RN 2026-043 Bijlage 1 Ontwerp GR Blink 2026
Tekst van het document
Blink GR teksten januari 2026
Gemeenschappelijke regeling Blink 2026
De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Asten, Deurne, Gemert-Bakel, Heeze- Leende, Helmond, Laarbeek, Nuenen c.a., Someren en Son en Breugel. Overwegingen: dat intergemeentelijke samenwerking bij de vervulling van overheidstaken op het vlak van inzameling, sortering, vermarkting en (eind)verwerking van (grondstoffen in) grof en fijn huishoudelijke afvalstoffen, leidt tot een maatschappelijke meerwaarde; dat door het aangaan van casu quo het toetreden tot de regeling door de deelnemende gemeenten zij op basis van een gemeentelijk aanwijzingsbesluit Blink de bevoegdheid hebben gegeven over te gaan tot de inzameling van huishoudelijk afvalstoffen, als bedoeld in de artikelen 10.21 eerste lid en artikel 10.22 eerste lid Wet milieubeheer; dat voor de wijziging van de gemeenschappelijke regeling een zienswijzeprocedure is vereist op grond van artikel 1 Wet gemeenschappelijke regelingen, waarbij de raden worden uitgenodigd hun standpunten kenbaar te maken.
dat de ontwikkelingen op het vlak van de verwerking van grof en fijn huishoudelijk afval in een stroomversnelling raken, mede als gevolg van het streven naar meer duurzaamheid; dat Blink zich naast de inzameltaak van huishoudelijk afval voor de deelnemende gemeenten ook bezig houden met de sortering, vermarkting en (eind)verwerking van (grondstoffen in) grof en fijn huishoudelijke afvalstoffen; gelet op; de artikelen 21 en 22 eerste lid Grondwet, op titel 10.4 Wet milieubeheer, op de betreffende gemeentelijke Afvalstoffenverordeningen, op artikel 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen; gezien: de toestemming van de raden van de gemeente xxx bij de vergadering van [datum] overeenkomstig artikel 1, eerste lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen; besluiten : tot het treffen van de navolgende gewijzigde gemeenschappelijke regeling Blink, die als citeertitel krijgt: de Gemeenschappelijke regeling Blink 2026.
Blink GR teksten januari 2026
Gemeenschappelijke regeling Blink 2026 HOOFDSTUK I (ALGEMENE BEPALINGEN) Artikel 1. Instelling en plaats van vestiging 1. Er is een openbaar lichaam, genaamd “Gemeenschappelijke regeling Blink”. 2. Het lichaam is een rechtspersoon. 3. De plaats van vestiging is Helmond. Artikel 2. Begripsbepalingen 1.
De gemeenschappelijke regeling en de daarop berustende bepalingen verstaat onder:
a.
de wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen;
b.
de regeling: de gemeenschappelijke regeling Blink;
c.
openbaar lichaam: het openbaar lichaam bedoeld in artikel 1, eerste lid;
d.
Blink: uitvoeringsorganisatie die belast is met inzamel-, bewerkings-, verwerkings- en transportactiviteiten en die de administratie verzorgt;
e.
deelnemende gemeenten: de rechtspersoon als bedoeld in artikel 1:1 vierde lid Awb waartoe onderscheidenlijk de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Asten, Deurne, Gemert-Bakel, Heeze-Leende, Helmond, Laarbeek, Nuenen c.a., Someren en Son en Breugel behoren;
f.
de colleges: de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten;
g.
het gebied: het gebied gelegen binnen de gemeentegrenzen van de aan deze regeling deelnemende gemeenten;
h.
programmakosten: de kosten vastgesteld door het Algemeen bestuur die voortvloeien uit de per deelnemende gemeente te verrichten werkzaamheden door Blink;
i.
afvalstoffen: afvalstoffen zoals bedoeld in de Wet milieubeheer;
j.
afvalbeheer: inzameling, transport, nuttige toepassing of verwijdering van afvalstoffen;
k.
vermarkten; het gereed maken voor verkoop;
l.
basistaken: de taken die Blink uitvoert op het gebied van afvalbeheer en worden vastgelegd in de dienstverleningovereenkomst;
m.
verzoektaken: taken die Blink op verzoek van deelnemende gemeenten uitvoert in aanvulling op de basistaken en worden vastgesteld in de dienstverleningovereenkomst;
n.
KWD-bedrijfsafvalstoffen: kantoor-winkel- en dienstenafval;
o.
personeel Blink B.V.: de rechtspersoon waarin het personeel van Blink is ondergebracht, waarbij sprake is van een 100% deelneming van deze rechtspersoon van Blink. Het is een verbonden partij;
p.
RHCe: Regionaal Historisch Centrum Eindhoven;
q.
DVO: dienstverleningovereenkomst; de overeenkomst waarin de dienstverlening van Blink voor basistaken en verzoektaken wordt vastgelegd;
r.
ondernemingsplan: plan over de visie, missie, doelstellingen en strategieën van Blink inclusief een gestructureerde aanpak van het aankomende boekjaar om deze te behalen;
s.
investeringsplan: plan over de investeringen van Blink van het aankomende boekjaar;
Blink GR teksten januari 2026
t.
meerjarenraming: een raming als onderdeel van de begroting waarin de financiële structuur voor meerdere jaren [minimaal drie jaren] in wordt opgenomen. De meerjarenraming is onderdeel van de begroting.
2.
Waar in deze regeling artikelen van de Gemeentewet, enige andere wet of gemeentelijke verordening van overeenkomstige toepassing worden verklaard, wordt in die artikelen voor de gemeente, respectievelijk de gemeenteraad, burgemeester en wethouders respectievelijk de burgemeester gelezen: voor de artikelen voor Blink, respectievelijk het Algemeen bestuur, het Dagelijks bestuur, respectievelijk de voorzitter.
HOOFDSTUK II (TAAKOPDRACHT, DOELOMSCHRIJVING EN INSTRUMENTEN) Artikel 3. Het doel van de gemeenschappelijke regeling 1.
De gemeenschappelijke regeling heeft als doel het door middel van een openbaar lichaam behartigen van de belangen van – en het tot stand brengen van een samenwerking tussen – de aan de regeling deelnemende gemeenten op het terrein van de inzameling, het vervoer, de sortering en overslag en de eventuele opslag van afvalstoffen, vermarkting en (eind)verwerking van grondstoffen en de verwijdering daarvan. Een en ander met inachtneming van de Wet milieubeheer en van het door het Rijk en/of provincie en/of deelnemende gemeente gevoerde afvalstoffenbeleid.
2.
