CConstaterende datHelmond
Koppel je AI →
Document · PDF

RV 054 Kaders Regionaal Bedrijventerrein Brainport Oost - gewijzigd

Gemeenteraad 9 september 2025, gemeente HelmondBij agendapunt: Kaders regionaal bedrijventerrein Brainport Oost3.976 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel Raadsvergadering Onderwerp Portefeuillehouder College besluit Zaaknummer

54 9 september 2025

Kaders Regionaal Bedrijventerrein Brainport Oost M.V. de Kort 1 juli 2025 52576793

Gemeenteraad

Aan de gemeenteraad, Het college stelt u voor: 1. De kaders ten behoeve van de realisatie van het Regionaal Bedrijventerrein Brainport-Oost, vast te stellen; 2. Het college van B&W de opdracht geven om aan deze kaders in regionaal verband invulling te geven; Samenvatting De gemeenten binnen de regio’s De Peel en het Stedelijk gebied Eindhoven (SGE) hebben al jaren geleden geconstateerd dat er behoefte is aan een uitbreidingslocatie voor economische groei binnen de Brainportregio. Deze ambitie komt voort uit de noodzaak om ruimte te bieden voor innovatieve bedrijven en hoogwaardige werkgelegenheid in de regio. De uitbreidingslocatie moet vestigingsruimte geven aan Brainport gerelateerde bedrijven en bedrijven die passen bij de economische structuur van De Peel. Eind vorig jaar is de Visie Werklocaties Metropoolregio Eindhoven (MRE) door de raden vastgesteld. Hierin is nadrukkelijk aangegeven dat de MRE een krachtige regio is die nationaal én internationaal bekendstaat om haar voorlopers rol op het gebied van technologische innovaties. Duidelijk is dat er te weinig ruimte is om alle bedrijvigheid die zich in de regio wil vestigen een plek te bieden en tegelijkertijd bestaande bedrijvigheid te laten groeien. De regio zet dan ook in op selectieve groei. Het Regionaal Bedrijventerrein Brainport-Oost wordt een Toekomstbestendig Bedrijventerrein.

Dit houdt onder andere in dat het terrein een bijdrage moet leveren aan de economische ontwikkeling en de werkgelegenheid van de regio. Tevens moet het terrein een bijdrage leveren aan de energietransitie en klimaat adaptief zijn. Het moet een gezonde en groene werkomgeving bieden en inzetten op duurzame mobiliteit. Een hoge organisatiegraad (collectiviteit) is belangrijk. Op basis van de prognoses betreffende de vraag naar bedrijventerreinen en de onderscheiden werkmilieus zijn de hoofdlijnen van het profiel voor het Regionaal Bedrijventerrein Brainport-Oost (RBT BO) bepaald. Het regionale bedrijventerrein moet zich primair gaan richten op het huisvesten van bedrijven vallend binnen het werkmilieu grootschalige productie (groter dan 1 hectare, milieucategorie 2 t/m 4) met aanvullend ruimte voor het werkmilieu grootschalige logistiek (groter dan 3 hectare). Duidelijk is wel dat sprake moet zijn van Brainport gerelateerde bedrijven! De basis van het profiel bestaat uit de reeds aanwezige bedrijven in de directe omgeving in Zuidoost-Brabant die willen uitbreiden en verplaatsen. Dit sluit aan op het ‘makersdistrict’ van Zuidoost-Brabant wat de Peel is: een gebied met een omvangrijk en gevarieerd cluster aan praktisch ingestelde maakbedrijven, met bijzondere accenten op foodtech en automotive.

