CConstaterende datHelmond
Koppel je AI →
Document · PDF

RN 2026-014 2 Beleidsplan 2027-2030 VRBZO

Gemeenteraad 24 februari 2026, gemeente HelmondBij agendapunt: Zienswijze op beleidsplan Veiligheidsregio Brabant Zuidoost (VRBZO)18.584 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Innovatie helpt om risico’s beter te beheersen en incidenten slimmer, veiliger en duurzamer aan te pakken.

Effect op het werk van VRBZO Veiligheidsinnovatie betekent dat we nieuwe ideeën, technologieën en werkwijzen gebruiken om onze regio en het optreden van onze mensen veiliger te maken. AI biedt kansen om actuele voorspellingen te doen over de ontwikkeling van incidenten. Door data te verzamelen en te analyseren kunnen we: • beter voorspellen waar risico’s ontstaan; • onze inzet gericht plannen; • leren van trends; • de veiligheid van onze medewerkers vergroten. We kunnen beter voorspellen waar risico’s ontstaan en hoe incidenten zich kunnen ontwikkelen. Ook kunnen we de capaciteiten van brandweer, crisisbeheersing, bevolkingszorg en GHOR gericht inzetten, daar waar de nood het hoogst is. We kunnen de eigen veiligheid van onze medewerkers verbeteren met beter inzicht in risico’s en gebruik van robotica. Ook kunnen we op basis van actuele data beter adviseren en informatie delen tijdens rampen en crises.

Een mogelijk beeld van 2035 In 2035 maken we volop gebruik van de technologische mogelijkheden binnen de Brainportregio. We werken structureel samen met bedrijven, onderzoeksinstellingen en het onderwijs om innovaties te benutten. Zo kunnen we sneller, slimmer, efficiënter, effectiever en veiliger werken. Doordat we de juiste informatie verzamelen en toepassen, hebben we zicht op risico’s, kunnen we deskundig adviseren en bij incidenten snel en veilig optreden. We ondersteunen ook bij de nafase en het herstel. Tegelijkertijd hebben we inzicht in de risico’s die technologische innovaties met zich meebrengen voor de maatschappij en het bedrijfsleven.

26

Hoe kunnen we dit bereiken? 1. Dynamische risicomonitoring Risico’s veranderen snel. Daarom stappen we af van de vaste cyclus waarin het Regionaal Risicoprofiel elke 4 jaar wordt vernieuwd. We gaan over op een dynamische aanpak waarin we risico’s continu volgen, inclusief nieuwe technologische risico’s. Zo kunnen we sneller inspelen op veranderingen, en nieuwe kwetsbaarheden, dreigingen en risico’s tijdig in kaart brengen. Dat helpt om slimme keuzes te maken in risicoen crisisbeheersing. Dit doen we door risicogericht en informatiegestuurd te werken. 2. Informatiegestuurde veiligheid In de basisregistraties van de overheid en andere relevante bronnen is veel informatie beschikbaar over gebouwen, infrastructuur en demografie in onze regio. In onze eigen systemen staat ook informatie over getroffen preventieve maatregelen en incidenten uit het verleden, informatie over onze infrastructuur en actuele omstandigheden. We ontsluiten en koppelen deze informatie om continu zicht te hebben op risico’s en daarover deskundig te adviseren. Bij incidenten kunnen we met deze informatie snel een eerste beeld vormen en effectief en veilig optreden. In de nafase dragen we met de juiste informatie bij aan spoedig herstel. We zorgen dat medewerkers in het veld, bij de meldkamer en in crisisteams direct toegang hebben tot de juiste informatie.

We onderzoeken: • hoe bodycams en helmcamera’s kunnen bijdragen aan de veiligheid van onze mensen; • hoe drones en andere innovatieve middelen in de lucht, in gebouwen en op het land onze inzet kunnen versterken; • de inzet van blus- en verkenningsrobots; • hoe sensoren in gebouwen helpen bij detectie van slachtoffers, rook, hitte en gevaarlijke stoffen. We beschikken over een regionaal Veiligheidsinformatieknooppunt, dat gebruikmaakt van informatie vanuit het landelijke knooppunt (KCR2). Dat knooppunt wordt op zijn beurt gevoed door ons regionale veiligheidsbeeld. De komende periode verkennen we de mogelijkheden, geschikte systemen en werkwijzen, en werken we een plan van aanpak/businesscase uit waarin baten, lasten en mogelijkheden worden voorgelegd. 3. Veiligheidsinnovatie Innovatie is een middel om risico’s beter te beheersen en incidenten slimmer, veiliger en duurzamer te bestrijden. We werken samen met andere partijen en kopen bestaande innovaties aan. Daarbij kijken we niet alleen naar techniek, maar ook naar nieuwe werkwijzen, producten en vormen van burgerparticipatie. We versterken de samenwerking met onder andere: • TU/e • Fontys • Brainport Development • Safety & Security Cluster • Fieldlab IGV Zuid6 • het Nederlands Innovatie-ecosysteem voor Publieke Veiligheid

27

Waar mogelijk creëren we fysieke werkplekken binnen innovatieve samenwerkingsverbanden. We werken met een kernteam dat coördineert en ondersteunt, terwijl medewerkers op de werkvloer met specifieke innovaties aan de slag gaan. Ook richten we een intern Platform Innovatie op voor kennisdeling. We maken innovatie zichtbaar - intern én extern - en stimuleren dat alle collega’s kansen signaleren en benutten. Innovatie is niet iets van één persoon, maar van de hele organisatie. We innoveren specifiek om veilig en effectief te kunnen blijven optreden. Door de snelle technologische ontwikkelingen en de complexere infrastructuur nemen de risico’s voor hulpdiensten toe. Daarom zetten we meer in op robotica en autonome systemen. Robots kunnen gebouwen verkennen, situaties beoordelen met sensoren en zelfs blussen. Daarnaast stimuleren we het inbouwen van sensoren in nieuwe gebouwen en bedrijven om slachtoffers te lokaliseren en rookverspreiding, hitte en gevaarlijke stoffen te meten.

Wat zijn de kosten? Voor het opstellen van deze businesscase zijn beperkte middelen nodig om de benodigde kennis en systemen te verkennen en te testen. De geraamde kosten staan in de onderstaande tabel. Technologie, informatie en innovatie

2026

Incidenteel

€

50.000 €

100.000 €

100.000 €

-

Structureel

€

- €

25.000 €

25.000 €

25.000

0,00

pm

pm

pm

pm

Uitwerking onderzoek

2027

pm

2028

2029

Waarvan FTE

28

10. Financieel overzicht Totaaloverzicht kosten Basis op orde We hebben de volgende kosten geraamd voor alle stappen die nodig zijn om de basis op orde te krijgen. In de bijlage zijn de genoemde onderwerpen en financiële onderbouwingen verder uitgewerkt.

Totaal Basis op orde 1. Publieke dienstverlening

2026

2027

2028

2029

Incidenteel

€

205.000

€

125.000

€

15.000

€

-

Structureel

€

429.400

€

1.502.800

€

2.023.000

€

2.023.000

Incidenteel

€

837.000

€

948.000

€

229.000

€

-

Structureel

€

61.900

€

366.900

€

366.900

€

542.900

Incidenteel

€

55.000

€

15.000

€

10.000

€

10.000

Structureel

€

-

€

204.000

€

273.000

€

273.000

Incidenteel

€

120.000

€

-

€

-

€

-

Structureel

€

-

€

-

€

-

€

-

Incidenteel

€

150.000

€

75.000

€

30.000

€

-

Structureel

€

75.400

€

146.100

€

146.100

€

146.100

Incidenteel

€

100.000

€

180.000

€

-

€

-

Structureel

€

392.000

€

840.900

€

840.900

€

840.900

Subtotaal

Incidenteel

€

1.467.000

€

1.343.000

€

284.000

€

10.000

Subtotaal

Structureel

€

958.700

€

3.060.700

€

3.649.900

€

3.825.900

Totaal Basis op orde 1 t/m 6

€

2.425.700

€

4.403.700

€

3.933.900

€

3.835.900

7. Overhead

€

1.012.000

€

1.919.100

€

2.057.300

€

2.138.800

Totaal Basis op orde

€

3.437.700

€

6.322.800

€

5.991.200

€

5.974.700

2. Medewerkers

3. Leiderschap en strategie

4. Procesmanagement, kwaliteitszorg en bedrijfscontinuïteit 5. Informatievoorziening

6. Huisvesting en facilitair

NB: Er volgt nog een volledige uitwerking van de benodigde capaciteit en middelen die voortkomen uit de verschillende onderzoeken, zoals genoemd in de betreffende hoofdstukken. Voor de uitkomsten van deze onderzoeken gelden daarom diverse PM-posten.

