CConstaterende datHelmond
Koppel je AI →
Document · PDF

RV 059 Belastingverordeningen en tarieven 2026

Gemeenteraad 4 november 2025, gemeente HelmondBij agendapunt: Belastingverordeningen en tarieven 202633.042 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een andere, in dit hoofdstuk niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking:

€ 106,00

Besloten in de openbare vergadering van 4 november 2025. Mij bekend, de raadsgriffier

Gemeenteraad van Helmond Raadsbesluit 59B

blz. 51

Bijlage 1: Tariefberekening Omgevingsvergunning bouwactiviteiten (behorend bij artikelen 2.5 en 2.6) Gebruiksfunctie

Basisbedrag

Vermeerderd met /m2 **

a. Winkelfunctie /sportfunctie /bouwwerken geen gebouw zijnde /bijeenkomstfunctie /overige gebruiksfunctie GO =<20m2

€ 259,00

GO > 20m2 t/m 200m2 GO > 200m2 t/m 500m2

€ 259,00

€ 29,00

€ 5.479,00

€ 25,00

GO > 500m2 t/m 2.000m2

€ 12.979,00

€ 19,60

GO>2.000m2

€ 42.379,00

€ 18,30

Gebruiksfunctie

Basisbedrag

Vermeerderd met /m2 **

b. Kantoorfunctie /industriefunctie * GO =<20m2

€ 259,00

GO > 20m2 t/m 200m2

€ 259,00

€ 27,20

GO > 200m2 t/m 500m2

€ 5.155,00

€ 23,50

GO > 500m2 t/m 2.000m2

€ 12.205,00

€ 18,50

GO>2.000m2

€ 39.955,00

€ 17,40

Gebruiksfunctie

Basisbedrag

Vermeerderd met /m2 **

c. woonfunctie GO =<20m2

€ 306,00

GO >20m2 t/m 200m2

€ 306,00

€ 28,60

GO >200m2 t/m 500m2

€ 5.454,00

€ 24,50

GO >500m2 t/m 2.000m2

€ 12.804,00

€ 19,20

GO >2.000m2

€ 41.604,00

€ 18,00

Gemeenteraad van Helmond Raadsbesluit 59B

blz. 52

Gebruiksfunctie

Basisbedrag

Vermeerderd met /m2 **

d. onderwijsfunctie/logiesfunctie/gezondheids-functie GO =< 20m2

€ 306,00

GO >20m2 t/m 200m2

€ 306,00

€ 28,60

GO >200m2 t/m 500m2

€ 5.454,00

€ 11,60

GO >500m2 t/m 2.000m2

€ 8.934,00

€ 5,90

GO > 2.000m2

€ 17.784,00

€ 3,90

Gebruiksfunctie

Basisbedrag

Vermeerderd met / m2 **

e. Overige bouwwerken geen gebouw zijnde Gevelwijzigingen

€ 306,00

wanden/ en andere (erf) afscheidingen

€ 306,00

BVO > 2m2 en hoogte tot 5m1 BVO > 2m2 en hoogte > 5m1

€ 306,00

€ 5,90

€ 686,00

€ 12,10

€ 242,00

Idem, niet genoemd per bouwwerk ongeacht hoogte en grondopp. < 2m2 Gebruiksfunctie

Basisbedrag

Vermeerderd met / m2 **

f. Tijdelijke gebouwen tot maximaal 5 jaar (woonunit/ kantoorunit of andersoortige werkunit) GO =< 20m2

€ 306, 00

GO > 20m2

€ 306, 00

€ 6,95

* Bij inpandige verbouwingen van een bestaand gebouw wordt het legesbedrag uit bovenstaande tabellen a t/m d van deze bijlage met 50% verminderd. ** Het bedrag uit de kolom “Basisbedrag” wordt vermeerderd met het bedrag per m 2 boven het minimum BVO zoals genoemd in de eerste kolom van de bovenstaande tabellen a t/m f.

Bovenstaand overzicht zal worden gehanteerd vanaf 1 januari 2026.

Gemeenteraad van Helmond Raadsbesluit 59B

blz. 53

Bijlage 2: Toelichting op begrip afwijkingen Artikel 1: Kleine afwijking 1. een bijbehorend bouwwerk of uitbreiding daarvan bij een woning; 2. overige bijbehorende bouwwerken, mits wordt voldaan aan de volgende eisen: a) niet hoger dan 6 m; b) de oppervlakte niet meer dan 150 m2 bedraagt; 3. een gebouw ten behoeve van een infrastructurele of openbare voorziening als bedoeld in artikel 2.29, onder p, van het Besluit Bouwwerken Leefomgeving, dat niet voldoet aan de in dat subonderdeel genoemd eisen, mits wordt voldaan aan de volgende eisen: a) niet hoger dan 5 m, en b) de oppervlakte niet meer dan 50 m²; 4. een bouwwerk, geen gebouw zijnde, of een gedeelte van een dergelijk bouwwerk, mits wordt voldaan aan de volgende eisen: a) niet hoger dan 10 m, en b) de oppervlakte niet meer dan 50 m²; 5. een dakterras, balkon of andere niet op de grond gelegen buitenruimte aan of op een gebouw, een dakkapel, dakopbouw of gelijksoortige uitbreiding van een gebouw, de uitbreiding van een bouwwerk met een bouwdeel van ondergeschikte aard dan wel voorzieningen gericht op het isoleren van een gebouw; 6. een antenne-installatie, mits niet hoger dan 40 m; 7. een installatie bij een glastuinbouwbedrijf voor warmtekrachtkoppeling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder w, van de Elektriciteitswet 1998; 8. het gebruiken van gronden voor een niet-ingrijpende herinrichting van openbaar gebied; 9.

een functiewijziging van bestaande bouwwerken, eventueel in samenhang met bouwactiviteiten die de bebouwde oppervlakte of het bouwvolume niet vergroten, en van het bij die bouwwerken behorende aansluitende terrein, mits a) gebruiksoppervlakte niet groter dan 200 m²; en b) geen advies en instemming provincie of bindend adviesrecht gemeenteraad van toepassing is; en c) er niet meer woningen worden gerealiseerd dan rechtstreeks in het omgevingsplan toegestaan is; 10. tijdelijke (woon)units, mantelzorgwoningen en soortgelijke bouwwerken. Artikel 2: Middelgrote afwijking 1. een bijbehorend bouwwerk of uitbreiding daarvan, niet bij een woning, met een hoogte van meer dan 6 meter, of een oppervlakte van meer dan 150 m² ; 2. een gebouw ten behoeve van een infrastructurele of openbare voorziening als bedoeld in artikel 2.29, onder p, van het Besluit Bouwwerken Leefomgeving, dat niet voldoet aan de in dat subonderdeel genoemd eisen, dat: a) hoger is dan 5 m, of b) een oppervlakte heeft van meer dan 50 m²; 3. een bouwwerk, geen gebouw zijnde, of een gedeelte van een dergelijk bouwwerk, dat a) hoger is dan 10 m, of b) een oppervlakte heeft van meer dan 50 m²; 4. een antenne-installatie, indien hoger dan 40 m; 5.

een functiewijziging van bestaande bouwwerken, eventueel in samenhang met bouwactiviteiten die de bebouwde oppervlakte of het bouwvolume niet vergroten, en van bij die bouwwerken aansluitend terrein, indien a) deze een groter gebruiksoppervlakte beslaat dan 200 m²; of b) hierop advies en instemming provincie of bindend adviesrecht gemeenteraad van toepassing is; of c) er meer woningen worden gerealiseerd dan rechtstreeks in het omgevingsplan toegestaan is. Artikel 3: Grote afwijking Alle overige afwijkingen die niet onder artikel 1 en 2 zijn benoemd.

