CConstaterende datHelmond
Koppel je AI →
Document · PDF

RV 023 Huisvesting Jan van Brabant Molenstraat

Gemeenteraad 13 april 2021, gemeente HelmondBij agendapunt: 5. Huisvesting Jan van Brabant Molenstraat. Raadsvoorstel 23.6.938 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel Vergadering

23 13 april 2021

Onderwerp Portefeuillehouder Afdeling College besluit Commissie Zaaknummer

Huisvesting Jan van Brabant Molenstraat C.J.M. Dortmans PSD.OSD 15 maart 2021 Adviescommissie 6 april 2021 50507100

Gemeenteraad

Aan de gemeenteraad,

Beslispunten 1. In te stemmen met het volgende richtinggevend kader voor de huisvesting Jan van Brabant Molenstraat: a. op basis van een brede afweging op het gebied van onderwijs, te bepalen dat de huisvesting van het Jan van Brabant College aan de Molenstraat niet duurzaam en toekomstbestendig is; b. als gevolg daarvan te investeren in een toekomstbestendige en duurzame huisvesting voor het Jan van Brabant College; c. de permanente nieuwbouw te realiseren voor 750 leerlingen; d. op basis van de voorgelegde scenario’s voor de locatie Molenstraat, de voorkeur uit te spreken voor de nieuwbouwvariant op een nader te bepalen locatie; e. gebruik te maken van modulair bouwen, zodat het gebouw gedurende de hele levensduur aansluit bij de vraag; f. de nieuwbouw te realiseren vanaf 2025, waarbij de voorbereidingen plaatsvinden in 2023 en 2024. 2. 3. 4.

Het college opdracht te geven om het scenario nieuwbouw nader uit te werken met het bestuur van Jan van Brabant; Het college de opdracht geven de optie tot doordecentralisatie voor het Jan van Brabant college (3 locaties) verder uit te werken. De financiële gevolgen van de gekozen nieuwbouwvariant nader uitwerken in de voorjaarsnota en de meerjarenbegroting 2022 - 2025 en verder, zodat de raad een integrale afweging kan maken.

Inleiding Op 4 maart 2021 heeft de opiniecommissie het voorstel over de huisvesting Jan van Brabant College, locatie Molenstraat behandeld. Op basis van hetgeen besproken is in deze opiniecommissie, is het raadsvoorstel op een aantal punten aangevuld. De volgende onderdelen zijn aangevuld: • De verdeling in verantwoordelijkheden tussen gemeente en schoolbesturen; • De benodigde capaciteit • Modulair bouwen • Toelichting vrijkomende grond Molenstraat Verdeling verantwoordelijkheden scholen en gemeente Gemeenten hebben een wettelijke zorgplicht voor de huisvesting van onderwijs. Deze zorgplicht houdt in het zorgen voor voldoende en adequate vierkante meters aan onderwijsruimte. De gemeente is verantwoordelijk voor (vervangende) nieuwbouw van schoolgebouwen en gymzalen. De schoolgebouwen zijn economisch eigendom van de gemeente. Schoolbesturen hebben ook een verantwoordelijkheid. Zij zijn verantwoordelijk voor het onderhouden (binnen- en buitenkant) van de schoolgebouwen. Daarnaast zijn zij verantwoordelijk voor de exploitatie van de gebouwen. De Gemeenteraad van Helmond

Blz. 1 van 15

schoolgebouwen zijn juridisch eigendom van de schoolbesturen. Er is dus sprake van een gedeelde verantwoordelijkheid. De verantwoordelijkheden zijn wettelijk vastgelegd. IHP 2018-2025 De gemeenteraad heeft in augustus 2017 het Integrale Huisvestingsplan 2018-2025 (IHP) voor de onderwijsgebouwen in de gemeente Helmond vastgesteld. Het IHP moet eveneens gezien worden als een akkoord tussen de gemeente Helmond en de schoolbesturen in onze gemeente. In het IHP is per wijk een actieplan opgenomen. Dit actieplan is opgedeeld in 2 fases. De gemeenteraad heeft voor het uitvoeren van fase 1 van het actieplan van het IHP middelen beschikbaar gesteld. Jan van Brabant zit met de locatie Molenstraat in fase 2 van het IHP. De andere locaties Deltaweg en Gasthuisstraat vallen buiten de scope van fase 2 van het IHP. Voor deze locaties is er gezien de leeftijd van de gebouwen en de recente investeringen respectievelijk in 2017 en 2018 geen reden voor de gemeente om in deze gebouwen te investeren. Doelstelling IHP De doelstelling van het IHP 2018-2025 is het realiseren van toekomstbestendige onderwijshuisvesting. Dit is huisvesting die past bij het huidige en toekomstige aantal leerlingen, past bij de onderwijsinhoudelijke ambities én binnen de beschikbare financiële middelen. Het IHP heeft de volgende speerpunten: 1. Realiseren van duurzame én gezonde scholen 2.

Vormgeven aan gezamenlijke verantwoordelijkheid 3. Creëren van een toekomstperspectief 4. Niet bouwen voor leegstand Coalitieakkoord 2018-2022 In het coalitieakkoord heeft het college een passage opgenomen over Jan van Brabant: ‘Gezien het belang van openbaar onderwijs voor onze stad gaan we actief in gesprek met het Jan van Brabant College. Die school denkt na over haar toekomst en wij denken daar graag in mee.’ Unaniem aangenomen motie Na vaststelling van het IHP is er bij de begrotingsbehandeling van 2019 een motie van de VVD unaniem door de raad aangenomen. In deze motie werd geconstateerd dat er actuele ontwikkelingen in het Helmondse onderwijslandschap gaande zijn en het daarbij van belang is dat het Openbaar Onderwijs kan anticiperen. Dat zij dit met hun huidige schoolgebouw niet kan. En werd aan het college verzocht als er innovatieve, duurzame of creatieve oplossingen zijn die kans te grijpen. Daarnaast de mogelijkheid te onderzoeken om investeringen hiervoor naar voren te halen. Herijking IHP 2019 Diverse ontwikkelingen hebben gedurende 2018 en een deel van 2019 de uitvoering van het actieplan fase 1 IHP onder druk gezet. Vooral vanwege de bouwkostenstijgingen waren er te weinig middelen beschikbaar om het IHP fase 1 uit te kunnen voeren. Om deze reden was het noodzakelijk dat er hernieuwde besluitvorming door de raad plaatsvond.