29

Totaaloverzicht kosten Strategische Thema’s Totaal Strategische thema’s Weerbaarheid

Schaalsprong en complexe infrastructuur

Klimaatveiligheid

Technologie, informatie en innovatie

2026

2027

2028

2029

Incidenteel

€

-

€

-

€

-

€

-

Structureel

€

214.800

€

384.300

€

384.300

€

384.300

Incidenteel

€

150.000

€

180.000

€

-

€

-

Structureel

€

31.700

€

1.332.100

€

1.332.100

€

1.332.100

Incidenteel

€

-

€

-

€

-

€

-

Structureel

€

45.000

€

230.000

€

230.000

€

401.600

Incidenteel

€

50.000

€

100.000

€

100.000

€

-

Structureel

€

-

€

25.000

€

25.000

€

25.000

€

491.500

€

2.251.400

€

2.071.400

€

2.143.000

Totaaloverzicht alle kosten Totaal Strategische thema's

2026

2028

2029

Incidenteel

€

200.000

€

280.000

€

100.000

€

-

Structureel

€

291.500

€

1.971.400

€

1.971.400

€

2.143.000

Totaal

€

491.500

€

2.251.400

€

2.071.400

€

2.143.000

Totaal Basis op orde

Totaal Strategische thema's en Basis op orde

2027

2026

2027

2028

2029

Incidenteel

€

1.467.000

€

1.343.000

€

284.000

€

10.000

Structureel

€

958.700

€

3.060.700

€

3.649.900

€

3.825.900

Overhead

€

1.012.000

€

1.919.100

€

2.057.300

€

2.138.800

Totaal

€

3.437.700

€

6.322.800

€

5.991.200

€

5.974.700

€

3.929.200

€

8.574.200

€

8.062.600

€

8.117.700

30

Structurele vraag per onderdeel, exclusief bedrijfsvoering

2026

Basis op orde (voorstellen 1 t/m 6)

€

958.700

€

3.060.700

€

3.649.900

€

3.825.900

Strategische thema's

€

291.500

€

1.971.400

€

1.971.400

€

2.143.000

Structurele vraag, excl. bedrijfsvoering

€

1.250.200

€

5.032.100

€

5.621.300

€

5.968.900

Overhead 19% van totaal bestuurlijke opdracht 2-3

€

293.300

€

1.180.400

€

1.318.600

€

1.400.100

Subtotaal structureel

€

1.543.500

€

6.212.500

€

6.939.900

€

7.369.000

Basis op orde voorstel 7: extra overhead begroting (van 18% naar 19%)

€

718.700

€

738.700

€

738.700

€

738.700

Overhead totaal

€

1.012.000

€

1.919.100

€

2.057.300

€

2.138.800

Structurele extra vraag

€

2.262.200

€

6.951.200

€

7.678.600

€

8.107.700

Incidentele vraag, incl. bedrijfsvoering

€

1.667.000

€

1.623.000

€

384.000

€

10.000

Totale vraag (extra gemeentelijke bijdrage)

€

3.929.200

€

8.574.200

€

8.062.600

€

8.117.700

2027

2028

2029

31

11. Verkenning 2040 Het profiel van VRBZO in een snel veranderende regio Met de Omgevingsanalyse 2035 hebben we een eerste verkenning uitgevoerd naar de ontwikkelingen in de regio Zuidoost-Brabant die van invloed kunnen zijn op de manier waarop VRBZO invulling geeft aan haar missie, kernwaarden en taken. Door met veel partijen te bespreken wat volgens de DESTEP-methode de effecten en kansen van die ontwikkelingen zijn, konden we komen tot verschillende concrete beleidsacties voor de periode 2027-2030. De omgevingsanalyse en genoemde beleidsacties alleen zijn echter niet voldoende om te bereiken dat VRBZO in 2040 een veiligheidsregio is die past bij de ontwikkeling van Zuidoost-Brabant. De huidige beleidsvoornemens geven nog geen volledig antwoord op de vraag wat voor veiligheidsregio VRBZO moet zijn. Daarom richten we onze blik op 2040, de periode waarin de ontwikkeling van Zuidoost-Brabant zich concentreert. We starten hiermee in 2028. Er worden scenario’s uitgewerkt die leiden tot een expliciete keuze van het bestuur over het te hanteren profiel van VRBZO binnen Zuidoost-Brabant, als vijfde stedelijk gebied van Nederland. Voor de opzet en uitvoering van dit onderzoek volgt later een afzonderlijk voorstel. De uitkomsten laten zich nu nog niet voorspellen; deze worden op een later moment voorzien van een financiële analyse.

32

Bijlage A Detailuitwerking Basis op orde

1. Publieke dienstverlening 1.1 Risicobeheersing Het doel van risicobeheersing is een veilige samenleving met minder en kleinere risico’s. VRBZO heeft hierin taken op grond van de Omgevingswet en afspraken met gemeenten, vastgelegd in de Productenen Dienstencatalogus (2022). De capaciteit voor risicobeheersing is in 2013 vastgesteld. Toen gold al het uitgangspunt dat de veiligheidsregio alleen de complexe en kritieke taken op het gebied van brandveiligheid zou uitvoeren. Sindsdien is het aantal objecten én het aantal evenementen binnen deze categorieën toegenomen, zonder aanpassing van de formatie. Om de huidige afspraken met gemeenten over het aantal adviezen, controles en doorlooptijden na te kunnen komen, moet de capaciteit worden aangepast aan de groei van het aantal te controleren objecten (ongeveer 15% sinds 2013) en het aantal nieuwe objecten per jaar (ongeveer 40% sinds 2013). Door de Landelijke Agenda Crisisbeheersing en de campagne Denk Vooruit is extra urgentie ontstaan om de website Brabant Alert campagnematig onder de aandacht te brengen bij inwoners. Hiervoor werken we een communicatiestrategie uit, inclusief het ontwikkelen van materialen en/of inzet van betaalde campagnes via sociale media. 1.1 Risicobeheersing

2026

2027

2028

2029

Waarvan FTE

Incidenteel

€

180.000 €

-

€

-

€

-

Structureel

€

276.600 €

829.700

€

829.700

€

829.700

8,50

1.2 Crisisbeheersing De basis van crisisbeheersing is de afgelopen jaren versterkt. Tegelijkertijd zijn nieuwe ambities opgenomen in de Landelijke Agenda Crisisbeheersing. Het is nog niet duidelijk wat de verdere versterking van bovenregionale en landelijke samenwerking precies van ons vraagt. Daarnaast willen we beter worden in netwerkregie, zodat we effectief kunnen samenwerken met het groeiende aantal (potentiële) crisispartners. Op dit moment ontbreekt een structurele en herkenbare aanpak hiervoor. De samenwerking met partners is nog sterk afhankelijk van individuele inzet en persoonlijke relaties. Afstemming vindt vooral ad hoc plaats, omdat een vast aanspreekpunt en centrale coördinatie ontbreken.

1.2 Crisisbeheersing

2026

2027

Incidenteel

€

- €

Structureel

€

102.700 €

2028

- € 520.100

€

2029

- € 520.100

€

Waarvan FTE

520.100

4,50

33

1.3 Bevolkingszorg De afdeling Bevolkingszorg binnen VRBZO moet verder worden versterkt om goed voorbereid te zijn op crises. Landelijk is een kwaliteitsniveau voor bevolkingszorg vastgesteld dat ook in onze regio geldt. Door een tekort aan personeel was er onvoldoende capaciteit om door te ontwikkelen. Daardoor bleef onder meer de verdere ontwikkeling van Brabant Alert, de vernieuwing van Opleiden, Trainen en Oefenen (OTO) en de samenwerking met inwoners, bedrijven en organisaties achter. Ook de planvorming en de vertaling van plannen naar concrete acties vragen extra inzet. Met de reeds ingezette personele groei moet hierin de komende jaren verbetering komen. 1.3 Bevolkingszorg

2026

2027

2028

2029

Waarvan FTE

Incidenteel

€

- €

-

€

- €

-

Structureel

€

10.000 €

10.000

€

10.000 €

10.000

0,00

1.4 Incidentbestrijding De sector Incidentbestrijding kampt met een hoge werkdruk onder teamleiders en posthoofden. Teamleiders geven leiding aan de vrijwilligers van gemiddeld 7 brandweerposten en moeten daarnaast ook bijdragen aan de ontwikkeling van tactisch en strategisch beleid. Posthoofden hebben de dagelijkse leiding op de posten. Door onderbezetting bij ondersteunende afdelingen en het onvoldoende borgen van processen stapelen taken zich op die eigenlijk niet bij teamleiders of posthoofden horen. Binnen de repressieve beroepsdienst is het belangrijk om de continuïteit te borgen, toekomstige ontwikkelingen op te pakken en ploegchefs beter te coachen. Hiervoor is een 2e teamleider nodig. Ook is extra inzet vanuit ondersteunende afdelingen nodig om het werk beter te verdelen en de continuïteit te waarborgen. De komende periode verkennen we wat nodig is om de inrichting, taken en verantwoordelijkheden van leidinggevenden en ondersteuning beter te organiseren en te borgen. We hebben momenteel onvoldoende regie op de uitvoering van het meerjareninvesteringsplan. Minder dan 25% van de geplande investeringen wordt op tijd uitgevoerd. Daardoor worden voertuigen en materialen te laat vervangen, stijgen onderhoudskosten en neemt de bedrijfszekerheid af.

