RV 087 Beroep bestemmingsplan Buitengebied Helmond - administratieve herziening
Tekst van het document
Raadsvoorstel Raadsvergadering Onderwerp Portefeuillehouder College besluit Zaaknummer
87 16 december 2025
Gemeenteraad
Beroep Bestemmingsplan Buitengebied Helmond - administratieve herziening G.L.C.C. van den Waardenburg 28 oktober 2025 51753012
Aan de gemeenteraad, Het college stelt u voor: 1. Het bestemmingsplan ‘Buitengebied Helmond - administratieve herziening’ opnieuw (gewijzigd) vast te stellen naar aanleiding van de tussenuitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 23 juli 2025 met ECLI-nummer ECLI:NL:RVS:2025:3382; 2. Vast te stellen dat de motiverings- en zorgvuldigheidsgebreken in het bestemmingsplan ‘Buitengebied Helmond - administratieve herziening’ (die door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn geconstateerd) zijn hersteld door: • De (aanvullende) cijfermatige onderbouwing en motivering van de effectiviteit van het bestemmingsplan om de gemeentelijke doelstellingen te bereiken; • De (aanvullende) cijfermatige onderbouwing en motivering dat de planregeling niet verder gaat dan nodig is om de aantrekkelijkheid van het kerncentrumgebied te beschermen en te behouden en dat dit niet met andere, minder beperkende maatregelen kan worden bereikt; • De afweging dat het bestemmingsplan – gelet op de betrokken belangen – in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening en dat de (ruimtelijk relevante) belangen die zijn gediend bij het bestemmingsplan zwaarder wegen dan het belang (en initiatief) van Merwehave alsmede de eigenaar van de gronden om een supermarkt te realiseren aan de Hortsedijk 104-106-108. 3.
Te bepalen dat het college dit herstelbesluit (onverwijld) deelt met Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State; 4. Te verklaren dat het niet nodig is geweest om voor de voorbereiding van dit herstelbesluit de uniforme openbare voorbereidingsprocedure (afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht) opnieuw toe te passen, mede gelet op rechtsoverweging 10.1 van de tussenuitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Samenvatting De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: “de Afdeling”) heeft in haar tussenuitspraak van 23 juli 2025 (bijlage 1) geoordeeld dat het bestemmingsplan ‘Buitengebied Helmond - administratieve herziening’ (zoals vastgesteld door uw raad op 26 september 2023 1) (hierna: “het bestemmingsplan”) drie gebreken bevat die door uw raad moeten worden hersteld. Kort samengevat gaat het om de onderbouwing van de geschiktheid van het plan om de gemeentelijke doelstellingen te realiseren binnen het kader van de Dienstenrichtlijn, de noodzaak en evenredigheid van de planregeling in datzelfde kader en de belangenafweging met betrekking tot het initiatief van Merwehave B.V. (hierna: “Merwehave”) voor de vestiging van een supermarkt aan de Hortsedijk 104-106-108.
Uw raad wordt voorgesteld een ‘herstelbesluit’ te nemen, waarmee deze gebreken worden hersteld en uitvoering wordt gegeven aan het provinciaal en gemeentelijk beleid voor concentratie van detailhandel, het voorkomen van leegstand en het beschermen van het landelijk gebied. Met het herstelbesluit wordt tevens voldaan aan de opdrachten van de Afdeling. Het herstelbesluit wordt gedeeld met de Afdeling, waarna dit besluit automatisch – van rechtswege – deel zal uitmaken van de beroepsprocedure over het bestemmingsplan. Achtergrond Aanleiding vaststelling bestemmingsplan Het bestemmingsplan voorziet in een herziening van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Helmond’, dat door uw raad is vastgesteld op 31 oktober 2012. De herziening is onder meer het gevolg van een bestuursrechtelijke procedure over een aanvraag om omgevingsvergunning van Merwehave van 8 juli 2021. Merwehave verzocht om een omgevingsvergunning voor de bouw van een supermarkt aan de Hortsedijk 104-106-106 te Helmond. Wij hebben de van rechtswege ontstane omgevingsvergunning, bij besluit van 31 oktober 2023, ingetrokken en deze 1
Gemeenteblad 2023, 425967.