Gemeenteraad van Helmond Raadsbesluit 59B

blz. 54

Toelichting Legesverordening Helmond 2026 Algemeen Wettelijke basis De leges worden geheven op basis van artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Gemeentewet. De legesheffing voor reisdocumenten en de Nederlandse identiteitskaart berust niet op artikel 229 van de Gemeentewet, maar op artikel 7 van de Paspoortwet, in samenhang met artikel 2, tweede lid, van die wet (wijziging Paspoortwet per 9 maart 2014). Vanaf 1 januari 1995 komt het begrip ‘leges’ niet meer voor in de Gemeentewet. De reden hiervan is dat er geen wezenlijke verschillen bestaan tussen leges en andere rechten. Het begrip ‘rechten’ in artikel 229 van de Gemeentewet omvat mede de leges. In deze verordening is ervoor gekozen (analoog aan de modelverordening) de rechten ‘leges’ te blijven noemen, omdat het hier gaat om een ingeburgerd en herkenbaar begrip. Bovendien gaat het in vrijwel alle gevallen om het in behandeling nemen van aanvragen en vergunningen e.d. en om het verstrekken van documenten. In verband met artikel 10 van de modelverordening leges (overdracht van bevoegdheden) is in de aanhef eveneens artikel 156, eerste en tweede lid, onder h, van de Gemeentewet genoemd. Artikel 4 Vrijstellingen Regelt de vrijstellingen.

Nieuwe jurisprudentie: http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2016:5354 Omgevingsvergunning aangevraagd tbv een aanleg van een project behorend tot het voor het publiek openstaande wegennet binnen de gemeente is een publieke taak van de gemeente.

Artikel 10, Overdracht van bevoegdheden: Omdat een aantal (maximum)-tarieven pas aan het einde van het jaar worden vastgesteld en/of bekendgemaakt is het praktisch erg lastig om die nog mee te nemen bij de begrotingsbehandeling, waarbij ook de belastingverordeningen worden meegenomen. Daarvoor is in dit artikel geregeld, dat voor een beperkt en limitatief genoemd aantal tarieven het college bevoegd is deze te wijzigen. Tarieventabel: Algemeen: Indeling van de tarieventabel Gelet op artikel 229b van de Gemeentewet en de (on)mogelijkheden tot kruissubsidiëring als gevolg van de Europese Dienstenrichtlijn en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (zie de toelichting op artikel 5 van de verordening) is de tarieventabel in drie hoofdstukken onderverdeeld: - hoofdstuk 1 Algemene dienstverlening; - hoofdstuk 2 Dienstverlening en besluiten in het kader van de Omgevingswet; - hoofdstuk 3 Dienstverlening vallend onder Europese Dienstenrichtlijn en niet vallend onder hoofdstuk 2. Kruissubsidiëring Binnen hoofdstuk 1 is kruissubsidiëring mogelijk tussen de verschillende hoofdstukken. Hetzelfde geldt voor hoofdstuk 2. De wetgever gaat er bij de omgevingsvergunning van uit dat alleen binnen de omgevingsvergunning kruissubsidiëring kan worden toegepast en niet met dienstverlening daarbuiten.

Maar kruissubsidiëring tussen hoofdstuk 1 en hoofdstuk 2 is niet verboden, nu de wetgever artikel 229b van de Gemeentewet niet heeft gewijzigd. Dit blijkt ook uit Hoge Raad 13 februari 2015, nr. 14/00655, ECLI:NL:HR:2015:282. De Hoge Raad oordeelt dat de toets aan de opbrengstlimiet van artikel 229b

Gemeenteraad van Helmond Raadsbesluit 59B

blz. 55

Gemeentewet niet strenger is geworden door de komst van de Wabo. Overigens zijn in hoofdstuk 2 ook een paar andere diensten opgenomen die verband houden met de fysieke leefomgeving of de omgevingsvergunning paragrafen 2, 8 en 9). Op basis van artikel 13, tweede lid, van de Europese Dienstenrichtlijn geldt voor hoofdstuk 3 dat slechts kruissubsidiëring binnen elk hoofdstuk mogelijk is. Een hoofdstuk in hoofdstuk 3 betreft een individueel vergunningstelsel dan wel een cluster van samenhangende vergunningstelsels. Elke paragraaf van hoofdstuk 3 dient de gemeente te controleren op kostendekkendheid. Indien uit controle blijkt dat er op het betreffende vergunningstelsel of samenhangende vergunningstelsels winst wordt gemaakt, dienen de tarieven te worden aangepast tot of onder 100% kostendekkendheid. Hierbij wordt nog opgemerkt, dat de Hoge Raad prejudiciële vragen heeft gesteld over de toepassing van de Europese Dienstenrichtlijn op legesheffing (Hoge Raad 5 juni 2015, nr. 13/03931, ECLI:NL:HR:2015:1467). Een en ander betekent dat (ook) bij de leges een nauwkeurige, op controleerbare wijze vastgelegde kostentoerekening nodig is. Voor de tariefstelling moet de gemeente nagaan wat de kostprijs van de verschillende diensten is.

Vervolgens kan de gemeente een beslissing nemen over de mate van kruissubsidiëring (voor zover mogelijk) tussen de verschillende diensten en de mate waarin zij het profijtbeginsel wil laten doorwerken in het tarief. Zie het model kostenonderbouwing leges omgevingsvergunning, te vinden op www.vng.nl. In de eerdergenoemde uitspraak van Hoge Raad 5 juni 2015, nr. 13/03931, ECLI:NL:HR:2015:1467, oordeelt de Hoge Raad: 2.3.4. Het (…) ten aanzien van “kruissubsidiëring” geciteerde uitgangspunt van het kabinet heeft niet geleid tot wetgevende maatregelen. Ook is geen gebruik gemaakt van de in artikel 2.9, lid 2, Wabo opgenomen bevoegdheid om nadere regels te stellen voor de toepassing van artikel 229b, lid 1, letter b, van de Gemeentewet. Evenmin is die bepaling in de Gemeentewet zelf gewijzigd. 2.4. Hetgeen hiervoor in 2.3 is vooropgesteld leidt tot de gevolgtrekking dat de beoordeling van de opbrengstlimiet ook thans nog moet plaatsvinden in het licht van hetgeen ondubbelzinnig uit de ontstaansgeschiedenis van die bepaling volgt, namelijk toepassing van de daarin neergelegde toets op 'het totaal van de geraamde baten van de rechten die in een verordening zijn geregeld, en het totaal van de geraamde lasten die de werkzaamheden meebrengen waarvoor deze rechten geheven worden' (zie HR 4 februari 2005, nr.

38860, ECLI:NL:HR:2005:AP1951, BNB 2005/112).’ Voor de toets aan de opbrengstlimiet blijven de totaal geraamde baten en lasten van alle tarieven uit de legesverordening dus van belang. Artikel 1.17 Verstrekkingen gegevens obv het Besluit BRP: In Artikel 1.17 zijn leges opgenomen voor het aan betrokkenen verstrekken van schriftelijke gegevens als bedoeld in artikel 17 van het Besluit brp. In artikel 10, tweede lid, van de Regeling basisregistratie personen is hiervoor een maximumtarief opgenomen van € 7,50. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat dit tarief moet wijken voor de vrijstelling van artikel 41 van de Wet Uitkeringen vervolgingsslachtoffers en artikel 52 van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers, waarin staat dat de gevraagde inlichtingen kosteloos moeten worden verstrekt. In dat geval kunnen deze leges dus niet worden geheven (Hoge Raad 10 juni 2005, nr. 39814, LJN: AT7214).