De raad heeft in oktober 2019 besloten om het krediet voor de uitvoering van Fase 1 op te hogen en de uitvoering te temporiseren tot 2025( van een periode van 2018-2021 naar een periode van 2020-2025) Daarnaast is besloten om in 2020, fase 2 inclusief de huisvesting van Jan van Brabant aan de Molenstraat, verder uit te werken en de resultaten van dit onderzoek, uiterlijk bij de begrotingsbehandeling in 2021, aan de raad ter besluitvorming voor te leggen. Tevens inventariseren van de mogelijkheden voor investeren in duurzaamheids-maatregelen voor Jan van Brabant college, locatie Molenstraat voor de korte termijn.

Gemeenteraad van Helmond

Blz. 2 van 15

Met temporiseren van fase 1 (2020-2025) is ook fase 2 in de tijd opgeschoven. Oorspronkelijk betrof fase 2 in het IHP de periode 2022-2025. In navolging op de verschoven periode fase 1 zal fase 2 pas starten in 2026 en naar verwachting doorlopen tot in 2031. RIB Jan van Brabant 2020 In september 2020 is er een Raadsinformatiebrief verstuurd over de huisvesting van Jan van Brabant Molenstraat. In deze brief is het proces verteld en welke afwegingen het college heeft gemaakt om tot de overweging te komen om te investeren in de huisvesting voor Jan van Brabant. Ook heeft het college aangegeven dat na overleg met Jan van Brabant en de complexiteit van fase 1 van het IHP de mogelijkheid tot algehele doordecentralisatie te onderzoeken. Het voorstel richt zich op basis van bovenstaande kapstokken alleen op de locatie Molenstraat. Voor deze locatie ligt een concreet huisvestingsvraagstuk. Voor de locaties Deltaweg en Gasthuisstraat ligt deze er niet. Beoogd effect Door het vaststellen van het richtinggevend kader en het proces van besluitvorming komen wij tegemoet aan de opdracht van de raad. Er wordt perspectief aan het Jan van Brabant geboden voor hun huisvesting aan de Molenstraat. Inhoudelijke afweging Huidige situatie De locatie Molenstraat bestaat uit 5 gebouwen met een totale capaciteit van 8.810 m2 BVO. Twee gebouwen (gebouw A en B) hebben de status rijksmonument.

Een gebouw (gebouw D) heeft sinds 2019 de status gemeentelijk monument. Het grootste gebouw (gebouw C) dateert uit 1992. Er wordt tot en met 2031 een gebouw (gebouw E) à € 100.000,-- per jaar door de gemeente gehuurd van stichting Woonpartners. Jan van Brabant is op dit moment bezig met een fusietraject met een aantal andere schoolbesturen uit de regio. Door deze fusie ontstaat er een schoolbestuur dat 10.000 leerlingen bedient in de regio Zuidoost-Brabant. De reden voor deze fusie is het creëren van meer slagkracht als bestuur, een aantrekkelijke werkgever te zijn en toekomstbestendig en vernieuwend onderwijs te bieden. Noodzaak tot investeren Om te bepalen of het gerechtvaardigd is om te investeren in een schoolgebouw, wordt dit getoetst aan de huidige onderwijswet en regelgeving. Hieronder wordt puntsgewijs ingegaan op deze afweging voor het Jan van Brabant College.

1. Bouwkundige noodzaak Ten eerste dient de bouwkundige noodzaak vastgesteld te worden. De noodzaak van vervangende bouw is aanwezig als op grond van een overeenkomstig NEN 2767 opgestelde bouwkundige rapportage wordt vastgesteld dat onderhoud of aanpassen niet zal leiden tot de gewenste levensduurverlenging van tenminste 25 jaar. Wanneer er strikt naar de bouwkundige noodzaak gekeken wordt, bleek er geen noodzaak voor vervangende huisvesting voor deze locatie. Dat is bevestigd door een bouwkundige rapportage, waarin de conclusie luidde dat het gebouw zich in een goede staat van onderhoud (constructief) bevindt. 2. Onderwijskundige afwegingen Bij een onderzoek naar vervangende nieuwbouw is echter de bouwkundige noodzaak maar een onderdeel van het totale vervangingsvraagstuk. Als we kijken naar een brede afweging op het gebied van onderwijs, zoals de leerlingenontwikkeling, het onderwijsconcept en de daarmee verband houdende noodzakelijke onderwijskundige vernieuwing aan een gebouw, het optimaliseren van het gebouw ten aanzien van bouwkundige kwaliteit en duurzaamheid, en het creëren van een gelijk speelveld binnen het Voortgezet Onderwijs (VO), dan constateren we dat investeren in het Jan van Brabant locatie Molenstraat te verantwoorden is. De speerpunten van het onderwijsconcept van Jan van Brabant zijn ‘sociaal en met plezier’, ‘Flexibel’, ‘Top 10 school’ en ‘In verbinding’.

Dit

Gemeenteraad van Helmond

Blz. 3 van 15

vraagt ook om een flexibele leeromgeving die geschikt is voor uiteenlopende werkvormen en groepsgroottes. Dit is binnen de huidige huisvesting niet realiseerbaar. Het college heeft aan de Stichting Jan van Brabant per brief laten weten dat zij een investering te verantwoorden vindt. Een dergelijke bredere afweging is overigens ook gehanteerd bij de afweging voor fase 1 van het IHP. Op welke wijze er geïnvesteerd kan worden wordt hieronder nader uitgewerkt.

3. Level playing field De verantwoordelijkheid van de gemeente voor het instandhouden van openbaar onderwijs is geregeld in artikel 23 van de Grondwet. De gemeente heeft daarnaast een wettelijke zorgplicht als het gaat om onderwijshuisvesting. Door deze zorgplicht moet de gemeente zorgen voor voldoende en adequate huisvesting voor het onderwijs binnen de gemeentegrenzen. Daarnaast is er vanuit artikel 23 van de Grondwet het volgende beginsel van toepassing: • De wet dient de waarborg te bevatten van een even afdoende deugdelijkheid en voor bekostiging naar dezelfde maatstaf van openbaar en bijzonder onderwijs. Dit beginsel wil zoveel zeggen dat er onder gelijke omstandigheden ook gelijk gehandeld moet worden. Dit zorgt voor een level playing field (gelijk speelveld) tussen het openbaar en bijzonder onderwijs. Binnen de gemeente Helmond is er op dit moment sprake van een verschillende wijze van financieren van de twee schoolbesturen in het VO. OMO is sinds 2000 doorgedecentraliseerd en heeft haar gebouwen voor een deel al vernieuwd en gaat dit de komende paar jaar voor de andere panden van het Knippenbergcollege en de Praktijkschool ook doen.