Oorzaken zijn een tekort aan beleidsmatige capaciteit, ontoereikend budget door prijsstijgingen en vooral een gebrek aan integraal overzicht. Er start een project om een passend beheersysteem te kiezen, te implementeren en te koppelen aan AFAS. Voor natuurbrandbestrijding gebruiken we nu reguliere tankautospuiten. Deze voertuigen zijn redelijk geschikt voor moeilijk terrein, maar niet specifiek uitgerust voor natuurbrandbestrijding. We staan op het punt 17 van deze voertuigen te vervangen door 12 combi-blusvoertuigen (die rijdend kunnen blussen) en 5 reguliere blusvoertuigen. Daarnaast schaffen we binnen het strategisch thema Klimaatveiligheid in deze planperiode 4 specifieke natuurbrandbestrijdingsvoertuigen aan.

34

Als vervolg op de uitgevoerde Risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) in het kader van de Arbowet professionaliseren we het Vee-redteam om de veiligheid van hulpverleners te verbeteren. De vrijwilligers beschikken nu niet over de juiste materialen en lopen risico’s zoals uitglijden, besmetting of gasvergiftiging. Er komt een speciaal voertuig met de benodigde materialen, betere communicatiemiddelen en extra veiligheidsvoorzieningen. Daarnaast voeren we gerichte opleidingen, trainingen en oefeningen in om kennis en vaardigheden actueel te houden. We hebben nog geen interne aanpak om onverwachte storingen of uitval van brandweervoorzieningen direct op te lossen. Buiten kantoortijden ontbreekt een formeel calamiteitenproces, waardoor herstelacties vaak pas de volgende werkdag starten. We richten daarom een 24/7 calamiteitenloket in met bestaande medewerkers, ondersteund door een piketregeling. Dit vraagt nog een nadere verkenning en uitwerking. Een deel van de medewerkers beschikt over een operationeel uniform. Vrijwilligers en crisisfunctionarissen hebben deze bedrijfskleding echter niet. Dit zorgt voor verschillen in uitstraling en herkenbaarheid, terwijl andere regio’s hun vrijwilligers wel hebben uitgerust. Het uniform draagt bij aan een professionele, eenduidige uitstraling en biedt bescherming bij de uitvoering van lichte taken. 1.4 Brandweerzorg

2026

2027

2028

2029

Incidenteel

€

25.000 €

125.000

€

15.000 €

Structureel

€

40.100 €

143.000

€

663.200

€

Waarvan FTE

663.200

1,00

Hierin zijn ook de initiële investeringen verwerkt van: veetakels (€ 246.000), tankautospuiten (€ 4.071.000) en operationele uniformen (€ 550.000).

2. Medewerkers 2.1 Vakbekwaamheid We willen dat medewerkers van de crisisorganisatie duurzaam vakbekwaam zijn. Dat betekent dat zij over de juiste kennis en vaardigheden beschikken en deze kunnen aantonen. Er komt een systematiek om competenties vast te leggen, te volgen en te verbeteren. Zo weten we wie inzetbaar is en op welk kwaliteitsniveau. Opleidingen, trainingen en leerpaden worden planmatig en strategisch ingericht. Ook besteden we aandacht aan registratie, toetsing en reflectie, zodat leren en ontwikkelen structureel én meetbaar is. De brandweer ontwikkelt een vakbekwaamheidsprogramma voor repressieve medewerkers, zodat zij professioneel en veilig kunnen optreden. Dit betekent dat kennis, vaardigheden en competenties meetbaar, toetsbaar en geregistreerd zijn. Dat is noodzakelijk voor persoonlijke veiligheid, verantwoordingsplicht, professionalisering en naleving van wetgeving. Momenteel wordt het minimale opleidings- en oefenprogramma aangeboden, maar er is onvoldoende inzicht in uitvoering, aantoonbaarheid en kwaliteit. Er ontbreken functieprofielen en kwalificatiedossiers voor specialistische functies, en de oefencyclus is langer dan landelijk gewenst. Extra investeringen in materiaal, materieel en (digitale) leermiddelen zijn nodig om de basis op orde te krijgen.

35

Voor het realiseren en aantoonbaar borgen van vakbekwaamheid van brandweerpersoneel zijn voldoende tankautospuiten noodzakelijk. De operationele voertuigen zijn niet altijd beschikbaar vanwege paraatheid, onderhoud en opleidingen. Hierdoor kunnen oefeningen soms niet doorgaan. Daarom zetten we 4 afgeschreven blusvoertuigen in voor opleidingen en trainingen. Hiervoor worden extra onderhoudskosten opgenomen. Het succesvol inzetten van blusschuim bij branden is complex en vraagt goed opgeleid personeel. Door verouderd materieel, PFAS-problematiek en het verdwijnen van bepaalde systemen is het huidige oefenprogramma beperkt. We vervangen het bestaande schuimblusvoertuig en de schuimblushaakarmbak door nieuwe schuimblusvoertuigen. Het daarop afgestemde vakbekwaamheidsprogramma zorgt ervoor dat medewerkers professioneel en veilig kunnen optreden bij schuimblussing. Volgens artikel 9a CAR-UWO hebben brandweermedewerkers na maximaal 20 jaar in een bezwarende functie recht op een tweede loopbaan binnen of buiten de organisatie. De begeleiding van deze medewerkers verloopt via HRM en de leidinggevende. Er is echter geen budget voor externe loopbaanbegeleiding of aanvullende ondersteuning, zoals opleidingen, detachering, assessments of workshops. We hebben een structureel budget nodig om medewerkers adequaat te ondersteunen en maatwerktrajecten mogelijk te maken. 2.1 Vakbekwaamheid

2026

2027

2028

2029

Waarvan FTE

Incidenteel

€

275.000 €

439.000 €

229.000 €

-

Structureel

€

61.900 €

366.900 €

366.900 €

542.900

3,00

2.2 HRM in control De afdeling HRM heeft door de recente versterking vanuit deelopdracht 1 voldoende capaciteit om het reguliere werk uit te voeren. Er ontbreekt echter nog een stabiele basis op het gebied van kennis, informatie en systemen. Dit leidt tot inefficiëntie, foutgevoeligheid en achterstanden in beleids- en uitvoeringswerk. Leidinggevenden hebben daarnaast behoefte aan meer ondersteuning en advies vanuit HRM. Voor het op orde brengen van HRM control onderscheiden we 3 pijlers: • Kennis: opbouwen van HRM- en VRBZO-specifieke kennis via gestructureerde inwerken opleidingsprogramma’s. • Informatie: ontwikkelen van een actuele, volledige en betrouwbare informatiebasis en het opstellen van een integraal meerjarenplan. • Systemen: digitaliseren van personeelsdossiers en optimaliseren van HRM-processen in AFAS met workflows. Het gaat hierbij om een incidentele impuls om de basis op orde te krijgen.

36

Binnen HRM is momenteel 1 fte Arbocoördinator/preventiemedewerker actief, aangevuld met 0,5 fte vanaf 2026. Voor een structurele borging is uitbreiding met nog 0,5 fte nodig. Dit komt overeen met de inzet bij andere veiligheidsregio’s. Daarnaast hebben we een grote opgave op het gebied van werving en selectie. Naast reguliere vacatures zijn er veel extra vacatures door organisatiegroei en interne doorstroom. Om dit goed uit te voeren is tijdelijk extra capaciteit nodig: • Uitvoerende ondersteuning voor taken als vacatureplaatsing, communicatie met kandidaten en secretariële werkzaamheden. • Adviserende ondersteuning voor regie, advisering en begeleiding van leidinggevenden bij het vinden van geschikte kandidaten. Ook hebben we een achterstand bij het beschrijven van functies volgens de FUWA-systematiek. Tegelijkertijd ontstaan er nieuwe functies door organisatiegroei en lopende projecten, zoals de toekomstbestendige responsorganisatie en de reorganisatie I&A. Om deze werkzaamheden goed te kunnen uitvoeren is tijdelijk een extra FUWA-deskundige/functiewaarderingsspecialist nodig.

2.2 HRM in control

2026

2027

Incidenteel

€

Structureel

Wordt gefinancierd uit opslag voor overhead.

