RN 2026-037 Geamendeerde zienswijze Begroting 2027 GR 10 voor de Jeugd
Tekst van het document
GR Een 10 voor de Jeugd Postbus 3 5750 AA Deurne
Helmond, 3 April 2026
Zaaknummer: 52971344
Telefoon.: 14 0492
Onderwerp: Eerste begrotingswijziging 2026 en ontwerpbegroting 2027 gemeenschappelijke regeling Een 10 voor de Jeugd
Uw kenmerk:
Uw brief d.d.: 9 april 2026
Geachte Bestuur ,
De gemeenteraad heeft kennisgenomen van het ontwerp van de eerste begrotingswijziging 2026 en de ontwerpbegroting 2027 van de Gemeenschappelijke Regeling Een 10 voor de Jeugd. Dit betreft de eerste formele zienswijze sinds de oprichting van de GR per 1 januari 2026. In het kader van de oprichting is eerder een ontwerpbegroting 2026 opgesteld, waarop gemeenten in de gelegenheid zijn gesteld een informele zienswijze in te dienen. De gemeente heeft destijds geen zienswijze ingediend. De vormgeving van de samenwerking als gemeenschappelijke regeling brengt met zich mee dat de gemeenteraad nadrukkelijker in positie wordt gebracht bij de beoordeling van de begroting. Dit vraagt om een zorgvuldige afweging van de voorliggende keuzes. De ontwerpbegroting 2027 betreft de financiële vertaling van de kadernota 2027, die door het Algemeen Bestuur is vastgesteld. Het ondersteunen van de inhoudelijke richting uit de kadernota betekent echter niet automatisch dat ook de financiële uitwerking daarvan onverkort wordt gevolgd. De gemeenteraad acht het noodzakelijk dat voorstellen voor structurele uitbreiding van capaciteit, overhead en uitvoeringskosten nader worden onderbouwd op nut, noodzaak, proportionaliteit, aantoonbaar effect en bijdrage aan doelmatige uitvoering.
Juist via de begroting moet de raad daadwerkelijk kunnen sturen op prioritering, doelmatigheid, proportionaliteit en kostenbeheersing. De gemeenteraad onderschrijft het belang van regionale samenwerking binnen de GR, mede in het licht van de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg. Deze wet maakt dat bepaalde taken verplicht regionaal moeten worden georganiseerd. Tegelijkertijd bestaat er ruimte voor bestuurlijke afweging in de wijze waarop deze taken worden ingericht en uitgevoerd. De gemeenteraad benadrukt dat de verdere ontwikkeling van de GR zoveel mogelijk in lijn blijft met de uitgangspunten van soberheid, doelmatigheid en terughoudendheid, waarbij ontwikkelingen in afstemming met de raad plaatsvinden.. De raad constateert dat in de huidige begroting op meerdere onderdelen onvoldoende wordt onderbouwd welke concrete effecten, schaalvoordelen en efficiencywinsten tegenover de voorgestelde uitbreidingen staan. De gemeenteraad geeft daarom de volgende zienswijzen mee: 1. Kritisch op (structurele) uitgaven Bij de oprichting van de GR is door de gemeenteraden expliciet gevraagd om kritisch te zijn op de eigen kosten en terughoudend om te gaan met uitbreiding van (structurele) lasten.
Weg op den Heuvel 35 / tel. 14 0492 / fax: 0492-587400 Correspondentieadres: Postbus 950 / 5700 AZ / www.helmond.nl e-mail: gemeente@helmond.nl / Bankrelatie: IBANnummer NL 85 BNGH 0285 00 37 39
De raad constateert dat in de voorliggende begroting op meerdere onderdelen sprake is van uitbreiding van structurele uitgaven, terwijl deze in belangrijke mate zijn gebaseerd op aannames over toekomstige behoefte en inzet. Daarmee staat de huidige ontwikkeling van de GR op gespannen voet met de bij oprichting uitgesproken ambitie van een sobere en doelmatige ‘GR-light’-constructie. De GR heeft, als vertegenwoordiging van de deelnemende gemeenten, de verantwoordelijkheid om de financiële realiteit van gemeenten serieus te nemen en hier zichtbaar naar te handelen. Dit betekent dat bij het doen van voorstellen voor uitbreiding van middelen niet alleen wordt gekeken naar wat mogelijk of wenselijk is, maar juist ook naar wat noodzakelijk en doelmatig is in het licht van de financiële druk op gemeenten. De raad acht het niet passend om uitgaven structureel in de begroting op te nemen wanneer nut, noodzaak en effect nog onvoldoende concreet zijn onderbouwd. Dit beperkt de mogelijkheid om in de toekomst bij te sturen en legt onnodig beslag op gemeentelijke middelen. De raad verzoekt daarom om scherper onderscheid te maken tussen incidentele en structurele uitgaven en om inzet in beginsel incidenteel te organiseren, tenzij overtuigend is aangetoond dat structurele inbedding noodzakelijk en doelmatig is.
