven binnen veertien dagen. Nou, dat vind ik wel een beetje dat kan sowieso al niet, dus … De heer Tuerlings: Dat was bij wijze van spreken, voorzitter. De heer Van Aert: Ja, ja. De voorzitter: Oké, dank je wel. De heer Van Aert: Maar u zegt het wel. De voorzitter: De heer Stevens. De heer Stevens: Ja, voorzitter, wat nou in een keer in mijn hoofd opkomt: stel dat je een hele drukke agenda hebt, die lijst is uitgebracht, je hebt vijf dagen, maar je hebt geen tijd. Nou, weet je wat? We hebben die lijst nog niet goed kunnen bekijken, we hebben de plannen niet goed kunnen bekijken, laten we maar in ieder geval zeggen dat we ze willen behandelen en dan kijken we daarna wel verder. In dat geval ga je natuurlijk lopen, zeker als het politiek gespeeld gaat worden. Ja. De voorzitter: Ja, Vervoort tot slot. De heer Vervoort: Daar wil ik wel een opmerking … De voorzitter: We zijn er allemaal bij, hè.

De heer Vervoort: Daar wil ik ook de opmerking even er moeten acht raadsleden geen tijd hebben. Ik vind het een beetje ridicuul om zo te denken dat we alle acht zo druk hebben dat we zeggen: dat gaan we hier maar bespreken. Als we zo met elkaar bezig zijn, dan doen we het hier echt niet goed. De heer Stevens: Zo bedoel ik het niet … De voorzitter: De heer Stevens. De heer Stevens: Voorzitter. Ik bedoel daarmee dat als je gewoon een hele drukke agenda hebt en die lijst die komt uit, dan moet je binnen vijf dagen dus beslissen of iemand het wil gaan behandelen. Acht mensen moeten gaan beslissen, maar je wil eerst gaan kijken: ja … Wij hebben gewoon geen tijd om die dingen door te nemen, want als je het goed wil doen, moet je ook echt die plannen goed gaan bekijken voordat je zegt: we moeten het gaan behandelen. Anders krijg je zo meteen dat elk plan behandeld gaat worden. Dat is … De voorzitter: Dank je wel. We vallen in … De heer Stevens: Dat gaat echt vertragen. De voorzitter: We vallen in herhaling. We gaan even naar de heer De Mare en dan wil ik toch naar de heer Van der Burgt kan hij zijn betoog afronden. De heer De Mare. De heer De Mare: Ik weet inderdaad ook niet meer of het nog over het betoog van de heer Van der Burgt ging of over de toelichtingen van de heer Vervoort.

Ik zou eigenlijk aan de heer Vervoort willen vragen: zijn hele betoog over het voorkomen van gerechtelijke procedures en het voorkomen van vertragen is er blijkbaar op gebaseerd dat er Helmonders zijn die wel naar de rechtbank stappen als het college een verklaring van geen bezwaar afgeeft, maar niet naar de rechtbank stappen als de raad een verklaring van geen bezwaar afgeeft. Ik zou willen vragen of hij mij die twee mensen kan aanwijzen, want ik ken ze niet. De voorzitter: De heer Vervoort. De heer Vervoort: Nee. Ik vind ook echt dat de mensen in ieder geval wij zijn de volksvertegenwoordigers. Op het moment als de mensen ons aanspreken vanuit: hier is daadwerkelijk een probleem, dan is het niet goed van wij wassen onze handen in onschuld en ga maar naar Den Bosch, ga daar maar een procedure starten. Dan hebben wij het wel verkeerd. Wij willen graag luisteren naar onze burgers. De voorzitter: Ja, dan moeten we wel op gaan letten, want nu blijven we ronddraaien. De heer …: Ik vind het een karakterisering van … De voorzitter: Tot slot. De heer …: Het functioneren van de … De voorzitter: Dat zijn echt de laatste. Mevrouw Maráczi en de heer De Mare tot slot. Mevrouw Maráczi: Ik wil hier ook effen aan toevoegen: hier wordt gewoon gesuggereerd als we hier niet mee instemmen dat wij geen volksvertegenwoordigers zijn. Die suggestie wil ik echt …

