Technische vervolgvraag RV 015
Tekst van het document
Technische vervolgvraag bij RV 015 Mevrouw Spoek – van Dinther (FvD) heeft in de commissie inwoners op 24 januari 2023 de vraag gesteld waar de vrijkomende m2 agrarische bebouwing (tabel pag 9 concept Samenwerkingsakkoord MRE) vandaan komt en waar het op is gebaseerd. In antwoord op deze vraag is het volgende antwoord gegeven: “Voor de bron en de uitgebreide onderbouwing van de prognose wordt verwezen naar de volgende webpagina’s van de provincie Noord Brabant: https://www.brabant.nl/onderwerpen/ruimtelijke-ontwikkeling/leegstand/cijfers-leegstand-inbrabant/leegstand-agrarische-gebouwen.
Op deze pagina is ook de onderzoeksrapportage te vinden van Wageningen Environmental Research. Dit onderzoeksinstituut van de Universiteit Wageningen brengt in opdracht van de provincie Brabant elke 3 jaar de actuele leegstand in kaart en maakt een prognose voor de verwachte ontwikkeling. In de rapportage is onderbouwd hoe de prognose is opgesteld. (…) Op basis van deze kaart is de prognose (2020-2035) voor de vrijkomende agrarische bebouwing voor de regio Zuidoost Brabant ongeveer 270 hectare. De prognose voor de gehele provincie Brabant is tussen 600 en 830 hectare” In aanvulling op dit antwoord is door Mevrouw Spoek – van Dinther (FvD) de vraag via de griffie gesteld “ wat dan de oorzaak van deze grote getallen is. Heeft dit te maken met doelstellingen gericht op de stikstof-norm? “ In antwoord op de vervolgvraag van Mevrouw Spoek – van Dinther (FvD): De MRE heeft de cijfers in de tabel op pagina 9 van het concept Samenwerkingsakkoord MRE ontleend aan de onderzoeksrapportage van Wageningen Environmental Research. In de toelichting (zie pagina 2) bij onderstaand antwoord zijn de relevante passages uit deze rapportage en oplegger geciteerd. Deze leiden tot de volgende conclusies -
-
In de rapportage van Wageningen Environmental Research zijn in de cijfers voor 2020 de effecten van beleidsmaatregelen zoals de Warme Sanering Varkenshouderij nog niet zichtbaar. De provincie heeft opdracht gegeven om de rapportage in 2023 te actualiseren. In de rapportage van Wageningen Environmental Research is de prognose voor 2020-2035 gebaseerd op een inschatting van het aantal stoppers op basis van de trend van de afgelopen jaren. Er zijn geen aanwijzingen in de rapportage gevonden dat doelstellingen gericht op de stikstofnorm een rol speelden in deze prognose. Bovendien dateert de prognose uit 2020 toen deze doelstellingen nog niet geformuleerd waren.
De verantwoordelijkheid voor de rapportage ligt bij Wageningen Environmental Research en de provincie Noord Brabant als de opdrachtgever voor de rapportage.
TOELICHTING Zoals eerder aangeven is de prognose opgesteld in opdracht van de provincie Noord Brabant, door Wageningen Environmental Research. In de onderzoeksrapportage en de oplegger hierbij geeft Wageningen Environmental Research de onderbouwing voor de prognose: (citaten uit de oplegger en het rapport) De BAG (basisregistratie adressen en gebouwen) vormt een belangrijke databron voor de leegstandsmonitor en geeft informatie over de aanwezige panden en oppervlakten (m2) in het buitengebied van Brabant. Een belangrijke disclaimer in het onderzoek van Wageningen is dat de inhoud van de BAG nog steeds in opbouw is. Hierdoor kan het voorkomen dat er in volume vastgoed bijkomt die feitelijk geen nieuwbouw is, maar bestaand vastgoed dat nog niet eerder in de BAG was opgenomen (volledigheid). Dit heeft gevolgen voor het interpreteren van de data uit de leegstandsmonitor. De afgelopen jaren is er sprake geweest van een hoge dynamiek in het gebruik van agrarisch vastgoed. Zo zijn er sinds 2020 nertsenbedrijven gestaakt, is de Warme Sanering Varkenshouderij WSV gestart en zijn om diverse redenen agrarische bedrijven gestaakt, doorontwikkeld of getransformeerd. De verwachting was dat dit ook terug te zien zou zijn door een afname van de verstening van het buitengebied. Wageningen maakt gebruik van de meest recente beschikbare data uit de landbouwtelling uit april 2020.