Artikel 1.33: 1.2.d door de afsluiting van de Broekstraat moet sluipverkeer uit de woonstraten geweerd worden. Afspraken hierover zijn op bestuurlijk niveau bij de opzet van de omgeving tussen gemeente Helmond en gemeente Geldrop-Mierlo gemaakt. Daarbij is bepaald dat de knip in de Broekstraat pas zou worden gemaakt als de wijk Liverdonk gereed is met als voorwaarden dat de inwoners van ’t Broek geen dupe mogen worden van deze afsluiting en dus een ontheffing zouden moeten krijgen 1.2.e Voor een ontheffing voor de Rondgang op Sportcampus de Braak komen uitsluitend de gebruikers van de Sportcampus, behorende bij de volgende adressen in aanmerking: - Rembrandtlaan 26 (Praktijkcollege OMO SG Helmond) - Rembrandtlaan 26B (Helmond Sport) - Rembrandtlaan 26C (SV De Braak) - Rembrandtlaan 26D (Sporthal De Knip OMO SG Helmond)

Gemeenteraad van Helmond Raadsbesluit 59B

blz. 56

- Rembrandtlaan 30 (Dr. Knippenbergcollege OMO SG Helmond) - Braakse Boschdijk1A (korfbalclub OEC) - Braakse Boschdijk1A (BSO De Sportstuif) 2.1 Gehandicaptenparkeerplaats Artikel 29 Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW) bepaalt dat: de kosten, voortvloeiende uit de plaatsing van het bord E06, behorende bij het RVV 1990, kunnen worden verhaald op degene of degenen ten behoeve van wie het bord wordt geplaatst.

Gemeenteraad van Helmond Raadsbesluit 59B

blz. 57

Raadsvoorstel 59C Vergadering 4 november 2025

Gemeenteraad

Onderwerp

: Verordening marktgeld Helmond 2026

B&W vergadering Dienst / afdeling Zaaknummer

: 23 september 2025 : FIN.FBB :

Aan de gemeenteraad, Uitgangspunt is, dat de tarieven worden verhoogd met een indexering van 2,7%. Voor 2026 worden de volgende wijzigingen doorgevoerd: het tarief voor de dinsdagmarkt wordt verhoogd van € 0,46 naar € 0,47, dat van de woensdagmarkt gaat van € 0,66 naar € 0,68 en voor de vrijdagmarkt wordt verhoogd van € 0,42 naar € 0,43 per vierkante meter. De zaterdagmarkt tenslotte wordt verhoogd van € 1,16 naar € 1,19 per vierkante meter. Het tarief voor standwerkers wordt verhoogd naar € 15,66 per (dag)plaats. Het tarief voor een elektriciteitsaansluiting wordt eveneens verhoogd. De opgenomen bedragen zijn exclusief BTW, waarbij het voor de weekmarkten komt op € 54,98 per kwartaal. Voor de zaterdagmarkt wordt dit € 72,85 per kwartaal. Het tarief voor de bijdrage voor promotiedoeleinden wordt ten behoeve van de zaterdagmarkt met het inflatiecorrectiepercentage verhoogd tot € 0,1875 per vierkante meter. Wij stellen u voor te besluiten conform bijgaande conceptverordening. Burgemeester en wethouders van Helmond, de burgemeester

de secretaris

mr. S.C.C.M. Potters

E.P.H. Koop, MSc

Gemeenteraad van Helmond Raadsvoorstel 59C

blz. 58

Raadsbesluit 59C Vergadering 4 november 2025

Gemeenteraad

De raad van de gemeente Helmond; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 23 september 2025; gelet op het bepaalde in artikel 229 eerste lid aanhef en onder a en b van de Gemeentewet; besluit: vast te stellen de Verordening marktgeld Helmond 2026;

Artikel 1. Definities Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: a. markt: de warenmarkt die plaatsvindt op de bij of krachtens de Marktverordening Helmond 2006 vastgestelde dag, tijd en plaats; b. standplaats: een standplaats als bedoeld in artikel 1 van de Marktverordening Helmond 2006; c. Vaste plaats: een standplaats, die voor onbepaalde tijd en tot wederopzegging beschikbaar wordt gesteld aan een vergunninghouder; d. dagplaats: een standplaats, die per marktdag beschikbaar wordt gesteld omdat deze niet als vaste plaats is toegewezen dan wel ingenomen; e. vergunninghouder: degene aan wie door het college vergunning is verleend voor het innemen van een standplaats; f. marktmeester: de persoon die als zodanig is aangewezen door het college, die belast is met de algehele leiding en supervisie over de markt; g. abonnement: als sprake is van een vergunninghouder met een vaste plaats, dan wordt de belasting per kwartaal in rekening gebracht; h. m2 oppervlakte: het werkelijk in gebruik genomen aantal vierkante meters van een standplaats; een gedeelte van een vierkante meter wordt als een volle vierkante meter aangemerkt. Artikel 2. Aard van de heffing en belastbaar feit 1.

Onder de naam 'marktgeld' wordt een recht geheven voor het gebruik of genot van een al dan niet gereserveerde standplaats en het te koop aanbieden van voorwerpen of goederen op de daarvoor aangewezen marktterreinen, daaronder begrepen de diensten welke in verband hiermee door of vanwege de gemeente worden verleend. 2. Tijdens de jaarlijkse kermissen of andere georganiseerde evenementen op reguliere marktterreinen wordt een alternatieve locatie aangewezen als marktterrein. Artikel 3. Belastingplicht 1. Het recht wordt geheven van degene, die van een markt- of staanplaats gebruik maakt of het genot heeft; 2. Ter zake van een vaste plaats wordt als belastingplichtige, bedoeld in het eerste lid, aangemerkt de vergunninghouder.

Gemeenteraad van Helmond Raadsvoorstel 59C

blz. 59

Artikel 4. Tarieven 1.

2.

Het marktgeld bedraagt: a. voor kramen, tenten, tafels of andere soortgelijke opstallen, alsmede voor gronduitstallingen, per werkelijk in gebruik genomen vierkante meter oppervlakte: per dag per of kwartaal gedeelte daarvan I. voor de zaterdagse marktdag € 1,19 € 11,90 II. voor de dinsdagse marktdag € 0,47 € 4,70 III. voor de woensdagse marktdag € 0,68 € 6,80 IV. voor de vrijdagse marktdag € 0,43 € 4,30 V. Het tarief onder I wordt ten behoeve van promotiedoeleinden, per m2 ingenomen oppervlakte verhoogd met € 0,1875 € 1,875 b. voor zgn. standwerkers, indien niet meer dan 2 m2 marktruimte in beslag wordt genomen; € 15,66 € 156,60 voor iedere m2 meer € 2,28 € 22,80 c. voor het wandelend te koop aanbieden van voorwerpen of goederen € 4,57 € 45,70 d. voor alle andere niet onder a. tot en met c genoemde gevallen, waaronder begrepen het door bijzondere omstandigheden innemen van een standplaats met voertuigen, per m2 ingenomen oppervlakte € 2,28 € 22,80 Het ingevolge het eerste lid berekende marktgeld wordt: a. indien gebruik wordt gemaakt van een door de gemeente beschikbaar gestelde elektriciteitsaansluiting op een dinsdagse, woensdagse, vrijdagse of daarmee gelijkgestelde marktdag, verhoogd met € 5,50 per dag of gedeelte daarvan of € 54,98 per kwartaal; b.

indien gebruik wordt gemaakt van een door de gemeente beschikbaar gestelde elektriciteitsaansluiting op een zaterdagse of daarmee gelijkgestelde marktdag, verhoogd met € 7,29 per dag of gedeelte daarvan of € 72,85 per kwartaal. De bedragen in dit lid zijn exclusief BTW.