Door op deze wijze te werken worden gemeenten beter in positie gebracht om te sturen op kostenbeheersing én om mee te bewegen in de ontwikkeling van de GR. Een gefaseerde en onderbouwde inzet voorkomt dat middelen bij voorbaat structureel worden vastgelegd en draagt bij aan een gezamenlijke, adaptieve ontwikkeling, waarbij gemeenten onderdeel blijven van de afwegingen. 2. Sturing op effect en meetbaarheid De raad acht het van groot belang dat de begroting niet alleen inzicht geeft in voorgenomen activiteiten, maar vooral in het effect ervan. Per begrotingspost dient inzichtelijk te worden gemaakt wat het doel is van de inzet, welke middelen daarvoor worden ingezet en welk concreet resultaat dit oplevert. Een tekstueel verhaal zonder concreet meetbaar resultaat, zoals bij meerdere onderdelen in deze begroting het geval is, acht de raad – gelet op de noodzaak tot het beperken van de toenemende jeugdzorgkosten – onvoldoende. De raad verzoekt om, waar mogelijk, reeds bij de verdere uitwerking van de voorliggende begroting deze koppeling tussen inzet en effect explicieter te maken. Daarnaast wordt verzocht om dit structureel te borgen in de opzet van toekomstige begrotingen. 3. Beheerst en onderbouwd bepalen van capaciteit De bepaling van de benodigde capaciteit is op dit moment in belangrijke mate gebaseerd op ervaringen uit de opstartfase van de GR.
Inherent aan deze fase is dat werkwijzen, rolverdeling en samenwerking nog in ontwikkeling zijn. De raad acht het daarom niet passend om op basis van deze ervaringen structureel capaciteit en overhead op te schalen. Verdere structurele uitbreiding acht de raad prematuur zolang effecten, efficiencywinst en taakverschuivingen onvoldoende aantoonbaar zijn gemaakt. Het vooraf ruim inrichten van capaciteit, met de gedachte dat deze later kan worden bijgesteld, leidt tot het risico dat meer capaciteit wordt ingericht dan noodzakelijk. De raad verzoekt om bij uitbreiding van capaciteit uit te gaan van een meer terughoudende en gefaseerde benadering, waarbij inzet wordt gekoppeld aan duidelijke doelen en expliciete evaluatie. Op basis van de opgedane inzichten kan vervolgens onderbouwd worden bepaald welke omvang structureel noodzakelijk is.
4. Inzicht in afweegbare keuzes De raad constateert dat de huidige begroting onvoldoende inzicht biedt in welke onderdelen van de begroting beïnvloedbaar zijn, waar eventueel kan worden afgeschaald en welke concrete schaalvoordelen, efficiencywinsten en vermindering van lokale uitvoeringslasten door gemeenten daadwerkelijk worden gerealiseerd Daardoor worden gemeenten onvoldoende in positie gebracht om te sturen op een zo doelmatig en lean mogelijke inrichting van de GR. De raad verzoekt om, voor zover mogelijk, reeds bij de verdere uitwerking van deze begroting meer inzicht te geven in de opbouw van kosten en de mate waarin deze beïnvloedbaar zijn, en dit in toekomstige begrotingen verder uit te werken. 5. Borging van evaluatie en bestuurlijke sturing De raad acht het noodzakelijk dat evaluatie structureel onderdeel wordt van de werkwijze van de GR. Dit betekent dat vooraf helder wordt gemaakt wat het doel is van inzet, welke middelen worden ingezet en welk effect wordt beoogd, en dat op basis van evaluatie een expliciete bestuurlijke afweging wordt gemaakt over voortzetting, aanpassing of beëindiging. De raad verzoekt om deze werkwijze waar mogelijk al toe te passen op de inzet zoals opgenomen in de voorliggende begroting en evaluaties expliciet via het Dagelijks Bestuur te laten verlopen, zodat het bestuur daadwerkelijk kan sturen op nut, noodzaak en effectiviteit. 6.
Bestuurlijke rol en proces van besluitvorming De gemeenteraad hecht eraan te benadrukken dat de Gemeenschappelijke Regeling een samenwerkingsverband is van gemeenten en dat het Dagelijks Bestuur hierin een bestuurlijke vertegenwoordiging vormt van de deelnemende gemeenten. Besluitvorming over de begroting dient daarom niet uitsluitend plaats te vinden op basis van inhoudelijke argumentatie, maar ook op basis van bestuurlijk draagvlak tussen de deelnemende gemeenten. De raad acht het van belang dat het Dagelijks Bestuur expliciet de ruimte houdt om, indien nodig, besluitvorming tijdig voor te breiden en wanneer nodig te temporiseren of nadere uitwerking te vragen wanneer onvoldoende bestuurlijk draagvlak bestaat. De raad verzoekt om in de verdere ontwikkeling van de GR en in het begrotingsproces expliciet aandacht te houden voor deze rolverdeling en het belang van gedragen besluitvorming. Afsluiting De gemeenteraad verzoekt het bestuur deze aandachtspunten te betrekken bij de verdere uitwerking en vaststelling van de begroting. Hoogachtend, de gemeenteraad van Helmond mr. S.C.C.M. Potters voorzitter
drs. G.J. de Graaf raadsgriffier