CConstaterende datHelmond
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag raad 6 juli

Gemeenteraad 6 juli 2021, gemeente HelmondBij agendapunt: Verslag63.281 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 7

3 alinea's met “dinerpauze”: 197 198 257

Denk aan een vraagstuk op het gebied van de bescherming van privacy en informatieveiligheid. Lokaal Sterk, Helder Helmond en de VVD noemden het al in haar bijdrage. We moeten digitaal weerbaar zijn en blijven om cybercriminaliteit te voorkomen. Kijk bijvoorbeeld naar het incident met ‘…’ nog maar kort geleden. Gelukkig is door juist handelen door deze organisaties gaat het beperkt blijven, maar toch, digitalisering biedt kansen, maar zeker ook nieuwe uitdagingen. Bijvoorbeeld … De heer …: Dank u wel wethouder. Ik zie een interruptie van de heer Manders.

De heer Manders: Ja, dank u wel voorzitter. Wethouder, wat ik me afvraag, zeker ook gezien de, ja, de pers van de laatste weken, die hackersgroep, die een enorm aantal bedrijven heeft getroffen, of we hier ook niet samen met andere gemeentes moeten optreden om zo snel mogelijk onze, ja, onze gemeentelijke informatie, om die te beveiligen? Want ik me niet voorstellen dat een gemeente als Helmond daar alleen voor kan staan. Dat is nogal duur, om die beveiliging erop te zetten. Dus dat zou eigenlijk heel snel landelijk ook gestuurd moeten worden naar die gemeentes toe om zo snel mogelijk onze informatievoorziening te beveiligen. Want anders krijg je straks dat een heel land plat ligt vanwege een hackersgroep. We kunnen er nu om lachen misschien, maar ik zie dat heel snel gebeuren, dus ik denk dat daar heel snel actie moet zijn, maar dat moet je niet als gemeente alleen oppakken. De heer Van de Brug: Ja, eens. Uiteindelijk is het een internationaal vraagstuk waar we eigenlijk voorstaan. Dus hoe groter dat je het oppakt, hoe beter het is. Ik vraag ook aan de VVD om ook landelijk lobbytrajecten te starten, dat ook bij de landelijke overheid ook meer aandacht voor komt om ook hier financiële middelen tegenover te zetten, want wij zijn uiteraard niet de enige gemeente die hiermee worstelen. Dus dat is weer een vraag die ik dan weer terugleg bij u.

De heer …: De heer Smits, een interruptie. De heer Smits: Dank u wel voorzitter. Ik wil even terug naar die uitrol, wethouder. Ik heb daar ook in de technische vragen heb ik daar aandacht voor gevraagd. Ik vind het een beetje slordig inderdaad van de uitrol volgens mij onder verantwoordelijkheid van de e-Quest, ik denk bij heel veel voordeuren of waar dan ook inderdaad allemaal die zwarte ‘…’ uit de bestraling zie komen. Dan krijg ik als antwoord: ja, dat ligt aan de onderaannemer. Ja, ik vind dat heel slordig inderdaad. Ik vind dat niet echt duiden van professionaliteit. De heer Van de Brug: Ik neem uw opmerking mee naar glasvezel, maar ik ken die signalen ken ik niet, moet ik zeggen. Even kijken. Waar was ik? Nou ja, nieuwe uitdagingen biedt het. Ja, bijvoorbeeld privacy, informatieveiligheid. Dit krijgt nou meer aandacht in onze gemeente en is ongelooflijk belangrijk. We doen er alles aan om gegevens die wij in bezit hebben te beschermen, maar we kunnen onze ogen niet sluiten voor de steeds slimmere trucs van cybercriminelen. Volledig uitsluiten kunnen we het niet, maar de risico’s verkleinen uiteraard wel. Belangrijk is echter dat we volop investeren in de bewustwording van dit onderwerp bij onze medewerkers. Bij de meeste aanvallen blijkt namelijk dat een menselijke handeling de ingang is geweest.

Op deze manier zetten we vol in op de bescherming van privacy en informatieveiligheid. Dan kom ik tot mijn afsluiting, voorzitter. Wij zijn financieel in control. Ons weerstandsvermogen is voldoende om eventuele risico’s in de toekomst op te kunnen vangen. Dat is ook nodig. De risico’s rondom corona zijn daar niet weg. Sterker nog, er zullen nog forse uitdagingen gaan komen, zoals D66 ook al aangeeft. Er blijven onzekerheden over de financiële situatie na en door corona. De al bestaande ambities van het college trekken we in deze Voorjaarsnota financieel door tot en met 2022. We willen afmaken waar we aan begonnen zijn en zijn bewust terughoudend met het ontwikkelen van nieuw beleid, want de komende begrotingsperiode maken wij als college slechts enkele maanden mee en daarna is het aan een nieuw college om weer eigen accenten te leggen. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel wethouder Van de Brug. Ik zie nog een interruptie van de heer Van der Burgt. De heer Van der Burgt: Ja, dank u wel voorzitter. Ik heb eigenlijk nog de … Sorry, burgemeester. Ik heb eigenlijk nog twee vragen aan wethouder Van de Brug. Automotive, dat kunnen wij eigenlijk denk ik met zijn allen heel goed volgen, maar we hebben nog een heel belangrijke pijler in de stad, voertuig, en ik snap dat door corona dat wij, dat het moeilijk is om ons als raad in het kader van werkbezoeken mee te nemen, maar

zou u bereid zijn om bij voertuig … Dat is natuurlijk belangrijk, om ons de stand van zaken mee te geven en mee te nemen wat er allemaal daar speelt? Dan heb ik nog een tweede vraag, voorzitter, als ik mag. Dat gaat over … Inderdaad hebben wij in het kader van het stedelijk gebied af moeten waarderen met het bedrijventerrein. Wat ik heel jammer vond, was met name het bedrijventerrein rond … Want daar hadden we 27 hectare rond Brandevoort. Dus daar hebben we al flink afgeschaald. Maar er ligt nu nog hier volgens mij nog plus minus dertien hectare. Wat is de stand van zaken daar? De voorzitter: Wethouder Van de Brug. De heer Van de Brug: Ja, met betrekking tot voertuigen had ik u graag begin dit jaar een keer mee willen nemen op een werkbezoek, alleen corona gooide echter roet in het eten, vond ik echt wel jammer. Maar wij zullen bekijken of we wellicht in het najaar alsnog iets kunnen gaan plannen en alsnog een werkbezoek doen bij voertuig, want daar valt genoeg te vertellen, heel veel mooie nieuwe ontwikkelingen, wat ook weer echt weer kan versterken bij het voertuigkarakter. Met betrekking tot Brandevoort, ja, wij zijn nog in af… Of uitwerking is BSD. Dat heeft ook wel toch wel gevolgen voor het bedrijventerrein. Dus ook dat is een stukje uitwerking. Ook daar komen wij … Deze week komen wij nog met BSD bij u terug.

Dan zal niet nadrukkelijk het bedrijfsgebeuren aan bod komen, maar andere dingen. Maar dit heeft daar wel indirect wel mee te maken, eerst het één en dan vervolgens weer het ander. De voorzitter: Dank u wel wethouder. Ik zie nog twee interrupties. Die wil ik nog de gelegenheid geven. De heren, de heer Smits en mevrouw Bach. De heer Smits: Dank u wel voorzitter. Inderdaad, ik had eigenlijk een reactie verwacht inderdaad, of misschien is hij gegeven en heb ik het niet gehoord, over motie zes. Die motie van 50PLUS, hoe daar de wethouder op reageert. Het verhaal van die ontwikkelen van die hub, de financiële hub. Mijn andere vraag is een beetje van financiële aard en dat heeft te maken met de motie van de Partij van de Arbeid. Die kostendelersnorm. Ik heb vroeger altijd geleerd, ook in deze raadzaal, dat wij als lokale overheid niet aan inkomenspolitiek mogen doen. Dus nogmaals, u bent wethouder Financiën, dus volgens mij kan me daar antwoord op geven. De heer Van de Brug: Ja. Ja. Dat zou ik kunnen. De voorzitter: Nou, ik zal mevrouw Bach ook meteen daarop aansluiten en dan kan het in één zwier afgewerkt worden. Mevrouw Bach. Mevrouw Bach-Smits: Ja, dank u wel voorzitter. Ik had een vraag gesteld over die persoonlijke ontwikkelbudgetten. Daar heb ik van u nog niks over gehoord. De voorzitter: Dank u wel. Wethouder Van de Brug. Sorry. De heer Mol.

