CConstaterende datHelmond
Koppel je AI →
Document · PDF

RV 032 Ontwerpbegroting GR Metropoolregio Eindhoven(MRE)

Gemeenteraad 20 mei 2025, gemeente HelmondBij agendapunt: Zienswijze begroting 2026 Gemeenschappelijke Regeling Metropool Regio Eindhoven (MRE)3.520 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel Raadsvergadering Onderwerp Portefeuillehouder College besluit Zaaknummer

32

20 mei 2025 Ontwerpbegroting gemeenschappelijke regeling MRE M.V. de Kort 15 april 2025 52457245

Gemeenteraad

Aan de gemeenteraad, Het college stelt u voor: 1. De zienswijze op de ontwerpbegroting 2026 van de gemeenschappelijke regeling MRE vast te stellen. 2. Het dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling MRE middels bijgevoegde brief in kennis te stellen van de zienswijze. 3. Nadat de begroting 2026 van de gemeenschappelijk regeling MRE is vastgesteld door het algemeen bestuur van de gemeenschappelijk regeling MRE, de bijdrage van de gemeente Helmond voor 2026 te verwerken in de begroting van de gemeente Helmond voor 2026. Samenvatting Jaarlijks kan de raad haar zienswijze op de ontwerpbegroting van MRE kenbaar maken op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Bevoegd orgaan voor het vaststellen van de begroting van een gemeenschappelijke regeling is het algemeen bestuur van de regeling waarin de deelnemende gemeenten bestuurlijk zijn vertegenwoordigd. Het algemeen bestuur betrekt in haar besluit de uitgebrachte zienswijzen. De begroting van MRE toont een stijging van de bijdrage vanuit de gemeente Helmond. Deze stijging is conform de vastgestelde indexeringssystematiek . MRE heeft een analyse uitgevoerd naar de mogelijkheden van besparingen op taakniveau, op verzoek van het Algemeen Bestuur MRE (AB MRE) dat ook in lijn was met de motie “Analyseren reële bezuinigingsopties GR en”.

Volgens de MRE is er weinig ruimte voor uitstel (bezuinigingen) in de aanpak van de regionale schaalsprong. Ook op andere taken ziet MRE geen mogelijkheden tot bezuinigingen. Gezien de keuzes die gemeenten nu moeten maken, wordt in de zienswijze verzocht om geen indexering toe te passen voor in iedere geval 2026 en 2027. Voorgaande besluitvorming Met de begroting 2026 van de gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Eindhoven wordt uitvoering gegeven aan de vierde jaarschijf van het Samenwerkingsakkoord 2023-2026. Dit samenwerkingsakkoord, waarop de 21 gemeenteraden een zienswijze kenbaar hebben gemaakt, is op 1 maart 2023 door het algemeen bestuur MRE vastgesteld. Vanuit Helmond heeft de raad op 7 februari 2023 een zienswijze op het concept akkoord uitgebracht. Op 18 december 2024 heeft het AB MRE de Kadernota Begrotingsjaar 2026 vastgesteld waarin de indexering van de inwonerbijdrage is vastgesteld op 4,5% ten opzichte van het begrotingsjaar 2025. De berekeningswijze is gebaseerd op een vaste formule zoals vastgelegd in de Beleidsnotitie kaders P&C-documenten 4GR-en (sinds 2018). De Kadernota MRE is beleidsarm. Deze is eerder ter kennisgeving aangeboden aan de raden.

In het Samenwerkingsakkoord 2023-2026 is geconstateerd dat de urgentie van de strategische regionale hoofdopgaven vroeg om aanscherping van de slagkracht en realisatiekracht van de afzonderlijke gemeenten én de regionale samenwerking, met name in de vorm van programmasturing. In 2024 en 2025 zijn in het kader van de MRE begroting besluiten genomen om op regionaal niveau de krachten te bundelen voor de opgaven in het kader van de regionale schaalsprong en om de ontwikkel- en uitvoeringskracht van de organisaties MRE en Brainport Development in de regio te vergroten. Op 5 november 2024 heeft uw raad, bij behandeling van de programmabegroting 2025, de motie “Analyseren reële bezuinigingsopties GR en” aangenomen. Ter uitvoering van de motie heeft het college de gemeenschappelijke regelingen, met uitzondering van de Gemeenschappelijke regeling Reinigingsdienst Blink, in december 2024 verzocht een analyse te maken op welke taken en diensten bij de betreffende gemeenschappelijke regeling bezuinigd kan worden, en gevraagd om de uitkomsten van de analyses te betrekken bij de voorbereiding van de ontwerpbegrotingen voor 2026. Gemeenteraad van Helmond