Het gros van deze bedrijven is direct of indirect verbonden aan het hightech ecosysteem van de Brainport en daarmee ook essentieel voor haar economisch succes. Deze vraag komt van reeds in de regio gevestigde bedrijven (o.a. automotive, agro- en food sector), maar nadrukkelijk ook van bedrijven van buiten de regio die van meerwaarde zijn voor het Brainport ecosysteem, zoals beschreven in de door de raden vastgestelde Visie Werklocaties Metropoolregio Eindhoven. Op 23 mei 2024 ondertekenden de gemeenten Helmond, Someren, Deurne, Asten, Gemert-Bakel en Laarbeek het “Convenant Bedrijventerrein Brainport-Oost, Peelgemeenten”. In dit convenant spraken de partners af om samen een regionaal bedrijventerrein te ontwikkelen en de financiële risico's te delen bij de aan- en verkoop koop van gronden in het kader van het voorkeursrecht. Hiervoor wordt een gemeenschappelijke regeling opgericht. Aan uw raad wordt gevraagd om kaders vast te stellen voor deze regionale ontwikkeling. Met deze kaders kunnen de colleges en raden van de toekomstige deelnemers aan de GR een goed besluit nemen over deelname aan de GR.

Gemeenteraad van Helmond

Blz. 1 van 8

Voorgaande besluitvorming Verwerving gronden ten behoeve van Regionaal Bedrijventerrein Brainport Oost – 01-07-2025 Convenant Regionaal Bedrijventerrein Brainport Oost – 10-09-2024 Wvg gronden plangebied Regionaal Bedrijventerrein Brainport Oost – 07-12-2023 Waarom Gelijktijdig ligt in uw raad voor ten aanzien van de zienswijze voor de gemeenschappelijke regeling. De periode tot de oprichting van de Gemeenschappelijke Regeling Regionaal Bedrijventerrein Brainport-Oost (gepland voor Q1 2026) om een goed ruimtelijk programma van eisen, stedenbouwkundig ontwerp, uitgifteproces en een geactualiseerde grondexploitatieberekening te maken. Hiervoor zijn al stappen gezet, zoals een QuickScan milieuaspecten, lopende milieuonderzoeken en inbreng vanuit beleids- en vakdisciplines. Uw raad wordt gevraagd kaders vast te stellen voor deze regionale ontwikkeling. Met deze kaders kunnen de colleges en raden van de toekomstige deelnemers aan de GR een goed besluit nemen over deelname aan de GR. Argumenten 1.1 Er is behoefte aan een uitbreidingslocatie voor de economische groei van de Brainportregio De gemeenten binnen de regio’s De Peel en het Stedelijk gebied Eindhoven (SGE) hebben al jaren geleden geconstateerd dat er behoefte is aan een uitbreidingslocatie voor economische groei binnen de Brainportregio.

Deze ambitie komt voort uit de noodzaak om ruimte te bieden voor innovatieve bedrijven en hoogwaardige werkgelegenheid in de regio. De uitbreidingslocatie moet vestigingsruimte geven aan Brainport gerelateerde bedrijven en bedrijven die passen bij de economische structuur van De Peel. Eind vorig jaar is de Visie Werklocaties Metropoolregio Eindhoven (MRE) door de raden vastgesteld. Hierin is nadrukkelijk aangegeven dat de MRE een krachtige regio is die nationaal én internationaal bekendstaat om haar voorlopers rol op het gebied van technologische innovaties. Duidelijk is dat er te weinig ruimte is om alle bedrijvigheid die zich in de regio wil vestigen een plek te bieden en tegelijkertijd bestaande bedrijvigheid te laten groeien. De regio zet dan ook in op selectieve groei. Door een economisch profiel te kiezen worden bestaande, succesvolle ecosystemen benut en wordt synergie tussen bedrijven in de regio bevorderd. Het Regionaal Bedrijventerrein Brainport-Oost wordt een Toekomstbestendig Bedrijventerrein. Dit houdt onder andere in dat het terrein een bijdrage moet leveren aan de economische ontwikkeling en de werkgelegenheid van de regio. Tevens moet het terrein een bijdrage leveren aan de energietransitie en klimaat adaptief zijn. Het moet een gezonde en groene werkomgeving bieden en inzetten op duurzame mobiliteit. Een hoge organisatiegraad (collectiviteit) is belangrijk.