562.000 €

2028

509.000 €

2029

- €

Waarvan FTE

-

3. Leiderschap en strategie 3.1 Financiën en interne controle De interne controle binnen VRBZO is nu beperkt tot de minimale wettelijke eisen (risicoanalyse, intern controleplan en eindejaarscontroles). Hierdoor ontstaat pas aan het eind van het jaar inzicht en is tijdige bijsturing vrijwel onmogelijk. Om structureel in control te komen, is extra capaciteit nodig in piekperiodes en voor specifieke expertise (zoals EDP-audits). De accountant adviseert deze versterking vanwege eerder geconstateerde tekortkomingen en risico’s. We beschikken over 2 fte inkoopadvies, aangevuld met externe ondersteuning via BIZOB en NIPV-contracten. Dit is voldoende voor het huidige inkoopvolume, maar biedt weinig ruimte voor proactief contractmanagement of bovenregionale samenwerking. Actief contractbeheer is noodzakelijk om naleving te borgen, leveranciersrelaties te verbeteren en problemen vroegtijdig te signaleren. We optimaliseren het inkoopproces en verwachten met een uitbreiding van 1 fte toereikend te zijn.

37

De huidige capaciteit is beperkt voor het genereren van interne sturingsinformatie, het digitaliseren van processen en het verbeteren van managementrapportages. Medewerkers zijn vooral met het reguliere werk bezig, waardoor onvoldoende tijd resteert voor automatisering, procesoptimalisatie en doorontwikkeling van sturingsinstrumenten. Verdere digitalisering is bovendien een randvoorwaarde voor de inzet van Artificial Intelligence en robotisering in processen (zoals digitale facturatie en geavanceerde sturing). Sinds de regionalisering wordt VRBZO via een vaste systematiek gefinancierd. We onderzoeken of deze nog passend is, gezien de groei van de regio en de groei in brandweerzorg en crisisbeheersing die het Rijk voorziet en financiert via het gemeentefonds. Doel: een systematiek die past bij de regionale ontwikkeling en recht doet aan zowel gemeenten als VRBZO. Een externe partij voert dit onderzoek uit; gemeenten worden nauw betrokken bij de uitwerking. 3.1 Financiën en interne controle

2026

2027

Incidenteel

€

Structureel

Wordt gefinancierd uit opslag voor overhead.

50.000

€

2028

-

2029

€

-

Waarvan FTE

€

-

3.2 Directie- en managementondersteuning Het taakveld bestuurlijk, juridisch en strategisch adviseren ondersteunt het bestuur, de directie en de organisatie bij organisatieontwikkeling, vakinhoudelijke ontwikkeling, besluitvorming, naleving van weten regelgeving, juridische vraagstukken, correspondentie, aansprakelijkheid en medezeggenschap. Extra capaciteit is nodig om zowel de ondersteunende en uitvoerende taken als de beleidsvormende, kaderstellende en strategische taken goed te kunnen uitvoeren. Het directiesecretariaat ondersteunt de directeur en MT-leden bij agendabeheer, correspondentie, telefoonverkeer, archivering en de organisatie van bijeenkomsten. De huidige bezetting is te laag. Daardoor is het directiesecretariaat niet altijd bereikbaar, blijven taken liggen en moeten andere medewerkers vaak bijspringen en werkzaamheden uitvoeren die niet tot hun functie behoren. Binnen de 3 sectoren van VRBZO is weinig tot geen administratieve ondersteuning beschikbaar. Leidinggevenden en medewerkers voeren hierdoor zelf lichte administratieve taken uit, zoals het plannen van afspraken, ondersteunen van werkoverleggen, maken van verslagen, bewaken van acties en registreren van verzuim. Dit kost tijd die niet aan management- of expertisetaken kan worden besteed. 3.2 Directie- en managementondersteuning

2026

Incidenteel

€

5.000 €

15.000 €

10.000 €

10.000

Structureel

€

- €

204.000 €

273.000 €

273.000

2027

2028

2029

Waarvan FTE

3,00

Aanvullende capaciteit voor bedrijfsvoering wordt gefinancierd uit de opslag voor overhead.

38

3.3 Communicatie We zijn voor de buitenwereld nog maar beperkt zichtbaar. Daardoor is er weinig bekendheid met onze organisatie en ons werk bij gemeenten, partners, inwoners en toekomstige medewerkers. Op dit moment draagt communicatie onvoldoende structureel bij aan de organisatiedoelen. Andere veiligheidsregio’s investeren meer in het versterken van hun zichtbaarheid en herkenbaarheid. Een vergelijkbare investering bij VRBZO is nodig en draagt bij aan betere interne samenwerking, grotere medewerkersbetrokkenheid, meer merkbekendheid, transparantie en een betrouwbare informatievoorziening.

3.3 Communicatie

2026

2027

Incidenteel

€

Structureel

Wordt gefinancierd uit opslag voor overhead.

- €

2028

- €

2029

-

€

Waarvan FTE

-

4. Procesmanagement, kwaliteitszorg en bedrijfscontinuïteit 4.1 Proces- en kwaliteitsmanagement Er is momenteel geen structurele capaciteit of systeem voor procesmanagement. Medewerkers voeren initiatieven ad hoc uit naast hun reguliere werkzaamheden, wat leidt tot inefficiëntie, inconsistenties en herstelwerk. Het ontbreken van actuele procesbeschrijvingen veroorzaakt bovendien fouten in onze ITsystemen, met datalekken als gevolg. Extra capaciteit voor procesmanagement biedt meerdere voordelen. We kunnen processen harmoniseren, opnieuw beschrijven en de vastlegging van procedures uniformeren en standaardiseren. Dit verhoogt de efficiëntie en helpt knelpunten, dubbele werkzaamheden en verspilling op te sporen en te verminderen. Ook zorgt het voor betere implementatie van veranderingen: procesborging wordt een vast onderdeel bij digitalisering, nieuwe werkwijzen en organisatieveranderingen. Kwaliteitszorg is nog onvoldoende ingericht. Evaluaties vinden wel plaats, maar de opvolging van verbeteracties wordt onvoldoende bewaakt. Er is geen vaste werkwijze voor monitoring, toetsing of structurele verbetering. Om goed te kunnen samenwerken, wordt op sommige terreinen nu al gevraagd dat we een bepaald prestatieniveau kunnen garanderen. We moeten daarom voldoen aan landelijke normen en standaarden. Dit vraagt om uitvoerende capaciteit voor kwaliteitszorg.

4.1 Proces- en kwaliteitsmanagement

2026

Incidenteel

€

Structureel

Wordt gefinancierd uit opslag voor overhead.

2027

120.000 €

2028

- €

2029

-

€

Waarvan FTE

-

39

4.2 Bedrijfscontinuïteitsmanagement en bedrijfshulpverlening Bedrijfscontinuïteitsmanagement gaat over het vermogen om essentiële functies te behouden bij verstoringen. Dit is wettelijk verplicht en noodzakelijk om tijdens crises robuuste leiding en coördinatie te kunnen bieden. Op dit moment is tijdelijk 0,5 fte beschikbaar voor een eerste inventarisatie van benodigde maatregelen. Vergelijkbare organisaties hebben doorgaans minimaal 1 fte om bedrijfscontinuïteitsmanagement structureel te organiseren. Materiële investeringen, zoals noodaggregaten, communicatiemiddelen en servers, zijn nog niet concreet in beeld. Zodra duidelijk is welke investeringen nodig zijn, volgt een afzonderlijk voorstel. Ook de bedrijfshulpverlening is nog niet goed geregeld, terwijl de Arbowet dit verplicht stelt. Plannen zijn verouderd en op veel locaties ontbreken actuele voorzieningen. We richten een BHV-organisatie in voor 37 locaties, met de bijbehorende middelen, een coördinator BHV en voldoende opleidingen en oefeningen. Jaarlijkse bijscholing en actualisering blijven nodig om veiligheid te waarborgen.

4.2 Bedrijfscontinuïteitsmanagement en bedrijfshulpverlening

2026

Incidenteel

€

Structureel

Wordt gefinancierd uit opslag voor overhead.

Incidenteel

2027

2028

- € pm

2029

- € pm

Waarvan FTE

- € pm

pm

5. Planning & Control en informatievoorziening 5.1 Interne sturing / informatiegestuurde bedrijfsvoering Informatiegestuurde bedrijfsvoering betekent dat beschikbare data systematisch wordt verzameld, gekoppeld en geanalyseerd. Om de basis op orde te brengen, zijn vaste dashboards en een duidelijke datastructuur nodig, zodat iedereen met dezelfde informatie werkt. Daarnaast bouwen we capaciteit op om data continu te volgen, te testen en te gebruiken, ook met nieuwe technieken zoals kunstmatige intelligentie. Zo kan de organisatie beslissingen nemen op basis van feiten in plaats van aannames. Dit versterkt de samenwerking met partners en maakt de crisisorganisatie efficiënter, veerkrachtiger en beter voorbereid op actuele en toekomstige uitdagingen. We sluiten aan bij landelijke ontwikkelingen en speerpunten. Daarbij staan informatiegericht werken, missie­kritieke communicatie, informatieveiligheid, uniforme data en infrastructuur en digitale fitheid centraal.