Artikel 5.Abonnementen 1. Het college van burgemeester en wethouders kan markten aanwijzen, waarvoor van vaste standplaatshouders het marktgeld uitsluitend bij wijze van abonnement wordt geheven. 2. De abonnementen zijn noch geheel, noch gedeeltelijk overdraagbaar. Gehele of gedeeltelijke terugbetaling van een niet ten volle gebruikt abonnement heeft niet plaats. Artikel 6. Ontstaan van de belastingschuld Het recht is verschuldigd bij aanvang van de belastingplicht. Artikel 7. Wijze van heffing 1. 2. 3.

Het recht voor een dagplaats wordt per dag geheven. Het recht voor een vaste plaats wordt per kwartaal geheven. Het marktgeld wordt geheven: a. bij wege van aanslag, indien het een vaste plaats betreft; b. bij wege van schriftelijke, gedagtekende kennisgeving in de overige gevallen.

Artikel 8. Tijdstip van betaling 1. Het bij wege van abonnement geheven marktgeld moet worden voldaan binnen één maand na dagtekening van het aanslagbiljet. 2. Het marktgeld voor een standplaats moet worden voldaan op het tijdstip, waarop het gebruik van die standplaats aanvangt. Gemeenteraad van Helmond Raadsvoorstel 59C

blz. 60

Artikel 9. Kwijtschelding Bij de invordering van marktgeld wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 10. Intrekkingsbepaling en overgangsrecht De 'Verordening Marktgeld Helmond 2025' vastgesteld bij raadsbesluit van 5 november 2024 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 11, tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel 11. Inwerkingtreding 1. 2.

Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2026. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.

Artikel 12. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening marktgeld Helmond 2026.

Aldus besloten in zijn openbare vergadering van 4 november 2025. De raad voornoemd, de voorzitter

Gemeenteraad van Helmond Raadsvoorstel 59C

de griffier

blz. 61

Raadsvoorstel 59D Vergadering 4 november 2025

Gemeenteraad

Onderwerp

: Verordening onroerende-zaakbelastingen Helmond 2026

B&W vergadering Dienst / afdeling Zaaknummer

: 23 september 2025 : FIN.FBB :

Aan de gemeenteraad, Bij de tariefbepaling voor 2026 is uitgegaan van een totaalopbrengst van € 31.649.323,--. Dit is gebaseerd op de OZB-opbrengsten over 2025 vermeerderd met de uitbreidingen (nieuwbouw e.d.). Daarnaast zijn de OZB-tarieven voor het jaar 2026 verhoogd met het percentage voor inflatiecorrectie, dat voor 2026 is vastgesteld op 2,7%. Tenslotte voorziet het meerjarig tarievenbeleid erin, dat bij een stijging van de waarde van het onroerend goed in de gemeente de tarieven omgekeerd evenredig worden verlaagd en bij een daling dito verhoogd. Voor de periode 1/1/2024 tot 1/1/2025 is er een gemiddelde waardestijging van 14,0% voor de woningen, en 2,8% voor de niet-woningen. Mochten deze percentages op basis van de resultaten van de nog lopende herwaardering tot aanpassingen leiden, dan zal er nog een wijzigingsvoorstel voor de onderstaande tarieven volgen. De tarieven voor 2026 worden vastgesteld als een percentage van de WOZ-waarde. Dit resulteert in de volgende tarieven: a. de gebruikersbelasting 1 voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen 0,2152 % b. de eigenarenbelasting 1. voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen 0,1173 % 2. voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen 0,2787 % Voor een nadere toelichting hierop wordt verwezen naar de paragraaf lokale heffingen, behorend bij de begroting 2026.

De heffing wordt gecombineerd op het aanslagbiljet Gemeentelijke Heffingen met de reinigingsheffingen, de rioolheffing en de hondenbelasting. Wij stellen u voor te besluiten conform bijgaande conceptverordening.

Burgemeester en wethouders van Helmond, de burgemeester

de secretaris

mr. S.C.C.M. Potters

E.P.H. Koop, MSc

Gemeenteraad van Helmond Raadsvoorstel 59D

blz. 62

Raadsbesluit 59D Vergadering 4 november 2025

Gemeenteraad

De raad van de gemeente Helmond; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 23 september 2025 gelet op de artikelen 220 tot en met 220h van de Gemeentewet;

besluit: vast te stellen de Verordening onroerende-zaakbelastingen Helmond 2026;

Artikel 1. Belastbaar feit en Belastingplicht 1) Onder de naam 'onroerende-zaakbelastingen' worden voor binnen de gemeente gelegen onroerende zaken twee directe belastingen geheven: a) een belasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot woning dient, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt, verder te noemen: gebruikersbelasting; b) een belasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, verder te noemen: eigenarenbelasting. 2) Bij de gebruikersbelasting wordt: a) gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven; degene die het deel in gebruik heeft gegeven, is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie dat deel in gebruik is gegeven; b) het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die die onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld; degene die de onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie die zaak ter beschikking is gesteld.

3) Met betrekking tot de eigenarenbelasting wordt als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het kalenderjaar als zodanig in de kadastrale registratie is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is. Artikel 2. Belastingobject 1) Als onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken. 2) Een onroerende zaak dient in hoofdzaak tot woning indien de waarde die op grond van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken is vastgesteld voor die onroerende zaak in hoofdzaak kan worden toegerekend aan delen van die onroerende zaak die dienen tot woning dan wel volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden. Artikel 3. Maatstaf van heffing 1) De heffingsmaatstaf is de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde voor het kalenderjaar bedoeld in artikel 1. 2) Indien met betrekking tot een onroerende zaak geen waarde is vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken wordt de heffingsmaatstaf van die onroerende zaak bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken.

Artikel 4. Vrijstellingen 1) In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, voor zover dit niet reeds is geschied bij de bepaling van de in dat artikel bedoelde waarde, de waarde van:

Gemeenteraad van Helmond Raadsvoorstel 59D

blz. 63

a) ten behoeve van de land- of bosbouw bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond, daaronder mede begrepen de open grond, alsmede de ondergrond van glasopstanden, die bedrijfsmatig aangewend wordt voor de kweek of teelt van gewassen, zonder daarbij de ondergrond als voedingsbodem te gebruiken; b) glasopstanden, die bedrijfsmatig worden aangewend voor de kweek of teelt van gewassen, voor zover de ondergrond daarvan bestaat uit de in onderdeel a bedoelde grond; c) onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard, een en ander met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning; d) één of meer onroerende zaken die deel uitmaken van een op de voet van de Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat voldoet aan de in artikel 1, derde lid, onderdeel b, van die wet bedoelde voorwaarden met uitzondering van de daarop voorkomende gebouwde eigendommen; één of meer onroerende zaken die deel uitmaken van een op de voet van de Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat voldoet aan de in artikel 1, derde lid, onderdeel b, van die wet bedoelde voorwaarden met uitzondering van de daarop voorkomende gebouwde eigendommen; e) natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen, heidevelden, zandverstuivingen, moerassen en plassen, die door rechtspersonen

met volledige rechtsbevoegdheid welke zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het behoud van natuurschoon ten doel stellen, beheerd worden; f) openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer per rail, een en ander met inbegrip van kunstwerken; g) waterverdedigings- en waterbeheersingswerken die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning; h) werken die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en ander afvalwater en die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning; i) werktuigen die van een onroerende zaak kunnen worden afgescheiden zonder dat beschadiging van betekenis aan die werktuigen wordt toegebracht en die niet op zichzelf als gebouwde eigendommen zijn aan te merken.

j) straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanige gebouwde eigendommen - niet zijnde gebouwen - welke zijn geplaatst ten gerieve of in het belang van het publiek, ten dienste van het verkeer of ter verfraaiing van de gemeente, zoals lichtmasten, verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten, fonteinen, banken, abri's, hekken en palen; k) plantsoenen, parken en waterpartijen, die bij de gemeente in beheer zijn of waarvan de gemeente het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning; 2) In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf voor de gebruikersbelasting buiten aanmerking gelaten de waarde van gedeelten van de onroerende zaak die in hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan woondoeleinden. Artikel 5. Belastingtarieven 1) Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de heffingsmaatstaf. Het percentage bedraagt voor: a. de gebruikersbelasting 0,2152 %; b. bij de eigenarenbelasting 1) voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen 0,1173 %; 2) voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen 0,2787 %. 2) Het bedrag van de belasting wordt per belastingaanslag naar beneden afgerond op 50 eurocent.

Artikel 6. Wijze van heffing De belastingen worden bij wege van aanslag geheven. Artikel 7. Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet de aanslag worden betaald in één termijn, welke vervalt op de laatste dag van de tweede maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld. 2. In afwijking van het eerste lid geldt, ingeval voldaan wordt aan de voorwaarden, gesteld in de geldende “Beleidsregels automatische incasso belastingen Helmond”, en zolang de verschuldigde bedragen door

Gemeenteraad van Helmond Raadsvoorstel 59D

blz. 64

middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 3. De algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden genoemde termijnen. 4. Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de Invorderingswet 1990, met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete is het eerste lid van overeenkomstige toepassing en is het tweede lid niet van toepassing. Artikel 8. Intrekkingsbepaling en overgangsrecht De "Verordening onroerende-zaakbelastingen Helmond 2025” vastgesteld bij raadsbesluit van 5 november 2024, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 9, tweede lid genoemde datum van ingang van heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel 9. Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2026. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026. Artikel 10. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening onroerende-zaakbelastingen Helmond 2026.

Aldus besloten in zijn openbare vergadering van 4 november 2025. De raad voornoemd, de voorzitter

Gemeenteraad van Helmond Raadsvoorstel 59D

de griffier

blz. 65

Raadsvoorstel 59E Vergadering 4 november 2025

Gemeenteraad

Onderwerp

: Verordening precariobelasting Helmond 2026

B&W vergadering Dienst / afdeling Zaaknummer

: 23 september 2025 : FIN.FBB :

Aan de gemeenteraad, Deze belasting wordt geheven voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven gemeentegrond. Deze belasting geldt als algemeen dekkingsmiddel. Op grond van ervaringen van de eerdere jaren is gebleken, dat de precariobelasting tot wisselende opbrengsten kan leiden; de mate van gebruik van de openbare ruimte is moeilijk te voorspellen. Voorgesteld wordt de verschillende tarieven te verhogen met een indexering van 2,7% voor 2026, conform het algemene beleid hieromtrent. De opbrengsten worden voor het jaar 2026 geraamd op € 339.954,--. De inkomsten uit de verhuur van gemeentegrond, met name ten behoeve van brandstofpompen zijn hierbij inbegrepen.

Wij stellen u voor te besluiten conform bijgaande conceptverordening.

Burgemeester en wethouders van Helmond, de burgemeester

de secretaris

mr. S.C.C.M. Potters

E.P.H. Koop, MSc

Gemeenteraad van Helmond Raadsvoorstel 59E

blz. 66

Raadsbesluit 59E Vergadering 4 november 2025

Gemeenteraad

De raad van de gemeente Helmond; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 23 september 2025 gelet op het bepaalde in hoofdstuk XIX van de Gemeentewet en artikel 228 van de wet in het bijzonder;

besluit: vast te stellen de Verordening precariobelasting Helmond 2026;

Artikel 1. Definities Deze verordening verstaat onder: a. dag: een periode van 24 uren, aanvangende te 00.00 uur, of een gedeelte daarvan; b. week: een periode van zeven achtereenvolgende dagen; c. maand: een kalendermaand; d. jaar: een kalenderjaar e. vergunning: een door het gemeentebestuur verleende en in een gemeentelijke registratie opgenomen toestemming op grond waarvan een persoon een of meer voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond mag hebben; f. college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Helmond. Artikel 2. Belastbaar feit Onder de naam precariobelasting wordt een directe belasting geheven ter zake van het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, bedoeld of genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel. Artikel 3. Belastingplicht 1. De precariobelasting wordt geheven van degene die het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft, dan wel van degene ten behoeve van wie dat voorwerp of die voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond aanwezig zijn. 2.

In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt, indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, degene aan wie de vergunning is verleend of diens rechtsopvolger aangemerkt als degene bedoeld in het eerste lid, tenzij blijkt dat hij niet het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft. Artikel 4. Vrijstellingen De precariobelasting wordt niet geheven voor het hebben van: a) voorwerpen, indien de gemeente een recht heft op grond van artikel 229, eerste lid, onderdeel a, van de Gemeentewet, dan wel een privaatrechtelijke vergoeding is overeengekomen; b) voorwerpen, waarvan de gemeente genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is, met uitzondering van voorwerpen die in gebruik zijn bij een derde; c) voorwerpen, welke door of vanwege het rijk, de provincie en de gemeente, uitsluitend voor de uitoefening van hun publiekrechtelijke taak, zijn aangebracht of geplaatst; d) voorwerpen, waarvan de aanwezigheid door de gemeente op grond van een overeenkomst of anderszins rechtens moet worden gedoogd; e) Kiosken, wagens, kramen, manden, tenten, kisten, rekken, bakken, tonnen of dergelijke voorwerpen of uitstallen of opslaan van goederen en materialen alsmede verplaatsbare borden en zuilen, anders dan op

de marktplaatsen gedurende de aangewezen marktdagen, niet zijnde standplaatsen als bedoeld in artikel 5.2.3 APV Helmond 2020;

Gemeenteblad van Helmond Raadsbesluit 59E

blz. 67

f) Straatmeubilair, zoals banken, kunstvoorwerpen, e.d. die niet voor commerciële doeleinden zijn opgesteld en geen onderdeel uitmaken van standplaatsen of horecavoorzieningen zoals terrassen. g) wegwijzers en verkeersaanwijzingen van de Koninklijke Nederlandse Toeristenbond A.N.W.B. en van andere, hetzelfde doel nastrevende instellingen; h) een onverlicht plat aan de gevel bevestigd bedrijfsnaambord, voor zover: 1. de grootste afmeting niet meer bedraagt dan 0,60 meter en 2. het bord niet meer vermeldt dan de naam, het beroep of de aard van het bedrijf - eventueel aangevuld met samenhangende zakelijke mededelingen, waarmee geen reclame wordt beoogd - van de persoon of ondernemer, gevestigd in het pand, waaraan het bord is bevestigd; i) afvoerbuizen van hemelwater of van faecale stoffen; j) een zonnescherm of markies aan een uitsluitend tot bewoning dienend perceel; k) pilasters, plinten, kozijndorpels, gevelversieringen, goten, puilijsten, goot- of kroonlijsten, spionnen en soortgelijke uitstekende constructiedelen; l) draden, kabels, aardbuizen en pijpleidingen, die in loodrechte richting zijn aangebracht, dan wel rechtstreeks aansluiten aan de buizen, kabels, draden en leidingen van de gemeente; m) vlaggenstokken en vlaggen zonder reclame of handelsnaam; n) een feestverlichting, voor zover deze geen handelsreclame bevat; o) voorwerpen en werken aangebracht, geplaatst of