Blz. 1 van 7

Bij de behandeling van de Kadernota Begrotingsjaar 2026 heeft het AB MRE eveneens om een dergelijke analyse gevraagd. Na vaststelling van de MRE begroting 2026 door het AB MRE op 2 juli 2025 zijn de deelnemende gemeenten verplicht hun bijdrage te verwerken in hun begroting. Er worden door MRE in samenspraak met de GGD, ODZOB en VRBZO enkele regionale bijeenkomsten georganiseerd waar gelegenheid is tot technische vragen en tot gedachtenwisseling met raadsleden uit andere gemeenten. Waarom Op 10 maart 2025 heeft het dagelijks bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling MRE (DB MRE) besloten om de ontwerpbegroting 2026 voor te leggen en zienswijzen in te winnen bij de betrokken gemeenteraden. Op grond van artikel 35 lid 1 van de Wet gemeenschappelijke regeling (Wgr) en artikel 38 lid 4 van de GR MRE heeft de gemeenteraad de mogelijkheid om zienswijzen op de ontwerpbegroting van MRE kenbaar te maken. De wettelijke termijn om de zienswijze kenbaar te maken aan het dagelijks bestuur van MRE is 12 weken. De zienswijzebrief geeft de raad de mogelijkheid om aandachtspunten en beleidsaccenten die van belang zijn voor de Helmondse inwoners mee te geven aan het AB MRE MRE alvorens de begroting wordt vastgesteld. Na ontvangst van de zienswijzebrieven, neemt het algemeen bestuur van de GR MRE op 2 juli 2025 een besluit tot vaststelling van de definitieve begroting 2026.

Het dagelijks bestuur MRE heeft de deelnemende gemeenten verzocht om uiterlijk 10 juni 2025 een zienswijze kenbaar te maken. Deze termijn is van belang om tijdig de ingekomen zienswijzen te verwerken en eventueel de voorgestelde begroting daarop aan te passen. Indien de raad geen of niet tijdig een zienswijze kenbaar maakt, dan kan het algemeen bestuur ook geen rekening houden met de wensen van de raad. De begroting MRE 2026 in vogelvlucht (inhoudelijke beleidsvoornemens en zienswijzen) Met de begroting 2026 wordt uitvoering gegeven aan de vierde jaarschijf van het Samenwerkingsakkoord 20232026. In de beschrijving ‘wat willen we bereiken’ en ‘wat gaan we samen doen’ zijn per programma/ thema veelal de doelen en afspraken uit het Samenwerkingsakkoord 2023-2026 opgenomen. Daarna volgen bij ‘activiteiten 2026’ de beleidsvoornemens voor 2026. Bij Algemeen wordt ingegaan op de analyse naar de mogelijkheden van besparingen op taakniveau. Samengevat geeft de MRE in de ontwerpbegroting het volgende aan: • In het kader van de MRE begroting 2024 en 2025 zijn eerder besluiten genomen om op regionaal niveau de krachten te bundelen voor de opgaven in het kader van de regionale schaalsprong, en om de ontwikkel- en uitvoeringskracht van de organisaties MRE en Brainport Development in de regio te vergroten.

• De regionale opgaven zijn evident en zijn geïntensiveerd in het kader van de afspraken ‘Beethoven’. Gezien de urgentie en noodzakelijke versnelling is er weinig ruimte voor uitstel. De verwachting is dat de uitvoeringskracht van de 21 MRE-gemeenten verdere versterking vereist, zowel organisatorisch als financieel. Voor dit doel is een bestemmingsreserve van € 4 miljoen gevormd. De focus ligt primair op het verkrijgen van aanvullende middelen uit Rijks-, Provinciale en Europese programma’s. Daarnaast wordt ingezet op private bijdragen vanuit de Brainport Partnerfondsen. Door deze strategie blijft een verhoging van de inwonerbijdrage vooralsnog uit, met oog voor de financiële positie van de gemeenten. • De taken\ bijdragen Brainport Development en Stimuleringsfonds zijn recent al herijkt. • De afgelopen jaren is het aantal formatieplekken (fte) binnen het RHCe aanzienlijk gereduceerd. Met deze besparingen heeft het RHCe zich gericht op het waarborgen van de minimale wettelijke archieftaken. Verdere bezuinigingen worden afgeraden omdat de ondergrens voor de uitvoering van de wettelijke taken in zicht is. • Uit het onderzoek van organisatieadviesbureau &Van de Laar (eind 2023) naar de minimale benodigde capaciteit in relatie tot de opgaven bleek een aanvullend bedrag nodig, gericht op de financiële- en informatiefunctie.

