CConstaterende datHelmond
Koppel je AI →
Document · PDF

RN 2026-007 Bijlage 1. Nota van antwoord op de zienswijzen

Gemeenteraad 24 februari 2026, gemeente HelmondBij agendapunt: Toestemming toetreding GR Regionale bedrijventerrein Brainport Oost2.105 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Pro forma Nota van antwoord Als reactie op de zienswijzen op de ontwerp Gemeenschappelijke Regeling Regionaal Bedrijventerrein Brainport Oost Beantwoording zienswijze door bestuurlijke stuurgroep Op 25 februari 2025 zijn, door de colleges die het convenant ‘Convenant Bedrijventerrein Brainport-Oost, Peelgemeenten’ hebben ondertekend, de uitgangspunten vastgesteld. Ook is op die zelfde dag de intentie tot deelname aan de op te richten Gemeenschappelijke Regeling RBT Brainport-Oost bevestigd. Op basis van deze uitgangspunten heeft adviesbureau KokxDeVoogd in samenwerking met de stuurgroep en bestuurlijke trekkers een ontwerpregeling opgesteld. Dit ontwerp is in juli 2025 voor zienswijze aangeboden aan de raden. Hieronder treft u de uitgebreide beantwoording van de ingebrachte zienswijzen aan. Gemeente Helmond Someren

Zienswijze Geen zienswijze. Zienswijze/amendement: Het college op te dragen de vastgestelde kaders en de nadere uitwerking daarvan op te nemen in de tekst van de gemeenschappelijke regeling, zodat de kaders geborgd zijn binnen de gemeenschappelijke regeling. De kaders maken op deze manier integraal deel uit van de gemeenschappelijke regeling en vormen de uitgangspunten bij de ontwikkeling en realisatie van het bedrijventerrein. Hiermee wordt de samenwerking tussen de deelnemende gemeenten gestructureerd en gewaarborgd. Antwoord: Indien alle gemeenteraden de kaders hebben vastgesteld, kan onder artikel 4 lid een verwijzing op worden genomen naar deze gezamenlijke raadskaders voor de ontwikkeling van het bedrijventerrein. Mocht de context in de loop der jaren zodanig wijzigen dat de kaders moeten worden geactualiseerd, kan dit in een separate procedure worden uitgevoerd zonder de gemeenschappelijke regeling in zijn geheel aan te passen. Het procedurevoorstel is daarbij om een heroverweging / bekrachtiging van de raadskaders mee te nemen in de reguliere P&C-cyclus, tegelijk met (maar niet als onderdeel van) het vaststellen van de begroting. Dit betekent, dat bij het indienen van de begroting voor jaar T+1: a) Ten behoeve van de kadernota (eind jaar T-1) het algemeen bestuur een voorstel kan doen (getoetst op wetsconformiteit en impact) voor het wijzigen van de raadskaders.

b) Dat deze wijziging tegelijk met de begroting (voor het jaar T+1) door het DB wordt voorgelegd aan de raden van de deelnemers. c) De gewijzigde raadskaders, gehoord hebbende de raden van de deelnemende gemeenten (via een wensen en bedenkingenprocedure), worden bij unanimiteit in het AB vastgesteld.

d) De gewijzigde kaders gelden vanaf dat moment als nieuwe kaders. Het AB geeft het DB de opdracht om de gewijzigde kaders te verwerken in de GREX en de werkplannen. In de regeling zelf zal onder artikel 4 dan de bepaling worden opgenomen, dat: a) de kaders separaat worden vastgesteld b) de regeling expliciet naar deze kaders verwijst c) dat bij wijziging van deze kaders het dagelijks bestuur, tegelijk met het indienen van de begroting van het jaar waarop de kaders van toepassing zijn, de raden om wensen en bedenkingen vraagt over de gewijzigde kaders. Deurne Asten

Geen zienswijze aangezien de ontwerpregeling als hamerstuk is geagendeerd. Alle drie de voorstellen zijn unaniem aangenomen. Geen zienswijze. Ook geen koppeling naar de kaders. Terugkoppeling bespreking Overwegend positief en de wens om goed aangehaakt te blijven. Wens is om in de kaders nog stappen te zetten en deze niet te strikt te nemen. In vervolg wil Asten hier nog wel over meepraten. In welke vorm is niet concreet of duidelijk geworden.

