'verslag - Raad (24.10.2023)'
Tekst van het document
TRANSCRIPT VAN DE HOORAVOND GEMEENTERAAD VAN GEMEENTE HELMOND d.d. 24 oktober 2023
Opening De voorzitter: Dames en heren, ik open deze hooravond in het kader van de programmabegroting 2024-2027. Het is half acht. Ik heet alle deelnemers aan deze hooravond, belangstellenden op de publieke tribune en de kijkers via de livestream op internet, van harte welkom. Ik mag deze bijeenkomst voorzitten, mijn naam is Anja Spierings en ben waarnemend voorzitter van deze gemeenteraad. Op dinsdag 7 november wordt de programmabegroting besproken in de gemeenteraad. En alvorens deze te bespreken, wil de gemeenteraad graag weten wat inwoners, organisaties en instellingen van de voorstellen in die begroting vinden. Daarom organiseren we vandaag een hooravond. Insprekers moeten zich vooraf melden. Er hebben zich vier personen gemeld. In deze programmabegroting laat het college zien hoe het ambitieakkoord in ‘een sterker Helmond voor iedereen’ nog beter zichtbaar wordt in het gemeentelijk beleid. Met brede welvaart als basis is de begroting teruggebracht van dertien inhoudelijke programma's naar vier. Dit moet leiden tot een betere, integrale aansluiting bij de opgave waar deze stad voor staat. De schaalsprong krijgt meer duiding in deze begroting. Verder is het college bezig om het wat abstracte begrip Andere Overheid tastbaar en merkbaar te maken voor onze inwoners.
De begroting is financieel sluitend voor 2024 en 2025, daarmee voldoet de gemeente aan de provinciale eisen van financieel toezicht. Op basis van de richting die de gemeenteraad bij de Voorjaarsnota 2023 heeft aangegeven, laten de jaren 2026 en ‘27 een tekort zien. Hierbij is het advies van de provincie en de VNG opgevolgd om voor die jaren een reële begroting te maken, waarbij eventuele tekorten zichtbaar worden. Zoals gezegd hebben er zich vier personen gemeld. Het overzicht treft u aan in NotuBox. Nog even kort de regels. Ik roep iedere spreker op en meld daarbij de naam van de instelling of organisatie, als daarvan sprake is. De inspreker komt naar voren, neemt plaats achter het spreekgestoelte om zich tot de raad te richten. De inspreker krijgt maximaal vijf minuten, daarna krijgen de raadsleden de gelegenheid om verduidelijkende vragen te stellen. Er vindt geen debat plaats met de spreker of door raadsleden onderling. Ik meld u nog dat dit een hooravond van de gemeenteraad is, in deze bijeenkomst kunnen burgercommissieleden niet het woord voeren.
1.
Dhr. Bressers, voorzitter College van Bestuur Jan van Brabantcollege De voorzitter: Dan gaan we nu beginnen. Graag nodig ik de eerste spreker uit en voor ons is het niet helemaal duidelijk, de heer Bressers of mevrouw Duijff, namens het Jan van Brabant College. Samen? Mag ook. Wij begrepen, of, maar en/en is ook prima. Aan u beiden, u moet hem even aanzetten. Ja. Nee, hij is weer uit. Aan u het woord, vijf minuten. De heer Bressers: Dank u wel, voorzitter. Beste raad, even namens het Jan van Brabant College, mijn naam is Arn Bressers, voorzitter college van bestuur van onderwijsgroep Oost-Brabant. Dat is de stichting waar het Jan van Brabant sinds 1 januari 2022 onder valt. Mijn collega, Linda Duijff, directeur van Jan van Brabant, Molenstraat. We zijn heel blij met wat er voorligt, voor u ook. En het doet ook een beetje pijn. En dat heeft te maken met een school waar we al 160 jaar zitten, midden in het centrum van Helmond, de oude Rijks HBS, op een mooie plek midden in het centrum. Maar we beseffen ons ook terdege, het is echt tijd om te gaan, om door te gaan naar een meer duurzaam gebouw, waar we ons onderwijs wat we beogen, willen gaan realiseren. We zouden heel graag de sfeer en de historie van die locatie ook meenemen naar een nieuwe plek.
Ik ben zelf betrokken vanaf 2021 bij het proces rondom de nieuwbouw voor de school. En toen, dat was in de tijd toen we met de locatiestudie begonnen. En toen zijn in eerste instantie acht locaties in beeld geweest en op een gegeven moment is daar een top drie van gekomen. Met Houtsdonk, HVV velden, Zuidknoop en de Cacaokade. Die drie zijn toen vervolgens meegenomen naar een vervolgonderzoek. En nou, uiteindelijk komt daar nu, er was een voorkeurslocatie met Zuidknoop natuurlijk op een gegeven moment toen uitgekomen. Dat was ook wat ons betreft ook een voorkeurslocatie. Maar ook wij zijn blij dat daar twee locaties meegenomen zijn uiteindelijk, en kunnen ook concluderen dat de Cacaokade ook voor ons een hele mooie plek is straks om die school te realiseren. Voor ons zit daar vooral de plus ook in, niet zozeer de synergie met parkeren bijvoorbeeld, dat zijn dingen die voor ons natuurlijk iets minder relevant zijn. Voor ons gaat het dan vooral om de samenwerking die wij kunnen bereiken op een plek waar wij die school hebben. Want je kunt in principe overal een school neerzetten, maar het mooie is natuurlijk wel als je een inhoudelijke samenwerking ook kunt bereiken. En we zien daar hele grote kansen op de plek bij de Cacaokade. Samen ook met de identiteit van de school die we kunnen weergeven met een eigen gebouw en een eigen gezicht. Dat is voor ons ook ontzettend belangrijk.
Dus niet onderdeel van een groot geheel, maar echt een eigen plek en toch heel dichtbij de stad, want wij zijn de school van en voor de stad. De omvang van de school, daar hebt u ook het één en ander over meegekregen. De omvang van 900 leerlingen achten wij ook voldoende om mee te starten als een goede basis. En we zijn ook heel erg blij dat er ook geïnvesteerd wordt in een modulaire aanpak van de bouw, waarbij we ook kunnen groeien naar circa 1100 leerlingen, waar wij ook verwachten dat we daarnaartoe zullen groeien. Dat is mede natuurlijk door die schaalsprong die speelt. Wij zijn heel erg blij dat er vooruit wordt gedacht ook daarin, en dat geeft ons ook een geruststelling. Het gelijke speelveld wordt vaak genoemd. Daar is een heel dossier van, wat ik ook onder ogen heb gehad binnen de school. Zo gaat dat natuurlijk ook, dat komt dan over van de vorige bestuurders. Kijk, de afgelopen tien jaar, als ik ernaar kijk, is de positie niet beter geworden van het Jan van Brabant, ten opzichte van de andere scholen in de gemeente. Nou, dat heeft te maken natuurlijk ook met de nieuwbouw bij de andere scholen. De doordecentralisatie die ook al hier op tafel is geweest eerder. Het is nu een moment om echt vooruit te kijken en niet meer daarnaar terug te kijken. Maar dat zijn wel onderdelen die voor ons wel belangrijk zijn, ook in de toekomst mee verder te gaan.
Dus ook het DDC stuk willen we heel graag verder oppakken, ook straks na de nieuwbouw. Het tweede is natuurlijk de Kleine Jan die, 2028 werd ook al genoemd in de opiniecommissie. Die kleinschalige school aan de Deltaweg heeft ook een eigen identiteit en echt een eigen school. Het gebouw is in 2028, is inderdaad 40 jaar oud is, dus daarom is die datum ook destijds denk ik op tafel even gekomen. Nou, daar is op een gegeven moment ook een perspectief nodig, dat we ook een keer … De voorzitter: Mijnheer Bressers, ik attendeer u erop dat u al viereneenhalve minuut aan het spreken bent. De heer Bressers: Dan ga ik richting mijn afronding. Dat volgt later allemaal, wou ik zeggen, dat is niet relevant voor nu, en hetzelfde als de doordecentralisatie. Samengevat, wij zijn ontzettend blij met het voorgenomen besluit van de gemeente om te investeren in een nieuwe school, voor het Jan van Brabant op die locatie Cacaokade. En ik wil graag Linda nog even het woord geven. Een halve minuut, sorry, voor het onderwijs. Sorry. De voorzitter: Ik sta u even, nog heel kort, want we zitten aan de vijf minuten. Maar … Mevrouw Duijff-Mutsaers: Snap ik. De voorzitter: Kort.