Voor het Jan van Brabant is dit op dit moment lastig zelf te organiseren en te realiseren, omdat zij, in tegenstelling tot OMO, volledig afhankelijk is van de gemeente met betrekking tot de bereidheid tot het investeren in de onderwijsgebouwen. Hierdoor kan het VO in een ongelijke situatie terecht komen doordat het ene bestuur alleen maar over nieuwe gebouwen beschikt en het andere bestuur niet. Dit kan invloed hebben op de toekomstige ontwikkelingen van de scholen qua leerlingenaantallen en onderwijsvernieuwende mogelijkheden. Conclusie Op basis van de bovenstaande argumenten kan gesteld worden dat een investering voor het Jan van Brabant College te verantwoorden is. Door te investeren creëer je een toekomstbestendige situatie qua gebouw en onderwijsontwikkeling voor het Jan van Brabant College. Daarnaast ontstaat er een level playing field tussen het openbaar en bijzonder onderwijs. Voorgesteld wordt: Investeren in het Jan van Brabant College locatie Molenstraat op basis van een brede afweging op het gebied van onderwijs.

1. Benodigde capaciteit De benodigde capaciteit voor een VO school wordt bepaald aan de hand van een ruimtebehoefte model. Dit model is uitgewerkt in de Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs 2015 (VVHO 2015). Bij de capaciteitsbehoefte wordt gebruik gemaakt van een leerlingenprognose die een periode van 15 jaar beslaat (Bijlage I, A.2 VVHO 2015). Deze prognose dient aan een aantal criteria te voldoen die zijn opgesteld door het Ministerie van OCW. De uitwerking van deze criteria zijn ook opgenomen in de VVHO 2015. De gemeente Helmond stelt jaarlijks een leerlingenprognose op. Deze prognose voldoet aan de criteria van het Ministerie. Om echter te voorkomen dat er discussie ontstaat over een dergelijke prognose is er een second opinion uitgevoerd door Pronexus BV. Als onafhankelijke partij. Zij hebben voor het gehele VO in Helmond een prognose

Gemeenteraad van Helmond

Blz. 4 van 15

opgesteld voor de periode 2020 –2035. Het bestuur van Jan van Brabant conformeert zich aan prognose van Pronexus BV (zie bijlage 2). Om te bepalen voor hoeveel leerlingen het gebouw permanent geschikt moet zijn wordt naar de leerlingontwikkeling over een periode van 15 jaar gekeken. De huidige leerlingenprognose 2020 rechtvaardigt hiermee een permanent gebouw voor maximaal 750 leerlingen in 2035 (periode over 15 jaar). De bouw van de school zal starten in 2025 en naar verwachting worden opgeleverd in 2027. Volgens de huidige leerlingenprognose zal het leerlingenaantal van Jan van Brabant in 2027 zo’n 850 leerlingen bedragen. Dit betekent dat er voor 100 leerlingen tijdelijke huisvesting nodig is van 2027-2035. Tijdelijke uitbreiding wordt voor een periode van maximaal 15 jaar toegekend. Op deze wijze bouw je geen permanente huisvesting die te groot is en er wederom sprake is van (dure) leegstand.

Jaar 2025 2027 2035 2027-2035

Benodigde capaciteit 882 848 753 Voor 100 leerlingen tijdelijk

Het verwachte aantal leerlingen van Jan van Brabant laat op basis van zowel de leerlingenprognose van de gemeente Helmond als ook de leerlingenprognose van Pronexus BV een daling zien naar de toekomst toe. Mocht tegen deze verwachting in het leerlingenaantal van Jan van Brabant op termijn toch gaan stijgen dan dient de school, op basis van de criteria zoals opgenomen in bijlage 3 van de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Helmond, de eerste 10% van deze groei binnen de bestaande huisvestingscapaciteit op te vangen. Voorbeeld: Huisvesting is beschikbaar voor 850 leerlingen. Bij toename van het aantal leerlingen dient 10% van 850 leerlingen (85 leerlingen tot een totaal van 935 leerlingen) binnen de bestaande capaciteit te worden opgevangen. Pas nadat de groei van het aantal leerlingen boven deze 10% uitstijgt én 15 jaar aanhoudt dan dient de gemeente vanuit haar wettelijke zorgplicht de volledige uitbreiding van de huisvestingscapaciteit voor het aantal leerlingen boven de huidige capaciteit voor 850 leerlingen te bekostigen. Voorgesteld wordt: De permanente nieuwbouw te realiseren voor 750 leerlingen

2. Mogelijke scenario’s Na besluitvorming in de gemeenteraad in oktober 2019 zijn we in overleg gegaan met het bestuur van het Jan van Brabant College om verschillende scenario’s voor de Molenstraat in kaart te brengen. Deze scenario’s zijn hieronder uitgewerkt. Gedurende deze gesprekken is er een scenario bijgekomen, dat van verplaatsing van de school van de Molenstraat naar de huidige locatie van Helicon aan Suytkade. Helicon heeft namelijk aangegeven dat zij interesse heeft in één van de gebouwen van het Jan van Brabant College aan de Molenstraat. De scenario’s zijn beoordeeld op basis van capaciteit/behoefte, mogelijkheden tot het realiseren van het onderwijskundig concept, toepassen van de bouwkundige kwaliteit (BENG = bijna energie neutraal), toe te passen duurzaamheid en kosten. Op basis daarvan zijn de volgende vier scenario’s uitgewerkt:

1. 2. 3. 4.