Het oorspronkelijke Wvg-gebied van circa 150 hectare is, met verkleining van Lungendonk, teruggebracht naar circa 100 hectare. Dit gebied vormt het uitgangspunt voor de vestiging van Bedrijventerrein Brainport Oost en de uitwerking van de businesscase.

Principeschets (variant) RBT Brainport Oost 1.2 Ontwikkeling in lijn met de Visie Werklocaties MRE Op basis van de prognoses betreffende de vraag naar bedrijventerreinen en de onderscheiden werkmilieus zijn de hoofdlijnen van het profiel voor het Regionaal Bedrijventerrein Brainport-Oost (RBT BO) bepaald. Het regionale bedrijventerrein moet zich primair gaan richten op het huisvesten van bedrijven vallend binnen het werkmilieu grootschalige productie (groter dan 1 hectare, milieucategorie 2 t/m 4) met aanvullend ruimte voor het werkmilieu grootschalige logistiek (groter dan 3 hectare). Duidelijk is wel dat sprake moet zijn van Brainport gerelateerde bedrijven!

Gemeenteraad van Helmond

Blz. 2 van 8

De basis van het profiel bestaat uit de reeds aanwezige bedrijven in de directe omgeving in Zuidoost-Brabant die willen uitbreiden en verplaatsen. Dit sluit aan op het ‘makersdistrict’ van Zuidoost-Brabant wat de Peel is: een gebied met een omvangrijk en gevarieerd cluster aan praktisch ingestelde maakbedrijven, met bijzondere accenten op foodtech en automotive. Het gros van deze bedrijven is direct of indirect verbonden aan het hightech ecosysteem van de Brainport en daarmee ook essentieel voor haar economisch succes. Deze vraag komt van reeds in de regio gevestigde bedrijven (o.a. automotive, agro- en food sector), maar nadrukkelijk ook van bedrijven van buiten de regio die van meerwaarde zijn voor het Brainport ecosysteem, zoals beschreven in de door de raden vastgestelde Visie Werklocaties Metropoolregio Eindhoven. 1.3. Kaders zijn helpend bij een juiste ontwikkeling van het RBT De volgende kaders worden meegeven bij de verdere ontwikkeling van het RBT: 1. Financieel – een neutrale of positieve grondexploitatie Het doel en daarmee ook het kader is dat de grondexploitatie van het bedrijventerrein op eindwaarde een neutraal of positief resultaat heeft. Meerdere aspecten die nog uitwerking vragen zijn van invloed op het uiteindelijke eindresultaat. Er wordt nadrukkelijk steun gezocht bij overige overheden, zoals het rijk, de provincie Noord-Brabant en de gemeente Eindhoven.

Zo is er de inzet van de provincie om mee te doen aan het verkleinen van de financiële risico’s en de mogelijke onrendabele top van het RBT BO. Hiervoor went zij mogelijk haar immunisatieportefeuille aan. 2. Ruimtelijk programma a. type bedrijvigheid passend bij zowel de Peel als de SGE Het RBT BO is primair gericht op het huisvesten van grootschalige productiebedrijven (> 1 ha en milieu categorie 2 t/m 4) die Brainport gerelateerd zijn en die aansluiten bij de economische structuur en dynamiek van de regio’s SGE en De Peel. Daarnaast wordt, op verzoek van de raden (die dit in de Regionale visie werklocatie hebben vastgesteld), gekeken of op het RBT BO ook ruimte geboden kan worden aan grootschalige logistieke bedrijven (> 3 ha) die nadrukkelijk Brainport gerelateerd moeten zijn. Het gaat om het bieden van ruimte om aan de vraag te voldoen. Deze vraag komt van reeds in de regio gevestigde bedrijven (o.a. automotive, agro- en food sector), maar ook van bedrijven van buiten de regio die van meerwaarde zijn voor het Brainport ecosysteem, zoals beschreven in de door de betrokken raden van de regio’s De Peel en SGE vastgestelde Visie Werklocaties Metropoolregio Eindhoven. Met de komst van de Omgevingswet komen de tot nu toe gehanteerde milieu categorieën te vervallen.