De heer Mol: Dank u wel voorzitter. Ja, de wethouder ging aan het begin van zijn betoog heel snel over onze vraag of hij zich geen zorgen maakte over de niet sluitende Voorjaarsnota. Maar heeft de wethouder een structurele oplossing om dat in de toekomst te voorkomen? De voorzitter: Ik geef het woord aan de wethouder. De heer Van de Brug: Ja, met betrekking tot de hub, daar geeft mijn collega Antoinette Maas zo antwoord op. Met betrekking tot de kostendelersnorm, dat speel ik door aan mijn collega Erik de Vries. Dus dat gaat snel.

Persoonlijke ontwikkelbudgetten, daar ga ik op een later moment even schriftelijk bij u op terugkomen. Daar kan ik op dit moment geen antwoord op geven. Ik zie dat Cathalijne Dortmans daar zo een antwoord op geeft. Dus dat is mooi. Ja. Even kijken. Er was nog een vraag. O, structurele oplossingen met betrekking tot dat we nu de Voorjaarsnota niet sluitend zouden hebben. Dat bedoelt u toch? De heer Mol: Dat bedoel ik, want u ging daar zo snel overheen dat u net deed alsof het niet belangrijk was. Is hij niet sluitend? De heer Van de Brug: Nou, nee, ik heb daar volgens mij net toegelicht waarin ik aangegeven heb waarom ik mijn eigen nu nog geen zorgen maak en dat was dat we toch … Ik verwachtte dat we uiteindelijk een hoge bijdrage krijgen voor van jeugdzorg en dat er een herijking van het Gemeentefonds nog aan zit te komen, waar we ook bepaalde resultaten uit verwachten maken dat we wellicht een … Ik ga daarvan uit … Nee, het is gewoon zo. We gewoon een sluitende begroting gaan krijgen in het najaar. De voorzitter: Dank u wel. Dank u wel wethouder Van de Brug. Dan wil ik nu het woord geven aan onze burgemeester, burgemeester Blanksma voor haar bijdrage. Burgemeester, gaat uw gang. Mevrouw Blanksma-van den Heuvel: Dank u wel. Dank u wel voorzitter. Niet hè. Oké, nee, nog niet.

Nou, fijn zeg maar, velen van u hebben een bijdragen zijn die gestart om te zeggen dat het weer fijn is om elkaar te zien in levenden lijve. Fysiek bij elkaar. We hebben vijftien maanden coronacrisis achter de rug en die tijd hebben we elkaar fysiek heel weinig gezien en ik kan daarbij aansluiten dat ik het ook heel fijn vind dat we elkaar zien, maar ook, iemand zei het ook, je hebt er bijna een beetje een dubbel gevoel bij, omdat we zijn er nog niet. Dus de coronacrisis is nog niet helemaal voorbij. Er zijn ook vele mensen die nog niet volledig gevaccineerd zijn. Ik heb net ook van de GGD de meest recente cijfers gekregen en daar blijkt uit dat er vele clusters zijn ontstaan in de weekenden in het uitgaansleven. Bron- en contactonderzoek vindt nu plaats, zowel zeg maar in ieder Eindhoven is in onze regio of Helmond is in onze regio gewoon top, dus top in de negatieve zin. Maar dat betekent wel weer iets. Dat betekent gewoon iets dat zeg maar met name in het uitgaansleven zie je gewoon echte haarden ontstaan die daar niet om liegen. Maar dus … Dat betekent gewoon dat we daar ook de komende tijd nog even goed naar zullen moeten kijken wat dit, ja, ook voor effecten heeft breder gezien.

Daarnaast is het zo dat wij zeg maar een drietal wijken in onze zeg maar in onze stad, met name in de binnenstad, daar zien wij ook dat een vaccinatiegraad tussen de tien en de vijftien procent lager is dan het gemiddelde wat wij in onze regio hebben. Er is ook nog een grote groep die gewoon niet gevaccineerd kunt worden. Dus dat zijn wel allemaal toch nog signalen. We zien dat mensen die op dit moment terechtkomen van vakantie ook besmettingen hebben et cetera, dus die zijn in quarantaine. Maar er is dus echt best nog wel wat aan de hand. Het enige wat minder is of wat eigenlijk niet toeneemt, is de opnames in de ziekenhuizen. Maar dat is … Dus, maar we zijn op de … Ik wil alleen maar zeggen: we zijn er nog niet. Hoe graag ik ook hier zo, zoals wij nu fysiek bij elkaar zitten, ik dacht dat mevrouw Maráczi daar ook echt zeg maar een oproep deed van: heb nog even geduld en ben niet te enthousiast, want het is … Het is er nog niet. Dat wilde ik gewoon even delen. Dat zal ook de komende tijd ook weer naar buiten komen. Maar dat … Dat zullen we doen. Er zijn er ook die complimenten gemaakt hebben voor hoe wij met elkaar toch in die coronacrisis omgegaan zijn. Die complimenten zijn ook wederzijds.

Ook vanuit het college richting de raad, richting de stad, dan zeg ik: nou, we hebben wel gedragen wat we moesten dragen en we hebben ook elkaar de ruimte gegeven om te acteren zoals we zouden moeten acteren. Maar dat vraagt ook in een crisis waarin ik veel ruimte van u krijgen, waar het college veel ruimte van u krijgt, dat we ook gaan evalueren. Dus er komt een moment dat we gewoon met elkaar weer een evaluatie krijgen en even terugkijken van: welke, ja, bevoegdheden hebben we gebruikt? Hoe gaan wij in de verantwoording ook richting u daar gewoon goed met elkaar om? Dus daar kunt u … Uiteraard

zijn daar ook lessons learned. Wat hebben we nou geleerd? Wat kunnen we daar met elkaar verder in, ook in het beleid, verder uitvoeren? Dus dat zeg ik u toe. Het moment weet ik dan nog niet precies. Ik hoop dat je kan zeggen: aan het einde van de crisis. Maar ik begon een beetje met een aantal dingen, denk ik van: die zijn nog niet helemaal positief. Maar ik zeg u in ieder geval toe dat er een evaluatie komt en dat ik u op de hoogte houd als er toch zaken zijn die vragen om wat extra aandacht. Dan zijn er een paar onderwerpen die mijn portefeuille regaderen, die wilde ik ook even aan u zeg maar toelichten. Dat gaat over leefbaarheid en veiligheid. Velen van u hebben het over … Een aantal heeft over buurtpreventieteams gehad. U weet als geen ander dat ik hartstikke fan ben van onze buurtpreventieteams, maar die hebben ook in die coronatijd hebben die gewoon hun werk bijna niet kunnen doen. Het gezamenlijk optreden op straat, het gezamenlijk bij elkaar komen. Dus en je ziet dat als je daar even zeg maar weinig aandacht aan geeft of te weinig, dan verslapt zoiets en dat vraagt nu een extra impuls.

Ik zal voor het eerst weer op 22 september met alle zittende buurtpreventieteams zeg maar een fysieke bijeenkomst in ’t Speelhuis hebben om gewoon eens even weer even met elkaar kennis te maken, maar eigenlijk ook met de vooruitblik van: wat is de toekomst van buurtpreventie en hoe kunnen we dat samen met de LEV-groep, samen met wijkagent … Hoe kunnen we dat met elkaar invullen? Dus dat zeg ik u ook toe. Er is, zijn een aantal punten gemaakt met betrekking tot de Heistraat. Collega Van de Brug die heeft het al over: ze hadden branchering gehad. Bij de Heistraat vraagt ook ‘…’ integraliteit. Ik dacht dat de VVD er met name naar vroeg. Ik kan u ook toezeggen dat wij zeg maar net ook extern nog een opdracht hebben gegeven om de Heistraat en de omgeving zo, ja, zeg maar zo integraal aan te pakken, want dat is echt een leefbaarheidsvraagstuk. Het is niet alleen veiligheid, het is ook leven. Het gaat erom parkeren. Het gaat erover … Ja, allerlei andere zaken op termijn en dat moet je integraal aanpakken. Ik kan zeggen dat het college daar ook van overtuigd is dat we dat met elkaar doen. We hebben daar een projectleider op gezet en ik kan u ook zeggen dat voor dat gedeelte de stadsmarinier is aangenomen. Die zal per 1 september ook zeg maar actief zijn in de binnenstad.

Zie dan ook dat op Heistraat 125 is het pand waarin we fysiek ook acteren richting die omgeving om heel dicht bij de mensen te zijn om, ja, eigenlijk ook de problemen die er zijn zo makkelijk mogelijk aan te pakken en met elkaar te bespreken. Dus daar komt gaar op de klos, zou u kunnen zeggen. ‘…’. De heer …: Ja, dat is nu de vraag, want u zei … Ik zal u even verbeteren. De veiligheidsbijeenkomst … De voorzitter: Even via de voorzitter. De heer …: Ja. De voorzitter: Interruptie van de heer Rieter. De heer M.P.J. Rieter: U zei nog niet zolang geleden dat het veiligheidspionier zou worden. Dat heb ik ook gevraagd in de ‘…’ stond weer marinier. Mevrouw Blanksma-van den Heuvel: Ja, klopt. Ja. De heer M.P.J. Rieter: Er werd gezegd: nee, het zeker pionier. Mevrouw Blanksma-van den Heuvel: Ja. De heer M.P.J. Rieter: Dan denk ik: ja, wie heeft nou gelijk? De burgemeester dacht ik.