De voorzitter: Dank je wel. De heer De Mare. Mevrouw Maráczi: Ja, echt hoor. Ja, sorry. De heer De Mare: Ik vind het eigenlijk een karakter… Of hoe zal ik het zeggen? Een rare karakterisering van het werk van het college. Ook het college werkt namens en voor de bewoners van onze stad en die zullen ook die afweging maken als ze reuring hebben, net zo goed als de raadsleden. De voorzitter: Dank je wel. Dan gaan we nu echt naar de heer Van der Burgt en dan kan hij zijn betoog afronden en mogelijk enkele opmerkingen meenemen. Gaat uw gang. De heer Van der Burgt: Dank je wel, voorzitter. Je ziet dit is geen gemakkelijk onderwerp. In eerste instantie toen ik het aan het licht bracht hier op 20 mei had ik eigenlijk toch wel van deskundigen verwacht dat er zoals de heer De Mare, want die trekt nu toch wel dingetjes uit zijn verband, dat die wat eerder mij daarin ondersteund had, want uiteindelijk was het gewoon nodig om dit te repareren, zo simpel is het, om geen vertraging te creëren. Daar ben ik dus niet op uit. Laat ik er nog een element aan toevoegen, want dat zou de heer De Mare moeten zeggen, want die weet precies hoe het werkt. Vaak zijn dat de omgevingsvergunningen die aanvragen met uitgebreide procedure. Dat praat je al eigenlijk over 26 weken.

Nou, dan in die tussentijd als je vijf dagen die werkdagen erin bouwt na die lijstpresentatie, dan kan jij in die tussentijd makkelijk is er ruimte zonder vertraging om met het college van gedachte te wisselen en daar gaat het in principe om. Ik zal nog een element toevoegen. De voorzitter: Mag ik vragen of u uw betoog afrondt? De heer Van der Burgt: Ja. De voorzitter: Op dit punt wil ik eerst effen toch de wethouder … De heer Van der Burgt: Precies. De voorzitter: Het woord geven en dan even kijken waar we dan staan. Maar even dat nieuwe punt nog die u wil afronden. De heer Van der Burgt: Ik wil nog één element toevoegen. Dat is de verklaring van geen bedenkingen die komt aan het einde, want zodra de Omgevingswet in werking treedt, en die heb ik bij de voorjaarsnota heb ik al duidelijk aangegeven: college, maar ook raad, wij moeten hele snel aan de slag, want daar is het juist in de Omgevingswet is er juist op gestoeld om aan de voorkant met de mensen in gesprek te gaan. Draagvlak en participatie, dat zijn de kernwoorden en daar moet je nu eigenlijk nu meteen mee aan de slag. Heel veel gemeenten zijn er al mee aan de slag, want die Omgevingswet die komt eraan en dan is die verklaring van geen bedenkingen is er onmiddellijk uit en dan stelt u maar als raad de kaders vast voor de Omgevingswet. Daar moeten we heel snel mee aan de slag. De voorzitter: Dank u wel.

Ik kijk even naar de zijde … Had u nog een vraag, de heer Tuerlings, of niet? Hij lokt niet uit. Dan kijk ik nog even. Wie wil er nog een bijdrage? Of gaan we over naar de wethouder? De heer Rieter junior. De heer M. Rieter: Nou, u gaf net een procesvoorstel om eerst naar de wethouder te gaan, maar ik wil best eerst een bijdrage houden.

De voorzitter: Nee, want ik wil gewoon de eerste bijdrage van de raad. Kan natuurlijk … De heer M. Rieter: Oké. De voorzitter: Maar niet over het amendement, want over het amendement zijn echt zoveel vragen nog die bij de wethouder liggen en die komen zo meteen in de eerste termijn van de wethouder aan de orde. Maar als u gewoon een bijdrage levert, kan dat natuurlijk altijd. De heer M. Rieter: Oké. Ja, dank je wel, voorzitter. Voor ons ligt dus het raadsvoorstel waarin we in eerder besluit van de raad, namelijk april 2011, gaan repareren en weer juridische waarde gaan geven. Voorzitter, we zijn nu tien jaar verder en in een tijd waarin we op korte termijn de Omgevingswet gaan implementeren, een wet waarin participatie en draagvlak van belang zijn. Helder Helmond vindt het dan ook zeer vreemd dat we nu een raadsbesluit van tien jaar geleden gaan bekrachtigen wat totaal niet met de intentie rijmt van deze Omgevingswet, voorgangers hebben dit ook al aangegeven. Wat Helder Helmond dienen we de periode tot aan de Omgevingswet optimaal te benutten in dienst van de wet, dus met behoud van participatie en draagvlak via de gemeenteraad en we moeten zeker niet deze verklaring van geen bedenkingen volledig uit handen van de raad nemen.