De gemeenschappelijke regeling kan daarnaast van één of meer deelnemende gemeenten verzoektaken aannemen om belangen te behartigen. Uitgangspunt daarbij is dat deze specifieke uitvoering niet ten koste mag gaan van behartiging van de gemeenschappelijke belangen van de deelnemende gemeenten. De kosten en risico’s van deze specifieke taakuitvoering worden gedragen door de afnemende gemeenten.
3.
Blink kan taken voor derden uitvoeren die betrekking hebben op de basis- en verzoektaken. Blink gaat pas over tot het uitvoeren van dienstverlening aan derden nadat het Algemeen bestuur daarmee heeft ingestemd. Kosten en risico’s van deze taakuitvoering worden in zijn geheel gedragen door de afnemende derde partij.
Artikel 4. Taken 1.
Blink houdt ten behoeve van de deelnemende gemeenten een uitvoeringsorganisatie in stand die belast is met de volgende basistaken: a) Het uitvoeren van de inzameling, het vervoer, de sortering en overslag en de eventuele opslag van afvalstoffen, het vermarkten en de (eind)verwerking van grondstoffen en de verwijdering daarvan, een en ander als bedoeld in de artikelen 10.21 eerste lid en 10.22 eerste lid Wet milieubeheer, b) het beheren en exploiteren van de milieustraten in het areaal van Blink, voor zover deelnemende gemeenten beschikken over een milieustraat; c) het adviseren over afvalbeleid, afvalinzameling en afvalverwerking aan gemeenten door Blink als duurzaam kenniscentrum op het terrein van afval en grondstoffen, waaronder begrepen de afstemming en optimalisering van het afvalbeleid van de deelnemende gemeenten;
Blink GR teksten januari 2026
d) het volledig verzorgen van de registratie en administratieve verwerking van het afvalbeheer; e) het zorgdragen voor de uitvoering van de verwijdering van KWDbedrijfsafvalstoffen als bedoeld in titel 10.4 Wet milieubeheer voor zover deze door gemeenten aan Blink is opgedragen; 2.
Blink voert voor deelnemende gemeenten verzoektaken uit, voor zover deze verband houden met de reiniging en onderhoud van de fysieke leefomgeving en de uitvoering van specifieke projecten over afvalinzameling, afvalbeheer en het afvalbeleid van de deelnemende gemeenten.
3.
De uitvoering van de basistaken en de verzoektaken, wordt nader uitgewerkt in een dienstverleningsovereenkomst.
Artikel 5. Bevoegdheden 1.
Deelnemende colleges dragen al hun toekomende bevoegdheden over aan Blink die nodig zijn voor de zorg en uitvoering van de taken zoals omschreven in artikel 4 lid 1. Uitgezonderd zijn de publiekrechtelijke bevoegdheden over het stellen van regels, beleidsregels daaronder begrepen, en het op directe grondslag daarvan nemen en handhaven van besluiten, met betrekking tot de taken die zijn genoemd in artikel 4, lid 1, aanhef en onder a en b. Blink oefent die taken uit met inachtneming van algemene (beleids)regels, en besluiten die hierover respectievelijk door het Rijk, de provincie en deelnemende gemeenten zijn gesteld of genomen.
2.
Het uitvoeren van verzoektaken kan Blink ter hand nemen op basis van een nader te nemen besluit van de betrokken gemeente. Het bepaalde in lid 1, tweede en derde volzin is van overeenkomstige toepassing.
HOOFDSTUK III (Organen) Artikel 6. Organen Het openbaar lichaam kent de volgende organen: a) het Algemeen bestuur b) het Dagelijks bestuur c) de voorzitter d) de door het Algemeen of Dagelijks bestuur ingestelde commissies. HOOFDSTUK IV (Algemeen bestuur) Artikel 7. Samenstelling 1.
De colleges van de deelnemende gemeenten wijzen ieder uit hun midden een lid van het Algemeen bestuur aan. Ook wijzen zij ieder uit hun midden een plaatsvervangend lid aan die de door hen benoemde leden bij ontstentenis vervangt.
2.
De leden van het Algemeen bestuur worden aangewezen voor een zittingsduur van 4 jaar en treden af op de dag waarop in het kader van een nieuwe zittingsperiode van de gemeenteraad een nieuw geïnstalleerd college een besluit neemt tot aanwijzing van het lid en het
Blink GR teksten januari 2026
plaatsvervangend lid van het Algemeen bestuur. Aftredende leden kunnen opnieuw als lid worden aangewezen. 3.
Wanneer het lidmaatschap van het college van burgemeester en wethouders eindigt, eindigt ook het (plaatsvervangend) lidmaatschap van het Algemeen bestuur.
4.
Een lid van het Algemeen bestuur kan te allen tijde ontslag nemen. Dit gebeurt door mededeling aan het Algemeen bestuur.
5.
Indien tussentijds de plaats van een (plaatsvervangend) lid vacant komt, wijst het daartoe bevoegde college zo spoedig mogelijk een nieuw (plaatsvervangend) lid aan.
6.
Bij het bestaan van één of meer vacatures blijven de resterende bestuursleden bevoegd besluiten te nemen, onverminderd het bepaalde in artikel 9 lid 4.
7.
Het lidmaatschap van het Algemeen bestuur is onverenigbaar met een dienstverband van of een aanstelling bij een andere deelnemende gemeente.
Artikel 8. Werkwijze 1.
Het Algemeen bestuur stelt voor zijn vergaderingen een reglement van orde vast. Dit reglement, en de daarin aangebrachte wijzigingen, worden aan de colleges van de deelnemende gemeenten gezonden.
2.
Het Algemeen bestuur vergadert minimaal twee maal per jaar. Meerdere vergaderingen kunnen ingelast worden wanneer de voorzitter of het Dagelijks bestuur dit nodig acht, wanneer ter voldoening aan het bepaalde in artikel 11, eerste lid van deze regeling een of meer leden van het Dagelijks bestuur moeten worden benoemd of wanneer tenminste 2 leden van het Algemeen bestuur, zonder opgave van redenen, dit schriftelijk verzoekt.
3.
De vergaderingen van het Algemeen bestuur zijn openbaar. De deuren worden gesloten wanneer een vijfde gedeelte van de aanwezige leden hierom verzoekt en het Algemeen bestuur hiertoe besluit of de voorzitter dit nodig acht en het Algemeen bestuur dienovereenkomstig besluit. Voor het overige is ten aanzien van de openbaarheid artikel 23 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.
4.