Hiervoor zijn eerder middelen toegekend door het Algemeen Bestuur en is een opdracht aan de directeur MRE meegegeven. Door bedrijfsvoeringstaken samen te voegen (MRE-team én RHCe) en efficiënter in te richten, kan aan de opgaven worden voldaan zonder een verdere financiële verhoging vanuit de inwonerbijdragen. De kosten voor fondsbeheer worden gedekt uit de uitvoeringskosten van de betreffende fondsen. • MRE signaleert nog mogelijkheden om besparingen te realiseren door met meerdere gemeenschappelijke regelingen gezamenlijk bedrijfsvoeringsfuncties te delen. Dit moet verder uitgezocht worden. (Kanttekening : Gemeenteraad van Helmond

Blz. 2 van 7

•

In 2020 is al een dergelijke verkenning uitgevoerd met als conclusie dat er geen toegevoegde waarde, efficiencywinst te behalen was in het anders organiseren van de bedrijfsvoering.) In de conclusie stelt MRE dat de ondersteuning van de organisatie als de taken van het RHCe de ondergrens raken en om aanvullende middelen vragen. De verwachting is dat deze binnen de bestaande begroting op te lossen zijn. Bij het heroverwegen van prioriteiten binnen de regionale opgaven is er de keuze tussen vertraging, uitstel of het verlagen van het ambitieniveau. Dit betreft een bestuurlijke afweging, waarbij personele kosten op korte termijn vaak niet direct kunnen worden afgebouwd.

Er wordt hierbij door de MRE in de begroting geen keuze gemaakt. Onduidelijk is wat bedoeld wordt met bestuurlijke afweging. In de aanbiedingsbrief adviseert het DB de lijn in de voorliggende begroting te bestendigen omdat de regionale opgaven groot zijn, juist om versnelling vragen en in het belang van alle 21 gemeenten zijn. In de zienswijze geven wij aan (onder de kop ‘Realisatie vraagt keuzes en prioriteiten’ ) dat deze versnelling uiteindelijk door de 21 gemeenten geleverd\ uitgevoerd dient te worden. Ook zij moeten prioriteren vanwege de beperkte financiële ruimte en druk op de gemeentelijke uitvoeringscapaciteit. Dit vraagt om het maken van keuzes en het stellen van prioriteiten. Temeer omdat de MRE op realisatie wil focussen. De binnenkort op te starten voorbereiding van een nieuw samenwerkingsakkoord 2027-2030 biedt een geschikte mogelijkheid om die keuzes samen te gaan maken. Bij ‘Regionale samenwerking en strategie’ wordt enerzijds ingezet op gezamenlijk doorwerken aan een sterk ambtelijk en bestuurlijk samenspel in de regio met de focus op realisatie. Anderzijds wordt ingezet op versterken, onder andere van het Algemeen Bestuur en de poho's. Ook wil MRE de samenwerking met andere gemeenten en regio’s verder gaan verkennen en verdiepen.

In de zienswijze geven wij aan (onder de kop ‘Eerst de regionale basis op orde’ ) dat de kernopgave van de MRE organisatie is het faciliteren van de samenwerking tussen de 21 gemeenten in Zuidoost Brabant. Totdat deze regionale basis op orde is vragen wij om gepaste terughoudendheid met de (capaciteits)inzet op de bovenregionale samenwerking. Het onderwerp ‘regionale aanpak Brede Welvaart’ wordt in één adem genoemd met de P&C cyclus. Wij vinden dit een vreemde combinatie. De participatie in het nationaal netwerk brede welvaart levert voor de 21 gemeenten geen output. Het MRE dient een keuze te maken om hier ofwel zichtbare meerwaarde te leveren of ofwel dit als besparing te beëindigen. Landgoed Gulbergen is voor Helmond een belangrijk recreatiegebied. Ook ecologisch gezien is Gulbergen een belangrijke verbinding die onder andere Strabrechtse heide, Stiphoutse bossen en Mosbulten met elkaar verbindt. MRE verwacht in 2025 de gesprekken met de initiatiefnemers af te ronden en in 2026 fysiek te starten met de daadwerkelijke invulling van het gebied. Helmond wordt graag betrokken bij de programmatische ontwikkeling van het Landgoed Gulbergen.