Mevrouw Blanksma-van den Heuvel: Ja, burge… Nee hoor. Het is … What’s in the name? Zou je ook kunnen zeggen. What’s in the name? Maar wij hebben wel het recht, deze … Ja, deze heeft echt … Die zegt: het is echt wel een marinier, want marinier komt iets daadkrachtiger over als een pionier. Maar ik vind het echt … De eerste opdracht is ook naar mijn afdeling overall orde en veiligheid, om echt heel goed ook het verwachtingsmanagement: wat doet die stadsmarinier of pionier nou wel en wat niet? Want ik bedoel, die zeggen dat er vandaag de dag nog niks op die straat gebeurt. Maar daar zijn gewoon de wijkagenten, daar zijn boa’s, daar zijn buurtpreventieteams, daar zijn … De LEV-groep is er. Onze jeugdwerkers zijn er. Dan moet je even kijken: hoe wat gaat die nou doen om daar juist het verschil te maken? Dus dat is best één, ja, zeg maar zaken en ja, daar past what’s in the name … Ik denk dat een marinier iets daadkrachtiger zou kunnen zijn, maar deze wilde marinier heten. Dus ik denk … Ik vind het prima, als hij maar doet wat wij verwachten dat er op de straat moet gebeuren. Dus dat is zondermeer. Dat kan ik in ieder geval toezeggen. Met betrekking tot de coffeeshops, daar zijn ook een aantal opmerkingen gemaakt over de coffeeshops, ook een onderwerp wat wij regelmatig met elkaar bespreken.

Ik heb u ook toegezegd: u hebt het rapport en dat we eerst met elkaar als raad gewoon even dat rapport met de toelichting van zeg maar onderzoekers, om dat gewoon eens even in alle invalshoeken met elkaar te bespreken en dan zeg maar hier ook besluitvorming over laten plaatsvinden. Dus … Ja. De voorzitter: Interruptie van de heer Martijn Rieter. De heer M. Rieter: Ja, maar u heeft wel beloofd als ware aan de raad dat u deze raadsperiode nog hierop ging acteren. Als we dan nog eerst nog met elkaar daarover gaan hebben: gaat dat wel lukken dan nog in deze raadsperiode? Mevrouw Blanksma-van den Heuvel: Ja, dat ligt … Dat ligt aan ons samen. Ik doe … Ik heb altijd gezegd en u hebt het ook dacht ik in de media kunnen lezen, we gaan wel … Ik doe … Het is mijn bevoegdheid om uiteindelijke besluiten te nemen, maar het is wel met draagvlak en zeg maar support van de samenleving, dat alles dan … Ik weet precies hoe het gaat als je dus iets doet op een gevoelig onderwerp. Dit is een gevoelig onderwerp. Het is nog steeds een gedoogbeleid, wat wij zeggen, een gedoogbeleid wat al vijftig jaar zo is met een criminele achterdeur. Dat is niet iets zeg maar eenvoudigs om dat gewoon goed met elkaar te doen. Dus daar zullen we het met elkaar uitgebreid over moeten hebben.

Als dat zeg maar op veel draagvlak kan rekenen en dat vind ik echt ontzettend belangrijk en dat u daar zeg maar ons helemaal in steunt, maar ook onze samenleving. Nou, en daar zijn verschillende aspecten die in dit rapport aan de orde komen, die ik echt met u wil bespreken hoe u daartegenaan kijkt. De voorzitter: Dank u wel. Martijn Rieter, interruptie. De heer M. Rieter: Ja, heel kort. Want natuurlijk, draagvlak is natuurlijk belangrijk, maar het is wel … Het hoeft ook niet dan in deze raadsperiode dat er dan al twee of drie al zijn gerealiseerd. Mevrouw Blanksma-van den Heuvel: Nee, nee, nee. De heer M. Rieter: Maar het is alleen wel dat er wel acties in gang zijn gezet dat we dan niet … Dat dan weer naar een nieuwe bestuursperiode gaat. Mevrouw Blanksma-van den Heuvel: Ja, ja. Nee. De heer M. Rieter: Dus daarin hoop ik wel dat daarin snel wordt geacteerd.

Mevrouw Blanksma-van den Heuvel: Ja, daarom mag u … Daarom hebt u het rapport. Daarom komt het in september gaan we het met elkaar bespreken. Dus we zijn er samen bij. De heer M. Rieter: Ja, oké, maar we zijn wel al drie jaar bezig hè. Dat is wel … Mevrouw Blanksma-van den Heuvel: O ja, maar ik denk … Ik ben al acht jaar burgemeester hoor. De heer M. Rieter: Nee oké, maar … Mevrouw Blanksma-van den Heuvel: Dus … Het is … Ik dacht: de heer Stevens zei zeven jaar. Het is wel … Het is wel een dossier met een verleden. Dat hebben we ook altijd met elkaar gezegd en dat vraagt gewoon om zorgvuldigheid. Ik heb … Anderen hebben het dacht ik ook gezegd. We hadden zo naar die pilot uitgekeken om te kijken van: als die achterdeur nou gereguleerd zou kunnen worden, dat daar dus iets van minder criminaliteit achter zit, ja, dan zet je toch bepaalde stappen. Ik heb zelf meegeschreven aan het failliet van het gedogen. Het gedoogbeleid in Nederland is failliet. Dat is hartstikke failliet. Er moet iets anders gebeuren. Maar als je ziet hoe treuzelig zeg maar de landelijke overheid is … De pilot ligt nu weer stil. Dus ik zou zeggen nu van … Daar zijn coalitiepartijen, dan zeg ik van: doe je ding. Zorg … Want we zijn en eerder nog gebaat bij een groot landelijk beleid waar wij lokaal goed op kunnen inspelen. Daar voel ik dan meer voor. Maar ik zie wat er nu gebeurt, dat had ik ook niet verwacht.

Maar dat is even … Maar wat krijgen wij nog? Wat gaan we nu doen? Dus dat moeten we niet doen. De voorzitter: Dank u wel. Dank u wel burgemeester. De heer Stevens, interruptie. De heer Stevens: Ja. Inderdaad, die discussie, beter misschien maar hier niet voeren. De heer …: Nee. De heer Stevens: Ik heb één kleine waarschuwing. U heeft het over draagvlak. Ja, pas op hoe je dat dan gaat doen, want als maar een klein groepje zegt: nee, in wat voor reden dan ook, dan krijgen we hetzelfde als met de zolderraad. Mevrouw Blanksma-van den Heuvel: Ja. Misschien … Oké. De voorzitter: Sorry. De heer Van der Burgt. De heer Van der Burgt: Ja, dank u wel voorzitter. Ja, ik zie … Ik heb geleerd in de vele jaren. Dus en ik heb de praktijk kan ik heel goed voorschotelen. Ik snap het betoog van Martijn Rieter, maar ik zie het al voor me. Je kan denk ik vier of acht jaar geleden … Ik denk al bijna acht jaar geleden, Burgemeester van Houtlaan en toen kwam de locatie en … Martijn Rieter heeft het continue over draagvlak en onderschrijf ik ook, maar dan komt wel draagvlak aan de orde. Dan komt wel de discussie. Dan ben ik dus benieuwd van wie er allemaal blijft staan. De voorzitter: De heer Michael Rieter wil nog reageren. Of sorry, Martijn. De heer M. Rieter: Martijn inderdaad. Ja, mijn naam wordt genoemd, dus ik denk: ik reageer nog even.

Ja, draagvlak, ik heb het net ook al gezegd: het is wel essentieel. Dus dat steken we ook niet onder stoelen of banken. Dus dan staat onverlet dat nu als het ware nu al drie jaar het dossier nu ook bij de burgemeester ligt.