In een besloten vergadering van het Algemeen bestuur kan niet worden beraadslaagd of worden besloten over: a) de vaststelling en wijziging van de begroting; b) de vaststelling van de jaarrekening; c) de vaststelling van het liquidatieplan; d) de vaststelling of wijziging van regelingen die tot de autonome bevoegdheid van het openbaar lichaam behoren; e) het verlenen van ontslag aan een lid van het dagelijks bestuur; f) de vaststelling of wijziging van een gemeenschappelijke regeling tussen het openbaar lichaam en andere openbare lichamen, alsmede het toetreden tot en het uittreden uit een dergelijke regeling; g) de oprichting van of deelname in stichtingen, maatschappen, vennootschappen en coöperaties en verenigingen, dan wel de ontbinding daarvan of beëindiging van deelneming daaraan; h) en het voorlopig vaststellen van de bijdrage in de kosten als bedoeld in artikel 29.
Blink GR teksten januari 2026
5.
Op verzoek van de voorzitter geschiedt de in artikel 19 tweede lid Gemeentewet bedoelde openbare kennisgeving voor zijn vergaderingen op de gebruikelijke wijze.
6.
Derden kunnen worden uitgenodigd als adviseur de vergaderingen van het Algemeen bestuur bij te wonen. Zij hebben geen stemrecht. De plaatsvervangende leden kunnen als toehoorder eveneens ter vergadering aanwezig zijn. Zij hebben in die hoedanigheid geen stemrecht.
Artikel 9. Besluitvorming 1.
Bij het nemen van besluiten door het Algemeen bestuur brengen de leden per lid één stem uit.
2.
De besluitvorming vindt plaats bij meerderheid van stemmen. Bij gelijke stemmen geeft de stem van de voorzitter de doorslag.
3.
Het Algemeen bestuur vergadert en besluit slechts indien meer dan de helft van het aantal leden van het Algemeen bestuur aanwezig is.
4.
De volgende besluiten kunnen slechts worden genomen met een meerderheid van twee derde van het totaal aantal uitgebrachte stemmen: a. Besluiten tot het vaststellen van de begroting, waaronder begrepen begrotingswijzigingen; b. Besluiten tot het vaststellen van de jaarrekening, waaronder begrepen de meerjarenraming; c.
Besluiten tot het vaststellen een financiële regeling die verband houdt uit met toe- of uittreding;
5.
Het Algemeen bestuur vergadert en besluit slechts over de in lid vier genoemde besluiten, indien het volledige aantal leden van het Algemeen bestuur aanwezig is.
6.
Indien het vereiste aantal leden als bedoeld in het derde en vijfde lid niet aanwezig is bij een vergadering, kan de voorzitter een nieuwe vergadering beleggen, welke binnen twee weken dient plaats te vinden. Het Algemeen bestuur kan, tijdens die nieuwe vergadering over alle onderwerpen besluiten nemen ongeacht het aantal aanwezige leden.
7.
Jaarlijks wordt een vergaderschema vastgesteld met data wanneer de begroting en jaarrekening worden behandeld.
Artikel 10. Taken en bevoegdheden 1.
Aan het Algemeen bestuur behoren met betrekking tot de verwezenlijking van de doelstelling van het openbaar lichaam alle bevoegdheden, die bij deze regeling niet aan het Dagelijks bestuur of de voorzitter zijn opgedragen.
2.
Het Algemeen bestuur kan de uitoefening van door hem te bepalen bevoegdheden volgens door hem te stellen regelingen overdragen aan het Dagelijks bestuur of aan een commissie als bedoeld in artikel 25 van de wet, met uitzondering van: a) het vaststellen en wijzigen van de begroting; b) het vaststellen van de jaarrekening; c) het nemen van besluiten over het instellen van commissies, als bedoeld in de artikelen 24 en 25 van de wet. d) het oprichten en deelnemen in een rechtspersoon als bedoeld in artikel 31a van de wet. e) het jaarlijks vaststellen van het Ondernemingsplan alsmede het Investeringsplan;
Blink GR teksten januari 2026
f) het vaststellen van een ontwerp van respectievelijk een toetredingsplan, uittredingsplan of liquidatieplan. g) het uitoefenen van de vennootschapsrechtelijke bevoegdheden voortvloeiend uit het aandeelhouderschap van Blink in Personeel Blink B.V. HOOFDSTUK V (Dagelijks bestuur) Artikel 11. Samenstelling 1.
Het Dagelijks bestuur bestaat uit drie leden, inclusief de voorzitter, aan te wijzen door en uit de leden van het Algemeen bestuur.
2.
De zittingsperiode van de leden van het Dagelijks bestuur is gelijk aan de zittingsperiode van de colleges van burgemeester en wethouders. De leden kunnen opnieuw worden benoemd. Zij blijven hun functie waarnemen totdat voorzien is in hun opvolging.
3.
Het lidmaatschap eindigt zodra een lid ophoudt lid te zijn van het Algemeen bestuur dan wel ontslag neemt als lid van het Dagelijks bestuur.
4.
Het lid van het Dagelijks bestuur dat ontslag neemt blijft in functie tot de eerstvolgende vergadering van het Algemeen bestuur.
5.
Een lid van het Dagelijks bestuur, kan worden ontslagen, indien hij het vertrouwen niet meer bezit van het Algemeen bestuur.
6.
Indien tussentijds een plaats van een lid openvalt of een lid van het Dagelijks bestuur langdurig afwezig is, wordt zo spoedig mogelijk een nieuw lid aangewezen. Dit kan een tijdelijke benoeming zijn.
Artikel 12. Werkwijze 1.
Het Dagelijks bestuur stelt in zijn eerste vergadering na zijn verkiezing een portefeuilleverdeling vast en deelt zijn besluit hierover mee aan het Algemeen bestuur.
2.
Het Dagelijks bestuur stelt voor de uitvoering van zijn taken een reglement van orde vast. Op het houden van de orde van de vergadering van het Dagelijks bestuur zijn de artikelen 52, 53 en 54 tot en met 60 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.
Artikel 13. Taken en bevoegdheden 1.
Het Dagelijks bestuur oefent de taken en bevoegdheden die aan het Dagelijks bestuur zijn opgedragen uit.
2.