Huidige situatie handhaven Renoveren Molenstraat Verplaatsing naar Suytkade Helicon gebouw Vervangende nieuwbouw

Gemeenteraad van Helmond

Blz. 5 van 15

1. Huidige situatie handhaven In dit scenario blijft Jan van Brabant aan de Molenstraat en vindt er geen gemeentelijke investering in renovatie plaats. Capaciteit/ behoefte

Realisatie onderwijskundig concept

Opwaarderen bouwkundige kwaliteit

Realisatie duurzaamheid Kosten gemeente

De huidige capaciteit van de Molenstraat is 8.810 m2. Op dit moment is de ruimtebehoefte 6.400 m2. De komende jaren wordt deze behoefte steeds minder. Hierdoor ontstaat er op termijn een overschot van minimaal 2.500 m2. Er kan gekozen worden om een pand af te stoten waardoor het overschot verminderd kan worden. De huidige indelingen van het pand, zijnde niet flexibel, maken het onmogelijk om het onderwijskundig concept te kunnen realiseren. Er is sprake van 2 rijksmonumenten (gebouwen A en B) en een gemeentelijk monument (Gebouw D). Wanneer er gekozen wordt om de huidige situatie te handhaven en dus niks te doen kan er niet voldaan worden aan de eisen van het nieuwe bouwbesluit. Hierbij gelden dezelfde argumenten als bij het opwaarderen van de bouwkundige kwaliteit. € 0,-

Voordelen • Geen gemeentelijke investering noodzakelijk; • Geen verhuisbewegingen noodzakelijk. Nadelen • Er ontstaat een overschot van minimaal 2.500 m2 aan vierkante meters;

• • • •

Het gebouw is niet duurzaam; De bouwkundige kwaliteit verslechtert; Het gebouw is niet passend bij het onderwijskundig concept; De exploitatiekosten voor het Jan van Brabant blijven hoog. Deze zijn jaarlijks € 212.000,- hoger dan de vergoeding die zij ontvangt van het Rijk

•

Wanneer we ervoor kiezen om niet te doen, bestaat de kans dat het leerlingenaantal bij het Jan van Brabant College drastisch afneemt. Het gevolg hiervan kan zijn dat de school niet kan blijven voortbestaan. Als gemeente hebben we een expliciete rol bij het faciliteren van openbaar onderwijs. Kiezen voor deze variant staat haaks op deze rol.

3. Renoveren Molenstraat In dit scenario blijft Jan van Brabant aan de Molenstraat gehuisvest. Hierbij investeert de gemeente wel in renovatie en kan er op termijn een gebouw afgestoten worden door overcapaciteit. Capaciteit/ behoefte

Realisatie onderwijskundig concept

Gemeenteraad van Helmond

De huidige capaciteit van de Molenstraat is 8.810 m2. Op dit moment is de ruimtebehoefte 6.400 m2. De komende jaren wordt deze behoefte steeds minder. Hierdoor ontstaat er op termijn een overschot van minimaal 2.500 m2. Er kan gekozen worden om een pand af te stoten waardoor het overschot verminderd kan worden. De huidige indelingen van het pand, zijnde niet flexibel, maken het onmogelijk om het onderwijskundig concept te kunnen realiseren. De monumentale panden Blz. 6 van 15

Opwaarderen bouwkundige kwaliteit

Realisatie duurzaamheid

Kosten gemeente

functioneel aanpassen is zeer kostbaar. Het C gebouw biedt de meeste mogelijkheden voor aanpassing, maar de verdiepingshoogte is beperkt zodat functies met extra hoogte (aula en kantine) niet kunnen worden ingepast. Er is sprake van 2 rijksmonumenten en een gemeentelijk monument. Wanneer er gekozen wordt voor renovatie van de Molenstraat betekent dit hoge kosten voor de gebouwen met een monumentale status. Verduurzamen van de rijksmonumenten wordt onhaalbaar geacht. Verduurzaming van het C gebouw is mogelijk, maar tegen hoge kosten. Totaal lasten: € 35.400.000,-- afgerond voor een periode van 40 jaar

Voordelen • Er is geen verhuisbeweging noodzakelijk, los van tijdelijke huisvesting; • Er is geen herbestemming/ herontwikkeling van de gehele locatie noodzakelijk, maar slechts een deel. Nadelen • Er is sprake van een hoge vervangingsinvestering à € 14.541.000,-- na 20 jaar en kosten voor tijdelijke huisvesting à € 3.300.000,--Hierdoor is deze variant significant duurder dan de variant nieuwbouw. Afhankelijk van het moment en de noodzaak voor vervangingsinvesteringen kan deze variant meer in lijn zijn met de kosten van de nieuwbouwvariant; • Het gebouw blijft niet passend bij het onderwijskundig concept; • Een deel blijft rijksmonument waardoor het niet mogelijk is een volledig energiezuinig pand te realiseren; • De herontwikkeling van een deel van de locatie is lastig in te vullen; • Er is tijdelijke huisvesting nodig. De kosten hiervoor zijn onderdeel van de beheerslasten ;

•

de exploitatiekosten voor Jan van Brabant blijven hoog. Deze zijn in de huidige situatie jaarlijks € 212.000,jaarlijks hoger dan de vergoeding die zij ontvangt van het Rijk. Het nu nog niet duidelijk hoe deze kosten zich gaan ontwikkeling na renovatie.

3. Verplaatsing naar Suytkade Helicon gebouw Helicon (ROC) heeft aangegeven dat hun huisvesting te groot is en daarmee de exploitatie te hoog is. Dit is een vergelijkbaar argument dat Jan van Brabant heeft met de Molenstraat. Zij willen graag dit pand verkopen en zich op een andere locatie in Helmond vestigen. Een eventuele verhuizing naar een gedeelte van de locatie Molenstraat is voor Helicon bespreekbaar. In dit scenario gaat Jan van Brabant in het pand van Helicon. Het pand moet echter volledig aangepast worden naar het onderwijs van Jan van Brabant. Capaciteit/ behoefte

Realisatie onderwijskundig concept

Opwaarderen bouwkundige kwaliteit

Gemeenteraad van Helmond

Het aantal m2 bvo à 6.257 m2 is voor Jan van Brabant toereikend, maar het buitenterrein, inclusief fietsenstalling en parkeren, is onvoldoende. Deze is slechts 1.839 m2 en de behoefte is 2.480 m2 Het gebouw is aan te passen aan de gewenste onderwijskundige visie van de school. Omdat het gebouw nu gebruikt wordt door het MBO is er echter een grote investering nodig om het gebouw geschikt te maken voor het VO. Het gebouw van Helicon dateert van 2010 en voldoet niet aan de laatste eisen van het bouwbesluit

Blz. 7 van 15

Realisatie duurzaamheid Kosten gemeente

waaronder, BENG kwaliteit. Het gebouw is wel geschikt te maken. Bovenstaande geldt ook voor de verdere verduurzamingsmaatregelen Totaal lasten €28.500.000,-- afgerond over een periode van 40 jaar

Voordelen • Er ontstaat geen nieuwe leegstand doordat het gebouw van Helicon direct invulling heeft; • Jan van Brabant kan de locatie Molenstraat verlaten. Nadelen