De hiervoor beschreven ontwikkelingen vonden veelal plaats ná april 2020 en zijn met die reden nog niet terug te zien in de monitor. De wens om meer inzicht te krijgen in recente jaren ondervangen wij (= de provincie Noord Brabant) door in de zomer van 2023 de leegstandsmonitor opnieuw te actualiseren. Daarnaast hebben wij (= de provincie Noord Brabant) Wageningen en het Kadaster de aanvullende opdracht gegeven om: - Meer inzicht te geven in de dynamiek van het vastgoed in het buitengebied qua omvang en functies door de jaren heen, zowel in een tabel als op kaart. Dit wordt geleverd door het Kadaster, o.a. met de Kadaster webapplicatie Topotijdreis - Per gemeente inzicht te krijgen in het aantal agrarische bedrijven dat heeft deelgenomen aan de WSV. Dit inzicht wordt geleverd door Wageningen Environmental Research. Werkwijze De kwantitatieve trendanalyse brengt het aantal erven in het landelijk gebied in beeld en welke erven momenteel in agrarisch gebruik zijn. Een agrarisch erf is gedefinieerd als het topografische vlak, waarop zich minimaal één actieve agrarische registratie bevindt. Het gaat zowel om het bebouwde als onbebouwde oppervlak. Voor deze agrarische erven met bijbehorende vierkante meters aan gebouwen tussen 2017 en 2020 wordt bepaald of ze zijn vrijgekomen: als de agrarische registratie in deze periode is gestopt.
Voor de actieve agrarische erven wordt een prognose gemaakt of ze tot 2035 gaan vrijkomen: als het bedrijfshoofd de AOW-leeftijd bereikt en er geen opvolger is. Daarnaast wordt ingeschat in welke mate de vrijgekomen of nog vrij te komen agrarische gebouwen hergebruikt worden of leegstaan of leeg komen te staan. Hiervoor is een combinatie gemaakt van de volgende ruimtelijke databronnen, die tezamen inzicht geven in de situatie in 2020 (met tussen haakjes de eigenaar van het bestand):
• Geografische Informatie Agrarische Bedrijven bestand (GIAB) met daarin CBS Landbouwtelling en Opgave Huisvesting, peiljaar 2020 en 2017 voor bepalen van de agrarische bedrijvigheid (RVO/WENR); • Bebouwde kom bestand december 2020, conform afbakening door provincie Noord-Brabant, het deel van de gemeente dat daarbuiten ligt, is buitengebied (provincie NB); • Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG), peiljaar 2020, voor bepalen van de bebouwing (Kadaster); • Kadastrale percelen 2020, uit de Basisregistratie Kadaster (BRK) samen met de Topografische kaart 2020voor bepalen van de erven (Kadaster); • LISA, peiljaar 2020 voor bepalen of er een niet-agrarisch bedrijf gevestigd is (provincie NB); • WEB-BVB, peiljaar 2020, voor bepalen of er nog een milieuvergunning aanwezig is (provincie NB).
Door een combinatie te maken van deze ruimtelijke data is het mogelijk om van een erf in het landelijk gebied de volgende eigenschappen te achterhalen: • erf in het buitengebied – op basis van topografische en kadastrale grenzen, inclusief de gebouwen • agrarisch of niet-agrarisch erf – via registratie in Landbouwtelling of Opgave Huisvesting • type agrarisch bedrijf, vanuit Landbouwtelling • economische omvang, vanuit Landbouwtelling • leeftijd bedrijfshoofd, vanuit Landbouwtelling • opvolgingssituatie, vanuit Landbouwtelling • type gebouw (woonhuis of overig) vanuit BAG • omvang gebouwen in m2 – vanuit BAG • bouwjaar gebouwen – vanuit BAG • hergebruik door andere bedrijvigheid – via LISA en BV Voor de prognose van de omvang van vrijkomende agrarische bebouwing tot 2035 wordt dezelfde werkwijze van Gies et al. (2016 en 2019) toegepast. De omvang is gebaseerd op een inschatting van het aantal stoppers op basis van de trend van de afgelopen jaren. Aanname is dat de bedrijven die momenteel een bedrijfshoofd ouder dan 55 jaar hebben en waar geen potentiële opvolger aanwezig is, zullen stoppen. Deze bedrijven hebben in 2035 de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt; het betreft 63% van de bedrijven. In de CBS Landbouwtelling 2020 is de opvolgsituatie bevraagd. Daaruit volgt dat gemiddeld voor de provincie Brabant op ca.
60% van de agrarische bedrijven met een bedrijfshoofd boven de 55 jaar geen opvolger klaarstaat. Deze informatie over de opvolgsituatie uit CBS Landbouwtelling is gekoppeld aan de in deze studie gebruikte gegevensbestanden. Voor sommige agrarische bedrijven met een bedrijfshoofd boven de 55 jaar is de vraag of er een potentiële opvolger zal zijn niet beantwoord (ongeveer 8%). Daarom wordt een bandbreedte gehanteerd in de prognose voor de periode 2020-2035. De ondergrens van deze omvang betreft het aantal bedrijven waarvan zeker is dat geen opvolger aanwezig is en voor de bovengrens is het aantal bedrijven waarvan onduidelijk is of ze een opvolger hebben, erbij opgeteld. (einde citaten)