Bij ‘Ruimte en Wonen’ wordt voor 2026 ingezet op de doorontwikkeling en integraliteit van de ontwikkelstrategie Zuidoost Brabant en het versnellen en sturen op woningbouw, mede vanuit het convenant Beethoven, die past bij de woonbehoefte en deze duurzaam accommodeert.. Om dit daadwerkelijk te kunnen realiseren is één gezamenlijk perspectief, afstemming en gezamenlijke lobby nodig waarin de MRE-organisatie een rol speelt, maar is het van belang de beleidsrol bij de gemeenten zelf te laten. Bij ‘Mobiliteit’ wordt ingezet op de transitie en realisatie van een nieuw, samenhangend mobiliteitssysteem voor de hele regio. Dit doet de MRE middels drie pijlers. • Regionale strategie mobiliteit De vastgestelde koers uit de regionale mobiliteitsvisie is de leidraad. De MRE monitort nieuwe ontwikkelingen, brengt de kansen hiervan voor de regio in beeld en vertaalt deze naar de impact op de regionale mobiliteitsvisie en het Meerjarig Multimodaal MobiliteitsPakket (MMMP). Voor de realisatie van maatregelen identificeert de MRE kansen voor financiering bij provincie en Rijk. Daarnaast werkt de MRE strategische beleidskaders uit die bijdragen aan de ambitie van de regio voor Fiets en OV/deelmobiliteit • Programmeren regionale mobiliteit De MRE geeft uitvoering aan het MMMP (beoogde vaststelling in 2025), vertaalt deze naar een jaarplan en intensiveert de samenwerking met omliggende regio’s.

• Coördinatie uitvoering – Korte Termijn Aanpakken

Gemeenteraad van Helmond

Blz. 3 van 7

De MRE coördineert, beheert en verantwoordt de korte termijn programma’s, stuurt uitvoeringsorganisatie Brainport Bereikbaar aan en werkt toe naar oplossingsgerichte publiek-private samenwerkingen die gemeenten helpt in hun opgaven. Brainport Development en het Stimuleringsfonds Met het in 2025 genomen besluit over de MRE-bijdrage aan de meerjarenfinanciering Brainport Development 20252032 is ook de basisorganisatie van Brainport Development op orde gebracht. In het verlengde hiervan vragen wij de MRE, in haar hoedanigheid als aandeelhouder namens de 21 gemeenten, om alle gemeenten frequenter en eerder te verbinden op de uitvoering van het Meerjarenplan Brainport Development 2025-2032. Bij het thema ‘Vitaal Landelijk Gebied’ (na vaststelling uitvoeringsprogramma in 2025 'Vitale Groene Leefomgeving') zet MRE in op uitvoering middels de uitvoeringsagenda. Dit door aan te haken op lopende projecten / gebiedsontwikkelingen in de regio en inzet te leveren om capaciteit en middelen slim te combineren. Om het belang van een groene vitale leefomgeving beter voor het voetlicht te brengen, en groene opgaven in balans te ontwikkelen met de rode opgaven achten wij het opstellen van een gezamenlijk bod voor regionale investeringsagenda cruciaal.

Hierbij liggen er kansen voor de regio – maar juist ook voor onze eigen ambities – door meer de verbinding te leggen tussen het Programma Vitale Groene Leefomgeving en andere gebiedsoverstijgende programma's; NOVEX De Peel en Van Gogh Nationaal Park. In het gezamenlijke bod dient er extra aandacht te zijn voor het complexe (integrale) speelveld van deze gebiedsoverstijgende programma’s zodat gemeenten extra mensen en middelen ter beschikking krijgen voor (begeleiding van) uitvoering. Een prioritering van opgaven in dit bod is dan ook nodig om mogelijke extra capaciteit en middelen efficiënt in te kunnen zetten. Bij ‘RHCE’ worden geen bijzondere activiteiten genoemd voor 2026. RHCe is vooral een uitvoerend onderdeel van MRE. Argumenten 1.1 Via bijgevoegde zienswijze heeft de gemeenteraad de mogelijkheid om haar visie op de ontwerpbegroting 2026 kenbaar te maken. De concept zienswijze is het voorstel van het college aan uw raad. Onze hierboven genoemde punten zijn opgenomen in de concept zienswijze. Het kenbaar maken van een zienswijze door deze vast te stellen is een bevoegdheid van uw raad. 2.1 Zienswijzen worden kenbaar gemaakt aan het dagelijks bestuur Op grond van Wgr, artikel 35 lid 3 kunnen de raden van de deelnemende gemeenten bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de ontwerp-begroting naar voren brengen.

Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerp-begroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. 3.1 De deelnemende gemeenten zijn verschuldigd hun bijdrage te voldoen. De GR MRE artikel 40 bepaalt dat de deelnemende gemeenten er zorg voor dragen dat de Metropoolregio te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan alle verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen. Zij dienen daarvoor de verschuldigde bijdragen op te nemen in hun begroting. Jaarlijks worden de bijdragen door de MRE geïnd. Bij niet tijdige betaling is rente verschuldigd. Na vaststelling van de begroting door het algemeen bestuur zijn gemeenten derhalve gehouden aan verwerking hiervan in hun begroting. De voorgestelde verhoging van de bijdrage is derhalve als ‘onontkoombaar’ meegenomen in de Voorjaarsnota. In ons voorstel voor de begroting 2026 zullen wij aangeven hoe deze gedekt wordt. Onder Financien is toegelicht hoe de bijdrage van Helmond is opgebouwd. Hier wordt ook de zienswijze op indexeringtoegelicht. Kanttekeningen en risico’s Geen

Gemeenteraad van Helmond

Blz. 4 van 7

Financiën Indien het algemeen bestuur van MRE een besluit neemt over de begroting dan zijn alle deelnemende gemeenten via delegatie en de bijdrageverordening aan de financiële vertaling gebonden. De begroting MRE 2026 is sluitend, dat wil zeggen lasten en baten zijn in evenwicht (pagina 7 van de conceptbegroting). De mutatie op de reserves (388.000 Euro) is namelijk het verwachte resultaat op de exploitatie van Gulbergen . De begroting laat zien dat MRE een financieel gezonde organisatie is. Het diagram op pagina 34 en de tabel op pagina 36 van de concept-begroting laten zien dat de baten van MRE voor een groot deel bestaan uit de bijdragen van de deelnemende gemeenten. Op pagina 41 staat de bijdrage per gemeente aangegeven. In de volgende tabel is dit samengevat waarin ook is aangegeven wat de bijdrage voor 2025 was, zowel voor MRE als geheel als het aandeel van Helmond daarin. Onder de tabel vind u de toelichting. MRE inwonerbijdragen (Euro's)

Brainport Development

Stimulerings fonds

4.509.381

2.954.689

2.035.839

3.524.543

202.922

132.961

0

158.604

Totaal 2026

4.712.303

3.087.650

2.054.095

3.683.147

Helmond 2025

534.340

350.117

241.237

455.757

Helmond 2026

557.225

365.111

242.895

469.801

Toename\ Afname

22.885

14.994

1.658

14.044

Totaal 2025 Toename door indexering (4.5%)

Regionale Opgaven

Toename door stijging aantal inwoners

RHCE

18.256

Aandeelhouder bijdragen (4 campus gemeenten) Totaal 2025 Toename door indexering (4,5%)

3.044.706 137.013

Totaal 2026

3.181.719

Helmond 2024

641.629

Toename

28.873

Helmond 2025

670.502

De totale inwonerbijdrage van Helmond stijgt van 1.581.451 Euro (2025) naar 1.635.032 Euro (2026), een stijging met 53.581 Euro. De reguliere indexering van de totale bijdragen voor Regionale opgaven, Brainport Development (zowel inwonersbijdrage als aandeelhoudersbijdrage) en RHCE (Regionaal Historisch Centrum Eindhoven; de regionale archiefbewaarplaats) is 4,5%. Dit percentage om rekening te houden met de verwachte stijging in lonen en prijzen is volgens een vaste systematiek berekend (zoals vastgelegd in de Beleidsnotitie kaders P&C-documenten 4GR-en (sinds 2018) en vastgesteld door het algemeen bestuur in de MRE Kadernota begrotingsjaar 2026. De inwonerbijdrage voor het Stimuleringsfonds is een vast bedrag per inwoner. Dit wordt niet geindexeerd maar stijgt evenredig met de groei in het aantal inwoners. Het aantal inwoners op 1/1/2025 bepaalt het aandeel van Helmond in de gevraagde bijdragen. Het groeitempo van de regio in 2024 bedroeg 0,9%; het groeitempo van Helmond was 0,7%. De 4 regionale verbonden partijen worden opgeroepen om geen indexering toe te passen voor in ieder geval 2026 en 2027. Gemeenten staan voor een grote financiële uitdaging. Gevolg hiervan zijn de begrenzingen van de financiële middelen van de gemeenten. Het kan niet anders dan dat de gemeenschappelijke regelingen hier ook in Gemeenteraad van Helmond