Met dit raadsbesluit gaan we namelijk bewoners die bezwaar willen maken weer constant het juridische intrekken en dat is wat we volgens Helder Helmond juist moeten zien te voorkomen. Dit is voor veel inwoners een brug te ver en brengt hoge kosten met zich mee, dus wat dus voorgangers al zeiden dat dat overbodig is dat denk ik wel degelijk niet. Aan de andere kant begrijpen we ook het standpunt van het college en ook de, ja, de inspreker begin van de avond, want dat was ook op dit punt, dat er op sommige dossiers wel meer snelheid geboden dient te worden. Tijdens de commissie is er dus een discussie op gang gekomen en daaraan hebben dus ook CDA en andere aangegeven om met een amendement te komen, een amendement dat in onze ogen recht doet aan het belang van de controlerende functie van de raad en aan de andere kant ook een positief effect kan hebben op de dossiers waar voortvarendheid geboden dient te worden. Dus ja, tot zover in eerste instantie. De voorzitter: Dank je wel. Ik kijk aan de zijde van de gemeenteraad of er nog iemand een bijdrage wil in eerste instantie. Zo niet, dan ga ik naar de wethouder. Wethouder. Mevrouw Van den Waardenburg: Ja. Dank je, voorzitter. Ja, ik ga een enigszins uitgebreide toelichting geven, omdat het natuurlijk ook gewoon een lastige materie is. Ik zie u er ook wat mee worstelen.

Goede discussie ook wel, goede discussie in de commissie, maar ik wil u ook graag meenemen in de wondere wereld van de verklaring van geen bedenkingen. Nou, in 2011 is het inderdaad zo geweest dat uw raad heeft besloten om eigenlijk alle gevallen waar een projectbesluit wordt aangevraagd om die in handen van het college te stellen, dus geen verklaring van geen bedenkingen af te zullen geven. Nou, dat hebben heel veel gemeenten gedaan, omdat eigenlijk de verklaring van geen bedenkingen is best wel zwaar. Bijvoorbeeld heel zwaar ook vergeleken met een omgevingsvergunning voor vragen die een hele lichte procedure kent, maar ook met een bestemmingsplan wat bijvoorbeeld eigenlijk meer ruimte biedt vaak, maar één keer naar uw raad komt. Dus een verklaring van geen bedenkingen komt twee keer naar de raad, is best een zwaar middel. Dus jarenlang hebben ook gemeentes op die manier eigenlijk hun raden hebben zeg maar besloten: nou, dat bij een projectbesluit stellen we in de handen van het college. Toen heeft de Raad van State heeft inderdaad gezegd: nou, zo ruim, daarmee omzeil je eigenlijk de wet, dus dat mag niet meer. Dus je moet echt raden, u moet specifieke categorieën van gevallen gaan aanwijzen. Nou, dat werd ook door de advocaat in de zienswijze bij de Weijerweg aanhangig gemaakt en daar hebben wij natuurlijk ook op geacteerd.

Wij hebben aangegeven dat met dit raadsvoorstel, dat was ook een vraag van de heer Van Mare, met dit raadsvoorstel trachten wij inderdaad tegemoet te komen aan de uitspraak van de Raad van State. Daarbij hebben we heel erg

