RV 066 Samenwerkingsovereenkomst Regionale Mobiliteit MRE 2024-2030
Tekst van het document
Raadsvoorstel Raadsvergadering Onderwerp Portefeuillehouder College besluit Zaaknummer
66 2 juli 2024
Samenwerkingsovereenkomst Regionale Mobiliteit MRE 2024-2030 A. Bonte 7 mei 2024 52003130
Gemeenteraad
Aan de gemeenteraad, Het college stelt u voor: 1. In te stemmen met de definitieve Samenwerkingsovereenkomst Regionale Mobiliteit MRE 2024-2030; 2. Toestemming te verlenen aan het college van B&W om de Samenwerkingsovereenkomst Regionale Mobiliteit MRE 2024-2030 te ondertekenen. Samenvatting Door de Metropoolregio Eindhoven (MRE) is gevraagd om de definitieve Samenwerkingsovereenkomst (SOK) Regionale Mobiliteit MRE 2024-2030 in procedure te brengen. Het is de regionale ambitie om voor het thema mobiliteit programmatisch te gaan werken om tot een efficiënte en doelmatige samenwerking te komen. Dit draagt bij aan de regionale koers, visie en ambities. Voorgaande besluitvorming Aanleiding voor het maken van nieuwe afspraken is het MRE-samenwerkingsakkoord 2023-2026 (“in goede banen”), waarmee de raad in 2023 heeft ingestemd. Daarin is onder meer afgesproken om regionaal programmamanagement op de vijf hoofdopgaven (ruimte en wonen, mobiliteit, energiesysteem, economie en landelijk gebied) in te richten. Verder is op 11 april 2024 door uw raad een zienswijze op de conceptversie vastgesteld. De geplaatste opmerkingen zijn door de MRE naar genoegen verwerkt, waardoor nu instemming met de definitieve versie wordt voorgesteld.
Waarom In de samenwerkingsovereenkomst zijn (inhoudelijke) kaders en werkafspraken opgenomen om programmatisch te kunnen werken binnen de MRE-samenwerking op het thema mobiliteit. De overeenkomst is een lichte gemeenschappelijke regeling, omdat het een publiekrechtelijke samenwerking tussen overheden betreft. Daarom is de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) van toepassing. Dit betekent dat de gemeenteraad een formele rol heeft bij het tot stand komen van deze overeenkomst, namelijk: - De raad mag een zienswijze over de concept regeling (de overeenkomst) indienen bij het college. Het college koppelt de zienswijze terug richting MRE en Poho Mobiliteit MRE. Naar aanleiding van eventuele zienswijzen kan het Poho Mobiliteit MRE wijzigingen doorvoeren in de definitieve regeling. - De raad moet toestemming geven aan het college voordat het college met de definitieve regeling kan instemmen. De regeling kan pas gepubliceerd worden en in werking treden nadat alle raden toestemming hebben gegeven en alle colleges hebben ingestemd met de regeling. Toestemming kan door de raad alleen onthouden worden als de regeling in strijd is met het recht of het algemeen belang. Argumenten 1.1 De opmerkingen uit de ingediende zienswijze zijn naar genoegen verwerkt. Er zijn daarom geen verdere inhoudelijke opmerkingen.
1.2 De overeenkomst biedt partijen de benodigde duidelijkheid over de werkwijze De Samenwerkingsovereenkomst regionale mobiliteit beschrijft de taken en verantwoordelijkheden van de verschillende partijen in een programmabureau MRE als onderdeel van de MRE en legt de afspraken vast. Deze afspraken richten zich op het uitvoeren van programma’s en projecten onder één centrale aansturing en coördinatie, op zowel bestuurlijk, als ambtelijk niveau. De samenwerkingsovereenkomst leidt voor de totale regio tot een efficiëntere ambtelijke inzet voor mobiliteit.