5.1 Interne sturing / informatiegestuurde bedrijfsvoering

2026

Incidenteel

€

Structureel

Wordt gefinancierd uit opslag voor overhead.

2027

- €

2028

- €

2029

-

€

Waarvan FTE

-

40

5.2 Informatievoorziening en ICT Om te voldoen aan wet- en regelgeving is al geïnvesteerd in de capaciteit van de afdeling Informatiemanagement & Automatisering. De belangrijkste uitdaging ligt de komende periode bij de kwaliteit van het werk. Vacatures moeten structureel worden ingevuld met medewerkers die beschikken over de juiste kennis en ervaring. Daarnaast is verdere ontwikkeling van vakbekwaamheid en werkprocessen nodig. Er zijn ook achterstanden die met de huidige middelen niet volledig kunnen worden opgelost. Daarvoor is incidenteel extra capaciteit en budget nodig. In heel Nederland worden applicaties ontwikkeld voor repressief gebruik. Ons budget voor deze toepassingen is beperkt, waardoor niet alle behoeften van de organisatie kunnen worden ingevuld. Dit kan leiden tot storingen, achterstanden en risico’s voor privacy en veiligheid. Het is belangrijk om bij te blijven en applicaties goed te laten aansluiten bij de behoeften van repressieve teams en crisisbeheersing. Het functioneel beheer van GEO-data wordt steeds complexer en de vraag naar GEO-data groeit. Voor duurzame borging van de werkzaamheden is uitbreiding met een GIS-specialist wenselijk. Zo kunnen data-, server- en applicatiebeheer centraal en efficiënt worden georganiseerd.

Deze versterking binnen de afdeling I&A zorgt voor een team van analisten met brede vaardigheden, waardoor kennis en continuïteit beter worden geborgd. Ons archief- en informatiebeheer voldoet nog niet aan de eisen. Er is achterstand in het verwerken en vernietigen van documenten en het beleid is verouderd. Nieuwe systemen, zoals AFAS en SharePoint, moeten goed worden ingericht om informatie veilig en vindbaar te maken. Medewerkers hebben meer kennis en training nodig om hiermee te werken. Incidenteel budget is nodig voor advies, inrichting van systemen en het wegwerken van achterstanden.

5.2 Informatievoorziening & ICT

2026

2027

2028

2029

Waarvan FTE

Incidenteel

€

150.000 €

75.000 €

30.000

€

-

Structureel

€

75.400 €

146.100 €

146.100

€

146.100

1,00

6. Huisvesting & facilitair 6.1 Meerjaren onderhoudsplan Wij huren 37 brandweerkazernes van gemeenten. Voor het onderhoud is een meerjarenonderhoudsplan opgesteld. Het beschikbare budget is te laag, waardoor werkzaamheden zoals onderhoud aan dakgoten, schilderwerk, vervanging van vloerbedekking en installaties regelmatig worden uitgesteld. Een structurele ophoging van het budget is dringend nodig.

41

Eind 2023 is het team Techniek & Facilitaire Zaken opgesplitst in 2 teams: Techniek en Huisvesting & Facilitair. De functie van teamleider Huisvesting & Facilitair is nu tijdelijk ingevuld. Om de werkdruk te beheersen, moet deze formatie structureel worden gemaakt. De huidige brandweerkazernes in Hapert, Gemert, Deurne en Eindhoven-Zuidoost zijn verouderd, functioneel onpraktisch en liggen vaak midden in woonwijken. Dit zorgt voor veiligheidsrisico’s, inefficiënties en hogere energiekosten. Op verzoek van de betrokken gemeenten worden nieuwe kazernes gebouwd. Daarbij zijn VRBZO-blauwdrukken opgesteld met specifieke brandweerfuncties (zoals lockers, magazijnen, keuken, kleedkamers en douches) en de noodzakelijke Arbo-voorzieningen, met aandacht voor duurzaamheid. De benodigde middelen zijn bedoeld voor de inrichting van deze nieuwe kazernes. De kosten voor de inrichting worden opgenomen in de kadernota. Samen met de TU/e realiseren we een nieuwe brandweerkazerne op de campus, van waaruit ook brandweerzorg wordt geleverd. Het doel is dat de kazerne in 2027-2028 gereed is, waarna de tijdelijke huisvesting vervalt. Tot die tijd blijft de repressieve beroepsdienst gehuisvest in het gebouw Fenix op de campus. De verlenging van de huurovereenkomst is nog niet verwerkt in de begroting voor 2026 en 2027. Alternatieve locaties zijn niet beschikbaar of aanzienlijk duurder.

Het opleidingsgebouw bij het ROC, met ademluchtbaan en oefenruimtes, is meer dan 20 jaar oud en vertoont slijtage. Goed onderhoud is noodzakelijk om opleidingen veilig te blijven geven en het certificaat van het opleidingscentrum te behouden. Renovatie is onderzocht en blijkt de meest kostenefficiënte optie. De huidige baan voor het Periodiek Preventief Medisch Onderzoek (PPMO) voldoet niet aan de wet- en regelgeving. De klimaatbeheersing is slecht, er zijn uitlaatgassen aanwezig en er ontbreekt een vaste trap voor de traplooptest. Dit kan leiden tot gevaarlijke situaties en juridische risico’s. Na onderzoek is gebleken dat het op huurbasis gebruiken van de PPMO-baan van, en in, Veiligheidsregio Brabant-Noord voor de komende jaren de beste oplossing is. De eerder ontvangen kapitaalslasten zijn verrekend in het benodigde huurbudget. Het blijft de wens om dit in de toekomst in eigen beheer te organiseren om reistijd en -afstand voor medewerkers te beperken.

5.2 Informatievoorziening & ICT

2026

2027

2028

2029

Waarvan FTE

Incidenteel

€

- €

180.000 €

-

€

-

Structureel

€

392.000 €

623.000 €

623.000

€

623.000

1,00

42

6.2 Duurzaamheid Het team Huisvesting & Facilitair heeft een te kleine formatie om 38 gebouwen goed te beheren en te verduurzamen. Jaarlijks komen ongeveer 2.200 meldingen binnen voor reparaties, schoonmaak en onderhoud, waarvan veel niet tijdig worden afgehandeld. Er ontbreekt een goed beheersysteem en specialistische kennis voor controles, vergunningen en duurzaamheidsmaatregelen. Om de basis op orde te krijgen, is uitbreiding van capaciteit noodzakelijk. VRBZO werkt actief aan de verduurzaming van het wagenpark. Het doel is de CO₂-uitstoot te verminderen: 30% minder in 2027, 55% in 2030 en volledig klimaatneutraal in 2050. De eerste stap is de vervanging van 19 dieselpersoneelsvoertuigen door 10 elektrische voertuigen, die in 2026 worden geleverd. Verdere vervangingen volgen in 2027 en 2028. Door slimme vervanging en doelmatige inzet past dit binnen de bestaande middelen. Om volledig over te kunnen schakelen naar elektrisch rijden, zijn oplaadpunten bij de kazernes nodig. In totaal zijn 114 laadpunten vereist. Deze investering is noodzakelijk om te voldoen aan landelijke en Europese wetgeving, emissiezones en klimaatdoelen. 6.2 Duurzaamheid

2026

Incidenteel

€

- €

2027

Structureel

€

- €

2028

- € 217.900

€

2029

- € 217.900

€

Waarvan FTE

217.900

2,50

6.3 Nieuwe huisvesting VRBZO heeft geen centraal hoofdkantoor. Sinds de regionalisering in 2014 werken niet-repressieve medewerkers verspreid over meerdere locaties. Dit belemmert de verbinding, samenwerking, kennisdeling en een effectieve uitvoering van werkzaamheden. Digitale middelen en thuiswerken bieden hiervoor onvoldoende oplossing. Het bestuur heeft daarom ingestemd met een verkennend onderzoek naar een nieuwe hoofdlocatie als onderdeel van de ‘Basis op orde’. Dit onderzoek richt zich op kantoor- en operationele functies, inclusief ondersteunende diensten zoals het opleidingscentrum, de logistiek en het Regionaal Crisiscentrum. Het huidige Regionaal Crisiscentrum is verouderd, te klein en technisch onvoldoende uitgerust voor langdurige of hybride inzet. Hierdoor is de crisisorganisatie kwetsbaar bij opschaling. Ook de ligging in het centrum van Eindhoven, gecombineerd met het gebrek aan parkeervoorzieningen, vormt een belemmering voor een snelle inzet. Daarnaast is er onvoldoende inzicht in de bedrijfszekerheid van de middelen in het crisiscentrum. Er is te weinig ruimte voor voorbereiding en testen op situaties zoals stroomuitval, communicatiestoringen of cyberaanvallen. Dit maakt de crisisorganisatie kwetsbaar in het huidige tijdsgewricht. Deze aandachtspunten nemen we mee in het onderzoek naar een nieuwe kantoorlocatie.