Mevrouw Duijff-Mutsaers: Ik zal kort even toelichten waarom wij ook als school heel erg blij zijn. Zoals u wellicht allemaal weet, wij hebben een prachtige locatie bij de stad. Maar er zitten vier gebouwen rondom een plein. Als je op dat plein stapt, dan is het echt een oase van rust. Dus dat is de sfeer die de heer Bressers zei, die we ook mee willen nemen. Maar als je in de gebouwen komt, dan zijn dat lange gangen met allemaal lokalen daar eigenlijk aan gesitueerd. En dat past niet meer bij het onderwijs wat wij voor ons zien. Wij willen graag ruimte bieden aan de leerlingen om in leerpleinen te werken, om in diverse groepen te kunnen werken. En dat, daar is onze school op dit moment niet toegerust. Dus ja, wij zijn ook heel blij dat we daar in een nieuwe school wél de ruimte voor kunnen vinden. En het laatste wat ik nog wil toevoegen is dat de vijf gebouwen op dit moment ervoor zorgen dat wij de populatie die we in huis hebben niet goed in de gaten kunnen houden. Het is niet praktisch, het zorgt ervoor dat er echt een versnippering is tussen de verschillende collega's, tussen de secties, tussen de mentoren. Dus ook dat zien wij echt als een voorbeeld, sorry, een voordeel van de nieuwe locatie, van de nieuwbouw, dat we weer meer een eenheid kunnen zijn. Dank u wel. Zo dat ging snel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Duijff.
Wie heeft er vragen voor of de heer Bressers, of mevrouw Duijff? Ik zie de heer Vervoort, heer Van der Kant. Heer Vervoort als eerste. De heer Vervoort: Dank je wel, voorzitter. Dank voor de inbreng. We hebben de laatste keer het gehad over een hele forse investering, daar weet u alles van, dat er flink bijgeplust moet worden. De laatste keer is in de raadsvergadering over gesproken, over de fietsenstalling, niet gedeeltelijk ondergronds te brengen, maar eigenlijk op hetzelfde maaiveld. Hoe kijk u ertegen? Is dat voor jullie gewoon ook gewoon goed uitvoerbaar? Wilt u dan nog meedenken en hoe kijkt u ertegenaan? Dank u wel. De heer Bressers: We willen overal in meedenken sowieso, laat ik dat even vooropstellen. Maar kijk, voor ons is het wenselijk als de schoolruimtes, zeg maar, zo laag mogelijk zijn. We gaan sowieso minimaal naar drie verdiepingen. Op het moment dat je dan ook nog de eerste verdieping kwijt bent, of de begane grond kwijt bent met een deel van de fietsenstalling, is dat voor ons niet heel prettig. Wij hebben liever al dat soort nevenfuncties onder de grond. Ook parkeren zou eigenlijk prima voor ons onder de grond zijn, zeg maar. Maar voor ons is dat minder prettig. De voorzitter: Even wachten, want we kunnen geen discussie gaan voeren. De heer Van der Kant en dan de heer Manders. De heer Van der Kant: Dank je wel voor jullie inbreng.
Ik heb een vraag aan de heer Bressers, want ik hoorde hem zeggen, de positie is niet beter geworden ten opzichte van andere scholen, toen het ging over gelijk of niet zo'n gelijk speelveld. Op welke wijze is dat gemerkt, of op welke wijze is dat zichtbaar geworden voor het Jan van Brabant? De heer Bressers: Dat blijft natuurlijk altijd een gevoel. Kijk, wat je in ieder geval merkt is, de aantrekkelijkheid van de school op die plek, met de faciliteiten die je dan hebt, is minder dan andere scholen. Daar zit pijn vanuit het verleden, dat proef ik. Maar daarom zeg ik al, we moeten vooruitkijken en ja, dat is gewoon zoals het is. De voorzitter: De heer Manders. De heer Manders: Dank je wel, voorzitter. Twee vragen. Nabijheid van De Cacaofabriek, betekent dat dat jullie straks helemaal gaan richten op dé creatieve school van de regio, neem ik aan. Mag ik graag een reactie. Een
tweede reactie, op het artikel wat morgen in het Eindhovens Dagblad verschijnt. Misschien heeft u het wel gezien op het ED. Cacaofabriek, er worden bezwaren ingediend van de Cacaofabriek, die helemaal niet goed vindt dat u daar, of helemaal niet wenselijk vindt dat u zich daar vestigt. Daar weet u neem ik aan van. Wat is uw reactie daarop? Mevrouw Duijff-Mutsaers: Zal ik? De heer Bressers: De eerste vraag? Mevrouw Duijff-Mutsaers: Ja. Helemaal richten op de culturele sector? Wij zijn al een tijd lang een culturele school in Helmond, sluiten ook altijd aan bij de cultuurweek bijvoorbeeld, dus wij kunnen dat gaan versterken. Neemt niet weg dat wij ook bijvoorbeeld nog steeds een sportklas hebben, dat we nog steeds tweetalig onderwijs hebben. Dus dat zijn dingen waar we mee doorgaan. Het zal niet alléén de culturele sector zijn, maar dat is wel iets wat we kunnen versterken. De heer Bressers: De tweede vraag heeft te maken met de samenwerking en de andere partijen die ook volgens mij zitten in de Cacaofabriek momenteel. De heer Manders: Ik begrijp dat de ondernemers nog niet zover willen gaan, maar dat door De Cacaofabriek een officieel bezwaar wordt gestuurd naar het stadsbestuur. Maar ik weet niet of het Eindhovens Dagblad gelijk heeft, maar dat staat nu bij ED.nl op dit moment, het zal morgen in de krant komen. De heer Bressers: Oké, goed.
Ik heb er net iets van gelezen, alleen online even, maar ik weet er verder niet meer van. Ik heb in ieder geval met het bestuur van De Cacaofabriek om tafel gezeten en daar zien we heel veel kansen, allebei. Kijk, of de ondernemers binnen De Cacaofabriek, daar heb ik verder geen contact mee, dus daar kan ik moeilijk iets van zeggen. De voorzitter: Oké. Heer Boetzkes. De heer Boetzkes: Voorzitter, dank je wel. Ik wil geen nieuw onderwerp aansnijden, maar ik wil graag toch iets meer verduidelijking op de twee onderwerpen die zojuist zijn bevraagd al. En het gaat enerzijds over die hoogte van het gebouw, u zegt dat dat wenselijk is. Kunt u iets verder duiden wat dat is? Het gaat om enorm veel geld en wij zijn als raad natuurlijk verantwoordelijk voor de huisvesting van scholen, dus zeker ook die van u, maar ook voor de financiële gezondheid van onze stad. Dus wanneer dit vele tonnen scheelt, dat is ons nog niet duidelijk wat dat precies scheelt, maar dan hoop ik in ieder geval iets meer duiding te hebben in wat dat u dan werkelijk oplevert als school. En de tweede vraag die gesteld is, ging inderdaad over een aantal bezwaren die er zijn. En met name de directeur triggerde mij. U zei, een oase van rust op het schoolplein. Terwijl we juist vanuit De Cacaofabriek, of in ieder geval een aantal daar horen dat ze zich enorm druk maken om die rust.
Dus misschien kunt u daar iets meer duiden en misschien zelfs die zorgen wel wegnemen door een kleine verduidelijking daarin. Dank u wel. Mevrouw Duijff-Mutsaers: Dan begin ik met de laatste. Ik heb gesprekken gehad met de bestuurder van de, sorry, met de directeur van De Cacaofabriek. Hij gaf deze bezwaren ook aan. We hebben ook aangegeven dat we goed moeten kijken naar de ruimteverdeling rondom dat gebied. Zoals jullie misschien weten, je hebt de parkeerplaats, daarachter is dat grasveld. En kunnen we daartussen een natuurlijke scheiding maken, zodat het voor ons goed te controleren is waar onze leerlingen zijn, en zodat er geen overlast is, of nauwelijks
overlast is richting De Cacaofabriek? Dat zijn de eerste verkennende gesprekken die wij op dit moment hebben. En wat ik net al zei, wij werken nu ook bijvoorbeeld met gescheiden pauzes, waardoor het aantal leerlingen wat tegelijkertijd pauze heeft, overzichtelijk is. De situatie nu is dat die zich wel verspreiden over een grote locatie. Dán zullen onze conciërges daar veel beter zicht op kunnen hebben. Dus wij hebben er vertrouwen in dat we die rust voor een heel groot deel kunnen bewaren. De eerste vraag, wil jij die doen? De heer Bressers: Ja, mag ook. Jij mag het ook, het onderwijskundige stuk. Mevrouw Duijff-Mutsaers: Wilt u nog heel even heel kort herhalen? De heer Boetzkes: Jazeker, de voorzitter staat mij toe. De vraag gaat vooral over het verdiepen van de school. De grond is daar, vertuien kost enorm veel geld. Wat is precies die meerwaarde? Kunt u dat iets meer duiden? Zodat we daar een goed besluit over kunnen nemen. Mevrouw Duijff-Mutsaers: Kijk, ten eerste is het zo dat wij het belangrijk vinden dat als je naar de school kijkt, dat je weet dat het een school is. Als je op het maaiveld daar als eerste tegen fietsen aankijkt, dan is dat toch een ander gezicht. Wat dat ook als gevolg heeft, als je onder geen lokalen kan plaatsen, geen ruimtes of minder ruimtes kan plaatsen, dan zul je dus verder naar boven moeten bouwen, precies wat de heer Bressers ook al zei.