In het bijzonder is het Dagelijks bestuur belast met: a) het Dagelijks bestuur van het openbaar lichaam te voeren, voor zover niet bij of krachtens de wet of de regeling het Algemeen bestuur hiermee is belast; b) beslissingen van het Algemeen bestuur voor te bereiden en uit te voeren; c) regels vast te stellen over de ambtelijke organisatie van het openbaar lichaam; d) medewerkers van het openbaar lichaam Blink aan te nemen, te schorsen en te ontslaan ; e) tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van het openbaar lichaam te besluiten; f) te besluiten namens het openbaar lichaam, het Dagelijks bestuur of het
Blink GR teksten januari 2026
Algemeen bestuur rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, tenzij het Algemeen bestuur, voor zover het Algemeen bestuur aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist; g) het voorstaan van de belangen van het openbaar lichaam bij andere overheden, instellingen of personen, waarmee contact voor het openbaar lichaam van belang is; h) het aangaan van geldleningen, het uitlenen van geld, het aangaan van rekening courantovereenkomsten of de regeling van hetgeen verder de geldmiddelen van het openbaar lichaam aangaat; i) de zorg voor het beheer van inkomsten en uitgaven van het openbaar lichaam; j) de zorg, voor zover deze niet aan anderen toekomt, voor de controle op het geldelijk beheer en de boekhouding; 3.
Het Dagelijks bestuur neemt, ook alvorens is besloten tot het voeren van een rechtsgeding, alle conservatoire maatregelen en doet wat nodig is ter voorkoming van verjaring of verlies van recht of bezit.
Artikel 14. Vergaderingen 1.
Het Dagelijks bestuur vergadert minimaal viermaal per jaar en zo dikwijls de voorzitter het nodig oordeelt of tenminste twee leden de voorzitter schriftelijk en met redenen omkleed hierom verzoeken. In het laatste geval wordt de vergadering binnen veertien dagen na een zodanig verzoek gehouden.
2.
Besluiten van het Dagelijks bestuur vinden plaats op basis van meerderheid van stemmen. Bij gelijke stemmen geeft de stem van de voorzitter de doorslag.
HOOFDSTUK VI (De voorzitter en plaatsvervangend-voorzitter) Artikel 15. De voorzitter en plaatsvervangend-voorzitter 1.
De voorzitter van het openbaar lichaam wordt door en uit het Algemeen bestuur aangewezen. Het lid van het Algemeen bestuur afkomstig van de gemeente met het grootste inwoneraantal wordt benoemd tot voorzitter van het Dagelijks en Algemeen bestuur, tenzij deze daarvan om moverende redenen van af wenst te zien. In dat geval wordt door het Algemeen bestuur een ander lid aangewezen en benoemd.
2.
De voorzitter wordt bij zijn afwezigheid vervangen door een door het Algemeen bestuur aan te wijzen ander lid van het Dagelijks bestuur, de plaatsvervangend-voorzitter.
3.
De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het Algemeen bestuur en Dagelijks bestuur en draagt er zorg voor dat de besluiten van het Algemeen bestuur en het Dagelijks bestuur naar behoren worden uitgevoerd.
4.
De voorzitter vertegenwoordigt het openbaar lichaam in en buiten rechte. Indien de voorzitter behoort tot een gemeente die partij is in een geding, waarbij Blink is betrokken, machtigt hij de plaatsvervangend-voorzitter of een ander lid van het Algemeen bestuur, wiens gemeente geen partij is bij het geschil.
5.
De voorzitter tekent samen met de secretaris-directeur de stukken die van het Algemeen bestuur
Blink GR teksten januari 2026
en het Dagelijks bestuur uitgaan. Hoofdstuk VII (De secretaris- directeur) Artikel 16. De secretaris-directeur 1.
Het openbaar lichaam heeft een secretaris-directeur. De secretaris-directeur is algemeen directeur van de gemeenschappelijke regeling, Personeel Blink B.V. en de rechtspersonen die uitsluitend door de gemeenschappelijke regeling is dan wel zijn opgericht of overgenomen.
2.
De secretaris-directeur wordt benoemd door het Dagelijks bestuur en is in dienst van het openbaar lichaam Blink..
3.
Het Dagelijks bestuur stelt voor de secretaris-directeur een instructie vast, welke voor zover mogelijk wordt vastgelegd in een mandaatbesluit. De secretaris-directeur voert het dagelijks management van het openbaar lichaam en heeft de zorg voor alle overige uitvoerende werkzaamheden. Tot zijn taken behoren in elk geval: a) de dagelijkse leiding van alle uitvoerende werkzaamheden; b) aanstelling, schorsing en ontslag van personeel dat in dienst is van Personeel Blink B.V.; c) het vaststellen van het personeelsbeleid; d) het periodiek verantwoorden en rapporteren aan Algemeen bestuur en het Dagelijks bestuur; e) het uitvoeren van actiepunten, vastgesteld door het Dagelijks of Algemeen bestuur; De secretaris-directeur heeft tot taak het Algemeen bestuur, het Dagelijks bestuur, de voorzitter en eventuele commissies in hun opgedragen taken ter zijde te staan. De secretaris-directeur heeft in de vergadering van het Algemeen en Dagelijks bestuur geen stemrecht.
4.
Alle stukken die van het Algemeen en Dagelijks bestuur uitgaan, worden door de secretarisdirecteur mede ondertekend.
5.
De secretaris-directeur is verantwoordelijk voor het opmaken van de notulen van de vergaderingen van het Algemeen en het Dagelijks bestuur.
HOOFDSTUK VIII (Commissies, tegemoetkoming) Artikel 17. Bestuurscommissies 1.
Het Algemeen bestuur kan, conform artikel 25 van de wet commissies instellen met het oog op de behartiging van bepaalde belangen. Het Algemeen bestuur stelt vooraf de raden van de deelnemende gemeenten van dit voornemen op de hoogte en stelt hen in de gelegenheid hun wensen en bedenkingen ter kennis van het Algemeen bestuur te brengen.
2.
Een lid van het Dagelijks bestuur is voorzitter van een commissie als bedoeld in het eerste lid.
3.
Bij de instelling wordt in ieder geval geregeld: a) de samenstelling; b) de bevoegdheid of bevoegdheden; c) de werkwijze; d) de openbaarheid van vergaderingen; e) het toezicht van het Algemeen bestuur en het Dagelijks bestuur;
Blink GR teksten januari 2026
f) de verhouding van de toegekende bevoegdheden tot die van het Algemeen bestuur en het Dagelijks bestuur; g) de verantwoording aan het Algemeen bestuur; h) wanneer de commissie is ingesteld voor bepaalde tijd, wordt tevens de einddatum van de commissie geregeld. Artikel 18. Commissies van advies 1.
Het Algemeen bestuur kan besluiten commissies van advies in te stellen ten behoeve van de uitvoering van de hen opgedragen taken conform artikel 24 van de wet.
2.
De instelling van vaste commissies van advies aan het Dagelijks bestuur en de regeling van haar bevoegdheden en samenstelling geschieden door het Algemeen bestuur op voorstel van het Dagelijks bestuur.