Gemert-Bakel

Anticiperende reactie op de doorvertaling van het Somerense amendement (geen zienswijze) Het amendement van Someren wijzigt de GR teksten en de werking van ervan aangezien de kaders strikter aan de GR worden verbonden. De definitieve GR kan om die reden eventueel niet meer aansluiten bij het ontwerp in combinatie met dat gesprek in Asten. De raad heeft geen uitspraken gedaan over de ontvangen moties en amendement van Someren. Bovenstaand is dus niet al gesignaleerd door de raad en niet zo specifiek uitgesproken, daarom is het goed om te kijken of dit opgelost kan worden in het voorstel/advies voor de uitvoering/verwerking van het amendement. Zienswijze Neem in de GR op dat – aanvullend op de bestaande Wgr-procedure voor (ontwerp)begroting en begrotingswijzigingen – bij besluiten die géén begroting of begrotingswijziging zijn, maar wél financiële gevolgen kunnen hebben voor de meerjarenraming, altijd een financiële analyse wordt toegevoegd (met aanduiding in welk jaar de lasten en baten vallen en of later een begrotingswijziging nodig is). Deze besluiten worden vooraf aan de raden toegezonden, zodat zij wensen en bedenkingen kunnen uiten voordat het Algemeen Bestuur besluit. Antwoord: Besluiten die financiële gevolgen hebben voor de meerjarenraming worden altijd beschouwd als begrotingswijzingen. De meerjarenraming is onderdeel van de begroting.

Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) schrijft dit ook voor om de financiën van gemeenten en provincies transparant en vergelijkbaar te maken. In de GR-tekst is naar aanleiding van de zienswijze van de gemeente Gemert-Bakel in artikel 1 lid k een definitie van meerjarenraming opgenomen.

Besluiten met financiële gevolgen die buiten de door het algemeen bestuur laatst vastgestelde begroting vallen dienen te allen tijden door het algemeen bestuur te worden geaccordeerd. Indien de financiële gevolgen zodanig van aard zijn dat een begrotingswijziging (inclusief meerjarenraming) en een wijziging van de deelnemers-bijdrage nodig is, zal deze begrotingswijzing conform artikel 29, derde lid van de gemeenschappelijke regeling (de reguliere planning en controle procedure) voor zienswijze aangeboden worden aan de raden van de deelnemers. Door op deze wijze invulling te geven aan besluiten met financiële impact, wordt invulling gegeven aan de zienswijze van Gemert-Bakel.

Laarbeek

De raad van Gemert-Bakel heeft voorts kennis genomen van het verzoek van Someren om het stemgewicht (en risico) van de gemeente Someren te verhogen. In een separate notitie zal hierop nader worden ingegaan. Ontbreken financiële risico’s Op dit moment kan er nog geen beeld worden gegeven wat de uitkomst is van de grondexploitatieberekening. We stellen, in de parallelle besluitvorming, kaders vast die richting geven aan grondexploitatie. Maar het is niet duidelijk wat de effecten zijn van het toekomstbestendige bedrijventerrein, met een bijdrage aan de energietransitie en dat inzet op duurzame mobiliteit. Het uitgangspunt om een neutrale of positieve eindwaarde van de grondexploitatie te hanteren, kunnen we goed volgen. Maar het is merkwaardig dat er nu om zienswijze op de GR-teksten wordt gevraagd, zonder dat er een bijpassende grondexploitatieberekening bekend is. Een eerste grondexploitatieberekening liet een negatief resultaat van € 16 miljoen zien. In de toelichting wordt geschreven dat op dit moment de inschatting is dat het grondexploitatieresultaat tussen de € 0 en -/- € 5 miljoen zal liggen. Hoe rijmt dit met elkaar? En waar worden we nu gevraagd om mee in te stemmen? Het is nu nog te onduidelijk. Bij de finale toestemming dient het duidelijk te zijn wat het resultaat is van een nieuwe grondexploitatieberekening.