•

• • • •

• •

Het buitenterrein is niet groot genoeg, waardoor er op een andere locatie grond aangekocht moet worden. Dit is echter niet praktisch, omdat je hierdoor veel beweging van leerlingen krijgt. Daarnaast vraagt dit organisatorisch veel van het Jan van Brabant. Ook is er weinig tot geen mogelijkheid voor het realiseren van een fietsenstalling; Er is onvoldoende ruimte voor parkeren, dit moet permanent gehuurd worden. Dit leidt tot hogere beheerslasten; Het gebouw is ingericht en gebouwd voor het MBO en een aanpassing naar een gebouw dat geschikt is voor VO vraagt een forse investering; Ondanks dat dit een hoge investering betreft is het resultaat niet optimaal voor de toekomst. Verder kent een renovatie een beperkte levensduur (30 jaar) en het gebouw moet daarna opnieuw worden gerenoveerd; Er is sprake van een hoge vervangingsinvestering à € 6.000.000,-- na 30 jaar. In de berekening is hiervoor nu €2.000.000,-- meegenomen (voor een periode van 10 jaar). Als deze hele vervangingsinvestering niet nodig is en daardoor ook geen tijdelijke huisvesting nodig is (€ 4 mln), is deze variant nagenoeg gelijk aan de variant nieuwbouw; Er is herbestemming/ontwikkeling nodig van een deel van de locatie Molenstraat. Andere activiteiten moeten zich verhouden tot het onderwijs; Er is tijdelijke huisvesting nodig. De kosten hiervoor zijn onderdeel van de beheerslasten.

4. Vervangende nieuwbouw In dit scenario wordt op een nog nader te bepalen locatie een nieuw en toekomstbestendig gebouw gerealiseerd voor een periode van 40 jaar. Hiermee wordt een level playing field gecreëerd tussen Jan van Brabant en OMO.

Capaciteit/ behoefte

Realisatie onderwijskundig concept Opwaarderen bouwkundige kwaliteit

Realisatie duurzaamheid Kosten gemeente

Het aantal m2 bvo is voor Jan van Brabant op ‘maat‘ te maken. Daarmee ontstaat een optimale verhouding tussen capaciteit en behoefte Het gebouw is bij aanvang geschikt voor het onderwijskundig concept van Jan van Brabant. Het gebouw behoeft geen opwaardering, maar wordt gerealiseerd aan de hand van het huidige bouwbesluit en daarmee ook op het verplichte BENG niveau. Daarmee wordt er ook een optimum in de exploitatiekosten bereikt Bovenstaande geldt ook voor de verdere verduurzamingsmaatregelen Totaal lasten € 22.900.000,-- afgerond betreft totaal lasten over een periode van 40 jaar

Voordelen:

Gemeenteraad van Helmond

Blz. 8 van 15

• • • • •

Er kan een duurzaam gebouw gerealiseerd worden dat adequaat is voor het onderwijs; De omvang van het gebouw wordt op ‘maat’ gemaakt op basis van de lange termijn behoefte Daarmee wordt er niet gebouwd voor leegstand; Er ontstaat voor wat betreft de kwaliteit van de onderwijshuisvesting een gelijke situatie voor het gehele VO in Helmond. Er is geen tijdelijke huisvesting nodig, bij de scenario's 2 en 3 wel; De gemeente kan zelf een belangrijke locatie in het centrum in zijn geheel herontwikkelen

Nadelen: • De ontwikkeling van nieuwbouw kan een lange periode in beslag nemen; • Een locatie dient nog gevonden te worden voor de realisatie van een VO school. De verschillende varianten zijn hieronder schematisch weergeven. Huidige Renovatie Gebouw Helicon situatie Molenstraat Capaciteit/behoeft +/+/e Onderwijskundig +/concept Bouwkundige + kwaliteit Duurzaamheid +/+ Grondopbrengst +/Totale kosten €0 € 35.400.000,€ 28.500.000,-gemeente over een periode van 40 jaar Investeringskredie € 9.800.000,-€ 9.900.000,-t 2025 afgerond Investeringskredie € 10.200.000,-€ 10.300.000,-t prijspeil 2027 afgerond Opmerkingen

Dit is inclusief vervangingsinvesteri ng na 20 jaar. Afhankelijk van het moment en de noodzaak voor vervangingsinvesteri ngen kan deze variant meer in lijn zijn met de kosten van de nieuwbouwvariant

Nieuwbouw + + + + + € 22.900.000,--

€ 18.500.000,-€ 19.210.000,--

Dit is inclusief vervangingsinvest ering na 30 jaar. Zonder deze investering en tijdelijke huisvesting is deze variant nagenoeg gelijk aan de nieuwbouwvariant

NB. Er is in de bovenstaande berekeningen, waar van toepassing, nog geen rekening gehouden met eventuele opbrengsten van de Molenstraat. Wanneer duidelijk is wat de herontwikkeling van de Molenstraat concreet gaat inhouden, kan er bepaald worden wat de opbrengst van deze locatie is. Conclusie scenario’s Gemeenteraad van Helmond

Blz. 9 van 15

Op basis van bovenstaande beoordeling per scenario is het scenario vervangende nieuwbouw het meest kansrijke scenario. Nieuwbouw biedt de mogelijkheid om een gebouw ‘op maat’ te realiseren, dat voldoet aan de onderwijskundige visie van de school, toekomstproof is qua bouwkundige kwaliteit en duurzaamheid (ENG niveau). Ook qua kostenniveau is nieuwbouw, met een doorrekening over 40 jaar, het meest voordelig. Aan de overige scenario’s zitten of bouwkundig of financieel te veel nadelen. Door voor een van de andere scenario's te kiezen wordt er geen echte toekomstbestendige en duurzame oplossing geboden voor de huisvesting van Jan van Brabant. Aan deze overige scenario's zitten dan ook te veel bouwkundige en financiële nadelen om voor een van deze te kiezen. Voorgesteld wordt: Op basis van de voorgelegde scenario’s voor de locatie Molenstraat de voorkeur uit te spreken voor de nieuwbouwvariant op een nader te bepalen locatie.