Gemeenteraad van Helmond
Blz. 1 van 6
alsnog geweigerd, omdat wij tot het oordeel kwamen dat de bouw van het winkelgebouw niet rechtstreeks was toegestaan op basis van het toenmalig geldend bestemmingsplan. Bij uitspraak van 6 september 2022 heeft de Rechtbank Oost-Brabant geoordeeld dat de oprichting van een winkelgebouw wel degelijk rechtstreeks was toegestaan en dat er een vergunning van rechtswege is ontstaan. Tegen de bekendmaking van deze vergunning zijn bezwaren ingediend. Wij hebben deze bezwaren gegrond verklaard (wegens strijd met het bestemmingsplan en de redelijke eisen van welstand) en de omgevingsvergunning herroepen. Bij uitspraak van 5 juni 2024 met ECLI-nummer ECLI:NL:RVS:2024:2336 heeft de Afdeling geoordeeld dat wij de omgevingsvergunning in redelijkheid hebben mogen herroepen. Naar aanleiding van de procedure over de omgevingsvergunning achtte uw raad het noodzakelijk om te verduidelijken welke ontwikkelingen in het buitengebied zijn toegestaan. Op 18 oktober 2022 heeft uw raad daarom besloten een nieuw bestemmingsplan voor het buitengebied voor te bereiden en een voorbereidingsbesluit genomen om ongewenste ontwikkelingen te voorkomen. 2 Het ontwerpbestemmingsplan heeft ter inzage gelegen van 14 april 2023 tot en met 25 mei 2023. Er zijn geen zienswijzen ingediend. Op 26 september 2023 heeft de raad het bestemmingsplan vervolgens vastgesteld.
3 Tussenuitspraak van de Afdeling Tegen de vaststelling van het bestemmingsplan hebben de eigenaar van de percelen Hortsedijk 104-106-108 en Merwehave beroep ingesteld bij de Afdeling. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling geoordeeld dat bij de vaststelling van het bestemmingsplan drie gebreken zijn geconstateerd. Samengevat is vastgesteld dat het bestemmingsplan niet volledig in overeenstemming is met de Dienstenrichtlijn en dat de belangen van Merwehave bij de besluitvorming onvoldoende expliciet zijn meegewogen. 4 Volgens de Afdeling zijn dit zorgvuldigheids- en motiveringsgebreken die door uw raad moeten worden hersteld. De Afdeling heeft uw raad daarom, via een bestuurlijke lus, opgedragen de drie geconstateerde gebreken binnen een termijn van 26 weken te herstellen. Daarbij heeft de Afdeling bepaald dat de uniforme openbare voorbereidingsprocedure (afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht) niet opnieuw hoeft te worden doorlopen. Argumenten 1.1 Met dit herstelbesluit is uitvoering is gegeven aan de opdracht uit rechtsoverweging 11 van de tussenuitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 23 juli 2025 waarin de Afdeling de raad opdraagt om binnen 26 weken na de tussenuitspraak de drie geconstateerde gebreken te herstellen en de Afdeling te informeren over de uitkomst daarvan.
Dit betekent dat uw raad uiterlijk op 21 januari 2026 verslag moet uitbrengen aan de Afdeling. Op grond van artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening is de raad bevoegd om een bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen ter uitvoering van deze opdracht. 2.1 Het bestemmingsplan is geschikt om de nagestreefde doelen van de gemeente te bereiken. In haar tussenuitspraak heeft de Afdeling geoordeeld dat in de plantoelichting onvoldoende was onderbouwd hoe de opgenomen planregel daadwerkelijk bijdraagt aan het bereiken van deze doelstellingen. De Afdeling verzocht om een nadere analyse met specifieke gegevens die aantoont dat de regeling effectief is ter bescherming van de aantrekkelijkheid van het kernwinkelgebied. Naar aanleiding daarvan is een onafhankelijk onderzoek uitgevoerd door adviesbureau Ginder (bijlage 2). Het onderzoeksrapport is op 15 oktober jl. met de gemeente gedeeld. Dit onderzoek richtte zich op de effectiviteit van de planregeling en het bredere beleidskader waarbinnen deze past. Daarbij is beoordeeld of het pakket aan maatregelen en de daarin opgenomen planregel daadwerkelijk bijdragen aan de beoogde concentratie van detailhandel. Het onderzoek van Ginder bevat een cijfermatige onderbouwing waaruit blijkt dat de dagelijkse detailhandel zich daadwerkelijk concentreert in het hoofdwinkelgebied en de wijkcentra en dat de leegstand afneemt.