Zo kunnen wij hier in de beraadslaging een afgewogen keuze over maken. We willen hierbij inzicht in de (opbouw van) de grondexploitatie. Op voorhand geven we hierover alvast mee dat wij het van belang vinden om daarbij in elk geval marktconforme grondprijzen te hanteren. Antwoord: Strikt genomen is dit geen zienswijze op de tekst van de GR. Wel stelt Laarbeek de eis om een complete GREX (die voldoet aan de raadskaders) voor de raden beschikbaar te hebben bij de toestemmingsronde voor de GR-tekst. Hiervoor zal worden gezorgd, voordat aan de raden toestemming wordt gevraagd. Externe financiering Artikel 27 van de ontwerp GR RBT BO gaat over de kostenverdeling en bijdrage van de deelnemende gemeenten. Voor het bijdragebesluit wordt gesteld dat er nog een verdeelsleutel vastgelegd door het bestuur. Het is onduidelijk in het artikel welk bestuur dit betreft, betreft dit het Algemeen Bestuur of het Dagelijks bestuur? Dit behoefte nadere duiding. Uiteindelijk wordt in het

bijdragebesluit duidelijk in hoeverre er sprake is van een voorschot door de gemeenten. De deelnemende gemeenten moeten zorgdragen dat er voldoende middelen zijn om aan de verplichtingen te kunnen voldoen. Vanwege de grote financiële impact die, de eerder gedeelde negatieve grondexploitatie van €16 miljoen met zich meebrengt, willen wij u met klem verzoeken om hierbij gebruik te maken van de mogelijkheden van volledige externe financiering. Dat maakt dat gedurende de looptijd van de ontwikkeling, realisatie en exploitatie de deelnemende gemeenten op korte termijn geen grote financiële injecties paraat dienen te hebben. Wij zien dit graag verankerd in een (van de) artikel(en) van de GR tekst. Antwoord: Het bijdragebesluit wordt door het algemeen bestuur vastgesteld. Hierin wordt tevens geregeld in welke mate interne of externe financiering wordt ingezet voor de investering in en exploitatie van het bedrijventerrein. In eerdere besluitvorming en in de vastgestelde raadskaders is altijd uitgaan van volledig externe financiering van de benodigde investeringen. Werkbudget Zoals al eerder aangegeven, werken we met de zes Peelgemeenten al langere tijd samen om te komen tot het RBT BO. Hiervoor hebben wij, samen met de andere vijf Peelgemeenten, in 2023, 2024 en 2025 een werkbudget beschikbaar gesteld.

Van deze kosten hebben we op basis van gelijkwaardigheid allemaal een zesde deel beschikbaar gesteld. In totaal een werkbudget van €1,8 miljoen. Goed om te lezen dat dit werkbudget voldoende is om ook nog stappen te zetten in het ruimtelijke proces en andere werkzaamheden tot en met de eerste helft van 2026. Wij achten het van belang dat dit werkbudget in de GR onderdeel gaat uitmaken van situaties waar sprake is van een (financiële) verrekening. Het kan géén keuze zijn of bij, in elk geval, een toetreding, uittreding of uitkering van een positief saldo, er een (financiële) verrekening plaatsvindt. Dit dient een vastgesteld onderdeel te zijn. -

Bij het geval van een toetreding dient er met de nieuwe deelnemer afspraken worden gemaakt hoe de bijdrage aan het werkbudget gecompenseerd wordt. Bij een uittreding dient de bijdrage aan het werkbudget mee worden genomen in het uittredingsplan. Bij de uitkering van een positief saldo dient er tot een bedrag van €1,8 miljoen vastgehouden te worden aan de gehanteerde verdeling van het werkbudget, daarna wordt pas de genoemde percentuele verhouding uit artikel 31, lid 4 gehanteerd.