We hebben het nu over een gebouw van vier verdiepingen. Nou ja, dat zal dan hoger worden, waardoor je toch weer meer versnippering krijgt, waardoor je nog niet de contacten kan hebben tussen de verschillende secties bijvoorbeeld, die we zo wenselijk vinden. Dus hoe meer wij de hoogte ingaan, hoe minder dat weer tot de korte lijntjes leidt, die wij graag zouden willen hebben. De voorzitter: Heer Van der Burgt. De heer Van der Burgt: Dank je wel. Een vraag aan de heer Bressers. Hij heet geloof ik de Kleine Jan, daar hebben we het ook tijdens de raadsvergadering volgens mij ook over gehad, dat maakt geen onderdeel. Kunt u dat iets nader duiden? De heer Bressers: En nader duiden, bedoelt u, of … De heer Van der Burgt: U geeft aan dat hij ook bijna 40 jaar oud is. En ja, maar nu gaan wij er vanuit dat het geen onderdeel uitmaakt van de nieuwe. De heer Bressers: Nee, dat klopt. Nee, dat is ook niet de bedoeling. Wat ik wilde aangeven was, 2028 werd genoemd in de opinievergadering. Die datum is het oude deel van het gebouw van de Deltaweg, is dan 40 jaar oud. Het is voor dit vraagstuk wat nu voorligt niet relevant en komt in een volgend IRP, kan dat een plek krijgen. Dus dat is wat ons betreft een prima weg. De voorzitter: De heer Manders nog. De heer Manders: Dank je wel, voorzitter.
Ik heb zelf vroeger op een school gezeten, was het Peellandcollege, en daar was ook een gedeelte, onder de overkapping was dan voor de fietsen. Maar je hebt ook systemen, denk aan bij het station, waar je fietsen dubbel parkeert met zo’n glijstang. Zo'n fietsenstalling kan niet in het aanzicht gedeelte, maar in het achtergedeelte. En dan vraag ik me af hoeveel procent van de totale oppervlakte onder is straks nodig voor die 900 tot 1100 fietsen? Als je ook nog dubbel parkeert, dan gaat het
eigenlijk in feite om 550, 600 fietsen. En dan weet ik niet uit mijn hoofd hoeveel oppervlakte ervoor nodig is in relatie tot het hele gebouw. Als je er dus vanuit gaat dat je heel veel miljoenen kunt, of misschien een miljoen kunt bezuinigen door niet ondergronds te gaan, en ervan uitgaat dat het niet bij het aanzicht gedeelte, maar juist bij het achtergedeelte van de school is. Zou u daar iets over kunnen zeggen? De heer Bressers: Nou ja, specifiek, wij zijn niet zo technisch, dus dat weten we niet. Maar wat we wel weten is, op moment dat er iets van ruimte van het bouwoppervlakte opgaat van de begane grond aan een andere functie dan de school, moet sowieso die vierde verdieping, moet daar een stuk op. En dat is voor ons minder wenselijk dan dat dat op de begane grond zit. Dus daar zit voor ons gewoon de grote crux. De voorzitter: Dank u wel. Nee, mijnheer Manders, we zijn nu over de inhoud bezig over de school. En we hebben het over het verhaal wat richting de begroting gaat. Dus ik denk dat de vragen van u moeten komen als het over de school gaat. Het gaat over, nu gaat het over de, het gaat niet letterlijk over de begroting. De heer Manders: Het gaat dan over het verschil, wat is het ons allen waard, een miljoen, twee miljoen extra? Een dáár zouden wij graag wat meer over weten wat dan straks voor de begroting het verschil is in waarover we beslissen.
Kijk, als het direct 300.000 euro scheelt, dan is het wenselijke voor ons, ik denk, meer acceptabel, dan wanneer je zegt, het gaat om anderhalf miljoen verschil als we die fietsenstalling niet gedeeltelijk ondergronds leggen. Dat is natuurlijk het financiële plaatje waar de raad over gaat. De voorzitter: Mijnheer De Mare. De heer De Mare: Dank u wel, voorzitter. Ik denk dat we deze discussie ook hebben gehad bij de vaststelling van het krediet. En volgens mij zitten we hier in een hoorzitting over een begroting, en niet in een ontwerpvergadering voor het gebouw. Ik denk, ik ben het wel met de heer Manders eens, dat het seintje wel duidelijk is dat, als er zoveel geld in de grond moet gaan om vervuilde grond te saneren, dat u uw derde verdieping helemaal niet meer krijgt van de gemeenteraad. Dat u op dat moment vast en zeker voor een iets hoger gebouw gaat kiezen. Het is een kwestie wat nader moet worden uitgewerkt. En ik denk dat voor deze raad hoorzitting het nu wel voldoende is. De voorzitter: Dank je wel, mijnheer De Mare. Dank je wel, mijnheer Bressers en mevrouw Duijff voor de toelichting.
2.
Dhr. van Ledden, voorzitter wijkraad Stiphout-Warande De voorzitter: En dan wil ik nu de heer Van Ledden naar voren halen als voorzitter van de wijkraad StiphoutWarande, om zijn bijdrage te doen, hopelijk in vijf minuten. De heer Van Ledden: Even kijken, ben ik verstaanbaar? Ja. Goedenavond, dank u wel. Geachte raadsleden, ik sta hier omdat ik, nou, als voorzitter van de wijkraad Stiphout-Warande de aandacht voor het volgende wil vragen. Ik heb de begroting gelezen, doorgenomen en ik kom daar geen gebiedsvisie Stiphout meer in tegen, en ook geen enkele reservering daarvoor. En dat schetst een beetje mijn verbazing, omdat we toch in Stiphout met die gebiedsvisie die vorig jaar door u, of begin dit jaar zelfs door u is vastgesteld, toch best wel aan de slag zijn gegaan. Ik neem daar een heel klein beetje in door en komt daarna tot mijn verzoek. Eigenlijk zijn wij als wijkraad met de gemeente, de omgevingsmanager in dit geval, best goed aan de slag gegaan. We zijn met het
plan ontmoeten, als wijkraad hebben we dat eigenlijk omarmd, en zijn daar volledig aan de slag gegaan. En hebben op een gegeven moment gekeken, oké, wat is nou belangrijk in die wijk? En we hebben daar even naar gekeken en we hebben de wonen, welzijn- en zorgvisie van uw eigen gemeente gevonden, dat de gemeente een stad wil zijn met centrale punten in de wijk, waar inwoners elkaar op natuurlijke wijze ontmoeten en naar elkaar omzien. En laten we dat in Stiphout nou eigenlijk niet meer hebben. De situatie zal u een klein beetje bekend zijn. Wij hebben in ieder geval een stuk inventarisatie gedaan, volle zaal gehad, en zijn daar met de burgers in gesprek gegaan. En wat zagen we daar? De constatering, er waren veel gemeenten, een hoge participatiegraad in Stiphout, maar geen ruimte. Dus we zien ook dat die verenigingen en verschillende partijen elkaar niet kunnen treffen als we spontaan in Stiphout rondlopen. Er verdwijnt al heel veel, daar ga ik nu niet over in. Maar binnenlopen bij het MFC, dat nodigt niet echt uit. Grote versplintering dus, geen zichtbare plek, spontaan treffen hebben we niet, dus eigenlijk voldoet het niet. Dat was eigenlijk de eerste constatering. We zijn met die burgers ook meteen in gesprek gegaan om te kijken, waar is dan de behoefte aan? Nou, daar komen natuurlijk een heleboel wensen.