Natuurlijk, er zijn weleens onderzoeken geweest en er zijn wel dingen in gang gezet, maar wat jij zegt, ik ben dan wel benieuwd naar zo een draagvlakonderzoek. Dus laten we dat dan gaan starten. Mevrouw Blanksma-van den Heuvel: Oké, misschien is dat mooi het bruggetje naar mijn laatste onderwerp. Dat gaat over participatie. Ik denk … Er zijn een aantal moties van u aangenomen in vorige vergaderingen. Dat gaat onder andere over die motie, die quick scan de lokale democratie. Ook een motie waarin we de inwoners beter moeten informeren bij besluitvorming. Dat waren moties. Dan onze bestaande participatiebeleid. We hebben net vandaag in het college besloten om het participatiebeleid zoals we het nu hebben te herijken, te evalueren en te herijken, ook als je kijkt naar de Omgevingsvisie, op wat we … De ervaring rijker die we hebben gedaan en ook de oproep van u als gemeenteraad om participatie, eigenlijk veel dominanter eigenlijk, integraal in alle beleidsstukken naar voren te laten komen. Daar in dat geheel wordt u heel nadrukkelijk meegenomen. Ik kan u zeggen dat wij met voornemens zijn direct na de zomer met u daar als raad over te praten. Dan is er ook al zeg maar richting die quick scan zijn er al een aantal zaken in gang gezet.

Dus ik denk dat wij de komende maanden echt over participatie en de inzet van de raad, inzet van de griffie en met elkaar gewoon heel nadrukkelijk dit hoog op de politieke agenda moeten zetten. Want zonder participatie, zonder draagvlak, gaat er hier … Gaat er niet meer veel gebeuren. Ik denk dat het een onderwerp is wat dominanter is dan ooit. Dat is … Ik kan u in ieder geval toezeggen … Want was er nou een motie hier … Ik wil in ieder geval toezeggen dat wij dit met elkaar gaan uitvoeren. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Maráczi. Mevrouw Maráczi: Ja, is inderdaad een heel belangrijk onderwerp, maar gaan we dan ook duiden wat wij onder participatie verstaan? Mevrouw Blanksma-van den Heuvel: Ja, absoluut. Mevrouw Marázci: Want het kan natuurlijk aan alle kanten uit anders uitgelegd worden. Mevrouw Blanksma-van den Heuvel: Mevrouw Maráczi, het is gewoon een containerbegrip. Als je het over … Dus we moeten zeggen … Wat … Waar gaan we dan wel over? Waar gaan we dan niet over? Dus ik denk dat dat belangrijk is. Het is echt niet dat we alleen naar ambtenaren kijken of alleen naar het college, maar ook naar uw raad en ook kunnen we dat samenspel van participatie, de burgers vragen er gewoon om. U bent wel zeg maar de vertegenwoordiger van de burgers, maar we moeten het wel met elkaar dragen en participeren.

Dus ik zie uit naar dit debat met u, maar ik zie ook uit naar de onderzoeksvragen die wij gesteld hebben, om daar eens heel goed naar te kijken. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van der Burgt tot slot, denk ik. De heer Van der Burgt: Ja. De onderste. De voorzitter: De heer Mol. Allebei nog en want … De heer Van der Burgt: Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Dan kunnen we dit afronden. De heer Van der Burgt: Wat mevrouw Blanksma zegt nu, dat onderschrijft ik helemaal. Je ziet het ook terugkomen in de Omgevingswet. We moeten die kaders met elkaar gaan stellen en die discussie moeten we

in de raad aan gaan, maar ik denk dat mevrouw Van den Waardenburg daar straks wel op terugkomt, want die vraag heb ik ook gesteld in de bijdrage van de VVD. Maar ik onderschrijf wat u zegt. Mevrouw Blanksma-van den Heuvel: Ja, absoluut. Tot slot … Ja. De voorzitter: Dank u wel. De heer Mol en dan zal de burgemeester afronden. De heer Mol: Dank u wel voorzitter. Burgemeester, u had het net over de vaccinatie. Waarom gaan wij niet met de bus rondrijden door Helmond, zoals in Rotterdam? Mevrouw Blanksma-van den Heuvel: Ja. De heer Mol: Goede resultaten. Men wordt ingeënt met Janssen, hoeft maar één prik te hebben en men kan gaan. Is dat niks voor hier? Mevrouw Blanksma-van den Heuvel: Ja, we hebben net … Wat ik u net heb verteld, zijn de meest recente cijfers die … Want we hebben … Tot nu toe hadden we alleen GGD-cijfers, maar die moeten dus met huisartsen en RIVM moet dat gekoppeld worden om een betrouwbaar cijfer te hebben waar je dan zeg maar naartoe gaat en hoe die vaccinatiegraad is. Dus het is echt vers van de pers, de heer Mol. Wij hebben ook gezegd: als die vaccinatiegraad te laag is, dan vraagt dat wat extra, ja, zeg maar motivatie. Uiteindelijk moeten mensen zelf die prik gaan halen.

Als wij dichterbij, want hebben we al zoveel aangeboden om dichtbij de mensen te zijn als die vaccinatie een probleem zou zijn als het te ver weggebracht zou moeten worden of mensen daar net niet zouden komen. Dus we doen er alles aan, maar er is ook, blijkt ook een groep te zijn die dat gewoon ook niet wil. Maar we gaan daar wel samen ook met de wethouder Dortmans maar eens even kijken hoe we dichtbij die mensen kunnen komen. Ja, nee, absoluut. De voorzitter: Dan echt als laatste mijnheer Vervoort. De heer Vervoort: Dank u wel voorzitter. Ik ben er onlangs geweest, een paar keer geweest hier in Helmond op het industrieterrein. Ik moet zeggen: echt complimenten hoe dat ze het georganiseerd hebben, hoe snel je het gehad hebt. Dus de bus rondrijden zie ik niet zo zitten. De mensen moeten zelf dat initiatief nemen, want je bent niet als je vandaag meteen gevaccineerd ben, ben je niet meteen beschermd en ook de omgeving is niet beschermd. Dus we hebben een prachtige locatie waar volop beweging is en in een paar minuten ben je klaar. Mevrouw Blanksma-van den Heuvel: Ja, het compliment zal ik doorgeven. Ik vind dat … Ik onderschrijf dat. Maar ik denk dat mijnheer Mol iets anders bedoelde, want het is ook gewoon … Er is ook een groep die misschien, ja, een extra zetje nodig heeft om zich te laten vaccineren. Er zal altijd een groep zijn die niet gevaccineerd wil zou willen worden.

Ja, daar zien wij wel verschillende gemeentes verschillend op acteren om dat … Maar moeten eerst inzicht hebben om iets te kunnen gaan doen. De heer …: Dat klopt, want … Maar zo creëer je een tweedeling en daar zitten we niet op te wachten hè? Mevrouw Blanksma-van den Heuvel: Nee. De heer …: Mensen die gevaccineerd zijn en mensen die niet gevaccineerd zijn.

Mevrouw Blanksma-van den Heuvel: Ja, maar dan moeten die mensen zelf … Ik kan er alles aan doen om dat mogelijk te maken, maar mensen moeten zelf dat wel toestaan. De heer …: Nee, natuurlijk. Als u er maar alles aan doet. Mevrouw Blanksma-van den Heuvel: Ja. Nee, tot slot, voorzitter, zeg ik van: wij gaan op dit moment zitten wij zeg maar de begroting voor te bereiden, de Voorjaarsnota. Dit is de laatste Voorjaarsnota in dit, deze samenstelling. We gaan naar de begroting, een laatste begroting die we hebben. Ik hoop en ik denk dat wij ook uitkijken naar het feit dat we toch in de begroting een bepaalde mate van continuïteit hebben. We stoppen niet met de stand, zou ik maar zeggen. Continuïteit behouden we wel. De verantwoordelijkheid hebben om ruimte te creëren om weer voor nieuwe colleges die dan weer de stad zullen gaan besturen. Dat willen ook. Sommigen hebben ook gezegd: sommige dingen moeten ook goed in overdrachtsdossier. Het gaat ook over participatie en dat soort dingen, moeten goed in een overdrachtsdossier. Dus ik kan u beloven dat we de komende tijd werken aan een goed overdrachtsdossier, dat voor de komende collegeperiode waarin we dan de begroting in meenemen naar de volgende periode, om dat goed en vooral goed met elkaar te doen.

Dus ik zie uit naar de komende maanden waar we dit ook samen in verantwoordelijk een stukje continuïteit borgen, ook ruimte bieden weer en andere zeg maar colleges die daar weer aanstaande zijn. Dank u wel voor uw aandacht. De voorzitter: Dank u wel burgemeester. Dan zal ik nog even snel de wethouder De Vries net voor de pauze de laatste kans geven. Dan kan hij toch dat bondig formuleren, heeft hij beloofd. Ik ga weer wisselen met de burgemeester. Dank u wel. De heer De Vries: Dank u wel voorzitters. Voorzitter, we gaan alweer het laatste jaar van deze coalitieperiode in, een coalitieperiode die aan alle kanten wordt gedomineerd door corona. De grootste crisis sinds de Tweede wereldoorlog diende zich in maart 2020 aan en inmiddels zijn we bijna 1,5 jaar verder. Langzaam, maar zeker, kruipen we mede dankzij het vaccineren uit de acute fase met veel ernstig zieke mensen en overlijdens. Maar de sociale en de maatschappelijke crisis is nog lang niet voorbij. Sterker nog, daar beginnen we nu pas een beetje zicht op te krijgen. De economie trekt weliswaar weer flink aan, maar een aantal structurele kwetsbaarheden in onze maatschappij, is door de coronacrisis nog veel scherper geworden. Ik denk dan in de eerste plaats aan de tweedeling in de samenleving, daar maak ik mij grote zorgen over. Het kwam ook in bijna alle bijdragen vandaag terug.