In lijn met het budgetrecht van de gemeenteraden, willen we dat dit als bindende voorwaarde wordt opgenomen in de definitieve versie van de GR RBT BO. We zien graag dat, in elk geval, de formuleringen in ‘artikel 31 Grondexploitatie, inbreng en risico’, ‘artikel 32 Toetreding’ en ‘artikel 35 Uittredingsplan’ hierop worden aangepast.

Antwoord 1. Het werkbudget van €1,8 miljoen is onderdeel van de GREX. Daarom is in de toetredingsbepaling van artikel 32, tweede lid bepaald dat: ‘Het Algemeen Bestuur regelt de gevolgen van de toetreding en kan aan die toetreding voorwaarden (waaronder een financiële verrekening) verbinden.’ 2. Bij toetreding van een nieuwe deelnemer dient de GR te allen tijden worden aangepast. Hierbij gaat de reguliere zienswijze en toestemmingsprocedure inwerking en zult u in kennis worden gesteld aan de voorwaarden die worden gesteld aan de nieuwe toetreder. Omdat het werkbudget van €1,8 miljoen integraal onderdeel is van de GREX dient de instapfee recht te doen aan het nieuwe aandeel van alle deelnemers ook in dit werkbudget. 3. Gelet op bovenstaande, is het niet noodzakelijk om de tekst van de GR aan te passen.

Addendum Verzoek gemeente Someren tot wijzigen aandeel zeggenschap en risico. Naar aanleiding van de in Someren aangenomen motie bij het raadsvoorstel ‘Vaststellen kaders RBT Brainport-Oost’ heeft de wethouder van de gemeente Someren in de stuurgroep RBT BO van 3 oktober 2025 gevraagd of er gemeenten zijn die bereid zijn hun aandeel in de zeggenschap en het financiële risico omlaag te brengen ten gunste van de gemeente Someren. De overige vijf gemeenten hebben hierop aangegeven graag te willen vasthouden aan de eerder overeengekomen verdeling van 40% (Helmond) en 5 x 12% (overige Peelgemeenten). Een belangrijke aangedragen reden om geen wijzigingen aan te brengen in het stemrecht is gelegen in de dubbele meerderheidsregel, die in het leven is geroepen om geen enkele gemeente vetorecht te geven. In de huidige versie van de regeling hebben Helmond en Someren gezamenlijk (40%+12%=52%) van het stemgewicht en daarnaast is voor positieve besluitvorming 55% van het stemgewicht nodig en akkoord van tenminste vier van de zes deelnemers. Bij het verhogen van het stemgewicht van Someren naar bijvoorbeeld 20% is er nog steeds geen sprake van vetorecht voor één gemeente, maar kunnen de grondgebied gemeenten tezamen met 62% van het stemgewicht wel besluitvorming realiseren of blokkeren.

Andere reden is dat andere Peelgemeenten de huidige verdeling als een goed gebalanceerde verhouding gezien wordt, ook in verhouding tot de 40% stemrecht van de gemeente Helmond als vertegenwoordiger van de sub regio Stedelijk Gebied Eindhoven. Helmond werkt momenteel op basis van die 40% ook al de risicoverdeling onder SGE-partners uit. Op basis van bovenstaande en de reacties van de andere deelnemers in de regeling, besproken in de Stuurgroep RBT d.d. 23 oktober 2025, is er geen bereidheid om het verzoek tot wijziging van artikel 9 in behandeling te nemen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16380443/1