RV 055 Ontwerp GR Regionaal Bedrijventerrein Brainport Oost -gewijzigd
Tekst van het document
Raadsvoorstel Raadsvergadering Onderwerp Portefeuillehouder College besluit Zaaknummer
55 9 september 2025
Gemeenteraad Ontwerp gemeenschappelijk regeling Regionaal Bedrijventerrein Brainport Oost M.V. de Kort 1 juli 2025 52576777
Aan de gemeenteraad, Het college stelt u voor: 1. Geen zienswijze in te dienen op de ontwerpregeling Gemeenschappelijke Regeling ‘Regionaal Bedrijventerrein Brainport-Oost’ Samenvatting Het doel van het voorstel is de samenwerkingsvorm te realiseren voor het regionale bedrijventerrein Brainport Oost in het gebied Lungendonk – Varenschut. Deze fase van besluitvorming over de op te richten gemeenschappelijke regeling vormt het voorzienbare vervolg op de vaststelling februari jongstleden van de uitgangspunten voor de samenwerkingsvorm door de colleges van Burgemeester en Wethouders van de gemeenten Asten, Deurne, Gemert-Bakel, Helmond, Laarbeek en Someren. In de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) is vastgelegd dat de raden op twee momenten formeel worden betrokken. Als eerste is er een zienswijzeprocedure waar raden hun wensen en bedenkingen op de concept regeling kunnen geven. Als tweede is er een toestemmingsprocedure waar raden de finale toestemming wordt gevraagd. Met het voorliggende besluit van elk van de zes colleges start het formele zienswijze proces met de zes gemeenteraden. Deze periode duurt formeel 8 weken. Beoogd wordt dat de zes gemeenteraden uiterlijk in september 2025 een besluit nemen over de zienswijze. Daarna start de toestemmingsprocedure. Voorgaande besluitvorming 1.
Verwerving gronden ten behoeve van Regionaal Bedrijventerrein Brainport Oost – 01-07-2025 2. Convenant Regionaal Bedrijventerrein Brainport Oost – 10-09-2024 3. Wvg gronden plangebied Regionaal Bedrijventerrein Brainport Oost – 07-12-2023 Waarom De gemeenteraad heeft de rol om op een Ontwerp Gemeenschappelijke Regeling zienswijze in te dienen of om dat niet te doen. Argumenten Een zienswijze procedure te starten 1.1 Een zienswijze procedure is verplicht in de Wet gemeenschappelijke regelingen. Sinds de wijziging van de Wgr (1 juli 2022) is het verplicht om bij het aangaan van, wijzigen van, toetreden tot en uittreden uit een gemeenschappelijke regeling (welke niet mede door de raden is getroffen) de raden de mogelijkheid te bieden om een zienswijze op het ontwerp van de regeling te geven. 1.2 Met het vaststellen van gemeenschappelijke regeling wordt gevolg en inhoud gegeven aan de uitgangspuntenfase Bij de vaststelling van de gemeenschappelijke regeling wordt gevolg gegeven aan de positieve besluitvorming in februari over de uitgangspunten en de voorgestelde rechtsvorm voor de samenwerking. De inhoud van de ontwerpregeling is gebaseerd op de uitgangspunten zoals door de colleges zijn vastgesteld in februari en voorbereid door de ambtelijke werkgroep met de ambtenaren economie en de juridisch adviseurs van de gemeenten.
Gelet op de aard van de taak, het belang dat partijen hechten aan het maatschappelijke en openbaar belang en het gegeven dat het realiseren van het RBT BPO gedurende de looptijd van de regeling beleidsrijke bijsturing nodig kan hebben, heeft het de voorkeur om voor de samenwerking RBT BPO te kiezen voor een gemeenschappelijke regeling met een openbaar lichaam. In deze vorm wordt de invloed van de gemeenteraad het beste geborgd en een andere rechtsvorm brengt geen financiële voordelen met zich mee.