De in de nieuwe Handreiking Activiteiten en Milieuzonering 2024 van de VNG beschreven nieuwe systematiek voor milieuzonering werkt niet meer met zones gekoppeld aan milieucategorieën en een Lijst van activiteiten met afstanden per activiteit. In plaats daarvan wordt gewerkt met zones met milieuwaarden die de gebruiksruimte per activiteit begrenzen, zónder een Lijst van activiteiten. Uitgangspunt blijft functiescheiding waar dat nodig is en het toepassen van inwaartse zonering binnen bedrijventerreinen en andere werkterreinen. Uitgangspunt voor de ontwikkeling van het RBT BO is inwaartse zonering. Bij inwaartse zonering worden afstanden bepaald vanaf woningen naar bedrijven. Het vertrekpunt van de afstandsbepaling zijn de woningen, en niet het bedrijventerrein zelf. Hoe hoger de milieucategorie van een bedrijf, hoe groter de afstand tot woningen moet zijn. Dit zorgt ervoor dat de meest milieubelastende bedrijven verder van woningen gevestigd zijn, en zo de leefkwaliteit van de omgeving behouden wordt. b. Streven naar een Toekomstbestendig bedrijventerrein Het RBT BO wordt een Toekomstbestendig Bedrijventerrein. Bij de concretisering hiervan sluiten we aan bij de Brainport Principes zoals beschreven in de Uitvoeringsagenda, zijnde een uitwerking van de reeds genoemde Visie Werklocaties: Passende beeldkwaliteit – we stellen eisen aan de kwaliteit van bedrijfsvastgoed.

Duurzame werklocaties – werklocaties in de MRE lopen voorop op de thema’s duurzaam, gezond, bereikbaar en klimaat adaptief. Concreet betekent dit dat nieuwe terreinen zoveel mogelijk energieneutraal of energiepositief moeten zijn, dat ze indien mogelijk bijdragen aan de circulaire economie, voldoende groen en water herbergen, en op alle terreinen maatregelen zijn toegepast die de biodiversiteit bevorderen. Daarnaast dient de ov-potentie maximaal te worden benut op nieuwe locaties. Georganiseerde werklocaties – bij nieuw te ontwikkelen locaties stellen we voorwaarden aan collectiviteit bijvoorbeeld in de vorm van verplicht parkmanagement.

Gemeenteraad van Helmond

Blz. 3 van 8

c. Robuuste landschap ecologische en cultuurhistorische inpassing Een samenhangende structuur die landschappelijk en stedelijk gebied landschappelijk en cultuurhistorische verbindt is een belangrijk uitgangspunt. Bij het uiteindelijke ontwerp van het bedrijventerrein wordt nadrukkelijk rekening gehouden met de waterbergingseisen, de huidige landschappelijke en ecologische kwaliteiten en een robuuste inpassing in de omgeving. Het groen en natuur wordt dan ook geschikt gemaakt voor extensief recreatief medegebruik, bijvoorbeeld voor het pauze-ommetje. d. Evenwichtige toedeling van functies aan locaties (acceptabele woon- en leefklimaat) rondom het plangebied We streven naar een goed woon- en werkklimaat. Dit vraagt om een goede landschappelijke inpassing van het terrein, van een goede verkeersafwikkeling die vooral sluipverkeer tegen gaat, maar ook dat we met de invulling van het terrein rekening houden met het voorkomen van hinder en overlast voor de omgeving. Dit laatste aspect heeft een directe relatie met het type bedrijven dat we wel en niet toestaan op het bedrijventerrein. Onder andere via zogenoemde inwaartse milieuzonering wordt daarnaast voorkomen dat omliggende woonwijken overlast gaan ondervinden van het bedrijventerrein c.q. van individuele bedrijven e.