aangesloten bij het raadsbesluit van de raad uit 2011. Dus ja, hij is ruim, maar dat paste ook bij het raadsbesluit uit 2011. In die zin een beleidsarme technische wijziging. Er werd straks ook al aangegeven en gesuggereerd: ja, wij vinden participatie heel erg belangrijk. Dat vinden wij als college uiteraard ook, maar dat staat hier echt los van. Het is natuurlijk niet zo dat bepaalde aanvragen niet met participatie tot stand kunnen komen als ze niet via zo’n verklaring van geen bedenkingen tot stand zijn gekomen. Dan verwijs ik bijvoorbeeld naar de heer Lobée die heeft ingesproken: mooi project, volgens mij ook echt met de omgeving en participatie van onderop, want het waren juist de bewoners die zeiden: mijn kinderen zitten heel ver weg van mij in een, ja, beschermde woonomgeving. Ik zou die graag wat dichter bij huis hebben. Maar ook een andere aanvraag bijvoorbeeld van woonpartners die juist vorige bewoners en nieuwe bewoners heeft mee laten denken met: hoe gaan wij bij de Vondellaan daar nieuwe appartementencomplexen neerzetten? Dus participatie staat echt los van die verklaring van geen bedenkingen en anderzijds wil ik ook wegnemen het idee dat in het verleden dit soort aanvragen niet gepubliceerd zijn. Ze zijn altijd gepubliceerd. Iedereen heeft er kennis van kunnen nemen. Deze categorie van gevallen zijn ook geen verruiming of geen uitbreiding.

We hebben zo veel mogelijk willen aansluiten bij het eerdere raadsbesluit. Ja, zonnevelden en windmolens, hebben we ook in de commissie genoemd, dat is een uitzondering. Uiteraard is het aan de raad om die vrijheid of die ruimte dan wel of niet te nemen. De afwegingen die wij als college daar ook aan ten grondslag hebben gelegd die heb ik ook al in de commissie genoemd, maar ik wil ze echt nog even herhalen, omdat ik het belangrijk vind waarom wij tot zo’n voorstel komen en dat wordt volgens mij ook wel erkend door velen van u: langere procedures, twee keer naar de raad, is echt wel omvangrijk, druk op de raadsagenda. Uiteindelijk zullen we alle aanvragen toetsen aan wet, regelgeving en ook aan uw kaders. Als in uw kaders staat, in uw beleid staat dat wij bepaalde ontwikkelingen niet wenselijk vinden, als wij bijvoorbeeld horeca op bepaalde locaties niet wenselijk vinden, dan gaan wij daar natuurlijk ook geen vergunning voor verlenen. Dus u zit sowieso aan het roer, aan het stuur als het gaat om de kaders. Daarnaast ambtelijke capaciteit, dat is ook al door de heer Lobée genoemd, en ik gaf ook aan in de commissie: het zijn ook vooral veel woningbouwplannen. Dan over het amendement. Daar wil ik ook wel wat onduidelijkheid over wegnemen. In artikel 3 geeft u aan dat u eigenlijk maandelijks een lijst wil zien. Nou, dat is op zich geen probleem.

Ze worden al gepubliceerd in de lokale krantjes en ook op onze website, maar als je een lijst daarover wil ontvangen, uiteraard is dat geen probleem. Dan gaan wij voortaan van de nieuwe ingediende aanvragen gaan we u in kennis stellen extra. Dat is niet erg, doen we gewoon. Dat maakt het verschil niet, maar het gaat hem vooral over artikel 4 denk ik. Daar geeft u aan: projecten agenderen bij een bepaalde stemverhouding, meerderheid zeg maar een vijfde. Daarbij merk ik op, en dat heb ik ook al bij enkele van u gemerkt: ja, tuurlijk heeft het u altijd vrij gestaan om mij te bellen of een andere wethouder daarover te benaderen, het college te benaderen, raadsvragen te stellen, aan de voorkant van een raadsvergadering daar aandacht voor te vragen, maar u wil eigenlijk daar opiniërend over spreken. Ik wil daarbij wel aantekenen, en de heer Van der Burgt zei het wel juist, maar ik hoorde het daarna weer anders, dat u met dit raadsbesluit plus het amendement de categorieën zoals daar beschreven echt aangeeft: daar gaan wij geen verklaring van geen bedenkingen voor afgeven. Dus het is niet zo dat als je straks bij een vijfde aangeeft: wij willen het bespreken in een opiniecommissie.