6.3 Nieuwe huisvesting

2026

Incidenteel

€

100.000 €

- €

- €

-

Structureel

€

- €

- €

- €

-

0,00

pm

pm

Onderzoek

2027

pm

2028

pm

2029

pm

Waarvan FTE

43

7. Overhead De overhead omvat alle taken die samenhangen met de leiding, strategie en ondersteuning van VRBZO. Het gaat om functies en middelen die nodig zijn om de bedrijfsvoering goed uit te voeren. Daaronder vallen de kosten voor de directie en directieondersteuning, HRM, financiën en planning & control. Ook toezichtstaken zoals AVG/privacy, CISO en audit vallen hieronder. Verder omvat de overhead informatiemanagement en automatisering, inclusief informatiebeveiliging, communicatie en de coördinatie van bedrijfscontinuïteit en bedrijfshulpverlening (BHV). Structurele vraag per onderdeel, exclusief bedrijfsvoering

2026

Basis op orde (voorstellen 1 t/m 6)

€

958.700

€

3.060.700

€

3.649.900

€

3.825.900

Strategische thema's

€

291.500

€

1.971.400

€

1.971.400

€

2.143.000

Structurele vraag, excl. bedrijfsvoering

€

1.250.200

€

5.032.100

€

5.621.300

€

5.968.900

Overhead 19% van totaal bestuurlijke opdracht 2-3

€

293.300

€

1.180.400

€

1.318.600

€

1.400.100

Subtotaal structureel

€

1.543.500

€

6.212.500

€

6.939.900

€

7.369.000

Basis op orde voorstel 7: extra overhead begroting (van 18% naar 19%)

€

718.700

€

738.700

€

738.700

€

738.700

Overhead totaal

€

1.012.000

€

1.919.100

€

2.057.300

€

2.138.800

2027

2028

2029

44

Bijlage B Uitwerking artikel 14 Wet veiligheidsregio’s (Wvr) In deze bijlage is de status van de afzonderlijke onderdelen van artikel 14, tweede lid van de Wvr voor Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost nader toegelicht. De toelichting is een procesupdate. Het gaat niet om een inhoudelijke beoordeling. Wettekst - Wet veiligheidsregio’s artikel 14 1. Het bestuur van de veiligheidsregio stelt tenminste eenmaal in de 4 jaar een beleidsplan vast, waarin het beleid is vastgelegd ten aanzien van de taken van de veiligheidsregio. 2. Het beleidsplan omvat in ieder geval: a. een beschrijving van de beoogde operationele prestaties van de diensten en organisaties van de veiligheidsregio, en van de politie, alsmede van de gemeenten in het kader van de rampenbestrijding en de crisisbeheersing; b. een uitwerking, met inachtneming van de omstandigheden in de betrokken veiligheidsregio, van door Onze Minister vastgestelde landelijke doelstellingen als bedoeld in artikel 37; c. een informatieparagraaf waarin een beschrijving wordt gegeven van de informatievoorziening binnen en tussen de onder a bedoelde diensten en organisaties; d. een oefenbeleidsplan; e. een beschrijving van de niet-wettelijke adviesfunctie, bedoeld in artikel 10, onder b; f.

de voor de brandweer geldende opkomsttijden en een beschrijving van de aanwezigheid van brandweerposten in de gemeenten alsmede de overige voorzieningen en maatregelen, noodzakelijk voor de brandweer om daaraan te voldoen. 2a Voorafgaand aan de vaststelling van het beleidsplan overlegt de burgemeester van een gemeente in het gebied van de veiligheidsregio met de gemeenteraad over het ontwerpbeleidsplan. Toelichting: In de gemeenschappelijke regeling VRBZO is vastgelegd dat dit gelijk staat aan het proces van een zienswijze zoals dat geldt voor vaststelling begroting. 3. Het bestuur stemt het beleidsplan af met de beleidsplannen van de aangrenzende veiligheidsregio’s en van de betrokken waterschappen, en met het beleidsplan, bedoeld in artikel 39 van de Politiewet 2012, van de betrokken regionale eenheid van de politie. A. Operationele prestaties VRBZO hanteert de wettelijke normtijden voor (functionarissen in het) CoPI, ROT, Beleidsteams en actiecentra. Ook hanteert ze de wettelijke prestatie-eisen voor alarmering en informatiemanagement. Een en ander is opgenomen in het Besluit veiligheidsregio’s. De robuustheid van het ‘systeem’ crisisbeheersing wordt, naast reguliere oefenmomenten, jaarlijks beproefd door een wettelijk verplichte systeemoefening. De werking en inrichting van de crisisorganisatie is uitgewerkt in het Regionaal crisisplan 2024.

Dit plan is tot stand gekomen in samenwerking met Veiligheidsregio Brabant-Noord en de partnerorganisaties.

45

Om landelijk meer eenduidigheid te creëren bij Bevolkingszorg is in opdracht van het Veiligheidsberaad een landelijk kwaliteitsniveau voor Bevolkingszorg (incl. crisiscommunicatie) opgesteld. Dit heet het Uniform Kwaliteitsniveau Bevolkingszorg. Het Algemeen Bestuur heeft besloten dit over te nemen. Het kwaliteitsniveau bevolkingszorg Brabant-Zuidoost bestaat uit een regionaal deel en een lokaal deel dat Bureau Bevolkingszorg in samenwerking met de gemeenten heeft opgesteld. Beide documenten maken onderdeel uit van het Samenwerkingsconvenant Bevolkingszorg. Door de Covid crisis is duidelijk geworden dat de geneeskundige zorg zich niet enkel op de acute zorg dient te richten maar dat de langdurige zorg (niet acute zorg) een belangrijke rol te spelen heeft in de continuïteit van zorg in de keten. Voor de GHOR is en blijft de opdracht om te zorgen voor afstemming tussen de sectoren zorg, publieke veiligheid en publieke gezondheid. Daarnaast draagt de GHOR zorg voor afstemming met en tussen zorginstellingen in crisissituaties waarin het ROAZ geen rol vervult. De GHOR zorgt ervoor dat de geneeskundige keten in staat is om tijdens rampen en crises snel, deskundig en gecoördineerd op te treden, zodat de negatieve impact op de gezondheid van inwoners geminimaliseerd wordt. B.

Landelijke doelstellingen Strategische agenda Veiligheidsberaad Het Veiligheidsberaad kent een Strategische Agenda Veiligheidsberaad - Veiligheidsberaad. De huidige Strategische agenda van het VB loopt van 2024 t/m 2027. Er zijn 5 thema’s benoemd: • Digitale ontwrichting • Herziening van de wet veiligheidsregio’s (Wvr) • Klimaatveiligheid • Veilige energietransitie • Versterken weerbare samenleving De Strategische agenda is, vanwege het dynamisch karakter van de thema’s, eerder een leidraad dan een opsomming van projecten. In het Veiligheidsberaad, maar ook met stakeholders en ministers, zal periodiek het gesprek worden gevoerd over de ambitie van de veiligheidsregio’s en het Veiligheidsberaad en over de voortgang op de thema’s. Daarmee dwingt deze Strategische agenda tot permanente aandacht voor de onderwerpen die het Veiligheidsberaad van het hoogste belang acht. Landelijke agenda crisisbeheersing Veiligheidsregio’s werken op basis van de landelijke agenda crisisbeheersing. Rijk en veiligheidsregio’s willen goed voorbereid blijven op toekomstige risico’s onder meer door één wettelijk kader voor het crisisstelsel als geheel. Binnen dat ene stelsel hebben de ministeries, veiligheidsregio’s en andere betrokken publieke partners de gezamenlijke ambities en activiteiten in een meerjarige landelijke agenda crisisbeheersing inclusief landelijke doelstellingen gebundeld.

Deze agenda is ook bedoeld als instrument voor het bepalen van en sturen op de gezamenlijke richting en focus en voor het stellen van prioriteiten. VRBZO conformeert zich aan deze landelijke agenda.