Ruimte voor huisvesting van arbeidsmigranten Recentelijk heeft uw college het Regionale Afsprakenkader Arbeidsmigratie Helmond – De Peel vastgesteld. Hierin wordt duidelijk aangegeven dat er een directe relatie bestaat tussen de groei van bedrijvigheid in de regio en de aanwezigheid van arbeidsmigranten. Het is van belang om deze relatie mee te nemen in de ontwikkeling van het bedrijventerrein, om zo te waarborgen dat er voldoende huisvesting aanwezig is voor arbeidsmigranten. Op deze wijze zorgen we ervoor dat deze groep op een goede en kwalitatieve manier gehuisvest wordt, die ook passend is bij de vraag van deze doelgroep. Het faciliteren van huisvesting voor arbeidsmigranten, zowel binnen als buiten het plangebied, is daarmee een belangrijk onderdeel van de ontwikkeling van het regionale bedrijventerrein. f. Goede verkeersafwikkeling Het beoogde bedrijventerrein is gelegen op korte afstand van de A67 en de kern Lierop. Bij de ontwikkeling van dit bedrijventerrein wordt aangesloten op het hoofdwegennet. De afwikkeling van verkeers- en vervoersstromen van en naar het RBT BO mag geen negatieve effecten hebben op de omliggende weginfrastructuur.

Belangrijk is dan ook dat aangesloten wordt op de lopende studie Zuidelijke ontsluiting Helmond (Oostelijke Randweg), dat rekening wordt gehouden met de ontwikkeling van het bedrijventerrein Varenschut-Noord in Helmond, dat ingrepen gepleegd worden om sluipverkeer, in en rond Lierop, te voorkomen en dat ingezet wordt op het stimuleren van andere vormen van vervoer zoals het OV en fietsverbindingen. 1. Samenhangende structuur met Varenschut Noord Ook dit te realiseren bedrijventerrein richt zich op het werkmilieu Grootschalige productie. Belangrijk is dat rekening gehouden wordt met stedenbouwkundige- en landschappelijke structuren, verkeers- en vervoerseffecten, milieueffecten en milieuzonering van dit nieuwe bedrijventerrein. 2. Een slanke, efficiënte en slagvaardige governance Voor de GR wordt een efficiënte en slagvaardige governance ingericht met een Algemeen Bestuur, Dagelijks Bestuur en projectorganisatie. De gemeenteraden worden in positie gehouden door halfjaarlijkse rapportages (begroting, jaarrekening en grondexploitatie). De hybride projectorganisatie werkt voor alle GR-deelnemers en kan met medewerkers worden ingericht die voor de deelnemende gemeenten werken of extern worden ingehuurd. Daarnaast is er onderscheid tussen de reguliere organisatie, de ambtelijke begeleiding en specifieke thema’s.

Hierbij wordt opgemerkt dat ook de interne uren vanuit de GR gefinancierd zullen worden. Dit leidt tot een projectorganisatie die bestaat uit: • Een directeur; • Een ambtelijk secretaris; • Een omgevingsmanager; • Ambtelijke ondersteuning (o.a. secretariaat, administratie); • Ambtelijke begeleidingsgroep, ingevuld met economie en of financiële medewerkers van de deelnemende gemeenten; • Een (ambtelijke) schil met RO-juristen, communicatie, omgevingsjuristen, planeconomie; • Projectschil uitvoering: civiel techniek, groen, water, directievoerder, toezichthouder; • Specifieke thema’s: Energie, Omgevingsrecht/milieu (stikstof, type bedrijvigheid, brandveiligheid), Beeldkwaliteit, Parkmanagement, Arbeidsmigranten.