3.
Bij de instelling wordt in ieder geval geregeld: a) de samenstelling; b) de bevoegdheid /bevoegdheden; c) de werkwijze; d) de openbaarheid van vergaderingen; e) het toezicht van het Algemeen bestuur en het Dagelijks bestuur; f) de verhouding van de toegekende bevoegdheden tot die van het Algemeen bestuur en het Dagelijks bestuur; g) de verantwoording aan het Algemeen bestuur.
4.
Andere commissies van advies aan het Dagelijks bestuur of aan de voorzitter worden door het Dagelijks bestuur onderscheidenlijk de voorzitter ingesteld.
Artikel 19. Tegemoetkoming 1.
Het Algemeen bestuur kan voor zijn leden, de leden van het Dagelijks bestuur dan wel de voorzitter bij verordening een tegemoetkoming in de kosten vaststellen. Deze verordening bevat regels omtrent de hoogte en de toekenning van de tegemoetkoming in de kosten.
2.
De hoogte van de tegemoetkoming in de kosten bedraagt niet meer dan de werkelijke kosten, mede rekening houdende met de tegemoetkoming in de kosten welke de bestuurder ontvangt uit hoofde van zijn lidmaatschap van een van de deelnemende gemeenten.
3.
Ten aanzien van de werkzaamheden en de kosten van de leden van de commissies, ingesteld met het oog op de behartiging van bepaalde belangen, is het bepaalde in het eerste lid van overeenkomstige toepassing.
4.
De leden van commissies van advies die geen burgemeester, wethouder of raadslid zijn, kunnen een vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen van de commissie ontvangen. De artikelen 96 tot en met 99 van de Gemeentewet, alsmede de op grond daarvan gestelde nadere regelen, zijn alsdan van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat, wanneer daarin sprake is van een onderverdeling in gemeenteklassen, het bepaalde voor de gemeenteklasse van 50 001100 000 inwoners van toepassing is.
Blink GR teksten januari 2026
HOOFDSTUK IX (Informatie en verantwoordingsplicht) Artikel 20. Interne inlichtingenplicht en verantwoordingsplicht lid Dagelijks bestuur 1.
Het Dagelijks bestuur en elk van zijn leden afzonderlijk zijn aan het Algemeen bestuur verantwoording schuldig over het door het Dagelijks bestuur gevoerde bestuur.
2.
Het Dagelijks bestuur geeft het Algemeen bestuur alle inlichtingen die het Algemeen bestuur voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft.
3.
Het Algemeen bestuur regelt van welke besluiten van het Dagelijks bestuur in ieder geval kennisgeving wordt gedaan aan de leden van het Algemeen bestuur. Daarbij kan het Algemeen bestuur de gevallen bepalen waarin met ter inzage legging kan worden volstaan. Het Dagelijks bestuur kan de kennisgeving of ter inzage legging achterwege laten, voor zover in overeenstemming is met artikel 3.3 Woo.
4.
Het Algemeen bestuur kan een lid van het Dagelijks bestuur, indien dit lid het vertrouwen van het Algemeen bestuur niet meer bezit, ontslag verlenen.
Artikel 21. Externe Inlichtingenplicht 1.
Het Dagelijks bestuur van het openbaar lichaam verstrekt schriftelijk aan de colleges en de raden de door een of meer leden van die colleges en raden gevraagde inlichtingen zo spoedig mogelijk.
2.
De inlichtingen worden in ieder geval binnen twee maanden schriftelijk verstrekt en wel door het Dagelijks bestuur, tenzij de inlichtingen uitdrukkelijk eerder van het Algemeen bestuur of de voorzitter worden verlangd.
3.
De colleges informeren de raden - volgens het reglement van orde - actief over alles wat in het Algemeen bestuur gebeurd, voor zover het college dit van belang acht voor de gemeenteraden.
Artikel 22. Zienswijze raden
1.
Het Algemeen bestuur beslist niet alvorens de raden om zienswijzen is gevraagd over het vaststellen van een wijziging in de begroting zolang de wijzigingen voor 1 september van het voorafgaande jaar wordt doorgevoerd en het bedrag van EUR 300.000 overstijgt.
2.
De raden hebben dertien weken de tijd om hun zienswijzen bij het Algemeen bestuur naar voren te brengen. Voorafgaande aan het nemen van het besluit waarover de zienswijzen gegeven is stelt het Algemeen bestuur de raden schriftelijk en gemotiveerd in kennis van het oordeel over de zienswijzen, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt.
3.
Er zijn geen besluiten van het bestuur, waarvoor aan de raden vooraf een zienswijze dient te worden gevraagd, zoals bedoeld in artikel 10, vijfde en zesde lid van de wet.
4.
Het bepaalde in lid 3 leidt alleen uitzondering indien de raden van ten minste twee deelnemende gemeenten uitdrukkelijk aan het bevoegde bestuur verzoeken om een zienswijze procedure te volgen.
Artikel 23: Inspraak
Blink GR teksten januari 2026
1.
Ingezetenen van de gemeenten en belanghebbenden (hierna: “Deelnemers”) kunnen via de reguliere procedures bij de colleges en de raden van de deelnemende gemeenten betrokken worden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid.
2.
In afwijking van het eerste lid kan het Dagelijks bestuur besluiten dat bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid met ingrijpende gevolgen een apart participatietraject wordt doorlopen.
3.
Het eerste lid vindt ook toepassing wanneer ten minste een vijfde van de gemeenteraden het Dagelijks bestuur hierom verzoeken.
4.
Het Dagelijks bestuur informeert de Deelnemers zo spoedig mogelijk omtrent zijn voornemen tot het mogelijk maken van inspraak als bedoeld in het tweede of het derde lid en de wijze waarop deze inspraak voor ingezetenen van de gemeenten en belanghebbenden zal worden vormgegeven, in lijn met afdeling 3.4 Awb.
Artikel 24. Externe verantwoordingsplicht lid Algemeen bestuur 1.
Het lid van het Algemeen bestuur is aan het college dat dit lid heeft aangewezen verantwoording schuldig over het door hem in het Algemeen bestuur gevoerde beleid.
2.
Een lid van het Algemeen bestuur verstrekt aan het college dat hem heeft aangewezen de door een of meer leden van dat college gevraagde inlichtingen.
3.
De inlichtingen worden zo spoedig mogelijk doch in ieder geval binnen twee maanden mondeling in een vergadering van dat college of schriftelijk verstrekt.
4.