Gemeenteraad van Helmond
Blz. 1 van 4
1.3 De overeenkomst leidt tot een robuustere samenwerking De regionale samenwerking in deze samenwerkingsovereenkomst biedt een meer robuuste samenwerkingsvorm met een gezamenlijke bekostigingssystematiek en een gebundelde informatiestroom van en naar hogere overheden. De grote verscheidenheid aan programma’s en projecten met doorgaans ook een grote verscheidenheid aan financieringsbronnen, maakt dat het overzicht van alle initiatieven op mobiliteitsgebied en de samenhang daartussen wordt verbeterd. Hierdoor ontstaat meer slagkracht ter bevordering van de regionale mobiliteit. 1.4 Keuze voor een lichte gemeenschappelijke regeling is correct De samenwerkingsovereenkomst wordt aangegaan via een lichte gemeenschappelijke regeling, de zogenaamde ‘regeling zonder meer’. De Wgr benoemt specifiek in artikel 8 Wgr dat bij een gemeenschappelijke regeling een gemeenschappelijk openbaar lichaam, een gemeenschappelijk orgaan, een bedrijfsvoeringsorganisatie of een centrumregeling in het leven kan worden geroepen. De ‘regeling zonder meer’ wordt niet benoemd, maar artikel 8 van de Wgr sluit niet uit dat een andere vorm van een gemeenschappelijke regeling wordt getroffen. Volgens de wetgever is die mogelijkheid bruikbaar in het geval twee of meer gemeenten gezamenlijk een belang willen behartigen dat geen zelfstandige bestuurlijke voorziening vereist.
Hier is in dit geval sprake van, waardoor deze lichte gemeenschappelijke regeling een correcte bestuursvorm is. 1.5 De huidige overeenkomst Bereikbaarheidsagenda Zuidoost-Brabant 2017-2030 vormt het fundament van de nieuwe integrale samenwerking op het gebied van mobiliteit De onderhavige overeenkomst vervangt de huidige overeenkomst Bereikbaarheidsagenda Zuidoost-Brabant. Ook de onderhavige overeenkomst heeft daarom de vorm van lichte gemeenschappelijke regeling, net zoals de overeenkomst Bereikbaarheidsagenda 2017-2030. Lopende afspraken over de bereikbaarheidsmiddelen uit het Bereikbaarheidsakkoord (Subsidieregeling Bereikbaarheidsakkoord Zuidoost-Brabant 2017-2030) worden zo veel mogelijk 1-op-1 overgenomen. 1.6 De raad behoudt zijn bevoegdheden en rollen Er worden geen bevoegdheden van de raad gemandateerd of gedelegeerd. De overeenkomst geeft ook geen invulling aan de inhoud van projecten, programma’s en visie. De gemeenteraad behoudt zijn reguliere bevoegdheden en kaderstellende-, controlerende en besluitvormende rol. 1.7 De overeenkomst vloeit voort uit de afstemming binnen het Poho Mobiliteit MRE, dus met de deelnemende gemeenten In de overeenkomst worden afspraken vastgelegd voor een nieuw samenwerkingsmodel, waarover is gesproken in het Poho Mobiliteit MRE van 30 november 2022 en 10 mei 2023.
Het Poho MRE ziet de overeenkomst als een handleiding over hoe gemeenten in MRE-verband willen samenwerken. Aanleiding voor het maken van deze afspraken is het Samenwerkingsakkoord 2023-2026, waarmee de raad eerder heeft ingestemd. Daarin is onder meer afgesproken om regionaal programmamanagement op de thema’s in te richten. 2.1 De overeenkomst is een lichte gemeenschappelijke regeling, omdat het een publiekrechtelijke samenwerking tussen overheden betreft. Daarom is de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) van toepassing. Dit betekent dat de gemeenteraad een formele rol heeft bij het tot stand komen van deze overeenkomst. De raad moet toestemming geven aan het college voordat het college met de definitieve regeling kan instemmen. De regeling kan pas gepubliceerd worden en in werking treden nadat alle raden toestemming hebben gegeven en alle colleges hebben ingestemd met de regeling. Toestemming kan door de raad alleen onthouden worden als de regeling in strijd is met het recht of het algemeen belang. Kanttekeningen en risico’s 1.1 De taakverdeling tussen het nieuwe programmabureau en de gemeente moet nader worden uitgewerkt De taakverdeling tussen het nieuwe programmabureau en de gemeente is nog niet uitgewerkt.