Dan bereiden wij dat voor en dan komen we bij en dan gaan we daarover spreken, maar dan is dat niet dat dat leidt tot een adviescommissie en een raadsvoorstel, want dat kan op basis van die VVGB dat raadsvoorstel plus het amendement kan dat niet. Dat is niet in het kader van rechtszekerheid helder om dan alsnog te zeggen: ja, wij willen het alsnog agenderen voor de raad. Natuurlijk kunnen we opiniërend bespreken met elkaar, u kunt wensen en bedenkingen meegeven, u kunt vragen stellen. Daar zal ik ook ambtelijke capaciteit blijven zetten als u wat specifieke vragen heeft, geen enkel probleem, maar het is niet zo dat u dan alsnog zegt: nee, nou trekken we het VVGB weer naar ons toe. Ja, ik snap GroenLinks. Die zei inderdaad qua termijn kan het onfortuinlijk uitkomen, dat kan. We moeten als gemeente binnen een wettelijke beslistermijn van 26 weken blijven. Dat lijkt allemaal heel ruim, 26 weken, maar als u eens wist hoeveel hieraan vooraf gaat voordat wij hier in de raad zitten: ambtelijk, college,

presidium. Nou, ik hoef het allemaal niet toe te lichten, maar daar gaat best wel een tijd overheen. Vandaar ook dat het soms onfortuinlijk kan uitkomen, maar ja misschien kunnen we ook wat kijken met die toezegging aan u dat dat dan niet zo onfortuinlijk uitkomt. Nou, ik in ieder geval die vijf dagen leg ik zo uit dat u binnen vijf dagen, werkdagen, kunt aangeven: nou, die zouden we toch wel eens heel graag willen bespreken, en dat het dan niet zo is dat wij binnen vijf dagen een opiniecommissie moeten houden. Volgens mij wil u dan echt agendering op een vaststaande opiniecommissie. Ja, meegeven reces of begrotingsbehandeling daar zie je dat er relatief weinig vergaderingen zijn. Dus dat kan, ja, in die zin moet ik GroenLinks toch een beetje meegeven: dat kan onfortuinlijk uitkomen qua agendering. Ja, de SP geeft aan: ja, waar gaan we het dan over hebben? Ja, u kunt het dan inderdaad u kunt wensen en bedenkingen meegeven, maar wij als college zijn eraan gehouden om alleen ruimtelijk relevante aspecten mee te wegen. Dus u kunt aangeven … Nou ja, ik zal niet in een casus treden, maar er kan van alles op tafel komen, maar uiteindelijk is het zo dat wij als college onderaan de streep moeten kijken: voldoet het aan de wet- en regelgeving? Flora en fauna, natuur, stedenbouw, monumenten: dat zijn kaders voor ons.

Daar kunnen we u natuurlijk met u over hebben, maar uiteindelijk zijn dat de kaders waar we aan moeten toetsen en dat zijn ook uw beleidskaders. Tot slot, voorzitter, als u dit amendement op deze manier indient, neem ik ook, en volgens mij zei de heer Vervoort dat ook, in die zin terughoudendheid, want anders heb je eigenlijk nog geen versnelling en vertraging. Die vertraging daar kom ik even terug op de vraag van de heer De Mare: is er al vertraging? Nou ja, zoals u net ook al aangaf van de heer Lobée, er zijn enkele aanvragen waarvan ik heb gezegd: die zetten we on hold, want de raadsvergadering moet nog plaatsvinden. Dus die hebben wel vertraging opgelopen en, ja zoals de heer Lobée net al aangaf, net voor de zomer wil je dat soort dingen vaak dan ook weer net niet naar buiten brengen, want dan zijn mensen vaak boos, omdat ze in de zomer niet willen reageren op vergunningaanvragen en zienswijzen, et cetera. Dus ik, nou ja in ieder geval mijn hoop als dit wordt aangenomen dat dat dan niet leidt tot vertragingen, want ook wij moeten aan die wettelijke beslistermijnen houden. De voorzitter: Oké. Mevrouw Van den Waardenburg: Tot zover. De voorzitter: Dank je wel. Dus we hebben nu uitgebreid het amendement besproken. Het is niet anders, dus ik ga gewoon maar eens even kijken of wij dit nog voor commentaar in bespreking willen brengen. De heer Vervoort.