4. Modulair bouwen Het onderwijs verandert continue. Een gebouw tot op heden niet. Schoolgebouwen worden gebouwd voor een aantal leerlingen en heeft een vaste vorm. Deze vaste vorm wordt zowel aan de binnen- als buitenkant gebruikt. Om in te kunnen spelen op de continue veranderingen kan er gebruik gemaakt worden van de mogelijkheid tot modulair bouwen. Modulair bouwen is het realiseren van een gebouw dat gedurende de hele levensduur aansluit bij de vraag. Dat qua omvang, functie, comfort en identiteit kan meebewegen met veranderende omstandigheden, behoeften en wensen van gebruikers. En dat kan worden verplaatst of ingeleverd en hergebruikt voor een andere functie als de vraag ophoudt te bestaan. Zo’n gebouw is een toekomstbestendig gebouw. Voorgesteld wordt: Gebruik te maken van modulair bouwen, zodat het gebouw gedurende de hele levensduur aansluit bij de vraag.

5. Locatiebepaling Wanneer een voorkeur uitgesproken wordt voor de nieuwbouwvariant, komt deze op een andere plek in de Gemeente Helmond. Ontwikkeling op de huidige locatie Molenstraat is niet mogelijk. Op dit moment is er nog geen concrete locatie gekozen om eventueel de vervangende nieuwbouw te realiseren. De komende tijd gaan we in overleg met het Jan van Brabant over een passende locatie. Hierbij hanteren we een aantal uitgangspunten: • Er dient eerst gezocht te worden binnen het grondbezit van de gemeente; • de locatie dient in de nabijheid van een sportvoorziening te zijn; • er wordt rekening gehouden met spreiding van de VO locaties; •

bij de locatiebepaling worden de ontwikkelplannen van de stad meegenomen.

In lijn van deze kaders gaan we het gesprek aan. Voorgesteld wordt: De locatie keuze voor de te realiseren nieuwbouwvariant nog nader te bepalen in overleg met het Jan van Brabant College

6. Wanneer investeren? Bij de herijking van fase 1 van het IHP in 2019 is besloten om de uitvoering van fase1 te temporiseren. Vanwege de temporisering van Fase 1 IHP naar 2020-2025 start Fase 2 IHP vanaf 2026. Op basis van de door de gemeenteraad in oktober 2018 aangenomen motie van de VVD hebben wij gezocht naar een mogelijkheid om de beoogde investering in huisvesting Jan van Brabant Molenstraat naar voren te halen. Binnen de mogelijkheden van de meerjarenbegroting zien wij in 2025 voor het eerst financiële ruimte om een aanvang te maken met investering in huisvesting Jan van Brabant Molenstraat.

Gemeenteraad van Helmond

Blz. 10 van 15

Om deze reden kan er pas vanaf 2025 geïnvesteerd worden in de huisvesting van het Jan van Brabant, locatie Molenstraat. Om in 2025 ook daadwerkelijk te kunnen starten met de bouwactiviteiten ten behoeve van de nieuwbouw is het wenselijk om de jaren 2023 en 2024 te nemen ter voorbereiding op de uitvoering. Daarom wordt er voor de jaren 2023 en 2024 een voorbereidingskrediet gevraagd. Voorgesteld wordt: De nieuwbouw te realiseren vanaf 2025 en een voorbereidingskrediet beschikbaar te stellen van € 750.000,- in zowel 2023 en 2024. Doordecentralisatie Tijdens de uitwerking van de scenario's is ook de mogelijkheid van doordecentralisatie van de huisvestingsmiddelen meerdere malen naar voren gekomen. Het bestuur van het Jan van Brabant College heeft de gemeente gemeld dat zij graag tot een doordecentralisatieovereenkomst met de gemeente wil komen, zoals het bestuur van OMO dat ook met de gemeente heeft. Het bestuur van Jan van Brabant heeft daartoe een verzoek ingediend. Door het complexe vraagstuk dat er lag voor fase 1 van het IHP, zijn wij ook gaan nadenken over hoe wij als gemeente om kunnen gaan met onderwijshuisvesting. Eén van de mogelijkheden is om binnen onderwijshuisvesting te kiezen voor algehele doordecentralisatie. Daarom wordt ook een onderzoek gedaan naar doordecentralisatie van de middelen voor onderwijshuisvesting voor het gehele onderwijs in Helmond.

Door de actualiteit van het vraagstuk over huisvesting voor Jan van Brabant Molenstraat is het traject voor het VO losgekoppeld en met prioriteit opgepakt. De resultaten van het onderzoek voor het Primair Onderwijs zijn naar verwachting gereed in het voorjaar van 2021. Wat is doordecentralisatie? Binnen het VO biedt artikel 76 v van de Wet op het VO (WVO) de mogelijkheid om de huisvestingsmiddelen van de gemeente over te dragen aan het schoolbestuur. De wettelijke zorgplicht blijft echter bij de gemeente, maar met doordecentralisatie wordt het schoolbestuur zelf verantwoordelijk voor de uitvoering van deze zorgplicht. De gemeente draagt met de vergoeding ook de taken van deze zorgplicht over. Het schoolbestuur krijgt dus meer zeggenschap en daarmee invloed op de huisvestingskeuzes. Hierbij moet de opmerking gemaakt worden dat doordecentralisatie geen extra scenario is en geen doel op zich. Doordecentralisatie is een middel om een van de scenario’s te realiseren. Doordecentralisatie kan door een gemeente niet dwingend opgelegd worden en een schoolbestuur kan het ook niet afdwingen. Het staat ieder schoolbestuur vrij om een verzoek tot doordecentralisatie bij de gemeente in te dienen. De gemeente is bij een verzoek tot doordecentralisatie van één schoolbestuur niet gebonden om eveneens andere schoolbesturen bij het te nemen besluit te betrekken.