Gemeenteraad van Helmond

Blz. 4 van 8

3. Betrekken van gemeenteraden. Controlerende taak: halfjaarlijks worden voor alle gemeenteraden tezamen (digitale) bijeenkomsten georganiseerd waarbij geïnformeerd/ gerapporteerd wordt over de voortgang, in het bijzonder over de hierboven geschetste kaders. Dat biedt de gemeenteraad de mogelijkheid om zich goed te informeren en om hierna in de eigen gemeenteraad haar controlerende taak uit te voeren. Besluitvormende taak: het zijn de gemeenteraden van Helmond en Someren die de omgevingsplannen vaststellen. De overige, deelnemende gemeenten worden in de gelegenheid gesteld eventuele zienswijzen kenbaar te maken. 4. Een transparante communicatie naar de omgeving toe. Voor de communicatie met stakeholders en omgeving (waaronder kern Lierop) wordt een communicatie-/ participatiestrategie opgesteld en uitgevoerd. Kanttekeningen en risico’s 1.1. Breed draagvlak wordt gevraagd in meerdere gemeenteraden De kaders worden vastgesteld in de raden van de beoogde deelnemers en vormen daarmee een breed gezamenlijk draagvlak voor de verdere ontwikkeling van het RBT. Dit voorstel om de kaders voor het RBT vast te laten stellen door de raad geschiedt tegelijktijdig met een samenhangend voorstel om de ontwerp Gemeenschappelijke Regeling RBT aan te bieden aan de raad. Het is van belang dat alle zes beoogde deelnemers aan de GR positief besluiten op beide voorstellen.

Is dit niet het geval, dan treedt er vertraging op in de oprichting van de GR. 1.2 Netcongestie vormt een uitdaging Bij de realisatie van het RBT BO wordt rekening gehouden met netcongestie en transportschaarste en dat uitbreiding van het energienetwerk nog jaren zal duren. Bij het ontwerp van het RBT BO houden we rekening met de uitgangspunten voor netbewust bouwen die de netbeheerders hebben opgesteld. Een slimme energievoorziening (lokale opwek, opslag en energiemanagement), slimme (dynamische) contracten met de netbeheerder en nieuwe samenwerkingsvormen (vermogen delen tussen bedrijven/ optimalisatie van verbruik over het terrein) zijn noodzakelijk. Met de te vestigen bedrijven wordt gekeken naar samenwerkingskansen (Energy Hub) en de kansen van gezamenlijke oplossingen en clustering. Financiën Door het stellen van genoemde kaders ondervindt het project financiële gevolgen. Deze gevolgen zijn nu nog niet te kwantificeren en zullen in een volgende versie van de grondexploitatie herkenbaar duidelijk worden, rekening houdende met het kader van een neutraal resultaat op eindwaarde. In eerdere communicatie naar colleges en raden van de convenantgemeenten is aangegeven dat de grondexploitatie vooralsnog een negatief resultaat laat zien van circa € 16 miljoen. Het uitgangspunt van de grondexploitatie is en blijft om richting een neutraal eindresultaat te komen.

De inzet van de provincie is om mee te doen aan het verkleinen van de financiële risico’s en de mogelijke onrendabele top van RBT Brainport Oost. Hiervoor wordt mogelijk de immunisatieportefeuille aangewend, waarover op een later moment besluitvorming in GS en PS plaatsvindt. Bij concretere uitwerking naar een voorlopig ontwerp in 2025 onderzoeken we ook mogelijke voordelen in de aanscherping van de grondexploitatieberekening. Een hogere grondprijs voor logistieke kavels zal meegenomen worden bij de herziening van de grondexploitatie. Op basis van bovenstaande, en de mogelijke hulp vanuit de provincie Noord-Brabant, Eindhoven en eventuele andere SGE-gemeenten is een budgettaire neutrale exploitatie haalbaar. Met de huidige stand van zaken en bovenstaande informatie wordt thans ingeschat dat het exploitatieresultaat tussen € 0 en € – 5 miljoen euro zal liggen. Het uitgangspunt van de grondexploitatie is een neutraal eindresultaat. Dit kan echter op dit moment nog niet worden gegarandeerd. Het uitgangspunt van het totale project is dat het kwalitatieve resultaat belangrijker is dan het bedrag onder aan de streep bij de grondexploitatie. Dit moet met elkaar in balans zijn, en zo wordt er ook gezocht naar een zoveel als mogelijke budgettair neutrale exploitatie.