Er is een groep mensen die steeds moeilijker mee kan: op het gebied van opleiding werk,, wonen, gezondheid, schulden en ga zo maar door. En bij die groep zie je ook het wantrouwen tegen de overheid of tegen die overheid groeien. Ze keren zich steeds meer af van de maatschappij. En ik vind dat een gevaarlijke ontwikkeling. Ik zie het tegengaan van die tweedeling dan ook als één van de belangrijkste opgaves voor ons in de komende jaren. Dat is een grote en complexe opgave en dat kunnen we alleen als we ook het vertrouwen in de overheid herstellen. Dat vertrouwen herstellen lukt alleen als we zelf ook vertrouwen geven. We moeten kijken naar wat iemand nodig heeft om een stapje verder te komen. Niet proberen alles in regeltjes te vangen, maar maatwerk te leveren toegespitst op persoonlijke omstandigheden. Ofwel: naast de inwoner gaan staan, zoals meerdere fracties dat vandaag ook benoemd hebben. En ik sluit me ook heel graag aan bij het pleidooi van GroenLinks, om als overheid activistisch te zijn en te strijden voor meer bestaanszekerheid. Dat doen we volop via VNG, via G40 of welk platform dan ook waar we dit geluid kunnen laten horen. De PvdA geeft aan concrete maatregelen te missen bij het aanpakken van de tweedeling.

En ik kan er toch zo een aantal opnoemen zoals de uitbreiding van het kindpakket, het inzetten van vroegsignalering bij schulden, uitbreiding van budgetcoaching, structureel maken van het stadsleerbedrijf, aanpak van

energiearmoede, toestaan van giften in de bijstand tot 1200 euro per jaar, heeft u zelfs onlangs nog een besluit over genomen. En zo kan ik ook nog wel even doorgaan. Mevrouw Peijs: Voorzitter? De heer De Vries: In feite is bijna alles wat we in het sociaal domein doen gericht op het aanpakken van die tweedeling. De voorzitter: Mevrouw Peijs heeft een interruptie. Mevrouw Peijs: Ja, ik wil daar kort op reageren. Want ik vraag me dan wel af … Maar die dingen hadden we ook gedaan als er geen corona was geweest. Dus waar ik ook op doelde was: de tweedeling is groeiende als gevolg van corona en dus de extra's, waar we volgens mij ook de afgelopen jaren een aantal keren over hebben gesproken, daar sloeg mijn reactie met name op. De voorzitter: Wethouder De Vries. De heer De Vries: Ja, voorzitter en ook daar doel ik op, want de voorbeelden die ik noem, zijn volgens mij nog niet eens corona gerelateerd. We hebben nog niet eens over de steunpakketten van de Rijksoverheid, die we door de crisis ook hebben door moeten voeren en een aantal andere maatregelen. Dus volgens mij hebben we zowel in de crisis als ervoor, er alles aan gedaan om te zien wat er in die tweedeling speelt en wat er nodig is om mensen dat stapje verder te brengen. En natuurlijk: binnen het sociaal domein, alle maatregelen die we nemen, daarmee lossen we dat probleem nog steeds niet 1, 2, 3 op.

En volgens mij vinden we elkaar daar weer, want het is nu eenmaal een veelkoppig monster dat zich niet zomaar laat verslaan. Maar dat is ingewikkeld. Dat het ingewikkeld is, ontslaat ons niet van de verplichting om alles op alles te zetten, om de tweedeling aan te pakken. En dat mag u ook van ons verwachten. Mevrouw Peijs: Voorzitter, nog één reactie daarop? Ja, want ik wil daar inderdaad toch wel op attenderen dat ondanks de inspanningen … En ik weet, ik ben met u eens, was het maar simpel op te lossen, dan hadden we het allang bedacht. Maar dat ook tijdens uw coalitieperiode de mensen met een langdurig laag inkomen, dat dat alleen maar toegenomen is. Dus de opgave die we hebben is echt hardnekkig en groot. De voorzitter: Wethouder De Vries. De heer De Vries: Ja, dat kan ik alleen maar onderstrepen, dat maakt het noodzaak dat we met elkaar blijven kijken hoe we die tweedeling aan kunnen pakken. Die blijft heel erg overeind, ook de komende periode en ook de periode erna. Voorzitter, wat het tegengaan van die tweedeling extra lastig maakt, is dat het Rijk veel taken bij gemeenten heeft neergelegd, zonder daar een fatsoenlijke financiering bij te leveren. Ik neem de Participatiewet en de daaruit voortvloeiende kostendelersnorm als voorbeeld. En daar is de laatste tijd heel veel publiciteit over geweest en ik denk ook wel terecht.

Wethouders uit heel Nederland en van alle politieke kleuren, zijn het erover eens: de kostendelersnorm moet minimaal aangepast en liever nog afgeschaft worden. Maar, en daarmee reageer ik ook meteen op de motie van de PvdA, de regels zijn heel streng. Wat u vraagt, mevrouw Peijs en mede-indieners, het niet toepassen van de kostendelersnorm bij jongeren onder de 27 jaar, is helaas niet mogelijk. Er zijn slechts enkele specifieke uitzonderingsgronden en leeftijd, zoals u in uw motie vraagt, hoort daar niet bij. De voorzitter: De heer Tuerlings heeft een interruptie.

De heer Tuerlings: Ja dank u wel voorzitter. Is de heer De Vries ook op de hoogte dat ze in Eindhoven aan het zoeken zijn naar een mogelijkheid om te compenseren? En zou de heer De Vries dat dan eventueel wel willen overwegen? De voorzitter: De heer De Vries. De heer De Vries: Dat was wat ik, in opvolging van wat ik net zei, wilde gaan zeggen. Dat stond vandaag in de krant. Ik ben heel benieuwd. Daar is de wens uitgesproken om daar iets mee te gaan doen, maar de wethouder geeft helemaal op het eind in het laatste zinnetje eigenlijk ook wel aan: ‘We gaan kijken of de wet die ruimte biedt’. Wij hebben hem niet gevonden, velen voor ons hebben hem niet gevonden, maar wellicht dat het daar wel lukt. En natuurlijk zal ik dan de eerste wethouder zijn die dit ook naar uw raad brengt, om te kijken wat dat voor gevolgen heeft. Maar wat ik wel belangrijk daarbij vind is zorgvuldigheid, dat staat bij mij voorop. Ik wil mensen niet blij maken met een dode mus of met een maatregel die we na een paar maanden weer terug moeten draaien. Dat doet het vertrouwen uiteindelijk niet goed, dus het moet wel een duurzame maatregel zijn. De voorzitter: De heer Smits. De heer Smits: Ja voorzitter, ik had net die vraag inderdaad over die … Of wij op lokaal niveau die inkomenspolitiek mogen doen, maar ik begrijp inderdaad uit uw woorden dat wij dat niet kunnen. De voorzitter: Wethouder De Vries.

De heer De Vries: Ja, de scheidslijn tussen inkomenspolitiek en aanvullend beleid en compensatie op individueel niveau wordt ook steeds dunner. Zeker met de decentralisaties, waarbij steeds meer beleid en uitvoering bij gemeenten is komen liggen, dus dat is een hele complexe discussie. Ik bekijk de motie liever op zijn merites binnen de Participatiewet en de kostendelersnorm. En daar zien we gewoon … Daar zijn echt bijzonder weinig omstandigheden, die afwijken daarvan rechtvaardigen. Mevrouw Peijs: Voorzitter, mag ik nog één laatste … De voorzitter: Ja, wethouder … Of wethouder. Mevrouw Peijs. Mevrouw Peijs: Eén laatste opmerking daarbij maken, want minister Koolmees zegt dan steeds heel ruimhartig zoals dat gaat: ‘Ja, maar de gemeente hebben voldoende ruimte om af te wijken en om maatwerk te bieden als het gaat over de kostendelersnorm’. Dus u zegt van: ‘Die ruimte is heel erg beperkt’, die is misschien niet … Nee, ik ga een vraag stellen. Want ik heb volgens mij eerder gevraagd van: kan Senzer inzicht geven in of er in voorkomende gevallen wel afgeweken wordt? Omdat er soms wel schrijnende situaties zijn waarbij je dit zou willen. Toen gaf u aan: ‘Senzer registreert daar niet op’.