De mutaties in het aanbod tussen 2020 en 2025 bevestigen deze trend. Sinds 2013 zet de gemeente zich actief in op het clusteren van winkels in het hoofdwinkelcentrumgebied en de acht wijkwinkelcentra. Hiermee wordt beoogd de leegstand in de winkelgebieden te beperken en de levendigheid van de centra te versterken. Uit het onderzoek blijkt dat de planregeling goed aansluit bij het Detailhandelsbeleid gemeente Helmond 2023–2030 en het Adaptief Actieplan Detailhandel, waarvan de supermarktstrategie is gebaseerd op het Gemeenteblad 2022, 467776. Gemeenteblad 2023, 425967. 4 Voor een volledige toelichting van de gebreken verwijzen wij naar rechtsoverwegingen 7.3, 7.4 en 8.3. 2 3
Gemeenteraad van Helmond
Blz. 2 van 6
Marktperspectief Supermarkten 2020. Het tegengaan van leegstand, met name in het centrum, vormt daarbij een belangrijk uitgangspunt. Nieuwe supermarkten buiten de winkelgebieden worden daarom niet toegestaan. Desondanks bestaat er nog een aanzienlijke leegstand binnen de gemeente: circa 15.000 m² winkelverkoopvloeroppervlak (hierna: wvo), oftewel 90 verkooppunten. Daarmee ligt het leegstandspercentage in Helmond met 8,8% van wvo nog altijd 60% hoger dan het landelijk gemiddelde (5,5%). Dit onderstreept het belang van voortzetting van het huidige beleid en de bijbehorende maatregelen. Daarnaast blijkt uit het onderzoek dat de gekozen aanpak heeft geleid tot het voorkomen van 2.385 m² wvo aan leegstand binnen de winkelgebieden. Ook is vastgesteld dat binnen Helmond sprake is van een overaanbod aan supermarkten, waardoor de toevoeging van een nieuwe, solitaire supermarkt een negatief effect zou hebben op bestaande voorzieningen. De gemeente Helmond beschikt daarmee over een samenhangend pakket van beleid en maatregelen dat gericht is op het versterken van de bestaande winkelstructuur, het concentreren van detailhandel in het stadsgebied en het voorkomen van leegstand. De planregel vormt een concrete juridische uitwerking van deze doelstellingen.
Het rechtstreeks toestaan van detailhandel in het buitengebied zou daarentegen haaks staan op deze uitgangspunten en bijdragen aan verdere verspreiding en leegstand. 2.2 De planregeling gaat niet verder dan nodig. Er zijn geen andere, minder beperkende maatregelen mogelijk. In haar tussenuitspraak heeft de Afdeling geoordeeld dat in de plantoelichting niet is gemotiveerd of er andere, minder beperkende maatregelen mogelijk zijn om de doelstellingen van het bestemmingsplan te bereiken. De Afdeling verlangt daarom een nadere motivering en onderbouwing dat de planregeling niet verder gaat dan noodzakelijk en dat het nagestreefde doel niet met lichtere maatregelen kan worden gerealiseerd. Naar aanleiding van deze uitspraak is het onafhankelijke adviesbureau Ginder ingeschakeld om te onderzoeken of de gekozen planregeling proportioneel is en of er minder beperkende alternatieven denkbaar zijn. In het onderzoek van Ginder (bijlage 2) is uiteengezet dat de gemeente Helmond reeds jarenlang beleid voert dat is gericht op het versterken van het kernwinkelcentrumgebied (de zogenoemde ‘zachte maatregelen’). Alleen beleidsmatig sturen is echter onvoldoende om de gewenste concentratie van detailhandel te waarborgen; daarvoor zijn ook juridischplanologische maatregelen nodig (de zogenoemde ‘harde maatregelen’).