Het kan zo zijn dat de gemeentelijke taken in omvang stijgen ten opzichte van nu om tot het gewenste serviceniveau van ambtelijke en bestuurlijke advisering te komen, omdat een opstartperiode nodig is. 1.2 Ook de doorontwikkelrichtingen moeten nader worden uitgewerkt De doorontwikkelrichtingen zijn nog niet uitgewerkt. Daarbij ontstaat het risico dat de invulling straks minder goed aansluit bij de gemeentelijke belangen. Het gezamenlijke belang weegt echter voor nu zwaarder. Dit betreft daarom ook een te overzien risico. Financiën Gemeenteraad van Helmond
Blz. 2 van 4
Het voorgestelde besluit kan binnen de begroting worden uitgevoerd. Er is geen sprake van aanvullende kosten, maar van een herschikking van kosten. De kosten van de samenwerkingsovereenkomst zijn gelegen in de organisatiekosten van het programmabureau ter hoogte van € 575.000. De organisatiekosten bestaan uit personele kosten van het programmabureau en de kosten voor extern advies. Het bedrag van € 575.000 brengen de 21 MRE-gemeenten gezamenlijk op, naar rato van het aantal inwoners per gemeente op grond van de huidige overeenkomst Bereikbaarheidsagenda Zuidoost-Brabant 2017-2023. Dit bedrag wordt niet gewijzigd, anders dan de jaarlijkse indexering conform de methodiek van de gemeenschappelijke regeling, zoals vastgelegd in de beleidsnota kaders P&C-document. De Helmondse bijdrage aan het bedrag van € 575.000 voor het huidige programmateam bedraagt (naar rato van het aantal inwoners per gemeente) ongeveer € 66.000 per jaar. Daar staat bovendien tegenover dat gemeente Helmond ook een vergoeding ontvangt van de uren die worden besteed aan het programmateam. Dat was over 2023 € 65.000. Participatie Niet van toepassing omdat het een lichte gemeenschappelijke regeling betreft, en participatie pas bij uitwerking van (deel)projecten volgt. Communicatie Het Poho Mobiliteit MRE wordt na besluitvorming per ommegaande op de hoogte gesteld.
Uitvoering en tijdspad Na besluitvorming door de gemeenteraad wordt de MRE geïnformeerd, de Samenwerkingsovereenkomst getekend en gepubliceerd, en treedt deze in werking. Procesinformatie en overige raadsinformatie Niet van toepassing. Burgemeester en wethouders van Helmond mevr. P.J.M.G. Blanksma–van den Heuvel burgemeester
mr. A.S. Meijer gemeentesecretaris
Bijlagen 1. Definitieve Samenwerkingsovereenkomst Regionale Mobiliteit MRE 2024-2030 (doc nr. 52003173) 2. Nota van zienswijzen op SOK door gemeenteraden (doc nr. 52003177)
Gemeenteraad van Helmond
Blz. 3 van 4
Raadsbesluit Vergadering
66 2 juli 2024
Gemeenteraad
De raad van de gemeente Helmond; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 7 mei 2024; gelet op de bepalingen van de Wet gemeenschappelijke regelingen; besluit: 1. In te stemmen met de definitieve Samenwerkingsovereenkomst Regionale Mobiliteit MRE 2024-2030; 2. Toestemming te verlenen aan het college van B&W om de Samenwerkingsovereenkomst Regionale Mobiliteit MRE 2024-2030 te ondertekenen;
Aldus besloten in zijn openbare vergadering van 2 juli 2024. De raad voornoemd, de voorzitter,
Gemeenteraad van Helmond
de griffier,
Blz. 4 van 4