gebruikt voor de duur en in het kader van door of vanwege het gemeentebestuur georganiseerde evenementen; p) voorwerpen betreffende tijdelijke activiteiten met een cultureel, maatschappelijk promotioneel of daarmee gelijk te stellen ideëel motief, niet zijnde openbare nutsvoorzieningen of horecavoorzieningen zoals terrassen en tappunten. Artikel 5. Maatstaf van heffing en belastingtarief De precariobelasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel, met inachtneming van het overige in deze verordening bepaalde. Artikel 6. Berekening van de precariobelasting 1. Voor de berekening van de precariobelasting wordt met betrekking tot een in de tarieventabel genoemde lengte- of oppervlaktemaat een gedeelte daarvan als een volle eenheid aangemerkt. 2. Indien een tarief per oppervlakte is vastgesteld, wordt de precariobelasting berekend naar de oppervlakte van de horizontale projectie van de voorwerpen, tenzij anders is bepaald. 3. De oppervlakte van andere dan rechthoekige voorwerpen wordt gesteld op het product van de twee aangrenzende zijden van een om het voorwerp geplaatste denkbeeldige rechthoek. 4.

Indien de gemeente een vergunning heeft verleend, wordt voor de berekening van de precariobelasting aangesloten bij de geldigheidsduur van die vergunning, tenzij blijkt dat het belastbaar feit zich gedurende een kortere of langere periode heeft voorgedaan. In dat geval wordt aangesloten bij de feitelijk vastgestelde periode. 5. Indien in de tarieventabel voor een voorwerp tarieven voor verschillende tijdseenheden zijn opgenomen, wordt de precariobelasting berekend op de voor de belastingplichtige meest voordelige wijze. 6. In afwijking van het bepaalde in artikel 1 wordt voor de berekening van de precariobelasting: a. indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een weektarief, maar geen dagtarief is opgenomen, een gedeelte van een week gelijkgesteld met een week; b. indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een maandtarief, maar geen dag- of weektarief is opgenomen, een gedeelte van een maand gelijkgesteld met een maand. 7. Indien in de tarieventabel voor een voorwerp een dagtarief, weektarief of maandtarief is opgenomen en het belastingtijdvak een langere periode dan een dag, onderscheidenlijk een week of een maand omvat, gelden deze tarieven per dag, onderscheidenlijk week of maand van het belastingtijdvak. Artikel 7. Belastingtijdvak 1.

In de gevallen waarin de gemeente een vergunning heeft verleend, is ongeacht de geldigheidsduur van de vergunning het belastingtijdvak gelijk aan het kalenderjaar. 2. In andere dan de in het eerste lid bedoelde gevallen, is het belastingtijdvak de in het kalenderjaar gelegen aaneengesloten periode gedurende welke het belastbaar feit zich voordoet of heeft voorgedaan.

Gemeenteblad van Helmond Raadsbesluit 59E

blz. 68

Artikel 8. Wijze van heffing De precariobelasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel 9. Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1. In de gevallen bedoeld in artikel 7, eerste lid, is de precariobelasting verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt is de naar jaartarieven geheven precariobelasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde belasting als er in dat tijdvak, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor de naar jaartarieven geheven precariobelasting voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde precariobelasting als er in dat tijdvak, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij blijkt dat het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 10,--. 4. Belastingaanslagen met een totaalbedrag van minder dan € 50,-- worden niet opgelegd. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op één aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als één belastingaanslag. Artikel 10. Betalingstermijn 1.

In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet de aanslag worden betaald in één termijn, welke vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet. 2. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het voorgaande lid gestelde termijn. Artikel 11. Kwijtschelding Bij de invordering van de precariobelasting wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 12. Intrekkingsbepaling en overgangsrecht De 'Verordening precariobelasting Helmond 2025' vastgesteld bij raadsbesluit van 5 november 2024 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 13, tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel 13. Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2026. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026. Artikel 14. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening precariobelasting Helmond 2026.

Aldus besloten in zijn openbare vergadering van 4 november 2025. De raad voornoemd, de voorzitter

Gemeenteblad van Helmond Raadsbesluit 59E

de griffier

blz. 69

Tarieventabel behorende bij de "Verordening precariobelasting Helmond 2026” 0 01 02 03 04

Algemeen tarief Voorwerpen waarvoor onder de volgende nummers niet in het bijzonder is voorzien per m2, per jaar als onder nummer 01 per m2, per maand als onder nummer 01 per m2, per week als onder nummer 01 per m2, per dag

1

(vervallen)

2 21

Borden e.d. op de openbare weg Een niet verplaatsbaar bord of zuil op de openbare weg, per stuk, per jaar per stuk, per maand per stuk, per week

22 23 3 31

32 33 34

(vervallen)

6 61

Lichtbakken, lichtreclames e.d. Een lichtbak, lichtreclame, letterlichtreclame, lantaarn met opschrift of soortgelijk voorwerp

8 81

€ 39,10 € 4,98 € 2,28

Bouwwerken en -materialen Materialen zoals schutting, hekwerk, steiger, kalk- of timmerloods, directiekeet of dergelijke werken, per m2 in beslag te nemen terrein per maand Als onder 31 per week Als onder 31 per dag Indien de onder 31 tot en met 33 genoemde voorwerpen zich bevinden op de in 71 aangeduide parkeerplaatsen zullen voor de berekening van het tarief de tarieven van 71 van toepassing zijn.

4

7 71

€ 24,90 € 3,11 € 1,13 € 0,33

per 10 dm2, per jaar

€ € €

€ 16,30

Plaatsen van voorwerpen in parkeervak Het tarief bedraagt voor het plaatsen van voorwerpen anders dan een voertuig op een parkeerplaats waar parkeren slechts tegen betaling van parkeerbelasting of met gebruikmaking van een vergunning is toegestaan: per parkeerplaats per dag € Reclameborden, letteropschriften e.d. gevels Een reclamebord, uithangbord, letteropschrift, letterreclame, reclamekastje of vitrine of dergelijk voorwerp, zonder kunstverlichting, tegen of op een gevel, muur, wand, schutting of dergelijk werk per 10 dm2, per jaar

9

(vervallen)

10 101

Leidingen, buizen, kabels Leidingen, buizen, kabels, draden, duikers, zinkers en dergelijke

11

(vervallen)

12 121

Luifels, balkons, erkers, overbouwingen, e.d. Een luifel, erker, balkon, uitbouw, overbouwing en dergelijke onderdelen van bouwwerken, voor zover aanwezig aan bedrijfspanden,