Indien er een negatieve grondexploitatie resteert, wordt het tekort door de deelnemende gemeenten gedeeld op de door de BBV voorgeschreven wijze (winsten / verliezen nemen conform voortgang grondexploitatie). In de voorliggende regeling is voorzien in de volgende verdeling van de financiële risico’s (en eventuele te realiseren winsten):

Gemeenteraad van Helmond

Blz. 5 van 8

a. b. c. d. e. f.

12% deel gemeente Asten 12% gemeente Deurne 12% deel gemeente Gemert-Bakel 40% deel gemeente Helmond 12% deel gemeente Laarbeek en 12% deel gemeente Someren.

De exploitatie zal pas opgestart worden na oprichting van de samenwerking, waarbij de € 1,8 miljoen ingebracht door de gemeenten Asten, Deurne, Gemert-Bakel, Helmond, Laarbeek en Someren worden opgenomen in de grondexploitatie. Na een definitief besluit tot deelname en vaststelling van de GREX zullen de deelnemende gemeenten hiermee rekening moeten houden in de P&C-documenten. Het Algemeen bestuur van de GR kan voorstellen doen tot wijziging van de regeling met (latere) toetreding van een nieuwe deelnemer. Het Algemeen Bestuur regelt de gevolgen van de toetreding en kan aan de toetreding voorwaarden verbinden. Toetreding kan plaatsvinden bij daartoe strekkende gelijkluidende besluiten van de colleges van de deelnemers, met inbegrip van het college van de toetredende gemeente, na verkregen toestemming van de raden conform artikel 1 Wgr. De gemeenten Asten, Deurne, Gemert-Bakel, Helmond, Laarbeek en Someren hebben afgesproken elk jaar, gedurende de drie jaren 2023, 2024 en 2025, jaarlijks € 100.000 bij te dragen. Van deze in totaal € 1,8 miljoen zijn onder andere bekostigd de projectorganisatie, de locatiestudie, de principeschetsen en onderbouwing, de grondexploitatieberekening, de milieuscan en ook de (externe) advieskosten om te komen tot de oprichting van de beoogde samenwerking. De uitvoeringskosten tot eind juni 2025 bedragen € 1,2 miljoen.

Er rest dan een nog bedrag van ruim € 600.000. Het resterende budget lijkt daarmee toereikend om in de tweede helft van 2025 en in de eerste helft van 2026, naast de oprichting van de samenwerking, ook nog stappen te zetten in het ruimtelijk proces zoals het uitvoeren van onderzoeken, het opstellen van een programma van eisen, het maken van een voorlopig ontwerp en het actualiseren van de grondexploitatieberekening. Participatie Deze kaders zijn tot stand gekomen in samenwerking met de vijf peelgemeenten. Communicatie Het ruimtelijk proces, waarin de vast te stellen ‘kaders’ uitwerking krijgen, is opgestart met een Quick Scan milieubelemmeringen, lopende milieuonderzoeken en beleidsinbreng van vakspecialisten. Voorts loopt in samenwerking met vakspecialisten een ontwerpend onderzoek naar een goede landschappelijke inpassing en goede verkeersafwikkeling. De op te stellen concept producten (o.a. ruimtelijk programma van eisen, stedenbouwkundig ontwerp, geactualiseerde grondexploitatieberekening, uitgifteproces) worden gebundeld aangeboden aan de raden bij definitieve besluitvorming over de Gemeenschappelijke Regeling. Hiermee verkrijgen colleges en raden een zo goed mogelijke voorstelling van de ontwikkeling van het RBT. Denk hierbij aan milieu- en omgevingsaspecten, financiële consequenties en grondverwerving- en ontwikkelstrategie.