Het college kan een door hem aangewezen lid van het Algemeen bestuur, indien dit lid het vertrouwen van het college niet meer bezit, als zodanig ontslag verlenen.
5.
Het reglement van orde van het Algemeen bestuur regelt de wijze waarop toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in het eerste en tweede lid.
6.
Het in het eerste, tweede en derde lid bepaalde is van overeenkomstige toepassing op de raden.
HOOFDSTUK X (Personeel, Materieel, Rechtspositie) Artikel 25. Inzet personeel en materieel 1.
Het openbaar lichaam heeft de beschikking over personeel en het materieel ten behoeve van de uitvoering van de taken als bedoeld in artikel 4, die door de deelnemende gemeenten aan Blink zijn opgedragen.
2.
Het personeel werkzaam voor het openbaar lichaam is in dienst van de rechtspersoon ‘Personeel Blink B.V.’, en wordt naar behoefte op detacheringsbasis te werk gesteld bij Blink.
3.
Het Algemeen bestuur kan besluiten dat het openbaar lichaam zelf personeel in dienst neemt op basis van een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht.
HOOFDSTUK XI (Financiële bepalingen) Artikel 26. Financiële informatieplicht Het Dagelijks bestuur van het openbaar lichaam zendt uiterlijk voor 30 april van het jaar
Blink GR teksten januari 2026
voorafgaande aan waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening aan de raden van de deelnemende gemeenten. Artikel 27. Begroting 1.
Het Dagelijks bestuur stelt elk jaar een ontwerpbegroting op van het openbaar lichaam overeenkomstig het bepaalde in artikel 186 tot en met 213 Gemeentewet alsmede het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten.
2.
De ontwerpbegroting geeft inzicht in de operationele kosten en de programmakosten per deelnemende gemeente, zodanig dat deelnemende gemeenten deze kosten in hun eigen begroting kunnen opnemen.
3.
De ontwerpbegroting en begrotingswijzigingen worden door het Dagelijks bestuur minimaal 12 weken voordat deze worden aangeboden aan het Algemeen bestuur aan de raden gezonden om hen in de gelegenheid te stellen daarop hun zienswijze kenbaar te maken.
4.
Het Dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het Algemeen bestuur wordt aangeboden.
5.
Het Dagelijks bestuur stelt de gemeenteraden voorafgaand aan het vaststellen van de begroting door het Algemeen bestuur, schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, bedoeld in het derde lid van artikel 35 wet, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt.
6.
Het Dagelijks bestuur stuurt de door het Algemeen bestuur vastgestelde begroting vóór 15 september van het jaar voorafgaand aan dat jaar waarvoor de begroting dient op aan gedeputeerde staten.
7.
Besluiten tot wijzigen van de begroting kunnen tot uiterlijk het einde van het betreffende begrotingsjaar worden genomen.
8.
In afwijking van het onder het derde lid vermelde, kunnen begrotingswijzigingen, die niet leiden tot een aanpassing van de gemeentelijke bijdragen, direct worden vastgesteld door het Algemeen bestuur in de laatste drie maanden van het kalenderjaar.
Artikel 28. De middelen 1.
Het openbaar lichaam verkrijgt zijn middelen van de deelnemende gemeenten.
2.
De hoogte van de bijdrage wordt gebaseerd op de programmakosten van de uitvoering van de werkzaamheden welke door de desbetreffende gemeente aan Blink zijn opgedragen en wordt jaarlijks in de ontwerpbegroting opgenomen.
3.
Wijziging van de omvang van het grondgebied van een of meer van de deelnemende gemeenten kan van invloed zijn op de afspraken tussen de betreffende gemeente(n) en Blink met betrekking tot de uitvoering van de opgedragen taken en de daarvoor verschuldigde programmakosten.
4.
De verschuldigde bijdrage dient tijdig betaald te worden op de door het Algemeen bestuur te benoemen tijdstippen.
Artikel 29. Jaarrekening 1.
Het Dagelijks bestuur stelt elk jaar de ontwerp jaarrekening met een jaarverslag van het
Blink GR teksten januari 2026
voorgaande jaar op. Deze wordt voor 30 april toegezonden aan de raden. 2.
Het Algemeen bestuur stelt de jaarrekening met daarbij het jaarverslag vast vóór 1 juli van het jaar volgend op het verslagjaar.
3.
Het Algemeen bestuur neemt het initiatief tot het toelichten van de vastgestelde jaarrekening in een gezamenlijke bijeenkomst van de leden van de raden van de deelnemende gemeenten.
4.
Het Dagelijks bestuur stuurt de door het Algemeen bestuur vastgestelde jaarrekening en jaarverslag vóór 1 augustus van het jaar volgend op het jaar waarvoor de jaarrekening geldt aan gedeputeerde staten en aan de colleges.
5.
Het Dagelijks bestuur informeert de colleges tijdig over de gerealiseerde programmakosten en nadere informatie die noodzakelijk is voor de door de deelnemende gemeenten op te stellen jaarrekeningen.
Artikel 30. Verplichte uitgaven Wanneer aan het Algemeen bestuur blijkt dat de raad van een deelnemende gemeente niet voldoet of zal voldoen aan het gestelde in artikel 28, doet het Algemeen bestuur aan gedeputeerde staten het verzoek over te gaan tot overeenkomstige toepassing van artikel 194 van de Gemeentewet. Artikel 31. Financiële gegoedheid 1.
De deelnemende gemeenten zullen er steeds zorg voor dragen dat het openbaar lichaam te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan alle verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen.
2.
Indien aan het Algemeen bestuur van het openbaar lichaam blijkt dat een deelnemer weigert deze uitgaven op de begroting te zetten, doet het Algemeen bestuur onverwijld aan gedeputeerde staten het verzoek over te gaan tot toepassing van de artikelen 194 en 195 Gemeentewet.
3.
De deelnemende gemeenten verbinden zich in geval van opheffing van het openbaar lichaam een liquidatieplan op te stellen dat voorziet in de verplichting van de deelnemende gemeenten alle rechten en verplichtingen van het openbaar lichaam over de deelnemende gemeenten te verdelen op een in het plan te bepalen wijze.
Artikel 32. Financiële voorschriften 1.
Het Algemeen bestuur stelt bij financiële verordening de uitgangspunten vast voor het financieel beleid alsmede het financieel beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie. Deze verordening waarborgt dat aan de eisen van rechtmatigheid, verantwoording en controle wordt voldaan. De artikelen 212 en 213 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing.
2.