Maar we hebben ook gezegd, wat wil je er zelf voor doen? Ga ik u even niet mee vermoeien, heeft u daar vragen over, wil ik u graag toezenden; is ook in een advies aan het college gestuurd. En dat wil ik graag met u delen, maar ik zal proberen binnen de vijf minuten te blijven. Kortom, de wens vanuit de burgers is eigenlijk vanuit Stiphout-Warande, één plek waar het merendeel van de gemeenschap samenkomt en een spontane ontmoeting kan plaatsvinden, wat we dus niet hebben. Dat we het nog eenmaal constateren. Oplossingsrichtingen zijn er gevonden, we kunnen kijken naar nieuwe, op de huidige plek waar het MFC is, kunnen we natuurlijk wat doen. Hebben we ook aangegeven in het advies aan het college, is men ook goed mee aan de slag gegaan. Wat daar wel of niet uitkomt, dat is eigenlijk niet aan ons als wijkraad. Wij hebben als wijkraad daarnaast nog twee andere dingen geadviseerd en dat is, kom nou met een integrale werkgroep waarin we op de korte en op de lange termijn aan de slag kunnen. Want, wat zien wij in Stiphout? We zien in Stiphout dat de participatiebereidheid echt afneemt op dit moment vanwege het hele gedoe wat we natuurlijk allemaal wel in de krant kunnen lezen. Zoals ik zei, daar gaan we niet op in. Maar we zien wel dat die participatiebereidheid van die burgers toch wel een enorme knauw heeft gegeven gekregen.
En we hebben nou een paar keer opgeroepen bij de gebiedsvisie die ook door uw gemeente zelf is geïnitieerd, wij hebben wat gedaan en we staan te lang stil. Dus waarom ben ik hier gaan staan? Ik kom hier eigenlijk staan omdat ik eigenlijk vanaf mei, toen ik het advies naar het college heb gestuurd en heb gevraagd, goh, kom met die integrale werkgroep, zijn we wel in gesprek, zijn we ook wel daarmee bezig, maar we zien geen actie meer. En waar ik me erg zorgen over maak en waarom ik de urgentie hier neer wil leggen is, laten we tot actie overgaan dat we in ieder geval met die mensen in gesprek kunnen gaan. En stel gelden ter beschikking om in ieder geval die integrale werkgroep te ondersteunen. En dat is ook waarom ik hier sta. Ik heb hier eigenlijk het verzoek om u in overweging te geven, om de gebiedsvisie Stiphout in de voorliggende begroting, een eerste budget beschikbaar te gaan stellen van een ton, waarin we de komende vier jaar in ieder geval kunnen kijken naar de zaken die benoemd zijn in de gebiedsvisie, om daarmee aan de slag te gaan. Een integrale werkgroep op de zetten en ook met die burgers verder het gesprek verder aan te gaan en met hen te komen tot daadwerkelijke uitvoering van gebiedsvisies. Want we hebben te veel visies gezien de laatste tijd en we blijven maar opgevolgd worden, we worden gek van de visies, we willen eigenlijk tot actie komen.
Dat is eigenlijk het verzoek en dus ook daarbij met name benadrukken dat die participatiebereidheid naar beneden gaat als er niet iets gebeurt. Dank u voor uw aandacht. Binnen de vijf minuten? De voorzitter: Ja. De heer Van Ledden: Oké.
De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Ledden. Wie heeft er een vraag aan de heer Van Ledden? De heer Boetzkes en de heer Vervoort. Mijnheer Boetzkes, aan u het woord. De heer Boetzkes: Dank u wel, voorzitter. Dank u wel voor uw inspraak hier, en zeker ook voor de betrokkenheid ook bij de gebiedsvisie die inmiddels inderdaad is vastgesteld. U roept op tot een integrale werkgroep en komt ook met een redelijk concreet bedrag wat daarbij hoort, 100.000 euro. Niet meegenomen, maar er zijn plekken waar dat in de begroting prima zou kunnen passen, bij algemene middelen of uit bepaalde reserves. Kunt u iets verder specificeren wat zo'n werkgroep dan gaat doen? En mijn tweede vraag is ook, uw roept vervolgens, die werkgroep gaat ook tot concrete actie komen. Ik verwacht dat die acties ook wel weer financiële impact zullen hebben. Hoe moet ik dat zien? Is dat voor volgende begrotingen? Heeft u daar al een idee van, of kunt u daar iets meer duidelijkheid over geven? De heer Van Ledden: Bewust wordt natuurlijk gevraagd om een integrale, bewust wordt ook natuurlijk gevraagd om een integrale werkgroep. Wat versta ik daaronder? Dat is uiteindelijk een werkgroep waarbij de gemeente natuurlijk ook uitdrukkelijk in mee participeert, meedoet. En natuurlijk hebben wij nagedacht over dat bedrag. Het bedrag is natuurlijk nooit voldoende om totaal tot uitvoering te komen van bepaalde zaken.
Maar, waar we wel naartoe moeten, is dat er in deze actie gewenst is, in de zin dat we stappen gaan maken, zodat mensen zien dat ze na twee, drie jaar participeren, ook daadwerkelijk zien dat er wat gebeurt. En ik denk dat het nu het moment is om, zeg maar, met elkaar, naast het feit dat je een gebiedsvisie totaal tot wasdom laten komen, dat je nu ook gewoon op een gegeven moment met een begeleidende partij als een Coco… Wat is het? Cocosmos heeft in dit geval het voorproject gedaan. Die zou ik graag weer willen uitnodigen om verder te gaan initiëren, goh, hoe kunnen we nou die uitwerking gaan doen? Komen tot een concrete voorstelling. Nou, daar komen voorstellen uit. Dat kan op de huidige situatie of op een nieuwe situatie die allemaal in kaart zijn gebracht. Kunnen we dat ook laten uitrekenen? Huisvestingskosten, huisvestingsonderzoeken laten doen. Dus dat zijn ook kosten waar we aan moeten denken. En er zal uiteraard een commercieel plaatje aan gekoppeld moeten worden, waarover nagedacht moet worden. Want nu is het natuurlijk uiterst goedkoop geregeld middels een private uitbater. Dus dat is, is dat nog steeds de situatie die we willen hebben? Uit de gesprekken die we hebben gevoerd, zien we dus dat dat toch wel frictie geeft. Nou, daar moeten we mee in discussie, moeten we kijken hoe we dat doen. Er zal een berekening moeten komen, er zal een exploitatie moeten komen.
En die exploitatie zal weer door een derde moeten worden gecontroleerd. Want alles, het is toch zo, als wij het als wijkraad naar voren brengen, zal het toch zo zijn dat het is zo, ja maar, is dat wel zo? Ja, jullie zijn zelf ook burgers. Dus we zullen altijd met een derde partij moeten spreken. Nou, als we dat even optellen, dan kom ik heel snel aan 20, 30, 40.000 euro per partij. Zitten we zo aan 100.000 euro, zijn we er nog lang niet. Daarnaast, wilde ik ook toevoegen, is dit alleen maar het punt ontmoeten. We hebben daarnaast nog vier andere kernpunten in die gebiedsvisie waar ook initiatieven op worden ontwikkeld, waar ook uitvoering op zou moeten zijn. Dus uiteindelijk, als er een restant overblijft, kan dat altijd daarvoor gebruikt worden. Blijft er over? Gaat het terug, want het is een reservering en als die vrijvalt, komt hij gewoon weer in de portemonnee van mijnheer De Kort. De voorzitter: Oké, dank je wel voor uw antwoord. De heer Vervoort. De heer Vervoort: Dank u wel, voorzitter. Ik had eigenlijk ongeveer dezelfde type vraag, waar wilt u die 100.000 euro aan besteden? Want dat was in uw verhaal niet duidelijk. De heer Van Ledden: Vijf minuten, hè?