De concept producten bieden tevens een basis voor het wijzigen van de omgevingsplannen en het doorlopen van een eventuele MER-procedure door de grondgebied gemeenten Someren en Helmond. Tot het moment van oprichting van de GR zijn de beschikbaar gestelde middelen (drie jaar € 100.000 per jaar) voldoende. Wanneer na oprichting van de GR RBT BPO de eerste begroting van de GR (inclusief GREX) is vastgesteld door het algemeen bestuur, wordt deze wensen en bedenkingen aangeboden aan de deelnemers van de GR. Zij kunnen de financiële gevolgen van deze begroting dan verwerken in de eigen reguliere P&C-documenten (kadernota, begroting, jaarrekening). Dit betreft zowel de verwerking van het resultaat op eindwaarde als een voorziening voor de garantstelling op de financiering. De raden van de grondgebied gemeenten Someren en Helmond stellen uiteindelijk de wijziging van het Omgevingsplan vast en bewaken de ruimtelijke kwaliteiten en kaders mede op basis van de principes van een goede ruimtelijke ordening. Hierin is ook een rol weggelegd voor het Dagelijks Bestuur en het Algemeen Bestuur van de nog op te richten Gemeenschappelijke Regeling. In deze besturen zijn alle deelnemende gemeenten betrokken. Via halfjaarlijkse updates, zoals raadsinformatiebrieven en bijeenkomsten worden colleges en raden van de beoogde deelnemers aan de GR op de hoogte gehouden van de voortgang en de inhoud.

Gemeenteraad van Helmond

Blz. 6 van 8

Uitvoering en tijdspad We gebruiken de periode tot de oprichting van de Gemeenschappelijke Regeling Regionaal Bedrijventerrein Brainport-Oost (gepland voor Q1 2026) om een goed ruimtelijk programma van eisen, stedenbouwkundig ontwerp, uitgifteproces en een geactualiseerde grondexploitatieberekening te maken. Hiervoor zijn al stappen gezet, zoals een QuickScan milieuaspecten, lopende milieuonderzoeken en inbreng vanuit beleids- en vakdisciplines. Uw college vraagt de raad om kaders vast te stellen voor deze regionale ontwikkeling. Met deze kaders kunnen de colleges en raden van de toekomstige deelnemers aan de GR een goed besluit nemen over deelname aan de GR. Procesinformatie en overige raadsinformatie In uw raadsvergadering van 9 september 2025 wordt u eveneens gevraagd een besluit te nemen over: - Addendum Convenant Regionaal Bedrijventerrein Brainport Oost - Ontwerp gemeenschappelijk regeling Regionaal Bedrijventerrein Brainport Oost Burgemeester en wethouders van Helmond

mr. S.C.C.M. Potters burgemeester

E.P.H. Koop, MSc gemeentesecretaris

Bijlage 1. Ruimtelijke verkenning en principeschetsen, Regionaal Bedrijventerrein Brainport-Oost (RHDHV 4 april 2024) (52577275)

Gemeenteraad van Helmond

Blz. 7 van 8

Raadsbesluit Vergadering

54 9 september 2025

Gemeenteraad

De raad van de gemeente Helmond; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 1 juli 2025; gelet op de bepalingen van de Gemeentewet;

besluit:

1. De kaders ten behoeve van de realisatie van het Regionaal Bedrijventerrein Brainport-Oost, vast te

stellen; 2. Het college van B&W de opdracht geven om aan deze kaders in regionaal verband invulling te geven;

Aldus besloten in zijn openbare vergadering van 9 september 2025. De raad voornoemd, de voorzitter,

de griffier,

Sjoerd Potters

Garrelt de Graaf

17-09-2025

10-09-2025

Gemeenteraad van Helmond

Blz. 8 van 8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15892684/3