Blz. 5 van 7

bijdragen en hun verantwoordelijkheden nemen. Er is begrip voor de uitdagingen waar de MRE voor staat en dat het zeer lastig is om te besparen. Desondanks wordt deze oproep in de zienswijze gedaan. Mede gezien de oproep van de VNG en het principe van trap op trap af, waarbij gemeenten niet alleen de zware bezuinigingen kunnen dragen. Hierdoor moet er ook gekeken worden naar het verlengd lokaal bestuur en moeten bezuinigingen ook plaats vinden bij de verbonden partijen. Er wordt ook ruimte gezien bij de nu gehanteerde indexeringsmethodiek. Van de Gemeenschappelijke Regelingen wordt verwacht dat ze in het kader van realistisch begroten ook realistische indexpercentages toepassen. Daarom wordt de Gemeenschappelijke Regelingen in de zienswijze verzocht om de komende jaren de indexeringsmethodiek voor de 4 regionale verbonden partijen gezamenlijk te onderzoeken en aan te passen, waarbij deze ingaat vanaf 2028, met bijzonder aandacht voor exceptionele situaties. Participatie Er is geen participatiemogelijkheid voorzien in de zienswijzen procedure. Op 14 mei aanstaande wordt een (fysieke) informatiebijeenkomst georganiseerd waarbij de gemeenschappelijke regelingen MRE, GGD, VRBZO en ODZOB elk een toelichting geven op de ontwerpbegroting 2026. Raadsleden ontvangen hiervoor, via de griffies, een uitnodiging.

Communicatie Indien de raad instemt met de zienswijzebrief dan wordt deze verstuurd aan het Dagelijks bestuur van de GR MRE. Communicatie over de begroting van MRE wordt verzorgd door de MRE organisatie. Uitvoering en tijdspad De ingekomen zienswijzen worden door MRE in een Nota van Zienswijzen voorzien van een reactie en een eventueel wijzigingsvoorstel. Deze nota wordt met een concept voorstel aan het algemeen bestuur besproken in het dagelijks bestuur. Daarna wordt dit voorstel en de nota doorgeleid voor besluitvorming door het algemeen bestuur op 2 juli 2025. De Wgr bepaalt dat het dagelijks Bestuur de raden van de deelnemende gemeenten voorafgaande aan het vaststellen van de begroting schriftelijk en gemotiveerd in kennis stelt van zijn oordeel over de zienswijze alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. Procesinformatie en overige raadsinformatie Er is geen aanvullende informatie bij dit voorstel. Burgemeester en wethouders van Helmond

mr. S.C.C.M. Potters burgemeester Bijlagen

• • •

drs. P.J. Buijtels gemeentesecretaris

Aanbiedingsbrief concept begroting MRE 2026 Concept begroting MRE 2026 Concept zienswijze bij Ontwerpbegroting gemeenschappelijke regeling MRE 2026

Gemeenteraad van Helmond

Blz. 6 van 7

Raadsbesluit Vergadering

32 20 mei 2025

Gemeenteraad

De raad van de gemeente Helmond; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 15 april 2025; gelet op de bepalingen van de Wet gemeenschappelijke regelingen artikel 35; besluit: 1. De zienswijze op de ontwerpbegroting 2026 van de gemeenschappelijke regeling MRE vast te stellen. 2. Het dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling MRE middels bijgevoegde brief in kennis te stellen van de zienswijze. 3. Nadat de begroting 2026 van de gemeenschappelijk regeling MRE is vastgesteld door het algemeen bestuur van de gemeenschappelijk regeling MRE, de bijdrage van de gemeente Helmond voor 2026 te verwerken in de begroting van de gemeente Helmond voor 2026.

Aldus besloten in zijn openbare vergadering van 20 mei 2025. De raad voornoemd, de voorzitter,

Gemeenteraad van Helmond

de griffier,

Blz. 7 van 7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15482213/1