46

Regionaal risicoprofiel Het bestuur van VRBZO heeft in april 2025 het Regionaal Risicoprofiel (RRP) 2025-2028 vastgesteld. Dit profiel, verplicht op grond van de Wet veiligheidsregio’s, bevat een actuele inventarisatie en analyse van regionale en grensoverschrijdende risico’s. Het vormt de basis voor strategisch beleid, de voorbereiding van de crisisorganisatie en gerichte risicocommunicatie. VRBZO actualiseert het risicobeeld tussentijds samen met experts om beter in te spelen op nieuwe ontwikkelingen. In het risicoprofiel zijn diverse focusgebieden benoemd die de komende jaren bijzondere aandacht vragen. Het gaat onder meer om de focusgebieden klimaatverandering, cyberveiligheid, geopolitieke spanningen, sociaalmaatschappelijke ontwikkelingen en complexe langdurige crises. Zorgrisicoprofiel Door een zorgrisicoprofiel kan de voorbereiding van de acute en de niet- acute zorg beter worden afgestemd op regionale rampen en crises die de keten raken, bijvoorbeeld door een grote patiëntenstroom, of doordat de bedrijfsvoering in verstoord is, bijvoorbeeld door een grootschalige stroomstoring. Maar bovendien ontstaat er meer aandacht voor risicobeheersing bij de ketenpartners en wordt het netwerk versterkt door de gezamenlijke voorbereiding op de beschreven risico’s. De verantwoordelijkheid voor de totstandkoming van het zorgrisicoprofiel ligt bij de GHOR.

De DPG legt het eindresultaat voor aan het bestuur van de veiligheidsregio. Dit stelt het bestuur in staat om het gesprek aan te gaan over risico’s binnen de zorg en hierop, waar nodig, te prioriteren. Het zorgrisicoprofiel is door het Algemeen Bestuur vastgesteld op 14 december 2023. In 2026 wordt het nieuwe zorgrisicoprofiel opgesteld dat eind 2026 / begin 2027 aan het bestuur zal worden voorgelegd. C. Informatieparagraaf De netcentrische werkwijze van informatiedeling binnen de veiligheidsregio bij rampen en crisissituaties is verder uitgebreid naar een netwerkorganisatie. Dit verloopt via de Landelijke Voorziening Crisisbeheersing. Zo’n 90 organisaties zijn aangesloten. De crisisorganisatie wordt in belangrijke mate gevoed door informatie die wordt opgehaald bij crisispartners in de algemene en de functionele keten. Steeds vaker zal deze informatie proactief worden opgehaald waardoor de crisisorganisatie vroegtijdig en flexibel kan anticiperen op een verhoogd risico. VRBZO ontwikkelt zich hierdoor naar een informatiegestuurde crisisorganisatie, waarin informatiemanagement ook buiten de GRIP structuur wordt toegepast. Informatiemanagement kent een voortdurende ontwikkeling. Er wordt flink geïnvesteerd in informatiegestuurde veiligheid. Steeds meer partners maken de stap naar een netcentrische informatievoorziening.

Ook wordt het informatiemanagement-proces verder versterkt in de doorontwikkeling van de crisisorganisatie.

47

In diezelfde crisisorganisatie zijn stappen gezet op monitoren en signaleren en het kiezen van een juiste aanpak in de dreigingsfase. Informatiemanagement is hierbij een belangrijke onderlegger. Ook wordt hierin meegenomen of binnen een gemeente signalen binnenkomen die kunnen duiden op een mogelijke dreiging of crisis en hoe we ervoor kunnen zorgen dat deze informatie beschikbaar komt voor het Monitoring- en Signaleringsteam. De veiligheidsregio’s werken samen met diverse brancheorganisaties en Rijksoverheid aan KCR2, het samenwerkingsplatform dat veiligheidsregio’s, Rijkspartners en betrokken crisispartners structureel moet ondersteunen en versterken op het vlak van informatiemanagement en coördinatie, in het bijzonder bij incidenten met een bovenregionaal en landelijk karakter. KCR2 is inmiddels operationeel. D. Oefenbeleidsplan Samen met Veiligheidsregio Brabant-Noord is een meerjarenbeleidsplan Multidisciplinair Opleiden, Trainen en Oefenen (MOTO) voor de periode 2024- 2027 op de schaal Oost-Brabant opgesteld en bestuurlijk vastgesteld. Jaarlijks wordt op dezelfde schaal het MOTO jaarplan opgesteld,. Afgeleid van het multidisciplinair oefenbeleidsplan is ook een oefenbeleidsplan opgesteld voor Bevolkingszorg (samen met Bevolkingszorg Brabant-Noord).

De brandweer ontwikkelt een vakbekwaamheidsprogramma voor repressieve medewerkers, zodat zij professioneel en veilig kunnen optreden. Dit betekent dat kennis, vaardigheden en competenties meetbaar, toetsbaar en geregistreerd zijn. Dat is noodzakelijk voor persoonlijke veiligheid, verantwoordingsplicht, professionalisering en naleving van wetgeving. Momenteel wordt het minimale opleidings- en oefenprogramma aangeboden, maar er is onvoldoende inzicht in uitvoering, aantoonbaarheid en kwaliteit. Er ontbreken functieprofielen en kwalificatiedossiers voor specialistische functies, en de oefencyclus is langer dan landelijk gewenst. Aan het bestuur is verzocht om extra investeringen in materiaal, materieel en (digitale) leermiddelen. E. Niet-wettelijke adviesfuncties Het Dagelijks Bestuur heeft op 10 maart 2022 ingestemd met de regionale catalogus, onderdeel VRBZO en het bijbehorende “Beleid – Advisering milieu belastende activiteiten” en besloten beiden bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet in te laten gaan. Het betreft één digitale regionale catalogus waarin de dienstverlening van VRBZO een onderdeel is naast die van ODZOB een GGD.

Eén catalogus draagt bij aan de gezamenlijke opgave waar we regionaal voor staan namelijk samenwerken als één overheid, voorkomt overlap in dienstverlening tussen de GGD, ODZOB en VRBZO en geeft gemeentelijke en provinciale gebruikers in één oogopslag een totaaloverzicht. In deze catalogus zijn naast de wettelijke taken ook de aanvullende (niet wettelijke) adviesfuncties opgenomen. Tot tussentijdse aanpassingen in de catalogus, onderdeel VRBZO, kan door de directeur worden besloten indien sprake is van een beperkte omvang en zonder financiële of capacitaire gevolgen voor gemeenten.

48

VRBZO adviseert op basis van zogenaamde kernwaarden bij het opstellen van een Omgevingsvisie en Omgevingsplan zodat een gemeente een integrale afweging kan maken tussen veiligheid en de andere beleidsterreinen die de kwaliteit van de fysieke leefomgeving (mede)bepalen. In de komende beleidsperiode zal de producten- en dienstencatalogus in samenwerking met de gemeenten en andere partners herzien worden om ook bij nieuwe risico’s en ontwikkelingen een zo hoog mogelijk veiligheidsrendement te halen. F. Opkomsttijden - brandweervoorzieningen In 2025 is een nieuw dekkingsplan opgesteld. Met het vaststellen van een dekkingsplan wordt een beeld gegeven van ‘… de voor de brandweer geldende opkomsttijden en een beschrijving van de aanwezigheid van brandweerposten in de gemeenten alsmede de overige voorzieningen en maatregelen, noodzakelijk voor de brandweer om daaraan te voldoen’ (Wvr art.14, tweede lid onder f). Een dekkingsplan geeft daarmee een rekenkundig en theoretisch inzicht in de opkomst van de brandweer bij gebouwbranden. Dit is een aanzienlijk, maar niet allesomvattend deel van het takenpakket van de brandweer. Een dekkingsplan geeft geen beeld over de brandbestrijding in de openbare ruimte (met name natuurbrandbestrijding), bij hulpverleningsincidenten, waterongevallen en ongevallen met gevaarlijke stoffen.

Maar alleen voor gebouwbranden gelden normtijden voor opkomst, waardoor een rekenkundige benadering mogelijk is. Desondanks zijn er wel plannen om in de komende jaren te werken aan een uitbreiding van de systematiek voor het in kaart brengen van de opkomsttijden bij natuurbrandbestrijding. Ook wordt, eveneens op landelijke schaal, bezien hoe aanpassing van de berekeningssystematiek kan leiden tot een meer dynamisch en actueel beeld. Het voorgaande plan had een op objecten gerichte benadering. Dat hield in dat opkomsttijden van de brandweer werden gerelateerd aan de voor een bepaald gebouwtype gedefinieerde normtijd. Conform een landelijke wijziging in de berekeningssystematiek is ook VRBZO overgegaan naar een gebiedsgerichte benadering. Dit houdt in dat op buurtniveau een classificatie wordt toegekend op basis waarvan de theoretische opkomsttijd voor de brandweer wordt aangegeven. De binnen deze buurten aanwezige objecten, waarvoor een andere classificatie geldt, worden als aandachtspunten aangemerkt. Hiervoor kunnen specifieke maatregelen worden bepaald om het verschil tussen de berekende opkomsttijd voor de buurt en de gevraagde opkomsttijd voor het object te compenseren. Het spreekt voor zich dat de daadwerkelijk behaalde opkomsttijden vanwege diverse factoren af kunnen wijken.