De heer Vervoort: Ja, dat begrijp ik. Dus, maar de toelichting die u heeft gegeven aan de heer Boetzkes is dan voor mij ook duidelijk, in ieder geval. Maar het is eigenlijk meer plannen maken en doorrekenen vanuit hier, wat gaat er gebeuren als u iets gaat doen, wat heeft dat voor gevolgen? En de vraag is natuurlijk, moet daarbij de wijkraad zitten, of moet het college het zelf oppakken? Maar dat is een andere discussie. De heer Van Ledden: Gezamenlijk, zou ik zeggen. De heer Vervoort: Daarom, maar dan kan u ook gewoon … Maar dat is een andere discussie. Maar ik weet voldoende. Dank u wel voor uw toelichting. De voorzitter: Heer Van der Burgt. De heer Van der Burgt: Dank je wel. Dank u wel voor de uitleg, heer Van Ledden. Ik heb eigenlijk één vraag. Er is nu een gebied…, het college heeft nu een gebiedsregisseur. Kunt u dat wat beter uitleggen? Want die gaat toch ook die gesprekken aan met … De heer Van Ledden: Dat klopt. Maar wij zijn in gesprek met de gebiedsregisseur. Dat is ook prima, dat loopt hartstikke goed zelfs. Sterker nog, ben ik zeer tevreden over. Dus dat kunnen we constateren. Anderszins, waarom sta ik hier? Er is een gebiedsvisie en daar komt een uitvoering uit. En die uitvoering die zal gefinancierd moeten worden en die staat niet in de begroting. Dus het eerste wat ik doe is, ik steek mijn vinger op dat het niet begroot is.
Dus daarom heb ik zoiets van, goh, daarom ga ik hier maar staan, want het is misschien wat vergeten. Want dat zijn kosten die niet gedekt zijn. Dus … De voorzitter: Dank je wel. De heer Van Ledden: Het gesprek daarmee is goed. De voorzitter: Heer Van de Brug. De heer Van de Brug: Dank u wel. De gebiedsvisie die hebben we met heel veel inspraak van inwoners, verenigingen, ondernemers, is die tot stand gekomen. Ben ik heel trots op, al mag ik het zelf zeggen als de inwoner van Stiphout. Maar, als ik u goed begrijp, u wilt gewoon actie. We hebben een visie en vervolgens is het uitvoeringsplannen. Maar we hebben volgens mij, dat was ook onderdeel van die visie, dat wij daar met elkaar het gesprek over zouden aangaan. Ook met de inwoners om daar verder invulling aan te geven. Ik ben eigenlijk wel verbaasd dat u eigenlijk, nu eigenlijk zegt, eigenlijk gebeurt er niet zo heel erg veel op dit moment. Er gebeurt wel wat, maar eigenlijk mag daar nog wel een tandje bij. De heer Van Ledden: Nou, ik … Mag ik al antwoorden, of niet? De voorzitter: Ja, u mag antwoorden. De heer Van Ledden: Sorry. Nou, er gebeurt wel wat, alleen het gaat, wat dat aangaat, vrij langzaam. Dat is de constatering. En we weten allemaal wat er in Stiphout gebeurt en anders wil ik best wel krantenartikelen naar u toesturen. En uiteindelijk kunnen we dat niet los zien.
We zien die gebiedsvisie en we zien dingen die in het dorp gebeuren, er verdwijnt van alles. En we hebben, ja, we hebben een hele hoge participatiebereidheid gehad, zeg ik hier achter dit gestoelte, en die neemt zienderogen af. En om die terug te krijgen… Ik kan u
mailtjes laten lezen dat mensen gewoon bij mij afhaken om bij mijn bijeenkomsten te komen, omdat ze geen vertrouwen meer hebben in wat er gebeurt, omdat er continu participatie, participatie, participatie wordt gevraagd, en ze zien geen actie. Dus als ik mensen nu naar een ruimte toe vraag om te komen, om input te geven, dan komt de helft nog maar. En ja, daarvan zeg ik, oké, we hebben een gebiedsregisseur of iemand die daarvoor staat, die is daar ook zijn stinkende best voor aan het doen, absoluut. Ook steun aan, is prima. Alleen, als ik dan naar zo'n begroting kijk, denk ik bij mezelf, ho, ho, ho, dan zitten we dadelijk, over een jaar zitten we wéér te kijken. Dus ik wil gewoon hier aangeven dat ik gewoon graag zie dat er geld wordt gereserveerd, zodat op het moment dat we een serieus voorstel, en dat kan dan, tussen nu en drie weken ligt dat bij het college, neerleggen, dat we dan niet te horen krijgen, ja, nee, maar we moeten eerst nog een uitvoeringsplan moeten we nog gaan aftikken en dan hebben we gezegd van dat, en dat kan, is ook nog een quickscan over, over de wijkhuizen. Zit ik helemaal niet mee. Ik zit, sta hier voor Stiphout, ik sta niet voor de gemeente, ik sta ook niet voor die regisseur. Ik sta hier gewoon, omdat ik wil zeggen, kom op mensen, we moeten nou een keer doorpakken, als we weten … De voorzitter: Dat is ondertussen duidelijk.
De heer Van Ledden: Als het maar duidelijk is. De voorzitter: Mijnheer Van Ledden. Ik heb nog een vraag van de heer Van der Burgt, want we vallen steeds in herhaling en dat is ook niet de bedoeling. De heer Van der Burgt: Dank je wel, voorzitter. Wat zou de wijkraad nu kunnen betekenen? Want als ik naar het verleden kijk, dan werd er door de wijkraden, is eigenlijk toch te intermediair tussen bewoners en het college, in casu gemeenteraad. Wat zou, in het verleden werden nog weleens bijeenkomsten georganiseerd en corona heeft heel veel negativiteit gebracht, maar wat zou de wijkraad nu kunnen betekenen om dat weer op gang te brengen? De heer Van Ledden: Nou, ik denk dat als er concreet een integrale werkgroep is, waaruit heel duidelijk blijkt dat het de gemeente ook serieus is dat we aan de slag gaan, dat we ook kunnen zeggen en kunnen communiceren, we gaan aan de slag. En dan trek ik als wijkraad dat wel naar me toe. Dus dat kunnen wij betekenen. De voorzitter: Dank je wel. Heer Van Geel nog. De heer Van Geel: De gemeente die heeft af en toe natuurlijk, die werkt op het tempo dat ze werkt, en dat zal niet altijd kunnen versnellen.
Zou u al heel veel geholpen zijn met een concrete communicatie over wanneer dingen gaan gebeuren, wat de inschatting is wanneer er welke acties genomen gaan worden, als dat concreet al vanuit de gemeente uw kant op zou komen? De heer Van Ledden: Dat, nee, daar word ik niet, ben ik niet mee geholpen. Ik ben geholpen met als er serieus een signaal wordt gegeven, dit is een tijdspad waar we aan gaan werken, daar is ook geld voor gereserveerd, dus u kunt verwachten dat wij er werk van maken. Ik denk dat dat de boodschap moet zijn die ik wil, die ik nu vraag. En dat is ook eigenlijk wat ik wil zien. De voorzitter: Dank je wel, heer van Ledden. Ik zie verder geen vragen, ik wil u danken voor uw inbreng. De heer Van Ledden: Dank je wel.
3.
Dhr. van Stiphout, voorzitter CV De Spurriezeiers, namens Stadscarnaval Helmond De voorzitter: En dan wil ik nu de heer Van Stiphout, voorzitter van carnavalsvereniging De Spurriezeiers, namens het stadscarnaval Helmond, naar voren roepen om zijn betoog te houden. Heer Van Stiphout, aan u het woord. De heer Van Stiphout: Dank u. Geachte leden, mevrouw de voorzitter, namens de stadsvergadering van alle 22 Helmondse carnavalsverenigingen die wij rijk zijn, sta ik hier vandaag om ons gezamenlijk doel aan u voor te leggen. We zijn inmiddels unaniem verenigd in ons streven om een gemeenschappelijke bouwhal te realiseren voor onze verenigingen zelf en voor de bouwgroepen in Helmond. Dit initiatief heeft twee belangrijke doelen. Ten eerste, om van de grootste optocht van het zuiden, zoals wij het graag hier afficheren, ook de mooiste optocht van het zuiden te maken. En ten tweede, om de rijke traditie van carnaval in onze stad te behouden en ook te versterken. Carnaval is niet zomaar een evenement voor ons, het is het grootste feest in onze stad, dat tegelijkertijd in alle wijken, en ik zeg echt in alle wijken van Helmond, wordt gevierd. Met meer dan 45.000 bezoekers en duizenden deelnemers, is de optocht van ons werkelijk uniek en ongeëvenaard. Het is de gelegenheid waarin onze gemeenschap samenkomt en de carnavalstraditie in al haar pracht en praal viert.