Gemeenteraad van Helmond
Blz. 1 van 5
1.3 Uitwerking van het uitgangspunt van een gebalanceerde stemverhouding, evenredig met het genomen risico De inhoud van de voorliggende ontwerpregeling is gebaseerd op het uitgangspunt van een gebalanceerde stemverhouding waarbij geen van de deelnemers een vetorecht heeft en bij besluitvorming consensus wordt nagestreefd. In de operationalisering van het woord ‘gebalanceerd’ is gestreefd naar balans tussen zeggenschap en risico. Daarbij zijn verschillende mogelijke verdeelsleutels denkbaar, zoals verdeling zeggenschap en risico naar evenredigheid (ieder een gelijk aandeel), naar rato van oppervlakte, naar rato van inwonertal en naar rato van behoefte aan bedrijventerrein (bij de Peelgemeenten en in de oostflank SGE-gebied). Naar het oordeel van de betrokken gemeenten doet een zeggenschaps- en risicoverhouding van 60% voor de 5 Peelgemeenten en 40% voor de gemeente Helmond het meeste recht aan het belang en de draagkracht van de deelnemende gemeenten. In een separate toelichting is genoemde overweging over de verdeling van de zeggenschap en het risico nader onderbouwd. De gemeente Helmond, als grootste gemeente in de samenwerking, heeft daarmee een risico van 40%, de andere deelnemende gemeenten ieder 12%.
Om blokkerende vetomacht van de gemeente Helmond te voorkomen, is daarnaast in de regeling opgenomen dat besluiten slechts tot stand kunnen komen indien zij worden genomen met ten minste 55% van het totale stemgewicht, én instemming van ten minste vier van de zes deelnemers (dubbele meerderheidsregel). Mochten op een later moment andere gemeenten willen toetreden, kan bij wijziging van de gemeenschappelijke regeling die dan nodig is tevens de meerderheidsregel opnieuw worden bekeken en indien gewenst worden vereenvoudigd. 1.4 De deelname van Helmond van 40% is het aandeel van de SGE Het Regionaal Bedrijventerrein is voor 40% voor de behoefte van de SGE. De SGE-gemeenten hebben zich bereidt verklaart om financieel bij te dragen. Een uitwerking en onderverdeling van deze 40% is onderwerp van het gesprek wat momenteel in SGE-verband wordt gevoerd. 1.5 Deelnemen is in het belang van de regio Deelname is in het belang van onze gemeente, omdat de ontwikkeling van Brainport Oost een antwoord biedt op de behoefte die er is aan een uitbreidingslocatie voor economische groei binnen de Brainport-regio. De ontwikkeling van Brainport Oost komt voort uit de noodzaak om ruimte te bieden voor innovatieve bedrijven en hoogwaardige werkgelegenheid in de regio en de verplaatsing van bedrijven.
De uitbreidingslocatie geeft vestigingsruimte voor aan Brainport gerelateerde bedrijven en bedrijven die passen bij de economische structuur van de regio. Daarnaast wordt door deelname aan de GR RBT Brainport Oost een ontwikkeling gerealiseerd die een positieve impact gaat hebben op de werkgelegenheid in de regio. 1.6 Er worden alleen collegebevoegdheden overgedragen Alleen bevoegdheden van de colleges van B&W gaan over naar de gemeenschappelijke regeling. De raadsbevoegdheden gaan niet over. De gemeenteraden blijven daarmee de kaderstellende bevoegdheden behouden. Met de vorming van de GR komen daar ook wettelijke bevoegdheden bij die direct voorkomen uit de Wgr (bijvoorbeeld een zienswijze op de begroting). Kanttekeningen en risico’s 1.1 Deelname in de regeling levert een financieel risico op voor de deelnemers Na besluitvorming over de gemeenschappelijke regeling tot deelname ontstaat mogelijk een financieel risico. Hoe hoog dit risico is, zal na actualisering van de grondexploitatieberekeningen duidelijker worden. Het risico zal in de begrotingen van de deelnemers moeten worden verwerkt. De financiële verplichting heeft een voorziene looptijd van 15 jaar. 1.2 Niet alle beoogde deelnemers stemmen in met deelname Wanneer niet alle beoogde deelnemers deelnemen in de GR dient de ontwerpregeling te worden aangepast.