Daarnaast geldt ook de nuance dat deze daadwerkelijk behaalde opkomsttijden en de afwijkingen ervan ten opzichte van geprognotiseerde opkomsttijden slechts een beperkte factor is in het bepalen van de kwaliteit van het brandweeroptreden bij gebouwbranden en de mate van veiligheid voor burgers. Binnen de uitwerking van de Bestuursopdracht is dan ook ruim aandacht voor onder andere de vakbekwaamheid van brandweerpersoneel, paraatheid, het voorhanden hebben van het juiste materiaal en materieel en de uitrol van programma’s zoals Brandveilig Leven.

49

Bijlage C Business case Slimme Repressie - Natuurbrandbestrijding

1. Inleiding Klimaatverandering is van grote invloed op het risico op natuurbranden in Nederland. 2 van de 3 bepalende factoren voor brandgedrag veranderen: meteorologie en vegetatie. Deze elkaar versterkende ontwikkelingen leiden tot grote veranderingen in het risicobeeld voor natuurbranden. Dit met gevolgen in de vorm van: • Grootschalige evacuatiemaatregelen; • Persoonlijk letsel en mogelijke dodelijke slachtoffers; • Materiele schade aan gebouwen en infrastructuur; • Langdurige luchtkwaliteitsproblemen met bijbehorende volksgezondheidsrisico’s; • Uitval van vitale infrastructuur. Als gevolg van de toename van natuurbranden, zowel in omvang en intensiteit als in aantallen, is ook sprake van verhoogde arbeidsrisico’s voor brandweermensen; belasting bij langdurige inzet in moeilijk toegankelijk terrein, hitteziekten etc. De regio Zuidoost-Brabant heeft circa 37.000 hectare natuurgebied en kent veel verwevenheid tussen natuur en bebouwing. In het Regionaal Risico Profiel wordt het risico op natuurbranden in deze regio al vele jaren als maatgevend scenario aangegeven. Statistisch onderzoek wijst uit dat Zuidoost-Brabant behoort tot het gebied met de meeste natuurbranden. Verdere toename van het aantal branden, in combinatie met een verdere verdichting en bebouwing, leidt tot een grotere impact op gezondheid, welzijn, natuur en economie.

De ontwikkeling van het natuurbrandrisico is geen lineair proces. Doordat de factoren droogte, warmte en (lage) relatieve luchtvochtigheid elkaar versterken, neemt het natuurbrandrisico sneller toe dan dat de klimaatverandering plaatsvindt. 2. Huidige situatie Nut en noodzaak van natuurbrandbestrijding in deze regio is dan ook evident: waarborgen van veiligheid en gezondheid voor mens en natuur, beperken van maatschappelijke ontwrichting, en voldoen aan landelijke richtlijnen. VRBZO speelt hierin een actieve rol via repressieve inzet, deelname aan gebiedscommissies, risicocommunicatie, aangepaste inzetvoorstellen bij droogte, deelname aan specialistische teams zoals de Handcrew Zuid-Nederland et cetera. De huidige inzettactiek is vooral gebaseerd op een defensieve aanpak van de natuurbrand. Hierbij wordt uitgegaan van het creëren van zogeheten ‘natte stoplijnen’. Gezien de verwevenheid van natuur en bebouwing is deze tactiek steeds vaker niet uitvoerbaar. Het zal daardoor vaker voorkomen dat de bebouwde omgeving direct betrokken wordt met ontruimingen, materiele en economische schade en maatschappelijke ontregeling tot gevolg.

50

De huidige defensieve aanpak heeft ook consequenties voor brandweerpersoneel. Inzet ‘te voet’ met handstralen is zeer arbeidsintensief en blessuregevoelig. Er is ook onvoldoende bescherming bij plots escalerende branden en draaiende winden. Voor natuurbrandbestrijding maakt VRBZO met name gebruik van de reguliere tankautospuiten. Deze voertuigen zijn geschikt om in moeilijk bereikbaar terrein te opereren, maar zijn niet specifiek toegerust of uitgerust voor natuurbrandbestrijding. Zo beschikken ze over een beperkte watervoorraad, zijn ze niet uitgerust om rijdend te blussen, hebben ze geen beschermde manschappencabines en is de uitrusting en uitvoering niet geschikt voor inzet in ruiger terrein. VRBZO staat op het punt van vervangen van 17 van deze voertuigen. De vraag komt nu op of gekozen wordt voor 1-op-1 vervanging met generieke blusvoertuigen. Of wordt (deels) de vervanging ingevuld met aanschaf van specifieke natuurbrandbestrijdingsvoertuigen? Bij natuurbranden van enige omvang is interregionale bijstand al snel aan de orde. Zoals onze regio gebaat is bij bijstand vanuit andere regio’s, leveren wij ook bijstand indien hierom wordt verzocht. Landelijk zijn afspraken gemaakt over de samenstelling van brandweerpelotons. Vanwege de huidige uitvoering van onze blusvoertuigen kunnen wij niet zondermeer voldoen aan de eisen die aan een peloton worden gesteld.

Om het tekort aan bluswatercapaciteit te compenseren wordt een bijstandsverlenend brandweerpeloton vanuit VRBZO uitgerust met 6 in plaats van de gebruikelijke 4 voertuigen. Gerealiseerd moet worden dat in geval van een bijstandsaanvraag vanuit andere regio’s het brandrisico in eigen regio veelal ook hoog zal zijn. Er moet daarom rekening worden gehouden met voldoende restdekking. 3. Vereiste situatie De landelijke visie op natuurbrandbeheersing richt zich op een integrale en gebiedsgerichte aanpak om de toenemende risico’s van natuurbranden het hoofd te bieden. Deze visie is opgebouwd rond drie sporen: • risicobeheersing, waarbij ruimtelijke inrichting en preventieve maatregelen centraal staan; • slimme repressie, met inzet van specialistische teams en materieel dat is afgestemd op terrein en vegetatie; • en kennisontwikkeling, gericht op het delen van expertise, data en evaluaties. De visie benadrukt samenwerking tussen veiligheidsregio’s, natuurbeheerders en overheden, en vraagt om een strategische verankering van natuurbrandbeheersing in beleid, materieel en vakbekwaamheid. De landelijke visie benadrukt dat het materieel voor natuurbrandbestrijding moet zijn afgestemd op de specifieke omstandigheden van natuurgebieden: moeilijk begaanbaar terrein, beperkte waterbronnen en snel veranderende brandgedrag.

De visie onderstreept dat standaard brandweervoertuigen vaak onvoldoende zijn en dat een gebiedsgerichte inzet van geschikt materieel essentieel is voor een effectieve en veilige bestrijding van natuurbranden. Natuurbrandscenario’s worden daarbij onderscheiden in drie operationele niveaus:

51

• • •

Basisscenario: Brand in beginstadium, waarbij lokale capaciteit toereikend is voor effectieve bestrijding. Deze brand is te bestrijden met maximaal 1 peloton (4 eenheden). Regionaal scenario: Opschaling tot maximaal 6 pelotons. De omvang van de brand kan oplopen tot circa 100 hectare en het effectgebied omvat de veiligheidsregio’s die aan het natuurgebied grenzen. Bovenregionaal scenario: Zeer omvangrijke brandweerinzet noodzakelijk vanaf 6 pelotons. De omvang van de brand kan oplopen tot honderden hectares. Er is sprake van een groot effectgebied, waarbij effecten op verschillende ’terreinen’ kunnen optreden (infrastructuur, bevolkingszorg, objecten).

De landelijke visie beschrijft verder onder andere:

“Op basis van een landelijk brandrisicoprofiel en landelijk dekkingsplan wordt inzichtelijk gemaakt welk materieel en welke andere voorzieningen (zoals kennis) noodzakelijk zijn. Er zijn afspraken gemaakt over het leveren van interregionale bijstand. Daarnaast is er landelijke capaciteit beschikbaar als aanvulling op de regionale middelen. Voor grote en/of gelijktijdige natuurbranden zijn er ondersteunende hulpstructuren beschikbaar, zoals een landelijk actiecentrum brandweer. Specialistische teams zijn geborgd in de commandostructuur, beschikken over een gegarandeerde bezetting en kunnen internationaal ingezet worden. De internationale inzetbaarheid is gebaseerd op wederkerigheid: Nederland kan in een situatie komen dat internationale hulp nodig is en kan daarom ook middelen leveren wanneer de nood in andere landen hoog is. Bij natuurbranden kan ook een beroep gedaan worden op andere partijen voor het leveren van materieel, materiaal en menskracht als aanvulling op de beschikbare capaciteit van de hulpdiensten. Er wordt verder onderzocht hoe in geval van schaarste ook mensen buiten de brandweerorganisatie een rol kunnen spelen in de bestrijding van natuurbranden.”

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16481643/1