Zou daar dan toch wat meer inzicht op gegeven kunnen worden? En twee: kunt u mij toezeggen … Wilt u mij toezeggen dat we als gemeente dan wel de maximale ruimte zoeken om daar waar mogelijk, af te wijken van de kostendelersnorm? Omdat de situaties die ik noemde, wel ontzettend schrijnend zijn en aan de orde van de dag zijn. De voorzitter: Wethouder De Vries. De heer De Vries: Ben ik zeer bereid om dat toe te zeggen, want dat heeft u mij ook al opgedragen met een motie een aantal maanden geleden, waarin u al heeft verzocht de maximale ruimte te zoeken als het gaat om

de kostendelersnorm. Dat doen we ook, dat doet Senzer ook, maar we lopen steeds meer op tegen het feit dat die wet, als je hem goed bekijkt, echt maar heel beperkte ruimte biedt. Dus waar minister Koolmees aangeeft: ‘Gemeente, pak die kans om maatwerk te leveren’, wil ik het gesprek wel heel graag met hem aan om te kijken: waar zit dat dan volgens u? Want ik zie er op dit moment meer heil in om alle pijlen te richten op een lobby, om die kostendelersnorm en binnen de Participatiewet aangepast te krijgen. En daar krijgt u ook ruimhartig mijn toezegging, daar kan ik uw steun als raad ook heel hard bij gebruiken, zoals ook de SP dat heeft verwoord. Laten we met elkaar kijken in een nieuw kabinet of anderszins: kan deze maatregelen aangepast worden? Zodat in heel Nederland dat ook weer hetzelfde gaat gelden. De voorzitter: Oké, u vervolgt uw betoog. De heer De Vries: Dat wat betreft de kostendelersnorm, maak ik een sprongetje naar een waterplas, namelijk Berkendonk. De VVD vraagt aan het college om te onderzoeken of de exploitatie van Berkendonk geheel of gedeeltelijk uitbesteed kan worden. Voorzitter, dit is een aantal jaren geleden al eens onderzocht. Interesse vanuit marktpartijen is er alleen als zij ook de volledige zeggenschap krijgen over de plas.

Dat staat in schril contrast met het uitgangspunt wat de raad ook al jaren meegeeft namelijk: de plas moet wel gratis toegankelijk blijven. En ja, u heeft gelijk: ook dat gratis, kost geld. Maar daar staat tegenover dat Berkendonk in de zomermaanden vertier biedt aan duizenden bezoekers, waaronder veel van onze eigen inwoners. En daarmee is het een prachtige voorziening voor onze stad. We zetten het gebied niet geheel op slot: initiatieven met lichte vormen van recreatie zijn welkom, zoals ook is opgeschreven in het coalitieakkoord. Waar deze zich aandienen, gaan we het gesprek aan en kijken we of en hoe deze gerealiseerd kunnen worden. Dan tot slot voorzitter: D66 vraagt naar de stand van zaken rond ‘t Gulden Land. Er worden vorderingen gemaakt, maar die zitten op dit moment met name op het gebied van natuurontwikkeling. De recreatievaart vraagt, zoals de heer Stevens zelf ook al aangaf, nog nader onderzoek omdat er verkeerskundig echt nog wel de nodige haken en ogen aan zitten. Maar technisch gezien kan de brug uiteraard wel open, dat is niet het probleem. De voorzitter: Oké dank u wel. Dank u wel, wethouder De Vries. Dan heb ik net per abuis één motie niet behandeld en die motie ging over de extra stoel in de nieuwe gemeenteraadszaal. Om daarover te … In ieder geval een besluit over te nemen. Wij als college gaan daar niet over, u gaat daar zelf over.

Het is … Lijkt me best wel mooi, maar dat doe ik meer als uw voorzitter. En het ligt gewoon aan de raad, wat u daar zelf mee wil. Dus ik zou zeggen: oordeel raad. Ja? Dus dat even voor de dinerpauze. 18.30 – 20.00 uur: Schorsing De voorzitter: Het is 3 minuten over half 7. Wij gaan om 8 uur weer door. U wordt verwacht in Het Speelhuis om even een hapje te eten. En dan gaan we … Om 8 uur uiterlijk zijn we weer terug en dan zal ik de vergadering weer openen. Voor nu schors ik de vergadering gedurende 1,5 uur en daarna zal wethouder Maas starten met de beantwoording. 20.00 uur: Stemming over moties, amendementen en over de Voorjaarsnota 2021. De voorzitter: Dames en heren … Nee hoor, we hoeven niet te gaan staan. Ik heropen de vergadering, neemt u allen plaats. Het is één minuut over 8, dan heb ik de vergadering heropend. En dan zou ik graag wethouder Maas het woord willen geven. Niet alvorens ik haar van harte proficiat wens met haar verjaardag. Het is toch fantastisch, proficiat. Dus ja, ik weet niet of het een bepaalde leeftijd is, het eigenlijk geen applaus meer waard. Maar ik weet niet of het zo voelt. 25 hè, Antoinette.

Mevrouw Maas: Zoiets, ja. De voorzitter: Ja, oké. Aan u het woord, wethouder Maas. Mevrouw Maas: Dank u wel voorzitter. Een bijzonder moment, afgelopen dag heb ik driekwart van de dag eruit gelegen met mijn mail en al mijn computerproblemen. Ik dacht: nou, ze hebben hem al afgesloten, dus dat gaat wel heel erg snel. Maar gelukkig is mijn bijdrage net op tijd klaar en mag ik nog tot vanavond door. En ik vrees dat ze één minuut over 12 de knop omzetten, zo gaat dat dan hè, heel efficiënt tegenwoordig. Voorzitter, beste mensen, raadsleden, ik sta hier eigenlijk natuurlijk met een beetje weemoed. De laatste voorjaarsnota van dit college, maar voor mij persoonlijk de laatste dag als wethouder, daar ga ik straks nog wel even iets over zeggen. Maar ik ben blij dat ik afgelopen weken toch nog een bijdrage heb kunnen leveren aan onze stad. Er waren toch nog een aantal dossiers waar ik echt alle aandacht aan heb kunnen besteden vanaf het moment dat ik het eigenlijk kenbaar heb gemaakt. Dus blij ook dat ik hier vanavond nog sta, ook al is het mijn verjaardag. Voorzitter, ik kijk met vertrouwen naar de toekomst, zeker als ik zie wat er allemaal in de steigers staat. Dat nu voor de nu voorliggende voorjaarsnota ademt volop ambitie. We zetten er echt op in om ook in het laatste jaar van onze bestuursperiode belangrijke zaken voor de stad te realiseren.

Denk bijvoorbeeld aan de schaalsprong met zo'n 10.000 extra woningen in het centrum en de bijbehorende infrastructuur. Denk aan de stappen die we zetten om tot een meer autoluw centrum te komen. Maar ook de realisatie van Loods20, waar jullie binnenkort mogen gaan kijken en die hopelijk dit najaar echt open kan. En bijvoorbeeld ook de vorming van Dit is Helmond als nieuwe lokale omroep. Op het gebied van duurzaamheid hebben we serieus werk gemaakt van de verduurzaming van het warmtenet en het tegengaan van energiearmoede. Een aantal dossiers komen ook na de zomer nog bij u als raad terug. Voorzitter, ik loop nu per onderdeel van mijn portefeuille de vragen en de moties van de fracties na. Cultuur: D66 vraagt om het budget voor cultuur structureel te verhogen in de richting van Eindhoven. De cultuursector is de afgelopen 1,5 jaar natuurlijk ongelooflijk hard geraakt door de coronacrisis. Ik ben heel blij dat we een paar maanden geleden hebben kunnen besluiten om 2 miljoen euro voor een fysieke impuls in de cultuursector te steken. En onlangs hebben we daar de eerste bedragen beschikbaar voor gesteld. Het Speelhuis gaat de aanlichting realiseren en krijgt multifunctionele gekleurde bankjes in de vormen van een ‘S’ voor op het plein. Ik heb ook begrepen, maar dan kijk ik even naar wethouder De Vries, dat ze ook nog gaan vergroenen op dat plein, dus het wordt een mooie combinatie.