Dit heeft gevolgen voor het risico en de zeggenschapsverhoudingen. Het besluitvormingsproces dient dan opnieuw te worden doorlopen. Financiën De gemeenten Asten, Deurne, Gemert-Bakel, Helmond, Laarbeek en Someren hebben afgesproken elk jaar, gedurende de drie jaren 2023, 2024 en 2025, jaarlijks € 100.000 bij te dragen. Van deze in totaal € 1,8 miljoen zijn onder andere bekostigd de projectorganisatie, de locatiestudie, de principeschetsen en onderbouwing, de grondexploitatieberekening, de milieuscan en ook de (externe) advieskosten om te komen tot de oprichting van de beoogde samenwerking. De uitvoeringskosten tot eind juni 2025 bedragen € 1,2 miljoen. Er rest dan een nog bedrag van ruim € 600.000. Het resterende budget lijkt daarmee toereikend om in de tweede helft van 2025 en in de Gemeenteraad van Helmond
Blz. 2 van 5
eerste helft van 2026, naast de oprichting van de samenwerking, ook nog stappen te zetten in het ruimtelijk proces zoals het uitvoeren van onderzoeken, het opstellen van een programma van eisen, het maken van een voorlopig ontwerp en het actualiseren van de grondexploitatieberekening. Voor de langere termijn geldt dat In eerdere communicatie naar uw raad is aangegeven dat de grondexploitatie vooralsnog een negatief resultaat laat zien van circa € 16 miljoen. Het uitgangspunt van de grondexploitatie is en blijft om richting een neutraal eindresultaat te komen. De inzet van de provincie is om mee te doen aan het verkleinen van de financiële risico’s en de mogelijke onrendabele top van RBT Brainport Oost. Hiervoor wordt mogelijk de immunisatieportefeuille aangewend, waarover op een later moment besluitvorming in GS en PS plaatsvindt. Bij concretere uitwerking naar een voorlopig ontwerp in 2025 onderzoeken we ook mogelijke voordelen in de aanscherping van de grondexploitatieberekening. Een hogere grondprijs voor logistieke kavels zal meegenomen worden bij de herziening van de grondexploitatie. Op basis van bovenstaande, en de mogelijke hulp vanuit de provincie Noord-Brabant, Eindhoven en eventuele andere SGE-gemeenten is een budgettaire neutrale exploitatie haalbaar.
Met de huidige stand van zaken en bovenstaande informatie wordt op dit moment ingeschat dat het exploitatieresultaat tussen € 0 en € – 5 miljoen euro zal liggen. Het uitgangspunt van de grondexploitatie is een neutraal eindresultaat. Dit kan echter op dit moment nog niet worden gegarandeerd. Het uitgangspunt van het totale project is dat het kwalitatieve resultaat belangrijker is dan het bedrag onder aan de streep bij de grondexploitatie. Dit moet met elkaar in balans zijn, en zo wordt er ook gezocht naar een zoveel als mogelijke budgettair neutrale exploitatie. Indien er een negatieve grondexploitatie resteert, wordt het tekort door de deelnemende gemeenten gedeeld op de door de BBV voorgeschreven wijze (winsten/ verliezen nemen conform voortgang grondexploitatie). In de voorliggende regeling is voorzien in de volgende verdeling van de financiële risico’s (en eventuele te realiseren winsten): 12% deel gemeente Asten a. 12% gemeente Deurne b. 12% deel gemeente Gemert-Bakel c. 40% deel gemeente Helmond* d. 12% deel gemeente Laarbeek en e. 12% deel gemeente Someren. f. * SGE aandeel, overleg nadere onderverdeling loopt.