Doordecentralisatie in relatie tot de zorgplicht De zorgplicht voor onderwijshuisvesting is voor het VO geregeld in artikel 76v van de wet op het VO (WVO). Een besluit tot doordecentralisatie betekent niet dat dit artikel niet meer van toepassing is en de gemeente geen verantwoordelijkheid meer heeft voor de voorzieningen huisvesting onderwijs. De gemeente besluit uitsluitend tot het overdragen van de uitvoering van de zorgplicht aan de bevoegde gezagsorganen (= schoolbesturen), de wettelijke zorgplicht kan niet overgedragen worden. Doordecentralisatie is een vorm van functionele decentralisatie. Functionele decentralisatie betekent dat voor een juiste uitvoering van taken de verantwoordelijkheid van de uitvoering door de gemeente rechtstreeks wordt ondergebracht bij het schoolbestuur. Dit gaat gepaard met het verstrekken van een jaarlijkse vergoeding. Het heeft tot gevolg dat het college en het schoolbestuur afspraken maken en deze betrekking hebben op alle scholen die onder een schoolbestuur vallen. Deze afspraken gaan over:

Gemeenteraad van Helmond

Blz. 11 van 15

1. Het vaststellen van een jaarlijkse vergoeding aan het schoolbestuur voor dat gedeelte van de voorzieningen huisvesting onderwijs dat wordt gedoordecentraliseerd;

2. Verantwoording door het schoolbestuur van de door de gemeente beschikbaar gestelde bedragen. Uitwerking Doordecentralisatie Er wordt eerst bepaald wat de omvang van de doordecentralisatie inhoudt. Er wordt voor een periode van 50 tot 60 jaar, dat is de gemiddelde levensduur van schoolgebouwen, de instandhoudingslasten van het scholenbestand in kaart gebracht. Aan de hand hiervan wordt bepaald tot welke financiële jaarlast dit leidt voor de gemeente. Er wordt immers een verplichting van de gemeente overgedragen aan het schoolbestuur. Het resultaat hiervan is een overeenkomst/akkoord tussen de gemeente en het schoolbestuur waarin de afspraken over de langjarige huisvestingsplicht en anderzijds de financiële grondslag wordt vastgelegd. De uitwerking van de doordecentralisatie met het Jan van Brabant College vraagt om een zorgvuldig proces. Er zijn een aantal punten waar rekening mee gehouden dient te worden: a. Op korte termijn (vanaf 2025) heeft doordecentralisatie een kostenverhogend effect op de begroting; b. de uitwerking van de doordecentralisatie betreft de drie locaties van Jan van Brabant en niet alleen de Molenstraat; c. de uitwerking van de doordecentralisatie moet kloppen bij de opvattingen en het oordeel van zowel de gemeente als het bestuur van Jan van Brabant.

Omdat de uitwerking dus om zorgvuldigheid vraagt, neemt het toewerken naar een resultaat wat langer tijd in beslag. Bij de voorjaarsnota en begrotingsbehandeling van 2022-2025 is hier duidelijkheid over. De discussie over doordecentralisatie is volgend op de kaders. De reden hiervoor is dat doordecentralisatie een middel is om onderwijshuisvesting te organiseren. Daarnaast geldt, zoals hierboven reeds aangegeven, doordecentralisatie voor alle scholen die onder het schoolbestuur vallen. Voor het Jan van Brabant betekent dit dus dat doordecentralisatie zou gelden voor alle drie de scholen (Deltaweg, Molenstraat en Gasthuisstraat) en niet enkel voor de locatie Molenstraat/nieuwbouwlocatie. In bijlage 1 kunt u een breder perspectief over doordecentralisatie vinden. Voorgesteld wordt: Het college opdracht te geven om het scenario nieuwbouw verder uit te werken met het bestuur van Jan van Brabant. De financiering van dit scenario op basis van de wettelijke zorgplicht en doordecentralisatie nader uit te werken. Fase 2 IHP Bij de herijking van het IHP in 2019 is door de raad besloten om naast de huisvesting Jan van Brabant Molenstraat verder uit te werken dit ook te doen voor Fase 2 van het IHP. Voor de uitvoering van fase 2 zijn in het IHP geen middelen gereserveerd. In fase 2 van het IHP zitten de wijken Helmond-Noord, Stiphout, en Brandevoort.

Van de schoolgebouwen in de wijken Helmond-Noord en Stiphout is 80% ouder dan 40 jaar. Een aantal zijn zelfs ouder dan 50 jaar. Daarnaast hebben beide wijken te maken met een leerlingendaling van 25%. Daarmee is er ook sprake van relatief veel (dure) leegstand. Er op dit moment nog geen volledig uitgewerkt plan voor fase 2 ligt. In volgende bestuursperiode zullen wij in gesprek moeten met de schoolbesturen over invulling van fase 2 die gaat lopen vanaf 2026. Daarnaast loopt het onderzoek naar doordecentralisatie van het PO nog. Hiervan zijn de eerste uitkomsten in de tweede helft van 2021 bekend. Argumenten 1.1 Door nieuwbouw te realiseren voor Jan van Brabant voldoe je als gemeente aan de wettelijke zorgplicht. Wanneer er nieuwbouw voor Jan van Brabant gerealiseerd wordt, is er weer sprake van adequate huisvesting die voldoet aan de normen van deze tijd. Met nieuwbouw kan Jan van Brabant daarnaast hun onderwijs beter

Gemeenteraad van Helmond

Blz. 12 van 15

vormgeven dan wanneer ze in de gebouwen van de Molenstraat blijven. Ook ontstaat er dan een level playing field qua gebouwen met collega OMO. 1.2 Er wordt een perspectief aan Jan van Brabant geboden Vanuit de raad en Jan van Brabant zelf is gevraagd om een perspectief te bieden voor de huisvesting aan de Molenstraat. Met dit besluit wordt zowel voor de huisvesting als voor het tijdpad een perspectief geboden. 1.3 Er wordt een level playing field in het VO gerealiseerd Door een perspectief voor de huisvesting van Jan van Brabant voor de locatie Molenstraat te bieden ontstaat er een level playing field in het VO. Op deze manier zijn alle VO scholen voorzien van gelijke huisvesting. Hiermee kan de huisvesting minder in de keuze meespelen voor toekomstige leerlingen Kanttekeningen 1.1 Er kan een conflictstelsel ontstaan Door een perspectief te bieden aan het Jan van Brabant College voor de huisvesting Molenstraat kan er sprake zijn van een conflictstelsel. De besluitvorming is niet tot stand gekomen uit een gezamenlijke opdracht en visie, zoals bijvoorbeeld een IHP beoogt. Deze is tot stand gekomen door herhaaldelijke verzoeken en lobby van het schoolbestuur. Echter is er in de uitwerking tot op heden wel sprake van samenwerking. Het doel blijft ook om deze samenwerking in het vervolgproces door te zetten.