Alleen de combinatie van beide instrumenten maakt het mogelijk om te komen tot een toekomstbestendige en vitale detailhandelsstructuur. Het onderzoek van Ginder laat zien dat de komst van een nieuwe solitaire supermarkt van 1.273 m² wvo een aanzienlijke impact zou hebben. Een dergelijke ontwikkeling genereert meer dan 10.000 bezoekers per week en er zal nauwelijks sprake zijn van combinatiebezoek met andere winkels. Daarmee zou de supermarkt een sterk op zichzelf staande voorziening vormen, wat haaks staat op het gemeentelijk beleid om winkels juist te concentreren in bestaande centra. Bovendien volgt uit het onderzoek dat een nieuwe supermarkt buiten de bestaande winkelstructuur zal leiden tot herverdeling van bestedingen: klanten zouden grotendeels afkomstig zijn van elders binnen de gemeente. Hierdoor bestaat het reële risico dat bestaande supermarkten – zoals de nabijgelegen Jumbo, die circa 40% kleiner is dan de voorziene supermarkt – in hun voortbestaan worden bedreigd. Bovendien ligt er nog harde plancapaciteit in het wijkwinkelcentrum ten aanzien van de Dorpsstraat 55, voorheen plan De Manderij. De kans op een nieuwe supermarkt in het wijkcentrum neemt af zodra Nettorama zich aan de Hortsedijk kan vestigen. Zonder de huidige planregeling zou het rechtstreeks mogelijk zijn om onder meer supermarkten in het buitengebied te realiseren.
Dit zou leiden tot verspreid winkelaanbod, toenemende leegstand binnen de winkelgebieden en een verslechtering van de ruimtelijke kwaliteit. Het onderzoek van Ginder bevestigt dat de planregeling niet verder gaat dan noodzakelijk om de gemeentelijke doelstellingen te bereiken. 2.3 Gelet op de betrokken belangen – gelet op het initiatief van Merwehave – is het weg bestemmen van de supermarktmogelijkheden (in dit geval) in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening. De Afdeling heeft als derde en laatste gebrek vastgesteld dat uw raad onvoldoende heeft gemotiveerd op welke wijze rekening is gehouden met het initiatief van Merwehave om een supermarkt te realiseren aan de Hortsedijk 104-106-108, alsmede met de eerder van rechtswege verleende omgevingsvergunning (die inmiddels is herroepen). Wij geven uw raad in overweging om vast te stellen dat de realisatie van een supermarkt op deze locatie ruimtelijk niet wenselijk is. Dit standpunt is gebaseerd op zowel het provinciale als het gemeentelijke ruimtelijke beleid, waaronder de destijds geldende Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (vastgesteld door provinciale staten Gemeenteraad van Helmond
Blz. 3 van 6
op 25 oktober 2019) en het gemeentelijk detailhandelsbeleid dat gericht is op het versterken van het kernwinkelcentrumgebied en het voorkomen van leegstand. De betreffende locatie aan de Hortsedijk 104-106-108 ligt in het Landelijk gebied. Op grond van artikel 3.73 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant mag een bestemmingsplan alleen voorzien in de vestiging van een niet-agrarische functie in het landelijk gebied, indien de ontwikkeling past binnen de ontwikkelingsrichting van dat gebied. Uit de toelichting op de verordening blijkt dat gemeenten in hun beleid moeten aangeven welke ontwikkelingsrichting zij voor verschillende typen gebieden hanteren. Daarbij hebben gemeenten beleidsvrijheid in de wijze waarop zij deze afweging vormgeven. In de toelichting op de Interim omgevingsverordening is tevens opgenomen dat provincie en gemeenten gezamenlijk streven naar het tegengaan van verspreide detailhandel in het buitengebied. Gemeenten dienen daarbij te waarborgen dat nieuwe detailhandelsontwikkelingen geen negatieve effecten hebben op het behoud en de versterking van de voorzieningenstructuur in de kernen. Reguliere detailhandel, waaronder supermarkten, dient echter te worden geconcentreerd in stedelijke gebieden en winkelcentra en wordt op grond van deze instructieregels uitgesloten in het buitengebied. Het bestemmingsplan is hier een uitwerking van.