Probeer niet in herhaling te vervallen. Dus volgens mij is duidelijk waar het over gaat. De heer Vervoort: Dank je wel, voorzitter. Dank je wel in ieder geval aan de wethouder dat ze het amendement wil omarmen. Ik heb wel … De voorzitter: Nou … De heer Vervoort: Tenminste, heb ik begrepen. Ik heb wel een verduidelijkende vraag. Op het moment als er een onderwerp wordt geagendeerd in deze raad of in de commissievergadering en de leden van de commissie die geven heel duidelijk signaal: dit is eigenlijk geen gewenste situatie, het is moeilijk. Ik neem aan dat het college dan de bedenking heeft om de verklaring te onthouden, of heb ik dat verkeerd begrepen? De voorzitter: Ik zal even … Ik vraag even om daar meteen even op te reageren, want anders blijft dat rondhangen. Mevrouw Van den Waardenburg: Ja, heel goed, voorzitter. Ik probeerde zojuist ook al aan te geven dat geen gewenste situatie is eigenlijk geen kader. Het moet bijvoorbeeld stedenbouwkundig niet passend zijn, het

moet bijvoorbeeld door Welstand niet goedgekeurd worden, niet aan onze beleidskaders voldoen, het moet heel erg in strijd zijn met natuur, flora fauna. Dat zijn kaders waar wij kunnen zeggen: nou, de vergunning wordt niet verleend. Als het project niet helemaal is verlopen en dat er enkele mensen tegen zijn, dat is geen reden. Nee, dat zegt u zelf ook al. Dus ja, geen gewenste situatie, dan moet het echt vasthangen aan een van die dingen die ik dus net zei, dus ruimtelijk relevant aspect moeten wij dan betrekken als college en ja … De voorzitter: Oké. Dank u wel. Dank u wel. Ik ga even … Ja, de heer Van den Bogaard en dan de heer Van der Burgt. De heer Van den Bogaard. De heer Van den Bogaard: Ja, allereerst nog even als reactie op de heer Vervoort. Hij gaf aan dat de wethouder het amendement zou omarmen. Ik heb het wat anders gehoord, dus ik hoor graag van de wethouder wat dan precies haar advies is richting de raad. Daarnaast wil ik nog even mijn bijdrage doen en dat kan denk ik het beste vanaf het sprekersgestoelte. De voorzitter: In tweede termijn? Oké, ja. Dat is goed. Dan de heer Van der Burgt. Ja, komt u maar hoor. De heer Van der Burgt. Oh. De heer Van den Bogaard: Ja. Dank je wel, voorzitter.

In 2011 heeft de gemeenteraad destijds besloten om alle aanvragen van de projectbesluitprocedure aan te wijzen als gevallen waarvan geen verklaring van bedenkingen van de gemeenteraad is geëist. Op basis van die jurisprudentie lijkt nu dat die categorieën omschreven moeten worden. Ja, daarom is dit nu het voorliggende raadsvoorstel waarbij die categorieën omschreven worden en is aangesloten bij het raadsvoorstel van 2011. Het betreft dus een feitelijke wijziging. Nu wordt juist voorgesteld om enige beperking en dus juist geen uitbreiding ten opzichte van het oude besluit in te stellen. Er is dus wat ons betreft niets veranderd sinds het raadsvoorstel in 2011. Het college toetst die vergunningsaanvragen aan de hand van door de raad gestelde kaders en de raad heeft ook nu veel mogelijkheden om te controleren, dat is ook al eerder genoemd, door bijvoorbeeld raadsvragen en het vragenhalfuurtje. Ik hoorde ook onder andere net in de discussie dat bij voldoende reuring het op de raadsagenda zou moeten komen. Dat lijkt mij niet wenselijk, want dan laat je als raad ook je oor hangen naar wie het hardste roept en dat neigt ook wel naar willekeur, dus lijkt ons zeker niet de bedoeling.

Daarnaast schep je ook valse verwensingen … Verwachtingen, excuus, als je het als raad wil bespreken in de commissie, want de wethouder gaf net ook al aan: dit leidt niet automatisch tot een raadsvoorstel en de raad gaat dan niet ineens over het afgeven van een verklaring van geen bedenkingen. Dat kun je wel als inderdaad als verwachting wekken richting de inwoners als je het gaat agenderen. Dan denken ze: oh, het wordt geagendeerd dus de raad kan het nu dus tegenhouden door geen verklaring van bedenkingen af te geven. D66 gaat dus al met al tegen het amendement stemmen, omdat het voor ons geen meerwaarde heeft en er zitten te veel haken en ogen aan. Het idee is wel sympathiek, maar het moet wel werkbaar blijven. Voor onze fractie is het belangrijkste dat vergunningaanvragen door kunnen blijven lopen en dat er geen vertraging optreedt door het eerst langs de raad te laten gaan. Dit probleem gaat wel spelen als het college elke keer moet wachten totdat de raad zijn goedkeuring heeft gegeven over de lijst met projecten. Wij vertrouwen het college, dus we kunnen blijven werken zoals we dat altijd al gedaan hebben in de afgelopen tien jaar. Er is wat ons in ieder geval wat wij gezien hebben is tot nu toe niks fout gegaan en de raad heeft voldoende middelen in handen om het toch te kunnen agenderen op andere manieren. Dus tot zover. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van der Burgt.