Deze verordening als bedoeld in het eerste lid bevat in elk geval regels over: a) waardering en afschrijving van activa; b) algemene
doelstellingen
en
te
hanteren
financieringsfunctie,
alsmede
de
financieringsfunctie,
daaronder
begrepen
richtlijnen
administratieve taken
en
limieten
van
de
van
de
bevoegdheden,
de
organisatie en
Blink GR teksten januari 2026
verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening. 3.
Het Algemeen bestuur stelt bij verordening regels vast voor de controle op het financieel beheer en op de inrichting van de financiële organisatie. Deze verordening waarborgt dat de rechtmatigheid van het financieel beheer en de inrichting van de financiële organisatie wordt getoetst.
4.
Het Algemeen bestuur wijst de accountant aan die belast wordt met de controle op de in artikel 29 genoemde jaarrekening.
5.
De accountant zendt de accountantsverklaring en een verslag van bevindingen aan het Algemeen bestuur.
6.
De verordeningen als bedoeld in het eerste en derde lid van dit artikel worden na vaststelling gezonden aan gedeputeerde staten en aan de colleges.
7.
Het openbaar lichaam verzekert zich tenminste tegen: a) burgerrechtelijke aansprakelijkheid voor schade aan personen en goederen; b) wettelijke aansprakelijkheid voor vermogensschade; c) als de verzekering een voor rekening van het openbaar lichaam komende schade niet dekt wordt deze gedragen door het openbaar lichaam.
HOOFDSTUK XII (Archief) Artikel 33. Archiefzorg 1.
Het Dagelijks bestuur draagt zorg voor de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam.
2.
Bij opheffing van de gemeenschappelijke regeling wordt ten aanzien van de archiefbescheiden een voorziening getroffen conform artikel 4 lid 1 van de Archiefwet.
Artikel 34. Archiefbeheer 1.
Het Dagelijks bestuur is belast met het beheer van de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam, voor zover deze niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats.
2.
Het Dagelijks bestuur stelt voorschriften vast voor het beheer van de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam, die nog niet naar de archiefbewaarplaats zijn overgebracht.
Artikel 35. Archiefbewaarplaats Voor de bewaring van de over te brengen archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam wordt aangewezen de archiefbewaarplaats van het RHCe. Artikel 36. Toezicht Met het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam, voor zover deze niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats, is belast de streekarchivaris van het RHCe. Artikel 37. Verantwoording
Blink GR teksten januari 2026
1.
De archivaris van RHCe brengt tweejaarlijks aan het Dagelijks bestuur verslag uit over het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam, die nog niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats.
2.
Het Dagelijks bestuur brengt tweejaarlijks verslag uit aan het Algemeen bestuur over de uitoefening van de aan hen opgedragen zorg voor de archiefbescheiden en de uitvoering van het archiefbeheer van de organen van het openbaar lichaam.
Artikel 38. Terbeschikkingstelling 1.
De deelnemers aan de regeling stellen tijdig aan het Dagelijks bestuur van het openbaar lichaam de archiefbescheiden beschikbaar, die nodig zijn voor de uitvoering van de overgedragen taken.
2.
In een verklaring van terbeschikkingstelling worden de periode van terbeschikkingstelling en het toezicht op het beheer van de ter beschikking gestelde archiefbescheiden vastgelegd.
3.
In de verklaring kunnen nadere voorwaarden worden gesteld aan de terbeschikkingstelling.
Hoofdstuk XIII (Evaluatie) Artikel 39. Evaluatie 1.
Er vindt een periodieke evaluatie plaats. Het Dagelijks bestuur zal in het tweede jaar van elke collegeperiode, voor de eerste keer in 2028, een evaluatie laten uitvoeren.
2.
Het Algemeen Bestuur stelt het onderwerp of de onderwerpen vast waarover wordt geëvalueerd en maakt een keuze over de wijze waarop de evaluatie plaatsvindt. Voordat het Algemeen bestuur tot vaststelling van de onderwerpen overgaat, hebben de gemeenteraden de mogelijkheid om onderwerpen voor evaluatie voor te stellen door het indienen van een zienswijze.
3.
De uitkomsten van de evaluatie zijn in beginsel openbaar, tenzij het Algemeen bestuur op grond van zwaarwegende omstandigheden van oordeel is dat de uitkomsten vertrouwelijk worden behandeld.
Hoofdstuk XIV (toetreding, uittreding, wijziging, opheffing) Artikel 40. Toetreding 1. Toetreding tot de gemeenschappelijke regeling is mogelijk nadat alle deelnemende gemeenten met de toetreding hebben ingestemd. 2. Toetreding vindt plaats met ingang van 1 januari van het jaar volgend op dat waarin de voor toetreding noodzakelijke wijziging van de regeling in werking is getreden. 3. Toetreding vindt plaatst onder betaling van het aandeel van de toetredende gemeente in het opgebouwde vermogen van GR Blink. Dit aandeel wordt berekend op basis van het aantal aansluitingen in de toetredende gemeente ten opzichte van het totaal aantal aansluitingen van de gezamenlijke gemeenten in GR Blink. Daartoe wordt het aantal aansluitingen en het (weerstands)vermogen tot uitgangspunt voor de berekening genomen, zoals blijkt uit de vastgestelde jaarrekening voorafgaand aan het jaar van de toetreding.
Blink GR teksten januari 2026
Artikel 41. Uittreding 1. Een deelnemende college van burgemeester en wethouders heeft de mogelijkheid om uit de regeling te treden. Het besluit tot uittreding wordt toegezonden aan het Algemeen bestuur. 2. De opzegging geschiedt met inachtneming van een opzegtermijn van drie jaren. Deze termijn vangt aan per 1 januari, na ontvangst van het besluit tot uittreding door het Algemeen bestuur. Tot aan en datum van uittreding behoudt de uittredende deelnemer alle rechten en verplichtingen die verbonden zijn aan de gemeenschappelijke regeling. 3. De uittredende gemeente betaalt in jaar één na uittreding 100% van de middelen zoals benoemd in artikel 28 lid 2 en in jaar twee 50% van deze middelen als uittredingsvergoeding. De uittredingsvergoeding dient als dekking van frictie- en desintegratiekosten. Deze uittredingsvergoeding wordt bepaald op basis van de omvang van de middelen in het laatste jaar voor de uittreding, waarop in mindering worden gebracht de kosten van de verwerking van de afvalstromen. 4. Het Algemeen Bestuur kan unaniem besluiten tot het vaststellen van een lagere uittredingsvergoeding. 5. Nadat de uittreding heeft plaatsgevonden, wordt het aandeel van de uittredende gemeente in het opgebouwde vermogen van GR Blink uitgekeerd.