De exploitatie zal pas opgestart worden na oprichting van de samenwerking, waarbij de € 1,8 miljoen ingebracht door de gemeenten Asten, Deurne, Gemert-Bakel, Helmond, Laarbeek en Someren worden opgenomen in de grondexploitatie. Na een definitief besluit tot deelname en vaststelling van de GREX zullen de deelnemende gemeenten hiermee rekening moeten houden in de P&C-documenten. Het Algemeen bestuur van de GR kan voorstellen doen tot wijziging van de regeling met (latere) toetreding van een nieuwe deelnemer. Het Algemeen Bestuur regelt de gevolgen van de toetreding en kan aan de toetreding voorwaarden verbinden. Toetreding kan plaatsvinden bij daartoe strekkende gelijkluidende besluiten van de colleges van de deelnemers, met inbegrip van het college van de toetredende gemeente, na verkregen toestemming van de raden conform artikel 1 Wgr. Participatie Deze ontwerp-gemeenschappelijke regeling is tot stand gekomen in samenwerking met de vijf peelgemeenten. Communicatie Niet van toepassing.
Gemeenteraad van Helmond
Blz. 3 van 5
Uitvoering en tijdspad De oprichting en inrichting van een GR is een gefaseerd proces met de volgende stappen: a. De ontwerpregeling wordt aan de gemeenteraden gezonden voor zienswijzen. De gemeenteraden hebben acht weken om een zienswijze in te dienen op de ontwerpregeling. b. Nadat alle zienswijzen binnen zijn, of de termijn is verstreken, wordt een weging gemaakt van de zienswijzen en eventueel (als de zienswijzen daartoe aanleiding geven) wordt de tekst van de gemeenschappelijke regeling aangepast. (gepland eind 2025) c. Via de colleges worden de gemeenteraden gevraagd toestemming te verlenen om in te stemmen met de (definitieve) regeling. (gepland eind 2025) d. Na verkregen toestemming kunnen de colleges instemmen met de definitieve regeling. (begin 2026) e. Wanneer alle colleges, na verkregen toestemming, hebben ingestemd kan de regeling worden bekendgemaakt. (gepland begin 2026) Na de bekendmaking wordt de organisatie verder ingericht zodat deze zo spoedig mogelijk na bekendmaking kan gaan werken aan het realiseren van het RBT Brainport Oost. Daarbij zal de aandacht uitgaan naar een efficiënte uitvoeringsorganisatie en volledige transparantie over kosten en opbrengsten. Als grondgebied-gemeente zal de Gemeente Helmond ook specifieke aandacht hebben voor de eigendomsrechten en de afstemming met het naburige bedrijventerrein Varenschut-Noord.
Sturing op deze onderdelen vindt onder meer plaats via het Algemeen Bestuur van de GR en de nog overeen te komen Directie-statuten. Procesinformatie en overige raadsinformatie Gelijktijdig in de gemeenteraadsvergadering van 9 september 2025 wordt u gevraagd te besluiten over: - Addendum Convenant Regionaal Bedrijventerrein Brainport Oost - Kaders Regionaal Bedrijventerrein Brainport Oost Burgemeester en wethouders van Helmond
mr. S.C.C.M. Potters burgemeester
E.P.H. Koop, MSc gemeentesecretaris
Bijlagen 1. Ontwerp-gemeenschappelijke regeling ‘Regionaal Bedrijventerrein Brainport Oost’ 2. Toelichting verdeling zeggenschap en risico
Gemeenteraad van Helmond
Blz. 4 van 5
Raadsbesluit Vergadering
55 9 september 2025
Gemeenteraad
De raad van de gemeente Helmond; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 1 juli 2025; gelet op de bepalingen van de Gemeentewet;
besluit: 1. Geen zienswijze in te dienen op de ontwerpregeling Gemeenschappelijke Regeling ‘Regionaal Bedrijventerrein Brainport-Oost’
Aldus besloten in zijn openbare vergadering van 9 september 2025. De raad voornoemd, de voorzitter,
de griffier,
Sjoerd Potters
Garrelt de Graaf
11-09-2025
10-09-2025
Gemeenteraad van Helmond
Blz. 5 van 5