Het museum en de cacaofabriek hebben geld gekregen om hun plannen verder uit te werken en dat ziet er gewoon heel veelbelovend uit. Ik stel voor dat we deze impuls eerst goed uitwerken en evalueren en vervolgens ook gaan kijken naar, op dat moment, of er eventueel een structurele hoge bijdrage nodig is. Dan doen we het wel in de goede volgorde, dat zou mijn suggestie zijn. 50PLUS vraagt in een motie om te kijken naar de mogelijkheden voor een industriële hub in het centrum. Bij een hub denk ik eerlijk gezegd aan een plek waar je van het ene vervoermiddel op het andere stapt. Ik heb er afgelopen vrijdag nog ook eentje mogen openen in Brandevoort op het gebied van deelmobiliteit. Maar dat is volgens mij niet wat u bedoelt, mijnheer Mol. U vraagt feitelijk om meer aandacht voor de positie van de industrie in Helmond en de achterliggende gedachte is een prima voorstel. Toevallig of niet, we waren al van plan om daar iets mee te gaan doen. En in de eerste plannen, die nu gemaakt worden voor de schaalsprong van de stad, zijn we voornemens om extra aandacht te besteden aan onze speerpunten en daar hoort industrie ook bij. Mijn voorstel zou dus zijn dat we deze motie daarin meenemen en kijken naar een passende vorm. Niet zozeer misschien in de vorm van een hub, maar in ieder geval een passende vorm en ik laat graag ook nog ruimte om dit verder in te vullen.

Ook in de uitwerking van het verhaal van de stad en de speerpunten marketing, kan dit echt een plek vinden. En als ik de motie dan zo mag interpreteren, dan kunnen we daar wel achter staan. Maar het is net hoe je hem zelf wilde invullen.

De heer Mol: Voorzitter? De voorzitter: Ja, de heer Mol heeft een interruptie. De heer Mol: Wethouder, daar ben ik erg blij mee, dat wou ik even zeggen. De voorzitter: Nou, fantastisch, wethouder. Mevrouw Maas: Ben blij dat ik u blij heb kunnen maken. De voorzitter: Ja, fantastisch. Mevrouw Maas: De fractie Michael Rieter heeft een motie ingediend om bij de begroting 25.000 euro vrij te maken voor het HomeComputerMuseum. Dit naar aanleiding van de vraag van de heer Van den Akker bij de hooravond. Ja, met alle sympathie die ik heb voor het HomeComputerMuseum … Dat weet u, dat weet de heer Van den Akker ook. Prachtige erfgoedprijs nog gewonnen afgelopen collegeperiode, ook deze collegeperiode … Wil ik deze motie toch ontraden. Ze kunnen eigenlijk via de reguliere weg gewoon een subsidieaanvraag doen en dat weet u, want dat is ook niet de eerste keer gedaan door het HomeComputerMuseum. Dus ik zou u willen aanraden om de reguliere weg daarmee te volgen en ook voor het HomeComputerMuseum. Mobiliteit: GroenLinks vraagt of het mogelijk is om bij de vervanging van de verkeerslichten op de traverse een systeem toe te passen, dat aangeeft bij welke snelheid de automobilist groen licht kan verwachten. Nou, u wordt op uw wenken bedient. De VRI’s op de traverse zijn hier al geschikt voor. Er worden nu testen gedaan op dit moment, met apps die automobilisten kunnen gebruiken.

Er is nog wel wat ontwikkeling nodig, maar mijn inschatting is dat een dergelijk systeem op niet al te lange termijn kan werken. De voorzitter: De heer Tuerlings. De heer Tuerlings: Ja, dank u wel voorzitter. Ik hoop dan niet dat die apps op de telefoon bedienbaar moeten zijn tijdens het rijden, want we horen aan alle kanten dat dat niet de bedoeling is. De voorzitter: Dat kan niet hè. Mevrouw Maas: Zeer goed opgemerkt, mijnheer Tuerlings. Maar … De voorzitter: De heer Smits. De heer Smits: Ja, dank u wel voorzitter. Ik ben natuurlijk blij met de toezegging, maar ik ben een oude rot in het vak hier, zal ik maar zeggen. Ik weet in het verleden is dat ‘…’ geweest, maar schijnbaar zijn er nieuwe technieken en nu kan het dus wel. Dat begrijp ik dan uit uw woorden. Mevrouw Maas: Zeker, ja. Er zijn nieuwe technieken en het is de bedoeling dat we dat dan handsfree doen, dus dat is een terechte opmerking. Maar daar zijn testen uitgevoerd en dat ziet er eigenlijk wel veelbelovend uit. Er is natuurlijk ook al een opmerking gemaakt, al meerdere keren door de partijen, over een groene zone. We hebben het al vaak genoeg over gehad, maar dat heeft alles te maken met verkeer van meerdere zijden, wat dan voorrang moet krijgen. Dus dit is echt een systeem wat nu getest is en hopelijk werkbaar is. De voorzitter: De heer Van Lierop en dan de heer Smits. De heer Van Lierop.

De heer Van Lierop: Dank u wel voorzitter. Toen wij het ooit een keer inbrachten, daar ging het niet om de groene zone, want wij snappen ook wel dat dat lastig is. Maar waar het meer om draait, is dat je net als in Eindhoven, dat je gewoon … Je rijdt 60 en dan heb je groen. We hebben … Op dit moment is het geval dat wij een aantal plekken hebben als je te hard rijdt, heb je groen. Dat kan natuurlijk nooit de bedoeling zijn. Ik moet eerlijk zeggen, daar irriteer ik me mateloos aan. Dat ik me dan keurig netjes aan de snelheid houd en voor mij, die vol gas voorbij gaan, die pakken dan daar groen mee. Wat voor signaal geef je dan af? Van: ‘Ja, geef maar gas, dan kan het’. De voorzitter: De heer Smits en dan de heer Vervoort. De heer Smits: Wethouder, het was toch al zo dat … Vrachtverkeer had toch al een groene zone, dus die was er al. Mevrouw Maas: Zeker. Ja, dat is een systeem dat al sinds 2014 actief is, dat klopt. De voorzitter: De heer Vervoort. De heer Vervoort: Dank u wel voorzitter. Ik hoop in ieder geval dat het systeem aansluit bij een bestaand programma. Met betrekking tot dat we op de telefoon misschien 20 verschillende programma’s moeten laden, Dus ‘…’ Helmond heeft dadelijk een groene zone. In die wijk heb ik die groene … Bijvoorbeeld zet hem aan Flitsmeister of een ander gebeuren, maar dat we in Nederland direct naar één systeem komen dat voor iedereen duidelijk is.

De voorzitter: Oké, dank u wel. Wethouder, u vervolgt uw betoog. Mevrouw Maas: Ja, mijnheer Vervoort, het is de bedoeling en dat geldt natuurlijk ook voor deelmobiliteit, dat straks via Mobility as a Service de verschillende apps gewoon met elkaar communiceren en dat alle systemen op elkaar aansluiten. Want anders dan heeft u een terecht punt, helemaal eens. Als het gaat om een autoluw centrum en een nieuw parkeerbeleid: ook hier ligt een duidelijke koers, vastgesteld in uw raad, om toe te werken naar een leefbare, veilige, aantrekkelijke stad, waar het fijn wonen, werken en recreëren is. Een aantal partijen had het over de auto en de auto wegpesten. Is totaal niet aan de orde, de auto neemt een belangrijke plek in onze stad en dat zal ook zo blijven. Dus ik kan u geruststellen dat we al uw opmerkingen over parkeerbeleid en de deelmobiliteit weer verwerken. En u krijgt in aangepaste versies vooradvies voorgelegd. Maar wel: met de verstedelijking van onze stad, zullen we wel verstandig om moeten gaan met de schaarse ruimte. Dus we zijn wel volop bezig met het faciliteren van alternatieve waaronder deelvervoer en de fietsagenda, want u kunt zelf ook wel bedenken … Mijnheer Roefs had er straks over: 10.000 woningen, 10.000 arbeidsplaatsen. Dus daar zal wel echt een modern mobiliteitssysteem bij horen. Duurzaamheid … De heer Roefs: Sorry … De voorzitter: De heer Roefs.