Echter, als wij niets ondernemen, dan zal de zorgwekkende trend van afnemende deelnemers en praalwagens zich voortzetten. We hebben het de afgelopen optocht min of meer kunnen zien. Dit is niet het toekomstbeeld dat wij in Helmond als verenigingen samen voor ogen hebben. Het creëren van praalwagens en het bedenken van optocht motto’s is een traditie die in onze stad jaarrond wordt gekoesterd en uitgeoefend in alle wijken. Om deze traditie te waarborgen voor toekomstige generaties, hebben we een gemeenschappelijke bouwhal nodig. Als stadsvergadering namens alle 22 carnavalsverenigingen, wij zijn er echt unaniem in, zijn we vastbesloten om dit te verwezenlijken. Wij willen graag de Gemeente Cranendonck als inspirerend voorbeeld noemen, evenals andere steden, Tilburg, Breda, Den Bosch en Roosendaal. In de Gemeente Cranendonck zijn twee gemeenschappelijke bouwhallen gerealiseerd voor loopgroepen en voor wagenbouwers. Sinds de opening van die hallen zien we een ongekende stroom van creativiteit, saamhorigheid en inzet voor de gemeenschap en de carnavalstraditie. Het zijn plekken waar jong en oud, ongeacht achtergrond of afkomst, welkom zijn om deel te nemen aan carnavalsvoorbereidingen. Hoe mooi zou het nou zijn om dit in onze eigen stad te realiseren? Laten we wel wezen.
Dus wij doen ook een dringend beroep op u, als vertegenwoordigers van onze gemeente, om ruimte te maken voor de realisatie van zo'n gemeenschappelijke bouwhal in Helmond. Dit moet concreet opgepakt worden als een project in onze stad. We hebben gezien hoe dergelijke initiatieven elders, gemeenschappen verenigen en culturele tradities in stand houden. Wij zijn ervan overtuigd dat het realiseren van een gemeenschappelijke bouwhal in Helmond niet alleen de carnavalsviering zal verrijken, maar ook zal bijdragen aan de samenhorigheid en creativiteit binnen de stadsgrenzen. We rekenen op uw steun en betrokkenheid om dit project tot stand te brengen, want samen kunnen we van Helmond de thuisbasis maken van de grootste, maar ik hoop ook bovenal, de mooiste optocht van het zuiden, en de rijke traditie van carnaval behouden voor de toekomstige generaties. Dank je wel voor uw aandacht. Ik kan alle 22 verenigingen opnoemen, ik zie mijn collega's van De Heipoort zitten. Maar dit is wat wij unaniem eigenlijk beslist hebben en wat we eigenlijk heel graag willen realiseren. We zien een verschraling optreden in optochten, in al die zaken meer. Het heeft te maken, de corona heeft zeker, zijn er al veel groepen afgehaakt. Je ziet carnavalswagens die links en rechts in weilanden staan, die gewoon daar staan te vergaan.
En je ziet gewoon dat jonge mensen, ook oudere mensen, iedereen natuurlijk, gewoon niet de mogelijkheid heeft om op dit moment actief aan carnaval deel te nemen, als ze dat zouden willen. En dat is natuurlijk verdomd jammer. Ik zeg, als wij lekker uit de wind staan, beetje droog, paar lampjes erbij, alcoholvrij biertje, dan zijn we al een heel eind geholpen, mensen. Dank je wel.
De voorzitter: Dank je wel, heer Van Stiphout. Alle namen van de carnavalsverenigingen die staan op uw tekst, die had u al toegestuurd. En die heeft iedereen ook in NotuBox.
De heer Van Stiphout: Heel goed. De voorzitter: Dus daar is iedereen van op de hoogte. De heer Van Stiphout: Heel goed. De voorzitter: Heer Heller, de heer Van der Kant, heer Boetzkes, heer Vervoort, heer Van Geel. Die volgorde gaan we even aanhouden. En de heer Koolen. Ik begin met de heer Heller. De heer Heller: Dank u wel, voorzitter. Mijnheer Van Stiphout, van harte bedankt voor uw uiteenzetting. Wij waarderen het ook dat u een traditie wilt voorzetten, het verenigingsleven wil stimuleren en inzetten op kwaliteitsverbetering van de optocht. Wat ik eigenlijk in uw verhaal mis is, kunt u op één of andere manier aangeven, want we hebben het natuurlijk over een informatiebijeenkomst die over de begroting gaat, waar u dan aan denkt? Hoe groot, hoelang per jaar wilt u erover kunnen beschikken? Hebt u enig idee wat voor kosten daarmee gepaard gaan? De heer Van Stiphout: Dank u wel, mijnheer Heller. Ja, dat is lastig, want we zijn pas recent in vergadering gekomen met alle verenigingen. Dit is een idee wat al heel lang borrelt en wat al heel lang eigenlijk op de agenda staat, maar nooit actief wordt opgepakt. Dus dit is eigenlijk een eerste aanzet om dit op de begroting te krijgen. Ik heb geen kant en klare antwoorden over bedragen, over tonnen, over duizenden euro's et cetera. Dat moet uitwijzen wat bijvoorbeeld in Cranendonck, wat dat gekost heeft.
Dat valt te onderzoeken, neem ik aan. Daar hoeft niet de wereld verzet te worden. In principe, als zo’n bouwhal gecreëerd wordt, kun je daar jaarrond natuurlijk gewoon gebruik van maken. Je kunt dat ook opdelen in bepaalde, andere culturele evenementen. Je hebt niet het hele jaar nodig bijvoorbeeld voor bepaalde bouwwagens. Bepaalde praalwagens, prinsenwagens die moeten daar permanent gestald zijn. Maar je hebt misschien ook ruimte om dan samen te werken met andere verenigingen et cetera. Kijk, laten we wel wezen, alle 22 verenigingen samen is gewoon de grootste vereniging van heel Helmond. Dus als we daar iets gerealiseerd krijgen, op wat voor manier ook, zijn wij ontzettend tevreden. En we hopen dat het in ieder geval op de kaart komt qua begroting. De voorzitter: Dank je wel. Dan is de volgende de heer Van der Kant. De heer Van der Kant: Dank je wel, mijnheer Van Stiphout. En net zoals de heer Heller, vroeg ik me ook af, wat zijn dan de globale kosten waar we aan moeten denken? En wat te doen met zo’n hal, als er niet gebouwd wordt? Daar bent u al op ingegaan. Ik heb nog een derde vraag en dat is, heeft ook een bepaalde locatie voor ogen en waar zou die aan moeten voldoen? De heer Van Stiphout: Ik heb niks voor ogen. Ik weet niet, ik neem aan dat er bij de gemeente best wel wat beschikbare locaties zijn op dit moment, die leeg staan, denk ik.
Die ofwel beheerd worden door de gemeente, ofwel eigendom zijn van de gemeente. Dus dat is optie één. Optie twee, je kunt ook gewoon iets gaan bouwen, waarbij we zeggen, nou, dat voldoet aan alle wensen die we hebben, en dat kan natuurlijk heel breed zijn. Dus ja, dat kan in principe nog alle kanten op, als wij maar geholpen zijn. Kijk, een bouwhal, heel simpel, dat moet aan bepaalde vereisten voldoen. Bouwkundig kan ik niet, kan ik dat niet uitleggen. We hebben een vorst die wel aan de weg timmert, ik kan dat helaas niet. En daar kun je wel bepaalde zaken gewoon heel makkelijk mee regelen. Dat is lengte, breedte, goed, en dan ga je hem opdelen in compartimenten.
De voorzitter: Dank je wel. De heer Boetzkes is de volgende. De heer Boetzkes: Voorzitter, dank u wel. Ik denk dat we hier niet zo heel diep in kunnen gaan over hoe die hal er precies wel of niet uit moet zien. Maar we weten in ieder geval dat het veel geld gaat kosten en laat u de verwachtingen wekken dat dat nu nog even in de begroting erin fietsen, misschien niet de meest reële is. Wat in ieder geval wel denk ik heel belangrijk is, is dat, en dat zien we ook bij de Stichting Bouwhallen Cranendonck, waar u zelf naar verwijst, dat daar een stichting is opgericht en dat er een enorme, nou, laat ik zeggen, betrokkenheid is, activiteit vanuit die carnavalsverenigingen die dus daar ook echt een actieve rol in hebben. Hoe zit die bereidheid hier in Helmond, wanneer het op enig moment zover mag komen dat de gemeente daar ook geld voor vrij gaat maken? De heer Van Stiphout: Wij staan daar allemaal positief tegenover, we willen op alle vlakken meewerken, alle vlakken ook meedenken. Het is natuurlijk heel logisch om dan te denken dat je een overkoepelend orgaan gaat bedenken, bijvoorbeeld ook een stichting Stadscarnaval Helmond, ik zeg maar even iets, dus dat is niet de Keiebijters, want het zijn alle 22 verenigingen verenigd in een overkoepelend orgaan.