Dit uitgangspunt sluit aan bij het Detailhandelsbeleid van de gemeente Helmond, waarin wordt ingezet op een gevarieerd en vitaal kernwinkelgebied en op concentratie van winkels in de acht wijkwinkelcentra. De gemeente streeft naar het afbouwen van verspreid winkelaanbod om een betere balans in de winkelstructuur te bereiken en leegstand binnen de centra te verminderen. Nieuwe initiatieven voor supermarkten buiten deze structuur worden niet ondersteund. Het bestemmingsplan voorziet daarom in een juridisch-planologisch kader dat uitvoering geeft aan dit beleid en bijdraagt aan de gewenste concentratie van detailhandel. Wij begrijpen dat Merwehave het initiatief heeft genomen om gebruik te maken van de van rechtswege verleende vergunning voor de realisatie van een supermarkt. Bij de afweging tussen het belang van Merwehave om deze planologische rechten te benutten en het belang van de gemeente om de voorzieningenstructuur binnen het kernwinkelcentrum te versterken, adviseren wij de raad dat het in dit geval ruimtelijk gerechtvaardigd is om het bestemmingsplan vast te stellen. Het belang van Merwehave weegt in deze specifieke situatie niet zodanig zwaar dat de raad tot een ander oordeel zou moeten komen. Daarnaast zou afwijking hiervan precedentwerking kunnen hebben, hetgeen in strijd is met het gemeentelijk beleid.
Bij de belangenafweging staat het commerciële belang van Merwehave bij de realisatie van een supermarkt aan de Hortsedijk 104-106-108 tegenover het publieke belang van de gemeente Helmond om de bestaande detailhandelsstructuur te versterken, leegstand te beperken en het landelijk gebied te beschermen tegen verdere verstedelijking. De ontwikkeling van een supermarkt op deze locatie past niet binnen het gemeentelijk en provinciaal beleid en is ongewenst vanuit ruimtelijk oogpunt. Voor het initiatief van Merwehave heeft geen bestuurlijk of beleidsmatig draagvlak bestaan. De ontwikkeling draagt niet bij aan de versterking van de voorzieningenstructuur, maar zou juist leiden tot verspreiding van detailhandel en daarmee tot een toename van leegstand in de bestaande winkelgebieden. Gelet op deze afweging van belangen en in lijn met het vigerende beleidskader acht de raad de voorgenomen ontwikkeling ruimtelijk niet aanvaardbaar en derhalve niet wenselijk om planologisch mogelijk te maken. 3.1 Het herstelbesluit moet uiterlijk 21 januari 2026 aan de Afdeling worden toegezonden. Daarom is onverwijld toezenden van uw besluit aan de Afdeling door het college belangrijk. 4.1 Dit blijkt mede uit rechtsoverweging 10.1 van de tussenuitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Kanttekeningen en risico’s 1.1 Risico tot vernietiging bestemmingsplan indien geen herstelbesluit wordt genomen. Indien de drie geconstateerde gebreken door de Afdeling niet worden hersteld, dan wordt er teruggevallen op het oude planologische regime. De Afdeling heeft al eerder geoordeeld dat supermarkten rechtstreeks zijn toegestaan. Dit zou betekenen dat als een aanvraag wordt ingediend voor het realiseren van een supermarkt er geen belemmeringen zijn. Dit staat haaks op het beleid en de doelstellingen van uw raad dat gericht is op het versterken van het kernwinkelgebied en het voorkomen van leegstand. Het toestaan van detailhandel in het buitengebied zou deze doelstellingen direct ondermijnen.
Gemeenteraad van Helmond
Blz. 4 van 6
1.2 Er is een risico op beroep. Dit besluit wordt genomen op grond van artikel 6:19 Algemene wet bestuursrecht, op basis waarvan hangende de beroepsprocedure een nieuw of gewijzigd besluit kan worden genomen. De reeds ingediende beroepen worden geacht mede te zijn gericht tegen het gewijzigde bestemmingsplan. Tegen de gewijzigde delen van het bestemmingsplan kan beroep worden ingesteld. Gelet op het feit dat geen zienswijzen tegen de vaststelling van het bestemmingsplan zijn ingediend, is het niet de verwachting dat er nieuwe appellanten zijn die nog separaat in beroep gaan tegen de gewijzigde delen. Aangezien het hier gaat om het toevoegen van de deskundigennotitie aan de bijlagen van het bestemmingsplan en een belangenafweging ten aanzien van de belangen van Merwehave en de eigenaar van Hortsedijk 104-106-108, worden de geconstateerde gebreken hersteld. De overige beroepsgronden van appellanten zijn al besproken en ongegrond verklaard. 1.3 Er is een risico op mogelijke nadeelcompensatie (voorheen: planschade) als de appellanten in het gelijk worden gesteld. Dit is echter al ingecalculeerd bij het raadsbesluit dat op 26 september 2023 – de vaststelling van het bestreden bestemmingsplan - met uw raad is gedeeld. Het bestemmingsplan is door uw raad vastgesteld.