De heer Van der Burgt: Ja. Dank je wel, voorzitter. Allereerst dank voor de beantwoording door de wethouder. Met uitleg van de wethouder daar kan ik in zoverre mee meegaan. Dat vind ik een prima onderbouwing, maar

laat ik één ding duidelijk in zijn: de heer Van den Bogaard schetst: er is niks meegegaan. Jawel, er is wel iets misgegaan. Er zitten nu aanvragen waarin juristen nu zeggen: u hebt een verklaring van geen bedenkingen nodig. Die moeten we repareren. Dus dat is de vertraging en die vertraging die willen wij er gewoon uithalen. De voorzitter: Oké. De heer Van der Burgt: Zo simpel zit het in elkaar. De voorzitter: Dank u wel. De heer Tuerlings. De heer Tuerlings: Ja. Dank u wel, voorzitter. Ik heb een vraag aan de heer Van der Burgt. U spreekt steeds over repareren. Bent u dan van mening dat dit raadsvoorstel het probleem wat u op de kaart gezet hebt dat dat onvoldoende repareert? Of vindt u het raadsvoorstel daarvoor toereikend? De voorzitter: Oké. De heer Van der Burgt. De heer Van der Burgt: Nee, dit raadsvoorstel repareert het voldoende, maar met het amendement lopen we in principe een stukje vooruit op de omgevingswet waardoor je in ieder geval als het om een project gaat dat omstreden is of daar meer mensen zich bij betrokken voelen door wat voor omstandigheden, en dat gaat niet om twee of drie of vier mensen, daar gaat het niet om, dan kan je met de wethouder sparren en dan kan je de dialoog met het college aangaan. Dat hebben we recent ook nog gedaan, dus op zich niks mis mee. De voorzitter: Dank je wel. We gaan niet in herhaling vallen, dus dit hadden we al gedeeld.

Dus mevrouw Maráczi. Mevrouw Maráczi: Nou, ik wou effen afgeven dat volgens mij dit geen amendement is dat we als pilot gaan gebruiken op de Omgevingswet, dus volgens mij hadden we daar pilots voor, dus ik vind het een beetje raar om hier het amendement voor te gebruiken. De voorzitter: Oké. Dank u wel. De heer Rieter. Junior. De heer M. Rieter: Ja, ik heb eigenlijk een vraag alleen aan de wethouder. De wethouder die noemde de participatie dat daar niks mee te maken heeft, maar als ik het goed begrijp, we hebben laatst ook de verklaring van geen bedenkingen op de agenda gehad en dan is er de mogelijkheid zonder dat wij dat zelf als raad agenderen dat inwoners dan kunnen inspreken. We hebben de laatste tijd ook veel gezien dat inwoners daar graag gebruik van maken. Ik denk dat dat goed is. Gewoon met de ontwikkeling door niet als het ware het amendement aan te nemen dan heb je dus minder de mogelijkheid die je biedt aan inwoners om in te spreken. Ja, pas dat er vijf raadsleden dat agenderen. Dus volgens mij raakt dat zeker wel de participatie. Dat even een. Ik hoor al reuring, maar ik hoor graag de reactie van de wethouder.

Twee is de ingehaalde jurisprudentie, want volgens mij wat ik hier hoor, en dat hoorde ik ook van de heer Van den Bogaard en ook van de wethouder, dat er nou een beetje de suggestie wordt gewekt dat we zijn ingehaald door de jurisprudentie en dat we nu als het ware het herstellen, maar het klopt toch ook dat het vele jaren zo is dat het al ingehaald is? Het is niet zo dat dat redelijk recent is. Dus ik ben wel benieuwd wat de wethouder daarover … Ja, tot zover. De voorzitter: Dank je wel. Ik kijk even aan de zijde van de gemeenteraad voor de tweede termijn. Niemand? Dan geef ik de wethouder. Wethouder Van den Waardenburg.