Gemeenteblad van Helmond Raadsbesluit 59E

per m1, per jaar

3,48 1,74 0,58

25,70

€ 14,00

€

3,11

blz. 70

13 131

14 140 141 142 15 151

152 153 154 155

156 157 158

voor het bedrijfsgedeelte

per m2, per jaar

€ 11,30

Zonnescherm, markies Voor een zonnescherm of markies, voor zover aanwezig aan bedrijfspanden, voor het bedrijfsgedeelte

per m1, per jaar

€

Standplaatsen Standplaatsen als bedoeld in artikel 5.2.3 APV Helmond 2020, per vergunde weekdag, per 5 m2, per kwartaal als onder 140 per vergunde weekdag, per 5 m2, per maand als onder 140 per 5 m2, per dag Terrassen e.d. Terrasmeubilair als bedoeld in Artikel 1 van de geldende “Nadere regels terrassen Helmond”, parasols, terrasafscheidingen, plantenbakken, afvalbakken, menuborden, losstaande terrasverwarming, decoratieve objecten en bestekkasten (terrassen) voor het gehele kalenderjaar zijnde van 1 januari tot en met 31 december in gebied A. per m2 Onder het gebied A wordt begrepen het gebied van de gemeente Helmond gelegen binnen of aan het Oostende, Noordende, Binderseind, Zuidende, Kasteel-Traverse, de spoorlijn EindhovenVenlo tussen Burg. Van Houtlaan en Kanaaldijk N.W., Kanaaldijk N.W., Eikendreef, Kromme Steenweg, Steenweg en Kanaaldijk N.W. tot aan het Oostende. Als onder 151 per m2, per maand Als onder 151 per m2, per week Als onder 151 per m2, per dag Als onder 151 voor het gebied B voor het gehele tijdvak per m2 Onder het gebied B wordt begrepen het gebied van de gemeente Helmond niet vallende onder gebied A. Als onder 155 per m2, per maand Als onder 155 per m2, per week Als onder 155 per m2, per dag

8,80

€ 107,00 € 53,50 € 18,90

€ 20,00

€ € €

7,98 3,99 1,33

€ 14,60

€ € €

4,08 2,04 0,68

Besloten in de openbare vergadering van 4 november 2025. Mij bekend, de raadsgriffier

Gemeenteblad van Helmond Raadsbesluit 59E

blz. 71

Toelichting Verordening Precariobelasting Helmond 2026 Algemeen Precariobelasting wordt geheven op grond van artikel 228 van de Gemeentewet. Precariobelasting is verschuldigd voor het hebben van voorwerpen op openbare gemeentegrond. In alle gevallen waarin de overheid het gebruik van openbare grond veroorlooft of toelaat zal de algemene regel, neergelegd in de verordening Precariobelasting, toepassing vinden. Wanneer echter diezelfde overheid in een bepaald geval een bijzondere regeling treft bij overeenkomst, zal de algemene regel geen toepassing kunnen vinden, omdat zij voor dat geval op bijzondere voorwaarden het gebruik moet toestaan (bijvoorbeeld kermisverpachtingen). Samenloop met Reclamebelasting Bij de opstelling van de verordeningen precariobelasting en reclamebelasting is er door de gemeenteraad niet voor gekozen, om bij het samenvallen van de beide heffingen over een ogenschijnlijk gelijk object een van beide heffingen te laten vervallen. Dus als een reclamebord boven gemeentegrond hangt in het centrum, dan is zowel het gebruik van gemeentegrond als het hebben van een reclame-uiting belast. Omdat het gaat om twee verschillende belastbare feiten, maar ook omdat de aanwending van de opbrengsten totaal anders is, is deze keuze gemaakt.

De Precariobelasting is een algemene belasting voor gebruik van gemeentegrond, waarvan de opbrengsten ook ten goede komen van de algemene middelen van de gemeente. De Reclamebelasting is in het leven geroepen op verzoek van ondernemers in het Centrum (en later ook van de Engelseweg e.o.), waarbij de netto opbrengsten volledig ten goede komen aan de ondernemers van de betreffende gebieden. Daarom is het gerechtvaardigd beide heffingen naast elkaar te laten bestaan. Heffing staat los van vergunning Belastingplichtigen zien het feit dat ze een aanslag precariobelasting ontvangen soms als bewijs, dat ze hun voorwerpen op gemeentegrond mogen plaatsen. De precariobelasting wordt echter opgelegd als er voorwerpen daadwerkelijk op gemeentegrond geplaatst zijn, ongeacht of daarvoor wel of geen toestemming is verleend. Artikelen 1, 2 en 3 Begripsomschrijvingen, belastingplicht en belastbaar feit Deze artikelen zijn van praktische aard. In deze artikelen is bepaald, wie belastingplichtig is, wanneer sprake is van precariobelasting en enkele begripsbepalingen worden nader uitgelegd. De term ‘persoon’ in de begripsomschrijving ziet zowel op natuurlijke als op rechtspersonen. Artikel 4 Vrijstellingen Regelt de vrijstellingen.

Hierin is met ingang van 2017 de vrijstelling voor uitstallingen opgenomen, waardoor ook een aantal artikelen uit de tarieventabel, behorend bij deze verordening zijn geschrapt. Artikel 11 Kwijtschelding De raad heeft besloten voor deze belasting geen kwijtschelding te verlenen. Tarieventabel In de tarieventabel staan diverse onderdelen, waarbij samenloop met de heffing van de reclamebelasting kan voorkomen. Bij de precariobelasting wordt het feit dat een voorwerp zich op, boven of onder gemeentegrond bevindt als belastbaar feit gezien, bij de reclamebelasting is dat de reclame-uiting. De reclamebelasting is gekoppeld aan het Ondernemersfonds (tbv. Centrummanagement en Engelseweg) en daarmee praktisch een doelbelasting, dit in tegenstelling tot de precariobelasting, die puur een algemene belasting is. Onderdeel 2: Met een niet-verplaatsbaar bord of zuil wordt een voorwerp bedoeld, dat al dan niet rechtstreeks duurzaam met de grond is verenigd.

Gemeenteblad van Helmond Raadsbesluit 59E

blz. 72

Raadsvoorstel 59F Vergadering 4 november 2025

Gemeenteraad

Onderwerp

: Verordening reinigingsheffingen Helmond 2026

B&W vergadering Dienst / afdeling Zaaknummer

: 23 september 2025 : FIN.FBB :

Aan de gemeenteraad, Bij de vaststelling van de tarieven afvalstoffenheffing (woningen) en reinigingsrechten (niet-woningen) voor 2026 is rekening gehouden met de kosten voor afvalinzameling en bijdragen voor afval vanuit diverse bronnen, zoals voor papier, glas en PMD (plastic, metaal en drankkartons). In 2021 is overgestapt op een verdergaande vorm van diftar, waarbij per lediging moet worden afgerekend. Vanaf 2023 wordt vooraf alleen het vastrecht in rekening gebracht. Het aantal werkelijke ledigingen wordt na afloop van het belastingjaar of als dit eerder is na afloop van de belastingplicht, in rekening gebracht. Ook krijgen vrijwel alle percelen met verzamelcontainers voortaan alleen vastrecht vooraf in rekening gebracht en betalen zij per werkelijke storting in de (ondergrondse) verzamelcontainers. De afvalstoffenheffing mag niet meer dan kostendekkend zijn. Bij de berekening van de tarieven wordt dit als uitgangspunt genomen. De kosten stijgen door een hogere doorrekening onder andere als gevolg van een hogere doorrekening van kosten van Blink. Het vastrecht wordt geïndexeerd met de standaard 2,7%. De verder stijging wordt opgevangen door de tarieven van de ledigingen/stortingen extra te verhogen. Dit ook om te stimuleren tot een nog beter scheidingsgedrag.

Het tarief voor een huishouden met een 140 liter container en 7 ledigingen (het meest voorkomende tarief met gemiddeld aantal ledigingen) stijgt met ongeveer 6,7%. De zogenaamde poorttarieven van de Milieustraat, worden voor 2026 niet aangepast. Voor een nadere toelichting hierop wordt verwezen naar de paragraaf lokale heffingen, behorend bij de begroting 2026. De heffing wordt gecombineerd op het aanslagbiljet Gemeentelijke Heffingen met de WOZ-beschikking, de onroerende-zaakbelastingen, de rioolheffing en de hondenbelasting.