Al zijn er misschien een vereniging of een stichting die dat gebouw ook beheert, of in ieder geval daarbinnen het doet en daar ook voor het zeggen hebt, zodat je er allemaal inspraak in hebt, zodat we er ook gewoon over nadenken. Kijk, het is, je ziet gewoon dat bouwgroepen gewoon echt gedecimeerd worden. Verenigingen worden gedecimeerd, en dat moeten we gewoon zien tegen te gaan op alle mogelijke manieren die er maar zijn. En daar zullen we allemaal samen in moeten meedenken en wij staan voorop om dat te doen. De voorzitter: Dank je wel. Heer Vervoort. De heer Vervoort: Dank u wel, voorzitter. Ik denk dat het van belang is dat dat niet al te lang gaat duren, want net als afgelopen jaar zien we steeds minder wagens, steeds meer herrieschopwagens en daar zitten de bezoekers ook niet op te wachten. Dus we moeten hier geen vijf jaar mee wachten, want dan is er direct geen optocht meer. Maar even concrete vragen. We kunnen de carnavalsverenigingen ook een bijdrage zelf uit eigen financiering, bijdrage betreft de huurkosten of andere dingen. En ik wil eigenlijk een oproep doen om concreet inzichtelijk te maken, wat hebben wij eigenlijk aan vierkante meters nodig om dat misschien in eigen beheer, misschien bij de gemeente neer te leggen? Want er zijn op dit moment niet zo'n grote locaties beschikbaar, dus dat zou gebouwd moeten worden. Maar dat moet geen vijf jaar duren.
Dus onze oproep is concreet met, wij willen elk jaar, ik noem maar iets, voor de Gemeente Helmond 's zondags dertig auto's, dertig wagens opbouwen. Nou, dan is het niet zo moeilijk om te berekenen hoeveel vierkante meters dat we nodig hebben. En volgens mij kun je ook iets terugdoen aan de bewoners van de stad. Als ik zie in verschillende wijken, er zijn zaterdags optochten, 's zondags is er één hele grote opdracht in de stad en op maandag zijn er volgens mij ook nog links en rechts in bepaalde wijken optochten. En het kan, en erlangs zijn er nog activiteiten, bijvoorbeeld de lichtjesoptocht, dus u geeft ook iets terug aan de stad. Dus dat mag ook vertaald worden in geld. Dus onze oproep, kom met een concreet plan, we hebben die en die locatie voor ogen, zoveel vierkante meters. En dan kunnen wij daar met spoed in ieder geval iets aan gaan doen, dat als het aan ons ligt, volgend jaar een hal kan staan. Want over vijf jaar is het niet meer van toepassing, want dan zijn de gebouwen smerig als we het dood laten bloeden. De heer Van Stiphout: Op de vraag terug te komen, zijn de verenigingen bereid om financieel daar iets in te steken? Ik kan natuurlijk niet namens die andere 21 verenigingen spreken. Ik ga ervan uit dat de Auw Fiepen nog wel wat in kas hebben zitten, als ik dat zo zie, als de AOW omhoog gaat, maar dat weet ik dan ook niet.
Maar voor andere jongeren verenigingen durf ik dat niet te zeggen. Dat zal voor iedere vereniging anders zijn.
Kijk, en dan heb je stadscarnaval, die hebben natuurlijk meer te besteden als een kleine vereniging, dat is gewoon ook logisch natuurlijk. Maar ja, dat zullen we, naar draagkracht zullen we dat moeten gaan verdelen. Kijk, nu zegt terecht mijnheer Vervoort, over vijf jaar, als er dan nog een optocht is. Ik loop hem sinds 1999 als geüniformeerde, ik denk, hoe mooier die optocht is, hoe drukker het langs de kant is, hoe beter het voor de kasteleins is, hoe beter voor de economie is en hoe meer de stad daarvan profiteert. Want wat we afgelopen jaren zien, dat is natuurlijk niet het beeld wat we graag voor ogen hebben. Dat moge duidelijk zijn. De voorzitter: Dank je wel. Heer Koolen. De heer Koolen: Dank voor uw inspraak. Uw oproep sluit aan bij ons verkiezingsprogramma en ik had nog één aanvullende vraag. Ik vond het afgelopen jaar opvallend hoeveel negatieve reacties er te lezen waren over de hoeveelheid praalwagens die meededen aan de Helmonds optochten. Hoe denkt u dat de afwezigheid van deze praalwagens mogelijk in de toekomst invloed zal hebben op de Helmondse carnavalsbeleving? De heer Van Stiphout: Dan kan ik alleen voor mezelf spreken, ik ben voorzitter van de Spurriezeiers. Wij doen met twee wagens mee aan de carnaval en daar zitten onder andere de Bemmeltjes bij, dat zijn dan de jeugdafdeling. Wij stonden tussen, met de Bemmels stonden wij achter zo’n wagen.
En ik vind het prima als de mensen natuurlijk plezier maken en dat soort zaken erbij hebben, maar op een gegeven moment is dan het plezier voor ons natuurlijk wel eraf. En dan denk je zelf, nou ja, zullen we omdraaien naar Stiphout? Maar dat is de bedoeling natuurlijk ook niet, want wij willen ook gewoon door de stad trekken. En we willen onze prins ook een optocht geven, en dat willen alle andere verenigingen ook. Ik denk dat je dan op een gegeven moment het probleem hebt dat mensen op een gegeven moment gewoon gaan, die gaan lopen. En dat zien wij ook gewoon gedurende de jaren, dat het langs de kant gewoon minder druk wordt. En dat mensen gewoon halverwege de optocht denken, ik ga naar binnen. En dat ligt dan niet op dat moment aan het weer. En dat is wel iets waar, wil ik wel benadrukken, waar op zich de verenigingen niks aan kunnen doen, want het zijn groepen die zich inschrijven en die laten ze toe. Dus ja, dat is gewoon lastig. Maar je moet de mensen, en er komt dadelijk een bouwgroep achter mij, die moet je de kans geven om zich te ontwikkelen om wel gewoon prachtige, mooie wagens, of prachtige loopgroepen te kunnen, terug te kunnen halen. Kijk, het is niet zo dat het vroeger beter was, het was anders. Maar je moet wel zorgen dat je de traditie van carnaval, en dat heeft gewoon te maken met gebruiken en tradities, die moet je wel gewoon zien te handhaven.
En dat moet je in een nieuw jasje proberen te gieten, en dat jasje moet je iedere keer opnieuw uitvinden. En dat proberen wij ook maar. De voorzitter: Dank je wel. Heer van der Burgt en dan de heer Van Geel. De heer Van der Burgt: Dank je wel, voorzitter. Ik denk dat je een duidelijke uitleg gegeven hebt en hoe de verenigingen erin staan. Ik heb nog één vraag. Je hebt al aangegeven in welke vormen. Hebt u, is er ook nagedacht over de vorm zoals je die ook ziet, tijdelijke bouwhallen, zoals hier in Heeze? De heer Van Stiphout: Vooropgesteld, met een tijdelijke hal zijn we natuurlijk geholpen. Maar het is natuurlijk, gezien het, nou ja, de ontwikkeling, wil je natuurlijk iets permanents hebben. Je wilt natuurlijk iets hebben wat er over tien jaar nog staat, waardoor mensen over tien jaar nog steeds kunnen bouwen. Kijk, als je nu iets hebt wat je tijdelijk zou kunnen gebruiken op dit moment, juichen wij alleen maar toe, vooropgesteld. En we moeten stapjes maken, maar dat zou een eerste stapje kunnen zijn. Maar we willen natuurlijk het einddoel bereiken en dat is gewoon een prachtige mooie bouwhal waarin iedereen terecht kan. En tijdelijk? Ja, dat zou voor nu natuurlijk, op de korte termijn wel een oplossing zijn. Ik bedoel, ik heb de prinsenwagen van de
Keiebijters jarenlang achter bij, wat is het, bij Jongen volgens mij, heb ik hem zien staan te verpauperen. Dat kan de bedoeling niet zijn. De voorzitter: Heer Van Geel. De heer Van Geel: Carnaval is natuurlijk een hele mooie traditie die vooral in het zuiden veel opgang heeft en helaas door het landelijke een beetje ondergesneeuwd is, zullen we maar zeggen. Daar kun je van alles van vinden. Het betekent wel dat voor financiering je inderdaad bij de gemeente en misschien ook bij de provincie kunt zijn, dus het is een culturele aangelegenheid, daar kan de provincie misschien ook iets betekenen. U komt nu hier bij de gemeenteraad ervoor, heeft u ook al contact gehad met de wethouder hierover? Ik bedoel, de gemeenteraad is het hoogste orgaan, dus goed dat u hier staat. Maar de wethouder heeft misschien ook al, die kan misschien ook kaders aangeven en kijken waar er allemaal mogelijkheden zijn. En kan misschien ook helpen met contact richting de provincie, en misschien ook kijken naar financiering vanuit de provincie. Daarbij ook de vraag, kijk, u zit nu … Het is in principe een idee, we maken een grote bouwhal. Het zou ook bijvoorbeeld drie kleinere hallen, zou dat ook kunnen? Er is wat dat betreft nog een hele hoop te bespreken en onduidelijk, zullen we maar zeggen. Wat is uw idee van hoe nu verder? Want voor deze begroting is het eigenlijk te vroeg.