Mevrouw Van den Waardenburg: Ja. Dank u, voorzitter. Ik begin even bij de vraag rond de omarming. Ik snap uw wens, en we hebben ook in de commissie daar heel uitgebreid over gesproken. Ik heb kanttekeningen geplaatst, ik heb aangegeven hoe het werkbaar is met elkaar en voor de rest laat ik het aan u, wat ik vind het ook echt een raadsaangelegenheid. De heer Van den Bogaard gaf aan: het leidt niet automatisch tot een raadsvoorstel. Ik kan u nogmaals, en dat wil ik echt aan de voorkant echt heel duidelijk zeggen om valse verwachtingen bij u weg te nemen, het leidt niet tot een raadsvoorstel. Ja, er is niets misgegaan. Volgens mij was het een beetje tussen de heer Vervoort en de heer … Nee, Van den Bogaard was dat. Ja, volgens mij wordt daarmee bedoeld: er is niks misgegaan. In die zin moeten we iets repareren, tuurlijk, maar het is niet zo, tenminste wat ik u vaker ook al in de commissie heb horen zeggen, dat we nu heel veel vergunningen hebben verleend waarbij we echt zeggen: nou, daar hebben echt compleet de plank misgeslagen. Dat was volgens mij een beetje dat wat mis is gegaan of niet mis is gegaan. Participatie: wat ik aangeef is participatie kent meerdere vormen. Het inspreken in de commissie is niet de enige participatievorm. Je kunt natuurlijk ook, wat ik ook straks heb aangegeven, met omwonenden aan de slag: wat voor soort woningbouw willen ze daar bijvoorbeeld.

Je kunt sessies houden met de omwonenden of met de nieuwe bewoners. Dus nogmaals, participatie staat wel degelijk los van deze verklaring van geen bedenkingen, omdat ik dus aangeef dat het niet het inspreken in het college of in de commissie is niet de enige participatievorm wil ik daarmee aangeven. Het is inderdaad een reparatie van enkele jaren geleden en in die zin is het heel onfortuinlijk dat het eigenlijk zo vlak ook voor de Omgevingswet is, want dat, ja, daardoor wordt het ook wat vermengd met elkaar. Dat vind ik ook jammer van de discussie. Maar ik ben wel blij dat we in ieder geval nu een reparatie met elkaar voorstaan, want we willen toch niet, tenminste ik zou het echt niet fijn vinden, als er, ja, aanvragen zoals straks ook aan het begin van dit raadsvoorstel is ingesproken als we dat nog langer met elkaar aanhouden. Dat is volgens mij wat niemand ook wil. Tot zover. De voorzitter: Oké. Dank je wel. Dan gaan wij zeg maar kijken of we over kunnen gaan naar stemming rondom dit voorstel wat hier voorligt. Is er behoefte aan een stemverklaring? Er is al veel gezegd. Nee, anders dan ga ik over naar het amendement. Ik ga eerst het amendement in stemming brengen. Dan is er behoefte aan een stemverklaring? Nee? Ja? De heer Van Lierop. De heer Van Lierop: Dank u wel, voorzitter. Ja, wij denken dat het amendement wel iets kan toevoegen.

Daar zal ook wel discipline van de raad in moeten zijn, de raad gaf het zelf al aan: een of twee keer per jaar. We denken dat het toch van toegevoegde waarde is en daarom zullen wij voor het amendement stemmen. De voorzitter: Dank je wel. De heer Tuerlings. De heer Tuerlings: Ja. Dank u wel, voorzitter. Gebaseerd op de discussie die vanavond heeft plaatsgevonden, ziet GroenLinks geen meerwaarde in het amendement. De voorzitter: Dank u wel. De heer De Mare. De heer De Mare: Dank u wel, voorzitter. Ook wij zien geen meerwaarde in het amendement. Wij zien wel grote risico’s op vertraging bij allerlei andere voorstellen die bij wijze van spreken anders geruisloos waren doorgegaan en waar partijen nu gaan wachten op deze hele procedure. Dus wij zullen tegen het amendement stemmen. Wij zijn wel voorstander van het raadsvoorstel, want wij begrijpen de noodzaak voor de juridische borging van deze zaken. De voorzitter: Dank je wel. Mevrouw Maráczi.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10430796/2