Dit aandeel wordt berekend op basis van het aantal aansluitingen in de uittredende gemeente ten opzichte van het totaal aantal aansluitingen van de gezamenlijke gemeenten in GR Blink. Daartoe wordt het aantal aansluitingen en het (weerstands)vermogen tot uitgangspunt voor de berekening genomen, zoals blijkt uit de vastgestelde jaarrekening voorafgaand aan het jaar van de uittreding. Artikel 42. Wijziging 1.
Een voorstel tot wijziging van deze gemeenschappelijke regeling kan worden gedaan door het Algemeen bestuur of door de colleges van ten minste twee van de deelnemende gemeenten.
2.
De gemeenschappelijke regeling wordt gewijzigd indien de colleges van de deelnemende gemeenten daartoe, met toestemming van de raden, unaniem besluiten. Volgens het bepaalde in de Wet gemeenschappelijke regeling stellen de colleges hun raden eerst in de gelegenheid een eventuele zienswijze naar voren brengen over het ontwerp van de gewijzigde gemeenschappelijke regeling.
Artikel 43. Opheffing 1.
Het Algemeen bestuur stelt een concept liquidatieplan op. Het liquidatieplan regelt de gevolgen van de opheffing. Onder de gevolgen van de opheffing worden verstaan de financiële, juridische, personele en organisatorische consequenties die het gevolg zijn van de opheffing. Het concept liquidatieplan wordt vervolgens door de colleges vastgesteld, na het verkrijgen van toestemming van de raad overeenkomstig artikel 1 van de wet en nadat de raden om een zienswijze is gevraagd door de colleges. Het liquidatieplan wordt unaniem vastgesteld.
2.
Bij de opheffing van de regeling neemt het Algemeen bestuur op basis van het vastgestelde liquidatieplan de maatregelen die nodig zijn voor liquidatie en vereffening met voor zover mogelijk overeenkomstige toepassing van het bepaalde in de artikelen 2:23 e.v. van het Burgerlijk Wetboek.
Blink GR teksten januari 2026
Een eventueel negatief of positief saldo wordt aan de deelnemende gemeenten toegerekend dan wel toebedeeld in de verhouding van de gemiddelde bijdragen van de deelnemende gemeenten in de laatste drie jaar voor de vereffening. 3.
De deelnemende gemeenten nemen bij liquidatie al het door hen ingebrachte personeel en materieel terug van het openbaar lichaam.
4.
De deelnemende gemeenten verplichten zich in geval van een toekomstige liquidatie, elk naar rato van het budgettair beslag, tot een uiterste inspanning om het personeel in dienst van Personeel Blink B.V. in te schakelen bij een nieuwe inzamelings- en reinigingsorganisatie.
5.
De liquidatie vindt plaats door het alsdan fungerende Algemeen bestuur, dat na het tijdstip van opheffing van de regeling formeel in functie blijft, totdat de liquidatie is voltooid.
HOOFDSTUK XV (Geschillen, klachten) Artikel 44. Geschillen 1.
Voordat over een geschil, als bedoeld in artikel 28 van de wet, de beslissing van gedeputeerde staten wordt ingeroepen, legt het Algemeen bestuur het geschil voor aan een geschillencommissie.
2.
De commissie, genoemd in lid 1 wordt als volgt samengesteld: a)
één lid aan te wijzen door de colleges van de deelnemende gemeenten die in geschil zijn;
b)
één lid, aan te wijzen door het Algemeen bestuur;
c)
één lid, aan te wijzen door de leden, bedoeld onder a. en b., met dien verstande, dat bij het ontbreken van overeenstemming tussen hen gedeputeerde staten dat lid aanwijst.
3.
De geschillencommissie hoort de bij het geschil betrokken besturen.
4.
De geschillencommissie brengt advies uit over de mogelijkheden partijen tot overeenstemming te brengen.
Artikel 45. Klachten Voor de behandeling van klachten als bedoeld in titel 9.1 van de Awb, wordt door het Algemeen bestuur een voorziening getroffen. HOOFDSTUK XVI (OVERGANGS-EN SLOTBEPALINGEN) Artikel 46. Inwerkingtreding 1.
Deze regeling is een voortzetting van de Gemeenschappelijke regeling Blink 2025 en treedt in werking de dag na bekendmaking.
2.
De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.
3.
Het college van de gemeente Helmond draagt zorg voor tijdige bekendmaking van de regeling in alle gemeenten, in het door dat gemeentebestuur uitgegeven gemeenteblad.
Artikel 47. Aanhaling
Blink GR teksten januari 2026
Deze regeling kan worden aangehaald als “Gemeenschappelijke Regeling Blink 2026”
Aldus vastgesteld in zijn vergadering van <datum> Na verkregen voorafgaande toestemming van de gemeenteraad van Asten <datum> Burgemeester en wethouders van Asten, De burgemeester
de secretaris
Aldus vastgesteld in zijn vergadering van <datum> Na verkregen toestemming van de gemeenteraad van Deurne d.d. <datum>. Burgemeester en wethouders van Deurne De burgemeester
de secretaris
Aldus vastgesteld in zijn vergadering van <datum. Na verkregen toestemming van de gemeenteraad van Gemert-Bakel d.d.<datum> Burgemeester en wethouders van Gemert-Bakel De burgemeester
de secretaris
Aldus vastgesteld in zijn vergadering van <datum Na verkregen toestemming van de gemeenteraad van Heeze-Leende <datum> Burgemeester en wethouders van Heeze-Leende De burgemeester
de secretaris
Aldus vastgesteld in zijn vergadering van <datum> Na verkregen toestemming van de gemeenteraad van Helmond <datum> Burgemeester en wethouders van Helmond De burgemeester
de secretaris
Aldus vastgesteld in zijn vergadering van <datum> Na verkregen toestemming van de gemeenteraad van Laarbeek d.d. <datum> Burgemeester en wethouders van Laarbeek De burgemeester
de secretaris
Blink GR teksten januari 2026
Aldus vastgesteld in zijn vergadering van <datum> Na verkregen toestemming van de gemeenteraad van Nuenen c.a. d.d. <datum> Burgemeester en wethouders van Nuenen c.a. De burgemeester
de secretaris
Aldus vastgesteld in zijn vergadering van <datum> Na verkregen toestemming van de gemeenteraad van Someren d.d. <datum> Burgemeester en wethouders van Someren De burgemeester
de secretaris
Aldus vastgesteld in zijn vergadering van <datum> Na verkregen toestemming van de gemeenteraad van Son en Breugel d.d. <datum> Burgemeester en wethouders van Son en Breugel De burgemeester
de secretaris