Is het dan goed om misschien nu in contact te gaan treden met de gemeente en te gaan kijken om die kaders een beetje, en die mogelijkheden helder te krijgen? De heer Van Stiphout: Dank u, helder. Wij zijn op dit moment in gesprek met wethouder Van Lierop, dus er lopen al gesprekken. Het is de bedoeling dat we ook in Cranendonck gaan kijken hoe dat het daar eigenlijk eraan toegaat. Dus we gaan binnenkort een kopje koffie drinken, heb ik al begrepen, om in ieder geval te kijken wat we met elkaar kunnen doen. Zijn er drie bouwhallen, mijnheer Van Geel, vind ik het ook prima. Zet ze naast elkaar, zet ze bij elkaar, want misschien kunnen niet alle verenigingen in één halletje, als ze dan alle verschillen niet uit kunnen vechten. Dat is natuurlijk flauwekul. Maar ja, je kunt ze in één hal, drie hallen … Kijk, het belangrijkste, dat het op de kaart komt te staan. Het zal nu misschien niet te realiseren zijn met de komende begroting, maar je moet dus een geraamte hebben en dat gaan we samen inkleuren. En dan moeten we samen kijken welke vakjes we waar neer gaan zetten. En daar zullen we overleg over moeten plegen met de verenigingen, met de raad, met de burgemeester en wethouder, en samen komen we daar tot een heel mooi plan. En dan zeg ik, dan heb je het goed gedaan. En dan gaan, andere steden gaan denken, hadden wij het zo maar opgepakt, net als in Helmond.
Want dan heb je misschien een mooie noviteit naar andere verenigingen toe. Dan heb je de mooiste optocht en de grootste optocht. En verenigingen die daar allemaal blij om zijn en een gemeente die daarachter staat. En die negativiteit die wil niemand. De voorzitter: Dank je wel, mijnheer Van Stiphout. Mijnheer Vervoort nog. Spijtoptant? De heer Vervoort: Misschien nog een vraag, misschien weet u dat. Heeft u enig idee hoeveel wagens dat er normaal gesproken bij de Keiebijters optocht meedoen? Spreken we dan over dertig, vijftig, twintig? Ik heb geen flauw idee. De heer Van Stiphout: Ik weet dat ze in de honderd nummers hebben. Maar ik weet dat ze er expres in de honderd doen, maar niet altijd alle honderd erbij zijn, zodat hij wat groter lijkt. Maar dat mag ik dan niet vertellen. Maar qua wagens, wat zal het zijn? Ik denk 30, 40, dat schat ik in, misschien 25. Het doel is om daar meer van te maken, heel simpel. Maar je hebt ook te maken met bijvoorbeeld de muziekgezelschappen die natuurlijk niet tussen die herriewagens willen lopen. Als je met een fanfare daarachter loopt, er vol op, dan
kun je net zo goed ophouden, want dan kun je naar iedereen blazen. Het zijn allemaal dingen die allemaal met elkaar natuurlijk verband houden. De voorzitter: Dank je wel, heer Van Stiphout.
4.
Dhr. Goossens, namens C.W. De Goudblinkers De voorzitter: Dan wil ik nu de heer Goossens, namens C.W. De Goudblinkers naar voren vragen. De heer Goossens: Beste leden van de gemeenteraad, ik spreek namens bouwgroep De Goudblinkers. Wij zijn al meer dan elf jaar actief in Mierlo-Hout en Brandevoort en we bouwen elk jaar een mooie carnavalswagen. Het is met een zwaar hart dat ik hier sta, want onze groep, net als vele bouwgroepen, zaten op het punt om noodgedwongen te moeten stoppen. Dit vanwege bekende problemen. Carnaval is een belangrijk feest van onze gemeenschap, het brengt mensen samen en zorgt voor een gevoel van saamhorigheid. In Helmond is carnaval zelfs het grootste evenement van het jaar, waar duizenden mensen aan meedoen. En niet te vergeten, wat de economie van de Helmondse horeca draaiende houdt. Als bouwgroep dragen we elk jaar ons steentje bij door een praalwagen te bouwen. En gelukkig worden wij daarin ook erkend, dat we ieder jaar weer in de prijzen vallen. Het zou ontzettend zonde zijn om vanaf nu te moeten stoppen en is ook echt niet wat we willen. Maar helaas, hebben we, na al een aantal keer te zijn verhuisd, ook onze laatste werkplaats verloren. Het afgelopen jaar hebben we dit op kunnen lossen door zelf diep in de buidel te tasten en een loods te huren. Maar deze wordt nu ook weer verhuurd aan een grotere partij die er simpelweg meer geld over heeft.
Het zoeken naar een nieuwe bouwplaats, maar ook de beschikbaarheid hiervan, blijkt haast onmogelijk, daar zijn we inmiddels wel achter. Dit betekent niet alleen dat we niet meer aan onze wagen kunnen werken, maar dat we ook móeten overwegen om te stoppen. Speciaal aan De Goudblinkers is die jongere generatie die we hebben, ze leren van de oudere leden hoe we de wagen moeten bouwen. Als onze groep stopt, kunnen deze waardevolle vaardigheden en dus ook de traditie verloren gaan. We vragen jullie dringend om ons te helpen. We hebben een nieuwe plek nodig om te werken. We begrijpen dat er regels zijn en zijn bereid om ons hieraan te houden en samen te werken om een geschikte plek te vinden. Niet alleen voor ons, maar voor alle bouwgroepen in Helmond, zoals voorgesteld door de stadsvergadering Helmondse carnavalsverenigingen. Samenwerken kan kosten besparen en zorgen voor een centrale plek waar iedereen aan zijn wagen kan werken. Dit leidt tot meer saamhorigheid in onze wijken en in de stad. Ons verzoek is simpel, realiseer een bouwhal voor carnavalsgroepen in Helmond, zoals ze dat bijvoorbeeld ook in Den Bosch hebben. Dank u wel voor uw aandacht en begrip voor onze situatie. We rekenen op uw steun, de ruimte te reserveren in de begroting van onze stad. Dit alles om de rijke carnavalstraditie die onze stad kent, voort te zetten. Dank je wel.
De voorzitter: Dank u wel, heer Goossens. Heer van der Kant, heer Boetzkes, mevrouw Spoek. Heer Van der Kant? De heer Van der Kant: Ja, dank je wel, mijnheer Goossens. Ik hoor veel overeenkomsten met de vorige spreker. De heer Goossens: Dat klopt. De heer Van der Kant: Heeft u specifiek een andere vraag dan de vorige spreker, de heer Van Stiphout?
De heer Goossens: Nee, wij sluiten ons daar vooral bij aan. De voorzitter: Heer Boetzkes. De heer Boetzkes: Voorzitter, dank u wel. Ondanks dat ik ook een hoop overeenkomsten hoor, hoor ik ook een duidelijk verschil. En dat is namelijk dat wij net luisterden naar de carnavalsverenigingen die ik ook terecht de vraag stelde, bent u bereid daar een rol te nemen in de organisatie van zo’n hal? U bent een gebruiker van die hal en u heeft een pakkend betoog, echt waar, komt aan. Maar bent u ook bereid, wanneer zo’n hal er komt, daar als gebruiker ook iets tegenover te stellen? En of dat dan, ik wil daar niet te diep op ingaan, maar huur is, of in natura, mee schilderen, helpen. Hoe ziet u dat voor u? De heer Goossens: Dat zijn absoluut mogelijkheden. Wat ik niet voor niks zeg, afgelopen jaren hebben wij zelf een hal gehuurd, hebben we best wel wat voor moeten betalen, voor een aantal maanden. Maar ook dat doen wij om onze groep staande te houden. Dus ja, daar zijn zeker mogelijkheden voor ons. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Spoek. Mevrouw Spoek-van Dinther: Dank je wel, voorzitter.