Financiën De opbouw van de investering van de nieuwbouwvariant per prijspeil 2027 als volgt uit: Prijspeil aard jaar Index Bruto 2020 nieuwbouw

2027

bouwrijp

2027

aankoop grond

2027

13.080 1.150 2.500

1,15

15.019

1,15

1.321

1,15

2.870

TOTAAL INVESTERING

19.210

Investering per jaarschijf

Jaartal Uitgaven

2023 750

2024 750

2025 6.000

2026 9.000

2027 2.710

Dit is inclusief de aankoop van de grond van een nieuwe locatie. Daarnaast is er nog sprake van een afkoop huurverplichting van circa € 550.000,-- in 2027. Eventuele herontwikkelingsopbrengsten van de locatie Molenstraat en de verrekening van de daarop rustende boekwaarden zijn hier (nog) niet in meegenomen. Gemiddeld genomen zijn de jaarlasten € 590.000,-- voor het scenario nieuwbouw. Het eerste jaar is deze jaarlast circa € 675.000,--, als gevolg van hoge rentekosten door de investering. In deze investering is tevens rekening gehouden met de mogelijkheid om modulair te bouwen. In de bovenstaande berekening van de investering is rekening gehouden met een hoger aantal leerlingen bij de opening van de school, namelijk 850 in 2027. Daarnaast is rekening gehouden met de mogelijkheid om modulair te bouwen. Waarbij we uitgaan van 850 leerlingen in 2027 naar 750 leerlingen in 2035. Locatie Molenstraat Indien gekozen wordt voor de variant Nieuwbouw zal de locatie Molenstraat beschikbaar komen als herontwikkelingslocatie. Indien deze herontwikkeling via een grondexploitatie verloopt, kan op grond van de verslaggevingsregels Bbv, uitsluitend de huidige boekwaarde ingebracht worden in deze grondexploitatie. Op grond

Gemeenteraad van Helmond

Blz. 13 van 15

van de verslaggevingsregels Bbv is een herwaardering (het nemen van boekwinst) niet toegestaan. Als besloten wordt het actief te verkopen, en als gevolg van deze verkoop een boekwinst zou ontstaan, komen deze middelen ten gunste van het jaarresultaat van het jaar van verkoop. Het is aan de gemeenteraad om dan te besluiten of en op welke wijze deze middelen ingezet gaan worden. Er kan dan bijvoorbeeld besloten worden om dit voor onderwijsdoeleinden beschikbaar te stellen. Overigens hebben wij op dit moment nog niet het inzicht wat de potentiële opbrengst van de locatie Molenstraat is. Bij het uitwerken van de mogelijkheid tot doordecentralisatie zal de investering voor de variant nieuwbouw als uitgangspunt worden genomen. Verder zal er een overnamesom moeten worden ingebracht ter grootte van de huidige boekwaarde van de locatie Molenstraat én de Deltaweg. Immers op dat moment verwerft Jan van Brabant ook het economisch claimrecht op de beide panden. Indien Jan van Brabant besluit tot nieuwbouw en uiteindelijk gaat verhuizen, zal de gemeente het leegkomende pand (of panden) tegen de dan geldende boekwaarde weer terugkopen. De totale doordecentralisatie zal in totaliteit niet meer kosten, omdat immers de dekking van de diverse over te dragen gelden al in de begroting zijn opgenomen, met uitzondering van de nieuwbouwinvestering.

De dekking van de jaarlijkse lasten die verband houden met de keuze voor de voorkeursvariant zullen bij de definitieve besluitvorming verder in beeld worden gebracht. Besluitvorming over een mogelijke investering in 2025 vindt plaats bij de aanstaande behandeling van de voorjaarsnota en de meerjarenbegroting. Als gemeente moeten we immers vier jaar vooruit begroten, oftewel tot en met 2025. Communicatie en vervolgproces Binnen het hele traject vindt intensief overleg plaats met het Jan van Brabant College. Ook na besluitvorming blijft dit overleg doorgaan om de kaders verder met elkaar uit te werken. Daarnaast zullen we bij de voorjaarsnota en de begroting met uw raad in gesprek gaan over het integrale financiële perspectief. In dat licht zullen we dan ook doorpraten over de financiële uitwerking van dit voorstel. Besluitvorming raad Besluitvorming van de raad is op een aantal momenten noodzakelijk. Hieronder geven wij weer wanneer en op welke wijze de raad betrokken wordt bij het proces. Wat Adviescommissie Raadsvergadering: Inhoudelijke kaders Voorjaarsnota Begrotingsbehandeling Burgemeester en wethouders van Helmond burgemeester mevr. P.J.M.G. Blanksma – van den Heuvel

Wanneer 6 april 2021 13 april 2021 29 juni 2021 2 november 2021

secretaris H.J. de Ruiter

Bijlagen 1. Rapport Kwartiermasters Doordecentralisatie Jan van Brabant College 2. Leerlingenprognose 2020-2035 VO – Pronexus BV. 3. Bouwkundige rapportages locatie Molenstraat

Gemeenteraad van Helmond

Blz. 14 van 15

Raadsbesluit Vergadering

23 13 april 2021

Gemeenteraad

De raad van de gemeente Helmond; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 15 maart 2021; gelet op de bepalingen van de Gemeentewet;

besluit: 1. In te stemmen met het volgende richtinggevend kader voor de huisvesting Jan van Brabant Molenstraat: a. op basis van een brede afweging op het gebied van onderwijs, te bepalen dat de huisvesting van het Jan van Brabant College aan de Molenstraat niet duurzaam en toekomstbestendig is; b. als gevolg daarvan te investeren in een toekomstbestendige en duurzame huisvesting voor het Jan van Brabant College; c. de permanente nieuwbouw te realiseren voor 750 leerlingen; d. op basis van de voorgelegde scenario’s voor de locatie Molenstraat, de voorkeur uit te spreken voor de nieuwbouwvariant op een nader te bepalen locatie; e. gebruik te maken van modulair bouwen, zodat het gebouw gedurende de hele levensduur aansluit bij de vraag; f. de nieuwbouw te realiseren vanaf 2025, waarbij de voorbereidingen plaatsvinden in 2023 en 2024. 2. 3. 4.

Het college opdracht te geven om het scenario nieuwbouw nader uit te werken met het bestuur van Jan van Brabant; Het college de opdracht geven de optie tot doordecentralisatie voor het Jan van Brabant college (3 locaties) verder uit te werken. De financiële gevolgen van de gekozen nieuwbouwvariant nader uitwerken in de voorjaarsnota en de meerjarenbegroting 2022 - 2025 en verder, zodat de raad een integrale afweging kan maken.

Aldus besloten in zijn openbare vergadering van 13 april 2021. De raad voornoemd, de voorzitter,

Gemeenteraad van Helmond

de griffier,

Blz. 15 van 15

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9973983/1