Wij stellen u voor te besluiten conform bijgaande conceptverordening.

Burgemeester en wethouders van Helmond, de burgemeester

de secretaris

mr. S.C.C.M. Potters

E.P.H. Koop, MSc

Gemeenteraad van Helmond Raadsvoorstel 59F

blz. 73

Raadsbesluit 59F Vergadering 4 november 2025

Gemeenteraad

De raad van de gemeente Helmond; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 23 september 2025 gelet op de artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b van de Gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet Milieubeheer;

besluit: vast te stellen de Verordening reinigingsheffingen Helmond 2026;

HOOFDSTUK I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1. Inleidende bepalingen Krachtens deze verordening worden geheven: a. afvalstoffenheffing; b. reinigingsrechten. Artikel 2. Definities Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: • ‘gebruik maken’ in hoofdstuk II Afvalstoffenheffing: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer; • grof huishoudelijk afval: huishoudelijke afvalstoffen die met enige regelmaat in een particulier huishouden vrijkomen, doch die te groot of te zwaar zijn om op dezelfde wijze als andere huishoudelijke afvalstoffen aan de periodieke inzameldienst te worden aangeboden, zoals grof snoeiafval of grof huisvuil; • bouw- en sloopafval: alle steensoorten zoals puin, tegels, grint, gasbetonblokken, cement, dakpannen, gips(-platen), asfalt en alle bouw- en sloophout zoals deuren, kozijnen, boeiboard, trespa, ramen zonder glas, balken, schroten, pallets, houten aanrechtbladen en aanrechtkasten; • gezamenlijke afvalinzameling: een inzamelvoorziening voor huishoudelijk afval die door verschillende percelen wordt gebruikt voor het wekelijks ophalen van afval, omdat geen individuele containers in bruikleen zijn gegeven aan een van desbetreffende percelen.

• gratis afvalstromen: glas, PMD, harde kunststoffen (schoon), papier, KCA, asbest, textiel, luiers, frituurvet en oliën, wit- en bruingoed / elektronica, tempex, EPS, piepschuim (schoon), kadavers van huisdieren, vlakglas, metalen, banden zonder velg (tot 5 stuks), gasflessen, TL-buizen, spaarlampen, compost en matrassen. • college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Helmond. • Vergeefse poging: de overbodige rit, omdat bij een vraag om omruiling, ophalen of extra lediging van een container deze niet is aangeboden.

HOOFDSTUK II

AFVALSTOFFENHEFFING

Artikel 3. Aard van de belasting en belastbaar feit 1. Onder de naam "afvalstoffenheffing" wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer. Gemeenteraad van Helmond Raadsbesluit 59F

blz. 74

2. De afvalstoffenheffing bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. Artikel 4. Belastingplicht De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. Artikel 5. Maatstaf van heffing en belastingtarief De afvalstoffenheffing wordt geheven aan de hand van en naar de maatstaven en de tarieven opgenomen in hoofdstuk 1 en 2 van de bij deze verordening behorende tarieventabel. Deze tarieventabel moet hier als volledig ingelast worden beschouwd. Artikel 6. Vrijstellingen Medische indicatie.

Een belastingplichtige die middels een medische verklaring kan aantonen dat ten gevolge van een ziekte of een lichamelijk ongemak, van een of meerdere personen van het huishouden op zijn of haar perceel, permanent beduidend meer restafval wordt geproduceerd dan op een perceel waar geen sprake is van deze ziekte of dat lichamelijk ongemak, wordt op schriftelijk verzoek vrijstelling verleend van een gedeelte van de belasting als bedoeld in artikel 1, onder a. Het maximale bedrag van de vrijstelling is gelijk aan het tarief voor 20 maal een lediging van een 140 liter container per persoon met medische indicatie binnen het huishouden. Als gebruik wordt gemaakt van een ander containervolume zal dat naar rato worden omgerekend. Bij percelen waar voor de afvalinzameling gebruik wordt gemaakt van verzamelcontainers is het maximale bedrag van de vrijstelling gelijk aan het tarief voor 84 maal een aanbieding van een vuilniszak met restafval per persoon met medische indicatie binnen het huishouden. Het vastrecht, als bedoeld onder 1.1, of indien van toepassing het vast bedrag uit artikel 1.2 van de Tarieventabel afvalstoffenheffing, blijft in beide gevallen verschuldigd; Artikel 7. Belastingtijdvak 1. 2.

Met betrekking tot de belasting bedoeld in de Tarieventabel afvalstoffenheffing onder 1.1 en 1.2, is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar; In de andere dan in het eerste lid bedoelde gevallen van de Tarieventabel afvalstoffenheffing en de tarieventabel Milieustraat, is het belastingtijdvak gelijk aan het kalenderjaar waarin zich het belastbare feit heeft voorgedaan, dan wel de belastbare feiten hebben voorgedaan.

Artikel 8. Wijze van heffing 1. De belasting bedoeld in de Tarieventabel afvalstoffenheffing wordt geheven bij wege van aanslag met dien verstande dat per belastbaar feit een afzonderlijke aanslag kan worden opgelegd. 2. De belasting bedoeld in de Tarieventabel milieustraat, wordt geheven door middel van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.

Gemeenteraad van Helmond Raadsbesluit 59F

blz. 75

Artikel 9. Kwijtschelding Bij de invordering van de afvalstoffenheffing wordt uitsluitend kwijtschelding verleend voor een bedrag, gelijk aan de belasting als vermeld in de Tarieventabel afvalstoffenheffing onder 1.1 (Vastrecht) vermeerderd met een bedrag gelijk aan maximaal 7 ledigingen van een 140 liter restafvalcontainer als bedoeld onder 1.3 van de tarieventabel afvalstoffenheffing. Als gebruik wordt gemaakt van een container met een ander volume blijft het maximumbedrag gelijk aan dat van het vastrecht vermeerderd met maximaal 7 ledigingen van een 140 liter restafvalcontainer. Bij percelen waar voor de afvalinzameling gebruik wordt gemaakt van verzamelcontainers wordt uitsluitend kwijtschelding verleend voor een bedrag, gelijk aan de belasting als vermeld in de Tarieventabel afvalstoffenheffing onder 1.1 (Vastrecht) vermeerderd met een bedrag gelijk aan maximaal 20 maal een aanbieding van een vuilniszak met restafval, als bedoeld onder 1.5 van de tarieventabel afvalstoffenheffing. De kwijtschelding wordt gerelateerd aan de duur van de belastingplicht en wordt verleend voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat belastingjaar verschuldigde belasting, als de belastingplicht duurt. Dit geldt zowel voor het Vaste bedrag (Tarieventabel 1.1 en 1.2) als voor het variabele deel (Tarieventabel 1.3 tot en met 1.5). Artikel 10. Ontstaan van de belastingschuld 1.

De belasting bedoeld in de Tarieventabel afvalstoffenheffing onder 1.1 en 1.2, is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat belastingjaar verschuldigde belasting als er in dat belastingjaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog kalendermaanden overblijven. 3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat belastingjaar verschuldigde belasting als er in dat belastingjaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 4. Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in gebruik neemt. 5. De belasting bedoeld in de Tarieventabel afvalstoffenheffing onder 1.3 tot en met 1.12 alsmede in de Tarieventabel milieustraat, is verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening. Artikel 11. Termijnen van betaling 1.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16004764/3