De heer Roefs: ‘…’ de heer Van der Burgt stelde. 10.000 woningen, dat zijn er heel erg veel. En 10.000 arbeidsplaatsen … En dan vraag ik me toch af wat en hoe. En eigenlijk ook aan u de vraag: u geeft dadelijk het stokje over, maar is er wel iets te zeggen van een termijn wanneer plannen uitgewerkt zijn? Want plannen maken is één ding en voor je ze uitgevoerd hebt, ben je 15 jaar verder. Dus dan zitten we bijna in 2040 dus …

De voorzitter: Ja, wethouder Maas. De heer Roefs: Dat is eigenlijk mijn vraag aan u: hebt u een idee? Mevrouw Maas: Zeker. De heer Roefs: Kunt u het visualiseren? De voorzitter: Wethouder Maas. Mevrouw Maas: Zeker, voorzitter. Mijn collega Gaby Van den Waardenburg, die zal er wellicht zo nog wat meer over vertellen. Maar die plannen zitten natuurlijk in de fase waarin ze worden uitgewerkt, ook richting een Omgevingsvisie. Dus in het najaar krijgt u daar echt meer over te horen en te zien, maar misschien dat mevrouw Van den Waardenburg daar dadelijk iets meer over kan vertellen. Duurzaamheid, last but not least, zullen we zeggen. De vragen en de opmerkingen die gemaakt zijn rond het thema duurzaamheid: GroenLinks vraagt naar de stand van zaken rond het voorstel om de gemeente op te laten treden als verhuurder van zonnepanelen. Dat heeft u eerder gevraagd, dat is en blijft een sympathiek idee. U weet dat we bezig zijn met het uitwerken van het plan van aanpak energiearmoede, daar kijken we ook naar in het kader van het tegengaan van die energiearmoede. Maar ik moet u wel alvast zeggen, eigenlijk een soort winstwaarschuwing afgeven: dat we wel tegen juridische en financiële uitdagingen aankijken die het niet zomaar op te lossen zijn. Maar daar wordt op dit moment onderzoek naar gedaan en in het najaar komen we hierop terug.

En dan iets waar het toch al lange tijd over gaat, ik zou bijna zeggen: er gaat wel meer dan een half jaar over. En ook vanavond was het weer onderwerp van gesprek. De zonnevelden en het zonnepark in Stiphout. Dan wil ik toch even nog even een aantal feiten op een rijtje zetten, want toch ging de discussie nogal over en weer. Ik haal u even toch kort de commissievergadering van vorige week terug. Zoals u weet hebben wij een Visie Zonnevelden en zonnedaken, die vastgesteld is in uw raad. Dat is eigenlijk een jaar geleden op 30 juni geweest, daar heeft u unaniem voor gestemd. U was het allemaal eens, behalve plan!. Ik heb dat vorige week ook gezegd, u was net te snel mijnheer Van Lierop. De voorzitter: Maar u luistert goed, dus dat is wel … Compliment. Mevrouw Maas: Naar die Visie hebben we ook als college gehandeld. U draagt ons iets op, u stelt iets vast en wij handelen daarnaar. Het is u ook bekend dat zon op het dak niet voldoende is om de duurzaamheidsdoelstellingen in Helmond te bereiken en te voldoen aan het klimaatakkoord. Dat staat letterlijk in de Zonnevisie, dat zon op dak niet voldoende is en die Zonnevisie heeft u vastgesteld. Ook volgen we de zonneladder, dat staat ook in de Zonnevisie.

Hoe deze werkt, heb ik u al een aantal keren geprobeerd uit te leggen, met alle tekortkomingen die aan de wet- en regelgeving zitten en alle tekortkomingen waar Enexis mee te kampen heeft. Wat wij tussentijds geleerd hebben en daar ben ik het ook met u eens, is: op basis van de casus Stiphout, hebben wij natuurlijk gekeken naar het proces. En ik denk dat het heel goed is als wij een overal een evaluatie doen in dit najaar van: hoe zien wij dit proces? Waar kunnen we dingen verbeteren? En als u tussentijds tot andere inzichten bent gekomen, kunt u die in het najaar inbrengen. Maar dit is in feite het proces en de handelwijze die wij tot nu toe hebben gevolgd. De voorzitter: Oké, de heer Roefs. De heer Roefs: Net als de meesten hebben we toen gezegd, inderdaad: ‘Eerst die daken volleggen voordat we op gronden gaan bouwen’. En die daken liggen nog lang niet vol, laat dat één ding zijn. Wat vorige week ook

aan de orde kwam, dat was de inspreker van Ennatuurlijk en die begon ermee te schermen van: ‘Ja, maar ik heb overleg gehad met het college’. En hoe moeten we dat plaatsen? Is eigenlijk mijn vraag. De voorzitter: Wethouder Maas. Mevrouw Maas: Ennatuurlijk heeft contact gehad … De heer Roefs: Sorry, Solarcentury. Mevrouw Maas: Solarcentury. Ja, ik neem het ook nog van u over. De heer Roefs: Sorry, sorry. Mevrouw Maas: Hele goede correctie. Solarcentury heeft contact gehad met onze ambtelijke organisatie, meerdere keren, dat hebben we in een tijdspad uitgelegd. En Solarcentury heeft ook, net zoals mijnheer Van Bokhoven, één keer een gesprek gehad met mij, samen met ambtenaren erbij. Dat geldt ook voor de inwoners van Stiphout, de Stichting Geledingszone hebben ook een gesprek gehad, ook in een beetje dezelfde samenstelling. Er is op geen enkele manier en dat heb ik al meerdere keren aan u uitgelegd, ook maar welke toezegging dan ook gedaan, Dat kan ook niet, want wij handelen als college gewoon op basis van u ons eigenlijk heeft voorgesteld en vastgesteld. Dus ja, dat er gesprekken zijn geweest. dat lijkt me volgens mij iets wat u allemaal bepleit. U heeft het allemaal over participatie, u heeft het allemaal over gesprekken met inwoners en met stakeholders. Dat doen wij ook, maar we hebben gewoon de procedure gevolgd en die eindigde uiteindelijk in de vergunningaanvraag.

Tussentijds hebben we wel natuurlijk nog dat ‘…’ ook zegt, extra informatieavond georganiseerd, brieven gestuurd. Of dit proces nou zo is wat we ons allemaal wensen, dat lijkt me echt iets voor de evaluatie. En dan kunt u ook zeggen van: vinden wij dat de ontwikkelaar of eventueel een corporatie aan de lat staat voor dat participatietraject aan het begin? Zoals u met zijn allen vastgesteld heeft of vinden wij dat de lokale overheid hier meer regie in moet nemen? Dat lijkt me een vraagstuk van belang in het najaar. De voorzitter: De heer Vervoort. De heer Vervoort: Dank u wel voorzitter. U geeft al aan dat participatie aan het begin staat van het opstarten van het traject. Toen u met de bewoners van Stiphout rond de tafel bent gegaan, was denk ik al vlug duidelijk dat er weinig draagvlak was voor die zonnevelden. En toch is het doorgegaan en doorgegaan en doorgegaan. En die mensen hebben echt alles aan moeten doen om te zorgen dat er in die omgeving een zonnepark gaat komen. Op het moment als … Toen het besluit was aangegeven van: ‘Wij denken dat we hier een doodlopende weg gaan’, was een hele hoop energie, tijd en gebeuren bespaard gebleven. Daarom zeg ik van: de volgorde is niet goed gelopen, maar dat komt dan misschien nog terug in die evaluatie. Maar er zijn wel een hele hoop mensen daardoor het vertrouwen in de overheid kwijtgeraakt en dat doet me zeer.

De voorzitter: Wethouder Maas. Mevrouw Maas: Ik denk dat u verlangt van ons, dat wij een zorgvuldig proces doorlopen, daar staan wij voor aan de lat. En op het moment dat ik een gesprek heb met een vertegenwoordiging van de inwoners, een stichting, die zeggen dat dat draagvlak niet voldoende is, dan zult u van mij verlangen en ook van het college, dat wij dat zorgvuldig toetsen. Daar staan wij voor aan de lat. En dat proces hebben wij, vanaf het moment dat die vergunningaanvraag er lag, want toen was pas het totale plan bekend, hebben wij dat proces zo

doorlopen. Ik denk op het moment dat er iets nog niet in het plan is gegoten, en of dat nou geldt voor een weg of voor een woningcomplex of voor een coffeeshop … Zullen we maar even zeggen, daar had straks ook de burgemeester het over. En er ligt helemaal nog geen uitwerking, als u dan dat draagvlak aan de voorkant al als criterium mee wil nemen, waarom wilt u dan toetsen? Dus wij hebben dat proces op die manier ingeregeld op basis van wat u eigenlijk zelf heeft vastgesteld. Maar als u het graag anders wilt, dan brengt u dat in gewoon, in het najaar. De voorzitter: De heer Vervoort. De heer Vervoort: Laatste vraag hierover: ze hebben ook geschermd met een juridische claim, kunt u die op één of andere manier plaatsen in dit gebeuren? Of zegt u van: ‘Nee, is totaal kansloos?’ Want in het gesprek vorige week is wel aangegeven van: ‘Wij gaan de mogelijkheden onderzoeken om een claim bij de gemeente neer te leggen’. Voor je dat gaat doen en vooral u eigen uitspreekt, is er denk ik al heel veel gebeurd. Of zien wij dat verkeerd? De voorzitter: Wethouder Maas. Mevrouw Maas: Eerste ben ik geen jurist en bovendien ga ik ook helemaal niet over claims, dat is Solarcentury zelf. Of bedrijven of inwoners of wat dan ook een claim indienen, dat lijkt mij aan hen. Dus daar ga ik niet over.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10428609/2