Financiën Er bestaat een risico op mogelijke nadeelcompensatie, zoals hiervoor onder de kanttekeningen, onder 1.3, uiteen is gezet. Participatie Op donderdag 16 oktober 2025 is – ter uitvoering van de tussenuitspraak van de Afdeling – de deskundigennotitie met Merwehave en de eigenaar van Hortsedijk 104-106-108 gedeeld om hen de gelegenheid te geven te reageren op de bevindingen in de notitie. Merwehave heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt en geen reactie ingediend. De gemachtigde van de eigenaar van de gronden van de Hortsedijk 104-106-108 heeft op 20 oktober 2025 laten weten geen opmerkingen of aanvullingen te hebben op de deskundigennotitie (bijlage 3). Hiermee is voldaan aan de opdracht van de Afdeling dat de uitkomsten van het onderzoek met Merwehave en de eigenaar van de gronden gedeeld moet worden. Communicatie Na uw vaststelling van het herstelbesluit delen we de uitkomst met de bijbehorende bijlagen mede aan de Afdeling, Merwehave en de eigenaar van de Hortsedijk 104-106-108. Uitvoering en tijdspad Na uw vaststelling zal het herstelbesluit bekend worden gemaakt in het Gemeenteblad. Het gewijzigd vastgestelde bestemmingsplan is dan digitaal te raadplegen. Burgemeester en wethouders van Helmond
mr. S.C.C.M. Potters burgemeester
E.P.H. Koop, MSc
gemeentesecretaris
Bijlagen 1. Tussenuitspraak Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State d.d. 23 juli 2025; 2. Deskundigennotitie Ginder Hortsedijk 104-106-108 Helmond d.d.15 oktober 2025; 3. Reactie deskundigennotitie door gemachtigde van de eigenaar van de gronden van de Hortsedijk 104-106-108 d.d. 20 oktober 2025.
Gemeenteraad van Helmond
Blz. 5 van 6
Raadsbesluit Vergadering
87 16 december 2025
Gemeenteraad
De raad van de gemeente Helmond; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 28 oktober 2025; gelet op de bepalingen van de Gemeentewet;
besluit:
1. Het bestemmingsplan ‘Buitengebied Helmond - administratieve herziening’ opnieuw (gewijzigd) vast te stellen naar aanleiding van de tussenuitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 23 juli 2025 met ECLI-nummer ECLI:NL:RVS:2025:3382; 2. Vast te stellen dat de motiverings- en zorgvuldigheidsgebreken in het bestemmingsplan ‘Buitengebied Helmond - administratieve herziening’ (die door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn geconstateerd) zijn hersteld door: • De (aanvullende) cijfermatige onderbouwing en motivering van de effectiviteit van het bestemmingsplan om de gemeentelijke doelstellingen te bereiken; • De (aanvullende) cijfermatige onderbouwing en motivering dat de planregeling niet verder gaat dan nodig is om de aantrekkelijkheid van het kerncentrumgebied te beschermen en te behouden en dat dit niet met andere, minder beperkende maatregelen kan worden bereikt; • De afweging dat het bestemmingsplan – gelet op de betrokken belangen – in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening en dat de (ruimtelijk relevante) belangen die zijn gediend bij het bestemmingsplan zwaarder wegen dan het belang (en initiatief) van Merwehave alsmede de eigenaar van de gronden om een supermarkt te realiseren aan de Hortsedijk 104-106-108. 3.
Te bepalen dat het college dit herstelbesluit (onverwijld) deelt met Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State; 4. Te verklaren dat het niet nodig is geweest om voor de voorbereiding van dit herstelbesluit de uniforme openbare voorbereidingsprocedure (afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht) opnieuw toe te passen, mede gelet op rechtsoverweging 10.1 van de tussenuitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Aldus besloten in zijn openbare vergadering van 16 december 2025. De raad voornoemd, de voorzitter,
de griffier,
17-12-2025
17-12-2025
Gemeenteraad van Helmond
Blz. 6 van 6